Verslag raadsvergadering 9 juni met vervolg op 14 juni
Tekst van het document
Wat gebeurt er nu? De omgevingsdienst voert voor ons die werkzaamheden uit. Voor bepaalde lichte categorieën moeten bedrijven vijf- of tienjaarlijks gecontroleerd worden. Als je dan de controles moet uitvoeren en je komt handjes tekort, zie je in de praktijk dat bedrijven wat later worden gecontroleerd, bijvoorbeeld pas in het elfde of twaalfde jaar. Gevolg is dat wij de controles zo veel mogelijk zelf proberen uit te voeren, maar alles wat wij controleren qua nalevingsgedrag, komen we weer tekort om onze basistaken uit te voeren. We zijn dus eigenlijk een verlengstuk van de omgevingsdienst. U noemde de prestatie-indicatoren. In het voorstel staat dat we een programma ‘Van goed naar beter’ gaan starten, waarin we het monitoringseffect opnemen. Kortom, het college heeft gezegd: bodemtaken, € 60.000, worden aan ons overgedragen zonder middelen. Daar zullen we scherp op zijn. En die € 46.000 waarmee we het budget ophogen, hebben gewoon te maken met het feit dat we meer bedrijven hebben, dat we onze controles niet optimaal kunnen uitvoeren omdat we dan voor de basistaken handen tekort komen. Als we de afspraken die we hebben gemaakt willen nakomen, dan is Waalwijk een van de zes gemeenten die dat op dit moment nog niet 100% kan garanderen. Dat is het voorstel dat nu voorligt. De omgevingsdienst is gewoon gezond, voor zover ik kan beoordelen. Daar is geen discussie over.
Mijn voorstel is om hierin mee te gaan en dit te effectueren. We krijgen nog een AB om het voorstel vast te stellen, dus u mag een zienswijze indienen. Wij hebben dat als college overwogen, maar besloten om het niet te doen, omdat wij het voorliggende voorstel heel aannemelijk vinden. De heer Spohr: Uit de beantwoording begrijp ik dat wij € 60.000 hopen te ontvangen, maar waarschijnlijk moeten we het uit eigen kosten betalen. Ik begrijp ook dat we een inhaalslag maken op basis van een budget van € 46.000, waarvan wij hopen dat het de kosten afdekt. Ik hoor de wethouder niets zeggen over een tekort aan handjes. Het betekent dus dat we die inhaalslag gewoon gaan doen. Als er meer constateringen uitkomen, betekent het dus ook dat we dat binnen ons eigen programma gaan doen en dat we niet opnieuw gaan uitlopen. Als ik de wethouder het hele programma hoor noemen, vraag ik mij af hoe wij dat moeten gaan doen en of wij met de bestaande menskracht uitkomen omdat de komende paar jaar te doen. Of zouden we opnieuw tot de conclusie komen dat we in deze gemeente niet in staat zijn om het hele bedrijventerrein te controleren op milieuvergunningen? In dat geval kunnen we ook niet de risico’s in kaart brengen, want daar gaat het uiteindelijk om. Wethouder Daandels: Wij denken dat we de risico’s redelijk in kaart hebben gebracht. Maar we lopen enig risico.
Als je elke tien jaar de bedrijven moet controleren en je schuift Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
18
het door naar het elfde jaar, dan zou dat een risico kunnen zijn. De grootste risico’s dekken wij wel af. We zetten daar mensen op in, maar we moeten reëel zijn: je kunt mensen maar één keer inzetten. Het betekent voor onze basistaken eventueel dat er wat minder ruimte is. Terugkijkend naar de afspraken binnen de omgevingsdienst: we hebben met elkaar een norm afgesproken. We hebben een frequentie afgesproken om de controles uit te voeren. Het slechte nalevingsgedrag vergt echter vervolgacties. Ik kan op basis van die € 46.000 nooit de garantie geven dat we straks geen achterstand meer kunnen krijgen. Wij kunnen alleen de huidige situatie beoordelen en wij denken met dit voorstel adequaat erop te reageren. Bij slecht nalevingsgedrag zal hier straks ongetwijfeld weer een portefeuillehouder staan met een aanvullend voorstel. De voorzitter: Wenst iemand nog te reageren in tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan sluit in de bespreking van dit agendapunt af en gaan we naar het volgende onderwerp. 17. Jaarrekening Baanbrekers
2021,
begroting
2023
en
meerjarenraming
2024-2026
De heer Van Groos: Voorzitter. Tijdens de vorige raadsvergadering hebben we als raad gediscussieerd over het feit dat de steeds veranderende bedragen van de BUIG-gelden van het Rijk zorgen voor een onjuist financieel beeld van Baanbrekers. De fractie van de ChristenUnie heeft toen bij amendement voorgesteld om voortaan een andere financieringswijze voor Baanbrekers te hanteren. Dit kreeg helaas geen enkele steun. Toch stellen wij vast dat zowel de jaarrekening 2021 als de begroting 2023 en volgende jaren te lijden hebben onder de onvoorspelbaarheid van de BUIG-gelden. In het raadsvoorstel staat dat het college vertrouwen heeft in het realisme van de ontvangen financiële stukken. Maar de realiteit is dat de uiteindelijk ontvangen BUIG-gelden de laatste jaren elke keer flink afwijken van het bedrag dat was opgenomen. Zo staat in de jaarrekening 2021 dat de BUIG 1,2 miljoen lager is uitgevallen dan was begroot. Tijdens de vorige vergadering stelde de portefeuillehouder dat een aanpassing van de financieringssystematiek niet nodig was; hij zou het wel elke keer uitleggen. Maar in het raadsvoorstel wordt met geen woord gerept over de BUIG. Er staat niet in dat Baanbrekers verwacht dat het resultaat op de BUIG de komende jaren steeds minder zal worden. Kennelijk moeten we de portefeuillehouder steeds eerst om uitleg vragen.
Onze fractie is ervan overtuigd dat we als gemeente beter af zijn met een andere financieringswijze van Baanbrekers. De andere fracties wilden niet instemmen met ons voorstel. Wij staan open voor al uw suggesties ter verbetering. We hadden gehoopt dat het CDA daar vanavond mee zou komen, maar ik weet niet of ze aan het draaien zijn of dat ze nog op een plan zitten te broeden. We staan echter nog steeds open voor verbetering van de financiering van Baanbrekers. Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter. We hebben deze discussie eerder gevoerd en u kent mijn standpunt. Ik denk dat de heer Van Groos, als hij is uitgebroed, een alternatief plan in een amendement als zienswijze zou kunnen toevoegen of het bij u als raad zou kunnen voorleggen. Ik zie dat amendement met die oplossing niet en kan er verder dus ook niet op reageren. De heer Van Groos: Ik heb volgens mij niet gevraagd om een reactie van de portefeuillehouder. Dat ten eerste. Ten tweede heb ik de vorige keer een constructief voorstel gedaan dat door de portefeuillehouder van tafel is geveegd, dus ik wacht wel even met het opnieuw indienen van amendementen. Ik nodigde de andere fracties uit om met een voorstel te komen dat wel politieke steun heeft en waar wij ons ook aan kunnen Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
19
verbinden. De voorzitter: Dank u wel. Het is de standaardprocedure om na een pitch te vragen om een reactie van het college, dus vandaar dat ik dat heb gedaan vanuit mijn rol. U nodigt de andere fracties uit, begrijp ik. Ik constateer dat die nu niet reageren. 18. Opkoopbescherming De heer Ottens: Voorzitter. Op grond van de Huisvestingswet mogen we ingrijpen in de verhuur van woningen door het verhuren van koopwoningen onder voorwaarden vergunningsplichtig te maken. Dat is een zeer ingrijpende maatregel voor eigenaren van panden. We snappen op zich die regeling wel, want juist goedkopere panden willen we voor onze inwoners bereikbaar houden, ook koopwoningen. We willen voorkomen dat huisjesmelkers prijsopdrijvend werken, zeker in Waalwijk waar we diverse situaties van zeer slechte huisvesting voor arbeidsmigranten kennen. Er zijn echter ook veel bonafide verhuurders, die een of meerdere panden bezitten, soms als ouderdomsvoorziening, en die qua huurprijs en -rechten waar voor hun geld bieden. Of deze regeling in de toekomst houdbaar is of niet, moet nog blijken. Vooralsnog gaat Samen Waalwijk uit van de regeling die nu voorligt. Echter, we bekijken de noodzaak ook vanuit de wooncrisis en die is veel breder dan enkel de beschikbaarheid van goedkope woningen. Enkele weken geleden sprak de raad met jongeren.
Een van de problemen die de jongeren aangaven, was de beschikbaarheid van betaalbare kamers en studio’s. Die zijn er niet, of nauwelijks. Wat ons betreft zou de gemeente daar de regie in kunnen nemen. Dat kan eenvoudig ook met deze huisvestingsverordening, namelijk door de vergunningsverlening te koppelen aan een betaalbare kamer- of studiobewoning. Dat kan met objectieve criteria worden vastgesteld, namelijk met een puntensysteem van de onafhankelijke landelijke huurcommissie. Daarom dienen wij een amendement in. Daarmee faciliteren we niet alleen de particuliere markt om betaalbare woningen voor onze jongeren mogelijk te maken, maar maken we Waalwijk wellicht ook aantrekkelijk als plaats voor bijvoorbeeld langdurige stages, omdat studenten gemakkelijk tijdelijke huisvesting kunnen vinden. We verwachten echter niet dat hierdoor ineens tientallen woonruimtes beschikbaar komen, maar wat ons betreft is alles beter dan de mogelijkheid met deze verordening uit te sluiten. Tot zover. AMENDEMENT Samen Waalwijk: huisvesting starters De raad van de gemeente Waalwijk in vergadering bijeen d.d.
9 juni 2022 Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: - de woningmarkt een fors te kort heeft aan woningen voor onder andere starters en inwoners met een kleine beurs; - de huisvestingswet de mogelijkheid biedt in te grijpen in de verhuur van woningen die te koop gezet worden; - met de tijdelijke regeling inzake Opkoopbescherming het mogelijk is het verhuren van koopwoningen in specifieke gebieden en onder voorwaarden vergunningsplichtig te maken; - tijdens de bijeenkomst voor jongeren op 10 mei gebleken is dat in Waalwijk een nijpend te kort is aan woonruimte voor deze doelgroep; overwegende dat: - door middel van nieuwbouw en transformatie van kantoor- en winkelpanden de tekorten kunnen worden aangepakt; - Waalwijk ook voor jongeren en starters een aantrekkelijke woongemeente wil zijn en juist voor deze categorie een koop- of huurwoning haalbaar en betaalbaar moet Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
20
zijn; - woningsplitsing onder voorwaarden juist voor de doelgroep starters uitkomst kan bieden om tegen betaalbare huurprijzen in de woningbehoefte te voorzien; - de voorliggende verordening deze mogelijkheid in feite blokkeert, c.q. in ernstige mate beperkt; - de concept verordening in algemene zin aanpassing behoeft en ook binnen de gebieden waarop de opkoopbescherming van kracht wordt; besluit: het dictum van het besluit onder 1 als volgt te wijzigen: De “Huisvestingsverordening Waalwijk 2022-2025” als volgt gewijzigd vast te stellen en op de voorgeschreven wijze bekend te maken: A. Aan artikel 2 een 5e lid toe te voegen met de volgende inhoud: 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder b geldt niet wanneer alle bewoners samen een duurzame gezamenlijke huishouding vormen; Hierbij gelden de volgende beleidsregels: a. Indien de eigenaar en/of directe gezinsleden (eerste of tweedegraads) woonachtig zijn in het pand, dan mogen daarnaast maximaal twee personen woonachtig zijn zonder dat een omzettingsvergunning nodig is; b. Een familielid (eerste of tweedegraads) die een woning koopt voor een studerend kind en daarbij aan twee personen een kamer verhuurt, is niet vergunningsplichtig; 2.
Een vergunning als bedoeld in artikel 2 onder b kan worden verleend ingeval er sprake is van splitsing van een woning in woonruimtes bedoeld voor permanente verhuur waarbij – naast de ruimtes voor eigen gebruik – eveneens gebruik gemaakt wordt van gemeenschappelijke ruimtes en waarbij de huurprijs per ruimte maximaal € 400,00 bedraagt, berekend volgens de huurcheck van de landelijke onafhankelijke Huurcommissie. 3. Een vergunning als bedoeld in artikel 2 onder b kan eveneens worden verleend voor de splitsing van een woning in zelfstandige studio’s bedoeld voor permanente verhuur waarbij de huurprijs maximaal € 500,00 bedraagt, berekend volgens de huurcheck van de onafhankelijke landelijke Huurcommissie. B. Aan artikel 9 na g de volgende tekst toe te voegen: h. De woonruimte wordt gesplitst in drie zelfstandige woonruimtes met een gemeenschappelijke ruimte, waarbij de huurprijs per ruimte maximaal € 400,00 bedraagt, berekend volgens de huurcheck van de landelijke onafhankelijke Huurcommissie. i. De woonruimte wordt gespitst in zelfstandige studio’s, waarbij de huurprijs maximaal € 500,00 bedraagt, berekend volgens de huurcheck van de onafhankelijke landelijke Huurcommissie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ottens. U heeft het amendement gezien. Het wordt ondersteund door de SGP en de ChristenUnie. Mevrouw Klerks heeft een vraag.
Mevrouw Klerks: Ik heb een vraag over het amendement. Ik snap dat u iets wilt doen voor jongeren die een kamer willen huren. Als ik uw amendement echter goed leest, lijkt het ook alsof u kamergewijze verhuur voor bijvoorbeeld ook arbeidsmigranten mogelijk maakt en daarmee uitsluit dat er een vergunning nodig is. Ik weet niet of ik dat goed interpreteer, ik ben geen jurist, maar daar maakte ik me wel een beetje zorgen over. Is dat iets dat u heeft meegenomen in uw overwegingen? De heer Ottens: Wij beogen met het amendement niet om betaalbare woningen buiten de vergunningsplicht te houden, maar een vergunning kan worden verleend als er sprake van een uitzondering. De uitzonderingen worden ook genoemd. Ook in uw amendement geeft u een terechte uitzondering aan naar ons idee. Onze insteek is het niet uit te sluiten Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
21
met deze huisvestingsverordening en daarom de mogelijkheid tot vergunningsverlening eraan te koppelen. Mevrouw Klerks: Nog een verduidelijkende vraag. Onder lid A staat dat dit moet worden toegevoegd en dan lees ik onder 1B ‘Uiteindelijk is het niet vergunningsplichtig’. Vandaar mijn verwarring: dan hoef ik dus geen vergunning meer aan te vragen als ik een van mijn kinderen in die woning heb zitten. Dan mag ik daarnaast ook nog twee kamers verhuren aan willekeurige personen? Daar hoef ik dan geen vergunning voor te krijgen, dus dan kan ik ook die kamer verhuren aan arbeidsmigranten? De heer Ottens: Ja, maar dat artikel is afkomstig uit de oorspronkelijke huisvestingsverordening, zoals die nu voorligt. Onze wijziging zit hem met name onder punt 2. De voorzitter: Dank u wel. Het is nu tijd voor de maidenspeech van de heer Bokšan. Hij mag vandaag voor het eerst zijn opwachting maken in de raad. Dat is een moment om even te markeren. Fijn dat u er bent. Veel succes. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De woningmarkt is nogal in beweging. Ik heb me laten vertellen dat je in 2005 van de bank zonder al te veel moeite een hypotheek kreeg, met de vraag of je toch niet een beetje meer wilde lenen. In 2009 kwam er een eerste crisis en kwamen huizen onder water te staan.
Inmiddels zitten we weer met een ander probleem: er zijn niet genoeg huizen en straks kunnen we met de hoge huisprijzen nauwelijks aan goed betaalbare woningen komen. Als het als starter lastig is om aan een woning te komen, is het belangrijk dat we naast het verhogen van het bouwtempo aan knoppen gaan draaien die een bijdrage gaan leveren aan het oplossen van het tekort. Vanavond bespreken we of de opkoopbescherming een van de knoppen gaat zijn of niet. Daarom begrijpen we de intentie en het doel van deze maatregel. Het heeft namelijk als doel straks meer kansen te bieden op de woningmarkt en het zou woningbezit moeten bevorderen. Bovendien zijn we niet op de wereld om huisjesmelkers en snelle Zuidasjongens hun gang te laten gaan met het opkopen van blokken woningen. Alhoewel we de positieve kanten van het verhaal inzien, mogen we onze ogen niet sluiten voor de negatieve bijeffecten die de opkoopbescherming en deze verordening met zich mee kunnen brengen. Zo verdienen veel starters op de woningmarkt teveel voor een sociale huurwoning en te weinig voor een koopwoning. En waar kom je dan terecht? Inderdaad, bij een particuliere huurwoning. Een groot aandeel van starters is hier afhankelijk van en met het invoeren van een opkoopbescherming houden we starters die willen huren tegen. Voor hen zijn we er toch ook? Ook zien we gaten in de verordening en de onderbouwing ervan.
In andere gemeenten die de opkoopbescherming toepassen, zien we een aandeel particuliere verhuur van 30% tot soms wel 40%. Hoe verhouden deze percentages zich tot de 10% of 11%, en in het centrum 27%, tot onze gemeente en de onderbouwing van dat percentage? Daar komt nog bij dat in die 27% een gedeelte zit dat we als gemeente stimuleren. Dat aandeel hoort dus niet meegenomen te worden in de onderbouwing van die 27%. Wat blijft er dan nog van over? Wanneer een ondernemer een voormalig winkelpand ombouwt naar een aantal woningen en de winkelbestemming daarmee verandert in een woonbestemming, de ondernemer het vervolgens aan een andere ondernemer verkoopt om de woningen aan starters te verhuren, is dat niet mogelijk met een opkoopbescherming, terwijl dit voor een deel stimulerend buiten het kerngebied en het centrum is. Schieten we onszelf daarmee niet in de voet? Daarnaast is de verordening op zeer korte termijn nog gewijzigd en was het onduidelijk of de opkoopbescherming zou gaan gelden voor alleen bestaande woningen, nieuwbouwwoningen of allebei. Inmiddels blijkt dat het gaat om bestaande woningen, maar dat is niet specifiek opgenomen in de verordening. Wat vindt de portefeuillehouder Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
22
van de wijziging van vorige week en de beantwoording van de vragen, waaruit blijkt dat wat amendering nodig is? Lang verhaal kort, we zitten met een dilemma. Het is belangrijk dat starters meer kans krijgen op de woningmarkt. Het doel en de intentie is daarmee duidelijk, maar dat is niet het enige dat we ermee bereiken. Opkoopbescherming heeft nadelige gevolgen voor starters die willen huren. We belemmeren goedwillende ondernemers die een bijdrage leveren aan het bieden van kansen voor starters op de woningmarkt en de onderbouwing van de verordening is niet duidelijk. Daarom dienen we vanavond een amendement in om een extra uitzondering toe te voegen aan de verordening. De betaalbaarheid van onze woningen zit hem niet in meer belemmeringen, maar in meer woningen.
AMENDEMENT VVD: verkoop van voormalige winkelpanden ten behoeve van verhuur Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • de gemeente Waalwijk stimuleert dat panden buiten het kern-winkelgebied opgekocht worden door investeerders om hier woningen van te maken; • het met de invoering van de opkoopbescherming wel geregeld is dat de eerste eigenaar van deze panden de woningen kan verhuren; • het met de invoering van de opkoopbescherming niet meer mogelijk is voor een tweede of volgende eigenaar van deze panden om woningen te verhuren; overwegende dat: • het stimuleren van een ontwikkeling niet moet conflicteren met regelgeving; • de opkoopbescherming wel conflicteert met voornoemde gewenste ontwikkeling; • het onverkoopbaar maken van panden ervoor kan zorgen dat deze ook in eerste instantie niet meer gekocht worden; • dit een onwenselijke situatie oplevert; besluit: het dictum van het besluit onder 1 als volgt te wijzigen: De “Huisvestingsverordening Waalwijk 2022-2025” als volgt gewijzigd vast te stellen en op de voorgeschreven wijze bekend te maken: Aan artikel 9 wordt het volgende punt toegevoegd: h. De woonruimte na 2018 bestemming winkelruimte had en thans bestemming wonen. De voorzitter: Dank u wel voor uw eerste bijdrage in deze raadszaal.
Het amendement wordt ondersteund door Samen Waalwijk, VVD, LokaalBelang, Sociaal Lokaal, CDA, D66 en SGP. Dank u. Het was heel helder en u heeft brede steun, goed gedaan. Het woord is aan LokaalBelang. De heer Van der Pluijm: Voorzitter. De opkoopbescherming richt zich met name op de verkoop van bestaande woningen ten behoeve van gesplitste verhuring en het extra prijsopdrijvende effect dat dit heeft, waardoor aspirant-kopers, die een woning willen verwerven om er zelf in te wonen, dit vaak niet meer kunnen opbrengen. Vaak betreft dit starters op de koopwoningmarkt die nu worden verdrongen. Dat is een groep die we voor een goed functionerende en aantrekkelijke woningmarkt graag in Waalwijk willen behouden. LokaalBelang wil dat Waalwijk een aantrekkelijke gemeente is om in te wonen en staat daarom positief tegenover dit raadsvoorstel. De maatregel raakt het eigendomsrecht en dat is in Nederland een groot goed. Dit wordt Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
23
met name gebruikt ter bescherming van het eigendom van de bewoner, maar dat is hierbij nu juist het punt; de koper van de woning gaat niet zelf in de woning wonen, maar deelt deze woning op en gaat deze verhuren. Dat probleem wordt door het college gedefinieerd in bijvoorbeeld de wijken Centrum en Besooijen. Dan lijkt het aantal van 17 tot 63 woningen, die per wijk per jaar worden opgekocht, op het totaal aantal woningen in die wijk best weinig, maar ten opzichte van het aantal huizen dat überhaupt te koop komt, is het heel veel. Zeker als je als jong stel op zoek bent naar die ene woning. Vanuit andere wijken, zoals Zanddonk, bereiken ons ook berichten dat woningen worden opgekocht en verhuurd, waar de wijk vervolgens last van heeft vanwege verloedering. Daarom vindt LokaalBelang dat deze maatregel stadsbreed, dus ook in de kernen SprangCapelle en Waspik, ingevoerd moet worden. Het is naar onze mening onwenselijk dat door een zogenaamd waterbedeffect inwoners van andere wijken de dupe worden. Zoals we onlangs in het Brabants Dagblad konden lezen zal een vastgoedondernemer zijn verhuuractiviteiten gaande houden door in andere delen van de stad verder te gaan met het opkopen van woningen om deze te verhuren. Dat hier juridische kanttekeningen bij zijn, is Lokaal bekend.
Echter blijkt uit dezelfde opkoopbescherming en uit ontwikkelingen in andere steden, Eindhoven en Utrecht bijvoorbeeld, dat er wel degelijk mogelijkheden zijn. Ook in Tilburg en Den Bosch wil de gemeenteraad de opkoopbescherming stadsbreed invoeren. Indien zij hierin zouden slagen, zou er overigens nog wel eens sprake kunnen zijn van een regionaal waterbedeffect. LokaalBelang zal instemmen met dit raadsvoorstel. Ook staan we positief tegenover het amendement van de VVD. Met het amendement van Samen Waalwijk kunnen we niet instemmen, omdat we het te specifiek vinden. Dit hebben we zojuist al aangegeven. Ter afronding. LokaalBelang vraagt de raad in te stemmen met onze motie om het college opdracht te geven alle mogelijkheden te onderzoeken om alle Waalwijkers te beschermen en hiermee voor een optimaal woonklimaat te zorgen. MOTIE LokaalBelang: onderzoek uitbreiding werkingsgebied De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • de Huisvestingswet sinds 1 januari 2022 de mogelijkheid biedt om in te grijpen in de verhuur van woningen die te koop gezet worden. Dit is vastgelegd in de “Tijdelijke Regeling inzake Opkoopbescherming”.
Met deze regeling is het mogelijk voor de gemeente om het verhuren van koopwoningen in specifieke gebieden en onder bepaalde voorwaarden vergunningplichtig te maken; • het college hiermee beoogt meer kansen te realiseren voor starters op de woningmarkt door het terugdringen van opkopen van woningen door beleggers in wijken waar het aandeel particuliere verhuur hoog is en de afgelopen jaren ook is toegenomen; • het college voorstelt deze opkoopbescherming in te zetten bij woningen met een WOZ-waarde van maximaal € 344.500,- binnen een afgebakend gebied. En dus niet voor de gehele gemeente; • kamerverhuur nog altijd mogelijk blijft, maar enkel in panden die reeds verhuurd werden of in panden met een WOZ-waarde boven de grens zoals die opgenomen is in de Huisvestingsverordening; overwegende dat: • de woningmarkt in Waalwijk onder druk staat, waardoor het voor inwoners steeds lastiger is een passende woning te vinden; Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
24
• • • • • • • •
de opkoopbescherming het woningaanbod voor starters en lage middeninkomens kan behouden door woningen tegen opkoop door beleggers te beschermen; in de gehele gemeente Waalwijk schaarste is aan koopwoningen in het goedkope en middensegment; een waterbedeffect op de gebieden grenzend aan het gebied van opkoopbescherming voorkomen moet worden; er in het voorstel verschillende gebieden buiten de opkoopbescherming vallen (zoals Zanddonk, Baardwijk maar ook de kernen Sprang-Capelle en Waspik); Waalwijk een ongedeelde stad met gemengde wijken wil zijn, waardoor er in alle wijken ruimte moet blijven voor starters en mensen met lagere middeninkomens; het bekend is dat de rijksoverheid (gebiedsgerichte) juridische eisen stelt aan het invoeren van de opkoopbescherming; er verschillende voorbeelden zijn van steden (Utrecht, Eindhoven) die wel een stadsbrede opkoopbescherming hebben ingevoerd en tevens buurgemeenten als ’sHertogenbosch en Tilburg deze ook -stadsbreed- willen invoeren; als omliggende gemeenten dit stadsbreed invoeren er zelfs een regionaal waterbedeffect verwacht kan worden;
draagt het college op: 1. te onderzoeken of er juridisch houdbare mogelijkheden zijn om het voorgestelde werkingsgebied van de opkoopbescherming uit te breiden naar de volledige bebouwde kom van de gemeente Waalwijk; 2. de raad vóór 1 januari 2023 te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Ook dit was een maidenspeech, dus graag even aandacht hiervoor. De motie wordt ondersteund door D66, Sociaal Lokaal, CDA, LokaalBelang en VVD. De heer Ottens heeft een vraag. De heer Ottens: Ook dank voor uw uitgebreide verklaring over waarom u het amendement van Samen Waalwijk niet kunt ondersteunen. Ik heb een vraag over uw motie. Ik ga er vanuit dat de juridische mogelijkheden, en ook de proportionaliteit van de huidige regeling die voorligt, nadrukkelijk zijn onderzocht. Terecht verwijst u naar steden als Tilburg, Den Bosch en Eindhoven, maar dat zijn typische studentensteden waar het percentage woningen voor woningsplitsing veel groter is. Ik vraag mij af wat u verwacht van nog weer een juridisch onderzoek naar de mogelijkheden om de opkoopbescherming uit te breiden naar de hele stad. Schiet je daarmee niet het doel voorbij, gezien het wel een ingrijpende maatregel is die ook proportioneel moet worden genomen? De heer Van der Pluijm: Goede vraag, mijnheer Ottens.
Op stadsbrede invoer heeft u behoorlijk wat invloed, maar we zijn erg bang dat er een waterbedeffect volgt, als we alleen in het centrum of Besooijen of Landgoed Driessen deze maatregel zouden invoeren. We denken dat het dan vervolgens in een ander deel van de stad, bijvoorbeeld in Waspik of Sprang-Capelle, een probleem wordt. We kunnen wel zeggen dat we eerst wachten tot het een probleem is, maar wij willen dat graag voor zijn. We snappen dat dat juridische beperkingen heeft, en u heeft gelijk dat het andere steden zijn, maar ook daar zijn woningen die opgekocht moeten worden. In Utrecht en Eindhoven hebben ze het gewoon stadsbreed ingevoerd. We snappen dat het juridische kanttekeningen heeft en daarom vragen we met het amendement ook niet om het direct toe te passen, maar om het te onderzoeken, zodat wij dat ook kunnen gebruiken. De heer Ottens: Ik snap de vraag van uw motie, maar de juridische mogelijkheden voor dit voorstel zijn al onderzocht, en daarom komt het college met een proportioneel voorstel, namelijk in die gebieden. En nog los van de vraag of je het aantal verkochte woningen voor woningsplitsing veel of weinig vindt in die gebieden, is de proportionaliteit Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
25
juridisch volgens mij al onderzocht. Dus wat vraagt u nog meer? Ik snap dat u stadsbreed wilt, maar u maakt een vergelijking met steden die niet vergelijkbaar zijn met Waalwijk. Ik neem aan dat het college daar ook uitgebreid naar gekeken heeft. De heer Van der Pluijm: De wetgeving is in Utrecht of Eindhoven natuurlijk niet anders dan in Waalwijk. Daarom vragen wij het college die kansen te benutten. De visie daar is blijkbaar anders dan in Waalwijk en daarom vragen wij in onze motie daar oog voor te hebben en te onderzoeken of wij dat ook kunnen benutten. De heer Ottens: Ik krijg geen antwoord op de vraag, dus mag ik hem nog een keer stellen? Het college heeft de juridische mogelijkheden qua proportionaliteit toch al onderzocht? De wetgeving geldt voor iedere gemeente hetzelfde, namelijk dat het de mogelijkheid biedt. Je hoeft er geen gebruik van te maken en je hoeft er niet stadsbreed gebruik van te maken, maar je moet het wel juridisch onderbouwen om je proportionaliteit staande te houden. En dat is al onderzocht. U vraagt nog meer dus wat wilt u daarmee bereiken? De heer Van der Pluijm: Het motief is juist dat de uitleg in een andere gemeente blijkbaar verdergaand is, en met onze motie willen wij het college aanmoedigen om dat ook te onderzoeken en de stap verder te gaan, want blijkbaar hebben andere steden die uitleg er wel aan gegeven.
De heer Van Zelst: Ik had in mijn bijdrage eigenlijk iets willen zeggen over deze motie maar het sluit beter aan als ik het gelijk na uw betoog doe. LokaalBelang heeft er niet mee ingestemd om van dit voorstel een T-stuk van te maken. Als u dat nu had gedaan, had ik deze motie begrepen. Maar u heeft ingestemd met de rapportage die ten grondslag ligt aan dit besluit. In die rapportage wordt de schaarste in vier Waalwijkse wijken onderbouwd. In Tilburg hebben ze een rapportage die de schaarste van heel de stad onderbouwt. En dan kun je dat in heel de stad uitvoeren. Wij hebben dat niet dus waarom dit geld over de balk gooien naar een onderzoek waarvan de uitkomsten hopelijk niet anders zullen zijn dan die van het huidige – want waar nemen we anders besluiten op? Ik ga er vanuit dat het onderzoek dat we nu onderliggend hebben en waar u mee wilt instemmen, klopt. Kunt u nog eens uitleggen waarom u een nader onderzoek wilt? De voorzitter: Deze vraag is vergelijkbaar met die van zojuist, dus misschien een kort antwoord. De heer Van Zelst: Met een andere inleiding en een ander uitgangspunt qua rapportage en dergelijke, dus ik denk dat er een wezenlijk verschil in zit. De heer Van der Pluijm: Het onderzoek gaat mijns inziens meer over de problematiek die geconstateerd wordt in het aantal woningen dat beschikbaar is en de stijging van het percentage woningen die opgekocht worden.
Onze motie gaat juist over het onderzoeken van de juridische mogelijkheden. Ik ben het niet met de heer Van Zelst eens wanneer hij zegt dat er sprake is van schaarste in heel Tilburg. Ik heb gesproken met raadsleden van Tilburg en die hebben dezelfde problematiek als wij in bepaalde delen van de stad. De stad is groter dus het gebied waar het speelt ook. Maar men ziet daar hetzelfde als hetgeen LokaalBelang hier ziet. Men wil niet dat het probleem dat zich nu in delen van de stad manifesteert, uitvloeit naar andere delen van de stad. En daarom heeft men het daar ook over Udenhout en Berkel-Enschot. De heer Van Zelst: Ik ben het helemaal met de heer Van der Pluijm eens, want ik zie dat waterbedeffect ook. Daarom ben ik van mening dat we het beter helemaal niet kunnen invoeren want dan blijft het verdeeld over de stad en gaan we het verschuiven. Dat is echter iets anders dan dat we nu een onderbouwing hebben gekregen, waarin staat in welke wijken schaarste is en in welke wijken niet. En de wet die we vanuit Den Haag Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
26
opgelegd krijgen, zegt dat je het mag invoeren waar schaarste is. Dat is zo in deze vier wijken. Dat hoeven we verder niet te onderzoeken want dat is al gebeurd. De voorzitter: Zijn er nog vragen? Dat is niet het geval. Mijnheer Van Zelst, dan is het woord aan u voor uw pitch. De heer Van Zelst: Dank u wel, voorzitter. Nu we het verhaal van de heer Van der Pluijm hebben gehad, ben ik eerder klaar. Mooi he? Voor ons ligt de vraag om de huisvestingsverordening 2022-2025 vast te stellen. Er was geen meerderheid in de raad om er een T-stuk van te maken, zodat we op een later moment, na de daarvoor benodigde wijzigingen aan te brengen, een goed onderbouwd besluit zouden kunnen nemen. Jammer, een gemiste kans. Dat betekent dat we vanavond voor de zoveelste keer een besluit moeten gaan nemen over een juridisch rammelende huisvestingsverordening. Dat is betreurenswaardig. Nu kan ik een heel betoog gaan houden over wat er allemaal mis is, maar die moeite wil ik niet doen. Een meerderheid van de gemeenteraad wil blijkbaar dat er toch een besluit genomen gaat worden. U begrijpt al dat de fractie van de SGP tegen dit voorstel zal stemmen. Om de ellende enigszins te verzachten en nog enige verbetering in het voorstel aan te brengen, steunen wij wel de amendementen van Samen Waalwijk en de VVD.
Mevrouw Klerks: De heer Van Zelst geeft aan dat hij voorstander is van het amendement van Samen Waalwijk en daar wil ik iets over vragen, dus ik ga stiekem de heer Ottens misschien een beetje erbij betrekken. Ik had een vraag over het amendement en ik stelde dat er iets toegevoegd wordt, waardoor kamergewijze verhuur aan arbeidsmigranten mogelijk is. De heer Ottens gaf aan dat dat al in de verordening staat. Ik heb het onderzocht en het staat er nog niet in dus het is wel degelijk zo dat Samen Waalwijk gaat toevoegen aan de huisvestingsverordening dat we kamergewijze verhuur aan arbeidsmigranten mogelijk maken. Dus ik ben benieuwd waarom de SGP daar een voorstander van is. De heer Van Zelst: Ik ben blij dat u het vraagt. Wij gunnen arbeidsmigranten een hele mooie en goede huisvesting, waar dan ook. Mevrouw Klerks: We hebben daar regulering voor, om dat beter te doen dan via kamergewijze verhuur, waarbij het juist heel slecht geregeld kan zijn. De heer Van Zelst: Wij zijn van mening dat het aantal kamers dat verhuurd gaat worden in die woningen zoals benoemd in dit amendement beperkt is. We krijgen dus geen vijftien kamers in een huis, we hebben het over twee of drie kamers. Volgens mij kun je dan prima huisvesting creëren en kan dat prima naast de bestaande regeling.
Mevrouw Klerks: Ik ben blij te horen waarom de SGP hier een voorstander van is, en ik ben blij dat we nog even de gemeenteraad hebben kunnen vertellen dat dit is wat ze mogelijk maken als ze instemmen met het amendement van Samen Waalwijk. De voorzitter: Ik geef het woord aan het CDA voor de pitch. De heer Spohr: Voorzitter. Wij willen best een bijdrage doen maar wij hebben zo ongeveer dezelfde als die van LokaalBelang, zonder dat we contact hebben gehad met elkaar, dus om hem hier te houden, lijkt ons wat overdreven. Als gevolg daarvan zullen wij ook voor de motie van LokaalBelang stemmen en ook voor het amendement van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik als laatste het woord aan de ChristenUnie.
Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
27
De heer Van Groos: Voorzitter. Wij spreken vanavond over de opkoopbescherming en de starterslening, en die leiden ons eigenlijk af van het grootste probleem, namelijk dat in het afgelopen jaar veel te weinig huizen zijn gebouwd, zowel voor starters als voor arbeidsmigranten. Tegen de VVD zou ik willen zeggen: dat is dan de opbrengst van marktwerking, want waar we last van hebben en wat deze regeling bestrijdt, is dat mensen op een andere manier denken geld te kunnen laten renderen en zich vervolgens niet bekommeren met hetgeen ze daarmee veroorzaken. En tegen het CDA en LokaalBelang zou ik willen zeggen dat ik het heel triest vind dat kamergewijze verhuur wordt gekoppeld aan verloedering. Immers, die kamergewijze verhuur wordt toegepast voor arbeidsmigranten en daar koppelt u het indirect ook aan. Dat doet me pijn en ik had veel liever gezien dat we nog veel meer geschikte huisvesting voor arbeidsmigranten hadden geregeld dan dat we hier vanavond dit soort uitspraken moeten doen. De heer Spohr: We dreigen nu een debat over arbeidsmigranten te gaan voeren. Dat is wat het CDA helemaal niet voorstaat, maar het is wel degelijk het risico dat in het voorstel van Samen Waalwijk is opgenomen. In die zin kunnen we ons helemaal vinden in de opmerkingen van de VVD. Wij willen niet terug naar de vorige situatie.
Dat is niet omdat wij arbeidsmigranten geen woning of kamer gunnen, integendeel. We gunnen ze echter goede huisvesting. Daarnaast kijken we ook naar de balans die tussen de verschillende wijken zou moeten bestaan. De geschiedenis heeft ons geleerd dat deze er absoluut niet was en daarom hebben wij in het verleden voor een fatsoenlijke regeling gekozen en we zouden niet graag zien dat die fatsoenlijke regeling nu onderuit gehaald wordt door het voorstel van Samen Waalwijk. De heer Van Groos: Ik dank de heer Spohr voor zijn reactie. De ChristenUnie is van mening dat de regeling die in het verleden is getroffen niet fatsoenlijk is, dat ten eerste, en ten tweede zou ik toch echt willen verzoeken om de term ‘verloedering’ niet te koppelen aan de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat doet u in feite wel en dat betreur ik. U zegt dat het niet goed gaat. Bij het ontwikkelen van wijken hebben we gedacht over sociale woningen, over mensen met een dikke portemonnee en over gemêleerde wijken. Door dit soort ontwikkelingen verander je de structuur in de wijken. Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar gebruik absoluut niet de term ‘verloedering’. Ik vind dat zo’n diskwalificatie van arbeidsmigranten. De heer Spohr: Ik heb het woord ‘verloedering’ niet in de mond genomen, noch het CDA.
Wij grijpen alleen terug op de discussie uit het verleden, waarbij we een fatsoenlijke regeling en balans hebben gevonden voor de wijze waarop kamerverhuur uiteindelijk wel is vastgelegd in de gemeentelijke voorschriften. Daar staan we ook volledig achter. Daar kwalificeert u kennelijk verloedering aan, maar wij stellen dat we daar een goede balans in gevonden hebben. De heer Van Groos: Het klopt dat de heer Spohr de term verloedering niet zelf heeft gebruikt, dat was de heer Van der Pluijm. Maar het CDA sloot zich aan bij het betoog van de heer Van der Pluijm. De heer Spohr: Ik vind het een beetje flauw om dat nu zo te doen. Ik heb gezegd dat wij onze bijdrage niet gaan geven, ook omwille van een goed debat in de raad. Dus we hoefden hier geen kopie te gaan geven, maar dat wil niet zeggen dat ik woordelijk de heer Van der Pluijm zou citeren. Ik heb in mijn bijdrage niet het woord ‘verloedering’ staan. De heer Bokšan: Ik zou willen reageren op een aanname die de heer Van Groos maakt in zijn opmerking richting de VVD. Hij benoemde dat verhuurders zich niet zouden bekommeren om huurders, maar met opkoopbescherming houd je juist tegen dat verhuur mogelijk is. Ik zou dus even bezwaar willen maken tegen die opmerking van de heer Van Groos. Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
28
De heer Van Zelst: Ik wil graag mijn steun uitspreken voor het betoog van de heer Van De heer Van Groos:, betreffende alles wat arbeidsmigranten betreft. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. Aan de ene kant is het fijn om vanaf de zijlijn te constateren dat u spreekt over huisvesting en daarin niet verloedering wilt benoemen, maar dat u eigenlijk allemaal voor een goede huisvesting staat. Dat proef ik een beetje als collegelid en wethouder. Ik denk dat dat wel de intentie is van eenieder en zo heb ik ook het betoog van de heer Van der Pluijm tot mij genomen. Complimenten overigens voor de heren Van der Pluijm en Bokšan voor hun eerste betogen achter dit spreekgestoelte. Het was heel helder en ik probeer ook een helder antwoord te geven. Ik begin bij de heer Ottens, want die was ook als eerst aan het woord. U gaf terecht aan dat het een zeer ingrijpende maatregel is, die opkoopbescherming. Dat maakt dat er voorafgaand aan de discussie in raad, binnen het college en met de afdeling is gesproken over deze maatregel. Wij vinden hem noodzakelijk en ook de raad vindt dat wij iets moeten doen tegen die opdrijvende prijs achter de situatie die beleggers realiseren. Ik zeg het even in mijn eigen woorden.
Het is een zeer ingrijpende maatregel die voor vier jaar geldt en waarvan de overheid heeft gezegd dat we ingrijpen in een marktwerking en het dus goed moeten onderbouwen. Dat heeft ook bij ons met zich meegebracht dat wij de schaarste in de woningmarkt hebben laten onderzoeken. U heeft dat rapport gezien. Het betekent dat wij ook hebben geconcludeerd dat u niet zomaar mag ingrijpen in die markt. Het liefst zouden wij dit gemeentebreed uitrollen over de gemeente, inclusief Waspik en Sprang-Capelle. Echter moet dit zodanig onderbouwd zijn en dat is wat ons betreft, zoals wij het nu kunnen beoordelen, juridisch moeilijk houdbaar. De heer Van Zelst zegt dat het een rammelend voorstel is. Ik hoor de term ‘T-stuk’ zelfs voorbij komen. Dat betreur ik, want ik juich het alleen maar toe als u daadwerkelijk benoemt waar verbeteringen nodig zijn. Besef waar we in een kopgroepsituatie zitten: dit is iets dat nog maar enkele gemeentes hebben uitgerold en met die gemeentes hebben we contact gehad, zoals Wageningen. En ja, deze regeling zal de komende tijd best wel eens ter discussie worden gesteld. En ja, er zullen best wel uitspraken gedaan kunnen worden die nog een ander licht op deze regeling schijnen. Maar om nu te benoemen dat dit juridisch rammelend is, vind ik te algemeen. Ik wou dat ik hem juridisch helemaal sluitend kon maken, maar dat is de andere kant van het verhaal.
Waar het om gaat, is dat we hier in ieder geval een maatregel treffen met de kennis en de kunde die we op dit moment hebben. Daar kun je alles bij bedenken en ik wil zo meteen een paar dingen benoemen waar u ook op ingaat. Besef dat geen enkele regeling, waar je alles bij kunt bedenken dat zou kunnen voorvallen, helemaal uitgekristalliseerd zal worden. Dat zal de praktijk uitwijzen. De heer Ottens had het over een zeer ingrijpende maatregel. We hebben wat dat betreft ook echt het onderzoek moeten onderbouwen en dat betekent dat wij de vier wijken in de voorstellen hebben gestopt, maar andere wijken zitten er tegenaan en deze gaan we op korte termijn wel monitoren, zodat we het eventueel kunnen uitbreiden. Deze regeling zal regelmatig opnieuw aan u worden voorgelegd. U licht het amendement toe en hierop moet ik nog wel iets zeggen. Het is heel sympathiek, maar u moet wel beseffen dat u de kamerverhuur deels vergunningsvrij maakt op deze manier en deels ook vergunningsplichtig laat. Los van de handhavingsvragen en alles daaromheen: wij vinden het wel fijn de vinger aan de pols te houden en te weten wat er gebeurt. Met de vergunningsaanvraag toets je heel even, los van een Bibob-aanvraag of dat soort dingen. Het is gewoon de toetsing op basis van veiligheid, de huisvesting, gebeurt het wel op de correcte manier … Daar houden we als college graag zicht op.
Dan hebben we het ook nog over de leefbaarheid in bepaalde Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
29
wijken. Als je kijkt naar de afstandsnormen en alles dat wij daarin hebben voorgesteld, hebben wij in onze gemeenschap in het verleden heel veel reactie op gehad. Als je dan niet weet wat er gebeurt, doordat je de helft niet vergunningsplichtig maakt, vinden wij dat vrij lastig. Daarom kan ik niet anders dan dit voorstel afraden, onder andere om die redenen. Ik zie de tijd en kan heel kort even ingaan op de heer Bokšan, die ook een VVD-motie aankondigt, waarbij de woonruimte, voorheen bestemming winkelruimte, thans tot bestemming wonen wordt omgezet. De achterliggende gedachte is wat mij betreft een heel duidelijke. Het gaat eigenlijk gewoon om woonruimte. In onze perceptie is het eigenlijk zo dat je, als je winkelruimte omzet naar woonruimte, het kunt verkopen en dan woonruimte hebt, maar dat is niet de intentie van dit verhaal. Het gaat echt om het langjarig verhuren van hetgeen nu al woonruimte is. Ik heb eigenlijk een beetje moeite met de frase ‘voorheen bestemming winkelruimte’. Misschien is het vergezocht, maar als ik het zo vertaal, zou dat betekenen dat je voorheen, twintig jaar geleden, een woonruimte kan hebben gehad en die nu zelf bewoont en de bestemming ineens verandert. Ik denk niet dat dat de intentie is van uw voorstel, dus dat is waar ik waar ik mee worstel, dat vraagstuk.
Tot slot de motie van LokaalBelang die vraagt of er juridisch houdbare mogelijkheden zijn om toch te bekijken of we die opkoopbescherming voor heel de gemeente Waalwijk kunnen laten gelden. De heer Ottens vraagt of u dan niet uw doel voorbij schiet, want de gemeente heeft toch allang het een en ander juridisch onderzocht? Daar zit wel een kern van waarheid in. Aan de andere kant ben ik ervan overtuigd dat we allemaal zeggen dat het, als het kan, breed in onze gemeente moet gelden. Ik vind de motie heel sympathiek maar mijn voorstel, en mijn advies aan u, zou zijn dat we als college een procesvoorstel doen, over wat het nu betekent als we aanvullend een onderzoek doen. U vraagt daarom, maar ik wil mijn opvolger daar niet op voorhand mee belasten. Ik wil de motie overnemen onder het voorbehoud dat het college met een procesvoorstel komt en dat u dan beslist of u de motie echt in stemming wilt brengen. Dat laat ik aan u over, het is een voorstel dat ik u doe. De voorzitter: Wat is het procesvoorstel? Wethouder Daandels: Mijn voorstel is de motie even aan te houden, het college te vragen wat het nu concreet betekent qua procesvorming. Je kunt namelijk van alles onderzoeken, zoals de heer Ottens ook aangeeft. Ik proef toch dat de raad vindt dat hij een betere afweging kan maken, als we beter zicht hebben op wat het nu concreet betekent.
Ik wil mijn opvolger ook de gelegenheid geven zijn of haar accent daarop nog te zetten, maar dat is bijzaak. De heer Ottens: Dank voor de uitgebreide beantwoording van de wethouder. Eén ding begrijp ik niet. Hij geeft aan dat wij in ons amendement kamerbewoningsplitsing vergunningsvrij willen houden. Nee, wij willen dat vergunningsplichtig houden, juist omdat wij die toets ook willen hebben. We willen de mogelijkheid tot vergunningverlening, juist daar waar het gaat om de kern van het probleem, ook betaalbare woningen studio’s, aan de voorkant kunnen toetsen en die mogelijkheid willen we ook bieden als gemeente. Volgens mij is dat ook een algemeen belang in de woningnood die u met die opkoopbescherming wilt bedienen. Dus ik begrijp niet waarom u aangeeft dat wij kamerbewoning of woningensplitsing vergunningsvrij willen houden. Dat moet u mij toch even uitleggen. Wethouder Daandels: Ik constateer dat wij een totaal vergunningsvrije situatie hebben bij uw voorstel maar ook nog vergunningsplicht kennen in dat kader. Dan concludeer ik dat ik zowel met vergunningsvrij te maken heb als met vergunningsplicht in die totale Huisvestingswet. Het is de vraag of je dat wilt, omdat wij graag een vinger aan de pols Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
30
willen houden. Bovendien vraag ik me af of er wel iets is om te toetsen, want voor het college is dat geen probleem. Er ligt ook wel een toets in het kader van veiligheid en qua onrust van de samenleving is dat ook wel wenselijk. Wij houden geen zicht op iets dat vergunningsvrij is. Met alle bestaande beleidsregels hebben, houden wij graag die vinger aan de pols, nog los van de discussie over arbeidsmigranten. De heer Ottens: Dank u wel. Ik ben bewust niet ingegaan op de arbeidsmigranten, want betaalbare en fatsoenlijke huisvesting koppelen aan verloedering en arbeidsmigranten vind ik echt abject in dezen. Alleen het vergunningsvrije gedeelte vormen gaat om een duurzame huishouding of dat ouders een woning kopen voor hun dochter, dus dat er ook een familieband is. Dat is vergunningsvrij en volgens mij zou het disproportioneel zijn als je dat ook gaat verbieden. Echter, bij het gedeelte waar het gaat om het creëren van kansen op fatsoenlijke huisvesting en al die handhavingsvraagstukken, en dat is waar de huisvestingsverordening om gaat, zit ook een zorgplicht. En om dat nu als argument te gebruiken om niet in het amendement mee te gaan, dat vind ik echt een zwaktebod van het college. Wethouder Daandels: U spreekt niet over familieverbanden. In uw amendement spreekt u ook nog over twee andere situaties.
Ik denk dat ik voldoende heb gezegd dat het college geen voorstander is van zowel vergunningsvrije als vergunningsplichtige situaties. Wij houden graag iets meer controle in dat geheel. De heer Van Zelst: De portefeuillehouder reageerde net op de uitspraak dat het een juridisch rammelend document is. Hij betreurt dat het zo gaat en begrijpt het eigenlijk niet. Het lijkt me heel logisch. We hebben die discussie eerder gehad en toen is het ook uitgekomen dat het een juridisch rammelend document was. De laatste wijziging van de huisvestingsverordening was prima. Daar hebben we elkaar later ook nog over gesproken en toen hebben we het ook in een telefoongesprek in december, erna dus, nog gehad over excuses. Toen heb ik gezegd die alleen te accepteren in een volledige raad. Nu begint u er weer over en ik vind het onbegrijpelijk dat de raad dit voorstel wil gaan aannemen. Het is juridisch rammelend en u gaat uw opvolger opzadelen met iets wat hij niet wil. Dit wilde ik even kwijt, een reactie is voor mij niet nodig. Wethouder Daandels: Voor mij wel, want anders gaat er een beeld ontstaan. Ik respecteer uiteraard elke inbreng hier in de raad, maar u geeft zelf aan dat het juridisch rammelt. Ik weet dat het heel moeilijk is om elk stuk juridisch 100% dicht te maken.
Ik constateer dat wij in een kopgroep lopen, dat we deze belegging willen tegengaan en dat we zo veel mogelijk proberen dat in een goede regeling te omvatten. Dan vind ik de opmerking juridisch rammelend, zonder dat u daadwerkelijk de punten aangeeft waarin we met elkaar in het vervolg nog een verbeterde situatie kunnen creëren, niet netjes. De heer Van Zelst: Ik kan elke motivering inbrengen die ik wil en dat hebben wij ook gedaan. Wij hebben vorige week voorgesteld er een T-stuk van te maken zodat we met elkaar kunnen nadenken over een goede verordening. Want die opkoopbescherming is prima, maar dan moet er nog wel iets gebeuren. Ik kan vanavond met een motie komen, of met een amendement, maar wethouder Daandels doet er maar één ding mee, en dat mag ik hier niet zeggen. Wethouder Daandels: Dat ene ding zal zijn goed bestuderen en als het kwalitatief goed is het voorstellen aan de raad, maar daar ga ik verder niet op in. Waar het om gaat, is dat u moet beseffen dat er hier een opkoopregeling ligt waar iedereen in Nederland wel zoekende mee is en waarvan wij vinden dat het verstandig is om de markt ermee te bewerken. En ja, er zijn nog heel veel dingen niet 100% uitgekristalliseerd.
Er zal ongetwijfeld nog wel een uitspraak komen of iets worden aangevochten, of er is bij een andere gemeente iets voorgevallen, maar dat belemmert het college niet om deze regeling op dit moment voor te leggen. Met alle ins en outs die we kennen, proberen we Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
31
het voorstel zo goed mogelijk bij u voor te leggen. Dat heeft het college gedaan. De afweging of u ermee instemt, moet u zelf maken. De heer Bokšan: Dank voor de beantwoording van onze vragen. Ik had echter ook twee vragen gesteld die niet beantwoord zijn. En ik heb een reactie op uw reactie op ons amendement. We hadden het niet over een winkelbestemming voorheen, maar over als het nu een winkelbestemming is en wordt omgezet naar een woonbestemming. Met die duiding is de vraag welke duiding de portefeuillehouder daaraan geeft. De twee vragen die niet zijn beantwoord, gaan over die 27%. In de grafieken die we hebben gezien met betrekking tot de onderbouwing van alle wijken waar opkoopbescherming toegepast zou moeten worden, werd in het centrum 27% gezegd, alleen een gedeelte ervan is wat we stimuleren in het centrum. Mijn opmerking daarover was dat we dat gedeelte eruit moesten halen en daar hebben we ook technische vragen gesteld. Toen bleek dat dat niet onderzocht werd. Mijn vraag is nogmaals wat ervan overblijft. Mijn tweede vraag is de volgende. De verordening is deze week nog gewijzigd en daarin heb ik gevraagd hoe u reageert op het feit dat amendering hiervan nodig is. Wethouder Daandels: Het is altijd goed om elkaar scherp te houden, dus op zich vind ik het prima als de raad daarover meedenkt en expertise inbrengt.
Die duiding van voorheen winkelbestemming heb ik al behandeld, maar ik begrijp dat u dat anders interpreteert. Het gaat om bestaande woningen die we nu ook als woningen kennen. Die zitten in deze regeling, geen nieuwbouwwoningen maar ook geen omzettingen van een winkel waar nog nooit in gewoond is en die morgen op de woningbouwmarkt wordt neergezet. Dat is de intentie. Als u dat ook bedoelt met dit amendement en u past het in die zin aan, heb ik daar geen moeite mee. Het is zoals ik net al zei voornamelijk het voorheen bestemmen, dus dat je na bijvoorbeeld twintig jaar er zelf te wonen een hele andere intentie hebt. En nogmaals, er is altijd nog een hardheidsclausule waar het college gebruik van kan maken, dus we zullen op dat moment echt maatwerk toepassen. En dit is er één. Iemand die echt voornemens is een winkel om te zetten in een woonruimte, dan kan het niet de intentie zijn om die hieronder te laten vallen. Als iemand de woning verkoopt en men gaat dan naar die huurmarkt toe, dan heb je een hele andere situatie. De heer Bokšan: En nog een laatste vraag over die 27%, die is nog niet beantwoord. Wethouder Daandels: U heeft gezien dat we een schaarstevoorstel hebben gedaan waarbij we die norm van 10% hebben aangehouden waar we boven zitten. Vier wijken zijn op dit moment ook zodanig qua onderzoek. Dat zullen we ook blijven monitoren.
Vanuit die basis, ook vanuit het voorstel dat uit die studie komt, hebben we dit voorstel voorgelegd. Dus ik weet niet of u twijfelt aan de 27%? Mevrouw Klerks: Bij de VVD werken we samen dus ik pak hem heel even op. Ik ga op drie dingen reageren. Waar het ons om gaat bij de 27%, is dat er een onderbouwing wordt gebruikt voor het toepassen van de opkoopbescherming en daarin staat: “We hebben 27% particuliere verhuur in het centrum. Dat vinden we te veel en daarom vinden we de opkoopbescherming gerechtvaardigd.” Als ik daar tegen ben, ga ik naar de rechter en zeg ik: “de gemeente vindt die 27% te hoog, maar werkt er zelf aan mee”. We hebben aan de andere kant namelijk een stimuleringsmaatregel om winkelpanden om te bouwen naar verhuur en die gestimuleerde verhuur zit in deze onderbouwing. Dat conflicteert volgens mij met elkaar. Aan de ene kant stimuleren we iets en vervolgens gebruiken we het resultaat van die stimulering als onderbouwing om iets te verbieden. Dat is één. Ik kom dadelijk bij de volgende punten.
Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
32
Wethouder Daandels: Volgens mij zijn die twee dingen niet tegenstrijdig, maar ik snap uw gedachte erachter wel. Daarom hebben we ook heel duidelijk aangegeven dat we echt praten over bestaande woningvoorraad. Dat is ook een beetje de strekking van uw motie. Maar ik snap wel de intentie ervan: uiteindelijk blijft het een afweging en zul je het regelmatig moeten monitoren. Op dit moment hebben we de schaarste onderzocht en op basis van die rapportage gezegd dat we in vier wijken op dit moment ingrijpen, maar het is een momentopname. Dat betekent ook dat we dit voorstel regelmatig zullen zien terugkeren, de komende vier jaar althans, want het is een tijdelijke maatregel. De heer Van Groos gaf ook aan dat je voldoende moet bouwen in de gemeente. Dit is een van de knoppen die je hebt maar er zijn er natuurlijk meer. Je zult dat dus tijdelijk regelmatig ook nog eens moeten aanpassen op het geheel. Ik ben het met u eens dat daar wel een conflictsituatie zou kunnen ontstaan, dat het van één kant wordt aangewakkerd. Wij zien op dit moment op basis van het onderzoek dat wij dit voorstel aan u moeten voorleggen om een begin te maken om die beleggingsstructuur tegen te gaan. Mochten er effecten zijn, zijn wij los van de hardheidsclausule van het college altijd bereid met uw raad te discussiëren en eventueel nog iets aan te passen.
Mevrouw Klerks: Dan ben ik in ieder geval blij op dit punt te constateren dat het de vraag is of dit voldoende onderbouwing is. Dan is punt twee het volgende. Ik heb afgelopen week gevraagd of nieuwbouw er wel of niet onder valt. In de beantwoording werd uitgelegd dat het niet de intentie is, maar er wordt ook aangegeven dat het niet duidelijk in de verordening staat. Daar heb ik dus punt twee: in de verordening is niet duidelijk genoeg onderbouwd wat nu de bedoeling is. Ook daarvoor zeg ik: als ik naar de rechter ga en met een bestaande woning en zeg: “ja, maar ze hebben ook gezegd dat nieuwbouw uitgezonderd is en dat staat er ook niet in, dus misschien dat mijn situatie ook wel een uitzondering is”. Ik voel weer dat er iets niet klopt. Dat was punt twee en daar krijg ik waarschijnlijk de reactie op van ‘dat zullen we dan wel weer zien’, dus die sla ik verder over. Punt drie is ons amendement. Misschien kunt u dadelijk even een voorstel doen van hoe u het besluit wilt zien, want we zijn op zich welwillend om dat aan te passen. Ik denk namelijk dat de intentie die we daarin uitspreken bij ons hetzelfde is. Wij zijn geen juristen, dus misschien kunt u even aangeven wat er precies moet komen te staan zodat onze gezamenlijke intentie duidelijk wordt. Dat mag over de mail, dan fiksen we dat tijdens de behandeling van het volgende onderwerp.
Wethouder Daandels: Dat laatste kan ik wel mondeling doen. Ik zou voorstellen bij artikel 7, waar we het over hebben, de wens explicieter te maken. Maar dan heeft u het woordje ‘voorheen’ eruit gehaald en dan maakt u dat een onderdeel van artikel 7. U zou het kunnen verwoorden in de regeling, dan ondervangt u dat. Als het gaat over nieuwbouw, ben ik het helemaal met u eens. Als u de discussie heeft gevolgd met de minister, heeft u gezien dat hij heel helder was. Dat hebben wij ook in onze beantwoording aangegeven. Hij was heel helder over dat het echt niet gaat over nieuwbouwwoningen. Als u daarover twijfelt, wat let ons dan om dat nog eens extra op te nemen? Wij hebben zelf het gevoel dat het voldoende is, maar nogmaals, beter één keer te veel opgenomen dan één keer te weinig. Dus in die zin zullen we daar niet de degens kruisen. Mevrouw Klerks: Wat mij let, is dat ik dan nog een amendement moet indienen om het ding recht te krijgen. En daarom maakten we er ook een T-stuk van, omdat we eigenlijk zeggen dat het niet de bedoeling is dat wij als politieke partij zoveel moeten amenderen om dingen goed geregeld te krijgen. Dus dan laten we het maar gaan en zien we het wel bij de rechter. Wethouder Daandels: En daar verschillen wij een klein stukje van mening. Wij menen Notulen raadsvergadering 9 en 14 juni 2022
33
dat dat helder is in de totale context van de hele regeling, waarvan u zegt dat we het opnemen en waarvan ik nu de toezegging kan doen dat we het opnemen. Daar hoeft u geen amendement voor in te dienen. Ik ben het niet met u eens. De heer Van Groos: Ik vond het bijzonder dat de portefeuillehouder in de richting van Samen Waalwijk begon over het handhaven van wat ze met hun amendement willen bereiken, terwijl het voorstel zelf ook de nodige handhavingsconsequenties met zich mee zal brengen en ik daar niet zo heel veel over lees. Als ik zie wat de handhavingsprioriteiten zijn in deze gemeente, verwacht ik daar niet veel van. Dus hoe hard is het argument van het wel of niet handhaven? De portefeuillehouder stelt terecht vast dat de raad worstelt met dit voorstel. Kijk naar reacties van de VVD, LokaalBelang en CDA. Ik kijk de heer Spohr aan en zeg dat ik geen jurist ben, maar ik heb gelukkig in het verleden en heden veel met juristen samengewerkt, maar dat terzijde. U stelt vast dat de raad worstelt, maar u worstelt er volgens mij zelf mee. Daarom zou ik u graag een procesvoorstel doen. Houd het raadsvoorstel aan en ga in gesprek met de fracties die pogingen doen om dingen te verbeteren.
Bijvoorbeeld: wat kunnen we doen voor jongeren die dringend op zoek zijn naar een kamer of naar huisvesting en nu niet aan de bak komen? Of de dingen die de VVD aankaart? Dat lijkt me veel beter, in ieder geval denk ik dat de opbrengst zal zijn dat we tot een beter voorstel komen dan hetgeen vanavond voorligt, en ik denk dat we hier met zijn allen zitten om voorstellen beter te maken en het beste te zoeken voor de gemeente Waalwijk. Vandaar dit procesvoorstel. Wethouder Daandels: Ik denk dat het een juiste constatering is dat we dit onderwerp regelmatig op het netvlies houden en elkaar regelmatig ook versterken om processen te verbeteren. Dat sluit echter niet uit dat je uiteindelijk een keer een opkoopbescherming wilt invoeren, noch dat wij die gesprekken na dit besluit met elkaar kunnen voeren om een verbetering te doen. Het voorstel van het college is om gewoon een start te maken met dit voorstel. Wij denken dat het een redelijke basis is. Het voorstel is ook vanuit het college om met elkaar in gesprek te gaan om dit voorstel te verbeteren, geen enkel probleem daarmee. Dan over de handhaving. Ik heb gezegd dat het voor ons niet het eerste uitgangspunt is. U moet zich echter realiseren dat wij heel veel regels hebben gemaakt over huisvesting, graag de vinger aan de pols houden en afstandsnormen gemaakt hebben om de leefbaarheid in de wijken te behouden of verbeteren.