Bijlage 9 (gewijzigd) vast te stellen bestemmingsplan Molenhoek
Tekst van het document
VASTGESTELD
BESTEMMINGSPLAN MOLENHOEK
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN MOLENHOEK GEMEENTE WAALWLIJK Planstatus
Vastgesteld
Datum
07 - 03 - 2024
Plan identificatie
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
Auteur(s)
Zoe Zeegers
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding Plangebied Doel Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 3 5 5
2.
Bestaande situatie
6
3.
Planologische aspecten
9
3.1 3.2 3.3
Planbeschrijving Parkeren en verkeer Cultuurhistorie en archeologie
9 11 12
4.
Beleidskader
18
4.1 4.2
Beleid regio, provincie, Rijk Beleid gemeente
18 24
5.
Milieuplanologische aspecten
33
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Water Natuur Bedrijfshinder Geluid Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Externe veiligheid Technische infrastructuur Vormvrije m.e.r.-beoordeling
33 37 40 42 44 45 46 48 48
6.
Juridische aspecten
50
6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding Algemene toelichting verbeelding Algemene toelichting planregels Toelichting bestemmingen
50 50 50 50
7.
Uitvoerbaarheid
53
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53
Bijlagen: Bijlage 1: Onderzoek invloed nieuwbouw op windvang Bijlage 2: Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 3: Memo essentieel leefgebied huismus Bijlage 4: Stikstofberekening Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Standaard verantwoording groepsrisico Bijlage 7: Nota van inspraak en vooroverleg Bijlage 8: Nota zienswijzen
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om de locatie Molenstraat e.o. te Sprang-Capelle te herontwikkelen. Het plangebied betreft de percelen Molenstraat 27 – 97 (oneven), 26 – 40 (even) en 60 – 66A (even), Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) en Molenplein 18 en 20 te Sprang-Capelle. Het gaat daarbij om 58 bestaande woningen: 40 rijwoningen, 10 twee-onder-een-kapwoningen en 8 beneden-/bovenwoningen. Beoogd wordt om de bestaande 58 woningen te slopen, waarna ter plaatse 39 rijwoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen gerealiseerd worden. Ten opzichte van de bestaande situatie worden 23 extra woningen toegevoegd. Ter plaatse vigeert de beheersverordening ‘Woonwijken (incl. kamerbewoning)’ van de gemeente Waalwijk, waarin het plangebied reeds een woonbestemming kent met een strak bouwvlak per woonblok, een maximum vastgestelde goot- en bouwhoogte en een maximum aantal toegestane woningen. Het stedenbouwkundige ontwerp, dat als uitgangspunt dient voor de verder uitwerking, past niet binnen de bestaande kaders van de beheersverordening. Om een herontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Plangebied
Het plangebied betreft de percelen Molenstraat 27 – 97 (oneven), 26 – 40 (even) en 60 – 66A (even), Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) en Molenplein 18 en 20 te Sprang-Capelle. Molenstraat 27 – 97 (oneven) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie C, nummer 1192. Molenstraat 26 – 40 (even) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummer 2452. Molenstraat 60 – 66A (even) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummer 5673. Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummer 5966. Molenplein 18 en 20 is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummers 5672 en 5278. Het totale plangebied kent een oppervlakte van 12.144 m2.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|3
Plangebied (Casade, 2021)
1.3
Doel
Het voorliggend bestemmingsplan biedt een juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van de adressen Molenstraat 27 – 97 (oneven), 26 – 40 (even) en 60 – 66a (even), Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) en Molenplein 18 en 20. Middels het bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om de bestaande woningen te vervangen voor nieuwbouw.
1.4
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied is de beheersverordening ‘Woonwijken (incl. kamerbewoning)’ van toepassing, vastgesteld op 4 juli 2019. Op grond van de beheersverordening kent het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mag uitsluitend binnen het ‘variabel bouwvlak’ en binnen de ‘maximale contour’ gebouwd worden. Het bouwvlak ligt strak om de woningblokken heen met een maximum vastgestelde goot- en bouwhoogte en maximum aantal toegestane woningen.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|4
Uitsnede vigerende beheersverordening (Ruimtelijkeplannen.nl, 2021)
Strijdigheid Het stedenbouwkundige ontwerp overschrijdt de gestelde maximale goot- en bouwhoogte en het maximum aantal woningen, daarnaast wijkt het voornemen af van de gestelde typologie ‘gesloten, halfvrijstaand of vrijstaand’ ter plaatse van de beoogde appartementen. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, dient derhalve een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|5
1.5
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: - Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. - Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. - Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventuele uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
1.6
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied. Een beschrijving van het relevante beleidskader op gemeentelijke, provinciaal en rijksniveau staat in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het plan beschreven. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieu-planologische aspecten aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|6
2.
BESTAANDE SITUATIE
Het plangebied betreft de woningen Molenstraat 27 – 97 (oneven), 26 – 40 (even) en 60 – 66A (even), Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) en Molenplein 18 en 20. In totaal gaat het om 58 bestaande woningen. Het gaat daarbij om 40 rijwoningen, 10 twee-onder-een-kapwoningen en 8 beneden-/bovenwoningen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Sprang sectie C, nummer 1192 en gemeente Sprang, sectie B, nummers 2452, 5673, 5966, 5672 en 5278 en kent een totale oppervlakte 12.144 m2. De woningen bestaan uit één of twee bouwlagen met kap en zijn voorzien van een voor- en achtertuin. De bestaande bebouwing aan de Molenstraat, tussen de Eikenlaan en het Molenplein, is opgericht in de jaren vijftig. Aan de westzijde werden destijds zeven blokken van zes rijwoningen gerealiseerd, aan de oostzijde negen tweekappers. De rooilijn en onderlinge afstand tussen deze blokken is nagenoeg overal gelijk. Hierdoor is een vrij monotoon straatbeeld ontstaan. Molenstraat 26 – 40 (even) De Molenstraat 26 – 40 (even) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummer 2452. De woningen ter plaatse betreffen vier twee-onder-een-kapwoningen (8 woningen), bestaande uit één bouwlaag plus kap. De woningen kennen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 3,5 en 6,5 meter.
Twee-onder-een-kapwoningen Molenstraat 26 - 40 (even) (google Street view, 2021)
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|7
Molenstraat 27 – 97 (oneven) De Molenstraat 27 – 97 (oneven) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie C, nummer 1192. De woningen ter plaatse betreffen zes woonblokken met ieder 6 rijwoningen (36 woningen in totaal). De woningen bestaan uit twee bouwlagen met kap en een bijbehorende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 8 meter.
Rijwoningen Molenstraat 27 – 97 (oneven) (google Street view, 2021)
Molenstraat 60 – 66A De Molenstraat 60 – 66A (even) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummer 5673. Ter plaatse bevinden zich 8 boven- / benedenwoningen. De woningen hebben de uitstraling van een ruime twee-onder-een-kapwoning bestaande uit twee bouwlagen met kap met een bijbehorende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 8 meter.
Beneden-/bovenwoningen Molenstraat 60 – 66A (even) (google Street view, 2021)
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|8
Molenplein 18 en 20 Het Molenplein 18 en 20 is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummers 5672 en 5278. Ter plaatse bevinden zich één twee-onder-een-kapwoning (2 woningen), bestaande uit twee bouwlagen plus kap. De woningen kennen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter.
Twee-onder-een-kapwoningen Molenplein 18 en 20 (google Street view, 2021)
Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) De Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) is kadastraal bekend als gemeente Sprang, sectie B, nummer 5966. Ter plaatse bevinden zich vier rijwoningen, bestaande uit twee bouwlagen plus kap. De woningen kennen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter.
Rijwoningen Burgemeester Smitstraat 29 – 35 (oneven) (google Street view, 2021)
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|9
3.
PLANOLOGISCHE ASPECTEN
3.1
Planbeschrijving
Beoogd wordt om de bestaande woningen te slopen, waarna nieuwbouw mogelijk is. De bestaande woningen hebben te veel technische beperkingen om ze aan te kunnen passen aan de wensen en eisen van nu en in de toekomst. De bestaande bebouwing uit de jaren vijftig kent daarbij een vrij monotoon straatbeeld. Meer diversiteit in het straatbeeld wordt gewenst, mede omdat hierdoor ruimte ontstaat voor een kwalitatief openbaar gebied met groen. Voor de mogelijke nieuwbouw is, samen met Loods Architecten, een stedenbouwkundige visie opgesteld. Na de sloop van de 58 bestaande woningen, worden 39 rijwoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen gerealiseerd. Er worden 23 woningen/appartementen toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie. Het nieuwe plan voorziet in meer diversiteit in woningtype en meer diversiteit in grootte van woningblokken en hun situering. De herkenbaarheid van plekken en woningen in de straat wordt daardoor verbeterd, en er ontstaat meer ruimte voor groen en ontmoeting.
Bovenaanzicht ontwerp (Loods Architecten, 2022)
Van de 39 rijwoningen, worden 33 woningen verdeeld over vier woonblokken langs de Molenstraat. Het zullen aaneengebouwde woningen (rijwoningen) betreffen. De woningen zullen allen bestaan uit twee bouwlagen met kap en een bijbehorende maximale goothoogte van 6 meter en een maximale nokhoogte van 11 meter. De overige 6 woningen zullen bestaan uit één bouwlaag met kap. Langs de Molenstraat ontstaat er meer ruimte voor groen en ontmoeting doordat het middelste woonblok verder van de staat wordt gesitueerd en de bestaande voortuinen worden ingekort.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|10
Achter de bestaande woningblokken, ten westen van de Molenstraat, ligt een achterpad dat twee openbaar toegankelijke parkjes met elkaar verbindt. Deze parkjes zijn op dit moment onttrokken aan het zicht. Door de situering van drie nieuwe groene parkeerhoven tussen deze achtergebieden aan de Molenstraat verbetert het zicht vanuit de openbare ruimte op deze gebieden en wordt er meer groen gekoppeld aan de Molenstraat. Tussen de groene parkeerhoven is een nieuw appartementencomplex gesitueerd. Het appartementencomplex zal bestaan uit 30 appartementen. De appartementen krijgen gevarieerde oppervlakten tussen de 50 en 80 m2. De appartementen zijn hiermee uitermate geschikt voor 1 tot 2 persoonshuishoudens. Aan alle gevels wordt gewoond, wat het zicht op de openbare ruimte aan de achterzijde ten goede komt. Aan de achterzijde bestaat het complex uit twee bouwlagen, door de relatief korte afstand op omliggende bebouwing. Aan de straatzijde bestaat het complex uit drie bouwlagen, waarbij de bovenste bouwlaag als (schijn)kap wordt uitgevoerd, in lijn met de overige bebouwing aan deze zijde van de straat. Hier kijkt men uit over het Molenplein. De bouwhoogten bedragen respectievelijk 8 meter en 11 meter. Verder worden 12 levensloopbestendige woningen (seniorenwoningen) gerealiseerd.
Deze woningen worden gerealiseerd met één bouwlaag met kap en een bijbehorende goot- en nokhoogte van 4 en 8 meter. De woningen worden verdeeld over drie woonblokken: - 3 senioren woningen aan Burgemeester Smitstraat - 6 senioren woningen aan de Molenstraat - 3 senioren woningen aan het Molenplein Centraal in het plan, op de hoek van de Molenstraat en Jan Jannenstraat, bestaat de mogelijkheid tot het plaatsen van een stedenbouwkundig accent. Dit kan een bijzonder woningtype of bouwtype zijn, ter versteviging van de afwisseling van het straatbeeld. Het idee is dat ter plaatse 6 starterswoningen van circa 50 m2 gerealiseerd worden. Groen Door de vervanging van de bestaande woningen door 39 rijwoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen ontstaat ruimte voor groen. In totaal wordt er 1.211 m2 aan hagen aangeplant en 592 m2 aan gras. Het groen wordt gerealiseerd bij de parkeerhoven en langs de Molenstraat.
Indeling openbare ruimte – Groen (Casade, 2024)
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|11
3.2
Parkeren en verkeer
Parkeren De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015. Volgens deze nota is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Sprang-Capelle. Ter plaatse worden 39 rijwoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen gerealiseerd. Volgens de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015 kent het plangebied derhalve de volgende parkeerbehoefte: Functie Huurhuis, sociale huur Huur, etage, sociale huur Aanleunwoning
Parkeernorm 1,6 1,4 1,0
Aantal 39 30 12 81
Behoefte 62,4 42,0 12,0 116,4
De parkeerbehoefte bedraagt afgerond 117 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden in totaal 79 parkeerplaatsen toegevoegd en blijven 39 bestaande parkeerplaatsen behouden. In totaal zijn er derhalve 118 parkeerplaatsen aanwezig binnen het plangebied om in de benodigde parkeerbehoefte te voorzien. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeereis. Verkeer Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Sprang-Capelle. De bebouwde kom van SprangCapelle bestaat uit gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. De gebiedsontsluitingswegen worden binnen de bebouwde kom gezien als hoofdwegen om verblijfsgebieden te ontsluiten. Het plangebied is gelegen aan een weg welke is geclassificeerd als verblijfsgebied. In de nabije omgeving bevinden zich enkele gebiedsontsluitingswegen, maar het plangebied is hier niet direct aan verbonden. De beoogde ontwikkelingen voorzien niet in significante veranderingen van de huidige verkeersstructuur. De gevolgen van de beoogde ontwikkeling op het verkeer worden bepaald op basis van de verkeersaantrekkende werking. Bij het in kaart brengen van de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Voor het planvoornemen dient uitgegaan te worden van de volgende kencijfers: Functie Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl.
sociale huur) Serviceflat
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
Eenheid Woning Woning Woning
Norm 4,5 – 5,3 mvt/etmaal 3,2 – 4,0 mvt/etmaal 2,1 – 2,8 mvt/etmaal
bestemmingsplan Molenhoek
|12
De verkeersgeneratie van de bestaande situatie is in onderstaande tabel weergegeven. Type woning Rijwoningen Twee-onder-een kap Beneden/bovenwoning
Aantal 40 10 8
Totaal
58
Functie Huurhuis, sociale huur Huurhuis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)
Norm 4,5 – 5,3 4,5 – 5,3 3,2 – 4,0
Vraag 180 – 212 45 – 53 25,6 – 32
250,6 - 297
De verkeersgeneratie van de toekomstige situatie is in onderstaande tabel weergegeven. Type woning Rijwoningen
Aantal 39
Seniorenwoning Appartement
12 30
Totaal
81
Functie Huurhuis, sociale huur Aanleunwoning Huur, etage, sociale huur
Norm 4,5 – 5,3
Bewegingen 175,5 – 206,7
2,1 – 2,8 3,2 – 4,0
25,2 – 33,6 96,0 – 120,0 296,7 – 360,4
De verkeersgeneratie in de toekomstige situatie wijzigt van minimaal 250,6 en maximaal 297 motorvoertuigen per etmaal naar minimaal 296,7 en maximaal 360,4 motorvoertuigen per etmaal, dit betekent een toename van minimaal 46,1 en maximaal 63,4 motorvoertuigen per etmaal. Het autoverkeer wordt afgewikkeld via de Molenstraat en/of Burgemeester Smitstraat-Molenplein richting de Oudestraat (noord) of de Van der Duinstraat (zuid), welke vervolgens het gebied richting omliggende gebiedsontsluitingswegen en de N261 (Midden-Brabantweg) ontsluiten.
3.3
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie Wettelijke toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, voornamelijk bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|13
Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.
Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 is ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|14
Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW, 2015)
Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Cultuurhistorische landschappen Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘Langstraat’. De Langstraat ligt op de overgang van zand, veen en klei. Vroeger bestond vrijwel het hele gebied uit veen. De oorspronkelijke relatie tussen de dorpen, het afwisselend open en besloten landschap en het water is in de Langstraat nog goed beleefbaar. Hierdoor is het hele gebied cultuurhistorisch waardevol. Ten noorden van de Winterdijk is de Langstraat opener en grootschaliger dan ten zuiden daarvan. De natte omstandigheden als gevolg van de lage ligging en de sterke kwel leidt tot waardevolle flora en fauna van waterlopen en natte graslanden. Het westelijke deel heeft een landelijk karakter. Hier liggen langgerekte lintdorpen met dorpse uitbreidingen rond de centra in een open landschap. Enkele kernen in de Langstraat hebben een sterke groei doorgemaakt: het oostelijke deel is verstedelijkt met de groei van Waalwijk, Sprang-Capelle en Kaatsheuvel. De structuur van de dorpen en de relatie tussen de dorpen en het landelijke gebied is hier minder goed herkenbaar. Daarnaast heerst er in het gebied een spanning tussen cultuurhistorie, natuurontwikkeling en landbouw. In het kader van de natuurdoelstellingen zijn bossen gerealiseerd terwijl de openheid een belangrijk historisch kenmerk is. De ontwikkelstrategie voor dit gebied is: 1.
Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|15
Het plangebied ligt niet binnen één van de dragende structuren van de regio. Zodoende geldt het gestelde in de ontwikkelstrategie niet voor het plangebied en vormt de Cultuurhistorische Waardenkaart geen belemmering voor het planvoornemen. Historische zichtrelaties vlak Het plangebied is gedeeltelijk gelegen in de beschermingszone van de molen aan de Oudestraat; stranderdmolen Dye Sprancke. De molen is in eigendom van de gemeente, en betreft een Rijksmonument. Een windvangonderzoek is uitgevoerd met als doel het bepalen van de invloed van de nieuwbouw op de klassieke windmolen. Als reactie op een zienswijze is er in notitie toelichting gegeven op openstaande opmerkingen over de methodiek die gebruikt is in het CFD onderzoek. Het volledige onderzoek en de notitie zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit het onderzoek volgt de volgende conclusie: Uit de resultaten van de CFD-simulaties is het windvang verschil voor elke windrichting bepaald. Door het vermenigvuldigen van het windvangverschil in een bepaalde windrichting met de kans dat de wind uit die betreffende richting waait wordt het effectief verschil voor deze windrichting bepaald. Voor de richting zuidzuidoost is er een afname van de windvang van 0,59% te verwachten. Deze richting komt voor in 6% van de totale uren van het jaar.
Voor de andere onderzochte windrichtingen is er geen aantoonbaar verschil in de windvang te verwachten. Dit valt binnen de onzekerheid marge van de CFD-simulaties. Deze richtingen komen voor in bijna 31% van de totale uren van het jaar. Voor de andere 63% van de totale uren van het jaar is ook geen afname van de windvang van de molen te verwachten. Het betekent dat het totaal verschil van de windvang voor alle windrichtingen en over het hele jaar kleiner is dan 1%. Op basis van de resultaten van het windvangonderzoek kan geconcludeerd worden dat de nieuwbouw een zeer beperkt effect heeft op de windvang van de molen. Daarnaast is ook recent een windvangonderzoek uitgevoerd in het kader van het wijzigingsplan ‘Oudestraat 82-84’. Op basis van dit onderzoek lijkt het redelijk om te veronderstellen dat een iets hogere bouwhoogte zoals voorgesteld door ontwikkelaar, niet leidt tot een afname van het aantal maalbare dagen met meer dan 3%. Het aantal maalbare dagen komt dan op 10,94 per jaar (0.97 x 11,28). Als hier nog eens 1% van afgehaald wordt voor het project aan de Molenstraat, dan komt het aantal maalbare dagen op 10,83 (0,99 x 10,94). Afgerond nog steeds 11 dus. Bovendien blijft door kap van de bomen netto sprake van een verbetering van de windvang.
Historische geografie – lijnen De Molenstraat is op de cultuurhistorische waardenkaart aangewezen als historische geografische ‘Lijn van hoge waarden’. De beoogde woningen sluiten qua locatie en omvang aan op de bestaande woningen langs de Molenstraat e.o. Het planvoornemen is daarmee passend in het omringende ‘landschap’ en de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de historische geografische lijnen en historische zichtrelaties. Gesteld kan worden dat met het planvoornemen geen ontwikkelingen plaatsvinden welke in strijd zijn met de ontwikkelstrategieën behorende bij de Cultuurhistorische Waardenkaart.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|16
Archeologie Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Provinciaal beleid De IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarden) bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologische inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart is bedoeld als instrument voor de ruimtelijke ordening en voor het beheer en de bescherming van archeologische informatie die in de bodem bewaard is gebleven. Met behulp van deze kaart kan bij diverse planologische beslissingen – zoals ontgrondingen, bodemsaneringen, aanleg van woonwijken, etc. – rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden. Op de IKAW van Brabant heeft het plangebied de classificatie ‘niet gekarteerd’. Voor dergelijke (voornamelijk bebouwde) gebieden zijn geen bodemkundige of geologische gegevens beschikbaar.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|17
Gemeentelijk archeologiebeleid Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is het verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. De gemeente Waalwijk heeft ten behoeve van het archeologiebeleid een kaart opgesteld.
Archeologische beleidskaart gemeente Waalwijk ten opzichte van het structuurplan (gemeente Waalwijk, 2010)
Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Waalwijk is aangegeven dat het plangebied deels in categorie 4 liggen; een gebied met een gematigde archeologische verwachting. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Ter plaatse van deze categorie is bij de aanleg van de bestaande bebouwing en bijbehorende voorziening al dusdanig geroerd dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) worden verwacht. De beoogde ingrepen die buiten de plots van de bestaande bebouwing plaatsvinden, zoals de aanleg van infiltratie(kratten) en warmtepompen, overschrijden de in het beleid opgenomen afmetingen niet. Een archeologisch onderzoek op basis van het voorliggend planvoornemen is niet vereist voor dit deel van het plangebied. Daarnaast is het plangebied deels gelegen in categorie 3: een gebied met een hoge archeologische verwachting. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. De beoogde bodemingrepen overschrijden de gestelde onderzoeksgrens. Archeologisch onderzoek voor dit deel van het plangebied is derhalve noodzakelijk. Dergelijk onderzoek zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aanwezig zijn.
Om dit te waarborgen, blijven de vigerende archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd. Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanprocedure. Ter bescherming van de molen is de aanduiding ‘vrijwaringzone – beschermingszone molen’ mogen geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd met een grotere hoogte van 3 meter. Verder zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nog een archeologisch onderzoek plaatsvinden ter plaatse van de gronden gelegen in categorie 3.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|18
4.
BELEIDSKADER
4.1
Beleid regio, provincie, Rijk
4.1.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro heeft geen consequenties voor het planvoornemen. Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De Nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd.
Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|19
Het planvoornemen betreft het vervangen van 58 bestaande woningen door 39 rijwoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen. Het planvoornemen voorziet daarmee in ontwikkeling van 23 extra woningen. Deze toename is groter dan de drempelwaarde van 12 woningen, waardoor de voorgenomen ontwikkeling gezien moet worden als een stedelijk ontwikkeling die Ladderplichtig is. Behoefte Kwantitatieve behoefte Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er een kwantitatieve behoefte is aan het planvoornemen is het “Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant 2022” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen. Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar. Er is dus nog voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. De beoogde ontwikkeling past binnen de benodigde capaciteit voor de regio MiddenBrabant en de gemeente Waalwijk.
In de periode 2021 tot en met 2030 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.048 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de beoogde ontwikkeling past binnen de kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Kwalitatieve behoefte De nieuwbouwopgave dient niet alleen om in een kwantitatieve behoefte te voorzien, maar tevens om een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod op te lossen. In de gemeentelijke woonvisie geeft de gemeente aan prioriteit te geven aan inbreidingslocaties in bestaand stedelijk gebied. Op basis van de Woonvisie wordt ingezet op het behoud en de versterking van het karakter van de gemeente Waalwijk. Het onderhavige project draagt hieraan bij door het vervangen van de verouderde woningen. Daarnaast geeft de woonvisie aan dat er specifieke doelgroepen zijn die aandacht vragen: - Senioren en/of mensen met een zorgvraag: de juiste woningen en een passende woonomgeving; - Lagere en middeninkomens, waarbij gewerkt wordt met een verbrede doelgroep. In de sociale voorraad is het aantal woningen belangrijk, maar gaat het vooral om het verbeteren van de kwaliteit. Door de vervangende nieuwbouw zet het initiatief in op het verbeteren van de kwaliteit van de sociale woningvoorraad.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|20
Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De voorliggende locatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Conclusie Het nationale ruimtelijke beleid geeft geen belemmeringen voor het planvoornemen. 4.1.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basisopgaven. Het gaat om de volgende hoofdopgaven: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld, als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking trad. Deze is sinds de vaststelling enkele keren geactualiseerd en geconsolideerd en per 1 januari 2024 officieel vervangen door de definitieve Omgevingsverordening Noord-Brabant.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|21
De Omgevingsverordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving, zoals over milieu, natuur, ruimtelijke ordening, wegen, water en bodem. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening binnen de onderstaande gebieden. Vervolgens zijn de voor het plangebied eventueel relevante gebieden nader uitgewerkt: • Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Geen attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Verbod uitbreiding veehouderij (rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Bescherming Natura 2000 (rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Stedelijk gebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw & Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Concentratiegebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en –berging); • Normen wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en –berging). Stedelijk gebied (art.
3.42) Voor het onderwerp duurzame stedelijke ontwikkeling zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Hierin is opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen Stedelijk gebied een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Artikel 3.42 lid 2 geeft een nadere bepaling van een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen.
De beoogde ontwikkeling past binnen de benodigde capaciteit voor de regio MiddenBrabant en de gemeente Waalwijk.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|22
Voort dient er sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling zoals bepaald in artikel 3.42 lid 2: Ad. a. Uit hoofdstuk 5 van deze toelichting blijkt dat het planvoornemen bijdraagt aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Ad b. Het plangebied bestaat uit een verouderd stedelijk gebied. Dit gebied wordt met het planvoornemen kwalitatief geoptimaliseerd door nieuwbouw te realiseren die past in de omgeving. Ad c. Bij uitwerking van het bouwplan wordt onderzocht of er mogelijkheden bestaan om bijvoorbeeld zonnepanelen op de daken van de nieuwbouw en andere vormen van duurzame energie te realiseren. Ad d. De woningen dienen te voldoen aan de laatste kwaliteitseisen van het Bouwbesluit, dat wil zeggen BENG (Bijna energie neutraal gebouwd). Voorts wordt voldaan aan de gestelde eisen voor wat betreft de opvang van hemelwater (zie paragraaf 5.1). Ad e. De verkeersgeneratie en parkeerbehoefte is in de bestemmingsplan uitgebreid onderzocht, zie ook paragraaf 3.2. Daaruit kan geconcludeerd worden dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd en het extra verkeer goed en veilig kan worden afgewikkeld. Ad f. Het planvoornemen voorziet in een actuele behoefte. Zie ook paragraaf 4.1.1.
Daarmee is tevens voldoende aangetoond dat het planvoornemen bijdraagt aan een duurzame concurrerende economie, natuurlijk met name ten aanzien van de woningmarkt. Concentratiegebied (art. 5.18) Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Deze prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie van verstedelijking. Uit de overleggen in de regio Midden-Brabant blijkt dat de woningbehoefte (met name binnen bestaand stedelijk gebied) groot is en de komende jaren blijft deze behoefte aanwezig. Het planvoornemen sluit hiermee aan op de behoefte zoals staat beschreven in de prognoses van de regio Midden-Brabant. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Naast de bovengenoemde artikelen dient het bestemmingsplan te voldoen aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Ofwel, het gestelde in artikel 3.5 t/m 3.8 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|23
Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a) Zorgvuldig ruimtegebruik; b) De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c) Meerwaardecreatie. Het planvoornemen betreft een toedeling van functies binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, waardoor sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De lagenbenadering betreft zaken welke in hoofdstuk 4 en 5 nader worden uitgewerkt. Met het planvoornemen wordt hier zodoende rekening mee gehouden. De meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in het gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het planvoornemen voorziet, door middel van het verkleinen van het woningtekort, in een combinatie van opgaven, waardoor er meerwaarde ontstaat. Afspraken woningbouw 2022-2030 – Regionale Woondeal SRBT Op 9 maart 2023 ondertekende de gemeente de zogeheten woondeal met gemeenten uit de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT), de woningcorporaties, de provincie Noord-Brabant en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met de woondeal wordt de samenwerking op het gebied van wonen verstrekt. Samen met andere gemeenten wordt ingezet om in de periode tot en met 2030 ruim 39.000 woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad.
Binnen de SRBT-regio is op dit moment tot 2030 een harde planvoorraad van 18.555 woningen, uitgaande van vastgestelde/ onherroepelijke bestemmingsplannen. De opgave 2022 tot en met 2026 bedraagt 22.325 woningen. Het is dus nog nodig om plannen voor 3.770 woningen ‘op te harden’. Voor elke gemeente ligt de minimale bouwopgave vast tot en met 2026. De minimale opgave voor Waalwijk in de periode 2022-2026 is 1.180 woningen. Binnen de SRBT-regio is op dit moment tot 2030 een harde planvoorraad van 18.555 woningen, uitgaande van vastgestelde/ onherroepelijke bestemmingsplannen. De opgave 2022 tot en met 2026 bedraagt 22.325 woningen. Het is dus nog nodig om plannen voor 3.770 woningen ‘op te harden’. Voor elke gemeente ligt de minimale bouwopgave vast tot en met 2026. De minimale opgave voor Waalwijk in de periode 2022-2026 is 1.180 woningen. Betaalbaarheid is belangrijk bij het toevoegen van woningen. Daarom is er afgesproken dat er bij nieuwe plannen een verdeling aangehouden wordt van 30% sociale huur, 40% middeldure huur of betaalbare koop en 30% vrije sector. Dit plan hoeft niet te voldoen aan de eisen van de Regionale Woondeal uit 2023, omdat al in 2022 is gestart met de planvorming.
Er is wel een inspanningsverplichting dat gemeenten bestaande plannen waar mogelijk omvormen in lijn met dat 30% in de 21 sociale huur wordt gerealiseerd en 40% in middeldure huurwoningen en/ of betaalbare koopwoningen. Bij dit plan is dat niet mogelijk omdat over de segmentering al in 2022 afspraken zijn gemaakt, met de gemeentelijke woonvisie als basis Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant 2022 Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen. Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|24
Er is dus nog ruim voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. In de periode 2021 tot en met 2030 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.122 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de beoogde ontwikkeling past binnen de woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
4.2
Beleid gemeente
Strategische visie Waalwijk 2025 – Samen werken aan de toekomst De gemeente Waalwijk heeft, met een bijdrage van de provincie Noord-Brabant, de strategische visie Waalwijk 2025 opgesteld. Het bevat de strategische hoofdlijnen voor besluitvorming, beleid en projecten tot 2025 en is een handelingskader voor de gemeente Waalwijk. In de visie staat de volgende missie centraal: De gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van de Langstraat en Midden-Brabant. De gemeente zet in op een bescheiden groei van de woningvoorraad gericht op de opvang van de eigen behoefte en vergroting van de verscheidenheid in het woningaanbod. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. De herontwikkeling past binnen de strategische visie, door kwalitatieve verbetering van de bestaande woningvoorraad. Structuurvisie Waalwijk 2025 – Onderscheidend meer verleiden Op 4 februari 2016 is de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld. Het doel van deze structuurvisie is een samenhangend beleid formuleren op hoofdlijnen dat de ambities weergeeft voor 2035 en een visie uitgewerkt voor 2025. Om de juiste keuzes voor 2025 te maken zijn in de structuurvisie een aantal leidende principes geformuleerd: • Waarden ondergrond behouden en versterken.
Bij behoud is het zaak bedreigingen te voorkomen door bescherming van waarden en het reserveren van ruimte. Voor versterking kiest de gemeente ervoor deze alleen bij belangrijke projecten actief (mee) te ontwikkelen en in andere gevallen kansen vanuit de samenleving te benutten. • Bereikbaarheid netwerk optimaliseren. In veel gevallen gaat de gemeente projecten op dit vlak actief (mee) ontwikkelen. Bij overige projecten om het netwerk te verbeteren heeft de gemeente een voorkeur voor het benutten van kansen. • Vraaggericht functies versterken met kwaliteit. Bij bestaande ontwikkelingen maakt de gemeente Waalwijk het gekozen proces af maar wel (markt)vraaggericht. Als het gaat om nieuwe ontwikkelingen kiest de gemeente belangrijke (sleutel)projecten die ze actief (mee) ontwikkelt.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|25
Als thema loopt duurzaamheid als een ‘ladder’ door alle ambities heen en is daarom apart uitgewerkt in de structuurvisie. Aan deze ‘duurzaamheidsladder’ zijn ook een aantal specifieke onderwerpen gekoppeld: milieu, energie, erfgoed en sociaal. Duurzaamheid is voor de gemeente een algemeen leidend principe. De gemeente beschouwt het als haar plicht om de ontwikkeling van de huidige generatie te bevorderen, maar daarbij de ontwikkeling van de generaties hierna niet te belemmeren door de impact van onze huidige activiteiten en keuzes. Daarbij heeft de gemeente onder andere de ambitie om op de lange termijn (2043) klimaatneutraal te zijn. Klimaatneutraliteit is een zeer ambitieuze doelstelling die pas op de heel lange termijn kan worden gerealiseerd, ook als een maximale inspanning wordt geleverd. Om toe te werken naar deze doelstelling gebruikt de gemeente de ‘trias energetica’ (energievraag, duurzame bronnen en fossiele energiebronnen) als leidend principe.
Uitsnede structuurvisie Waalwijk, plangebied geel omcirkeld (Gemeente Waalwijk, 2016)
Het plangebied is op de visiekaart aangeduid als ‘Dorps wonen’. De structurele veranderingen in de samenleving, met name de bevolkingssamenstelling maar ook klimaatveranderingen zorgen ervoor dat het nodig is de bestaande woongebieden onder de loep te nemen en waar nodig vraaggericht te herstructureren. Herstructureren betekent het aanpassen van de woningvoorraad en het openbare gebied van het bestaand stedelijk gebied. De gemeente hanteert daarbij de afbakening van het bestaand stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale omgevingsverordening. Voor de woningvoorraad kan herstructurering betekenen aanpassing van bestaande (woon)gebouwen of inbreidingslocaties met als resultaat bijvoorbeeld: • Meer kleinere woningen voor bijvoorbeeld ouderen en jongeren. • Levensloopbestendige woningen. Woningen geschikt maken voor langere bewoning door ouderen valt hieronder. • Focus op woonlasten via energiebesparende maatregelen. • Realiseren van op maat gesneden woon-, zorg-, welzijns- en dienstverleningsarrangementen voor de groeiende groep zorgbehoevenden.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|26
Voor het openbare gebied kan herstructurering betekenen: • Waterberging. Klimaatveranderingen zorgen ervoor dat extra waterberging in bestaand stedelijk gebied nodig is. • Groen. Met daarbij aandacht voor de relatie tussen gezondheid en groen. Bevorderen biodiversiteit. Voorliggend bestemmingsplan maakt de bouw van duurzame woningen mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied. De woningen worden zo veel als mogelijk klimaatneutraal gebouwd en ontwikkeld. Zo heeft Casade de intentie om een aantal van de grondgebonden uit te voeren in prefab beton, deze hebben een lagere CO2 en stikstof-belasting op de locatie. Tevens realiseert Casade prefab houten woningen en wordt 15% extra groen teruggebracht. Hiermee wordt een stap gezet in de ambitie om klimaatneutraal te worden. Deel C Uitvoeringsprogramma Structuurvisie Waalwijk De raad van Waalwijk heeft in het uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie van de gemeente Waalwijk opgenomen dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied een bijdrage moet worden betaald aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. Deze bijdrage kan worden gedaan aan de verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap en/of cultuurhistorie alsmede aan andere kwaliteitsverbeteringen in de fysieke leefomgeving.
Er is geen bijdrage nodig indien het plan op zichzelf voorziet in een evenredige maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld het opheffen van een milieuhygiënisch knelpunt en/of realisatie van sociale woningbouw. De hoogte van de bijdrage wordt berekend aan de hand van de toename van de bestemmingswaarde van het object, waarover een percentage van 20% zal moeten worden geïnvesteerd. Dit kan plaatsvinden in het plan zelf of door middel van een fondsbijdrage. In dit geval betreft het volledig sociale huur. Hierin zit in bijlage C een uitzondering voor de bijdrage: Op basis van deze structuurvisie passen we voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied vergelijkbare werkafspraken toe. Met dien verstande dat de bijdrage gekoppeld aan een ruimtelijke ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied niet alleen besteed kan worden aan verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap en/of cultuurhistorie maar ook aan andere kwaliteitsverbeteringen in de fysieke leefomgeving. Bovendien is geen bijdrage nodig indien het plan op zichzelf voorziet in een evenredige maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld de opheffing van een milieuhygiënisch knelpunt en/of sociale woningbouw. Voor dit plan zijn gemeente Waalwijk en initiatiefnemer een fondsbijdrage overeengekomen.
Het verschuldigde bedrag is vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Op die manier voldoet het plan aan de verplichting uit Deel C van de Structuurvisie dat het bestemmingsplan in voldoende mate moet bijdragen aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. Erfgoedverordening Waalwijk 2016 De gemeenteraad van Waalwijk heeft op 15 december 2016 de Erfgoedverordening geactualiseerd. In de Erfgoedverordening staan voorschriften en regels met betrekking tot cultureel erfgoed, zowel voor monumenten, archeologie als het cultuurlandschap. Eveneens zijn de wettelijke taken van de gemeente met betrekking tot Rijksmonumenten in een Erfgoedverordening nader uitgewerkt. De regels over het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en archeologische verwachtingsgebieden, en weigeringsgronden voor het afgeven van een omgevingsvergunning zijn ook opgenomen in de Erfgoedverordening.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|27
Aangezien het plangebied geen cultureel erfgoed herbergt of aantast, is hier geen sprake van strijd met de erfgoedverordening. In paragraaf 3.3 is nader ingegaan op het aspect archeologie. Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk De Woonvisie 2020, vastgesteld op 17 september 2020, is voor de gemeente Waalwijk een belangrijk beleidsdocument voor wat betreft bouwen en wonen. Hierin liggen beleidsuitgangspunten vast voor een periode van 10 jaar. De Woonvisie 2020 bevat drie hoofdthema’s met elk eigen doelstellingen. Deze drie hoofdthema’s zijn: • Betaalbaarheid; van belang is dat iedereen kan wonen in een woning die qua woningtype en prijsklasse past bij zijn/haar huishouden en inkomen. • Wonen en zorg; voor alle inwoners is er een geschikte woning en woonomgeving, waar zorg geleverd kan worden en waar een sterke sociale structuur is. • Leefbaarheid en duurzaamheid; alle inwoners wonen in aantrekkelijke en toekomstbestendige woonmilieus Er is nog steeds sprake van een woningtekort, ook binnen de gemeente Waalwijk. Het gemeentelijk streven is dan ook de woningmarkt in de periode van 10 jaar met minimaal 1.500 woningen te laten groeien. Bij de invulling van dit woonprogramma streeft de gemeente naar voldoende kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle bevolkingsgroepen. Er is vooral behoefte aan woningen voor starters. Om die reden wordt doorstroming gestimuleerd.
De sloop van de bestaande, verouderde woningen en de realisatie van de nieuwbouwwoningen draagt bij tot het behoud en versterking van het karakter van het plangebied. Het draagt bij aan een leefbare buurt en prettige woonomgeving. De nieuwe woningen zijn bereikbaar voor lagere inkomens (sociale huur). De beoogde ontwikkeling voorziet in een toename van de kwaliteit van de sociale voorraad. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Woonvisie. Bouwsteen gezonde fysieke leefomgeving Op 12 november 2021 heeft de gemeenteraad van Waalwijk de Bouwsteen gezonde fysieke leefomgeving, Beleidsbasis voor gezondheid in de Omgevingsvisie vastgesteld. Het doel van de bouwsteen is om in de gemeentelijke Omgevingsvisie een beleidsbasis te leggen voor het onderwerp gezondheid in relatie tot de fysieke leefomgeving. Het belang van gezondheid als verbinding tussen het sociale en ruimtelijke domein, neemt steeds meer toe. In de Omgevingswet maakt het onderwerp gezonde fysieke leefomgeving deel uit van de maatschappelijke doelen van de wet. In het landelijke, regionale en gemeentelijke gezondheidsbeleid is dit onderwerp benoemd als een van de speerpunten. In het plan van aanpak voor het project ‘Waalwijk Omgevingswet-proof’ is vastgesteld dat we dit gaan doen als onderdeel van de Omgevingsvisie.
Voor het begrip ‘gezondheid’ wordt uitgegaan van het concept ‘positieve gezondheid’. Het concept positieve gezondheid is een brede benadering: gezondheid is veel meer dan de afwezigheid van zieke (enge benadering). Het vermogen van de mens zich aan te passen en eigen regie te voeren hoort ook hierbij (brede benadering). Deze brede benadering richt zich dus niet alleen op het beschermen van de gezondheid voor invloeden van buitenaf, maar ook op het bevorderen van keuzes die mensen zelf maken voor een gezonde leefstijl.
NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01
bestemmingsplan Molenhoek
|28
Doorwerking plangebied Waalwijk heeft de ambitie om in 2043 klimaatneutraal te zijn. De gemeente Waalwijk heeft geen duurzaam bouwen beleid, dus nieuwbouw moet voldoen aan het Bouwbesluit. Gasloos en BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) zijn vereisten voor het plan. Natuurinclusief bouwen Binnen het plangebied wordt een bestaande woonwijk geherstructureerd. Door de vervanging van de bestaande woningen door 39 rijwoningen, 12 seniorenwoningen en 30 appartementen ontstaat ruimte voor groen. In totaal wordt er 1.211 m2 aan hagen aangeplant en 592 m2 gras. Het oppervlakte aan groen in het plangebied wordt hiermee zoveel mogelijk bevordert. Klimaat neutraal De woningen in het plangebied worden zo veel als mogelijk klimaatneutraal gebouwd en ontwikkeld. Een deel van de grondgebonden woningen wordt gemaakt van prefab beton, zodat er een lagere CO2 en stikstof-belasting op de locatie is. Daarnaast realiseert Casade prefab houten woningen en wordt 14,8% extra groen teruggebracht. Hiermee wordt een stap gezet in de ambitie om klimaatneutraal te worden. Fysieke leefomgeving/ Gezondheid In de Molenhoek is het aangenaam verblijven en worden bewoners aangezet tot ontmoeting. Er worden verschillende soorten woningen gerealiseerd voor senioren, starters en alleenstaanden. De diversiteit in grootte van woningblokken en hun situering maakt ruimte voor meer groen en ontmoeting.