Verslag Debat & Besluit (B) 171220
Tekst van het document
Ik kan er nu geen ja of nee op zeggen, want ik ken de impact ervan niet. Ik wil daar graag in geadviseerd worden. Beleidsregels vaststellen is een bevoegdheid van het bestuursorgaan. Dat ligt dus bij mij. Ik zeg u toe dat ik er naar aanleiding van dit punt nog even kritisch naar kijk en u informeer waarom we er wel of niet in meegaan. Mevrouw Klerks: Dat is voor nu voldoende voor mij, dank u wel. De heer Ottens: Dank voor het betoog, het heeft mij geholpen in het sterken van de opvatting die ik eerder heb aangegeven. U zegt ten aanzien van het bedelverbod dat dat een instrument is om mensen eventueel te kunnen helpen. De APV is echter bedoeld om de handhaving in de openbare orde en openbare ruimte te borgen en daar heeft u instrumenten voor. Ik heb een paar jaar ervaring in overlastbestrijding van niet-kunners, niet-willers, vervelende mensen en zielige mensen. Het enige wat ik daarvan heb geleerd Notulen raadsvergadering 17 december 2020
33
dat bekeuren en handhaven nog nooit iemand heeft geholpen. Wat dat betreft faalt uw betoog daarin. Daar wilde ik het even bij laten, dit was ook gelijk mijn tweede termijn. Van mij mogen de klokken trouwens luiden. De voorzitter: Helder. Burgemeester, wilt u nog hierop reageren? Burgemeester Kleijngeld: Dat lijkt me niet zo verstandig. Als je eenmaal een idee hebt waar je niet van wilt afwijken en je duwt het allemaal in dezelfde richting, is dat de verantwoordelijkheid van de volksvertegenwoordiger, in dit geval de heer Ottens. Daar laat ik het bij. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de volgende vraagsteller, de heer Spohr. De heer Spohr: Dank u wel, voorzitter. Volgende reactie. De portefeuillehouder geeft aan dat hij graag onderworpen wordt aan democratische controle als het bijvoorbeeld gaat om de beoordeling van slecht levensgedrag. Dat is een goede zaak en ja, vanuit de werkgroep horizontaal toezicht zijn we daar al een tijdje mee bezig en dat weet u. Echter heeft corona ons als werkgroep ook parten gespeeld, dus helaas zijn we niet zo ver gekomen.
Daarom heb ik u net ook gezegd – maar dat is het CDA-standpunt – dat we daar zeker ook verder mee willen in de nabije toekomst om met name het horizontale toezicht een rol te laten spelen bij de beoordeling van u als portefeuillehouder of van de portefeuillehouder in het algemeen van bijvoorbeeld zaken als slecht levensgedrag. En waarom? Ik heb dat net in mijn eerste termijn al gezegd. De regels zijn ook de beleidsregels die bedoeld zijn voor een nadere uitleg. Die beleidsregels leiden juist eerder tot vragen, moet ik eerlijk zeggen. Mevrouw Klerks heeft het daar net ook al over gehad. Het gaat met name om die vijf jaar. Zoals het hier staat, zou je je leven lang last kunnen krijgen van zaken die in het verleden hebben gespeeld. U geeft een voorbeeld waarbij iemand verschillende veroordelingen heeft gehad, maar u kunt zelf lezen, en dat weet u ongetwijfeld ook, dat het in de beleidsregels helemaal niet over veroordelingen gaat. Sterker nog, daar wordt keihard gezegd dat ook buiten veroordelingen, opgelegde boetes of wat dan ook, je levensgedrag, met andere woorden wat je hebt meegemaakt in je leven, uiteindelijk een grote rol kan spelen in de beoordeling van een vergunning. Dat gaat natuurlijk wel heel ver. Als dat zelf ook nog buiten vijf jaar kan, moet je je afvragen hoe breed die beleidsregels dan wel zijn.
Dus sluit ik me wel aan bij mevrouw Klerks als zij zegt dat het toch wel belangrijk is dat u daar ergens een grens trekt. Wat ons betreft zou dat dan die grens van vijf jaar kunnen zijn. Dat is ook iets wat de rechter met name in de zaak in Loon op Zand ten aanzien van het hotel heeft opgemerkt. Het feit dat de raad zelf geen regels heeft gesteld, geen grenzen heeft gesteld, heeft de rechter de mogelijkheid gegeven om juist vrij breed te oordelen. Ik zou een dringend beroep op u willen doen om daar nog eens goed naar te kijken. Dan misschien nog even naar de heer Tiemstra: uiteraard kunnen wij als CDA niet achterblijven en zijn wij een groot fan van kerkklokken om 12 uur ’s nachts. Burgemeester Kleijngeld: Deze klokkenluider wil hier graag op antwoorden. Ik heb net toegezegd aan mevrouw Klerks, en dat doe ik nu ook aan u, mijnheer Spohr, dat ik bij het definitief maken van de beleidsregels bij u terugkom. Dan probeer ik zo veel mogelijk te verduidelijken, maar nogmaals, de consequenties in zijn totaliteit overzie ik op dit moment niet, waardoor ik op dit moment geen toezeggingen durf te doen. Mijn doelstelling is om, los van Bibob en op een gemakkelijker manier dan Bibob, dingen niet deugen aan te pakken. Het gaat dus om zaken die op allerlei manieren fout gaan en om ondernemers waarvan je denkt ‘dit zou geen horecaexploitant kunnen zijn.
Die ondernemers wil je weren en daarbij speelt niet dat je je leven lang de klos bent. Je bent je leven lang de klos als er een patroon is waar het gaat om slecht levensgedrag. En als er een patroon is, en dat moet ik aanwijzen, en daar heb ik in feite een ongelimiteerde periode Notulen raadsvergadering 17 december 2020
34
voor. We zeggen nu in Waalwijk dat we dat wat steviger gaan maken door er een periode van vijf jaar in te zetten die al iets van een cesuur aanbrengt. Dat is allemaal niet om Nol de burgemeester lekker veel macht te geven en maar van alles te mogen bepalen, maar omdat ik wil dat het op straat netjes verloopt. Het punt waar ik na 20 jaar ervaring als burgemeester van overtuigd ben, is dat als ik ergens gedoe en gedonder had in een horecavoorziening, met veel overlast en ergere dingen in de omgeving van zo’n kroeg, het vaak was bij mensen van wie ik me achteraf bedenk dat ik ze graag had willen beoordelen op slecht levensgedrag. Maar ik wil dat wel in het kader van horizontaal toezicht met u delen en aan u uitleggen. Op het moment dat ik een concrete casus heb, weet ik zeker dat u het er negen van de tien keer mee eens bent. Als u dat ook niet doet, en wij zitten allemaal aan de te strenge kant, aan de machtskant, is er in Nederland gelukkig een rechter die ons een halt toeroept en ons herinnert aan het horizontaal toezicht. Als wij iemand onterecht behandelen, steken zij er een stokje voor. Gelukkig zit het systeem zo in elkaar. De voorzitter: Een heldere beantwoording. Er is nog één vragenstelster over, mevrouw Pouw. Mevrouw Pouw: Dank u wel, voorzitter. U had het over de Trias Politica, dat die het systeem in de hand moet houden.
Maar met deze mogelijkheid die u krijgt om het zo uit te voeren, kan de rechter eigenlijk maar heel terughoudend toetsen. De laatste 20 jaar is er eigenlijk geen rechtszaak geweest, waarbij de burgemeester ongelijk heeft gekregen. Dan vraag ik me toch af hoe dit kan. Burgemeester Kleijngeld: Mevrouw Pouw, waar haalt u dit vandaan? Mevrouw Pouw: Van een juridisch bureau. Burgemeester Kleijngeld: Oké, ik beweer nu dat de lucht groen is. Mevrouw Pouw: Ja, maar volgens mij was ik aan het woord. De voorzitter: Wilt u beiden via de voorzitter spreken? Dat gaat beter, denk ik. Mevrouw Pouw: U heeft het over hulp bieden, maar hulp bieden kun je op verschillende manieren bekijken. Ik versta onder hulp bieden een oplossing bieden en iemand begeleiden naar zijn eigen oplossing. Misschien kunnen we daar eens over in gesprek, want ik vraag me af of dat hier in Waalwijk wel gebeurt. Als we in Waalwijk zeggen dat we hulp bieden aan daklozen, komt het er meestal op neer dat men vindt dat men maar naar Traverse moet gaan. Maar Traverse heeft grote problemen met instroom, doorstroom en uitstroom van mensen. Het Leger des Heils heeft ook gezegd dat die hele opvang helemaal niet zo’n goed idee is, omdat mensen hun zelfstandigheid kwijtraken, dat ze eigenlijk verder van de goede weg af raken dan ernaartoe bewegen.
Het probleem met de doorstroming heeft ook onder andere weer te maken met de huizenmarkt. Daar kan een dakloze toch niets aan doen? Dat is toch een taak van de gemeente, om dat te regelen? Er zijn gewoon onvoldoende huizen in het laagste segment beschikbaar. Daar ligt echt een taak voor ons. Dan hebben we het ook gehad over het moeilijk accepteren van hulp. Er wordt ook toegewerkt naar een oplossing, waarin we de persoon in kwestie ook een grotere regierol geven. Dan accepteert men de hulp dus wel. Daar moeten we volgens mij ook naar kijken. Het ministerie is zich rot geschrokken van het aantal daklozen, dat enorm omhoog is gegaan. Ze zeggen ook dat het daklozenbeleid echt worden herzien, omdat er nog veel meer aan komt. Eén van de oplossingen die ze bieden, is ze eerst een huis bieden. Housing first. Ik ben gewoon bang dat we daar met een bedelverbod niet naartoe gaan.
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
35
De voorzitter: Heeft u een concrete vraag aan de burgemeester? Mevrouw Pouw: Ja, ik vraag me toch echt af of we het niet beter gewoon kunnen hebben over … Ook bijvoorbeeld in de begroting. Ik zie wel dat we meer geld gaan uitgeven aan een nieuw daklozenbeleid, maar ik zou het liever met de burgemeester hebben over waar we naartoe gaan. Krijgen we eigenlijk wel wat we willen? Wat stoppen we erin en wat halen we eruit? Halen we uit het daklozenbeleid nu wel precies wat we eruit moeten halen? Dat is iets dat we met elkaar moeten gaan bespreken. Dat heeft volgens mij veel meer zin dan een bedelverbod. Burgemeester Kleijngeld: Ik zou graag een uur willen spreken hierover, en dan zou ik heel breed op Waalwijks beleid uitkomen. Ik breng het terug naar de kern. Je lost met dit bedelverbod geen structurele problemen in de Nederlandse, Europese en Waalwijkse situatie op. In de concrete situatie in Waalwijk draait het gelukkig maar om één of enkele personen. Misschien komt dat wel mede omdat in Waalwijk het beleid en de zorg van mensen voor anderen best wel aardig in elkaar zit. Die één of twee van wie we allemaal weten dat het foute boel is en bij wie drugsverslaving een belangrijke rol speelt, zou ik graag willen aanpakken. Die kan ik niet aanpakken, elk aanbod wordt geweigerd: van de kant van zorgmedewerkers, van de politie, van de boa’s, van de gemeente.
Als er geld komt, wordt het rechtstreeks gebruikt om te roken en drugs te gebruiken. Die mensen zou ik graag willen helpen en ik denk dat dat met een bedelverbod kan. Laten we de APV dan een keer op een goede manier gebruiken. Niet alleen om te straffen, maar ook om op deze manier een instrument te hebben om de zorg die we zouden kunnen verlenen daadwerkelijk te verlenen. Voor de rest is de wereld niet zo maakbaar als sommigen van u denken. De voorzitter: Dank u wel, de vraag is denk ik beantwoord. Mevrouw Pouw: Ik kan alleen maar constateren dat we het dan niet eens gaan worden. Burgemeester Kleijngeld: Overigens nog één ding, mevrouw Pouw. Ik zei daarnet een beetje flauw dat de lucht groen is op dit moment. Misschien is die dat wel, dat weet ik niet. Maar als ik met één ervaring te maken heb gehad in 20 jaar burgemeesterschap, is het dat de rechter mij, en burgemeesters in het algemeen, kritisch beoordeelt. De ervaring die wij als burgemeestersgilde hebben, is dat we regelmatig worden teruggefloten als we te ver gaan, omdat we soms ook grenzen opzoeken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pouw en burgemeester. Dan gaan we naar de tweede termijn en stel ik u meteen de vraag of u voor of tegen het luiden van de klokken bent.
Echter is er inmiddels via de chat en bijdrages al brede steun afgegeven, waardoor we volgens mij kunnen concluderen dat de klokken geluid kunnen worden, althans, dat dit aan de kerken gevraagd kan worden. Mocht u het er niet mee eens zijn, vraag ik u gebruik te maken van de tweede termijn. Ik zie dat de heer Tiemstra gebruik wil maken van de tweede termijn. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Raadsleden, dank voor jullie steun en begrip en burgemeester, dank voor uw toezegging dat er morgen van uw hand een brief uitgaat naar de kerken. Dan kunnen we wat mij betreft naar het volgende onderwerp. Dank u wel. 11. (R9.1-20) Voorbereidingskrediet Sportcentrum Waspik De heer Van Groos: Voorzitter. In het overdrachtsdocument dat de organisatie in 2018 heeft aangeboden als onderlegger voor de collegevorming wordt met geen woord gerept over de noodzaak om iets te doen aan de sporthal in Waspik. In het coalitieprogramma Notulen raadsvergadering 17 december 2020
36
stond ineens dat er nodig iets aan die hal moest worden gedaan. Inmiddels zijn we ruim tweeënhalf jaar verder en blijkt uit onderzoek dat nieuwbouw veruit de beste optie is. Maar helaas is van een integraal plan geen sprake. Een locatie voor eventuele nieuwbouw is niet gevonden en over wat het betekent voor het deel dat niet wordt afgebroken – ik doel op de turnhal – staat niets in het voorstel. Het meest bizarre vindt de ChristenUnie dat in het voorstel wordt gedaan alsof de huidige hal geen boekwaarde heeft, terwijl die nog meer dan een half miljoen euro bedraagt. Het college meent dat het raadsbesluit uit 2019 over de vastgoednota daartoe de ruimte biedt. De kosten bij leegstand van maatschappelijk vastgoed na opzegging van het huurcontract komen namelijk ten laste van de vastgoedexploitatie. Concreet betekent dit dus dat het restant boekwaarde van de huidige sporthal in Waspik geen rol speelt bij de realisatie van de nieuwe sporthal. Maar is de huur al opgezegd? Staat het gebouw leeg en mag er niet meer worden gesport? Daarover vermeldt het voorstel helemaal niets. Pas als de raad vanavond instemt met het voorstel, wordt de hal overbodig. Bovendien wordt de raad daarbij in onzekerheid gelaten als het gaat om de vraag of de vastgoedexploitatie, die ook al voor het museumplan is misbruikt, dat aan kan. Verder missen we in dit raadsvoorstel nog een aspect.
Voor het organiseren van evenementen wordt vanwege de ruimte en voorzieningen vaak naar sporthallen gekeken. In het verleden gold dit bijvoorbeeld voor het carnaval in Waspik en in De Slagen zouden, met het oog op de vloer geen evenementen kunnen worden georganiseerd. Enkele keren is daar echter een concert van Dana Winner gehouden en is er een sportgala georganiseerd. Multifunctioneel gebruik kost waarschijnlijk wat meer, maar biedt mogelijkheden voor de kern Waspik. Kortom, wij vinden dit voorstel te voldragen om er ja tegen te zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen voor de heer Van Groos? Dat is niet het geval. Ik ga door met de fractie van het CDA. De heer Spohr: Dank u wel, voorzitter. Het CDA is blij met het voornemen tot nieuwbouw van de sporthal in Waspik. Daarmee wordt voldaan aan het coalitieakkoord, de heer Van Groos zei het net al, en ook aan een wens van het CDA. Wel is van belang dat we, als we nu een krediet voteren, kijken hoe en waarvoor dat krediet wordt ingezet. De CDA-fractie heeft een aantal vragen gesteld aan de portefeuillehouder of het college, omdat de locatiekeuze bepalend leek voor de mogelijke kosten van het project en de herontwikkeling, en dan met name het herontwikkelingsresultaat van de huidige locatie. Duidelijk werd wel dat de gesuggereerde locatie bij ruitersport Waspik mogelijk tot hoge kosten zou leiden.
Gelet op de aanwezige gasleiding zou deze ook in tijd vertragend kunnen werken. Het CDA zou graag van de portefeuillehouder vernemen of deze locatie nog steeds in beeld is en of de portefeuillehouder in dat geval ook inziet dat een groot deel van het krediet bestemd zou zijn voor extra kosten. Dat kan wat de CDA-fractie betreft toch niet het geval zijn. Bovendien zijn bij die locatie niet alle kosten bekend – ook dat werd in de beantwoording van de vragen duidelijk gesteld – waardoor op termijn de beslissing zou kunnen zijn dat een dergelijke locatie helemaal niet de voorkeur verdient. Dan moet je je ook afvragen wat we op dat moment precies als raad doen. De vraag is of deze locatie bij het college nog serieus in beeld is. Hoe kijkt het college aan tegen mogelijke aankoopverliezen voor de herontwikkeling van het oude terrein, nu de afdeling Vastgoed de afschrijving van de huidige locatie mag inboeken. Dat is zoals u weet vijf ton. In dat geval zou de ontwikkeling en herontwikkeling qua kosten best eens spannend kunnen worden. Kan de portefeuillehouder ons over de locatiekeuze de inzet van het voorgestelde krediet en de herontwikkeling, gelet op de aanloopverliezen, verder informeren?
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
37
De voorzitter: Dank u wel. Heeft iemand vragen aan de heer Spohr? Er zijn geen vragen. Ik ga door met de fractie van GroenLinksaf. De heer Bögemann: Dank u wel, voorzitter. Geachte voorzitter en raad. Sport is belangrijk voor de mens. We hebben het nodig om ons fit te houden. Niet alleen fysiek maar ook mentaal. Zeker nu we in een periode zitten waarin we niet altijd de mogelijkheid hebben om onze sport uit te oefenen zoals we dat altijd gewend waren, wordt het voor velen duidelijk hoe belangrijk dit eigenlijk voor ons is. GroenLinksaf vindt het belangrijk dat iedereen die wil sporten ook de mogelijkheid krijgt om dat op een goede en verantwoorde manier te kunnen doen. Om ervoor te zorgen dat dit de aankomende jaren in Waspik mogelijk is, moet er een keuze gemaakt worden hoe om te gaan met de staat van het huidige sportcentrum in de Wilhelminastraat. Het sportcentrum voldoet niet meer aan de eisen en de wensen die er op dit moment voor een dergelijk gebouw gelden. De sporthal heeft te weinig en vooral te kleine kleedkamers, kent een slecht binnenklimaat, een hoog energieverbruik en beschikt over te weinig parkeerplaatsen. Nieuwbouw in plaats van renovatie lijkt ons dan ook de meest logische en wenselijke oplossing. Op dit moment is er nog geen geschikte locatie gevonden voor het nieuw te bouwen sportcentrum.
GroenLinksaf wil dat in de zoektocht naar een geschikte locatie de wensen van de inwoners van Waspik nadrukkelijk worden meegenomen. Dit met als doel ervoor te zorgen dat er straks een sportcentrum staat waar iedereen tevreden mee is en waar met veel plezier gesport kan worden. De voorzitter: Hartelijk dank. Er zijn geen vragen voor de heer Bögemann dus ik ga door met de fractie van LokaalBelang. De heer Van Baardwijk: Dank u wel, voorzitter. Kortgeleden zijn we in deze raad akkoord gegaan met de nota Sport en Bewegen. Sporten, actief bezig zijn, is voor eenieder heel belangrijk. Waar we als gemeente voor moeten zorgen, en waar LokaalBelang zich graag voor inzet, is dat er goede voorzieningen zijn om dat ook mogelijk te maken. Het sportcentrum Waspik is een belangrijke plaats voor de Waspikkers om op een goede verantwoorde manier te kunnen sporten. Zoals het raadsvoorstel stelt, en we ook van sporters aldaar horen, is dat het sportcentrum gedateerd is en een zeer hoog energieverbruik kent. Er zal dus iets moeten gebeuren. Als fractie van LokaalBelang hebben we onszelf ook de vragen gesteld waar u in het voorstel antwoord op geeft. Waarom geen renovatie, waarom nieuwbouw? Waarom moet er een nieuwe sporthal komen? U heeft de kosten inzichtelijk gemaakt en hieruit blijkt dat de realisatie van nieuwbouw qua jaarlasten de meest gunstige variant is.
In plaats van drie miljoen spreken we nu zelfs over een investering van zes miljoen, maar is de jaarlast gunstiger. Voor de fractie van LokaalBelang is het dan ook duidelijk dat we voor nieuwbouw moeten kiezen. De locatie is nog niet vastgesteld, we hebben het vanavond al meer gehoord. Een werkgroep gaat aan de slag om een goede plaats te vinden. Onderwijs, sport en bereikbaarheid komen daarbij aan de orde, en ook burgerparticipatie zal plaatsvinden. Wij vinden het vooral belangrijk dat er een plaats gevonden wordt waar eventueel synergie te behalen is, bijvoorbeeld in de buurt van onderwijs of andere reeds aanwezige voorzieningen, en dat alle belangrijke zaken ook daadwerkelijk gewaarborgd worden. Een mooie, nieuwe sporthal waar de Waspikkers weer veel jaren kunnen sporten en die een impuls geeft aan de brede sport, daar kan de fractie van LokaalBelang zich helemaal in vinden. Waar we nog wel een vraag over hebben, zijn de eventuele grondkosten die niet in dit voorstel zijn meegenomen. U gaat er in het raadsvoorstel vanuit dat die er eigenlijk niet zijn, maar dat is allesbehalve zeker. Nader onderzoek zal helderheid geven. Hoe gaat u daar verder mee om, en kunt u ons daar iets over mededelen? Wij begrijpen dat een voorbereidingskrediet nodig is om dit allemaal helder boven tafel te krijgen.
Een nieuw voorstel om het restantkrediet te voteren, zien wij graag zo spoedig mogelijk te-
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
38
gemoet, want wij vinden dat Waspik een mooie, goede, nieuwe, en goed functionerende sporthal verdient. De voorzitter: Hartelijk dank, er zijn geen vragen voor de heer Van Baardwijk dus ik wil overgaan naar de portefeuillehouder. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de bijdragen die ik gehoord heb van de diverse partijen. Allereerst wil ik zeggen dat het college waarde hecht aan goede voorzieningen voor alle kernen. Waspik is ook een kern die uiteraard op dezelfde voorzieningen mag rekenen als de andere kernen. Vanuit dat belang is ook gekeken naar de noodzaak bij het verzamelen van alle gegevens van alle accommodaties. Daaruit is gebleken dat Waspik gewoon by far de minst goede locatie had, waarbij allerlei zaken gedateerd en achterhaald zijn, en inderdaad, zoals de heer Van Baardwijk al aangaf, een enorm hoog energieverbruik kennen. Wij hebben met betrekking tot dit voorstel dan ook gemeend om te kijken wat in de varianten de meest gunstige is en die kwam qua jaarlasten uit op nieuwbouw. Daar zijn we mee verder gegaan. Wij hadden tot voor kort een locatie in beeld en wij hebben die locatie losgelaten om de redenen die door het CDA zijn aangegeven. Daar ligt een gasleiding en er zijn nog meer aspecten naar voren gekomen, waardoor wij het als college niet verantwoord vinden om daar op dit moment een sporthal te bouwen.
Op die vraag kan ik heel concreet antwoorden: die locatie is niet meer in beeld. We hebben op dit moment nog geen beeld van wat de kosten zullen gaan worden. Omdat we vinden dat de raad altijd in positie moet blijven, hebben we aangegeven dat die als budgethouder het zeggenschap behouden. Daarom hebben we het project gefaseerd. De eerste fase is de locatiezoektocht die is nu in volle gang. Als wij een locatie gevonden hebben, krijgen we in beeld wat het eventueel voor gevolgen heeft aan extra kosten. Als dat substantiële kosten zouden zijn, komen we hierover terug bij de raad. Het is niet gezegd dat dat zo is, maar het zou zo kunnen zijn. Als de raad daar akkoord op heeft gegeven, gaan we verder met fase 2. Dan gaan we door met zaken zoals een schetsontwerp en een voorlopig ontwerp. Dan gaat dus die fase in. Als dat allemaal in beeld is, zullen wij weer bij de raad terugkomen. Met name deze twee stappen vragen om dit raadsvoorstel in stemming te brengen om daarmee het voorbereidingskrediet te kunnen voteren, opdat wij ermee aan de slag kunnen. Ik kan u ook nog aangeven dat wij bij het locatieonderzoek de kosten zo beperkt mogelijk houden in eerste instantie. Nogmaals, als daar andere beelden ontstaan, komen wij terug bij de raad. Dus dat wat betreft de kosten. GroenLinksaf noemde de bewonersparticipatie die GroenLinksaf.
Wij gaan uiteraard naar bewoners, gebruikers en scholen kijken. Natuurlijk gaan we iedere potentiële gebruiker van die hal erbij betrekken. Ook zullen wij de omgeving van de eventuele locatie graag willen meenemen, omdat wij geen onverwachte, vervelende gebeurtenissen op die bewoners af willen laten komen. Ook daarin zullen we mensen aan de voorkant informeren als wij een locatie hebben gevonden om ze mee te nemen in de plannen. Daar zullen we vooraf goed over communiceren met de mensen. Dat is op dit moment mijn bijdrage in eerste termijn. De heer Spohr: Ik heb twee vragen aan de portefeuillehouder. Overigens dank voor de uitgebreide beantwoording. Die vragen richten zich met name nog op de herontwikkeling. Die herontwikkeling start met een negatief resultaat van vijf ton. Daarnaast stellen we vast dat voor de herontwikkeling de keuze dat de turnhal kan blijven bestaan relevant is. Dat betekent dat je op die locatie aan de ene kant te maken hebt met een negatieve fiNotulen raadsvergadering 17 december 2020
39
nanciële start en aan de andere kant de turnhal je mogelijk zou kunnen belemmeren bij die herontwikkeling. Wat verwacht u van die herontwikkeling? Wethouder Van den Hoven: Wat verwacht ik daarvan? Ik heb geen glazen bol dus ik weet het niet en dat heb ik ook in de beantwoording van uw vragen aangegeven. Op dit moment zijn er nog geen concrete ideeën of plannen voor die herontwikkeling. De turnhal kan gewoon blijven bestaan en blijven functioneren, dus daar heeft men verder geen last van. Wat ik wel met u deel, is dat als die turnhal daar blijft staan, dat betekent dat eventuele herontwikkelingsmogelijkheden niet groter worden, omdat het gebied dan relatief klein wordt. Maar nogmaals, op dit moment zijn er nog geen ideeën of plannen dus is het heel erg moeilijk om daar concreet op in te gaan. De voorzitter: Dank u wel. We zijn bij agendapunt 12, de verordeningen jeugdhulp en WMO 2021. Ik geef het woord aan de SGP. De heer Van Groos: Voorzitter, is er geen tweede termijn voor de sporthal van Waspik? De heer Slaats: U heeft helemaal gelijk, dat ben ik vergeten. U kennende had ik er zeker aan moeten denken. Dus als de voorzitter mij nog toelaat, wil ik graag de heer Van Groos nog de mogelijkheid geven de tweede termijn te doen. Tweede termijn De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Misschien zijn er nog anderen.
Als de wethouder aan ons gevraagd had om een krediet beschikbaar te stellen voor een locatieonderzoek en het voorbereiden van een raadsvoorstel, hadden we er ja tegen gezegd. Nu wordt er veel meer geld gevraagd voor veel meer dingen, terwijl er nog heel veel onzeker is. Dat wilden we nog graag meegeven. Het is toch net iets meer dan een stemverklaring. Voorzitterswissel: burgemeester Kleijngeld. 12. (R9.5-20) Verordeningen Jeugdhulp en Wmo 2021 De heer Tiemstra: Voorzitter. Na mij zullen wellicht ook nog anderen het woord willen voeren over dit agendapunt. Geacht college, luisteraars thuis en andere aanwezigen. Wanneer het gaat om jeugdhulp en Wmo, dan gaat het de laatste tijd vooral over geld. Laten we beginnen met vaststellen dat het bij dit onderwerp allereerst en allermeest om mensen gaat. Of het nu gaat om jeugdhulp of om de Wmo: in de regel gaat het over mensen die niet hebben gevraagd om een ziekte of om persoonlijke omstandigheden die hen richting jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning drijven. Het zegt toch genoeg dat dit onderwerp regelmatig op de raadsagenda terugkeert. We moeten daarbij wel eerlijk zeggen dat we vernemen dat het in Waalwijk beter gaat dan enkele jaren geleden.
Onlangs kwam rondom dit onderwerp het evaluatierapport van Berenschot over de toegang van de zorg en de ondersteuning naar voren en vanavond zal mede namens de SGP een motie worden ingediend om de aanbevelingen hieruit integraal over te nemen. Verder zal ik de heer Bögemann namens de werkgroep het gras niet voor de voeten wegmaaien. Tot besluit. Mede namens onze heer Thomas Vink hartelijk dank voor de beantwoording van zijn onderhandse vragen over dit onderwerp. Voor de wethouder wellicht nog één puntje van aandacht. Het antwoord op de vraag waarom het natura-aanbod van de gemeente niet goed genoeg is, luidt dat u dit niet kunt aangeven omdat u dit op dit moment niet registreert. Dan moet dat natuurlijk tot nadenken aanzetten, tenminste, wel
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
40
wanneer u zelf ook geïnteresseerd bent in het antwoord. Omwille van de tijd en de bijzondere situatie laten wij het hierbij in de eerste termijn. De voorzitter: Er zijn geen vragen over het betoog van de heer Tiemstra, dus ik ga naar mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Over de verordening zelf heb ik niet veel te zeggen, maar over twee dingen die hiermee te maken hebben, vind ik wel wat. Wethouder Odabasi wilde geen discussie, zei ze, tijdens het bijpraten over de jeugdhulp en “follow the money”, want Waalwijk doet het zo goed, volgens haar. Dit heeft mij getriggerd om nu wel een discussie hierover te gaan voeren, want over het voeren van beleidsdiscussie gaat deze raad zelf. Dat bent u toch met mij eens? Vertel eens, hoe legt uw college zijn werkwijze uit aan de vrouw, die van alles deed om de eenzaamheid van haar hoogbejaarde vader van 90 jaar aan het eind van zijn levensfase te helpen, te verzachten met behulp van een Wmo-aanvraag? De starheid waar hiermee om werd gegaan, is te triest voor woorden. En dan op zijn sterfbed een telefoontje krijgen om te horen dat erover gedacht wordt een second opinion te geven aan het gevraagde, is choquerend. Daarna is er geen enkele vorm van excuses naar deze dochter uitgegaan. Dit is helaas niet een verhaal op zich. Dossiers zijn bij wisselingen onder ambtenaren die actief zijn in het sociaal domein niet in orde.
Uitspraken die hierover gemaakt zijn, raken soms kant noch wal. Wethouder Daandels zei onlangs: kom met verhalen van zaken die niet goed lopen, want van onze fouten willen we leren. Maar blijft het dan alleen maar bij leren? Wordt er daarna niets aan het verbeteren van het beleid gedaan? Of is het zoals portefeuillehouder Daandels onlangs tegen de burger zei: geen beleid is ook beleid? Leg mij dat eens even uit. Om niet alleen negatief te zijn, wil ik nog benoemen dat in Waalwijk over het algemeen de keukentafelgesprekken goed verlopen. Ik hoor wel eens andere geluiden, namelijk dat het in enkele gemeenten in Midden-Brabant beter kan. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Reacties op het betoog van mevrouw IJpelaar, behalve dan de twee gewenste inbreuken, waarvan één per ongeluk van mijzelf? Niemand? Dan geef ik het woord aan het college. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Dank u wel, voorzitter. Ik zal reageren op de vragen over jeugdhulp en daarna het woord geven aan mijn collega voor de Wmo-vragen. Allereerst een reactie op mevrouw IJpelaar over dat ik tijdens de informatieavond heb aangegeven dat ik daar geen discussie over wilde. Zo heb ik dat nooit bedoeld. Uiteraard gaat de raad zelf over het wel of niet discussiëren over bepaalde onderwerpen.
De bedoeling bij de informatieavond is dat we vooral informatie geven en daar geen debat met elkaar over voeren, althans, zo is altijd tegen mij gezegd. Vandaar dat ik die opmerking wellicht heb gemaakt. Ik heb ook niet gezegd dat het in Waalwijk goed gaat en dat het zo is. Ik heb als antwoord op de vraag van de heer Van Groos aangegeven dat het heel lastig is om heel concreet te maken waarom we in Waalwijk hogere jeugdzorgaanvragen hebben dan elders in de regio. Dat is omdat we daar geen onderzoek naar hebben gedaan en dat het wellicht ook kan komen, doordat wij kwalitatief betere zorg aanbieden dan anderen. Dat heb ik echter niet als hard bewijs aangetoond, maar enkel geprobeerd de andere kant daarvan aan te geven, dus dat het meer aanvragen niet altijd betekent dat er ook iets is met de kwaliteit van onze dienstverlening. De opmerking van de heer Tiemstra over de pgb-registratie. Ik ben het helemaal met u eens en wij gaan er uiteraard alles aan doen om de registratie te regelen. We zijn nu aan Notulen raadsvergadering 17 december 2020
41
het onderzoeken hoe we dat het beste kunnen vastleggen, dus dat zullen we op een zo kort mogelijke termijn proberen te corrigeren. Volgens mij zijn dat de vragen die ik heb gehoord en als er geen vragen aan mij zijn over de jeugdhulp, geef ik het woord aan mijn collega Daandels. De heer Tiemstra: Ik heb een vraag van technische aard. Ik steek mijn digitale handje op richting wethouder Odabasi. Kan iemand mij leren hoe ik mijn digitale duim kan opsteken? Ik vind het een prima antwoord en wij zien de verdere opvolging graag tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: Oké, zelfs in Teams kun je dingen verder ontwikkelen. De tip is gegeven. Geen andere opmerkingen richting wethouder Odabasi? Dan ga ik naar wethouder Daandels. Wethouder Daandels: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw IJpelaar geeft aan dat ze op zich tevreden is over de signalen die ze hoort over keukentafelgesprekken. Het is onze doelstelling om aan de keukentafel maatwerk te leveren. De uiteindelijke doelstelling is natuurlijk altijd om een goede dienstverlening aan onze inwoners te bieden. Mevrouw IJpelaar haalt aan dat er verhalen of ervaringen zijn dat het niet altijd even goed loopt. Ik heb ook aangegeven dat ik graag in gesprek zou gaan als blijkt dat dat zo is. Dat zal ook in de toekomst zo zijn, want dan kunnen we inderdaad van elkaar leren. Ik kan me niet herinneren dat ik “geen beleid is ook beleid” heb gezegd.
Dat kan misschien wel een feit zijn, maar waar het college met name op doelt, is dat wij in het kader van het sociaal domein in eerste instantie niet de zakelijke kant als voorwaarde aan de orde stellen, maar de menselijke kant. Dat betekent maatwerk, luisteren en goed kijken wat dat met elkaar doet in het verdere proces. Dat is de basis in de werkwijze van Team WijZ. Ik ga ervan uit dat we dat zo goed mogelijk proberen te doen, dus ik blijf bij mijn standpunt dat wij altijd kunnen verbeteren. Ik hoor graag signalen als het beter kan. Ik kan niet op individuele cases ingaan maar ben wel blij dat we in het kader van de keukentafelgesprekken in ieder geval betere beoordelingen krijgen, omdat we meer maatwerk leveren. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw IJpelaar: Ik wil toch even tegen de heer Daandels zeggen dat het mij verbaast dat hij dat zegt, terwijl ik aangeef dat er geen enkele vorm van excuses gaat naar iemand die aangeeft dat dingen niet goed zijn verlopen. Ik wil toch eens van de heer Daandels horen of dat nu toch eens een keer gaat gebeuren. Wethouder Daandels: Als er dingen niet goed gaan, ben ik de eerste die zijn excuses wil aanbieden. Ik wil zeker in gesprek gaan. Ik kan niet op individuele cases ingaan en ken ook niet alle achtergronden van elke casus.
Maar het mag wel zo zijn dat wij als dienstverlenende organisatie onze excuses aanbieden als er fouten gemaakt zijn, en dat we met name zorgen dat er geen herhaling optreedt. Dus het doet mij pijn als bepaalde zaken niet goed lopen, maar we zijn bereid daarvan te leren en ik wil graag in gesprek gaan. De voorzitter: Ik stel voor het daarbij te laten en, als u geen tweede instantie wilt, naar het volgende onderwerp te gaan. 13. (R9.4-20) Belastingverordeningen 2021 OZB en leges met bijbehorende tarieventabel De heer Tiemstra: Voorzitter. Heel kort van de SGP-fractie over de belastingverordening, de OZB 2021. Wij stemmen ermee in. Anders ligt het met de legesverordening met de bijbehorende tarieventabel. Het vraag-en-antwoordspel tussen college en mijn fractiegenoot Van Zelst is, voor zover ik na kan gaan, nog niet ten einde. Er staan nog wat Notulen raadsvergadering 17 december 2020
42
vragen open en het zou mij niet verbazen als we in een wat rustigere setting samen nog eens moeten nadenken over de toonzetting, waarop hierover met elkaar is gecommuniceerd. U zult van mij willen aannemen dat wij niet met alles kunnen instemmen, daarom hebben wij geen andere mogelijkheid dan tegen dit voorstel te stemmen. Daar laten we het bij. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Ik hoor nu van de heer Tiemstra dat er nog vragen open staan, en ik hoor iets over de toonzetting. Het lijkt mij goed dat we daarover even van gedachten wisselen want we moeten in een goede verstandhouding vragen die de raad stelt, over welk onderwerp dan ook, netjes beantwoorden. Bij dezen wil ik de suggestie doen dat de heer Tiemstra na de vergadering even contact opneemt, zodat we een afspraak kunnen maken om daar nog even over door te praten. De heer Tiemstra: Nog korter dan mijn betoog in de eerste termijn: het lijkt me prima dat even buiten deze vergadering om te doen, maar ik denk wel dat het gepast was om het signaal af te geven. Het is opgepakt en daar laten we het bij. Dank. 14. (R9.7-20) Najaarsbericht 2020 De heer Van Groos: Voorzitter. Wij danken het college voor het nog net op tijd beantwoorden van alle vragen en het alsnog beschikbaar stellen van de informatie over de uitvoering van het Integraal Uitvoeringsplan.
Dit plan wordt vanwege de looptijd van de werken en de bepaalde mate van flexibiliteit steeds voor twee jaar vastgesteld met een doorkijk voor twee jaar. Als raad mogen we verwachten dat na drie jaar, en na vier jaar zeker, de kredieten worden afgesloten. Echter, van het IUP 2015-2016 staat nog vier ton over, plus een restant van vier ton. Van het IUP 2017-2018 is nog drie miljoen over, dat is bijna de helft van het bedrag dat de raad beschikbaar heeft gesteld. Van het IUP 2020, het jaar is bijna om, is nog geen drie miljoen uitgegeven van de bijna 13,5 miljoen die de raad beschikbaar heeft gesteld. Deze cijfers bevestigen dat het college raadsbesluiten niet of onvoldoende uitvoert. Dit laatste blijkt ook uit de over te hevelen posten. In tegenstelling tot gebruikelijke afspraken worden bedragen jaar na jaar overgeheveld, omdat ze volgens het college zo belangrijk zijn. Als ze zo belangrijk zijn, waarom worden ze dan keer of keer niet besteed? Het meest schrijnend vinden wij de Klijnsma-gelden, bedoeld als ondersteuning van de groep kinderen die in armoede moeten leveren. Deze middelen zijn al halverwege de vorige bestuursperiode beschikbaar gesteld en nu nog steeds niet ten goede gekomen aan de kwetsbare doelgroep. Het college heeft dus voor 2020 2,8 miljoen door de raad beschikbaar gestelde middelen niet uitgegeven aan belangrijke zaken.
Daarmee wordt het voorlopige rekeningresultaat gecamoufleerd. Dat is dus niet acht ton negatief; het verlies is ruim 3,5 miljoen. Feitelijk is er ook geen sprake van overheveling, want uit een negatief resultaat valt niets over te hevelen. Daarom bedelt het college wederom bij de raad -- je zou er haast een bepaling over in de APV opnemen -- om weer geld uit de algemene reserve te halen. Het college stevent over 2020 richting een historisch tekort op de rekening, dat alleen met een forse greep uit de reserves kan worden weggewerkt. Hoe kijkt de portefeuillehouder hier tegenaan? De heer Tiemstra: Voorzitter. Ook niet te lang over dit onderwerp. Een reactie kan toch niet uitblijven, als je een week voor de A-raad een procedurele vraag stelt en deze niet wordt beantwoord voor een vergadering. Ik kan mij best voorstellen dat de organisatie behoorlijk belast is geweest met alle vragen die opnieuw over een omvangrijk financieel beleidsstuk zijn gesteld. Daarom ook geen kritiek op de organisatie, integendeel. Wat is Notulen raadsvergadering 17 december 2020
43
er aan de hand, wat drijft ons? 12 november jongstleden hebben we de programmabegroting en de actualisatie hierop behandeld. Het waren 500 bladzijden leesvoer en enkele honderden vragen. Enkele weken later dit Najaarsbericht. Ruim 200 bladzijden en weer vragen. Dit Najaarsbericht is behandeld in de collegevergadering van 3 november jongstleden. De inhoud van dit stuk en de werkelijkheid erachter was allang bekend bij het college. Had het niet veel meer voor de hand gelegen om deze ontwikkeling en de actualisatie bij de programmabegroting te integreren? Dat had de gemeentelijke organisatie bakken met tijd gescheeld. Ik denk, wethouder, dat ik hiermee bij u moet zijn en niet bij de geplaagde organisatie. Die kregen opnieuw tientallen vragen te verwerken en wij kregen weer honderden bladzijden te lezen. Uit mededogen heeft de SGP zich qua vraagstelling ingehouden. Het is daarmee niet gezegd dat dit zo blijft. Uit de reactie van wethouder Van den Hoven kunnen wij niet helemaal opmaken of hij begrijpt wat wij bedoelen. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat wij niet begrijpen wat hij bedoelt. Maar goed, laat dat zitten. Laten we dubbel werk en een overload aan informatie vermijden. Misschien had dit anders gekund. Dat is eigenlijk alles wat wij hadden willen meegeven.
Verder hopen wij dat het komende jaar een jaar van herstel wordt, met name voor die sectoren die momenteel het hardst worden geraakt in de exploitatie en de portemonnee. Horeca en detailhandel zijn hier de meest aansprekende voorbeelden van, maar laten we ook de individueel getroffenen hier niet uit het oog verliezen. Wanneer hulpvragen die zich aandienen, vanuit welke hoek dan ook, verwacht de SGP-fractie in ieder geval een open houding van de raad en het college. Tot zo ver, dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Voorzitter. Het is een heel verhaal geworden. In eerste instantie stelt de ChristenUnie vragen over het IUP. Dat zijn denk ik best logische vragen, als je ziet dat een aantal jaarschijven nog maar deels zijn afgewerkt of in behandeling zijn genomen. Ik kan de heer Van Groos verzekeren dat het college die vragen ook heeft gesteld, want hoe gaan we dit realiseren? Wij willen met betrekking tot het IUP heel graag een aanslag maken en dat gaan we doen door de zaken direct aan de markt over te laten, dus volledig aan de markt uit te besteden. Een voorbeeld daarvan is het specialistische werk van de bruggen. Ook gaan we meer samenwerken met die markt. Nu hebben we daarnaast wel te maken met inmiddels een bekend maar wel lastig fenomeen, namelijk het stikstofprobleem.
Ook hebben we vaak te maken met langlopende kwesties met betrekking tot subsidies, waardoor wij krediet niet kunnen afsluiten, dus dan blijven die ook staan. En last but not least zijn er ook heel veel participatietrajecten die het nodige vragen. Ik roep u een sprekend voorbeeld in herinnering: in Besoijen ligt het in de Berckenrodelaan ondanks allerlei participatie-initiatieven nog steeds stil. Dat is lastig voor het college, maar we hebben uiteraard ook te luisteren naar wat er vanuit de participatie opkomt, dus dan zijn we ook aan handen en voeten gebonden. Ik ben het wel met u eens, mijnheer Van Groos, dat wij alles in het werk moeten stellen om nu een inhaalslag te realiseren met betrekking tot de projecten van het IUP. Dat is ook de reden dat wij de vorige keer op vragen van de heer Van Hamond hebben aangegeven dat wij bij het Najaarsbericht volgend jaar naast de afgesloten kredieten ook kort de stand van zaken van de lopende projecten zullen meegeven aan de raad, zodat u nog beter op de hoogte bent van de stand van zaken van deze projecten. Wij vinden namelijk ook dat de raad daar maximaal geïnformeerd moet zijn en blijven en aangehaakt moet blijven. Dus dat wat betreft het IUP. Dan heeft u nog een betoog gehouden over de overheveling en vroeg u hoe ik daarover denk. U noemde de Klijnsma-middelen.
Ik hoop dat u mij het niet kwalijk neemt dat ik er niet bij betrokken ben. Ik weet niet wat het precies inhoudt. Ik weet wel dat wij dit soort geldbedragen in het Najaarsbericht nader hebben gespecificeerd. Er zijn diverse proNotulen raadsvergadering 17 december 2020
44
jecten. De Sterkste Schakel is een van de projecten die met de Klijnsmagelden gefinancierd gaan worden. Hoe het precies zit met de voortgang van een aantal zaken, is lastiger voor mij om aan u toe te lichten. U vraagt wat het precies voor overhevelingen zijn. Er staan een paar hele grote in die goed toegelicht worden. Het college vindt ze dermate belangrijk dat ze doorgaan en dus ook overgeheveld zijn. Ik kan daar verder niet zo heel veel aan toevoegen. Ik kan enkel aangeven dat het college wil – maar dat hangt ook af van een aantal zaken, want corona is natuurlijk een van de redenen waarom een aantal zaken niet doorgaan, net als uitstel van wetgeving, zoals de Omgevingsvergunning. Zo zijn er waarschijnlijk nog meer die ik nu niet een-twee-drie kan benoemen. U zult begrijpen dat ook het college heel graag wil dat wij zaken die we overhevelen in het jaar daarop echt tot uitvoer brengen, want we vinden ze erg belangrijk. De voorzitter: Zijn er nog reacties op het betoog van de portefeuillehouder? Eenmaal, andermaal? Wenst u dan bij dit agendapunt een tweede instantie? Het woord is aan de heer Van Groos. Tweede termijn De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Dank, portefeuillehouder, voor uw reactie. Ik heb een paar opmerkingen naar aanleiding ervan. Wat ons betreft spreken we af dat IUP-werken na vier jaar in ieder geval zijn afgesloten.
Ik ben blij dat het college heeft opgemerkt dat dit niet goed gaat en dat er maatregelen worden genomen. Het is jammer dat het college ons daar dan niet spontaan over heeft geïnformeerd, maar dat we keer op keer om informatie hebben moeten vragen. Maar goed, dat blijven we dan maar doen. Wat de overhevelingen betreft: je kunt je afvragen of het wel of niet belangrijk was. Kennelijk was het niet belangrijk genoeg om het in 2020 uit te voeren. Normaal zitten we met overhevelingen rond een miljoen. Dit is nu bijna drie miljoen en omdat er een tekort is, komt het college weer met de bedelvraag of ze het uit de algemene reserve mogen halen. Ik begin dat onderhand als overlast te ervaren, want dat is elke vergadering aan de orde. Misschien moeten we daar toch iets aan doen in het kader van de openbare orde, of wellicht moet er eerst iets fout gaan voor we tot actie overgaan. De voorzitter: U lokt een reactie uit, maar ik reageer er niet op. Dit was de tweede instantie van de heer Van Groos. De wethouder mag niet meer reageren. Motie vreemd aan de orde van LokaalBelang, GroenLinksaf, D66, SGP en PvdA over bestuurdersbrief 70-20 van 30 september 2020: evaluatierapport toegang zorg en ondersteuning De heer Bögemann: Voorzitter. Het was de bedoeling dat mevrouw De Jongste het woord zou voeren bij het inbrengen van deze motie. Door haar afwezigheid neem ik het van haar over.
Dat neemt niet weg dat ik wel een gedeelte van haar betoog ga voorlezen, zodat u het beter in perspectief kunt plaatsen. Geachte voorzitter en raadsleden. Op dit moment zijn we in een lockdown beland. Hierdoor maken we kennis met begrippen die we niet kennen. Een streep door onze vrijheid, een nee voor de kinderen, een bezoekbeperking voor hen die zorg nodig hebben, maar ook voor onze inwoners met een arbeidsbeperking. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Ook de economie heeft het zwaar. En u heeft als raadslid ook beperkingen. Ik ervaar het als lastig, ondanks dat ik weet wat beperkingen zijn. U, collega-raadslid, krijgt nu een beetje mee wat het inhoudt dat je vrijheid beperkt wordt. Hoe lastig het is in de raadszaal. Wat wordt er hard gewerkt om onze democratie te laten doorgaan om ervoor te zorgen dat we kunnen blijven vergaderen en beslissingen kunnen nemen. Zo gaat het ook als we een beroep moeten doen op zorg. In het rapport Berenschot hebben we kunnen lezen dat rond de toegang tot zorg en ondersteuning een solide fundaNotulen raadsvergadering 17 december 2020
45
ment ligt. Een compliment voor de organisatie en in het bijzonder voor de medewerkers van Team WijZ. Wat hebben ze veel op hun bordje gekregen. Nu is het advies om op dit fundament door te bouwen. Want ondanks dat er een stevig fundament ligt, is er uit onderzoek naar voren gekomen dat er voldoende ruimte is voor verbetering. Verbetering in het formuleren van ambities en meetbare doelen. Verbetering in het voorleggen van de raad wat het maken van een bepaalde keuze voor consequenties heeft en wat de alternatieven zijn. Verbetering in het meegeven van de juiste kaders door de raad aan het college. Als raadsleden van de werkgroep Sociaal Domein hebben we met veel enthousiasme samengewerkt om van dit onderzoek een succes te maken. Om ervoor te zorgen dat er door het college voortvarend met de aanbevelingen aan de slag wordt gegaan, hebben wij dan ook gemeend deze motie gezamenlijk, namens LokaalBelang, SGP, PvdA, D66 en GroenLinksaf op te stellen. Dit met als doel de toegang tot de zorg van de inwoners van de gemeente Waalwijk zo laagdrempelig en effectief mogelijk vorm te geven. MOTIE: Bestuurdersbrief 70-20 van 30 september 2020: Evaluatierapport toegang zorg en ondersteuning De raad van de gemeente Waalwijk in vergadering bijeen d.d.
17 december 2020 De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: - er met het Evaluatierapport rond toegang zorg en ondersteuning een solide fundament ligt; - op dit fundament voortgebouwd mag worden; - het rapport aangeeft dat de raad indertijd de ambities en doelstellingen m.b.t. de toegang onvoldoende meetbaar heeft geformuleerd; - ervoor de raad nog ruimte ligt voor verbeteringen; - het Sociaal Cultureel Planbureau constateert dat er nog de nodige verbeteringen nodig zijn, met name waar het gaat om de toegang voor kwetsbare mensen en jongeren; - de raad tegenover de samenleving de verplichting heeft om juist in dit dossier haar verantwoordelijkheid te nemen en vinger aan de pols te houden; - de raad in dit dossier haar plaats aan de gespreks- en regietafel moet innemen; - de beleidsdoelen onvoldoende scherp zijn aangebracht, waardoor het voor de raad niet eenvoudig is om maatregelen te treffen; - in de begroting de keuze wordt gemaakt om de tekorten in het sociaal domein binnen het sociaal domein zelf op te lossen en voorstellen ook betrekking hebben op te toegang tot zorg en ondersteuning; - de raad bevoegd is mogelijkheden met betrekking tot de toegang vast te stellen, alsmede om ambities en doelen te concretiseren en deze te vertalen naar beleidskeuzes en daarvan afgeleide sturingsindicatoren om de outcome te monitoren; overwegende dat: - de genoemde aanbevelingen
uit dit rapport doordachte en concrete opvolging verdienen; - de beleidsdoelen thans onvoldoende scherp zijn geformuleerd; - doelen en ambities geconcretiseerd dienen te worden naar helder geformuleerde beleidskeuzes; - de raad hierin uiteindelijk het laatste woord dient te hebben; draagt het college op: 1. de aanbevelingen uit het Berenschot rapport Evaluatierapport toegang zorg en ondersteuning integraal over te nemen; Notulen raadsvergadering 17 december 2020
46
2. deze aanbevelingen uit te werken in een beleidsplan met concrete actiepunten met tijdpad, waarin de raad keuzemogelijkheden heeft met het bepalen van ambities en doelen om de toegang tot zorg te verbeteren; 3. dit beleidsplan voor de kaderstelling voor de begroting 2022 aan de raad voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. De motie is ondertekend door de fracties van LokaalBelang, GroenLinksaf, D66, SGP en PvdA. Zijn er nog andere partijen, dus naast degene die de heer Bögemann heeft genoemd, nog andere die willen ondersteunen? De heer Spierings steekt een digitaal handje op. Wil de VVD-fractie de motie medeondertekenen? De heer Spierings: Graag. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar, ik zie uw digitale handje. Mevrouw IJpelaar: Ik zit op twee borden te schaken, omdat mijn verbinding een paar keer is uitgevallen. Maar ik onderteken de motie wel. De voorzitter: Dat zijn dus twee extra handtekeningen. Wil iemand verder reageren op de pitch van de heer Bögemann? Dat is niet het geval. Dan ga ik naar het college om een reactie te vragen. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Ik heb kennisgenomen van de motie en ook tijdens de informatiebijeenkomsten die ik met de raad heb gehad, had ik aangegeven dat wij de aanbevelingen uit het Berenschotrapport één op één zouden overnemen.
Dus wat dat betreft kan ik dat alleen nog maar even bevestigen. Om de verwachtingen daarin duidelijk te kunnen managen, wil ik nog wel een nuance aanbrengen. Bij punt twee van de motie staat dat we de aanbevelingen gaan uitwerken in een beleidsplan met concrete actiepunten met tijdspad, waarin de raad keuzemogelijkheden heeft. We willen de motie uiteraard uitvoeren, maar wat we toen ook bij de informatiebijeenkomst hebben aangegeven, is dat we op dit moment bezig zijn met een beleidsplan Wmo. Dat willen we eerst uitwerken en daarna komen we ook met een beleidsplan Jeugd. Jeugd ligt wat ingewikkelder omdat we daar een samenwerkingsverband hebben in de regio en op het gebied van inkoop en een aantal andere zaken afstemming vanuit de regio nodig is. Daarom wil ik aangeven dat ik de motie graag uitvoer, maar met dien verstande dat wij het gefaseerd gaan uitvoeren. Het zal dus niet één beleidsplan worden, maar meerdere op elkaar volgende beleidsplannen. Wij gaan er alles aan doen om dat voor de begrotingsbehandeling 2022 aan u voor te leggen. De voorzitter: Geeft dat aanleiding voor vragen in de richting van het college? De heer Ottens: Ik begrijp de opmerking van de wethouder waar het gaat om gefaseerde uitwerking daarvan, maar ik begrijp niet waarom ze een link legt met het tweede dictum in de motie.
Mag ik daaruit begrijpen dat u zowel in het beleidsplan Wmo als in dat van Jeugd keuzemogelijkheden geeft aan de raad, waarbij ik uiteraard begrijp dat er beperkingen zijn in verband met regionale afspraken die zijn gemaakt? Dat was uiteindelijk ook een van de zaken die in ieder geval gedurende het onderzoek van Berenschot in de raad aan de orde kwam. Wethouder Odabasi: Ik lees de motie als zodanig. Er staat “een beleidsplan” en dat lees ik als “één beleidsplan”. Daar maak ik de nuance bij dat het niet één beleidsplan wordt,
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
47
maar twee, of twee notities die we gaan voorleggen aan de raad. De raad krijgt dus inderdaad verschillende keuzes voorgelegd en kan daarbij zijn kaderstellende rol uitvoeren. De heer Ottens: Dank u, helder antwoord. De heer Van Groos: Onze aarzeling bij deze motie zit hem in het feit dat wij ten eerste vinden dat het rapport in de raad besproken had moeten worden, zeg maar vergelijkbaar met het rapport van de Rekenkamercommissie. Het is op verzoek van de raad tot stand gekomen. We zijn wel over de uitkomst geïnformeerd en daar hebben we vragen over kunnen stellen. Als raad hebben we daar niet over gesproken. Het rapport gaat alleen over de toegang en ik denk dat we als raad breder moeten spreken als het gaat om jeugdzorg en Wmo. Misschien zijn dat de twee plannen waar de wethouder op doelt.
Heb ik dat goed begrepen? Of is het misschien mogelijk dat wij een raadsinformatiebrief krijgen, waarin u het proces beschrijft dat u met de raad wilt doorlopen, inclusief de uitwerkingen, de aanbevelingen van dit rapport? Wethouder Odabasi: Het onderzoek ging in eerste instantie over de toegang, maar in het onderzoek werd ook gevraagd of we konden kijken naar beleid: wat voor beleidskeuzes zijn er gemaakt in 2014 in aanloop naar de transitie 2015? Daar is dus wel wat over gezegd en in de aanbeveling is dat ook uitgesproken dat we vrij brede doelstellingen hadden en dat daar wat meer keuzevrijheid moest zijn voor de raad. Daar haak ik op in om aan te geven dat je vanuit beleid ook moet kijken naar je ambitie en je doelstellingen vanuit de verschillende onderdelen. Daar haak ik op in. Als u het rapport in de raad wilt bespreken, kan dat natuurlijk altijd, maar we hebben vanuit het college ervoor gekozen om het op deze manier te doen, omdat het ook over de organisatie gaat. Wanneer het echt over beleid gaat, moeten we dat absoluut in de raad bespreken. Als het u helpt om een procesbeschrijving te krijgen, zorg ik daarvoor. De heer Van Groos: Dank u wel. (R9.9-20) Extra raadsvoorstel: voorbereidingsbesluit gemengd gebied De voorzitter: Welke fracties willen dit onderwerp bespreken? Mijnheer Van Groos, gaat uw gang.
De heer Van Groos: Voorzitter, graag een korte reactie, dank u wel. Het is natuurlijk curieus dat er kennelijk een fout is opgetreden in het bestemmingsplan, waardoor deze actie nodig is. Ik kan niet beoordelen of dat terecht is of niet. Ik moet er maar vanuit gaan dat het klopt. Op zich is het niet verkeerd dat een fout zo snel mogelijk wordt gerepareerd, en daar is dit voorbereidingsbesluit dan voor nodig. Kunnen we later altijd nog wel op de inhoud inzoomen, dus op wat er fout is gegaan en wat we daar nu aan doen. Ik heb begrepen dat de zaak die nog loopt niet botst met dit verhaal. Misschien kan de uitkomst van die rechtszaak ook nog worden betrokken bij het nieuwe bestemmingsplan als dat nodig is. Dan slaan we twee vliegen in één klap. Er vloeit dus niet veel bloed uit, maar het voorkomt wellicht een hoop ellende, dus wij kunnen ermee instemmen. De voorzitter: Dat geeft geen aanleiding tot reacties in de richting van de heer Van Groos. Wil de Partij van de Arbeid nog iets toevoegen? De heer Ottens: Ja, ik heb een korte vraag aan de wethouder in aansluiting op wat de heer Van Groos aangaf. Kennelijk hebben we in 2018, ondanks het conserverend bestemmingsplan, daar meer ruimte voor gelaten. Die fout komt nu naar boven. Ik heb een vraag aan de wethouder.
Komt die vraag naar boven, doordat er nu een initiatief ligt en zo ja, wat kan dit besluit voor gevolgen hebben voor de initiatiefnemer, gelet op mogelij-
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
48
ke fasen van het proces waarin de initiatiefnemer zit en mogelijke kosten die de mogelijke initiatiefnemer heeft gemaakt? Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. We praten hier over een bestemmingsplan. Er zitten heel veel regeltjes en beschrijvingen aan vast. Het komt vaker voor dat er dan wat bepalingen zijn die niet kloppen, of dat de wereld ons inhaalt. Dat is niet prettig, maar zoals de heer Van Groos ook zegt, is het wel goed om dan adequaat op te treden. Er ligt op dit moment geen initiatief voor, voor zover bij mij bekend. Wij hebben zelf het een en ander ontdekt in het plan. Er zijn wel vragen gesteld, ook vanuit het veld, over het bestemmingsplan in het algemeen, maar er zijn geen concrete initiatieven. Dat betekent dat het, als u een voorbereidend besluit neemt, morgen gepubliceerd wordt in de Staatscourant. Dat heb ik al in gang gezet. Mocht uw raad niet instemmen, zal ik dat voorstel terughalen van publicatie. Omdat er geen concreet initiatief is, heeft dat geen gevolgen. Als u vandaag instemt, betekent dat ook dat per dit besluit het een en ander bevroren is. Alle vervolgacties hebben dan dus geen betrekking meer op planschade of ander soort gevolgen. Ik weet niet of daarmee de vraag voldoende beantwoord is, maar ik wil het hier even bij laten. De heer Ottens: Mijn vraag is voldoende beantwoord, dank u.
De voorzitter: Geeft de bijdrage van de heer Daandels aanleiding tot vervolgvragen? Dat is niet het geval. Ik neem aan dat een tweede instantie niet nodig is.
Besluit 15. (R9.6-20) cultuurnota gemeente Waalwijk 2021-2024 Voor stemmen de leden Van den Meerendonk, Schuijffel, De Vaan, Frodyma, Van Dinther, Van Hamond, Klerx, Van Baardwijk, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Van Tuyl, Slaats, Bögemann, Klapwijk, Spohr en De Bruijn. Tegen stemmen de leden Ottens, Pouw, IJpelaar, Van Groos en Tiemstra. Het voorstel wordt met 19 stemmen voor en 5 stemmen tegen aangenomen. De voorzitter: Bij dit agendapunt is een motie ingediend door LokaalBelang, ondersteund door D66. Voor stemmen de leden Van den Meerendonk, Schuijffel, De Vaan, Frodyma, Van Dinther, Van Hamond, Klerx, Van Baardwijk, Lodenstijn, Spierings, Kuijten, Slaats, Bögemann, Klapwijk, Spohr en De Bruijn. Tegen stemmen de leden Pouw, IJpelaar, Van Groos, Tiemstra, Van der Weijden, Klerks, Van Tuyl en Ottens. Met 16 stemmen voor en 8 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. 16. (R9.3-20) Algemene plaatselijke verordening gemeente Waalwijk 2020 (APV) De voorzitter: Bij dit agendapunt is een amendement voorgesteld door Lijst Pouw en SGP. Wenst een van de leden een stemverklaring af te leggen?
Notulen raadsvergadering 17 december 2020
49
De heer Van Groos: Wij zullen tegen de APV stemmen, vanwege de beleidsregel slecht gedrag. Het amendement maakt de APV naar ons idee wel beter, dus daar zullen we mee instemmen. Tegen stemmen de leden Van den Meerendonk, Schuijffel, De Vaan, Frodyma, Van Dinther, Van Hamond, Klerx, Van Baardwijk, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Van Tuyl, Slaats, Bögemann, Klapwijk, Spohr en De Bruijn. Voor stemmen de leden Pouw, IJpelaar, Van Groos, Tiemstra en Ottens. Met 19 stemmen tegen en 5 stemmen voor wordt het amendement verworpen. De voorzitter: Nu breng ik het voorstel zelf in stemming, de algemene plaatselijke verordening Waalwijk 2020. Zijn er stemverklaringen? De heer Tiemstra: Ondanks het feit dat de APV een aantal goede elementen bevat, hebt u uit onze bijdrage kunnen afleiden dat wij niet integraal met de APV kunnen instemmen. Vandaar deze stemverklaring: wij zullen tegenstemmen. Mevrouw IJpelaar: In mijn betoog heb ik al aangegeven waarom ik tegen het voorstel stem. Mevrouw Schuiffel: Ondanks dat wij denken dat de APV een stuk beter en kleiner kan, zullen wij instemmen. Voor stemmen de leden Van den Meerendonk, Schuijffel, De Vaan, Frodyma, Van Dinther, Van Hamond, Klerx, Van Baardwijk, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Van Tuyl, Slaats, Bögemann, Klapwijk, Spohr en De Bruijn.