CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij vragen en antwoorden ChristenUnie (2)

Raadsvergadering (B) 10 juni 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (R5.3-21) Mobiliteitsvisie17.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

MET GRAUMANS | WAALWIJK ‘STAD IN BEWEGING’, MOBILITEITSPLAN 15 OKTOBER 2015| 52

9.3

− Het ondersteunen van het elektrisch rijden. Er zijn grote mogelijkheden om de daken van bedrijven uit te rusten met zonnepanelen, die gebruikt worden voor elektrisch vervoer. Samen met het mobiliteitsmanagement kan dit eveneens een gespreksthema zijn. Met een dergelijke ontwikkeling wordt zowel de lokale economie als een duurzame ontwikkeling gestimuleerd.

Duurzame mobiliteit

Voor het bereiken van effecten op de vier sporen is vooral gedragsveranderingen nodig: ander mobiliteitsgedrag en andere aankoopkeuzes. De rol van de gemeente Waalwijk ligt vooral op het gebied van: − Het lokaal en regionaal verbeteren van de fietsvoorzieningen. − Het verbeteren van het openbaar vervoer in samenwerking met de Provincie Noord-Brabant en de regiogemeenten.

− Samenwerken met de bedrijven op het gebied van mobiliteitsmanagement. − Het vergroten van het bewustzijn en de kennis bij burgers over de mogelijkheden van duurzame mobiliteit. De gemeente kan bijvoorbeeld samen met de Provincie Noord-Brabant of andere regiogemeenten inspiratiebijeenkomsten organiseren. − Het verbinden van de agrarische en logistieke sector. Hier liggen grote kansen om de CO2-emissie terug te dringen door lokaal en regionaal geproduceerde duurzame energie (bijvoorbeeld biogas) te gebruiken door vrachtwagens. De gemeente kan meewerken aan het faciliteren van het aanbieden van tanklocaties voor biobrandstoffen. Vraag en aanbod moeten dan op elkaar worden afgestemd en van elkaar verzekerd zijn.

MET GRAUMANS | WAALWIJK ‘STAD IN BEWEGING’, MOBILITEITSPLAN 15 OKTOBER 2015| 53

De gemeente Waalwijk erkent een toenemende behoefte aan oplaadpunten in de openbare ruimte. De beschikbaarheid van oplaadpunten kan een knelpunt worden. Dit moet vermeden worden. De Provincie Noord-Brabant heeft de gemeenten aangeboden om oplaadpunten voor elektrisch rijden te realiseren. Dit aantal is echter bij lange na niet voldoende om te voorzien in een marktaandeel van bijvoorbeeld 1%. Als het bezit van elektrische auto’s fors toeneemt gaat het niet meer om hier en daar een oplaadpaal maar om grote aantallen. De samenhang met de ontwikkeling en het aanbieden van snelladers gaat dan een belangrijke rol spelen om te voorkomen dat straten voor een groot deel voorzien moeten worden van oplaadpalen. De gemeente kan meewerken aan het faciliteren van het aanbieden van snelladers voor elektrische auto’s. − De gemeente zelf is ook een ‘bedrijf’ (overheidsorganisatie) en verduurzaamt ook de mobiliteit zoveel mogelijk voor het woon-werkverkeer en bedrijfsmatige verplaatsingen.

9.4

Verkeersregelinstallaties

Verkeersregelinstallaties (VRI’s)worden toegepast om − De capaciteit van een kruispunt optimaal te benutten. − Het oversteken van drukke wegen mogelijk te maken. − De verkeersveiligheid te vergroten. In de volgende situaties is een VRI één van de opties: − Op kruispunten van stroomwegen met hoofdwegen en bedrijvenverzamelwegen. − Op kruispunten van stroomwegen met wijkverzamelstraten tenzij oversteekbaarheid veilig mogelijk is door het toepassen van een brede middenberm met voldoende opstelruimte. − Op kruispunten van hoofdwegen met hoofdwegen.

− Op kruispunten van hoofdwegen met bedrijvenverzamelwegen of wijkverzamelstraten als het vanwege capaciteit en veiligheid niet anders kan dan wel nodig is om verkeersstromen te sturen. Anders wordt de voorkeur gegeven aan een brede middenberm of rotonde. Voor een geloofwaardige en veilige verkeersregeling met acceptabele wachttijden is het nodig om de maximale cyclustijd te begrenzen voor het langzame verkeer. Aan de volgende weggebruikers wordt een bepaalde mate van prioriteit gegeven: openbaar vervoer van het knooppuntennetwerk, topfietsroutes, fietsers in het algemeen (fietsvriendelijke regeling door aanvragen op afstand, maximaal groen samen met niet conflicterende richtingen, meerdere groenopties in één cyclus voor de hoofdroutes van het fietsnetwerk), vrachtverkeer op stroomwegen, hoofdwegen en bedrijvenverzamelwegen (groentijdverlenging op afstand). Op het hoofdwegennet worden de verkeersregelinstallaties opgenomen in een netwerkregeling. De netwerkregeling moet bijdragen aan: − Doorstroming op het hoofdwegennet. − Het bevorderen van het gebruik van het ‘hoefijzer’. − Het tegengaan op doorgaand regionaal verkeer. − Een verkeersgedrag conform de maximum toegestane snelheden. Innovatieve technieken maken het mogelijk om zicht te houden op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling (doorstroming autoverkeer, wachttijden langzaam verkeer).

In nieuwe verkeersregelinstallaties wordt de prestatie van de verkeersregeling gemonitord en periodieke rapportages geven snel en structureel inzicht in eventuele knelpunten zodat effectief kan worden bijgestuurd. Het is zaak om verkeersregelinstallaties tijdig te vervangen zodat intelligente verkeersregelingen moge-

MET GRAUMANS | WAALWIJK ‘STAD IN BEWEGING’, MOBILITEITSPLAN 15 OKTOBER 2015| 54

lijk zijn evenals monitoring. Met het tijdig vervangen wordt voorkomen dat apparatuur, die noodzakelijk is voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid, regelmatig of structureel uitvalt dan wel alleen tegen hoge kosten operationeel kan worden gehouden.

9.5

Bewegwijzering en parkeerverwijzing

Voor de bewegwijzering voor het uitgaande verkeer wordt het principe van de ‘ringweg’ toegepast. Het verkeer met externe bestemmingen wordt zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde stroomwegen verwezen. Voor de bewegwijzering van het verkeer dat Waalwijk inkomt worden de volgende principes toegepast: − Vanaf de A59-oost verwijzen naar: Waalwijk-noord en centrum (via Noordtangent), Waalwijk-oost (tangent Drunen-Waalwijk), overig (A59/N261). Vanaf de A59-west verwijzen naar: Waalwijk-noord en centrum(via Noordtangent), Waalwijk-oost (A59/ tangent Drunen-Waalwijk), overig (A59/N261). − Vanaf de N261-zuid: Waalwijk-zuid (PKO-weg), overig (naar knooppunt A59/N261). − Op de overige stroomwegen en hoofdwegen wordt vervolgens naar wijk- en dorpsnamen verwezen. De parkeerverwijzing loopt voor het externe verkeer via de bewegwijzering (bestemming Centrum). In verband met de benutting van de parkeerplaatsen (bijvoorbeeld aan de Taxiandriaweg) heeft het de voorkeur om de parkeerverwijzing dynamisch te maken naar de grote parkeerplaatsen. Dan kan ook rekening worden gehouden met het (tijdelijk) wegvallen van parkeerplaatsen (bijvoorbeeld in verband met de markt).

Gezien de beperkte omvang van Waalwijk en de technologische ontwikkelingen is het waarschijnlijker efficiënter om in te zetten op het opnemen van beschikbaarheidsinformatie in parkeerapps en de bewegwijzering rond het centrum uit te voeren in de vorm van vaste verwijzing naar de grote parkeerplaatsen (bijvoorbeeld verwijzen naar P-centrum Taxandriaweg, P-centrum Unnaplein). Dit is mede een financiële afweging op basis van de economische afschrijvingstermijnen van een dynamisch parkeerverwijzingssysteem dat op straat wordt geplaatst.

MET GRAUMANS | WAALWIJK ‘STAD IN BEWEGING’, MOBILITEITSPLAN 15 OKTOBER 2015| 55

MET GRAUMANS | WAALWIJK ‘STAD IN BEWEGING’, MOBILITEITSPLAN 15 OKTOBER 2015| 56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10249439/1