Bijlage 8 Flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming Havenkwartier Waalwijk 2019
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Quickscan Wet natuurbescherming Havenkwartier Waalwijk 2019 Status: Definitief, 11 april 2019 Kleine aanpassingen, 29 oktober 2021 In opdracht van:
Contactpersoon: dhr. G. Wittenberg
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Ing. R.A.J. Pahlplatz Projectnummer: 19-035
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 1 1.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 1 1.3 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................. 3 1.4 Opzet van de quickscan....................................................................................................................... 3
2.
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................................... 4 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 2.2 Afwegingskader Natuurbeschermingswet ............................................................................................. 4 2.3 Afwegingskader beleid Provincie Noord-Brabant .................................................................................. 6
3.
ANALYSE SOORTBESCHERMING .......................................................................................................... 7 3.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 7 3.2 Planten ............................................................................................................................................... 7 3.3 Vogels................................................................................................................................................. 7 3.4 Zoogdieren ........................................................................................................................................ 10 3.5 Amfibieën en reptielen ....................................................................................................................... 11 3.6 Overige soorten ................................................................................................................................. 11
4.
HOUTOPSTANDEN, HOUT EN HOUTPRODUCTEN .............................................................................. 12 4.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 12 4.2 Te kappen bomen en houtopstanden ................................................................................................. 12 4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming ................................................................ 12 4.4 Bescherming houtopstanden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) Waalwijk ........................ 12
5.
CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 13 5.1 Conclusies gebiedsbescherming ........................................................................................................ 13 5.2 Conclusies soortbescherming ............................................................................................................ 13 5.3 Conclusies houtopstanden ................................................................................................................. 14
6.
LITERATUURLIJST EN WEBSITES ........................................................................................................ 15
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming Bijlage 2 Gegevens NDFF
Bureau Meervelt
1.
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
INLEIDING
1.1 Aanleiding In Waalwijk gaat een binnenstedelijke herontwikkeling aan de Gedempte Haven plaatsvinden; het plangebied is weergegeven in figuur 1. De herontwikkeling betreft eerst de sloop van een groot deel van de opstallen, vervolgens wordt het gebied gesaneerd en vindt herbouw plaats met bedrijfshuisvesting, leisure en wonen. In het plan worden de oude historie en de voormalige industrie zichtbaar en tastbaar. In deze quickscan wordt inzichtelijk gemaakt of beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn en welke betekenis een eventuele aanwezigheid heeft voor de verdere uitvoering. Tevens wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en welke vervolgstappen genomen dienen te worden.
Figuur 1: Ligging van het plangebied in Waalwijk (Atlas Brabant, 2019).
1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt ruwweg tussen de A59 en de Taxandriaweg, Gedempte Haven, Dijkstraat en Zomerdijksestoep. Het gebied was een deel van de haven, maar is later gedempt. Op dit terrein (Gedempte Haven) is een industrieterrein ontstaan. De aanwezige gebouwen zijn sterk verouderd en vertonen plaatselijk door klink van het slib (waarmee de haven gedempt is) scheuren in de muren. Markant zijn de twee grote hallen aan de westzijde. Bij de ontwikkeling van het terrein blijft de zuidelijke hal behouden. Aan de zuidoostkant liggen enkele woningen. Het plangebied ligt te midden van stedelijke bebouwing. Ten noorden van de A59 ligt het industrieterrein van Waalwijk. Het terrein is vrijwel geheel verhard. Groen is alleen aanwezig in de vorm van enige straatbeplanting en de tuintjes van de woningen in het zuidoosten.
1
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
Figuur 2 - 7: Impressie van het plangebied met een van de twee karakteristieke hallen, trafohuisje, verzakt gebouw, zicht op industriële gebouwen en een woonhuis.
2
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
1.3 Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft het gedeeltelijk slopen van de bestaande bebouwing, saneren van de grond en bouwrijp maken om vervolgens een aantal nieuwe woningen en voorzieningen te ontwikkelen.
1.4 Opzet van de quickscan De Nederlandse natuurbescherming kent drie aspecten: gebiedsbescherming, soortbescherming en bescherming houtopstanden. In deze natuurtoets worden zowel de aspecten gebiedsbescherming (inclusief het Natuurnetwerk Nederland) als soortbescherming nader onderzocht. Houtopstanden die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming komen niet in het plangebied voor. In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt relevante achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. In bijlage 2 zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp) opgenomen.
3
Bureau Meervelt
2.
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming is een aantal afwegingskaders relevant: • Afwegingskader Wet natuurbescherming (Natura 2000), • Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Nationaal Natuur Netwerk), Voor meer informatie over deze afwegingskaders wordt verwezen naar bijlage 1. Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen.
2.2 Afwegingskader Natuurbeschermingswet Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000 gebied. Het meest nabij liggende Natura 2000 gebied is Langstraat op een afstand van 1,2 kilometer. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten door de voorgenomen ontwikkeling.
Figuur 8: Het plangebied ten opzichte van het Natura 2000 gebied Langstraat (Provincie Brabant, 2019). In tabel 1 is de ‘effectenindicator’ weergegeven. De effectenindicator geeft generieke informatie over mogelijk optredende effecten van activiteiten in het algemeen. In de linker kolom zijn de habitattypen en -soorten vermeld waarvoor Langstraat is aangewezen.
4
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
Tabel 1: Effectenindicator Langstraat (bron: www.synbiosys.alterra.nl).
Langstraat is zeer gevoelig voor tal van factoren. Gezien de locatie van de ontwikkeling in het centrum van Waalwijk, op 1,2 kilometer afstand, de beperkte omvang en de aard van het tussenliggende gebied (stedelijke bebouwing en de provinciale weg N261) kunnen negatieve effecten in het licht van de instandhoudingsdoelen voor dit gebied op voorhand worden uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstof in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet en het besluit is het vanaf 1 juli 2021 niet meer nodig om voor de aanlegfase een stikstofberekening uit te voeren. In het Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl) is een nieuw artikel opgenomen dat voorziet in een verplichting tot het treffen van adequate maatregelen tot het beperken van stikstofemissies in de bouwfase. De rol van de gemeente bij het onderwerp stikstof blijft met deze nieuwe regel beperkt tot het boordelen na de ontvangst van een melding of een vergunningaanvraag of er adequate maatregelen worden getroffen om de stikstofemissie te beperken. De vrijstelling is onder meer mogelijk omdat de stikstofemissies die vrijkomen in de aanlegfase uiteindelijk kunnen worden gecompenseerd met de maatregelen die in het programma (uitwerking stikstofwet) worden opgenomen.
5
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
In artikel 2.9a is opgenomen dat: de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid.
2.3 Afwegingskader beleid Provincie Noord-Brabant Ligging ten opzichte van Nationale Natuurnetwerk/Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt buiten het Nationaal natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Brabant (zie figuur 9). Het dichtstbijzijnde deel van het netwerk ligt op een afstand van ruim 1,2 kilometer. Het tussenliggende gebied bestaat uit stedelijke bebouwing en de provinciale weg N261. Negatieve effecten op het natuurnetwerk zijn hierdoor uit te sluiten.
Figuur 9: Het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk (Provincie Brabant, 2019).
6
Bureau Meervelt
3.
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
ANALYSE SOORTBESCHERMING
3.1 Inleiding Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd). Daarnaast kan voor soorten een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met de wettelijke kaders van de Wet natuurbescherming wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. De voorgenomen ontwikkeling is te kwalificeren als een ruimtelijke ontwikkeling, de vrijstelling voor soorten is van toepassing. In dit hoofdstuk wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld van de sites van de provincie Noord-Brabant en de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp). De natuurgegevens van de NDFF (zie bijlage 2) betreffen de gegevens in een straal van (ongeveer) 1 kilometer van het plangebied; de waarnemingen uit de laatste vijf jaar worden in de tabel weergegeven.
Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze niet worden geselecteerd op type waarnemingen zoals 'waarneming broedende vogel of overtrekkend'. Het resultaat in de tabel in bijlage 2 geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend) in de NDFF. Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied. Een inschatting van de betekenis voor broedvogels is gemaakt op basis van het veldbezoek en expert judgement. Als achtergrondinformatie is gebruikt gemaakt van de site waarneming.nl. De gegevensset is samengesteld in april 2019, daarnaast is eind maart een vlakdekkend veldbezoek gebracht. De resultaten van het veldbezoek zijn in deze rapportage opgenomen.
3.2 Planten Uit de NDFF en uit openbare gegevensbronnen zijn geen waarnemingen bekend van beschermde planten in de omgeving van het plangebied. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in een voor de inventarisatie van planten ongunstige tijd van het jaar. Een aantal soorten is echter jaarrond herkenbaar. Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van het aangetroffen biotoop met stedelijke bebouwing, industrieterrein en verhardingen is de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uit te sluiten. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor planten niet nodig.
3.3 Vogels In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: - het is verboden vogels te doden of te vangen, - het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, - het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, - het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1).
7
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
Jaarrond beschermde nesten De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft in 2009 een indicatieve lijst samengesteld met vogelsoorten waarvan de nesten in principe het hele jaar door beschermd zijn; dit zijn de vogelsoorten die vallen in de categorie 1 tot en met 4 (zie tabel 2). Tabel 2: Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten Soorten uit categorie 1 tot en met 4
Categorie vaste nesten
Boomvalk
4
Buizerd
4
Gierzwaluw
2
Grote gele kwikstaart
3
Havik
4
Huismus
2
Kerkuil
3
Oehoe
3
Ooievaar
3
Ransuil
4
Roek
2
Slechtvalk
3
Sperwer
4
Steenuil
1
Wespendief
4
Zwarte wouw
4
De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Floraen faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. Van deze soorten zijn de nesten jaarrond beschermd en moeten er mitigerende maatregelen getroffen worden indien er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen of de gunstige staat van instandhouding in gevaar kan brengen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën, waarbij nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn en de nesten van soorten onder categorie 5 beschermd zijn als er onvoldoende alternatieven zijn. Categorie 1:
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste
rust- en verblijfplaats. Categorie 2:
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast
zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 3:
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die
daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 4:
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest
te bouwen.
Daarnaast is een indicatieve lijst samengesteld met vogelsoorten waarvan bij vernietiging van nesten, inventarisatie gewenst is, afhankelijk van de lokale situatie.
8
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
Tabel 3: Indicatieve lijst van soorten waarvoor een inventarisatie gewenst is bij vernietiging van nesten (Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten, categorie 5. RVO, 2009). Soorten uit categorie 5
Soorten uit categorie 5
Blauwe reiger
IJsvogel
Boerenzwaluw
Kleine bonte specht
Bonte vliegenvanger
Kleine vliegenvanger
Boomklever
Koolmees
Boomkruiper
Kortsnavelboomkruiper
Bosuil
Oeverzwaluw
Brilduiker
Pimpelmees
Draaihals
Raaf
Eidereend
Ruigpootuil
Ekster
Spreeuw
Gekraagde roodstaart
Tapuit
Glanskop
Torenvalk
Grauwe vliegenvanger
Zeearend
Groene specht
Zwarte kraai
Grote bonte specht
Zwarte mees
Hop
Zwarte roodstaart
Huiszwaluw
Zwarte specht
Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Soorten in het plangebied Op basis van het veldbezoek en de aanwezige biotopen in het plangebied wordt de conclusie getrokken dat Huismus en Gierzwaluw in het plangebied als broedvogel aanwezig kunnen zijn. De nestplaatsen van beide soorten zijn jaarrond beschermd. Om duidelijkheid te verkrijgen over aan-/afwezigheid van deze soorten, dient in het voorjaar van 2019 een veldonderzoek naar deze soorten te worden uitgevoerd. In geval van aanwezigheid dient een ontheffing te worden aangevraagd, waarin wordt voorzien in een plan met mitigerende en compenserende maatregelen. Hierbij moet gedacht worden aan het verwijderen van de nestplaatsen buiten de broedperiode van deze soorten en het creëren van nieuwe tijdelijke (tijdens de bouw) en permanente verblijfplaatsen (in de nieuwbouw). Nesten van andere jaarrond beschermde vogels werden niet aangetroffen. Overige broedvogels Enkele territoria van algemeen voorkomende broedvogels van stad en dorp kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Het gaat dan om soorten als Merel, Winterkoning, Zwarte roodstaart, Houtduif en Turkse tortel.
Nesten van deze soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Als indicatie voor de broedtijd van deze soorten kan de periode 1 maart - 1 augustus. Let op: het gaat hier om een indicatie, in gebruik zijnde nesten zijn (dus nesten met eieren of jongen) altijd beschermd ook buiten deze periode.
9
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
3.4 Zoogdieren In onderstaande tabel zijn de zoogdieren vermeld die in de afgelopen vijf jaar in een straal van ruim 1 kilometer rond het plangebied zijn waargenomen. Tabel 4: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). De soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn grijs weergegeven. Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Bosmuis
X
Bunzing
X
Eekhoorn
X
Egel
X
Haas
X
Huisspitsmuis
X
Konijn
X
Ree
X
Vos
X
Bever
X
Gewone dwergvleermuis
X
Tijdens het veldbezoek werden geen zoogdieren of sporen daarvan in het plangebied waargenomen. Door de vele verhardingen en stedelijke bebouwing/industrieterrein zijn de mogelijkheden voor zoogdieren als Bunzing, Konijn en Vos beperkt aangezien rust- en foerageergebieden ontbreken. Voor Eekhoorn -uit een straal van een kilometer rond het plangebied bekend- ontbreekt geschikt leefgebied. Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van Eekhoorn in de aanwezige bomen aangetroffen. Aanwezigheid van Eekhoorn is hooguit beperkt tot een enkel zwervend exemplaar. Van bestendige populaties of langdurig aanwezige exemplaren is geen sprake. De aanwezigheid van Bever is op voorhand uit te sluiten in het plangebied en de directe omgeving door de afwezigheid van open water. Van de, uit de omgeving bekende, Gewone dwergvleermuis kunnen vaste rust- en verblijfsplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. De oudere gebouwen en de vele scheuren in de gebouwen bieden daarvoor geschikte mogelijkheden. Ook andere soorten vleermuizen kunnen in het plangebied aanwezig zijn (zoals bijvoorbeeld: Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger). Om duidelijkheid te verkrijgen over aan-/afwezigheid van vaste rust- en verblijfsplaatsen van vleermuizen, dient in het voorjaar van 2019 een veldonderzoek te worden uitgevoerd (minimaal vier avond- en/of ochtendbezoeken gericht op alle verblijfsfuncties).
In geval van aanwezigheid van verblijfplaatsen dient voorafgaand aan de sloop een ontheffing te worden aangevraagd en te worden voorzien in een plan met mitigerende en compenserende maatregelen. Gezien de geschiktheid van het plangebied kan overwogen worden, vooruitlopend op de resultaten van een onderzoek, enkele meerlaagse vleermuiskasten in de omgeving van het plangebied op te hangen. In het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis wordt het volgende aangeven: ‘Gewone dwergvleermuizen hebben de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moet zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beiden aanwezig zijn. Hierdoor kunnen de vleermuizen de voorzieningen ontdekken en verkennen voor de ingreep wordt uitgevoerd. Een voldoende lange gewenningsperiode is nodig om een minimaal succes van de maatregelen te waarborgen. Hoe dichter de vervangende verblijfplaats bij de oorspronkelijke verblijfplaats wordt gerealiseerd, hoe groter de kans is op succes.’ Met het ophangen van de kasten wordt voorzien in tijdelijke alternatieve verblijfsplaatsen en kunnen deze al gevonden worden door aanwezige dieren1. Een kanttekening is wel nodig: omdat vooraf niet bekend is of en zo ja welke soorten verblijfplaatsen aanwezig zijn, kan geen
1
Op deze site zijn tips te vinden over het ophangen van vleermuiskasten:
https://www.vleermuizenindestad.nl/praktijkvoorbeelden-mitigatie#Vleermuiskasten
10
Bureau Meervelt
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
maatwerkadvies gegeven worden over de soort kasten en de locaties waar ze het beste opgehangen kunnen worden. Overtreding van de verbodsbepalingen in relatie tot de overige soorten (anders dan vleermuizen) zoals gesteld in de Wet natuurbescherming treedt niet op. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie ook conclusies).
3.5 Amfibieën en reptielen Uit de omgeving van het plangebied zijn in een straal van één kilometer vier soorten amfibieën bekend. Tabel 5: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn grijs weergegeven. Beschermingsregime Beschermde soorten amfibieën
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Bastaardkikker
X
Bruine kikker
X
Gewone pad
X
Kleine watersalamander
X
Poelkikker
X
In het plangebied ontbreekt open water (voortplantingslocaties) en zijn geschikte overwinteringslocaties voor amfibieën slechts spaarzaam voorhanden (in de tuinen van de woningen aan de zuidoostkant van het plangebied). Reptielen ontbreken in de nabijheid van het plangebied. Door het ontbreken van geschikt leefgebied ontbreken populaties van de soorten uit tabel 5 in het plangebied. Incidenteel kunnen zwervende dieren aanwezig zijn. Voor deze dieren geldt de zorgplicht, eventueel aanwezige dieren dienen naar een geschikte locatie in de omgeving te worden verplaatst. Een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Nader onderzoek of een ontheffing voor amfibieën en reptielen is niet nodig.
3.6 Overige soorten In tabel 6 zijn de overige beschermde soorten vermeld die in de afgelopen vijf jaar in een straal van ruim 1 kilometer rond het plangebied zijn waargenomen. Tabel 6: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoort Grote parelmoervlinder
Andere soorten X
Grote modderkruiper
X
Voor Grote parelmoervlinder ontbreken geschikte voortplantingslocaties in het plangebied (vrij ijle en schrale vegetaties met hier en daar kale grond. Het vrouwtje heeft een voorkeur voor plaatsen met een hoge dichtheid aan viooltjes. Bron: Vlinderstichting.nl). Door het ontbreken van open water in het plangebied is aanwezigheid van Grote modderkruiper (een vissoort) op voorhand uit te sluiten. Gezien het gebruik en de inrichting van het plangebied kan het voorkomen van overige beschermde soorten eveneens uitgesloten worden. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor overige beschermde soorten is niet nodig.
11
Bureau Meervelt
4.
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
HOUTOPSTANDEN, HOUT EN HOUTPRODUCTEN
4.1 Inleiding Ten aanzien van de bescherming van houtopstanden is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Daarnaast gelden voor het kappen van bomen en houtopstanden regels per gemeente. Deze regels zijn opgesteld in een gemeentelijke verordening. In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op de te kappen bomen en de te nemen vervolgstappen.
4.2 Te kappen bomen en houtopstanden Naar verwachting worden de aanwezige bomen in het plangebied gekapt.
4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Niet van toepassing, het betreft enkele bomen binnen de bebouwde kom.
4.4 Bescherming houtopstanden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) Waalwijk In Waalwijk mogen de meeste bomen op particulier terrein vergunningsvrij gekapt worden. Voor een aantal waardevolle bomen geldt echter wel een kapvergunningsplicht. In het plangebied staan echter geen bomen met een vermelding op de interactieve bomenkaart. Een kapvergunning voor eventueel te vellen bomen is niet nodig.
Figuur 10: bomenkaart plangebied (bron: https://geoportaal.waalwijk.nl/Viewer.aspx?map=Waardevolle_bomen)
12
Bureau Meervelt
5.
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
CONCLUSIES
5.1 Conclusies gebiedsbescherming •
Het plangebied ligt op een afstand van 1, 2 kilometer van Natura 2000 gebied Langstraat. Langstraat is zeer gevoelig voor tal van factoren. Gezien de locatie van de ontwikkeling in het centrum van Waalwijk, op 1,2 kilometer afstand, de beperkte omvang en de aard van het tussenliggende gebied (stedelijke bebouwing en de provinciale weg N261) kunnen negatieve effecten in het licht van de instandhoudingsdoelen voor dit gebied op voorhand worden uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstof in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet en het besluit is het vanaf 1 juli 2021 niet meer nodig om voor de aanlegfase een stikstofberekening uit te voeren. In het Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl) is een nieuw artikel opgenomen dat voorziet in een verplichting tot het treffen van adequate maatregelen tot het beperken van stikstofemissies in de bouwfase. De rol van de gemeente bij het onderwerp stikstof blijft met deze nieuwe regel beperkt tot het boordelen na de ontvangst van een melding of een vergunningaanvraag of er adequate maatregelen worden getroffen om de stikstofemissie te beperken. De vrijstelling is onder meer mogelijk omdat de stikstofemissies die vrijkomen in de aanlegfase uiteindelijk kunnen worden gecompenseerd met de maatregelen die in het programma (uitwerking stikstofwet) worden opgenomen.
In artikel 2.9a is opgenomen dat: de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid.
•
Het plangebied ligt buiten het Nationaal Natuurnetwerk/Natuurnetwerk Brabant. Het afwegingskader van de Verordening Ruimte is niet van toepassing.
5.2 Conclusies soortbescherming Het plangebied maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van een aantal beschermde soorten. Tijdens en na het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling blijft het plangebied voor een deel van deze soorten onderdeel van het leefgebied (algemeen voorkomende soorten zoals muizen). Ten aanzien van deze soorten worden geen verbodsbepalingen overtreden mits de zorgplicht in acht wordt genomen. Voor een aantal soortgroepen/soorten zijn vervolgstappen nodig om overtredingen op grond van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 7: Soorten waar extra aandacht voor nodig is Soort(groep)
Mogelijke overtreding
Onderzoek nodig?
(Mitigerende) maatregel
Ontheffing nodig
Broedvogels
Vernietiging van jaarrond beschermde nesten, vernietiging van in gebruik zijnde nesten
Ja, naar verblijfplaatsen van Huismus en Gierzwaluw, uitvoeren in het broedseizoen van 2019 (opdracht voor dit onderzoek is inmiddels verleend).
Verwijderen van struweel en/of kappen van bomen uitvoeren buiten de broedperiode 1 maart - 1 augustus. In geval van aanwezigheid van Huismus en/of Gierzwaluw, tijdelijke maatregelen nemen en nieuwe voorzieningen (geschikte nestplaatsen) inbouwen in de nieuwbouw. Indien nodig worden deze maatregelen uitgewerkt in de onderzoeksrapportage (aantal, locaties etc.).
Voor verwijderen van nesten van algemeen voorkomende broedvogels niet mits dit buiten de broedperiode gebeurt. Aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten wordt nog onderzocht. Indien aanwezig is een ontheffing nodig.
13
Bureau Meervelt
•
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
Soort(groep)
Mogelijke overtreding
Onderzoek nodig?
(Mitigerende) maatregel
Ontheffing nodig
Vleermuizen
Vernietiging vaste rust- en verblijfplaatsen
Ja, jaarrond onderzoek vleermuizen uitvoeren in 2019, vier avond- en/of ochtendbezoeken verspreid over het seizoen (opdracht voor dit onderzoek is inmiddels verleend en het onderzoek is in gang gezet).
Overwogen kan worden om op voorhand enkele meerlaagse vleermuiskasten op te hangen in de directe omgeving van het plangebied. Indien uit onderzoek aanwezigheid van kolonies wordt vastgesteld, dienen in de nieuwbouw nieuwe voorzieningen (geschikte verblijfsplaatsen) te worden ingebouwd.
Aanwezigheid van beschermde rust- en verblijfplaatsen wordt nog onderzocht. Indien aanwezig is een ontheffing nodig.
De zorgplicht is bij alle werkzaamheden van kracht. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: o dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, o indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
5.3 Conclusies houtopstanden •
In Waalwijk mogen de meeste bomen op particulier terrein vergunningsvrij gekapt worden. Voor een aantal waardevolle bomen geldt echter wel een kapvergunningsplicht. In het plangebied staan echter geen bomen met een vermelding op de interactieve bomenkaart. Een kapvergunning voor eventueel te vellen bomen is niet nodig.
14
Bureau Meervelt
6.
Quickscan herontwikkeling Havenkwartier Waalwijk, 2019
LITERATUURLIJST EN WEBSITES
Agreement on the conservation of populations of European Bats. Eurobats, 1991. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 79-409 inzake het behoud van de Vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 92-43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Lange R., P. Twist, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV, VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, 1994. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke milieu in Europa, 1979. Bern.
atlas.brabant.nl.natuurbeheerplan www.synbiosys.alterra.nl www.devlinderstichting.nl www.waarneming.nl
15
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•
Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier
projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
•
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder).
In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
•
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven.
1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend.
In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Vissen Houting Vaatplanten Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Brave hendrik
Chenopodium
bonus-
henricus
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Kevers Viegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Amfibieën
Reptielen
Zoogdieren
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
In de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) is in artikel 2.2 de vrijstelling andere soorten opgenomen:
Artikel 2.2 Vrijstelling andere soorten 1. In verband met handelingen als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f en g, van de wet2 , is het, in afwijking van de verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, toegestaan om: a.
de soorten genoemd in bijlage 3, behorende bij deze verordening, te vangen;
b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de soorten, bedoeld onder a, opzettelijk te beschadigen of te vernielen;
2.
2
Door Gedeputeerde Staten kan bijlage 3, behorende bij deze verordening, worden gewijzigd.
In de Wet natuurbescherming is onder artikel 3.10, tweede lid opgenomen dat de noodzaak voor ontheffing en vrijstelling ook
verband kan houden met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (a), bestendig beheer en onderhoud (e), in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer (f), in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied (g).
Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Of een ontheffing of vrijstelling verleend kan worden of van toepassing is, ligt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder bij soorten van de vogel- en habitatrichtlijn en minder zwaar bij overige soorten. Een voorbeeld: voor een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling genoemd worden, voor een vogelrichtlijnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen ontwikkeling een groot belang dient (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid). De belangen staan genoemd in de wet.
•
Houtopstanden, hout en houtproducten
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten.
Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt, b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
De verbodsbepaling heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen drie jaar na de herbeplanting vervangen worden.
Het verbod op vellen en de herplantplicht is niet van toepassing op - het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2 (Natura 2000); - het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of - het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.
De wijze van vellen en herplanten wordt dan zodanig uitgevoerd dat: a. geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; b. de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; c. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; d. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond, en e. de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.
Bijlage 2 Gegevens NDFF
Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier Waalwijk, 2019
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier Waalwijk, 2019 Status: Definitief, 15 oktober 2019 Kleine aanpassing, 29 oktober 2021 In opdracht van: Proudly Present B.V.
Contactpersoon: dhr. G. Wittenberg
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Ing. R.A.J. Pahlplatz Projectnummer: 18-060 Foto omslag: Zicht op onderzoeksgebied
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 1 1.2 Beschrijving van het plangebied ........................................................................................................... 1
2
METHODE VAN ONDERZOEK ................................................................................................................ 2 2.1 Data veldbezoeken .............................................................................................................................. 2 2.2 Methode vleermuizen .......................................................................................................................... 2 2.3 Methode broedvogels .......................................................................................................................... 2
3
RESULTATEN ONDERZOEK.................................................................................................................... 3 3.1 Resultaten vleermuizen ....................................................................................................................... 3 3.2 Resultaten broedvogels ....................................................................................................................... 5 3.3 Resultaten overige beschermde soorten............................................................................................... 5
4
CONCLUSIES EN TE NEMEN VERVOLGSTAPPEN ................................................................................. 6 4.1 Conclusies vleermuizen ....................................................................................................................... 6 4.2 Conclusies broedvogels ....................................................................................................................... 6 4.3 Conclusies overige beschermde natuurwaarden................................................................................... 6 4.4 Conclusie Wet natuurbescherming ....................................................................................................... 6
5
LITERATUUR ........................................................................................................................................... 7
Bijlage: Uitspraak Raad van State betreffende essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes
Bureau Meervelt
1
Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk
INLEIDING
1.1 Aanleiding In Waalwijk gaat een binnenstedelijke herontwikkeling aan de Gedempte Haven plaatsvinden; het plangebied is weergegeven in figuur 1. De herontwikkeling betreft eerst de sloop van een groot deel van de opstallen, vervolgens wordt het gebied gesaneerd en vindt herbouw plaats met bedrijfshuisvesting, leisure en wonen. In het plan worden de oude historie en de voormalige industrie zichtbaar en tastbaar. In de voorbereidende fase is (onder andere) een quickscan beschermde natuurwaarden uitgevoerd (Bureau Meervelt, 2019). In de quickscan werd een onderzoek naar aanwezigheid van vaste rust- en verblijfsplaatsen van vleermuizen noodzakelijk geacht. Tabel 1: Conclusie uit de quickscan (Bureau Meervelt, 2019) Soort(groep)
Mogelijke
Onderzoek nodig?
(Mitigerende) maatregel
Ontheffing nodig
Vernietiging vaste
Ja, jaarrond onderzoek
Overwogen kan worden om op
Aanwezigheid van
rust- en
vleermuizen uitvoeren in
voorhand enkele meerlaagse
beschermde rust- en
verblijfplaatsen
2019, vier avond- en/of
vleermuiskasten op te hangen in de
verblijfplaatsen wordt nog
ochtendbezoeken
directe omgeving van het plangebied.
onderzocht. Indien aanwezig
verspreid over het
Indien uit onderzoek aanwezigheid
is een ontheffing nodig.
seizoen (opdracht voor dit
van kolonies wordt vastgesteld,
onderzoek is inmiddels
dienen in de nieuwbouw nieuwe
verleend en het onder-
voorzieningen (geschikte verblijfs-
zoek is in gang gezet).
plaatsen) te worden ingebouwd.
overtreding Vleermuizen
Deze rapportage beschrijft de resultaten van het vleermuizenonderzoek dat in 2019 is uitgevoerd.
1.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied ligt ruwweg tussen de A59 en de Taxandriaweg, Gedempte Haven, Dijkstraat en Zomerdijksestoep. Het gebied was een deel van de haven, maar is later gedempt. Op dit terrein (Gedempte Haven) is een industrieterrein ontstaan. De aanwezige gebouwen zijn sterk verouderd en vertonen plaatselijk door klink van het slib (waarmee de haven gedempt is) scheuren in de muren. Markant zijn de twee grote hallen aan de westzijde. Bij de ontwikkeling van het terrein blijft de zuidelijke hal behouden. Aan de zuidoostkant liggen enkele woningen. Het plangebied ligt te midden van stedelijke bebouwing. Ten noorden van de A59 ligt het industrieterrein van Waalwijk. Het terrein is vrijwel geheel verhard. Groen is Figuur 1: Ligging onderzoeksgebied in Waalwijk. alleen aanwezig in de vorm van enige straatbeplanting en de tuintjes van de woningen in het zuidoosten.
1
Bureau Meervelt
2
Resultaten faunaonderzoek Havenkwartier, Waalwijk
METHODE VAN ONDERZOEK
2.1 Data veldbezoeken Door het vroege tijdstip van opdrachtverlening konden in 2019 vier bezoeken worden gebracht. Tijdens de veldbezoeken is specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van vaste rust- en verblijfsplaatsen van vleermuizen en broedvogels. Ook alle andere (sporen van) beschermde planten- en/of diersoorten zijn genoteerd. Tabel 1: Overzicht veldbezoeken. Bezoek