Verslag Debat & Besluit 10-06-21 en vervolg 15-06-21
Tekst van het document
NOTULEN van de openbare vergadering van de raad der gemeente Waalwijk, gehouden op 10 juni 2021 en vervolgd op 15 juni 2021 Voorzitter: Voorzitter:
de heer A.M.P. Kleijngeld, burgemeester de heer A.M.P. Kleijngeld, burgemeester
Griffier a.i.: Plv. griffier:
de heer A.W.J.M. Cornelissen mevrouw J.W.M. Louer
Aanwezig zijn de leden:
de heer J.M. van Baardwijk de heer B.C. Bögemann (afwezig op 10 juni) mevrouw F.I.H.M. de Bruijn de heer J.G. van Dinther (afwezig op 10 en 15 juni) de heer R.H.M. Frodyma de heer J. van Groos de heer A.A. van Hamond mevrouw E.Y. IJpelaar-Alias mevrouw E.A. de Jongste-Van Heijst de heer D. Klapwijk mevrouw I.C. Klerks (afwezig op 15 juni) de heer T.A.B. Klerx de heer C.M.A. Kuijten de heer W.C.P.B. Lodenstijn de heer J.H.M. van den Meerendonk de heer L. Ottens mevrouw A.L. Pouw mevrouw C.G.W.M.C. Schuijffel de heer G.M.J. Slaats de heer T.F.J.H. Spierings (afwezig op 10 juni) de heer R.J.M. Spohr de heer R.A.A. Tiemstra de heer J.M.M. van Tuyl mevrouw A.J.A.M. van den Udenhout (afwezig op 10 en 15 juni) de heer J.M.C. de Vaan de heer M. van der Weijden de heer D.L.G.C. Zijlmans (vanaf agendapunt 6 op 10 juni) de heer H.J. van Zelst (vanaf agendapunt 6 op 10 juni)
Tevens aanwezig:
de heer R. Bakker, wethouder de heer H.A.W.M. Daandels, wethouder de heer M.J.C. van den Hoven, wethouder mevrouw R. Odabasi-Seker, wethouder
Notulen:
mevrouw I.C. Wendt-Kok (Notuleerservice Nederland)
1.
Opening
De vergadering wordt geopend om 19.30 uur. De voorzitter: Laten wij ons vanuit onze eigen visie of geloofsovertuiging bij het begin van deze raadsvergadering bezinnen op onze gemeenschappelijke opdracht en verantwoordelijkheid om deze gemeente te besturen. 2.
Mededelingen
De voorzitter: Welkom aan iedereen. De presentielijst is getekend. Ik heb afmeldingen ontvangen van mevrouw Van den Udenhout, de heer Van Dinther, de heer Bögemann, de heer Spierings. In geval van hoofdelijke stemming zal nr. 4, maar dat is de heer Van Dinther die niet aanwezig is als eerste zijn stem uitbrengen. Omdat hij niet aanwezig is, wordt dit de heer Van Hamond. Om 19.00 uur het bik 4.500 handtekeningen mogen ontvangen ter ondersteuning van een petitie die, kort samengevat, aandacht van u vraagt voor Tavenu. Ik zal de inhoud van de petitie ter kennisgeving aan het college en de raad doen toekomen. De set handtekeningen zelf is inmiddels in bezit van de griffier. 3.
Vaststelling agenda
De voorzitter: Ik heb een aankondiging voor twee moties vreemd aan de orde. Een motie van SGP, Lijst De Jongste en PvdA over de voorgenomen beëindiging van de subsidierelatie Stichting Jongerenwerk Waalwijk. De heer Ottens zal de motie toelichten en verzoekt om verlenging van de pitchtijd tot zes minuten. De andere motie is van LokaalBelang en D66 en gaat over de toekomst van Waalwijk. De heer Klerx zal die toelichten. Ik stel voor om beide moties aan het einde van het debatgedeelte te behandelen. Ik heb verder het verzoek van de ChristenUnie voor verlenging van de pitchtijd tot maximaal vijf minuten bij agendapunt 16, beleidskader inburgering. Ik stel voor om met deze opmerkingen de agenda vast te stellen. Bent u het daarmee eens, of hebt u nog een opmerking? Dat laatste is het geval. De heer Tiemstra heeft het woord. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. Het zou kunnen dat agendapunt 15, gebiedsspecifiek beleid PFAS wat extra discussie vraagt. Het is al wat later op de avond dat het onderwerp aan de orde komt. Ik zou willen voorstellen om het iets naar voren te halen op de agenda. De voorzitter: Ik heb gelezen dat u dit aan de agendacommissie heeft gevraagd. Ik heb er geen antwoord op gehoord, dus moet ik er spontaan op reageren. Het lijkt mij dat de inhoud, de ernst en de zwaarte van de vergadering niet mag afhangen van de vraag of het agendapunt 1, 15 of 20 is.
Ik stel voor om geen uitzondering te maken. Er is door de griffie bewust gekozen om deze volgorde te hanteren. Ik vind er weinig aanleiding toe om te zeggen dat het anders moet. We moeten nu gaan kijken of de raad het met mij eens is of niet. Als u het ermee oneens bent en dat het onderwerp toch naar voren moet,
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
2
moet u dat even laten zien door middel van een digitaal handje. Ik zie dat er geen handjes worden opgestoken, dus we laten de agenda zoals hij is. De agenda wordt met deze wijzigingen en aanvullingen vastgesteld. 4.
Vragenronde
Er zijn geen vragen. 5.
Toelating tijdelijk benoemd raadslid
De voorzitter: De context is opvallend. Op grond van de Kieswet heb ik als voorzitter van de raad het zieke raadslid Van Bavel voor de tweede keer op zijn verzoek tijdelijk ontslag verleend als lid van de raad voor een periode van 16 weken. Dat gaat dus met periodes van 16 weken. Aan een raadslid kan in een bestuursperiode drie keer zo’n tijdelijk ontslag worden verleend. Dan ontstaat er een vacature in de raad. De voorzitter van het centraal stembureau heeft de heer Zijlmans tijdelijk benoemd als raadslid voor de periode van 2 juni tot en met 21 september. U neemt nu een besluit om die toelating te verlengen, gelijklopend met het ziekteproces van de heer Van Bavel. Verder kijkend in de toekomst zou het eventueel zo kunnen zijn, afhankelijk van de gezondheid van de heer Van Bavel, dat we dit nog een keer moeten overdoen. Het betekent wel dat ik het formeel moet doen en dat de heer Zijlmans de verklaring en belofte gaat afleggen, zoals hij dat 16 weken geleden ook heeft gedaan. Misschien kent hij de tekst die hij als antwoord geeft, al van buiten. "Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.” De heer Zijlmans: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dank u wel, u kunt deelnemen aan de vergadering. De heer Van Zelst neemt inmiddels ook deel aan de vergadering.
Debat 6.
(R5.10-21) Baanbrekers jaarrekening 2020 en begroting 2022
Dit agendapunt is een A-stuk geworden. 7.
(5.14-21) Omgevingsdienst OMWB jaarrekening 2020 en begroting 2022
De heer Klapwijk: Voorzitter. Deze pitch had ook bij de jaarstukken van een van de andere verbonden partijen gekund. Hij gaat niet specifiek over de Omgevingsdienst. Deze maand kijken we naar de jaarstukken van verbonden partijen. De manier waarop we deze behandelen, doet wat onze fractie betreft geen recht aan de inhoud ervan. In één vergadering willen we ons verdiepen in wat zich in een jaar heeft afgespeeld binnen de
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
3
Veiligheidsregio, de Omgevingsdienst, het Streekarchief, Baanbrekers, de GGD en ik vergeet er nog een. Uit oogpunt van onze controlerende en kader stellende taak is dat niet goed. Kunnen we alle financiële informatie die op hetzelfde moment wordt aangeboden, doorgeworsteld krijgen? En als dat lukt, kunnen we dan met een overvolle agenda er ook nog een inhoudelijk zinvol gesprek over voeren? Naast de financiële informatie is er ook nog het inhoudelijke aspect. Van de jaarstukken van de GGD en de Veiligheidsregio hebben we allemaal een Apunt gemaakt, alsof er geen COVID-19 was. Dat is niet echt een bevredigende situatie. Onze fractie wil twee suggesties doen om dit in de toekomst te verbeteren. Een. Kijk eens naar de methode-Duijsenberg. Daarin nemen twee raadsleden, een uit de coalitie en een uit de oppositie, de jaarstukken van een van de verbonden partijen door aan de hand van een zestal vragen. Ze bespreken hun opmerkingen en presenteren deze aan de raad. Op basis daarvan kunnen we het gesprek aangaan met het college. Twee. Een tweede suggestie is om op verschillende momenten in het jaar ons te laten bijpraten over en door de verbonden partijen. Met Baanbrekers doen we dat in zekere zin al. Het hoeft geen avondvullend programma te zijn over bijvoorbeeld het Streekarchief, hoewel een werkbezoek daar zeker de moeite waard is.
Tijdens zo’n bijeenkomst kun je de belangrijkste ontwikkelingen met elkaar delen. Dat zal misschien niet het moment zijn om een zienswijze in te dienen, maar we kunnen wel de portefeuillehouder een richting meegeven. Binnenkort gaat de Werkgroep Verbonden partijen van start. Deze kijkt vooral naar hoe wij aanbevelingen van de Rekenkamer over Parkmanagement gaan verwerken. We kunnen ook breder kijken hoe we met verbonden partijen omgaan. We nodigen u graag uit om samen met ons hierover na te denken. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Ik heb maar een heel korte bijdrage. Het ging ons om de ontwerpbegroting OMWB 2022. Bij het voorstel zit ook een brief van de gemeente Geertruidenberg met haar zienswijze op de begroting van 2022. Daar waar Waalwijk aan OMWB vraagt om toch nog eens goed naar de uitgaven te kijken, steekt Geertruidenberg het strakker in met de vraag om 5% te bezuinigen. Dat is eigenlijk wat ruimer gesteld, maar wij vinden het niet zo gek. Als je ziet dat OMWB er slechts in slaagt om 0,5% te bezuinigen na de vorige bezuinigingsopdracht, zijn wij benieuwd hoe de portefeuillehouder tegen deze kwestie aankijkt. Zou Waalwijk ook niet wat scherper in deze kwestie willen zitten? Beantwoording college Burgemeester Kleijngeld: Voor de beantwoording van de tweede vraag gaan we zo meteen naar wethouder Daandels.
Ik zou zelf graag willen reageren op de suggestie van de heer Klapwijk namens het CDA. In feite gooit u de opmerking in de groep dat u eigenlijk wel wat meer aandacht zou willen hebben voor het belang van verbonden partijen in het algemeen en soms misschien heel specifiek. Jullie gaan hierover praten, begreep ik zoeven. Het lijkt mij dat het nu geagendeerd is en dat het opgepakt wordt. Op het moment dat u bij in werkgroepverband of als fractievoorzitters elkaar zit, kunt u de griffie vragen welke ideeën en mogelijkheden er zijn om in het algemeen meer aandacht vanuit de raad te hebben voor verbonden partijen. Het zal altijd zo zijn dat de ene partij heel veel aandacht vergt en de ander wat minder. Jeugdzorg Hart van Brabant is iets heel anders dan het archief in Heusden. Dat moeten we op dat moment maar zien. Ik zou aan u allen willen voorstellen om die suggestie op te pakken. De uitdaging van de heer Klapwijk en de vorm bespreken we dan later. Wethouder Daandels: Ik beantwoord de vraag van D66 over de bezuinigingsopgave. Het voorstel van Geertruidenberg was 5%. Ik noem dat de kaasschaafmethode. We hebben binnen de Omgevingsdienst met verschillende betrokken gemeenten besproken over Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
4
bezuinigingsopgaves in de meest brede zin. Dat doen we overigens elk jaar. Als we kijken naar de inhoud van de Omgevingsdienst en naar het voorliggende voorstel, kan ik concluderen dat vanuit Waalwijk het signaal wordt gegeven dat we op de goede weg zijn. We vinden echt dat de dienst heel kritisch is op zijn uitgaven. We hebben helaas wat uitgaven niet kunnen realiseren doordat de laatste jaren taakstellingen zijn doorgeschoven. Dat heeft u gezien. Corona heeft daar natuurlijk ook effect op gehad. Bij ons speelt met name dat de bezuinigingsopgave van 5% wat Waalwijk betreft niet de eerste optie zou zijn. Wij hebben binnen de Omgevingsdienst geconcludeerd dat wij met een betere afstemming, bijvoorbeeld van onze computersystemen, al efficiëntievoordeel moeten kunnen halen. We hebben ook geconstateerd dat de Omgevingswet nog heel veel onzekere factoren in zich heeft, zoals het stikstofbeleid en andere zaken. Dat maakt het best moeilijk. Ik ben geen voorstander van trap op, trap af. Dat is niet vanuit de systematiek die we met elkaar kennen, maar vanuit de systematiek van het jojo-effect: één keer 5% bezuinigen en over een halfjaar weer concluderen dat we moeten opplussen. Wij zijn kritisch. De Omgevingsdienst vervult zijn rol vrij goed, moet ik zeggen als portefeuillehouder. Op dit moment ben ik geen voorstander van 5% bezuiniging door te voeren, volgens de kaasschaafmethode.
Tweede termijn Mevrouw Schuijffel: Ik begrijp het antwoord van de heer Daandels. Dat is verder geen probleem. Maar ik zag in de stukken staan dat er 6,5 ton is bezuinigd en voor 4,5 ton nieuwe uitgaven zijn gedaan. Daar krijg je een beetje rare indruk van. Ik snap wat de heer Daandels zegt. Er zijn nog heel veel onzekerheden en wij zijn niet van de kaasschaaf; we maken liever goede keuzes. Hoe kijkt hij aan tegen 6,5 ton bezuinigen en voor 4,5 ton nieuwe dingen bedenken? Daar zou ik graag nog even een reactie op willen hebben. Wethouder Daandels: Ik ben heel blij met de betrokkenheid van mevrouw Schuijffel. Natuurlijk kunnen wij op bepaalde punten efficiënter werken. Daar zou je kunnen bezuinigen. Ik denk aan de Omgevingswet en de computers die we op elkaar afstemmen in het kader van ICT. Ik denk ook aan een efficiëntere en meer uniforme afstemming van de communicatie. Ik denk dat daar ook heel veel pluspunten zitten. Natuurlijk ziet u de plussen en minnen in de begroting. We hebben inmiddels een nieuwe voorzitter bij de Omgevingsdienst. Ik heb inmiddels afgesproken om op niet al te lange termijn de raad een keer bij te praten. Dat moet ik nog in overleg met de gemeenteraad vormgeven. Dit zijn goede gelegenheden om op dit soort onderwerpen nader in te gaan. Ik denk dat het daar vanavond te kort voor is.
We kunnen op dat moment alle ins en outs van de Omgevingsdienst bespreken en kennismaken met de nieuwe directeur. Als u mij toestaat, ga ik dat na de zomer, in overleg met de griffie, een keer plannen voor de gemeenteraad. Dan kunnen we er wat nader op ingaan. Ik weet niet of dat voor dit moment voldoende is. Mocht dat niet zo zijn, dan ben ik bereid om zo meteen nog een toelichting te geven. Ik ben echter bang dat de voorzitter streng zal opereren en mij geen derde termijn geeft. De voorzitter: Daar hoopt u gewoon op! Mevrouw Schuijffel: Ik ben al blij met de toezegging. Dank u wel. De voorzitter: Die toezegging is genoteerd. Het gaat ook goed in de richting van de suggestie van de heer Klapwijk, dus u komt er mooi uit. 8.
(5.11-21) Hart van Brabant/ROM jaarrekening 2020 en begroting 2022
De voorzitter: Er is een amendement ingediend door een aantal partijen. Ik geef als eerste het woord aan LokaalBelang.
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
5
De heer Klerx: Dank u wel, voorzitter. In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld kennis te nemen van het jaarrapport 2020 en de ontwerpbegroting 2022 van de regio Hart van Brabant/ROM. Op zich hebben we daar geen moeite mee. We spreken onze waardering uit voor de verantwoording over het afgelopen jaar en kunnen ons vinden in de plannen voor het komende jaar. Desondanks vinden wij het toch noodzakelijk om op één specifiek punt in te gaan, namelijk de resultaatbestemming die wordt voorgesteld. Het voorstel is namelijk om het te bestemmen resultaat van € 549.245 toe te voegen aan de algemene reserve van de regio, ten behoeve van de begroting 2021. Vanwege de gevolgen van de coronacrisis is het te begrijpen dat een aantal verplichtingen nog niet tot financiële afronding zijn gekomen in 2020. Daarbij gaat het om een bedrag van € 326.584. De overheveling echter van € 222.661 ten behoeve van de extra uitbreiding van de begroting 2021 is in onze echter niet passend, omdat hiermee geen recht wordt gedaan aan het budgetrecht en de kader stellende rol van de gemeenteraden. Het positieve resultaat, in ieder geval de € 222.661, kan beter naar rato terugvloeien naar iedere gemeente. Dat is in lijn met het voorstel van de regio, om dat vanaf volgend jaar voortaan altijd te doen.
Vanaf dan zal het jaarrekeningresultaat namelijk in de reserve worden gestopt of naar rato worden teruggegeven aan de deelnemende gemeenten. Er wordt dus geen resultaatbestemming meer voorgesteld. Op deze manier de begroting van 2021 uitbreiden, zonder dat de raden hierin zijn betrokken, vinden wij op z’n zachtst gezegd niet chic. Het amendement gaat ons vooral om het signaal richting het algemeen bestuur en niet zozeer om het financieel voordeel voor iedere gemeente. Dat is namelijk vrij beperkt. Daarom dient de fractie van LokaalBelang, mede namens GroenLinksaf, het CDA, D66, SGP, Lijst De Jongste, ChristenUnie, Lijst IJpelaar, PvdA en Lijst Pouw een amendement in. Helaas niet gesteund door de VVD, maar ik hoop dat we die fractie vanavond nog meekrijgen. Ik zou zeggen: VVD, doe mee! Tot zover. AMENDEMENT 1: Resultaatbestemming jaarrapport 2020 De raad, gezien het voorstel van het college d.d.
11 mei 2021, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • het concept jaarrapport Regio Hart van Brabant 2020 exclusief jeugd een positief resultaat laat zien van € 549.245; • in het bovengenoemde jaarrapport wordt voorgesteld aan het algemeen bestuur van de regio het te bestemmen resultaat toe te voegen aan de algemene reserve ten behoeve van de begroting 2021; overwegende dat: • vanwege de gevolgen van de coronacrisis het te begrijpen is dat een aantal verplichtingen nog niet tot financiële afronding zijn gekomen in 2020, waarbij het gaat om een bedrag van € 326.584; • de overheveling van € 222.661 ten behoeve van de extra uitbreiding van de begroting van 2021 niet passend is, omdat hiermee geen recht wordt gedaan aan het budgetrecht en de kaderstellende rol van de gemeenteraden; • het positieve resultaat beter naar rato kan terugvloeien naar iedere gemeente in lijn met het voorstel van het Dagelijks Bestuur om dat vanaf volgend jaar voortaan altijd te doen; Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
6
• samenwerking geen doel op zich mag zijn, maar dat regionale samenwerking voor alle partijen aantoonbare toegevoegde waarde moet hebben, waardoor het belangrijk en wenselijk is dat we nadrukkelijk(er) bepalen op welke thema’s of uitdagingen we samenwerking nastreven en dat we hierin duidelijke prioriteiten en financiële kaders stellen. besluit: het concept-besluit te wijzigen in die zin dat daaraan wordt toegevoegd: “3. Bij het AB van de Regio Hart van Brabant als zienswijze in te dienen dat het te bestemmen resultaat 2020 niet volledig dient te worden toegevoegd aan de algemene reserve van de regio, maar dat € 222.661,- naar rato terug dient te vloeien naar de deelnemende gemeenten.” Mevrouw Klerks: Ik heb wat vragen over het amendement die ik aan de portefeuillehouder wil stellen. Wij snappen het uitgangspunt van het amendement. We zijn het er ook wel mee eens dat het chic zou zijn om het geld terug te geven. We hebben echter een paar vragen. De jaarrekening staat niet open voor zienswijzen, dus volgens mij gaan we als gemeente Waalwijk iets doen wat niet kan. Wat denkt u dat de gevolgen daarvan zijn in de regio? Gaat u dit zelf doen of is het een taak voor de nieuwe burgemeester? Als het de nieuwe burgemeester betreft, wat betekent het dan voor haar landing in de regio? Inhoudelijk zijn we het er dus mee eens, maar we hebben wat vragen over de zaken eromheen.
Ik had ze ook kunnen vragen als iedereen zijn betoog heeft gehouden, maar nu weet u alvast welke vragen u moet beantwoorden, zodat de heer Klerx misschien zijn zin krijgt. De voorzitter: De gevolgen voor de regio en de vraag of ik dat doe. Dat zou ik moeten checken, dus daar kom ik straks op terug. En mag dit wel? Dat was de tweede vraag. Oké. Ik geef het woord aan Lijst De Jongste/PvdA. De heer Klerx: Voorzitter, mag ik nog reageren op mevrouw Klerks, of was dit echt de bijdrage van de VVD? De voorzitter: Daar zat ik ook een klein beetje over te twijfelen. Maar goed, het waren vragen naar aanleiding van het amendement dat u heeft ingediend. Ik wil in mijn laatste vergadering maar eens soepel zijn en laten zien dat ik gewoon eraan toe ben om opa te worden. Nu ben ik soepel en het loopt gelijk uit de hand. De heer Klerx, u krijgt het woord. De heer Klerx: Ik vind het prima, voorzitter. Ik begrijp uw opawens, maar dat zult u op een andere manier moeten regelen. De heer Ottens: Voorzitter. De heer Klerx heeft uitstekend verwoord waarom wij het amendement mede-indienen. Van ons geen inhoudelijke bijdrage, maar wij zouden het wel chic vinden als u dit nog in de regio aankaart, voordat u opa wordt. De heer Van Groos: Voorzitter.
De gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant en in het kielzog Midpoint Brabant is voor de betrokken gemeenteraden helaas in een groot aantal gevallen een black box. Onze bestuurders zijn met van alles en nog wat bezig, maar de gemeenteraden die erover gaan, weten van niets en hebben er dus feitelijk niets over te zeggen. Aan de bijdrage voor deze regeling Hart van Brabant is die van Midpoint gekoppeld. Grote bedragen worden uitgegeven, maar het bestuur van Midpoint vindt het niet nodig om daarvan tijdig verantwoording af te leggen, laat staan dat de raden iets over de begroting te Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
7
zeggen hebben. Midpoint is wel nadrukkelijk betrokken bij de gesprekken over een verstedelijkingsakkoord en over allerlei andere zaken. Een akkoord waarover wethouder Daandels al sinds november meepraat in de stuurgroep, maar waarover de gemeenteraad pas een halfjaar later, eind april, is geïnformeerd tijdens een besloten bijeenkomst. De bestuurders van Hart van Brabant/Midpoint geven de indruk dat ze niet zitten te wachten op de gerechtvaardigde inspraak door de gemeenteraden, omdat ze zelf weten wat het beste is voor de regio. Dit wordt geïllustreerd door het portefeuillehoudersoverleg Verkeer dat bepaalt dat de gemeente Waalwijk een ander mobiliteitsplan moet hebben, en door het algemeen bestuur, dat meent het recht te hebben om gaande de rit de begroting voor 2021 aan te passen. Daarmee tonen deze bestuurders aan niets te hebben begrepen van de hele discussie over governance. Het is een optie om een oproep te doen uitgaan voor een verenigde vergadering, om een motie tegen het bestuur in te brengen. Vooralsnog houden wij het bij steun voor het amendement dat door LokaalBelang, mede namens onze fractie, is ingediend. Tot zover in eerste termijn. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. Wij hebben laatst gesproken met de gemeenteraad. Er zal op korte termijn weer een bestuurdersbrief komen.
Een halfjaar geleden heeft in het kader van de verstedelijkingsakkoorden die de minister heeft uitgezet een overleg plaatsgevonden. Inmiddels heb ik een keer of vier aan zo’n stuurgroepoverleg deelgenomen, om te kijken wat het ook voor Waalwijk kan betekenen. We hebben er in de gemeenteraad ook al een keer over gesproken. Ik zal binnenkort een nadere toelichting geven. Het is dus niet zo dat wij al een halfjaar heel intensief allerlei zaken aan het bespreken zijn, zonder dat de gemeenteraad ervan op de hoogte is. We hebben het bestaande beleid neergezet, we hebben de visie van Waalwijk als stad met groeipotentie neergezet, maar nog wel in die context dat we met de gemeenteraad nog de kaders daarvoor moeten vaststellen. Het verstedelijkingsakkoord zal in 2022 richting de minister vormgegeven moeten worden. Het is zaak om aan te sluiten bij de regio, omdat je gezamenlijk optrekt. Ik heb daarom aangegeven dat ik graag aan de stuurgroep deelneem. De deelnemende gemeenten zijn twee keer bij elkaar geweest om erover te spreken. Het is dus niet zo dat wij intensief en uitvoerig daarover spreken. Ik denk dat de raad in eerste instantie het aangewezen orgaan is om de kaders ervoor vast te leggen. Ik denk dat het overigens heel veel kansen geeft voor Waalwijk. Het is echter aan de raad om dat verder te beoordelen.
Burgemeester Kleijngeld: Mevrouw Klerks vroeg: kan het eigenlijk wel? Formeel mag je namelijk geen zienswijze indienen op de jaarrekening. We hebben het daarover gehad in het college. Even een zienswijze indienen wil zeggen dat je een reactie geeft. In een vrije, liberale maatschappij lijkt mij dat je dat ook vrij algemeen en niet te formeel mag benaderen. Je kunt nog een tweede redenering erop loslaten. Dat is dat je via de jaarrekening, waar je geen zienswijze op indient, een bedrag toevoegt aan de begroting 2022. Dan kun je een zienswijze indienen. Volgens mij kun je dus langs twee redeneringen erop uit kunnen komen. Is dit niet een enorm vervelende instap voor mijn opvolger? Het lijkt mij van niet. Je zou misschien wel mogen verwachten dat er een bepaalde mate van continuïteit zit in dit soort zaken. Als ik zie dat de gemeente Waalwijk in zijn algemeenheid altijd, in opdracht van de raad, vrij kritisch is over de regelingen, of het nu om OMWB, de Veiligheidsregio of om iets anders gaat. In die zin zal het niets vreemds zijn. Het lijkt mij dat de continuïteit van die aanpak geborgd is. Of de boodschapper nu een mooie mevrouw of een lelijke meneer is, maakt volgens mij niet zoveel uit. Tweede termijn Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
8
De heer Van Groos: Ik stel vast dat op mijn bijdrage in eerste termijn alleen een heel korte reactie is gekomen van wethouder Daandels over het verstedelijkingsakkoord. Het ging mij veel meer over governance en over het feit dat de bestuurders menen van alles te kunnen zeggen en doen, terwijl degenen die erover gaan te lang buitenspel worden gelaten. Burgemeester Kleijngeld: U heeft het in het algemeen over de rolverdeling tussen raad en college. Daar heeft elke gemeente zijn eigen aanpak voor. In het algemeen komt de kaderstelling van de raad en is de uitvoering belegd bij het college van b en w. Je moet ook uitkijken dat je niet te veel op elkaars plek gaat zitten. Dat betekent dat je kritisch moet zijn naar jezelf en naar de positie van het college. Voor het college geldt precies hetzelfde. In bredere zin kan ik daar op dit moment niets over zeggen. Het is de politiek, u dus, die uiteindelijk bepaalt of het allemaal gaat op een manier die de meerderheid bevalt of dat het op een andere manier moet. Ik blijf algemeen, want ook uw opmerkingen waren algemeen. Ik kijk nu specifiek naar de begroting van Hart van Brabant en het ROM. De heer Van Groos: U raakt de kern, maar precies op de verkeerde manier. Was het alleen maar uitvoering, dan zou ik deze opmerking niet maken. Hart van Brabant is veel meer strategisch, tactisch en beleidsvormend en -voerend bezig dan uitvoerend.
Als het alleen uitvoerend was, zou ik niet protesteren. Het gaat juist om alle andere zaken. En dat is de bevoegdheid van de raad die door de colleges wordt ingepikt. Burgemeester Kleijngeld: Volgens mij heb ik net niet veel anders willen zeggen. Je moet er een balans in zoeken. In feite raak je ook de opmerking van de heer Klapwijk. Hij zegt op een andere manier hetzelfde. Het lijkt me dat je het er niet over moet hebben bij deze begroting, maar ik maakte de opmerking in zijn algemeenheid. In feite zouden we uw opmerking ook zo kunnen zien. Ik denk dat u elkaars bondgenoten bent om te kijken op welke manier je strategisch en tactisch invulling aan kunt geven. 9.
(R5.8-21) Vaststellen bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
Het agendapunt is een A-stuk geworden. 10. (R5.1-21) Bijdrage grootste museum van Nederland Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Eén geruststelling vooraf: D66 is nog steeds voor het verstrekken van de subsidie aan de Sint Jan om ervoor te zorgen dat ons bijzondere kerkgebouw door nog meer mensen bezocht wordt en dus gezien gaat worden. Waalwijk kan met recht trots zijn op zo’n bijzonder gebouw. De reden dat wij toch een bijdrage doen, is dat wij graag een antwoord willen hebben op een eerdere vraag van de heer Van Groos waarom het resterende bedrag van € 37.777 niet uit het monumentenbudget of uit de centrumgelden gehaald kunnen worden. Wat is de reden dat het college die budgetten niet geschikt acht? We hebben een antwoord gekregen. Dat ging over de coronagelden. Daar kan ik nog volgen, maar op de rest van de vragen werd niet gereageerd. Ik zou daar graag nog een antwoord op willen hebben. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. Wethouder Van der Hoven heeft het een en ander vormgegeven en behandeld. Ik heb het nogmaals bekeken vanuit de portefeuille monumenten. We hebben geconcludeerd dat we vanuit het monumentenbeleid een subsidie hebben verstrekt. Dat was die € 15.000 die u in het voorstel hebt kunnen zien staan. Dit is echter een veelomvattender plan. Het gaat om de versterking van het centrum en het vergroten van het aantal bezoekers.
We willen het ook los zien van het religieus erfgoed, in die zin dat Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
9
we godsdienst en staat graag van elkaar gescheiden houden. We hebben daarom ook een keuze gemaakt tussen de verschillende budgetten, omdat het een veelomvattend plan is, dat veel meer is dan alleen het in stand houden van het monument. Het omvat ook traffic brengen, versterking van het centrum, de relatie met het schoenenmuseum en dat soort zaken. Vandaar dat wij een keuze hebben gemaakt. Bovendien is het budget niet altijd toereikend om het uit één potje te halen. Het zou ook niet rechtvaardig zijn, gezien de breder vorm van hetgeen voorligt. Dat is een keuze die wij hebben gemaakt. Ik hoop dat u zich daarin kunt vinden. Mevrouw Schuijffel: Waarom kan het dan niet uit de centrumgelden betaald worden? Als het inderdaad gaat over meer traffic, het trekken van toeristen zodat het centrum aantrekkelijker wordt, waarom kan het dan niet uit dat potje betaald worden? Wethouder Daandels: Volgens mij zijn de programmagelden destijds afgeschaft door de raad. Ik heb van mijn collega begrepen dat het integraal bekeken is en dat het niet uit het centrumplan betaald kan worden. Misschien kan wethouder Van den Hoven dat nog wat nader toelichten. Ik heb in ieder geval vanuit die invalshoek begrepen dat de bestemming daarvan anders waren. De voorzitter: Wil wethouder Van den Hoven nog een aanvulling geven? Wethouder Van den Hoven: Voorzitter, dat wil ik wel.
Zoals mijn collega zegt, is de werkruimte in geld bij de programma’s voor het centrum door de raad verlaagd. Dat is waarom de gelden waar mevrouw Schuijffel naar vraagt niet uit dat budget gehaald kunnen worden. Daarom is geadviseerd om het aanvullende budget uit de AR te halen. Het voorstel is afkomstig van de raad, dus het leek ons gepast om het op die manier als advies voor de financiering mee te geven. Nogmaals, het budget voor het centrum heeft onvoldoende saldo om daar het geld uit te halen. Mevrouw Schuijffel: Ik wilde nog even opmerken dat het programma niet is afgeschaft. Dat hadden wij graag gewild, maar volgens mij ging dat niet door. Maar het is een helder antwoord. Dank u wel. 11. (R5.5-21) Aanvullende garantstelling SSC’55 Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Op 28 januari heeft de raad het voorstel goedgekeurd om SSC ’55 toekomstbestendig te maken. We gaven toen onder meer akkoord op een garantstelling van € 100.000 voor het kunstgrasveld. Drie weken later blijkt SSC ’55 met een verzoek te komen voor een extra garantstelling van € 277.000. Het gat tussen een ton en bijna 4 ton is behoorlijk groot. Wij vragen ons af hoe hard raadsvoorstellen zijn als ze binnen drie weken alweer achterhaald zijn en ook nog met zo’n enorm groot verschil.
Wat gaat hier mis en wat kunnen we doen om iets vergelijkbaars in de toekomst te voorkomen? Wij willen graag een reactie hierop van de portefeuillehouder. De heer Spohr: Voorzitter. In het raadsvoorstel wordt prima weergegeven hoe vanaf januari van dit jaar de afspraken en de vervolgstappen zijn genomen voor het toekomstbestendig maken van het sportpark van SSC ’55. Om verder te gaan, heeft het college op verzoek van het CDA toegezegd om een aantal afspraken met SSC te gaan maken, onder andere over het recht van opstal en de gebruikersovereenkomst. Dit is ter bescherming tegen overlast voor omliggende woningen. Daar wringt ‘m de schoen. In het voorliggende voorstel wordt ons gevraagd akkoord te gaan met een 100% borgstelling voor een externe financiering, terwijl de andere afspraken nog niet zijn gemaakt. SSC heeft straks zijn financiering die de CDA-fractie SSC overigens van harte gunt, maar de andere afspraken Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
10
worden op deze manier wel wat lastiger te maken. Dit is een wijze van onderhandelen, waarbij je eerst alles weggeeft en vervolgens probeert om nog wat terug te pakken. Dat begrijpen wij niet. Wij vragen ons af welke druk er nu nog op SSC ligt om nog wat van het recht van opstal en de gebruikersovereenkomst te maken. Immers, als de financiering al binnen is, nemen we aan dat ook die financiering niet eindeloos lang kan wachten om ingezet te worden. Hoe denkt de portefeuillehouder met deze manier van werken toch nog de gewenste resultaten te maken ten aanzien van de afspraken? Had het niet andersom gemoeten? Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Voorzitter. Dank voor de vragen van D66 en CDA. Ik denk dat ik ze allemaal vrij simpel kan beantwoorden. De vraag van mevrouw Schuijffel was hoe hard raadsvoorstellen zijn. Die zijn net zo hard als de vraag van de partij die graag iets gerealiseerd ziet worden. Zo lang die vragen komen, moeten wij daarop anticiperen. U vraag wat er misgaat.
Er gaat niets mis, maar als mensen mij eind januari vragen om een garantstelling van een ton en ik heb dat raadvoorstel bij u voorgelegd en u heeft het bekrachtigd, en vervolgens komt men op 18 februari om een aanvullende garantstelling, waar wij gewoon beleid op hebben, simpelweg omdat de raad daar eerder over heeft besloten, dan zijn wij verplicht om ernaar te kijken en erover mee te denken. Volgens de regels van dat beleid hebben wij gehandeld. Wij kunnen in zo’n geval niet stellen dat we drie weken eerder al een garantstelling van € 100.000 hebben gegeven en dat men nu met een aanvullende vraag komt. Die vraag staat hen vrij; ik kan daar geen verbod op leggen. U vraagt hoe wij dat in de toekomst kunnen voorkomen. Dat kunt u alleen als raad zelf, namelijk door het beleid te wijzigen. Ik moet het met de uitvoering doen en ik kan niet anders dan naar het beleid kijken. Wij hebben dit terdege getoetst en laten toetsen. Zoals u ziet – ik ga meteen over naar de beantwoording van de vraag van het CDA – zitten er vier voorwaarden in het raadsvoorstel. Die moeten alle vier ingevuld zijn, willen wij overgaan tot deze verhoogde garantstelling. Als de eigendomsverhoudingen en de gebruikersovereenkomst niet getekend worden, zoals afgesproken, dan gaan wij niet over tot de garantstelling. Ik denk dat wij alle troeven in handen hebben.
Dat is ook de reden waarom ik dit zwart op wit in het raadsvoorstel heb toegevoegd. Ik begrijp uw zorg. We hebben zojuist een garantstelling afgegeven en daar komt doodleuk een aanvullende vraag bij die bijna drie keer zo hoog is. Ik vond dat ook vervelend, laat dat heel duidelijk zijn, maar ik moet wel handelen naar het staande beleid. Dat heb ik gedaan en ik heb alle voorwaarden die wij van belang achten voor onze gemeente om de garantstelling op de juiste manier af te geven, opgenomen in het raadsvoorstel. De heer Spohr: Als ik de heer Van den Hoven goed begrepen heb, gaan we vanavond als raad toestemming geven voor deze extra garantstelling, maar wordt deze niet verleend door het college, totdat aan alle voorwaarden wordt voldaan. De voorzitter: Daar komt de wethouder dadelijk op terug. Mevrouw Schuijffel: Het ging mij niet zozeer over het wel of niet beantwoorden van vragen en dat wat we hebben afgesproken in het beleid. Het ging mij vooral om de vraag hoe diep er wordt gekeken naar de hardheid van de onderliggende stukken als je met een partij in gesprek bent naar aanleiding van zo’n vraag. Daar ging het mij met name om. Wethouder Van den Hoven: Het antwoord op de vraag van de heer Spohr is ja. Als aan een van de voorwaarden niet wordt voldaan, vervalt de hele garantstelling. De vraag van mevrouw Schuijffel ben ik even kwijt.
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
11
Mevrouw Schuijffel: Het ging mij vooral om de hardheid. Als een vereniging met zo’n verzoek komt, in hoeverre wordt dan samen met deze partij gekeken naar de onderliggende hardheid van de stukken? Wethouder Van den Hoven: Dat vind ik op zich wel een goede vraag. We hebben in januari namelijk al gediscussieerd over de gemeentegarantie. Alleen was SSC toen in de veronderstelling dat men het met de garantstelling voor de kunstgrasvelden af zou kunnen. Dat had alles te maken met het hun onderzoek naar de externe financiering en de betrokken partijen. Op dat moment lag in theorie alles open, maar lag het niet op tafel om verder te gaan dan de garantstelling die toen is aangevraagd. Op 18 februari hebben wij een vervolggesprek gehad. Toen is voor het eerst een aanvullende gemeentegarantie geagendeerd, omdat ze toen inmiddels informatie terugkregen van partijen die eventueel voor die financiering wilden opkomen, maar wel met de aanvullende eis van een gemeentegarantie. Toen werd het pas concreet en hebben we er een paar stevige gesprekken over gevoerd, waarbij ik ook mijn verwondering heb uitgesproken. Men zegt dan: in basis hebben we altijd de breedte van de gemeentegarantie gezien en eventueel voor ogen gehad, alleen was het intern nooit besproken geweest. Pas in februari werd het concreet en zijn we er dieper op ingegaan. 12.
Initiatiefvoorstel Wijziging Kadernota grootschalige opwek duurzame energie (afstandscriterium Labbegat) De voorzitter: Het is een initiatiefvoorstel, wat betekent dat ik de initiatiefnemers het woord geef. Het voorstel komt van de fracties van LokaalBelang, VVD, CDA, D66, Lijst De Jongste/PvdA en de SGP. Het woord is als eerste aan LokaalBelang. De heer Frodyma: Voorzitter. Het komt niet vaak voor dat wij als gemeenteraad een initiatiefvoorstel indienen. De aanleiding om voor dit middel te kiezen, was het inspreken van de heer Bouwestein namens de bewoners van Labbegat, tijdens het Forum van 15 april jl. Hieruit bleek namelijk dat wij bij de vaststelling van de kadernota Grootschalige opwek duurzame energie de inwoners van het woongebied Labbegat niet dezelfde bescherming hadden geboden met betrekking tot de afstanden van hun woningen tot de windturbines, vergeleken met andere perifere woongebieden binnen de gemeente Waalwijk. Het was even de vraag hoe wij dit konden corrigeren. Er leiden immers meer wegen naar Rome. Gelukkig konden we terugvallen op de ervaring en de wijsheid van de werkgroep, waarbij de griffier ons de juiste weg heeft gewezen. Wat het lastig maakte, was vooral het feit dat hier juist de moeizame en uitgebreide kadernota Grootschalige opwek voor aangepast moest worden.
Ga daar maar eens mee aan de slag! Maar ook hier zijn we uitgekomen, waardoor we de inwoners van het woongebied Labbegat, dezelfde bescherming kunnen bieden als de rest van het stedelijk gebied van de gemeente Waalwijk, namelijk een minimale afstand van 750 meter van hun woning tot de windturbines. Hierop terugkijkend is het mooi om te zien hoe we elkaar binnen de werkgroep hebben weten te vinden. Daaruit blijkt maar weer eens dat coalitie en oppositie prima met elkaar kunnen samenwerken. De omissie die in de kadernota 4.0 was geslopen, gaan we wijzigen als de meerderheid straks voor ons voorstel stemt. Ons amendement zal als nieuwe bijlage worden toegevoegd als gewijzigd bod in het kader van de REKS. In het initiatiefvoorstel heeft u kunnen lezen hoe we het gaan aanpakken. Tot zover mijn bijdrage. De voorzitter: Het initiatiefvoorstel komt van een groot aantal partijen. Ik zou de vraag willen stellen wie na de eerste inbreng nog meer het woord wenst te voeren.
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
12
De heer Slaats: Voorzitter. Ik wil er even op wijzen dat mijn digitale handjes bedoeld was om een vraag aan de heer Frodyma te stellen en niet om zelf een bijdrage te leveren. De voorzitter: Komt u maar. Ga uw gang. De heer Slaats: Mijnheer Frodyma en alle andere partijen, dank u wel voor het opstellen van dit initiatiefvoorstel. Volgens mij is het een goede zaak om ervoor te zorgen dat Labbegat dezelfde bescherming krijgt als de bebouwde kom van de gemeente Waalwijk. Dat is volgens mij het doel van dit initiatiefvoorstel. Ik wilde even bij u checken of dat klopt. U zegt dat we in het initiatiefvoorstel kunnen lezen op welke wijze dat wordt gegarandeerd. Ik zou toch graag van u willen horen of u dat iets kunt toelichten. Bij mij roept het initiatiefvoorstel nog wel een paar vragen op. Dus a. is het enige doel om Labbegat te beschermen? En b. op welke wijze wilt u dat precies gaan doen? De heer Frodyma: Het beschermen van Labbegat was de aanleiding. Daarvoor zijn we bij elkaar gekomen. Men was het bijna raadsbreed erover eens dat we dit zouden gaan regelen. Over de toelichting op het voorstel: we wijzigen eerst de bijlage door middel van een amendement, bij het onderwerp: vaststellen regio bod REKS.
We brengen een gewijzigd bod voor de REKS in, waarbij we de kaart op pagina 25 vervangen door dezelfde kaart, waarop het stedelijk gebied wordt aangegeven, volgens de interim verordening van de provincie Brabant, uitgebreid met het woongebied Labbegat en de minimale afstand van 750 meter tussen windturbines en woningen in stedelijk gebied, en 400 meter tussen windturbines en woningen in het buitengebied. Met andere woorden, als de meerderheid voor het initiatiefvoorstel stemt, gaan we straks een amendement inbrengen op het regiobod. Zo gaan we het regelen. De heer Slaats: Wij zijn ook groot voorstander van het beschermen van Labbegat. Dat is raadsbreed het geval. Wat mij persoonlijk opvalt, is dat het erop lijkt dat het initiatiefvoorstel de kaart een soort juridische status geeft. Is dat de bedoeling en wat betekent dat bijvoorbeeld voor de rest van de gebieden, buiten Labbegat? Voor ons zou het namelijk onwenselijk zijn als we de kaart een juridische status geven. Kunt u dat nog iets toelichten? De heer Frodyma: De kaart brengt alleen maar duidelijkheid. Toen we destijds de kadernota hebben vastgesteld, hebben we diverse grenzen aangegeven met betrekking tot de bebouwde kom, de afstanden van woningen tot windturbines en hoe we dat doen met het buitengebied. In de kadernota die nu voorligt, is dat echter maar op een beperkte manier gedaan. Je kunt er nog alle kanten mee uit.
Op de kaart, die inmiddels is toegevoegd op pagina 25, is ook het zoekgebied aangegeven. Om aan alle onduidelijkheid en onzekerheid een einde te maken, hebben we een vertaling gemaakt van hetgeen de raad heeft beslist en wat onze inwoners uiteindelijk ook willen. Met andere woorden, de kaart die als bijlage in de kadernota wordt opgenomen, brengt duidelijkheid en geeft precies aan wat het zoekgebied is. Niks meer en niks minder. Het brengt rust en duidelijkheid. Het laat niets over aan verwarring. De heer Slaats: Dat het enigszins duidelijkheid geeft, is volgens mij prima, dus als het een illustratie is van hoe het zou kunnen zijn. Maar ik vraag me af of de kaart juridisch bindend is, of dat we gewoon uitgaan van de regel van 750 meter buiten de bebouwde kom, plus Labbegat als beschermd gebied waar geen windmolens geplaatst mogen worden. Als dat het geval is, zou ik met het voorstel kunnen instemmen. In het dictum staat echter een verwijzing naar de bescherming van Labbegat door de kaart en dat vind ik ingewikkeld. Ik denk dat we als gemeente een risico nemen door het op die manier te doen, omdat ik moeilijk kan controleren op basis waarvan de kaart is opgesteld. Het kan zijn dat er foutjes in zitten die we niet kunnen controleren, waardoor we juridische problemen zouden kunnen Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
13
krijgen. Er zijn nog een aantal andere redenen waarom ik het ingewikkeld vind. Ik zou willen voorstellen om te kijken of we dat “door”-gedeelte eruit kunnen halen, zodat we heel helder aangeven dat de kaart illustratief is en dat we gewoon met een tekstuele verwijzing ervoor zorgen dat Labbegat wordt beschermd. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Misschien kan de heer Frodyma kort en krachtig antwoorden, want de vraag is helder. De heer Frodyma: Volgens mij is het duidelijk. De kaart brengt gewoon helderheid in alles en voorkomt juist verwarring. De voorzitter: Dat hebben we al gehoord. De vraag is of de kaart wat u betreft juridische status heeft, ja of nee. De heer Frodyma: Het kan bijdragen aan de juridische houdbaarheid. Dat zonder meer. Dit passen meerdere gemeenten in Nederland toe, zowat alle omliggende gemeenten, zoals Den Bosch, Oss, Woensdrecht, noem het maar op. Dit is wel de manier om een extra slot op de deur te hebben dat het juridisch houdbaar wordt. Ik kan me niet voorstellen dat de heer Slaats dat niet wil, maar hierdoor wordt het juist juridisch houdbaar. Het is een extra slot op de deur. De voorzitter: Ik zie allerlei anderen die ook graag een bijdrage willen leveren, maar ik denk dat dit wel redelijk fundamenteel is. Als ik luister naar wat er zo her en der gezegd wordt.
Als de heer Slaats nog één keer wil reageren, mag dat, maar ik zou wel willen vragen om eens even helder te zijn. De heer Slaats: Volgens mij ben ik vrij helder. Ik zal nog een keer proberen om een heldere reactie te geven. Het amendement wordt bijna raadsbreed gesteund en geeft aan dat we via de mer-procedure, bestemmingsplanprocedures en ruimtelijke procedures gaan zorgen voor de juridische borging van die 750 meter. Volgens mij is dat de weg die we graag zouden bewandelen en die we hebben afgesproken. Ik zou het jammer vinden als we nu toch een beetje hapsnap een kaartje amenderen, om vervolgens te denken dat we het juridisch geborgd hebben. Dat gaat te ver voor mij. Ik zou graag kijken of we tot een ander voorstel kunnen komen. Dat is een opening van mijn kant. Ik hoor graag of daar behoefte aan is. De voorzitter: De heer Slaats reageerde op de bijdrage van de heer Frodyma. Zijn er nog anderen die op het betoog van de heer Frodyma willen reageren? Dan vraag ik daarna of iemand zelf een bijdrage wil leveren. Mevrouw Schuijffel: Ik wilde melden dat ik mij achter het pleidooi van de heer Slaats schaar. Het is heel belangrijk dat we het Labbegat beschermen. Ik vraag me af of dit kaartje een extra bijdrage levert, of dat het juist extra verwarring geeft. Ik zou er in mee willen gaan om te kijken of we het op een andere manier kunnen oplossen.
Mevrouw IJpelaar: Ik had dezelfde vraag over de juridische status van de kaart. Wij zouden het jammer vinden als de mensen in het Labbegat vertrouwen op het idee dat zij straks in de bebouwde kom komen te wonen en de projectontwikkelaar dit succesvol aanvecht om zijn molens te plaatsen. Kunt u dat waarborgen, mijnheer Frodyma? De heer Frodyma: Die kaart geeft niet aan wat binnen of buiten de bebouwde kom is. Dat is juist het mooie ervan. De kaart geeft alleen maar aan wat het uiteindelijke zoekgebied is waarbinnen de windturbines kunnen worden geplaatst. Niets meer en niets minder. Met Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
14
andere woorden, het brengt alleen maar duidelijkheid. Het maakt aan alle onduidelijkheid een einde. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar, is dat genoeg? Mevrouw IJpelaar: Nee, volgens mij moet je dat echt waarborgen voor de mensen in het Labbegat. Straks komt er een projectontwikkelaar en daar heb ik mijn twijfels over. Ik luister straks nog naar de portefeuillehouder. De heer Ottens: We hebben in de eerste plaats de vorm nagevraagd bij de griffier. Daar is het advies uit gekomen om via een initiatiefvoorstel de kadernota te wijzigen. Daarbij hebben we het amendement zoals door de raad is vastgesteld, als uitgangspunt genomen. Er is juridisch advies ingewonnen over de manier waarop we dat het beste konden doen, zo mean en lean mogelijk. Je kunt ook tekstueel iets in de kadernota aanpassen. De jurist van de provincie zegt dat de kaart waarop je de afstandscriteria waarborgt afdoende bescherming biedt voor de inwoners van het Labbegat. Om die reden hebben wij ervoor gekozen om de kaart, zoals die oorspronkelijk in de kadernota was opgenomen zonder afstandscriteria, aan te passen met afstandscriteria, inclusief het Labbegat. Dat wilde ik even zeggen als toelichting, in aanvulling op wat de heer Frodyma heeft gezegd. De heer Spohr: Voorzitter. Er is al veel gezegd en ik wil voorkomen dat we in herhaling vallen.
De CDA-fractie vindt dat, gelet op het aantal woningen dat het Labbegat betreft, het terecht is dat de bewonersgroep in dit gebied uiteindelijk wordt meegenomen in de kadernota. De kadernota bevatte bij de vaststelling ervan een hiaat wat dit betreft. De bewoners moeten worden geholpen en gelukkig zijn we het daar allemaal over eens. Wij willen ook stellen dat het best vervelend is om dit te moeten vaststellen, want we zullen, als gemeentelijke organisatie en college, maar ook als raad, ook in de toekomst beter en scherper moeten kijken naar zaken die rondom grote, complexe en impactvolle onderwerpen, zoals grootschalige opwek, spelen. Dit is nog maar een van de vele fasen die dit proces nog kent. Tenslotte heeft zo’n proces voor burgers soms grote gevolgen. In dit geval is het goed dat we hiermee de bewoners van het Labbegat kunnen beschermen, maar dat moet wat ons betreft het enige doel zijn. Groter of ingewikkelder hoeft het voorstel niet te zijn. Daar moeten we het vanavond bij laten. De heer Van Groos: Voorzitter. Als er afstanden tot aan de bebouwde kom worden gehanteerd, heeft onze fractie er begrip voor dat de bewoners van het Labbegat eenzelfde positie krijgen. Wij volgen echter de argumentatie van het college ten aanzien van dit initiatiefvoorstel. Het opnemen van een kaart zorgt voor schijnduidelijkheid. De discussie ging daar net ook al over.
Daar komt nog bij dat onze fractie geen voorstander is geweest van het opnemen van afstandsgrenzen. De afstand tot huizen is een van de zaken waarop gelet moet worden bij het bepalen van de locaties voor windturbines. In onze ogen is het belangrijker om de doelstellingen voor schone energie te halen, dan allerlei voorwaarden in te bouwen. Voor het vinden van die locaties moet rekening worden gehouden met alle aspecten, teneinde tot de optimale locaties te komen. Dank u wel. Mevrouw Klerks: Ik beluister de discussie en ben blij te horen dat iedereen eigenlijk hetzelfde wil, namelijk Labbegat beschermen. Volgens mij hebben we alleen nog maar een discussie over het wel of niet opnemen van het kaartje in het initiatiefvoorstel. Ik zou daarom willen voorstellen om voor of na de reactie van de wethouder kort te schorsen om te kijken wat we daarmee gaan doen.
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
15
De voorzitter: Dat staat genoteerd. Daar kom ik straks op terug. Zijn er nog mensen die willen reageren in eerste termijn? De heer Ottens: Ik heb een vraag aan de heer Van Groos. Ik snap dat hij een andere opvatting heeft over die afstandscriteria. Wat vindt hij ervan dat het RIVM vorige week ook aan de bel heeft getrokken over afstanden van windturbines tot woningen? Dat ging met name om de volksgezondheid. Daar leven zorgen over. Het RIVM heeft het opgepakt om dit langdurig te gaan onderzoeken. In hoeverre vindt u dat volksgezondheid geen heel belangrijk aspect is, waar het gaat om de bescherming van inwoners? De heer Van Groos: Het is jammer dat de heer Ottens onze bijdrage op deze manier framet, alsof wij geen oog zouden hebben voor de volksgezondheid. Een van de redenen waarom we willen overstappen op schone energie heeft juist te maken met volksgezondheid, CO2-uitstoot, vieze lucht en noem alle ellende maar op. Dat schijnen mensen te vergeten. Het tweede is dat het gaat om een opdracht die wij hebben, waarbij we met allerlei aspecten rekening moeten houden: met horizonvervuiling, met gezondheid van mensen, met het werk van agrariërs, met Defensie en noem maar op.
Stel dat we willen komen tot het aantal windturbines dat de schone energie kan opwekken die we in Waalwijk nodig hebben en dat er daarvan eentje op een afstand van 700 meter komt, terwijl alle aspecten gewogen zijn, dan is onze fractie van mening dat dit zou moeten kunnen. Ik denk niet dat we daarmee de volksgezondheid van de Waalwijkse inwoners in de waagschaal stellen. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Zoals u weet, hebben wij de kadernota opgesteld zonder afstandsnormen. De raad heeft het voorstel geamendeerd en is gekomen met het kader van 750 meter afstand. Er is bij de eerste wijziging geen kaart opgesteld, Nu komt er een wijziging op het amendement dat de raad heeft ingediend. Dat is op zich prima, want ook wij hebben aangegeven dat we graag de inwoners van Labbegat willen beschermen en dat we hen ook die 750 meter afstand willen toekennen, zoals alle andere woningen in het gebied. Wat dat betreft is het een prima initiatiefvoorstel. Wat er verkeerd gaat, is dat er een kaartje wordt toegevoegd, waarbij het voor de afstandscriteria niet alleen om het Labbegat gaat, maar om het totale gebied. Daarbij kun je je afvragen of het een taak is van de raad om kaartjes aan te leveren, of dat de raad het college de opdracht moet geven om het uit te voeren. Als het het tweede was geweest, dan begrijp ik het.
Op dit moment wordt ons echter gevraagd om een kaart toe te voegen aan een nota, waarvan wij niet weten wat de afkomst is en waarvan wij niet weten hoe deze opgesteld is. Op basis van deze argumenten kunnen wij niet instemmen met het voorstel. Wij kunnen er wel mee instemmen als de raad ons de opdracht geeft om de kadernota aan te passen met een eigen kaart. Dat zouden we graag voor u doen. De heer Ottens: Feitelijk geeft de wethouder aan dat het niet de taak van de raad is om een kaart aan te leveren. Nee, op zich wellicht niet, maar wij hebben gewoon het amendement erbij gepakt. U heeft een kaart in de kadernota opgenomen, die ook weinig zegt omdat het een momentopname is. Wij hebben op die kaart alleen de afstandscriteria toegepast. U heeft daar een reactie op gegeven. Op onderdelen was dat terecht en daarop hebben wij het initiatiefvoorstel aangepast. Nu vind ik het erg jammer en wel erg laat om met deze reactie te komen. Ik vind het eigenlijk ook een beetje flauw om te zeggen dat het niet aan de raad is om een kaart vast te stellen. Waar het om gaat – daar hebben wij extern advies over ingewonnen – is dat de bovenwettelijke afstandscriteria in de kadernota opgenomen moeten worden. Dat kun je op verschillende manieren doen.
Wij hebben het alleen maar gemakkelijker willen maken voor het college door niet allerlei tekstuele aanpassingen te doen, maar deze kaart toe te voegen die wel degelijk rechtskrachtig is.
Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
16
Wethouder Odabasi: Volgens mij was er geen vraag, maar nogmaals: wij weten niet wat de herkomst van de kaart is. Het zou heel bijzonder zijn als wij een aangeleverde kaart opnemen in officiële stukken die wij straks moeten meesturen voor het REKS. Wij kunnen de consequenties van deze kaart niet inzien, want het is niet onze kaart. Als u wilt dat er een kaart inkomt, geeft u ons die opdracht. Eigenlijk hadden we deze discussie moeten voeren bij de bespreking van het amendement en het vaststellen van de kadernota. Wat dat betreft is het een verlate discussie. Het kaartje dat u aanlevert, geldt namelijk voor het totale zoekgebied en niet alleen voor Labbegat. Volgens mij hebben wij het vandaag over de bescherming van het gebied Labbegat. Als we het daarbij houden, ga ik helemaal met u mee. De voorzitter: Ik probeer naar een afronding te komen. Ik zie nog drie digitale handjes. Daarna wil ik gehoor geven aan het voorstel van mevrouw Klerks om even te schorsen. De heer Van Zelst: Voorzitter. De heer Ottens heeft het gras al voor mijn voeten weggemaaid. De voorzitter: Dat is gemakkelijk. De heer Van Zelst: Ja, dat is mooi, maar er komt toch nog iets achteraan. U bent nog niet van mij af. Ik hoor mevrouw Odabasi zeggen dat het niet gebruikelijk is dat de raad een kaartje aanlevert, maar het college heeft het kaartje tijdig gezien.
Waarom heeft de wethouder niet gereageerd door het zelf de controleren en te bepalen of ze ermee kan instemmen of dat er nog iets aangepast moet worden? Zo hadden we het toch ook kunnen oplossen? Het zal nu wel geregeld moeten worden, want anders komt het straks met de REKS niet uit. De heer Frodyma: Nu maait de heer Van Zelst mij het gras voor de voeten weg. Ik vind het een goed idee als de wethouder nu besluit dat ze een kaart kan maken. Dan hoop ik alleen wel dat het een kaart wordt met de juiste afstanden, analoog aan hoe wij de kaart hebben aangeleverd. Met andere woorden, prima, lever maar een kaart aan vanuit eigen expertise, maar wel met de juiste afstanden en waarin Labbegat wordt opgenomen als zijnde stedelijk gebied. Wethouder Odabasi: Vanuit het college hebben wij al een officiële reactie gegeven op het initiatiefvoorstel toen het werd ingediend. Daarna is het initiatiefvoorstel tot twee keer toe aangepast. Ik heb begrepen dat het laatste voorstel gisteren of vanochtend nog is aangepast. In die periode heb ik ook contact gehad en mijn bezwaar aangegeven. Meer dan dat kan ik niet doen. Het is een voorstel van de raad. Dit is het standpunt van het college en daar zult u het mee moeten doen. De voorzitter: Vervolgens moet u als raad beslissen wat u wilt. Daar heeft u een schorsing voor nodig. Het lijkt me handig om het tot de inhoud te beperken.
Het gaat om de positie van Labbegat. Wanneer, hoe, wie, wat en waar lijkt me wat minder interessant. Hoe lang denkt u nodig te hebben voor de schorsing? Wat denkt u van een kwartiertje? De vergadering wordt van 20.48 tot 21.05 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Mevrouw Klerks: Voorzitter. Dank voor de schorsing en het wat lange wachten. Het is een heel gedoe om met de hele raad in een schorsing online tot een besluit te komen. We zijn tot de conclusie gekomen dat we openstaan voor de suggestie van de wethouder om door Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021
17
de organisatie een kaartje te laten aanleveren. We zouden die wel graag zelf zien en goedkeuren. Ons voorstel is om aanstaande dinsdag in een korte vergadering met een nieuw kaartje het een en ander vast te stellen. De vraag aan de wethouder is dus of zij aanstaande dinsdag een aangepaste kaart gereed kan hebben. De voorzitter: En als dat niet zou lukken, want het is wel erg kort dag, heb je dan nog een alternatief? Mevrouw Klerks: We wilden het niet meteen hebben over beren op de weg, maar ervan uitgaan dat het wel kan. De voorzitter: Maar als u even luistert, zult u merken dat ik geen beren op de weg zie. Je zou het ook tot 24 juni kunnen uitstellen, want 1 juli is de finaledatum om een bod in Den Haag neer te leggen. Ik heb net even met de wethouder overlegd: stel dat mevrouw Klerks met dit voorstel komt, dan heb je ook dat alternatief nog. Dan geef je de organisatie net even wat meer verantwoorde ruimte. Mijn voorstel zou het volgende zijn. Ik hoor jullie intentie en die is om Labbegat te beschermen. U zegt dat u het kaartje wilt zien en dat snap ik ook. Ik stel voor om het op 24 juni te doen. Als er zeer grote bezwaren tegen zijn, wil ik dat nu horen. Anders gaan we het zo doen. Oké? Ik zie mevrouw Klerks knikken en u bent woordvoerder namens de heer Frodyma? De heer Frodyma: Even ter aanvulling 24 juni is prima, hartstikke goed.
Tof dat u dat in de tussentijd zo heeft kunnen bespreken. Maar dan wel met alle afstanden erin, zoals de raad het heeft bepaald, dus die 750 meter en 400 meter, waarbij het Labbegat is opgenomen. Dan zijn we eruit. De voorzitter: Oké, dank je wel. Dat betekent dat we de eerste instantie hebben gehad, alsook de reactie van de wethouder. Heeft u behoefte aan een tweede instantie? Dat is niet het geval. 13. (R5.4-21) Vaststellen regiobod REKS De voorzitter: Mijn voorstel is het volgende. Zorg dat de tekst bij de vaststelling van het regiobod REKS zich 100% verhoudt tot dat wat op 24 juni de uitkomst van agendapunt 12 is. Wellicht is het dan goed om agendapunt 13 te laten wachten, want dan stel je de hele trits op 24 juni vast. De heer Van Groos: Ik wil reageren op het voorstel om de behandeling van agendapunt 13 door te schuiven naar 24 juni. Dat is een A-raad. We behandelen dan het kaartje, dat we tijdens die A-raad vergadering kunnen vaststellen, maar wanneer doen we dan de inhoudelijke bijdrage bij agendapunt 13? De voorzitter: Dat doen we dan ook in de A-raad. Dan wordt het een A/B-raad. Ik kan ook geen afscheid nemen. Ik vind het zo lastig dat het mijn laatste vergadering is. Ik wil de 24e eigenlijk toch gewoon een inhoudelijk debat voeren. Gun me die kans, mijnheer Van Groos! De heer Van Groos: Die kans gun ik u ook.