CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

Raadsvergadering 12 september 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten19.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aangaande de bouwhoogte geeft hij aan dat dit invloed heeft op de privacy van de buren. Als het lager wordt (9 in plaats van 13 appartementen) zal er minder overlast zijn. De heer Kocken begrijpt dat er een vrijstellingsprocedure is doorlopen waarna de raad in 2021 een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. De raad heeft toen opmerkingen gemaakt over het participatietraject. Het gaat nu om een nieuwe situatie waarin een bestemmingsplanprocedure wordt opgestart. Hij vraagt of er ook vanuit de gemeente geen mededelingen aan de buurt zijn gedaan hierover. De heer Ruygt antwoordt dat hij enkele jaren geleden een gesprek heeft gehad met toenmalig wethouder Daandels en een ambtenaar om één en ander toe te lichten. Aangegeven werd dat hij geïnformeerd zou worden als het traject verder zou gaan. Beide heren zijn niet meer werkzaam bij de gemeente en er is niets meer gemeld. Hij heeft zich aangemeld op de website mijnoverheid.nl waar ineens de Veerstraat zichtbaar werd. De op dit moment betrokken ambtenaar heeft netjes geantwoord op vragen van hem wat er speelt en hoe het verloopt, maar overleg en discussie is er niet meer geweest. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan de wethouder. De heer Van der Pluijm verzoekt de wethouder in te gaan op de breedte van de stoep en een toelichting te geven over de containers.

Hij vraagt voorts of de wethouder kan aangeven of de bouwhoogte gaat veranderen ten opzichte van de huidige bouwhoogte. Wethouder De Jong antwoordt dat het middelste gedeelte 11 meter hoog is. Richting de Chopinlaan is het gebouw een etage lager. Het antwoord over de breedte van de stoep moet hij schuldig blijven op dit moment. In een zienswijze is de suggestie gedaan om paaltjes te plaatsen zodat er niet op de stoep geparkeerd kan worden. De gemeente heeft aangegeven dit in eerste aanleg niet te willen doen, maar als daar aanleiding toe is worden paaltjes alsnog geplaatst. Aangaande de parkeerdruk geeft hij aan dat er in een tijdsbestek van 4 tot 5 jaar metingen zijn gehouden waaruit blijkt dat deze slechts 25% bedraagt. Dit betekent dat wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein geplaatst worden er gebruik gemaakt kan worden van de openbare weg zo lang daarbij de 85% parkeerdruk niet overschreden wordt. Dit maakt dat daar voldoende parkeergelegenheid

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

18

is. Voor afval wordt een inpandige oplossing gerealiseerd wat de vrees van inspreker zal wegnemen. De heer Kocken vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen de manier waarop het participatietraject is verlopen. In een raadsinformatiebrief is aangegeven dat het niet goed is gegaan vanwege een personeelswisseling, maar dat laat onverlet dat de wethouder erop moet toezien dat het participatietraject ordentelijk verloopt. Voorts vraagt hij of de wethouder bereid is om met de buurt die een aantal vragen heeft het gesprek aan te gaan voordat de raad een beslissing neemt over het bestemmingsplan. Wethouder De Jong antwoordt dat de participatie heeft plaatsgevonden in coronatijd en dat is reden waarom is gekozen voor één op één gesprekken. De aanvraag was helder, het traject is doorlopen, de raad heeft de zienswijzen gezien en de reactie van het college daarop. Hij ziet daarom niet in waarom het participatietraject opnieuw doorlopen zou moeten worden. De heer Kocken benadrukt dat hij niet vraagt om het participatietraject opnieuw te doen. De raad heeft destijds groen licht gegeven voor deze planontwikkeling. Daarna is er een hele tijd niets gebeurd. Nu is er een nieuwe situatie ontstaan met een bestemmingsplanprocedure en dit had ordentelijk gecommuniceerd kunnen worden met de bewoners gegeven de eerdere situatie.

Wethouder De Jong reageert dat hij altijd bereid is om met burgers in gesprek te gaan, maar gekoppeld aan dit project met daarbij dat er een andere richting op gegaan wordt is niet de lijn waar het college nu op zit. Mevrouw De Bruijn vraagt of er beleid is hoeveel van deze appartementen worden toegewezen aan starters en senioren. Wethouder De Jong antwoordt dat de prijsklasse concurrerend is. De prijzen zijn vastgelegd met de projectontwikkelaar en mensen kunnen zich inschrijven. Dit project liep al voor de Woondeal. De Woonvisie is hierbij gehanteerd waardoor het hier en daar wat afwijkt van hoe zo’n project nu opgepakt zou worden. Mevrouw De Bruijn vervolgt dat jongeren vertrekken uit de kernen. Vanwege de prijsklasse zijn hier mogelijkheden voor jongeren en daarom verzoekt zij te bespreken hoe jongeren hier wel een mogelijkheid kunnen krijgen. Wethouder De Jong antwoordt dat het project in de markt gezet wordt en daarna kunnen mensen reageren, maar hij kan niet garanderen dat alle appartementen naar jongeren gaan. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen in tweede termijn. Mevrouw Klerks merkt op dat in het parkeeronderzoek tweemaal ’s nachts heeft plaatsgevonden. Voor een deugdelijk parkeeronderzoek is afgesproken dat er onderzoek moet worden gedaan op verschillende tijdstippen: in het weekend, doordeweeks en ook ’s ochtends en ’s middags.

Wethouder De Jong antwoordt dat er van een worst case scenario is uitgegaan. In woonwijken is ’s avonds sprake van een maximale parkeerdruk. Overdag is het daar heel rustig. Mevrouw Klerks vraagt zich af of dit wel zo is omdat deze locatie tegen het centrum van Waspik aan ligt.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

19

Wethouder De Jong vervolgt dat de maximale parkeerdruk is gemeten vanuit de reguliere bewoning. De voorzitter bedankt de wethouder voor het beantwoorden van de vragen en biedt vervolgens inspreker gelegenheid om een slotreactie te geven. De heer Ruygt reageert dat hij tientallen foto’s heeft waarop te zien heeft dat daar overdag 5 tot 6 auto’s geparkeerd staan. Hij stelt voor om in de komende twee weken een aantal mensen uit de omgeving de gelegenheid te bieden om met de wethouder in gesprek te gaan. De voorzitter bedankt inspreker voor zijn inbreng en inventariseert de standpunten. De heer Kocken zegt dat het een bespreekstuk is voor zijn fractie in afwachting van het resultaat van het overleg met de wethouder, daarna kan het nog een akkoordstuk worden gezien de eerdere besluitvorming. De heer Knops zegt dat het voorlopig een bespreekstuk is omdat er nog ingegaan wordt op de zienswijze. De heer Metzke zegt dat het een bespreekstuk is omdat hij graag wil duiden waarom dit voorstel iets is waardoor Waspik erop vooruitgaat en daarnaast wil hij wat opmerken over participatie. De heer Tiemstra zegt dat het voorlopig een bespreekstuk is vanwege de opmerkingen die zijn gemaakt over participatie en parkeerdruk waarover nog nadere informatie volgt.

De voorzitter constateert dat de fracties van VVD, Samen Waalwijk, SGP en D66 het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 5.

(gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Molenhoek”

Casade wil haar huizen in de Molenstraat een omgeving toekomstbestendig maken. Dit betekent de sloop van 58 bestaande woningen om daar 39 eengezinswoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen te bouwen (23 extra woningen). Hiervoor is een herziening van het bestemmingsplan nodig. De heer Verbeek spreekt in. De naam van dit plan impliceert dat er een molen in de buurt staat en dat klopt. De molen is gebouwd in 1747 en in 1854 op deze plek herbouwd. Hij is beroepsmolenaar en heeft 25 jaar geleden zijn opleiding deels op de Sprangse molen mogen volgen. Op dit moment is hij in Sprang reservemolenaar en in die hoedanigheid heeft hij samen met de molenaar een zienswijze op het plan ingediend. Bij iedere ontwikkeling in de buurt van de molen moet de gemeente ervoor zorgen dat er voldoende rekening wordt gehouden met de molenbiotoop die belangrijk is om de molen voldoende wind te geven om te kunnen functioneren. Dit is een belangrijke voorwaarde voor de instandhouding. Bij dit plan treedt verlies van wind op. Dit is theoretisch uitgerekend met behulp van een computermodel waarna geconcludeerd is dat dit acceptabel is. Het probleem is dat er bij iedere ontwikkeling op deze manier naar gekeken wordt en dat ieder afzonderlijk plan een theoretisch acceptabele hinder oplevert.

In ongeveer 50 jaar tijd hebben al die plannen echter cumulatief een onacceptabele en onwerkbare situatie voor de molenbiotoop opgeleverd. In de zienswijze is aan de gemeente gevraagd om een visie en een beleid op te stellen rondom de molen zelf. Hierop is geantwoord dat bij de beoordeling van bouwplannen altijd wordt gekeken naar de molen. Dat is waar het wringt, want per plan heeft de gemeente de molen op papier steeds wel voldoende beschermd, maar in de praktijk is de gemeente nalatig geweest om de totaalsom van de situatie rondom de molen onder ogen te zien. De vraag die beantwoord moet worden is wat men in de toekomst met deze molen wil en wat de opties zijn. Inmiddels staat er een

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

20

molen met een WIA-uitkering, de vraag is nu voor hoeveel procent deze arbeidsongeschikt mag worden voordat hij volledig afgekeurd wordt en stilvalt. Hij vraagt zich af of dit plan de druppel is of misschien een volgend plan of een daaropvolgend plan. Ook relevant is dat de molen en de omgeving elkaar in de tang hebben. De planregels rondom de molenbiotoop en molenbeschermingszone leggen een beperking op allerlei ruimtelijke ontwikkelingen nu en in de toekomst terwijl de molenbiotoop al dusdanig is aangetast dat van een redelijk functioneren van de molen absoluut geen sprake meer kan zijn. Dit maakt dat de motivatie bij de huidige molenaar en een toekomstige molenaar om hier nog plezier uit te kunnen halen tot het nulpunt wordt gebracht. De toekomst ziet er somber uit, van weinig kunnen draaien, want malen lukt al amper meer, tot stilstand is maar een kleine stap. Een stilstaande molen is geen lang leven beschoren, moet veel vaker gerestaureerd worden en draagt niet bij aan de leefbaarheid. De molen op de huidige plek is compleet uit zijn historische context gehaald. De agrarische omgeving is inmiddels in een stedelijke omgeving veranderd en het historische molenerf met het molenaarshuis van Folkers is dit voorjaar gesloopt. De molen is een vreemde in zijn eigen omgeving geworden.

De molenaar voelt zich niet gehoord terwijl hij zich vrijwillig en met een hoop vakmanschap inzet omdat dit gemeentelijk bezit zo bijzonder en uniek is. Een visie en een beleid op de molen ontwikkelen is een must geworden voor het voortbestaan. Er is begrip voor dat er keuzes gemaakt moeten worden en bereidheid om te denken oplossingen, want het steeds hanteren van de salamitactiek zonder visie voor de molen heeft geen toekomst. Drie minuten spreektijd is erg beperkt, want er speelt nog zo veel meer en daarom nodigt hij de fracties uit om eens op de molen te komen kijken, bijvoorbeeld aanstaande zaterdag, om het hele verhaal te horen, te zien en te beleven. De enige overgebleven standersmolen van de gehele Langstraat verdient een beter lot dan wat hem tot nu beschoren is. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Van Groos begrijpt dat bij elk bouwplan wordt getoetst wat dit betekent voor de molen, maar hij snapt niet wat de optelsom betekent, want de wind komt nooit uit alle richtingen. De heer Verbeek antwoordt dat bij elk bouwplan een klein stukje van de windroos beïnvloed wordt. Als de molen in een vissenkom komt te staan vangt deze uit geen enkele hoek wind en kan deze gewoon niet meer functioneren. Door Landgoed Driessen is ongeveer de helft van de wind voor de molen afgenomen.

Het molenplein aan de zuidkant was door de gemeente Sprang oorspronkelijk als een soort windgat bedoeld, de bomen die daar staan horen bij de groene hoofdstructuur en mogen niet gesnoeid worden. De molen komt er nog net met een stukje van een wiek bovenuit. De heer Van der Pluijm ziet de molen bijna dagelijks draaien. De laatste huizen die vanuit de Molenstraat tegen de molen aan komen worden niet herontwikkeld. Hij informeert wat voor invloed deze ontwikkeling dan heeft. Onlangs zijn tien grote bomen gekapt en dat zou juist meer lucht moeten geven aan de molen. De heer Verbeek reageert dat bij het vorige bouwplan, de herontwikkeling van het terrein van Folkers, inderdaad enkele bomen zijn gekapt, maar in het totaalplaatje is het eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat om de molen te kunnen laten functioneren op de huidige plek. Achter het eerste blokje dat blijft staan komt een appartementengebouw dat fors hoger wordt. Gevraagd is of dit appartementengebouw aan het einde van de straat zou kunnen komen, maar geantwoord werd dat dit niet kan omdat daar een parkeerterrein ligt. De heer Knops snapt dat wanneer er iets in de weg staat de wind gehinderd wordt en daar zal de molen last van hebben, maar verzoekt het probleem voor hem als leek wat te verduidelijken.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

21

De heer Verbeek antwoordt dat op het molenerf waar de molen bediend wordt de wind niet wordt gevoeld dus het is niet bekend waar de wind vandaan komt en hoe sterk deze is. De horizon is dichtgebouwd en dichtgegroeid en daardoor kan het weer niet ingeschat worden, of er soms een onweersbui in aantocht is. Er moeten overdreven veel zeilen op de wieken gespannen worden om de molen te kunnen laten draaien waardoor een kleine verandering van wind ontzettende rukwinden op het eikenhouten kastgedeelte oplevert. Een standerdmolen hangt op één paal en wordt uit elkaar getrokken als de wind van één kant komt. Dit brengt onderhoudskosten met zich mee en het is op termijn ook gevaarlijk. Er moet nagedacht worden wat men met de molen wil in de toekomst; meer bouwen zodat de molen minder draait, de molen op een berg zetten zodat deze wat meer wind vangt of de molen verplaatsen naar een plaats waar deze beter tot zijn recht komt zoals in 1854 is gedaan waardoor het centrum van Sprang beter benut kan worden voor woningbouw. Mevrouw Klerks begrijpt hieruit dat inspreker op zich vindt dat de raad voor het plan kan stemmen maar dat dit als consequentie heeft dat er iets voor de molen bedacht moet worden. Dit wordt bevestigd. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan de wethouder.

De heer Van der Pluijm heeft zojuist gehoord dat er een appartementencomplex komt op 100 meter afstand van de molen en vraagt hoe dit kan omdat hierdoor wind wordt weggevangen. Een jaar geleden zijn tien mooie grote bomen gekapt zodat de molen meer wind zou vangen als daar nu een gebouw voor in de plaats komt is dat zonde. Wethouder De Jong antwoordt dat de bomen niet alleen zijn gekapt vanwege de wind maar ook voor de veiligheid van de molen doordat windvlagen voorkomen worden. De appartementen op de hoek zijn 12 meter hoog, niet veel hoger dan een reguliere woning. De foutmarge voor de molenbiotoop ligt op 3% en er wordt 1% teruggang gescoord met betrekking tot de wind. Hij heeft begrepen van de molenaars dat het molenplein meer als een windgat zou moeten fungeren. De bomen zijn flink groeien en vangen nogal wat op. Door de aanleg van Landgoed Driessen kan de molen 50% minder goed draaien. Dat is destijds een bewuste keuze geweest en de molen is vervolgens in een meer stedelijke omgeving gezet. De beperkingen die toen werden ingeschat zijn als acceptabel aangemerkt. Het molenplein ligt buiten het bouwplan. Hij acht het goed om daarover een goed gesprek te voeren om te kijken wat er wellicht mogelijk is om aan de molen tegemoet te komen. Mevrouw Klerks zegt dat haar fractie een motie overweegt om het college opdracht te geven om hierover in gesprek te gaan.

Er wordt steeds aan nieuwe zaken gewerkt. Toen Landgoed Driessen werd ontwikkeld is wellicht geoordeeld dat de invloed acceptabel zou zijn, maar dat was niet met de gedachte dat ook de Molenstraat in deze mate ontwikkeld zou worden. Bij elk individueel bouwplan wordt gekeken naar het effect van dat bouwplan, maar niet naar het totaal. Zij is benieuwd of de wethouder dit herkent. Wethouder De Jong reageert dat inspreker wijst op de cumulatie van plannen. Hij maakt zich daar niet zulke grote zorgen over, hoewel de bebouwing dicht op de molen komt en daarom denkt hij dat een goed gesprek heel nuttig zou kunnen zijn. Mevrouw Klerks beveelt het college in algemene zin aan om zeker bij oude gebouwen zoals deze molen toch naar de cumulatie te kijken. Zij herinnert aan een bouwplan naast haar huis waar een kelder zou komen die er in de eindsituatie kon staan, maar in de bouwsituatie haar huis in een gat liet vallen. Dit bouwplan is goedgekeurd omdat er naar de eindsituatie werd gekeken en niet naar de bouwfase. Bij dit bouwplan krijgt zij eenzelfde gevoel en daar mag de gemeente iets scherper in zijn.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

22

Wethouder De Jong beaamt dat wanneer er 20 bouwplannen zijn zaken cumuleren waardoor de molen in een heel andere wind komt te staan. De voorzitter bedankt de wethouder voor de beantwoording en biedt inspreker gelegenheid om een slotreactie te geven. De heer Verbeek bedankt dat de raad heeft geluisterd naar zijn verhaal. Aangaande het molenplein was het eerder onbespreekbaar dat er ook maar één tak gesnoeid zou worden vanwege de groene hoofdstructuur. Hij hoopt dat er nu naast een goed gesprek ook beweging kan komen. Hij herhaalt dat dit het best beoordeeld kan worden tijdens een bezoek aan de molen en hoopt de raad te mogen verwelkomen zaterdag tussen 11.00 uur tot aan het einde van de middag. De voorzitter bedankt inspreker voor zijn bijdrage en inventariseert de standpunten. Mevrouw Klerks geeft aan dat het inhoudelijk een akkoordstuk is, maar er volgt wel een motie. De heer Metzke zegt dat het een akkoordstuk is en verwacht dat zijn fractie de motie van de VVD kan steunen. Hij wijst de wethouder op een groep inwoners uit Sprang-Capelle die onlangs heeft gepleit voor een windmolen in hun omgeving, wellicht dat één en ander met elkaar te combineren is. De heer Spohr geeft aan dat het een bespreekstuk is voor zijn fractie. Er wordt met belangstelling uitgekeken naar de motie. De heer Van Groos zegt dat het inhoudelijk een akkoordstuk is en is benieuwd naar de motie.

De heer Tiemstra sluit zich hierbij aan. De voorzitter constateert dat de fracties van CDA het voorstel als bespreekstuk agendeert voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. Bespreking raadsvoorstellen met college 6.

(gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, ETZ-terrein”

Voor het ETZ-terrein is in afstemming met de gemeente Waalwijk een stedenbouwkundig plan opgesteld. Onderdeel van dit plan is een regionaal gezondheidscentrum en maximaal 260 woningen. De raad wordt gevraagd om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos merkt op dat bij punt 3 staat dat met het regionaal gezondheidscentrum de maatschappelijke functie voor de Regio in de toekomstige situatie gehandhaafd blijft. Hij informeert naar de betekenis van dit argument aangezien de laatste jaren hebben aangetoond dat er op het gebied van de gezondheidszorg in Waalwijk maar weinig toekomstvast was. Hij vraagt of het wellicht tijd is dat de raad een visie op de gezondheidszorg in Waalwijk vaststelt. Bij steeds meer plannen worden gesproken over deelauto’s terwijl de gemeente op dit punt nog helemaal niets heeft bereikt, maar dit wordt wel meegerekend in het bepalen van de parkeereis. Hij vraagt daarom of het verstandig is om uit te gaan van het succes van deelauto’s zodat daarmee het aantal parkeerplaatsen kan worden teruggedrongen.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

23

Wethouder De Jong antwoordt dat gezondheidszorg geen deel uitmaakt van dit plan. Het contract dat ETZ daarin is aangegaan is voor een langere periode. De functies zijn benoemd. Het initiatief of er een visie dient te komen op gezondheidzorg is aan de raad. Het fenomeen deelauto’s bestaat al langer en daar zijn behoorlijk wat ervaringen over bekend. Voor de nieuwe parkeernormen wordt de circulaire van CROW afgewacht, maar gezien de grote aantallen is besloten een pilot te draaien. Hij denkt dat de vervanging van het aantal parkeerplaatsen reëel is ingeschat. De heer Van Groos reageerde op een zinsnede in het voorstel waar de wethouder verantwoordelijk voor is en daarom stelde hij daar een vraag over. Wellicht dat hij beter bij de kaderstelling met een motie kan komen om het college opdracht te geven een visie neer te leggen omdat er op het gebied van gezondheidszorg meer problemen zijn, bijvoorbeeld huisartsen. Ondanks het feit dat deelauto’s bestaan heeft Waalwijk nog geen enkel succesvol deelautoproject en daarom roept hij op daar terughoudend in te zijn. Hij vermoedt dat hier bij een plan voor het centrum ook op voortgeborduurd zal worden. Wethouder De Jong verduidelijkt dat het college een contract heeft ondertekend, maar dat is niet de totale gezondheidszorg van ETZ.

Het service van het ETZ worden nu geborgd voor Waalwijk, dat was de inzet en daar is de zinsnede op gestoeld. Een inhoudelijke visie op de gezondheidszorg valt onder de portefeuille van een collega. De heer Tiemstra is blij met een regionaal gezondheidscentrum en een spoedpost voor huisartsen, echter het ziekenhuis wordt gesloopt en ontmanteld. Hij vraagt zich daarom af of het zorgaanbod voor de samenleving per saldo is verbeterd. Het realiseren van 260 woningen zorgt voor autoverkeer en daarom vraagt hij of het goed zal gaan met de verkeersafwikkeling. Wethouder De Jong antwoordt dat het huidige zorgaanbod wordt geborgd en geconsolideerd, maar ook om functies dicht bij te brengen, de keten te betrekken, in fysieke zin een centralisatie van zorg. Dit is een eerste begin. Of het tijd is voor een totaalvisie is aan de raad. Hij beaamt dat het om een intensivering van verkeer gaat, tussen de 4.000 en 5.000 motorvoertuigen op de Burg. Verwielstraat. De verkeersdeskundigen hebben daarover positief geconcludeerd. Daar waar gesignaleerd wordt dat de duurzame veiligheid onder druk komt te staan gaat de gemeente acteren. De weg moet het in principe aankunnen, maar de ogen voor de praktijk worden niet gesloten omdat er in de buurt nog meer gebouwd wordt. De voorzitter bedankt de wethouder voor de beantwoording en inventariseert de standpunten.

De heer Tiemstra geeft aan dat het voorlopig een akkoordstuk is. De heer Van Groos maakt er inhoudelijk een akkoordstuk van omdat zijn fractie het inhoudelijk eens is met het voorstel. Hij komt hier later nog op terug. De heer Spohr zegt dat het ook voor zijn fractie vooralsnog een akkoordstuk is. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 7.

Vaststelling bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Voor het gebied Haven 8 West is nog geen eenduidig planologisch kader. Het vastleggen van zo’n planologisch kader sluit aan bij het opstellen van een gemeentebreed omgevingsplan in uiterlijk 2032. In het bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

24

Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos zegt dat het college ervoor heeft gekozen om zonder de vaststelling van een bestemmingsplan door de raad de waterberging voor bedrijven op Haven 8 West niet op eigen perceel te laten plaatsvinden waardoor bedrijven een groot deel van het terrein mochten en konden verharden, onder andere met asfalt. Hij vraagt waarom dit met het oog op het klimaatbeleid een verstandige keuze is. Het Waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de natuurlijke waterhuishoudkundige situatie. Het gaat hier om agrarische grond waarbij het regenwater in de bodem infiltreerde. Hij vraagt waarom de nu gerealiseerde situatie natuurlijk te noemen is. Normaal gesproken geldt dat voor een bestemmingsplan ten behoeve van bedrijven wordt aangegeven onder welke condities een bedrijf zich op een plek kan vestigen. Het college heeft van de raad mandaat gekregen om dit terrein vraaggericht te ontwikkelen ten behoeve van grote logistieke bedrijven. Hij vraagt of op deze wijze achteraf wordt gelegaliseerd dat een op zich mooi automotive bedrijf met een flink hoofdkantoor plus schadeherstelafdeling hier zijn domicilie heeft gekregen.

Wethouder Spierings antwoordt dat in de nieuwe situatie wel rekening wordt gehouden met de waterberging, in de bestaande situatie is dat niet beschreven. Met de voortschrijdende wetenschap en de nieuwe ontwikkeling is gekozen voor parkeren, groen en water in een integrale aanpak. Hierover wordt nog met de raad in gesprek gegaan bij de nieuwe uitgiftekaders voor dit gebied. In Haven 8 West waren jaren geleden vier ontwikkelaars met de verplichte eindgebruikers waarvoor toen een bestemmingsplan in ontwerp was. Net voor het moment dat dit vorm zou krijgen is één partij afgehaakt waardoor niet meer aan de voorwaarden werd voldaan. Voor de partijen die daar nu gevestigd zijn, zijn aanpassingsbesluiten ontwikkeld. Wat nu voorligt is een consoliderend bestemmingsplan waarin in feite de voorgaande afspraken geformaliseerd worden zodat het hele havengebied dezelfde bestemming heeft. Voor Haven 8 Oost zijn de regels anders zodat op het moment dat het GOL doorgaat er geen tijdverlies is om verder te kunnen ontwikkelen. Aangaande het automotive bedrijf geeft hij aan dat dit is om te voorkomen dat in de toekomst en ander bedrijf dat alleen met schade bezig is zich daar vestigt. Het moet altijd gekoppeld zijn aan grootschalige logistiek waardoor daar eventueel de schades hersteld mogen worden.

De heer Van Groos verduidelijkt dat het vaststellen van een bestemmingsplan een bevoegdheid is van de raad. In dit geval heeft de raad gezegd dat het prima is dat er vraaggericht ontwikkeld wordt voor pure logistiek. Hij stelt vast dat het niet om pure logistiek gaat (er zijn ook een kantoor en een schadeherstelafdeling) maar nog belangrijker is dat wanneer het principe gehanteerd wordt dat eigenaren van grond verantwoordelijk zijn voor het opvangen van het regenwater dat op hun eigen perceel valt dat het college ervoor kiest om een andere oplossing te kiezen en dit nu ook in het bestemmingsplan regelt. Hij vroeg zich af hoe de raad de grote plak asfalt naast het automotive bedrijf heeft kunnen toestaan, maar nu blijkt dat het college dit heeft toegestaan zonder overleg met de raad. Het wordt nu geregeld met grachten en waterpartijen in het openbaar gebied. Wethouder Spierings zegt nadere schriftelijke of mondelinge beantwoording toe. De voorzitter bedankt de wethouder voor de beantwoording en inventariseert de standpunten. De heer Van Groos zegt dat hij zojuist een principieel punt heeft aangestipt en benieuwd is naar de beantwoording. Gezien het conserverende karakter van het plan denkt hij dat hij er een akkoordstuk van kan maken.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

25

De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. (De heer Metzke verlaat de vergadering). 8.

(gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, Torenstraat 6”

Op een bedrijvenlocatie aan de Torenstraat kunnen 70 woningen gerealiseerd worden. Dit zijn 29 grondgebonden woningen en 41 gestapelde woningen. Om deze woningen te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van de ChristenUnie en GroenLinksaf. De heer G. den Braven zegt dat het een mooi plan is op een prima plek. De gemeente heeft een grote uitdaging in het verwezenlijken van voldoende sociale huurwoningen. Hij heeft begrepen dat Casade vanuit financiële overwegingen heeft bedankt voor 14 sociale huurwoningen in het voorliggende plan en vraagt zich af wat nu. Kennelijk is het niet meer haalbaar, betaalbaar en interessant om sociale huurwoningen mogelijk te maken. Dit heeft te maken met de vele terechte eisen die aan woningen worden gesteld en daarnaast aan het feit dat projectontwikkelaars uiteindelijk ook iets aan het plan willen verdienen. Hoewel dit logisch is een systeem waarbij de markt leidend is bij het bouwen van woningen maakt zijn fractie zich hier wel grote zorgen over. Hij vraagt hoe groot de wethouder de kans acht dat Casade vaker nee gaat zeggen tegen het invullen van sociale huur bij nieuwbouwprojecten. Hij vraagt voorts of dit schouderophalend geaccepteerd wordt of dat hier echt werk van gemaakt wordt.

Hij denkt hierbij aan het benaderen van andere partijen of een financiële bijdrage vanuit de gemeente. Hij vraagt of de ontwikkelaar bewogen kan worden richting het ontwikkelen van sociale huurwoningen. In de ogen van zijn fractie kan het niet zo zijn dat dit het ambitieniveau is dat nagestreefd wordt en daarom vraagt hij welke actie er al is ondernomen om ervoor te zorgen dat dit geen structureel probleem wordt. Wethouder De Jong refereert aan de afspraken van de Woondeal, op het ene project wordt soms minder gescoord dan op het andere project, maar de kompasnaald staat op het behalen van 30%. Bij dit project gaat het om een gering aantal woningen. Woningcorporaties spreken gezien de kosten liever over aantallen van 40 of 50 wooneenheden. Bij appartementen gaat het vaak over liftconstructies en de kosten daarvoor komen er niet uit met 14 tot 15 woningen. Voor de toekomst worden alle projecten met Casade doorgesproken, als er ja wordt gezegd is het ook daadwerkelijk een ja. Bij Borkesticht nemen zij een onrendabele top voor hun rekening, maar tegelijkertijd moet er ook verduurzaamd worden. Dit is de reden dat zij aangegeven hebben dat zij Baardwijk het liefst zouden willen laten lopen. Het wordt nu aangeboden aan andere corporaties, maar het moet wel sociaal blijven. De nabije toekomst zal uitwijzen hoe daar het beste mee omgegaan kan worden.

Als het geen sociale huur wordt, wordt het sociale koop. De andere twee woningstichtingen richten zich meer op de ouderenzorg en die hebben geen interesse in dit project. De heer Van Groos zegt dat in de toelichting op basis van de huidige normen (CROW publicatie 381) de nieuwe verkeerssituatie wordt vergeleken met de oude. De conclusie is dat er sprake is van een theoretische afname van verkeersbewegingen. Op zich mag op deze locatie opnieuw een textielfabriek met bijbehorende verkeersgeneratie worden gevestigd. Hij vraagt zich af of daarmee de handelswijze om medewerking te verlenen aan een bestemmingsplanwijziging die meer verkeer genereert dan jarenlang het geval is geweest gerechtvaardigd is. Hij informeert of de conclusie terecht is dat dit een positieve invloed heeft op de verkeersdruk. Op de achtergrond van dit raadsvoorstel speelt het plaatsen van een geluidscherm langs de A59 een rol. Uit het verslag van de inspraakavond blijkt dat de aanwezigen daar toen van zijn uitgegaan. Hij vraagt wat dit betekent voor deze situatie want het geluidsscherm staat ter discussie en de raad wacht

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

26

nog op een toegezegde raadsinformatiebrief. Dit maakt het nu beoordelen van deze situatie lastig. Hij vraagt of het college rekening houdt met de mogelijke toekomstige verbreding van de A59 naar tweemaal drie rijstroken zoals gewenst wordt en wat dit betekent voor de vrijwaringszone. Rijkswaterstaat geeft aan dat het nieuwe gebouw binnen de contour van het huidige gebouw staat, maar als de rijstroken verbreed worden staat het gebouw in de weg waardoor de kans hierop verkleind of duurder wordt. Wethouder De Jong antwoordt dat Rijkswaterstaat een zienswijze heeft ingediend waarin technisch advies gegeven wordt hoe het geluid opgevangen zou moeten worden. De gemeente heeft dit advies overgenomen. Hij weet niet of er op korte termijn een verbreding van de A59 verwacht mag worden en veronderstelt dat eerst de A58 verbreed zal worden. Rijkswaterstaat heeft niets over de A59 opgenomen in de planning en daarom wordt daar bij de planning voor dit bouwplan niet van uitgegaan. Het positieve effect op de verkeerssituatie; hierbij is referentieel gedacht. De Loeffstraat kan 6.000 motorvoertuigen per etmaal aan, het gaat om de helft van de maximale belasting.

De heer Van Groos heeft het aantal verkeersbewegingen van motorvoertuigen in die straat gezien en ook dat het maximum nog niet is bereikt, maar het is niet correct richting de inwoners om te zeggen dat het plan een positieve invloed heeft op de verkeersdruk. Ieder weldenkend mens weet dat het een negatief effect heeft ook al wordt er binnen de marge gebleven. Deze inkleuring doet geen recht aan de werkelijkheid. Wethouder De Jong vervolgt dat hij daarom de term referentieel heeft gebruikt. Als de functie die daar is toegestaan daadwerkelijk wordt uitgevoerd dan is die belasting er en daarom heeft men daarmee gerekend. Als dit wordt weggedacht en het wordt opgeteld wordt nog niet aan 3.000 motorvoertuigen per etmaal gekomen. De heer Van Groos benadrukt dat eerder op de avond is gesproken over goede beeldvorming. Hij vindt dat hier aan slechte beeldvorming richting de inwoners wordt gedaan. Het is duidelijk wat er staat, maar hij zou daar als bestuurder niet voor kiezen. Wethouder De Jong begrijpt wat wordt bedoeld maar begrijpt ook dat dit zo wordt weergegeven omdat dit vanuit de regelgeving een zuivere technische benadering is. Wellicht is het niet zo verstandig om dit zo aan te geven, maar is het beter om uit te gaan van het startpunt en de consequentie met betrekking tot dat startpunt. De voorzitter bedankt de wethouder voor de beantwoording en inventariseert de standpunten.

De heer Van Groos geeft aan dat de laatste reactie van de wethouder voor zijn fractie voldoende is om er een akkoordstuk van te maken. De heer Tiemstra zegt dat het vooralsnog een akkoordstuk is voor zijn fractie hoewel er wel een beetje voorbijgegaan wordt de zorgen met betrekking tot parkeren en de verkeersafwikkeling. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 9.

Startnotitie Visie Hoefsven

In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat er een visie voor het Hoefsvengebied komt. Met deze startnotitie stelt de raad kaders vast voor de uiteindelijke visie. Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van de ChristenUnie en Lokaal Belang.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

27

De heer Van Groos informeert hoe er een visie vastgesteld kan worden waarin naar de recreatiewaarde van een gebied gekeken wordt als het stadsstrand hier niet in meegenomen wordt. Hij vraagt of met het oog op de beperkte ambtelijke capaciteit en financiële middelen het opstellen van een visie, al dan niet met stadsstrand, zonder problemen kan worden opgesteld. Er is geen fatale beslisdatum aangegeven. Wethouder Klerx zegt dat de visie nu nog niet wordt vastgesteld. Er wordt nu aan begonnen. Aan de voorkant worden de contouren geschetst en de belangrijkste kaders meegegeven. In juni volgt al een raadsvoorstel om te investeren in het stadsstrand. Uiteindelijk wordt het stadsstrand wel meegenomen in de visie. Hij bevestigt dat dit een uitdaging is voor de ambtelijke organisatie, maar er is ruimte om dit proces te begeleiden naast financiële ruimte voor ondersteuning door een onderzoeksbureau. Hij ziet het traject met vertrouwen tegemoet. De heer Van Groos vervolgt dat hij vaak moeite heeft met de volgorde die het college hanteert. Er wordt eerst een visie vastgesteld inclusief de vraag of er wel of geen stadsstrand komt en andere voorzieningen waardoor vooruitlopend op de visie zaken worden gedaan die te maken hebben met de reden waarom de visie vastgesteld wordt; omdat er iets gezegd dient te worden over de recreatiewaarde van dat gebied.

Hij vraagt waarom het college van mening is dat dit een goede volgorde is; in de volgende cyclus met een voorstel komen voor een stadsstrand en in deze cyclus aan de raad vragen om middelen beschikbaar te stellen voor een startnotitie. Wethouder Klerx wijst in dit kader op een motie met een brede meerderheid om een stadsstrand te ontwikkelen en dat is de aanleiding geweest. Vervolgens is gekeken wat betekent dit voor het gebied, er speelt veel in het gebied zoals een gebiedsgerichte groen/blauwe aanpak voor de Loonse en Drunense Duinen vanuit de Provincie waarbij de vraag is wat de inzet van de gemeente hierbij is. Omdat er naar een stadsstrand gekeken wordt was er aanleiding om ook naar de rest van het gebied te kijken. Het college onderschrijft deze behoefte van de raad. Met deze startnotitie wordt de raad juist in positie gebracht om aan de voorkant de belangrijkste kaders mee te geven en of de raad het eens is met het proces dat doorlopen gaat worden. Naast het stadsstrand komen er een woonwijk en een horecavoorziening in het gebied. De heer Van Dijk merkt op dat het Hoefsvengebied een belangrijk recreatiegebied is met een breed scala aan activiteiten en faciliteiten. Nu ook wonen wordt toegevoegd moet gezocht worden naar balans en hoe deze zaken zich tot elkaar verhouden. Het gaat om mensen die graag in de nabijheid van een actief gebied willen wonen.

De wethouder gaf al aan dat de raad aan de voorkant zaken kan meegeven in de opdracht aan een externe partij. Hij vraagt waarom het onderzoeksgebied zich aan de oostelijke zijde tot het afwateringskanaal beperkt. In het verleden zijn ideeën geopperd om vanuit het Hoefsvengebied een (brug)verbinding te maken met natuurgebied de Baardwijkse Overlaat om daarmee het natuurgebied te vergroten. Hij vraagt hoe strak deze kaders zijn of dat het plaatje aangepast moet worden tot een wat breder zoekgebied. In het document wordt een aantal stakeholders genoemd, onder andere de inwoners. Hij vraagt of hiermee de direct omwonenden worden bedoeld of iedere Waalwijk die als individu gebruik maakt van het Hoefsvengebied (wandelen, fietsen, speeltuinbezoek). Hij hoort daarom graag of er een poging gedaan wordt om iedereen zijn zegje te laten doen. Hij vraagt of ook de mogelijkheden van een natuurpoort onderzocht worden richting de Loonse en Drunense Duinen en of daarmee ook onderzocht kan worden of er middelen ingezet kunnen worden vanuit de sector Leisure zoals die bekend is binnen MidPoint Brabant. Wethouder Klerx antwoordt dat de voornaamste aanleiding en wens vanuit het college was om de gebiedsgerichte groen/blauwe aanpak van de Loonse en Drunense Duinen in beeld te hebben en om invulling te geven aan een aantal prangende vragen die leven.

Dilemma’s zoals hoe ver wordt gegaan met het gebruik maken van het Hoefsvengebied

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

28

als evenemententerrein. Over de natuurpoort wordt gesproken maar dat betekent veel meer bezoekers, meer parkeerplaatsen, invloed op de rust in het gebied. Daarin is niet verder gekeken dan het afwateringskanaal. Als de raad vindt dat er ook naar een connectie met de Baardwijks Overlaat gekeken moet worden is dat mogelijk maar daar heeft het college in eerste instantie niet voor gekozen. Met stakeholders worden alle inwoners bedoeld en dat ook inwoners vanuit de buurgemeenten. Geprobeerd wordt om iedereen te betrekken in het meedenken bij de totstandkoming van deze visie. De worsteling die wordt geschetst herkent hij, als er ideeën zijn dan hoort hij het graag. De programmamanager Leisure wordt ook betrokken als stakeholder. Hij vermoedt dat er geen middelen zijn hiervoor vanuit MidPoint omdat zaken daar veel meer vanuit economie worden ingestoken. De visie is niet bedoeld om allerlei investeringen voor te bereiden, maar om de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gebied te bepalen. In een vervolgfase kan wellicht navraag gedaan worden bij MidPoint om een economische investering mogelijk te maken, maar daarvoor ziet hij op dit moment wat minder kansen. De heer Van Dijk ziet de startnotitie als een opdrachtformulering richting de externe partij en broedt nog even op hoe concreet de formulering moet worden als het gaat om het participatieproces.

Hij vraagt of hiervoor een motie ingediend moet worden of dat het helder is en meegenomen wordt. Wethouder Klerx stelt voor erop te vertrouwen dat hier samen met het bureau een goede oplossing voor gevonden wordt en zegt toe dat deze doelgroep wel degelijk betrokken wordt. Als het perse op een bepaalde manier moet, moet daar een motie of amendement voor ingediend worden. De heer Tiemstra wijst op het keurmerk zwemwater waar al een aantal jaren over gesproken wordt en vraagt of er iets gezegd kan worden over de kwaliteit van het zwemwater en waarom het keurmerk nog niet is geregeld na al die jaren. Wethouder Klerx antwoordt dat deze investering in juni aan de orde komt zodat zeker gesteld wordt dat het goed zwemwater is. Dit houdt ook in dat er dan een veilige omgeving moet zijn. Hieraan worden allerlei eisen gesteld door de toezichthouder en het bevoegd gezag. Het zal waarschijnlijk niet lukken om de kwalificatie nog voor deze zomer te krijgen, maar hij hoopt wel dat voor het volgende seizoen voor elkaar is. Daarvoor staan alle seinen wat het water betreft 100% op groen. De voorzitter bedankt de wethouder voor zijn beantwoording en inventariseert de standpunten. De heer Van Groos geeft aan dat zijn fractie een stemverklaring zal afleggen waarom er tegen het voorstel gestemd wordt.

De heer Van Dijk zegt dat het een bespreekstuk is voor zijn fractie omdat er nog even naar de opdrachtformulering gekeken wordt en mogelijk met een motie gekomen wordt. Mevrouw Klerks merkt op dat haar fractie principieel van mening is dat startnotities niet langs de raad hoeven, maar zij is wel verbaasd dat het stadsstrand als gegeven wordt ingebracht en daar wil zij nog even over nadenken, vooralsnog een akkoordstuk. De voorzitter constateert dat de fractie van Lokaal Belang het voorstel als bespreekstuk agendeert voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 10.

Vaststellen GR Regio Hart van Brabant 2024

De gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant wijzigt als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. De raad heeft geen zienswijze ingediend op de ontwerpregeling Hart van Brabant 2024. Voorgesteld wordt om het college toestemming

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

29

te verlenen om de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant 2024 vast te stellen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos geeft aan dat de gemeente Heusden terecht een opmerking heeft gemaakt over het bestemmen van het positief resultaat. Het algemeen bestuur stelt dat voor het bestemmen duidelijke spelregels zijn opgesteld. Ook een algemeen bestuur kan van spelregels afwijken zoals bijvoorbeeld bij het overhevelen van bedragen gebeurt. Hij vraagt waarom er niet gewoon in de regeling opgenomen wordt dat bij een maximale algemene reserve een eventueel positief resultaat wordt verrekend met de bijdrage van de gemeente in het lopende jaar. In antwoord op een technische vraag wordt aangegeven dat uiteindelijk de gemeenteraden het beleid vaststellen ook al is dit in regionaalverband voorbereid. Hij vraagt hoe het dan kan dat door besluitvorming in het portefeuillehoudersoverleg voor Verkeer het mobiliteitsplan uit 2015 niet meer geldig is en er een nieuw mobiliteitsplan moest worden opgesteld. Portefeuillehouder Ausems antwoordt dat de gemeente Heusden een brief (pas op met je uitgaven en zorg dat teruggeeft wat overblijft) heeft gestuurd die door de anderen voor kennisgeving is aangenomen vanwege het ravijnjaar dat nadert.

Dit is de algemene afspraak die het algemeen bestuur hanteert, elk positief resultaat wordt teruggestort tenzij. Het tenzij moet heel goed onderbouwd worden anders wil het algemeen bestuur niet afwijken. De heer Van Groos constateert dat het beeld van de portefeuillehouder anders is dan zijn beeld. De gedragslijn is dat het overschot vaak wordt gebruikt om daar weer nieuwe dingen mee te doen, maar daarmee wordt het budgetrecht van de raad geraakt. Dit is een collegeregeling, maar ook een raadsregeling. De praktijk is dat het college zaken regelt die eigenlijk bij de raad horen. Als voorbeeld noemde hij het bestemmen van het resultaat en afspraken maken in regionaal verband die ten koste gaan van de eigen beleidsplannen. Portefeuillehouder Ausems is het eens dat het vaker is gebeurd dat een resultaat anders is bestemd. Het algemeen bestuur is daar het afgelopen jaar heel kritisch op geweest. Onlangs is een enorme discussie gevoerd omdat vastgehouden wordt aan nee, tenzij. Er zijn afspraken over de begroting en daar kan de raad zienswijzen op indienen. De tweede vraag begrijpt zij niet goed. De regeling binnen deze GR is relatief licht, maar dat wil niet zeggen dat er geen beleidsafspraken gemaakt worden. De raad en het college moeten zich bewust zijn wat het beleid en de standpunten richten de Regio zijn zodat de wensen goed ingebracht worden.

Zij bevestigt dat het beleid in de kernagenda wordt vastgesteld en dat de raad niet is betrokken bij die besluitvorming. De heer Van Groos vindt het geen probleem als de portefeuillehouder uitgaat van het Waalwijkse beleid en een standpunt inneemt in het bestuur ook als het gaat om besluitvorming, maar dan is dat in feite uitvoering van wat er is vastgesteld. Hij gaf een voorbeeld van een plan uit 2015 dat in de vorige bestuursperiode ineens niet meer te gebruiken was door besluitvorming in het portefeuillehoudersoverleg zonder dat de raad hier vooraf over geïnformeerd werd. Hij kan zich voorstellen dat er ontwikkelingen zijn binnen een portefeuille maar dan verwacht hij dat een portefeuillehouder aangeeft aan de raad wat er speelt en vraagt of er toestemming wordt verleend om daarin mee te gaan. Portefeuillehouder Ausems kent het voorbeeld dat wordt genoemd niet en moet daarom het antwoord schuldig blijven. Zij vraagt dit na en komt daar op terug. De gewijzigde GR gaat over een uitbreiding van taken, maar het beleid is inderdaad een wat grijs gebied. Zij denkt dat er veel lol aan de Regio beleefd kan worden, maar Waalwijk moet zich wel bewust zijn van de inbreng en wat zij eruit wil halen.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

30

De voorzitter bedankt de portefeuillehouder voor de beantwoording en inventariseert de standpunten. Mevrouw Koptagel geeft aan dat het vooralsnog een akkoordstuk is. De overheveling komt terug bij agendapunt 22. Als dit wijzigt dan heeft dat met elkaar van doen. De heer Van Groos zegt dat het een bespreekstuk is omdat er een motie wordt overwogen. De voorzitter constateert dat de fractie van de ChristenUnie het voorstel als bespreekstuk agendeert voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 11.

Zienswijze 1e wijziging GR Regio Hart van Brabant 2024 – n.a.v. Midpoint Brabant

Deze eerste wijziging van de GR betreft vooral de relatie tussen de Regio Hart van Brabant en Midpoint. Daarnaast sluit deze wijziging aan op de gewijzigde statuten van Midpoint Brabant. Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen op deze eerste wijziging. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt of gemeenteraden straks nog minder te vertellen hebben over Midpoint als de financiering niet meer rechtstreeks maar via de Regio Hart van Brabant loopt. Voorts vraagt hij waarom de gemeente Tilburg wel kan inbesteden bij Midpoint en de overige gemeenten van de Regio niet. Portefeuillehouder Ausems antwoordt dat Midpoint een goede oplossing is geboden door onderdeel te zijn van de gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant en daar heeft de raad de rechten zoals gebruikelijk in een gemeenschappelijke regeling. Dat is niet minder dan wat de raad nu heeft. In antwoord op de tweede vraag denkt zij dat dit is vanwege de omvang van de diensten die met Midpoint worden afgesproken, maar dat weet zij niet zeker. Dit wordt nog nader uitgezocht. De heer Van Groos reageert dat het antwoord op de eerste vraag nee was en dat klopt, want de raad heeft nu al niets te vertellen over Midpoint en dat blijft zo. Het inbesteden begrijpt hij vanuit de optiek van de gemeente Tilburg, maar Midpoint is van de Regio.

Het gaat om de omzet van Midpoint vanuit de Regio. Waalwijk maakt deel uit van een geheel. Hij is benieuwd naar de reactie. Portefeuillehouder Ausems vervolgt dat het ook kan zijn dat Tilburg extra investeert, maar nadere beantwoording door wethouder Spierings volgt. In aansluiting op eerdere beantwoording merkt zij op dat de raad een zienswijze kan indienen op de kernagenda en zodoende beleid beperkt kan becommentariëren en beïnvloeden. De voorzitter bedankt de portefeuillehouder voor de beantwoording inventariseert de standpunten. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 12.

Ontwerpbegroting 2025 Regio Hart van Brabant

De raad heeft de mogelijkheid een zienswijze in te dienen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van deze begroting. Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

31

Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt waarom in de begroting niets staat over het tegengaan van sociale tweedeling. Er staat wel iets over kansengelijkheid, maar dit wordt in vergelijking met wat het Centraal Cultureel Planbureau hierover heeft geschreven beperkt ingevuld. Hij vraagt voorts waarom er in de begroting niets staat over arbeidsmigranten, asielzoekers, vluchtelingen en statushouders. In de begroting van Midpoint staat werken aan een brede welvaart centraal. Hij vraagt of deze begroting niet te veel vanuit economische optiek is ingevuld. Voor zowel Hart van Brabant als Midpoint geldt dat een visie op de toekomstige arbeidsmarkt ontbreekt. Hij vraagt hoe het beste omgegaan wordt met de schaarste zodat de gemeente voor de maatschappelijke opgave voldoende mensen beschikbaar heeft en niet direct voor economische groei. Portefeuillehouder Ausems denkt dat zij de begroting niet zo gespeld heeft als de heer Van Groos dat heeft gedaan. Via de kernagenda worden op inhoudelijke onderwerpen acties gedefinieerd. In de begroting is veel aandacht voor het hele Sociaal Domein, maar niet specifiek voor sociale tweedeling. Zij geeft mee aan de verantwoordelijk wethouder om daarvoor aandacht te vragen bij Hart van Brabant. Aangaande asielzoekers en arbeidsmigranten reageert zij dat er wel degelijk aandacht is voor doelgroepen.

De inhoudelijke onderwerpen in de kernagenda heeft zij niet direct paraat. Zij weet niet of er specifieke acties in de kernagenda staan over de arbeidsmarkt. Zij veronderstelt dat de gemeente daarin haar eigen verantwoordelijkheid neemt omdat het bureau van Hart van Brabant niet zo groot is. Een groot deel van de activiteiten gebeurt door en met de mensen van de verschillende gemeenten. Wethouder Odabasi vult aan dat dit een kans is om een zienswijze in te dienen en roept op dit thema mee te geven. Een zienswijze vanuit de raad heeft meer waarde dan wanneer zij daarvoor pleit dus dit helpt haar om het gesprek beter te voeren. De heer Van Groos gaat graag met de wethouder in gesprek hoe de raad haar het best kan ondersteunen daarin. De voorzitter bedankt voor de beantwoording en inventariseert de standpunten. De heer Van Groos gaat voorstellen om met een zienswijze te komen. De heer Van Zelst zegt dat het ook voor zijn fractie voorlopig een bespreekstuk is omdat hij benieuwd is naar deze zienswijze. De voorzitter constateert dat de fracties van SGP en ChristenUnie het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 13. Dekkingsplan GGO 2024-2027 Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant introduceert gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Hierbij wordt gekeken naar de hele keten van brandveiligheid.

Het toepassen van deze methodiek heeft geleid tot een verbeterd dekkingsplan 2024-2027. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos geeft aan dat de maximale snelheid binnen de bebouwde kom (30km of 50km per uur) invloed heeft op de aanrijdtijden. Bij herinrichtingen worden snelheidsregimes nu al gewijzigd. Hij informeert wat het instemmen met dit plan voor zin heeft. Het aanpassen van de maximale snelheid zal ook invloed hebben op de busroutes. Hij vraagt afsluitend wanneer de raad mag gaan categoriseren.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

32

Portefeuillehouder Ausems zegt dat in antwoord op technisch gestelde vragen is aangegeven dat de snelheid wijzigt van 50km naar 30km op sommige plaatsen en dat daar in dit plan geen rekening mee gehouden is. Dit wordt wel meegenomen op het moment dat daar meer zicht op is. De brandweer verwacht dat het effect beperkt zal zijn omdat er 20km harder gereden mag worden dan de toegestane snelheid, maar in een wijk met 50km wordt echt geen 70km gereden. Zij begrijpt niet wat er wordt bedoeld met categoriseren. De heer Van Groos verduidelijkt dat de raad het snelheidsregime van de wegen in Waalwijk bepaalt. In principe wordt het overal 30km. De raad moet nog bepalen waar het 50km mag blijven. Portefeuillehouder Ausems bevestigt dat dit nog bepaald moet worden. De heer Van Groos vervolgt dat hij al meermaals heeft gevraagd wanneer de raad hier een uitspraak over mag doen. Hij ziet wel ontwikkelingen die daar last van hebben zoals dit plan en dat leidt bij hem tot de vraag hoeveel zin het heeft om dit vast te stellen als niet duidelijk is wat het effect is van de besluitvorming over 30km of 50km. Het gaat niet alleen om categoriseren, maar ook of er snelheid remmende maatregelen getroffen moeten worden. Bekend dat bussen wegen met snelheid remmende maatregelen mijden en deze maatregelen zullen ook effect hebben op de aanrijdtijden. Portefeuillehouder Ausems heeft de vraag genoteerd.

Met betrekking tot dit voorstel heeft zij zojuist uitgelegd dat de brandweer 20km harder mag rijden en daarom wordt er geen groot effect verwacht. Als blijkt dat het anders is, moet het plan aangepast worden. De heer Van Groos vervolgt dat het niet alleen om de aanrijdtijden van de brandweer gaat, maar ook die van de andere hulpdiensten en die rijden weleens harder dan brandweerwagens. Portefeuillehouder Ausems heeft ook van de andere hulpdiensten begrepen dat er niet zomaar 70km in de bebouwde kom gereden wordt uit oogpunt van veiligheid, hoewel dit incidenteel kan voorkomen. De voorzitter bedankt de portefeuillehouder voor de beantwoording en inventariseert de standpunten. Hij constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. Inventarisatie onder fracties A- of B-stukken voor de niet besproken voorstellen 14. Ombudscommissie benoeming lid Mevrouw Offereins heeft aangegeven te willen stoppen met haar functie als lid van de Ombudscommissie. Zij blijft in functie totdat in de opvolging is voorzien. Het selectiecomité heeft de heer Bruls aangewezen als opvolger. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 15.

Toestemmen om te wijzigen: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant wijzigt als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. De raad diende op 4 december 2023 een zienswijze op de ontwerpregeling in. De Veiligheidsregio heeft de zienswijze op één punt na overgenomen. Voorgesteld wordt om akkoord te gaan met de aangepaste wijzigingen.

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

33

De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 16.

Toestemmen om te wijzigen: Gemeenschappelijke regeling Streekarchief Langstraat Heusden Altena

De gemeenschappelijke regeling Streekarchief Langstraat Heusden Altena (SALHA) wijzigt als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. SALHA heeft de ingediende zienswijze verwerkt in de gemeenschappelijke regeling. Voorgesteld wordt om akkoord te gaan met de voorgestelde aangepaste wijziging gemeenschappelijke regelingen SALHA. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 17.

Toestemmen om te wijzigen: Gemeenschappelijke Regeling OMWB 2024

Mevrouw Klerks verzoekt de va gezien het tijdstip om de uitleg bij de raadsvoorstellen achterwege te laten omdat wij er vanuit gaat dat mensen die nu nog naar de livestream kijken weten waar het raadsvoorstel over gaat. Als dat niet het geval is mag men haar bellen en zal zij uitleg geven. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 18.

Vaststelling bestemmingplan Leiweg 1, Waspik

De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 19.

Aankoop gronden en opstallen Baanbrekers

De heer Klerks geeft aan dat het vooralsnog een bespreekstuk is omdat hij de taxaties die hij vanmiddag heeft ontvangen nog wil bestuderen. De heer Van Groos zegt dat het een bespreekstuk is voor zijn fractie vanwege de financiële dekking. De voorzitter constateert dat de fracties van VVD en ChristenUnie het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 20.

Toestemmen om te wijzigen: Gemeenschappelijke Regeling GGD Hart voor Brabant

De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 21.

Toestemmen om te wijzigen: Gemeenschappelijke Regeling RAV

De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. 22.

Jaarstukken 2023, begrotingswijziging 2024-1 en begroting 2025 VRMWB

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

34

Mevrouw Koptagel geeft aan dat zij naar aanleiding van de zienswijze die de gemeente Heusden heeft ingediend wil afstemmen met de ChristenUnie. De voorzitter constateert dat de fractie van Lokaal Belang het voorstel als bespreekstuk agendeert voor de raadsvergadering van 30 mei a.s. Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. 23.

Sluiting

De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 23.45 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van gemeente Waalwijk van 12 september 2024.

De griffier a.i,

De voorzitter,

Frances Opperman

Sacha Ausems

Verslag gespreksavond 16 mei 2024

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14275587/2