CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag begrotingsvergadering 4 en vervolg 11 november

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen49.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

18

De heer Klerx: Dat hebben we vastgesteld op 15 oktober bij het Plan van Aanpak Verduurzaming gemeentelijk vastgoed. De heer Spohr: We hebben een plan vastgesteld. Dat snap ik. De gemeente heeft tot nu toe blijk gegeven dat verduurzaming kennelijk niet relevant is, ondanks het feit dat er een voorziening voor onderhoud is. Het is althans niet zichtbaar. Nu gaan we de voorziening op niveau brengen en gaan we ervan uit dat de verduurzaming plaatsvindt op basis van het plan. Had u niet beter in het amendement een garantie kunnen opnemen dat we het plan gaan uitvoeren als het onderhoud op niveau is? De heer Klerx: U wilt een garantie dat we altijd meteen alle verduurzamingsmaatregelen uitvoeren op het moment dat we iets aan onderhoud doen? Dit gaat overigens over de uitvoering van wat wel en wat niet. Er zullen ongetwijfeld veel kleine dingen aan onderhoud gebeuren. Ik kan me voorstellen dat het dan niet altijd schaalvoordelen oplevert om meteen ten volle in te zetten op verduurzaming. Het ene heeft dan niets met het andere te maken. Een garantie vind ik daarom wel heel verstrekkend. Volgens mij verschillen we helemaal niet zo veel van mening. Ik ben het er net als u hartstikke mee eens dat we liever vandaag dan morgen al ons gemeentelijk vastgoed verduurzamen. Althans, dat hoor ik een beetje aan uw woorden, dat het niet snel genoeg gaat en niet concreet genoeg is.

De heer Spohr: Nee, u hoort mij niet zeggen dat het niet snel genoeg gaat. Ik weet niet waarom die onderhoudsvoorziening zo is achtergebleven. Kennelijk is er met de Kadernota een slag gemaakt, maar liepen we al jarenlang achter en hebben we het niet zo belangrijk gevonden om die onderhoudsvoorziening bij te houden. Nu gaan we een inhaalslag maken en zeggen we: we gaan dat doen omdat het heel belangrijk is voor duurzaamheid. Ik zie echter niet terug waarom we die inhaalslag moeten maken ten behoeve van duurzaamheid. U gebruikt het als een reden voor de inhaalslag, maar ik kan het ook vertalen als: heel prettig dat we met de begroting even die inhaalslag maken. Ik zie geen enkele garantie dat we daardoor ook meteen iets aan duurzaamheid gaan doen. Dat is hard nodig bij het gemeentelijk vastgoed. Als er in het amendement had gestaan dat we het college vragen om vanaf nu, op basis van de onderhoudsvoorzieningen het plan van aanpak verduurzaming gemeentelijk vastgoed voor 100% uit te voeren, dan snap ik het. Dat staat er echter niet in. De heer Klerx: We verschillen helemaal niet zoveel van mening voor mijn gevoel. Ik kan me niet voorstellen dat het college van plan is om het Plan van Aanpak Verduurzaming gemeentelijk vastgoed maar voor de helft uit te voeren. Dat zou heel vreemd zijn. Ik denk dat we elkaar daar kunnen vinden.

Als u concreet aangeeft wat we aan het amendement moeten toevoegen, dan hoor ik het graag. Misschien gaat de wethouder straks toezeggen dat hij gaat doen wat u nu vraagt. Ik denk dat we niet zoveel van mening verschillen. Waar het door komt dat die voorziening te weinig is: in een bezuinigingsronde, niet die van vorig jaar, maar eentje van jaren terug, is deze voorziening deels wegbezuinigd. Dat heb ik me laten vertellen, want ik was daar zelf nog niet bij. Daarom denken wij dat dit nu noodzakelijk is. De voorzitter: Ik hoor u zeggen dat er eigenlijk niet veel verschil in zit, maar dat u een toelichting wenst over de bedoeling die LokaalBelang heeft. Wellicht kunt u op een ander moment nog even daarover spreken. Is het zo voldoende? De heer Spohr: Nee, dat is me te licht. Natuurlijk willen we allemaal verduurzaming. Daar hebben we geen verschil van mening over. Het gaat mij erom dat dit geen eenvoudige zet is om de voorzieningen bij te lappen en vervolgens door te gaan, terwijl het on-

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

19

duidelijk is of we wel of geen duurzaamheidsmaatregelen gaan toepassen. Dat blijft een beetje in de lucht hangen. De voorzitter: Dat is helder, maar ik denk te horen dat u de richting van het amendement steunt, mits het wat concreter wordt. De heer Spohr: Dat klopt. De heer Tiemstra: Allereerst heb ik goed geluisterd naar het enthousiasme van de heer Klerx. Ik word er zelf een beetje enthousiast van. U heeft het over samen, inclusief, samen duurzaam vooruit. U zei op een gegeven moment zelfs dat u uw best gaat doen tot de allerlaatste inwoner; daar staat u voor 100% achter. Dat vind ik echt mooi gezegd. Daar kunnen we elkaar van harte de hand schudden. Ik moest even denken aan het debat in een vorige ronde toen het ging over de toeslagenaffaire en de rol die de gemeente Waalwijk hierin kan en wat ons betreft móet pakken. Als er één mogelijkheid is om echt te laten zien dat u staat voor de laatste inwoner van Waalwijk, dan zou ik als fractievoorzitter van LokaalBelang willen oproepen om deze motie te steunen. Daar hoor ik graag straks uw antwoord op. Het tweede is misschien een kleinigheid over de motie waarin u vraagt om de ontwikkeling van een stadsstrand bij de surfvijver. We hebben hier onderling over gesproken. Ik denk dat we het allebei een warm hart toedragen. Toch heb ik niet op voorhand gemeend deze motie te steunen.

Waarom? Het college heeft aangegeven op korte termijn met een standpunt te komen over de wenselijkheid van een surfvijver. Het college zal ook onderkennen dat er op dit moment gezwommen wordt en dat de kwaliteit van het water goed is. Wat beweegt u om nu toch met de motie te komen en niet te wachten tot het college komt met een voorstel? Wat ons betreft is dat geen probleem. Zou het echt lang uitblijven, dan zien we wel weer. De beantwoording van onze vragen dateert van 19 oktober, dus dat is een paar weken terug. Als het college nog wat ruimte krijgt en het zegt toe ermee te komen, zouden wij dat genoeg vinden. Ik hoor graag uw mening daarover. De heer Klerx: Volgens mij is het net uitgebreid genoeg gegaan over de toeslagenaffaire en worden er nu twee uitspraken door elkaar gehaald. Ik wil daar niet nog een keer op ingaan. Volgens mij heeft de heer Lodenstijn het net uitstekend verwoord namens onze fractie. Hij spreekt namens ons allemaal. Het tweede punt. Ik word voor mijn gevoel nu voor de tweede keer verweten dat wij als raad ons budgetrecht en onze kaderstellende rol inzetten. Net door de heer Ottens en nu door de heer Tiemstra. Als ik alleen nog maar mag blijven controleren en volksvertegenwoordiger mag zijn, vind ik dat hartstikke leuk, maar ik voer met liefde en plezier die andere twee rollen ook uit.

De heer Tiemstra: Ik denk dat we het gevaar lopen dat bepaalde dingen een beetje uit hun verband worden getrokken. U zei dat u staat voor de allerlaatste inwoner van Waalwijk, in het kader van samen en inclusief. Ik heb alleen gevraagd om inhoud te geven aan die woorden. Juist die kans is er met de motie over de toeslagenaffaire. Laat ook die allerlaatste inwoners van Waalwijk niet barsten; dat is wat wij LokaalBelang vragen. Twee. U heeft het over kaders stellen en controleren. Prima. Dat hebben we gedaan middels onze vragen. In die vragen hebben we natuurlijk ook aangegeven wat we willen. Het college weet hoe belangrijk het is. Nu verwijt u mij als het ware dat ik u iets verwijt. Dat doe ik niet. Het enige wat ik zeg, is: laat het college er gewoon mee komen. Dat gaat het straks ongetwijfeld doen. Blijft het uit, dan vindt u mij aan uw zijde. We hoeven hier niet hijgerig en gejaagd te doen om het nu meteen voor elkaar te krijgen. Het college weet wat wij willen en ik acht het college in staat om snel met een verstandig voorstel te komen. Dat heeft het college immers beloofd.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

20

De heer Klerx: We verschillen op beide punten van mening. Over het tweede punt wil ik zeggen dat we nu concretere kaders aangeven dan in de schriftelijke vragen. Daarin hebben we gewoon gevraagd waar het college mee bezig is. Daar krijgen we antwoord op en op basis daarvan stellen we kaders op, die we in de raadsvergadering bevestigd hopen te krijgen, zodat het college concreet aan de slag kan met een participatietraject, een onderzoeksvoorstel en een balans. We geven best wel wat meer aan dan in onze schriftelijke vragen. We pakken wellicht een andere weg om bij hetzelfde doel uit te komen. De heer Ottens: De reactie van de heer Klerx vraagt om een tegenreactie. Het laatste wat ik zou willen doen, is een raadslid zijn budgetrecht afnemen. Dan zou ik het bij mezelf ook willen doen en dat heb ik geenszins gewild. Ik heb de heer Klerx ook helemaal niets verweten. Ik probeer met mijn vragen alleen te achterhalen wat de achterliggende motivatie van een amendement is. Volgens mij is dat mijn recht en komt het ten goede aan het debat. Nogmaals, als het overkwam als een verwijt, is dat absoluut niet zo bedoeld. Mevrouw Klerks: Ik wil over twee items een vraag stellen aan LokaalBelang, over het terugdraaien van de ombuigingen en over het stadsstrand. Over het terugdraaien van de ombuiging, wil ik het volgende vragen. Het klopt dat we geld over hebben. Dat zouden we kunnen besteden.

Ik denk dat we in basis al van mening verschillen hierover, want wij denken dat de financiële positie van Waalwijk nu niet zo is dat we al het geld moeten uitgeven. Dat even terzijde, want daar komen we toch niet uit. Ik was wel benieuwd naar iets. We hebben een heleboel ombuigingen gehad. Wat is de afweging die LokaalBelang maakt om te kiezen voor Go Waalwijk en de verduurzaming van de gebouwen? We hebben namelijk ook ombuigingen gehad op het sociaal domein en we hebben de bouwleges verhoogd. Dat zijn echt zaken die onze inwoners raken. U geeft nu Go Waalwijk, dat op zich nog goed functioneert, meer geld en verhoogt de bijdrage voor het verduurzamen van gebouwen, terwijl dat ook nog wel even kan wachten. Waarom kiest u voor dingen die onze inwoners veel minder raken, terwijl u ook de ombuigingen in het sociaal domein kunt terugdraaien? Ik ben benieuwd naar de redenatie daarachter. Ik stel daarna mijn vraag over het stadsstrand. De heer Klerx: We hebben geprobeerd om in onze bijdrage uiteen te zetten waarom we die twee punten belangrijk vinden. We hebben namelijk concrete voorbeelden willen geven die wij belangrijk vinden voor de inclusieve samenleving en voor de voorbeeldrol die wij hebben in het verduurzamen. Wij denken dat het wel degelijk al onze inwoners raakt.

U heeft het over het sociaal domein, maar wij hopen de kwetsbare doelgroepen juist uit het sociale domein te halen, dus uit de jeugdzorg of de Wmo door het voorliggende veld structureel meer geld te geven. Wij vinden het dus belangrijker om te voorkomen dan om te genezen. Daarom zetten we daar extra op in. Door zelf het goede voorbeeld te geven met de duurzaamheidsslag die we moeten maken, hopen we ook inwoners mee te krijgen in de enorme transitie die we met elkaar te maken hebben. Op die manier denken wij wel degelijk alle inwoners te bereiken. Mevrouw Klerks: Wij concluderen dat LokaalBelang liever een ton uitgeeft aan verduurzaming dan aan het sociaal domein. Ik had ook een vraag over het stadsstrand. Het is een leuk cadeautje voor onze inwoners, zo vlak voor de verkiezingen. Ik vind het overigens best een goed idee, dus in die zin heeft u ons best wel. In de motie stelt u dat u het omliggende gebied wilt versterken. Het gaat dus om het hele Hoefsvengebied. Hoe kijkt u daarnaar? Volgende week ligt een voorstel voor om het hertenkamp te vernieuwen. Het college is ook bezig met ontwikkelingen rondom het Lido. We hebben dus allemaal elementjes in dat gebied waar we iets mee gaan doen. Het is een prachtig gebied.

Zou het niet veel verstandiger zijn om eerst te gaan kijken wat we met het hele gebied willen? Op die manier kunnen we het hele gebied goed positioneren en er voor al onze inwoners een Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

21

fijn gebied van maken, waar het stadsstrand een onderdeel van kan zijn. Dat lijkt me verstandiger dan nu weer een los element te plaatsen in het Hoefsvengebied. Ik ben benieuwd hoe LokaalBelang daar tegenaan kijkt. De heer Klerx: Ik denk dat we nog een hele avond kunnen doorpraten over het Hoefsvengebied en wat we er allemaal mee kunnen doen. Ik zou dat graag een keer willen doen, maar ik denk dat dit niet de juiste plek is. Wij vinden het gewoon belangrijk om op die locatie iets te doen. Er wordt wel meer gedaan in onze gemeente door op bepaalde plekken iets te ontwikkelen. Er zit altijd een gedachte achter die met andere zaken samenhangt. Daarom zeggen wij dat het plan het Hoefsvengebied zal versterken. Zo denken wij dat het uiteindelijk ook een bijdrage levert aan de wijk Akkerlanen en dat de mogelijke horecalocatie ook weer het stadsstrand en het recreatiegebied gaat versterken. Het draagt allemaal bij aan een mooier Waalwijk. Dat hebben we volgens ons best goed verwoord in de visie waar we mee vooruit willen in Waalwijk. Dat hebben we ook verwoord in onze bijdrages en in het coalitieakkoord. Ik denk niet dat we opnieuw een hele integrale visie moeten maken. Dan draaien we wat ons betreft weer door. Er komt straks een omgevingsvisie, waarin we gemeentebreed kijken. Daarin zou je dit soort dingen zijdelings kunnen meenemen.

Om voor dit gebied een aparte, integrale visie te maken gaat wat ons betreft te ver. Mevrouw Klerks: Ik heb de term “integrale visie” niet genoemd. Mijn vraag is heel simpel, maar ik heb geen antwoord gekregen. Bent u het met mij eens dat het hebben van een plan voor het hele Hoefsvengebied verstandig zijn, alvorens wij een stadsstrand gaan ontwikkelen? De heer Klerx: Nee. Mevrouw Klerks: Waarom is uw antwoord daar nee op? De heer Klerx: Omdat we graag stappen willen zetten. We zien de meerwaarde sowieso, dus wat ons betreft draagt het voldoende bij. We hebben de overtuiging dat het bijdraagt aan het hele plan. U noemt het geen integrale visie maar een plan voor het Hoefsvengebied. Volgens mij is dat hetzelfde. Als we steeds voor dat soort overkoepelende plannen kiezen, zijn wij bang dat we plan op plan op plan krijgen. We hebben straks een omgevingsvisie. Daarin moeten we dit soort dingen Waalwijkbreed goed in benoemen. Uiteindelijk kunnen we dan prima een aantal ontwikkelingen naast elkaar laten uitvoeren. Dat doen we op vele plekken in de gemeente. Dat is wat ons betreft voldoende. Mevrouw Klerks: Het klinkt voor mij als het plaatsen van een prachtig standbeeld op het marktplein, een standbeeld waar de VVD het echt mee eens is, maar daarna te bedenken dat de inrichting van het plein anders had gemoeten.

Mijn vraag aan de wethouder straks is hoe hij daar tegenaan kijkt en of hij het met LokaalBelang eens is dat er eerst een standbeeld geplaatst moet worden, of dat we toch eerst eens over de inrichting van de markt moeten nadenken. De heer Lodenstijn: Ik wil even reageren op de opmerking van mevrouw Klerks. Ze zei dat LokaalBelang liever geld uitgeeft aan een stadsstrand dan aan de tekorten in het sociaal domein. Ik denk dat de VVD eerst maar eens zelf in de spiegel moet kijken om te zien hoe die tekorten zijn ontstaan. Bovendien hebben we de tekorten meestal opgelost door beheersmaatregelen te treffen en hebben we geen maatregelen in het voorzieningenniveau getroffen. Onze inwoners hebben daar dus weinig van gemerkt. De tekorten in de jeugdzorg en de Wmo hebben we steeds bijgepast. LokaalBelang kort niet op het sociaal domein.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

22

Mevrouw Klerks: De heer Lodenstijn citeert mij fout. Ik kan daarom moeilijk reageren op zijn punten, omdat ze volgens mij onjuist zijn. De heer Klerx: We delen uw conclusie niet. U zegt dat wij het sociaal domein zouden achterstellen. Dat was uw conclusie en daar refereert de heer Lodenstijn aan. Mevrouw Klerks: Dat heb ik niet gezegd. De heer Klerx: Dan ben ik heel benieuwd wat u letterlijk zei. De voorzitter: Mevrouw Klerks, u mag eenmalig herhalen wat u zei, maar dan proberen we deze discussie tot een eind te brengen. Mevrouw Klerks: Ik zei letterlijk dat mijn conclusie is dat LokaalBelang liever geld uitgeeft aan het verduurzamen van gebouwen dan aan het sociaal domein. De voorzitter: Volgens mij is het nu helder wat u zei. De heer Klerx: Wij delen uw conclusie in ieder geval niet. De voorzitter: Ik hoor het. Dank u wel. Mag ik de heer Slaats het woord geven? De heer Slaats: Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee vragen aan de fractievoorzitter van LokaalBelang. Ze gaan over Go Waalwijk en het stadsstrand bij de surfvijver. Volgens mij kunnen ze vrij concreet beantwoord worden en dat helpt ons om te besluiten over de motie en het amendement. Over Go Waalwijk hebben we heel veel gehoord over dat het belangrijk is, of het nu geëvalueerd is of niet. Daar wil ik niet op ingaan. Wij willen weten wat u denkt dat er met die € 15.000 gaat gebeuren.

Wat gaat Go Waalwijk daarmee realiseren en waarom is dat dan een goed idee? Mijn tweede vraag gaat over de surfvijver. Wij vinden het op zich een aantrekkelijk idee. We vinden het ook een belangrijk en mooi gebied in de gemeente Waalwijk, dus we zijn benieuwd hoe u die balans tussen natuur en recreatie ziet. Kunt u iets concreter zijn over waar u dat stadsstrand precies ziet en hoe u het voor zich ziet? De heer Klerx: Wij vragen juist precies om dat laatste te gaan uitwerken. Wij zien de balans in een prachtig natuurgebied dat we versterkt willen zien worden. Het plan mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van het zwemwater. Dat zul je dus ook goed in balans moeten houden als je er een recreatieplek van maakt met een stadsstrand. Je zult dan ook aan onderhoud moeten doen. Afval moet opgeruimd worden, er moeten prullenbakken komen. Dat is de balans tussen enerzijds toerisme en recreatie en anderzijds natuur waar we concrete invulling aan willen geven. Wat we concreet gaan doen met de extra middelen van Go Waalwijk hebben we ook geprobeerd te zeggen. We willen dat ze activiteiten gaan ontwikkelen voor onze kwetsbare inwoners met betrekking tot het voorliggende veld om te voorkomen in plaats van te genezen. Als u me vraagt om heel concreet te zijn wat dat betekent: dat vind ik best wel lastig, want dan gaat u een enorme uitvoeringsvraag aan mij stellen.

Wellicht kan de wethouder mij bijvallen om uit te leggen wat hij precies van plan is, maar het gaat ons in ieder geval om te voorkomen in plaats van te genezen in het voorliggend veld. Zo proberen we onze kwetsbare inwoners te betrekken bij sport en cultuur, gezondheid en bewegen. De heer Slaats: Dank u wel voor uw antwoorden. Ik vond het antwoord over Go Waalwijk nog niet heel concreet. We zullen het aan de wethouder vragen en misschien kunnen we daarna besluiten wat we doen met het amendement. Over de surfvijver is me wel het een en ander duidelijk geworden. Wel zou ik nog graag willen weten waar u dat stadsstrand voor zich ziet. Is dat aan de noordkant of de zuidkant? Er zijn een paar locaties waar het mogelijk is. Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

23

De heer Klerx: Wat ons betreft zou het de zuidzijde zijn, dus aan de kant waar vroeger het Lido zat en waar nog steeds een horecabestemming op zit. Er zijn ook al parkeervoorzieningen. Op dit moment zijn daar al de meeste voorzieningen om de waterkant te liggen. Daar zouden we het stadsstrand idealiter zien, tenzij uit de startnotitie blijkt dat dit een heel onlogische plek is. Dan laten wij ons graag verder informeren. De heer Slaats: Dat lijkt ons ook de meest logische plek. Mevrouw Schuijffel: Bijna alle vragen zijn al voor mijn neus weggekaapt. Over het amendement Go Waalwijk hadden wij overigens dezelfde verbazing als PvdA/Lijst De Jongste, maar daar zal ik niet verder op ingaan. Ik vroeg me wel even af welke activiteiten voor welke doelgroep niet worden uitgevoerd als die € 15.000 er niet bijkomt? Ik krijg een bepaalde indruk op basis van het amendement, maar ik ben benieuwd of die klopt. Ik heb ook nog een vraag over het stadsstrand, maar die zal ik zo dadelijk stellen. De voorzitter: Volgens mij is het dezelfde vraag als van de heer Slaats. De heer Klerx: Ik had ook graag antwoord gegeven op de vraag van de heer Slaats om het nog concreter te maken, maar ik zit gewoon niet goed genoeg in de uitvoering om het exact te kunnen vertellen. Misschien kan de wethouder ons daarover informeren.

Ik ga in herhaling vallen, als ik zeg waar het kader voor die € 15.000 voor is bedoeld. Wij vinden dat we als raad bij de kaders moeten blijven en niet op de specifieke uitvoering, al ben ik ook benieuwd waar de portefeuillehouder aan denkt. Dat laat ik echt aan het college over. Mevrouw Schuijffel: Dan hoop ik daar inderdaad een antwoord op te krijgen van de portefeuillehouder want wij vragen ons echt af of die € 15.000 het ineens veel beter gaat maken. Over het stadsstrand moet ik mij eerlijk gezegd helemaal aansluiten bij mevrouw Klerks. Wij hebben honderd vragen over dit verhaal. We zijn best positief over het idee. Het is een ontzettend leuk en trendy idee voor jongeren, zeker als de horeca die daar in ontwikkeling is er goed bij aansluit. Volgens ons moet het echter passen in een groter plan. Er staat in het amendement dat we een startnotitie moeten krijgen. Wij twijfelen of dat diepgaand genoeg is. Wat vindt de heer Klerx daarvan? Wij kunnen ons voorstellen dat je ook moet kijken naar de verhouding met het Olympiabad, naar het Hoefsven dat op 200 meter afstand ligt en naar wat de Waalwijkse bevolking ervan vindt. Zo zijn er nog honderd vragen, dus wij zijn benieuwd hoe LokaalBelang zo’n startnotitie ziet. De heer Klerx: Er zijn honderd vragen en die kan ik nu niet allemaal beantwoorden. Op deze twee vragen zullen we antwoord moeten geven.

Ik hoop dat we dat juist met onze stakeholders kunnen doen, vandaar het participatietraject. Laten we niet als raad al die vragen helemaal invullen, maar laten we juist onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners erbij betrekken. De relatie met het Hoefsven, waarover u een specifieke vraag stelt, benadrukken wij juist. Wij willen het Hoefsvengebied versterken dus daar zal in de startnotitie aandacht voor moeten zijn. Volgens mij verschillen we niet zo veel van mening, maar vragen wij om een startnotitie om inzichtelijk te maken welke stappen we moeten zetten en hoeveel geld we daarvoor nodig hebben. Mevrouw Schuijffel: We hebben al eerder gehoord dat er een plan voor het Hoefsvengebied in de maak is. We zijn benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder hierover, want het plan is al in de maak. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? De voorzitter: Dank u wel. Dit is net al met de heer Tiemstra besproken.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

24

Mevrouw IJpelaar: Ik heb een vraag over de individuele studietoeslag. Nadat u de motie had rondgestuurd, had ik via de mail een vraag gesteld, maar die heeft u niet beantwoord. Jammer. Daarom steunde ik net de motie ook niet. U vertelde tegen de heer Van Groos waar u het geld vandaan wilt halen en dat het om niet zo veel studenten gaat. Er blijven voor mij nog twee vragen over. Om hoeveel studenten gaat het? Hoe worden zij bereikt? Ik heb met een decaan gesproken en die vertelde dat studenten niet eens weten dat ze iets kunnen aanvragen. De heer Klerx: Mijn excuses mevrouw IJpelaar, want ik was echt in de veronderstelling dat ik uw mail heb beantwoord. Ik checkte het net even, maar het is inderdaad niet gebeurd. Mijn excuses. Uit de bestuursrapportage van Baanbrekers die de regeling uitvoert, blijkt dat er op dit moment in Waalwijk geen enkele student gebruik van maakt. Het jaar hiervoor maakten er drie gebruik van. Dat stond in het jaarverslag. Desondanks hebben we een signaal gekregen van een inwoner uit Waalwijk die er recht op zou hebben, want dat had ze eerder in andere gemeentes ook. Er zijn dus wel degelijk studenten, maar hoeveel er recht zouden hebben op de individuele studietoeslag kan ik niet beantwoorden.

We vragen natuurlijk niet voor niets in de motie om te onderzoeken of de informatievoorziening en de toegang goed genoeg zijn en of het misschien versimpeld en verbeterd kan worden. Het is niet voor niets dat minister Koolmees hierom heeft gevraagd. Mevrouw IJpelaar: Ik snap wat u bedoelt. Als u antwoord had gegeven op mijn mail, dan had ik dit niet hoeven te vragen. Ik steun de motie uiteraard. De voorzitter: Dank u wel voor de bijdragen. We gaan nu over op de bijdrage van Lijst De Jongste/PvdA. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Dit is de laatste begroting van dit college. Daarbij is het een algemeen gebruik dat deze beleidsarm is, omdat colleges en coalities over het algemeen niet over hun graf heen willen regeren. Met dit college en deze coalitie loopt het echter anders. In de laatste maanden willen ze toch nog een erfenis achterlaten, waarvan het maar de vraag is of onze inwoners hierop zitten te wachten. In december komt het masterplan Centrum, zonder dat er ook maar een inwoner zich erover heeft kunnen uitspreken. En dan ook nog de warmtevisie: honderd pagina’s met grote gevolgen voor onze inwoners. Ook hier zien we geen inbreng van onze inwoners terug. Of de raad op de valreep nog even laten vaststellen dat Waalwijk een ondernemende pioniersstad is, zonder ook maar een deugdelijke analyse.

Kortom, wat ons betreft zijn veel voorstellen nog lang niet rijp voor besluitvorming. Neem eerst onze inwoners eens mee in het proces. Samen Waalwijk kijkt daarom niet al te ver vooruit met deze begroting. Toch willen we enkele onderwerpen onder de aandacht brengen. In de eerste plaats Quiet Waalwijk. We hebben bij de kaderstelling een motie hierover ingediend, die door de wethouder welwillend is ontvangen, maar waarbij hij meteen aangaf dat er niet op voorhand geld voor de opstart is. Dat kan er bij ons niet in. Wij zijn blij met het initiatief van de wethouder om binnenkort een informatieavond te organiseren, maar is er wel budget als de raad er alsnog voor kiest om in Waalwijk een Quiet community te faciliteren? We horen graag een toezegging van het college en geven als suggestie mee dat het wat ons betreft betaald kan worden uit de niet bestede Klijnsma-gelden, of anders uit de opbrengsten van de grondverkopen. Wonen. Voor 2022 komt het college niet verder dan de invulling van de Gedempte Haven. Dat is alweer een project met een uiterst gebrekkige bewonersparticipatie. De plannen zijn al in kannen en kruiken, maar de inwoners hebben nog nauwelijks invloed gehad. Zolang er geen fatsoenlijke participatie is geweest, is dit plan wat ons betreft niet rijp voor besluitvorming.

We gaan ervan uit dat de VVD dit ondersteunt, want afgelopen Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

25

voorjaar heeft de fractie hard gesteld dat alle plannen waar geen fatsoenlijke participatie voor is geweest, worden teruggestuurd. Van Samen Waalwijk komt nogmaals een voorstel om de wooncrisis aan te pakken. We hebben in september de noodkreten van enkele jonge Waalwijkers gehoord. We willen daarom op zo kort mogelijk termijn flexwoningen realiseren om de eerste nood aan te pakken voor starters, spoedzoekers en mensen met een urgentie. De grootste hobbel bij flexwoningen – we hebben het al vaker gezegd – is de hoge grondprijs waardoor dergelijke, tijdelijke woningen nooit rendabel kunnen worden. We dienen daarom een amendement in om in 2022 € 500.000 beschikbaar te stellen om met Casade ten minste 150 flexwoningen te realiseren op minder courante gronden. Deze kunnen om niet of tegen een symbolische erfpacht ter beschikking gesteld worden. De dekking komt wat ons betreft vanuit de verkoop van gronden ten noorden van de A59. Ik wil het ook nog kort even over Den Bolder hebben. We kunnen leven met de bezuiniging voor 2022, maar wat voor de jaren daarna? Den Bolder heeft ons een brief geschreven, waarin men aangeeft dat de structurele bezuiniging van € 50.000 directe gevolgen heeft voor het voortbestaan van de activiteiten en de openstelling van het gebouw. De leefbaarheid van de kern Waspik is dus in het geding.

Misschien is het verstandig om hier na de verkiezingen nog eens naar te kijken. Er staat echter nog wel de toezegging van de wethouder om te kijken naar de horecavergunning, omdat er in het dorp geen horeca meer aanwezig is die groter groepen kan faciliteren. Hoe staat het daarmee? We verwachten in ieder geval dat het huidige college dit nog voor de verkiezingen afrondt. Er valt nog veel meer te zeggen over de begroting, maar we laten het bij enkele afsluitende opmerkingen. Te pas en te onpas wordt verwezen naar het addendum van de coalitie. Het stuk is echter nooit vastgesteld door de raad. Er ligt geen formeel besluit van de raad en ook geen formeel besluit dat de raad er kennis van genomen heeft. Het kan dus niet als onderlegger voor de begroting dienen. Alleen daarom zou de voltallige raad om formele redenen tegen de begroting moeten stemmen. Deze is namelijk deels gebaseerd op besluiten die nooit zijn genomen. Tot slot. We begonnen met de neiging van het college om over het eigen graf heen te regeren. Wij doen daar niet aan mee. We hopen oprecht dat er na maart een andere coalitie komt en een college dat de competentie heeft om de stad eigentijds te besturen. Dat vraagt om een andere houding, een houding dat men het beste met de inwoners voor heeft.

AMENDEMENT 4 PvdA: Realisatie van flexwoningen De raad van de gemeente Waalwijk in vergadering bijeen op 4 november 2021 Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • er sprake is van een grote druk op de sociale woningmarkt, met name door starters, spoedzoekers, statushouders en arbeidsmigranten die willen integreren in de Waalwijkse samenleving; • de Woonvisie als ambitie heeft om tot 2030 1.700 extra woningen te bouwen, waarvan ca. 500 sociale huurwoningen; • projecten een doorlooptijd hebben van ca. 4-5 jaar voordat deze gerealiseerd worden; • realisatie van flexwoningen (tijdelijke woningen voor een periode van 10 jaar) slechts een doorlooptijd van 1 tot maximaal 2 jaar hebben voordat deze opgeleverd kunnen worden; Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

26

• •

grootste struikelblok voor het realiseren van tijdelijke sociale huurwoningen het doorberekenen van een marktconforme koop- dan wel erfpachtprijs is; ervaringen in andere steden leren dat wanneer incourante gronden om niet of tegen een symbolische erfpacht beschikbaar worden gesteld, tijdelijke sociale huurwoningen wel rendabel kunnen worden gerealiseerd;

overwegende dat: • de ambities uit de Woonvisie op korte termijn geen oplossing bieden voor de hoogste woningnood; • jongeren en starters daardoor gedwongen worden Waalwijk te verlaten; • door een tekort aan sociale huurwoningen Waalwijk ook niet kan voorzien in de woonbehoefte van arbeidsmigranten, die steeds belangrijker worden voor de lokale en regionale arbeidsmarkt; • opbrengsten uit grondverkopen zich bij uitstek lenen voor het aanpakken van de wooncrisis door voor een beperkte tijd incourante gronden om niet of tegen een symbolische erfpacht beschikbaar te stellen voor tijdelijke sociale huurwoningen, omdat hiermee een algemeen belang wordt gediend; besluit: het dictum van het besluit onder punt 1 als volgt te wijzigen: 1. De Programmabegroting 2022 van de gemeente Waalwijk vast te stellen en de daarbij behorende meerjarenramingen voor de jaren 2023, 2024 en 2025 voor kennisgeving aan te nemen, waarbij in de programmabegroting 2022 een bedrag van € 500.000 wordt opgenomen voor onderzoek en realisatie van tenminste 150 flexwoningen in de sociale huursector, door incourante gronden om niet of tegen een symbolische erfpacht beschikbaar te stellen aan Casade. De voorzitter: Het amendement over het realiseren van flexwoningen is ingediend door Lijst De Jongste/PvdA. Zijn er andere fracties die het amendement steunen? Dat zijn de ChristenUnie en de SGP.

Mevrouw Schuijffel: Ik heb een vraag over de flexwoningen. Wij hebben laatst een gezin en een alleenstaande jonge dame uitgenodigd om hun verhaal aan de raad te vertellen over hun zoektocht naar een woning. Wat dat betreft zijn wij ook echt voorstander van nieuwe ideeën en initiatieven. Een onderzoek naar mogelijke flexwoningen kunnen wij wel steunen, maar in hoeverre worden initiatieven op dit moment geremd doordat de gemeente aan mogelijke ontwikkelaars of woningcorporaties marktconforme koop- dan wel erfpachttarieven doorberekent? Daar zouden we straks ook graag een reactie van de portefeuillehouder op horen. Hij gaf onlangs aan dat hij hierover in gesprek is met partijen. We zijn benieuwd naar de status daarvan. De heer Ottens: Je ziet in de steden om ons heen dat marktconforme grondprijzen woningcorporaties ervan weerhouden om dergelijke typen woningen te bouwen, omdat ze maar door middel van een afwijkingsbesluit tien tot vijftien jaar op een bepaalde locatie mogen blijven staan. Je ziet dat gemeenten voor een symbolisch bedrag van een euro de grond in erfpacht geven. Het is meer een soort bruikleenovereenkomst. Vaak trekken de gemeenten ook samen met de corporatie op om goede locaties te zoeken, waar je zo min mogelijk grondwerk nodig hebt. Uiteindelijk ontkom je niet aan enig grondwerk. Dat is juist het samen optrekken in dat proces.

Mevrouw Schuijffel: Mijn vraag is eigenlijk in hoeverre er in Waalwijk initiatieven zijn die geremd worden doordat onze gemeente aan die ontwikkelaars of woningcorporaties marktconforme prijzen doorberekent. U noemt omliggende gemeentes, maar ik heb het over onze eigen gemeente.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

27

De heer Ottens: Wij hebben dit bij de behandeling van de woonvisie al aangekaart. Toen gaf de wethouder aan dat hij niet van plan was om iets met de grondprijzen of het verhuren van grond te doen. Wij zien er ook niets over terug in de begroting, anders hadden we misschien geen amendement ingediend. We hebben bij het opstellen van het amendement gekeken wat er gebeurt in omliggende gemeenten. Dat hadden we bij de woonvisie ook al gedaan. Er is best wel wat creativiteit nodig om erin mee te gaan. Of het nu linksom of rechtsom gaat maakt ons niet uit, als er eindelijk maar iets gerealiseerd wordt. Het zijn immers woningen die binnen anderhalf jaar klaar kunnen zijn. Daar hoeven geen uitgebreide vergunningsprocedures aan ten grondslag te liggen. Mevrouw Schuijffel: Ik heb gezien dat dit soort initiatieven ook in Vlijmen worden besproken. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder, net als jullie. De heer Van Hamond: Ik heb een paar concrete vragen aan de heer Ottens. Waar baseert hij die 150 flexwoningen op? Heeft hij informatie gekregen dat hier daadwerkelijk behoefte aan is? Hoe wil hij deze gaan verdelen? Ik neem aan dat hij daar een studie naar gedaan heeft. De tweede vraag is of hij contact heeft gehad met Casade, want die wordt in het besluit genoemd.

Als je in zeer korte tijd 150 flexwoningen moet realiseren, dan hangt daar een behoorlijk prijskaartje aan voor Casade, los van de grondprijs. De derde vraag: stel dat er iemand komt die zegt dat hij flexwoningen kan ontwikkelen en die weet dat er € 500.000 beschikbaar is. Die zal graaien, graaien, graaien en van die 150 woningen komt dan helemaal niks terecht, want na tien of twintig flexwoningen is die € 500.000 op. Wat is daarop uw antwoord? De heer Ottens: Die 150 woningen zijn gebaseerd op de prognose die in de woonvisie is vastgelegd. Daarbij kijken we waar de nood zit, maar ook waar de ontwikkelingen met betrekking tot onder andere arbeidsmigranten zitten. Zo komen we aan dat aantal. We hebben geen uitgebreid overleg gevoerd met Casade, maar wel gevraagd waar bottlenecks zitten. Die € 500.000 is niet bedoeld om zomaar even in de markt te zetten want je hebt te maken met de Wet markt en overheid, maar je kunt het wel vanuit een algemeen belang labelen aan de sociale woningbouw, dus aan Casade die de woningen gaat realiseren. Dat het geld naar de markt wegvloeit, is absoluut niet het geval. Dan kom je met heel andere wet- en regelgeving in aanraking en kun je het niet onder de markt aanbieden. Dit is een vorm van een bruikleenovereenkomst, die voldoet om in een algemeen belang te voorzien.

De heer Van Hamond: U zei dat u contact hebt gehad met Casade en dat er enige bottlenecks waren. Ik zou graag weten welke dat dan waren. Dat was de eerste vraag. Er is een woonvisie. Het college is bezig met de invulling, samen met Casade en alle ontwikkelaars om de woonvisie gestalte te geven. Bent u niet bang dat u met dit soort zaken het college en Casade in de wielen rijdt? De heer Ottens: Nee, daar ben ik niet zo bang voor, want het college rijdt helemaal nog niet zoveel. Tot nu toe hebben we de woonvisie vastgesteld en zijn er allerlei projecten in het centrum uitgevoerd door marktpartijen, maar voor de meest kwetsbare doelgroepen die in de kou staan, rijdt het college helemaal niet zo hard. We hebben er nu al een aantal keren aandacht voor gevraagd en nu zeggen we: ga het maar gewoon eens doen. De heer Van Hamond: Ik ben het met u eens dat er behoefte is aan flexwoningen, dat er zeker voor starters ruimte moet komen en dat er tempo gemaakt moet worden. Daar is LokaalBelang al jaren over bezig. Het resultaat wachten wij af, we weten dat het college bezig is. Ik weet dat Casade ermee bezig is. Ik zou zeggen: doe een pas op de plaats en stoor een kip die zit te broeden niet.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

28

De heer Ottens: Ik zou willen dat het college een signaal afgaf dat het werkelijk zaken oppakte. Bij de kaderstelling hebben we gevraagd om een aanvalsplan. Door de coalitie werd gezegd dat men niet nog meer papier wilde. Nee, we willen gewoon een A4’tje met daarop het probleem en wat het college eraan gaat doen tijdens deze termijn. U kunt zeggen dat u het wilt afwachten, maar wij wachten al zo lang en we willen gewoon actie. De heer Van Hamond: Als ex-militair hou ik wel van een aanvalsplan en dat komt er. Mevrouw Schuijffel: Ik heb net aan de heer Ottens gevraagd in hoeverre initiatieven worden geremd. Toen kreeg ik daar niet echt antwoord op, maar ik hoor nu dat Casade aangeeft dat er wel hobbels zijn. De heer Ottens beantwoordt echter de vraag van de heer Van Hamond niet, dus ik ben nog steeds benieuwd naar het antwoord. De heer Ottens: Tegenwoordig zit er een grote bottleneck in het hanteren van marktconforme grondprijzen. Daar zit de grote bottleneck, omdat je sociale woningen normaal voor 40 tot 50 jaar bouwt, terwijl dit woningen die 10-15 jaar op één plek kunnen staan. Ze moeten dus in die korte periode rendabel gerealiseerd kunnen worden. Daar zit de bottleneck. Mevrouw Schuijffel: Zijn dat concrete bottlenecks hier en nu in Waalwijk? De heer Ottens: Zo hebben wij dat wel begrepen, ja. De heer Tiemstra: Ik had een vraag aan de heer Van Hamond.

Hij had het over het niet storen van een broedende kip. Wij hebben sinds een paar kippen thuis, dus ik heb er een bepaald beeld bij. Op dat punt ben ik het met u eens. Een ander punt is de samenhang. Ik zoek de constante in de opstelling van LokaalBelang. U zegt dat u de broedende kip niet wilt storen, dus u gaat even wachten waar het college mee komt. Nog niet zo heel lang geleden had ik een vergelijkbaar debatje met uw fractievoorzitter, de heer Klerx, over de surfvijver. Daarbij gaf het college ook aan dat het met een startnotitie zou komen. Dan is de opstelling ineens heel anders. Wat zijn we bij LokaalBelang aan toe? Op zich hebben wij het college hoog zitten, dus wij wachten graag af. Die broedende kip houden we even vast, maar waar staat LokaalBelang? De heer Van Hamond: LokaalBelang staat ervoor dat er zo snel mogelijk sociale woningbouw gepleegd wordt, namelijk die 30% die in de woonvisie staat. LokaalBelang wil dat er voor alle groepen, starters maar ook gezinnen, arbeidsmigranten en ouderen, betaalbare woningen zijn. Je moet rustig kijken naar wat je kunt doen. Ik zal een voorbeeld geven, dat meteen een antwoord is aan de heer Ottens. In het verleden stond er in de Grotestraat een belastingkantoor. Dat moest Casade ontwikkelen, maar dat ging niet. Wat heeft de gemeente toen gedaan? Die heeft de kapitaalwaarde omlaag gebracht, zodat Casade kon bouwen.

Met andere woorden, als beide partijen tot elkaar komen, is er best een oplossing mogelijk, maar dan moet je het wel rustig aan doen. Dat kun je niet even forceren door te zeggen: hier heb je € 500.000 en nu ga je 150 flexwoninkjes bouwen. Je moet het terdege doen en je moet er even over nadenken. Daar zijn ze mee bezig, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Tiemstra, even kort. De heer Tiemstra: Ik zal proberen om het net zo kort te doen als de vorige sprekers. Niet langer, dat beloof ik u. Mijnheer Van Hamond, ik heb uw bijdrage met belangstelling beluisterd. Het klopt, wij hebben aan het debat meegedaan en dat is verder prima. Maar ik grijp even terug op eerdere uitspraken van uw fractievoorzitter. Samen, inclusief en snel doorpakken. U, als oud-militair, houdt van doorpakken. Ik heb ook ooit in dienst gezeten en mij staat ook nog wel iets bij. Maar wat de heer Ottens naar voren brengt, is Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

29

juist doorpakken en gas geven. Hij wil flexwoningen voor starters. Daar zijn we allemaal voor. Laten we nu eens kijken of we inderdaad kunnen doorpakken. Misschien kunnen we de broedende kip wel wakker maken, wie weet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Tiemstra, voor uw korte reactie. De heer Ottens: Ik wil even reageren op de heer Van Hamond. Het klopt dat het belastingkantoor in de Grotestraat lange tijd heeft leeg gestaan en dat er behoorlijk wat strubbelingen waren tussen Casade en de gemeente, die het pand juist voor een marktconforme prijs wilde verkopen. Uiteindelijk heeft de raad erop ingegrepen. U moet wel het complete verhaal vertellen. De voorzitter: Zullen we niet het voorbeeld van de Grotestraat helemaal gaan uitwerken? De heer Van Hamond: Nee, ik pak wel een ander voorbeeld, het voormalige kerkhof. Daar is ook een dikke € 100.000 ingestoken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Hamond, voor uw voorbeelden. De heer Slaats: Ik had een vraag aan de heer Ottens en een opmerking. Ik betreur het beeld dat de heer Ottens neerzet als het gaat om het college en hoe dat te werk gaat. Hij geeft twee dingen aan: het college en de coalitie willen over het graf heen regeren en de inwoners worden niet betrokken. Vervolgens komt hij met het voorbeeld van de warmtetransitievisie. Ik vind het heel bijzonder om met zo’n voorbeeld te komen.

De warmtetransitievisie moet de gemeente voor 31 december 2021 vaststellen. Dat is vastgesteld in het klimaatakkoord. Wilt u nu het voorstel doen om niet aan het klimaatakkoord te voldoen? Bovendien zijn er bij het opzetten van de warmtetransitievisie inwoners geïnterviewd. Er is een informatiebijeenkomst geweest, er zijn digitale enquêtes geweest. Natuurlijk zijn er nog meer mogelijkheden om inwoners te betrekken, maar zoals u net deed overkomen, is er niets gebeurd en daar is geen sprake van. Ik vind het een beetje jammer en ben er verbaasd over dat u met die voorbeelden komt. De vraag die ik aan u heb, is de volgende. Volgens mij spreek ik met de heer Ottens van de PvdA. Toch hoorde ik iets over Samen Waalwijk in uw betoog. Ik vroeg me af met wie wij op dit moment spreken. De heer Ottens: In de eerste plaats moet ik u ronduit gelijk geven als het gaat over de warmtetransitievisie. Dat was voor inwonersbetrokkenheid niet het meest treffende voorbeeld, dus dat neem ik terug. Ik spreek in deze vorm nog namens Lijst De Jongste en PvdA, maar om dat iedere keer helemaal uit te spreken, kost veel tijd. Samen Waalwijk is sneller, dus ik probeerde wat tijd te winnen. En je moet ook aan naamsbekendheid doen. De heer Slaats: Dan is dat in ieder geval duidelijk, dank u wel. De heer Klerx: Ik had ook de verbazing die de heer Slaats al benadrukte.

Het andere voorbeeld was de Gedempte Haven. Dat is een project waarvan wij nog midden in het participatietraject zitten. Ik weet dat er volop bewoners bij betrokken worden. Ze zijn geïnformeerd over de eerste ideeën van het plan. Er zijn signalen opgehaald van belemmeringen die inwoners zien. Er is gelukkig ook heel veel medestand opgehaald, maar ook zorgen bij buurtbewoners over bijvoorbeeld het parkeren. Er is opnieuw een verdiepingsslag gemaakt. Uiteindelijk gaan we een visie horen in de raad, is mijn verwachting. Ik word al door inwoners benaderd met de vraag hoe ze een nog actievere bijdrage kunnen leveren. Volgens mij zitten we echt midden in het participatietraject, gestart door de ontwikkelaar. Als we straks de ruimtelijke procedures ingaan, hebben we als raad en als Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

30

gemeenschap nog allerlei voorwaarden, want in Nederland hebben we gelukkig een hele mooie ruimtelijk ordeningsprocedure. Volgens mij gaan we die route uitstekend bewandelen bij het project Gedempte Haven. Ook daarvan hoop ik eigenlijk dat de heer Ottens zijn woorden intrekt, zoals hij net ook deed over de warmtetransitievisie, want ook dit voorbeeld is volgens mij niet relevant. Ik wil ook nog even inzoomen op de uitspraak van de heer Ottens dat het college over zijn graf wil regeren en nog heel veel wensen heeft. Ik hoor hem ook in de beantwoording tegen de heer Van Hamond zeggen dat het college nog niet zo veel bereikt. Dat is volgens mij een enorme tegenstrijdigheid. Aan de ene kant wordt het college verweten dat het te veel doet en aan de andere kant dat het te weinig doet. Wij verschillen daarover absoluut van mening. Wij zijn heel blij dat het college zo voortvarend te werk gaat. Als laatste ging het over de Quiet Community voor Waalwijk. Wij hopen dat het college er geen toezeggingen over gaat doen. We hebben die discussie al eerder gevoerd. Als dit er komt, moet het komen vanuit de samenleving. Als het komt, staat de portefeuillehouder er zeer welwillend tegenover om een bijdrage eraan te leveren. Dat hebben we ook als raad bekrachtigd. Om het nu, vooruitlopend op de troepen, van bovenaf op te dragen, lijkt ons geen goed idee.

De heer Ottens: Over de Gedempte Haven neem ik mijn opmerking juist niet terug, want het aloude patroon is gehanteerd van de projectontwikkelaar/initiatiefnemer die de participatie oppakt en de gemeente die zich op de achtergrond houdt. Bij de bijeenkomsten waarvoor bewoners zijn uitgenodigd hoor ik alleen maar dat opmerkingen gepareerd worden met de uitspraak dat het al met de gemeente is afgestemd. Bewoners vragen zich daardoor af wat ze er eigenlijk doen. Dat is juist de houding die wij niet willen hebben. Vervolgens zou ik het college verwijten dat ze enerzijds over het graf regeren en anderzijds verwijs ik naar de flexwoningen. De flexwoningen zijn de uitvoering van een woonvisie die de raad reeds heeft vastgesteld. Ik verwijs echter naar nieuwe plannen die toch een behoorlijke impact hebben op een nieuwe raad en een nieuwe coalitie. Dat u niet wilt vooruitlopen op de Quiet Community en er geen uitspraak over wilt vragen, is hetzelfde als mij verwijten dat ik geen gebruik mag maken van het budgetrecht. Ik vraag nog geen budget, maar ik wil wel graag horen of er straks geld voor is. Wij zijn het erover eens dat het niet moet worden opgelegd, maar dat het vanuit de samenleving moet komen. Ik wil alleen voorkomen dat er in maart of april wordt gezegd: leuk idee, maar we hebben er geen geld voor. De heer Klerx: Om met dat laatste te beginnen.

Wij zeggen niet dat de heer Ottens geen gebruik mag maken van het budgetrecht. Integendeel. Wij vinden dat het overbodig is om opnieuw een toezegging te vragen. Volgens mij maakt de heer Ottens helemaal geen gebruik van zijn budgetrecht. Wij geven alleen aan dat de toezegging in onze ogen niet nodig is, omdat we het er in een discussie al eerder over hebben gehad. Blijkbaar verschillen wij van mening, maar dat mag gelukkig. Ook over de Gedempte Haven verschillen wij van mening. We spreken blijkbaar andere inwoners. U geeft aan dat de gemeente op de achtergrond is en niet meedoet aan het participatietraject. Dat klopt, maar dat zijn nu eenmaal de afspraken. Volgens de omgevingsvisie, die eraan gaat komen, is het eerst aan de projectontwikkelaar om het participatietraject op te starten. Dat zijn ze op dit moment volop aan het doen. Op het moment dat we er vanaf de gemeente aan de zijlijn bij betrokken zijn, geven we kaders aan en gaan we nog meer doen. Als we de omgevingsvisie straks gaan vaststellen, hebben we er gesprekken over in de raad. Daar doet de projectontwikkelaar nu zijn stinkende best voor. Uiteindelijk komt het dan ook nog een keer in het formele ruimtelijke ordeningsproces en zijn er nog legio mogelijkheden om weer volop te participeren. We verschillen wederom van mening.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

31

De heer Ottens: Het kan zijn dat wij erover van mening verschillen, maar u roept iedere keer “samen, samen, samen”. Samen betekent bij ons dat de inwoners er vanaf het begin bij betrokken worden en dat de gemeente daar de regie over neemt. U kunt verwijzen naar een omgevingsvisie die wij nog moeten vaststellen. Dan zullen we het ook inhoudelijk hebben over hoe we de participatie zien. Zolang we dat nog niet hebben vastgesteld en we zien bij diverse projecten dat het college de participatie aan de projectontwikkelaar overlaat, wat bij onze inwoners leidt tot het gevoel dat ze voor voldongen feiten worden gesteld, moet je als raad nadenken of dat wel de juiste insteek van participatie is. Dat kaartte ik aan en dat is mijn goed recht. De voorzitter: Ik wil deze discussie afronden, want anders blijven we praten over het project Gedempte Haven. De heer Van Groos: Ik heb nog een opmerking voor de heer Slaats. Hij merkte fijntjes op dat de warmtetransitievisie voor 1 januari 2022 moet zijn vastgesteld. Dat is op zich terecht, maar hij vergat erbij te vermelden dat die verplichtingen voor de gemeente er al ligt sinds begin 2018, bij het aantreden van deze coalitie en dit college. Ze hebben er dus wel heel lang over gedaan. De heer Slaats: Volgens mij is het best een ingewikkelde exercitie.

Ik ben in de gelukkige gelegenheid om een beetje overzicht te hebben van hoe het gaat in de rest van Brabant met de warmtetransitievisies. Ik kan de heer Van Groos meegeven dat het helemaal geen uitzonderlijke situatie is en dat ik blij ben dat de gemeente het op zo’n goede manier aanpakt. We zullen het er in december met elkaar over hebben. De heer Van der Weijden: Voorzitter. Zo’n tien jaar geleden was ik voor Unilever financieel verantwoordelijk voor de wasmiddelen en de schoonmaakspulletjes. Ik was, in tegenstelling tot veel collega’s, niet vers vanuit de schoolbanken, maar eerder door chloordampen omringd linea recta uit het zwembad. Met dezelfde prestatiedrang probeerde ik me te bewijzen met een complex probleem: een van de kroonjuwelen van de afdeling, het merk Robijn, ging namelijk niet lekker in de verkoopcijfers. Ik dook in de data, organiseerde brainstorms met het team en elke dag dat mijn leidinggevende aan mij vroeg of ik al wist waarom Robijn het slecht deed, had ik een ander antwoord. Elke dag was ik ervan overtuigd dat ik het probleem gekraakt had: het lag aan de verkopen van Robijn Fleur en Fijn bij Super De Boer, of het lag aan Robijn Zwart bij de Jumbo, of het lag aan de Robijn Wit bij het Kruidvat. Mijn leidinggevende was nooit overtuigd en stelde me een dag later precies dezelfde vraag nog een keer.

Aan dit probleem moest ik denken toen ik over een hoofdpijndossier van de gemeente Waalwijk nadacht. Gelukkig gaan er ook veel dingen goed. De begroting is in lijn met de kaderstelling en past als sluitstuk van deze raadsperiode bij de laatste film van een boekenreeks. We zijn blij dat het college geluisterd heeft naar onze opmerkingen tijdens de Kadernota over de prijscompensatie die nu wel is doorgevoerd. We zijn blij dat de begroting sluitend is en we dus geen geld uit de AR nodig hebben, maar zelfs geld over hebben. Zoals jullie van de VVD gewend zijn, vinden wij een overschot op de begroting hetzelfde als te veel belastinggeld vragen aan de burger. Daarom zijn wij als VVD trots dat de OZB in deze bestuursperiode niet of nauwelijks gestegen is. We hebben geld over en de VVD vindt dat we dit niet aan allerlei leuke dingen moeten uitgeven, maar dat we goed moeten kijken naar onze schuldenlast, dat we moeten investeren in goede wegen en voetpaden en geld moeten reserveren voor de aankomende energiearmoede of voor een verdere verlaging van de OZB. Dat doet er immers toe voor onze inwoners. Tijdens de Kadernota kregen we de toezegging van wethouder Van den Hoven over de plannen voor de binnenstad. Deze toezegging is nog niet ingelost, maar misschien kan de wethouder daar straks iets over zeggen. Verder loopt het volgens het oorspronkelijke script, het coalitieprogramma.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

32

Bij sommige projecten gaat het voorspoedig, andere blijven achter. Zoals in de kaderstelling is benoemd, hoort dit erbij en zijn we tevreden. Samen duurzaam vooruit. Het probleem van Robijn doet me denken aan het probleem van de jeugdzorg in de gemeente Waalwijk. Bij elke mogelijkheid die we afgelopen jaar hadden, hebben we vragen gesteld over het functioneren van de jeugdzorg in Waalwijk, net zoals mijn leidinggevende bij Unilever die elke dag naar de oplossing van het probleem vroeg. We stelden vragen over mogelijke overbehandeling met dyslexie als voorbeeld. We vroegen of deze overbehandeling misschien op meer plekken voorkwam. We vroegen naar de stijgende kosten. Net zoals ik bij mijn leidinggevende geen gebrek had aan antwoorden, zijn deze antwoorden er nu ook in veelvoud. Het probleem wordt complexer door het samenwerkingsverband, het zou gaan om een gering aantal cases met extreem hoge kosten, of het zou een landelijk probleem zijn. Al deze zogenaamde oorzaken kunnen nu juist geen reden zijn voor het kengetal dat in de begroting staat, het percentage van onze jeugd dat jeugdhulp nodig heeft, in vergelijking met een controlegemeente. Waalwijk zit 3% boven wat je zou verwachten van een gemeente als Waalwijk. 3% is toch helemaal niet zoveel? Jawel, dat is heel veel, want het zijn 300 kinderen in Waalwijk.

We zijn teleurgesteld dat het college de oorzaak niet kent, al drie jaar lang niet. Hiermee kunnen we namelijk niet uitsluiten dat ons beleid 300 kinderen onnodig gebruik maken van jeugdhulp, wellicht zelfs met een averechts effect voor hun ontwikkeling. De situatie van de jeugdhulp en de struggle van het college hierin doet me denken aan mijn eigen struggle met Robijn. Ik zie dat we ons best doen, dat we zoeken naar antwoorden, dat we heel graag de reden zouden willen weten en dat er brainstorms en informatieavonden worden georganiseerd, maar het resultaat is helaas niet veel anders dan destijds met Robijn. Er is geen verklaring; we weten het niet. Als VVD-fractie zijn we op een punt beland dat meer vragen stellen ons niet zo zinvol lijkt. De oplossing kwam bij Robijn via een topmarketeer van Unilever die verantwoordelijk was voor vele merken. Zij hield geen brainstorms, maar keerde diep in haar eigen ervaring en beet zich daar als een bezetene in vast, terwijl ze tegelijkertijd een helikopterview over het speelveld had. Ze sliep er weken slecht van, praatte met zo veel mogelijk merkexperts en consumenten als nodig en kwam uiteindelijk met een conclusie: Robijn was niet innovatief genoeg. In het nieuwe college dat vanaf 2022 aantreedt, zien wij graag een college dat het probleem van de jeugdzorg vastpakt en met alle ervaring en alle kennis dit probleem doorgrondt.

Deze daadkracht zouden wij de kinderen in Waalwijk gunnen. Dan kunnen zij namelijk ook samen duurzaam vooruit. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dat was een heel strakke timing, dank u wel. Wie wil er reageren? De heer Van Zelst, mag ik u als eerste het woord geven? De heer Van Zelst: Dank u wel, voorzitter. Kunt u mij even helpen met het sommetje? U had het over 3% meer en dan komt u met 300 kinderen meer dan in andere gemeenten. Betekent dat dat er 10.000 kinderen in Waalwijk in de jeugdzorg zitten? Dan komt 3% op 300. Waar gaat het mis? De heer Van der Weijden: De kernindicator die in de begroting staat, heeft het over het percentage kinderen in Waalwijk dat jeugdhulp nodig heeft. Er zijn ongeveer 50.000 inwoners in Waalwijk, er zijn ongeveer 10.000 kinderen. Als je 3% hoger scoort dan de norm, zijn dat 300 kinderen. De heer Van Zelst: Hebben al die kinderen dan jeugdhulp nodig? 3% hoger dan de norm, dus al die kinderen zitten in de jeugdzorg? De heer Van der Weijden: Volgens mij is het zo dat het voor een vergelijkbare gemeente iets van 16% of 17% van de kinderen jeugdhulp nodig heeft. Waalwijk zit daar Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

33

procentpunten boven. Wij zitten dus op 19% tot 20%. Als wij op de norm zouden zitten, dan zouden er in Waalwijk 300 minder kinderen gebruikmaken van jeugdhulp. De heer Van Zelst: Ik ga er even over nadenken, want ik ben er nog niet helemaal over uit. Dat is niet zo heel erg. Zou het kunnen zijn dat wij de jeugdhulp in Waalwijk juist heel goed op orde hebben en het juist heel goed doen voor de kinderen? In andere gemeenten wordt misschien te weinig gedaan. De heer Van der Weijden: Sowieso is het goed om ergens heel goed over na te denken. Dat juich ik toe. Ja, het zou kunnen. Dat is mijn hoop, dat is onze hoop. Dat zou heel erg fijn zijn. Ik heb bij de behandeling van de Kadernota deze vraag gesteld: weten we waardoor dit komt? Het antwoord van het college was dat we het niet weten. Ik hoop inderdaad dat het komt omdat we het heel goed doen, dat onze jeugd in Waalwijk enorm gezond is en dat we beter zijn dan de normgemeenten. Dat hoop ik, maar het antwoord is: we weten het niet. We kunnen het dus niet uitsluiten en dat baart ons zorgen. De heer Van Zelst: Ja, dan moeten we daar iets aan gaan doen. De heer Klerx: Ik had dezelfde struggle als de heer Van Zelst, maar volgens mij begint het me nu te dagen. Het gaat over jeugdhulp, dus het kan ook iemand zijn met dyslexie. Daar moeten we iets aan doen.

Bent u het met mij eens dat we met bijvoorbeeld Go Waalwijk die kwetsbare groepen kunnen helpen om uit die jeugdhulp te blijven? Dat zou dan een heel mooi initiatief zijn. De heer Van der Weijden: Dat zou kunnen, maar dan is het antwoord een beetje hetzelfde, namelijk: het zou kunnen helpen. Maar als we het probleem niet doorgronden, als we niet weten waardoor het komt, dan voelt het een beetje als schieten met hagel. Misschien is dat de beste optie die we hebben, maar we weten het niet. Dat maakt het lastig. De heer Klerx: Ik vind het lastig. Dat we het niet weten, betekent dat voor u dat we maar helemaal niets moeten doen, totdat we het wel weten? Dit is een gigantisch probleem, waar we niet alleen in Waalwijk mee worstelen, maar waar heel Nederland op dit moment mee worstelt. Moeten we helemaal niks meer doen, omdat we het niet weten? Of gaan we het toch maar proberen? Heel vaak – zo werkt het bij innovatie ook – is het gewoon een kwestie van proberen en leren tot we verbetering zien. U maakt best een stevige opmerking, namelijk dat u vindt dat het college op dit moment niet voldoende zijn best doet om het probleem te doorgronden en aan te pakken. U hoopt dat er in een volgend college wel aandacht voor is. Ik vind het nogal stevige uitspraken. Ik zou graag willen weten wat u nog meer zou willen van het college, wat we nog niet hebben gezien.

Volgens mij wordt er dag in, dag uit keihard gewerkt door het college en door de hele ambtelijke organisatie om dit te doen. Wat zouden ze nog meer moeten doen? De heer Van der Weijden: Dank u wel voor uw vragen. Het zijn er een aantal door elkaar. Ik wil sowieso eerst iets opmerken. U zegt dat het een landelijk probleem is. Jeugdzorg en jeugdhulp zijn landelijke problemen, maar de kernindicator die ik noemde, is dat Waalwijk best afwijkt en dat wij 300 extra kinderen erbovenop hebben, terwijl we niet weten hoe het zit. Dat baart me zorgen. Een analyse daarvan is dus juist niet dat het een landelijk probleem is. Daarnaast zijn wij echt teleurgesteld. We hebben het idee dat we al 3,5 jaar lang vragen stellen hoe iets komt, en dat we het niet weten. Het antwoord blijft dat we het niet weten. Dus ja, we zijn teleurgesteld. Nee, we zeggen niet dat het college niet zijn stinkende best doet. Sterker nog, ik maakte de vergelijking met mezelf, toen ik als nieuweling bij Unilever erbij kwam en me vastbeet in Robijn en mijn stinkende best deed, maar dat het toch niet werkte. Het resultaat was dat ik het niet kon. Blijkbaar, na 3,5 jaar hard werken en na 3,5 jaar ons stinkende best doen, is het resultaat ook hier Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10956425/2