CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 a Bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg achter Akkeroord- toelichting en regels

Besluitvormende raadsvergadering 29 mei 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg achter Akkeroord30.659 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NOPQRSTPUVWXPYZ[\]^_`[aa_`bb`cdUeUf

Z[\]^_\`a^bcde]f^gbhijkl^mbnaa^mddm]o ghijklijlOm

WUnc_\_op_`nWUWq

cpqnrstuvpwpbxpxpypvz x^{^^el^b|i]]\e}~^^e

zsnsz rbs\_t^u gbb`bs^y_`tu Ts^y_`tu g[w^{_w^_|cu

qns€ fWnsbv_op_`nWUWf Wznsbv_op_`nWUWW zno_xnWUWq WUnc_\_op_`nWUWq

ypcztp W_nv_`wx_ W_nv_`wx_ W_nv_`wx_ f_nv_`wx_

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

4

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

9 9 9 9 10

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

11 11

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

13

Nieuwe situatie Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren

13 14 15

3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

19 19 21 27 28

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding

33 33 33 34 36

Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

39 39 51 54 56

Hoofdstuk 7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

57 57 57 57 59

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

61 61

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

63 63 63 63

Regels

65

Toelichting

5

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

66 66 71

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

72

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bedrijf Groen Verkeer

72 74 75

Hoofdstuk 3

Algemene regels

76

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

76 77 78 79 80

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

81 81 82

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Landschapsinrichtingsplan

Bijlage 2

Verkeerskundig onderzoek

Bijlage 3

Ladderonderbouwing

Bijlage 4

Stec rapport 'Kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland'

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 7

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 8

Risicoberekening Externe Veiligheid

Bijlage 9

Advies Veiligheidsregio Hollands Midden

Bijlage 10

Notitie stikstofberekeningen

Bijlage 11

Ecologisch onderzoek

Bijlage 12

Verslag informatiebijeenkomst 9 juni 2022

Bijlage 13

Nota van beantwoording zienswijzen

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Beplantingsplan

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Inhoudsopgave

7

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

8

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord) in Waddinxveen ligt een agrarisch perceel van afgerond 1,53 ha. Op deze gronden zijn grondgebonden agrarische bedrijven in de vorm van een akkerbouwbedrijf en/of veehouderijbedrijf toegestaan. Voortzetting van deze bestemming is niet reëel. Enerzijds is het perceel veel te klein om hier een volwaardig agrarisch bedrijf te kunnen exploiteren. Anderzijds is de kwaliteit van het grasgebied, dat is ingeklemd tussen rijks-, provinciale- en gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen, niet meer geschikt voor het houden van dieren. Initiatiefnemer is daarom voornemens het gebied te transformeren naar een bedrijventerrein. Deze vervolgfunctie sluit goed aan op het aan de overzijde van de Zuidelijke Rondweg gelegen bedrijventerrein Coenecoop en al aan Akkeroord gevestigde bedrijven. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen bedrijvenontwikkeling in het plangebied juridisch/planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Zuidelijke Rondweg tegenover het bedrijventerrein Coenecoop. In noordoostelijke richting liggen de achterzijden van percelen aan Akkeroord met een restaurant, (bedrijfs) woningen en twee bedrijven. Aan de zuidwestzijde staat een woonhuis. Het perceel hierachter is in gebruik voor stalling van (vracht)auto's. Aan de zuidoostzijde ligt het Moerkapellepad (een langzaamverkeersroute met aansluitend de Provincialeweg N451, een groenzone met aangrenzend de half verdiepte A12. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (zwart gestippeld omlijnd) en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

Toelichting

9

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Bestemmingsplan “Actualisatie bestemmingsplan Coenecoop" "Parapluplan Archeologie en Parkeren" "Parapluplan biomassa-installaties"

Raadsbesluit 10 april 2013 19 september 2018 14 oktober 2020

Uitspraak ABRvS n.v.t. n.v.t.

In het bestemmingsplan 'Actualisatie bestemmingsplan Coenecoop' is het plangebied bestemd voor 'Agrarisch' (figuur 2). Een herziening van het bestemmingsplan is nodig om een bedrijvenontwikkeling mogelijk te maken.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding 'Actualisatie bestemmingsplan Coenecoop'.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

10

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied, circa 1,53 ha groot, ligt ten zuiden van het bedrijventerrein Coenecoop. Aan weerszijde van het plangebied staan enkele (bedrijfs)woningen, een restaurant en twee bedrijven aan Akkeroord (aannemersbedrijf en bedrijf in loonwerk en grondverzet). Het gerende gebied tussen de Zuidelijke Rondweg en de Extra Gouwe kruising (N451) zal in de (nabije) toekomst door middel van een organische groei kunnen worden getransformeerd naar bedrijfsdoeleinden als uitbreiding van Coenecoop. Tegenover plangebied gelegen bedrijven.

Restaurant Akkeroord.

Stalling (vracht)auto's achter Zuidelijk e Rondweg 2.

(Bedrijfs)woningen aan Akkeroord.

Planspecifiek Het plangebied is in gebruik als grasland. Hier lopen nog regelmatig schapen. Het perceel ligt ingeklemd tussen een bebouwingslint van Akkeroord (noordoostzijde) en een woning met hierachter stalling van (vracht)auto's (zuidwestzijde). Aan de achterzijde ligt het Moerkapellepad met aansluitend de Extra Gouwe Kruising (N451), een groenstrook met ter plaatse de verdiepte A12 in verband met het Gouwe Aquaduct onder de Gouwe. Aan de voorzijde ligt de Zuidelijke Rondweg.

Toelichting

11

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Luchtfoto plangebied (2018). Plangebied vanaf Moerk apellepad.

Achterzijde bedrijfsgebouwen Akkeroord.

Plangebied vanaf Zuidelijk e Rondweg.

Plangebied vanaf achterzijde Akkeroord.

12

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

Op het bedrijventerrein kunnen zich circa 3 bedrijven vestigen. Twee bedrijven aan de voorzijde in milieucategorie 2 langs de Zuidelijke Rondweg en één bedrijf achter deze twee bedrijfspercelen in milieucategorie 3.1. De bedrijfsbebouwing wordt zodanig vormgegeven dat deze inpasbaar is tussen de bestaande bebouwing met een hierbij afgestemde bouwhoogte van maximaal 8 meter. Het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak is maximaal 70%. Achter de (bedrijfs)woningen langs Akkeroord wordt een groene wand aangelegd van circa 8 meter breed, zodat een natuurlijke afscheiding ontstaat. De aanwezige watergang wordt verbreed in verband met het graven van voldoende watercompensatie. Voor de achterste kavel is DHL geïnteresseerd. Het is de bedoeling op dit 8.420 m² grote perceel een cityhub te realiseren met 2.340 m² aan bebouwing. De bouwhoogte wordt circa 6,2 m. Rondom het gebouw worden 64 parkeerplaatsen voor (volledig elektrische) bestelwagens en 35 voor personenauto's aangelegd. Voorts komen er twee dockshelters voor aflevering van pakketten die vervolgens met kleine (volledig elketrische) bestelwagens worden gedistribueerd in de regio. Aan de zuidwestzijde (naast het perceel Zuidelijke Rondweg 2) wordt het bedrijfsperceel ontsloten op de Zuidelijke Rondweg. Een impressie is opgenomen in figuur 3.

Figuur 3: Vogelvluchttek ening cityhub DHL (indicatief). Langs de Zuidelijke Rondweg kunnen nog twee bedrijven worden gerealiseerd van elk circa 3.000 m² met een ontsluiting op de Zuidelijke Rondweg. Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met milieuzonering in relatie tot nabij gelegen woningen. Een voorlopige verkavelingstekening, met daarin al opgenomen de cityhub van DHL is opgenomen in figuur 4.

Toelichting

13

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Figuur 4: Verk avelingstek ening bedrijventerrein (indicatief).

3.2

Landschappelijke inpassing

Het plangebied is zichtbaar vanaf de Zuidelijke Rondweg en de Extra Gouwe kruising (N451). Met de aanleg van de N451 en het Moerkapellepad is het terrein aan de achterzijde over de volle breedte zichtbaar. In de nieuwe situatie zullen enkele bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd met bijbehorend buitenterrein. De landschappelijke inpassing hiervan vraagt aandacht, waarbij rekening dient te worden gehouden met een passende overgang tussen de percelen aan Akkeroord en de uitbreiding van het bedrijventerrein. Het is het de ambitie om de bebouwing zodanig in te passen dat een juiste aansluiting plaatsvindt bij de schaal en maat langs de wegen enerzijds en de aanwezige bebouwing aan weerszijde van het gebied anderzijds. Ten behoeve hiervan is een landschapsinrichtingsplan opgesteld. Landschapsinrichtingsplan Landschappelijk e inpassing van locatie aan Zuidelijke Rondweg, achter Akkeroord Ter plekke van de planlocatie langs de Zuidelijke Rondweg is een ontwikkeling beoogd voor de bouw van twee bedrijfspanden. Zowel de noord- als de zuidzijde van de Zuidelijke Rondweg wordt op dit moment gekenmerkt door de aanwezigheid van bedrijventerrein al dan niet gecombineerd met woningen. Ten oosten van de locatie wordt het gebied gekenmerkt door een mix van verschillende functies.

Door de ingesloten ligging en geringe omvang van het agrarisch grasland ligt het voor de hand dit om te vormen naar een bedrijfslocatie in aansluiting op de omliggende functies. De locatie wordt landschappelijk ingepast door toepassing van gebiedseigen beplantingen en het versterken van de landschappelijke hoofdstructuur. Dit gebeurt door het verbreden van watergangen en het aanplanten van bomenrijen (streekeigen of een afgeleide daarvan). De toepassing van groene hagen en begroeide schermen zorgt voor een groene aanblik op ooghoogte en ontneemt het zicht op achterliggende verharding en bebouwing. De randen van het gebied worden gekenmerkt door toepassing van grasbermen. Ten behoeve van de versterking van biodiversiteit wordt ruimte geboden aan de inpassing van natuurvriendelijke oevers en plasbermen. Tevens worden grasbetontegels voor parkeerpaatsen te plekke van zonnig gelegen parkeerplekken aangelegd. Parallel aan de Zuidelijke Rondweg wordt een bomenlaan van linden

14

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

toegepast ter ondersteuning van de functie als hoofdontsluitingsweg en versterking van het groene karakter langs deze weg. Langs het Moerkappellepad is reeds aan weerszijden een bomenrij aangeplant die het zicht op de achterliggende bebouwing zal ontnemen. Dit wordt extra ondersteund door op het terrein op diverse plekken hoogstam bomen aan te planten. Het zicht vanaf het Moerkapellepad op achterliggend parkeerterrein wordt door toepassing van een begroeid hekwerk ontnomen. Het landschapsinrichtingsplan van 6 april 2022 is opgenomen in Bijlage 1. In figuur 5 is een vereenvoudigde weergave hiervan opgenomen.

Figuur 5: Landschapsinrichtingsplan.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Het plangebied is gelegen aan de Zuidelijke Rondweg. Ten behoeve van deze planontwikkeling worden circa twee nieuwe in- en uitritten aangelegd. De bestaande uitrit vervalt. Het verkeer kan zijn weg vervolgen naar de Kanaaldijk (N454). Vanaf deze weg begeeft men zich via de Coenecoopbrug naar rijksweg A12 en A20. Dat is ook mogelijk via de Zuidelijke Rondweg richting Beijerincklaan door gebruik te maken van de onlangs in gebruik genomen Vredenburghlaan (N457). Hiermee is de bereikbaarheid van de regionale infrastructuur in de Zuidplas verbeterd.

Toelichting

15

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Zuidelijke Rondweg.

Moerkapellepad, link s Zuidelijk e Rondweg en rechts N451.

Uitrit voor agrarisch gebruik.

Kanaaldijk.

Verkeersgeneratie Toekomstige verk eerssituatie De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten heeft effect op het goederenverkeer, het aantal werknemers en bezoek. Uitgaande van drie bedrijven met een gemiddelde bedrijfsvloeroppervlakte van 2.450 m² per bedrijf is de toekomstige verkeersgeneratie gemiddeld 418 voertuigbewegingen per werkdag, waarvan 50% vrachtverkeer (bron CROW 381, december 2018; verkeersgeneratie 5,7 per 100 m² bvo in rest bebouwde kom, matig stedelijk voor bedrijf, arbeidsextensief (loods, opslag/ transportbedrijf). Effecten verkeersafwikkeling Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten neemt de verkeersgeneratie met ca. 484 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal toe; ofwel 242 voertuigen. Hiervan zijn 111 verkeersbewegingen afkomstig van DHL, te weten 3 vrachtwagens in de ochtend, 40 elektrische bestelwagens in de ochtend, 1 vrachtwagen in de middag en 15 bestelwagens in de avond, almse 52 afhalingen per dag van particulieren. Aan de hand van de geprognosticeerde verkeersgeneratie kan worden vastgesteld dat het effect van de uitbreiding van het bedrijventerrein leidt tot een beperkte toename van het verkeer op de omliggende wegvakken.

De toename vindt verspreid over de dag plaats en is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. Naar aanleiding van een zienswijze is alsnog een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd door Mobycon (rapport van 6 december 2023). Uit de resultaten hiervan kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Het bedrijventerrein genereert exclusief pakketpunt voor particulieren 380 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Omgerekend komt dit neer op 23 personenauto-equivalant (afgekort: pae) tijdens het drukste ochtend- en 40 pae tijdens het drukste avondspitsuur. Wanneer wordt gekozen voor het toevoegen van een pakketpunt voor particulieren stijgt de verkeersaantrekkende werking met 104 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Omgerekend komt dit neer op 10 extra pae tijdens het drukste ochtend- en 12 pae tijdens het drukste avondspitsuur. Op de ontsluiting van het terrein op de Zuidelijke Rondweg voorziet Mobycon geen

16

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

doorstromingsknelpunten. Mobycon ziet dat verkeer vanuit de ontwikkeling zich goed kan mengen in het verkeer op de Zuidelijke Rondweg. In de autonome toekomstige situatie ziet Mobycon op de rotonde doorstromingsknelpunten ontstaan, tijdens de ochtendspits op de noordelijke kruispunttak en tijdens de avondspits op de zuidelijke kruispunttak. De ontwikkeling leidt niet tot nieuwe doorstromingsknelpunten en heeft op de verkeersafwikkeling slechts een marginaal effect, ongeacht of er wordt gekozen voor een afhaalpunt voor particulieren. Het geconstateerde knelpunt is bovenplans, waardoor dit in een bredere context dan deze ruimtelijke ontwikkeling onderzocht en eventueel aangepakt moet worden. Mobycon concludeert dat het aspect ‘verkeer’ de ontwikkeling niet in de weg staat. Het verkeerskundig onderzoek is opgenomen in Bijlage 2. 3.3.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen.

De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 381, 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (december 2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied'. De te kiezen plek in de bandbreedte is afhankelijk van situatiespecifieke kenmerken. Een locatie dichtbij een aansluiting op een snelweg kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen. Anderzijds kan een locatie dichtbij een treinstation een lager autogebruik veroorzaken en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen. Omdat Waddinxveen vlakbij de A12 en de A20 ligt én drie treinstations, wordt uitgegaan van het midden van de bandbreedte. Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1.

Tabel 3.1: Park eerk encijfers in verband met uitbreiding bedrijventerrein Per 100 m² Oppervlakte Functies Bedrijven matig stedelijk/ rest bebouwde k om Bedrijf, arbeidsextensief/ bezoekersextensief min. 0,8 circa 4.900 m² (loods, opslag, transportbedrijf) max. 1,3 (2 x 2.450 m²) Bedrijf, arbeidsintensief/ bezoekersextensief min. 2,1 circa 2.450 m² (industrie, laboratorium, werkplaats) max. 2,6

Aantal pp 52 pp 58 pp

Op de uit te geven bedrijfskavels is voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op eigen terrein te realiseren. Ook kan hier rijdend materieel worden gestald. Zo worden er voor DHL 35 parkeerplaatsen voor personenauto's aangelegd en 64 parkeerplaatsen voor (elektrische) bestelwagens. Bij uitwerking van bouwplannen wordt hiermee rekening gehouden. In artikel 10.1, de Parkeerregeling van de regels van het bestemmingsplan, wordt het parkeren geborgd wanneer aanvragen omgevingsvergunning worden ingediend. In dat geval moet worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm.

Toelichting

17

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

18

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 2 'Duurzaam economisch groeipotentieel' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. De economie verandert en staat voor een overgang naar een circulaire en CO2-neutrale energievoorziening. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. Daarvoor zijn veel veranderingen nodig, zoals het aanpassen van verschillende productieprocessen. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk

Toelichting

19

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Behoud van de huidige ruimte voor industriegebieden en inzet op optimale bereikbaarheid zijn van belang. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Verrommeling en versnippering wil het rijk voorkomen. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijk ordening.

Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. 4.1.3.1 Behoefte-onderzoek uitbreiding bedrijventerrein Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als procesvereiste opgenomen in het Bro.

In verband hiermede is een Ladderonderzoek uitgevoerd door Bureau Stedelijke Planning te Gouda, waarin de stappen zijn doorlopen om de uitbreiding van het bedrijventerrein Coenecoop (achter Akkeroord) mogelijk te maken, waarbij nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Op basis van het rapport van 21 september 2021, (Bijlage 3) kan worden geconcludeerd dat er geen andere mogelijkheden binnen het onderzoeksgebied (Coropgebied Oost-Zuid-Holland en de gemeente Zuidplas) zijn gevonden om de voorziene ontwikkelingen op te vangen op bestaande bedrijventerreinen binnen bestaand stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling past binnen de vastgestelde kwantitatieve behoefte in het onderzoeksgebied. Ook is er voldoende kwalitatieve behoefte aan regulier-gemengde en kleinschalige logistieke bedrijven om de beoogde ontwikkeling van dit aanbod mogelijk te maken. Deze restkavels tussen het bedrijventerrein Coenecoop en de snelweg/ Provincialeweg zijn de enige kavels die nog niet in ontwikkeling zijn. Samenvattend toont dit rapport aan dat de ontwikkeling past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan bedrijventerreinen in de regio. Hiermee voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de eisen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

De ontwikkeling kan de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorstaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Er is een onderzoek naar de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. Hierin is aangetoond dat er behoefte is aan uitbreiding van het bedrijventerrein met enkele bedrijven. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

20

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Voor deze planontwikkeling is de opgave ruimte en verstedelijking relevant. Het plangebied (1,53 ha) grenst aan het bedrijventerrein Coenecoop en maakt deel uit van de bebouwde ruimte. In figuur 6 is een uitsnede van Kaart 59 'Bestaand stads- en dorpsgebied' van de Omgevingsvisie opgenomen waarin de bebouwde ruimte is ingetekend. In zijn algemeenheid wordt aangegeven dat het beter benutten en opwaarderen van deze ruimte leidt tot een intensiever, compact ruimtegebruik.

Een effect daarvan is dat functies en activiteiten beter met elkaar in verband worden gebracht. Het bedrijventerrein Coenecoop is aangeduid als 'Bedrijventerrein' op kaart 14 (figuur 6). De uitbreiding met 1,53 ha is momenteel als grasland in gebruik. In de Omgevingsverordening is deze uitbreiding niet genoemd, omdat de oppervlakte minder is dan 3 ha.

Toelichting

21

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Figuur 6: Link s uitsnede k aart 59 'Bestaand stads- en dorpsgebied 2018' en rechts uitsnede kaart 61 'Bedrijventerrein' van de Omgevingsvisie. Verbetering omgevingsk waliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening.

De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex. In de Laag van cultuuren natuurlandschappen is het plangebied niet specifiek aangeduid (figuur 7). Op de Laag van de stedelijk e occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van bestaand stads- en dorpsgebied (figuur 7). Bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden en bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Als richtpunt wordt bij bedrijventerreinen aangehouden dat de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht krijgt. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.

22

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Figuur 7: Kwaliteitsk aart; Link s uitsnede Kaart 'Laag van cultuur- en natuurlandschappen' en rechts 'Laag van de stedelijk e occupatie'. Het plangebied is met een zwarte omlijning aangeduid. Toetsing planinitiatief De uitbreiding van het bedrijfsterrein is minder dan 3 ha, te weten 1,53 ha. Het planvoornemen betreft een vraag gestuurde uitbreiding van het tekort aan bedrijventerreinen in de regio. De planlocatie grenst aan het bedrijventerrein Coenecoop en is goed ontsloten op lokale en regionale infrastructuur. Voor het bestemmingsplan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld met als doel om de uitbreiding landschappelijk in te passen, waarin het programma zich dient te voegen. Voorts wordt hierbij rekening gehouden met de bestaande functies aan Akkeroord. De vervolgfunctie van het terrein zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het terrein vanaf de Zuidelijke Rondweg en vanaf de N451. Naast de landschappelijke inpassing zal er aandacht zijn voor de bouwhoogte en vormgeving van de bebouwing vanaf de Zuidelijke Rondweg en Akkeroord. Het plangebied wordt verder niet specifiek genoemd in de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De planontwikkeling is in overeenstemming met de opgave toekomstbestendige bedrijfsterreinen.

Er wordt ingezet op het beter benutten en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven. Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

Toelichting

23

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. Hierin zijn bijbehorende tabellen met een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties.

Als een locatie is opgenomen op de '3 ha kaart' betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het bestemmingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor het opnemen van een locatie op de '3 ha kaart' is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar moet er voldoende behoefte bestaan voor ontwikkeling van de locatie. De regionale visies voor wonen en bedrijventerreinen vormen belangrijke input voor de '3 ha kaart'. Het is daarom wenselijk om al voordat een nieuwe buitenstedelijke locatie wordt opgenomen in de regionale visie in overleg te treden met de provincie over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die locatie. In lid 4 is bepaald dat Gedeputeerde staten een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen kunnen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk met 1,53 ha.

De behoefte is aangetoond in het Ladderonderzoek, zoals opgenomen in Bijlage 3. Geconcludeerd kan worden dat deze uitbreiding in een actuele behoefte voorziet. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijk e k waliteit

24

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Sprake is van een uitbreiding met een bedrijventerrein met circa 1,53 ha. De ontwikkeling past binnen de bestaande structuur, omdat aan de overzijde van de Zuidelijke Rondweg al bedrijven zijn gevestigd en de achterzijde ligt aan regionale infrastructuur. Bovendien zijn aan Akkeroord naast een restaurant ook al enkele bedrijven gevestigd. Bedrijven In artikel 6.12 van de Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van Bedrijven opgenomen. Als een bestemmingsplan betrekking heeft op een bedrijventerrein dan is het volgende van belang. Artikel 6.12 Bedrijven In lid 1 van dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaalden verbeeld op kaart 20 in bijlage II, vestiging mogelijk maakt van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voorgeluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan.

Toetsing aan Bedrijven Op de kaarten 19 en 20 van van de Omgevingsverordening is de uitbreiding niet opgenomen, omdat de oppervlakte minder is dan 3 ha. De hoogst toegestane milieucategorie op het terrein is categorie 2 en 3.1. Bedrijven uit deze categorie passen op het bedrijventerrein in relatie tot de omgeving. Zo zijn al aan Akkeroord 3a en 3b bedrijven toegestaan in milieucaterogie 2 en aan de Zuidelijke Rondweg 3 en 5 bedrijven in milieucategorie 3.2 Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan.

Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plan is in overeenstemming met artikel 6.12 van de Omgevingsverordening (Bedrijven), omdat bedrijven mogelijk worden gemaakt, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein en omgeving. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

Toelichting

25

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart.

Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied.

De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. Snelweg met bedrijventerreinen Een relatief nieuwe identiteitsdrager in het gebied is het snelweglandschap. De snelweg is onderdeel van een veel langer tracé en in het gebied leidt dat tot vervreemding in maat en schaal, oriëntatie en vormgeving. In de afgelopen decennia zijn er verschillende (logistieke) bedrijventerreinen aan de snelweg ontstaan die in architectuur aansluiten bij de wetmatigheden van de snelweg. Zodoende ontstaat nieuwe entiteit in het gebied die breder is dan de weg. De ambitie is om, op de plekken waar bedrijventerreinen aan de snelweg liggen, deze nieuwe dynamiek aan te stimuleren zodat een duidelijk contrast ontstaat tussen de hoog dynamische snelwegomgeving en haar landschappelijke context.

Uitgangspunt daarbij is concentratie van bedrijventerreinen rondom knooppunten. Ontwikkelingen Het droogmakerijenlandschap is sterk in beweging. Er zijn veel grote en kleine ontwikkelingen gaande. Rondom de A12 zijn nieuwe glastuinbouwgebieden in combinatie met bedrijventerreinen gepland. Als buffer tussen de nieuwe bedrijvigheid en glastuinbouw met (de woningbouwuitbreiding van) Waddinxveen is de groene Vredenburghzone gepland. Ook zijn er nieuwe infrastructurele verbindingen gepland, met

26

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

name rondom de Gouwe Knoop. De Extra Gouwe kruising en Vredenburghlaan zijn inmiddels aangelegd. Weggebonden bedrijvigheid De weggebonden bedrijventerreinen liggen met name rondom de vier kwadranten van de A12 en de Moordrechtboog. Ondernemers op deze terreinen opereren vaak bovenregionaal. De schaal van de activiteiten past bij de schaal van het snelweglandschap. De zichtlocaties zijn op de snelweg georiënteerd. Zodoende ontstaat een samenhangend artificieel werklandschap van de 21e eeuw. Aan de achterkant, tegen het landschap is het contrast groot. De structuur van het landschap, haar lange lijnen en waterlopen én de bijbehorende routes voor fietsers en ander lokaal verkeer wordt hier hard onderbroken. Gestreefd moet worden naar een zorgvuldige inpassing van deze achterkanten, vindbaarheid en oriëntatie voor gebruikers van het landschap. Dat betekent dat randen aan de infrastructuur een hele andere benadering vergen dan de randen naar het landschap. Daar waar de randen naar de snelweg hard en bebouwd zijn daar vragen de randen naar het landschap om landschappelijke middelen (beplantingsschermen, waterlopen) om het terrein goed in te passen. Toetsing planontwik k eling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het plangebied ligt tegenover het bedrijventerrein Coenecoop; het maakt onderdeel uit van 'weggebonden bedrijvigheid'.

Naar analogie van deze bedrijvigheid dient ook hier specifieke aandacht te worden besteed aan landschappelijke inpassing. De rand dient onderdeel te zijn van de schaal en orde van de nieuw aangelegde provinciale infrastructuur. Randen aan het landschap worden met landschappelijke elementen ingepast. Het terrein wordt ontwikkeld met een opvallende voorkant naar de Zuidelijke Rondweg. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast. Conclusie De uitbreiding van het bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast, waarbij de rand onderdeel gaat uitmaken van de schaal en orde van de omliggende wegen. De bebouwing wordt hierop afgestemd. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland In 2019/2020 heeft de Regio Midden-Holland een kwantitatief onderzoek laten uitvoeren naar de bedrijventerreinen in deze regio. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Stec groep en met de oplevering van het rapport "Naar een kwantitatieve verdieping van de regionale bedrijventerreinen” is het eerste deel van een door de regio Midden-Holland op te stellen regionale bedrijventerreinenstrategie afgerond. Uit het rapport blijkt een flink tekort aan bedrijventerreinen. Los van de vraag naar (extra) uitbreidingsruimte van reeds gevestigde ondernemers, is er een vervangingsvraag als gevolg van transformatie naar ander gebruik, veelal woningbouw. De recente provinciale behoefteraming (vastgesteld in 2021) bevestigt dit beeld en onderstreept het tekort extra: de vraag in Midden-Holland groeit harder dan eerder voorspeld en het aanbod is verder opgedroogd. De vraag tot en met 2030 is vanuit de provinciale prognose geraamd op circa 80 tot 120 hectare. Het tekort doet zich vooral voor over een brede linie: van regulier lokaal MKB tot ruimte voor Hogere Milieu categorie (HMC) bedrijven. Aansluitend op deze behoefteraming heeft de provincie Zuid-Holland een uitvraag gedaan om per regio een bedrijventerreinenstrategie op te stellen.

Als vervolg op die kwantitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie heeft het triple helixoverleg Economie Onderwijs Arbeidsmarkt (EOA) afgesproken om een kwalitatief georiënteerde, regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Deze strategie bouwt voort op de kwantitatieve strategie en geeft invulling aan ‘werken aan kwaliteit’. Dit houdt in dat de regio vanuit een ruimtelijk-economisch perspectief wil werken aan een kwalitatief sterke bedrijventerreinenmarkt met locaties en werkgelegenheid die kwaliteit toevoegen aan Midden-Holland. Dit betekent onder meer dat bestaande bedrijventerreinen goed moet worden benut en toekomstbestendig moeten worden gemaakt en dat nieuwe bedrijventerreinen een kwalitatieve toevoeging moeten zijn aan het bestaande aanbod en maximaal moeten helpen om de kansen en uitdagingen in de regio te verzilveren. Het door Stec Groep opgestelde rapport 'Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio

Toelichting

27

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Midden-Holland' van 2 juni 2023. zoals opgenomen Bijlage 4, is in goede samenwerking met de leden van het triple helixoverleg EOA regio Midden-Holland tot stand gekomen. Onderdeel van de samenwerking was een regelmatige afstemming met vertegenwoordiging van het bedrijfsleven in de regio. De definitieve versie van de kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie is na positief advies van het triple helixoverleg EOA Midden-Holland aangeboden aan de colleges van de regiogemeenten met verzoek het rapport vast te stellen en te besluiten om de strategie ter aanvaarding aan het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan te bieden. Aanvaarding van de strategie door Gedeputeerde Staten betekent dat trede 1 en 2 van de Ladder zijn doorlopen. Met aanvaarding door Gedeputeerde Staten kan de regio feitelijke compensatie toepassen in plaats van planologische compensatie, gesteld dat vraag en aanbod in balans zijn. Burgemeester en wethouders van Waddinxveen hebben de regionale kwalitatieve bedrijventerreinen strategie Midden-Holland op 12 juni 2023 vastgesteld. Leidende principes De strategie bevat naast een feitelijke analyse afspraken en acties, deze zijn samengevat in een drietal leidende principes voor een toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille in de regio Midden-Holland. Deze principes zijn niet volgordelijk en worden parallel aan elkaar opgepakt. 1.

De Regio Midden-Holland spant zich in om onze bestaande bedrijventerreinenvoorraad op niveau te houden en waar mogelijk kwalitatief te optimaliseren. Denk aan verduurzamen en het zo zorgvuldig mogelijk benutten van de ruimte. Zo wil de regio de bijdrage van haar terreinen aan de regionale economie en samenleving borgen en bedrijventerreinen benutten bij het realiseren van maatschappelijke ambities. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. 2. De Regio Midden-Holland gaat nieuwe, duurzame bedrijventerreinen ontwikkelen om tegemoet te komen aan de flinke ruimtebehoefte van bedrijven in Midden-Holland. Ook is dit nodig om ‘schuifruimte’ te realiseren om de bestaande voorraad te optimaliseren (principe 1). Bij de toevoeging van nieuw terrein kijkt de Regio Midden-Holland goed hoe zij de extra vierkante meters met maximale meerwaarde voor de regio en ten opzichte van de bestaande voorraad kan realiseren. 3. De Regio Midden-Holland realiseert de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbestendige portefeuille van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in Midden-Holland. Denk hierbij onder meer aan goede monitoring. Toetsing planinitiatief Het transformeren van een agrarisch perceel naar een bedrijventerrein, grenzend aan bedrijvenpark Coenecoop betreft een kleinschalige (lokale) ontwikkeling van < 3 hectare bruto terrein.

Hier volstaat lokale goedkeuring, gevolgd door het informeren van de regio. De uitbreiding van het bedrijventerrein is in bijlage B: Verdieping van de ruimtevraag van het door Stec Groep opgestelde rapport 'Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland' opgenomen in tabel 8: geïnventariseerde vervangingsvraag regio Midden-Holland. Hierin is de 'Zuidelijke Rondweg (gelegen achter Akkeroord)' als compensatielocatie opgenomen. Conclusie De uitbreiding is in overeenstemming met de uitgangspunten van de 'Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland' van Stec Groep (juni 2023).

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de

28

Toelichting

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken. De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving.

De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 8). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.

Figuur 8: Integrale visiek aart Waddinxveen 2050.

Toelichting

29

bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder); Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid) Waddinxveen heeft de afgelopen jaren fors uitgebreid, met Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh, Coenecoop III en op Distripark. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek van meest uitgegeven meters bedrijventerrein tussen 2008 en 2017. Distripark aan de A12 is een hoogwaardig terrein voor logistieke bedrijvigheid. Distripark heeft een hoog energieverbruik, doordat de distributie- en opslagcentra een grote koudevraag hebben. Eveneens aan de A12 zit het logistiek park, wat een locatie is voor grootschalige logistiek.

Aan de Bredeweg bevindt zich kleinschalige bedrijvigheid en Coenecoop I, II en III/West is een gemengd terrein met hoge arbeidsdichtheid. Dan zijn er nog drie terreinen met minder voorspoedige ontwikkeling. Noordkade is een gedateerd terrein, waar al een start is gemaakt richting transformatie naar een gemengd woon-werkgebied. In Zuid is vrachtverkeer momenteel problematisch en in Kouwehoek is sprake van verzakking van de N454. Het plangebied ligt aan de rand van het bedrijvenpark Coeneoop langs de Zuidelijke Rondweg achter Akkeroord. Toetsing planinitiatief Een uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord) is in overeenstemming met de koers voor bedrijventerreinen, waarin het plangebied als 'bedrijvigheid van de toekomst' is aangeduid (figuur 9). Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.3 wordt hierop ingegaan. De inrichting van het terrein is zodanig dat het terrein schoon en veilig wordt. De daken van de bedrijfsgebouwen worden zoveel mogelijk voorzien van zonnepanelen. Het terrein wordt groen ingericht overeenkomstig het landschapsinrichtingsplan zoals toegelicht in paragraaf 3.2. De landschappelijke inrichting wordt verder geborgd met een beplantingsplan in artikel 4.3.2 van de regels van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14091363/4