CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) 16 en vervolg op 21-12-21

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen61.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Omdat wij behoorlijk grote bedrijven hebben die heel veel kennis hebben over dit thema, hebben we beoogd een landelijk kenniscentrum te worden. Ook in het kader van “stop de braindrain” en allerlei andere projecten die we voeren, willen we lokaal beginnen en dat steeds groter maken. De inzet daarop is 0,1 fte. De gemeente heeft daar een regierol in en wat dat betreft denk ik dat het wel past in onze taken, omdat ook de binding van onze jongeren aan onze gemeente tot onze taken behoort. Mevrouw Pouw vraagt of wij in de uitvoeringsplannen rekening houden met het consumentenperspectief. Dat zullen we zeker doen. Daar hebben we elkaar uitvoerig over gesproken en die toezegging wil ik doen. Daarnaast stelde ze vragen over het dierenwelzijn en de biodiversiteit. Zoals u aangaf, zijn er regels vanuit de Wet beschermde diersoorten en moeten we op een bepaalde manier omgaan met de natuur. Wij zullen daarin de wet volgen en ook in de uitvoeringsplannen zullen we dit aspect meenemen. Ook zullen we u daarover middels de groene agenda en de uitvoeringsplannen blijven informeren. Dan nog de energiecoaches. LokaalBelang vraagt of de professionaliteit en de onafhankelijkheid van de energiecoaches geborgd kunnen worden. De vrijwillige energiecoaches worden in meerdere gemeentes ingezet.

Het zijn onze inwoners die belangstelling hebben voor dit thema en op dit thema opgeleid willen worden om vervolgens andere inwoners te informeren. De bedoeling daarvan is om het thema op een laagdrempelige manier aan de keukentafel bespreekbaar te maken en dat er daarna, als er maatregelen getroffen moeten worden, professionals en bedrijven bij gehaald worden. Dit is dus echt een manier om de transitie vorm en inhoud te geven en daar zetten we op in. Ik zie de hand van de burgemeester dus ik rond af. Mocht ik iemand vergeten zijn, dan hoor ik het graag. Mevrouw Schuijffel: Bedankt voor de toelichting. Ik heb nog twee aanvullende vragen. U had het erover dat bepaalde alternatieven er nog niet zijn, dus dat we die daarom nog niet in de plannen vinden. Ik zit nog even te dubben over die 2043 en ik vroeg me het volgende af. Als die alternatieven zich over een aantal jaren aandienen, wat is dan het plan? Gaan we dan voor 2050 of alsnog voor 2043? Daar ben ik benieuwd naar. En dan over spoor D. Ik heb gevraagd welke concrete en ambitieuze projecten er zijn. Nu hoor ik een triple helixaanpak tussen het onderwijs, de ondernemers en de overheid of gemeente. Is dit een concreet initiatief of is dit een idee dat er is? Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

33

Wethouder Odabasi: Wanneer de alternatieven er zijn, gaan we daar uiteraard gebruik van maken. Daarom gaf ik ook aan dat we in de uitvoeringsplannen met wijkgerichte plannen komen. Het zou zomaar kunnen dat we een bepaalde vorm van warmteopwekking binnen een wijk die hier geschikt voor is, gaan toepassen. Dat kan een wijk zijn die dicht bij het water ligt, of het kan riothermie zijn. Er zijn allerlei vormen die voorbijkomen en daar gaan we maximaal gebruik van maken. Ook proberen we daarbij te kijken hoe we dat zo breed mogelijk kunnen inzetten vanuit die wijken. Dus als die alternatieven er zijn en we kunnen 2043 halen, gaan we dat natuurlijk doen. Echter geeft het momentum ons nu onvoldoende zekerheid om dat keihard aan te geven, vandaar dat we dat indertijd willen bijstellen op basis van de kennis die we opgedaan hebben. Als het haalbaar is om in 2043 van het gas af te zijn en hebben we voldoende alternatieven, dan gaan we dat natuurlijk doen. Zijn er concrete acties voor spoor D? Ja, die zijn er. Ook in het kader van het binden van jongeren aan onze gemeenten is de warmtetransitie een thema, ook qua techniek, opleiding en bedrijven die er in de onze gemeente actief mee zijn en op zoek zijn naar personeel. Dat is een thema dat om die samenwerking vraagt vanuit de ondernemers en het onderwijs.

Dus wat we willen doen is verschillende partijen bij elkaar brengen, dat faciliteren en van daaruit stageplekken realiseren, kennis erbij halen, en allerlei andere activiteiten om daar vorm en inhoud aan te geven. Dat is dus het idee achter spoor D. Het is niet zo dat we meteen ergens in Den Haag gaan zitten en gaan roepen dat wij het kenniscentrum van Nederland zijn. We gaan het langzaam opbouwen voor zover dat mogelijk is. Mevrouw Schuijffel: Even nog een verduidelijking. Dus het gaat eigenlijk helemaal niet om een kenniscentrum, maar eigenlijk om ervoor te zorgen dat we in onze eigen regio iets doen voor onze jongeren en dat wij voldoende mensen krijgen om het werk te doen? Is dat het idee? Wethouder Odabasi: Onder andere. Het idee is om de kennis die we hebben meer uit te dragen. We willen onze jongeren, die op zoek zijn naar opleidingsrichtingen, enthousiasmeren voor de techniek die bij dit thema aan bod komt. Bovendien zijn er genoeg bedrijven die mensen nodig hebben, want die warmtetransitie vraagt om heel veel personeel dat er op dit moment niet is. Dat is in de betogen natuurlijk ook voorbijgekomen. Het is dus wat ons betreft win-win-win. En daar willen we op inzetten. Mevrouw Schuijffel: Maar is dat een concreet verzoek vanuit de ondernemers geweest? Wethouder Odabasi: Ja. Mevrouw Klerks: Ik ga heel even door op spoor D.

Fijn dat mevrouw Schuijffel er ook al wat vragen over stelde. Wat ik gewoon niet snap, is dat ik lees in de visie bij de eerste stappen: “in 2022 onderzoeken we samen bedrijven in de installatiebranche en eventueel de branchevereniging Techniek Nederland welke stappen gezet moeten worden om Waalwijk kenniscentrum voor de warmtetransitie te maken”. Hier wordt niet gesproken over opleiding en niet over stageplekken. Het is dus voor mij nog steeds lastig te volgen. Dat ten eerste als opmerking. Ten tweede begrijp ik nog iets niet goed. Er is een schreeuwend tekort aan personeel en techniek, dus welke rol heeft de gemeente? Er is gewoon een vraag. Bedrijven hebben namelijk mensen nodig en zullen daardoor stageplekken aanbieden, want op die manier kunnen zij jongeren binnenhalen als ze nog op de opleiding zitten. Het is dus een logische stap voor bedrijven om te zetten en daar hebben ze de gemeente niet voor nodig. Bovendien heeft de landelijke overheid campagnes lopen om mensen de techniek in te Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

34

krijgen. Wat gaan wij dan als gemeente Waalwijk extra bieden waardoor wij iets gaan veranderen daarin? Ik zie het niet voor me. Wethouder Odabasi: Met diverse projecten die we uitvoeren, zijn wij de smeerolie tussen de bedrijven en het onderwijs. Wij brengen ze bij elkaar. Wij faciliteren dat; wij brengen vraag en aanbod bij elkaar. Wij kennen ze allebei en dat maakt onze rol hierin zo belangrijk, want wij hebben ook een doel en een belang. Ons belang is dat onze jongeren in Waalwijk blijven wonen en dat we jongeren naar onze gemeente trekken. Dat kan alleen als we ze hier de werkgelegenheid bieden. We hebben dus alle drie een belang: de onderwijsinstituten hebben een belang en de ondernemers ook. Die drie belangen willen we bij elkaar brengen om zo middels deze transitie, die tot 2050 een enorme opgave is. Het is immers niet iets wat volgend jaar af moet zijn, maar een langetermijnvisie waarop je moet anticiperen. Daarom hebben we dit als spoor opgenomen in de visie. Als u dat liever buiten de transitievisie ziet, is dat ook prima, maar we hebben het genoemd in de visie, omdat dit een heel concreet thema is waar je op zou kunnen doorpakken. We pakken ook het thema zorg op vanuit een ander project, maar dit is ook een mooi thema om erop door te pakken. Mevrouw Klerks: Het is nog niet voldoende, ik heb nog één aanvullende vraag.

De wethouder zegt dat de gemeente de smeerolie is. Ik ben dan wel benieuwd wat voor smeerolie we dan zijn. Het bedrijf waar ik werk, heeft ook stagiairs nodig. Dan neem ik contact op met het Fontys en Avans en dan ga ik naar de website, vul in wat voor stageplek ik heb en daar kunnen studenten op reageren. Ik bel heel regelmatig met die scholen om te vragen of er nog mensen afstuderen, omdat we nog banen hebben. Daar heb ik geen gemeente voor nodig. Ik leg gewoon rechtstreeks contact, dus wat doen we dan? Wethouder Odabasi: Ik begrijp dat het bedrijf waarvoor u werkt daar wat handiger is, maar er zijn genoeg bedrijven die die handigheid niet hebben en die de onderwijsinstituten niet kennen. Die hebben bij ons aangegeven dat ze daar graag onze hulp bij krijgen. Deze vragen is vanuit het onderwijs gekomen en ook vanuit een aantal bedrijven in Waalwijk via onze accountmanagers. Op basis daarvan hebben we dit opgenomen. Voor u komt het misschien vreemd over, maar er zijn bedrijven die de behoefte duidelijk hebben aangegeven. Mevrouw Klerks: Ik durf wel aan al die bedrijven gratis uit te leggen hoe dat werkt. We hebben de gemeente daar niet bij nodig. We kunnen ze vinden op LinkedIn. Bedrijven: mail mij of bel mij en ik help, gratis en voor niks. De heer Spohr: De wethouder gaf naar aanleiding van onze opmerkingen terug dat wij het hebben gehad over logistieke problemen.

Ja, dat is zo, maar daar wees de warmtevisie zelf ook min of meer op. Waar het ons om gaat, is met name het volgende. Omdat dit een stimulerend beleid moet zijn voor bewoners en bewonersgroepen, zou dit kunnen betekenen dat je in een wijk allerlei verschillende situaties krijgt. Daardoor zou die logistiek een enorm probleem kunnen worden, zo niet een te groot probleem voor de gemeente. Mijn vraag was dus meer of u daar zicht op hebt en of u begrijpt dat de coördinatie daarin een heel grote rol zal spelen voor de gemeente. In de visie wordt namelijk wel gesproken over het feit dat u zo veel mogelijk het openbreken van wegen wil laten samenvallen met een aantal andere functies. Maar wanneer verschillende delen van een wijk verschillend zijn aangesloten, is de kans groot dat we binnen een wijk allerlei verschillende logistieke processen moeten ondergaan. Dan is de vraag of het voor de gemeente überhaupt nog overzichtelijk is en of dat niet leidt tot een enorme overlast voor de bewoners en misschien ook wel een demotivatie. Daarnaast heb ik u gezegd over de kwaliteit van warmtenetten – en u maakt daar zelf ook melding van in de warmtevisie – dat bijvoorbeeld afvalwater een lagere temperatuur Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

35

heeft dan andere mogelijke soorten warmte. Die kwaliteit is mogelijk heel bepalend voor de ervaring van bewoners. De vraag is dus hoe wij garanderen dat de warmte die straks wordt geboden gelijk is aan de warmte die van aardgas komt. Of krijgen we dadelijk ook weer verschillende types warmte waar de ene bewoner zich dan prettiger bij voelt dan de andere? Hoe garanderen we dat nu? En als we dat dan garanderen, zullen we toch in ieder geval een nulmeting moeten hebben op basis waarvan we tenminste iets kunnen controleren. Mijn laatste punt is ook zeker niet onbelangrijk: dit is stimulerend beleid. Ik hoor u eigenlijk niet ingaan op de vraag wat als dat stimulerend beleid niet slaagt. Dan zullen we toch uit een ander vaatje moeten tappen. Wethouder Odabasi: Ik hoor vooral veel zorgen in het betoog van de heer Spohr en helaas kan ik al die zorgen niet wegnemen, omdat wij het op dit moment ook niet weten. Wat in de visie staat en wat we ook proberen toe te lichten, is dat het niet zo is dat we op dit moment het gaskraantje kunnen dichtdraaien en die buizen kunnen gebruiken voor iets anders, opdat we de hele wijk in één keer op een andere energiebron kunnen aansluiten. Dat is niet het geval.

En omdat je alternatieven moet zoeken, die divers kunnen zijn en andere logistieke vraagstukken met zich mee kunnen brengen, moeten we daar op dat moment op inspelen en daarom moeten we wijkgericht gaan bekijken wat er voor zo’n wijk nodig is en welke aanpak daarvoor nodig is. We moeten dus naar een wijkgerichte aanpak. We hebben nu het IUP en de uitvoeringsplannen. We moeten ook uitvoeringsplannen maken op wijkniveau en bekijken wat daarvoor nodig is op basis van de warmtebronnen die beschikbaar zijn of die we daarvoor gaan gebruiken. Dat vraagt dus nog een behoorlijke exercitie en omdat het een geleidelijk proces is, kunnen we ook niet garanderen dat het vlekkeloos gaat verlopen. We gaan proberen dat zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. En dan over die technieken. Afvalwater heeft een andere temperatuur dan grondwater en dat vraagt ook weer om andere systemen. Dat zijn ontwikkelingen die we moeten volgen en heel goed op wijkniveau moeten toepassen. Ik kan dus op dit moment uw zorgen niet wegnemen. Ik denk dat we het daar met elkaar de komende jaren heel vaak over gaan hebben bij de kadernota’s, maar ook als die ontwikkelingen en uitvoeringsplannen aan de orde zijn. Op dat moment gaan we dat gesprek voeren om te kijken of we daarin het juiste aan het doen zijn. De heer Spohr: Dat begrijp ik, we staan ook aan het begin van een hele ontwikkeling.

Daar heb ik alle begrip voor. Het zijn niet zo zeer zorgen als wel mogelijke situaties waar rekening mee gehouden moet worden. Wat wij vooral belangrijk vinden, is dat we in ieder geval onze inwoners wel eenzelfde of in ieder geval vergelijkbare situatie moeten bieden als de situatie nu met aardgaswarmte. Daar moeten die bewoners van op aan kunnen. Daarnaast vinden we het belangrijk dat bewoners niet in verschillende situaties terecht komen, dat de ene wijk moet bijverwarmen, terwijl de andere wijk een veel beter systeem van warmte krijgt. Ik kan me voorstellen dat u wel kunt aangeven dat bewoners wat u betreft gelijk worden behandeld. Dat u er, daar waar systemen verschillend zijn, als gemeente natuurlijk voor zal zorgen dat die bewoners op dezelfde wijze hun energie en warmte aangeleverd krijgen. En daar waar dat kosteneffecten heeft, zullen we als gemeente proberen deze effecten voor alle bewoners hetzelfde te houden. Dan zijn we in ieder geval al een stuk verder, want ik denk dat dat er wel aan zit te komen. Wethouder Odabasi: Ik zou daar graag volmondig ja op zeggen, maar ik weet niet wat voor impact dat gaat hebben. Ik weet niet wat die kosten gaan zijn en ook niet of dat kosten zijn die wij kunnen en willen dragen. Daarom wil ik er niet op vooruit lopen. Ik wil ook geen verkeerde verwachtingen wekken.

Dit is het startdocument, zoals dat ook door anderen vanavond is genoemd. Ik denk dat we er ook op die manier naar moeten kijken. Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

36

We zullen voldoende momenten hebben om het bij te stellen waar nodig. En daarom zouden wij ook graag de komende jaren, zolang de technieken nog niet ontwikkeld zijn en we de keuzes nog niet hoeven te maken, isolatie en minder verbruik inzetten en ervoor zorgen dat die warmtebehoefte minder wordt. En wanneer we de stap moeten zetten en die gaskraan moeten afsluiten, laten we dan zorgen dat er systemen staan die aan de verwachtingen van onze inwoners voldoen en zo min mogelijk impact hebben op de inwoners. Ik ben het dus volledig met u eens, maar die toezegging kan ik u op dit moment niet doen, omdat ik niet weet wat voor impact dat op termijn heeft. De heer Spohr: Nog één aanvullende opmerking. Ik snap dat u geen toezeggingen kunt doen. Wat ik niet begrijp, is dat u niet de intentie durft uit te spreken dat bewoners op dezelfde manier zullen worden behandeld. Dus daar waar de kwaliteit in het ene deel in Waalwijk wat anders is dan in het andere deel, kan ik me voorstellen dat de gemeente ervoor zorgt dat bewoners niet de dupe worden van het kwaliteitsverschil, doordat ze mogelijk meer kosten hebben. Dat kan volgens mij niet waar zijn. Wethouder Odabasi: In mijn beleving is dat lastig.

Die intentie hebben we natuurlijk, dus dat gelijkheidsbeginsel willen we als overheid altijd naleven, maar wat de impact daarvan zal zijn op die systemen, de technieken en de kosten die dat met zich meebrengt, kunnen we op dit moment niet inschatten. Daarom geef ik aan dat op dat moment te willen bepalen, zodat we nu de zekerheid kunnen geven over zaken waar we meer over weten. En laten we onze inwoners helpen bij het isoleren, want dat is onze doelstelling voor de komende vijf jaar. In die tijd zullen allerlei technieken en kosten inzichtelijker worden, en laten we daar dan uitspraken over doen. Dat is wat ik probeer aan te geven. Uw zorgen deel ik en die zijn terecht, maar die 100% garantie dat we daarin tegemoet kunnen komen, kan ik u niet geven. De heer Tiemstra: Wethouder Odabasi, dank voor uw beantwoording en alles wat u verder heeft bijgedragen rondom dit onderwerp vanavond. Richting onze bijdrage was u kort. U hebt het probleem dat wij naar voren hebben gebracht opgemerkt en u heeft aangegeven dat u daar aan oplossingen werkt. Als ik dat afzet tegen de achtergrond dat we allemaal graag van het gas af willen, heb ik liever dat u op dit onderwerp gas geeft en dat u op een gegeven moment ook met oplossingen en voorstellen komt, want daar gaat het nu juist om. We hebben er niets aan dat u straks met oplossingen komt.

Dat hoort juist in zo’n visie, ook een aantal concrete dingen, dat u zegt: dit ga ik voor deze mensen met oudere woningen, die klemlopen als ze hun dak of woning laten isoleren, doen. Ze lopen klem enerzijds door wat de gemeente allemaal voorschrijft en anderzijds vanwege de financiële problemen. Dat zijn de problemen waarmee de mensen echt te maken hebben en daar moet u ze bij helpen, tenminste, dat staan wij voor. Ik had graag dat u daar nog kort op in ging. Wethouder Odabasi: Wat wij vooral willen doen, is de mensen die die hulp nodig hebben, helpen. Dat is helpen met kennis, meedenken over de bekostiging van de maatregelen met mensen die het niet kunnen betalen. Als het om woningen gaat die moeilijk te isoleren zijn, denken we mee over de technieken die er zijn. En wij zullen ons uiterste best doen om de inwoners daar zo veel mogelijk in tegemoet te komen. Die intentie hebben we dus. Maar we zullen er keuzes in moeten maken. In de categorie huurders hebben we heel duidelijke afspraken met de woningcoöperatie, die een deel op zich neemt. Maar vanuit het armoedebeleid zijn we ook in gesprek, zoals net werd aangegeven, over het aanschaffen van een energiezuinige koelkast in plaats van een energie slurpende. Dat zit niet in de isolatiemaatregelen, maar wel in mogelijk bijzondere bijstand of een bijdrage vanuit het armoedebeleid.

Dat soort maatregelen zijn we nu dus aan het onderzoeken en we verwachten het eerste kwartaal 2022 daar wat duidelijkheid over te hebben. De lastig te isoleren woningen is een bepaalde categorie: de jaren ’30-woningen en woningen ouder dan dat. Dat blijft een lastige categorie en er zullen ook woningen tussen Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

37

zitten die niet van het gas af kunnen. Daar moet iets anders voor bedacht worden. Wellicht wordt dat de komende jaren ontwikkeld, en die zullen ook niet volledig geïsoleerd kunnen worden. De kennis die daarin is, zullen we zo veel mogelijk delen en we zullen onze inwoners middels de coaches en begeleiding informeren, adviseren en bijstaan voor zover wij dat kunnen. De heer Tiemstra: Dank voor uw beantwoording. Nog één kort puntje. Er zijn ook nog mensen die wel willen, die bereid zijn plannen te maken en er zelfs middelen voor bijeen willen brengen, maar vervolgens tegen allerlei beperkende, drempelverhogende wet- en regelgeving oplopen. Ze moeten allerlei dingen indienen, wat handenvol geld en een hoop tijd kost. Dat hebben mensen vaak niet. Wij zouden juist willen zeggen: als mensen een goed plan hebben, moeten we daar iets globaler naar kijken. En als het plan goed is, laten we die mensen doen wat we allemaal graag willen dat ze doen. De vraag is hoe u daar tegenover staat en welke mogelijkheden u ziet om daar verbeteringen in aan te brengen ten opzichte van de huidige situatie. Want mensen lopen daar echt tegenaan en wat ons betreft kan dat echt niet. Wethouder Odabasi: Als mensen daar tegenaan lopen, horen wij graag welke aspecten dat zijn. Ik heb het signaal doorgekregen dat bijvoorbeeld een aanvraag voor een duurzaamheidslening best een ingewikkeld traject is.

Van dat soort trajecten hebben we ook aangegeven dat we die moeten versimpelen. Als het in de vergunning zit, moeten we daar ook naar kijken. Dus de toezegging dat we ook naar onze vergunningsprocessen zullen kijken in de maatregelen die nodig zijn in het kader van de warmtetransitie, kan ik in ieder geval doen. De heer Tiemsta: Dan ben ik nieuwsgierig wanneer we daar iets van horen en dan ronden we dit wat mij betreft af. Wethouder Odabasi: Ik houd het even op vóór de kadernota van 2022. Ik weet op dit moment niet precies wanneer, want wij moeten nog wat vorm en inhoud geven aan het fonds dat we hebben, aan een aantal regelingen. Daar wil ik het met uw goedvinden op houden. Voor de kadernota 2022 krijgt u informatie over hoe we die processen gaan inrichten. Mevrouw Schuijffel: Mijn excuus, ik had toch nog een vraag. Die gaat over het onderwerp waar we het straks over hadden en waar ook mevrouw Klerks het over had. Het onderwijs en de ondernemers hebben vragen gesteld. Wij zijn benieuwd over welk onderwijs we het dan hebben. Wethouder Odabasi: We hebben het over het mbo, over het vmbo, want daar zitten ook de toekomstige techneuten, maar ook over mavo en havo. Dus zowel middelbaar onderwijs als het mbo. Op dit moment zijn we in gesprek met het hbo. De voorzitter: Goed, dan wil ik de eerste termijn sluiten en vragen wie er behoefte heeft aan een tweede termijn.

Het woord is aan de heer Van Groos. Tweede termijn De heer Van Groos: Afgezien van het gebruikte “smeerolie” dat we in dit verband niet zo passend vinden, willen we de wethouder graag bedanken voor het feit dat zij in ieder geval wel weer op alle aspecten van onze bijdrage is ingegaan. Daar kunnen haar collega’s een voorbeeld aan nemen. Maar dat wil nog niet zeggen dat we het daarmee eens zijn. Het idee dat we in Waalwijk in 2043 klimaatneutraal zijn doordat we onze CO2uitstoot dan elders compenseren, spreekt ons niet echt aan. We betreuren ook dat over energiearmoede nog steeds zo veel onduidelijkheid bestaat en dat het college dat hele-

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

38

maal doorschuift naar het armoedebeleid. Dat maakt het voor ons onmogelijk vanavond in te stemmen met de transitievisie warmte. De voorzitter: Dank u wel. Dan sluit ik de bespreking van dit onderwerp af. We gaan naar agendapunt 12. De heer Ottens: Is het mogelijk een korte schorsing te houden over de warmtevisie? Eerst even met de oppositie en dan met de totale raad. De voorzitter: Ik kijk even naar de griffier. Misschien is het het handigst als de oppositie eerst in het overleg met de oppositie gaat en de overige raadsleden alvast in het overleg van de raad gaan. De oppositie kan dan daar aansluiten als ze klaar zijn. Is dat duidelijk voor iedereen? De vergadering is voor tien minuten geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Ottens. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Wij merkten wel dat de zorgen omtrent de uitvoeringsplannen wat breder leefden. We hebben dus samen even overlegd om de zaken niet nodeloos ingewikkeld te maken. Dat betekent dat we samen met de VVD het amendement van de VVD verder invulling hebben gegeven en dit enigszins heeft aangepast en dat Samen Waalwijk haar amendement intrekt. Voor de toelichting op het amendement geef ik het woord aan mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Het is heel simpel. We halen spoor D uit het amendement.

We stellen de warmtetransitievisie vast, dus ook het voor kennisgeving aannemen komt er niet in, omdat dit ook door verschillende mensen werd genoemd. We stellen de warmtetransitievisie dus vast voor spoor A, B en C, en vragen de wethouder deze sporen verder uit te werken en vervolgens aan de raad voor te leggen, zodat we er inhoudelijk nog wat dieper op in kunnen gaan, maar dat we wel aan de slag kunnen met hetgeen nu voorligt. De voorzitter: En de overige punten in het dictum? Punt 2, 3, 4 en 5? Mevrouw Klerks: Het is 1 en 2. Dictum 1 is “we stellen de transitievisie warmte vast voor spoor A, B en C.” En dictum 2 is “We vragen de wethouder om de sporen A, B en C verder uit te werken en aan de raad voor te leggen”. De voorzitter: Prima, en de andere punten uit het vorige amendementen zijn vervallen? Mevrouw Klerks: Ja. AMENDEMENT D: Vervallen spoor D en verder gaan met sporen A, B en C Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • om de doelen van transitie warmte (isoleren en aardgasvrij maken van woningen) voorgesteld wordt vier sporen uit te voeren, te weten sporen A tot en met D; • spoor D, Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie, beoogt dat Waalwijk hét nationale kenniscentrum voor de warmtetransitie wordt maar dat dit spoor niet echt is uitgewerkt in de visie; overwegende dat:

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

39

• lokale werkgelegenheid door de uitvoering van de warmtetransitie automatisch ontstaat; • wanneer de installatiebedrijven in Waalwijk vooroplopen, het kenniscentrum automatisch ontstaat en dit daarom niet vanuit de gemeente geïnitieerd hoeft te worden; • bedrijven zelf opleidingsfaciliteiten kunnen opzetten, wat ook hoogstwaarschijnlijk zal gebeuren vanwege de krappe arbeidsmarkt; • daarnaast de overheid al projecten heeft lopen om studenten geïnteresseerd te maken voor de techniek; besluit: het dictum van het besluit als volgt te wijzigen: 1. De transitievisie warmte vast te stellen voor wat betreft de sporen A, B en C. 2. De sporen A, B en C verder uit te werken en deze ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. De voorzitter: Wie van de overige fracties wil dit amendement ondersteunen? Ik zie ondersteuning van de fracties van SGP, Samen Waalwijk, ChristenUnie, D66, CDA en Lijst Pouw. Het woord is aan de heer Slaats. De heer Slaats: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over het amendement. De fractie van GroenLinksaf zal het amendement in deze vorm niet steunen, maar ik heb er wel echt een vraag over. Nu we twee punten in het dictum hebben, vervallen alle punten met betrekking tot de financiering en de kosten.

Is dat expres zo gedaan, om het op een later moment terug te laten komen, of zijn die per ongeluk vergeten en moeten die ook nog toegevoegd worden? De heer Ottens: Die zijn niet per ongeluk vervallen. Wij vragen de wethouder met uitgewerkte plannen naar de raad te komen. Daarin worden deze punten natuurlijk meegenomen, althans, dat verwachten wij. Iedere fractie kan daar dan zijn eigen afweging over maken. De heer Slaats: Ik vind het wel echt een principieel en omvangrijk punt. Ik ben wel benieuwd hoe andere fracties die het steunen hier tegenaan kijken. Eigenlijk wordt nu het hele voorstel on hold gezet en ligt het eraan wanneer de uitwerking van de plannen komen, terwijl we hier een 108 pagina’s tellend document hebben liggen. Er wordt ook geen concretisering met deadlines et cetera aangegeven. Deze wending verbaast me gewoon heel erg en daarom kan ik het misschien moeilijk onder woorden brengen. Volgens mij vliegen we met dit amendement aardig uit de bocht en ik ben benieuwd of de fracties die net heel makkelijk hun handje hebben opgestoken en dit amendement steunen, dat wel beseffen. Dat is een vraag die ik hier wil neerleggen. De heer Van Groos: De heer Slaats noemt het “uit de bocht vliegen” en daar wil ik zeker op reageren. Ik snap niet waarom hij dit zo ziet, want hij zegt ook dat dit amendement alles on hold zet.

Terwijl het amendement juist vraagt om een uitwerking van spoor A, B en C. Hoe kunt u dan beweren dat het on hold wordt gezet? Voordat je iets doet, zul je toch eerst een spoor moeten uitwerken? De heer Slaats: Volgens mij voldoet de visie op dit moment aan het uitwerken van meerdere sporen en worden er allerlei uitvoeringsplannen gemaakt. Er wordt beschreven hoe die worden vastgesteld en hoe we ermee aan de slag gaan. Dus ik snap het niet zo goed. Wat ik wel zie, is dat we in ieder geval met de kosten voor de fte’s en het fonds voorlopig niets gaan doen. Dat betekent dus dat er niets mee gebeurt. Vandaar de conclusie die ik zojuist deed. Voor de uitwerking van de plannen heb je volgens mij ook fte’s nodig. Anders wordt het vrij lastig, denk ik.

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

40

De heer Ottens: Volgens mij geeft het college nu juist de ruimte om de plannen ook uit te werken. De wethouder gaf immers aan ons via de P&C-cyclus te informeren, zodat wij kunnen reageren bij de begroting en kadernota. Gelet op de diversiteit aan zorgen die er bij de verschillende fracties leven, vonden we dat in ieder geval iets te mager, omdat zo’n belangrijk onderwerp dan ondergesneeuwd kan raken tussen allerlei andere onderwerpen die er zijn. Het college heeft de ruimte en de fte’s, maar daar waar het gaat om incidentele kosten, die zowel hoger of lager kunnen zijn, willen we die plannen graag met een bijbehorend uitgewerkt budget zien in de raad. Volgens mij is het juist de ruimte bieden aan het college wat u ook zo graag wilt. De heer Slaats: De heer Ottens kan ervan maken wat hij wil, maar we kunnen niet stellen dat dit ruimte biedt aan het college. Uiteindelijk is dit namelijk het naar de gemeenteraad toetrekken van een voorstel, terwijl wij als gemeenteraad een visie hebben vastgesteld en de programma’s en uitvoering door het college worden vastgesteld. Zo heeft de Omgevingswet het ook bedoeld. Deze visie telt 108 pagina’s en is behoorlijk uitgewerkt. Natuurlijk kan er hier en daar nog wel een uitwerking nodig zijn, maar we hebben als gemeenteraad volgens mij juist gezegd te willen sturen op hoofdlijnen. Dat is wat wij belangrijk vinden.

Als er een visie ligt, waarvan de uitwerking op een ander moment gaat plaatsvinden, gaan wij ineens zeggen dat we het geen goed idee vinden. We worden erover geïnformeerd bij de P&C-cyclus en kunnen vervolgens al onze instrumenten inzetten wanneer we nog steeds vinden dat het niet op een goede manier gaat. In feite zeggen we: er ligt nu een visie, maar we willen eerst nog een uitwerking van die visie. Voor mij blijft het toch aardig uit de bocht vliegen. Maar dat is mijn conclusie. De heer Klerx: Ik zou graag tien minuten schorsing willen aanvragen om dit amendement te bespreken. En misschien hebben we wel een kwartier nodig, want we moeten het amendement ook nog goed lezen. We zijn jammer genoeg weer niet betrokken en ik zie het nu voor het eerst. Dus ik heb wel even nodig. Ik wil schorsen met de coalitie. De vergadering wordt geschorst voor vijftien minuten. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. De heer Kuijten heeft de vergadering verlaten en ook de heer Van den Meerendonk is niet meer aanwezig. Het woord is aan de heer Klerx. De heer Klerx: Dank u wel, voorzitter. Ik geef het woord door aan mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Dank u wel, voorzitter. We hebben geschorst omdat er even wat onduidelijkheid was. Er leek iets te gebeuren wat niet de intentie was.

De intentie was namelijk niet om alle uitvoering voor het komend jaar stop te zetten, maar om die doorgang te laten vinden en vervolgens de plannen uit te werken voor de jaren daarna. Het voorstel is dus nu om de besluitvorming over dit onderwerp dinsdag te doen, zodat wij de komende dagen even rustig een goed amendement kunnen uitwerken, want haastige spoed en online gaat niet goed samen, merken we. De voorzitter: Oké, u doet dus het voorstel om de verdere behandeling van dit onderwerp te verplaatsen. Mevrouw Klerks: Juist, inclusief de besluitvorming zodat we het amendement kloppend kunnen maken en het in lijn is met hetgeen we beogen te bereiken. De heer Van Zelst: Ik heb een vraag aan mevrouw Klerks. Wilt u alle besluitvorming dan dinsdag doen, zodat we overal goede besluiten over kunnen nemen?

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

41

Mevrouw Klerks: Nee, want gemengd gebied moeten we vandaag vaststellen. Dus dat gaat niet. De heer Van Zelst: Nee, daar doelde ik niet op, het was gewoon een algemene vraag. Dank u wel. De heer Ottens: Dank u, voorzitter. Ik heb even kort contact gehad met mevrouw Klerks. Het is ook niet onze bedoeling om ons met handen en voeten voor het komende jaar te binden, maar we willen juist de ruimte bieden plannen uit te werken. In die zin is haastige spoed inderdaad zelden goed. De coalitie heeft overleg gehad en dat hebben wij nog niet met de mede-indieners van dit amendement gehad, dus het lijkt mij heel goed die ruimte te nemen. De voorzitter: Prima. Ik stel voor de besluitvorming, maar niet de beraadslagingen, van dit onderwerp naar dinsdag te verplaatsen. Ik zal dan wel nog even inventariseren wie het amendement steunt en eventueel nog iets wil toelichten. Ik wil het ook even met u hebben over de andere agendapunten en de tijd. Het is namelijk tien voor elf. U heeft met elkaar afgesproken niet later dan half 12 te vergaderen. We hebben wel nog een heel aantal agendapunten staan voor komende dinsdag. Als ik de afspraken goed interpreteer, zouden we nu naar de besluitvorming moeten gaan en rond half 12 moeten afronden. Tenzij u zegt dat u toch graag de beleidsnotitie arbeidsmigratie bespreekt, nummer 12 op de agenda.

Wie wil er direct overgaan naar de besluitvorming? Ik constateer dat zes leden dit willen, maar dat er meer zijn die eerst nog agendapunt 12 willen behandelen. Ik stel voor door te gaan naar agendapunt 12. 12. Beleidsnotitie arbeidsmigratie 2021 De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor LokaalBelang, VVD, Samen Waalwijk, GroenLinksaf, CDA, D66, SGP, Lijst IJpelaar, ChristenUnie en Lijst Pouw. Gezien de tijd wil ik u vragen zich echt aan de vergaderorde te houden en u te beperken tot een bijdrage. Ik ga in willekeurige volgorde en begin met D66. Mevrouw Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. Er is een grote krapte op de arbeidsmarkt en Waalwijkse bedrijven kunnen niet zonder mensen van elders om het werk te doen dat gedaan moet worden. Arbeidsmigranten horen bij Waalwijk. Hoe welkom zijn ze in onze gemeente? Maken we ruimte voor ze? Mogen ze meedoen? Helpen we ze als het nodig is? Belangrijke vragen waar de beleidsnotitie arbeidsmigratie 2021 op ingaat. Daar zijn we blij mee. Het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer constateerde dat arbeidsmigranten onvoldoende zelfredzaam zijn en enorm afhankelijk zijn van hun werkgever. Met die combinatie ligt uitbuiting op de loer, ook in Waalwijk. Belangrijk dus om dat actief en met kracht te bestrijden. Bovendien zit er potentie in deze groep.

Het zijn veelal jonge mensen die bereid zijn ver van huis te gaan om te werken. Het zijn niet zelden middelbaar- of hoogopgeleiden die ook in andere takken dan de logistiek van toegevoegde waarde zijn en onze economie een boost kunnen geven. Het is fijn dat deze kant van de medaille in dit stuk belicht wordt. Om dat potentieel te kunnen bereiken, moeten we structureel aandacht geven aan het versterken van de positie, de taal en het meedoen in de samenleving door arbeidsmigranten. Bijvoorbeeld door taalcafés, sportverenigingen en deelname aan culturele activiteiten. Een eerste stap naar zelfredzaamheid in onze gemeente is een goede informatievoorziening. We juichen de komst van de speciale app dan ook toe. Kortom, deze beleidsnotitie is een goede start. Laat er een goed en concreet vervolg zijn. Wat betreft monitoring: uit de beantwoording van vragen blijkt dat het college het nog ingewikkeld vindt te monitoren op cijfers of concrete prestatie-indicatoren. Toch zou er Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

42

een start kunnen worden gemaakt met de hoeveelheid appgebruikers, de mate van groei en de mate van bereik onder de doelgroep. Maar ook door regelmatig onderzoek te doen naar de tevredenheid van de arbeidsmigranten over hoe zij het leven in Waalwijk ervaren. Op het gebied van gezondheidszorg bijvoorbeeld, of de mate waarin zij een sport kunnen beoefenen. Of de mate waarin zij aansluiting vinden bij de Waalwijkers. Hoeveel Nederlanders kennen zij bijvoorbeeld? Kortom, met een beetje creativiteit zijn best een paar harde PI’s te bedenken. Tot zover. Mevrouw De Bruijn: Voorzitter. Bij het lezen van de beleidsnotitie arbeidsmigranten 2021 was de fractie van het CDA verrast. Veel onderwerpen die van essentieel belang zijn, zoals huisvesting maar ook toegevoegde onderwerpen als integratie, zorg en welzijn, zijn op uitstekende wijze met voldoende inzichten in de knelpunten en de mogelijke acties om verbeteringen aan te brengen, vermeld. Petje af als dit werkelijk wordt gerealiseerd. Hopelijk krijgen we hierdoor een enorme groei van inwoners in Waalwijk. Onze fractie zal de voortgang van deze knelpunten zeer intensief en adequaat blijven volgen op eindresultaten. We vinden dat evalueren over vier jaar te lang is en vragen om een jaarlijkse verslaglegging van de voortgang. Ruim voor het jaarlijkse kaderstellende debat.

Wethouder, kunt u ons dit toezeggen? Om te voorkomen dat meerdere fracties dezelfde onderwerpen in de pitch behandelen, zal de fractie van het CDA zich beperken tot het onderwerp “taal”. Wij richten ons op taalonderwijs, waarbij we zeker waardering hebben voor de voortgang en de steeds beter wordende ontwikkelingen op dit gebied. Uit de beleidsnotitie blijkt dat de bedrijven waar deze arbeidsmigranten voornamelijk werken de arbeidsmigranten vaak flexibel inzetten in twee of drie ploegendiensten. Ik geef een voorbeeld uit de praktijk dat ik regelmatig tegenkom als ik in contact ben met arbeidsmigranten. Wanneer ze zich alleen of als stel na verloop van tijd in de stad komen vestigen, omdat daar veel werkaanbod is, meestal in twee of drie ploegendiensten, is het nog niet zo noodzakelijk de taal te leren. Meerdere stellen bouwen vervolgens een gezin op en besluiten zich dan definitief in Nederland te vestigen. Het werken in ploegendiensten wordt een vast contract en men verwerft een woning. Men blijft werken in ploegendiensten en spreekt thuis de moedertaal. Het volgen van taallessen blijkt onmogelijk, gezien de thuissituatie en de flexibele werkuren. Men weet niet waar en hoe men de lessen moet volgen en vraagt in de omgeving steun bij knelpunten, bijvoorbeeld voor de coronavaccinatie.

Pas als het kind leerplichtig wordt, ontstaat de situatie waarin het kind de ouders thuis gaat onderrichten. Soms betrekt de leiding van de school de moeder bij de taallessen. De noodzaak om Nederlands te spreken en de sociale contacten met kennissen komen dan via school wel tot stand. De arbeidsmigrant wordt dan ineens gezien als een van ons. Ze zijn ineens geen vreemdeling meer. Twee vragen aan de wethouder. Kunt u samen met de werkgevers onderzoeken of het mogelijk is voor het bedrijf waar arbeidsmigranten werken om taallessen te organiseren? Kunt u in overleg gaan met een opleidingsinstituut, zoals een taalhuis, om te onderzoeken of arbeidsmigranten die in ploegendiensten werken op verschillende dagdelen taalles kunnen krijgen? Kunnen wij een terugkoppeling krijgen van wat de ontwikkelingen in dezen zijn? Wij zullen instemmen met de beleidsnotitie. Mevrouw Pouw: Voorzitter. Het is tijd voor een update, lezen wij. De beleidsnotitie arbeidsmigratie die voor ons ligt, is onder andere gebaseerd op het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van de onderzoekscommissie onder leiding van Emile Roemer. Het is goed dat er eens gekeken wordt naar de positie en de leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Het rapport geeft een grote impact op onder andere uitzendbureaus, werkgevers, inleners en huisvesters.

Ook voor de gemeente heeft het financieel, organisatorisch en politiek-bestuurlijk een forse impact, met name door de adviezen op het gebied van exNotulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

43

tra huisvesting, de intensivering van handhaving en de verbetering van de registratie. En bijvoorbeeld ook op het sociaal domein, door extra taken met betrekking tot de integratie van arbeidsmigranten. Ondanks het feit dat deze beleidsnotitie op het Roemer-rapport is gebaseerd, blijken we toch wat verschillen te zien op het gebied van de ambities. In het Roemer-rapport lezen wij bijvoorbeeld: “Gemeenten zouden de voorzieningen op het gebied van integratie en inburgering ook moeten openstellen voor EU-arbeidsmigranten om hen te helpen wegwijs te worden in Nederland”. Wij denken dat hiermee bedoeld wordt de voorzieningen voor asielmigranten open te stellen voor EU-migranten. In het beleidsvoorstel van Waalwijk lezen wij: “Met het informele taalaanbod dat we in Waalwijk hebben, kunnen we hier van betekenis zijn”. Dat lijkt ons toch een redelijk verschil. Laat dat verschil nu net zijn waarom arbeidsmigranten zich soms tweederangsburgers voelen. Was dat nou niet de titel van het Roemer-rapport? ‘Geen tweederangsburgers’? De kern van het advies is juist dat we arbeidsmigranten moeten behandelen als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving en dat we onze regelgeving erop moeten inrichten.

Ziet de wethouder het verschil dat wij ook zien? En zo ja, welke redenering zit daar volgens hem achter? Laatst stuitte ik op een interessant artikel met de titel ‘Waarom migranten vaker psychoses hebben’. Uit onderzoek blijkt dat de ervaring van een buitenstaander zijn je dopaminesysteem, dat ervoor zorgt dat je prikkels uit de omgeving waarneemt, kan ontregelen. We weten ook dat die ontregeling een belangrijke factor is in de ontwikkeling van psychoses. Het advies van de onderzoekers aan overheden is ongelijkheden tegen te gaan. Mensen moeten echt het gevoel hebben erbij te horen. Is dit de beleidsnotitie die daarvoor gaat zorgen? Wij vragen het ons af. Verhuurders dienen zich op een maatschappelijk verantwoordelijke wijze te gedragen bij het aanbieden en verhuren van woon- en verblijfsruimten. In ruil voor naar maatschappelijke maatstaven een passende huurprijs behoren zij dan ook het woongenot van de huurders te garanderen en ervoor in te staan dat de verhuur-, woon- of verblijfsruimte geen bedreiging vormt voor de veiligheid en gezondheid van de huurder. Daarbij past niet dat er excessieve huren worden gevraagd en dat huurders moeten klagen over ernstige gebreken aan de woningen of te maken krijgen met intimidatie.

In de laatste passage lezen we dat de gemeente Waalwijk de landelijke ontwikkelingen ten aanzien van de mogelijke verhuurdersvergunning nauwlettend in de gaten houdt. Kan de wethouder bevestigen dat hij het wetsvoorstel goed verhuurderschap, waar we het volgens mij over hebben als een onmisbare tool ziet om misstanden in Waalwijk effectiever aan te pakken, en dat we daarom ook nog weinig uitgewerkt zien over dit onderwerp? De heer Van Hamond: Voorzitter. Laten we eens even beginnen met de woonvoorzieningen van arbeidsmigranten. Terugkijkend na vier jaar is er heel wat gebeurd met de woonvoorzieningen voor onze arbeidsmigranten. De afgelopen jaren is er een drietal campussen bij gekomen met in totaal 1.052 plaatsen. Kwalitatief op goed niveau. Ook zijn er weinig of geen problemen met deze bedoelde campussen. Tevens vinden er momenteel onderzoeken plaats voor nog eens twee mogelijkheden. Voor deze aanpak en realisatie is een compliment voor het college en de ambtenaren op zijn plaats. Namens LokaalBelang heb ik schriftelijke vragen gesteld over de overgeplaatsten in de gemeente Waalwijk waar thans kamerverhuur plaatsvindt met betrekking tot kleine en middelgrote locaties. Hiervan zijn mijn vragen maar gedeeltelijk of tot ontevredenheid beantwoord.

Namens LokaalBelang heb ik gevraagd om een digitale bijlage met een overzicht van de percelen waar kleine of middelgrote verhuur plaatsvindt. Een makkelijke vraag om te beantwoorden; met één druk op de knop komt er een spreadsheet uit de computer. Anderhalf jaar geleden heb ik die ook gekregen. Alle aanvragen die gehonoreerd zijn: wat staat er allemaal op? Waar en hoeveel personen wijk gerelateerd? Hoeveel aanvragen zijn er nog in behandeling? Hoeveel aanvragen zijn er afgewezen? Waarom dit overzicht? Regelmatig worden bij LokaalBelang vragen gesteld over al dan niet legale kamerverNotulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

44

huur. Om een duidelijk en eerlijk antwoord te geven, heb je de juiste informatie nodig als raadslid. Een voorbeeld. In het antwoord dat ik kreeg stond: “er is viermaal kamerverhuur in Besooijen”. Dat zegt helemaal niets, als u begrijpt wat ik bedoel. Kan de wethouder ons dit overzicht toezeggen? U geeft aan dat om de twee jaar evaluatie niet effectief wordt geacht. Kunnen wij dan op een andere wijze op de hoogte worden gebracht van de ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmigratie? Als hebben wij gevraagd of er wordt gecontroleerd op koop- of huurwoningen, die worden bewoond door arbeidsmigranten, waarbij de mogelijkheid bestaat dat er onderverhuur plaatsvindt. In uw antwoord geeft u aan dat er geen signalen zijn en dat de verantwoordelijkheid ligt bij de verhuurder. Maar bij een koopwoning ligt die bij de eigenaar. Wij ontvangen wel signalen. Wij zijn blij met deze uitgebreide notitie. Ondanks alle vragen zullen wij dit raadsvoorstel steunen. De heer Van Groos: Voorzitter. Gelukkig kan ik onze bijdrage bij dit voorstel beginnen met een compliment, want het college heeft woord gehouden door in de nieuwe notitie aandacht te besteden aan het element mensenhandel. Weliswaar een jaar later dan beloofd, want dit was ons toegezegd voor 2020, maar toch. Het college erkent dat dit aan de orde is maar in onze ogen moet het echt meer doen.

Het kan zo zijn dat de gemeente huisvesting en werk niet kan loskoppelen, maar de gemeente geeft werkgevers wel toestemming arbeidsmigranten te laten verblijven of te huisvesten op bepaalde locaties. Daarmee draagt men medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de huisvesting plus de wijze waarop mensen worden behandeld op die locaties. Waarom wordt het voor de gemeente pas een probleem als een arbeidsmigrant op straat wordt gezet en dus dakloos is, en niet daarvoor? Dit probleem wordt mede in de hand gewerkt doordat de uitzendbureaus niet alleen de werkgever zijn, maar ook de huisbaas. Daar komt nog eens bij dat arbeidsmigranten in Nederland geen recht hebben op daklozenopvang. De gemeente moet meer aanwezig zijn op de locaties en met de mensen zelf in gesprek gaan. Daardoor krijgt men een beter en eerlijker beeld van de situatie en zal vaak eerder de noodzaak worden gevoeld om uitzender en beheerspartijen tot de orde te roepen. Ondanks alle contacten en gesprekken meldt het college dat er op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid is over het aantal arbeidsmigranten dat zich vanuit de campussen langdurig of permanent wil vestigen in de gemeente. Wij vrezen dat het college helemaal niet met die vraag bezig is. Het college stelt het nogal negatieve imago van arbeidsmigranten onder een deel van de bevolking niet te kunnen verklaren.

Maar kunt u dan wel uitleggen waarom het college, of de coalitie zo u wilt, huisvesting van short- en midstayers in woonbuurten onmogelijk heeft gemaakt? Bij het vaststellen van de beleidsnotitie behoort in onze ogen het opnemen van cijfers, nulmetingen en prestatie-indicatoren. Het college geeft aan dat dit te moeilijk is en dat het vooral om concrete stappen gaat. Echter stelt het ook het beleid tijdig te zullen evalueren. Maar als niet concreet is wat je wilt bereiken, hoe kun je dan evalueren? Het effect van de nog steeds in ontwikkeling zijnde app moet straks toch te meten zijn? Ik denk aan het aantal gebruikers en de mate van gebruik. Hoelang gaat het ontwikkelen van die app trouwens nog duren? Want hiervoor werd al in juli kond gedaan en dat is al een half jaar geleden. De app had uiterlijk 1 oktober in gebruik moeten zijn. De heer Spierings: Voorzitter. Allereerst respect voor iedereen. Ik hoop het nog vol te houden, mijn ogen zijn vierkant en ik moet iets voorlezen dus ik hoop dat het niet met horten en stoten gaat. We gaan gewoon van start met de bijdrage van de VVD over de beleidsnotitie arbeidsmigratie.

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

45

De grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten aan de noordzijde van de A59 hebben we goed geregeld in onze gemeente en daar mogen we trots op zijn. Als gemeente blijven we werken aan het verbeteren van het verblijf van arbeidsmigranten door voldoende en kwalitatief goede huisvesting aan te bieden. Ook blijven we de informatievoorziening verbeteren voor arbeidsmigranten, om maar een paar voorbeelden te noemen. Wat goed is, moeten we vooral zo houden. Wat beter kan, maken we beter. Deze boodschap vertaalt zich naar de beleidsnotitie arbeidsmigratie 2021, die we vanavond bespreken. De VVD staat positief tegenover de aanvullingen die zijn gedaan in de beleidsnotitie. Zo lezen we bijvoorbeeld een apart onderdeel over integratie en de keuze om tot één integraal beleid op het thema “arbeidsmigratie” te komen. Dat vinden we dan ook een goede ontwikkeling. Het vraagstuk rondom de vorm van huisvesting blijft heel actueel en verdient met aandacht behandeld te worden. Dat geldt ook voor een ander vraagstuk, namelijk de huisvesting van statushouders binnen onze gemeente. Mensen met een verblijfsvergunning die nu nog in een asielzoekerscentrum wonen. Als gemeente zorgen we er namelijk voor dat we vluchtelingen van wie we besloten hebben dat ze mogen blijven, huisvesting bieden.

De VVD is van mening dat we de kwalitatieve huisvesting die we hebben geboden en blijven bieden aan arbeidsmigranten ook zouden kunnen inzetten voor de grootschalige huisvesting van statushouders. Want als VVD willen we de kwalitatieve huisvesting voor statushouders verzorgen. Daarin zien we de mogelijkheid tot grootschalige huisvesting ook als oplossing. Zo zorgen we er namelijk voor dat statushouders kwalitatieve huisvesting hebben en houden we meer sociale huurwoningen over voor anderen die deze nodig hebben. Denk daarbij aan mantelzorgers, starters, gescheiden mensen met jonge kinderen of studenten die dringend op zoek zijn naar woningen. Daarnaast kunnen we niet ontkomen aan het feit dat er momenteel een enorm groot woningtekort is. Met name in de sociale huursector zien we dat mensen zes of zeven jaar moeten wachten om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Door na te denken over mogelijkheden voor het grootschalig huisvesten van statushouders dragen we dus bij aan het oplossen van meerdere problemen. We regelen kwalitatieve huisvesting voor statushouders en we zorgen ervoor dat onze sociale huursector meer adem krijgt. Is de portefeuillehouder het hierover eens met de VVD? Ook zouden we graag van de wethouder willen weten of hij inzicht heeft in hoeveel statushouders we hebben en welke mogelijkheden hij ziet in deze vorm voor grootschalige huisvesting.

Zo zorgen we ervoor dat onze gemeente goed blijft en maken we hem nog beter waar mogelijk. Tot zover. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De heer Spierings heeft het de hele tijd over kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten, die hij ook wil inzetten voor statushouders. Maar waarom spreekt hij over huisvesting? Ze mogen er immers niet wonen, ze mogen er alleen verblijven voor maximaal een halfjaar. Dat gaat dan niet over statushouders, maar naar mijn idee spreekt u ten onrechte over kwalitatief goede huisvesting. De heer Spierings: Mijnheer Van Groos, ik denk dat wij het nooit eens worden over huisvesting en wonen of verblijven. Dat is ook helemaal niet de doelstelling. Wij zien dat we op dit moment goede alternatieven bieden voor arbeidsmigranten, beter dan de illegale bewoning in de stad. Wij dachten zo mensen de kans te geven het azc te verlaten. Het is er nog niet en daarom willen we erover nadenken of het een mogelijkheid is zoiets te creëren voor statushouders als tussenstap, voor ze naar een sociale woning gaan. In dat geval kun je ook voor de mensen die zelf een woning nodig hebben wat meer rust in de markt krijgen. En zo kun je stapjes maken waarmee de statushouders een beter leven krijgen, doordat voor hen een soortgelijke woonunit is gecreëerd. Wij verschillen daarover van mening.

U wilt ze liever hier in het dorp hebben en wij hebben de arbeidsmigranten liever op het werk. Hoe dat met statushouders zou moeten zijn, weet ik niet. Het Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

46

is maar een gedachtegang om daarover bij het college eventueel eens een balletje op te gooien. De heer Van Groos: Ik zou aan de heer Spierings willen vragen of hij een soortgelijke huisvesting, om in uw termen te blijven, ook voor zich ziet voor de mensen die al jaren op de wachtlijst staan. Dus de jongeren die niets hebben. Is het een idee om hen ook op bedrijventerreinen onder te brengen, want dan hebben ze in ieder geval een dak boven hun hoofd en kunnen ze daarna doorgroeien naar een sociale woning. De heer Spierings: U moet mij niet verkeerd framen. Ik heb gezegd dat het prettig is dat arbeidsmigranten op het werk wonen en voor statushouders of starters is dat een heel ander verhaal. Ik zei al dat het er niet is en dat het slechts een gedachtegang is. Tien jaar geleden hadden we ook niets voor de arbeidsmigranten. Toen heb ik gezegd dat we eens moesten nadenken over hoe we dat goed moeten regelen. Daar hebben we nu het resultaat van en wellicht kunnen wij hier in Waalwijk ook de eerste stappen van Nederland zetten om de azc’s eens te ontlasten, want u moet het toch met me eens zijn dat dit geen goede plek is voor dit soort mensen, van wie we hebben besloten dat ze hier mogen blijven. Ik heb het niet over mensen zonder status, want daar gaat de regering nog iets aan doen. Die moeten we zo snel mogelijk kwijt, als het kan tenminste, en niet aan oorlogsgebieden.

We weten het allemaal. De heer Ottens: Toch even in het vervolg van de vraag van de heer Van Groos. Volgens mij bestaat er geen verschil in inzicht als het gaat om verblijf of huisvesting aan de noordzijde, want het bestemmingsplan geeft verblijf aan. Dat is ook de enige titel waarop dat mogelijk is, dus het is geen huisvesting en daar kunnen we niet van mening over verschillen. De grootschalige huisvesting aan de noordzijde wordt allemaal geëxploiteerd in het kader van werk, vaak ook contracten via uitzendbureaus en de uitzendbureaus regelen het. Hoe denkt u daar dan invloed op te kunnen uitoefenen? De derde vraag is hoeveel ruimte er überhaupt is in de grootschalige huisvesting om op een fatsoenlijke manier statushouders tegemoet te komen. Dat waren mijn vragen, zonder te framen. De heer Spierings: Dat is een heel legitieme vraag. Ik heb er zelf ook over nagedacht, want inderdaad is het met arbeidsmigranten zo dat er partijen zijn die het financieren. Er moet ook huur betaald worden. Dat is bij statushouders natuurlijk andere koek. Ook daar moet nagedacht worden, alhoewel ik de laatste weken werk gerelateerd wel meemaak dat het COA ontzettend veel geld uitgeeft aan de snelle opvang van mensen. Wellicht zouden we dus via COA of via de overheid een soort financiering kunnen vinden om dit te bewerkstelligen.

Dan zit ik eigenlijk een beetje te denken aan het idee dat we ooit hebben gehad op het RWB-terrein, toen we een ondernemer hadden gevonden die daar een unit wilde neerzetten voor opvang. Als die opvang vertrokken was, konden we die unit inzetten voor arbeidsmigranten. Dat is toen niet doorgegaan en het gebouw is meteen door arbeidsmigranten in gebruik genomen. Over dat soort aspecten zou je kunnen nadenken om zoiets te bewerkstelligen. Ik heb de wijsheid niet in pacht, het is slechts een gedachtegang. Het financieren is wel een probleem ten opzichte van de huidige situatie, dat klopt. De voorzitter: Dank u. U geeft een gedachtegang over statushouders mee bij de beleidsnotitie arbeidsmigranten. Dit balletje gooit u op en ik wil vragen of de heer Bögemann en mevrouw IJpelaar nog willen reageren op de bijdrage van de heer Spierings. Het woord is aan de heer Bögemann. De heer Bögemann: Een opmerking en een vraag voor de heer Spierings. Wij hebben een paar jaar geleden natuurlijk allemaal een rondleiding gehad op de campus op het Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

47

RWB-terrein dus we weten allemaal hoe dat eruitziet. Ik heb zelf in het verleden voor het COA gewerkt dus ik weet toevallig ook hoe de azc’s eruitzien. Ik kan u in ieder geval vertellen dat die twee plekken totaal niet met elkaar te vergelijken zijn en dat de statushouders erop achteruit zouden gaan als ze op zo’n plek als de campus hier in Waalwijk geplaatst zouden worden ten opzichte van het azc. Ik zie u fronsen en dat geeft alleen maar aan dat u eigenlijk niet goed weet waar u het nu net over gehad heeft. Dat kan ik u niet kwalijk nemen als u niet bij het COA gewerkt heeft, maar dat terzijde. De vraag die ik voor u heb, is de volgende. Ik zou graag van u willen weten hoe u denkt dat het bijdraagt aan de integratie, als we een grotere groep statushouders op deze manier zouden huisvesten. De heer Spierings: Mijn frons komt door het feit dat er gesproken wordt vanuit de aanname dat ik iets niet weet. Dat kunt u niet beoordelen, denk ik, en daar ga ik verder ook niet over in discussie. Hoe dat eruit zou zien, zou ik ook niet weten. Het is gewoon een gedachtegang als tussenstap van mensen vanuit een azc overbrengen naar een tijdelijke bewoning, voordat ze naar sociale woningbouw in de stad of in het dorp gaan, zodat we ook aandacht kunnen geven aan onze starters, onze eigen inwoners die ook met allerlei problemen rondlopen en vaak zes tot tien jaar moeten wachten op een woning.

Niet meer en niet minder. De voorzitter: U valt in herhaling. U heeft uw ideeën geopperd en ik wil nu weer proberen terug te gaan naar de beleidsnotitie arbeidsmigranten en de behandeling daarvan. Het woord is aan mevrouw IJpelaar in reactie op de heer Spierings. Mevrouw IJpelaar: Mijnheer Spierings, mooi om te horen dat u nu eens uw barre sociale hart laat zien voor de arbeidsmigranten en statushouders, maar ik hoor u twee keer zeggen “dat soort mensen”. Dat vind ik jammer dus ik vraag me af of dat een verspreking is en zo nee wat u daarmee bedoelt. De heer Spierings: Sorry, mevrouw IJpelaar, het is precies hoe u het verwoordt. “Dat soort mensen” is geen goede benaming, sorry daarvoor. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter. Gisteren kwam ik een bekend busje tegen waar deze slogan opstond: “We take care of our people”. Ik dacht bij mezelf: nou, ik zorg als raadslid ook voor “our Waalwijkse people”, in woord en daad. En over de daad van deze slogan wil ik het even hebben. In de beantwoording van onze eerste vraag proef ik namelijk het een nogal passieve opstelling. Het college neemt genoegen met de toezegging van de uitzendbureaus dat er aandacht is voor de begeleiding. Hoe vertaalt u die aandacht? Dit is mij nog steeds niet duidelijk, ook al hebben wij het hier al tig keer over gehad.

Welke informatie wordt er aan arbeidsmigranten gegeven over huisvesting en zorg? Ik heb het even over de Spaanstaligen die ik af en toe tegenkom in de supermarkt of op straat. Als ze hardop vragen stellen omdat ze er niet uit komen, zeg ik dat ik Spaans spreek en ze wil helpen. Communicatie leidt dan vaak tot informatie. Wanneer de arbeidsmigrant een basisverzekering heeft afgesloten, moet hij terecht kunnen bij de huisarts of tandarts waarmee de ziektekostenverzekering een contract heeft afgesloten. Waar betaalt hij anders zijn premie voor? Tot slot. Dit verhaal over arbeidsmigranten is het gevolg van de economieverslaving van ons allen en zeker van bedrijven. Bedrijven zijn verantwoordelijk voor deze groep, niet de gemeente of andere organisaties. Daarom vindt Lijst IJpelaar dat er een vergunningensysteem moet komen. Wil je een arbeidsmigrant voor je laten werken, dan moet je eerst alles voor zo’n gast regelen. Huisvesting, medische zorg, et cetera. Pas als je aan Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

48

die voorwaarden hebt voldaan, mag er eentje voor je komen werken. Nu worden wij telkens opgezadeld met de problemen die deze economieverslaving met zich meebrengt. Wat vindt u van de denkwijze van Lijst IJpelaar? Ik ben er zeer benieuwd naar. Mevrouw De Jongste: Voorzitter. Voor ons ligt de beleidsnotitie arbeidsmigranten. Samen Waalwijk maakt zich nog steeds zorgen om de arbeidsmigranten en hun welzijn. We zien de notitie als een goede aanzet. We zijn ook blij dat ketenpartners hierbij betrokken zijn. Maar we missen in het vervolg de arbeidsmigranten zelf. Terwijl het om hun positie gaat, die nog steeds zorgelijk is. Op welke manier dan ook, of het nu gaat om huisvesting, gezondheid of meedoen. Aan inzet van diverse ketenpartners ontbreekt het niet altijd, maar wel aan de samenwerking met onze inwoners in de buurt of op straat. Waar de arbeidsmigranten gehuisvest zijn en de verbindingen met onze inwoners moeten maken. Vaak zijn dat drie of vier woningen dicht bij elkaar, wat tot overlast leidt of kan leiden. In enkele wijken wordt een groot beroep gedaan op de tolerantie van de buurtbewoners. Mochten arbeidsmigranten al huurwoningen of koopwoningen vinden, moet ook gelijk de integratie duidelijk worden meegenomen. En daar ontbreekt het vaak aan. Er wordt niet gekeken naar spreiding binnen de hele gemeente Waalwijk. Het bovenstaande roept dan ook vragen op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11001210/1