CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 21 april 2022

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering23.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het is niet onder dwang gebeurd of wat dan ook, het is een intentieovereenkomst, waarin afspraken staan die door verschillende partijen onder een goede verstandhouding zijn gemaakt. Mevrouw Schuijffel: Even ter bevestiging. Het is dus zo dat er afspraken zijn gemaakt en u ervan uitgaat dat het allemaal geregeld is en de provincie ze terugverwijst, maar dat is niet iets dat wij hard kunnen maken. Wethouder Odabasi: In principe is de provincie het bevoegd gezag. Dat gezag hebben zij aan ons overgedragen. Die afspraak is hard. Maar het is net als met een procedure bij de Raad van State: wanneer je in conflict bent met elkaar, kan de provincie die bevoegdheid weer terugkrijgen. Dat kan via de Raad van State of via allerlei bezwaarprocedures. Het uitgangspunt is dat wij gemandateerd zijn door de provincie om de vergunningen te verlenen. Mevrouw De Bruijn: Het is voor mij niet duidelijk of er nu al gesproken is of niet. Is er al iets bekend over compenserende maatregelen aan de overkant, bij Altena?

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

18

Wethouder Odabasi: Nee, want dat is onderdeel van het verhaal over het lokaal eigendom en van waar de windmolens straks gaan komen. Zodra wij de plekken waar ze komen hebben vastgesteld, gaan we pas kijken wie de benadeelden zijn en welke compensatie zij moeten krijgen. En van tevoren gaan we die normen ook met elkaar vaststellen. Dat is op dit moment nog niet aan de orde. Daarvoor moeten we eerst de MER-procedure afwachten. Maar ze worden op dezelfde wijze behandeld als onze eigen inwoners. De heer Van Zelst: Ik heb toch nog een paar vragen en opmerkingen aan het adres van wethouder Odabasi. Ik ben in elk geval blij dat Scharlo beschermd is, dat had ik dan gemist in de stukken. Ik ben echter ook wel een beetje teleurgesteld. We hebben het over de vogels gehad en ik dacht dat u dat gewoon even zou nakijken en het vlot zou bevestigen, maar ik denk dat de SGP en D66 ervan overtuigd zijn dat het goed zit. Ik had het over lokaal eigendom en heb een paar voorstellen gedaan. Ik kan me ook voorstellen dat de wethouder niet gelijk een toezegging doet, maar mijn vraag was eigenlijk of de intentie van het college is dat de inzet richting het voorstel waar u op aanstuurt. U zegt dat we eind van het jaar een voorstel krijgen en ik ben ervan overtuigd dat u daar al over gesproken hebt en wel wist wat erachter zit. Toen hadden we het even over het volgen van de zonneladder.

U zei dat wij als gemeenteraad hebben vastgesteld dat er vijftien hectare aan zonnevelden moet komen. Dat klopt, dat heeft de raad voorgesteld, maar onze fractie heeft tegen die kadernota waarin dat werd vastgesteld gestemd. Wij houden gewoon vast aan die zonneladder en mijn vraag is of er voldoende aandacht wordt besteed aan die zonneladder en of de wethouder kan toezeggen dat ze dat ook echt gaat doen. Dus waar kunnen we die zonnepanelen allemaal kwijt, voordat we aan kostbare landbouwgrond gaan beginnen? Wethouder Odabasi: De eerste vraag ging over de intentie van het college wat betreft het lokaal eigendom. De intentie van het college is om 100% lokaal eigendom te organiseren. We zouden het liefst willen dat onze inwoners maximaal profiteren van de lasten en de lusten van de ontwikkelingen. Of we dat kunnen waarmaken, is de vraag. Dat weten we niet. Daarvoor gaan we een procedure met elkaar aan. Hoe we dat gaan vertalen? Een deel zal misschien naar het omgevingsfonds gaan, of misschien stoppen we het in een revolverend fonds, of misschien delen we het op een andere manier uit, zoals per inwoner. Dat weten we gewoon nog niet, en daar gaat u straks over. Op dit moment is dat nog niet uitgewerkt en lopen die onderzoeken over hoe we dat het best kunnen doen nog. Als dat uitgewerkt is, wordt het aan u voorgelegd. De tweede vraag gaat over de zonneladder.

Vanuit het REKS hebben wij afspraken gemaakt met elkaar. De zonneladder is een van de afspraken die binnen de REKS-kaders met elkaar gemaakt zijn. Uiteraard zullen wij de zonneladder volgen, ook als het gaat om grootschalige opwek van zonne-energie. De gemeenteraad is uiteindelijk aan zet. U heeft als partij tegen gestemd, maar het grootste deel van de raad heeft voor die vijftien hectare gestemd. Dus dat blijft ook ons uitgangspunt. We zullen daar op basis van de kaders die we hebben vanuit het REKS en vanuit onze eigen kaders invulling aan geven. Dat zullen we aan u voorleggen. De heer Ottens: Daar waar het ging om het gelijke speelveld, was onze stellingname dat het voorstel zoals het door het college aan ons is voorgelegd, inclusief het door de raad vastgestelde zoekgebied, dat aangepast is naar aanleiding van de commissie MER, juist het gelijke speelveld is. Ook met in achtneming van het overnemen van het advies van de onafhankelijke Commissie MER waar het gaat om het zoeken naar de marges, de hoeken van het speelveld. Want dat geldt voor het hele gebied. Mijn opmerking over het ongelijke speelveld was echter met name gericht op het amendement van LokaalBelang, specifiek over het stukje waarin gezegd wordt dat we de harde afstandscriteria voor stedelijk gebied en buitengebied hanteren. Met in achtneming van die criteria willen we Notulen raadsvergadering 21 april 2022

19

graag voor het stedelijk gebied -- en dan kom je toch bij Haven 8 Oost -- kijken of daar creatieve oplossingen voor waren. Dat bedoelde ik met een ongelijk speelveld en daar zou ik graag een reactie van u op willen hebben. U gaf aan dat het amendement aan de raad is. Dat is ook zo, maar uiteraard kunt u daar namens het college ook een reactie op geven, met name waar het gaat om dat ongelijke speelveld dat daar mogelijk mee gecreëerd wordt, want dat vind ik wel essentieel. Wethouder Odabasi: Wij kunnen het uitgangspunt vanuit het amendement volgen. Als je als raad het besluit hebt genomen een hard afstandscriterium te willen volgen voor de windmolens, kunnen wij ons voorstellen dat er een amendement voorligt om dat te borgen. Als je kijkt naar de creativiteit die wordt gezocht binnen die 400 meter en niet binnen de 750 meter, want daar wordt niet aan getornd, dan gelden die kaders voor ons en voor alle andere ontwikkelaars, ook voor de gemeente. En binnen die 400 meter – en die is vooral bedoeld om binnen de inrichting van een windmolen een molenaarswoning of een bedrijfswoning, of een ander initiatief mogelijk te maken. Daarbij moet de initiatiefnemer er ook mee instemmen. Dat hoeft niet alleen op Haven 8 te zijn. Dat kan net zo goed in het westen. Dus dat is niet een uitzonderingspositie voor ons gebied, maar dat is voor het totale gebied mogelijk.

Dus daar zit verder ook geen verschil in. De heer Ottens: Maar dan toch even voor de duidelijkheid. De kaart met het zoekgebied, die uiteindelijk het juridisch kader vormt en dat aangepast is naar aanleiding van het advies van de Commissie MER, is duidelijk. Die biedt eenduidigheid. Het advies van de onafhankelijke Commissie MER om daarbuiten ook de marges te onderzoeken, is op zich ook duidelijk. Of je het ermee eens bent of niet zullen we straks bij de uitkomsten wel zien. Maar dan houd ik nog steeds het gelijke speelveld. Als ik het zoekgebied in het voorstel zie, doet zich nergens een probleem voor waar het gaat om de 400 meter-grens, behalve in het stedelijk gebied, namelijk Haven 8 Oost. Dat is de reden waarom wij zo hameren op dat ongelijke speelveld. Creëer je daarmee geen ongelijk speelveld, als je alle afstandsgrenzen hanteert en zegt dat je dat onderzoek van de Commissie MER eigenlijk niet wilt, maar voor specifieke situaties waarin we nu al die problemen zien, een uitzondering wilt maken en een creatieve oplossing wilt? Wethouder Odabasi: Als je die 400 meternorm toepast, kunnen ook in het westelijk gebied probleemsituaties ontstaan. Die creativiteit speelt niet alleen op Haven 8 Oost. Het kan zich ook voordoen in het westelijk gebied, het is dus niet zo exclusief verbonden aan Haven 8. Het amendement wordt nu voorgelegd door de raad.

De kaart die bij het voorstel zat, is natuurlijk niet aangepast op het amendement. Als het amendement aangenomen wordt, moet de kaart aangepast worden. De heer Ottens: Nee, want het amendement zegt de 400 meter-grens te hanteren. Maar eigenlijk doen we dat niet, omdat we daarbinnen creatieve oplossingen zoeken. Dit was uiteindelijk bedoeld om de volgende stap te zetten, namelijk om het omgevingsbeleid in te vullen en dus de kadernota om te zetten in beleidsvoorstellen met alle onderzoeken die daarbij horen. Pas aan het einde van de rit, als de uitkomsten van die onderzoeken bekend zijn, kan de raad opnieuw een afweging maken. Nu ga je echter aan de voorkant zeggen dat je die harde criteria hanteert, maar dat je binnen die criteria in één specifiek gebied al een uitzonderingssituatie maakt, kennelijk omdat daar problemen worden voorzien. In de rest van het zoekgebied doen die problemen zich namelijk niet voor. Misschien wel in de toekomst, maar dat leg je dan vast in het omgevingsbeleid. De voorzitter: Ik heb het gevoel dat we in herhaling vallen. Een laatste reactie voor de wethouder. Wethouder Odabasi: Die exclusiviteit voor Haven 8 zien wij niet. Volgens mij kan hetzelfde zich voordoen in het westelijk gebied. Wat u ziet, zien wij niet.

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

20

De heer Klerx: De heer Ottens zegt de kaart voor zich te hebben liggen, maar voor mijn gevoel praten we langs elkaar heen. Kunnen we de kaart even bekijken? Er zijn op de kaart namelijk wel degelijk een aantal groene cirkeltjes te zien in het westelijk gedeelte van het zoekgebied. En over die 400 meter-grens hebben we het. Die zouden we graag willen bekijken. Kunnen we daar nu afspraken over maken? Aan de linkerkant van de kaart, de westkant van het zoekgebied, staat gewoon 400 metergrenzen. Wij vinden dat daar creatief naar gekeken moet worden. Misschien kun je afspraken maken en dan is er ineens veel meer mogelijk als het betreffende huis, of woning of inwoner of bedrijf het daar mee eens is. Dat is wat we vragen. De voorzitter: Ik hoor u ook herhalen. Er is een verschil van inzicht. We gaan over naar de tweede termijn. Ik wil graag alleen reacties op nieuwe gezichtspunten van het college of op het amendement als u die nog niet heeft gegeven. Niemand? Voor we naar de beslissing nemen, ga ik naar mevrouw Schilders, want ik kreeg net de attentie dat we de eed niet op de juiste manier hebben afgelegd. Buiten de microfoon om wordt opnieuw de eed afgelegd door mevrouw Schilders. De voorzitter: We gaan over tot besluitvorming over dit voorstel. Ik vraag de heer Klerx of hij zijn amendement in stemming wil brengen. Dat is het geval.

Wenst iemand hoofdelijke stemming? Ook dat is niet het geval. Ik geef de gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer Ottens: Wij zijn niet overtuigd van het amendement en zullen tegen stemmen. Als het amendement wordt aangenomen, kunnen wij ook niet anders dan tegen het geamendeerde voorstel stemmen. De heer Van Groos: Hetzelfde geldt voor ons, voorzitter. De heer Van Zelst: Wij stemmen ook tegen met dezelfde verklaring. Mevrouw IJpelaar: Idem. Mevrouw Schuijffel: Wij stemmen ook tegen het amendement. Mevrouw De Bruijn: Wij stemmen ook tegen. Mevrouw Odabasi: Voorzitter, het klinkt heel schizofreen, maar vanwege het dualisme en de dubbele rol waarin ik mij bevind, zal ik voor het amendement stemmen, omdat het in mijn beleving wel de duidelijkheid geeft aan de inwoners waar ze om gevraagd hebben. Zonder hoofdelijke stemming wordt het amendement aangenomen, met inachtneming van tegenstemmen van de leden De Bruijn, Mertens, Schuijffel, IJpelaar, Van Groos, Van Zelst, Tiemstra en Ottens. De voorzitter: Ik breng het geamendeerde raadsvoorstel in stemming. Wenst iemand hoofdelijke stemming over het raadsvoorstel? De heer Bakker wenst een hoofdelijke stemming. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. Mevrouw Schuijffel: Wij zullen akkoord gaan met het voorstel, al vinden wij het jammer dat het geamendeerd is.

Wij vinden dat een gemiste kans, maar we gaan wel akkoord met het plan omdat we dat prima vinden. Voor stemmen de leden Bakker, Veraa, Lodenstijn, Verhagen, Van Baardwijk, Koptagel, Klerx, Van der Pluijm, Van Dijk, Van Hamond, Bruurmijn, Odabasi, Den Braven, Van Laar, Notulen raadsvergadering 21 april 2022

21

De Bruijn, Schilders, Mertens, Schuijffel, IJpelaar, Bokšan, Klerks en Spierings. Tegen stemmen de leden Van Groos, Tiemstra, Van Zelst en Ottens. Met 22 stemmen voor en 4 stemmen tegen wordt het geamendeerde voorstel aangenomen. 3.

13e wijziging GR Baanbrekers

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor de ChristenUnie en de pitchtijd is tweeënhalve minuut. Het woord is aan de heer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Vier jaar geleden heeft de ChristenUnie een hardgrondig pleidooi gevoerd voor betere begrotingen van Baanbrekers. De raad heeft ons daarin gesteund door unaniem in te stemmen met een zienswijze. De belangrijkste angel toen, en ook nu, is de zogeheten BUIG die steeds wisselende, niet te voorspellen, waarden kent. De afwijkingen lopen jaarlijks in de miljoenen, zowel in positieve als negatieve zin. Deze leiden tot een onjuist beeld van Baanbrekers, alsof die organisatie niet in control is. Bovendien verstoort het onze eigen processen. Ik zal een voorbeeld noemen. Op 13 september 2018 heeft de meerderheid van de raad ingestemd met een dekkingsplan voor de reorganisatie en personele uitbreiding van Team WijZ. Van de hiermee gepaard gaande lasten, een bedrag van iets meer dan anderhalf miljoen, moest ruim een half miljoen worden gedekt uit de structureel mindere bijdrage aan Baanbrekers. Toen dit later geen structureel voordeel bij Baanbrekers bleek te zijn, moesten deze middelen alsnog op een andere wijze worden gedekt. De laatste jaren is er nog wel een voordeel op de BUIG geweest, maar Baanbrekers heeft aal aangegeven rekening te houden met het steeds kleiner wordend voordeel.

In ieder geval geldt dat de middelen uit de BUIG geen gelijke tred houden met de kosten die Baanbrekers moet maken. Dit alles is voor de ChristenUnie reden om een amendement in te dienen dat in de kern hetzelfde is als het amendement uit 2018. AMENDEMENT 2: Financiering Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: - de begrotingen van Baanbrekers al jaren instabiliteit laten zien, welke te maken hebben met wisselende berichten van de zijde van het Rijk, die met name de BUIG betreffen, welke afhankelijk is van de economische omstandigheden en daarmee het aantal uitkeringsgerechtigden; - al op 5 juli 2018 de gemeenteraad van Waalwijk ter verbetering van de begrotingen hiertoe unaniem een zienswijze heeft ingediend; overwegende dat: - het exact genoeg voorspellen van de hoogte van de BUIG en de ontwikkelingen ten aanzien van het aantal uitkeringsgerechtigden onmogelijk is; - het voorleggen van een concept begroting aan de gemeenteraden van de betrokken gemeenten niet slechts een formaliteit is om te kunnen voldoen aan de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, aangezien de bedragen in de begroting van de deelnemende gemeenten gebaseerd zijn op deze begrotingen; - tussen de drie gemeenten overeenstemming bestaat over de verdeelsleutel; - een andere wijze van financiering de instabiliteit kan oplossen; besluit: het dictum van het besluit als volgt te

wijzigen: Notulen raadsvergadering 21 april 2022

22

In te stemmen met de 13e wijziging GR Baanbrekers met uitzondering van artikel 34 Bijdrage van de gemeenten, lid 2, en dat te vervangen door een regeling welke gebaseerd is op het werkelijk (totale) aantal uitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. De voorzitter: Het amendement wordt ingediend door de fractie van ChristenUnie. De heer Lodenstijn: Ik heb een enkele vraag over het amendement en ook over het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel staat dat bij Baanbrekers al een uitgebreid onderzoek is gedaan, volgens mij door Berenschot, waarin werd bekeken of een andere verdeelsleutel van de financiering mogelijk is. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat het AB en het DB van Baanbrekers hebben besloten de huidige financiering niet te wijzigen. Mijn vraag is waarom u dan toch met dit amendement komt. Als het amendement zou worden aangenomen, kunnen we het raadsbesluit volgens mij niet aannemen, omdat de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling een besluit is dat door de drie gemeentes genomen moet worden.

Hoe kijkt de heer Van Groos hiernaar? En heeft de heer Van Groos enig inzicht in de administratieve en financiële consequenties van dit amendement voor de gemeente Waalwijk en andere gemeenten? Is hij niet bang dat de solidariteit en de samenwerking van de drie gemeenten hiermee niet een flinke deuk gaat oplopen? De heer Van Groos: Dank aan de heer Lodenstijn voor de vragen. Het onderzoek naar Baanbrekers ging over veel meer dan de financiering en de verdeelsleutel. De verdeelsleutel was vooral een aspect tussen de drie deelnemende gemeenten. In eerste instantie is voorgesteld tot een andere verdeelsleutel te komen, maar toen bleek dat dit voor Loon op Zand nadelig was, heeft men besloten de huidige verdeelsleutel aan te houden. Wij pleiten dus ook niet voor een andere verdeelsleutel. Die mag wat ons betreft nog steeds op basis van het aantal inwoners blijven en daarmee is ook nog steeds de solidariteit onderling gehandhaafd. Tot nu toe wordt Baanbrekers vooral gefinancierd vanuit de BUIG en dat is een hele onzekere factor. Het verschil dat ontstaat, moet door de drie gemeenten op basis van de verdeelsleutel worden bijgespijkerd. Dat gebeurt achteraf, in plaats van dat meteen op basis van de daadwerkelijke cijfers bij Baanbrekers de gemeenten een bijdrage leveren en die ook in hun eigen boekhouding verwerken.

Per saldo betalen de drie gemeenten niet meer dan in de huidige situatie, maar kunnen ze wel uitgaan van betrouwbaardere cijfers als het om Baanbrekers gaat. Uw opmerking dat de raad geen besluit kan nemen als dit amendement wordt aangenomen, is onjuist. Echter heeft Baanbrekers dan een probleem, want er ligt een zienswijze en daar moeten ze het dan over hebben tijdens de laatste algemene bestuursvergadering. Daar moest ik naartoe, omdat ik nog een van de in dienst zijnde raadsleden was. Er is binnen het AB van Baanbrekers gesproken over problematiek rondom de BUIG. Toen is geconcludeerd dat men dat eigenlijk bij het vaststellen van de dertiende wijziging van de gemeenschappelijke regeling had moeten aanpassen. Hier is alsnog de kans. Ik werd er haast toe opgeroepen door de voorzitter van het AB van Baanbrekers. Want wij blijven steeds last hebben van de BUIG en als de zienswijze wordt gedeeld, neem ik aan dat er weer een nieuw voorstel richting de raden komt om de weer opnieuw aangepaste gemeenschappelijke regeling vast te stellen. De heer Lodenstijn: Ik kijk er iets anders tegenaan. De impact van dit amendement op Baanbrekers en de deelnemende gemeenten kan ik niet inschatten. Ik ga graag met u het debat aan, maar ik denk wel dat we op het antwoord van de wethouder moeten wachten.

U hoort dat niet graag tijdens een debat, maar ik denk dat we de consequenties voor Baanbrekers van de wethouder moeten horen.

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

23

De heer Van Groos: Voor Baanbrekers betekent dit amendement meer zekerheid, want ze krijgen een vergoeding van de gemeente op basis van het aantal uitkeringsgerechtigden. En het probleem dat de BUIG daarmee niet gelijk opgaat, is dan het probleem van de individuele gemeenten, maar dat is het in de huidige situatie ook. De heer Lodenstijn: Ik hoor het graag van de wethouder. Reactie college Wethouder Bakker: Voorzitter. De GR Baanbrekers. Ik realiseer me zojuist dat ik hier in mijn tiende jaar mag staan als bestuurder van Baanbrekers. Voor degenen die hier nieuw zijn: er zijn jaren geweest waarin het meezat en jaren waarin het tegenzat. Ik ben het met de heer Van Groos eens: als het tegenzat, kwam er erg veel chagrijn vanuit de gemeenteraad richting Baanbrekers. Dat was zonder dat er echt gekeken werd naar de inhoud van waarom het zo gebeurde. Dat is tevens ook de verdedigingslijn die ik wil opzetten voor dit voorstel. Laat ik vooropstellen dat het een technisch verhaal is wat het amendement voorschrijft. Eerst even over de reikwijdte van het besluit. Baanbrekers vraagt ons niet om een zienswijze, maar om een besluit over de gemeenschappelijke regeling. Als je niet volmondig ja zegt, dan zeg je in feite nee. Ditzelfde besluit ligt namelijk ook bij twee andere gemeenten voor.

Bij deze wijziging van deze gemeenschappelijke regeling zijn er maar twee gemeenten nodig die ja hoeven te zeggen. Dus als wij nee zeggen waar Heusden en Loon op Zand ja zeggen, is die gemeenschappelijke regeling gewijzigd. We vragen dus niet om een zienswijze, terwijl dit amendement dit wel suggereert. In het amendement staat dat we wel instemmen met de wijziging, met uitzondering van artikel 34. Dan zeg je dus technisch gezien nee. Je kunt immers geen GR vaststellen “met uitzondering van”. Dat is dus niet mogelijk op dit moment. Als andere gemeenten ook nee zouden zeggen, zou het weer terug moeten naar het algemeen bestuur, dan komen we met een ander voorstel et cetera. In de tweede plaats gaat het mij om het idee dat geschetst wordt, namelijk dat er voor Baanbrekers meer zekerheid komt. Baanbrekers heeft op dit moment namelijk alle zekerheid dat als er een tekort of een overschot is, dit door de drie gemeenten gedekt wordt. Dat is nu eenmaal vastgelegd in die gemeenschappelijke regeling. Aan het eind van de dag staan de drie gemeenten aan de lat voor overschotten – dan krijgen we geld terug, zoals in de afgelopen jaren -- of moeten we tekorten afdekken. Met dit amendement gaan we niet meer of minder bijstandsgerechtigden krijgen in Waalwijk. Dat blijft allemaal hetzelfde.

Wat het wel voor u als raad een beetje moeilijker maakt, is dat, als er in de toekomst resultaten van Baanbrekers komen, om integraal te kijken naar de elementen die deel uitmaken van dat overschot of tekort. Om u een beeld te geven: wanneer we het hebben over een tekort bij Baanbrekers, kan dat zitten in de BUIG – dat zijn de middelen die vanuit Den Haag richting de gemeenten worden gestuurd, dus het geld dat we van het Rijk krijgen – maar het kan ook zo zijn dat een deel wordt veroorzaakt door kosten die extra worden gemaakt in de uitvoeringsorganisatie van Baanbrekers. Het kan ook zijn dat we bijvoorbeeld veel meer uitkeringsgerechtigden hebben als we het jaar ervoor hadden. Als er een resultaat wordt gegeven vanuit Baanbrekers en dit bij u op tafel komt, vind ik dat je in zo’n behandeling al die elementen integraal moet gaan bekijken. Ik vind ook dat ik verantwoording moet afleggen en uitleg moet geven over waarom dat zo is. Wanneer dit amendement zou worden uitgevoerd, halen we een van die elementen eruit, en die stoppen we in de gemeentebegroting. Dat maakt dan geen deel meer uit van de discussie. Ik heb in het verleden ook al uitgelegd dat wij daarom bijvoorbeeld tegen het hebben van grote reserves in zo’n gemeenschappelijke regeling.

Als je een grote reserve in een gemeenschappelijke regeling hebt en er wordt bijvoorbeeld een negatief resultaat gedraaid in zo’n organisatie, krijgen wij hier een jaarrekening, waar bijvoorbeeld in staat dat het een tekort van € 200.000 is, maar dat de gemeenteraad de portemonnee niet hoeft te trekken, omdat het wordt gedekt vanuit de reserve. Ik kan u uit tien jaar ervaring Notulen raadsvergadering 21 april 2022

24

vertellen dat uw attentiewaarde een heel stuk kleiner is, als u de portemonnee niet hoeft te trekken en het vanuit een reserve wordt gedempt. Dat is precies waarom ik wil voorstellen en adviseren dit amendement niet aan te nemen, de GR vast te stellen – materialistisch is daar heel weinig aan de hand – en inderdaad kritisch te blijven wanneer er een jaarrekening of begroting komt, op het totaal aan elementen dat Baanbrekers uiteindelijk financieel maakt wat het is. Tot zover. De heer Van Groos: Ik dank de portefeuillehouder voor de reactie en ik wil op twee punten ingaan. Hij zegt dat het amendement een zienswijze is, maar volgens mij is dat niet zo. De voorzitter: Hij zei dat het geen zienswijze is. De heer Van Groos: Er staat ook niet dat het een zienswijze is. Maar hij zegt dat je, als je nee zegt tegen een onderdeel van de gemeenschappelijke regeling, je nee zegt tegen de hele gemeenschappelijke regeling. Ik heb er geen moeite mee het dictum van het amendement te veranderen en te zeggen niet in te stemmen met de dertiende wijziging Baanbrekers, met name vanwege artikel 34, want dan is duidelijk waar de angel zit. Daarnaast zei de wethouder dat het amendement niet leidt tot meer zekerheid bij Baanbrekers. Niet in de zin dat ze zich financieel zorgen moeten maken.

Dat heb ik ook net in de beantwoording aan de heer Lodenstijn duidelijk gemaakt, want ze blijven evenveel geld krijgen van de gemeente. Ze krijgen echter wel meer zekerheid over hun begroting, omdat die een betere afspiegeling is van de realiteit. Dat helpt de gemeente ook. Nu wordt Baanbrekers steeds geconfronteerd met het vervelende gedoe rondom die afwijkende BUIG en wij hebben daar ook weer last van. Dat is wat ik wil bereiken: niet meer geld naar Baanbrekers maar wel beter begroten, zowel Baanbrekers als de gemeenten die eigenaar zijn. Wethouder Bakker: Ik begrijp wat de heer Van Groos zegt, maar ik acht deze raad prima in staat de uitleg over de BUIG-middelen, dat die kunnen variëren en dat dat voortkomt uit een zogenaamd objectief verdeelmodel, te begrijpen. En de raad zal dat Baanbrekers niet verwijten. Als Den Haag minder geld stuurt omdat de verdeling nu eenmaal anders is, begrijpt de raad heus wel dat wij niet chagrijnig gaan staan wijzen naar Baanbrekers, maar dat we dat zien als een onontkoombaar of onvermijdelijk punt en dat we ons concentreren op de punten waar we wel invloed op kunnen uitoefenen. Daarom geef ik maar aan dat dit niet zo zeer gaat om financiële instabiliteit. Wat u probeert te doen, is maskeren waar het probleem van Baanbrekers zit als er een negatief resultaat is.

Ik wil eigenlijk alle transparantie overeind houden en gewoon iedere keer weer verantwoording afleggen als het speelt. De voorzitter: Ik wil voorkomen dat we in herhaling vallen. Kunt u alleen een aanvullend punt maken? Dan gaan we daarna over tot de besluitvorming. De heer Van Groos: Twee dingen. Ik maak bezwaar tegen de stelling dat ik dingen niet transparant wil laten zijn. Volgens mij is dat niet het geval, want dan krijgen we via de uitkering gemeentefonds gelijk te horen hoe het zit met de BUIG. Ik zou de wethouder willen vragen in te gaan op ons voorbeeld dat eerst door de raad wordt besloten dat we een half miljoen in Team WijZ stoppen, omdat we dat structureel overhouden op Baanbrekers. Binnen de kortste keren houden we het niet over en dan moet het allemaal worden gerepareerd. Dat zijn zaken waar ik in ieder geval als raadslid last van heb en ik neem aan de rest van de raad ook. Dan kunt u een heel verhaal hebben en uitleggen waarom het Baanbrekers niet te verwijten valt, maar dan valt het het college te verwijten dat het met slechte dekking komt. Wethouder Bakker: Ik vind het altijd lastig om op zo’n voorbeeld in te gaan. Ik begrijp wel waar het over gaat. Het gaat erom dat wij als raad bij een begrotingsvaststelling, Notulen raadsvergadering 21 april 2022

25

weliswaar aangegeven door het college, af en toe de aanname doen dat een bepaald voordeel dat wij verwachten bij Baanbrekers structureel is. Ik heb daar ook wel mijn gedachten bij, of dat dan structureel is, want het blijkt dat dat niet altijd zo is. Want wat is dan structureel? Gaat dat tot in de eeuwigheid door, of totdat het Rijk besluit dat er meer of minder geld komt? En over het inboeken en gebruiken van dat voordeel voor andere dekkingsdoeleinden, kun je je gedachten hebben maar dat hebben we wel met zijn allen besloten. Als ik dan constateer dat dat in de jaren erna aan het veranderen is, zullen we daarop moeten anticiperen. Dat voorkom je niet door een andere onderliggende financieringsmethodiek bij Baanbrekers aan te houden. Daarmee verander je helemaal niets. De voorzitter: Ik hoor hier een verschil van mening. Ik wil even inventariseren of er anderen zijn die het amendement van de ChristenUnie steunen. Ik zie alleen de SGP. Het woord is aan de heer Van Groos in de tweede termijn. Tweede termijn De heer Van Groos: Voorzitter. Ik ben benieuwd wat LokaalBelang ervan vindt. Ik schat in dat ze zomaar eens kunnen aansluiten bij de woorden van de wethouder. LokaalBelang wachtte eerst de woorden van de wethouder af om vervolgens te kunnen bepalen wat ze zelf zouden kunnen zeggen. De heer Lodenstijn: Dat hebt u heel goed ingeschat.

Wij sluiten ons aan bij de woorden van de wethouder en zullen het amendement dus niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, ik sluit de bespreking van dit onderwerp af en ga naar het volgende onderwerp. 4.

Bestemmingsplan Schotse Hooglandersstraat ong. (naast nr. 14) in Waspik

De voorzitter: Ook dit agendapunt is een bespreekpunt voor de ChristenUnie en de pitchtijd is wederom tweeënhalve minuut. Het woord is aan de heer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Het is ons opgevallen dat de verplichte floraen faunaonderzoeken zelden of nooit tot bijzonderheden leiden. Dat roept bij ons de vraag op wat een goed bureau is voor dergelijke onderzoeken. Een bureau dat geen bijzonder, en dus beschermingswaardig diertje of plantje ontdekt, of juist wel? Het mag blijkens de stukken zelfs een zogeheten quick scan zijn. Wat is de waarde van een, zoals in dit geval, eenmalig veldonderzoek op 10 december 2020 bij twee graden Celsius en helder weer? Tijdens het veldonderzoek is zo veel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten, zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, haren, enzovoorts. Volgens ons verkeren op dat moment beschermde diersoorten, de meeste althans, in een diepe winterslaap of verblijven ze elders. Lang niet alle kruiden en planten, ook al zijn ze beschermingswaardig, zijn wintervast. Dat zien we ook terug in de bevindingen van het rapport.

De onderzoekers weten welke bijzondere dieren en planten er in de omgeving, binnen een straal van vijf kilometer, zijn aangetroffen en stellen vast dat er geen bomen, vennen of grondsoorten op de betreffende locatie aanwezig is, waarmee deze beschermingswaardigen zouden kunnen verblijven. En daarmee wordt het dan afgedaan. Dat punt wilden wij vanavond aan de orde stellen. Misschien kan er een reactie van het college komen. Mevrouw Klerks: Ik snap wat de heer Van Groos aanhaalt, maar ik ben wel benieuwd naar zijn voorstel hoe we het dan wel zouden moeten doen.

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

26

De heer Van Groos: Het lijkt erop dat die onderzoeken worden uitgevoerd omdat het moet en omdat daarmee aan een regeltje is voldaan. Dat het moet, heeft echter een bepaalde reden. Een van de voorstellen zou kunnen zijn dat we flora- en faunaonderzoek in een andere periode dan midden in de winter laten uitvoeren. Om maar eens iets te noemen. Mevrouw Klerks: Dat kan ik me voorstellen, maar dat betekent ook dat je dan bouwvertragingen van een halfjaar kunt oplopen, bijvoorbeeld omdat een bepaald onderzoek een halfjaar lang niet uitgevoerd kan worden. Misschien moeten we eens op een andere manier een gesprek voeren over hoe dat dan zou werken in de praktijk. Ik snap wat de heer Van Groos zegt, maar het gaat ook nog over werkbaarheid en dat we woningen moeten bouwen, en hoe je dan die balans zoekt. Dat is een ingewikkelde discussie, denk ik. De heer Van Groos: Volgens mij was in dit geval het onderzoek van 10 december 2020, dus we zijn meer dan een jaar verder. Het had makkelijk midden in de zomer uitgevoerd kunnen worden. Ik stel vast dat bij heel veel plannen vertraging is, niet door de raad maar in het traject ervoor, door de ontwikkelaar en de organisatie. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. Het is niet de gemeenteraad van Waalwijk die een besluit heeft genomen over het wel of niet doen van een flora- en faunaonderzoek.

U weet dat wij daar wettelijke kaders voor hebben, de Wet natuurbescherming. Voorheen hadden we een Boswet, een Flora- en faunawet en de Wet natuurbescherming van 1998. Dat is allemaal samengekomen in de Wet natuurbescherming. Daardoor kunnen wij bij ontwikkelingen niet zomaar iets doen met de flora- en faunaonderzoek. Sterker nog, ook dit soort procedures in het kader van een bestemmingsplan, worden gecontroleerd door andere overheden. Ook de provincie heeft daar een rol in. Die controleert de manier waarop iets wordt toegepast. Wanneer een onderzoek moet worden toegepast, zijn er verschillende momenten, in het kader van bestemmingsplannen maar zeker ook in het voortraject, waarin eerst voor vleermuizen of andere soorten extra kastjes moeten worden opgehangen of extra maatregelen moeten worden genomen. Daardoor brengt een procedure eerst een halfjaar onderzoek met zich mee, alvorens het hier ligt voor besluitvorming. U mag natuurlijk kritisch zijn op het flora- en faunaonderzoek en we kunnen daarover met elkaar discussiëren, maar het zijn wettelijke kaders die bepalen hoe het flora- en faunaonderzoek moet worden uitgevoerd. Juridisch liggen wij in een totaaltraject, en sowieso in deze maatschappij, onder een loep en los van een provincie kunnen mensen ook belanghebbend zijn, of betrokken zijn bij dit soort procedures.

Zij hebben de mogelijkheid om dingen ter discussie te stellen of juridisch te toetsen. Over de maand waarin een onderzoek wordt uitgevoerd, mag u met mij discussiëren, maar deze wordt gewoon bepaald. Mevrouw Klerks vraagt hoe het dan wel kan. Ik sta er open voor om er op een andere manier mee om te gaan, maar wij volgen wel de wettelijke kaders. Het is niet zo dat wij op basis van een verkorte ruimtelijke procedure wettelijke kaders opzij zetten. Kortom, wij moeten ons houden aan de Natuurbeschermingswet, die ook vanuit de Europese wetgeving, dus de Habitatwetgeving, uitgevoerd moet worden middels een bepaald kader. In mijn optiek is bij dit voorstel dat kader gevolgd. Ik hoor het graag van de heer Van Groos als we afwijken van het wettelijk kader dat ons is meegegeven. De heer Van Groos: Ik moet oppassen dat ik niet te verzuurd reageer, maar het is nu al de tweede keer vanavond dat mij dingen in de mond worden gelegd die absoluut niet waar zijn. U kunt van een vertegenwoordiger van de ChristenUnie niet denken dat hij voorstelt om af te wijken van wettelijke kaders. Dat zullen wij nooit voorstellen.

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

27

Het is een typisch juridisch antwoord. Wat wij zeggen, is dat alle wetten waarnaar u verwijst, een bepaald doel hebben. Daarom moeten die onderzoeken plaatsvinden. Wij stellen vast dat wij onze twijfels hebben bij de kwaliteit van die onderzoeken. Ik heb daarvan een voorbeeld gegeven. Het had makkelijk een halfjaar later gekund en dan had u ons vanavond niet gehoord. We willen helemaal geen wettelijke kaders buitenspel zetten. Het gaat ons juist om het beschermen van de flora en fauna. Wij vragen ons af of die gediend is met dit soort onderzoeken. Wethouder Daandels: Ik doe niets af aan het feit dat u zich dat afvraagt. Dat mag u doen, en u mag kritisch zijn. U moet zich echter wel beseffen dat de Wet natuurbescherming, niet oordeelt of concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Ik denk dat u dat zelf wel weet. Die wet vraagt gewoon of wij kunnen onderbouwen dat er geen schade ontstaat met de activiteiten die daar gaan plaatsvinden. Daaronder ligt een onderbouwing. Deze onderbouwing, op basis van de notitie die hier voorligt, heeft op basis van een kader dat onderzoek bewerkstelligt. Daaruit komt de conclusie dat het toch mogelijk is de activiteit uit te voeren, zonder schade te berokkenen aan de waarden die daar in dat gebied liggen. Ik wil best met u meekijken naar de kwaliteit van het onderzoek.

Ik ga niet met u discussiëren over de vraag of het ene bureau betere kwaliteit levert dan het andere, maar kan u wel vertellen dat ook die bureaus ook gewoon aan bepaalde criteria moeten voldoen en een bepaalde certificatie moeten hebben. De heer Van Groos: Ik dank de wethouder om zijn reactie en ik kom hier op een later moment nog wel op terug. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar het volgende agendapunt. 5.

Tweede wijziging verordening precariobelasting 2021

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor het CDA en de pitchtijd is tweeënhalve minuut. Het woord is aan mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. De CDA-fractie heeft tijdens een gespreksavond laten weten dat zij moeite heeft met het huidige voorstel voor het verlagen van de precariorechten. Laat me allereerst dit zeggen: de CDA-fractie wil het bedrijfsleven graag steunen, maar alleen waar dat echt nodig is. Bekend is dat vooral specifieke sectoren, zoals de horeca en de evenementensector, getroffen zijn door de coronamaatregelen in de afgelopen jaren. Er zijn echter ook genoeg bedrijven die een positief bedrijfsresultaat hebben geboekt in de afgelopen jaren. Ook op onze industrieterreinen staan diverse bedrijven met positieve resultaten. Daarom had de CDAfractie graag gezien dat het voorstel van het college was toegespitst op juist die bedrijven die het zwaar hebben gehad tijdens de coronacrisis; de horeca en evenementensector. Door het huidige voorstel profiteren ook bedrijven met positieve bedrijfsresultaten van deze gemeentelijke belastingverlaging. Dat vinden wij eigenlijk heel onredelijk. Daarom heeft de CDA-fractie geprobeerd dit voorstel te wijzigen, maar een wijziging levert waarschijnlijk meer kosten op dan het bedrag waar het om gaat. Daarom hebben wij besloten met frisse tegenzin voor het voorstel te stemmen.

Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter. Ik dank mevrouw De Bruijn voor haar stemverklaring. Ik begrijp de motivatie wel, maar het is nu eenmaal zo. We hoeven het niet al te lang te maken. Er zijn natuurlijk bij dit soort maatregelen altijd situaties die niet terecht zijn. Een maatregel zoals we die nu hebben met de energiecompensatie komt ook terecht bij mensen die drie jaar lang een contract hebben en dus helemaal geen stijgende energielasten hebben. Dat is nu eenmaal zo bij de massaliteit van steunmaatregelen, het is onmogelijk daar individuele afwegingen van te maken. Dat was eigenlijk uw conclusie zelf ook al, dus dank daarvoor. Notulen raadsvergadering 21 april 2022

28

De voorzitter: Dank u wel. Ik sluit de bespreking van dit onderwerp af en ga naar het volgende agendapunt. 6.

Programma-indeling vanaf de begroting 2023

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor de ChristenUnie. De pitchtijd is tweeënhalve minuut en het woord is aan de heer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. In een brochure van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de vernieuwing van het BBV, het Besluit Begroten en Verantwoorden, staat het volgende: “Om baten en lasten van taken en activiteiten te kunnen aggregeren en met die van andere gemeenten te kunnen vergelijken, moeten ze in vergelijkbare eenheden worden ingedeeld. De kwaliteit van de informatie kan het beste worden gewaarborgd als hiervoor een indeling wordt gebruikt die gemeenten ook zelf gebruiken. De indeling van de programmabegroting is ongeschikt voor zo’n vergelijking. Met deze indeling zouden gegevens op een te hoog aggregatieniveau worden verzameld. Minstens zo belangrijk is dat daarmee ook de vrijheid van de raad zou worden ingeperkt om de begroting in te delen naar de eigen beleidsprioriteiten. Dat is ongewenst. Daarom wordt gekozen voor het niveau van de indelingen die de colleges gebruiken voor de uitvoering van de programmabegrotingen. In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat colleges de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van uniforme eenheden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend.

De colleges kunnen deze eenheden verder naar behoeven clusteren of onderverdelen in deeltaken en activiteiten. Het zijn instrumenten voor interne sturing. Ze hebben geen invloed op de indeling van de programmabegroting en de uitoefening van de autorisatiebevoegdheid door de raad, en laten dus de sturing van beleidsprioriteiten via de begroting vrij. Wel kan deze informatie raadsleden ondersteunen bij sturing en controle op hoofdlijnen van beleid. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die de gemeente aan het Centraal Bureau voor Statistiek moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de Europese Unie en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden”. Zou de portefeuillehouder willen uitleggen waarom dit raadsvoorstel en de antwoorden op onze vragen hierover wel in lijn zouden zijn met het zojuist voorgelezen citaat? Maar ik kan me voorstellen dat dat voor de plaatsvervanger wat lastig is. Dan heb ik in ieder geval toch aangegeven waarom wij het niet eens zijn met dit voorstel en hoeft er geen reactie van het college te komen. De voorzitter: Dank u wel. Is er een reactie van het college? Dat is niet het geval. Er is ook geen reactie in tweede termijn. Dan sluiten we de bespreking van dit onderwerp af en gaan we naar het volgende onderwerp.

Dat is een motie vreemd aan de orde van de ChristenUnie over handhaving van de huidige bibliotheek Waalwijk. Motie vreemd aan de orde over handhaving bibliotheek Waalwijk De heer Van Groos: Voorzitter. Volgens mij heb ik de motie formeel nog niet ingediend, maar u heeft hem al wel, dus we gaan maar van start. In september 2020 stond ineens in het addendum op het eigen akkoord van de coalitie het plan om de bibliotheek te verplaatsen van het Sint-Jansplein, of de Wilhelminastraat zo u wilt, naar De Els. Niet het overdekte winkelcentrum, maar de straat die zo heet. De bibliotheek heeft daar vroeger ook gezeten. Sindsdien is deze verhuizing een enkele keer genoemd. Ook het Brabants Dagblad heeft erover geschreven. Echter, het belangrijkste Notulen raadsvergadering 21 april 2022

29

orgaan van de gemeente Waalwijk, de gemeenteraad, heeft hierover nog geen enkele keer gesproken. Het zou niet goed zijn als tijdens niet-openbare coalitieonderhandelingen ineens een klap hierop wordt gegeven en de raad, of een deel ervan, met een voldongen feit wordt geconfronteerd. Vaste gebruikers van de bibliotheek hebben ons, en ik vermoed ook anderen, laten weten een verhuizing niet te zien zitten. Zij zijn blij met de huidige voorziening op de huidige locatie. Met onze motie zorgen we ervoor dat de fracties zich vanavond uitspreken en mogelijk kaders aangeven. Dat is immers onze rol. Eerder vanavond is gesproken over een grote kans. Daarbij werd de LocHal, de bibliotheek in Tilburg, genoemd. Maar de bibliotheek van Tilburg is juist uit het centrum weggehaald. Zou de bibliotheek van Waalwijk dan ook uit het centrum moeten worden weggehaald? De inspreker had het er vanavond over dat de bibliotheek te midden van de gemeenschap zou moeten komen, maar De Els is zo ongeveer het leegste gebied van Waalwijk. Daar zou dan een bibliotheek naast moeten komen.

Als het nu zo’n grote kans was, snappen wij niet dat er op 7 oktober 2020 een raadsinformatiebrief is verstuurd met de naam Schoolkwartier, waarin stond dat dat er een onderzoek naar verplaatsing zou plaatsvinden, dat er ook naar de achterblijvende locatie zou worden gekeken en dat men het voornemen had een intentieovereenkomst te sluiten. Ik stel vast dat het onderzoek er niet is en dat de intentieovereenkomst niet is gesloten. Als het zo’n geweldige kans is, had die allang verzilverd moeten worden. Daarom dienen wij deze motie in. MvO 1: Handhaven huidige bibliotheek Waalwijk De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • pas in het addendum van september 2020 voor het eerst sprake was van het mogelijk verplaatsen van de bibliotheek van het St.

Jansplein naar De Els; • in het ambtelijk overdrachtsdocument indicatief staat aangegeven dat voor het verplaatsen van de bieb een bedrag van € 500.000 incidenteel en € 30.000 structureel benodigd is; • de gemeenteraad tot gisteren – hoe toevallig - geen bericht van de bibliotheek heeft ontvangen dat de huidige locatie niet zou voldoen; overwegende dat: • over dit onderwerp nog geen enkele keer een fundamentele discussie in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden; • de huidige bibliotheek nog geen 10 jaar geleden voor enkele tonnen een metamorfose heeft ondergaan, zodat de bibliotheek meer een huiskamer uitstraling heeft gekregen en een plaats is voor activiteiten en ontmoeting; • de huidige bibliotheek bijna 30 jaar oud is en dus nog niet is afgeschreven; • de boekwaarde bedraagt circa € 90.000; • deze voorziening voorheen op de beoogde locatie zat, die toen te klein werd bevonden; • de bibliotheek nu op een goed bereikbare locatie gevestigd is voor zowel de minder valide bezoekers als de bezoekers met de auto, omdat ze bijvoorbeeld uit Waspik komen; • nog niet (financieel) rekening is gehouden met de herontwikkeling van de achterblijvende locatie; besluit: te stoppen met de plannen voor het verplaatsen van deze bibliotheek, en gaat over tot de orde van de dag. Notulen raadsvergadering 21 april 2022

30

De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. Als het onderwerp niet op de agenda staat maar u komt met een motie vreemd, dan benoem ik die als motie vreemd, ondanks dat u deze nog niet had ingediend. Welke fracties ondersteunen de motie van de ChristenUnie? Ik zie de SGP, Lijst IJpelaar en Samen Waalwijk. Dank u wel. Het woord is aan de heer Klerx. De heer Klerx: Ik snap wederom iets niet zo goed. De heer Van Groos heeft een aantal data genoemd die ver in het verleden liggen. We zijn laatst, in de coronatijd, bijgepraat met de bibliotheek over hun wensen. Toen werd dit onderwerp besproken. We hebben inderdaad als coalitie de uitspraak gedaan in het addendum dat we daar kansen zien. Er is inderdaad in verschillende P&C-stukken aandacht gegeven aan dit dossier. We zijn hier dus al heel vaak in meegenomen. De heer Van Groos heeft een punt: we hebben misschien nog geen kaders hiervoor gegeven. Maar voor mijn gevoel is er nu geen aanleiding om er besluiten over te nemen. Dit noemen ze volgens mij planvorming, ontwikkeling. Er is wel degelijk een intentieverklaring. Volgens mij hebben we die gezien in de krant en is die onlangs zelfs nog een keer verlengd. Er is dus wel degelijk een intentieverklaring.

Wat maakt nu dat de heer Van Groos zegt dat we nú als raad een besluit moeten nemen, dwars door al die planvorming heen en dwars door al die onderzoeken heen, die nu in uitvoering zijn. Die onderzoeken zijn misschien nog niet gepresenteerd, of misschien ook nog niet afgerond, maar we zullen er te zijner tijd over worden geïnformeerd. Dat hoorden we ook zojuist van onze inspreker. Het verbaast me dus dat we daar dan nu, op initiatief van de ChristenUnie, dwars doorheen een besluit moeten nemen als raad. Ik snap dat niet. Kan de heer Van Groos daar wellicht duiding aan geven? De heer Van Groos: Er is een intentieovereenkomst gesloten, maar niet met de bibliotheek. En het gaat vanavond over de bibliotheek. In antwoord op onze onderhandse vragen naar aanleiding van het ambtelijke overdrachtsdocument is aangegeven dat er nog geen intentieovereenkomst is. Die was in oktober 2020 wel aangekondigd. Daarnaast zegt u dat wij zijn meegenomen. Het enige waar wij als raad tot nu toe in zijn meegenomen, is dat er iedere keer melding wordt gemaakt van plannen om de bibliotheek te verplaatsen naar de vorige locatie. Heeft u iets over de gouden kans gehoord? Iets over wat zou moeten kosten? Als je daarnaar vraagt, blijkt het nog maar on globale ramingen te gaan. En vervolgens komt u vanavond ook nog met een vraag over het proces en weer niet over de inhoud. Ik wil het over de inhoud hebben.

Daarom heb ik deze motie op de agenda gezet. Ik had dat eigenlijk al bij de installatievergadering willen doen, maar ik wilde die avond verder niet verpesten. Ik zou echter graag willen dat in deze raad wordt gesproken over het al dan niet verplaatsen van de bibliotheek en niet in de coalitieonderhandelingen. De heer Klerx: Het betreurt mij dat er eigenlijk nauwelijks een antwoord komt op mijn vraag. Ik zal zo uiteraard ook inhoudelijk reageren, maar het leek mij gepaster dat te doen wanneer we zelf een bijdrage mogen doen. Ik had gewoon een vraag over iets wat ik oprecht niet snapte. Ik ben blij met de verduidelijkende antwoorden over de intentieverklaring. Dat is helder. Maar ik vind het jammer dat we het dan blijkbaar niet over het proces mogen hebben. Volgens mij hebben we het de afgelopen anderhalf uur alleen maar over proceszaken gehad, maar ik zal zo meteen inhoudelijk reageren. De heer Van Groos: Ik meen iets van een sneer te horen, maar dat zal zo wel niet bedoeld zijn. Het is ook helemaal niet gezegd dat vanavond deze motie in stemming moet komen. Ik ben erg benieuwd naar de reactie van de heer Klerx en ik hoop dat beloofd wordt dat in deze ruimte besloten wordt over het wel of niet verplaatsen van de bibliotheek. Dat hoeft niet vanavond te zijn.

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

31

Mevrouw Klerks: Ik had al wat e-mailcontact met de heer Van Groos over zijn motie. Ik had gezegd dat we dit misschien gewoon in de raadszaal moesten voortzetten, dus bij dezen. Ons contact ging erover waarom we nu een halt zouden moeten toeroepen tot die planontwikkeling, zoals de heer Klerx ook vraagt. Er is nog geen plan. We hebben niet voorgelegd gekregen wat er dan zou moeten gebeuren. Ik zal een van de vragen die ik aan de heer Van Groos stelde even herhalen, zodat het debat op gang komt. Waarom zouden we het nu per definitie moeten stopzetten? Dat is ook de vraag die de heer Klerx stelde, waar ik toch gewoon graag een antwoord op wil. Waarom moet iets waarvan we nog niet weten wat ermee gaat gebeuren, stopgezet worden? De heer Van Groos: Dat kan zijn omdat de onderhandelende partijen, ondanks dat ze nog niet weten wat het plan is, al wel het besluit nemen dat het gaat gebeuren. Dat wil ik voorkomen. Mevrouw Klerks: Daaruit destilleer ik dat de heer Van Groos zich buitengesloten voelt van de coalitieonderhandelingen, wat feitelijk ook zo is, en dat hij via deze motie probeert in die coalitieonderhandelingen alsnog een voet tussen de deur te krijgen. Ik vraag de heer Van Groos of hij denkt dat dit de beste manier is om op de beoogde coalitie druk uit te oefenen. De heer Van Groos: Ik heb geen betere. Wat ik wel weet, is dat het de inwoners van Waalwijk aan het hart gaat.

Ik denk dat wij hier praten over de belangen van alle inwoners. Het is hen allemaal nog niet duidelijk waarom zij daarmee vooruit zouden gaan en het zou een heel kwalijke zaak zijn als het besluit daarover door een deel van de raad wordt genomen. Dat is de vorige keer, vier jaar geleden, voor een aantal dingen gebeurd, ik noem GO Waalwijk. Dat is niet besproken. Er zijn geen zaken meegegeven, geen indicatoren, vervolgens komt er een evaluatie van niks en zitten we nog steeds met GO Waalwijk. Inmiddels hebben we er wel een keer over kunnen praten. Mevrouw Klerks: Ik concludeer dat de heer Van Groos handelt uit angst dat iets wat vier jaar geleden gebeurd is nu weer zou kunnen gebeuren. Dat is niet de manier waarop de VVD politiek bedrijft. Dat doen we op basis van inhoud, dus we gaan de discussie over de bibliotheek inhoudelijk graag aan, wanneer het voorstel voorligt. Voor nu steunen we daarom de motie niet. De heer Van Groos: Ik dank mevrouw Klerks voor de vragen en de reactie. Ik ben blij met de toezegging van de portefeuillehouder van de VVD dat de coalitie daarover geen besluit neemt. We horen het wel als de plannen er zijn, maar dat zal nog wel even duren, schat ik zo in. De heer Klerx: Voorzitter. Het leek me beter op deze manier te doen, dus even een korte motivatie waarom wij de motie niet zullen steunen.

Wij willen de bibliotheek in het centrum van Waalwijk een duurzame toekomst geven, die past bij het veranderende dienstverleningsconcept. De bibliotheken transformeren namelijk van boekenuitlener naar een breed maatschappelijke speler op het gebied van taal en cultuur. Onze bibliotheek moet dus een sociale ontmoetings- en werkplek worden met een brede rol in de samenleving. Als we dat willen bereiken, vraagt dat ook van de huidige locatie al om flinke aanpassingen. Verhuizen is voor ons een reële optie om te onderzoeken. Deze nieuwe functie kan in onze ogen zelfs beter worden ingevuld in het hart van het centrum, omdat het een win-winsituatie is voor zowel de bibliotheek – meer inloopmogelijkheden om echt een nieuwe huiskamer te worden in het hart van de stad – en voor het centrum – meer traffic, een fijne plek om te ontmoeten en te verblijven. Dit soort functies zijn essentieel voor de binnenstad. Bibliotheek en centrum kunnen elkaar echt versterken. Daarom zien wij zeer uit naar de resultaten van het onderzoek en ik heb er alle vertrouwen in dat we dan hier een goed besluit zullen nemen. Tot zover. Notulen raadsvergadering 21 april 2022

32

De heer Ottens: Naar aanleiding van het betoog van de heer Klerx hoor ik graag of hij kan aangeven wanneer de raad opdracht heeft gegeven om een verhuizing of verbouwing van de bibliotheek in het kader van de veranderende opgave van de bibliotheek te onderzoeken. Vervolgens geeft u een aantal reclamekreten aan, want meer is het niet. Win-winsituatie, oorspronkelijk was het gewoon het upgraden van het centrum en daarom moest de bibliotheek verplaatst worden. Kunt u uw betoog überhaupt onderbouwen met cijfers en onderzoeken? Het zijn namelijk alleen maar aannames, die nergens op gebaseerd zijn? Daar zou ik graag een reactie op willen hebben, want anders blijft het gewoon gebakken lucht wat u hier uitspreekt. De heer Klerx: Dit noemen ze visie. We vragen om een onderzoek om juist met die cijfers te komen. We delen wellicht die visie niet, maar dat mag gelukkig in onze democratie. Wanneer we opdracht hebben gegeven dit te onderzoeken? Volgens mij in een aantal P&C-cycli geleden. Ook toen hebben we het hierover gehad. Dat was een onderwerp. We hebben in die P&C-cyclus, volgens mij bij het Voorjaarsbericht, bij het programma Binnenstad gezegd dat we dit willen onderzoeken. Daar heeft u misschien niet mee ingestemd. Dat is uw goed recht, maar daarmee heeft de raad wel gezegd dat we ermee aan de slag moeten.

De heer Ottens: Ik constateer dat wij verschillen van mening over wat een visie inhoudt. Visie is een toekomstbeeld dat je ook nog eens moet onderbouwen met de weg daarnaartoe. En die weg daarnaartoe ontbreekt en daar heb ik naar gevraagd. Nogmaals, de raad heeft geen besluit genomen om een onderzoek te verrichten en daarbij ook geen kaders aangegeven. Het is alleen naar voren gekomen in een addendum dat niet eens door de raad is vastgesteld. Niet meer dan dat. De heer Klerx: De weg daarnaartoe is al verschillende keren aan de orde gekomen. Er komt een wens vanuit een visiestuk, ik meen dat in 2015 voor het eerst toen nog burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, met een visie op de toekomst van de bibliotheek van Nederland kwam. Daaruit is de bibliotheek van de toekomst gerold. Er zijn allerlei plannen voor gekomen: wensen, ambities, visies. Nu hebben wij ook een aantal wensen en ambities voor onze centrumontwikkeling vastgesteld. Die lijken samen te komen. De plannen die we daarvoor maken, moeten inderdaad gestaafd worden met onderzoeken, dus er is wel degelijk een weg daarnaartoe. Daar is echt langer over nagedacht en we krijgen daar nog besluitvorming, onderbouwing en onderzoek voor. Dat zullen we heel even moeten afwachten. De heer Tiemstra: Er zal ooit een moment geweest zijn, waarop de bibliotheek vanuit de Petrusschool naar de huidige locatie ging.

Ik kan me herinneren dat ik vroeger op de lagere school ook nog wel naar de bibliotheek in de Petrusschool ging. Dat zal denk ik een jaartje of twintig geleden zijn. Dat ging best, maar de huidige locatie bevalt veel beter en ik heb nog geen enkel steekhoudend argument gehoord voor waarom het niet zo zijn. Ik kan me voorstellen dat iemand denkt dat we met de huidige locatie andere leuke dingen kunnen doen. Anderzijds, als je kijkt naar de locatie van de Petrusschool, is het misschien ook een idee om de bibliotheek te laten zitten waar die zit en de ontwikkeling van het gebouw heel anders aan te vliegen. Daarbij kan gekeken worden naar woningbouw, met appartementen in het centrum, zeker voor senioren die dan makkelijk alle voorzieningen bij de hand hebben. Het is een mooie locatie die nog niet zo lang geleden is gemoderniseerd. Ik kan me voorstellen dat er weer een slag gemaakt moet worden. Maar ik zou zeggen dat de huidige locatie er toch in ieder geval in meegenomen moet worden. Wat dat betreft zitten wij in hetzelfde schuitje als de heer Van Groos. Wij zullen niet aan de coalitieonderhandelingen deelnemen, maar laat ons dan in ieder geval dit advies aan u meegeven. Dan horen wij het verder wel.

Notulen raadsvergadering 21 april 2022

33

De heer Van Groos: Ik heb nog een vraag aan de heer Klerx, die ik dank voor zijn bijdrage. Ik zal er verder geen kwalificaties aan geven. Maar onze indruk is dat de huidige bibliotheek al een ontmoetingsplaats is en dat er veel meer plaatsvindt dan alleen maar het uitlenen van boeken. Er worden cursussen gegeven en lezingen gehouden. Er vindt al heel veel ontmoeting plaats, juist ook van mensen die mindervalide en niet zo goed ter been zijn. Dan is het een makkelijk bereikbare locatie. Dus wat voegt nu een iets andere uitstraling en het feit dat je er koffie kunt drinken toe aan het nieuwe concept? De heer Klerx: Ik hoorde nu ook een soort van sneer in de eerste zinnen, maar het is wat het is. Dat mag over en weer gewoon. Als uit het onderzoek blijkt dat de toegevoegde waarde alleen is dat je er koffie kunt drinken denk ik dat we een andere discussie hebben. Maar dat is volgens mij niet de intentie en de overweging en de visie die ik zojuist probeerde uit te dragen. Dat is niet waarom wij dit zouden willen. Wij zien echt kansen voor beide partijen, dus zowel voor het centrum als voor de bibliotheek zelf. Ongetwijfeld zullen er mensen zijn die heel tevreden zijn met de huidige bibliotheek, maar het is altijd lastig je iets voor te stellen dat er nog niet is. Ik ben heel blij dat we daarover in ieder geval ook de bibliotheek zelf hebben gehoord.

De heer Van Groos: Ik heb gezien hoe blij de heer Klerx reageert richting mevrouw Frenk, na afloop van het open podium. Dat was dus al wel duidelijk. Daarnaast is het wel fijn als je de gelegenheid krijgt te reageren op een sneer, want dan kun je dat tenminste nog op een andere manier duiden. Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter. De tijd schrijdt voort. Ik heb weliswaar vijf minuten en kan het podium pakken, maar ik houd het beperkt. Ik heb er weinig aan toe te voegen. Ik zie een discussie en ik merk op dat er op een gegeven moment werd gesteld dat er een besluit plaatsvindt in de coalitieonderhandelingen waar dat eigenlijk in de raadszaal moet gebeuren. Ik kan tegen de heer Van Groos zeggen dat het evident is dat besluiten hierover in de raadszaal plaatsvinden. Het gaat over kredieten et cetera, ik hoef het u niet uit te leggen aan iemand met zo veel ervaring. Maar als dat proces eenmaal gestalte heeft gekregen, komt het hier terug. Er worden hier nu eenmaal, ook door het college, af en toe plannen ontwikkeld, waarvoor we niet altijd een opdracht krijgen van de raad. Die zitten dan meestal groot verpakt in de eerste kadernota of wat dan ook, en dan komen wij met initiatieven bij de raad en dan kunnen we het erover hebben. Verder denk ik dat het goed is dat u er als raadsleden met elkaar over hebt gedebatteerd. Daar blijf ik verder buiten.

De voorzitter: Dank u wel, het woord is aan de heer Van Groos in tweede termijn. Tweede termijn De heer Van Groos: Voorzitter. Het is jammer dat de vertegenwoordiger van het college niet aangeeft waarom er geen intentieovereenkomst is met de bibliotheek als er toch zo’n geweldige visie onder ligt, en waarom het onderzoek er nog niet is. Dat vinden we wel jammer. Dan had het in de raad gekund. Uiteindelijk komt het in de raad, zegt de heer Bakker. Daar kom ik zo meteen bij de andere motie nog wel op terug. Maar ik denk niet dat het verstandig is deze motie vanavond in stemming te brengen, want daarmee gooi ik denk ik mijn eigen glazen in. Dat is niet handig. De voorzitter: Dank u wel. Ik sluit de bespreking van dit onderwerp af en ga naar een volgende motie vreemd aan de orde van de ChristenUnie. Ik zal hem niet definiëren, dan kunt u hem nog zelf toelichten en indienen. Motie vreemd aan de orde over Niet verplaatsen huidig busstation

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11465001/2