R5.8-21 Bijlage 1 ONBP Drogerij 55 Waalwijk
Tekst van het document
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Provinciaal beleid De IKAW (indicatieve kaart archeologische waarden) bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologische inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart is bedoeld als instrument voor de ruimtelijke ordening en voor het beheer en de bescherming van archeologische informatie die in de bodem bewaard is gebleven. Met behulp van deze kaart kan bij diverse planologische beslissingen – zoals ontgrondingen, bodemsaneringen, aanleg van woonwijken, etc. – rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|30
Op de IKAW van Brabant heeft het plangebied de classificatie ‘niet gekarteerd’. Voor dergelijke (voornamelijk bebouwde) gebieden zijn geen bodemkundige of geologische gegevens beschikbaar. Gemeentelijk archeologiebeleid Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is het verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. De gemeente Waalwijk heeft ten behoeve van het archeologiebeleid een kaart opgesteld.
Afbeelding 14: Archeologische beleidskaart gemeente Waalwijk
In de archeologische beleidskaart van de gemeente Waalwijk valt het plangebied voornamelijk binnen een gebied met een gematigde archeologische verwachting (categorie 4). De noordzijde van het plangebied valt deels binnen een gebied van archeologische waarde (categorie 2). Volgens het archeologiebeleid bepaalt de categorie de dubbelbestemming zoals opgenomen in het bestemmingsplan (bv. categorie 4 = ‘Waarde – archeologie 4’). De archeologische dubbelbestemmingen in het vigerend bestemmingsplan komen overeen met de archeologische verwachtingswaarde uit archeologisch beleid en kunnen worden overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Voor gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’ is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 100 m2, waarbinnen de bodem tot minimaal 30 cm onder maaiveld wordt geroerd. Het grootste deel van het plangebied ligt in de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 4’ en hiervoor is een archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 5000 m2 en minimaal 50 cm onder maaiveld. De ingrepen, zoals bedoeld in het planvoornemen, blijven binnen de in het beleid opgenomen afmetingen. Een archeologisch onderzoek op basis van het voorliggend planvoornemen is niet vereist. Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|31
5.
MILIEUPLANOLOGISCHE ASPECTEN
5.1
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water.
De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; beheersbaar programma voor de waterkeringen; doelmatig beheer van de waterketen; werkzaamheden slim combineren; het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|32
Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het PMWP: voldoende water voor mens, plant en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen. Waterbeheerplan 2016-2021 (Waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan 'Grenzeloos verbindend' beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van wateren zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering wordt rekening gehouden met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging.
Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De Keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verhard oppervlakte.
Hieromtrent is bij de Algemene regels van de Keur het volgende opgenomen: Bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 2.000 m 2 stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid; Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 2.000 m2 maar minder dan 10.000 m2 moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m2); Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m 2 is een watervergunning nodig.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|33
Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024 Het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021-2024 is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 en omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van dit beleidsplan. In het Waterplan worden de volgende doelen gesteld: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (waar private partijen dat niet kunnen); 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater; 5. Zorgen dat het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Voor het hemelwater geldt, dat er wordt getoetst volgens de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Daar is ruimte voor nodig. Voor het hemelwater wordt een apart systeem aangelegd, afhankelijk van de lokale situatie. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m2) berging te maken over de extra verharding. De voorkeur gaat er naar uit dat het water vervolgens infiltreert in de bodem. Als dat niet mogelijk is (bijvoorbeeld in klei of door een hele hoge grondwaterstand), mag de berging langzaam leeglopen naar de openbare waterlopen.
Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Huidige situatie Waterkwantiteit Het plangebied bestaat uit de bebouwing van Drogerij 55, enkele verharde wegen en onverharde gronden. Het totale plangebied kent een oppervlakte van 1.678,5 m 2, waarvan 1.170 m2 verhard. Oppervlaktewater In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. In de nabije omgeving bevinden zich eveneens geen watergangen. Hemelwater In de huidige situatie wordt de neerslag via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd. De afvoer van neerslag, afkomstig van de huidige daken, verloopt door lozing op het rioolstelsel. Afvalwater Het afvalwater van het voormalig buurthuis ‘De Amstel’ is aangesloten op het gemengde rioolstelsel in de Drogerij. Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft de sloop van het voormalig buurthuis ‘De Amstel’ en de realisatie van een appartementencomplex met maximaal 16 wooneenheden. De appartementen worden deels gerealiseerd op de locatie van de huidige bebouwing.
Daarnaast wordt de openbare ruimte (deels) heringericht met voornamelijk voorzieningen ten behoeve van het (verblijfs)verkeer en groen.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|34
Waterkwantiteit In onderstaande tabel is voor de huidige en toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt, gebaseerd op wat maximaal planologisch is toegestaan.
Verkeer – Verblijfsgebied Gemengd / Wonen Totaal verhard Groen Totaal onverhard Totaal
Huidige situatie (m2) 405 m2 765 m2
Nieuwe situatie (m2) 770 m2 839 m2 1.170 m2
508,5 m2
1.609 m2 69,5 m2
508,5 m2 1.678,5 m
2
69,5 m2 1.678,5 m
2
Uitgaande van de maximaal planologische situatie neemt het verhard oppervlak toe met 439 m 2. In de feitelijke situatie zal de toename minder bedragen. Op basis van het beleid van het waterschap dient voor de toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 compenserende maatregelen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. De toename van het verhard oppervlak blijft hier ruim onder. Zodoende zijn compenserende maatregelen op basis van het waterschapsbeleid niet nodig. Op basis van het gemeentelijk beleid geldt echter een bergingseis van 60 mm (6 liter/m2) over de extra verharding. Op basis van deze bergingseis dient een berging van 2,634 m3 (439 m2 x 0,006) gerealiseerd te worden. Gedacht wordt aan het realiseren van een waterbuffer onder het gezamenlijk terras. Mocht blijken dat dit onvoldoende is, wordt het hemelwater in wadi’s op het openbare terrein opgevangen. Daarnaast wordt bij de herinrichting van de openbare ruimte expliciet rekening gehouden met de berging van regenwater en afvoer van neerslag met afstroming van hemelwater over maaiveld. De ruimtelijke ontwikkeling wordt daarmee gekoppeld aan maatregelen uit het gemeentelijke Waterplan. Oppervlaktewater Met de beoogde ontwikkelingen worden geen ingrepen in of nabij watergangen mogelijk gemaakt.
Afvalwater Het nieuwe appartementencomplex wordt aangesloten op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel in de Drogerij. De technische kwaliteit van dit stelsel is voldoende. Materiaalkeuze Het gebruik van uitlogende materialen beïnvloedt de kwaliteit van het water negatief en dient voorkomen te worden (gedurende zowel de bouw- en gebruiksfase alsmede de inrichting van de openbare ruimte). Om diffuse verontreiniging van bodem en (grond)water te voorkomen zullen bij bouwwerkzaamheden duurzame en milieuvriendelijke bouwmaterialen worden toegepast. Conclusie Het waterschap heeft op 15 juni 2020 een positief wateradvies afgegeven. Het aspect Water vormt geen belemmering voor het planvoornemen
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|35
5.2
Natuur
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. De nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet vervallen. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen.
Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn ‘Langstraat’ en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. De afstand van het plangebied tot deze Natura 2000-gebieden bedraagt in beide gevallen circa 2,1 km. Buiten de reeds genoemde gebieden ligt een tweetal Natura 2000-gebieden binnen een straal van 10 km van het plangebied. Het betreft de Natura 2000-gebieden ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ (op circa 7,2 km) en ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’ (op circa 7,8 km). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wn niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|36
In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologische Netwerk (PEEN) vormen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (of ligt er tegen aan). Het plangebied ligt op circa 1,8 km van het dichtstbijzijnd gelegen onderdeel van Natuurnetwerk Brabant. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied, het gebruik van het tussenliggende gebied en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling, zijn geen negatieve effecten te verwachten op het Natuurnetwerk. Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb.
Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Flora- en fauna inspectie In oktober 2018 is door Faunaconsult een flora- en fauna-inspectie1 uitgevoerd. Met de inspectie is nagegaan welke effecten de beoogde ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016).
Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen.
1 Faunaconsult, Flora- en fauna-inspectie voor de ruimtelijke ontwikkeling aan de Drogerij 55 te Waalwijk, 10 oktober 2018.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|37
Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen Het te slopen gebouw bevat mogelijk vleermuisverblijven. De sloop kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) te worden onderzocht. Vogels Vernietiging van vogelnesten is te vermijden, door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Vervolgonderzoek vleermuizen Uit bovenstaande flora- en fauna-inspectie blijkt dat negatieve effecten op beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten zijn. Om te onderzoeken of de voorgenomen ingreep negatieve effecten heeft op deze beschermde waarden, is een vervolgonderzoek 2 uitgevoerd.
Op basis van dit onderzoek kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat door het uitvoeren van voorgenomen ingreep door de Wet natuurbescherming beschermde functies van vleermuizen worden aangetast. Het aanvragen van een ontheffing met betrekking tot vleermuizen of het nemen van andere vervolgstappen is niet noodzakelijk. Stikstof Voor het planvoornemen omtrent de beoogde realisatie van het appartementencomplex is een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 20203 (toegevoegd als bijlage). Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de aanleg- en gebruiksfase. Bij de bouwperiode van het planvoornemen worden enkele mobiele werktuigen (en de daarbij behorende verkeersgeneratie) ingezet welke stikstof uitstoten. Bij de gebruiksfase wordt afhankelijk van de functie, oppervlak en verkeersgeneratie ook een bepaalde hoeveelheid stikstof uitgestoten. Uit de rekenresultaten blijkt dat bij een overschatting van de in te vullen gegevens geen rekenresultaat hoger is dan 0,00 mol/ha/j. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied, het gebruik van het tussenliggende gebied en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling en de uitkomst van de Aerius berekening, zijn geen negatieve effecten te verwachten op de flora en fauna in Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
2
Jansen&Jansen Groenadvisbureau, Vervolgonderzoek Waalwijk, 21 oktober 2019.
3 Stikstofdepositie realisatie 16 appartementen (gemeente Waalwijk), Ordito bv, 27 november 2020
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|38
5.3
Bedrijfshinder
De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.
Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend”. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|39
Onderzoek Met het planvoornemen worden maximaal 16 wooneenheden mogelijk gemaakt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de bedrijvigheid in de nabije omgeving in beeld gebracht. De bebouwing binnen de woonbestemming moet voldoen aan de vereiste richtafstanden met betrekking tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom nabij het centrum van Waalwijk. De nabije omgeving van het plangebied bestaat in het vigerend bestemmingsplan voornamelijk uit gronden met de bestemming ‘Gemengd’. Hierdoor is het gebied te kwalificeren als omgevingstype ‘gemengd gebied’. Bedrijven en inrichtingen vallend onder milieucategorie 1 zijn niet opgenomen. Binnen gemengd gebied kennen dergelijke bedrijven een richtafstand van 0 meter en vormen zodoende geen belemmering voor het planvoornemen. In onderstaande tabel zijn de bestaande bedrijven met een milieucategorie 2 of hoger rond het plangebied weergegeven: Locatie
Soort bedrijf/ inrichting
Milieucategorie
Richtafstand
Afstand tot plangebied
Grotestraat 246E
Discotheken, muziekcafé’s
2
10 meter
150 meter
TaxandriawegGroenstraat Wilhelminastraat 6
Brandweerkazerne
3.1
30 meter
260 meter
Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Kinderopvang Autoparkeerterreinen, parkeergarages Autoparkeerterreinen, parkeergarages
2
10 meter
200 meter
2 2
10 meter 10 meter
200 meter 140 meter
2
10 meter
150 meter
Wilhelminastraat 6 Vredesplein 100 Sint Jansplein 142
Gelet op de richtafstanden die behoren bij milieucategorie 2 en 3.1 in gemengd gebied en de werkelijke afstanden van de aanwezige bedrijven in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat het plangebied op voldoende afstand van deze bedrijven is gelegen. Daarmee vormt de bedrijvigheid in de nabije omgeving geen belemmering voor het onderhavig planvoornemen. Conclusie Op het gebied van bedrijven en milieuzonering zijn geen belemmeringen voor het plan.
5.4
Geluid
Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|40
In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen verkeers-, industrie- en spoorweglawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de wet iedere weg in beschouwing te worden genomen, met uitzondering van woonerven en 30 km/uur wegen. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (binnenstedelijk of buitenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Onderzoek Ten behoeve van onderliggend planvoornemen heeft K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek4 uitgevoerd (toegevoegd als bijlage) naar de te verwachten optredende geluidbelastingen ter plaatse van de bebouwing in de nieuwe situatie. Dit onderzoek is uitgevoerd om te toetsen of de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder wordt overschreden. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de A59, Hertog Janstraat, Wilhelminastraat en Putstraat.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Grotestraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De geluidbelasting ten gevolge van de Rijksweg A59 is maximaal 50 dB (incl. aftrek artikel 110g). De voorkeurswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Bij de gemeente Waalwijk moet een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het nieuwbouwproject wordt gebouwd tussen bestaande woningen. De geluidbelasting van de overige gezoneerde wegen (Hertog Janstraat, Wilhelminastraat en Putstraat) liggen onder de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Hertog Janstraat is maximaal 27 dB (incl. aftrek artikel 110g). De wegen Wilhelminastraat en Putstraat kennen beide een maximale geluidbelasting van 28 dB (incl. aftrek artikel 110g). De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze wegen geen restricties op aan het plan. Bij de Grotestraat is sprake van een 30 km/zone, waardoor deze weg niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting van deze (niet gezoneerde) weg meegenomen in het akoestisch onderzoek. De geluidbelasting ten gevolge van de Grotestraat is ten hoogste 44 dB (excl. Art. 110g Wgh). De voorkeurswaarde wordt niet overschreden, waardoor sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4 K+ Adviesgroep, Akoestisch onderzoek Drogerij 55 te Waalwijk, rapportnummer M20 012.401, 13 februari 2020
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|41
Conclusie Met de geluidbelasting ten gevolge van de Rijksweg A59 wordt wel de voorkeurswaarde, maar niet de maximale ontheffingswaarde overschreden. Bij de gemeente Waalwijk moet een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. De overige getoetste wegen liggen onder de voorkeurswaarde en vormen zodoende geen belemmering voor het planvoornemen. Het besluit hogere waarden wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
5.5
Luchtkwaliteit
Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Titel 5.2 Wet milieubeheer handelt over luchtkwaliteit, daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Met de 'Wet luchtkwaliteit' en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Het begrip NIBM is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstofdioxide en fijnstof. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|42
Onderzoek Huidige situatie Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie fijnstof PM2,5 in 2020 (gegevens 2020) ter plaatse gelegen tussen de 10 en 12 μg/m³, de concentratie fijnstof PM 10 tussen de 18 en 20 μg/m³ en de concentratie stikstofdioxide (NO 2) tussen de 10 en 15 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit hiermee ruimschoots voldoet aan de gestelde grenswaarden. Toekomstige situatie De regeling NIBM geldt onder andere voor woningbouwlocaties die in het geval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen mogen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. Het plan betreft het realiseren van maximaal 16 wooneenheden. De ontwikkeling ligt daarmee onder de NIBM-projectgrens. Gesteld kan worden dat het planvoornemen niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Bodemkwaliteit
Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkeling zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Onderzoek Ten behoeve van onderliggend bestemmingsplan heeft Aeres Milieu B.V. in januari en februari 2020 een verkennend bodemonderzoek5 uitgevoerd op de percelen liggend binnen het plangebied (toegevoegd als bijlage). De percelen staan kadastraal bekend als gemeente Waalwijk, sectie D, nummers 3995 (ged.) en 4029 (ged.) met een oppervlakte van circa 960 m 2. In het plangebied zijn 6 boringen en één peilbuis geplaatst tot maximaal 2,0 m-mv. Tijdens de veldinspectie zijn er geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen.
5 Aeres Milieu B.V., verkennend bodemonderzoek Drogerij 55 Waalwijk, 14 februari 2020
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|43
Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal bijmengingen met baksteen, kalk, glas en slakken waargenomen. In het opgepompte grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met koper, kwik, lood, zink, chroom, cadmium, som PCB (polychloorbifenylen) en PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). De ondergrond is licht verhoogd met koper, kwik, lood, zink en PAK. In het freatisch grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieu hygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor beoogde herontwikkeling op de onderzoekslocatie. Conclusie De huidige bodemkwaliteit is geschikt voor het beoogd gebruik (wonen). Indien voor of tijdens de sloop van het bestaande gebouw blijkt dat asbest aanwezig is in het gebouw, zal voor aanvang van de nieuwbouw een aanvullend bodemonderzoek worden ingesteld.
5.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|44
Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijke besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht.
Besluiten externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Met de ontwikkeling worden kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. In de omgeving van het plangebied bevinden zich de volgende risicobronnen: Inrichtingen 1. Stahl Holdings B.V. 2. Regionaal Overslag Centrum Waalwijk B.V. 3. DSM NeoResins B.V. Transportroutes gevaarlijke stoffen 4. Rijksweg A59 5. Taxandriaweg
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|45
Afbeelding 15: Risicokaart Noord-Brabant, plangebied blauw omcirkeld
Inrichtingen Stahl Holdings B.V. De inrichting betreft de productie van coatings, kleurstoffen en proceschemicaliën. Voor de inrichting geldt een risicoafstand (PR 10-6) van maximaal 50 meter buiten de terreingrenzen. Het plangebied valt ruim buiten deze risicocontour. Het invloedsgebied van de inrichting reikt tot een afstand van 2.760 meter. Het plangebied ligt op circa 1.040 meter van de inrichting, waardoor het binnen het invloedsgebied van deze inrichting ligt. Regionaal Overslag Centrum Waalwijk B.V. Op deze locatie is een overslag bedrijf voor (tank) containers voor scheepsvaart gevestigd. Voor de betreffende inrichting is een risicoafstand (PR 10-6) circa 150 meter rondom de inrichtingsgrens van de inrichting vastgesteld. Het plangebied valt ruim buiten deze risicocontour. Het invloedsgebied reikt tot een afstand van 1.030 meter vanaf de inrichting. Het plangebied ligt op circa 1.010 meter van de inrichting, waardoor het (net) binnen het invloedsgebied van de inrichting ligt. DSM NeoResins B.V. Het betreft een inrichting voor de vervaardiging van chemische producten. In de opgestelde QRA met betrekking tot deze inrichting toont aan dat de risico’s in de toekomst afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. De inrichting heeft een risicoafstand (PR 10 -6) van enkele tientallen meters buiten de inrichtingsgrens. Het plangebied valt ruim buiten deze risicocontour.
Het invloedsgebied van deze inrichting reikt tot een afstand van 3.500 meter (en ligt daarmee over drie buurgemeenten). Het plangebied ligt op circa 1.130 meter, waardoor het binnen het invloedsgebied van deze inrichting valt.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|46
Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen een risicoafstand (PR 10-6) van één van de omliggende inrichtingen. Het plangebied ligt wel in de invloedsgebieden van omliggende Bevi bedrijven. Voor gebieden binnen het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen is een groepsrisicoverantwoording gewenst. Omdat het plangebied op een afstand van meer dan 750 meter van Bevi-inrichtingen is gelegen kan de standaard verantwoording groepsrisico voor de gemeente Waalwijk worden toegepast. De Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 van de gemeente Waalwijk6 is opgenomen als bijlage. Transport over wegen Het plangebied is gelegen ten zuiden van de Rijksweg A59. Deze snelweg valt onder het basisnetwegtraject zonder PAG-indicatie. Net ten zuiden van de A59 ligt te Taxandriaweg, waarover ook transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Volgens het basisnetweg is binnen 200 meter van de Rijksweg A59 en de Taxandriaweg een QRA benodigd. Het plangebied ligt op circa 290 meter van de Rijksweg en op 201 meter van de Taxandriaweg, waardoor het buiten de 200 meter zone valt. Beiden wegen vormen zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Transport over water Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op circa 280 meter van het plangebied.
Voor deze buisleiding is echter geen risicocontour vastgesteld. De buisleiding vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Technische infrastructuur
Leidingen die planologisch van belang zijn dienen te worden opgenomen in het bestemmingsplan. In woongebieden liggen vaak meerdere transportleidingen die van groot belang zijn voor de drinkwatervoorzieningen van een gebied. Als gevolg van het steeds intensiever gebruik van de openbare ruimte vormt de ligging van het transportnet een aandachtspunt bij diverse planvormingen voor infrastructuur, woningbouw, kantoorlocaties, etc. Om te voorkomen dat in een vrij laat stadium de aanwezigheid van de leidingen wordt geconstateerd, wordt preventief informeren als geschikt middel gezien. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante watertransportleidingen aanwezig. In verband met eventuele (grond)werkzaamheden is het tevens van belang de ligging van planologisch relevante gasleidingen in bestemmingsplannen aan te geven. Binnen het plangebied zijn echter geen relevante gasleidingen aanwezig.
6 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 gemeente Waalwijk, juli 2019
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|47
Conclusie Het aspect technische veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|48
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
6.1
Inleiding
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.2
Algemene toelichting verbeeldingen
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
6.3
Algemene toelichting planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
Inleidende regels, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten.
2.
Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere de maximale bebouwingshoogte bepaald.
3.
Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming.
4.
Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
6.4
Toelichting bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|49
Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 4 Verkeer – Verblijf Deze gronden zijn bestemd voor woonstraten en pleinen, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, met ondergeschikte bergbezinkvoorzieningen en met de bij behorende groenvoorzieningen, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, verhardingen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximaal toegestane hoogte van 3 meter en een verticale diepte van 3,5 meter. Artikel 5 Wonen De op de verbeelding voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de hoofdmassa, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', het maximaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven, met dien verstande dat indien sprake is van begeleid wonen, maximaal 14 wooneenheden zijn toegestaan. Binnen het plangebied zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan (bouwaanduiding ‘gestapeld’).
De bouwhoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan 6,5 meter en dient voorzien te zijn van een plat dak. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – berging’ is het mogelijk om een berging te realiseren met een maximale bouwhoogte van 3 meter en oppervlakte van 40 m2. Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Voor het bouwen binnen deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder maaiveld. Bij ingrepen groter dan de genoemde waarde moet, naar oordeel van het bevoegd gezag, de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld. Artikel 7 Waarde – Archeologie 4 Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Voor het bouwen binnen deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 5000 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld. Bij ingrepen groter dan de genoemde waarde moet, naar oordeel van het bevoegd gezag, de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen word bij de beoordeling van latere bouwplannen.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|50
Artikel 9 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden In dit artikel zijn de regels opgenomen die voorkomen dat een gebruiksverandering en/of verleende omgevingsvergunning leidt tot onvoldoende ruimte voor het parkeren en/of laden en lossen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Artikel 11 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|51
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief. Voor de bouw en exploitatie van het beoogde initiatief wordt een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hiermee wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak Inspraak voor omwonende/belanghebbende wordt geboden middels een nog te organiseren inloopbijeenkomst. De procedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb wordt voor dit bestemmingsplan gevolgd: Voorontwerp Op 21 april 2020 heeft het college van Waalwijk besloten in te stemmen met het voorontwerpbestemmingsplan ‘Drogerij 55’ en hierop inspraak te verlenen conform het bepaalde in artikel 4 van de Algemene inspraak- en participatieverordening. De raad van Waalwijk is gelijktijdig van dat besluit in kennis gebracht. Het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Drogerij 55’ heeft in het kader van de inspraak met ingang van 7 mei 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld een reactie op het voorontwerp–bestemmingsplan in te dienen. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn er 5 inspraakreacties van omwonenden binnengekomen bij de gemeente. Daarnaast is er een adviesreactie ontvangen van het Waterschap Brabantse Delta. Deze reacties zijn op volgorde van binnenkomst geordend, samengevat en beantwoord in de Nota van inspraak en vooroverleg, die als bijlage bij de toelichting is gevoegd. Naar aanleiding van de inspraak- en vooroverlegperiode is het bestemmingsplan op een aantal punten aangepast.
Coördinatiebesluit De gemeenteraad heeft op 4 juni 2020 besloten toepassing te geven aan de coördinatiebepaling van artikel 3:30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening voor het project. De coördinatie-regeling maakt het mogelijk om de besluiten behorende bij deze ontwikkeling gezamenlijk voor te bereiden en te coördineren en gelijktijdig bekend te maken. Ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk met bijbehorende documenten en hiermee gecoördineerde ontwerpbesluiten heeft met ingang van 25 februari 2021 gedurende 6 weken (t/m 7 april 2021) ter inzage gelegen. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
|52
Op 27 mei 2021 is het bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Belanghebbenden kunnen binnen 6 weken na de bekendmaking van de vaststelling van het bestemmingsplan en de verlening van de omgevingsvergunning bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in beroep gaan tegen het vaststellingsbesluit en/of de verleende omgevingsvergunning, al dan niet in combinatie met een verzoek om voorlopige voorziening gericht aan de voorzieningenrechter van de Afdeling. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning treden in werking op de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Wordt er gedurende deze termijn beroep ingesteld, dan treedt een en ander wel in werking, maar is het pas onherroepelijk nadat er uitspraak is gedaan in het beroep. Wordt er tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan, dan treden het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning pas in werking nadat over dit verzoek is geoordeeld.
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55, Waalwijk
REGELS
|1
1 Inleidende regels
2
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
2 5
2 Bestemmingsregels
7
Artikel 3 Groen Artikel 4 Verkeer - Verblijf Artikel 5 Wonen Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 Artikel 7 Waarde - Archeologie 4
7 8 10 12 14
3 Algemene regels
16
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden
16 17
4 Overgangs- en slotregels
18
Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel
18 19
NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55
|2
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Drogerij 55' met identificatienummer NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01 van de gemeente Waalwijk; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 bebouwing: a. b.
één of meer gebouwen en/of; bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.5 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waaronder internetbedrijven en internetafhaalpunten; 1.6 bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen): uitoefening van een bedrijf en/of dienstverlening in of bij een woning waarbij de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. Degene die de bedrijfsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de woning; 1.7 beroepsmatige activiteiten (bij wonen): het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
Degene die de beroepsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de woning; 1.8 begeleid wonen: een ambulante begeleidingsvorm voor personen met een beperking of voor mensen van de bijzondere jeugdzorg die zelfstandig wonen maar die extra ondersteuning krijgen; 1.9 bergbezinkvoorziening: ondergrondse ruimte waarin tijdens zware regenval afvalwater tijdelijk wordt opgeslagen; 1.10 berging: een bijgebouw bestemd voor de stalling van bromfietsen, motorfietsen, fietsen, afvalcontainers voor huishoudelijk afval en overige huishoudelijke zaken; 1.11 bestaand: bestaand zoals op moment van de inwerkingtreding van dit plan: a. b.
legaal bestaat, in uitvoering is of in gebruik mag worden genomen krachtens een geldige omgevingsvergunning; aantoonbaar vanaf 1955 aanwezig is;
het kan dan bijvoorbeeld gaan om het bestaand aantal woningen, bestaand bouwwerk, bestaand gebruik, de bestaande situatie (gebruik en gebouwen) en de bestaande maatvoering van bouwwerken; NL.IMRO.0867.BPWWDrogerij55-VA01
bestemmingsplan Drogerij 55
|3 1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.16 bouwperceel: een horizontaal doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren en plafonds is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van ruimtes onder peil en zolder; 1.17 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.19 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending (anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit).
Daaronder mede begrepen internetwinkels en mede begrepen bedrijvigheid, voor zover dat in verband staat met en essentieel onderdeel is van de verkoop van de goederen, zoals bijvoorbeeld onderhoud, reparatie en installatie, alsmede opslag van de te verkopen goederen; 1.20 dienstverlening: het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek; 1.21 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22 gestapelde hoofdmassa: hoofdmassa waarbij sprake is van twee of meer zelfstandig functionerende eenheden geheel of gedeeltelijk boven elkaar; 1.23 gevellijn: de op de verbeelding aangegeven lijn die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens de regels toegelaten afwijkingen; 1.24 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.25 hoofdmassa: het hoofd(woon)gebouw exclusief architectonisch ondergeschikte delen die door de uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden kunnen worden van dit hoofd(woon)gebouw; 1.26 open opslag: het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere