Verslag duidings- en overdrachtsavond 31-03-22
Tekst van het document
Je kijkt niet alleen naar de problemen van vandaag, maar je wilt ook weten welke kansen van morgen moet ik benutten, wat moet ik nu doen om op de langere termijn te investeren zodat deze stad voor haar inwoners en haar ondernemers de moeite waard blijft. Evenwichtskunst, ik vind dat zelf wel moeilijk afwegen. Wat moet er nu gebeuren. Een lange termijn besluit dat je neemt, wij gaan nu investeren in, omdat te nemen terwijl je weet dat er nog veel leed is in de samenleving waar je eigenlijk ook iets aan moet doen. Maar je weet ook dat als je je alleen maar focust op het opheffen van het leed en niet investeert in de toekomst dat je alsmaar achter de feiten aan blijft lopen en het leed moet blijven oplossen. Dat is best een moeilijke afweging vind ik, maar wie ben ik. Mevrouw Klerks: Ik ga de vraag gewoon even stellen. Dat evenwichtskunst herken ik een beetje uit documenten. Wat bij mij naar voren springt, is eigenlijk de enorme vraag die wordt gesteld over de invulling van fte’s. Er wordt enorm veel gevraagd om nieuwe mensen. Als wij iets bedenken of wij keuren iets goed dan geven wij fte’s, maar ik lees ook dat wij moeten nadenken over onze arbeidsmarktpositie en dat wij eigenlijk meer strategische moeten nadenken over hoe wij ons ambtelijk apparaat op orde houden.
In de afgelopen jaar is nooit een strategische personeelsplanning of een strategische werkgeverspositie aan de raad voorgelegd omdat dit eigenlijk iets is wat bij de gemeentesecretaris ligt, terwijl dit volgens mij wel één van de dingen is die wij niet moeten vergeten en waar geld voor vrijgemaakt moet worden willen wij onze ambities in de toekomst waarmaken. Hoe ziet u het voor u om eventueel de raad te betrekken bij die arbeidsmarktpositie en die werkgeverspositie, want als wij dat vraagstuk de komende tijd niet bespreken met elkaar dan gaan wij gaan geld vrijmaken en ontstaan er problemen in de ambtelijke organisatie? Tenminste, dat is hoe ik het interpreteer. De heer Lagendijk: De laatste opgave gaat hierover. Voor de andere opgaven gaan wij kijken hoe wij dat op een sluwe manier kunnen dekken en die laatste zal waarschijnlijk wel een opdracht aan het ambtelijk apparaat zelf worden. Zo is het tot nu toe steeds opgelost. Wij hebben daar gewoon aan meegewerkt, dat geeft ook niet. Hoe ik dat zie, althans vanuit het perspectief van het overdrachtsdocument, de laatste opgave die wij hebben geformuleerd gaat over de uitvoeringskracht van de organisatie. Omdat wij het als een opgave voor de nieuwe collegeperiode definiëren vinden wij dat je dat ook gewoon moet bespreken.
Die verantwoordelijkheid ligt wel bij mij, of bij mijn opvolger voor de komende periode, maar er is natuurlijk niets op tegen om dat te delen. Er is heel vaak heel veel kennis aanwezig in dit gremium over wat je wel of niet moet doen. Wij hebben zelf de afgelopen jaren ook veel ervaring opgedaan met werving en de organisatieontwikkeling zelf intern. Wij hebben daar ook goede resultaten mee geboekt.
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
32
Als je naar de toekomst kijkt dan denk ik dat er toch nog wel wat moet gebeuren. Daar hoeft misschien niet alleen maar bij, maar als je kijkt naar de trends is de samenleving dan is technologie een trend, die kan ook helpen om de overheid efficiënter te laten functioneren denk ik zelf. Het is alleen makkelijker gezegd dan gedaan. Diezelfde evenwichtsvraag zit ook in, jullie zijn lokaal benoemd en gekozen door de inwoners van Waalwijk, dat betekent dat je primair ook op lokale vragen moet reageren. Dat je die ook moet kennen. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk allerlei grote maatschappelijke trends en ontwikkelingen in de samenleving waarvan je ook weet dat je daar wat mee moet. Die je soms ook lokaal terugziet, er staan er een paar, veel dingen dicht bij organiseren, klimaattechnologie. U kunt in het rapport lezen wat wij daarmee bedoelen. Dat zijn allemaal dingen die je vaak lokaal herkent. Het is ook wel balanceren op wat is de praktische lokale vraag en wat als wij wat verder naar de toekomst kijken, wat is de toekomst. Daar zul je op de één of andere manier ook wat mee moeten. Het laatste evenwichtsdingetje is dat je sommige dingen concreet wilt uitwerken. Je wilt neem ik aan niet een collegeakkoord waarin je zegt wij gaan voor de wereldvrede, wij gaan dat samen doen en wij beginnen er volgende week mee.
Je zult ook iets concreets in het vooruitzicht willen stellen naast die meer intentionele afspraken die je maakt. Ook dat is balanceren. Ik vind het mooi dat dit van jullie gevraagd wordt gegeven alle verschillende achtergronden en belangen als je dat proces goed voert, komt daar ook iets moois uit. Ik ga even naar de opgaven. Wij hebben er zes geformuleerd. De primaire vraag is eigenlijk wanneer ontstaat nu de mooiste samenleving. Dat gaat niet om het geluk van de mensen, je focus moet wel zijn hoe kunnen wij de kwaliteit van leven in deze stad optimaliseren. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat iedereen het hier naar zijn zin heeft en dat iedereen zich kan ontwikkelen en mee kan doen. Hoe kunnen wij het zodanig organiseren dat als iemand mee kan doen ook heel graag mee wil doen. Dat is wel een opgave. Daar komen naar ons gevoel deze zes dingen bij kijken. Dat begint dan met werken aan een veerkrachtige samenleving.
Dat gaat over hoe creëren wij een situatie waarin mensen zich verantwoordelijk voelen voor zichzelf, voor elkaar, voor de samenleving? Hoe creëren wij een situatie waarin die mensen ook zichzelf willen blijven ontwikkelen en het beste uit zichzelf willen halen? Hoe creëren wij een situatie waarin die twee dingen er netto toe leiden dat mensen graag bijdragen aan de ontwikkeling en de instandhouding van wat wij in de samenleving allemaal te bieden hebben? Dat noemen wij een veerkrachtige samenleving. Het tweede is het versterken van de ruimtelijk economische structuur. Het gaat primair om mensen, om de houding van mensen en hun motivatie om bij te dragen, maar daar is nog wel wat voor nodig. Je hebt daar een economische structuur voor nodig die ervoor zorgt dat je ook aan het werk kan, dat je geld kunt verdienen. Daar is een structuur voor nodig van bereikbaarheid anders dan komt er überhaupt geen werk. Als je mensen wilt bedienen op wat zij nodig hebben dan zul je heel veel huizen moeten bouwen. Je zult daar een plekje voor moeten vinden, dat moet je ontwikkelen en dat zul je moeten organiseren. Daar zitten behalve die sociale, menselijke oriëntatie ook heel veel van in de ruimtelijk economische structuur waaraan je moet werken.
Als je dat als de inhoudelijke opgave ziet dan is de vraag daarna hoe je de betrokkenheid van onze inwoners en ondernemers op die opgave kunt versterken dat zij ook het gevoel hebben dat dit een opgave is die hen bedient. Dat zij het gevoel hebben dat als zij zich daarmee bemoeien zij daar ook invloed op kunnen uitoefenen. Daar is vanavond natuurlijk al heel wat over gezegd. De vierde is het werken aan een duurzame toekomst. Wij hebben daar al eerder uitgebreid over gesproken. Het uitgangspunt is eigenlijk willen wij dat de planeet niet naar de kloten gaat, is het niet voor onze kinderen dan voor onze kinderen of voor de kinderen van onze kleinkinderen, als wij dat niet willen dan zullen wij nu wat moeten doen. Wij kunnen met alles wat er moet gebeuren naar een ander kijken, eerst moet dat
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
33
want dat heeft veel meer invloed, maar dan gaat het alsnog naar de kloten. Als je echt serieus iets aan duurzaamheid wilt doen, moet je bij jezelf beginnen. Kijken wat er allemaal mogelijk is. Wij hebben daar natuurlijk ook al van alles voor gedaan. Het ene laatste punt dat zijn de stedelijke netwerken. Wij zijn zo’n gemeente die geneigd is en heel erg actiegericht wij denken wat minder strategisch na, dat vind ik tenminste. Wij houden van problemen. Als er problemen zijn zie je ambtelijk veel meer energie komen. Opeens wil iedereen eraan mee doen, een beetje Rotterdams zou je kunnen zeggen, die houden ook van problemen. De mouwen omhoog en wij gaan ervoor. Dat is in Waalwijk ook een beetje zo en dat gaat soms ten koste van dat je nadenkt over waar gaat dat dan naartoe en moeten dan wij als wij dit nu doen volgende week weer die mouwen omhoog doen omdat wij weer hetzelfde probleem hebben of kunnen wij het op een andere manier oplossen. Wij kunnen dat niet in ons eentje, daar heb je echt anderen voor nodig. Die stedelijke netwerken die je daarvoor nodig hebt, daar zou je meer in moeten investeren om de effectiviteit van je gemeente, je gemeentelijk apparaat, maar ook van de gemeentelijke politieke inzet te verhogen. Het laatste is het punt waar mevrouw Klerks daarnet ook al aan refereerde. Je kunt dit allemaal willen.
Wij gaan enorm investeren in het stedelijk netwerk rondom wonen. Er zijn nu heel veel gesprekken gaande met de Provincie en het Rijk, de grote steden in Brabant want die zijn eigenlijk een beetje de woningcontingenten aan het verdelen. Wij hebben ons daar tussen gewurmd en gezegd wij willen ook aan tafel. Niet zo zeer omdat wij zo groot zijn, maar wij zijn economisch heel erg groot. Dat betekent ook iets en wij willen daar ook bij zitten. Dat betekent dat je daar gewoon twee dagen in de week mee bezig bent. Die twee dagen hebben wij eigenlijk niet. Als je al die ambities hebt en je wilt daar serieus aan werken dan zul je ook naar je uitvoeringskracht moeten kijken. Dit is de bril waarmee wij naar het inhoud geven aan de opgaven kijken, als ondernemend pionier. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat komt uit de strategische visie. Daar staat als je de stad zou willen typeren en je zou moeten zeggen hoe wil je dat ze over je praten dan is in die strategische visie gezegd dat wij zouden willen dat ze ons ondernemend vinden, dat wij pionieren en vernieuwen. De kracht van een imago, van de beeldvorming die er over je is creëert trots, genereert energie en het maakt je gemeente aantrekkelijk om voor te werken. Dat merken wij wel. Wij zijn een tijdje beste werkgever geweest, dat is een predicaat dat je kunt krijgen.
Dat is het oordeel van je eigen medewerkers over hoe tevreden zij zijn met hun werkgever. Wij hebben twee jaar mogen pronken met wij zijn de beste werkgever. Je merkt gewoon als je dat in je werving gebruikt dat gevraagd wordt waarom is dat dan eigenlijk. Dan leggen wij uit dat wij dat predicaat hebben omdat onze mensen vinden dat zij hier heel veel ruimte krijgen om dingen te doen en zich te ontwikkelen en dan hoor je dat wil ik ook. Als je in staat bent om ondernemend pionieren als een soort waarmerk van je gemeente te maken, trekt dat ondernemende, pionierende mensen aan. Die heb je nodig om aan al die opgaven te voldoen. De voorzitter: Mijnheer Lagendijk, ik vind uw betoog inspirerend, maar u heeft nog vier sheets zie ik. De heer Lagendijk: Voorzitter, ik ga ingrijpen voordat u dat doet. Ik lat wat dingen weg. Als u het document bekijkt zult u bij al die opgaven die wij hebben geformuleerd een uitwerking of een richting zien waarin wij willen vinden. Dit laat ik verder even zitten en dan komen wij bij de financiële ruimte, dat is wel heel belangrijk. Hier is nog geen rekening gehouden met een kostenpost van € 150.000 voor een vijfde wethouder, dus ik moet het een beetje afromen. De bovenste rij dat is de meest actuele exploitatieprognose die wij hebben. Daar zit ook de tegenvaller van Baanbrekers in waar wij onlangs mee verrast zijn.
Volgend jaar hebben wij een tekort, dik € 500.000. Het jaar daarop houden wij dik € 500.000 over. Het jaar daarop houden wij dik € 1 mln. over. Het jaar daarop ietsje meer, maar ook dik € 1 mln. Wat betekent dat dan, wat is dan de vrije ruimte? Een tekort in 2023 en bijna niks in 2024. Als je gewoon de provinciale regels
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
34
volgt, kun je wat betreft je uitgaven, hoeveel hebben wij nu beschikbaar aan vrij geld om te investeren in de dingen die wij willen, vanuit deze staat van ongeveer € 1 mln. uitgaan. Dat betekent dan wel dat je de tekorten die je in 2023 en 2024 hebt incidenteel moet oplossen. Uiteindelijk omdat het in 2025 en 2026 structureel boven € 1 mln. loopt kun je dat als richtlijn nemen. Dat is op dit moment, ik kom straks nog op de risico’s van de plussen en de minnen. Als je onderhandelt en je wilt niet bezuinigen of je wilt niet oud voor nieuw doen, als je gewoon wilt weten wat voor nieuw geld je hebt, dan heb je ongeveer € 1 mln. te besteden. En dan hebben wij natuurlijk nog de reserves, maar dat is incidenteel geld. De algemene reserve en de grondexploitaties hebben een soort bodem van € 5 mln. Als de grondexploitaties boven de € 5 mln. eindigt (dat doet hij de afgelopen jaren dramatisch hoog) dan romen wij dat af naar € 5 mln. en stoppen wij dat in de algemene reserve. De beleidsreserve is het restant van de vorige collegeperiode, maar dat is wel belegd met activiteiten. De reserve museum is ook belegd met activiteiten. Onderwijshuisvesting is ook een flink bedrag, daar halen wij de rente en aflossing uit voor onze onderwijsgebouwen. Een beperkt deel daarvan is echt vrij. Als je van de norm van € 5 mln. uitgaat (€ 5 mln. in de grondexploitaties en € 5 mln.
in de algemene reserve) heb je € 10 mln. aan reserve en dat betekent dat je ongeveer € 6 mln. tot € 7 mln. over hebt aan incidenteel geld. Voor de collegeonderhandeling als er verder financiële niets wijzigt heb je € 1 mln. nieuw geld en naar boven afgerond € 7 mln. aan incidenteel geld. Hoe vrolijk en dramatisch je daar op moet uitgeven hangt ook een beetje af van hoe je er verder financiële voor staat. Dat is de weerstandsratio. Je telt alles risico’s die je hebt op, daar zijn methoden voor die door de accountant worden gecheckt, en je telt al het geld op wat je in principe beschikbaar hebt om je risico’s op te vangen. Dat zijn eigenlijk maar twee bronnen, de ruimte in je OZB en de ruimte in je reserves. De ruimte in de OZB is in ons geval heel groot omdat wij in de sympathiekste categorieën passen wat betreft ons tarievenniveau. Dat is op zich ook al een kwaliteit, maar het is wel een soort potje. Als je er niet meer uitkomt, en dat doe je niet makkelijk want je probeert het natuurlijk eerst op een andere manier op te lossen, is dat wat je nog hebt om je problemen op te lossen om als gemeente nog de goede dingen te kunnen blijven doen. Die weerstandscapaciteit, dat beschikbare geld telt op tot € 32,1 mln. De risico’s zijn gecalculeerd op € 14,6 mln. De weerstandsratio is 2,2.
Dat betekent dat afgemeten naar de risico’s die wij zien wij geld kunnen genereren 2,2 maal zo veel als dat de risico’s zijn. Voor wat het waard is, maar 2,2 is extreem hoog. Een accountant vindt 1 of 1,5 ook mooi. De accountant doet jaarlijks een benchmark onder Nederlandse gemeenten waarbij uiteindelijk een cijfer gegeven wordt voor de financiële degelijkheid. Daar scoren wij de laatste tijd heel erg hoog. De laatste score die is op het overzicht voor dit overzicht gebaseerd. Daar scoorden wij een 9 op 10. Dat is de ruimte die wij nu hebben. De heer Mertens: De aankomende jaren gaat de rijksoverheid meer geld uitgeven en dan groeit uiteindelijk toch ook het acres mee met het Gemeentefonds? Krijgen wij dan meer binnen of is dat hierin al meegenomen? De heer Lagendijk: Dat is nog niet meegenomen. Dat is de volgende sheet. Een negatief risico zijn de inflatie en de rente. Inflatie is een heel flaterend woord voor de vrij ernstige ontwikkeling die wij hebben. Als wij ergens een speeltuin moeten neerzetten denk je als het besluit is genomen op maandag dat wij dinsdag kunnen bestellen en na twee weken kunnen gaan bouwen, maar dat is niet zo. Als wij ergens een straat moeten aanleggen en wij hebben die stenen niet al binnen dan moet het opnieuw besteld worden en zijn wij drie of vier maanden verder voordat wij dat in huis hebben.
Er is echt een enorme schaarste, een beetje aangewakkerd door de oorlog waar wij nu in zitten, die ertoe leidt dat alles enorm veel duurder wordt. Wij zijn nu berekeningen aan het maken wat dit betekent voor bijvoorbeeld het IUP, het programma voor de openbare ruimte. Dat kan echt enorm in de papieren lopen afhankelijk van hoe structureel die problemen zijn. Op
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
35
dit moment is het echt heel erg moeilijk. Wij hebben met het museum meegemaakt toen wij op het punt stonden om de volgende fase in te gaan en er nog een glazen wand geplaatst moest worden dat de plaatser belde dat hij het materiaal niet op tijd had gekregen en toen hij het materiaal uiteindelijk had belde hij dat alle 15 mensen die hij had om de wand te plaatsen corona hadden. Op dat punt van kosten zit een groot risico. Wij moeten daar niet te dramatisch over doen, maar het is wel echt serieus. Ik zei daarnet al in het voorbeeld dat ik noemde dat daar ook nog eens de arbeidsmarkt bij komt kijken. Is dat nu een financieel risico? Als je de mensen niet kunt krijgen dan gaat het niet door en bespaar je alleen maar geld, zou je kunnen zeggen, maar netto betekent het dat je met minder mensen die je eigenlijk nodig hebt iets gaat ontwikkelen, dat je minder opgeleide of ervaren mensen die je nodig hebt voor bepaalde opdrachten dat laat doen en dan gaan er gewoon veel dingen fout. Dat zijn echt de twee grootste bedreigingen die wij op dit moment hebben. Daar zitten ook positieve dingen in, wij hebben een prognose gemaakt op waar wij met elf grondexploitaties actief zouden gaan en dingen ontwikkelen waar wij meerjarig hebben gekeken wat gaat dit opleveren. Daar zit een potentiele opbrengst van € 75 mln. in.
Daar moeten nog wel allerlei kosten van af dus dat houdt je niet over, dat is jammer, maar er is wel veel potentiele opbrengst. Een tweede is de herverdeling van het Gemeentefonds. Daar durfden wij niet op te anticiperen, maar bij de huidige, dat is een technische verandering van hoe je de factoren weegt waar de gemeente mee zit om te kijken hoeveel geld zij kunnen krijgen, gaan wij er € 40 per inwoner op vooruit. Dat is toch € 2 mln. structureel geld. Wij hebben dat niet mee durven nemen, want nog niet zo lang geleden lag er een eerste variant en daarin gingen wij er maar € 1 per inwoner op vooruit. Er zijn gemeenten die erg op ons lijken die er € 20 per inwoner op achteruit gaan. Wij weten het niet echt, maar dit is de laatste stand. Wat onzeker is, je hebt al vele jaren een ombuigingsoperatie en daar staat ook nog een restant van open. Ombuigingsopdrachten die je een paar jaar met je meesleept daar ga je er uiteindelijk een aantal niet van halen. Dat is ook nog even een punt. En dan het punt dat daarnet werd aangekaart, dat is die trap op/trap af van het Gemeentefonds. Als de inflatie enorm toeneemt, gaan ook de rijksuitgaven omhoog en gaat het Gemeentefonds omhoog, tenzij de rijkoverheid zegt dit is zo’n bijzondere situatie, wij gaan dat op dit punt niet doen. Als gevolg van corona is er heel veel extra geld uitgegeven.
Wij hebben dat maar gedeeltelijk in het Gemeentefonds teruggezien. Op de korte termijn lijkt dit er positief uit te zien. Wij zien met vertrouwen de meicirculaire tegemoet. Wij denken dat deze er redelijk positief uit zal zien, maar zeker weten doe je dat niet plus dat je je niet rijk kunt rekenen. Op dit moment hebben wij corona gehad waardoor de rijksuitgaven enorm zijn gestegen. Wij hebben nu de internationale situatie, maar er komt een moment waarop de rijksoverheid zegt wij moeten ons gegroeide begrotingstekort weer terugbrengen. Alle gemeenten gaan dat dan meteen in een reeks van jaren merken. De heer Van Zelst: Het ging daarnet over de weerstandsratio, dat ziet er positief uit en dan gaat het verhaal heel positief verder. Zit er onder die weerstandsratio een berekening met een verhoging van de OZB met 100% of heb ik dat fout? U heeft niet meegenomen wat de weerstandsratio dan wordt. De heer Lagendijk: Ja, dat is meegenomen. De maximale belastingcapaciteit hoort bij de berekening van je weerstandsvermogen. Wij kunnen varianten maken, die zitten in het stuk. Er staat als je dat niet doet en je hebt reserves dan kom je nog op 1,3 uit aan weerstandsvermogen. Dat is ook nog genoeg. Zeker ten opzichte van andere gemeenten is het voor Waalwijk niet voor niets die 9. Het is niet dat wij er eentje hebben uitgehaald die ons toevallig een 9 geeft en al die anderen een 4 of een 5.
Wij staan bekend als een gemeente die financieel best stabiel is.
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
36
De voorzitter: Het is inmiddels 22.30 uur. Mag ik u vragen om naar de conclusie te gaan. De heer Lagendijk: Ik heb nog één sheet. Ik dacht zij willen vast weten omdat zij heel veel willen uitgeven of in ieder geval te veel willen uitgeven ten opzichte van wat wij hebben wat moet er dan gebeuren. Dat staat hier, althans, wat wij vinden dat er moet gebeuren. Dat is dat je ambities voor nieuw beleid beperkt. Het is altijd een combinatie, dat je oud beleid inwisselt voor nieuw beleid. Als u het echt belangrijk vindt, moet u ook durven kiezen wat er dan niet meer wordt gedaan. Het kan zijn dat je die financiering toch nog weer doorzet. Het is suboptimaal, de heer Van Groos heeft daar vaak over geklaagd in de raad, je geeft veel incidenteel geld uit, maar straks krijg je de structurele rekening. Je kunt niets doen of je kunt zeggen dan gaan wij toch dat incidentele geld gebruiken. Dat is overigens lastig want de Provincie vindt dat je daar terughoudend in moet zijn. Je kunt bezuinigen op het ambtelijk apparaat, het moet efficiënter of minder. Dat is altijd een variant dus dat zou het nu ook kunnen zijn. Ik kan zeggen ik wil een aantal investeringen doen, ik wil bijvoorbeeld voor de binnenstad heel veel geld vrij maken, maar dat doe ik alleen voor zover die € 35 mln. aan grondopbrengsten ook daadwerkelijk binnenkomen.
Je maakt dan een bepaalde investering afhankelijk van je toekomstige grondopbrengst. Je kunt daar niet op anticiperen en het geld uitgeven als het nog niet binnen is, maar je kunt wel zeggen als het binnen is gaan wij er dit en dit van doen. Een andere variant is dat je dubbel duurzaam extra inkomsten probeert te genereren. Nu hebben wij de grondverkoop maar dat houdt een keer op. De duurzame vervanging van de grondverkoopinkomsten zou kunnen zijn de inkomsten die je haalt uit de ontwikkeling en exploitatie van windmolens. Als je dat op eigen grond ontwikkelt is dat gunstiger dan wanneer je dat laat doen op de grond van een ander. Je kunt daar afspraken over maken en dat is ook iets waar je begrotingsruimte mee kan creëren. Je kunt meer focus op externe financiering leggen, internationale rijksfinancieringen. Wij zitten niet in de netwerken. Wij houden al lokaal en regionaal maar landelijk timmeren wij eigenlijk niet aan de weg op dit moment. Tegen het college zeggen wij altijd als zij zegt dat moet uit het voorstel wij zetten het erin want het is ons advies, jullie mogen het schrappen. Dat geldt hier ook. Je kunt ook nog iets doen met de kostendekkingsgraad van allerlei tarieven die wij hanteren. Dat is ook een populair onderwerp van de heer Van Groos.
Je kunt ook nog naar de OZB kijken, niet omdat wij dat zo graag willen, helemaal niet, maar het is wel een pluspunt als je kunt zeggen hoe gunstig die tarieven zijn, maar daar hebben wij in het overdrachtsdossier een analyse op los gelaten. In onze regio is eigenlijk alleen Tilburg goedkoper, kort daarop zitten wij, dan een tijdje niets en dan komt de rest. Dat gaat echt om substantiële verschillen in het tarievenniveau. Je zou daar best wat kunnen doen. Ik zei al het enige wat ik kan doen is die € 150.000 gewoon van de beschikbare ruimte af halen. Ik heb wel een mening over hoe nuttig of onnuttig dat is, maar daar gaan wij dan weer niet over. Dat is best een moeilijke afweging. Zaterdag starten de collegegesprekken, daarna staan wij klaar om vragen van onderhandelaars te beantwoorden en verdere verkenningen uitwerkingen te doen. Zou er bij de rest van de raad nog behoefte zijn aan meer informatie, zo van zou u dit of dat kunnen uitzoeken en het is niet een hele week werk, het is natuurlijk wel een kwestie van passen en meten, stel die vragen gewoon. Ons is er veel aan gelegen als straks het collegeakkoord besproken wordt dat niemand zich tekort gedaan voelt. De voorzitter: Dank voor deze toevoeging. Zijn er vragen aan de heer Lagendijk? De heer Van Groos: Ik heb nog twee dingen.
Het zou mij deugd doen als wij voortaan spreken over ambtelijke organisatie in plaats van ambtelijk apparaat, want het gaat over mensen. Het tweede wat ik wil zeggen is dat ik wel in het fractievoorzittersoverleg of een
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
37
ander gremium zou willen spreken over of dit nu wel een overdrachtsdocument is zoals wij dat denken te krijgen en gewenst is. De voorzitter: U heeft daar andere ideeën bij? De heer Van Groos: Ik heb daar in ieder geval andere ideeën over, maar daar is het tijdstip nu niet geschikt voor. Ik wil dat best toelichten, het duurt niet lang, maar dan krijgen wij wellicht discussie en wij hebben hier al een hele avond gezeten. De voorzitter: Op en ander moment? Dank u wel. Ik bedank de heer Lagendijk en de heer Clemminck hartelijk voor dit document en de heldere presentatie. Ik bedank de kijkers van de livestream voor hun belangstelling. 6.
Sluiting
De voorzitter: bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van gemeente Waalwijk van 9 juni 2022.
De griffier,
De voorzitter,
Jeske Louer
Sacha C.A.M. Ausems
Verslag Duidings- en overdrachtsavond, 31 maart 2022
38