02112021 Concept Omgevingsvisie Gemeente Waddinxveen - raad
Tekst van het document
20
Resultaten klimaatstresstest en risicodialogen Waddinxveen, aanzet klimaatadaptatiestrategie, 2020 Duurzaamheidsvisie 2015-2025 22 Ontwerp Transitievisie Warmte, 2021 21
32
Opwekking van duurzame elektriciteit We passen de energietransitie in combinatie met andere opgaven in het stedelijke landschap in. We passen zoveel mogelijk dubbel ruimtegebruik toe. Zo zoeken we bijvoorbeeld naar combinaties tussen energieopwekking en natuurontwikkeling, recreatie, akkerbouw of waterberging. De focus ligt ten eerste op het toepassen van zonne-energie op grote daken. Daarnaast staan we open voor ontwikkelingen voor zon en wind op land. We houden de ontwikkelingen binnen de RES in de gaten om te zien of er mogelijkheden ontstaan voor een uitbreiding van onze windenergie. We streven naar 50% lokaal eigendom bij energieopwekkingprojecten. Zo kunnen omwonenden ook profiteren van de ontwikkelingen. We stimuleren energieleverende nieuwbouw in onze aanbestedingsprocedures. De bestaande woningvoorraad wordt ook meegenomen in de energietransitie, door inwoners te stimuleren om hun huizen te isoleren, energie te besparen en zonnepanelen te plaatsen. Op termijn zijn alle gebouwen en bedrijven losgekoppeld van fossiele energie. Ook mobiliteit is uiteindelijk CO2-neutraal. Warmte Qua warmte is het doel om in 2050 voor alle inwoners een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening beschikbaar te hebben in de gemeente Waddinxveen. De buurtuitvoeringsplannen van de Transitievisie Warmte worden uitgevoerd zodat alle woningen op termijn aardgasvrij zijn.
We maken werk met werk door het nemen van andere maatregelen aan de warmtetransitie van een buurt te koppelen, zoals vergroening of kwaliteitsverbetering. Per buurt is er maatwerk nodig om de warmtetransitie in te vullen. Het energieloket is hierbij een aanspreekpunt voor bewoners. Er zijn verschillende mogelijkheden in Waddinxveen, die ook nog in ontwikkeling zijn en in de toekomst kunnen uitbreiden. In een groot deel van Waddinxveen is de inzet van (oppervlakkige) bodemenergie mogelijk. Ook diep ofwel ultradiepte aardwarmte is mogelijk te winnen. Deze potentie is aanwezig in het westen van Waddinxveen, waar de bodem het meest geschikt lijkt voor geothermie.23 De ondergrond wordt dan ook slim ingericht voor de optimale toepassing van deze twee bronnen van warmte uit de bodem. Lokaal bodemonderzoek is nodig op het moment dat je deze manier wilt gebruiken. We gebruiken de bodem zonder dat we deze beschadigen en verbeteren de bodem waar mogelijk. Bij groot onderhoud worden kabels en leidingen geclusterd, zodat er ruimte overblijft voor functies zoals bodemenergie, waterberging en voor de groei van bomen. Bodem Maatschappelijke opgaven leggen druk op de ondergrond. Tegelijkertijd is er de noodzaak om bodemdegradatie tegen te gaan. Dat vraagt om maatwerk. De bodem is immers een systeem dat op verschillende plekken ook verschillend kan zijn.
Daarnaast heeft de bodem verschillende kwaliteiten die afhankelijk van de specifieke casus meer of minder betrokken kunnen zijn. Tot slot zijn er meerdere opgaven, functies en projecten die een beroep doen op de ondergrond. Hierbij kan gedacht worden aan bodemenergie, archeologie, waterberging en vruchtbaarheid van de bodem. Waddinxveen zoekt een balans tussen benutting, bescherming en beheer van de ondergrond.24
23 24
Ontwerp Transitievisie Warmte, 2021 Ondergrondvisie
33
Om de ambitie te realiseren zijn de volgende opgaven/afwegingen van belang: 1. 2. 3. 4. 5.
Ken de bodem Duurzaam ondergrondgebruik Werken vanuit de driedimensionale benadering Zorgen voor ondergrond coördinatie Extra aandacht voor de prioritaire aandachtspunten
Circulaire economie Reststof is grondstof. We werken toe naar een circulaire economie in 2050. We streven ernaar dat grondstofcycli in 2025 voor 50% zijn gesloten op een zo laag mogelijk schaalniveau. Met een zo laag mogelijk schaalniveau wordt bedoeld: zoveel mogelijk gebruik maken van lokaal beschikbare rondstoffen en deze ook weer op een zo lokaal mogelijk niveau (zo dicht mogelijk bij de bron) hergebruiken.25 We zien ‘afval’ als grondstoffen, waardoor er steeds minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Hiervoor hebben we een aantal speerpunten. Een daarvan is het waar mogelijk inzetten op circulaire en modulaire bouw. Het is onze wens om in de gebouwde omgeving zoveel mogelijk gebruik te maken van restmaterialen, maar ook dat gebouwen zo ontworpen zijn dat ze weer makkelijk hergebruik kunnen worden. Het toepassen van een materialenpaspoort helpt hierbij. Een tweede speerpunt is het stimuleren van het recyclen van afval. Dit doen we door mensen hier goed over te informeren en door voldoende scheidingsmogelijkheden aan te bieden, zowel in de wijken als door het afvalbrengstation toegankelijker te maken. Ten derde wordt ook in de openbare ruimte circulair materiaalgebruik toegepast.
25
Duurzaamheidsvisie 2015-2025
34
4.4. Goed leven tussen stad en land We willen dat onze inwoners een goed leven hebben in Waddinxveen: een plek tussen stad en land in met alle voordelen van dien. Een goed leven bestaat uit de volgende elementen: gezonde leefomgeving, wonen en voorzieningen en sociaal en inclusief.
4.4.1 Een gezonde leefomgeving Inwoners van Waddinxveen zijn zich bewust van, en worden waar nodig beschermd tegen, gezondheidsen veiligheidsrisico’s in de fysieke leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn blauwalg en eikenprocessierups, maar ook mogelijke bronnen van milieuvervuiling zoals bedrijven, verkeer en landbouw. Hier vallen ook crisissituaties met betrekking tot externe veiligheid onder, zoals een brand in de omgeving of het vrijkomen van chemische stoffen. Daarnaast wordt een gezonde levensstijl zoveel mogelijk gestimuleerd. Schone lucht Op 13 januari 2020 heeft gemeente Waddinxveen het Schone Lucht Akkoord getekend samen met 45 andere gemeenten en provincies en het Rijk. Het doel van het Schone Lucht Akkoord is de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 met 50% te verminderen. Het schone luchtakkoord gaat een stap verder dan Nederlandse grenswaarden: de Europese normen zijn de ondergrens en het doel is gezondheidswinst door schonere lucht. Waddinxveen houdt zich aan de afspraken in dit akkoord en streeft naar het halen van luchtkwaliteitsnormen zoals voorgeschreven door de WHO, zoals afgesproken 35
in het Schone Lucht Akkoord. In het schone luchtakkoord staan per thema acties benoemd. Waddinxveen voert samen met de regiogemeenten acties uit vanuit thema’s die hier gelden (zoals mobiliteit en houtstook). Positieve gezondheid De openbare ruimte wordt zo ingericht dat invulling gegeven wordt aan het principe van ‘positieve gezondheid’. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. De ambitie is dat de inrichting van de openbare ruimte in Waddinxveen hieraan bijdraagt. Deze stimuleert welzijn en zelfredzaamheid. We zorgen dat de juiste zorg aanwezig is in Waddinxveen en dat dit laagdrempelig is en goed bereikbaar. Beweegvriendelijke omgeving We benutten de inrichting van de openbare ruimte om sporten laagdrempelig te maken en bewegen te stimuleren. Dit betekent dat lopen of fietsen een aantrekkelijk alternatief t.o.v. de auto vormt om lokale voorzieningen te bereiken. Vanuit het dorp zijn er veel recreatiemogelijkheden in het groen te bereiken. Gezond wonen Als onderdeel van een gezonde leefomgeving is ook een gezonde woning onmisbaar.
Een gezonde woning heeft een prettig en gezond binnenmilieu en minimaal één aangename zijde (minimaal één zijde die rustig is en waar geen geur of geluid van wegen of horeca overheerst. We streven ernaar dat op termijn elke Waddinxveense woning hieraan voldoet. Daarnaast moet voor elke woning voldoende kwalitatief groen op loopafstand te bereiken zijn.
4.4.2 Wonen en voorzieningen Gevarieerd woningaanbod en woonmilieus Er is straks variatie in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. Laag- en middeninkomens, starters en eenpersoonshuishoudens (veelal senioren) behoeven hierbij extra aandacht. De woningvoorraad heeft dan ook een evenwichtige verdeling van socialehuur, middenhuur en koopwoningen die op de lokale vraag wordt afgestemd en regionaal wordt getoetst (RAW). De gemeente streeft ernaar dat met name voor de doelgroepen van starters en van senioren passende, betaalbare en fysiek geschikte woningen worden gerealiseerd en in de bestaande woningvoorraad worden behouden. Passende voorzieningen We zorgen voor een goede match tussen het voorzieningenaanbod en de bewoners van Waddinxveen. Hiervoor kijken we naar de bevolkingssamenstelling en luisteren we naar de wensen van bewoners. Zo kan er op termijn meer zorg nodig zijn, meer educatie, of meer cultuur. Er is speciale aandacht voor het tegemoetkomen van de groeiende groep ouderen, jongeren en andere aandachtsgroepen. De juiste functie op de juiste plek De gemeente houdt bij huisvesting van kwetsbare groepen rekening met de invloed van de omgeving.
Plekken met hoge geluidsbelasting, luchtvervuiling en/of lichtbelasting (langs A12) zijn sowieso niet heel bevorderlijk voor de gezondheid, maar al helemaal minder geschikt voor extra kwetsbare doelgroepen. Overlastgevende horeca- en sportvoorzieningen worden strategisch geplaatst.
36
Stedelijke verdichting vindt plaats op plekken waar dat logisch is. Locaties op korte afstand van de stations (binnen een straal van 400 meter) zijn hier een goed voorbeeld van. Ook worden verouderde bedrijventerreinen getransformeerd. In de gebiedsuitwerking volgt een nadere beschrijving van wat wenselijke voorzieningen zijn per gebied. Parkeer paragraaf
4.4.3 Sociaal en inclusief Ontmoeting centraal In Waddinxveen wordt ruimte gecreëerd voor de ontmoeting en menging van verschillende groepen in de samenleving. We stimuleren een differentiatie van leeftijdsgroepen, culturen en andere kenmerken in de wijken en in de openbare ruimte. We streven naar een goede menging van doelgroepen in woonwijken, waarbij we oververtegenwoordiging van een bepaalde doelgroep op een plek voorkomen. In de openbare ruimte kan ontmoeting gestimuleerd worden door speeltoestellen, bankjes en sportfaciliteiten te clusteren in een autovrije ruimte met hoge verblijfskwaliteit. Toegankelijk voor eenieder De openbare ruimte is toegankelijk voor groepen die minder goed ter been zijn, zoals ouderen, kinderen, mindervaliden en mensen met een taalachterstand. Ook voorzieningen zoals het openbaar vervoer en sociale of culture instellingen dienen goed toegankelijk te zijn. Dit betekent dat stoepen en opgangen geschikt zijn voor rolstoelen en mindervaliden, er veel zitgelegenheid is en dat bordjes en teksten begrijpelijk zijn. Ook dienen mensen die slecht ter been zijn niet onnodig lange afstanden te moeten afleggen om voorzieningen te bereiken. De openbare ruimte is bovendien sociaal veilig en wordt ook als zodanig ervaren. Beleefbaar erfgoed Er zijn verschillende vormen van erfgoed te vinden in Waddinxveen.
Op het gebied van archeologie zijn er restanten van de prehistorie tot de tweede wereldoorlog te vinden en van alles daartussen. Een voorbeeld is een deel van de tankgracht van de Vordere Wasserstellung gebruikt door de Duitsers in de tweede wereldoorlog. Er zijn zones in de bodem aangewezen waar hogere verwachtingen zijn wat betreft vondsten in de bodem. Om ook boven de grond deze verhalen te vertellen kunnen informatievoorzieningen worden toegevoegd. Ook bij tastbaar erfgoed, zoals bijzondere gebouwen of landschappen is dit een wens. Zo worden het Waddinxveense erfgoed en de cultuurhistorie laagdrempelig beleefbaar gemaakt voor de inwoners.
37
4.5 Innovatieve knoop aan de Gouwe Waddinxveen is goed verbonden en ondernemend. Om zo goed mogelijk gebruik te maken van deze kwaliteiten en onze positie optimaal te benutten, is het van belang dat we blijven innoveren, ook in de toekomst. Daarom zetten we in op emissieloze bereikbaarheid en een innovatieve economie.
4.5.1 Emissieloos bereikbaar Waddinxveen werkt toe naar een emmissieloos mobiliteitssysteem door duurzaam vervoer te stimuleren en te faciliteren. Sterk openbaar vervoer Om onze drie treinstations zo goed mogelijk in te zetten vinden we het belangrijk om te werken aan een sterk aansluitend openbaar vervoersysteem: aansluitend op elkaar en op de juiste bestemmingen. We zetten daarvoor in op goede OV-bereikbaarheid binnen de kern, naar de omliggende kernen en naar andere veelgebruikte bestemmingen. Hiervoor is een sluitend busnetwerk essentieel en is het ook van belang dat de frequenties aantrekkelijk zijn en goed aansluiten op de treintijden. Hier hebben we niet direct invloed op, maar wel via lobbywerk en afspraken met vervoerders. Waar binnen de gemeentegrenzen gaten blijken te vallen in het busnetwerk, en er wel behoefte is aan extra verbindingen, gaan we op zoek naar manieren om deze op te vullen. Een belbus kan hier een oplossing zijn, evenals de OV-fiets.
38
Aangezien de meeste mensen het openbaar vervoer te voet bereiken, zijn ook prettige toelooproutes van belang. Voetgangers moeten zich veilig voelen en kunnen genieten van aantrekkelijke wandelroutes. Aantrekkelijk betekent groen en schaduwrijk, evenals met voldoende voorzieningen zoals prullenbakken, oversteekplaatsen en bankjes. Uitgebreid fietsnetwerk Omdat de afstanden binnen Waddinxveen goed te bereiken zijn met de fiets, is het van groot belang om een uitgebreid en aantrekkelijk fietsnetwerk te hebben. Fietsroutes moeten veilig en efficiënt zijn. Waar er obstakels ervaren worden in overzichtelijkheid of doorstroming, zoeken we naar oplossingen. Bovendien willen we aantrekkelijke groene routes, die mensen uitnodigen om op de fiets te stappen in plaats van de auto te pakken. Snelfietspaden richting Gouda en Alphen aan den Rijn zorgen dat de omliggende kernen aantrekkelijk zijn om met een elektrische fiets te bezoeken. Niet alleen goede fietspaden maken het aantrekkelijker om te fietsen. Ook de juiste voorzieningen zoals veilige fietsenstallingen bij het centrum, de stations en andere belangrijke bestemmingen doen dit. We willen ruime beveiligde stallingen, met voldoende plek voor zowel normale als elektrische fietsen. Zo kan men gerust zijn of haar fiets kwijt. Slim omgaan met de auto De auto zal voorlopig nog een rol spelen in ons verkeerssysteem.
Toch zien we nu al hoe de vorm van autobezit en gebruik aan het veranderen is. Er wordt steeds meer elektrisch gereden. Dit faciliteren we met een uitgebreid netwerk van laadpalen voor elektrische voertuigen. Hierbij hanteren we een proactief beleid, wat betekent dat we niet alleen reageren wanneer er een verzoek binnenkomt maar ook zelf bepalen wat tactische plekken zijn voor laadpalen. Door daarnaast te zorgen voor een goede beschikbaarheid van deelvoertuigen, kan de parkeernorm op termijn omlaag voor de gehele gemeente. Zo kan de (tweede) auto gemakkelijk vervangen worden door een deelauto. Ander vervoer Niet alleen bewonersverkeer, maar ook bouwverkeer zorgt voor uitstoot en overlast van vervuilende stoffen. Om dit terug te dringen zetten we in op zero-emissie bouwverkeer en mobiele werktuigen. Doel uit het Schone Lucht Akkoord: Het streven is om in 2030 een reductie van de negatieve gezondheidseffecten van mobiele werktuigen van 75% ten opzichte van 2016 te realiseren. Daarnaast maken we afspraken binnen Beter Bereikbaar Gouwe over schone binnenvaart over de Gouwe.
4.5.2 Innovatieve economie We hebben een sterke basis om een vitaal ondernemend dorp tussen steden te blijven. Het midden- en kleinbedrijf (hierna MKB) is de motor van de economie van Waddinxveen. De vraag is hoe Waddinxveen een deel van de kenniseconomie naar zich toe kan trekken. Dit is belangrijk omdat deze vorm van bedrijvigheid relatief veel arbeidsplaatsen per vierkante meter genereert. Een sleutelrol daarbij ligt bij het binden van kennis en talent, voor Waddinxveen met name in de techniek. We gaan in Waddinxveen voor een economisch beleid en ondernemersklimaat dat is gericht op het binden van kennis en talent, innovatie, ondernemerschap, combinaties van wonen en werken, duurzaamheid en samenwerking met ondernemers en onderwijs. Leegkomende winkelpanden buiten de kernwinkelgebieden worden zo vaak als mogelijk ingevuld met een andere werkbestemming, al dan niet in combinatie met wonen. 39
Bouwacademie als centrum voor kennis en innovatie in techniek, bouw en infra We organiseren goed techniekbreed praktijkonderwijs. Dit doen we in samenwerking met het onderwijs en bedrijfsleven, door het Centrum voor Innovatief Vakmanschap van mboRijnland, de Stichting Vrienden van het Coenecoop College, het Waddinxveense bedrijfsleven, Sterk Techniekonderwijs (programma voor versteking van vmbo-techniekonderwijs), het PMT-stagebureau van het Coenecoop College en de Campus Gouda aan elkaar te verbinden.
Logistiek: naar een hogere toegevoegde waarde en meer innovatie Veel logistieke bedrijven clusteren zich rondom de snelweg. De uitgeefbare ruimte in Waddinxveen wordt echter schaarser en de banendichtheid van de logistiek is beperkt. Regionaal is de ambitie om van Midden-Holland een ‘best practice’ te maken op gebied van logistiek en distributie. Die regionale visie is één-op- één door te vertalen naar Waddinxveen en is samen te vatten als terughoudend (verdozing tegengaan) en ‘kwaliteit boven kwantiteit’. Die ambitie zou ook leidend moeten worden in de samenwerking rond de logistieke hotspot A12-corridor.26 Energietransitie en circulaire economie als uitgangspunt Energietransitie en circulariteit zijn een onlosmakelijk onderdeel geworden van het gesprek over de lokale economie. De gemeente kan stimuleren, maar bedrijven en anderen zijn nodig om echt stappen te zetten. Er liggen duidelijke lijnen met het vergoenen en verduurzamen van bedrijventerreinen en de programma’s met Campus Gouda en de Bouwacademie rond duurzaam en circulair bouwen. Vanuit de RES zijn bedrijfsdaken aangewezen als grootste zoekgebieden voor zon in de regio. Als gemeente stimuleren en ondersteunen we nieuwe initiatieven en nemen we bezwaren weg waar deze onze ambities in de weg staan.
4.5.3 Economisch gezond Levendige, onderscheidende en kleinschalige economische locaties Op geschikte locaties als het Sleutelkwartier, de Noordkade en in de kleinschalige winkelstrips in de wijken creëren we onderscheidende en levendige woon-werkgebieden. Economische functies blijven behouden. Waar die zich goed verdragen met de woonfunctie voegen we ze toe, zoals creatieve bedrijfsverzamelgebouwen, werkplekken voor ZZP’ers, ateliers en ambachtsruimten. Met het project Sleutelkwartier wordt ingezet op de woonfunctie in het gebied tussen station en Hefbrug. Dat kan gepaard gaan met investeren in kleinschalige werklocaties: werkfuncties die makkelijk inpasbaar zijn in een woongebied, zoals kleine ambachtsruimtes, ateliers en (kantoor)werkplekken voor zelfstandigen. Verbeteren verblijfs- en ondernemersklimaat bestaande bedrijventerreinen We investeren in de toekomstbestendigheid van het ondernemers- en verblijfsklimaat op bestaande werkterreinen. Om ook op langere termijn succesvolle terreinen te behouden, moet er werk gemaakt worden van kwaliteit: vergroening, ov-bereikbaarheid, fietsvoorzieningen, verduurzaming (energiebesparing en opwekking, circulariteit) mogelijkheden voor eventuele andere functies (geen detailhandel). We investeren in meer en beter parkmanagement, circulariteit en energietransitie, uitstraling en gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte.
Daarnaast wordt een intensiever ruimtegebruik op de bedrijventerreinen nagestreefd. 26
2 www.a12-corridor.nl: “De gemeenten Waddinxveen, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas, provincie Zuid-Holland en VNO-NCW West werken samen met diverse partners en belanghebbenden samen om de A12-corridor te ontwikkelen tot een sterke logistieke hotspot.”
40
Toewerken naar een optimale winkelstructuur We willen de detailhandel concentreren in een overzichtelijk aantal gebieden. Een prominente functie is uiteraard voorzien voor het Gouweplein, dat zich verder moet ontwikkelen tot het koopcentrum van Waddinxveen met ondersteunende voorzieningen. Voor de winkelfunctie elders in de gemeente geldt een conserverend beleid, in lijn met het vastgelegde beleid in de Detailhandelsstructuurvisie 2019-2030. We trekken in deze gebieden meer koopkracht aan door het stimuleren van een aantrekkelijke mix in het aanbod.
41
5. Koers per deelgebied In het vorige hoofdstuk is de algemene koers voor Waddinxveen uiteengezet. Alles wat er beschreven is in hoofdstuk drie geldt voor de gemeente als geheel en is van toepassing op alle deelgebieden. In dit hoofdstuk beschrijven we daarom de koers per specifiek deelgebied. Hierbij benoemen we de gewenste gebiedskwaliteiten en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geven we aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. Op basis van de eerder beschreven identiteit, kwaliteiten en opgaven onderscheiden we de volgende deelgebieden: • • • • • • •
Polder Achterof (Buitengebied) Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche poldered) Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en ’t Weegje (Buitengebied) Gouweplein centrum Waddinxveen (Woonkern) Woonwijken (Woonkern) Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid) Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid)
PM overzichtskaart deelgebieden
42
5.1 Polder Achterof Huidig karakter Polder Achterof is het meest herkenbare agrarische buitengebied van Waddinxveen. De polder heeft een open landschap met weids uitzicht. De ondergrond en het gebruik van de bodem passen goed bij elkaar in dit gebied. De westzijde van de polder is een stiltegebied en Achterof is een telpost voor trekvogels. Gezien de veelheid aan activiteiten waarvoor ruimte gevonden moet worden en de schaarse ruimte in de randstad en ook in Waddinxveen, liggen er meerdere ruimteclaims op dit gebied. Het gaat om de huidige agrarische functie, mogelijke natuurontwikkeling ter versterking van het Bentwoud, de komst van de verlengde Bentwoudlaan en mogelijke uitbreiding van de recreatiemogelijkheden. Gebiedskoers / kansen • • • • • • •
Duurzame / natuurinclusieve / kringlooplandbouw Deels transformeren naar, of sterkere nevenfunctie als, recreatiegebied Informatiebord voor tankgracht WO2 (kansen voor recreatie), Wateropvang bij piekbuien Ecologische verbinding via Gouwebos naar Reeuwijk Plofplek voor explosieven Betere verbindingen voor wandelaars en fietsers
5.2 Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder Huidig karakter Polder Bloemendaal en de Voorofsche polder hebben een hoge omgevingskwaliteit met bijzondere polders met hoge cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Het zijn waardevolle gebieden voor weidevogels en ze bevatten een grote hoeveelheid archeologische sporen. In de polder lopen ook bewoningslinten door en er is bedrijvigheid in verschillende vormen aanwezig: landbouw in afnemende mate en kwekerijen. De polders worden niet overal als even goed bereikbaar ervaren. Ook moet opgepast worden met het toestaan van nieuwe ontwikkelingen: het huidige karakter dient bewaakt te worden. Gebiedskoers / kansen • • • • • • • • • •
Behoud en herstel natuur en landschap Wateren zijn particulier beheer (recreatiemogelijkheden), De polder als stedelijk uitloopgebied meer recreatieve betekenis geven Goede weidevogelstand en waardevolle flora in stand houden Waterberging, Windmolens (bijv. Langs A12), Nieuwe bomen aanplanten (noordzijde polder), Uitbreiding wandel en fietspaden Integrale aanpak bodemdaling Duurzame / natuurinclusieve / kringlooplandbouw bv in combinatie met recreatie? Kan kansen bieden ivm bodemdaling 43
• •
• • •
Sanering van verspreid gelegen kassen en sierteelt buiten de daartoe aangewezen sierteeltgebieden Duurzaam beheer water en bodem; verbeteren waterkwaliteit en –afvoer door bijvoorbeeld een collectieve aanpak van het achterstallig baggerwerk. Met vrijgekomen bagger kunnen percelen worden opgehoogd om eventuele wateroverlast te verminderen. Stichting weids Bloemendaal: Beheren van cultureel, historisch waardevol veenweidelandschap Grondwater actief te beheren om verdere veenafbraak en daardoor uitstoot van broeikasgassen en bodemdaling te minimaliseren. Pilot om de processen van veenafbraak en het beperken daarvan gedurende 5 jaar te volgen en te begrijpen.
5.3 Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en ’t Weegje Huidig karakter Deze drie groene gebieden van Waddinxveen bevinden zich niet allemaal bij elkaar in de buurt, maar delen wel de hoofdfuncties recreatie en natuur. Het Bentwoud bevat interessante cultuurhistorie, met restanten van de tankgracht van de tweede wereldoorlog. Het Gouwebos is extra aantrekkelijk voor kinderen, dankzij het Smulbos en door de twee natuurspeeltuinen die aanwezig zijn. 't Weegje is een half-besloten en waterrijk gebied met hoge ecologische waarden en horecagelegenheid het Praathuis bij de ingang. Gouwebos en ‘t Weegje worden beheerd door Groenalliantie en is ook in eigendom van Groenalliantie. Het Bentwoud is in eigendom en beheer van de Provincie Zuid-Holland. Gebiedskoers / kansen • • • • • •
• • •
• • •
Natuurontwikkeling (verdere ontwikkeling bos in Bentwoud) Ecologische verbindingen naar gebieden in aangrenzende gemeenten Groen verbinden met woonwijken Natuur- en Milieueducatie (NME) Uitbreiden en kwaliteitsverhoging recreatieve infrastructuur (paden, informatievoorziening, bankjes, etc). Recreatieve voorzieningen toevoegen? Groenalliantie: Aanleg nieuwe Goudse Westergouwe Vergroten van de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde van enkele gebiedsdelen Herontwikkeling van het entreegebied van t Weegje (verbeteren centrale toegang, landschappelijke inrichting parkeerterrein en omgeving Praathuis en het realiseren van een speelvoorziening nabij het Praathuis). Het verbeteren van enkele routes (kanoroute en wandelroute Wilhelminakades). Herinrichting spoorzone (verbinding tussen ’t Weegje en de Oostpolder). Vernieuwing Informatievoorzieningen.
44
5.4 Gouweplein centrum Waddinxveen Huidig karakter Het Gouweplein richt zich op dagelijkse boodschappen en doelgerichte aankoopplaatsen. Het Gouweplein is goed bereikbaar en heeft voldoende en moderne parkeergelegenheid. Sinds de vestiging is het centrum nog niet volledig ingevuld, maar er is een daling in de leegstand te herkennen. Gebiedskoers / kansen • • • • •
Gouweplein als duidelijk dorpscentrum met ondersteunende wijkwinkelgebieden. Een structuur formuleren, waarin ‘oud’ en ‘nieuw’ winkelaanbod zich goed tot elkaar kunnen verhouden Gouweplein verder laten uitgroeien naar een bredere, toekomstbestendige, centrale plek De verblijf- en ontmoetingsfuncties verder te versterken: van een ‘place to buy’ naar een ‘place to be’ Aanvullend op de winkels meer horeca en dienstverlening huisvesten Verdere functieverbreding (zoals cultuurcentrum De Kroon27
5.5 Woonwijken Huidig karakter Zowel de wat oudere wijken, zoals de Groenswaard, de Vondelwijk, de Oranjewijk, Noord, Oost en Zuid en de nieuwere wijken zoals de Zuidplas, zijn ruim en groen ingericht. Met veel bomen, kleine parkjes en leuke speelplekken voor de jeugd om buiten te spelen en ravotten. De wijken zijn kindvriendelijk en veilig. Op verschillende plaatsen in Waddinxveen worden nieuwe woningen gebouwd. De Triangel, de nieuwste wijk van Waddinxveen, is in ontwikkeling; veel groen, speelplekken voor kinderen en nieuwe, energiezuinige woningen. Op 't Suyt aan de westkant van Waddinxveen tussen het dorp en de Zuidplaspolder kunnen kavels gekocht worden om een eigen huis te laten bouwen. Gebiedskoers / kansen •
• • • • • •
Klimaatadaptatie, groen (hittestress), energieopwekking, voorlichting/educatie/inspiratie op gebied van duurzaamheid/klimaatadaptatie. Biodiversiteit verhogen, Verkeersveiligheid verbeteren Gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering Sociale cohesie versterken, door ontmoeting te stimuleren Voldoende betaalbare woningen voor starters en senioren, voldoende doorstroming Uitvoeren buurtuitvoeringsplannen Focus op verduurzaming gebouwde omgeving en huizenvoorraad Openbare ruimte veilig en gezond inrichten (duurzame keuzes in groen, wel/geen verlichting).
27
https://www.regiomiddenholland.nl/Strategische+agenda/Economie+Onderwijs+en+Arbeidsmarkt/handlerdownlo adfiles.ashx?idnv=2011097
45
5.6 Bedrijventerreinen Huidig karakter28 Waddinxveen heeft de afgelopen jaren fors uitgebreid, met Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh, Coenecoop III en op Distripark. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek van meest uitgegeven meters bedrijventerrein tussen 2008 en 2017. Distripark aan de A12 is een hoogwaardig terrein voor logistieke bedrijvigheid. Distripark heeft een hoog energieverbruik, doordat de distributie- en opslagcentra een grote koudevraag hebben. Eveneens aan de A12 zit het logistiek park, wat een locatie is voor grootschalige logistiek. Aan de Plasweg bevindt zich kleinschalige bedrijvigheid en Coenecoop I, II en III/West is een gemengd terrein met hoge arbeidsdichtheid. Dan zijn er nog drie terreinen met minder voorspoedige ontwikkeling. Noordkade is een gedateerd terrein, waar al een start is gemaakt richting transformatie. In Zuid is vrachtverkeer momenteel problematisch en in Kouwehoek is sprake van verzakking van de N454.
Gebiedskoers29 • • • • •
• • • •
• •
28 29
Noordkade transformatie naar gemengd woon-werkgebied Zuid op termijn transformeren Kouwehoek verbeteren van Ontsluiting De terreinen moeten schoon, heel en veilig blijven/worden De daken van bedrijventerreinen worden zoveel mogelijk ingezet voor de opwekking van zonneenergie. Nieuwe bedrijfsdaken moeten de juiste draagkracht hebben om grootschalige zonnesystemen te kunnen huisvesten. Bestaande bedrijven worden zoveel mogelijk gestimuleerd om hun daken in te zetten voor zonne-energie. Inwoners kunnen financieel participeren in lokale energieprojecten. De winsten worden lokaal geïnvesteerd in zaken waar de inwoners behoefte aan hebben. Ook de bedrijventerreinen doen mee in de warmtetransitie. Op de terreinen wordt hernieuwbare warmte gebruikt of alternatieve brandstoffen zoals waterstof en groen gas. Bedrijven zijn verplicht om energiebesparende maatregelen in te voeren die binnen 5 jaar zijn terugverdiend. De gemeente stimuleert de toepassing van deze maatregelen . De bedrijventerreinen worden groener. We hanteren een vast percentage groen dat aanwezig moet zijn per bedrijfskavel en in het gehele bedrijfsgebied. Waar mogelijk wordt een zonnedak in combinatie met een groen dak aangelegd. Waar dat niet kan wordt er voor een van de twee gekozen. Goede landschappelijke inpassing van de terreinen Verkeersmanagement om parkeerproblemen te voorkomen.
Alternatieve vervoersmiddelen, deelauto’s.
Bijlagen bij Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026 Bijlagen bij Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026
46
5.7 Glastuinbouw Huidig karakter 30 Het glastuinbouw gebied in Waddinxveen bestaat uit de Bredeweg (inclusief Glasparel) en de Van Dort Kroonweg. Glasparel+ is in ontwikkeling. De glastuinbouw is hoofdverbruiker van het aardgas in Waddinxveen. Met behulp van Warmte Kracht Koppeling (WKK) installaties wordt het aardgas omgezet in warmte voor het verwarmen van de kas, elektriciteit voor de verlichting van de kas en CO2 voor de groei van de planten.31 Het deelgebied Bredeweg bestaat uit relatief nieuw glas met middelgrote tot grote bedrijven en relatief veel bloementeelt. Ook de verkaveling is redelijk tot goed. In de Glasparel is nog zo’n 30 hectare beschikbaar voor glastuinbouwontwikkeling (bestemd maar nog niet gerealiseerd glas). In het deelgebied Van Dort Kroonweg komen relatief veel kleine bedrijven en kassen van voor 2000 voor. De verkaveling is kleinschalig en de percelen zijn ondiep. Daarnaast zijn er beperkt mogelijkheden voor collectieve voorzieningen. De bedrijven telen overwegend sierteeltproducten. Het gebied ligt dichtbij de woonkern van Waddinxveen, maar wel gescheiden door de Vredenburghlaan en de zone tussen de Vredenburghlaan en het glastuingebied. Dit deelgebied biedt weinig kansen voor modernisering, herstructurering én functieverandering op de korte termijn. Op langere termijn lijkt dit glastuinbouwgebied niet duurzaam.
Gebiedskoers/kansen 32 Bredeweg: • • • • • • • • • • •
Schaalvergroting en daarvoor herstructurering. Verbetering ontsluiting via de Bredeweg die tegen beperkingen aanloopt. Collectieve watervoorzieningen Restwarmte van WKK installaties delen met kern. Overschot in bodem opslaan in zomer en gebruiken in winter. Collectief warmtenet dat enerzijds gevoed wordt vanuit de beoogde ‘Leiding over Oost’ / Warmte Samenwerking Oostland (WSO) Led verlichting in kassen Emissieloze kas Co2 afvangen? Of rest co2 gebruiken? Zonnefolie op kassen? Zonnepanelen boven waterbassins? Kans: Samen op weg naar een emissieloze kas: streven naar nullozing in 2027 van nutrienten en gewasbeschermingsmiddelen in bodem en oppervlaktewater (Afsprakenkader Emissieloze kas)
Van Dort Kroonweg: • •
Overleg ondernemers over toekomstplannen gebied t.a.v. modernisering en herstructurering Onderzoek naar alternatieve duurzame bestemming
30
Werkboek Oostland, 2020 Transitie Visie warmte, 2021 32 Werkboek Oostland, 2020 31
47
6. Uitvoeringsparagraaf: werken met de omgevingsvisie 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken uit te voeren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere initiatiefnemers, beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. We beschrijven hier verder de diverse (kern)instrumenten die we aanvullend op de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.
6.2 Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is zoals gezegd ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk in hoofdlijnen zien hoe we in Waddinxveen initiatieven kunnen ondersteunen en er tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. De sturingsstijl van de gemeente bestaat uit de rol van de overheid (reguleren, samenwerken of ondersteunen) plus de mix van instrumenten die we kiezen. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, hoort te staan in de omgevingsvisie. Dit noemen we ook wel sturingsfilosofie. Het gaat niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook de rolneming van de raad ten opzichte van het college. Het is denkbaar overwegend een bepaalde sturingsstijl aan te nemen, maar te allen tijde moet het hele palet aan stijlen gebruikt kunnen worden. Waddinxveen kiest voor…
6.3 De omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten Instrumentenmix Met de komst van de Omgevingswet verandert de manier waarop we als gemeente omgaan met onze leefomgeving. Enerzijds is dit omdat de wet ons nieuwe instrumenten biedt die we kunnen inzetten. Anderzijds omdat we de komende tijd aan de slag moeten om alle ontwikkelingen die op ons afkomen en ambities die we hebben goed te stroomlijnen en uit te voeren. In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende instrumenten van de Omgevingswet inzetten in Waddinxveen. 48
Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. Dat betekent dat de omgevingsvisie een ‘dynamisch’ document is dat we in samenhang met de andere instrumenten en samen met betrokken blijven aanscherpen. De Omgevingswet bevat verschillende instrumenten, elk met hun eigen toepassing. 1. De omgevingsvisie 2. De programma’s 3. Het omgevingsplan 4. De omgevingsvergunning 5. Het projectbesluit.
Doorwerking in het omgevingsplan Een belangrijke bepaling in de Omgevingswet is dat een gemeente één gebiedsdekkend omgevingsplan heeft. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor het hele gemeentelijk grondgebied. Het plan vervangt straks alle bestemmingsplannen en een groot deel van de verordeningen. Het omgevingsplan wordt, net als de omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad. Het omgevingsplan is voor iedereen bindend. De gemeente hoeft niet al bij inwerkingtreding van de Omgevingswet te beschikken over een actueel omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Vooralsnog is 2029 het moment dat een gemeente volledig moet voldoen aan de wet. Tijdens die periode vormen de huidige bestemmingsplannen, andere ruimtelijke besluiten en een aantal verordeningen van rechtswege het omgevingsplan. De regels vanuit het Rijk krijgen hier ook tijdelijk een plek in, de zogenaamde ‘bruidsschat’. De omgevingsvisie biedt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Toch kan het omgevingsplan aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij de actualisering op onderdelen aan te passen, bijvoorbeeld omdat een ambitie voor de korte termijn te hoog blijkt te zijn en niet in regels te vatten is of andersom omdat de visie scherpere keuzes moet maken om regels te kunnen stellen. 49
Wij kiezen ervoor om het omgevingsplan in stappen op te bouwen richting 2029. We beginnen met de uitwerking van de PM gebieden in onze gemeente. Dat doen we in een eerste omgevingsplan dat we ‘omgevingsplan 1.0’ noemen. Op basis van de ervaring uit het omgevingsplan 1.0 werken we toe naar een gemeentedekkend plan. In het omgevingsplan werken we onze ambities concreet uit in regels die bindend zijn voor iedereen. Hierbij kan gedacht worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bijvoorbeeld regels over bepaalde activiteiten. Ook wordt in het omgevingsplan vastgelegd voor welke activiteiten in de toekomst een vergunning moet worden aangevraagd. Doorwerking in programma’s Gemeenten kunnen strategisch beleid uit de omgevingsvisie verder uitwerken of operationaliseren via programma’s. Binnen de Omgevingswet zijn er vier verschillende soorten programma’s, elk met eigen kenmerken. Het gaat hier om het vrijwillige programma, dat dient voor de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit soort programma’s kunnen gebiedsgericht en thematisch ingezet worden en gericht zijn op verschillende schaalniveaus. Hierin kunnen daadwerkelijke projecten worden opgenomen en kan worden aangegeven hoe bepaald gedrag kan worden gestimuleerd door subsidies en educatie (soms in aanvulling op en soms in plaats van verboden in regels).
In tegenstelling tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan is het programma een bevoegdheid van het college, wat overigens niet betekent dat de gemeenteraad nooit betrokken wordt. Het programma is, net zoals de omgevingsvisie, zelfbindend voor het gemeentebestuur maar niet voor andere partijen en inwoners. Het programma geluid is het enige verplichte programma voor een aantal gemeenten (artikel 3.6. van de Omgevingswet). Waddinxveen behoort tot die gemeenten. Daarnaast wordt in navolging op de uitvoeringsparagraaf onderzocht of de gemeente nog andere programma’s gaat opstellen. Om te voorkomen dat er een oerwoud aan nieuw los beleid ontstaat, zijn we echter voorzichtig met het maken van programma’s. We willen op termijn zoveel mogelijk sectoraal beleid opnemen in de omgevingsvisie, zodat er uiteindelijk één omgevingsvisie, één omgevingsplan en een beperkt aantal programma’s resteert. Het is goed om zo vroeg mogelijk te bedenken welke programma’s logisch zijn. Bijvoorbeeld programma’s passend bij drie pijlers of deelgebieden in de omgevingsvisie. Waddinxveen denkt aan de volgende programma’s… Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast.
In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet worden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect wat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.
50
6.4 Toezicht en handhaving De Omgevingswet is gebaseerd op vertrouwen. Niettemin is handhaving een onderdeel van het werken in de beleidscyclus, omdat illegale activiteiten moeten worden aangepakt. De omgevingsvisie is echter alleen bindend voor het bestuur. In het omgevingsplan zijn de regels opgenomen die wel bindend zijn voor burgers. Die regels bieden de basis voor handhaving als dat nodig is. Het is op visieniveau wel goed om na te denken over de gevolgen van de sturingsfilosofie (paragraaf 1.2.) en de inrichting van het omgevingsplan die daaruit volgt. Dit heeft namelijk gevolgen voor de inzet op handhaving. Zo betekent het werken met voorwaardelijke verplichtingen (het mag mits aan een aantal voorwaarden voldaan is), dat handhaving naar later naar het traject verschuift.
6.5 Lokale en regionale samenwerking Ontwikkelingen in Waddinxveen staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Alle aangrenzende gemeenten waren uitgenodigd om deel te nemen aan ketenpartnersessies tijdens de totstandkoming van deze omgevingsvisie. Daarnaast hebben ze allemaal een uitnodiging gekregen om te reageren op de omgevingsvisie tijdens de inzageperiode. KetenpartnersPM benoemen afstemming (in kader van zorgplicht water) met waterschappen en afstemmingsverplichting met provincies en waterschappen (sprake van in Waddinxveen?). Standaard afstemming met andere ketenpartners (o.a. veiligheidsregio, GGD, terreinbeheerders, etc.)
6.6 Uitvoering De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten. Onderstaande tabel toont de verschillende projecten en processen die de gemeente heeft lopen of op gaat starten en de relatie met de ambities uit de omgevingsvisie. We hebben de projecten gerangschikt naar thema. We hebben aangegeven wie trekker is van een project; dit hoeft niet altijd de gemeente te zijn, maar ook een waterschap, een maatschappelijke organisatie of een particulier initiatiefnemer.
6.7 Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal
51
Kostenverhaal en verevening De gemeente Waddinxveen heeft in de omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven een groot deel hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. Daarnaast kunnen vrijwillige bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden afgesproken in een anterieure overeenkomst of (posterieur) via een fonds. In grote lijnen wordt deze systematiek voortgezet onder de Omgevingswet, maar er zijn ook wijzigingen. Wetgeving rondom kostenverhaal en verevening staat in de aanvullingswet Grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling.
Het instrumentarium bestaat twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: • Regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): o bij integrale ontwikkeling o bij organische ontwikkeling • Kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): o bij integrale ontwikkeling o bij organische ontwikkeling Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat-als publiekrechtelijk toegepast kan worden. Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit de ontwerp-amvb ‘Financiële bijdragen’ (8 januari 2021). De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is dus nog niet definitief. De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang van de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een programma.
De gemeente Waddinxveen heeft ervoor gekozen de onderbouwing in een afzonderlijk, nog op te stellen, ‘programma kostenverhaal’ op te nemen. Bij de volgende categorieën kunnen financiële bijdragen worden gevraagd: a. wijziging inrichting landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden; b. aanleg of wijziging van Natura 2000-gebieden of gebieden die zijn aangewezen in een omgevingsplan met onder meer maatregelen ter vermindering van stikstofdepositie; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers-en vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur; e. compensatieregeling bouw sociale huur-en koopwoningen indien in een ontwikkellocatie onvoldoende van deze woningen worden gerealiseerd; 52
f.
stedelijke herstructurering ter verbetering van woon-en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen met maatregelen in de fysieke leefomgeving.
De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is nog niet definitief. De categorieën en voorwaarden kunnen dus nog aangepast worden. Daarom zullen we het beleid over de financiële bijdragen bij de eerstvolgende actualisatie van de omgevingsvisie nader uitwerken. Voorkeursrecht Door voorkeursrecht te vestigen (voor een toegedachte niet-agrarische functie of een moderniseringslocatie) kunnen bestuursorganen in een vroeg stadium van planvorming voorkomen dat open beleidsontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat marktpartijen al in die fase grondposities innemen die de aanpak van maatschappelijke opgaven belemmeren. De omgevingsvisie, maar ook het omgevingsplan of een programma, kan dienen als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Voor de grondslagen is gekozen voor deze drie, omdat dit de kerninstrumenten zijn die het dichtst blijven bij de huidige beleidsdocumenten en normstellende documenten uit de Wet ruimtelijke ordening die de grondslagen vormen voor vestiging van een voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten. Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht.
Als het voorkeursrecht (nog) niet in een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan staat en het bestuursorgaan stelt vóór afloop van de geldingsduur een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast, voorkomt dat het verval van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie jaar na het ingaan ervan. Met andere woorden, de gemeente kan op basis van een omgevingsvisie voorkeursrecht vestigen of vooruitlopend daarop (met een voorkeursrechtbeschikking). In het laatstgenoemde geval moet de gemeente binnen drie jaar een omgevingsvisie vaststellen om het te bestendigen. De vraag of het zinvol is gebruik te maken van de vestiging van voorkeursrecht, hangt onder meer van de volgende zaken af: • Is de grond niet al in eigendom van speculanten en/of ontwikkelaars? • Wil de gemeente een grondpositie (is actieve grondpolitiek mogelijk) of is het ook acceptabel als een andere eigenaar ontwikkelt? • Is realisatie van woningbouw binnen afzienbare tijd het geval? Het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien draagt de gemeente anders lang de rentelasten. Als de inzet van voorkeursrecht nuttig en gewenst is, zal de gemeenteraad hierover in beslotenheid vergaderen en een besluit nemen. Nadeelcompensatie De basis voor nadeelcompensatie wordt gevonden in het omgevingsplan. Wel kunnen ontwikkelingen voorzienbaar worden gemaakt in de omgevingsvisie.
De wijze van vergoeding van planschade wordt onder de Omgevingswet omgezet in een systeem voor nadeelcompensatie. Hiervoor zullen we in Waddinxveen 53
in het kader van de implementatie van de Omgevingswet een voorstel uitwerken op basis van de VNG Modelverordening nadeelcompensatie.
6.8 Monitoring, aanvulling en herziening Levend document Wij beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Het afwegingskader wordt naar verwachting een belangrijk element bij de monitoring en evaluatie. Het gebruiken maken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. De MER kan hier een bijdrage aan leveren. We zijn voornemens op de omgevingsvisie jaarlijks te controleren op uitvoerbaarheid en nieuwe ontwikkelingen en vierjaarlijks op lange termijnperspectieven. Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze omgevingsvisie 1.0 zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er op termijn geen andere thematische visies als losstaand beleid worden gemaakt. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continue aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaan we wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie.
Maar dat wordt uiteindelijk niet opgenomen in losstaande beleidsstukken. De strategische uitspraken van zo een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en eventuele juridische consequenties in het omgevingsplan. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitvoering, een specifieke gebiedsuitwerking of aan ‘zachte’ maatregelen zoals het opzetten van subsidietrajecten en samenwerkingsverbanden. In deze 1.0 versie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In 2021 en 2022 worden verschillende thematische visies uitgewerkt en vastgesteld door de gemeenteraad. We hebben er bewust voor gekozen om die trajecten in samenspraak met de omgevingsvisie op te stellen en de processen niet te vertragen door ze allemaal in een keer samen te voegen. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van strategisch ruimtelijk beleid. De volgende thema’s werken we de komende periode verder uit in verschillende trajecten. Benoem lopende trajecten
54