Verslag raadsvergadering 9 oktober 2025
Tekst van het document
NOTULEN van de openbare vergadering van de raad der gemeente Waalwijk, gehouden op 9 oktober 2025 Aanwezigen raadsvergadering van 9 oktober 2025 Voorzitter:
mevrouw S. Ausems, burgemeester
Griffier: Plv. griffier:
de heer J. Deneer mevrouw F. Opperman
Aanwezig de leden:
de heer M. Bokšan de heer F. den Braven (afwezig na agendapunt 9, 20:20) de heer G. den Braven mevrouw C. de Bruijn de heer B. Bruurmijn de heer J. van Dijk de heer R. Frodyma de heer J. van Groos (afwezig na agendapunt 13, 23:30) de heer J. van Hest mevrouw Y. IJpelaar-Alias de heer D. Dubbeldam de heer T. Klerks de heer E. Knops de heer G. Kocken mevrouw B. Koptagel-Demirbas mevrouw Y. van Laar de heer W. Lodenstijn de heer J. de Meijer de heer H. Metzke de heer N. van der Pluijm de heer J. Pulles de heer R. Spohr de heer R. Tiemstra mevrouw M. Veraa mevrouw M. Verhagen-van Lier de heer H. van Zelst
Afwezig:
de heer A. van Belkom de heer N. Kieboom
Tevens aanwezig:
de heer T. Klerx, wethouder de heer A. de Jong, wethouder mevrouw S. Schuijffel, wethouder de heer S. Slaats, wethouder de heer F. Spierings, wethouder
Aanvang: 19:30 uur Einde: 00:25 uur Notulen:
mevrouw E. van Asten (Notuleerservice Nederland)
1.
Opening
De voorzitter: Goedenavond allemaal. Ik open de vergadering op gebruikelijke wijze met een moment van stilte voor bezinning. Laten wij ons vanuit onze visie of geloofsovertuiging bij het begin van deze raadsvergadering bezinnen op onze gemeenschappelijke opdracht en verantwoordelijkheid om deze gemeente te besturen. De vergadering is geopend. Welkom aan iedereen en allerlei belangstellenden op de tribune. Fijn om u te zien. Welkom aan de kijkers thuis. We hebben vanavond een livestream en dat betekent dat alles wordt opgenomen en uitgezonden. Vanwege het reces van volgende week is er geen uitloop mogelijk. We ronden de vergadering vanavond af. Rond 21.00 uur las ik, als jullie daar behoefte aan hebben, een pauze in en rond 23.00 uur inventariseren hoever we zijn. Dat heeft dan verder geen consequentie, want we gaan door. Fijn dat u er bent. 2.
Mededelingen
De voorzitter: We hebben een afmelding van de heer Van Belkom en de heer Kieboom. Blij dat meneer Van Groos er is en u allemaal. 3.
Vaststellen agenda
De voorzitter: We gaan de agenda vaststellen. Voor de vragenronde heeft zich iemand gemeld. Ik heb bedacht of ik daar nog iets anders over ging zeggen, maar dat ga ik niet doen. Het onderwerp is Aanpak hondenpoep. Lokaal Belang komt samen met Samen Waalwijk en de VVD met een motie vreemd aan de orde over Behoud en versterking van evenementen in het Waalwijkse centrum. De VVD komt samen met GroenLinksaf en Samen Waalwijk met een motie vreemd aan de orde over Wij eisen de nacht op voor een veilig Waalwijk. Voorgesteld wordt om beide moties vreemd aan de orde aansluitend aan de bespreekstukken te behandelen. Dan heb ik een aantal verzoeken om verlenging van spreektijd. Verlenging tot drie minuten voor GroenLinksaf bij agendapunt 9, Woningmarktonderzoeken. Verzoek om verlenging van de spreektijd tot vijf minuten voor Samen Waalwijk bij datzelfde agendapunt. Verzoek om verlenging spreektijd vijf minuten voor Samen Waalwijk bij agendapunt 10, Woonzorgvisie gemeente Waalwijk. Verzoek om verlenging spreektijd tot vijf minuten Samen Waalwijk bij agendapunt 11, vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op onroerende zaken die deel uitmaken van locaties Noord Parallelweg en Noorder Allee. En een verzoek om verlenging spreektijd, drie minuten voor Lijst IJpelaar bij agendapunt 12, Vaststellen beleidsplan Inburgering.
Verzoek om verlenging spreektijd tot drie minuten voor de VVD bij agendapunt 13, beleidsnota bestaanszekerheid. Verzoek om verlenging spreektijd tot vijf minuten voor het CDA bij ditzelfde agendapunt. Een verzoek om verlenging van spreektijd tot drie minuten voor Lokaal Belang bij de motie vreemd aan de orde. Ik wil u voorstellen de agenda met deze wijzigingen vast te stellen. Wellicht wordt het inderdaad dan vandaag wat later. Ik zie verder niemand. Prima. 4.
Vragenronde
De voorzitter: Dan gaan wij naar punt 4 op de agenda, dat is de vragenronde. Ik heb het net al aangekondigd, meneer Tiemstra wil spreken over de aanpak hondenpoep. De behandelwijze kent u. De vragensteller mag zijn vragen stellen in maximaal 2 minuten. Het college beantwoordt de vragen in maximaal 3 minuten. De vragensteller kan in tweede instantie nog 1 minuut vragen stellen en dan krijgen we een kort antwoord van het college, 2 minuten. Hierop zijn twee korte interrupties door de vragensteller toegestaan. Andere raadsleden doen niet mee in dit debat. Meneer Tiemstra, mag ik u het woord geven? De heer Tiemstra: Voorzitter, Dank u wel, voorzitter, collega-raadsleden, geachte wethouder, de hondenpoepoverlast in onze gemeente is niet nieuw, maar het lijkt alsof we er maar niet in slagen om er iets aan te doen. De proef in Zanddonk, ruim drie jaar geleden gestart, om de uitwerpselen van honden overal op te ruimen, is onlangs stopgezet. Ondanks duidelijke regels, extra bakken, zakjesdispensers, een uitrenveld en een campagne is de overlast nauwelijks verminderd. Bewoners blijven zich storen aan drollen op de trottoirs, grasvelden en in de struiken. Dan hebben we het over Zanddonk. Ook in Sprang-Capelle speelt dit probleem. Gisterochtend ben ik zelf bijna uitgegleden in een hoog visceus, zwaar gekruid, lichtbruin gekleurd eindproduct van verwerkte hondenbrokken.
College, dat is niet om te lachen. Het is niet alleen een kwestie van ongemak, het gaat om veiligheid, het gaat om leefbaarheid, het gaat om vertrouwen van inwoners in het gemeentebeleid. Daarnaast is het buiten smerig. Het college geeft zelf aan dat handhaving lastig is en het probleem vooral bij de baasjes ligt. Mijn vraag is, hoe kan de gemeente blijven volhouden dat een aanpak zonder gedragsverandering effect kan hebben. Vraag aan de wethouder. Hoe verklaart u dat een proef van drie jaar geen meetbaar effect had? Wordt dit niet gezien als een signaal dat het beleid faalt? 2, welke concrete maatregelen gaat het college nemen om te voorkomen dat andere wijken hetzelfde ervaren? 3, is het college bereid om innovatieve handhavingsmethoden te overwegen, zoals meldingsapps, gerichte controles, cameratoezicht? 4, hoe gaat het college de hondeneigenaar wél tot verantwoordelijk gedrag bewegen? En 5, dat is misschien nog wel de belangrijkste, wanneer mogen inwoners eindelijk echte zichtbare verbeteringen verwachten? Want, voorzitter, het is tijd om te stoppen met halve maatregelen. Onze inwoners die verdienen een schone, veilige en leefbare openbare ruimte. Zij en wij hebben recht op resultaat. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan het college. Dat is bij monde van mevrouw wethouder Schuijffel.
Beantwoording college Wethouder Schuijffel: Voorzitter, dank u wel. Mooi onderwerp, hondenpoepoverlast. Ik vond het een mooie vraag, bewoners blijven zich storen aan hondenpoep, maar er zijn dus veel hondenbezitters die blijven zich niet storen aan de maatregelen die we nemen. We hebben een proef gedaan en die hebben we best een behoorlijke tijd uitgevoerd. Wij hoopten daadwerkelijk door regelgeving zo eenvoudig mogelijk, zo strikt mogelijk te maken, dat mensen makkelijker zouden onthouden wat de bedoeling is als men een hond heeft en de hond poept op het trottoir en wat dan het idee is daarbij, namelijk dat je het opruimt en in een prullenbak deponeert. Is dat falend beleid? Weet ik niet. We hebben iets uitgeprobeerd, dus iets wat inwoners blijkbaar ingewikkeld vonden, hebben we geprobeerd makkelijk te maken. Dat heeft geen effect gehad. Dan kun je niet anders dan zeggen van, luister, hier stoppen we mee.
Zoals we hebben aangekondigd, gaan we volgend jaar inderdaad kijken naar een ander hondenbeleid, en dat heeft te maken met hondenpoep. Inderdaad, ik vind het wel grappig dat u dat noemt, innovatieve maatregelen, op het gebied van zwerfafval proberen we al op een andere manier om te gaan met andere maatregelen te treffen om mensen op een andere manier aan te zetten tot ander gedrag. Dat is wel waar het hierover gaat. Dat zijn wel de dingen waar we over gaan nadenken hoe we dat op een andere manier, misschien een soms een wat ludiekere manier, maar in ieder geval een andere manier te gaan doen. Ik hoop echt, en dat hoop ik met de heer Tiemstra van harte, dat dat daadwerkelijk een keer een ommekeer gaat zijn in dat gedrag. Ik moet erbij zeggen, want ik heb het nu over hondenbezitters in het algemeen, ik weet dat er veel hondenbezitters zijn die het erg goed doen. Er zijn ook hondenbezitters bij die er blijkbaar een andere manier van mee omgaan hanteren. Dat is wat ik op dit moment over kan zeggen. De voorzitter: Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Daar wil ik graag op reageren. Een paar elementen uit uw betoog. U zegt van, de mensen storen zich niet aan de maatregelen, de maatregelen zijn eenvoudig, zo strak mogelijk. De vraag is, als de mensen zich er niet aan storen, hebben we dan gekozen voor de goede maatregelen? Blijkt van niet.
Ik heb dat falend beleid genoemd. Dat wil niet zeggen dat het beleid niet met de goede intentie is opgestart. Dat snap ik. Als we, en dat hoorde ik u ook zeggen, moeten concluderen dat het geen effect sorteert, dan denk ik dat we best van falend beleid mogen spreken. Wat verder? U vergelijkt het met zwerfafval. Ik zou hondenpoep geen zwerfafval willen noemen. Daar moet ik helemaal niet aan denken. Hondenbezitters doen het goed, maar het gaat erom, wat doet de hond en waar doet hij het? Wie ruimt dat dan vervolgens op? Ik denk dat we daar met zijn allen goed over na moeten denken. Ik weet niet wat we in dezen ook van andere gemeentes kunnen leren waar het wellicht wel goed gaat. Het lijkt me zeker een onderzoek waard. Ik zou niet wachten tot volgend jaar, ik zou het met iets meer voortvarendheid oppakken. Het is echt volks- en burgerergernis nummer 1. Iedereen die wel een keer met profielzolen bijna is uitgegleden, die weet waar ik het over heb. Ik zou haast zeggen, geef het iets meer prioriteit en kom binnenkort met een voorstel naar de raad. Dat zou ik u willen vragen. De voorzitter: Kort antwoord van het college. Wethouder Schuijffel: Wat ik al zei, wij komen volgend jaar met een voorstel voor een nieuw beleid. De manier van aanpakken zal op een andere manier zijn dat we tot nu toe gedaan hebben.
We luisteren zeker naar hoe andere gemeenten dit doen, in de hoop dat we daar misschien wel het gouden ei vinden. Mocht dat niet zo zijn, dan gaan we toch een aantal zaken echt uitproberen. Of dat dan werkt, dat is dan de vraag. Want dit gaat helemaal niet over hondenpoep, dit gaat over mensengedrag. Dat is best ingewikkeld om te beïnvloeden. De voorzitter: U mag nog twee keer een interruptie doen, of twee keer een vraag stellen. De heer Tiemstra: Die hoeft niet zo lang te zijn. Als wij ergens intrappen, dan trappen we niet in gedrag van mensen, maar we trappen in hondenpoep en dat moet afgelopen zijn. Wat ons betreft, volgend jaar nieuw beleid. Het jaar begint in januari, eindigt in
december. Probeer dat wat naar voren te halen, geef het een prioriteit. Dat is wat ik u, de vergadering duurt nog lang, maar wat ik u mee zou willen geven en daar wil ik het, als u het goed vindt, voorzitter, bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Hartelijk dank.
Ter vaststelling akkoordstukken 5. Vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die deel uitmaken van locatie Haven 8 Oost afronding Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die deel uitmaken van locatie Haven 8 Oost afronding aangenomen. 6. Adviesrecht gemeenteraad voor het bouwen van vier appartementen op de locatie Loonsestraat 7-9 te Sprang-Capelle Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het Adviesrecht gemeenteraad voor het bouwen van vier appartementen op de locatie Loonsestraat 7-9 te Sprang-Capelle aangenomen.
Ter vaststelling lijst van ingekomen stukken en verslagen 7.
Lijst ingekomen stukken 7a. Ingekomen stukken 7b. Lange termijnagenda (LTA) 7c. Raadsinformatiebrieven 7d. Beantwoording schriftelijke vragen (art. 47) 7e. VNG Ledenbrieven
De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij de lijst ingekomen stukken en verslagen en besluitenlijsten, bij 7, de lijst van ingekomen stukken. Zijn er opmerkingen? Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Nummer 155, daarvan wordt gesteld, betrekken bij de discussie vanavond. Wij zijn niet in staat om een reactie te geven op die ingezonden brief. Er is vanmiddag wel een algemeen antwoord gekomen, maar onze fractie zou graag de brief in handen stellen van het college en een afschrift ontvangen van de reactie van het college. Heeft betrekking op de groenstrook van de zorgwoningen. De voorzitter: Ik kijk even naar de griffier. Dat gaan wij doorgeven en zo opnemen in de lijst ingekomen stukken. Dank u wel. Aldus vastgesteld verder. 8.
Verslagen en besluitenlijsten
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de besluitenlijsten en het verslag van de gespreksavond van 28 augustus 2025, de extra raadsvergadering van 28 augustus, de raadsvergadering van 11 september en de gespreksavond van 25 september ongewijzigd vastgesteld.
Ter bespreking en vaststelling bespreekstukken 9.
Woningmarktonderzoeken en de inzet van woningmarktinstrumenten
De voorzitter: Dan zijn we aangeland bij de bespreekstukken. We beginnen met 9, de woningmarktonderzoeken en de inzet van woningmarktinstrumenten. In oktober 2023 besloot uw raad de opkoopbescherming te verlengen en zelfs uit te breiden. Daarvoor is onderzoek gedaan naar woningschaarste. Op verzoek van uw raad is breder gekeken bijvoorbeeld naar het totale woningtekort, sociale huur, scheefwonen, nieuwbouw en landelijke regels. Vanuit zo'n integraal beleid van de woningmarkt maakt de raad een keuze over in te zetten instrumenten. Dat ligt voor. Het is een bespreekpunt voor de VVD, GroenLinksaf, SGP, CDA, Lijst IJpelaar, ChristenUnie en Samen Waalwijk. De spreektijdverlenging is voor GroenLinksaf 3 minuten, Samen Waalwijk 5 minuten en de algemene spreektijd is 2,5 minuut. Ik wil de heer Van Groos als eerste het woord geven. U mag vanaf uw plaats de bijdrage doen. Gaat uw gang. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het instellen van een vereveningsfonds sociale huur klinkt op het eerste gezicht als een oplossing om sociale woningbouw te stimuleren. In werkelijkheid ligt dit anders. De essentie is namelijk dat sociale huurwoningen daadwerkelijk gebouwd moeten worden, en niet afgekocht. De woningnood in Waalwijk is groot, zeker in het segment sociale huur, maar ook bij de middenhuur en seniorenappartementen.
Uit de onderzoeken blijkt dat de behoefte aan sociale huur structureel groter is dan de capaciteit van corporaties als Casade en andere om hierin volledig te voorzien. Juist daarom mogen we ontwikkelaars niet de mogelijkheid geven zich vrij te kopen van hun verantwoordelijkheid. Als we sociale huur af laten vloeien naar een geldfonds, blijven de woningen zelf achterwege. Geld lost geen gebrek aan betaalbare woningen op. Een fonds creëert bovendien het risico van uitstelgedrag. Projecten met veel middeldure en dure woningen gaan wel door, terwijl de realisatie van sociale huur wordt opgeschoven, doorgeschoven naar een onzekere toekomst en afhankelijk van gemeentelijke sturing. Dit betekent dat kwetsbare groepen nog langer moeten wachten. Het leidt tot scheefgroei in de woningvoorraad en vergroot de druk op de wachtlijsten. Sociale huur is een structurele fysieke behoefte. Die kun je niet compenseren met de financiële afdracht. Ontwikkelaars moeten daarom verplicht worden bij elke ontwikkeling daadwerkelijk een aandeel sociale huurwoningen te realiseren. Alleen zo borgen we gemengde wijken, eerlijk verdeelde kansen en echte oplossingen voor starters, jongeren en mensen met een kleinere beurs. Voorzitter, we hebben een verantwoordelijkheid om de woningmarkt rechtvaardig en toekomstbestendig te maken. Dat vraagt om harde keuzes.
Daarom dienen we mede namens Lijst IJpelaar en Samen Waalwijk een amendement in. Amendement: Geen vereveningsfonds sociale huur De fractie(s) stelt/stellen het volgende amendement voor: Constaterende dat: • De woningnood in Waalwijk groot is, met name in het segment sociale huur;
• •
Het instellen van een vereveningsfonds sociale huur ontwikkelaars de mogelijkheid geeft om de bouw van sociale huurwoningen af te kopen; Financiële afdrachten nooit een volwaardig alternatief zijn voor de daadwerkelijke realisatie van betaalbare woningen;
Overwegende dat: • Sociale huurwoningen een structurele, fysieke behoefte zijn en niet door een geldfonds kunnen worden vervangen • Het toestaan van afkoop leidt tot vertraging en onzekerheid in de realisatie van sociale huur en daardoor de druk op de wachtlijsten vergroot; • Een eerlijke woningmarkt vraagt om daadwerkelijke bouw van sociale huurwoningen binnen projecten, zodat gemengde wijken en gelijke kansen worden geborgd; Besluit: Het dictum van het besluit op punt a als volgt te wijzigen: - In plaats van “Het instellen van en daartoe door het college nader uit te werken van een vereveningsfonds sociale huur” te lezen: “Het verplicht realiseren van een minimumaandeel van 30% sociale huurwoningen in elk nieuwbouwproject, met resultaatsafspraken per locatie.” De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. U hebt twee mede-indieners genoemd. Zijn er andere fracties die op voorhand dit amendement, Geen vereveningsfonds sociale huur, steunen? Ik zie vooralsnog geen verdere steun. We wachten het af. Dan wil ik graag de heer Gijs den Braven het woord geven. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, bij het doornemen van dit raadsvoorstel zijn een aantal zaken ons opgevallen.
Ten eerste, voorzitter, hebben we de kadernota met bijna de raad een motie aangenomen voor een beleidsvoorstel met instrumenten als actieve grondpolitiek, gedifferentieerd grondprijsbeleid, erfpacht voor sociale huurwoningen en een lokaal woningbouwstimuleringsfonds. Geen van deze instrumenten zien we terug. Een vraag die we daarbij hebben, is waarom de wethouder tijdens de gespreksavond aangaf dat die deze instrumenten te verstrekkend vindt om nu al mee te nemen, terwijl juist om deze instrumenten door de raad is gevraagd. Ten tweede stelt het college een vereveningsfonds voor. Klinkt sympathiek. Het zou sociale huur mogelijk moeten maken, nu Casade beperkt kan investeren, maar het kent grote risico's. Ontwikkelaars kunnen zo onder hun plicht uitkomen, terwijl een onbestemde pot geld groeit zonder zekerheid dat er elders socialer wordt gebouwd. Het gevolg, een dalend aandeel sociale huur in onze woningvoorraad. Hier wil ik even wat dieper op ingaan. De daling is al even geleden ingezet. In 2019 had Waalwijk 31,5 procent sociale huur. Inmiddels is dat nog maar 30,3 procent. Voorzitter, we hebben de cijfers opgevraagd voor de toekomst. In het beste scenario, rekenend van 2024 tot en met 2030, bouwen wij 30,8 procent sociale huur. Dat is een mooi aantal, zou u zeggen. De eerste bouwfase inclusief alle sociale huur op het ETZ-terrein zit daarin.
Ook het recht afgeronde jaar 2024 is hierin meegenomen, waarin ongeveer de helft van het aantal woningen sociaal was. Halen we 2024 weg, het is immers geen planvoorraad meer, komen we uit op 29,6 procent. Als Casade geen sociale huur bouwt bij het ETZterrein, dan is het aandeel sociale huur tot en met 2030 slechts 28,5 procent. Als we in 2031 dan de tweede fase van het ETZ-terrein bouwen, komen we op 25,6 procent uit.
Dus, voorzitter, dit gezegd hebbende, willen we dadelijk de portefeuillehouder graag horen zeggen of die namens het college nog altijd de garantie kan geven dat wij 30 procent gaan halen. Voorzitter, wij dienen samen met Lokaal Belang een amendement in. Hiermee verbinden we strenge voorwaarden aan het vereveningsfonds, zodat ontwikkelaars niet zomaar kunnen afkopen. Het moet geen aflaat worden. We vragen bovendien om koppeling aan concrete inbreidingslocaties, zodat verevening echt tot sociale huur zal leiden en niet tot die grote pot geld waar we niks meer kunnen. Tot slot, voorzitter, nog even terugkomend op een ander fonds, het lokale woningbouwstimuleringsfonds uit de eerdergenoemde motie. De wethouder noemde dit fonds tijdens de gespreksavond verstrekkend. Dat is ook zo. Maar wel in de positieve zin van het woord. Dit fonds kan echt het verschil maken. Casade wil bouwen voor alle woningzoekenden in het sociale woningbouwsegment, niet alleen voor de mensen die door de grootte van hun gezin iets meer huurtoeslag ontvangen. Hoge grondprijzen maken dat echter op veel locaties onmogelijk, waardoor Casade moeite heeft om te bouwen voor de mensen met de kleinste portemonnees. Voorzitter, een woningbouwstimuleringsfonds kunnen wij gebruiken om dit mogelijk te maken via een directe financiële bijdrage door de gemeente.
Een goed afgebakend vereveningsfonds kunnen we ook gebruiken om de woningbouw vooruit te helpen. Wat blijft staan? Als we bereid zijn om echt te investeren in brede welvaart, dan bouwen we niet alleen aan woningen, maar ook aan vertrouwen, gelijkheid en een leefbare toekomst voor iedereen. De voorzitter: Dank u wel, meneer Den Braven. Voor ligt een amendement Voorwaarden vereveningsfonds. Wordt mede ingediend door Lokaal Belang. Zijn er andere fracties die op voorhand dit amendement steunen? Ik zie D66, CDA, SGP. Dank u wel. Dan wil ik nu het woord geven aan de VVD. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Voor het eerst wonen er in onze gemeente meer dan 1300 25-plussers bij hun ouders, bleek enkele weken geleden. Starters die niets liever willen dan hun eigen plek, net als jonge gezinnen die niet kunnen doorstromen en ouderen die niet kleiner kunnen wonen. Dat is pijnlijk, onacceptabel en een oproep aan ons als politiek. Wij moeten alles op alles zetten om woningen te bouwen. Het woningtekort is de nummer één zorg van onze inwoners. Dat is niet alleen een gemeentelijke taak, voorzitter, dat is onze plicht. De keuzes van de lokale VVD zijn helder. Bouwen met prioriteit voor inwoners van Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik.
Alle overbodige regels schrappen die bouwen belemmeren, vergunningsprocedures versnellen, creatief ruimte benutten, splitsen, optoppen, transformeren en vooral veel bouwen. Het roer moet om. Juist daarom waren we als VVD enigszins verbaasd, voorzitter, over dit raadsvoorstel. We zitten nog grotendeels in de onderzoekstand, terwijl we dachten dat we genoeg onderzoek hebben gedaan en dat we over konden gaan tot actie. Behalve de regeling voor de tijdelijke woningen in achtertuinen die inmiddels al door het college is vastgesteld, moet nog veel worden onderzocht. Wij hadden concrete uitgewerkte maatregelen verwacht. Wij vragen ons dan af of we hiermee de urgentie uitdragen naar onze inwoners. Voorzitter, zoals u mij kent, wil ik dat beleid werkt in de praktijk. Zo ging ik een tijdje geleden met twee starters op een bezichtiging mee om in gesprek te gaan over hun zorgen. Voor dit raadsvoorstel sprak ik met mensen die werken in de woningbouwsector. Zij gaven hetzelfde aan, maak woningsplitsing aantrekkelijker, stimuleer
seniorenwoningen in de vrije sector, zowel huur als koop. Eén seniorenwoning extra levert niet één maar twee of soms zelfs drie verhuisbewegingen op. Dat zijn de oplossingen die we nodig hebben. Daarom roepen we het college op om regels te schrappen, vergunningsprocedures te versnellen, ruimte te creëren voor woningbouw, om niet te wachten tot 2027 om de niet-effectieve opkoopbescherming af te schaffen en om met een concrete planning te komen voor de voorgestelde maatregelen, want die hebben alleen effect als er een concrete uitvoeringsagenda is. Dan nog kort over de ingediende voorstellen met betrekking tot het vereveningsfonds. Voor de VVD geldt de lijn, we steunen geen extra regels die woningbouw moeilijk maken. Dat doen we met deze voorstellen wel, allebei. Ze werpen blokkades op. Als het ons menens is met de woningnood, moeten we regels afschaffen, ruimte creëren en niet nog meer regels opleggen. Wij stemmen voor het raadsvoorstel, voorzitter, maar er is nog genoeg te doen. Het zal niet aan de VVD liggen. De VVD staat klaar om zelfs, als het nodig is, met initiatiefvoorstellen te komen. Voor onze woningzoekenden zetten wij alles op alles. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bokšan. Dan wil ik nu het woord geven aan Samen Waalwijk, meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel.
Voorzitter, de woningnood in Waalwijk is nijpend, vooral in het segment sociale huur, maar in de middenhuur. Juist daarom moeten we als raad duidelijke keuzes maken. Het raadsvoorstel stelt onder andere voor om een vereveningsfonds sociaal huur op te richten. Dat roept bij ons fundamentele vragen op. Het fonds klinkt sympathiek, maar in de praktijk betekent het dat ontwikkelaars de broodnodige te bouwen sociale huurwoningen kunnen afkopen. Dat is in onze ogen in principiële misser, want financiële afdrachten zijn geen woningen. Ze zijn geen thuis voor mensen die nu al jaren op een wachtlijst staan. Daarom dienen wij mede met ChristenUnie en Lijst IJpelaar het amendement in dat het vereveningsfonds vervangt door een harde norm, minimaal 30 procent sociaal huur in elk nieuwbouwproject, met resultaatafspraken per locatie. Geen afkoop, maar echte stenen. Geen uitstel, maar duidelijkheid. Zo bouwen we aan gemengde wijken en gelijke kansen. Voorzitter, daarnaast hebben wij tijdens de gespreksavond al aangegeven dat wij in het raadsvoorstel de oplossing misten die het voor starters mogelijk maakt om in het middensegment een betaalbare koopwoning te kunnen kopen, met als gevolg dat er doorstroming plaatsvindt op onze woningmarkt.
Ik hoop dan ook dat de wethouder hier toch eens nog naar gaat kijken en, als de traditionele initiatiefnemers en ontwikkelaars en wij als gemeente hier geen positie in willen innemen, de wethouder contact opneemt met andere grote blijvers en zich hierbij laten adviseren door de Bank Nederlandse Gemeenten en of het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten. Mogelijk dat er een wereld hierdoor opengaat. Voorzitter, het raadsvoorstel bevat andere waardevolle instrumenten van woningdelen tot tijdelijke woonunits op achterterreinen, van restricties op uitbouwen tot het onderzoeken van koopgarant. Die maatregelen verdienen onze steun en verdere uitwerking. Juist bij het meest urgente probleem, bij het tekort aan sociale huur, moeten we niet kiezen voor flexibiliteit, maar voor daadkracht. De markt lost het niet vanzelf op. Dat is denk ik dan ook onze verantwoordelijkheid als raad. Laten we dus kiezen voor bouwen, niet voor afkopen. Voor mensen en niet voor middelen. Voor een woningmarkt die werkt voor iedereen. Tot zover onze bijdrage.
De voorzitter: Dank u wel, meneer Frodyma. We hadden al geïnventariseerd wie het amendement steunde. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw IJpelaar, Lijst IJpelaar. Gaat uw gang. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er is al veel over dit agendapunt gezegd. Daarom hou ik het kort. Lijst IJpelaar vindt dat je sociale huur niet moet kunnen afkopen met geld. Een fonds bouwt geen huizen, mensen kunnen niet wonen in een geldpot. Vanavond liggen er twee amendementen. Een dat het fonds wil afwijzen en een dat het fonds wil behouden, maar dan met voorwaarden. Wij begrijpen de poging om misbruik te voorkomen, maar blijven kritisch. Sociale woningbouw hoort niet te worden afgekocht, ook niet via een fonds met regels en berekeningen. Door minimaal 30 procent sociale huur als uitgangspunt te nemen, voorkom je scheve wijken en vertraging in de bouw van betaalbare woningen. Dat zorgt voor gemengde buurten waar mensen met verschillende inkomens naast elkaar kunnen wonen. Ik begrijp de wens om ruimte te bieden in de uitvoering, maar juist dat schuiven met aantallen kan leiden tot scheiding tussen wijken. Daar is Lijst IJpelaar niet van. Daarom zijn we mede-indiener van het amendement van de ChristenUnie en Samen Waalwijk. Kortom, wij kiezen voor bouwen in plaats van vertragen. Voor gemengde buurten, omdat dat zorgt voor meer balans, begrip en leefbaarheid.
Ik sluit af bij de woorden van John F. Kennedy, vrij vertaald, het gaat niet om wie gelijk krijgt, maar om wat goed is voor de mensen die een huis zoeken. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw IJpelaar. De SGP. Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. Geachte aanwezigen, de woningmarkt in Waalwijk staat onder grote druk. Anderen hebben het al gezegd. Het is dan ook goed om na te denken over de inzetbare instrumenten. Als we de verschillende opties nalopen, optie B zien wij totaal niet zitten. Het onderzoeken van de noodzaak van het vastleggen van restricties ten aanzien van aan- en uitbouw in het Omgevingsplan in geval van goedkope koopwoningen bij toekomstige nieuwbouwprojecten. Wij zeggen hier, doe dat niet. Niet meer regels en laat mensen binnen de huidige regelgeving de vrijheid om hun woning naar wens aan te passen. Voorzitter, de behoefte aan betaalbare en passende woningen groeit jaarlijks, terwijl het aanbod achterblijft. De SGP-fractie is van mening dat de gemeente hierbij een actieve en strategische rol moet spelen. Wachten tot marktpartijen bouwgrond aanbieden, leidt tot een woningaanbod dat vooral wordt gedreven door rendement, niet door de woonbehoefte van onze inwoners. Dit is ontoereikend voor een stad die regie wil voeren over haar toekomst. Voorzitter, wat zien we dan wel zitten? Waalwijk moet zelf actief grond verwerven.
Door grond in eigen bezit te hebben, kan de gemeente niet alleen de locatie en het tempo van woningbouw bepalen, maar ook invloed uitoefenen op de prijs van bouwgrond. Dit is cruciaal om woningbouw betaalbaar te houden, bereikbaar te houden voor starters, gezinnen en inwoners met een beperkt inkomen. Zonder deze strategische grip wordt Waalwijk afhankelijk van externe partijen die vooral sturen op winst, waardoor sociale en betaalbare woningbouw in het gedrang komt. Daarnaast stelt de SGP-fractie dat de actieve grondpolitiek de gemeente in staat stelt om planvorming beter af te stemmen met de provincie en andere betrokken partijen. Door vroegtijdig te investeren kan Waalwijk infrastructuur, scholen en openbare voorzieningen
integraal meeplannen. Dit voorkomt dat woningbouwprojecten versnipperd en suboptimaal worden gerealiseerd. Voorzitter, actieve grondpolitiek is geen luxe, het is een noodzakelijke stap om te waarborgen dat Waalwijk leefbaar, betaalbaar en toekomstbestendig blijft. Het is bovendien een instrument waarmee de gemeente planmatig kan sturen op woningtype, locatie en beschikbaarheid, zodat er niet alleen dure koopwoningen worden gebouwd, maar ook sociale huurwoningen en woningen voor jonge gezinnen en starters. Samengevat, de SGP-fractie pleit voor een veel proactievere rol van de gemeente in de grondmarkt. De provincie, zo heb ik uit betrouwbare bron vernomen, wil gemeenten actief ondersteunen bij actieve grondpolitiek, zowel in kennis als in financiën. Zelf grond verwerven is een belangrijk strategisch instrument om de regie te voeren over de woningmarkt, betaalbaarheid te waarborgen en de leefbaarheid van Waalwijk op de lange termijn veilig te stellen. Graag een reactie van de wethouder op dit punt. Dank u voor de toegestane spreektijdverlenging. De voorzitter: Het waren een paar seconden. Het is u gegeven. Het CDA, meneer Spohr. De heer Spohr: Voorzitter, de maatregelen voor de verbetering van woningmarkt zijn hard nodig, en snel. Vandaar dat onze fractie dit voorstel verwelkomt. Het voorstel komt voort uit een eerdere motie uit 2023.
We hadden het voorstel daarom graag eerder gehad, omdat we zo twee belangrijke jaren hebben laten liggen. Een groot deel van de voorgestelde instrumenten hebben wij overigens zelf eerder in het kadernota en begrotingsbijdrage al genoemd, zoals woning delen, wonen in de achtertuin en actieve grondverwerving, waar de heer Tiemstra het zojuist over had. Daar waar de focus op goedkope koopwoningen ligt, zouden wij alleen die focus zeker willen verbreden naar sociale huurwoningen. Een voorbeeld daarvan is het vereveningsfonds. Voor het stimuleren van sociale huurwoningen is het vereveningsfonds relevant. Vandaar dat wij graag een dergelijk subsidie voorstel steunen. Wel vinden wij het van belang dat met de regeling niet gesjoemeld kan worden, dus moet een gemeentelijke bijdrage alleen maar mogelijk zijn als de aanvragende op projectontwikkelaar of coöperatie aantoonbaar een minimumrendement niet kan halen. Laten we dan vooral dat minimumrendement goed definiëren, om creatieve geesten niet te stimuleren het vereveningsfonds onrechtmatig aan te wenden voor hun winst doeleinden. Voorzitter, de CDA-fractie heeft overwogen om de motie van de ChristenUnie te steunen om de 30 procent-verplichting voor sociale huurwoningen te bekrachtigen. We achten de kans dat sociale huurwoningen worden gebouwd echter groter bij het instellen van een vereveningsfonds.
In die zin hebben we een wat andere opstelling. Groter dan bij het betrachten van die 30 procent-verplichtingen, omdat dat makkelijker ertoe kan leiden dat projectontwikkelaars niet instappen, terwijl een vereveningsfonds juist instapmogelijkheden biedt, als dat rendement aantoonbaar laag is. Voorzitter, wij vragen ons wel af wanneer de voorgestelde instrumenten gerealiseerd zijn en worden ingezet. Onze buurgemeente Loon op Zand werkt bijvoorbeeld al met de bouwen op achterterreinen. Voor veel gemeenten is woning delen al gebruikelijk. Voorzitter, het kan niet zo zijn dat wij instrumenten gaan uitwerken alsof het over nieuwe instrumenten gaat, terwijl omringende gemeenten al zover zijn dat zij gaan bouwen. Maak er een copy-paste-actie van. Waar denkwerk al is gedaan, haalt Waalwijk de informatie op bij de buren. Wij zouden daarom graag zien dat de voorgestelde
instrumenten in 2026 of uiterlijk 2027 worden ingezet. Kan de portefeuillehouder ons dat bevestigen? Mijn dank voor de verlenging. De voorzitter: Dank u wel, meneer Spohr. U heeft inmiddels alle bijdragen gehoord die er vanavond op dit onderwerp gewenst waren. Dan is het nu aan u om met elkaar hierover te debatteren. Ik zie niemand opstaan. Meneer Van Groos, maar die mag het vanaf zijn plaats doen. Zijn er anderen? Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de sprekers van GroenLinksaf en van het CDA, want ons principiële bezwaar tegen het instellen van een vereveningsfonds zit niet in het feit dat je vanuit dat fonds middelen beschikbaar kunt stellen voor het bouwen van sociale huurwoningen, maar het bezwaar zit hem tegen het feit dat ontwikkelaars het bouwen van sociale huurwoningen kunnen afkopen. Zien zij geen mogelijkheden om het fonds op een andere manier te vullen met gemeentelijke middelen, om daarmee het bouwen van sociale huurwoningen te stimuleren, waarbij we niet het afkopen kunnen toestaan, maar wel het bouwen van sociale huurwoningen stimuleren? De voorzitter: Meneer Den Braven wil erop reageren. Meneer Den Braven. De heer Grijs den Braven: Graag, voorzitter. Zeker zien wij andere mogelijkheden om dat te doen. Het vereveningsfonds op zich vinden wij geen goed idee, als het puur een vereveningsfonds is zonder voorwaarden.
Vandaar dat wij het amendement hebben opgesteld, waarin we hebben aangeven, ik ga de punten niet opsommen, maar onder die voorwaarden kunnen wij ons voorstellen dat je dan toch die uitgang biedt, omdat wij vooral willen dat Casade echt de mogelijkheid krijgt om te bouwen. Casade heeft niet alleen moeite om überhaupt te bouwen, ze willen vooral bouwen voor de juiste mensen. Casade bouwt sociale huurwoningen, maar sociale huurwoningen heeft op zich weer een segmentering in zich. Als je Casade vraagt om alleen maar sociale huurwoningen te bouwen tot 900 euro, dan vallen veel mensen buiten de boot. Daarvoor hebben wij bij de kadernota het woningbouw Stimuleringsfonds willen initiëren. Daarom hebben wij als raad, op één partij na, dat gesteund in de breedte. Met een woningbouwstimuleringsfonds kan je namelijk, als je als gemeente zelf geld inlegt, zorgen dat ze voor iedereen kunnen bouwen. Dan gaan we waarschijnlijk zien dat Casade best wil, alleen dat ze een veel bredere taakstelling hebben dan alleen maar het bouwen voor een bepaald segment binnen die sociale huur. Dat is mijn antwoord op dit moment. De voorzitter: Meneer Van Groos.
De heer Van Groos: Voorzitter, volgens mij verschillen we niet van mening als het gaat om waar het sociale bouwfonds voor gebruikt moet worden, namelijk het bouwen voor sociale huurwoningen, maar gaat het vooral over de voeding en vindt GroenLinksaf het prima dat ontwikkelaars die veel verdienen aan bouwprojecten in Waalwijk het bouwen van de sociale huur kunnen afkopen, terwijl wij zeggen, dat is principieel een verkeerde keuze. Ze moeten bouwen voor die groep. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, ik neem even het ETZ-terrein als voorbeeld, dat ligt nog in het planvoorraad, daar willen we bij wijze van spreken 30 procent sociale huur bouwen, maar volgens mij zijn de projectontwikkelaars best bereid om daaraan mee te
werken, alleen ze hebben een bepaalde grondprijs dat op die plek duur is. Op een andere plek bij wijze van spreken zou je het vereveningsfonds willen inzetten, dan zou de projectontwikkelaar iets af kunnen kopen, als je volgens onze voorwaarden, en dat rendementpercentage laten we dan even bij het college ,bijvoorbeeld niet boven een bepaald rendement komt, als je de businesscase hebt geoptimaliseerd. Dat zijn eisen die wij neerleggen, waardoor het echt moeilijk wordt om aan een vereveningsfonds deel te nemen, maar waarin we het misschien wel mogelijk maken om het toch te doen. Uiteindelijk zal altijd de projectontwikkelaars de schouders eronder moeten zetten en moeten laten zien hoe graag die het wil. Onder de voorwaarden die wij hebben geschetst, kunnen wij ons voorstellen dat een vereveningsfonds echt zin kan hebben. Wel met een concreet plan, dus niet dat we een pot geld hebben en dat we dan verder niks gaan doen. De voorzitter: Voldoende. Wie had u nog meer gevraagd om een reactie, meneer Van Groos? CDA. Dan krijgt meneer Spohr eerst het woord. De heer Spohr: Voorzitter, ik heb er niet veel aan toe te voegen. De heer Den Braven heeft het wat ons betreft goed uiteengezet. Ik vind het wel een wat lastig contrast als u zegt, er wordt alleen maar afgekocht en in het andere geval wordt er alleen maar gebouwd.
Ik heb net in mijn bijdrage proberen aan te geven dat die 30 procent-regel voor elk bouwproject projectontwikkelaars kan afschrikken om juist mee te doen in dat bouwproject. Het zal van de omstandigheden afhangen, maar ik denk zeker wel, en daar ga ik wel met de heer Van Groos mee, van de voorwaarden van het vereveningsfonds en zoals we dat nu ruimschoots geformuleerd hebben, en dat gaat met name wat ons betreft om het rendement, denk ik niet dat dat de laatste voorwaarden zijn die voor dat vereveningsfonds gelden om inderdaad te voorkomen dat er misbruik van wordt gemaakt. Daar zijn wij uiteraard geen voorstander van. We denken wel dat we juist voor die kleine projecten, we hebben het voorbeeld gezien onlangs nog, dat we juist bij die kleine projecten dat extra zetje kunnen geven, waardoor het project wel gebouwd wordt en waardoor die sociale huurwoningen wel gebouwd worden. De voorzitter: Voldoende, meneer Van Groos? Wilt u iets zeggen? De heer Van Groos: Ik dank de heer Spohr voor zijn reactie en ik denk niet dat het veel zin heeft om hier nog verder over te discussiëren. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik een vraag heb allereerst voor de indieners van het amendement van de ChristenUnie, dus voor de ChristenUnie, Lijst IJpelaar en Samen Waalwijk.
De VVD vindt allebei de amendementen ver gaan, maar deze vinden wij extreem ver gaan. Allereerst, goed dat u er bent, meneer Van Groos. Ik was benieuwd, realiseren deze partijen zich dat als zij een amendement aannemen waarin wij verplicht worden om 30 procent te realiseren aan sociale huur, dat we daarmee een woningbouw gaan nekken? Als je dit soort blokkades gaat opwerpen voor elk woningbouwproject, dan kan ik deze raad en dan kan ik de indieners van dit voorstel één ding garanderen, er komt dan waarschijnlijk geen enkel plan meer naar de raad toe of door de raad heen en wordt er geen enkele woning gebouwd.
Ik ben het met elke partij in deze raadszaal eens, en volgens mij zijn we het allemaal eens, voorzitter, dat er meer sociale huur moet gebouwd worden, want ook daar hebben we veel te veel tekorten en daar is veel behoefte aan, maar dat is volgens mij niet de weg waarop we moeten gaan. Ik ben benieuwd voor al deze partijen, voor de ChristenUnie, Lijst IJpelaar en Samen Waalwijk of zij zich bewust zijn van wat ze met dit amendement kunnen gaan bewerkstelligen als het gaat over het nekken van de woningbouw. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat meneer Van Groos wil reageren. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. De heer Bokšan gebruikt de term het nekken van de woningbouw en had in zijn bijdrage, daar wilde ik een vraag over stellen, dus dat combineer ik dan nu meteen, de opmerking dat hij geen extra hindernissen wil voor de woningbouw. Als je het overlaat aan de markt, en dat doen we al een aantal jaren, dan wordt er niet gebouwd waar juist behoefte aan is, ook niet voor de mensen met wie de heer Bokšan op pad is geweest de laatste tijd en ook niet zijn vrienden of kennissen die niet een dure woning kunnen betalen en het moeten doen met sociale huur of middenhuur. Wie nekt nu wat? Ik kan me niet voorstellen dat er niet gebouwd gaat worden.
Bovendien, wat betekent dan voor meneer Bokšan de 30-40-30-regel, die wij niet hier in Waalwijk hebben verzonnen, maar die vanuit Den Haag is gekomen? Dat staat in plannen. Wat betekent dan die 30-40-30, als je daar vervolgens geen eisen aan kunt stellen en tegen de markt zegt, bouw maar wat je wil bouwen? De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik merk dat ik niet helemaal een antwoord krijg op mijn vraag, maar ik ga wel in op wat de heer Van Groos zegt. De inzet van de VVD is niet, de woningmarkt zoekt het allemaal maar uit en projectontwikkelaars, ga je gang. Dat is zeker niet het geval. Ik denk dat de heer Van Groos en ik misschien een ander beeld hebben over wat er de afgelopen jaren op onze woningmarkt is gebeurd. Al jarenlang wordt in Den Haag of hier niet meer het woord woningmarkt gebruikt, maar volkshuisvesting. Volgens mij zien we daar de gevolgen van. De heer Van Groos heeft het over starters in zijn betoog, over jonge mensen. Ik kan de heer Van Groos één ding garanderen. Als we kijken naar de behoefte van starters, bijvoorbeeld starters die te veel verdienen voor een sociale huurwoning en te weinig voor een koopwoning, die hebben bijvoorbeeld particuliere verhuur nodig. Dat is allemaal in de gedachte van volkshuisvesting. De afgelopen jaren hebben we volkshuisvestingsbeleid gehad. Daar zien we volgens mij nu de gevolgen van.
Volgens mij zijn de heer Van Groos en ik het allebei met elkaar eens dat we niet alles moeten overlaten aan volkshuisvesting aan de overheid en niet alles aan de woningmarkt. Ik stel nogmaals de vraag aan de heer Van Groos, realiseert hij zich dat als hij dit amendement indient en dit met een meerderheid door de raad komt, dat er 30 procent minimaal sociale huur verplicht wordt per project, dat we hier geen woningen meer gaan bouwen in Waalwijk? De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank vooral voor de heer Bokšan voor zijn reactie, maar er zit wel een veronderstelling in. Hij veronderstelt namelijk dat er niet meer gebouwd wordt in Waalwijk. Kan hij mij uitleggen op basis waarvan hij die uitspraken doet, dat er dan niet meer gebouwd wordt in Waalwijk?
De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Dat is volgens mij simpel. Als je als gemeente de verplichting oplegt, je gaat 30 procent minimaal sociale huur bouwen en als dat niet in je plan komt, dan voldoe je dus niet aan de regel, dat betekent dat het woningbouwplan sneuvelt, punt. Dat betekent dus dat er geen woningbouwplannen meer naar de raad komen. Dat betekent dat er geen schop meer de grond ingaat en dat betekent dat we stilstand krijgen. Dat is wat er gebeurt. De VVD is het ermee eens, de heer Van Groos heeft het net gehad over de 30-40-30regel. Daar moet je op handhaven, daar moet je op inzetten, daar moet je alles doen om dat te stimuleren. De heer Van Groos had net een interruptiedebatje met de heer Den Braven waarin hij zei dat hij alles wil steunen waarin we sociale huurwoningen bouwen stimuleren. Daar is de VVD helemaal voor. Daarom gaan we mee in het idee van het vereveningsfonds en willen we vooral de ruimte geven aan het college om dat op een goede manier in te richten, zodat we én niet zomaar projectontwikkelaars alle ruimte geven om geld te pakken en noem het maar op, maar niet om ervoor te zorgen dat we het zo inregelen dat het niet werkt. Dat is hoe wij erin staan. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel.
Ik stel vast dat aan bouwondernemers allerlei eisen en regels worden opgelegd, als het gaat om energetisch bouwen qua duurzaamheid, qua eisen waar de woningen aan moeten voldoen en dat er toch nog steeds wordt gebouwd, alleen niet voor de mensen waarvoor het nodig is. De voorzitter: Ik krijg het idee dat u het niet eens wordt. Als u iets nieuws tegen elkaar wil aanhouden, doe dat vooral. Anders wil ik voorstellen dat u dit debatje gaat beëindigen. Heeft u nog een nieuw perspectief? De heer Bokšan: Voorzitter, ik denk dat de heer Van Groos en ik misschien ideologisch hier wat anders in staan. Dan wordt het moeilijk om het zo concreet te maken. Ik heb geen aanvullende vraag meer voor de heer Van Groos. De voorzitter: U had nog een andere vraag, want u bleef bij de microfoon staan. De heer Bokšan: Ik ben sowieso benieuwd naar de reactie eventueel van andere partijen. Ik had nog wel een specifieke vraag voor Samen Waalwijk. Ik heb goed geluisterd naar het betoog van de heer Frodyma. Hij gaf aan dat Samen Waalwijk het voornemen steunt waarin we restricties ten aanzien van het aan- en uitbouwen in het omgevingsplan voor goedkope koopwoningen steunt. Dat vond ik op zich wel een rare, voorzitter.
Ik was benieuwd, meent Samen Waalwijk daadwerkelijk dat zij het eigendomsrecht van onze inwoners die een woning kunnen kopen, die er überhaupt tussen kunnen komen, dat we dan vervolgens ervoor gaan zorgen dat zij restricties krijgen, dat zij belemmerd worden door de gemeente om zelf te kiezen of zij aan- of uit willen bouwen? De voorzitter: Ik zie dat meneer Frodyma hierop gaat reageren. De heer Frodyma: Meneer Bokšan, in ieder geval bedankt voor de vraag. Wij Samen Waalwijk kijken daar anders tegenaan. Het is goed mogelijk om restricties op te leggen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat, en vooral dan bij goedkopere woningen, om te voorkomen van dat die naderhand weer niet kunnen worden overgenomen door andere
kopers. Dan bedoel ik ermee aan te geven van dat die woningen beschikbaar blijven voor het segment waar het in wordt gebouwd. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Dat is mijn vraag niet. Samen Waalwijk geeft aan, daarmee kunnen we goed mogelijk maken dat woningen niet worden verkocht. Dat is dan wat Samen Waalwijk zegt. Mijn vraag was, vindt Samen Waalwijk deze maatregel niet veel te ver gaan, als we kijken naar het eigendomsrecht van inwoners die, als ze een woning kunnen kopen, dat Samen Waalwijk dan steunt dat zij restricties krijgen om aan of uit te bouwen. Ik weet dat Samen Waalwijk en de VVD volgens mij bijna hetzelfde standpunt hebben over het afschaffen van de opkoopbescherming, omdat volgens mij wij allebei realiseren dat dat niet werkt. Het college heeft zelfs zelf aangegeven in het raadsvoorstel dat ze zien dat het niet effectief is. Ik vraag me af waar dit vandaan komt. Vindt Samen Waalwijk het niet te ver gaan in het eigendomsrecht van inwoners? De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, ik zal proberen het antwoord wat duidelijker te maken. Wij kijken naar de woningmarkt, naar een bepaald segment. Daar doelen wij dan min of meer op, dat dat bepaalde segment in de markt voor betaalbare huurwoningen, dus onder de liberalisatiegrens, dat die beschikbaar blijven voor dat segment, zowel voor koop als voor huur.
Huur staat daar dan een beetje los van, maar vooral voor woningen die in het segment zitten van een koop. Met andere woorden, betaalbare koopwoningen, dat die voor dat segment beschikbaar blijven voor de volgende koper. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Helder. Ik dat we een meningsverschil hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dat waren uw vragen? Prima. Meneer Den Braven. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, de heer Bokšan mag even blijven staan, als hij wil. Het ging net over die 30 procent, dat is een beetje de heilige graal, maar die hebben we er zelf van gemaakt. We zaten lang geleden op een veel hoger aantal. Die behoefte is onveranderd. We hebben een taakstelling om die 30 procent aan te houden. Ik heb net aangegeven tijdens mijn pitch, die 30 procent gaan we echt uit het oog verliezen. Nu wordt in dit raadsvoorstel het vereveningsfonds als een van de heilige gralen gegeven om dit op te lossen. Wij hebben het aangegeven, kunnen wij ons voorstellen. Die voorwaarden die wij noemen zijn voor ons belangrijk. Nu gaf de heer Bokšan net aan, voorzitter, dat die voorwaarden verstrekkend zijn.
Is de heer Bokšan het niet met mij eens dat het vragen van een projectontwikkelaar om aan te tonen dat hij het niet kan halen geen minimale eis moet zijn om deel te nemen aan zo’n fonds? Waarom zou een projectontwikkelaar anders nog sociale huur gaan realiseren? De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De VVD is het op zich eens met het idee om dat fonds in te richten. Dat punt wat de heer Den Braven nu aanreikt, begrijp ik. Dat staat in
zijn amendement. Wat GroenLinksaf ook doet, is dat ze zeggen, de toepassing van het fonds er niet toe leidt dat de totale woningvoorraad in de gemeente Waalwijk onder de 30 procent uitkomt. Dat is weer een blokkade die u opwerpt, die ik net met de heer Van Groos heb besproken. Als wij allemaal randvoorwaarden gaan stellen, regels gaan stellen, blokkades gaan opwerpen voor woningbouw, dan komen er geen woningen bij. Dat is de reden waarom wij dit amendement niet kunnen steunen. Je moet kunnen aantonen van, ik ga het niet halen, en dat moet je onderbouwd doen. Dit vinden we veel te verstrekkend, voorzitter. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, op zich begrijpen we dat de VVD dit dan te verstrekkend vindt, hoewel wij vooral vinden dat we die 30 procent absoluut niet mogen uit het oog verliezen. Er komt waarschijnlijk een wet aan vanuit het Rijk die ervoor gaat zorgen dat, als wij onder een bepaald niveau gaan schieten, het landelijk gemiddelde dat net onder de 30 procent ligt, dan moeten wij in ieder plan 30 procent sociale huur gaan realiseren. Dan krijg je verplicht de motie van de VVD onder je snufferd. Het lijkt wat ons betreft echt essentieel om boven die 30 procent te blijven. De Wet regie volkshuisvesting. De voorzitter: Meneer Bokšan kijkt moeilijk. De heer Bokšan: Ik hoor een motie VVD.
De heer Gijs den Braven: Sorry, ik bedoelde ChristenUnie. Mijn fout. De motie van ChristenUnie. Amendement, hoor ik hier. De heer Den Braven: Ik ben even kwijt wat de vraag van de heer Den Braven was. De voorzitter: Meneer Den Braven, wilt u misschien nog een keer vraag herhalen? De heer Gijs den Braven: Ik begin even opnieuw. Het amendement van de ChristenUnie waarin staat dat je bij ieder woningbouwproject 30 procent sociale huur moet garanderen, dat is het uitgangspunt van de nieuwe wet die eraan komt. De gemeentes die niet op orde hebben, die onder het landelijk gemiddelde uitkomen, die moeten straks in ieder woningbouwplan, ieder project moeten ze 30 procent sociale gaan realiseren. Als wij dit doorzetten, deze lijn, vanaf 31,5 procent, dadelijk onder die 30 procent, dan moeten wij het straks alsnog gaan doen. Vandaar dat wij dat erin hebben staan. Anders krijg je straks problemen. Dan ga je dus verevenen, terwijl je al niet aan je doelstelling kan voldoen. Vandaar dat we die voorwaarden erin hebben gesteld van, kom met een concreet plan. Laten we niet alleen maar geld gaan verzamelen, maar laten we echt dat geld gaan bestemmen op een andere locatie. Dan kunnen we het ons best voorstellen. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Nu begrijp ik hem wel.
De heer Den Braven geeft aan dat er een landelijke wet aankomt die inderdaad ons gaat verplichten voor 30 procent. Wat het nu zo is, als wij dit gaan aannemen, is dat ik al kan voorzien dat de gemeente Waalwijk bij wijze van spreken vooruit gaat lopen op een landelijke wet die er nog moet komen, die er nog niet is, en dat projectontwikkelaars, de mensen die woningen moeten bouwen, één ding weten, dat ze niet meer in gemeente Waalwijk gaan
bouwen. Als er een landelijke wet is die uniform alle gemeenten in Nederland verplicht om dit te doen, dan is dat geen argument meer, omdat ontwikkelaars dan overal dezelfde regels hebben. Dan heb je uniforme regels. Als wij daarvan gaan afwijken, als wij, dus wat de bijdrage van de VVD is, regels gaan opleggen die niet nodig zijn, als wij dingen gaan vragen van woningbouwontwikkelaars die niet nodig zijn, die bovenwettelijk zijn, dan voorziet de VVD dat we te veel doen. Althans, niet te veel doen, het verkeerde doen, om sociale huurwoningen te bouwen. De voorzitter: Meneer Den Braven, nog nieuwe perspectieven, andere vragen? De heer Gijs den Braven: Nieuwe perspectieven niet, maar dit is überhaupt op zich geen nieuw perspectief, want we weten dat de VVD er zo in staat. We hadden wel enigszins gehoopt dat de VVD iets strenger wilde zijn voor de projectontwikkelaars, maar ze kiezen er toch voor om strenger te zijn op de sociale huur. Dat is jammer. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Voorzitter, nog een laatste opmerking. De VVD is niet, wat ik net al tegen de heer Van Groos zei, geef projectontwikkelaars, de woningmarkt maar alle ruimte en zet maar geen enkele regel, dat zegt de VVD niet.
Wat we volgens mij moeten doen, en dat is wat wij als VVD meermalen in deze raad hebben besproken, ook toen met het voorstel, het onderzoek dat kwam waarbij de woningmarktinstrumenten in kaart werden gebracht en waar de sector werd gevraagd, wat zien jullie in jullie projecten waardoor lopen woningbouwprojecten vast, dat vindt de VVD belangrijk. Ze zorgen ervoor dat die belemmeringen weg worden genomen, zodat we woningen kunnen bouwen. Dus deze zwart-wit stelling ga ik niet in mee, voorzitter. De voorzitter: Voldoende, zie ik. Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. De stemming van Lokaal Belang zit tussen de VVD en de ChristenUnie, Lijst IJpelaar en Samen Waalwijk in. Daar richt ik mijn vraag aan, aan de indieners van het amendement om niet het vereveningsfonds in te stellen. Alle fracties die spreken uit, we willen bouwen, we willen meer woningen. Ik pak toch eventjes het citaat van mevrouw IJpelaar erbij, die zegt, meneer Kennedy, het gaat niet om wie gelijk krijgt. In dit geval willen we allemaal dat er gebouwd wordt en vinden we dat vervolgens de projectontwikkelaar zich moet houden aan de 30 procent. Daarmee lopen we het risico dat er niet gebouwd wordt. Ik denk dat het niet zozeer de keuze is die we moeten maken, 30 procent bij ieder project, maar dat we de keuze moeten maken, 30 procent in Waalwijk als totaal.
Daarmee geven we de gelegenheid door dit vereveningsfonds toch een kans te geven, dat als het in één project niet lukt, en meneer Spohr die refereerde daar al aan, we hebben het onlangs aan de hand gehad, kleiner project, lukte niet, dat we het dan toch een mogelijkheid geven bij een ander project. Dat kan zijn door Casade, maar dat kan ook zijn door een projectontwikkelaar die gesteund wordt met dit fonds om toch sociale huur mogelijk te maken. Daarom kiest Lokaal Belang voor het voorstel zoals we dat samen met GroenLinksaf hebben ingediend, toch het vereveningsfonds een kans geven, maar met wel wat extra restricties om, zoals u allemaal betoogt, niet een vrijbrief te geven aan ontwikkelaars om maar het snel af te kopen. We kiezen daar juist in die middenweg. Ik ben wel benieuwd
hoe de drie partijen van het andere amendement hier tegenaan kijken, want ze zetten dus die weg volledig dicht. De voorzitter: Ik zie meneer Van Zelst eerst staan, dan meneer Van Groos. De heer Van Zelst: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, Lokaal Belang en de SGP zijn het vaak niet met elkaar eens, maar in dit geval ben ik het volledig met u eens, want ik vond op zich het amendement dat ingediend is door de ChristenUnie een mooi amendement, alleen ik ben net zoals ik u hoor zeggen, het totaal moet 30 procent zijn. Als we op het ene project 25 scoren, moeten we zorgen dat we op de andere 42 scoren, zodat we gemiddeld toch op 30 uitkomen bijvoorbeeld. Ik heb gevraagd om dat aan te passen. Daar was meneer Van Groos niet mee eens. Begrijp ik op zich wel, om een goede opbouw in de wijken te krijgen. Uiteindelijk moet er gebouwd worden. Ik denk dat inderdaad belemmering op gaat leveren. Wilde ik even zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Reageren? Nee. Dan geef ik meneer Van Groos het woord. De heer Van Groos: Voorzitter, dank voor de vraag van de heer Van der Pluijm. Ik heb vanavond al meerdere keren betoogd dat het niet alleen gaat om bouwen, maar juist bouwen voor de doelgroepen waar het hardste voor nodig is. Ik heb de heer Van der Pluijm daarover niks horen zeggen.
Als meneer Van der Pluijm zegt, we moeten zorgen dat we over Waalwijk in zijn totaliteit voldoende bouwen, dan vraag ik aan de heer Van der Pluijm hoe dat we dat gaan doen. We hebben niet één aannemer voor Waalwijk. Als de ene op 25 of op 20 procent zit of misschien zelfs op helemaal 0 procent met het vereveningsfonds, hoe gaat Lokaal Belang er dan voor zorgen dat andere ontwikkelaars meer gaan bouwen om dat te compenseren, zodat we toch op die 30 procent uitkomen? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel. Een goede vraag om toelichting daarop te geven. Wat ik net betoogde is, pak bijvoorbeeld een klein project waarin het lastig is om die 30 procent te halen, zou je op een groot project dat veel makkelijker kunnen inrichten. Dat is al argument één. Het ene project is niet het andere, dus bij grotere projecten zou je veel makkelijker die 35 procent kunnen halen om een ander project te kunnen steunen. 2. Casade is onze beoogde partner om dat te bouwen. Kunnen ze dat autonoom doen, dan is dat voor hen veel makkelijker dan dat we vragen om in een bestaand project van een ontwikkelaar nog 30 procent sociale huur op te lossen. Dat zouden ze veel beter autonoom kunnen doen. Plus, en dat had ik ook in mijn betoog zitten, je kunt het fonds nog gebruiken om binnen het project het te kunnen steunen.
Dat heeft de heer Den Braven daarstraks betoogd, stel dat de grond duur is bij een project, dan is het voor een ontwikkelaar lastig om die sociale huur nog te realiseren. Op het moment dat je dan met dat fonds het steunt op dat project waar dan de grond duur is, kun je het toch nog mogelijk maken. Er zijn meerdere mogelijkheden om dat niet in dat ene sec project te doen, maar op andere plaatsen juist te compenseren of autonoom alleen sociale huur te doen. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank aan de heer Van der Pluijm voor zijn toelichting. Eén is, het is niet zo dat sociale huur alleen maar door Casade moet worden gebouwd. Dat zou ook anders kunnen. De veronderstelling is, als het 30-40-30 is en het is een
klein project, dan moet Casade die 30 procent sociale huur bouwen. Dat is helemaal niet zo. Dat is één veronderstelling. Het tweede is dat er best een fonds kan komen sociale woningbouw om bijvoorbeeld iets aan de grondprijzen te doen, dat zien wij ook en daar zijn we voor, maar niet via een vereveningsfonds dat werkt via het kunnen afkopen van het moeten bouwen van sociale huurwoningen. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel. Het eerste punt ben ik met de heer Van Groos eens. We noemen Casade niet voor niks onze aangewezen partij. 2, er zijn meerdere mogelijkheden om dat binnen een project te doen. We willen het vereveningsfonds daar zeker voor gebruiken om die kans te geven. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Mag ik dan toch nog een vraag stellen, voorzitter, aan de heer Van der Pluijm? Als marktpartijen, ontwikkelaars nu niet of nauwelijks sociale huurwoningen bouwen omdat dat voor hen niet financieel aantrekkelijk is, waarom zouden dan bij bepaalde projecten meer dan 30 procent sociale huur worden gebouwd? Zouden zij dat doen? Als het nu al niet financieel aantrekkelijk is, wat maakt het dan wel aantrekkelijk met een sociaal vereveningsfonds? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dan val ik toch terug op twee van mijn voorbeelden van de drie die ik net genoemd heb.