CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Flora en fauna

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gedempte Haven9.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Datum

Bijzonderheden

Bezoek in

Tijdsbesteding

1

8/4

Warme avond, uitstekende omstandigheden

Avond

19:35 - 22:30

2

22/5

Vroege ochtend, uitstekende omstandigheden

Ochtend

03:30 - 06:10

3

2/9

Warme avond, uitstekende omstandigheden

Avond

19:50 - 22:10

4

16/9

Warme avond, uitstekende omstandigheden

Avond

19:20 - 21:40

2.2 Methode vleermuizen Het onderzoek is gericht op alle soorten vleermuizen, en specifiek op de aanwezigheid van zomerverblijven, paarverblijven, winterverblijven in de te slopen opstallen en essentiële vliegroutes1. Het onderzoeksgebied werd iedere ronde doorkruist door twee personen. Bij zichtwaarnemingen van vleermuizen zijn de exemplaren zo lang als mogelijk gevolgd om vliegroutes en eventueel aanwezige vaste rust- of verblijfplaatsen in beeld te krijgen. Tijdens de veldbezoeken is gebruik gemaakt van een batdetector (Echometer Touch 2 Pro) en verrekijker.

2.3 Methode broedvogels Tijdens de vier veldbezoeken zijn waarnemingen van holenbroeders en soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen (Huismus, Gierzwaluw) genoteerd. Het vaststellen van aan- of afwezigheid van deze soorten in het plangebied gebeurde op basis van geluid en zichtwaarnemingen (verrekijker). Bij aanwezigheid is gericht gezocht naar nestlocaties door vogels te volgen. Nesten van andere soorten broedvogels zijn buiten het gebruik voor de voortplanting (dus buiten het broedseizoen) niet beschermd. Deze soorten maken vaak elk jaar een nieuw nest en kunnen zich vestigen in alle geschikte groene elementen (struiken, bomen, heggen) of vogelhuisjes. Het gaat dan om algemeen voorkomende soorten als Winterkoning, Heggenmus, Merel en Houtduif. Deze soorten zijn niet meegenomen in het onderzoek. Wel worden voor deze soorten mitigerende maatregelen opgenomen in hoofdstuk 4.

Figuur 2 en 3: Impressie omgeving.

1

Voor uitleg essentieel zie Uitspraak Raad van State: 201708426/1/R2, ECLI:NL:RVS:2019:2169

2

Bureau Meervelt

3

Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk

RESULTATEN ONDERZOEK

3.1 Resultaten vleermuizen In het onderzoeksgebied zijn twee soorten vleermuizen aangetroffen (zie tabel 2). Tabel 2: Overzicht van aangetroffen soorten vleermuizen per veldbezoek. 8/4

22/5

2/9

16/9

Gewone dwergvleermuis

X

X

X

X

Ruige dwergvleermuis

X

-

-

-

In onderstaande kaartjes zijn de locaties van waarnemingen per soort opgenomen.

Figuur 4: Waarnemingen van Gewone dwergvleermuis (waarnemingen van alle bezoeken).

3

Bureau Meervelt

Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk

Figuur 5: Waarnemingen van Ruige dwergvleermuis (waarnemingen van alle bezoeken).

Verblijfsplaatsen Van geen van de aangetroffen vleermuizen werden verblijfsplaatsen vastgesteld. Tijdens de veldbezoeken in september werd op enkele plaatsen de baltsroep van Gewone dwergvleermuizen gehoord. Dit (goed herkenbare) geluid wordt voortgebracht door mannetjes en hiermee wordt de locatie/grens van het territorium en/of de baltsplaats aangegeven. Baltsplaatsen zijn geen (deel van) vaste rust- en verblijfsplaatsen. Foerageergebied/vliegroutes De verschillende soorten vleermuizen werden foeragerend waargenomen. Opvallend was dat de beide soorten vooral werden waargenomen bij de opgaande en doorlopende beplanting aan de oostzijde en noordoostzijde van het onderzoeksgebied. De snelweg (met mogelijke verstoring door licht als geluid) leek niet van invloed op het gebruik van de groene elementen.

4

Bureau Meervelt

Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk

Figuur 6: Alle waarnemingen van vleermuizen uit het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied is van enige betekenis als foerageergebied en heeft een geringe betekenis als vliegroute. Beide soorten zijn karakteristieke bewoners van stedelijke omgeving. In steden en dorpen kunnen beide soorten zich goed oriënteren op groenstructuren én bebouwing. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn tal van mogelijkheden om andere foerageergebieden via tal van verschillende vliegroutes te bereiken. Door de herontwikkeling van het gebied is daarom geen sprake van aantasting van essentiële foerageergebieden of vliegroutes. Bovendien is het verlies van (de vastgestelde geringe) functionaliteit voor vleermuizen tijdelijk. Na de herontwikkeling van het gebied kan het weer de functie van foerageergebied en vliegroute vervullen. Voorafgaand aan de inventarisatie is door de initiatiefnemer al voorzien in het plaatsen van enkele vleermuiskasten net buiten het plangebied.

Figuur 7: Een van de geplaatste kasten, zuidoost van het plangebied. 3.2 Resultaten broedvogels Genoemde broedvogels met jaarrond beschermde nesten bleken afwezig in het plangebied. Mitigatie of compensatie voor deze soorten is niet nodig. 3.3 Resultaten overige beschermde soorten Overige beschermde soorten of sporen daarvan werden niet aangetroffen in of nabij de te slopen opstallen.

5

Bureau Meervelt

4

Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk

CONCLUSIES EN TE NEMEN VERVOLGSTAPPEN

4.1 Conclusies vleermuizen In het plangebied zijn twee soorten vleermuizen foeragerend aangetroffen. De aanwezige groene elementen in het plangebied fungeren voornamelijk als foerageergebied en in geringe mate als vliegroute. Voor deze functies zijn voldoende alternatieven aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn niet in de te slopen opstallen aangetroffen. Een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming (onderdeel soorten) is niet nodig.

4.2 Conclusies broedvogels Jaarrond beschermde broedvogels Door het ontbreken van waarnemingen van soorten met een jaarrond beschermd nest kan ervan uitgegaan worden dat nesten in de te slopen opstallen ontbreken. Een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming (onderdeel soorten) is niet nodig. Overige broedvogels In het onderzoeksgebied komen naar verwachting meerdere soorten algemeen voorkomende broedvogels tot broeden in de aanwezige struiken en bomen. Verstoren van broedende vogels is niet toegestaan. Mitigerende maatregelen algemeen voorkomende broedvogels: - Broeden op ongewenste locaties kan voorkomen worden door voorafgaand aan het broedseizoen begroeiing te verwijderen (indien deze toch verwijderd moet worden). - Bij voorkeur worden de werkzaamheden gestart voorafgaand aan het broedseizoen2, deze kunnen vervolgens doorlopen tot in het broedseizoen. Storingsgevoelige soorten vestigen zich in dat geval niet in de invloedssfeer van de werkzaamheden. - Als tijdens het broedseizoen werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een locatie waar nog niet gestart is met de sloopwerkzaamheden, dan moet zekerheid bestaan dat er geen broedgevallen aanwezig zijn in op de locatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd.

In het kader van natuurinclusief bouwen verdient het aanbeveling in de nieuw te bouwen opstallen voorzieningen op te nemen voor Huismus en Gierzwaluw door het plaatsen van vogelvides en Gierzwaluwdakpannen. Voor vleermuizen kunnen inbouwstenen worden opgenomen in de nieuwbouw, waardoor in nieuwe (en permanente) rust- en verblijfsplaatsen wordt voorzien. In hoofdstuk 5 zijn verwijzingen opgenomen naar openbaar toegankelijke informatie over natuurinclusief en vleermuisvriendelijk bouwen.

4.3 Conclusies overige beschermde natuurwaarden Overige beschermde natuurwaarden (of sporen daarvan) zijn niet waargenomen in het plangebied.

4.4 Conclusie Wet natuurbescherming Voor de sloop van de panden in het Havenkwartier zijn vanuit beschermde flora en fauna geen belemmeringen om tot sloop over te gaan. Een ontheffingsaanvraag (onderdeel soorten) is niet nodig. Er is geen verplichting tot het treffen van compenserende en mitigerende maatregelen.

2

Een indicatie voor het broedseizoen is 15 maart - 1 augustus. Let op: ook buiten dit indicatief aangegeven broedseizoen kunnen

broedende vogels aanwezig zijn, deze zijn ook dan beschermd.

6

Bureau Meervelt

5

Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk

LITERATUUR

BIJ12. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Versie 1.0, juli 2017. Limpens H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Raad van State, 2019. 201708426/1/R2, ECLI:NL:RVS:2019:2169 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013.

Bureaus,

Zoogdiervereniging

en

Gegevensautoriteit

Natuur,

Voor meer informatie over natuurinclusief bouwen zien onder meer onderstaande link: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/technieken-beheer-eninnovatie/natuurinclusief-bouwen Voor meer informatie over vleermuisvriendelijk bouwen zie onderstaande link: http://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/Zoogdiersoorten/Vleermuizen%20algemeen/d ownloads/Brochure%20Vleermuisvriendelijk%20Bouwen%20(2).pdf

7

Bureau Meervelt

Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk

Bijlage: Uitspraak Raad van State betreffende essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes Deel uit de uitspraak Raad van State, 2019. 201708426/1/R2, ECLI:NL:RVS:2019:2169 Onder een essentieel foerageergebied wordt verstaan een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantingsplaats of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Onder een essentiële vliegroute wordt verstaan een vliegroute die van wezenlijk belang is als er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de voortplantingsplaats of rustplaats een essentieel foerageergebied te bereiken of omvliegen vanuit de voortplantingsplaats of rustplaats naar een essentieel foerageergebied via een alternatieve route teveel energie kost. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 20 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:12, geldt voor de in het tweede lid en het vierde lid van artikel 3.5 van de Wnb neergelegde verboden als uitgangspunt dat niet ieder initiatief dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling.

Het aantasten van essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes, die zoals in dit geval niet samenvallen met voortplantings- en rustplaatsen, moet worden gezien als beschadiging of vernieling van voortplantings- en rustplaatsen als daardoor de functionaliteit van de voortplantings- en rustplaatsen van de betrokken vleermuissoorten wordt aangetast.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14182654/1