Verslag Debat & Besluit (B) dd 040321 met vervolg op 090421
Tekst van het document
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
50
Dan de vraag van mevrouw Pouw. Voor zover wij weten, zijn er in Waalwijk geen eigendomsscholen uit het verleden. Wij hebben met de schoolbesturen nog niet het gesprek gevoerd over hoe de school eruit komt te zien. Het Bouwbesluit geeft een aantal richtlijnen op en op basis daarvan kunnen we een school bouwen. Een van de richtlijnen is dat het een bijna energieneutraal gebouw wordt. Stel dat we op het gebied van duurzaamheid extra maatregelen willen nemen, die ook een positieve invloed hebben op de exploitatie van de school, dan mag de school daarin investeren. Maar verder houden we het investeringsverbod aan. Mocht het nodig zijn, dan zullen we het er met elkaar over hebben. Op dit moment zie ik nog niet echt een aanleiding om het te hebben over een investering vanuit het onderwijs. De voorzitter: Dat was een uitgebreide beantwoording door de wethouder. Ik kan mij niet voorstellen dat u daar verder nog opmerkingen over heeft. Als dat zo is, is mijn vraag of u bij dit onderwerp nog een tweede instantie wenst. Of is een en ander afdoende besproken? Het woord is aan de heer Tiemstra. Tweede termijn De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter, ik kan heel kort zijn. Op grond van de beantwoording van de wethouder en wat we tot nu toe over dit onderwerp hebben vernomen, zullen wij voor het voorstel stemmen.
Wat we zojuist hebben gehoord over de gymzalen, willen we straks meenemen bij de coalitievorming. Dank u wel. 11. (R2.2-21) Voorbereidingskrediet vervangende nieuwbouw RKBS Meerdijk De voorzitter: Mevrouw Pouw gaf aan maar één pitch te hebben. Zij hoeft dus nu niet en daarom is het woord alleen aan het CDA. Als u nu weer gewoon een compliment geeft, kan ik naar het volgende onderwerp. Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Het voorbereidingskrediet vervangende nieuwbouw school Meerdijk. Uit een quick scan van een extern bureau blijkt dat nieuwbouw, gezien de vergaande renovatiemaatregelen, nagenoeg eenzelfde kostenpost wordt. De renovatie levert een nieuwe duur van 25 jaar op. Het adviseren van nieuwbouw is dan ook een goed overwogen besluit. Vermoedelijk zijn we dan voor de komende jaren van de grote kosten af en krijgen de leerlingen een school die in ieder geval in het heden, maar ook zeker in de toekomst, aan de eisen voldoet. Een nieuw schoolgebouw kan leiden tot aanwas van nieuwe leerlingen die liever, en zelfs graag, naar die nieuwe school willen. Daar willen ze op zitten! Nieuwbouw moet door de gemeente gefinancierd worden en voor renovatie moet het schoolbestuur zelf gelden investeren. Wij nemen aan dat hieraan in de afgelopen jaren door het schoolbestuur is voldaan. Dit roept bij het CDA de volgende vraag op.
Wethouder, heeft u met het schoolbestuur overleg gepleegd om de reserveopbouw te investeren in duurzaamheidszaken? Tot zover. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Volgens mij kan ik daar hetzelfde antwoord op geven, als zojuist aangegeven bij het vorige onderwerp. Wij zijn op dit moment nog in aanloop naar het voorbereidingskrediet. We hebben het nog niet gehad over de definitieve invulling van het nieuwe schoolgebouw. We hebben wel een notitie over duurzaamheid. Die gaan we binnenkort met het schoolbestuur bespreken. Op het moment dat we het definitieve krediet aan u voorleggen, zullen wij hier ook antwoord op geven. Mevrouw De Bruijn: Ik dank de wethouder voor dit antwoord. We zullen het in de gaten houden, want ik denk dat het een onderwerp is dat u in ieder geval met het schoolbestuur moet bespreken.
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
51
Voorzitterswissel: de heer Slaats 12. (R1.7-21) Klachtenverordening 2021 Mevrouw Klerks: Voorzitter, goedenavond. De klachtenverordening ligt voor, een juridisch document waarin we vastleggen hoe het proces juridisch gezien moet lopen. Natuurlijk is het van belang dat het goed in elkaar zit, maar ik vertrouw erop dat mijn meer juridische collega’s van de raad dit aspect zullen belichten in hun betogen. Ik wil de nadruk meer leggen op waar de klachtenverordening voor bedoeld is. Dat is degene die een klacht heeft. Als je het stuk leest, vergeet je weleens dat er een inwoner of ondernemer is in onze gemeente die ontevreden is en zijn weg zoekt om een klacht in te dienen. Ik heb daar eens naar gekeken. Stel u voor: er is een ondernemer en die is boos, omdat hij niet is teruggebeld door de gemeente. Hij gaat naar onze website, www.waalwijk.nl, en typt in de zoekbalk ‘klacht indienen’. Die persoon komt dan daadwerkelijk op een pagina die ‘klacht indienen’ heet. Al in de tweede zin van de pagina wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de Algemene Wet Bestuursrecht en de klachtenregeling. Dat zijn fijne documenten om door te nemen als je boos bent! Er wordt ook nog gezegd dat je, als je erover nadenkt een klacht in te dienen, beter eerst even kunt bellen met een van de klachtencoördinatoren. Daar ben ik het helemaal mee eens.
Maar een naam ontbreekt, en voor een telefoonnummer moet je helemaal naar beneden scrollen. Jammer, want zoals er staat, kan een klacht misschien telefonisch simpel en snel worden opgelost. Onze boze inwoner ziet wel een hele dikke vette oranje button. Die zegt ‘klacht indienen’. Dus hij ramt op die knop. Hij ziet immers geen naam of telefoonnummer, dus dan zal dit wel de juiste route zijn. Alleen moet je dan inloggen met DigiD. Waar heb je ook alweer die codes? Onze boze inwoner heeft gefrustreerd 10 minuten gezocht in de kast en jawel, de inloggegevens gevonden. Eindelijk op de website komt er een formulier met zeven velden om in te vullen. Hij heeft 15 minuten om het in te vullen, daarna wordt de sessie afgesloten. Sessie voorbij, time is up. Gelukkig is deze bewoner geen 70-plusser of een laagopgeleide, dus dat formulier kan hij wel even invullen. Hij is benieuwd of hij nu wel gebeld ga worden. Wat wil ik graag dat u hieruit meeneemt? We kunnen de klachtenverordening wel aanpassen, maar als we aan de werkwijze aan de voorkant niet aanpassen, verandert er voor onze inwoners en ondernemers niets. Dan hebben wij een document aangepast en kloppen we onszelf weer op de schouders, maar niemand heeft er iets aan. Daarom wil ik graag een toezegging van de burgemeester dat hij aan de voorkant gaat kijken.
Kunnen we het indienen van een klacht niet wat vriendelijker maken, met wat termen als ‘wat vervelend dat u niet tevreden bent’. Een wat klikvriendelijkere website, wat meer gestuurd naar een dialoog en wat minder in juridische termen. Dank u wel. Mevrouw Van den Udenhout: Dank u wel, voorzitter. GroenLinksaf heeft van dit punt vorige week een A-punt gemaakt. Ik denk dat dat niet goed is doorgekomen bij de griffie. Ik had er een mail over gestuurd, want voor GroenLinksaf is dit een A-punt. De heer Klapwijk: Voorzitter. Waalwijk verdient een goede klachtenregeling. Het CDA is daarom blij dat er een voorstel voor modernisering van de oude regeling ligt. En op zich is het een goed verhaal. Maar toch zullen we er nog niet mee instemmen. Het punt zit hem wat ons betreft in de rol van de burgemeester als klachtenbehandelaar, en dan met name als een klacht zich tegen de burgemeester richt. We begrijpen de juridische logica hierachter van de burgemeester als bestuursorgaan, en we begrijpen ook dat het overdragen aan bijvoorbeeld een locoburgemeester nadelen heeft. Maar voor onze inwoners levert dit het beeld op van een slager die zijn eigen vlees keurt. We willen een burgemeester die bij klachten zelfs niet de schijn van belangenverstrengeling heeft. Het CDA maakt daarom een andere afweging en zal tegen het voorstel stemmen.
We hopen, als het voorstel vanavond niet wordt aangenomen, op korte termijn te kunnen instemmen met een iets aangepaste Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
52
versie. Dat hoeft wat ons betreft ook niet te wachten op het onderzoek van de rekenkamercommissie. De heer Lodenstijn: Ik heb de schriftelijke vragen van het CDA gezien over de slager die zijn eigen vlees keurt, met betrekking tot de klachtencoördinator annex burgemeester. Er is ook netjes antwoord op gekomen en toch komt u er nu weer op terug. Hebt u ook een alternatief? U heeft het erover dat de klachtenverordening op een klein onderdeel aangepast zou kunnen worden, maar dan ben ik benieuwd hoe u die klachtenverordening zou willen aanpassen. De heer Klapwijk: Er zijn genoeg voorbeelden van hoe je dat anders doet. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat de locoburgemeester of een van de andere wethouders, als behandelaar van de klacht optreedt en dat je bijvoorbeeld een besluit door het college laat nemen. Het hoeft niet per se op deze manier. Er zijn wat ons betreft voldoende alternatieven. De voorzitter: Is dat afdoende, mijnheer Lodenstijn? De heer Lodenstijn: Ik weet niet of het de beste en meest praktische oplossing is. We hebben ook zoiets als een ombudscommissie wanneer de klacht niet naar tevredenheid kan worden opgelost. Dan kun je altijd nog naar de ombudscommissie stappen.
Is dat dan niet voldoende voor u? De heer Klapwijk: Uiteraard kun je in tweede instantie naar een ombudscommissie stappen, maar het is fijn als een klacht zoveel mogelijk aan de voorkant wordt afgehandeld. Mevrouw Klerks refereerde daar ook al aan. In dat geval hoef je niet ook nog eens met je klacht naar die ombudscommissie. Wat je aan de voorkant kunt voorkomen, is eigenlijk zelfs nog beter. Dus ja, het zou het uiteindelijk wel oplossen, maar het lijkt ons beter om dat toch op een andere manier te doen. Dat is een keuze. De heer Tiemstra: Mijnheer Klapwijk, ik heb met belangstelling naar het betoog van het CDA geluisterd. In grote lijnen begrijp ik wat u bedoelt. Vervolgens zegt u dat alternatieven beter zouden zijn, en daar laat u het vervolgens bij. Wat die alternatieven zijn, blijft in het midden. We hebben eerder in deze vergadering, afgelopen donderdag, gezien dat de CDAfractie vliegensvlug met een motie of een amendement kan komen. Dit komt een beetje half afgewerkt over. U zegt op een gegeven moment dat er alternatieven zijn, maar wat die zijn, zegt u niet. Maar u gebruikt ook geen raadsinstrument om het in te brengen. U laat het dus maar een beetje hangen. Mijn vraag is wat uw tegenstem voor zin heeft en wat u de raad concreet mee wilt geven. Hier kunnen we met zijn allen namelijk niet veel mee. De heer Klapwijk: In zekere zin is een lastig.
Het is natuurlijk een redelijk juridisch verhaal. Het is een ingewikkelde regeling en ik ben geen jurist. Ik zou dus liever zien, anders dan nu te zeggen dat de locoburgemeester of een andere portefeuillehouder het maar doen, dat het even goed juridisch wordt gecheckt. Wat ons betreft is het een regeling die al heel lang niet geactualiseerd is. Als daar nog twee maanden bij komen, zou dat niet zo heel erg zijn. In dat opzicht is het dus wat ons betreft niet heel spoedeisend. Wij doen daarom een oproep om net iets beter te kijken naar de beeldvorming en het hechten aan de integere positie van de burgemeester. Als we het hierover eens zijn met elkaar, vinden we het bijna een goed voorstel. Maar we zouden graag zien dat er een nog betere komt. Dat is mijn boodschap. De heer Tiemstra: Even terug naar de heer Klapwijk. Het wordt langzaam duidelijk wat u bedoelt. U zegt geen jurist te zijn. Volgens mij heeft u wel een jurist in uw fractie zitten, Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
53
die zeer snel dingen samenvattend blijkt te kunnen regelen. Ik weet niet wat er vanavond is. Zouden we bijvoorbeeld het volgende kunnen afspreken? Als u werkelijk van mening bent dat dit beter kan en beter moet, stel ik voor dat u zich straks met de coalitie even terugtrekt en afspreekt dat het een T-stuk wordt. Dan komt u daarna naar de raad met een stuk papier en zegt u dat we dit volgende maand opnieuw gaan behandelen op basis van de aanbeveling van het CDA? Misschien ben ik het wel helemaal met u eens, mijnheer Klapwijk. Ik probeer het u niet moeilijk te maken, maar probeer u juist te helpen tot iets te komen. Anders leidt het allemaal tot niets. De heer Klapwijk: Dat is een interessante suggestie. Ik snap best dat u zegt dat we met een amendement moeten komen. Ik vind eigenlijk dat we dit, gezien het niet spoedeisend is, van tevoren niet hoeven te doen. Donderdag is echt een andere situatie geweest. Ik zie hier eigenlijk niets misgaan als we hier nu nee tegen zeggen. Mevrouw Pouw: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag die voortborduurt op de vraag die de heer Lodenstijn al stelde. Ik vroeg mij af of het fair is dat een persoon over wie een klacht wordt ingediend, die persoon dan eerst zelf de mogelijkheid krijgt om dingen recht te zetten of misschien excuses te maken.
Is dat fair? En als je er niet uit komt, zou je dan nog naar een ombudscommissie kunnen stappen? De heer Klapwijk: In zijn algemeenheid heb je volgens mij gewoon goede principes hierop toe te passen. Je moet hier zorgvuldig in zijn, je moet hoor en wederhoor plegen, maar als je in een vroeg stadium – hoe vroeger, hoe beter – samen goed er uitkomt, is verdere juridisering niet nodig. Dan hoeven we inderdaad geen hele uitgebreide klachtenprocedure te volgen of naar een ombudscommissie toe te gaan. Dus inderdaad, wat je vooraan oplost, is alleen maar winst, vandaar dat we ons op hoofdlijnen best in de regeling kunnen vinden. Wij vinden ook dat het uitstraalt ‘ga dat gesprek aan en probeer het in een vroeg stadium op te lossen’. Dat is wat ons betreft dus ook zeker prijzenswaardig aan deze regeling. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter, ik wil wat vragen. Toen mevrouw Klerks klaar was, heeft u ons niet de gelegenheid gegeven haar vragen te stellen. Kan dat nog? De voorzitter: Het klopt wat u zegt. Als u graag een vraag aan mevrouw Klerks wilt stellen, kan dat bij dezen. Ik zal eerst even bekijken of de vragen voor de heer Klapwijk klaar zijn en dan doen we daarna de vragen voor mevrouw Klerks. Ik zie dat niemand vragen meer heeft aan de heer Klapwijk, dus het woord is aan u. Mevrouw IJpelaar: Mevrouw Klerks, ik heb goed naar uw betoog geluisterd.
Het was een gen goed betoog, maar ik vind het jammer dat u aan het eind zegt blij te zijn dat het geen 70-plusser was, noch een laagopgeleide. Mijn vraag is of u vindt dat u dat kunt zeggen? Ik vind het zelf een beetje denigrerend. Ik vind het ontzettend jammer dat u dat doet, want 70-plussers zijn ook goed in staat formulieren in te vullen, en laagopgeleiden noemen we tegenwoordig anders-opgeleiden. Het is niet zo dat zij geen formulieren in kunnen vullen. Mijn vraag is aan u is waarom u dit erbij heeft gezegd. Mevrouw Klerks: Bedankt voor uw vraag en uw compliment voor het betoog. Volgens mij is ’70-plusser en laaggeletterden’ gezegd. Het ging erom dat er maar een kwartier is om dat formulier in te vullen, daarna sluit de sessie. Dat is erg kort om zeven velden in te vullen. Ik kan me goed voorstellen dat iemand die laaggeletterd is wat meer tijd nodig heeft en geen zeven velden kan invullen binnen een kwartier. Hetzelfde geldt voor een 70plusser. Dat is inderdaad generaliserend, maar mijn hele betoog is volgens mij cynisch ingestoken. Dus: ja, dat is generaliserend, en nee, dat geldt niet voor iedereen, maar ik hoop ook dat duidelijk was dat mijn betoog cynisch was ingestoken en dat dit op die manier ook geïnterpreteerd moet worden. Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
54
Mevrouw IJpelaar: Dank u wel voor uw beantwoording. Dat cynisme kreeg ik niet mee, maar ik laat het verder zo. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Wij zijn er zeker voorstander van om te zorgen dat klachten al in een heel vroeg stadium, als ze nog klein zijn, worden opgelost. Dat geef ik in ieder geval mee. Ik ben erg blij met het betoog van mevrouw Klerks, dat gaat om de toegankelijkheid en de laagdrempeligheid om een klacht bij de gemeente te deponeren. Ik denk dat daar nog wel wat slagen te maken zijn. Waar wij het over willen hebben, heeft net een iets andere insteek, namelijk: in (geluid valt weg), waaraan ik moest denken toen ik het voorstel voor de klachtenverordening doornam. Het eerste boek heet ‘Een klacht, een geschenk uit de hemel’. Het andere boek heet ‘Kloteklanten’. Ik vermoed dat een aantal raadsleden bij de eerste titel de wenkbrauwen fronsten en dat de tweede titel het hoofd ongemerkt een beetje liet knikken. Dat is helemaal niet erg. Beide boeken gaan over de relatie tussen bedrijven en hun klanten, en ik heb er in mijn werkzame leven tot nu toe heel veel aan gehad. Hoe leren we van onze fouten? Nu heeft een gemeente geen klanten, maar ook inwoners, bedrijven en organisaties kunnen wat te mopperen hebben over de dienstverlening of de handelwijze van een gemeente.
Daarom is het ook goed dat er duidelijke afspraken en regels zijn over hoe deze klachten behandeld dienen te worden. Ik gebruik bewust het woord behandelen, omdat afhandelen een vinkje impliceert. Daar gaan onze vragen vanavond over, over dat vinkje. Als het zou blijven bij een vinkje, is dat een gemiste kans. Daarom heb ik de volgende vragen aan de portefeuillehouder. Hoe transparant is de behandeling van klachten binnen onze gemeente? Vindt er registratie plaats en is die dan ook inhoudelijk van aard? Vindt er ook structureel klachtenmonitoring plaats? Is er sprake van een structurele verbetercyclus naar aanleiding van de klachtenregistratie en die klachtenmonitoring? Hoe transparant is dat proces? Wij kijken uit naar de beantwoording. De voorzitter: Ik zie dat er geen vragen meer zijn, dus we gaan door met de volgende bijdrage en die is van de SGP. De heer Tiemstra: Voorzitter. Onze belangrijkste punten zijn al ingebracht. Wij vonden vooral aansluiting bij het betoog van mevrouw Klerks. Wij zien af van verdere woorden. De voorzitter: Dank u wel. Lijst IJpelaar is de volgende fractie. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik had hier een A-punt van gemaakt. De heer Van Groos: Voorzitter.
Wat is er toch aan de hand met de rechtspraak in Nederland? En dan doel ik niet op het recht dat het in dit land mede mogelijk heeft gemaakt dat de fouten van de Belastingdienst in de toeslagenaffaire duizenden gezinnen hebben geschaad. Ook doelen we niet op het feit dat door de rechter is geoordeeld dat de avondklok onvoldoende onderbouwd was of dat door een rechtelijke uitspraak een streep door de PAS-regeling is gehaald, waardoor nu grote projecten als de aanleg van de insteekhaven zijn stilgelegd. Wij vinden het bijzonder dat een bestemmingsplan Gemengd Gebied ondanks een onafhankelijke beoordeling van de missie bezwaarschriften het bij de rechter niet heeft gehaald. Zelfs een reparatie op voorstel van het college heeft het niet gered. Daarvoor was nadrukkelijk gewaarschuwd, maar daar hebben we het vorige week al over gehad.
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
55
Het is toch ongekend dat de rechter heeft geoordeeld dat het door de portefeuillehouder gesteunde weigeren door de bezwaarschriftencommissie van een woordvoerder namens de Waalwijkse vereniging niet juist was? Deze zaak is door de burgemeester hoog opgespeeld en deze uitspraak tast niet alleen het aanzien van de Commissie Bezwaarschriften aan maar geeft ook aan dat de klachtenprocedure heeft gefaald. Het college geeft de ruimte voor het indienen van klachten en verwijst inwoners die bezwaar hebben tegen plannen graag naar de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie. Dat is een commissie die alleen maar adviezen aan het college geeft waarop het college contrair kan gaan, adviezen die ruimte bieden aan het college om zaken te repareren. Veel mensen durven dan niet (geluid valt weg), maar heeft de commissie hun belangen dan gediend? De klachtenbehandeling is iets anders dan de bezwaarschriftenprocedure. De overeenkomsten, de paralellen, zijn er echter meer dan genoeg. Het gaat om de bejegening van onze inwoners en organisaties. Daarom is het goed dat de rekenkamercommissie bezig is met een evaluatie van de klachtenbehandeling in eerste termijn en, in het verlengde hiervan, ook de tweedelijns klachtenbehandeling door de ombudscommissie.
De fractie van de ChristenUnie wil daarom pas een nieuwe verordening vaststellen, nadat ze kennis heeft kunnen nemen van de evaluatie door de rekenkamercommissie. De heer Ottens: Voorzitter. Ik sluit mij van harte aan bij het betoog van mevrouw Klerks. Uiteindelijk is een klachtenregeling bedoeld om onze inwoners en organisaties te beschermen en in die zin een onafhankelijke, goede en goed toegankelijke klachtenregeling te zijn. De PvdA heeft van deze klachtenverordening een T-stuk gemaakt om dezelfde reden als de ChristenUnie: in november 2020 heeft de raad de rekenkamercommissie opdracht gegeven een onderzoek te doen naar de klachtenbehandeling in de eerste en tweede lijn. Wij vinden het een verkeerd signaal naar de rekenkamercommissie om, vooruitlopend op hun bevindingen, nu al een verordening vast te stellen. Dat de verordening uit 2003 achterhaald is, en niet meer klopt op onderdelen, doet daar niets aan af. Uiteindelijk telt het algemene bestuursrecht voor de inrichting ook voor de klachtenprocedure en die voldoet nog steeds. Maar nu de klachtenverordening toch behandeld wordt, heb ik een tweetal opmerkingen. Bij de definities is de ‘ombudsman’ opgenomen. Het lijkt erop dat het college ervan uitgaat dat de ombudscommissie al is opgeheven. Dat is niet het geval.
Het zou het college juist sieren als het vanuit de relatie tussen bewoner, organisatie en overheid zou inzetten op het op de kaart zetten van de ombudscommissie. De tweede opmerking is dat we een weeffout zien in de verordening, namelijk waar het gaat om de bevoegdheden van de klachtenbehandelaar en de klachtencoördinator. In de definities zou de klachtencoördinator zich moeten bezighouden met het adviseren over de te volgen procedure. Verderop in de verordening lezen wij echter dat de klachtencoördinator zich ook met de inhoud van de afhandeling mag bemoeien. En dat is een onverenigbaarheid in functies, die de onafhankelijkheid van de klachtenbehandelaar aantast. Zeker als er sprake is van een hiërarchische verhouding tussen de klachtenbehandelaar en de klachtencoördinator. Tot zover ons betoog. Mevrouw Pouw: Dank u wel, voorzitter. Wij zien ons betoog al terug in het stuk dat de PvdA net voorgedragen heeft. Ook zien wij de ChristenUnie goede dingen aanstippen, dus ik zal verder van mijn bijdrage afzien. De voorzitter: Dank u wel. Dat is helder. We gaan door naar de reactie van de portefeuillehouder. Beantwoording college Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
56
Wethouder Kleijngeld: Dank u wel, voorzitter. Ik zat me net even af te vragen of mijn moeder van 96 in staat is in een kwartier dat formulier in te vullen. Ik denk dat ik morgen maar eens de proef op de som ga nemen. Nu vond ik het betoog van mevrouw Klerks van de VVD eigenlijk prima, totdat ze zei dat het cynisch bedoeld was. Laat ik nu zo naïef zijn dat ik dat niet in de gaten had. Ik vond het hooguit een tikje ironisch. In grote lijn ben ik het eigenlijk wel met haar eens. In feite zegt ze dat we los van deze verordening ervoor moeten zorgen dat we het aan de voorkant goed geregeld hebben en dat we wat minder juridisch moeten insteken. Dat kan best heel zinnige reacties geven. Werkt het aan de voorkant zo helder mogelijk? Overigens zijn we daar volop mee bezig, dat is al in werking. Pre-mediation, iemand die daar een speciale rol in vervult. Dat ziet u ook als u naar de cijfers kijkt. Het gaat om tienduizenden acties in het gemeentehuis, een paar honderd grote en kleine klachten en meldingen: ‘de stoeptegel ligt niet goed’, ‘ze zijn nog steeds niet aan het snoeien bij mij voor de deur, terwijl het bijna lente is’, et cetera, et cetera. En heel veel van die dingen gaan rechtstreeks door naar meldingen en zijn dan opgelost.
Een aantal zou je ook op een andere manier kunnen afhandelen, door even te bellen vanuit het gemeentehuis om te vragen wat er aan de hand is en het meteen op te lossen. Dat is ook het betoog van D66. Dit doen wij al. We doen dat mede op verzoek van de SGP van een paar jaar terug, die toen vroeg hoe we met klachten en meldingen om gingen. Die woorden hebben wij ter harte genomen, want ze leefden breder in uw raad. Wij werken ook gewoon met capaciteit op deze manier. De verordening richt zich op klachten tegen het bestuursorgaan. Dat kan de burgemeester zijn. Vorig jaar was er één klacht, volgens mij is het bijna een beetje een uitslag van een voetbalwedstrijd van RKC. Het ene jaar is het één, het andere jaar nul, dan weer nul en dan weer één. Ik meen dat er zelfs een jaar is geweest met twee klachten. Daar hebben we het over. En hoe ga je dat nu regelen? Dat het, mevrouw Klerks, wel juridisch moet zijn, heeft ook te maken met het feit dat niet alle klagers kwetsbare, tastbare burgers zijn, maar er ook op juridische manier geprobeerd wordt om zijn gelijk te halen. Daar moet ik ook rekening mee houden. De mensheid is nu eenmaal niet hetzelfde, de een zit er goed in en de anders soms wat minder. Dat concentreert zich met name op de klachten over de burgemeester. Ik vind dat wel leuk. Ik keur mijn eigen vlees en dat doe ik transparant.
Dat zeg ik, dat heb ik tot nu toe ook altijd gezegd en dat vind ik ook fair. Wanneer wij, mevrouw Pouw en ik, of wie dan ook, iets tegen elkaar hebben, omdat er iets gebeurd is, lijkt het me dat u naar mij moet komen of dat ik naar u moet komen en dat we op die manier zaken moeten uitpraten. Wanneer je dan een onredelijke houding van de andere partij krijgt, moet je iets anders gaan doen. Dan moet je naar die ombudscommissie. Stel nu dat ik over een lange periode een stuk of acht, negen klachten heb gehad en dat ik oneerlijk gehandeld zou hebben. Dat ik arrogant ben, niet wil luisteren, dat ik dictatoriaal ben, dat ik mijn eigen maat naai, dat ik niet integer ben, et cetera, et cetera. Dan had u dat allang opgepikt. Dan hadden wij dit gesprek niet gehad, maar dan hadden wij allang bij een herbenoeming geweest. Oftewel: ik probeer het te relativeren door te zeggen dat we het niet uit het verband moeten trekken. Het lijkt nu alsof er een berg met klachten ligt. Dat is niet het geval bij de raad, dat is niet het geval bij het college, en dat is niet het geval bij de burgemeester. De verordening zoals die voorligt is overigens juridisch getoetst. We hebben er AKD bijgehaald. Die wees ons met name op Steenbergen, omdat daar ook vrij recent een nieuwe regeling is ingevoerd. Daar hebben wij contact mee gehad en daar is dit ook voor een heel groot deel op gebaseerd.
Je hoeft het wiel niet uit te vinden. Het is overigens in Nederland ook zo, meer in het algemeen, dat de slager in dat klachtenrecht zijn eigen vlees keurt. Daarom is er een tweede instantie, voor het geval er in die eerste instantie sprake is van onredelijk gedrag. Er is wel degelijk een alternatief, maar ik ben bang dat je dat eerder in Amsterdam uitvoert dan in Waalwijk. Je zou een onafhankelijk persoon kunnen aanstellen Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
57
die alleen voor de klachten voor de burgemeester en de wethouder een onafhankelijke visie creëert. Dat is dus een onafhankelijke commissie in eerste instantie, maar dan bent u € 120.000 verder en dat moet u vooral doen als er honderden klachten komen, maar volgens mij niet bij de aantallen waar we het op dit moment over hebben. D66 vraagt hoe transparant dit proces is. Heel transparant. U krijgt van mij het jaarverslag. Overigens is dat veel te laat dit jaar en we hebben beterschap beloofd voor de toekomst. Daarin ziet u de registratie en de monitoring. Waar komen de klachten vandaan? Bij welke afdeling is sprake van groei? Op basis daarvan wordt de structuur aangepast. De belangrijkste structurele wijziging is degene die ik net noemde: we hebben vrij recent iemand helemaal vrijgemaakt om op die manier in pre-mediation heel veel dingen op te lossen in een zo vroeg mogelijk stadium. Met excuus maar het voorbeeld dat de heer Van Groos namens de ChristenUnie geeft: ik weet niet waar u het over heeft. U moet dat zo dadelijk maar even wat duidelijker maken en namen noemen als u dat per se wilt. Want ik kan het op deze manier helemaal niet volgen. Dan de ombudsman.
We hebben die term opgenomen, dat kon u ook lezen in de beantwoording van de vragen aan, ik meen, de heer Van Zelst, omdat dat de neutrale term is voor zowel een lokale of regionale ombudscommissie als voor de nationale ombudsman. Dus op die manier is dit de meest bruikbare term die we in Nederland hanteren. Ook bij de klachtencoördinator en de afhandelaar moet je natuurlijk kijken hoe het zit met de slager en zijn eigen vlees. De klachtencoördinator willen wij meer in stelling brengen. Die wordt volgend jaar vervangen, vanwege het feit dat er iemand met pensioen gaat. De nieuwe medewerker willen we een fulltime job laten uitvoeren, waardoor hij ook meer in de gaten heeft wat een klacht is. Er verdwijnt namelijk wel eens iets. Als ik rechtstreeks tegen een ambtenaar zeg “Jan, dat heb je echt helemaal verkeerd gedaan, jongen, jongen, jongen”, dan komt dat niet in het systeem terecht. Dat willen we proberen te verbeteren. Dan komen er meer klachten, maar dan kan je er nog transparanter en beter werk van maken om ze zo goed mogelijk af te handelen. De klachtencoördinator stuurt de klacht naar de chef van de afdeling en vraagt of diegene het wil afhandelen. Als daarna blijkt dat er iets niet juist is, ben ik erbij en heb ik de mogelijkheid daarin te interveniëren. Wij denken dat dat in een gemeente met de schaal van die van Waalwijk verantwoord is.
Wanneer het een gemeente is met 5.000 werknemers, zou je het denk ik beter anders kunnen doen. En dan nog het punt van uitstel. De ChristenUnie en de Partij van de Arbeid noemden dat. Ik heb het ook al eerder opgepikt. Ik heb er gesprekken over gevoerd met enkele andere raadsleden. Ik vind het eigenlijk een beetje zwak om het uit te stellen, want dan behandelt u het, nadat ik weg ben, terwijl ik best verantwoording wil afleggen voor hetgeen ik zelf doe. In die zin heb ik graag dat het er vandaag doorheen komt. Als u heel gekke dingen vanuit de rekenkamer terugvindt over een halfjaar of een jaar – ik heb geen idee wanneer, ik heb er niks van gehoord – kunt u altijd met uw verordende bevoegdheid de dag daarna de verordening opnieuw aanpassen. Als u dan, in de richting van het CDA, met name ook eens in de rekenkamercommissie vraagt hoe het nu precies zit met alternatieven, krijgt u daar op die manier volgens mij een gefundeerd antwoord op. Zo ken ik de kwaliteit van onze rekenkamer. De voorzitter: Helder. Een stukje over de tijd heen, maar volgens mij was het nog een belangrijke toevoeging op het laatst. Ik zie een aantal handjes. De heer Klapwijk was als eerste dus die wil ik graag het woord geven.
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
58
De heer Klapwijk: Dank aan de portefeuillehouder voor de beantwoording. Ik denk dat we het ook gewoon voor 95% eens zijn met elkaar. We hebben overigens ook echt geen enkele reden om aan te nemen dat er op dit moment, of in de afgelopen veertien jaar, niet goed of professioneel met klachten is omgegaan. U verwijst naar de regeling vanuit Steenbergen. We hadden ook de regeling uit Tilburg als voorbeeld kunnen pakken, dan hadden we misschien een andere discussie gehad. Voor ons is, ondanks de aantallen van misschien nul of één, de beeldvorming vooral belangrijk. En nogmaals: wij twijfelen er niet aan dat daar goed en integer mee wordt omgegaan. Dat wilde ik toevoegen, dank u wel. Mevrouw Klerks: Bedankt voor de beantwoording, maar ik heb niet helemaal gekregen waar ik om heb gevraagd. Dus hierbij nog een poging. Mijn verzoek was om de website aan te passen en de manier van klachten indienen aan te passen. Ik hoor dat u wel bezig bent met mediation, maar ik wil graag heel concreet de website aangepast hebben, met een telefoonnummer en een naam erop, zodat we wat meer de dialoog aangaan. De heer Van Groos: De reactie van de burgemeester roept bij mij een aantal reacties op. Een deel zal ik in de tweede termijn doen. Maar hij is niet ingegaan op ons betoog, omdat hij niet wist over welke zaak het gaat.
Het betreft een ander raadslid en voor hem is het wellicht ook lastig om voor zichzelf te spreken, maar die wilde optreden bij de bezwaarschriftencommissie namens een sportvereniging. Daar is hij niet toegelaten. Vervolgens heeft hij een klacht ingediend tegen de secretaris van de bezwaarschriftencommissie en uiteindelijk is hij bij de rechter terechtgekomen, die hem in het gelijk gesteld heeft. Ik zag de burgemeester knikken: ik denk dat hij weet over welke zaak ik het in eerste termijn had. Wethouder Kleijngeld: Nu wel, ja. Met de laatste zaak te beginnen: ik heb ook gehoord van de uitspraak van de rechter. Volgens mij behelst die dat die de zaak inhoudelijk teruglegt bij de klachtencommissie. Dan gaat het er niet zo zeer om of een raadslid dit of dat wel of niet mag, want daar hebben we gewoon 100% duidelijkheid over, sinds we antwoord hebben van de minister. Het gaat erom of dit nu iets is waar je juridisch tegen mag optreden. Mag je daar juridisch iets mee of mag dat niet? Is dit een besluit of is dit geen besluit? De commissie zei volgens mij dat het geen besluit was, dus dat het geschorst zou worden, de rechter heeft daar anders over geoordeeld en legt het nu dus terug. De afloop dus nog steeds onbekend. Als ik u was, en u wilt het zuiver spelen, zou ik daar iets voorzichtiger zijn met een beoordeling, totdat er een uitspraak van de rechter ligt.
Zo doen we dat netjes in Nederland, lijkt me. Dan de website, mevrouw Klerks. Prima natuurlijk. Ik ben het vergeten. Dat telefoonnummer is sowieso prima en het lijkt mij dat we even kritisch moeten kijken naar hoe we dat klantvriendelijker kunnen aanpakken en communiceren. Dat is een mooie job voor die nieuw aan te stellen persoon die dat binnenkort bij ons allemaal gaat doen. De voorzitter: Oké, u gaat ermee aan de slag. Ik zie dat er nog een handje is van de heer Tiemstra dus die wil ik de beurt geven, en dan wil ik gelijk de vraag stellen of er nog andere zaken die spelen bij raadsleden. Daarna ga ik nog even bij de portefeuillehouder langs. Het woord is aan de heer Tiemstra. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het niet te lang maken. Even in reactie op wat burgemeester Kleijngeld zojuist zegt over het raadslid naar wie de heer Van Groos zojuist nadrukkelijk verwijst. Ik ben redelijk bekend met dit dossier en weet ook wat er juridisch gezien allemaal is gebeurd. Ik heb ook nog een vraag, in lijn met vrijwel alle betogen die vanavond zijn uitgesproken. Het gevoel waar ik mee zit, is dat ik het enorm betreur dat dit zo juridisch uit de hand is gelopen. We weten het allemaal, er wordt weinig over gesproken, maar dit had toch ook in een gesprek geregeld kunnen worden? Ik heb er Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
59
achter de schermen regelmatig op aangedrongen. Dit had buiten het hele juridische traject om kunnen gaan. Dat heeft een hoop frustratie en ergernis gegeven en dat was mijns inziens absoluut niet nodig. Daar hoor ik graag een korte reactie van de burgemeester op nu we de zaak toch ter sprake brengen. Wethouder Kleijngeld: Dat kan. Hoe moet ik daar nu wijs op antwoorden? Het is heel vaak actie-reactie: op het moment dat je je zelf behoorlijk inzet en interesse in juridische zaken hebt, ben je vaak zelf met name ook iemand die het juridisch insteekt. Dan reageer ik er ook juridisch op. Wanneer ik een brief krijg waarin staat dat alles nu via zijn juridische woordvoerder wordt afgehandeld, met naam en met adres erbij vermeld, dan krijg je een juridische zaak. Ik zou ervoor willen pleiten, net als u vaak doet, om het wat minder juridisch in te steken. De heer Tiemstra: Er is wel iets aan voorafgegaan, denk ik. De juridische briefschrijverij is pas later gekomen. Er is wel degelijk voorgesteld om eens met elkaar aan tafel te gaan en er met elkaar over te praten. En ga elkaar niet bestoken met brieven, want dat gaat ervan komen als je elkaar in het voortraject niet vindt. Ik heb het enorm betreurd, dat meen ik uit de grond van mijn hart, dat dat niet is gebeurd. Nu kom je inderdaad in een situatie, waarvoor ik destijds heb gewaarschuwd. Dat vind ik jammer.
Dat is ook wat er vanavond is gezegd over juridisering en procedures: ga eens wat eerder met elkaar om tafel. Dat is in dit geval gewoon niet gebeurd en dat betreur ik. De voorzitter: Dat is een helder statement. Wellicht nog een laatste reactie van de portefeuillehouder? Wethouder Kleijngeld: Ik denk dat de heer Tiemstra en ik er verreweg het meest van weten en de rest zich afvraagt waar dit nu over gaat. Het lijkt mij daarom verstandig er verder niet op in te gaan. Ik ben het niet eens met de heer Tiemstra. Ik weet dat hij ook schriftelijk gevraagd heeft of het niet op een andere manier opgelost kan worden. En dat kan, maar tegelijkertijd wil ik me wel aan de regels houden zoals die in Nederland gelden. Daar sta ik primair voor en daar houd ik me aan. De voorzitter: Ik zie dat er nog een handje is van de heer Lodenstijn. Ik wil wel de oproep doen dat het vanavond gaat over een klachtenverordening. De heer Lodenstijn: Dat is precies wat ik wilde zeggen, voorzitter. Ik vind niet dat we op individuele zaken moeten ingaan. We hebben het over procedures in het algemeen en over een klachtenverordening. Nu wordt er één specifiek item uitgelicht. Daar is deze discussie niet voor bedoeld, die is namelijk bedoeld om de klachtenverordening vast te stellen. Dat was even een punt van orde.
De voorzitter: Helder, volgens mij moeten we hier inderdaad niet een hele discussie voeren over of we het wel of niet moeten behandelen. We hebben net de casus deels besproken, dus we kunnen daar best nog even over praten, maar vervolgens hoeven we de casus inhoudelijk niet te veranderen. De heer Tiemstra: Heel kort. Ik begrijp het punt dat de heer Lodenstijn maakt. Ik wil alleen zeggen dat we het hebben over de klachtenverordening en zich een hele duidelijke casus aandient, die aansluit op vrijwel alle betogen. We hebben het over de verordening en de uitwerking ervan en we hebben het vanavond over de wijze waarop wij als gemeente Waalwijk met dingen omgaan. Dan verwijs ik met name naar het betoog van mevrouw Klerks. Ik denk daarom dat het zeker past om hier enkele minuten aan te wijden en er ook duidelijkheid over te krijgen, die slechts ten dele is gecreëerd. Daar laat ik het bij.
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
60
De voorzitter: Hartelijk dank, dat was ook de reden waarom ik dit gesprek toeliet. Dank u wel allemaal voor de bijdragen. Ik wil de eerste termijn afsluiten. Ik weet dat er in ieder geval nog afmeldingen zijn voor de tweede termijn en wil even kijken wie dat allemaal zijn. Ik zie de heren Van Groos en Ottens. Het woord is aan de heer Van Groos. Tweede termijn De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog op twee punten ingaan. Het argument dat de portefeuillehouder heeft genoemd om niet de besluitvorming uit te stellen, is dat hij graag voor zijn vertrek nog verantwoording wil afleggen. Dat heeft hij nu gedaan. Vervolgens kunnen we de besluitvorming gerust uitstellen, totdat het rapport van de rekenkamer er ligt. Dat is mijn eerste opmerking. Mijn tweede opmerking is dat we het uiteindelijk over één casus hebben gehad, maar dat het eigenlijk over het geheel gaat. Ik heb dat in mijn betoog aangegeven. Vorige week zagen we er ook een voorbeeld van, toen de wethouder mocht reageren op een uitspraak van de Raad van State. Naar mijn idee zit er iets niet goed in de grondhouding van een aantal mensen. Zij roepen steeds dat we maar naar de rechter moeten gaan en als de rechter een uitspraak doet die hen niet aanstaat, heeft hij de zaak niet goed bekeken. Dat klinkt ook hierin door. Ik wil het verder niet over die casus hebben.
Ik denk dat de betogen dat ook wel aangeven, maar ik vrees dat we zelfs met het aannemen van een nieuwe klachtenverordening dit probleem niet getackeld hebben. De heer Ottens: Voorzitter. Ik was uitermate terughoudend om op deze casus in te gaan en me ermee te bemoeien, omdat die casus zich ook deels in beslotenheid heeft afgespeeld. Ik sluit me echter wel aan bij voorgaande sprekers, die zeggen dat dit bij uitstek een casus is, waarin het gaat om de grondhouding waarmee je klachten tegemoet treedt en probeert tot oplossingen te komen in plaats van het te juridiseren. Dat gevoel kreeg ik ook een beetje bij de beantwoording van de portefeuillehouder, dat het wel juridisch vormgegeven moet worden vanuit mogelijk een klein deel van de klachtgevers dat daar kwaadwillende bedoelingen mee heeft. Daar heb ik moeite mee, ook met de beantwoording in relatie tot het onderzoek dat de rekenkamercommissie op dit moment doet. Ik denk dat we dat moeten afwachten en om die reden zal de PvdA ook tegen dit voorstel stemmen. Voorzitterswissel: burgemeester Kleijngeld.
Besluit (4 maart 2021) Interpellatie over de uitspraak van de Raad van State d.d. 24 februari jl. over Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan Gemengd Gebied De voorzitter: We beginnen de besluitvorming met de motie die betrekking heeft op de interpellatie die vanavond is gedaan. Het betreft de motie “Uitspraak van de Raad van State over herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan Gemengd Gebied”. Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? De heer Van Zelst: In dit dossier heb ik mij steeds van stemming onthouden, maar gezien het fantastische en integere gedrag van onze wethouder en de CDA-fractie, ben ik van mening dat ik nu ga meedoe met de stemming. Ik ga tegen de motie stemmen, omdat Waalwijk en Waspik bij punt 2 van het dictum niet worden genoemd. De heer Spohr: Dat laatste wilde ik nog even recht zetten, want de heer Van Zelst heeft daar absoluut een punt. De reden waarom wij het op Sprang-Capelle hadden laten rusten,
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
61
had alles te maken met de discussie die over het lint in deze kern ging. Natuurlijk moet de motie gemeentebreed worden gezien. Dat wil ik wel gesteld hebben. Voor stemmen de leden De Vaan, Frodyma, Van Dinther, Van Hamond, Klerx, Zijlmans, De Jongste, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Van Tuyl, Slaats, Van den Udenhout, Bögemann, Klapwijk, Spohr en De Bruijn. Tegen stemmen de leden Tiemstra, Van Zelst, Ottens, Van den Meerendonk, Schuijffel, Pouw, IJpelaar en Van Groos. De motie wordt met 19 stemmen voor en 8 stemmen tegen aangenomen. 14. (R1.4-21) Evaluatie betaald parkeren centrum Waalwijk De voorzitter: Er waren twee amendementen ingediend, maar deze worden niet in stemming gebracht. Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? Mevrouw Schuijffel: Wij gaan tegenstemmen. Dat is niet omdat wij de huidige kosten niet willen verlagen, maar omdat we toekomstige maatregelen in een breder perspectief willen beoordelen. De heer Tiemstra: Hoewel het voorstel best een aantal goede elementen in zich draagt en wij zelfs hebben overwogen om het te steunen, heeft met name het betoog van de heer Van Groos ons aan het wankelen gebracht. Op dit moment kunnen wij niet anders dan tegen stemmen. De heer Ottens: Zoals ik in mijn tweede termijn heb aangegeven, zal de PvdA tegen dit voorstel stemmen, vanwege de onevenredigheid in de mix aan maatregelen.
De heer Klerx: Wij sluiten ons voor een heel groot deel aan bij de woorden van mevrouw Schuijffel, maar wij zullen wel voor het voorstel stemmen, in de veronderstelling dat de wethouder er echt mee aan de slag gaat en op korte termijn gehoor geven aan onze wensen. Mevrouw Pouw: Ik vind dat de heer Van Groos een heel goed betoog heeft gehouden. Wij sluiten ons daarbij aan en zullen tegen het voorstel stemmen. Zonder hoofdelijke stemming stemt de raad in met het voorstel, waarbij de leden Tiemstra, Van Zelst, Ottens, Van den Meerendonk, Schuijffel en Pouw geacht worden te hebben tegengestemd. 15. (R1.3-21) Vaststellen bestemmingsplan Waalwijk Laageinde 103 De voorzitter: Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? Mevrouw Van den Udenhout: GroenLinksaf wordt geacht te hebben tegengestemd. Mevrouw Schuijffel: Wij gaan uiteindelijk wel mee met het plan. Dat heeft er vooral mee te maken dat omwonenden heel blij zijn met het plan en dat er een aantal aanpassingen is geweest. Dat is voor ons een reden om voor te stemmen. De heer Ottens: Ondanks dat het plan op allerlei fronten schuurt en soms niet voldoet aan de normen die we zelf hebben gesteld, stemt de PvdA toch voor, omdat wij het een heel belangrijke ontwikkeling op deze locatie vinden. De heer Van Zelst: De fractie van de SGP wordt geacht te hebben tegengestemd. Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
62
De heer Van Groos: Wij kunnen niet instemmen met een voorstel dat niet aan onze regels voldoet. De voorzitter: Ik wil zelf ook een stemverklaring afleggen. Ik zal mij onthouden van stemming bij dit agendapunt, omdat ik vrij dicht bij dit plan woon. Mevrouw Pouw: Lijst Pouw zal ook tegen stemmen, want wij vinden het ook vreemd dat de gemeente zich niet houdt aan regels die ze zelf heeft gesteld. Zonder hoofdelijke stemming stemt de raad in met het voorstel, waarbij de leden Tiemstra, Van Zelst, Van den Udenhout, Bögemann, Van Groos en Pouw geacht worden te hebben tegengestemd én het lid Slaats zich van stemming heeft onthouden. 16. (R2.4-21) Vaststelling bestemmingsplan Jan de Rooystraat 12 Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het bestemmingsplan vast. 19. (R2.6-21) TVS-regeling (Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties) Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de TVS-regeling vast.
Besluit (9 maart 2021) 17. (R2.1-21) Voorbereidingskrediet PC Koningsschool en RKBS Vrijhoeve De voorzitter: Ik stel voor om zonder hoofdelijke stemming akkoord te gaan. Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? De heer Van Groos: Ondanks het feit dat de portefeuillehouder zijn best heeft gedaan om de vragen te beantwoorden, blijven wij onze bezwaren helaas houden. Dat is niet omdat we de scholen willen dwarszitten, maar we hebben voldoende argumenten aangegeven om de notitie te vragen dat we tegen het voorstel zijn. Zonder hoofdelijke stemming stemt de raad in met het voorbereidingskrediet, waarbij het lid van Groos geacht wordt te hebben tegengestemd. 18. (R2.2-21) Voorbereidingskrediet vervangende nieuwbouw RKBS Meerdijk Zonder hoofdelijke stemming stemt de raad in met het voorbereidingskrediet. 20. (R1.7-21) Klachtenverordening 2021 De voorzitter: Ik stel voor om zonder hoofdelijke stemming akkoord te gaan. Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? De heer Klapwijk: Het zal niet verrassend zijn dat het CDA aantekening wenst tegen het voorstel te zijn. De heer Van Groos: Ook uit ons betoog viel af te leiden dat we niet akkoord zullen gaan met het voorstel.
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
63
Mevrouw IJpelaar: Ondanks het feit dat ik geen betoog heb gehouden, ga ik tegen het voorstel stemmen. De heer Tiemstra: Wij zullen tegen het voorstel stemmen. We zijn zeer benieuwd wat de acties van de heer Klapwijk gaan opleveren. We zullen het volgen. De heer Ottens: Uit mijn tweede termijn blijkt ook dat wij tegen dit voorstel stemmen. Mevrouw Pouw: Wij zullen ook tegen dit voorstel stemmen. De raad besluit zonder hoofdelijke stemming de Verordening Klachtenbehandeling gemeente Waalwijk 2021 vast te stellen. De leden Klapwijk, Spohr, De Bruijn, Van Zelst, Tiemstra, Lijst IJpelaar, Van Groos, Ottens en Lijst Pouw geacht worden te hebben tegengestemd. Zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel aangenomen.
Stukken terugverwezen naar college (T-stukken) Er zijn geen stukken terugverwezen naar het college.
Sluiting De voorzitter: Ik sluit de vergadering op gebruikelijke wijze en vraag hiervoor uw aandacht. Tot slot van deze vergadering vraag ik van u een moment van bezinning, waarbij ik in ons aller naam erop vertrouw dat de genomen besluiten en de gevoerde discussies in het belang zullen zijn van onze gemeente en het welzijn van haar inwoners. De vergadering wordt gesloten om 20.55 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van gemeente Waalwijk van 15 april 2021. De griffier a.i.,
De voorzitter,
A.W.J.M. Cornelissen MMC
drs. A.M.P. Kleijngeld
Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021
64