Bijlage Rapport Woningbouwbeleid incl. Bestuurlijke reactie en Nawoord RK
Tekst van het document
Desalniettemin onderschrijven we dat de opgave fors is en dat we de komende jaren moeten inzetten op versnelling. De voorraad aan locaties en plannen is voldoende, dus de focus moet liggen op het zorgen dat plannen in procedure gebracht en uitgevoerd worden. Dit vraagt inzet van alle partijen en ook als gemeente zullen we nog meer moeten kijken hoe we kunnen zorgen voor zo min mogelijk tijdverlies in procedures. In dat kader zouden we graag ook met de raad van gedachten wisselen over de mogelijkheden om interne procedures te versnellen, bijvoorbeeld door kleinschalige woningbouwplannen uit te zonderen van het adviesrecht van de raad. In paragraaf 3.2 gaat u ook in op plancapaciteit voor de middellange en lange termijn. Op pagina 22 stelt u terecht dat er bij dergelijke overzichten altijd sprake is van een momentopname. Wij willen dit graag nogmaals benadrukken. Tussen het moment dat we gegevens voor uw onderzoek aanleverden (begin oktober) en het moment dat we deze reactie schrijven, zien we al een aantal substantiële veranderingen: zo is bijvoorbeeld de vergunning voor het Slachthuisterrein afgegeven, waardoor er 123 woningen van zacht naar hard zijn gegaan. Ook is de plancapaciteit voor Landgoed Driessen fase II opgehoogd van 700 woningen naar 800 tot 1.000 woningen.
Deze twee voorbeelden illustreren dat er in een korte periode soms ook forse toevoegingen en verschuivingen binnen de programmering kunnen zijn. En als het over de middellange en langere termijn gaat, moeten we ook zeker niet vergeten dat er wekelijks nieuwe woningbouwplannen worden ingediend bij de gemeente. Ook worden met regelmaat bestaande plannen opgehoogd in het aantal woningen. Onlangs hebben we een snelle inventarisatie gedaan hoeveel woningen er de afgelopen drie jaar zijn toegevoegd aan de woningbouwprogrammering door nieuwe plannen of door het ophogen van bestaande plannen. Daarbij is toen enkel gekeken naar bouwplannen van 12 of meer woningen en zelfs dan kwamen we op meer dan 750 woningen. Dit toont des te meer aan dat de woningbouwprogrammering geen statische lijst is, maar veel dynamiek kent en dat dat van belang is om mee te wegen bij het doen van uitspraken over de programmering. Tot slot wordt in het rapport ook ingegaan op de risicofactor 'tekort aan ambtelijke capaciteit'. De conclusies die in die paragraaf (4.3.3) getrokken worden, onderschrijven we slechts gedeeltelijk. Er is momenteel voldoende capaciteit om bestaande plannen op te pakken, maar dit is een kwetsbaar evenwicht. Dat zit niet alleen aan de kant van het woonbeleid, maar zien we in de breedte van de
Pagina
2 van 5
beleidstoetsing, zoals planologie, planjuristen en planeconomen. Het feit dat het woonbeleid nog niet volledig geactualiseerd is, heeft zeker niet alleen met capaciteit te maken, maar ook met onduidelijkheden en vertraagd beleid vanuit de rijksoverheid (met name de Wet versterken regie volkshuisvesting). Daarom is het op dit moment niet efficiënt om het gehele woonbeleid te herzien en nemen we een aantal cruciale onderdelen mee in de lokale woonzorgvisie, vooruitlopend op het opstellen van een Volkshuisvestingsprogramma. Conclusie: samenwerking met ontwikkelaars en Casade De laatste conclusie gaat over de samenwerking met projectontwikkelaars en met woningcorporatie Casade. U geeft aan dat projectontwikkelaars verschillen ervaren in de snelheid van projecten mede vanwege de verschillende aanpak van projectleiders. Ook benoemt u de beperkte investeringscapaciteit van Casade als een groot knelpunt. Reactie: De conclusie dat een verschil in snelheid mede wordt veroorzaakt door een verschil in aanpak bij projectleiders, onderschrijven we niet. Ieder project is anders. Dat kan onder andere komen door de eigenaarssituatie, de ligging van een locatie of de opzet van een plan. Het zijn met name de verschillen in aard, omvang, complexiteit en context die dan zorgen voor een verschil in snelheid.
Vanzelfsprekend valt er altijd nog winst te behalen door nog meer te werken met een projectmatige aanpak. Dit wordt in 2025 ook nader uitgewerkt. Dit zal echter niet wegnemen dat er bij projecten vaak ook maatwerk nodig is. Dat de beperkte investeringscapaciteit bij woningcorporatie Casade ons voor een grote uitdaging stelt, delen wij. Wij waarderen het dat Casade tijdig aan de bel trekt, op het moment dat zij financieel nog gezond is, zodat we niet in de situatie komen dat Casade onder verscherpt toezicht komt. Maar tegelijkertijd betreuren wij het dat een substantieel deel van de opgave op het gebied van sociale huur daardoor niet door Casade opgepakt gaat worden. Zodra wij door Casade op de hoogte gebracht werden van de situatie, hebben wij aangedrongen bij Casade om een informatiebijeenkomst te organiseren voor de gemeenteraad. Deze bijeenkomst zal in het eerste kwartaal van 2025 plaatsvinden. Met Casade wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn om de investeringscapaciteit nog te laten toenemen, zonder dat dit er toe leidt dat de investeringscapaciteit op de lange termijn in het gedrang komt. Want ook op de lange termijn willen we dat Casade kan blijven investeren in onze gemeente. Ondertussen wordt er ook gewerkt aan het inzichtelijk maken van de alternatieven.
Daarbij spelen de andere woningcorporaties met bezit in onze gemeente een rol, maar ook de woningcorporaties die elders in onze regio actief zijn. Ook andere oplossingsrichtingen zoals een vereveningsfonds en mogelijkheden met betrekking tot sociale koop worden onderzocht. Reactie op de aanbevelingen In uw rapport worden vervolgens zes aanbevelingen gedaan: vier aan de gemeenteraad en twee aan het college. We zullen eerst stilstaan bij de aanbevelingen die u aan ons doet en vervolgens bij uw aanbevelingen aan de raad. Aanbeveling aan het college: standaardiseren van de aanpak voor projectmatig werken en gebruik maken van projectopdrachten U doet de aanbeveling om te werken aan een meer gestandaardiseerde aanpak van projecten daar waar dat mogelijk is. Ook vraagt u aandacht voor heldere afspraken bij de start van projecten, bijvoorbeeld door te werken met projectopdrachten waarin ook de koppeling met de Omgevingsvisie en andere gemeentelijke kaders wordt gemaakt. Reactie: Zoals reeds aangegeven wordt er al gekeken hoe het projectmatig werken nog verder kan worden uitgewerkt. Bij grotere projecten wordt er al gewerkt met bestuursopdrachten, waardoor kaders en inzet vooraf vastgelegd worden door het college. Vanzelfsprekend is er bij dergelijke projecten dan al gekeken in hoeverre een project aansluit bij het ruimtelijk beleid en andere gemeentelijke kaders.
Aanbeveling aan het college: verkennen van grenzen en alternatieven ten aanzien van de beperkte investeringscapaciteit van Casade U doet ons, in lijn met de conclusies, de aanbeveling om de grenzen en alternatieven te verkennen ten aanzien van het realiseren van sociale huur. Pagina
Taxandriaweg 6
Postbus 10150
5140GB Waalwijk
t 0416-683456
info@waalwijk.nl
3 van 5
www.waalwijk.nl
Reactie: Zoals wij bij de laatste conclusie hebben aangegeven, zijn we reeds gestart met het verkennen van de mogelijkheden om de investeringscapaciteit van Casade te laten toenemen. Ook zijn we alternatieven aan het inventariseren. Aanbeveling aan de raad: inzetten op afspraken voor de middellange termijn U doet de aanbeveling om het college opdracht te geven om bij de eerstvolgende Woondeal-afspraken in te zetten op een doelstelling voor de middellange termijn (2030 / 2035) en daarbij te sturen op doelstellingen die SMART geformuleerd worden. Reactie: Zoals reeds bij de conclusies al aangegeven, zijn er inmiddels al afspraken gemaakt over de nadere invulling van de woningbouwopgave per gemeente tot en met 2030. Bij de verrijking van de SRBT Woondeal die in 2025 uitgevoerd wordt, zullen ook doelen worden vastgesteld tot en met 2034 (de 10-jaarsperiode). We zullen bij het opstellen van die doelen aandringen op SMART-formuleringen. Aanbeveling aan de raad: verduidelijken van de monitoring richting de raad U doet de aanbeveling om de monitoring te verduidelijken, nader uit te werken en daarbij ook meer inzicht te geven in bijvoorbeeld vertraging. Reactie: Wij willen graag inspelen op deze aanbeveling. Zoals we bij de conclusies al aangaven, wordt er in de eerste helft van 2025 een nieuw monitoringssysteem geïmplementeerd.
Dit maakt het eenvoudiger om informatie over de woningbouwprogrammering te delen. Wij zouden voorstellen om op basis daarvan jaarlijks een Waalwijkse Woningbouwmonitor aan u te presenteren, waarin overzichtelijk op een rij gezet wordt welke ontwikkelingen er zijn ten aanzien van realisaties, de programmering voor de komende jaren en eventuele vertragingen die geconstateerd zijn. Aanbeveling aan de raad: een jaarlijkse bijeenkomst over de voortgang van de woningbouw In de derde aanbeveling aan de raad doet u het voorstel om een jaarlijkse bijeenkomst toe te voegen aan de raadsagenda. Tijdens deze bijeenkomst zou de stand van zaken op portefeuilleniveau (het totaal van alle woningbouwplannen) besproken moeten worden. Daarnaast zouden tijdens een besloten gedeelte van een dergelijke bijeenkomst ook specifieke woningbouwplannen belicht kunnen worden. Reactie: Wij vinden de aanbeveling om een jaarlijkse bijeenkomst in te plannen over de voortgang van de woningbouw een goed idee. We kunnen dit koppelen aan een jaarlijkse Waalwijkse Woningbouwmonitor, zodat er een jaarlijks moment is waarop én gerapporteerd wordt aan de raad, maar er ook de gelegenheid is om hier verder met elkaar over door te praten. Het belichten van specifieke woningbouwplannen kan daaraan gekoppeld worden, maar kan naar ons idee ook op andere momenten en manieren gebeuren.
Zoals we al eerder aangaven: snelheid moet voorop staan bij het oppakken van woningbouwprojecten. Belangrijke kaders leggen we daarom vast in de Omgevingsvisie, de SRBT Woondeal en later ook het Volkshuisvestingsprogramma. Bij grote projecten, waarbij het van belang is om bij aanvang kaders nader te specificeren, zoals bij Landgoed Driessen, zouden we voorstellen om de bespreking met onze raad niet te laten afhangen van een specifiek moment in het jaar, maar dit zo snel als mogelijk te doen, zodat onnodige vertraging voorkomen wordt. Plannen waar geen gemeentelijke gronden mee gemoeid zijn, worden soms vrij plotseling opgepakt door ontwikkelende partijen. Bijvoorbeeld omdat er een grondaankoop plaats heeft kunnen vinden. Ook in die gevallen wil je zo snel mogelijk stappen kunnen zetten. De kaders die neergelegd worden in de Omgevingsvisie, de SRBT Woondeal en het Volkshuisvestingsprogramma spelen daarbij een belangrijke rol. Aanbeveling aan de raad: werk samen met het college bij het opstellen van de Omgevingsvisie In uw laatste aanbeveling aan onze raad verzoekt u de raad om samen met ons te werken aan het stellen van prioriteiten en ambities, bijvoorbeeld bij de Omgevingsvisie en het Volkshuisvestingsprogramma. Reactie:
Pagina
4 van 5
Wij onderschrijven deze aanbeveling van harte. Bij alle belangrijke stappen die we zetten op weg naar het vaststellen van de Omgevingsvisie, betrekken we de raad door middel van werksessies en informatieve sessies. Dit deden we bij het bepalen van kernkwaliteiten en opgaven en ook toen we de ontwikkelrichtingen en koers bepaalden. Ook in de volgende fase richting het ontwerp van de Omgevingsvisie zullen wij de raad betrekken. Het Volkshuisvestingsprogramma wordt geïntroduceerd in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Dit wetsvoorstel moet nog behandeld worden door de kamers. Het is op dit moment nog onduidelijk wanneer de wet in werking zal treden en welke aanpassingen er bij de behandeling van het voorstel nog doorgevoerd worden. Vooralsnog is de inschatting dat gemeenten op zijn vroegst in 2027 een Volkshuisvestingsprogramma moeten hebben. In 2025 zullen we daarvoor lokaal de eerste stappen gaan zetten. Hoewel het vaststellen van een Volkshuisvestingsprogramma in de wet een collegebevoegdheid is, zullen wij ook bij dit traject de raad betrekken. Tot slot Wij waarderen het dat u het onderwerp woningbouw hebt gekozen om onderzoek naar te doen. Woningbouw is één van de speerpunten van het college en dit onderzoek verrijkt onze inzet op dit thema. Hoogachtend, het college van Waalwijk,
de secretaris,
de burgemeester,
Michel Tromp
Sacha Ausems
Pagina
Taxandriaweg 6
Postbus 10150
5140GB Waalwijk
t 0416-683456
info@waalwijk.nl
5 van 5
www.waalwijk.nl
Nawoord van de Rekenkamer De Rekenkamer Waalwijk wil de gemeenteraad met dit rapport inzicht geven in de voortgang van de woningbouw en nagaan of de gemeente samen met andere partijen op koers ligt om genoeg (betaalbare) woningen te realiseren. Het onderzoek bekijkt daarbij hoe de gemeente regels stelt, onderhandelt, afspraken maakt en ondersteuning biedt, zodat andere partijen voldoende (betaalbare) woningen kunnen bouwen. Het feit dat het woonbeleid nog niet volledig geactualiseerd is, heeft zeker niet alleen met capaciteit te maken, maar ook met onduidelijkheden en vertraagd beleid vanuit de rijksoverheid (met name de Wet versterken regie volkshuisvesting). Daarom is het op dit moment niet efficiënt om het gehele woonbeleid te herzien en nemen we een aantal cruciale onderdelen mee in de lokale woonzorgvisie, vooruitlopend op het opstellen van een Volkshuisvestingsprogramma. Hoewel het inderdaad nog niet bekend is wanneer (en of) de Regiewet inwerking treedt, is het toch van belang dat het woonbeleid wel actueel is (wordt). Door deze houding was er de afgelopen jaren geen actueel beleid, wat tijdige sturing en monitoring lastig maakte. Doorzetting van deze afwachtende houding is in dat geval wat minder gepast bij de ernst van de huidige woonproblematiek, zeker bij specifieke aandachtsgroepen (woonwagenbewoners bijvoorbeeld).
Hierbij moet wel worden opgemerkt dat in de regio wel nieuw beleid wordt gemaakt, waar Waalwijk zich toe committeert. Inhoudelijk heeft de Rekenkamer naar aanleiding van de bestuurlijke reactie slechts één opmerking: er wordt naar paragraaf 3.2 verwezen en de woningen die reeds in uitvoering zijn. Er wordt gesteld: ‘Voor de korte termijn concludeert u dat enkel plannen die momenteel reeds in uitvoering zijn vóór 2027 opgeleverd worden.’ Dat is niet wat de rekenkamer als conclusie trekt. In het rapport wordt aangegeven dat deze plannen zeer aannemelijk worden gerealiseerd, maar daarmee wordt niet bedoeld dat andere projecten niet voor die tijd worden gerealiseerd. De restant woningen van tabel 3.4 zijn enkel de woningen die nog gerealiseerd moeten worden en niet in aanbouw zijn. Daar is geen waardeoordeel aangehangen of het te verwachten is dat die vóór 2027 klaar zijn. Tot slot wil de Rekenkamer van de gemeente Waalwijk vanuit haar kant dank en waardering uitspreken voor de goede samenwerking tijdens dit onderzoek. Rekenkamer Waalwijk, 10 februari 2025 Judith Hendrickx, voorzitter