Bijlage Rapportage Sturen op jeugdhulp
Tekst van het document
8
Onder meer onderzoek van BMC “Sturing op jeugdhulp” in opdracht van Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch.
| 29 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Gemeenten moeten keuzes maken ten aanzien van de aanbieders die worden gecontracteerd, het aantal te contracteren aanbieders, de samenwerkingsvorm en de sturing op de aanbieders. Door regionale samenwerking in de inkoop van bepaalde vormen van zorg en ondersteuning proberen gemeenten de uitvoerings- en administratiekosten, die veelal het gevolg zijn van een groot aantal gecontracteerde zorgaanbieders, terug te dringen. Gemeenten kunnen voor de jeugdzorg kiezen voor drie soorten bekostigingsmodellen: productiebekostiging (pxq-bekostiging), resultaatbekostiging9 en populatiebekostiging10. Het bekostigingsmodel bepaalt op grond van welke achterliggende redenatie een zorgaanbieder wordt betaald en van elk bekostigingsmodel gaat een andere financiële prikkel uit voor de hoeveelheid zorg die wordt geboden. 3. Meer aandacht besteden aan de realisatie van de oorspronkelijke transformatiedoelstellingen. Verschillende doelstellingen van de transformatie blijken in veel gemeenten nog onvoldoende vorm te hebben gekregen. Denk aan meer integrale hulpverlening, het versterken van de samenwerking met zorgaanbieders en partners in het voorliggend veld en de (hoge) verwachtingen van de preventieve werking van het voorliggend veld en preventieve maatregelen om demedicalisering te bereiken. 4. In de uitvoering de grip op de financiën versterken.
Ten tijde van de decentralisatie van de jeugdhulp was er onvoldoende zicht bij gemeenten op beschikbare budgetten en de omvang van de zorgvraag. Inmiddels is gebleken dat er sprake is van een gat tussen de gemeentelijke uitgaven en de bijdragen die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen. In veel gemeenten schiet de monitoring van de kostenontwikkeling van de jeugdhulp tekort. 5. In de uitvoering de grip op de effectiviteit van de zorg versterken. Veel gemeenten ervaren een gebrek aan inzicht in de effectiviteit van de geboden zorg. Veelal zijn de beleidsdoelstellingen niet duidelijk of meetbaar geformuleerd, zodat ook de resultaten niet helder kunnen worden weergegeven. Ook worden de doelstellingen onvoldoende uitgewerkt in de contracten met hulpverleners. Dit leidt tot onvoldoende zicht op de kwaliteit en doelmatigheid van de geboden zorg en ondersteuning en daarmee tot onvoldoende sturing hierop.
4.2 Sturen op verwijzers Er zijn naast de gemeentelijke toegang ook andere toegangspoorten tot de jeugdhulp. Er worden meer jongeren doorverwezen naar jeugdhulp door het medisch domein (huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten) dan via de gemeentelijke toegang. Met name de huisarts is een belangrijke toegangspoort tot jeugdhulp.
Bij resultaatbekostiging is de vergoeding niet gekoppeld aan de productie, maar aan de resultaten voor de cliënt. Met hoeveel inspanning dat resultaat bereikt wordt, is niet relevant. Meestal is de vergoeding een vooraf afgesproken bedrag per traject. 10 Populatiegerichte bekostiging is een vorm van resultaatgerichte bekostiging, maar dan op het niveau van de populatie van een bepaald gebied, bijvoorbeeld een stadsdeel of een gemeente. De gemeente betaalt de aanbieder of een consortium van aanbieders een vast bedrag om hulp te leveren aan de gehele populatie van het gebied. Niet de productie, maar het uiteindelijke resultaat staat hierbij centraal. 9
| 30 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
In 2022 was bij bijna 32% van de jeugdhulptrajecten in Waalwijk de gemeente de verwijzer en bij bijna 34% van de jeugdhulptrajecten de huisarts. Het aandeel verwijzingen door de gemeente is de afgelopen jaren stabiel gebleven, het aandeel verwijzingen door huisartsen is afgenomen. Het aandeel verwijzingen door jeugdartsen is daarentegen toegenomen. Op de verwijzingen door andere verwijzers is de invloed van de gemeente beperkt, zoals in de navolgende paragrafen wordt toegelicht. Figuur 8
Verwijzers
Bron: CBS Monitor Sociaal Domein
4.2.1 Medisch domein Sinds 1 januari 2021 is in de regio Hart van Brabant gestart met het uitvoeren van de toets medisch domein. Met deze toets wordt de wettelijke gemeentelijke taak uitgevoerd om integrale, passende jeugdhulp te borgen voor jeugdigen die zorg aanvragen via het medisch domein. Doel is om met de toets meer zicht en meer grip te creëren op de instroom via het medisch domein. Binnen het kwaliteitsteam wordt de toets medisch domein uitgevoerd; een bepaald deel van de doorverwijzingen wordt steekproefsgewijs getoetst. Er wordt zowel inhoudelijk als financieel getoetst en met name de inhoudelijke toets wordt door de ambtelijke organisatie als leerzaam ervaren. Voor het laatste half jaar van 2022 heeft de regio Hart van Brabant een analyse verricht van de toetsen medisch domein. Voor de gemeente Waalwijk zijn 116 toetsen geanalyseerd, werd in zeventien gevallen een alternatief advies uitgebracht dat uiteindelijk heeft geleid tot een besparing van € 89.525,53. In een interview met de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat ten tijde van de nieuwe inkoop uitgebreid is gesproken met het medisch domein over welke rol gemeenten vervullen en zouden willen vervullen met betrekking tot de toegang.
Ook bij complexe gevallen zou de doorverwijzing door de gemeentelijke toegang moeten plaatsvinden, omdat dit de beste continuïteit van zorg biedt en omdat de gemeente meer gedegen en breder onderzoekt. Door wachtlijsten bij de gemeente lukt dit echter niet altijd, wordt in een van de interviews geconstateerd.
| 31 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
De gemeente Waalwijk werkt bij de meeste huisartsenpraktijken met praktijkondersteuners jeugd. Zij zijn in dienst van huisartsenorganisatie PrimaCura en Zorggroep Regio Oosterhout en omstreken (Zorroo). Voor wat betreft de huisartsen is er nog wel een slag te maken, wordt in een van de interviews opgemerkt. Er is namelijk nog altijd sprake van een hoog doorverwijzingspercentage. Tweejaarlijks is er een overleg tussen de gemeente Waalwijk en alle huisartsen en praktijkondersteuners. Huisartsen verwijzen nu rechtstreeks naar zorgaanbieders. Recent is er in de gemeente Waalwijk een implementatievoorstel opgesteld dat erop is gericht om het toegangsteam op te nemen in ZorgDomein, een landelijk en digitaal verwijssysteem, zodat de huisarts ook kan verwijzen naar het toegangsteam. Wanneer dit ook in de gemeente Waalwijk wordt ingevoerd, dan moet de gemeente wel in staat zijn de betreffende casuïstiek op te vangen.
4.2.2 Sturen op Gecertificeerde Instellingen De gemeente Waalwijk probeert de samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen te versterken. Zo heeft de gemeente afspraken gemaakt met Veilig Thuis. Er wordt samengewerkt en informatie uitgewisseld met betrekking tot kindermishandeling. De politie, Veilig Thuis en beleidsmedewerkers van jeugd hebben een projectgroep opgestart om de situatie te analyseren, te duiden en te bepalen welke stappen genomen kunnen worden. Ook is de gemeente Waalwijk betrokken bij een landelijke proeftuin voor toekomstscenario's in de jeugd- en gezinsbescherming. Een geïnterviewde merkt op dat dit helpt om elkaar beter te begrijpen en meer oog te hebben voor elkaars taken en verantwoordelijkheden. De vraagstukken rondom kinderbescherming worden door de gemeente als een uitdaging gezien; hier komen wachttijden van acht tot negen maanden voor. Het zijn complexe vraagstukken. Recent heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren naar de zorg- en handhavingsplicht in het kader van goed samenleven om beter met dit soort vraagstukken om te kunnen gaan. De gesprekken met Jeugdbescherming Brabant vinden op regionaal niveau plaats.
4.3 Samenwerking met het voorliggend veld Uit de nieuwe koersbepaling Sociaal Domein 2022 wordt duidelijk dat, mede gezien de toenemende wachtlijsten, het college mogelijkheden onderzoekt om zakelijker te indiceren. Hiermee wordt bedoeld dat de verordeningen en beleidsregels Wmo en Jeugd alleen ruimte laten voor het toekennen van voorzieningen die wettelijk verplicht zijn. Tegelijkertijd zet het college meer in op preventie en (dus) een verschuiving naar het voorliggend veld. In een van de interviews worden de twee sporen geschetst waar de gemeente Waalwijk zich momenteel op richt: de interne regiegroep en een extern overleg met subsidiepartners, de jeugdtafel en de wijken. De eerste focus van de gemeente ligt op de interne lijn, de regiegroep Jong in Waalwijk, waarin de gemeente de implementatie van Jong in Waalwijk borgt. Dit is een samenwerking van team Wijz, team Toezicht, Leefbaarheid en Handhaving (LTH) en team Maatschappelijke Ondersteuning (MAO). Deze regiegroep komt vier keer per jaar bij elkaar voor overleg en afstemming.
| 32 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Daarnaast wordt extern gekeken naar de verbinding van de verschillende (subsidie)partners op uitvoerend niveau. Een concreet voorbeeld is de samenwerking tussen Halt en het jongerenwerk, waarbij het jongerenwerk aansluit als Halt voorlichtingen geeft, zodat het jongerenwerk hierop kan doorpakken. Zo wil de gemeente van onderaf acties ondernemen in het voorliggend veld. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheid om bepaalde expertise in te brengen in de scholen, vanuit de gedachte dat dit nodig kan zijn om de juiste ondersteuning te bieden. Vanuit de uitvoering wordt gesignaleerd dat door bijvoorbeeld het inzetten van schoolmaatschappelijk ondersteuning en de praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen er nu beter samengewerkt wordt en effectiever gehandeld wordt. Ook wordt geprobeerd om meer verantwoordelijkheid bij ouders te leggen. In het geval van vechtscheidingen wordt bijvoorbeeld ouderschapsbemiddeling ingezet om de oorzaken aan te pakken in plaats van alleen de symptomen. Tegelijkertijd wordt ervaren dat er op dit moment nog onvoldoende organisatie in het voorliggend veld is om te voorkomen dat hulpvragen uiteindelijk resulteren in duurdere maatwerkvoorzieningen, bijvoorbeeld waar het gaat om dagbestedingsplekken en respijtzorg.
Een belangrijke partner voor de gemeente Waalwijk in het voorliggend veld is de Stichting Jongerencentra Waalwijk (hierna aangeduid als Tavenu). Op 6 april 2021 heeft het college het besluit genomen om het aan Tavenu gesubsidieerde jeugd- en jongerenwerk met ingang van 2022 niet meer te subsidiëren, maar in te kopen via een aanbesteding om zo meer sturing op het jongerenwerk te krijgen. Tavenu heeft geprotesteerd tegen de aanbesteding, omdat zij grote risico’s zag voor de continuïteit van het jongerenwerk. Daarbij is ook de eigen behoefte en bereidheid uitgesproken om zich verder te ontwikkelen op transparantie en verantwoording. Het besluit van het college heeft tot de nodige maatschappelijke discussie en tot politiek debat geleid. Er is uiteindelijk gekozen voor een gemengd model, waarbij de gemeente de basis voor het jeugd- en jongerenwerk aan Tavenu subsidieert en bijzondere activiteiten en projecten via aanbesteding inkoopt. Er wordt vanaf 1 januari 2023 volgens dit model gewerkt. Tavenu organiseert activiteiten voor jongeren, waaronder concerten, en verricht ambulant werk zoals straatwerk. Daarnaast richt een tak van Tavenu zich op het onderwijs. Dit is opgedeeld in een orthopedagogisch didactisch centrum, MBO leren op locatie en jongerenwerk in de school.
Tavenu is elke dag open en jongeren kunnen binnenlopen en gebruikmaken van alle ruimtes en spullen, bijvoorbeeld voor tafeltennis en biljart. Tavenu voert ook taakstraffen uit in opdracht van en werkt samen met de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdreclassering en Bureau Halt. De huidige samenwerking met de gemeente wordt door Tavenu als positief beoordeeld. De gemeente pakt nu meer de regierol. In het verleden stelde Tavenu zelf de prestatieafspraken op, nu gaat dat in samenspraak met de gemeente. Tavenu is de uitvoerend partner geworden waardoor het ook duidelijker is wat er van Tavenu verwacht wordt, aldus geïnterviewden. Wel zou de gemeente Waalwijk meer gebruik kunnen maken van de kennis en ervaring vanuit de uitvoering om van daaruit keuzes te maken in het beleid. Op dit moment maken de gemeente en Tavenu overwegend afspraken over het aantal in te zetten uren. De afspraken zouden meer gericht mogen zijn op de doelen en de resultaten die daarbij horen. Vanuit Tavenu geeft
| 33 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
men aan graag de samenwerking met team Wijz te willen versterken. In een gesprek wordt benadrukt dat langdurig investeren in de relatie met jongeren echt belangrijk is in het kader van preventie. Men is blij dit ook in de beleidsstukken van de gemeente terug te zien. Aandachtspunten in de samenwerking met de gemeente zijn het gegeven dat de onderwerpen cultuur en jeugd(hulp) bij verschillende portefeuillehouders zijn ondergebracht en de korte looptijd van subsidies met als gevolg veel administratieve lasten.
4.4 Monitoring De gemeente Waalwijk krijgt op verschillende manieren inzicht in de volume- en kostenontwikkelingen in de jeugdhulp. In 2019 heeft de gemeente een extern bureau onderzoek laten uitvoeren om zicht te krijgen op de ontwikkelingen in volumes en kosten. Periodiek ontvangt de gemeente Waalwijk managementinformatie vanuit de regio Hart van Brabant over onder meer de trends in aantallen cliënten, arrangementen, verwijzers en euro's. Er is een regionaal dashboard met managementinformatie over jeugdhulp. Dit dashboard wordt met name voor beleid gebruikt en is recent geactualiseerd. Financiële informatie moet nog worden toegevoegd aan dit dashboard. Financiële informatie wordt nu twee keer per jaar door de regio aangeleverd in de vorm van prognoses: in september/oktober de eerste prognose en eind januari de tweede prognose. De regio faciliteert de gemeenten hierin met het oog op hun jaarrekening. De nieuwe inkoopsystematiek waarin er overwegend sprake is van pxq-financiering leidt bij de gemeente tot de verwachting dat er een meer live beeld van de financiële ontwikkelingen gegeven kan worden. Daarnaast is er ook een dashboard voor de uitvoering. In een gesprek met de ambtelijke organisatie wordt opgemerkt dat dit met name wordt gebruikt voor het bespreken van trends en ontwikkelingen met de partners van de gemeente.
Hoewel er veel informatie wordt verzameld, zou er beter zicht moeten komen op wat er aan de keukentafel gebeurt, aldus geïnterviewden. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat het lastig is om te voorspellen wat er op de gemeente afkomt en hoe de gemeente daarop moet reageren; de gemeente zoekt naar een voorspelmodel. Het gevoel bestaat dat het ‘huidige jasje niet meer past’. Hoewel geïnterviewden aangeven dat de gemeente steeds beter is geworden in het voorspellen van de financiële resultaten (zie ook hoofdstuk 2) blijft de druk op veranderingen en efficiëntie een continu aandachtspunt op alle niveaus binnen de uitvoering. Door de nieuwe inkoop is de voorspellende waarde van de oude systematiek weg. In november 2023 wordt de eerste prognose verwacht op basis van de nieuwe systematiek, waarbij de oude populatie opnieuw ingedeeld moet worden.
4.5 Kostenbewustzijn in de uitvoering De indruk bestaat dat medewerkers in de uitvoering kostenbewust zijn. De functie van toetser is in het leven geroepen om te kijken naar de meest adequate voorziening en om daarbij kritisch te kijken of er goedkopere alternatieven voorhanden zijn. Wanneer medewerkers starten bij team WijZ, dan worden ze veelal eerst in een toetsende rol geplaatst om bekend te raken met de sociale kaart en om ook financiële overwegingen een plek te geven in hun gedachtegang. Het beeld bestaat bij de uitvoering dat men strakker aan de wind is gaan varen en vaker nee is gaan zeggen. Enige tijd geleden had men de indruk
| 34 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
wellicht te ver doorgeschoten te zijn in deze aanpak, mede vanwege bezuinigingen. Consulenten gaven toen aan dat ze minder konden doen aan de keukentafel dan ze zouden willen, waardoor het team medewerkers is kwijtgeraakt. Het team vindt het belangrijk om maatwerk te bieden, maar mist hierbij soms richting vanuit beleid, dat wil zeggen, houvast om nee te kunnen zeggen. Een geïnterviewde geeft aan dat er onlangs een onderzoek is uitgevoerd waarbij werd aanbevolen dat de gemeente in de verordening specifiek zou moeten vermelden welke voorliggende stappen er genomen moeten worden voordat inwoners in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening.
4.6 Sturen op aanbieders Vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat het in het huidige jeugdstelsel voor zowel de gemeente als de zorgaanbieders niet altijd duidelijk is hoeveel ruimte er is om met elkaar het gesprek te voeren. Een geïnterviewde geeft aan dat hoewel gemeente en aanbieders elkaar over het algemeen goed weten te vinden, er soms misverstanden ontstaan die leiden tot irritatie en frustratie over het proces en dan vooral op casusniveau. In situaties waarin het casusniveau wordt overstegen zijn er verschillende opties. Er kan contact worden gelegd met de transformatiemanager die zich richt op een specifiek inhoudelijk gebied of met de contractmanager die verantwoordelijk is voor het beheer van de contracten. Op casusniveau is de ervaring dat er nog snel gehandeld kan worden. Wanneer het casusniveau wordt overstegen, dan is de doorlooptijd langer. Geïnterviewden merken op dat bij reguliere jeugdhulp en/of niet-complexe problematiek ernaar wordt gestreefd om zoveel mogelijk verantwoordelijkheid bij het (gezins)systeem of de zorgaanbieder te leggen om de caseload en daarmee de werkdruk beheersbaar te houden. Bij de herindicatie van cliënten wordt kritisch gekeken of de doelen die zijn afgesproken zijn behaald en te kijken of er echt op de doelen en resultaten gestuurd wordt door de aanbieders.
Het wordt als een voortdurende uitdaging gezien om een vertrouwensband met zorgaanbieders te behouden. Vanuit de gemeente wordt er met betrekking tot het handelen van aanbieders een spanningsveld gezien tussen het belang van de inwoner en het belang van het voortbestaan van de aanbieder. Een voorbeeld van dit spanningsveld ziet men bij de arrangementen, waar directe en indirecte uren verweven zijn en waar men soms ziet dat zorgaanbieders veel indirecte uren in rekening brengen.
| 35 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Tabel 1
Top 10 aanbieders
Top 10 aanbieders naar aantal zorgproducten: 1. Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis 2. Sterk Huis 3. Stichting de As 4. Spil-Vught 5. Praktijk Van de Wiel 6. Stichting Jeugdbescherming Brabant 7. Bureau JIJ 8. Stichting Prisma Midden Brabant 9. Impegno 10. Amarant
Top 10 aanbieders naar aantal unieke lopende cliënten: 1. Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis 2. Spil-Vught 3. Bureau JIJ 4. Praktijk Van de Wiel 5. Stichting de As 6. Sterk Huis 7. Impegno 8. Stichting Jeugdbescherming Brabant 9. Stichting Prisma Midden Brabant 10. Amare Zorgcoaching BV
4.7 Ervaringen met jeugdhulp in Waalwijk 4.7.1 Bezwaren en klachten De afgelopen vijf jaar zijn er in de gemeente Waalwijk in totaal twaalf bezwaren en elf klachten ingediend met betrekking tot (de toegang tot) jeugdhulp. Tabel 2
Bezwaren en klachten
Jaar
Bezwaren
Klachten
2018
1
1
2019
4
3
2020
3
3
2021
4
3
2022
0
1
4.7.2 Kwantitatief cliëntervaringsonderzoek In 2022 is het meest recente Cliëntervaringsonderzoek Jeugd voor de regio en voor de gemeente Waalwijk uitgevoerd. De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek zijn middels een raadsinformatiebrief11 op 25 april 2023 met de raad van de gemeente Waalwijk gedeeld. Voor het onderzoek in de gemeente Waalwijk zijn 611 jeugdhulpcliënten en/of hun ouders uitgenodigd om mee te doen. Dit zijn zowel nieuwe cliënten als bestaande cliënten. Zij kregen een schriftelijke vragenlijst thuisgestuurd en kregen de mogelijkheid de vragenlijst online in te vullen. In totaal vulden 99 cliënten de vragenlijst in, een respons van 16%. 11
Raadsinformatiebrief 043-23 CEO Jeugd 2022.
| 36 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Uit het cliëntervaringsonderzoek bleek dat ruim driekwart van de cliënten positief was over het contact over de hulpvraag en dat meer dan 80% van de cliënten tevreden was over de kwaliteit van de geboden ondersteuning. Ook over de resultaten van de geboden zorg en ondersteuning was het merendeel van de cliënten tevreden. Het meest positief werd geoordeeld over de stellingen: ● Gedrag van de cliënt is verbeterd. ● Cliënt voelt zich beter. ● Het gaat beter op school, werk of bij de dagbesteding. Het minst positief werd geoordeeld over de stellingen: ● Vrijetijdsbesteding is verbeterd. ● De relatie van de cliënt met anderen is verbeterd. ● Meer vertrouwen in de toekomst. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat de gemeente Waalwijk gebruikmaakt van de uitkomsten van de cliëntervaringsonderzoeken, maar dat er momenteel binnen de regio wordt onderzocht hoe invulling en uitvoering gegeven kan worden aan deze onderzoeken zodat de meerwaarde ervan kan worden vergroot. De uitkomsten van de onderzoeken hebben een beperkte diepgang en worden nu als te weinig concreet gezien.
4.7.3 Inbreng en ervaringen vanuit de Jeugdwelzijnsraad In een interview met de ambtelijke organisatie wordt opgemerkt dat de gemeente Waalwijk in de praktijk meer gebruikmaakt van de adviezen van de Jeugdwelzijnsraad dan van de inzichten uit de cliëntervaringsonderzoeken. De Jeugdwelzijnsraad geeft concrete adviezen, bijvoorbeeld over de pilot ‘aanpak wachttijden’; welke gevolgen heeft de wachttijd voor een jongere en wat zou de jongere daarin helpen? De Jeugdwelzijnsraad wordt volgens geïnterviewden betrokken bij alles wat de gemeente lokaal en regionaal doet op het gebied van jeugdhulp. In het kader van dit rekenkameronderzoek is gesproken met twee leden van de Jeugdwelzijnsraad die afkomstig zijn uit de gemeente Waalwijk. Zij geven aan advies uit te brengen aan beleidsmakers en nauwelijks rechtstreeks contact te hebben met gemeenteraden. De Jeugdwelzijnsraad heeft de indruk dat hun inbreng serieus wordt (mee)genomen door beleidsmakers, minder door de raad. In het verleden was er geen terugkoppeling vanuit de ambtelijke organisatie, dat is nu veranderd. Het gevoel bestaat dat de Jeugdwelzijnsraad echt dingen voor elkaar krijgt.
Uit het gesprek met een afvaardiging van de Jeugdwelzijnsraad over hun eigen ervaringen met jeugdhulp komt naar voren dat er onbekendheid is met de gemeentelijke toegang; waarvoor kun je bij de gemeente terecht en waar moet je je dan melden? Contactpersonen bij de gemeente wisselen elkaar snel af. Uit het gesprek met de Jeugdwelzijnsraad komt nog een aantal andere knelpunten naar voren. Jongeren geven aan vaak doorverwezen te zijn naar aanbieders die vervolgens niet over de benodigde expertise bleken te beschikken. Dit was veelal het gevolg van het stellen van verkeerde en steeds wisselende diagnoses. Jongeren hebben hierdoor ervaren dat hun problemen eerder groter dan kleiner werden.
| 37 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Soms was de hulp wel passend bij hun gezin, maar hadden de jongeren zelf het gevoel er niet mee geholpen te zijn. Een ander knelpunt zijn de lange wachttijden bij aanbieders, ook in situaties waarin jongeren het psychisch heel moeilijk hebben. De leden van de Jeugdwelzijnsraad geven aan weinig vertrouwen te hebben in het jongerenwerk. De belangrijkste reden daarvoor is het gebrek aan toezicht in het jongerencentrum.
4.7.4 Interviews met jongeren en ouders Naast het gesprek met de Jeugdwelzijnsraad hebben er interviews plaatsgevonden met jongeren en ouders met ervaring in de jeugdhulp. In totaal hebben er zes gesprekken plaatsgevonden, waarvan vijf met ouders en één met een jongere. Hoewel deze gesprekken gezien het lage aantal respondenten niet representatief zijn voor alle jeugdhulpcliënten van Waalwijk, komt er uit deze interviews een vergelijkbaar beeld naar voren als uit de cijfers en eerdere gesprekken. Zo is (de oorsprong van) de hulpvraag voor veel respondenten gerelateerd aan (complexe) echtscheidingsproblematiek. Daarnaast vertellen veel respondenten dat zij een lange en moeizame route hebben afgelegd naar passende hulp. Dit werd onder andere veroorzaakt door frequente wisselingen in de contactpersoon bij de gemeente, wat als onprettig werd ervaren. Enkele respondenten voegden hieraan toe dat de toegang tot jeugdhulp sterk persoonsafhankelijk is en de contactpersoon veel invloed heeft op het verloop van het traject. Zij vertellen in het verleden meerdere contactpersonen te hebben gehad, waarbij er veel variatie was in bijvoorbeeld de mate waarin zij zich gehoord, begrepen en serieus genomen voelden, in hoeverre er met hen werd meegedacht, in hoeverre zij zelf invloed hadden op beslissingen en of zij uiteindelijk bij passende hulpverlening terechtkwamen.
Mede hierdoor geven meerdere respondenten aan dat zij veel diverse vormen van hulpverlening bij verschillende organisaties hebben geprobeerd, maar dat dit vaak niet goed aansloot bij hun hulpvraag. Daarbij geven sommige respondenten aan dat ook het contact met sommige hulpverleners (sterk) te wensen overlaat, bijvoorbeeld omdat het contact te afstandelijk was of omdat zij zich niet gehoord of gerespecteerd voelden. Alle respondenten geven daarentegen aan inmiddels wel (erg) tevreden te zijn over hun huidige contactpersoon en dat er recentelijk geen wisselingen meer zijn geweest. Ook zijn de meeste respondenten positief over de huidige hulpverlening. Zij merken dat de hulp helpt en positieve veranderingen teweegbrengt in het dagelijks leven van zowel het kind als het gezin. Voor sommigen moest de hulp ten tijde van het interview nog beginnen, maar ook zij hebben positieve verwachtingen. Om deze redenen geven de respondenten de jeugdhulp een 7 als rapportcijfer voor het gehele traject. Hierbij zijn de hoogste cijfers toegekend aan het huidige contact met de gemeente en de lagere (onvoldoende) cijfers voor het contact met de gemeente in het verleden en voor enkele hulpverleners. Ook geven de meeste respondenten aan niet lang te hebben hoeven wachten op hulp.
Daarbij moet wel worden vermeld dat alle respondenten al meerdere jaren jeugdhulp ontvangen en de toegang dus enkele jaren in het verleden ligt.
4.8 Résumé Gemeenten hebben, zoals in het eerste hoofdstuk werd beschreven, verschillende mogelijkheden om te sturen op de ontwikkelingen in (de kosten van) de jeugdhulp. In tabel 3 is uitgewerkt hoe de gemeente Waalwijk hier invulling aan geeft.
| 38 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
De mate waarin de inzet van de verschillende sturingsmogelijkheden daadwerkelijk van invloed is (geweest) op de kosten van jeugdhulp was geen onderdeel van dit onderzoek en kan ook lastig worden vastgesteld door het ontbreken van een eenduidige relatie tussen de inzet van de afzonderlijke maatregelen en de resultaten daarvan. Tabel 3
Sturingsmogelijkheden in de praktijk
Sturingsmogelijkheden
Inzet in de praktijk
De grip op de toegang verbeteren
●
● ● ● ●
● Meer aandacht voor kostenbeheersing
● ●
●
De gemeente introduceert de tredestructuur waardoor vraag en aanbod beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Team WijZ biedt zelf in beperkte mate lichte zorg en ondersteuning. De gemeente werkt samen met het onderwijs. De gemeente voert de toets medisch domein uit en stuurt daarmee op verwijzingen. De gemeente werkt met POH-jeugd en verkent of met behulp van ZorgDomein gestuurd kan worden op de verwijzingen vanuit huisartsen. De gemeente voert gesprekken met de GI’s. De inkoop en het contractmanagement van jeugdhulp vinden plaats op regionaal niveau. Recent zijn er veranderingen doorgevoerd in de bekostigingssystematiek met als doel om grip te krijgen op de kosten. Er worden afspraken gemaakt met aanbieders over doelen en resultaten en hierover wordt op casusniveau het gesprek gevoerd.
Meer aandacht voor realiseren transformatiedoelstellingen
● ●
Team WijZ heeft integraal werken als uitgangspunt. De gemeente werkt aan versterking van het voorliggend veld vanuit Jong in Waalwijk.
Versterken grip op financiën in de uitvoering
●
De kwaliteit van de financiële prognoses is verbeterd en het verschil tussen begrote en werkelijke kosten wordt kleiner. Managementinformatie is opgenomen in dashboards die worden gebruikt voor beleid en in de uitvoering voor gesprekken met aanbieders, maar de ontwikkeling van de kosten is hier nog geen onderdeel van. Er is aandacht voor kostenbewustzijn van medewerkers in de uitvoering.
●
●
Versterken grip op effectiviteit zorg in de uitvoering
| 39 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
●
Beleidsdoelstellingen zijn niet duidelijk en meetbaar geformuleerd waardoor resultaten op gemeentelijk niveau niet (helder) kunnen worden weergegeven.
De ervaringen van jeugdigen en hun ouders wijzen erop dat zij momenteel overwegend tevreden zijn over hun ervaringen met de (contactpersonen van de) gemeente en de hulpverlening en ondersteuning die zij ontvangen. In het verleden waren jeugdigen en hun ouders minder tevreden, met name over de wisselende contactpersonen bij de gemeente, het contact met hulpverleners en de slechte afstemming van het hulpaanbod op de vraag.
| 40 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
H5 | De rol van de raad ● ● ●
Op welke wijze geeft de gemeenteraad van Waalwijk invulling aan zijn kaderstellende en controlerende rol voor wat betreft de jeugdhulp? Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld? Hoe kan de gemeenteraad beter in staat worden gesteld zijn sturingsruimte voor wat betreft de jeugdhulp in te vullen?
5.1 De rol van de gemeenteraad in het jeugddomein Gemeenteraden zoeken naar manieren om beter zicht te krijgen op, en sturing te geven aan, de (financiële) ontwikkelingen in de jeugdhulp, zo ook de gemeenteraad van Waalwijk. Zij lopen daarbij tegen verschillende uitdagingen aan. In 2020 concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in een onderzoek naar de sturende rol van gemeenteraden in het sociaal domein dat zorgthema’s, zoals de jeugdhulp, nog steeds een weinig politiek karakter hebben. Dit geldt zowel voor de achterliggende visie op deze taken als voor de afwegingen die gemeenten moeten maken om de schaarse middelen over het sociaal domein te verdelen. Dit heeft volgens de ROB verschillende oorzaken, waaronder de aard van het onderwerp:12 ‘Gemeenteraadsleden willen zo goed mogelijke zorg en ondersteuning voor iedere bewoner en vinden het moeilijk om daarin (politieke) keuzes te maken. Hun terughoudendheid heeft onder andere te maken met het gegeven dat iedere keuze in beleid het leven van kwetsbare inwoners kan raken. Het wordt nog lastiger als de uitkomst van keuzes in beleid moeilijk te voorspellen blijkt’. Daarnaast, zo concludeert de ROB, is er niet veel alternatief om uit te kiezen als kadernota’s en beleidsnota’s vooral als hamerstuk worden voorgelegd aan raadsleden zonder dat zij zorgvuldig meegenomen zijn in het proces dat daaraan vooraf gaat.
Ook worstelen gemeenteraden met hun plek in de regionale samenwerkingsverbanden en hebben ze te maken met het Rijk dat tussen de alledaagse hectiek door ingrijpt en, zonder dat daarbij altijd wordt gezocht naar afstemming, aanpassingen in de wet- en regelgeving doet. Hierdoor wordt de sturingsruimte van raadsleden en hun gevoel van eigenaarschap over beleid in het sociaal domein beperkt, aldus de ROB. De ROB heeft uit de bevindingen van zijn onderzoek drie factoren gedestilleerd die van invloed zijn op de sturingsruimte van gemeenteraden. Twee daarvan zijn interne factoren: de aard van het bestuurlijk proces en de bestuurscultuur. De derde is de invloed van de in het sociaal domein steeds veranderende dynamiek en de grote hoeveelheid belanghebbenden, met andere woorden de bestuurlijke context.
ROB, Decentrale taak is politieke zaak. Naar een sturende rol van de gemeenteraad in het sociaal domein, 2020, p.4. 12
| 41 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
In recent onderzoek13 van de Rekenkamercommissie in Midden-Brabant voor de gemeenteraden van Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand wordt de complexiteit van het jeugdstelsel in de regio Hart van Brabant in beeld gebracht door middel van onderstaande figuur. Figuur 9
Relaties tussen actoren in het jeugdstelsel
De Rekenkamercommissie in Midden-Brabant geeft in haar rapportage aan dat zij, op basis van de keuzes die zijn gemaakt in de nieuwe inkoopsystematiek, handelingsruimte voor gemeenteraden ziet waar het gaat om het vormgeven van de toegang. Daarnaast ziet de Rekenkamercommissie handelingsruimte bij contractmanagement en dan in het bijzonder in het beter monitoren van zorgaanbieders. De Rekenkamercommissie ziet geen handelingsruimte voor gemeenteraden voor wat betreft de bekostigingssystematiek (het bepalen van tarieven en bekostigen van aanbieders) en het leveranciersmanagement, omdat het kiezen van aanbieders onderdeel is van de inkoop.
5.2 Terugblik Een raadslid geeft aan dat de gemeente Waalwijk ten tijde van de drie decentralisaties op een jeugdhulpgebruik van 6% zat, waarna dat opliep naar 15% en vervolgens daalde naar 10%. De oorzaken van deze ontwikkelingen worden volgens raadsleden niet gegeven en zijn wellicht ook niet bekend. Organisaties in het voorliggend veld, zoals de GGD en Tavenu, hebben volgens raadsleden geen signalen afgegeven dat er iets misgaat met de jongeren in Waalwijk. 13
Rekenkamercommissie in Midden-Brabant, Inkoop jeugdzorg: goede koop of dure koop? Eerste rekenkamerbrief over de lokale uitwerking van de regionale inkoopstrategie jeugdzorg, 2022, p.51.
| 42 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Het lijkt alsof we er geen grip op hebben en het ons is overkomen, aldus een raadslid. Dan is het ook lastig om als raad te sturen. Er waren geen signalen of de signalen die er waren, hebben de raad of de organisatie niet bereikt. Het jeugdkader stelt dat omdat het kader werk in uitvoering is, de gemeenteraad tweejaarlijks geïnformeerd zal worden over de ontwikkelingen op de route en de resultaten die vanuit dit kader worden behaald door middel van een voortgangsrapportage. In de praktijk was dit niet het geval. Raadsleden constateren dat de beleidsplannen met betrekking tot de drie decentralisaties en de bijbehorende doelstellingen zouden worden geëvalueerd, maar dat dit vervolgens niet is gebeurd. Daarbij merken raadsleden op dat het lang duurde voordat de raad werd geïnformeerd dat bepaalde doelen, zoals het streven naar één gezin, één plan, één regisseur, niet door de gemeente werden gerealiseerd. Raadsleden hebben het gevoel dat zij er moeilijk achter kunnen komen wat er werkelijk binnen de gemeente gebeurt. Wanneer iets niet werkt, dan moet dat worden teruggegeven zodat er tussentijds bijgestuurd kan worden. Er zijn proeftuinen gestart en bij proeftuinen mag je proberen en leren van fouten, maar daar hoort ook de kwetsbaarheid bij dat je laat zien wat niet werkt, aldus een raadslid.
5.3 De meerwaarde van bijpraatavonden In een gesprek met raadsleden wordt aangegeven dat de informatievoorziening van het college naar de raad over de jeugdhulp de afgelopen jaren wel is verbeterd. In eerste instantie ontving de raad met name informatie met betrekking tot financiële tekorten en het toenemend beroep op de jeugdhulp in omvang en zwaarte van de problematiek. Later werden er, al dan niet op verzoek van de raad, ongeveer vier keer per jaar bijpraatavonden georganiseerd voor het hele sociale domein, waaronder de jeugdhulp. De raad heeft hierdoor een beter beeld gekregen van wat er speelt met betrekking tot de jeugdhulp. De bijpraatavonden gingen onder meer over onderwerpen als de regionale inkoop, de beoogde koers en de tredestructuur, het zorgloket en echtscheidingsproblematiek. Deze avonden worden door raadsleden als informatief gezien. Een raadslid geeft aan het prettig te vinden wanneer team WijZ aansluit bij de bijpraatavonden, omdat je dan als raad beter zicht krijgt op de problematiek en de wachtlijsten. Desondanks geven raadsleden aan dat zij nog altijd niet voldoende geïnformeerd zijn waar het de jeugdhulp in Waalwijk betreft. Raadsleden ontvangen te weinig informatie en hebben onvoldoende inzicht in wat er echt gebeurt. Denk aan inzicht in de financiën, volumeontwikkelingen, ervaringen en verhalen.
De uitvoering van de motie over monitoring in het sociaal domein en het proces dat op basis daarvan inmiddels in gang is gezet kan een stap zijn in het verbeteren van de informatievoorziening aan de raad (hierover meer in paragraaf 5.6). De portefeuillehouder geeft aan het ingewikkeld te vinden dat de inkoop en uitvoering van de jeugdhulp technische onderwerpen zijn. Tijdens de bijpraatavonden wordt geprobeerd om raadsleden de benodigde sturingsinformatie te geven om meer grip te krijgen op het sociaal domein. De belangstelling voor deze bijeenkomsten is groot en er worden goede gesprekken gevoerd, maar er komt volgens de portefeuillehouder nog weinig input uit in de zin van concrete handvatten voor de benodigde sturingsinformatie.
| 43 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Zij wil graag het tegengeluid vanuit de raad horen, omdat de gemeente misschien wel met te veel bezig is waardoor het voor raadsleden onoverzichtelijk wordt. Medewerkers van team WijZ constateren dat de samenwerking met de raad sterk is verbeterd. Er is meer begrip ontstaan voor de ambtelijke organisatie. Volgens geïnterviewden komt dit onder meer doordat de ambtelijke organisatie beter is geworden in het begrijpen, voorspellen en uitleggen van wat er speelt in de jeugdhulp. Men vindt dat de raad gericht om sturingsinformatie zou moeten vragen, waarbij de raad zelf zou moeten aangeven welke informatie hij wil ontvangen. Er vindt nu geen periodieke rapportage aan de raad, bijvoorbeeld op basis van de dashboards, plaats.
5.4 Sturen op jeugdhulp: lokaal versus regionaal Er worden door de regio Hart van Brabant bijeenkomsten georganiseerd om de raad te informeren over de ontwikkelingen in de jeugdhulp. De opkomst bij regionale bijeenkomsten van raadsleden uit Waalwijk is laag. Tijdens de laatste bijeenkomst werd er informatie gedeeld over de hervormingsagenda en het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, maar vanuit Waalwijk waren toen slechts drie raadsfracties vertegenwoordigd. Raadsleden constateren dat zij ver op afstand staan voor wat betreft de regio Hart van Brabant. In de gemeente Waalwijk zijn allerlei voorzieningen, maar daar is volgens raadsleden onvoldoende oog voor. Waar het ene raadslid opmerkt dat Tilburg de grootste stempel op het beleid drukt, wordt dit door een ander raadslid genuanceerd en wordt erop gewezen dat de gemeente Waalwijk zelf beleid maakt. Er wordt een grote afstand gevoeld tot de regio en het gevoel bestaat dat er voor de gemeente Waalwijk wordt beslist; met name voor wat betreft de uitvoering staat de gemeente Waalwijk op grote afstand, aldus raadsleden. De portefeuillehouder geeft aan het effectief overbrengen van de enorme hoeveelheid aan informatie over jeugdhulp naar de raad als uitdaging te zien.
Zij constateert dat aangezien Tilburg de centrumgemeente en Waalwijk de tweede grootste gemeente is, er veel contact en ruimte is om invloed uit te oefenen als de gemeente Waalwijk dat zou willen. Het is daarbij een uitdaging om ervoor te zorgen dat de raadsleden, ondanks hun overvolle agenda, ook de interesse en mogelijkheid hebben om actief te sturen. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt opgemerkt dat het essentieel is om te onderzoeken waar de raad zijn sturing op wil richten: op de inhoudelijke aspecten en/of op de financiële kant? De gemeente heeft niet altijd volledig invloed op de jeugdhulp en om duidelijk te maken waar de invloed van de gemeente wel zit, wordt het tredemodel uitgewerkt. Op trede 1 heeft de gemeente bijvoorbeeld volledige invloed, omdat het hier om subsidieafspraken gaat. Maar op trede 4, waar het om ingekochte jeugdhulp gaat, kan de gemeente Waalwijk maar twee segmenten beïnvloeden (segment 3 Dagbegeleiding en respijtzorg en in het bijzonder segment 4 Enkelvoudige specialistische jeugdhulp). Het is de bedoeling om dit in een visueel overzicht aan de raad te presenteren in 2024, zodat duidelijk wordt waar de invloed van de gemeente zit en wat er gebeurt als de gemeente aan bepaalde knoppen draait. Dit inzicht is van cruciaal belang, vooral omdat gemeenten naar een financieel uitdagend jaar gaan, ook wel aangeduid als het 'ravijnjaar 2026'.
| 44 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
5.5 Informatieverwerving door de raad Raadsleden benaderen in wisselende mate en met wisselende ervaringen de portefeuillehouder met vragen over het sociaal domein, waaronder de jeugdhulp. Raadsleden lijken in het bijzonder geïnteresseerd te zijn in de ervaringen van jongeren en hun ouders met de jeugdhulp in Waalwijk. Zij weten dat er cliëntervaringsonderzoeken worden uitgevoerd, maar hebben de indruk dat deze alleen over de regio gaan en niet specifiek over de gemeente Waalwijk en weten ook niet hoe ze aan de onderzoeken kunnen komen. Ook kennen raadsleden de Jeugdwelzijnsraad, maar zijn zij nog niet met de Jeugdwelzijnsraad in gesprek geweest, terwijl raadsleden dat wel als wenselijk zien. Raadsleden geven aan zich in het bijzonder grote zorgen te maken over de mentale gezondheid van jongeren. Tegelijkertijd wordt door de portefeuillehouder geconstateerd dat de GGD een monitor met uitgebreide informatie oplevert waar zij de raad regelmatig op wijst, maar die door de raad niet gebruikt wordt. De monitor van de GGD bevat waardevolle sturingsinformatie voor de raad. Met de nieuwe koersbepaling voor het sociaal domein geeft het college aan de raad beter in positie te willen brengen.
Onderdeel hiervan is dat de raad voor de nieuwe koersbepaling vier beleidsscenario’s voorgelegd heeft gekregen, waarbij de raad er één heeft geselecteerd om mee aan de slag te gaan: scenario 3 waarbij de gemeente zich richt op kwetsbare mensen van alle leeftijden, van 0 tot 100 jaar.
5.6 Naar een monitor sociaal domein Op 6 april 2023 is door de gemeenteraad van Waalwijk een motie aangenomen over monitoring in het sociaal domein. De raad geeft hierin aan behoefte te hebben aan periodiek inzicht in zowel kwantitatieve resultaten als kwalitatieve (maatschappelijke) effecten van het sociaal domein, zodat op hoofdlijnen de trends en ontwikkelingen gevolgd kunnen worden en waar nodig bijgestuurd kan worden. Ook geeft de raad aan dat het wenselijk is om de raad en lokale partners de komende jaren (pro)actief te betrekken bij monitoring van het sociaal domein met als doel dat er zowel draagvlak als vertrouwen ontstaat voor de gekozen koers en de uitvoering daarvan. Raad, ambtelijke organisatie en lokale partners zouden gezamenlijk een (basis)set van kpi’s moeten ontwikkelen voor de nulmeting en monitoring van het sociaal domein. De eerste rapportage over de nulmeting en monitor sociaal domein wordt medio 2024 opgeleverd. De raad wil voor 2024 in een passende vorm duidelijkheid krijgen over de doorontwikkeling en borging van de monitoring in het sociaal domein in de periode 2024-2026. Voor het onderdeel jeugd in deze monitor vormen de doelen uit het Jeugdkader 2020 het vertrekpunt. Er hebben inmiddels meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden die door verschillende raadsleden verschillend worden gewaardeerd, van abstract en technisch tot positief.
Jongerenwerk Tavenu is als organisatie in het voorveld ook bij deze bijeenkomsten aanwezig. Wat Tavenu daar wil meegeven is dat het niet alleen gaat om meten, maar ook om weten; het is zeker in het sociaal domein het verhaal achter de cijfers dat telt. Tavenu geeft aan het belangrijk te vinden dat er langdurig in jongeren wordt geïnvesteerd en vertrouwen te hebben in de experts en uitvoerende partijen die het werk uitvoeren. Het is volgens Tavenu nog niet zo makkelijk om vast te stellen hoe dat meetbaar wordt gemaakt.
| 45 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Zowel bestuurlijk als ambtelijk wordt aangegeven dat men nog zoekende is in welke sturingsinformatie de raad wil ontvangen.
5.7 Résumé Raadsleden voelen zich onvoldoende meegenomen in de (oorzaken van de) ontwikkelingen in de jeugdhulp en het al dan niet bereiken van de beoogde doelen door de gemeente Waalwijk. Recent is de informatievoorziening verbeterd, in het bijzonder door de bijpraatavonden waar ook medewerkers uit de uitvoering aanwezig waren. Desondanks geven raadsleden aan nog onvoldoende inzicht te hebben in financiële en volumeontwikkelingen en in de ervaringen van jongeren. Tegelijkertijd maken raadsleden niet altijd gebruik van informatie die beschikbaar is, bijvoorbeeld over cliëntervaringen of door informatiebijeenkomsten van de regio Hart van Brabant te bezoeken, en bevragen ook niet alle raadsleden de portefeuillehouder op het onderwerp jeugdhulp. Het is voor de portefeuillehouder en de ambtelijke organisatie onvoldoende duidelijk welke sturingsinformatie de raad zou willen ontvangen. Op dit moment werken raad, ambtelijke organisatie en lokale partners gezamenlijk aan een monitor sociaal domein waarin een set van kpi’s wordt ontwikkeld voor een nulmeting en monitoring van het sociaal domein, waaronder de jeugdhulp.
| 46 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Bijlage 1 | Normenkader Onderzoeksvraag
Norm
Probleemschets 1. Hoe hebben de vraag naar en de kosten van de jeugdhulp in de gemeente Waalwijk zich gedurende de afgelopen vijf jaar ontwikkeld en welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag?
● ●
De gemeente registreert en volgt de ontwikkelingen in de vraag naar en de kosten van de jeugdhulp. De gemeente heeft zicht op de aard van de jeugdhulp, de aanbieders en de verwijzers.
Beleid 2. Hoe ziet het jeugdhulpbeleid van de gemeente Waalwijk eruit?
● ● ●
3. Hoe verhoudt het jeugdhulpbeleid van de gemeente Waalwijk zich tot het regionaal beleid en de afspraken die binnen Hart van Brabant zijn gemaakt?
Het beleidskader is vastgesteld en actueel. De beleidsdoelen zijn vertaald naar concrete en meetbare doelstellingen. De gemaakte keuzes binnen het beleid zijn gemotiveerd, vastgelegd in documenten en herkenbaar voor de uitvoering en de doelgroep.
●
De geformuleerde doelen zijn in lijn met de regionale uitgangspunten en doelen.
●
Er is een overzicht van de taken, rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken partijen (gemeente, zorgaanbieders, verwijzers, voorliggend veld, regio Hart van Brabant) en deze zijn bekend in de organisatie.
Organisatie 4. Hoe is de uitvoering van de jeugdhulp in de gemeente Waalwijk georganiseerd (rollen, taken, verantwoordelijkheden)? En hoe heeft de regionale samenwerking in Hart van Brabant vorm gekregen ?
| 47 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
5. Hoe is de toegang tot jeugdhulp in de gemeente Waalwijk vormgegeven?
●
Externe partijen herkennen een duidelijke organisatie aan de kant van de gemeente.
●
In de beleidsregels en beleidskaders staat duidelijk uitgewerkt hoe de toegang tot jeugdhulp georganiseerd is. Er is vanuit de toegang actief informatie gedeeld met inwoners over jeugdhulp, hoe men daarvoor een aanvraag kan doen, waar dit kan en wanneer men hiervoor in aanmerking komt.
●
Uitvoering 6. Welke mogelijkheden heeft de gemeente Waalwijk om te sturen op de ontwikkelingen in (de vraag naar en kosten van) de jeugdhulp en in hoeverre wordt hiervan gebruikgemaakt?
● ●
●
●
●
7. In hoeverre worden voorliggende voorzieningen voor jeugdigen ingezet?
| 48 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
●
In de inkoopsystematiek zijn prikkels tot kostenbeheersing en budgetbewaking bij jeugdhulpaanbieders ingebouwd. Er is sprake van contractmanagement waarin zicht is op budgetuitputting, prijsvorming en trends en patronen in het gebruik van verschillende vormen van jeugdhulp. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieders leveren informatie aan de gemeente over kosten en gebruik van jeugdhulp. Bij de gemeentelijke toegang is sprake van kostenbewustzijn met betrekking tot (geïndiceerde) jeugdhulp en wordt gestuurd op budgetbewaking en kostenontwikkelingen. De gemeente heeft zicht op trends en patronen in de verwijzingen en de financiële gevolgen daarvan en voert hierover het gesprek met de verwijzers. Er is een duidelijke sociale kaart waarop alle voorliggende voorzieningen zijn benoemd. Deze kaart is ook bekend bij alle partijen in het voorliggend veld.
8. Hoe verloopt de samenwerking tussen de gemeentelijke toegang enerzijds en verwijzers, aanbieders en partijen in het voorliggend veld anderzijds?
●
9. Welke ervaring hebben jongeren met (de uitvoering van) het jeugdbeleid?
●
Jongeren zijn tevreden over verschillende kwaliteitsaspecten, waaronder toegankelijkheid, uitvoering en effect.
●
De raad is bereid keuzes te maken ten aanzien van de jeugdhulp; de raad heeft beleids- en financiële kaders vastgesteld. De raad heeft een bewuste afweging gemaakt over de wijze waarop de raad zijn controlerende rol wenst uit te oefenen; de raad heeft duidelijk waarop hij de resultaten van beleid en uitvoering wil beoordelen en op welk moment. De raad heeft het college van B&W bevraagd op de mate waarin de doelen gerealiseerd worden. De raad toetst de behaalde resultaten aan de door de raad gestelde kaders. Wanneer de informatie aanleiding gaf om (bij) te sturen, heeft de raad daadwerkelijk sturingsinstrumenten ingezet.
●
Er is nauwe samenwerking tussen de toegang, verwijzers, aanbieders en partijen in het voorliggend veld. Er is sprake van een effectieve regionale samenwerking tussen de gemeenten en de maatschappelijke partners en professionals.
Rol van de raad 10. Op welke wijze geeft de gemeenteraad van Waalwijk invulling aan zijn kaderstellende en controlerende rol voor wat betreft de jeugdhulp?
●
● ● ●
11. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld?
| 49 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
●
De gemeente monitort periodiek of de beleidsdoelen worden bereikt en of dit gebeurt binnen de budgettaire kaders.
●
●
●
12. Hoe kan de gemeenteraad beter in staat worden gesteld zijn sturingsruimte voor wat betreft de jeugdhulp in te vullen?
| 50 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Het college van B&W heeft een systematiek opgesteld om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp. Bij de vormgeving van deze systematiek is rekening gehouden met de informatiebehoefte van de gemeenteraad. De daadwerkelijke informatievoorziening vanuit het college naar de raad is vraaggestuurd. Naar de mening van de raadsleden: ○ is de informatie actueel; ○ is de informatie tijdig aangeboden aan de raad; ○ is de informatievoorziening aan de gemeenteraad juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar); ○ sluit de informatie aan op de informatiebehoefte van de gemeenteraad; ○ heeft de informatie het juiste detailniveau. De raad heeft de ontvangen informatie beoordeeld en heeft het college om aanvullende of andere informatie gevraagd wanneer de informatie niet voldeed.
Hiervoor is geen norm beschikbaar, dit blijkt uit het onderzoek.
Bijlage 2 | Bestudeerde documenten ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●
Jeugdkader 2020 (en aanverwante beleidsdocumenten). Verordening Jeugdhulp 2023 en beleidsregels. Coalitieakkoord 2022-2026 Samenwerken aan de toekomst. Reguliere planning-en-controldocumenten. Kadernota’s, begrotingen, voorjaars- en najaarsrapportages, jaarrekeningen in de periode 2018-2022. Rapportages van de Cliëntervaringsonderzoeken Jeugdhulp. Samenwerkingsafspraken en/of convenant met belangrijke maatschappelijke partners (bijvoorbeeld het onderwijs, de kinderopvang, de huisarts en/of het jongerenwerk). Overzicht van aantal ingediende klachten/bezwaren. Werkprocessen, -instructies en -protocollen van de gemeentelijke toegang. Raadsvragen, moties en amendementen ingediend op dit thema. Raadsinformatiebrieven/voortgangsrapportages ten aanzien van jeugdbeleid. Regio Hart van Brabant, Koers Jeugd(hulp). Overige regionale afspraken.
| 51 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
Bijlage 3 | Respondenten ● ● ● ● ● ● ● ●
Wethouder met jeugd in portefeuille. Afvaardiging team WijZ. Afvaardiging team Beleid. Vertegenwoordiger van Hart van Brabant. Vertegenwoordigers jongerenwerk Tavenu. Jeugdwelzijnsraad. Afvaardiging van de gemeenteraad. Ouders en jongeren.
| 52 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon 29 februari 2024 Classificatie
:
Vertrouwelijk
Naam adviseurs
:
● ● ●
Kenmerknummer
:
PO033730-2235
Marsha de Vries Abel Bakema Tobias Hendriks
| 53 | Eindrapportage Sturen op jeugdhulp