CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing definitief

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Aanwijzingsbesluit geen verklaring van geen bedenkingen Jeroen Boschstraat naast 2 Sprang-Capelle11.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Waalwijk

Ruimtelijke onderbouwing “Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle”

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

1

Inhoud PLANTOELICHTING 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Algemeen Plangebied: ligging en omvang Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

4 4 4 5 5

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

PLANBESCHRIJVING Het planinitiatief Ruimtelijke en functionele inpassing Verkeer en parkeren Woon- en leefklimaat

6 6 7 8 8

3. 3.1

BELEIDSKADER 11 Rijksbeleid 11 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 11 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 12 3.1.3 Besluit milieueffectrapportage 12 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012 13 Provinciaal beleid 14 3.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving 14 3.2.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 14 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 16 Gemeentelijk beleid 17 3.3.1 Strategische visie Waalwijk 2025 – Samen werken aan de toekomst 17 3.3.2 Structuurvisie Waalwijk 2025 – Onderscheidend meer verleiden 18 3.3.3 Bestemmingsplan “Gemengd gebied” 19 3.3.4 Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk 19

3.2

3.3

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

4.9 4.10

OMGEVINGSASPECTEN Bodem Geluid Externe veiligheid Luchtkwaliteit Hinderlijke bedrijvigheid Kabels en leidingen Water Verkeer 4.8.1 Verkeer 4.8.2 Parkeren Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

22 22 22 23 26 27 28 29 30 30 30 30 31

2

5. 5.1 5.2

MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

34 34 34

3

1.

INLEIDING 1.1

Aanleiding

Door de initiatiefnemer is een plan ontwikkeld, dat voorziet in de realisering van een woning op het perceel, kadastraal bekend gemeente Sprang, sectie B, nummer 6408, gelegen ten westen van de Jeroen Boschstraat te Sprang-Capelle. Met dit initiatief komt de ter plaatse aanwezige bedrijfsactiviteit en –bestemming te vervallen. Namens initiatiefnemer is aan het gemeentebestuur van Waalwijk gevraagd medewerking te verlenen aan dit plan. Het voorgenomen initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarom wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, waarmee een planologisch-juridische basis wordt gevormd voor het bouwplan. 1.2

Ligging plangebied

Het projectperceel betreft een perceel ten westen van de Jeroen Boschstraat in de kern SprangCapelle binnen de gemeente Waalwijk.

Jeroen Boschstraat ong. Sprang-Capelle

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

4

1.3

Vigerend plan

Ter plaatse van het projectperceel geldt het bestemmingsplan “Gemengd gebied”, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 februari 2021. Inmiddels is op 16 december 2021 door de gemeenteraad het plan “Gemengd gebied – herziening 1” vastgesteld. Aan het betreffende perceel is de bestemming “Gemengd“ toegekend, meer specifiek de enkelbestemming ‘Gemengd’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’. Daarnaast zijn van toepassing de functieaanduiding ‘bedrijf’, de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – kernlint’.

Projectperceel

1.4

Leeswijzer

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing bevat een toelichting op het bouwplan. De onderbouwing bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat een korte omschrijving van de aanleiding van deze onderbouwing, een beschrijving van de ligging van het projectperceel en van het vigerende bestemmingsplan, alsmede een weergave van de opbouw ervan. In hoofdstuk 2 worden de ruimtelijke en functionele structuur van het projectperceel geschetst. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader, waarin een samenvatting van het relevante beleid van rijk, provincie en gemeente wordt gegeven. In hoofdstuk 4 wordt de toelaatbaarheid van het initiatief vanuit milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld en onderbouwd. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling wordt beschreven in zowel maatschappelijk als economisch opzicht.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

5

2

BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1

Het planinitiatief

De initiatiefnemer heeft het voornemen om te komen tot een herontwikkeling op het perceel die voorziet in het realiseren van een woning met een bebouwd oppervlak van circa 105m². Momenteel is sprake van één perceel, bekend als Kerkstraat 131 – 131B. Met dit initiatief wordt het perceel gesplitst in twee percelen. De bestaande bebouwing op het perceel Kerkstraat 131 blijft gehandhaafd, ook qua functie. Het pand bestaat uit een winkelruimte van 94 m² en een opslagruimte van 105 m² op de begane grond. Op de verdieping is een woning aanwezig. De winkelruimte staat momenteel leeg en is niet verhuurd. De achterliggende schuur is deels in gebruik als opslagruimte bij de bovenwoning en deels ten behoeve van het horecapand op Kerkstraat 121. De bedrijfsactiviteiten op het ontwikkelperceel worden gestopt en zullen niet opnieuw worden opgestart. Onderstaand een visualisatie van de beoogde nieuwbouwwoning met bijbehorende bijgebouwen.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

6

2.2

Ruimtelijke en functionele inpassing

Het projectperceel ligt aan de westzijde van de Jeroen Boschstraat te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk) en maakt deel uit van de Langstraat. De Langstraat heeft een geschiedenis, die typerend is voor de overgang van een uitgestrekt zandplateau naar de Hollandse Delta. In dit overgangsgebied is in de loop van de tijd een lange band van verstedelijking ontstaan. Deze verstedelijking strekt zich uit vanaf de Belgische steden Brugge, Gent, Antwerpen naar Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, de Langstraat tot ‘s-Hertogenbosch en Nijmegen. Binnen deze aaneenschakeling van stadjes en dorpen neemt de Langstraat vanwege de lange linten een bijzondere positie in. Tussen Geertruidenberg en ’s-Hertogenbosch is sprake van langgerekte bewoningsassen, evenals van een typisch slagenlandschap. Vanuit de ontginningsbasis is een stedenbouwkundige structuur ontstaan waarbij voor Sprang-Capelle de oost-westelijk georiënteerde Langstraat, de hoofdassen vormen. Eén van deze assen wordt gevormd door de Kerkstraat. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

7

Het plangebied ligt in een zuidelijke uitloper van de kern Sprang-Capelle. Bepalend in de historische ontwikkeling van Sprang-Capelle is de landschappelijke structuur. Deze structuur werd gekenmerkt door de aanwezigheid van droge, voedselarme zandgronden van het Kempisch Plateau in het zuiden en lager gelegen kleigronden van de Maas in het noorden. Veengronden vormden van oorsprong de overgang tussen deze zand- en kleigronden. Echter het veen is in de loop van de tijd grotendeels verdwenen door overspoeling met zeewater en door afgraving ten behoeve van turfwinning. Hierdoor ontstond het typische slagenlandschap. Een fascinerend ragfijn landschapspatroon van duizenden zeer lange en smalle percelen, zogenaamde ‘slagen’, gescheiden door sloten en houtwallen. In eerste instantie vond de afgraving van de veengronden plaats vanuit de hoger gelegen zandgronden. Echter, voortgaande ontwatering van het ontgonnen veen, liet de veengronden verder inklinken, zodat nieuwe zandruggen zichtbaar werden. Deze zandruggen werden ingericht als nieuwe bebouwingslinten. Sprang-Capelle had lang het karakter van een bebouwingslint. De aaneenschakeling van de Heistraat, Raadhuisstraat, van der Duinstraat, Kerkstraat en Oosteind vormde het voornaamste lint. De linten zijn in de loop van de tijd verdicht.

De ontwikkelingen in de voorbije jaren zijn van dien aard dat het gebiedskarakter in casu een sterk overwegend woongebied met een mix van typologieën woningen verder is versterkt. Het projectperceel betreft een perceel met een directe ontsluiting, dat aansluit op bestaande woningen. Het voorgestane initiatief voorziet in een invulling van een open terrein tussen bestaande bebouwing. Het projectperceel grenst rechtstreeks aan bestaande infrastructuur. Van een nieuwe route of langzaamverkeersverbinding is dan ook geen sprake. Het plan omvat de bouw van een vrijstaande woning op het perceel achter Kerkstraat 131. De beoogde woning is gesitueerd op het achterterrein van het perceel waar het grenst aan de Jeroen Boschstraat. Inbreiding van deze locatie is ruimtelijk voorstelbaar, waarbij voldaan moet worden aan de pilotregels wonen versie 1.5. Zo wordt voldaan aan de volgende regels: a. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens dient aan beide zijden van de woning 3m te zijn; Hier wordt aan voldaan. b. de woning dient voor minimaal 50% gebouwd te worden in de gevellijn. Aan deze zijde van het perceel is momenteel geen gevellijn aanwezig. In de voorgestane opzet is gekozen voor een passende gevellijn door de gedeelde gevel van de naastgelegen bebouwing (Kerkstraat 119-121 en Jeroen Boschstraat 2) door te trekken. c.

qua bouwvolume wordt aansluiting gezocht bij de bestaande stedenbouwkundige structuur. Hieraan is invulling gegeven door de goot- en nokhoogte af te stemmen op de maatvoering in de omgeving en niet hoger te maken dan respectievelijk 6m en 9m. Ook anderszins wordt voldaan aan de regels van de pilotregels wonen versie 1.5. De diepte van de hoofdmassa is minder dan 14m, het bijgebouw staat achter de (denkbeeldige) gevellijn in het bebouwingsgebied, het bijgebouw blijft binnen de maximaal toelaatbare bebouwingsoppervlakte en voldoet aan de gestelde goot- en nokhoogte. De vrijstaande woning wordt aan de zuidzijde van het perceel Jeroen Boschstraat 2 en ten noorden van het perceel Jeroen Boschstraat 6 geplaatst, grenzend aan de Jeroen Boschstraat en wordt ontsloten via diezelfde Jeroen Boschstraat. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

8

De woning is opgebouwd uit 1,5 bouwlaag met een zadeldak. De woning beschikt over een eigen tuin met een vrijstaand bijgebouw en heeft een eigen in- en uitrit. Het bouwplan sluit zowel functioneel als ruimtelijk aan bij het bestaande aangrenzende woongebied, waar in overwegende mate eveneens woningen zijn gelegen. In stedenbouwkundig opzicht voegt het planvoornemen zich volledig in het bestaande stedelijke weefsel van dit deel van Sprang-Capelle. Onderstaand de kadastrale situatie van het projectperceel en een duiding ervan op de luchtfoto.

Nieuwe kadastrale situatie

Projectperceel / -locatie

2.3

Verkeer en parkeren

Op het terrein van de ontwikkeling –zie hiervoor onderstaande inrichting– worden ten behoeve van de beoogde woning 2 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormen van de gemeente Waalwijk. De verkeersafwikkeling vanuit het projectperceel vindt plaats via de Jeroen Boschstraat.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

9

Parkeerplaatsen op eigen terrein

Voor de verdere uitwerking van dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 4.8. 2.4

Woon- en leefklimaat

Het projectperceel maakt deel uit van een bestaande woonomgeving. In de directe omgeving van de locatie is de woonfunctie overheersend. Dit betekent niet dat enkel sprake is van wonen met de bijbehorende verkeers- en groenvoorzieningen. In een enkel geval is in de directe omgeving sprake van een andere functie dan wonen (bedrijf en detailhandel). De woning is voorstelbaar in de omgeving, omdat er in de directe omgeving overwegend woningen zijn gesitueerd. (Gedeeltelijke) sanering van gebiedsvreemde bebouwing en/of –functies in een woonomgeving ten faveure van woningbouw is een passende ontwikkeling. In paragraaf 4.6 is dit verder uitgewerkt.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

10

3

BELEIDSKADER 3.1

Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Conclusie Dit bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten uit het NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee- tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Met dit initiatief zijn geen kaders noodzakelijk ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij Nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit initiatief. Conclusie Geconcludeerd wordt dat met dit initiatief geen kaders noodzakelijk zijn ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij Nationale belangen gemoeid zijn.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

11

3.1.3

Besluit milieueffectrapportage

Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER) en de bijbehorende procedure (m.e.r.) is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is:  plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten;  plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op de Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een ‘vormvrije’ m.e.r.beoordeling uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld.

In artikel 7.16, tweede tot en met vierde lid van de Wet milieubeheer staat welke informatie over de voorgenomen activiteit in de mededeling van de initiatiefnemer moet zijn opgenomen. Bij het opstellen van deze informatie moet ook rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de Europese mer-richtlijn. Van belang is de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Op grond van de rechtspraak is duidelijk dat van belang is dat de wijziging van het gebruik, gelet op de aard en omvang, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. In dit geval verandert het gebruik van het perceel naar wonen, maar dat betekent niet dat de wijziging van het gebruik moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Van belang is de conclusie dat er in beperkte mate sprake is van toename van bebouwing en dat met het verdwijnen van de bedrijfsfunctie het aantal verkeersbewegingen enkel zal afnemen. De schaalgrootte van het project is beperkt en het project ligt in een omgeving met een gemengd karakter. Op het perceel Kerkstraat 131 was oorspronkelijk een groentehandel gevestigd. Het voorhuis was een woning en de schuur was een opslagruimte voor de groentehandel.

In het voorhuis is door de toenmalige eigenaar in 1954 een winkelpui geplaatst en is er een kleine winkelruimte gevestigd en in de jaren daarna is de winkel diverse keren inpandig verbouwd en vergroot. In 1987 is e de woonfunctie in z’n geheel naar de 1 verdieping verplaatst. Oorspronkelijk werd het perceel ontsloten vanaf de Kerkstraat. In de jaren 60 is door het ontstaan van de uitbreidingslocatie Sprang Zuid de Jeroen Boschstraat aangelegd. Op de hoek van de Kerkstraat en de nieuwe Jeroen Boschstraat is in 1966 het huidige horecapand met woning gebouwd. Daarbij is tevens een nieuwe ontsluiting via de Jeroen Boschstraat ontstaan voor de bereikbaarheid van het achtererf van de gevestigde groentehandel op het perceel Kerkstraat 131. Dit perceel was bereikbaar via een grote stalen poort en ten behoeve van het laden en lossen en de voor de stalling van de eigen groentewagen en parkeren voor eigen gebruik. Op het achterliggende perceel is in 1985 nog een dubbele garage/berging gebouwd voor opslag en stalling door de toenmalige groentehandelaar. Het achtererf is al geruime tijd niet meer in gebruik voor laden en lossen en is feitelijk nu nog een ongebruikte deel van het achtererf van Kerkstraat 121. De aanwezige bebouwing zal worden gesloopt. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

12

Daarmee staat vast dat de wijziging van het materiële gebruik van het perceel niet zodanig is dat daardoor belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Op grond van deze onderbouwing naar de ruimtelijke gevolgen van het plan kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De bestaande opslag- en stallingsfunctie wordt met dit initiatief beëindigd. Daarnaast kan op grond van de jurisprudentie worden geconcludeerd dat de wijziging van het gebruik van dit perceelsdeel niet een dusdanige verkeersaantrekkende werking heeft dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat de ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject in bovenbedoelde zin. Conclusie Nu geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is het onderdeel m.e.r. niet van toepassing. 3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012

Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de 'ladder voor duurzame verstedelijking' – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit procesvereiste is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Het Rijk heeft er voor gekozen om, gedeeltelijk gebaseerd op de al langer geldende SER-ladder uit 1999, het procesvereiste vorm te geven als een determinerend-cumulatief werkende motivatieverplichting. De motivatieverplichting voor ruimtelijke besluiten, welke geldt voor de maximale planologische mogelijkheden inclusief flexibiliteitsinstrumenten (waarbij planologische saldering niet per definitie is toegestaan), bestaat uit twee eisen (treden): a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b.

een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ten aanzien van de eerste trede dient allereerst te worden beoordeeld of het planvoornemen een stedelijke ontwikkeling betreft. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het onderhavige planvoornemen betreft de realisatie van één vrijstaande woning, hetgeen op grond van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling behoeft te worden gezien. In dit kader is onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22-11-2015 ECLI:NL:RVS:2015:3542 van belang. Daarin wordt uitgesproken dat een woningbouwplan van 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet vereist. Conclusie Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

13

Het planinitiatief, dat voorziet in het realiseren van één woning, is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarmee is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. 3.2

Provinciaal beleid 3.2.1

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving

De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water en regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In de visie zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s.

Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. Conclusie De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de omgevingsvisie. Totdat de programma’s nader zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’. 3.2.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

Op 1 oktober 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale verordening. In de Verordening Ruimte zijn de kaderstellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken.

Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Voor heel Noord-Brabant zijn gebiedspaspoorten opgesteld. In de Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

14

gebiedspaspoorten is aangegeven welke landschapskenmerken bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype. Daarnaast zijn de provinciale ambities weergegeven voor de ontwikkeling van de landschapskwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen kunnen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe en gebiedseigen kwaliteiten. Voor Midden-Brabant (de regio waartoe Sprang-Capelle behoort) is er enerzijds een intensief gebruikt ‘leisure-landschap’ ontstaan en is anderzijds de cultuurhistorische kleinschaligheid en het natuurlijke, landschappelijke karakter een kernkwaliteit. Beide kwaliteiten hangen nauw samen met de ligging nabij de grote steden enerzijds en de ligging op het aantrekkelijke kleinschalige dekzandlandschap met hoge natuur- en landschapswaarde anderzijds. De provincie ziet het als belangrijkste opgave om deze kwaliteiten te versterken en beter met elkaar in verband te brengen. In de structurenkaart (zie onderstaande afbeelding) van de SVRO is het plangebied aangeduid als ‘Stedelijk concentratiegebied’. De ontwikkeling waarin ruimtelijke onderbouwing voorziet, het toevoegen van één woning, past binnen deze structuur.

Projectperceel

In de structuurvisie is een aantal provinciale ruimtelijke belangen gedefinieerd. Voor de ontwikkeling die met het onderhavige initiatief mogelijk wordt gemaakt, speelt met name het belang ‘Concentratie van verstedelijking’. Vanuit de structurenbenadering is voor de onderhavige situatie enkel de stedelijke structuur aan de orde. Binnen de stedelijke structuur zijn de volgende doelen van toepassing: 1. Concentratie van verstedelijking; Hiermee wordt er in de steden gezorgd voor draagvlak voor hun economische en culturele functie en wordt voorkomen dat het landelijk gebied dichtslibt. 2. Zorgvuldig ruimtegebruik; Eerst zoeken naar mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied (intensivering, functiemenging, herstructureren) alvorens uit te breiden. 3. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; Nieuwe ontwikkelingen moeten inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. 4. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; Ontwikkeling van bezoekersintensieve voorzieningen, kantorenlocaties en grootschalige recreatieve voorzieningen concentreren op goed ontsloten, multimodale plekken. 5. Versterking van de economische kennisclusters; Regio Midden-Brabant: ontwikkeling logistiek, maintenance, bio-energie en toerisme. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

15

Het project ‘Jeroen Boschstraat’ maakt onderdeel uit van de kern Sprang-Capelle, dat behoort tot het stedelijke structuur, stedelijk concentratiegebied. Conclusie Het planvoornemen voorziet in het realiseren van een woning binnen het stedelijk concentratiegebied. Dit is in lijn met het bovenvermelde beleid. 3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 inwerking getreden. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, maar is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. De omgevingsvisie is vastgesteld om–vooruitlopend op de Omgevingswet- kansen te benutten. Met ruimte voor handelen door te werken vanuit doelen in plaats vanuit instrumenten. Door maatschappelijk gedragen waarden centraal te stellen. Door meerwaarde-creatie als basis te hanteren in plaats van als uitzondering. En door vanuit casuïstiek te werken en het doel voorop te stellen.

Voor de provinciale inzet is het werken vanuit het samenspel met diep, rond en breed kijken vertrekpunt. Dit vraagt om een provincie die gemakkelijk van rol kan wisselen en die gericht is op het verbinden van belangen: private belangen, gebiedsbelangen en het publieke belang. Daarbij hanteert de provincie vijf kernwaarden voor haar denken en handelen. De provincie zet in op: 1. meerwaardecreatie; 2. technische en sociale innovatie; 3. kwaliteit boven kwantiteit; 4. een continue verbetering van de leefomgeving; 5. proactief en preventief handelen boven gevolgbeperking en herstel. Bestaand stedelijk gebied Het projectperceel is binnen de zone ’stedelijk concentratiegebied’ gelegen. Binnen het stedelijk concentratiegebied is een gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling, uiteraard binnen de grenzen van wetgeving en de regionale afspraken. Tevens is een aantal bepalingen opgenomen over zorgvuldig ruimtegebruik en de verantwoording die de provincie daarover vraagt aan gemeenten.

Projecterceel

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

16

Op basis van de Interim omgevingsverordening dient bij een ruimtelijke ontwikkeling sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied of aan hergebruik van leegkomende bebouwingslocaties in zowel stedelijk gebied. Voorts is in artikel 3.42 van de verordening het volgende bepaald: een duurzame ontwikkeling voor wonen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Met de bouw van de woning wordt voldaan aan het gestelde onder a en b. Een milieuhygiënisch knelpunt wordt opgelost, rommelige bebouwing wordt gesaneerd en daarvoor in de plaats wordt een vrijkomende locatie binnen de bestaande stedelijke structuur ingevuld. Er wordt voldaan aan het zorgvuldig ruimtegebruik.

Met de bouw van de woning wordt door het toepassen van duurzame energie (gasloos bouwen) en het voorzien in voldoende ruimte voor de opvang van water (infiltratiekratten) eveneens voldaan aan het gestelde onder c en d. Doordat gebruik wordt gemaakt van een inbreidingslocatie zijn in de directe omgeving voldoende (openbare) vervoersmogelijkheden beschikbaar. Het initiatief betreft het invullen van een woonlocatie binnen het Stedelijk gebied. Tevens past het binnen de regionale afspraken, is sprake van een initiatief waarbij duurzaamheidsmaatregelen zijn ingecalculeerd en worden milieubelastende activiteiten in een woonomgeving blijvend opgeheven. De projectlocatie aan de Jeroen Boschstraat in Sprang-Capelle is aangeduid als stedelijk concentratiegebied. Omdat de geplande woning binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Gezien het bovenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. Conclusie Het initiatief voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De locatie is gelegen binnen het bestaande stedelijk concentratiegebied. 3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1

Strategische visie Waalwijk 2025 – Samen werken aan de toekomst

De gemeente Waalwijk heeft, met een bijdrage van de provincie Noord-Brabant, de strategische visie Waalwijk 2025 opgesteld. Het bevat de strategische hoofdlijnen voor besluitvorming, beleid en projecten tot 2025 en is een handelingskader voor de gemeente Waalwijk. In de visie staat de volgende missie centraal: De gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van De Langstraat en Midden-Brabant. De gemeente zet in op een bescheiden groei van Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

17

de woningvoorraad gericht op de opvang van de eigen behoefte en vergroting van de verscheidenheid in het woningaanbod. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. De invulling van de aanwezige ruimte tussen bestaande bebouwing past binnen de strategische visie, door kwalitatieve verbetering van de bestaande woonomgeving. Conclusie Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten, die zijn genoemd in de Strategische visie Waalwijk 2025 – Samen werken aan de toekomst. 3.3.2

Structuurvisie Waalwijk 2025 – Onderscheidend meer verleiden

Het doel van de Structuurvisie Waalwijk 2025 is een samenhangend ruimtelijk beleid op hoofdlijnen te formuleren dat de ambities weergeeft voor 2035 en een visie uitwerkt voor 2025. Met de structuurvisie is aangegeven op welke wijze Waalwijk een bijdrage levert aan de ambities van de regio als vitale schakel en wordt aangetoond hoe Waalwijk zich binnen de regio onderscheidt met haar lokale kwaliteiten. Om de juiste keuzes voor 2025 te maken, heeft de gemeente Waalwijk een aantal leidende principes geformuleerd: 1. Waarden ondergrond behouden en versterken. Bij behoud is het zaak bedreigingen te voorkomen door bescherming van waarden en het reserveren van ruimte. Voor versterking kiest de gemeente ervoor deze alleen bij belangrijke projecten actief (mee) te ontwikkelen en in andere gevallen kansen vanuit de samenleving te benutten. 2. Bereikbaarheid netwerk optimaliseren. In veel gevallen gaat de gemeente projecten op dit vlak actief (mee) ontwikkelen. Bij overige projecten om het netwerk te verbeteren, heeft de gemeente een voorkeur voor het benutten van kansen. 3. Vraaggericht functies versterken met kwaliteit. Bij bestaande ontwikkelingen maakt de gemeente Waalwijk het gekozen proces af maar wel (markt)vraaggericht. Als het gaat om nieuwe ontwikkelingen kiest de gemeente belangrijke (sleutel)projecten die ze actief (mee) ontwikkelt.

In deel C van de visie (het uitvoeringsprogramma) is vastgelegd dat de gemeente naar analogie van de provinciale regeling voor ontwikkelingen buiten het stedelijk gebied voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied vergelijkbare werkafspraken toepast daar waar het gaat om kwaliteitsverbetering voor externe initiatieven. Daarbij geldt dat de bijdrage gekoppeld aan een ruimtelijke ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied niet alleen besteed kan worden aan verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap en/of cultuurhistorie maar ook aan andere kwaliteitsverbeteringen in de fysieke leefomgeving. De hoogte van de bijdrage wordt berekend aan de hand van de bestemmingswinst en hangt af van de oppervlakte van het perceel waarvoor de bestemming uiteindelijk wordt gewijzigd. Bij de berekening worden de volgende uitgangspunten in bestemmingswaarden gehanteerd:  Wonen grondgebonden (incl. tuin tot 500 m2) € 275,- per m²;  Tuin 500-1000m2 € 137,50 per m². Een percentage van 20% van het verschil tussen de nieuwe en de oude bestemmingswaarde moet worden geïnvesteerd in een kwaliteitsverbetering in de fysieke leefomgeving. In dit geval gaat het om een bijdrage van € 9.735,=. Als thema loopt duurzaamheid als een 'ladder' door alle ambities heen en is daarom apart uitgewerkt in de structuurvisie.

Aan deze 'duurzaamheidsladder' is ook een aantal specifieke onderwerpen gekoppeld: milieu, energie, erfgoed en sociaal. Duurzaamheid is voor de gemeente een algemeen Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

18

leidend principe. De gemeente beschouwt het als haar plicht om de ontwikkeling van de huidige generatie te bevorderen, maar daarbij de ontwikkeling van de generaties hierna niet te belemmeren door de impact van onze huidige activiteiten en keuzes. Daarbij heeft de gemeente onder andere de ambitie om op de lange termijn (2043) klimaatneutraal te zijn. Klimaatneutraliteit is een zeer ambitieuze doelstelling die pas op de heel lange termijn kan worden gerealiseerd, ook als een maximale inspanning wordt geleverd. Om toe te werken naar deze doelstelling, gebruikt de gemeente de 'trias energetica' (energievraag, duurzame bronnen en fossiele energiebronnen) als leidend principe. Het projectperceel is op de visiekaart aangeduid als 'Dorps wonen'.

Projectperceel

De structurele veranderingen in de samenleving, met name de bevolkingssamenstelling maar ook klimaatveranderingen zorgen ervoor dat het nodig is de bestaande woongebieden onder de loep te nemen en waar nodig vraaggericht te herstructureren. De gemeente hanteert daarbij de afbakening van het stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale omgevingsverordening. Voor de woningvoorraad kan herstructurering betekenen aanpassing van bestaande (woon)gebouwen of inbreidingslocaties met als resultaat bijvoorbeeld:  Meer kleinere woningen voor bijvoorbeeld ouderen en jongeren.  Levensloopbestendige woningen. Woningen geschikt maken voor langere bewoning door ouderen valt hieronder.  Focus op woonlasten via energiebesparende maatregelen.  Realiseren van op maat gesneden woon-, zorg-, welzijns- en dienstverleningsarrangementen voor de groeiende groep zorgbehoevenden. Voor het openbare gebied kan herstructurering betekenen dat meer ruimte nodig is voor:  Waterberging. Klimaatveranderingen zorgen ervoor dat extra waterberging in bestaand stedelijk gebied nodig is.  Groen. Met daarbij aandacht voor de relatie tussen gezondheid en groen. Bevorderen biodiversiteit. Voorliggend bestemmingsplan maakt de bouw van een woning mogelijk.

De ruimte binnen het plangebied voor de aanleg van groen is beperkt, maar wordt in samenhang met de direct aangrenzende groene ruimte zorgvuldig ingericht. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en is op eenvoudige wijze ingepast.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

19

Conclusie Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten, die zijn genoemd in de Structuurvisie Waalwijk 2025 Onderscheidend meer verleiden. 3.3.3

Bestemmingsplan “Gemengd gebied” en “Gemengd gebied – herziening 1”

Ter plaatse van het projectperceel geldt het bestemmingsplan “Gemengd gebied” en “Gemengd gebied – herziening 1”, respectievelijk vastgesteld op 24 februari 2021 en 16 december 2021. Aan het betreffende perceel is de bestemming “Gemengd“ toegekend. Het bouwplan is in strijd met genoemd bestemmingsplan, omdat ter plaatse geen bouwvlak voor de bouw van een woning is opgenomen.

Projectperceel

Conclusie De voorgestane ontwikkeling past niet binnen de geldende regels van het vigerende bestemmingsplan “Gemengd gebied”. Vanwege deze strijdigheid is het niet mogelijk het beoogde initiatief te realiseren. Om die reden is de ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat in procedure gebracht. 3.3.4

Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk

De Woonvisie 2020 is door de gemeenteraad van Waalwijk d.d. 17 september 2020 vastgesteld. De volgende drie hoofdthema's vormen het hart van deze Woonvisie: a. Betaalbaarheid. b. Wonen en zorg. c. Leefbaarheid en duurzaamheid. Daarbij gelden de volgende doelstellingen: Ad a: Van belang is dat iedereen kan wonen in een woning die qua woningtype en prijsklasse past bij zijn/haar huishouden en inkomen. Ad b: Voor alle inwoners is er een geschikte woning en woonomgeving, waar zorg geleverd kan worden en waar een sterke sociale structuur is. Ad c. Alle inwoners wonen in aantrekkelijke en toekomstbestendige woonmilieus. De voor dit plan relevante algemene hoofdlijnen van de visie voor de komende tien jaar zijn: Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

20

 

          

De woningmarkt de komende 10 jaar met minimaal 1.500 woningen laten groeien. In het uitvoeringsprogramma is aangegeven waar plannen onder andere aan getoetst worden: 1. Plannen moeten voorzien in de actuele behoefte en moeten aansluiten bij de lange termijn vraag. 2. Het transformeren of herstructureren van leegstaand of leegkomend vastgoed heeft de voorkeur 3. Initiatieven waarbij een woonproduct wordt aangeboden dat nog niet of nauwelijks aanwezig is in onze woningmarkt, maar waar wel aantoonbaar vraag naar is, krijgen de voorkeur. Streven naar 25% sociale huurwoningen en een goede spreiding. Bij de (her)ontwikkeling van grotere locaties gelden in principe de volgende uitgangspunten ten aanzien van sociale huurwoningen: 1. Ontwikkeling van 35 tot 70 woningen: minimaal 20% daarvan sociale huurwoningen 2. Ontwikkeling van 70 tot 100 woningen: minimaal 25% daarvan woningen 3. Ontwikkeling van 100 woningen of meer: minimaal 30% daarvan sociale huurwoningen Bij (her)ontwikkelingen in wijken met een hoog aandeel sociale huurwoningen kan van deze uitgangspunten worden afgeweken. Woningen in de middenhuur (bij voorkeur lage middenhuur) toevoegen. Het aanbod middeldure en dure woningen vergroten, om doorstroming te bevorderen.

Hoofdlijnen invulling visie wonen en zorg voor de komende 10 jaar: Bij alle nieuwbouwontwikkelingen bekijkt de gemeente de mogelijkheid van het ontwikkelen van levensloopgeschikte woningen voor senioren. De gemeente blijft particuliere woningverbetering stimuleren met de Stimuleringslening Toekomstgericht wonen. Samen met stakeholders en gemeenten in de regio de behoefte aan verschillende vormen van begeleid wonen onderzoeken. Waarderen en stimuleren van kansrijke, kwalitatieve pilots met nieuwe woonvormen op het gebied van wonen en zorg. Stakeholders vragen om bij de ontwikkeling van woningen aandacht te besteden aan flexibel bouwen. Woningbouwplannen moeten een kwaliteitsverbetering voor de omgeving van de betreffende locatie met zich meebrengen.

Er is nog steeds sprake van een woningtekort, ook binnen de gemeente Waalwijk. Bij de invulling van het woonprogramma streeft de gemeente naar voldoende kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle bevolkingsgroepen. Dit laatste kan door middeldure en dure woningen te bouwen. In Waspik en Sprang-Capelle is het eigen karakter en de eigen woningbehoefte leidend. Programma voor het wonen: kwaliteit gaat boven kwantiteit. Centraal staan variatie en keuzevrijheid, gestaag bouwen voor keuzevrijheid, duurzaamheid en leefbare buurten in een prettige woonomgeving. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning binnen de bebouwde kom van Sprang-Capelle. Als gevolg van de bouw van deze woning ontstaat doorstroming in de markt waardoor mogelijk woonruimte vrijkomt voor starters op de koopmarkt, alsmede voor (jonge) gezinnen met een meer stedelijke woonwens. De geplande ontwikkeling aan de Jeroen Boschstraat in Sprang-Capelle sluit in voldoende mate aan op de uitgangspunten van de ontwerpwoonvisie Conclusie Nu het gaat om de bouw van slechts één woning en met inachtneming van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

21

4 PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1

Bodem

Door Bakker Milieuadviezen te Waalwijk is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie te Sprang-Capelle (rapportage d.d. mei 2021, projectnr. BM/2750-2021). Het verkennende bodemonderzoek dat als bijlage is bijgevoegd, is uitgevoerd ten behoeve van de bepaling van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit voor zowel grond als grondwater in het kader van de geplande ontwikkeling van het terrein ten behoeve van woningbouw. Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor de onderzoekslocatie het volgende worden geconcludeerd:  De licht puinhoudende bovengrond bevat licht verhoogde gehalten aan lood, zink, PAK en PCB.  De licht puinhoudende bovengrond ter plaatse van de aangewezen of vermeende slootdemping bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan PCB. Opgemerkt wordt dat de zintuiglijke waarnemingen bij de extra boringen voor onderzoek naar de slootdemping (boringen 6, 7 en 8) vergelijkbaar waren met de bodem op het overige terrein.  In de onverdachte ondergrond zijn de gehalten van alle parameters uit het standaardpakket beneden de AW 2000 aangetroffen.  In het grondwater is barium in een gehalte boven de tussenwaarde aangetroffen. Voor barium komt een overschrijding van de streefwaarde bijna standaard voor en soms ook (zoals hier) een overschrijding van de tussenwaarde zonder oorzakelijk verband.

Omdat er ook hier geen aanwijsbare oorzaak is, wordt een herbemonstering niet nodig geacht.  Uit een door Ingenieursbureau Brabant uitgevoerd onderzoek naar asbest in de licht puinhoudende bovengrond blijkt dat in deze bovengrond asbest is aangetroffen in een gehalte van 25 mg/kgds. Dit gehalte ligt beneden de waarde voor nader onderzoek van 50 mg/kgds. Er zijn geen respirabele vezels aangetroffen. Conclusie Op grond van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de bouw van een woning. Aanbevelingen Bij de eventuele afvoer naar elders van mogelijk overtollige licht verontreinigde bovengrond dient qua kosten rekening te worden gehouden met de regels uit het Besluit Bodemkwaliteit. Er bestaat overigens geen plicht tot afvoer van licht verontreinigde grond. 4.2

Geluid

Conform de Wet Geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van nieuwe woningen binnen de zone van een weg. Uitzonderingen hierop zijn wegen, die bestemd zijn als woonerf of opgenomen zijn in een 30 km-zone. Het plangebied is gelegen in de onderzoekszone van de Kerkstraat. Door Nibag te Oss is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen bouw van de woning op het perceel ten westen van de Stadhoudersdijk te Waspik (rapportage d.d. februari 2022, projectnr. 1501.092).

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

22

Het akoestisch onderzoek, dat als bijlage is bijgevoegd, heeft tot doel de geluidsbelasting op de gevels van de te projecteren woning te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden, die in wet Geluidhinder zijn gesteld. Indien niet aan de grenswaarden wordt voldaan, moet worden bezien of geluidsbeperkende maatregelen doelmatig zijn. Uit het onderzoek is gebleken, dat vanwege de Kerkstraat en de Jeroen Boschstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt gerespecteerd. De Wet geluidhinder legt verder geen restricties op voor de realisatie van de woning ten aanzien van deze weg. Conclusie Op grond van de resultaten van het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat de gevelbelasting van de nieuw beoogde woning de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt, zodat het onderdeel geluid geen belemmering vormt voor de bouw van een woning. 4.3

Externe veiligheid

Algemeen Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht. Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR):  Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.  Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Beleidskader  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het besluit bevat eisen voor het PR en regels voor het GR. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

23

 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het externe veiligheidsbeleid bij buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd is sinds 1 januari 2011 vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dit besluit is vastgelegd hoe gemeenten moeten omgaan met de externe veiligheid van buisleidingen bij het vaststellen van ruimtelijke besluiten.  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) waarborgt een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Het besluit van 11 november 2013 bevat eisen voor het PR en regels voor het GR. Beoordeling projectperceel

Projectperceel

Uitsnede risicokaart

 Bedrijven Het Bevi en de bijbehorende regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI) zijn op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het BEVI legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Vastgesteld dient te worden of het plangebied gelegen is binnen de veiligheidscontour van bestaande inrichtingen. De inrichtingen zijn weergegeven op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Uit de risicokaart valt af te leiden dat (op afstand) sprake is van een risicovolle inrichting in de directe omgeving van de projectlocatie. Aan de Tilburgseweg is een benzine-/servicestation gelegen met een LPG-afleverinstallatie. De onderlinge afstand tussen beide locaties bedraagt circa 580 meter. Nu daarmee het kwetsbare object is gelegen buiten het invloedsgebied van het vulpunt kan worden geconcludeerd dat dit object het initiatief niet in de weg staat. Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

24

 Transport Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Waalwijk bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Vervoer over het water Binnen de kern Waspik binnen de gemeente Waalwijk vindt aan de zuidzijde van de kern geen transport over water plaats. Dit aspect is dus niet van toepassing. Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande weg in de nabijheid van het plangebied waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden is de N261. Deze route is gelegen op een afstand van circa 750 meter. In het kader van de reconstructie van de N261 enkele jaren geleden is vanwege de verandering van het externe veiligheidsrisico vanwege het transport van gevaarlijke stoffen door Oranjewoud een risico-analyse uitgevoerd. Uit de berekeningen is gebleken dat de plaatsgebonden risicocontouren -8 -7 -6 (PR 10 en PR 10 ) voor de N261 afnemen en dat deze geen 10 pr-contour heeft. Uit de groepsrisicoberekening bleek toen dat de berekende groepsrisico's voor de nieuwe situatie voor alle scenario's lager zijn dan het groepsrisico van de bestaande situatie.

De reden voor het afnemen van de groepsrisico's voor scenario's waarin de N261 voorkomt, is gelegen in het feit dat bij een regionale stroomweg alle kruisingen ongelijkvloers zijn geworden en daardoor in het rekenmodel een wegtype 'snelweg' van toepassing wordt in plaats van het wegtype 'weg buiten de bebouwde kom' zoals van toepassing in de huidige situatie. Ondanks de hogere snelheden op een regionale stroomweg zijn, door de ongelijkvloerse kruisingen, de ongevalfrequenties lager dan bij een provinciale weg. Vervoer via buisleidingen In de nabijheid van de locatie (nagenoeg parallel aan de N261) is een aardgasleiding aanwezig. De aardgastransportleiding heeft over het gehele leidingtraject een: 1. een invloedsgebied van 164 meter gemeten vanuit het hart van de leiding; 2. een belemmeringsstrook van vijf meter gemeten vanuit het hart van de leiding. Deze buisleiding is op een afstand van ruim 700m gelegen ten opzichte van de projectlocatie en daarmee dus buiten het invloedsgebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het oogpunt van externe veiligheid vanwege bedrijven, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen geen belemmeringen bestaan voor een goed woonen leefmilieu. Hoogspanningslijnen Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden.

In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningslijnen en kan dus ook geen interactie plaatsvinden.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

25

Conclusie Vanwege hoogspanningsleidingen zijn er geen belemmeringen voor het initiatief. 4.4

Luchtkwaliteit

Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer:  een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit;  ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven;  een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht;  een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Het voorliggende planinitiatief maakt de bouw van één woning mogelijk. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt; 2. op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3%-criterium.

Aangezien het voorgestane initiatief zich uitstrekt over slechts één woning en dit aantal ver beneden de wettelijke drempel (van 1500 nieuwe woningen op één ontsluitingsweg) ligt wordt voldaan aan het 3%-criterium. Wat betreft de bestaande luchtkwaliteit kan het volgende worden opgemerkt. Uit de tool Monitoring NSL 2019 blijkt dat ter plaatse van de planlocatie ruimschoots onder de toegestane concentraties wordt gebleven: NO2 bedraagt maximaal 17,2 ug/m3 en PM10 bedraagt maximaal 18,5 ug/m3, terwijl de norm 35 ug/m3 is. Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt 6,5 dagen en blijft daarmee onder de norm van 35 dagen.

Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Woning Jeroen Boschstraat Sprang-Capelle

26

Conclusie Aangezien het initiatief voldoet aan het 3%-criterium en bovendien daarmee de verkeersaantrekkende werking van dit plan ruim onder der 7500 verkeerbewegingen ligt kan gezien het voorgaande geconcludeerd worden dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c van de Wet milieubeheer kan het project zonder nader onderzoek doorgang vinden. 4.5

Hinderlijke bedrijvigheid 

Agrarische bedrijvigheid

Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet is het nieuwe toetsingskader bij aanvragen om een milieuvergunning van veehouderijen. De veehouderijen moeten voldoen aan individuele wettelijke normen voor de geurbelasting op een geurgevoelig object. Echter ook omgekeerd dient vanuit deze wet te worden beoordeeld of bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat vanuit de individuele bedrijven een voorgrondbelasting wordt gehanteerd en vanuit het beoordelen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt een achtergrondbelasting gehanteerd. Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locaties dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:  Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).  Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Aan de Van der Duinstraat 28 is een melkrundveebedrijf gelegen. Dit bedrijf kent een richtafstand van 100 meter in verband met geur. Het bedrijf is op circa 350 meter van het plangebied gelegen, zodat het geen nadelige invloed heeft op het initiatief. In de directe omgeving van het plangebied zijn voor het overige geen agrarische bedrijven aanwezig.

 Bedrijven en milieuzonering Er dient een noodzakelijke ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de leefkwaliteit. De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op hun invloed op mogelijke ontwikkelingen. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van typen bedrijven. Vervolgens wordt in de lijst op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, gevaar en verkeer) een indicatie gegeven van de afstanden tussen bedrijfstypen en een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals rustig buitengebied), waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. De lijst is algemeen geaccepteerd als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11475714/1