CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gespreksavond 21 en 26 maart 2024

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten20.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er zijn metingen gedaan naar waar de consument wel en niet loopt. C&A overweegt een terugkeer naar De Els, naast Aldi, Albert Heijn en Action. Bij een substantiële uitbreiding van meer vierkante meters buiten het centrum zullen de supermarkten in het centrum niet meer levensvatbaar zijn. Sterker nog, zij zullen zich uit de herontwikkeling trekken en uit de businesscase voor alle andere winkelbedrijven. Waalwijk staat bekend om het grote aantal vierkante meters supermarkt. Jumbo en Aldi zijn vertrokken uit De Els vanwege onvoldoende omzet. Hij begrijpt dat de heer Van Engelen wil uitbreiden, maar dan wordt het voor De Els een uitdaging. Albert Heijn draait matig en hoopt dat in een nieuwe setting met de terugkeer van Aldi en een nieuwe concentratie van winkels met een aantrekkelijk milieu voor consumenten betere tijden zullen komen. Met Aldi is inmiddels een intentieovereenkomst gesloten. Albert Heijn moet hiervoor grote investeringen doen en die vergen een terugverdientijd. Als dit er niet is worden de investeringen niet gedaan. De toekomst van het centrum van Waalwijk is afhankelijk van de aantrekkingskracht voor de consument. Dagelijkse boodschappen zijn daarbij essentieel. Waalwijk is een boodschappencentrum, geen funshopcentrum.

Een ondermijning van de supermarkten in het centrum door uitbreidingsmogelijkheden van supermarkten buiten het centrum staat voor de retail gelijk aan de verdere verloedering van het centrum en is een bom onder het toekomstplan voor de herontwikkeling van De Els. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Den Braven informeert of de betrokken supermarkten daadwerkelijk hebben gezegd dat zij afhaken als het aantal vierkante meters wordt vergroot of dat het een mogelijkheid is. De heer Van Stekelenburg antwoordt dat in een gemeente een bepaalde omzet gehaald kan worden. Als er minder consumenten naar het centrum komen voor hun dagelijkse boodschappen wordt het minder aantrekkelijk voor andere winkelbedrijven. Bij een herontwikkeling van deze omvang zijn de andere winkelbedrijven van essentieel belang voor de beleving van het centrum. De supermarkten zorgen voor aantrekkingskracht. De voorzitter begrijpt hieruit dat het scenario van de groei van het aantal vierkante meters supermarkt onderwerp van gesprek is geweest tussen inspreker en de winkeliers. Dit wordt bevestigd.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

18

De heer Spohr verzoekt uit te leggen waarom de supermarkten in het centrum met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel benadeeld worden als alle supermarkten zouden mogen uitbreiden naar 1.600m² zeker als de uitbreiding betrekking heeft op meer ruimte, dus niet perse op meer producten, en full service. De heer Van Stekelenburg antwoordt dat dit gaat om consumentengedrag. Als de dichtstbijzijnde supermarkt uitbreidt is er nog minder reden om naar een andere supermarkt te gaan. Met een uitbreiding in alleen Zanddonk zou hij persoonlijk minder problemen hebben, maar het gaat om een uitbreiding voor de hele gemeente en dit ondermijnt de omzetmogelijkheden voor Albert Heijn en Aldi die miljoenen moeten investeren. De heer Spohr is van mening dat het wat tendentieus overkomt. Inspreker heeft te maken met de ondernemers in het centrum. Als iedereen gelijke kansen heeft, is de vraag of het wel zo is. Hij vraagt of dit betekent dat de supermarkten buiten het centrum helemaal niet meer mogen uitbreiden, of tot een bepaald aantal vierkante meters. De heer Van Stekelenburg heeft geen harde cijfers, maar is aanwezig om aan te geven dat de aanwezigheid van een goed functionerend supermarktstelsel middenin het centrum van essentieel belang is voor de andere winkelbedrijven die daar heel graag dicht bij gevestigd willen zijn.

Als Albert Heijn en Aldi niet goed functioneren doordat veel consumenten wegstromen naar buiten het gebied heeft het hele centrum daar last van. Het doen van de dagelijkse boodschappen is van essentieel belang en wordt gewenst. De voorzitter stelt voor de vragen die relatie houden met de centrumvisie straks aan de wethouder te stellen. De heer Spohr protesteert daartegen omdat hij gelegenheid wil krijgen om vragen te stellen aan de aanwezige deskundige. De wethouder baseert zich ook op het advies van deskundigen. De voorzitter verduidelijkt dat zij niet heeft gezegd dat er geen vragen gesteld mogen worden, maar wil voorkomen dat het een debat met inspreker wordt. De heer Spohr begrijpt dat wanneer het aantal vierkante meters buiten het centrum uitgebreid wordt dit invloed heeft op de supermarkten in het centrum en vraagt of inspreker dit op een gevoel baseert aangezien er geen harde cijfers zijn. De heer Van Stekelenburg antwoordt dat het niet om een gevoel gaat. De voorzitter vult aan dat inspreker zojuist aangaf dat de huurders hebben aangegeven dat wanneer dit gebeurt zij zich mogelijk niet in het centrum willen vestigen. De vertegenwoordigers van de supermarkten zijn niet aanwezig om hun onderbouwing te duiden. De heer Van Stekelenburg vervolgt dat hij dagelijks spreekt met bestaande en nieuwe winkeliers en daarom zijn ervaringen weergeeft.

De winkeliers van De Els kiezen voor vestiging in de buurt van een supermarkt. De gewenste onderbouwing lijkt hem niet lastig, maar hij is geen onderbouwer. De heer Van Groos is niet onder de indruk van de bom die onder de plannen zou worden gelegd aangezien de gemeente slechte ervaringen heeft met de ondernemers in en rondom De Els. De gemeente heeft eerder miljoenen gestoken in plannen waar de vastgoedeigenaren en winkeliers vervolgens de stekker uitgetrokken hebben. In 2017 is nadrukkelijk aangegeven dat er iets met De Els moest gebeuren, er zou nog een supermarkt bij kunnen, maar de vernieuwing die vervolgens plaatsvond is in zijn optiek

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

19

weggegooid geld geweest. Hij heeft begrepen dat twee supermarkten in ieder geval blijven, maar het maakt ook uit hoe de supermarkt wordt gedraaid. De Albert Heijn op het Bloemenoordplein trekt vanwege de eigenaar veel meer klanten dan de Albert Heijn in het centrum. Als daarin niets veranderd worden er geen klanten getrokken en hebben de andere winkeliers daar last van. Hij vraagt of inspreker zich kan voorstellen dat hij daarom niet onder de indruk is, ook niet van het uitgangspunt dat wanneer supermarkten groter mogen worden zij per definitie zullen groeien. Sommige supermarkten kunnen niet groter worden. Hij plaatst vraagtekens en heeft twijfels bij hetgeen inspreker vanavond naar voren brengt. De heer Van Stekelenburg reageert dat het bouwkundig mogelijk moet zijn om uit te breiden. Jumbo en Lidl hebben mogelijkheden. Supermarkten schalen op als er omzetruimte te verwachten is. Het gaat om het wegvloeien van omzet die in zijn beleving zo veel mogelijk in het centrum thuishoort. Met Aldi is 2,5 jaar onderhandeld om hen te overtuigen vestiging in De Els te heroverwegen en dat er op andere plekken geen faciliteiten zullen worden verleend door de gemeente. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een intentieovereenkomst.

Hij zou het bijzonder jammer vinden als de gemeente in dit stadium van de ontwikkelingen van De Els zou besluiten om alle supermarkten in Waalwijk ruimte voor uitbreiding te bieden. De heer Tiemstra denkt dat wanneer PLUS Van Engelen mag uitbreiden vooral bestaande klanten meer omzet zullen genereren. Hij denkt niet dat er direct nieuwe klanten aangetrokken zullen worden. Klanten die naar het centrum gaan kiezen voor de aanwezigheid van een sterke supermarktstructuur in combinatie met andere winkels en horeca. Hij kan zich daarom niet voorstellen dat een redelijke kleine uitbreiding voor PLUS Van Engelen een bom onder de centrumontwikkeling zou leggen. Als de ondernemers ter plaatse uitgaan van hun eigen kracht, minder kijken naar wat er op afstand gebeurt in een winkel van een andere omvang, maar kijken naar wat zij de klant kunnen bieden om deze te behouden denkt hij dat daar winst te behalen valt. Hij is er niet voor om een mooi initiatief in Zanddonk de kop in te drukken. De heer Van Stekelenburg vraagt of de raad dit risico zou willen nemen. De heer Tiemstra is niet overtuigd dat hij dit risico niet zou kunnen nemen en daarom stelt hij deze vraag. De heer Van Stekelenburg heeft al aangegeven dat wanneer het alleen om PLUS Van Engelen zou gaan hij daar persoonlijk minder moeite mee zou hebben, het gaat erom dat de mogelijkheid voor alle supermarkten geldt.

De voorzitter merkt op dat zij het gevoel heeft dat geprobeerd wordt om inspreker te overtuigen van het feit dat hij in de ogen van de raad ongelijk heeft. De raad mag informatieve vragen stellen ten behoeve van de besluitvorming. De vragen die nu worden gesteld dragen niet bij aan het vervolg. Zij kan zich voorstellen dat deze vragen straks aan de wethouder worden gesteld en geeft daarom mee dat haar het gevoel bekruipt dat de vragen niet tot meerwaarde leiden. De heer Tiemstra benadrukt dat hij niet probeert om inspreker te overtuigen van zijn ongelijk. Hij is niet overtuigd dat inspreker ongelijk heeft en daarom stelt hij vragen. Inspreker is een expert en daarom stelt hij vragen over klantstromen, concurrentie, omzet en dat acht hij legitiem. Dat zijn geen vragen voor de wethouder, maar vragen ter verduidelijking aan inspreker. De voorzitter hoorde woorden als bent u het met mij eens dat … Zij probeert de vergadering te leiden, zegt dat zij vindt dat het niet goed loopt, maar verbiedt het stellen van vragen niet.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

20

De heer Frodyma vraagt of betaald parkeren ook een rol speelt om het centrum te mijden. Voorts vraagt hij of een derde supermarkt in het centrum het uitwijken naar Kaatsheuvel een halt toe roept, of dat wellicht een buurtsuper in Sprang-Capelle deze omzet zou kunnen meenemen. De heer Van Stekelenburg antwoordt dat betaald parkeren zeker een negatieve invloed heeft op het bezoek aan het centrum voor een boodschapje. De supermarkten waar op dit moment gesprekken mee worden gevoerd gaan er vanuit dat het eerste half uur parkeren gratis is. Vooral voor Aldi en Action is het van belang dat klanten even snel iets kunnen halen. Bij het weglekken van omzet naar Kaatsheuvel verliest het centrum van Waalwijk het klaarblijkelijk in aantrekkingskracht. Geprobeerd wordt om dit terug te pakken, maar iemand die dicht bij Kaatsheuvel woont gaat daar gewoon naartoe. De heer Knops informeert of inspreker tips heeft om het centrum aantrekkelijker te maken. De heer Van Stekelenburg is dagelijks bezig het aantrekkelijk maken van het centrum. Het is een complex geheel van aanpassingen dusdanig dat consumenten datgene doen wat de winkelbedrijven graag zien; komen en kopen. De daarvoor benodigde verscheidenheid van winkels is essentieel om dit onder controle te hebben. In De Els deden 50 pandeigenaren hun eigen ding.

In de nieuwe setting gaat het om één eigenaar, één belegger voor alle nieuwe winkels met uitzondering van Albert Heijn en Aldi om op die manier een branchemix te optimaliseren en behouden. De heer Knops verduidelijkt dat hij doelde op tips wat de gemeente zou kunnen doen om daarin te ondersteunen. De heer Van Stekelenburg complimenteert de gemeente voor de gesprekken die in de afgelopen vier jaar op allerlei niveaus en gebied zijn gevoerd waardoor hij positief werd verrast. De heer Van der Pluijm vraagt hoeveel vierkante meter de twee supermarkten in het centrum nu hebben en wat de drie supermarkten bij de ontwikkeling willen gaan afnemen. Er zijn genoeg plaatsen met een gelijk aantal inwoners met geen of maar één supermarkt in het centrum. Hij vraagt waarom deze plaatsen verschillen van Waalwijk. De heer Van Stekelenburg antwoordt dat de huidige en de nieuwe Albert Heijn ongeveer 2.000m² groot zijn. Er is geen wens om groter te worden. Aldi gaat naar bijna 1.500m², Action is altijd ongeveer 1.000m², Sahan uit het hoofd 1.400m² tot 1.600m². Laatstgenoemde heeft een grote kantoorruimte en een magazijn wat wellicht niet helemaal effectief wordt gebruikt. In de gemeente Dongen zijn supermarktinitiatieven in het verleden gestimuleerd. Eén van de twee supermarkten in het centrum kwam leeg te staan. Geen van de andere supermarkten had interesse in het betreffende pand.

Vervolgens zijn enkele winkels verplaatst waardoor het gelukt is om de levendigheid van het centrum te behouden. Dit was mogelijk omdat alle panden in één eigendom waren. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan de wethouder. De heer Van der Pluijm geeft aan dat het duidelijk is dat er veel discussie is ontstaan over de voorliggende visie. In diverse rapporten worden argumenten gegeven over het wel of niet verhogen van het maximum vloeroppervlak. Zijn fractie ziet graag enkele verbeteringen en aanvullingen in het algemeen. Vanavond zijn er nog meer vragen gerezen. Hij vraagt wat de visie van de wethouder is op de diverse argumenten voor en tegen het vergroten van het aantal vierkante meters. Zijn fractie vindt dat een aantal zaken onderbelicht is gebleven in de visie. Bijvoorbeeld de parkeerproblematiek in Bloemenoord en Sprang centrum, actuele ontwikkelingen zoals de snelle groei van bezorgdiensten, de opkomst van specifieke supermarkten, Waalwijkers die naar

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

21

Kaatsheuvel gaan en een betere uitwerking van de detailhandel in het algemeen omdat het nu heel veel over supermarkten gaat. Wethouder Spierings geeft naar aanleiding van de inspraak aan dat Waalwijk inderdaad trots is op DMG, Van Mossel en ook PLUS Van Engelen. Het gaat om meer aspecten dan alleen supermarkten zoals vastgoedondernemers, alle andere detaillisten, enthousiaste horecaondernemers en het in stand houden van de structuur waardoor inwoners op korte afstand hun dagelijkse boodschappen kunnen doen. In de richting van Lokaal Belang geeft hij aan dat er op een gegeven moment geen investeringsperspectief meer over is voor lastige ontwikkelingslocaties als De Els als alle marktposities in een verzorgingsgebied uitgeput worden. De aanwezigheid van moderne supermarkten in het centrum is een investeringsvoorwaarde voor alle andere marktpartijen. De problematiek van Bloemenoord; het college is bereidheid om te kijken of daar meer mogelijkheden zijn (Contour/De Twern, een oud bankgebouw) met optimaliseren en een integrale benadering. Een verbeterde uitwerking van de detailhandel; er zijn intensieve gesprekken met de raad gevoerd, hij heeft de ondernemer van PLUS gehoord, hij heeft gesprekken gevoerd met Jumbo die een positie zou kunnen hebben op de Appels locatie met het tankstation en vrij parkeren.

Er zijn contacten met de projectontwikkelaar die bij De Els ook gaat zorgen voor woningbouw. De heer Stekelenburg is geen specialist op supermarktgebied. DTNP heeft een gedegen rapport opgesteld in 2017. De detailhandelsvisie die nu voorligt betreft een actualisatie met beleidsarme wensen. Hij constateert nu dat er wel degelijk beleidswensen zijn. Het college is bereid om daar naar te kijken en daarom stelt hij voor de wensen op papier te stellen zodat één en ander opnieuw beoordeeld kan worden. Hij heeft het gevoel dat het nog te vroeg is om een goed besluit te nemen en ziet dat er bevestigend wordt geknikt. De heer Van Groos vindt het niet raar dat de discussie zich toespitst op de supermarktstructuur gegeven de informatieavond, het document zelf en de inspraak van vanavond. Hij vraagt of de detailhandelsstructuurvisie het document is waarmee het college bepaalde ontwikkelingen wil tegenhouden, zoals een beperkte uitbreiding van de PLUS in Waalwijk of een verplaatsing van de Jumbo naar de Laageindse Stoep. Voorts vraagt hij waarom supermarkten in het centrum groter mogen zijn dan de supermarkten buiten het centrum. Het college heeft Jumbo zelf op het spoor van het Appels terrein gebracht en daarmee zijn verwachtingen gewekt. Hij vraagt waarom het college zich niet moreel verplicht voelt om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

Hij vraagt waarom het centrum van Waalwijk als hoofdwinkelgebied wordt aangemerkt, in zijn optiek is het minimum daarvoor niet aanwezig. De ambitie is het behouden van bovenlokale aantrekkingskracht, maar die is er niet meer volgens zijn fractie en de gemeente kan ook niet zelf bepalen welke winkels er komen. Afsluitend vraagt hij waarom het college vindt dat dit voorstel feitelijk niet door de raad kan worden geamendeerd. Normaliter wordt gewezen op de risico’s als ingestemd wordt met het raadsvoorstel. Bij punt 5 worden alleen de risico’s genoemd als de raad niet instemt. Dat is een kwalijke zaak. Wethouder Spierings reageert dat het college expertise inhuurt bij het opstellen van detailhandelsvisies. De visie die DTNP heeft geschreven is aangevuld door Sweco en BRO. De hoofdvisie wordt door alle drie de partijen onderschreven. Voorts wordt onderschreven dat het centrum een prominente rol moet vervullen. Aan de voorliggende detailhandelsvisie is een participatietraject voorafgegaan waaraan heel veel ondernemers en detaillisten meegewerkt hebben. Alleen de PLUS kan zich niet in de visie vinden. Als een dergelijke visie wordt geamendeerd door de raad wordt eigenlijk het participatietraject teniet gedaan. Dat is de reden waarom hij zojuist heeft verzocht beleidswensen kenbaar te maken zodat het college een heroverweging kan maken om zo dicht mogelijk bij deze wensen te komen.

Het valt hem op dat er wordt gesproken over hoe supermarkten met elkaar concurreren. De heer Stekelenburg is een projectontwikkelaar die wil dat de supermarkten goed draaien, maar op het moment dat de supermarkten afhaken ontstaat er 2.000m² leegstand en klopt het businessplan niet

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

22

meer, los van het feit dat de supermarkten dienstverlenend zijn aan de instandhouding van omringende winkels. Hij roept op hier notie van te nemen. De voorzitter hoort dat de wethouder voorstelt om het voorstel als T-stuk aan te merken en constateert dat nog niet alle vragen van de heer Van Groos zijn beantwoord. De heer Van Groos is blij dat de wethouder met passie op zijn vragen reageert, ook al worden deze niet beantwoord. Zijn kritiek richt zich op het feit dat het college niet de risico’s noemt die horen bij het voorstel, maar met risico’s komt die horen bij het afwijzen van het voorstel. Dat de wethouder nog toevoegt dat de raad het voorstel niet moet amenderen vanwege het participatietraject maakt het voor hem nog erger. Hij informeert of de wethouder toch nog zou willen reageren. Wethouder Spierings vervolgt dat wanneer het college iets naar de raad brengt en de raad heeft een andere interpretatie of wil dat het anders wordt dan trekt hij zich dat aan. Het college moet de raad van dienst zijn zodat alles terugkomt wat wordt gewenst. Als het een T-stuk wordt heeft hij de mogelijkheid om een detailhandelsvisie neer te leggen die klinkt als een klok. De voorzitter begrijpt hieruit dat toegezegd wordt dat in een volgende versie een risicoparagraaf is opgenomen die ingaat op de risico’s van instemmen met het voorstel. Dit wordt bevestigd door de wethouder.

De heer Knops merkt op dat inspreker heeft toegelicht hoe belangrijk supermarkten zijn om het centrum tot een succes te maken; aantrekkingskracht op andere detailhandel. Hij begrijpt daarom dat het stuk is gefocust op supermarkten, maar dat is te karig. Aangegeven is dat de mix belangrijk is en er zijn ook sturingsinstrumenten genoemd die niet teruggezien worden in de visie; parkeren en alles zo veel mogelijk bij één eigenaar. Hij geeft de wethouder mee om in de nieuwe versie breder te kijken dan alleen de supermarkten ondanks dat hij begrijpt dat supermarkten de sleutel vormen. De heer Spohr waardeert het dat een projectontwikkelaar bereid is om zijn nek uit te steken, het is zeker geen kritiek op een projectontwikkelaar, maar zijn fractie probeert te kijken naar de harde feiten. Hij heeft gevraagd om feiten waarom dingen niet zouden kunnen, maar die komen niet. Aangegeven is dat één en ander is gebaseerd op ervaringen, maar dat maakt het moeilijk om zijn besluitvorming op te baseren. Wethouder Spierings neemt deze vraag mee bij de ontwikkeling van de nieuwe detailhandelsvisie. Projectontwikkelaars investeren op basis van ervaring. Er zijn drie partijen betrokken en daarmee gaat hij in gesprek. Bij de vorige detailhandelsvisie is de raad geconsulteerd en dat gebeurt opnieuw. De heer Spohr vervolgt dat hij vanavond niets heeft gehoord over de andere kernen.

Het stuk concentreert zich op supermarkten in Waalwijk. Hij verzoekt ook buiten Waalwijk te kijken. De heer Van Hamond vraagt of hij het goed ziet dat degene die betaalt uitmaakt wat er gebeurt. Hij vraagt of inspreker gevraagd is door het college om een pleidooi te houden voor het centrum, of hij gekomen namens de toekomstige eigenaren van de panden of dat hij is gekomen vanwege een aantal belangrijke pionnen die veel aandacht verdienen. Wethouder Spierings antwoordt dat het gaat om professionals. Dit soort visies is arbitrair, andere partijen redeneren anders over eenzelfde aspect. Aangezien er drie partijen zijn die synergie weten te vinden krijgt de raad de beste oplossing. Stakeholders houden natuurlijk in de gaten wat er met een detailhandelsvisie of een centrumvisie gebeurt. Hij vraagt of wethouder Klerx nog iets mag toevoegen.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

23

Wethouder Klerx vult aan dat de aantallen die inspreker heeft genoemd de bruto vloeroppervlaktes betreft. Het belang van het centrum is geduid. Er wordt altijd met stakeholders gesproken, maar insprekers maken zelf de afweging of zij komen of niet. Het college is verplicht om kenbaar te maken wat er speelt in de raad. De heer Van Hamond verduidelijkt dat zijn fractie zich kan vinden in de uitvoering van de centrumvisie, maar Waalwijk is groter dan alleen het centrum. Waalwijk heeft ook meer supermarkten dan alleen in het centrum. Iemand uit Landgoed Driessen gaat geen inkopen doen in het centrum, maar gaat naar een winkel waar gratis geparkeerd kan worden of het wordt thuisbezorgd. Jaren geleden zijn de plannen voor het centrum mislukt. Hij hoopt dat hij morgen het bericht krijgt dat iedereen heeft getekend en dat er gebouwd kan gaan worden. Hij vindt het fijn dat de wethouder inziet dat de raad problemen heeft met het voorliggende stuk. De heer Frodyma verzoekt de wethouder ook te kijken hoe hij de omzet die wegvloeit naar Kaatsheuvel een halt kan toeroepen. Zonder goed inzicht is er geen goed uitzicht. De heer Van Groos heeft een punt van orde. Hij juicht het toe als het voorstel als T-stuk wordt aangemerkt, maar aan de andere kant worden er allerlei zaken genoemd en de raad heeft nog niet gediscussieerd.

Hij denkt dat het beter is om het voorstel wel op de agenda te plaatsen in de wetenschap dat het een T-stuk wordt zodat de raad een duidelijke opdracht kan neerleggen voor het college. De voorzitter neemt deze opmerking mee richting de agendacommissie. Zij bedankt de wethouder voor zijn beantwoording en biedt vervolgens insprekers gelegenheid om een slotreactie te geven. Namens PLUS Stephan van Engelen wordt aangegeven dat de inspreker zich kan vinden in het aanmerken als T-stuk maar voorgesteld wordt om daar een termijn van 2 tot maximaal 3 maanden aan te verbinden. Een projectontwikkelaar geeft aan dat PLUS Van Engelen wat hem betreft zou mogen uitbreiden. Deskundigen zijn gevraagd om een objectief oordeel te geven om te voorkomen dat men hier alleen voor PLUS Van Engelen staat. Gevraagd is om te komen met een aantal vierkante meters passend bij de huidige tijd. In de markt is de vroegere 1.200m² nu 1.600m² en voorts is gevraagd om te kijken wat dit voor gevolgen zou hebben voor andere winkels die belangrijk zijn voor de structuur. Daarvan geven de deskundigen alleen maar aan dat die supermarkten als zij daar behoefte en ruimte voor hebben ook zouden moeten kunnen uitbreiden tot een bij deze tijd passende maat. Aldi geeft in een brief aan dat zij niet wil investeren als dit erdoor komt. In zijn optiek is dat chantage en daarom zou hij die brief graag zien.

De projectontwikkelaar heeft niet aangegeven dat hij perse een derde supermarkt wil. Het enige dat hij aangeeft is dat Aldi zijn zin wil hebben. Dat is misschien een punt dat meegenomen moet worden in de verdere uitwerking. De deskundigen geven aan dat een derde supermarkt niet nodig is voor het centrum, maar de uitbreiding niet in de weg staat. Hij hoort vanavond dat het voor het centrum niet nodig is om deze derde supermarkt te realiseren. Dat scheelt zomaar 1.000m² tot 1.200m² die de markt vrij te besteden heeft aan de randen om afvloeiing, toevloeiing en alle andere termen die genoemd kunnen worden te voorkomen, beperken of stimuleren. Afsluitend geeft hij aan dat hij twee deskundigen heeft gevraagd om zo objectief mogelijk te kijken naar dit stuk. Hij roept op dit mee te nemen in het traject en moeilijke vragen te stellen omdat er objectief en juist naar de markt gekeken moet worden. De voorzitter geeft aan dat het ongeveer 2,5 maand aan tijd vergt om een voorstel van college naar raad te brengen. Het stuk moet nog herschreven worden. Zij schat in dat het zomaar zes maanden gaat duren. Zij constateert dat alle fracties zich kunnen vinden in het aanmerken als T-stuk en neemt de opmerking van de heer Van Groos om het voorstel wel te bespreken ten behoeve van de uiteindelijke uitwerking mee richting de agendacommissie.

Op de agenda staan nog vijf agendapunten waarvoor om bespreking is

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

24

gevraagd. Zij constateert dat een meerderheid van de raad zich kan vinden in het behandelen van de resterende punten volgende week en schorst de vergadering om 23.15 uur tot dinsdag 26 maart a.s. 19.30 uur. NOTULEN van het vervolg van de gespreksavond van de raad der gemeente Waalwijk, gehouden op 26 maart 2024. 1.

Heropening en mededelingen

De voorzitter heropent de vergadering en heet de aanwezigen harte welkom. Zij richt een speciaal woord van welkom aan de aanwezigen namens Baanbrekers. Zij meldt het bericht van verhindering van de leden Van Belkom, G. den Braven, Van Dijk, Van Laar, Metzke, Kieboom Van Zelst. Mevrouw Koptagel sluit later aan. De raadsvoorstellen die vanavond op de agenda staan worden besproken in de raadsvergadering van 11 april a.s. De vergadering wordt via een livestream uitgezonden. Bespreking raadsvoorstellen met college 6.

Ongewijzigde Vaststelling bestemmingsplan Winterdijk 11 Sprang-Capelle

Een bestemmingsplan geeft aan hoe de grond op een bepaalde locatie gebruikt mag worden en wat er op de grond gebouwd mag worden. De raad wordt gevraagd het bestemmingsplan vast te stellen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt waarom bij de planvorming niet aan de ontwikkelaars is gevraagd om natuurinclusief te bouwen omdat het op deze plek voor de hand liggend is om dat te doen. In de toelichting staat dat een parkeernorm van 2,0 per woning wordt gehanteerd. Hij vraagt wat het college hier doet aan het ontmoedigen van de tweede auto. Wethouder De Jong antwoordt dat in de toelichting drie aanbevelingen zijn opgenomen met betrekking tot de huisvesting van vleermuizen, biodiversiteit en de natuurstructuur. Initiatiefnemer heeft zich daaraan geconfirmeerd. De parkeernorm voor het buitengebied is niet aangepast. Pas later in dit jaar worden de parkeernormen geactualiseerd omdat hiervoor de actualisatie van de Crow-normen afgewacht wordt. Bij parkeren op eigen terrein is 2,0 de norm. De heer Van Groos begrijpt dat er aanbevelingen zijn gedaan die overgenomen worden en informeert hoe het staat met natuurinclusief bouwen in het algemeen, want aanbevelingen kunnen genegeerd worden. Hij vraagt zich af of de gemeente niet wat meer middelen zou moeten hebben om dit af te dwingen.

Deze locatie acht hij geschikt voor sedumdaken als voeding voor vogels en insecten die er anders wellicht niet zouden zijn. Hij vraagt of het bij de discussie over de tweede auto vooral gaat om de tweede auto die in het openbaar gebied staat, want hij dacht dat dit ook te maken heeft met het tegengaan van het autogebruik en vraagt zich af waarom dit niet geldt voor het buitengebied. In het ene geval wordt wel op de Crow-normen gewacht, in het andere geval niet. Hij veronderstelt dat hij de wethouder niet hoeft uit te leggen wat het ene en wat het ander geval is.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

25

Wethouder De Jong vervolgt dat in het bestemmingsplan 10% groen en 5% combinatiegroen is doorgevoerd. Natuurinclusief is nog geen vereiste behalve dat rapporten naar huismussen, vleermuizen en biodiversiteit aangeven dat er een voorziening getroffen moet worden waarnaar men wel acteert. Het is niet zo dat er bij een bestemmingsplanwijziging zondermeer natuurinclusief gebouwd dient te worden. Sedumdaken worden vaak gebruikt om te kunnen voldoen aan de norm van 10%. Als de raad van mening is dat dit in het vervolg meegenomen moet worden moet daarvoor beleid gemaakt worden dat vervolgens door de raad geaccordeerd wordt. De tweede auto is nadrukkelijk genoemd in het mobiliteitsplan. Het zou mooi zijn als er bij de keuze voor een tweede of derde auto daadwerkelijk mogelijkheden zijn voor openbaar vervoer. Hij wil niet vooruitlopen op deze discussie omdat de voorwaarden hiervoor nog geregeld moeten worden. Er is een nadrukkelijk verschil in parkeerdruk en parkeernormingen in centrum van Waalwijk en het buitengebied. Dat onderscheid zal altijd blijven. De voorzitter inventariseert de standpunten. De heer Van Groos maakt er een akkoordstuk van en komt later terug op natuurinclusief bouwen en de parkeernorm als zich daarvoor mogelijkheden aandienen. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 april a.s. 7.

Actualisatie van de begroting 2024 Baanbrekers

Baanbrekers is een gemeenschappelijke regeling die op 10 juni 2023 de begroting voor 2024 heeft vastgesteld. In januari heeft Baanbrekers een geactualiseerde begroting gestuurd aan de raad. Deze begroting bevat de laatste informatie vanuit de rijksoverheid en de laatste inzichten vanuit bedrijfsvoeringsposten. De raad wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op de geactualiseerde begroting voor 2024. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt waarom het nog steeds mogelijk is dat Baanbrekers al aan het begin van het jaar met een forse aanpassing van de begroting komt waarvan de gemeente nu al weet dat ook deze cijfers geen werkelijkheid zullen worden. Hij denkt hierbij aan de BUIG. Een vordering op uitkeringsdebiteuren houdt onder andere in dat mensen geld terug moeten betalen. Aangezien het hier een bedrag van € 300.000 betreft is de vraag hoe het kan dat Baanbrekers te veel geld of ten onrechte geld heeft uitgekeerd. Eind november 2023 bedroeg de totale vordering zelfs € 7,2 mln. Dit heeft mogelijk met coronamaatregelen te maken, maar dat heeft hij niet teruggelezen en daarom graag een reactie van de wethouder. Wethouder Spierings antwoordt dat BUIG een systeem met communicerende vaten is, hoe minder BUIG-gelden hoe meer de gemeente zelf moet bijdragen.

De planning & control cyclus bij Baanbrekers loopt anders dan bij de gemeente. Deze vraag wordt elk jaar gesteld. Bekeken wordt of er een andere vorm gevonden kan worden, de tussenstand heeft hij enkele weken geleden gemeld. Voor het overige verzoekt hij de voorzitter beantwoording door één van de vertegenwoordigers van Baanbrekers toe te staan. De heer Piek antwoordt ten aanzien van de uitkeringsdebiteuren dat deze vordering onder andere is ontstaan door dat de afdeling handhaving in de praktijk heeft vastgesteld dat sommige mensen onterecht een uitkering hebben ontvangen of een te hoog bedrag ontvangen wanneer achteraf nieuwe informatie binnenkomt. Hij kan op dit moment geen inhoudelijke toelichting geven op de omvang van de vordering, maar zegt nadere schriftelijke beantwoording toe.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

26

De actualisatie van de begroting is een vast onderdeel in de planning & control cyclus. Na de indiening van de ontwerpbegroting volgt een actualisatie in januari. Gedurende het jaar en in de bestuursrapportages volgen bijstellingen. De heer Van Groos bevestigt dat hij dat graag anders zou zien. De raad stelt in november de begroting vast en dat is inclusief de bijdrage aan Baanbrekers. Het is dan heel raar als twee maanden later een forse aanpassing volgt op de begroting van Baanbrekers die naar zijn idee forser is dan noodzakelijk. Omdat dit binnen de cyclus gebeurd worden er ook allerlei posten opgevoerd die daar niet in thuishoren waardoor de gemeente een incidentele bijdrage moet leveren terwijl het eigenlijk om een structurele bijdrage gaat. Dat is de reden waarom hij hier steeds weer op terugkomt. De voorzitter constateert dat het proces rondom de BUIG-gelden nog loopt. Beoogd wordt om dit te regelen, maar hieraan wordt nog gewerkt. Zij informeert of er een reactie wordt verwacht aangezien zij geen vraag heeft gehoord. De heer Van Groos vervolgt dat de gemeente een voor- en een najaarsbericht heeft waarbij het om beperkte aanpassingen gaat. In dit geval gaat het om een flinke som geld die niet structureel afgedekt is. Dat is geen goede manier om de financiën te organiseren.

De heer Tiemstra geeft aan dat hij voorafgaand aan de vergadering technische vragen heeft gesteld waarbij hij zich heeft realiseert dat het toch politieke vragen zijn. Voorgesteld wordt om in 2024 de gemeentelijke bijdrage aan Baanbrekers te verhogen. Er zijn valide argumenten genoemd die verklaren waarom de kosten met dit bedrag zijn gestegen. Hij vraagt of overwogen is om de stijging van de gemeentelijke bijdrage bijvoorbeeld met de helft te verhogen en Baanbrekers te vragen de andere helft binnen de eigen exploitatie op te vangen. Als deze vraag niet is gesteld hoort hij graag waarom niet. Wethouder Spierings antwoordt dat dit niet is overwogen. Hij gaat deze vraag stellen waarna voor de raadsvergadering een terugkoppeling volgt. De heer Klerks merkt op dat de gemeenten Loon op Zand en Heusden een zienswijze hebben ingediend, onder andere over de inhoud en de timing van de planning & control cyclus, het ziekteverzuim en de stijgende kosten van de gemeentelijke bijdrage. Hij vraagt waarom Waalwijk ervoor kiest om geen zienswijze in te dienen. Voorts verzoekt hij om verduidelijking over de onderlinge afstemming tussen de verschillende gemeenten. Wethouder Spierings antwoordt dat een eventuele amendering aan de gemeenteraad van Loon op Zand of Heusden is. De raad van Waalwijk kan daar ook voor kiezen en dan wordt dit op zijn merites beoordeeld.

De voorzitter constateert dat er geen behoefte is om onderling standpunten uit te wisselen en inventariseert de standpunten. De heer Tiemstra geeft aan dat het voorlopig een bespreekpunt is in afwachting van de beantwoording van vragen. De heer Van Groos is niet voornemens om de collega-raadsleden in de raad lastig te vallen met de begrotingscyclus van Baanbrekers. Voor zijn fractie is het een akkoordstuk met een tegenstem. Mevrouw Verhagen merkt het voorstel als bespreekstuk af in afwachting van de beantwoording op de vanavond gestelde vragen. De heer Klerks gaat de amendementen van de gemeenten Loon op Zand en Heusden nader bekijken; bespreekstuk.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

27

De voorzitter verzoekt deze te delen met de raad zodat iedereen op de hoogte is. Mevrouw De Jongste zegt dat het vooralsnog een bespreekstuk is omdat de beantwoording wordt afgewacht. De voorzitter constateert dat de fracties van Lokaal Belang, VVD, Samen Waalwijk en SGP het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 11 april a.s. De heer Van Groos stelt voor ter voorbereiding op de raadsvergadering dat de fracties die het voorstel als bespreekstuk hebben aangemerkt, in het geval zij hierbij blijven, aangeven op welke punten wordt teruggekomen in de raad, maar dit moet wellicht in het fractievoorzittersoverleg of de agendacommissie besproken worden. De voorzitter reageert dat zij gaat voorstellen om dit op de agenda van het fractievoorzittersoverleg te plaatsen. Zij bedankt de vertegenwoordigers van Baanbrekers voor hun komst. Wethouder Spierings geeft aan dat hij de raad onjuiste informatie heeft gegeven die hij graag wil corrigeren. In de gemeenschappelijke regeling Baanbrekers is niet de stem van drie maar van twee gemeenten al doorslaggevend. 8.

Cofinanciering toegekende subsidies voor herontwikkeling van De Els en omgeving

Voor de herontwikkeling van De Els zijn subsidies binnengehaald op grond van de woningbouwimpuls en de impulsaanpak winkelgebieden. In beide gevallen moet de gemeente de helft zelf bijleggen en voorgesteld wordt om daar een reserve voor aan te leggen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van Lokaal Belang en ChristenUnie. De heer Van der Pluijm is enthousiast dat de overheid een deel bijdraagt, maar daar zitten ook risico’s aan. Hij vraagt of duidelijk is wie wat bijdraagt (pandeigenaren) en wat het risico is voor de gemeente als niet alle pandeigenaren meedoen. Wethouder Klerx antwoordt dat de exacte bijdragen nog niet helemaal duidelijk zijn, maar het zullen in ieder geval de pandeigenaren, de ontwikkelaars en de gemeente zijn. Bekeken wordt of er mogelijk nog andere subsidiemogelijkheden zijn. De haalbaarheidsstudie krijgt een besluit in de anterieure overeenkomst. Hij hoopt op afronding in de zomer, uiterlijk in september aangezien één van de voorwaarden van de subsidie voor de woningbouwimpuls is dat er voor september een anterieure overeenkomst gesloten wordt. Op dat moment is duidelijk wie wat bijdraagt. Het doel is om los van de cofinanciering in dit proces te sturen op een sluitende gemeentelijke grondexploitatie.

Het risico voor de gemeente als niet alle pandeigenaren meedoen; het is mogelijk om publiekrechtelijke instrumenten zoals een onteigeningsprocedure in te zetten. De financiële risico’s liggen na de ondertekening van de anterieure overeenkomst hoofdzakelijk bij de ontwikkelaar. Hij veronderstelt dat het uiteindelijke doel is dat alle pandeigenaren gebonden zijn aan de anterieure overeenkomst waardoor het akkoord gaan met deze overeenkomst een cruciale stap is. De heer Van der Pluijm vraagt of er voor de raad nog een moment volgt waarop definitief over de beschikbaarstelling van de gelden beslist wordt. Wethouder Klerx verduidelijkt dat het voorstel gaat over de vorming van de bestemmingsreserve. Voor een onttrekking wordt teruggekomen bij de raad. Op dat moment is er een anterieure overeenkomst en meer duidelijkheid over het ontwerp. Er

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

28

wordt nu nog geschaafd aan een voorlopig stedenbouwkundig ontwerp dat nog voor besluitvorming naar de raad komt. Wat nu voorligt is een stap om de middelen te reserveren, dat geeft een duidelijk signaal af richtring de ontwikkelende partijen en was een belangrijke voorwaarde voor het verkrijgen van de rijkssubsidie. De heer Van der Pluijm doelde met het risico voor de gemeente vooral op het feit dat met huidige bedrag conform het subsidiebedrag is. Hij informeert of in het geval één van de pandeigenaren niet meedoet het bedrag voor de gemeente oploopt. Wethouder Klerx herhaalt dat er wordt gestuurd op een sluitende grondexploitatie met een bedrag waar het bij blijft. Als hier aan wordt vastgehouden en er wordt op een punt gekomen dat de plannen onderuit gaan komt hij terug bij de raad. Hij heeft deze intentie niet. De gemeente levert een stevige bijdrage aan deze ontwikkeling en is van mening dat de tijd is gekomen voor de ontwikkelende partijen en de vastgoedeigenaren van De Els om een stap zetten. De heer Van Groos hoort dat de wethouder zegt dat er een stevig signaal wordt afgegeven. Vorig week heeft een inspreker namens de projectontwikkelaar een stevig signaal afgegeven (een bom onder de ontwikkelingen van De Els). Hij vraagt waarom de gemeente een stevig signaal moet afgeven, in het raadsvoorstel is geen fatale beslisdatum opgenomen.

De wethouder kan ook met dit voorstel naar de raad komen op het moment dat de eigenaren van De Els hun handtekening hebben gezet en er een anterieure overeenkomst is. Zijn fractie heeft nog problemen met de hoogte van de toren en vraagt zich af of de 350 appartementen niet op een andere manier gerealiseerd kunnen worden, de omgeving vraagt daar ook om. Van de gebouwde parkeervoorziening heeft hij ook nog geen exploitatie gezien. Het voordeel van geld in een reserve is dat dit geld er ook weer uitgehaald kan worden om het ergens anders aan te besteden. Hij herhaalt zijn vraag waarom dit nu aan de raad wordt voorgelegd, wellicht is dat om de eigenaren in De Els te kietelen die tot nu toe voor de gemeente niet echt behulpzaam zijn geweest in de afgelopen 20 jaar. Wethouder Klerx antwoordt dat toegewerkt wordt naar een anterieure overeenkomst waarbij de raad met dit signaal laat zien dat de gelden beschikbaar zijn. Eén van de voorwaarden voor de subsidie van het Rijk is dat dit voor eind september gerealiseerd moet zijn. Hij had stiekem gehoopt dat het proces rondom de overeenkomst wat verder zou zijn, maar merkt wel dat met de bekendmaking van dit besluit en de hopelijk positieve besluitvorming door de raad naast de positieve geluiden van afgelopen donderdag bij de bespreking van de centrumvisie, dat er positiviteit ontstaat bij alle partijen.

Een definitieve go is een belangrijke stap en dat vraagt wellicht ook investeringsruimte bij de Vereniging van Eigenaren van De Els. Dat zijn ruim 30 verschillende vastgoedeigenaren die allemaal op één lijn moeten komen. De ontwikkelaar heeft al enkele voorlopige koopovereenkomsten gesloten om vastgoed aan te kopen, maar er zijn ook andere partijen nodig. Over de twee supermarkten is afgelopen donderdag gesproken. Het helpt als de gemeente ook een signaal afgeeft en dat wordt met dit voorstel gedaan. De heer Van Groos vraagt zich af wat strategisch gezien met meest handig is. Het college toont haar wil en heeft subsidie aangevraagd omdat zij achter de plannen staat. Hij vraagt of ingeschat wordt dat de eigenaren van De Els eerder akkoord gaan als de gemeente € 4 mln. in een reserve stopt, geld dat er ook weer uit gehaald kan worden. Of dat het handiger is als de raad pas middelen in een reserve stort als de partijen bij De Els hebben gezegd wij gaan ervoor. De wethouder heeft eerder de datum van september als subsidievoorwaarde van het Rijk genoemd. Hij vraagt daarom of hij het als een vergissing mag beschouwen dat in het raadsvoorstel bij punt 8 (fatale beslisdatum) staat dat dit niet van toepassing is. Dat zou betekenen dat de raad in november een besluit zou kunnen nemen, maar dan zijn de middelen vanuit het Rijk vervallen omdat de gemeente niet aan de overeenkomst voldoet.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

29

Wethouder Klerx moet nagaan wat de exacte voorwaarden van het Rijk zijn omdat hij dat niet helemaal scherp heeft en komt daar schriftelijk op terug. De afweging waarom eerst de gemeente en niet de VvE; de raad heeft zich nog niet uitgesproken over de cofinanciering, het waren enkel collegebesluiten en daarom vindt het college het belangrijk dat dit ook in de raad wordt bekrachtigd. Met het instellen reserve wordt nog niets gedaan behalve € 4 mln. van de algemene reserve labelen waardoor het geld mogelijk voor De Els is als er een goed plan ligt met een goede onderbouwing en het benodigde commitment van de ontwikkelaars en de samenleving. Goedkeuring door de raad geeft een duidelijk en sterk signaal af en dat is soms nodig bij de ontwikkeling van plannen. De heer Van Groos hecht er waarde aan dat wat de wethouder zegt overeenkomt met hetgeen op papier staat en dus hij ziet de schriftelijke beantwoording graag tegemoet. Hij schat in dat de centrumvisie wordt aangenomen. De herontwikkeling van De Els is een belangrijk onderdeel van de centrumvisie. Als de raad ja zegt tegen de centrumvisie is dat wat hem betreft voldoende signaal richting de VvE van De Els en de projectontwikkelaar, want als de raad dit niet zou willen, zou de meerderheid van de raad tegen de centrumvisie stemmen. Wethouder Klerx reageert dat De Els in meer plannen is opgenomen.

Door het geld daadwerkelijk te labelen wordt bereidheid getoond in het geval er met een goed plan gekomen wordt. Hij vindt het lastig dat de heer Van Groos stelt dat er al voldoende signaal zou zijn afgegeven. De gemeente heeft te maken met hele grote spelers, het gaat over heel veel geld. Deze ontwikkeling is ontzettend belangrijk voor de toekomst van Waalwijk, maar hij neemt aan dat het voor de ontwikkelende partijen en vastgoedeigenaren echt een stevig signaal is als dit door de raad wordt bekrachtigd. In de centrumvisie is toch van een ander gewicht. De voorzitter biedt gelegenheid om onderling standpunten uit te wisselen. De heer Van der Pluijm wil namens zijn fractie steun uitspreken richting de wethouder. Hij kan zich voorstellen dat het bij dergelijke onderhandelingen prettig is als er vanuit de raad steun komt doordat de gelden al in een reserve staan. Daarmee kan het college een krachtig signaal uitdragen. Hij vindt het een goede gang van zaken om deze goedkeuring aan de raad te vragen. De heer Van Groos voelt zich aangesproken. Hij zou deze woorden kunnen volgen ware het niet dat er al tweemaal grote problemen zijn geweest door beslissingen van het bestuur van De Els. De gemeente heeft al vele miljoenen gestoken in een eventuele herontwikkeling van De Els, meer dan wat nu wordt gevraagd, zonder dat er commitment was.

Vervolgens ging het mooi plan niet door omdat de mensen van De Els niet wilden meewerken. Daarna volgde de centrumvisie in 2017 en daar is tot nu toe ook niet aan meegewerkt. Dit maakt dat zijn fractie zich afvraagt of het handig is om nu dat stevige signaal af te geven terwijl de bal eigenlijk bij de andere partij ligt. De heer Van der Pluijm kan deze reactie volgen; moet de gemeente weer de eerste stap zetten. Zijn fractie denkt van wel. Door deze stap te nemen wordt een krachtig signaal afgegeven, het heeft niet aan de gemeente gelegen. De wethouder heeft voldoende gemotiveerd dat er nu een voorzichtige stap wordt gezet door het geld in een reserve te storten. Dat is een prima stap om de goede wil te laten zien. De voorzitter constateert dat de andere fracties geen behoefte hebben om zich in deze discussie te mengen en inventariseert de standpunten.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

30

De heer Spohr geeft aan dat het vooralsnog een bespreekstuk is voor zijn fractie. Het is met name van belang wat er gebeurt als de pandeigenaren niet meedoen en wat dit voor consequenties heeft voor dit voorstel. De heer Frodyma zegt dat het ook voor zijn fractie vooralsnog een bespreekstuk is omdat nog nagegaan wordt hoe het kan dat er op dit punt nog geen duidelijkheid is, hoewel er een samenwerkingsovereenkomst is, wat de vastgoedeigenaren uiteindelijk gaat bijdragen Mevrouw IJpelaar wacht de beantwoording in de richting van de ChristenUnie af, voorlopig een bespreekstuk. De heer Van Groos wil wat vanavond is besproken niet herhalen in de raadsvergadering, maar aangezien het voor sommige fracties een bespreekstuk is, haakt zijn fractie wellicht in. Op dit moment is het een akkoordstuk, er kan altijd nog tegen gestemd worden. De voorzitter constateert dat de fracties van Lokaal Belang, CDA, ChristenUnie en Lijst IJpelaar het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 11 april a.s. 9.

Uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De gemeente heeft tot 2027 de tijd om een Omgevingsvisie vast te stellen. Met de uitgangspunten die nu voorliggen, worden vooraf afspraken gemaakt over de manier waarop de Omgevingsvisie wordt opgesteld. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de VVD. De heer Knops vindt het jammer dat er alleen procesvoorstellen worden gedaan, omdat uitgangspunten houvast geven gedurende een proces. De nu opgenomen uitgangspunten zijn weinig concreet. Afstemming met de strategische visie merkt hij als een open deur aan. Hij had graag gezien dat de kernkwaliteiten en de identiteit daadwerkelijk waren benoemd. Een brede en gelaagde benadering van het procesvoorstel is ook weinig concreet. Hij informeert waar de raad ja tegen zegt; alleen een procesvoorstel? Hij vraagt waarom de wethouder een akkoord van de raad nodig heeft op dit proces. Afsluitend vraagt hij hoe andere gemeenten dit aanpakken. Wethouder De Jong antwoordt dat er een proces ingegaan wordt om te komen tot een Omgevingsvisie over anderhalf tot twee jaar. Geprobeerd wordt om dit af te stemmen met de strategische visie. Er wordt een jaar langer doorgegaan dan de strategische visie. Op 18 april a.s. wordt een informatiebijeenkomst georganiseerd waar de inhoud concreter gemaakt wordt. Het is een proces met voortschrijdend inzicht.

Als de raad procesuitgangspunten heeft, verneemt hij die graag. Er is gekozen voor een raadsvoorstel om van een duidelijke basis te kunnen uitgaan waarlangs het proces geleid wordt. De raad stelt straks de Omgevingsvisie vast en wordt op gezette tijden uitgenodigd om een mening te geven of vragen te stellen. Het begint abstract maar er wordt precies geëindigd. Het raadsvoorstel wordt de procesgids van hetgeen is afgesproken los van de bijkomende zaken. Er moet ergens begonnen worden om tot een Omgevingsvisie te komen eind 2026. Aangaande de aanpak in andere gemeenten; de projectleider die is gekozen heeft een dergelijke proces ook in een andere gemeente gedaan. De heer Knops moedigt de wethouder aan zo snel mogelijk concreet te worden. Bij dit document krijgt hij toch een beetje het gevoel dat het is geschreven door iemand die het redelijk algemeen heeft gehouden.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

31

De heer Van Groos is het eens dat de raad onbewust op het verkeerde been wordt gezet als het raadsvoorstel als titel heeft uitgangspunten Omgevingsvisie. In de samenvatting staat in te stemmen met de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie, maar vervolgens gaat het niet over uitgangspunten. Er had beter procesvoorstel kunnen staan. Vanwege de relatie op inhoud en proces tussen de Omgevingsvisie en de strategische visie is bewust voor een werksessie gekozen. Het verrast hem dat geantwoord wordt dat het uitstellen van de werksessie geen invloed heeft op de behandeling van het raadsvoorstel. Hij had verwacht dat er uitstel zou komen. De raad kan alsnog tot uitstel besluiten en de werksessie afwachten om iets te horen over de samenhang qua proces en inhoud met de strategische visie. Hij verzoekt om toelichting waarom de raad kan instemmen met een proces om te komen tot een Omgevingsvisie die samenhangt met de strategische visie terwijl nog niet bekend is hoe het proces van de strategische visie eruit ziet. Wethouder De Jong reageert dat hij de heer Van Groos gelijk zou kunnen geven dat het raadsvoorstel wellicht anders genoemd had moeten worden, maar denkt dat de waarheid ergens in het midden ligt. Aangaande de agendering geeft hij aan dat de praktijk zal uitwijzen of in het geval de raad eerst bezig gaat met de inhoud de procesuitgangspunten beter geformuleerd worden.

Proces gaat vaak voor inhoud en vandaar dat voor die volgorde is gekozen. De werksessie wordt op 18 april gehouden, maar dat hoeft dit processtuk niet in de weg te staan. De heer Van Groos heeft niet echt antwoord gekregen op zijn vraag, maar wacht de werksessie met belangstelling af. Hij denkt nog na wat hij op 11 april gaat doen met het voorstel. De heer Bokšan leest in het raadsvoorstel dat er regelmatig wordt teruggekomen naar de raad. Eind van het jaar volgen voorstellen voor de koers, eind 2025 voor het vaststellen van de definitieve Omgevingsvisie. In bijvoorbeeld de Nota van Uitgangspunten van de gemeente Sliedrecht zijn de procesmatige uitgangspunten slechts een klein onderdeel van de hele Nota van Uitgangspunten. Hij vraagt of hij het goed begrijpt dat wat andere gemeenten duiden als Nota van Uitgangspunten in Waalwijk de inhoud is. Wethouder De Jong acht het wijs om op een later moment met een inhoudelijke Nota van Uitgangspunten te komen. De voorzitter constateert dat er geen behoefte is om onderling standpunten uit te wisselen en inventariseert de standpunten. De heer Knops geeft aan dat het een bespreekstuk is voor zijn fractie omdat hij wil terugkomen op hetgeen zojuist besproken is. De heer Van der Pluijm sluit zich hierbij aan. De heer Van Groos is benieuwd wat VVD en Lokaal Belang naar voren zullen brengen.

Zijn fractie heeft op dit moment geen behoefte om bij dit punt nog iets te zeggen. Ook in dit geval geldt dat er tegen het voorstel gestemd kan worden. De voorzitter constateert dat de fracties van Lokaal Belang en VVD het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 11 april a.s. 10.

Rekenkamerrapport Sturen op jeugdhulp

De Rekenkamer heeft een onderzoek gedaan naar sturen op jeugdhulp. Dit onderzoek is uitgevoerd om de raad inzicht te geven in het beleidsveld van de jeugdhulp. De aanbevelingen gaan ook in op de mogelijkheden van sturing in het speelveld. De raad wordt voorgesteld de aanbevelingen in het rapport over te nemen.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

32

Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt waarom het beroep op de jeugdzorg van 2015 tot 2020 bijna is verdubbeld. In Waalwijk was de stijging groter dan landelijk. Hij informeert of het weghalen van het voorliggende veld hier mee te maken heeft en of het terugbrengen van voorliggende voorzieningen ervoor heeft gezorgd dat er nu een daling is ingezet. In Waalwijk komen veel meer complexe scheidingen voor. Hij informeert of de reden hiervan bekend is. Het principe 1Gezin1Plan1Regisseur kon niet gerealiseerd worden, maar is in de ogen van zijn fractie nog steeds een heel zinvol principe. Hij vraagt waarom er nog steeds niet volgens dit principe gewerkt kan worden. Dit zou erg handig zijn voor een gezin met een kind met een stoornis in het autistisch spectrum dat naar het speciaal onderwijs moet en daarvoor leerlingenvervoer nodig heeft plus in het weekend respijtopvang. De gemeente is niet op de hoogte van de veranderingen in het werkveld terwijl regie op dat punt wel handig zou zijn. Samenwerking tussen beleid en uitvoering is ook een aandachtspunt. Hij snapt dat het niet lukt op dit moment, maar roept op te proberen het principe uiteindelijk wel te realiseren. Hij vraagt of de gemeente in control is als het om jeugdhulp gaat. De gemeente zou in ieder geval de regie moeten hebben.

Hij informeert of pas gesteld kan worden dat de gemeente in control is als de aanbevelingen uit het rapport zijn opgevolgd en het koersdocument is geïmplementeerd. Wethouder Odabasi vraagt de raad om naar aanleiding van het Rekenkamerrapport niet in cirkels te draaien. Als de raad iets wil weten stelt zij voor om daar onderzoek naar te doen. Er zijn allerlei bevindingen waarom iets zo is, maar dat zijn gissingen, ervaringen, invullingen gebaseerd op zaken waar dit aan zou kunnen liggen. Genoemd wordt dat er geen voorliggende voorzieningen zijn, dat er veranderingen zijn in de samenleving, dat de zorg complex georganiseerd is. Zij was gisteren op de school waar de heer Van Groos werkt en hoorde daar van HBO studenten dat de stijging in de jeugdzorg te maken heeft met het feit dat de lokale organisatie van de jeugdzorg een aanzuigende werking heeft waardoor mensen de gemeente beter weten te vinden. Zij weet niet of dat zo is, maar dit werd door één van de studenten zo gezegd. Als de raad hier beleid op wil maken en wil bijsturen stelt zij voor dat de raad haar een opdracht te geven om dit onderzoek te laten doen. Het wegnemen van het voorliggend veld zal hier zeker mee te maken hebben. In 2015 zijn bepaalde keuzes gemaakt en op basis daarvan is aan de slag gegaan. Gemeenten die het anders hebben georganiseerd worstelen hier ook mee.

Zij mag niet zeggen dat het een landelijk probleem is, maar het speelt wel in heel veel gemeenten. Persoonlijk is zij ervan overtuigd dat de tijdsgeest, hoe er met elkaar omgegaan wordt en de veranderingen in de samenleving ook een rol spelen. Vooral de opvoeding speelt een belangrijke rol. Echte lokale accenten kan zij niet geven. Waarom meer complexe scheidingen in Waalwijk; zij heeft daar geen onderzoek naar laten doen, maar de gemeente wordt hiermee geconfronteerd en zet zich in om dit te voorkomen. De aanpak van het Scheidingsloket in de Regio heeft effect, dit concept wordt gekopieerd naar de rest van de Regio. Door vroegtijdig in gesprek te gaan wordt gemerkt dat de complexiteit van de scheidingen en de jeugdzorgproblematiek daalt. Scheidingen zijn waarschijnlijk complex omdat mensen te lang doorgaan zonder hulp, geprobeerd wordt om dit te keren. 1Gezin1Plan1Regisseur; dit is één van de uitgangspunten van het toekomstscenario jeugd en gezinsbescherming waar Waalwijk samen met de gemeente Tilburg proeftuin voor is. De gemeente kan de regie houden, maar verleent geen hulp. Met de zorgpartijen rondom het gezin moeten gesprekken gevoerd worden. Dit wordt gedaan met de multiexpertteams en regionale expertteams met duidelijk één regisseur die bepaalt welke zorg wanneer nodig is met op- en afschaling. De komende tijd wordt de ervaringen vanuit de proeftuin verder uitgezet.

Zij gaat er vanuit dat het doel in de toekomst wel gehaald wordt. Op het moment dat de gemeente een beschikking afgeeft wordt de zorg overgedragen aan de zorgaanbieder. De gemeente monitort alleen als het gaat om veiligheidscasussen, niet bij eenvoudige casuïstiek.

Verslag gespreksavond 21 maart 2024

33

Respijtopvang is één van de zaken waar aandacht voor is. Of dit direct na de implementatie volgt of daar onderdeel van zal zijn; het is wel een vraagstuk vanuit ouders dat dit georganiseerd moet worden en dat dit er te weinig is. Zij kan nog niet beloven op welke termijn dit gerealiseerd wordt want hiervoor zijn mensen nodig die dit kunnen bieden. De samenwerking tussen beleid en uitvoering gaat steeds beter. In het verleden ging beleid bijna uitvoeren en uitvoering ging bijna beleid voeren. De taken worden met de werkgroepen die inmiddels zijn gevormd vrij scherp gesteld om te bepalen wat bij beleid en wat bij uitvoering hoort en hoe iedereen vanuit de eigen rol de taken gaat uitvoeren. De vraag of de gemeente is control is, is lastig. Als zij kijkt naar de opgave die er ligt en de stappen die worden gezet denkt zij dat de gemeente in control is, maar de gemeente is nog lang niet waar zij wil zijn. Zij durft geen garantie te geven dat dit volgend jaar wek het geval zal zijn, maar het is wel helder wat er gedaan gaat worden. Dit kan ook als een vorm van in control zijn ervaren worden. Weten wat de opgave is, weten waar je naartoe wilt, weten welke stappen je gaat zetten. De vraag kan tweeledig uitgelegd worden. De heer Van Groos is blij dat hardop wordt uitgesproken dat geprobeerd wordt het principe 1Gezin1Plan1Regisseur te realiseren. Hij kan een aantal opmerkingen volgen.

Het is jammer dat respijtopvang nog een aandachtspunt is omdat er respijtopvang was. Hierdoor wordt een aantal gezinnen tekort gedaan. Hij vindt het verrassend dat de wethouder aan de raad vraagt om haar een opdracht te geven om een evaluatie naar de jeugdhulp uit te voeren terwijl de situatie toch anders is geweest. Voor 2015 zijn doelstellingen vastgesteld voor het hele Sociaal Domein, ook voor de jeugdzorg. Dat is nooit geëvalueerd en heeft geleid tot 75 vragen van zijn fractie. Sindsdien zijn er gelukkig bijpraatavonden, maar hij vraagt zich af hoeveel zin het nu nog heeft om terug te kijken naar de periode 2015-2022. De studenten hebben gelijk wanneer zij zeggen als het lokaal georganiseerd is heeft dat een aanzuigende werking. De aanzuigende werking is in Waalwijk wellicht groter geweest dan elders. Hij heeft steeds gevraagd waarom er in Waalwijk een grotere stijging was dan in andere gemeenten, maar denkt dat de energie beter in de nieuwe koers gestoken kan worden, die zo goed mogelijk tot stand brengen en volgen met de juiste indicatoren dan in het college een opdracht geven om tijd en geld aan een evaluatie te besteden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14170269/2