CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit 10-06-21 en vervolg 15-06-21

Raadsvergadering (A) 16 september 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen verslagen46.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

51

De voorzitter: Ik heropen de vergadering. De voorzitter: Welkom aan iedereen. Op basis van de loting afgelopen donderdag, is de heer Van Hamond de voorstemmer. Vanavond worden twee moties vreemd aan de orde behandeld. De rest van de agenda is afgelopen donderdag vastgesteld. Let op: camera aan, geluid uit. Ik mag u mededelen dat Lijst IJpelaar en Lijst Pouw tot aan de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 samenwerken en ook het woordvoerderschap delen, op momenten dat zij daarvoor kiezen. Als ze daar gebruik van maken, wordt dat aangegeven.

Debat Motie vreemd aan de orde SGP, Lijst De Jongste en PvdA over voorgenomen beeindiging subsidierelatie Stichting Jongerenwerk Waalwijk (SJW) De voorzitter: De pitchtijd bij dit agendapunt is zes minuten. Ik geef het woord aan de heer Ottens. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. In de afgelopen weken stond Tavenu enorm in de belangstelling. De reden daarvoor is de aankondiging van het college om de subsidie per 1 januari 2022 te beëindigen en over te gaan tot inkoop van jongerenwerk. Alle reden om ook in de raad een debat hierover te voeren. Dat moet niet zozeer gaan over de vraag wat er met Tavenu aan de hand is. De vraag is onderhand wat er met de gemeente aan de hand is. Half april hebben wij alle informatie opgevraagd en pas twee weken geleden is een niet-compleet dossier vertrouwelijk bij de griffie ter inzage gelegd. We hebben nauwelijks tijd gehad om deze informatie goed te doorgronden, maar we zijn geschrokken van de vertrouwelijke stukken. En als we alles gaan behandelen, kunnen we wel twee avonden vullen. We geven kort de rode draad weer. Tot en met 2018 verantwoordt Tavenu keurig volgens de gemaakte prestatieafspraken. Vanuit de gemeente geen enkele wanklank, sterker nog: complimenten. Begin 2019 schakelt de gemeente Radar in voor een advies.

Op verzoek van Radar levert Tavenu keurig de gegevens over 2018 aan, op dezelfde wijze als met de gemeente is afgesproken. Zonder enige onderbouwing of analyse, laat staan dat er hoor- en wederhoor is toegepast, concludeert Radar dat Tavenu onvoldoende inzichten geeft in de prestatie. Dat kan, maar Tavenu levert exact aan wat de gemeente vraagt. En daar begint volgens ons de ellende. De wethouder weigert in eerste instantie het rapport van Radar aan de raad te geven, want het is een interne nota. Na aandringen werd dat rapport toch vertrouwelijk beschikbaar Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

52

gesteld. We hebben toen al aangegeven dat dit rapport volstrekt ondermaats is. Hoewel de wethouder bezwoer dat dit rapport niet zou worden gebruikt, duikt het iedere keer weer op. In de eerste plaats als onderbouwing van verdere bezuinigingen op Tavenu in de meerjarenbegroting, waar overigens op geen enkele manier overleg met Tavenu over is geweest. Ook in de beantwoording van de vragen van Lijst Pouw onlangs wordt weer gerefereerd aan dit document. We zien dat de wethouder in dezelfde tijd juridisch advies heeft gevraagd over het salaris van de directeur. Wat dat met de prestatieafspraken te maken heeft, is ons een raadsel, maar het advies is duidelijk: de afspraken zijn met medeweten van de gemeente gemaakt en de gemeente heeft hier niets over te vertellen. Toch wordt dit iedere keer weer geframed. Dan nu terug naar de afspraken met Tavenu. Er is niets mis mee dat het college andere prestaties of een andere verantwoording wil, maar we haalden uit de vertrouwelijke stukken dat er in de afgelopen anderhalf jaar vier verschillende ambtenaren mee bezig zijn geweest, elk met andere en vaak tegenstrijdige vragen en opdrachten. U mag onderhand blij zijn dat Tavenu überhaupt iets kan aanleveren. De gemeente verliest de procedures uit het oog en op verzoeken van Tavenu wordt niet gereageerd. Besluiten worden niet of te laat genomen en de ambtenaren worden plotseling onbereikbaar.

Het verantwoordelijk management laat het eveneens afweten en weigert in gesprek te gaan met het bestuur van Tavenu. In de brief van 9 april geeft het college aan tevreden te zijn over het inzicht in de projecten, de preventieve activiteiten. Maar het inzicht in het basisaanbod is onvoldoende. Echter, als je als gemeente wilt weten wat het effect van een verloren potje tafeltennis op de druk van de jeugdzorg is, sla je volgens ons echt de plank mis. En dat is geen grapje, want over dat niveau gaat het. Dat de ambtenaren of de wethouder onvoldoende weten wat een basisaanbod is, moet de gemeente zichzelf aanrekenen. Maar begin dan niet over het beste jongerenwerk tegen de beste prijs. Het praatje van de wethouder dat het college met dit besluit niet over één nacht ijs is gegaan, geloven we best, maar ook na twee nachten vorst kun je nog behoorlijk door het ijs zakken. En dat is volgens ons gebeurd. Omwille van de tijd zal ik nu niet verder doorgaan, maar na het lezen van de vertrouwelijke stukken is voor ons duidelijk dat deze soap aan de gemeente te danken is. Het college moet zich schamen. Het college heeft zich bovendien niet gerealiseerd wat de maatschappelijke impact is van het besluit om de subsidie te beëindigen. Ruim 4500 handtekeningen staan er onder de petitie. Dat is bijna drie keer zo veel als alle voor- en tegenstanders van de Akkerlanen in twee petities bij elkaar.

En dan is er nog een manifest dat door zeer veel prominente Waalwijkers is ondertekend. Wij zijn blij dat de wethouder weer in gesprek is met Tavenu. Dat is goed en wij hopen van harte dat hij in deze gesprekken ook luistert in plaats van zendt. Daarom willen we de wethouder met deze motie een drietal duidelijke opdrachten meegeven. 1. Wil je een open dialoog opengaan, dan moet de dreiging van het beëindigen van de subsidierelatie van tafel. 2. Omdat het lijkt alsof de wethouder zich in de afgelopen tijd heeft ingegraven in het eigen gelijk, kan een dialoog alleen slagen als er onafhankelijke mediators worden toegevoegd. 3. Het in november 2020 vastgestelde amendement wordt naar de letter uitgevoerd, in ieder geval in deze raadsperiode. We regeren niet over ons graf heen en als er al een discussie moeten voeren over de inkoop van Jongerenwerk, moet deze maar in de nieuwe raadsperiode worden gevoerd.

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

53

Tot zover onze toelichting. Dank u wel. Motie 1: voorgenomen beëindiging subsidierelatie Stichting Jongerenwerk Waalwijk (SJW) De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • het college de raad bij raadsinformatiebrief d.d. 9 april 2021 heeft meegedeeld de subsidierelatie met SJW met ingang van 1 januari 2022 te willen beëindigen en met ingang van die datum over te willen gaan tot inkoop van (onderdelen van) jongerenwerk; • volgens opgave van het college de reden voor dit besluit is gelegen in het feit dat SJW er onvoldoende in is geslaagd de inzet, kosten, prestaties en resultaten inzichtelijk te maken; • het college aangeeft dat de SJW wel grote vorderingen heeft gemaakt in het inzichtelijk maken van inzet, kosten, prestaties en resultaten van de projectmatige activiteiten, maar dat het inzicht in het basisaanbod (nog) onvoldoende is; • het besluit van het college heeft geleid tot grote maatschappelijke onrust, niet alleen onder jongeren en hun ouders, maar ook onder maatschappelijke organisaties die in volle tevredenheid samenwerken met SJW; • mogelijk onder druk van deze maatschappelijke onrust, de portefeuillehouder toch weer het gesprek is aangegaan met SJW, teneinde tot een oplossing te komen; overwegende dat: • SJW gedurende bijna 40 jaar een betrouwbare en innovatieve partner is geweest op het gebied van jongerenwerk in Waalwijk en daarbuiten; • de gemeente

Waalwijk tot en met 2018 altijd akkoord is gegaan met de verantwoording en de wijze van verantwoording van de geleverde prestaties door SJW, en er geen aanleiding is tot de drastische koerswijziging die het college nu voornemens is te nemen; • het besluit van het college d.d. 6 april in ieder geval niet heeft geleid tot een basisvertrouwen tussen gemeente en SJW en partijen zich dreigen te wenden tot mogelijk langdurige en ongewenste juridische procedures, hetgeen niet in het belang is van het jongerenwerk en het vertrouwen van jongeren ; • voormeld besluit van het college in strijd is met het amendement zoals door de Raad vastgesteld in zijn vergadering van 19 november 2020, waarin het subsidie voor SJW tot en met 2024 is vastgelegd (inclusief een bezuiniging van € 132.000) en waarin niets is opgenomen over het invoeren van een inkoop-uitvraag traject; • vanuit de gemeenteraad nooit een signaal aan het college is gegeven om de subsidierelatie met SJW te beëindigen en in plaats daarvan over te gaan tot inkoop van (onderdelen van) jongerenwerk; • de bereidheid van de portefeuillehouder om weer het gesprek aan te gaan, een begin kan zijn voor een oplossing, maar dat alle mogelijkheden benut moeten worden om het geschade vertrouwen weer te herstellen; • dit alleen mogelijk is als de dreiging van beëindiging van de subsidierelatie met SJW per 1 januari 2022 wordt weggenomen en

gemeente en SJW bereid zijn om onafhankelijke mediation in te schakelen; • beide partijen hierbij primair het belang van een aantrekkelijk, laagdrempelig en professioneel jongerenwerk, dat een bijdrage levert aan de Waalwijkse samenleving voor ogen moeten houden; • daarnaast blijkt dat de inkoop van jeugdzorg tot op heden heeft geleid tot kostenverhoging, versnippering van aanbod (in ieder geval geen integrale benadering van Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

54

jongeren en hun omgeving) en onvoldoende sturingsmogelijkheden voor de gemeente op resultaten en maatschappelijke effecten en gevreesd moet worden dat inkoop van (integraal) jongerenwerk leidt tot versnippering in aanbod, kostenverhoging en onvoldoende sturingsmogelijkheden door de gemeente; • de raad in het belang van onze jeugd en jongeren in ieder geval een dergelijke situatie wenst te voorkomen, laat staan dat er vanaf 1 januari 2022 (of eerder) gaten gaan ontstaan in het huidige aanbod van SJW; • een discussie over de relatie tussen gemeente en SJW, dan wel andere partijen op het gebied van jeugd- en jongerenwerk zich uitstekend leent als onderwerp voor de komende gemeenteraadsverkiezingen, zodat partijen zich hier op kunnen profileren; draagt het college op: 1. iedere belemmering voor een open en constructieve dialoog met SJW over te leveren (basis)activiteiten, prestaties en resultaten weg te nemen en derhalve alle activiteiten gericht op het beëindigen van het subsidie aan SWJW per 1 januari 2022 stop te zetten, alsmede de (voorbereidende) werkzaamheden voor een uitvraag voor inkoop van (onderdelen van) het jongerenwerk per 1 januari 2022; 2. de subsidierelatie met SJW in ieder geval voor 2022 te continueren, zodat een nieuwe raad zich kan uitspreken over (wijziging) van het subsidiebeleid ten aanzien van het jongerenwerk. 3.

een door gemeente en SJW acceptabele mediator in te schakelen om de huidige vertrouwensbreuk te herstellen en de kosten daarvan te dekken uit de post onvoorziene uitgaven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Hebben de andere indieners nog iets toe te voegen? De heer Van Zelst: Nee, wij niet. Dank u wel. Mevrouw De Jongste: Nee, dank u wel. De heer Bögemann: Ik heb een vraag aan de heer Ottens. Ik hoor u aangeven dat u blij bent met het feit dat de wethouder op dit moment in gesprek is met Tavenu. Toch verzoekt u om in te zetten op bemiddelingen vanuit mediators. Heeft u enige kijk op de duur van dit traject? Er moet immers een mediator worden gevonden en ingeschakeld, voordat de gesprekken daadwerkelijk gaan plaatsvinden. De heer Ottens: Nee, daar heb ik geen kijk op. Dat hangt af van twee partijen: de wethouder en Tavenu. Ik vind de duur echter ook niet zo van belang. De uitkomst is veel belangrijker dan de duur. Vandaar dat je daar zorgvuldig mee moet omgaan. En vandaar ook dat wij de drie dictums in de motie in samenhang met elkaar zien. De dreiging moet van tafel, voor 2021-2022 moet in ieder geval het besluit van de raad gerespecteerd worden, en er moet voor gezorgd worden dat men een open dialoog aangaat. De heer Van Groos: Het staat natuurlijk elke fractie vrij om een motie vreemd aan de orde van de vergadering in te dienen.

Toch vindt de ChristenUnie om twee redenen dat we vanavond eigenlijk niet over deze motie zouden moeten spreken. Ten eerste zijn beide partijen nog met elkaar in gesprek. Ten tweede is het niet aan de raad te bepalen aan welke organisatie het werk wordt uitbesteed. De raad is er om te bepalen wat er moet gebeuren en het college gaat over het hoe. Het stoort ons geregeld dat het college op de stoel van de raad gaat zitten, maar dan horen wij ons ook niet aan het omgekeerde schuldig te maken. Daarom zullen we tegen de motie stemmen. Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

55

Nu het onderwerp op de agenda staat en de heer Ottens erover heeft gesproken, willen we er toch het volgende over kwijt. Het is niet zo dat er pas de laatste tijd kritiek is op het functioneren van de stichting Jongerenwerk Waalwijk. De ChristenUnie heeft die al sinds het tragische wegpesten van het gezin Hayes uit Waspik. Sindsdien is Tavenu zich steeds meer gaan ontpoppen als evenementenbureau en kwam de directeur jaarlijks bedelen om extra middelen, waarbij hij voorbeelden gaf van de goede dingen die voor individuele jongeren waren gedaan, terwijl dat helemaal niet de taak was en is van de stichting. Ten tweede heeft de stichting Jongerenwerk de gemeente op geen enkele wijze gewaarschuwd dat het flink verkeerd ging met de Waalwijkse jeugd, waardoor rekening moest worden gehouden met een toenemend en zwaarder beroep op de jeugdzorg. Ten derde. Na het invoeren van de budgetsubsidie in 2013 is het bedelen niet meer aan de orde. Sterker nog, voor die tijd kwam SJW altijd geld tekort en sindsdien is er elk jaar een overschot van tienduizenden euro’s. Ten vierde. In het rapport van 2015 -- dat is niet dat van Radar -- is al aangegeven dat er goede prestatieafspraken moesten worden gemaakt. Daarover wordt tot op de dag van vandaag, zes jaar later, gediscussieerd. Ten vijfde. In onze ogen heeft dat te maken met wat in de economie het principaal agentmodel wordt genoemd.

Het gaat hier om een opdrachtgever en een opdrachtnemer, zoals dat bijvoorbeeld geldt voor de provincie en de openbaar vervoersdiensten. Beide hebben een gezamenlijk belang, in dit geval kwalitatief goed jongerenwerk voor alle jongeren van Waalwijk. Maar er zijn ook tegenstrijdige belangen en er is sprake van asymmetrische informatie: de ene partij weet meer dan de andere. De Stichting Jongerencentra Waalwijk wil of kan de gemeente niet de gevraagde informatie verschaffen. SJW vindt dat de gemeente moet vertrouwen op de organisatie en haar medewerkers. SJW stelt zich in zekere zin op als principaal. ‘Wij weten het beter, laat het maar aan ons over, wij accepteren alleen een algemeen kader als we dat zelf hebben mogen opstellen’. Wanneer het informeren van de principaal niet goed gebeurt, ondermijnt dit het vertrouwen. Ten zesde. SJW klaagt ook over een gebrek aan vertrouwen aan de kant van de gemeente. De vraag is dus of de bestuursleden in de gaten hebben dat ze die zelf mede hebben veroorzaakt. Nadat er in 2015 naar aanleiding van het bedrijfsvoeringsonderzoek door Scale Advies aan SJW extra subsidie is toegekend voor het verbeteren van de bedrijfsvoering en de gemeente bij het ontbreken van een dergelijke medewerker een deel van de subsidie terugvordert, stelt dat SJW dat dit niet bij het principe van budgetsubsidie past.

Dat is op zich terecht, maar voor de gemeente voelt dit onrechtvaardig en dit voedt het wantrouwen. Zeker als in die tijd het bestuur van SJW aan de directeur, voor wie de bedrijfsondersteuner verlichting had moeten brengen, een verbeterd arbeidscontract geeft. Ten zevende. De moties spreken van een van de overwegingen over een mogelijk langdurige en ongewenste juridische procedures. Maar is het niet SJW dat, nadat de gemeente, vanuit coulance toch subsidie met een beperkte korting had toegekend, naar de bezwarencommissie is gestapt? En vervolgens, toen de gesprekken liepen om gezamenlijk de prestatieafspraken nader te duiden met de intentie er samen uit te komen, deze niet heeft ingetrokken? De discussie over de prestaties is mede-ingegeven door het vorig jaar juni met steun van onder andere LokaalBelang, PvdA en SGP vastgestelde jeugdkader. Tot zover in eerste termijn.

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

56

De heer Tiemstra: Mijnheer Van Groos, ik heb één opmerking over een passage in het begin van uw betoog. U gaf aan, en verschillende wethouders met u, dat de raad nog wel eens op de stoel van het college wil gaan zitten. U weet dat de raad het hoogste orgaan is en als de raad op een gegeven moment een uitspraak doet, of dat nu kaders zijn of bestuurlijke zaken, denk ik dat dat de raad wel degelijk kan toekomen. Ook in dit geval, nu dit onderwerp al zo lang speelt in de samenleving, menen wij dat het goed is dat de raad zich hierover uitspreekt, zonder daarmee op de stoel van het college te gaan zitten. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Van Groos: Het feit dat de raad het hoogste orgaan is en dat dat nog wel eens wordt vergeten, wil niet zeggen dat de raad overal over gaat. Die gaat bijvoorbeeld niet over de manier waarop het personeel wordt aangestuurd in de organisatie. En ook niet over de uitvoering van welke beleidsterrein dan ook. Dat is aan het college. Als we vinden dat het college dat niet goed doet, spreken we de collegeleden daarop aan. Maar wij gaan niet over subsidierelaties; dat is aan het college. U meent dat u dat wel kunt doen. Dat is niet voor het eerst. Ik ben van mening dat dat niet terecht is. Het is aan het college dus dan moet u er vanaf blijven, zeker als we klagen dat het college op onze stoel gaat zitten. Dan moeten we dat zeker niet andersom doen.

De voorzitter: Wil de heer Tiemstra hier nog op reageren? Het is een zijweggetje, het is de vraag hoe het staatsrechtelijk in elkaar steekt, terwijl we het over Tavenu hebben. De heer Tiemstra: Ik denk dat we deze discussie parkeren en op een ander moment voort moeten zetten. De heer Spohr: Voorzitter. De CDA-fractie heeft de afgelopen maanden het subsidiefeuilleton tussen Tavenu en de gemeente nauwgezet gevolgd. Zelden zijn wij daar wijzer van geworden, met dank aan de tegenstrijdige informatie die we toegespeeld kregen. Dat maakt dit dossier voor de raad moeilijk te beoordelen. De CDA-fractie vraagt zich af hoe het toch kan dat twee volwassen organisaties er niet in slagen elkaar te vinden op afspraken en hoe het nu toch kan dat de communicatie over en weer zo moeizaam was. Desondanks heeft de CDA-fractie met tevredenheid kennisgenomen van de veranderingen die bij Tavenu zijn ingezet, zoals het verzamelen en classificeren van uren en de aanschaf van een app die de urenverantwoording faciliteert. Ook zijn wij verheugd over de reactie van de portefeuillehouder, die bereid is om de positieve houding van Tavenu ten aanzien van de verantwoording van prestatieafspraken te honoreren met nieuw overleg. De toon van de gemeente en van Tavenu is nu constructief en lijkt richting een bevredigende oplossing te gaan.

Daarvoor is het wel nodig dat beide partijen de kans krijgen het overleg te voeren en tot resultaat te komen. We begrijpen dat ook Tavenu daar achter staat en daarom staat de CDA-fractie ook achter het overleg dat tussen beide partijen zal plaatsvinden. Er moet wat ons betreft nu geïnvesteerd worden in de kwaliteit van de organisatie en administratie van Tavenu, die uiteindelijk leidt tot de gevraagde verantwoording. Uitstel betekent dat partijen volgend jaar weer opnieuw kunnen beginnen, terwijl ze elkaar juist nu flink genaderd lijken te zijn. De CDA-fractie wacht daarom graag de resultaten van het overleg af en roept de indieners van de motie op om deze nog even aan te houden. Mochten gemeente en Tavenu er niet uitkomen, overweegt de CDA-fractie tijdens de kadernota met eigen voorstellen te komen. De heer Tiemstra: Mijnheer Spohr, u begon inderdaad met het noemen van een subsidiefeuilleton van Tavenu. Dat geeft een bepaalde typering aan alle onrust die is ontstaan. Laten we dat even laten rusten. U geeft aan dat het CDA, wanneer partijen er niet uitkomen, tijdens de kaderstelling met eigen voorstellen zal komen. Stel dat de motie wordt Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

57

aangehouden en bij de kaderstelling opnieuw wordt ingebracht, ondersteunt u dan de motie of heeft u heel andere plannen? Wilt u daar iets over vertellen? De heer Spohr: Laat ik vooropstellen dat wij ons niet gebonden aan enig plan achten, maar voor goede plannen zijn we altijd in, dus dat zullen we te zijner tijd beoordelen. Voor ons is het belangrijk dat de uitkomst van het overleg tussen Tavenu en de gemeente goed is. Pas dan komen allerlei andere plannen, inclusief het onze, aan de orde. De heer Tiemstra: Ik heb nog niet eerder zo veel vaagheid gehoord in één antwoord. Hier kun je werkelijk alle kanten mee op; het zegt helemaal niets. Hoe kijkt u aan tegen de motie vreemd die wij hebben ingebracht en hoe ziet u dan een uiteindelijke oplossing voor Tavenu? Hoe ziet u dat en hoe ziet het CDA dat? De heer Spohr: Dat is niet zo moeilijk. Wij willen het overleg een kans geven en nu het erop lijkt dat beide partijen elkaar genaderd zijn, moet je een overleg niet gaan blokkeren. Dat heb ik ook in mijn bijdrage gezegd. Als je het overleg nu blokkeert, betekent dat dat je over één of twee jaar weer opnieuw kunt beginnen. Partijen verharden zich mogelijk in hun standpunten en dat leidt wat ons betreft tot niets. Wij roepen alle indieners dus op even te wachten met de motie en de partijen even de kans te geven.

Laten we, als het resultaat daar is, met elkaar kijken of dat mogelijk tot andere oordelen leidt. Mogelijk moeten we pleiten voor nieuwe maatregelen. Dat zou kunnen zijn tijdens de kadernota maar misschien is dat ook wel later dit jaar, dat weet ik niet. De heer Ottens: Zoals u in mijn bijdrage hebt kunnen horen, zijn wij blij dat de wethouder weer in gesprek is, maar we geven daar een aantal randvoorwaarden voor mee. Ik ben wel benieuwd wat u van die randvoorwaarden vindt. Of u nu met de motie instemt of dat u daar later mee komt, maar dat kan misschien het antwoord dat u aan de heer Tiemstra gaf wat beter duiden. Wat vindt u van dergelijke randvoorwaarden, misschien nog niet op dit moment, maar op een later moment? De heer Spohr: Als u daar een concreet antwoord op wilt hebben, moet ik u vragen de randvoorwaarden nog een keer te herhalen. De heer Ottens: Op dit moment de dreiging van het beëindigen van de subsidierelatie van tafel. Probeer samen daarbij een mediator te vinden, zodat de dialoog op open wijze aangegaan kan worden en respecteer in ieder geval voor 2022 het besluit dat de raad voor de meerjarenbegroting heeft genomen. En kom eventueel in 2022, na de verkiezingen, terug in een nieuwe setting op een eventuele inkooprelatie. De heer Spohr: Een deel daarvan heb ik eigenlijk al beantwoord. Het uitstellen zien wij niet zitten. Dat heb ik net duidelijk gemaakt.

Over de mediator die u noemt, heb ik de heer Bögemann net ook al een vraag horen stellen, namelijk hoe lang dat duurt en welke kosten dat volgens u met zich meebrengt. Het lijkt ons eigenlijk niet een manier waarop je met elkaar overlegt. Je moet rechtstreeks met elkaar overleggen. Naar ons idee is het vertrouwen tussen beide partijen ook weer toegenomen. Dat zal allerlei oorzaken achter de schermen hebben. Wij willen daar niet echt in treden en het toevoegen van een mediator kan volgens ons juist een negatieve invloed hebben. Als de partijen meer vertrouwen hebben, moet je als beide partijen daarmee doorgaan. En uw eerste randvoorwaarde was de dreiging om te stoppen van tafel te vegen. Er is denk ik niet een verhaal waarbij Tavenu geen inkomsten meer krijgt. De gemeente heeft daar een alternatief voor voorgesteld en wij vinden dat, zolang er resultaat is, beide partijen in ieder geval met elkaar moeten blijven praten, waarbij in ieder geval de oplossing er wel Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

58

ligt. De oplossing wordt kennelijk niet door ons allen als ideaal gezien, maar laat partijen dat maar als druk voelen om tot de gewenste oplossing te komen. Daarom raden we aan nu niets te veranderen en partijen onder druk tot een wel aanvaardbare oplossing te komen. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Ik wilde even reageren op het verhaal van de heer Ottens en een paar dingen die verder nog naar voren kwamen. De heer Ottens meldde dat het eigenlijk pas in de nieuwe raadsperiode, dus vanaf 2018, wat minder goed ging met de communicatie tussen de gemeente en Tavenu. Wij hebben ook een middag alle dossiers zitten doorbladeren. Ik moet eerlijk zeggen dat ook al in 2017 de prestatieafspraken heel erg moeizaam tot stand kwamen en ook steeds gepaard gingen met allerlei discussies en compromissen. Dus het is niet van de laatste periode dat deze wrijvingen zijn ontstaan. Als het gaat om die 4500 handtekeningen, wil ik even zeggen dat ik het fijn en goed vind om te zien dat zo veel mensen Tavenu een warm hart toedragen. Aan de andere kant zie ik ook hoe die petitie is opgezet. Er wordt heel duidelijk gezegd dat Tavenu ophoudt te bestaan als de subsidiekraan wordt dichtgedraaid. Dan snap ik ook dat heel veel mensen daar hun handtekening onder zetten. Maar zoals de heer Spohr net ook al zei, is daar helemaal geen sprake van. Er komt alleen een ander inkoopmodel.

Daar zet ik dus even mijn vraagtekens bij. Wij vinden het heel belangrijk dat de portefeuillehouder in gesprek is met Tavenu. Dat is heel fijn, daar zijn we echt blij mee en we hopen ook echt dat ze er samen uitkomen. Wij vinden het ook daarom op dit moment echt prematuur om mediation in te zetten, want dat past eigenlijk bij een situatie waarin er geen gesprek mogelijk is. Ook dat uitstel vinden wij niet handig, want daarmee verdwijnt eigenlijk de urgentie onder er samen pratend uit te komen. Wat ons betreft is deze motie dus prematuur, want de situatie is er niet naar dit nu in te zetten. De heer Klerx: Voorzitter. Wij kunnen ons zeer vinden in het betoog van de ChristenUnie. Daar zat geen woord Frans bij. Ik vond dat er vanuit de indieners eigenlijk weinig tot geen reactie kwam op de inhoud daarvan. Misschien is het daarmee ook wel tekenend voor deze discussie. Deze motie is in onze ogen namelijk overbodig. Een mediator is niet nodig op dit moment. Er worden constructieve en open gesprekken gevoerd op dit moment. Dat wordt zowel door Tavenu als door het bestuur van onze gemeente, door het college, bevestigd. Daarmee is deze motie overbodig. Het andere punt, om de subsidierelatie te herstellen, zou betekenen dat je de volledige urgentie weghaalt, zoals mevrouw Schuijffel net zei, en dat je ook nog op de stoel van het college gaat zitten.

Ook op dat punt is het niet aan de orde. Laat het vooropstaan dat wij het ontzettend waarderen dat er zo veel maatschappelijke steun – zowel bij het ondertekende manifest als bij de ingeleverde petitie – bestaat. Het gaat ons ook niet zo zeer om het werk dat Tavenu levert, maar vooral om de besturing en de bedrijfsvoering. En om de verantwoording die Tavenu doet. Daar voeren we nu het gesprek over. Ik heb het de voorzitter van Tavenu letterlijk horen zeggen, “ook bij ons moet er iets veranderen en we zijn bereid die verandering te maken. Help ons daarbij en daar komen we samen uit”. Dat waren zijn woorden en dat is precies waar het ons om gaat. Die gesprekken worden nu gevoerd. Laat het college daar samen met Tavenu open en constructieve gesprekken voeren. Er is geen mediator nodig. Wij komen eruit, daar zijn wij van overtuigd, en dan krijgen wij goed jongerenwerk voor alle jongeren in Waalwijk. En daar is zowel Tavenu als de gemeente Waalwijk het meeste mee gediend. En daar gaan we volgens mij voor. De heer Tiemstra: Even in de richting van mijnheer Klerx en mevrouw Schuijffel in de vorige bijdrage. Er ligt een petitie, ruim 4500 maal getekend. Mevrouw Schuijffel zegt dat Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

59

die petitie inhoudt dat dit het einde van Tavenu zou betekenen. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Er is gezegd dat het kán betekenen dat dit het einde van Tavenu is als het inkoopbeleid helemaal fout zou lopen. Er lopen nu gesprekken. Uitstekend, goed dat ze er komen. Ik denk dat we ook gerust mogen zeggen dat die gesprekken tot stand zijn gekomen onder druk van de samenleving en van signalen van de raad. Aan mevrouw Schuijffel en de heer Klerx zou ik willen vragen hoe belangrijk het huidige werk van Tavenu voor u is. Mevrouw Schuijffel: Reagerend op de petitie lees ik de tekst eerst letterlijk voor. “Steun Tavenu. Gemeente Waalwijk wil de subsidie voor Tavenu stopzetten. Dit betekent het einde aan 40 jaar steengoed en bewezen effectief jongerenwerk. Jongerenwerk is geen product, help ons dit besluit terug te draaien. Onderteken de petitie”. Volgens mij is dit de tekst, die haal ik hier van de website af. Zo staat hij ook petitie.nl. dat is ook in verkorte vorm wat er door heel Waalwijk aan postertjes hangt. Hoe belangrijk is het jongerenwerk? Het jongerenwerk is voor ons heel erg belangrijk, in die zin dat ik echt denk dat het jongerenwerk een heel belangrijke rol heeft in het voorkomen van problemen en misschien ook in het oplossen van beginnende problemen. Ik heb ook veel waardering voor hetgeen de jongerenwerkers neerzetten.

Ik denk wel dat ze een veel breder bereik zouden moeten hebben dan ze nu hebben en dat Tavenu het soms ook wel ingewikkeld vindt om het onderscheid te maken tussen waar hun rol ophoudt en waar het werk van anderen begint. Dat geldt voor ouders en Tavenu, maar ook voor Tavenu en de jeugdzorg en andere organisaties. Daar zie ik wel wat dingen. Ik vind Tavenu als jongerenwerk een hele belangrijke organisatie voor al onze jongeren. De heer Klerx: De vraag van de heer Tiemstra is simpel, hoe belangrijk is het werk dat Tavenu levert. Volgens mij was ik in onze bijdrage hartstikke duidelijk. Het gaat ons helemaal niet om het werk of de uitvoering van de jongerenwerkers en van Tavenu. Daar zien wij elke dag resultaten van. Het gaat echter om die resultaten en de besturing. Doen we de juiste dingen, bereiken we alle jongeren? Dat is een stukje bedrijfsvoering, besturing en verantwoording. En daar hebben we al langer het gesprek over en daar zijn we nu wat ontevreden over. Daar hebben we het gesprek over, althans het college doet dat namens ons. Wij vinden het heel belangrijk dat dat gesprek goed gevoerd wordt. Het gaat over veel geld en dat moet op een goede manier gebeuren. We willen weten of het werk dat we doen misschien effectiever kan, of het misschien op andere plekken kan, of dat we misschien meer jongeren kunnen bereiken.

We kunnen misschien aan andere knoppen draaien om de problemen in de jeugdzorg tegen te gaan. Dat zal echt niet aan het enthousiasme, de kunde en de inzet van de jongerenwerkers liggen. Daar gaat het wat ons betreft dan ook helemaal niet om. De heer Ottens: Ik hoor zowel mevrouw Schuijffel als de heer Klerx over de prestaties inzichtelijk maken en meer jongeren bereiken. Het Kunstencentrum bereikt ook niet alle jongeren en de scouting ook niet. Maar tegelijkertijd zijn wij heel erg tevreden daarover. Het blijkt dat de gemeente heel tevreden is over het projectmatig aanbod, juist datgeen wat boven het basale jongerenwerk uitstijgt, maar ze zegt onvoldoende inzicht te hebben in het basisaanbod. Ik heb toch even een vraag aan de heer Klerx. Ik weet niet of u in de gelegenheid bent geweest het dossier van de afgelopen twee jaar even door te nemen. Ik had het er ook in mijn bijdrage duidelijk over, maar in de afgelopen anderhalf jaar zijn er vier verschillende ambtenaren bezig geweest, samen met Tavenu, om prestatieafspraken te maken, waarbij er telkens verschillende en tegenstrijdige vragen en opdrachten zijn gesteld. Hoe kijkt u daar tegenaan? Het gaat er niet om dat het college geen prestatieafspraken mag maken, maar wel om een stukje continuïteit, wat je ook als opdrachtgever richting je opdrachtnemer mag hebben. Daar hoor ik graag een reactie op.

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

60

De heer Klerx: In onze beleving hebben we het zeker niet alleen over de laatste anderhalf jaar. In het dossier hebben we het inderdaad over een aantal ambtenaren, maar dat is wat het is. Dat is heel vervelend maar, er zijn in de afgelopen jaren ook werknemers geweest die zich met de bedrijfsvoering van Tavenu hebben beziggehouden. Dat is ook niet erg. Daarvoor heb je continuïteit in het bestuur aan beide kanten. Het bestuur moet zich daarvoor verantwoordelijk voelen en maken. Het gaat ons om die prestatieafspraken en dat is geen proces van de laatste anderhalf jaar. Dat is veel langer bezig en daar heb ik al veel eerder in dit debat anderen over horen spreken. Het is een proces dat al langer gaande is. We hebben een flinke tijd geleden extra ingezet op het werken aan die verantwoording bij Tavenu. Dat hebben we met zijn allen geprobeerd mogelijk te maken en op gang te brengen. Natuurlijk zet je elke keer een stapje meer. De ene keer houd je het bij kaders en ga je het steeds verder afpellen om het duidelijk te maken, maar ergens vind ik het ook een verantwoordelijkheid van Tavenu. Als ik de laatste dossiers en conversaties bekijk, denk ik dat je daar op een gegeven moment uit moet komen en die verantwoording moet kunnen maken. Dat vindt LokaalBelang een verantwoordelijkheid van Tavenu.

Die verantwoording heb je te doen als je het over zo’n grote en professionele organisatie hebt. De heer Ottens: Het Scale-rapport waar de heer Van Groos over sprak, was juist heel positief over de bedrijfsvoering van Tavenu. De prestatieafspraken vanaf 2015 tot en met 2018 zijn altijd door Tavenu verantwoord en daar heeft de gemeente nooit een probleem van gemaakt. Sterker nog, ze heeft er de complimenten voor gegeven. En dan verschijnt zo’n rapport van Radar, waarin Tavenu conform de afspraken met de gemeente de prestatieafspraken weergeeft. En Radar concludeert dat die volstrekt onvoldoende zijn, terwijl die altijd volgens de gemaakte afspraken zijn gemaakt. U legt een hele hoop bij Tavenu neer, en of dat nu schurend, in goed overleg of aan beide kanten juichend is geweest, tot voor kort zijn de gemeente en Tavenu er altijd uitgekomen en pas sinds het rapport van Radar gaat het mis. Over die periode heb ik het en daar zou ik graag een reactie op willen hebben van u. De heer Klerx: We zijn het totaal niet met de heer Ottens eens. Dit gaat niet alleen over de periode van na het rapport van Radar. We hebben dit gesprek al veel langer met Tavenu en we zijn heel blij dat er op dit moment eindelijk een positief en constructief gesprek is, dat er geen mediation nodig is.

Daarom is deze motie nu totaal overbodig en niet aan de orde, want je gaat ook nog op de stoel van het college zitten als je iets van die subsidierelatie gaat vinden. Ik wil de heer Ottens uitdagen inhoudelijk te reageren op het betoog van de ChristenUnie, want dat ga ik niet allemaal herhalen. Het zal vol met rake punten maar daar werd niet op gereageerd en dat is precies waar het over gaat, dus ik zou het hierbij willen laten. De voorzitter: Oké. Ondanks dat u de heer Ottens uitdaagt, belichten hij en u twee verschillende periodes. Dat zijn verschillende dingen tegenover elkaar en dat kunnen we nu niet oplossen. Zijn er anderen die zich in het debat willen mengen? Ik wil dan toch naar de heer Tiemstra en daarna naar de heer Bögemann. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Nog even twee dingen richting de heer Klerx. Ik hoor u een aantal keren zeggen “wij vinden, wij vinden, wij vinden”. Ik hoor u ook zeggen dat de wethouder namens u de gesprekken heeft gevoerd. Is het dan ook zo dat het stopzetten van de subsidierelatie of het voornemen om dit te beëindigen een maatregel is die mede namens LokaalBelang genomen is? Heel belangrijk om uw positie hierin duidelijk te bepalen.

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

61

Daarnaast zegt u dat door de heer Van Groos een aantal rake dingen zijn gezegd. Zou u voor mij nog even willen herhalen welke drie punten u het meest belangrijk vindt uit zijn bijdrage en waarom? De voorzitter: Niet te veel hé? Ik ben zelf leraar geweest en dan deed ik dat ook, maar dat was dan wel bij een tentamen van 6 VWO. Ik weet niet of de heer Klerx dat heeft gehaald. De heer Tiemstra: Ik was zelf kandidaat in 1981 op het VWO op het Willem van Oranjecollege. Deze maand 40 jaar geleden. Ik zou toch hechten aan het beantwoorden van de heer Klerx van deze vraag en misschien wilt u hem daar de gelegenheid toe geven. De voorzitter: Dat doe ik ook, maar niet op de manier van uw laatste vraag, bijna alsof het een tentamen is. De heer Klerx: “Wij vinden, wij vinden, wij vinden”. Wij vinden ook van alles, daar worden we voor betaald als raadsleden dus dat is ons goed recht. LokaalBelang probeert daarvoor uit te komen en wij hopen dat de SGP dat ook doet, want dat noemen ze democratie. Ik heb gezegd dat het college iets namens ons doet, en volgens mij is “ons” dan de gemeente Waalwijk. Zo heb ik het in ieder geval bedoeld. De raad heeft daarin een controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol en die proberen wij uit te voeren. De uitvoering ligt bij het college en daar ligt dus ook deze beslissing. Dus dat doet het college.

Daar zit echt geen LokaalBelang-stempel of een overleg van tevoren bij. Het gaat om wat het college besluit en wij hebben er het volste vertrouwen in dat zij dat naar eer en geweten doen. En heel kort dan over het betoog van de ChristenUnie. Het gaat erom dat we niet willen dat het college op onze stoel zit en dat wij dus ook niet op de stoel van het college moeten gaan zitten. En daar zijn een aantal dingen verteld naar aanleiding van het rapport. Die discussie heb ik net met de heer Ottens gevoerd. Volgens mij moet u het niet overdoen. Het is een veel langer traject geweest, er is al heel veel over gesproken en er is al extra subsidie bijgekomen, juist voor die verantwoording en die bedrijfsvoering. Volgens mij heb ik al drie punten genoemd en daar zou ik het bij willen laten. De voorzitter: Ik constateer dat we soms in de herhaling vallen, dus ik wil graag door. De heer Bögemann: Dank u wel, voorzitter. Met het gevaar dat ik in de herhaling val, wil ik nog even inhaken op de vragen die de heer Ottens stelde aan de heer Klerx. Het ging weer over het registreren van de taken die daar uitgevoerd worden. Het zou ook zomaar kunnen dat Tavenu naar aanleiding van deze gesprekken beter kan bijhouden wat ze nu precies doen en wat dat kost en dat de conclusie gaat zijn dat ze misschien wel meer doen dan waar ze voor betaald krijgen. Dus dat er een hoger prijskaartje aanhangt.

Kunt u mij aangeven wat uw standpunt in dat geval zou zijn? De heer Ottens: Dat standpunt is heel simpel. Er is door het college in 2015 overgegaan van exploitatiesubsidie naar budgetsubsidie. Budgetsubsidie is ook heel eenvoudig: je hebt het te doen met het budget dat je krijgt. Houd je over, mag je reserveren; kom je tekort, moet je dat uit je voorzieningen halen. Heel simpel, daarvoor ga ik niet op de stoel van het college zitten. De heer Bögemann: Helder, dank. Wat ons betreft is het besluit van het college een logisch gevolg van alle stappen die in de afgelopen periode zijn gezet, dus daarom sluit ik me aan bij de heer Klerx. Ik heb nog één advies van de heer Klerx over de drie vragen die door de heer Tiemstra zijn gesteld. Misschien kan hij aansluiten bij het gesprek dat de heer

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

62

Tiemstra gaat hebben met de heer Van Groos, nadat hij heeft nagedacht over het betoog van de heer Van Groos. De voorzitter: Misschien is daar nog wel meer belangstelling voor, maar dan moet u dat gewoon eventjes off the record regelen. De heer Spierings: Voorzitter. Dat is het voordeel als je wat later aan de beurt komt, dan is er natuurlijk al heel veel gezegd. Schijnbaar is het betoog van de heer Van Groos hot topic vanavond. Ook de VVD kan zich daar volledig in vinden, zij het niet dat wij ook vinden dat er, waar mensen werken, foutjes gemaakt kunnen worden. Het voordeel van fouten maken is dat we daar ontzettend veel van leren. Aan de andere kant is het zo dat waar mensen in gesprek zijn met elkaar, kansen zijn. Nu heeft de VVD de gedachte dat de mensen die in die gesprekken aan tafel zitten veel common sense hebben, dus veel gezond verstand. Wij zien ook, ook hier vanavond, dat iedereen heel veel passie en energie heeft voor ons Tavenu. Het is namelijk nogal een luxe voor een stad als Waalwijk en dat moeten we dus ook koesteren. Maar ik denk dat we het college in dit verhaal ook gewoon samen met Tavenu als volwassen mensen de gelegenheid moeten geven eerst eens even goed met elkaar te praten. Wij hebben daar vertrouwen in, en als dat vertrouwen geschaad wordt, is er nog tijd genoeg om met elkaar hierover te debatteren. Ik denk dat we gewoon naar de besluitvorming kunnen.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Tiemstra was de laatste die zich in eerste instantie opgaf als spreker, maar ik heb hem al zo regelmatig gehoord, dat ik me niet kan voorstellen dat hij nog met een nieuw argument komt. Als dat wel zo is, ga uw gang. De heer Tiemstra: We kunnen naar de tweede termijn voorzitter. Ik vind het goed zo. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan het college om zijn mening te geven over de motie die voorligt. Het woord is aan wethouder Odabasi. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Goedenavond, allemaal. Ik zit in de auto en sta voor het Willem II-stadion te wachten op mijn eerste prik. Dus vandaar vanuit een vreemde locatie. De voorzitter: Even uitkijken of die locatie geen extra risico met zich meebrengt waar het gaat om de kwaliteit van de prik. Wethouder Odabasi: Ik kan eigenlijk heel kort zijn. Ik begrijp de zorgen vanuit de raad. Het is alleen op dit moment heel erg lastig op al die opmerkingen in te gaan. Dat zou ik kunnen doen, maar daar voel ik weinig voor. We hebben ook met de heer Boom afgesproken dat wij de gesprekken die wij voeren een kans gaan geven. We zijn constructief in overleg. We hebben twee goede gesprekken gehad, morgen gaan we een derde gesprek voeren. We willen eigenlijk voor de kadernota tot een oplossing komen of in ieder geval tot een conclusie.

De gesprekken zijn nu eindelijk op het niveau dat we allebei willen hebben, en daarin is het volledig open. We proberen dus van elkaar te leren, we luisteren naar elkaar, want dat was ook een van de opmerkingen die gemaakt werd. Ik wil u vragen ons die gelegenheid te geven en op dit moment geen moties aan te nemen. Aan mediation hebben we sowieso geen behoefte, dat heeft Tavenu ook bevestigd. Het vertrouwen dat we er samen uit gaan komen, is er. Wij hebben ook met elkaar afgesproken dat we niet de pers gaan opzoeken. Een broedende kip moet je met rust laten en we vragen de raad dan ook ons even een periode met rust te laten, opdat we de gesprekken kunnen afronden. Als u het niet eens bent met de besluitvorming, kunt u dat altijd nog melden. Wij nemen

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

63

geen onomkeerbare besluiten en als u het niet eens bent met de afronding, bent u aan zet. Ik heb er echter alle vertrouwen in dat het de goede kant op gaat. De voorzitter: Oké. Dan is er nu de gelegenheid om allerlei vragen aan mevrouw Odabasi te stellen. Gezien de staat waarin zij verkeert en de plek waarop zij is, lijkt het mij dat we gewoon kennis kunnen nemen van die mededeling vanuit het college en dat we naar de tweede instantie kunnen gaan. Of zijn er zeer dringende, korte vragen? Niet het geval. Mevrouw Odabasi, veel succes daar. Wie wil eventueel gebruik maken van de tweede instantie? De heer Ottens: Wij willen graag heel kort even schorsen voor een overleg met de medeindieners. De vergadering wordt van 20.23 uur tot 20.30 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Ottens. Tweede termijn De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben even overleg gehad met de indieners. We hebben gehoord wat er vanuit de coalitie en de andere partijen is gezegd, met name waar het gaat om de stoel van het college waar wij op zouden zitten. U hebt mijn betoog gehoord en wij zijn niet van plan om op de stoel van het college te gaan zitten. We hebben wel een controlerende taak en die nemen wij uitermate serieus, vandaar dat wij ook in de vertrouwelijke stukken zijn gedoken.

We hebben de wethouder horen zeggen dat er nu constructief overleg is en dat dat de goede kant op gaat, en dat wij een broedende wethouder niet moeten storen. Dat zullen we dan ook niet doen. Wij gaan dan ook uit van de positieve insteek van de gemeente, waarbij “de goede kant op” betekent dat richting de beslispunten gaat die wij in onze motie hebben opgenomen,. Dus wij houden de motie aan en wachten de uitkomsten af. Als die niet goed zijn, wachten wij ook de initiatieven vanuit het CDA rond de kaderstelling af. En anders komen we natuurlijk zelf weer met iets. Tot zover. De heer Klerx: Ik had nog een vraag aan de heer Ottens naar aanleiding van zijn bijdrage in de tweede termijn. Ik hoop dat dat mag. Ik hoor de heer Ottens zetten dat “het goede” inhoudt wat zij in de besluitvorming van die motie zeggen. Maar ik vraag me af of we nu alleen maar toewerken naar het besluit in de motie die ze voornemens waren in te dienen, of dat we gaan voor goed jongerenwerk voor al onze jongeren. Want daar hoor ik niets over in de motie, maar volgens mij is dat wat voorop zou moeten staan. Ik ben benieuwd wat de heer Ottens daarover denkt, want anders zijn we wel heel erg aan doelredeneren aan het doen. De heer Ottens: Daar wil ik graag op reageren.

Door niemand is ontkend dat er goed jongerenwerk is in Waalwijk, dat er geen belangrijk werk verricht wordt door Tavenu of dat de prestaties onvoldoende inzichtelijk zijn. Daar gaat het nu helemaal niet over. Uiteraard mag een indiener van een motie hopen dat de gesprekken die gevoerd worden in de richting van de beslispunten van de motie die hij of zij indient gaan. Daar is toch niets mis mee? Ik heb niemand horen zeggen dat het slecht gaat met het jongerenwerk, dus daar gaat het ook niet over. Ik ben ook begonnen met zeggen dat wij niet op de stoel van het college gaan zitten, maar dat we wel onze controlerende taak serieus nemen. De heer Klerx: Ik denk dat we daar toch deels van inzichten verschillen. Maar dan gaan we de discussie overdoen, dus wat mij betreft laten we het hierbij.

Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

64

De heer Spohr: Aangezien het CDA toch even werd genoemd, geef ik toch nog een reactie. Complimenten voor de indieners. Het siert de indieners dat het vertrouwen wordt gegund aan beide partijen. Laten we ze op deze manier in ieder geval positief tegemoet treden. Daar is de CDA-fractie ook blij mee. Natuurlijk bent u benieuwd wat het CDA gaat doen. Iedereen is tegenwoordig erg benieuwd naar wat het CDA gaat doen, landelijk of lokaal, dat maakt niet uit. Daar kunt u ook zeker naar uitkijken in de kadernota. Dat doen wij ook. De heer Van Groos: Ik wil nog even reageren op de heer Ottens. Ik ben blij dat de motie van tafel is, maar na mijn eerste termijn was al duidelijk dat de motie van tafel moest. De ChristenUnie is niet tevreden over het jongerenwerk en dan gaat het niet alleen over SJW, maar ook over de GGD en alle andere partijen die ervoor zouden moeten zorgen dat er zo min mogelijk een beroep gedaan hoeft te worden door jongeren op professionele jeugdhulp. Toch is dat de laatste jaren enorm toegenomen, zonder dat we daar van welke partij dan ook vooraf een waarschuwing hebben gekregen. Dat heeft naar mijn idee onder andere te maken met het feit dat SJW niet alle jongeren bereikt die ze zouden moeten bereiken, gegeven de taak en opdracht die er ligt.

Volgens mij gaat de discussie onder andere daarover, niet alleen over het rapport van Radar maar ook over het feit dat we grote problemen hebben in de professionele jeugdzorg met het aantal Waalwijkers dat daarop een beroep moet doen. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebt u in de eerste termijn al duidelijk gemaakt dat dit uw opvatting is. Gezien de motie die wordt aangehouden en de discussie die we gehad hebben, lijkt het me niet nodig dit in de tweede instantie over te doen. Mijn voorstel is dit agendapunt nu voor gezien te houden en naar de tweede motie vreemd aan de orde te gaan. Motie vreemd aan de orde LokaalBelang en D66 over de Toekomst van Waalwijk Voorzitterswissel: de heer Slaats De voorzitter: Ik geef de heer Klerx het woord over de motie die zojuist ingediend is. De heer Klerx: Voorzitter. Helaas is ons ter horen gekomen dat de gemeente Waalwijk deelname aan het traineeprogramma van de provincie Noord-Brabant niet voortzet, wegens onvoldoende ruimte in de reguliere budgetten. Onze fractie is dit gaan uitzoeken en wij vinden het eigenlijk ongelooflijk, aangezien juist wij als gemeente de wens hebben om initiatieven te ontplooien om jongeren aan Waalwijk te binden, c.q. te behouden. We hebben dit zelfs nog concreet gemaakt als project of activiteit in de begroting van 2021 via de actualisatie van die begroting.

LokaalBelang vindt dat je dan op zijn minst als werkgever het goede voorbeeld moet geven en deze leer- en ontwikkelplekken voor de toekomst van Brabant beschikbaar moet stellen in je eigen organisatie. Juist omdat je zo jonge talenten naar Waalwijk kan trekken. Elke acht maanden komt er één trainee meedraaien, dus drie talentvolle, net afgestudeerde jongeren maken kennis met Waalwijk in het tweejarenprogramma. Het zijn een paar middelgrote gemeenten en bijna alle grote gemeenten, het Waterschap Aa en Maas en de provincie zelf die hieraan meedoen. Portefeuillehouder, in dit rijtje wilt u toch niet ontbreken? Helaas is de deadline bij de provincie voor deelname eigenlijk al voorbij, maar wij moeten als raad vanavond de uitspraak doen dat we vanaf september opnieuw voor twee jaar deelnemen. In deze motie vreemd aan de orde van LokaalBelang en D66, mede ondersteund door GroenLinksaf, dragen wij het college op opnieuw deel te nemen aan het traineeprogramma, de financiële lasten te verwerken in het Najaarsbericht van 2021, desnoods in de post onvoorzien, en bij de kaderstelling van 2023 te bezien of wij ruimte Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

65

kunnen vrijmaken om te blijven deelnemen aan dit programma. Wij hopen dan met zijn allen samen te kunnen blijven werken aan de toekomst van Waalwijk. Aan ons zal het in ieder geval niet liggen. Motie 2: De toekomst van Waalwijk De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • in de Actualisatie Begroting 2021 een van de activiteiten is ‘A.016 Waalwijk stad van kennis & talent / stop braindrain’; • de afgelopen twee jaar de gemeente Waalwijk heeft meegedaan aan het trainee programma van de Provincie Noord-Brabant, te weten de Toekomst van Brabant; • deelname aan dit tweejarig programma circa 75.000 euro per jaar kost; • binnen de reguliere budgetten op dit moment geen ruimte is om opnieuw deel te kunnen nemen aan het programma; • de deadline om deel te nemen aan dit programma reeds verstreken is, maar de provincie heeft aangegeven een uitzondering voor Waalwijk te willen maken als de raad in deze raadsvergadering een uitspraak doet; overwegende dat: • we graag nieuwe en integrale initiatieven lanceren om jongeren en talenten voor Waalwijk te behouden of nieuw aan ons te binden; • de gemeente Waalwijk op z’n minst zelf het goede voorbeeld moet geven om jonge talenten een kans te geven om in onze gemeente te kunnen werken; • het belangrijk is dat deelname aan dit programma wordt opgenomen in de reguliere budgetten, zodat dit onderdeel wordt van de reguliere bedrijfsvoering

van de gemeente Waalwijk; draagt het college op: 1. opnieuw voor twee jaren deel te nemen aan het trainee programma van de Provincie Noord-Brabant, te weten de Toekomst van Brabant; 2. de financiële lasten van dit programma te verwerken in het Najaarsbericht 2021 en de daarbij dan door de raad vast te stellen wijziging van de begroting; 3. bij de kaderstelling voor de jaren 2023 en verder te bezien of ruimte vrijgemaakt kan worden om te kunnen blijven deelnemen aan dit programma, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Hartelijk dank aan de heer Klerx. Wil een van de mede-indieners nog een toelichting geven? Dan is nu het moment. Het woord is aan mevrouw Schuijffel. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Ik heb eigenlijk niet heel veel toe te voegen aan het betoog van de heer Klerx. Het enige wat ik nog wil zeggen, is heel kort. We hebben best een opgave als het gaat om werkgelegenheid. We hebben een uitdaging als het gaat om de braindrain. Inderdaad, daar zou de gemeente het goede voorbeeld moeten geven, dus daar ben ik het helemaal mee eens, maar wat ook heel belangrijk is, is dat je met dat traineeprogramma jong talent met een frisse blik je eigen organisatie binnenhaalt.

Wanneer je binnen een gemeente bezig bent met allerlei uitdagingen die ook over bijvoorbeeld over data gedreven analyses gaan …, we zitten in een omgang naar de enorm Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

66

gedigitaliseerde samenleving. Het is juist heel goed om dan jonge mensen in je eigen organisatie mee te laten kijken met een hele frisse blik, naar dingen waar wij alweer veel te oud te zijn. Dat is zo waardevol dat ik het eigenlijk een koopje vindt. En hoe fijn is het als je elke keer die jonge mensen in je organisatie haalt. En wat zou het fantastisch zijn als deze mensen uiteindelijk ook nog blijven hangen in Waalwijk. Dat wilde ik er even aan toevoegen. De heer Bögemann: Voorzitter. Fijn dat vrouwen voorgaan, want dan hoef ik nog maar een klein beetje te doen. Ik onderschrijf de woorden van mevrouw Schuijffel en de heer Klerx uiteraard. Wat ik er nog aan toe wil voegen, is dat deze motie voor ons heel belangrijk is omdat die ervoor zorgt dat dit soort uitgaven in de toekomst gewoon uit een structureel budget gehaald worden en niet bekostigd worden vanuit de incidentele inkomsten. De heer Van Groos: Voorzitter. De ChristenUnie steunt inhoudelijk het pleidooi van LokaalBelang volledig, inclusief de aanvulling door D66 en GroenLinksaf. We hebben alleen problemen met de financiële dekking, want zoiets hoor je niet via een Voorjaarsbericht of Najaarsbericht te doen. Die berichten zijn bedoeld voor het college om afwijkingen aan de raad te melden, niet voor de raad om extra uitgaven te doen. Dat had onvoorzien moeten zijn.

Wat het hier complicerend maakt, is dat wat we nu beslissen niet voor 2021 alleen is, maar ook voor 2022. Ik zie ook problemen om dat op te lossen. Met de wijze waarop het in de motie staat, hebben we heel veel moeite. We moeten daarom nog nadenken of dat bezwaar ernstig genoeg is om deze motie niet te steunen, dan wel akkoord te gaan en te hopen dat er financieel een verstandigere uitwerking komt. De heer Klerx: Ik snap de argumenten van de heer Van Groos dat het best ingewikkeld is om het financieel goed te doen, maar ik zou willen kijken hoe we daar wel uit kunnen komen, of wat er wellicht anders moet. De algemene reserve was niet de juiste weg. Dit was op advies van de griffie, die in overleg is gegaan met de ambtelijke organisatie naar aanleiding van uw feedback. Maar als dit ook niet de weg is … De weg maakt wat ons betreft niet zoveel uit, als we maar op de bestemming aankomen. Dus wat zou wel de koninklijke weg zijn? Die is er waarschijnlijk niet, maar wat zou een betere weg zijn? De heer Van Groos: De koninklijke weg was geweest als het college zich bij ons had gemeld, had gezegd dat ze tegen dat probleem aan liepen en had gevraagd of wij wilden doorgaan of stoppen met het traineeprogramma. Dat was de koninklijke weg geweest. Helaas is daar niet voor gekozen. In deze situatie zou ik zeggen dat de middelen vanuit de post onvoorzien beschikbaar moeten worden gesteld.

En misschien wel voor twee jaar, ik weet niet of die ruimte er nog is, maar dat kan ik me ook nog voorstellen. Want op dit moment is het voor de raad onvoorzien en stellen we de middelen beschikbaar die nodig zijn om mee te doen. En als dat niet kan, stel ik voor dat de middelen voor 2021 uit onvoorzien komen en dat we het als raad bij de kaderstelling regelen. Ik hoop dat dat dan voor de provincie genoeg is als wij met elkaar besluiten dat we het dan later in orde maken. Dat zijn de twee opties die ik op dit moment voorhanden heb. De heer Klerx: Oké, mocht de portefeuillehouder nog een slimmere weg zien, vind ik het ook prima. Voor ons is de bestemming belangrijker dan de weg ernaartoe. De heer Klapwijk: Voorzitter. We horen goede bijdragen van de indieners en staan zeker sympathiek tegenover dit voorstel. Misschien nog wel een extra argument dat de arbeidsmarkt op onderdelen ook best krap is, zeker ook voor gemeenten. Dat kun je inhuren, dat kost ook geld. Je kunt ook creatief zijn en jong talent proberen te werven. Dat zou wat ons betreft ook een betere oplossing zijn. We zijn wel nog even benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder, maar zoals gezegd staan we hier zeker positief in. Notulen raadsvergadering 10 en vervolg op 15 juni 2021

67

De heer Ottens: Voorzitter. Ik kan het betoog van de heer Klerx en in aanvulling daarvan die van mevrouw Schuijffel en de heer Bögemann prima volgen. Echter is dit een collegebesluit geweest en daar waar de indieners van de vorige motie verweten werden op de stoel van het college te gaan zitten, en het hier om het personeelsbeleid gaat, is mijn vraag of u met deze motie niet heel erg op de stoel van het college gaat zitten. De heer Klerx: In onze ogen is dit toch echt anders, omdat dit een politieke afweging is. De heer Van Groos is daar ook op ingegaan. We hadden op een andere plek wellicht een hele logische afweging kunnen maken toen er bezuinigingen of keuzes moesten worden gemaakt om budgetten te verkleinen als bepaalde dingen niet meer gedaan kunnen worden. En nu dit ter sprake komt, vinden wij het dermate belangrijk dat wij hier toch het signaal af willen geven. Daar komt bij dat dit een bepaalde beleidsmatige invalshoek heeft, dus die kaderstelling, om juist in te zetten op jongeren en daar het goede voorbeeld en signaal af te geven als gemeente. Dus wat ons betreft maakt dat het echt wel anders dan de vorige discussie over de vorige motie vreemd aan de orde. De heer Ottens: Daar kunnen we een uitgebreid inhoudelijk debat over voeren, maar het traineeprogramma, wat je er ook als raad van vindt, is uiteindelijk wel een uitvoerende taak binnen je ambtelijke organisatie.

Ik snap dat de heer Klerx dat als verdediger van de motie heel anders ziet, maar volgens mij hebben we het hier precies over hetzelfde. En nogmaals, ik ben er een voorstander van, laat daar geen misverstand over zijn. Maar ook bij het vorige verschilden we van inzicht, laten we constateren dat dat hier ook het geval is. De heer Spierings: Voorzitter. Ik zei eerder al dat het betoog van de heer Van Groos hot topic was. Ik probeerde net te bellen om het onderdeel van zijn betoog te herhalen met betrekking tot het college en de raad, maar schijnbaar zit hij in een vergadering, dus neemt hij zijn telefoon niet op. Sowieso vind ik ook weer hetzelfde als het voorgaande onderwerp. Daar komt nog bij dat wij het een preprioriteit vinden. We vragen ons ook af welke afdeling van de ambtelijke organisatie zich heeft gemeld, want volgens mij kunnen ze gewoon geen stagiairs plaatsen. Dan kom je op het woord stagiair en dat wordt gebruikt, maar volgens mij is het gewoon met een salaris als ik het zo zie. Daarom vind ik het gewoon veel te vroeg en daar moeten we het bij de kaderstelling maar eens over hebben. En wellicht is het een idee om zoiets in de gemeenschappelijke regeling te doen, samen met Loon op Zand of Heusden. Dat zou kunnen, dat we de kosten gaan delen. Dus ik vind het te kort door de bocht om hier vanavond een beslissing over te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10433249/1