Bijlage 6 Bijlagenboek BP ETZ Waalwijk
Tekst van het document
Waalwijk, ETZ-terrein Bestemmingsplan Bijlagenboek
colofon
projectnaam Waalwijk, ETZ-terrein datum 4 maart 2024 projectnummer P06433_bijlagen IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0867.bpWWETZterrein-VA01 opdrachtgever Peters Projectontwikkeling BV Concept voorontwerp 4 augustus 2023 Ontwerp 24 november 2023, 6 december 2023 Vaststelling 30 mei 2024 BRO projectleider CVe projectteam JvdA EBa bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Waalwijk, ETZ-terrein
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf
6
Bijlage 2
Quickscan flora en fauna
49
Bijlage 3
Archeologisch bureauonderzoek
67
Bijlage 4
Bodemonderzoek
89
Bijlage 5
Quickscan Externe Veiligheid
217
Bijlage 6
Verantwoording hoogte groepsrisico
233
Bijlage 7
Ladder voor duurzame verstedelijking
254
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek wegverkeer
273
Bijlage 9
Luchtkwaliteitonderzoek
313
Bijlage 10
Quickscan bedrijven en milieuzondering
340
Bijlage 11
Stikstofonderzoek
354
Bijlage 12
Verkeersonderzoek
392
Bijlage 13
Aanmeldnotitie
429
Bijlage 14
Bomeneffectanalyse
441
Bijlage 15
Verslag omgevingsdialoog
468
Bijlage 16
Notitie Geluid verkeersgeneratie
476
Bijlage 17
Vooroverleg
482
Bijlage 18
Nader bodemonderzoek
489
Bijlage 19
Nota van beantwoording zienswijzen
640
2
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
5
Bijlage 1 Infiltratieonderzoek en waterparagraaf
6
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
Infiltratieonderzoek & waterparagraaf ETZ-terrein Kasteellaan, Waalwijk
Infiltratieonderzoek & waterparagraaf ETZ-terrein Kasteellaan, Waalwijk
Aeres Milieu Projectnummer
: AM23084
Status rapport
: Concept (versie 1)
Datum
: 30 juni 2023
Opdrachtgever
: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Opgesteld door
:
dhr. J. Martens
Paraaf
:
Gecontroleerd door
: dhr. M. Vrolix bc.
Paraaf
:
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2
AM23084
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................................................................................4
2.
BUREAUSTUDIE BESTAAND WATERSYSTEEM ...........................................................................................................................................7 2.1.
Inleiding .................................................................................................................................................................................................7
2.2.
Watersystemen ....................................................................................................................................................................................8 Grondwater ..................................................................................................................................................................................... 8 Oppervlaktewater .......................................................................................................................................................................... 9 Hemel- en afvalwater ............................................................................................................................................................... 10
3.
INFILTRATIEONDERZOEK ............................................................................................................................................................................... 12 3.1.
Uitvoering veldwerk ....................................................................................................................................................................... 14
3.2.
Resultaten onverzadigde zone ................................................................................................................................................... 14
3.3
Resultaten verzadigde zone ........................................................................................................................................................ 15
3.4.
Conclusie ............................................................................................................................................................................................ 15
4.
PLANVOORNEMEN EN AFWEGING .............................................................................................................................................................. 16
5.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................ 18
Bijlage: 1) Topografische overzichtskaart 2) Situatietekening met boor- en fotostandplaatsen 3) Foto’s plangebied 4) Boorprofielen 5) Meetresultaten 6) Literatuur
Pagina | 3
AM23084
1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een infiltratieonderzoek uitgevoerd en waterparagraaf opgesteld voor de voorgenomen ontwikkeling op het terrein van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis gelegen aan de Kasteellaan te Waalwijk. Men is voornemens de huidige bebouwing te slopen voor nieuwbouw. Naast voorzieningen voor gezondheidszorg worden woningen (zowel regulier als zorgwonen) gerealiseerd. Momenteel is het plangebied reeds grotendeels verhard (bebouwd met omliggend parkeerterrein). De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1.
Adres onderzoekslocatie
: Kasteellaan, Waalwijk
Gemeente
: Waalwijk
Waterschap
: Brabantse Delta
Kadastrale registratie
: sectie D, nrs. 750, 3575, 4298, 4299 en 4335 (ged.)
Oppervlakte
: circa 2,6 ha
Peil maaiveld
: 1,3 - 2,3 m +NAP
Peil grondwater
: 0,55 m +NAP
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer
Pagina | 4
AM23084
Aanleiding De aanleiding voor voorliggend onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis. Deze ontwikkeling zal een invloed hebben op het bestaande watersysteem. Tevens dient rekening gehouden te worden met het geldende beleid dat streeft naar een klimaatbestendigere planinvulling. De hemelwaterverwerking vindt bij voorkeur middels infiltratie plaats. Om de infiltratiemogelijkheden vast te stellen, is binnen het plangebied een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Onderstaande afbeelding geeft het voorgenomen nieuwbouwplan weer.
Afbeelding 2: Stedenbouwkundig ontwerp d.d. 26-06-2023 (bron: opdrachtgever)
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om (afgekoppelde) neerslag in de toekomstige situatie ter plaatse te verwerken. Om na te gaan of de doorlatendheid van de bodem ter plaatse geschikt is, werden veldmetingen verricht. Hierna wordt de K-waarde bepaald en de resultaten beschreven met aanbevelingen voor de gewenste herontwikkeling.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden zoals onder andere opgenomen in de Leidraad riolering, module C2510. Totdat hiervoor vastgestelde protocollen en richtlijnen worden opgesteld, is daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen en geldende normen zoals deze voor o.a. bodemonderzoek gelden. Voorts is een infiltratieonderzoek een momentopname van enkele willekeurig verspreide meetlocaties, waardoor een zo goed mogelijk beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Pagina | 5
AM23084
Het is mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem voorkomen. Het gevolg kan zijn dat resultaten van het infiltratieonderzoek binnen het plangebied onderling (sterk) verschillen. Derhalve is Aeres Milieu niet verantwoordelijk voor eventuele (vervolg)schade door onvoldoende gedimensioneerde voorzieningen. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Naast een Omgevingsvisie is provinciaal het Regionaal Water en Bodemprogramma (RWP) van de provincie Noord-Brabant op 22 december 2021 in werking getreden. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie.
Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarmee ook de Omgevingsverordening, zijn een aantal urgente onderwerpen alvast verwerkt in de Interim omgevingsverordening. De definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Met dit beleid is er meer aandacht voor klimaatadaptatie en een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Voor het beheer van de diverse wateraspecten en het watersysteem is een Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet afhankelijk van de voorgenomen ingrepen een melding of vergunning aangevraagd te worden. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. De gemeente Waalwijk heeft zijn beleid uitgewerkt in het Integraal waterplan Waalwijk (2021-2024) dat eind 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld.
Het waterplan is hiermee de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2016-2020) van Waalwijk. Verder is het huidige beleid ook meer gericht op duurzaamheid en een klimaatbestendig- en groene omgeving. Slimme inzet van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in warme tijden en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Door de grote van het plangebied is door de gemeente het volgende reeds aangegeven. “Vanuit de bergingsvoorziening dient een overstort gerealiseerd te worden naar het openbaar gebied. Het water dient zichtbaar (over het maaiveld) over kunnen storten. In de toekomstige situatie is de mogelijkheid om op het terrein af te voeren naar het open water aan de zuidzijde. In het groen hart en de zuidzijde kan plaatselijk worden voorzien in vijvers of wadi's voor verzameling van (een deel van) het hemelwater. Verder moet er rekening worden gehouden met het maken van een bluswatervoorziening voor het gebied.”
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie) en in hoofdstuk 3 wordt het infiltratieonderzoek toegelicht en uitgewerkt. In hoofdstuk 4 zijn de wijzigingen en aandachtspunten voor de ontwikkeling beschreven. Tot slot worden er in hoofdstuk 4 nog enkele algemene aandachtspunten beschreven. Pagina | 6
AM23084
2. BUREAUSTUDIE BESTAAND WATERSYSTEEM 2.1.
Inleiding
Het plangebied ligt ten westen binnen het stedelijk gebied van Waalwijk in de wijk Besoijen. Het plangebied is momenteel grotendeels verhard met diverse gebouwen en parkeervoorzieningen. Westelijk ligt een watergang en de “Van Assendelftstraat”, noordelijk de “Kasteellaan” en oostelijk de “Burgemeester Verwielstraat”. Zuidelijk van het plangebied is een oppervlaktewater aanwezig. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Foto’s van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 3 met fotostandplaatsen in bijlage 2. Het plangebied kent weinig hoogteverschil en ligt gemiddeld op circa 2,2 m +NAP. Het parkeren noordelijk ligt op eenzelfde niveau als de straat (1,5-1,6 m +NAP). Zuidwestelijk is op het terrein een verlaagde inrit naar het pand aanwezig (0 m NAP). De aangrenzende straten noord-,west- en oostelijk liggen op circa 1,6 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen visueel weer.
1,5 1,6
1,5
1,95
1,6
2,2 2,3
2
1,9
0
2,4
1,9
1,5-1,56
1-1,2
Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)
Pagina | 7
AM23084
2.2.
Watersystemen
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte- en hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven.
Grondwater Door de ligging in bebouwd / niet gekarteerd gebied is op basis van (model)gegevens uit het Dinoloket een verwachte bodemopbouw bepaald. Volgens de Geomorfologische Kaart van Nederland (2019) ligt het plangebied naar verwachting in een zone waar vlaktes van ten dele verspoelde dekzanden of löss voorkomen. Naar verwachting heeft zich ter plaatse een hoge zwarte enkeerdgrond met leemarm en zwak lemig fijn zand gevormd. De toplaag bestaat uit de eolisch afgezette Formatie van Boxtel bestaande uit (matig) fijn zand. Deze Formatie van Boxtel bevindt zich op circa 0 – 1,2 m-mv. Naar verwachting ligt hieronder een relatief goed doorlatend zandpakket, namelijk de Formatie van Kreftenheye. Op basis van de (model)gegevens uit het Dinoloket is een verwachte bodemopbouw vastgesteld in tabel 1. Diepte [m-mv.] 0 – 1,2
Lithostratigrafie
Lithologie
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
1,2 – 11,4
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
11,4 – 29,5
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
29,5 – 32,8
Formatie van Stramproy
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen of aangelegde infiltratievoorzieningen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Op basis van in de (ruime) omgeving beschikbare grondwatermonitoringsdata is een inschatting gemaakt van de optredende grondwaterstanden. Deze informatie is verzameld uit het Dinoloket en door de gemeente verstrekte grondwaterstanden uit het grondwatermeetnet, zie bijlage 6. Westelijk komt het grondwater op ca. 0,3-0,8 M+NAP voor en noordoostelijk op 0,4-1 m +NAP en oostelijk op 0,4-1,2 m +NAP voor. Gemiddeld komt het grondwater voor op 0,5 m +NAP. Dit komt overeen met een diepte ten opzichte van maaiveld van ca. 0,8 – 1,8 meter beneden maaiveld. Bij het uitgevoerde infiltratie onderzoek zijn naast doorlatendheidsmetingen ook vijf profielboringen geplaatst om de lokale bodemopbouw vast te stellen. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn er binnen het plangebied 2 bestaande peilbuizen waargenomen nabij meetpunten 6 en 11. In deze peilbuizen is een grondwaterstand op 1,8 en 1,85 m-mv. gemeten. Uit de profielboringen blijkt dat de bovengrond bestaat uit een matig fijn, zwak tot matig siltige zandlaag. Tot ca. 1,0 m-mv is er grotendeels een matig humeuse laag aanwezig. Plaatselijk is dit pakket tot bijna 2 m-mv aangetroffen (meetpunten 7, 11 en 12).
Hieronder komt er bij alle boringen een matig fijn, zwak tot matig siltige grijsbeige zandlaag voor tot de geboorde einddieptes nabij 4 m-mv. Het grondwater is bij de uitvoering in april 2023 vastgesteld op 0,5-1 m-mv noordelijk op het parkeerterrein en op 1,4-1,85 m-mv oost-, centraal en westelijk. Pagina | 8
AM23084
Het plangebied ligt in een peilgestuurd gebied (OP03 onderbemaling gemeente behorend tot peilbesluit OosterhoutWaalwijk). Ter plaatse wordt gestreefd naar een vast peil van 0,75 m +NAP (beheermarge 10 cm), zie afbeelding 5. Op basis van de verzamelde informatie is het grondwater ter plaatse gemiddeld op 0,5 m +NAP en de GHG op 1 m +NAP te verwachten. Afbeelding 4 geeft visueel de aangetroffen bodemopbouw van boring 7 weer.
Afbeelding 4: Foto’s profielboring 7. Leesrichting per halve meter van linksboven naar rechtsonder.
Oppervlaktewater Zuidelijk van het plangebied is er een open water aanwezig. De gemeente heeft aangegeven dat het mogelijk is om in de toekomstige situatie vanuit de watervoorziening zichtbaar een overstort aan te leggen naar dit open water.
Pagina | 9
AM23084
Afbeelding 5: Uitsnede peilbesluiten en leggerkaart met in rood aanduiding plangebied (Bron: waterschap Brabantse Delta)
Hemel- en afvalwater Het plangebied is momenteel behoorlijk verhard met enig groen rondom het pand en enkele kleine binnenpleinen, zie tabel 2. Deze verharding (bebouwing en omliggende verharding) is zover bekend aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel (noordwestelijk afvoerend rond 300 mm en zuidoostelijk afvoerend 300 mm). Door het planvoornemen zal gesloopt worden waarna nieuwbouw gerealiseerd wordt. Hierdoor zijn er kansen voor afkoppeling en lokale hemelwaterverwerking. Het afkoppelen en lokaal infiltreren van neerslag levert een positieve hydrologische bijdrage, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getroffen (zie ook hoofdstuk 5). Bij nieuwbouw dient de toepassing van gesloten verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt te worden, zodat de kans op wateroverlast verminderd wordt. Bij nieuwbouwontwikkeling dient op eigen perceel een gescheiden stelsel aangelegd te worden. Vanuit het waterschap is bij verhardingstoename groter dan 500 m2 en afkoppeling van meer van 10.000 m2 vereist om waterberging op eigen terrein in te passen. Vanuit het gemeentelijk beleid dient bij nieuwbouw hemelwater lokaal verwerkt te worden, zijnde 60 mm. Bij voorkeur vind dit middels infiltratie in de bodem plaats. Indien niet toepasbaar, dient waterberging met een vertraagde leegloop van 2 l/s/ha aangelegd te worden.
Op basis van de ondergrond en luchtfoto is het bestaand verhard oppervlak vastgesteld. De omliggende bestrating bestaat voornamelijk uit betonklinkers en plaatselijk enkele betontegels. Zuidwestelijk van de hoogbouw is een halfverharde calamiteitenweg aanwezig. Tabel 2 geeft een overzicht van de bestaande verharding binnen het plangebied weer. Pagina | 10
AM23084
Bruto (verharde) oppervlakten
Bestaande situatie [m2]
Daken, circa
8.598
Wegen, parkeren en paden, circa
9.827 waarvan 350 halfverhard
Groen
7.630
Totaal verhard, circa
18.425
Totaal, circa
26.055
Tabel 2: Overzicht bestaand verhard oppervlak binnen het plangebied
Of het hemelwater in de toekomst middels infiltratie verwerkt kan worden, is recent onderzocht. In volgend hoofdstuk is het uitgevoerde veldonderzoek met de bepaling van de lokale k-waardes beschreven. De wijzigingen in verhard oppervlak zijn in hoofdstuk 4 opgenomen.
Pagina | 11
AM23084
3. INFILTRATIEONDERZOEK Het infiltreren van hemelwater heeft bij ontwikkelingen altijd de voorkeur. Door praktijkervaringen is vastgesteld dat een infiltratiesnelheid van ca. 0,4 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van een infiltratievoorziening. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten, zie tabel 2 [C2510 stichting Rioned]. Materiaal
k [m/d]
klei
0,01 - 10-8
klei, zand en grind mengsels
0,01 – 0,001
silt, löss
1 - 10-4
silt, klei en mengsels van zand, silt en klei
0,1 - 10-4
fijn zand
2 – 0,02
middelfijn tot middelgrof zand
43 – 0,09
grof zand
400 – 0,09
Tabel 2: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.
Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 15 groter dan de verticale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoekslocatie. De doorlatendheid onder de grondwaterstand (verzadigde zone) is bepaald door de ‘hooghoudtmethode’ en boven de grondwaterstand (onverzadigde zone) door middel van de “Open-end-test” en de “Porchettest”. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd. Afhankelijk van de toe/afstroming tijdens het veldwerk wordt gekozen voor een pompproef of Slugtest.
Pagina | 12
AM23084
De werkwijze is als volgt: In de te onderzoeken bodemlaag wordt een peilbuisfilter geplaatst en met filtergrind omstort. Voor deze test wordt allereerst de grondwaterstand in rust (beginniveau) gemeten in een peilbuis. Vervolgens wordt constant een hoeveelheid water aan het filter onttrokken of toegevoegd. Bij een constant waterniveau wordt het pompdebiet bepaald. Indien de peilbuis bij de onttrekking wordt leeggezogen, wordt gemeten in hoeveel tijd de grondwaterstand zich herstelt tot het beginniveau. Door middel van een zogenaamde ‘diver’ en handmatig wordt de tijd en de waterhoogte op geregelde tijdstippen gemeten. Door deze metingen kan de doorlatendheid van de verzadigde ondergrond worden berekend. Het resultaat geeft een aanduiding van de horizontale infiltratiesnelheid in de verzadigde zone en in mindere mate van de verticale infiltratiesnelheid. Uit de meetgegevens kan de doorlatendheid van de bodemlaag worden
Afbeelding 6: Principetekening Slugtest
berekend. Voor de berekening van de doorlatendheid van de bodem wordt in deze studie het software pakket Superslug Versie 3.2 gebruikt. De zogenaamde “Open-end” test is zeer geschikt voor het meten van de onverzadigde verticale doorlatendheid van een bodemlaag. Deze test wordt als volgt uitgevoerd (Afb. 7): Met een handboor wordt een gat geboord tot op de laag waarvan de doorlatendheid bepaald moet worden. In het boorgat wordt vervolgens een blinde verbuizing geplaatst, die aan de onder- en bovenzijde is geopend, en die boven het maaiveld uitsteekt. Deze buis wordt in de bodem gedrukt, en geheel gevuld met water, dat in de ondergrond infiltreert (de "voornatting"). Nadat de ondergrond aldus voldoende verzadigd is geraakt met water, wordt vervolgens met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit wordt berekend hoe groot de infiltratiesnelheid van het water in de bodem is. Deze is afhankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt. Met deze meetmethode wordt
Afbeelding 7: Principetekening Open-end-test
voornamelijk de verticale infiltratiesnelheid gemeten.
Pagina | 13
AM23084
Een aanvullende meetmethode is de zogenaamde “Porchettest”, ook wel omgekeerde boorgatmethode genoemd (Afb. 8). Bij deze methode wordt in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Beide tests zijn voor het infiltratieonderzoek van belang voor de onverzadigde zone. Afbeelding 8: Principetekening Porchettest
3.1.
Uitvoering veldwerk
Binnen het onderzoeksgebied zijn op 13 april 2023 veldmetingen uitgevoerd. Een tekening van het onderzoeksgebied en de boor- en meetpuntlocaties is opgenomen in bijlage 2. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4. Voor de metingen in de onverzadigde zone is eerst een open-end-test uitgevoerd, gevolgd door een porchettest. In het boorgat is een verbuizing geplaatst met een diameter van 0,1 meter. Deze is geheel gevuld met water waarna, na "voornatting" van de bodem, met de metingen is gestart. Na de meetronde is de verbuizing verwijderd en het boorgat verder gevuld met water waarna, na enige tijd van voornatting van de bodem, met de porchettest gestart is. Alle metingen zijn uitgevoerd met een zogenaamde ‘Diver’, een in het boorgat opgehangen instrument dat de waterdruk opneemt. Als meetfrequentie is het instrument ingesteld op één meting per 5 seconden. Er wordt vanuit gegaan dat op de gemeten dieptes geen bodemvormende processen meer plaatsvinden of andere verschijnselen aanwezig zijn die de metingen kunnen beïnvloeden. Op 1 locatie, meetpunt P06, is in een reeds aanwezige peilbuis (lengte filter 1 meter; ∅ 32 mm) waarin een slugtest uitgevoerd om de doorlatendheid van de verzadigde zone (onder de grondwaterstand) te meten. De metingen zijn in duplo uitgevoerd.
Profileringsboring 09 is in zuidelijke richting verplaatst in verband met het aantreffen van beton op 15 cm-mv.
3.2.
Resultaten onverzadigde zone
Uit de veldgegevens zijn de verticale en horizontale infiltratiesnelheid berekend van de metingen in de onverzadigde zone. De meetresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. De meetgrafieken zijn in bijlage 5 opgenomen. Meetpunt
Verticale infiltratiesnelheid [m/d]
Horizontale infiltratiesnelheid [m/d]
Meetdiepte (m-mv.)
02
0,10
0,13 / 0,07
1,1
05
0,10
0,69 / 0,42
0,5
08
0,42
2,38 / 1,79
1,2
10
0,05
0,61 / 0,14
0,5
12
0,00
0,04 / 0,04
1,2
Tabel 3: Overzicht meetresultaten onverzadigde zone Pagina | 14
AM23084
3.3
Resultaten verzadigde zone
Uit de verkregen meetwaarden bij de proeven in de bestaande peilbuis zijn de resultaten van de infiltratiesnelheid van de verzadigde bodem berekend. Deze zijn in tabel 4 opgenomen. Meetpunt
Infiltratiesnelheid [m/d]
Diepte filtertraject [m-mv.]
P06
0,45 / 0,40
1,85-2,85
Tabel 4: Resultaten van de metingen in de verzadigde zone.
3.4.
Conclusie
Uit de resultaten van het uitgevoerde veldwerk kan worden geconcludeerd dat er behoudens de matige verticale doorlatendheid ter plaatse van het plangebied een slechte verticale infiltratiesnelheid aanwezig is. Bij meetpunten 2, 10 en 12 is ook een slechte horizontale infiltratiesnelheid gemeten. Ter plaatse van meetpunt 5 is een matige horizontale doorlatendheid en ter plaatse van meetpunt 08 is een goede horizontale doorlatendheid gemeten. De verzadigde ondergrond centraal binnen het plangebied blijkt matig doorlatend. De lagere infiltratiesnelheden komen overeen met de verwachting gezien de vastgestelde matig siltige en matig humueze toplaag tot 1 en plaatselijk 2 m-mv en de hogere grondwaterstanden net onder het humeus pakket. Gezien de gemeten waardes is alleen nabij boorpunt 8 sprake van enige infiltratie in de bodem. Derhalve wordt er bij afkoppeling en lokale hemelwaterverwerking geadviseerd om in te steken op waterberging met vertraagde afvoer op het nabijgelegen oppervlaktewater. De infiltratiesnelheid in de bodem is te beperkt om een voorziening voldoende snel terug beschikbaar te hebben voor een volgende neerslaghoeveelheid middels infiltratie in de bodem.
Pagina | 15
AM23084
4. PLANVOORNEMEN EN AFWEGING Op het terrein van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis gelegen aan de Kasteellaan te Waalwijk is men voornemens de huidige bebouwing te slopen voor nieuwbouw. Naast voorzieningen voor het regionaal gezondheidscentrum (5000 m2 BVO) wil men 300 woningen (zowel regulier als zorgwonen in appartementen en 6 tweekappers realiseren. Voor het parkeren worden noord- en oostelijk en op het binnenterrein van de toekomstige bebouwing plekken ingepast. Het buitenterrein wordt uitgewerkt met goed en kwalitatief groen (schaduwplekken, aantrekkelijk, bruikbaar, klimaat adaptief groen). Over het algemeen heeft het plangebied een hoogteligging tussen de 1,5 en 2,4 m +NAP. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is ingeschat op circa 1 m +NAP. Het nabijgelegen oppervlaktewater wordt beheerd op een vast peil van 0,75 m +NAP. Voor woningbouw wordt een minimale drooglegging van 0,7 meter geadviseerd. Voor de wegen wordt net als bestaand een peil van minimaal 1,5-1,6 m +NAP geadviseerd en bouwpeil van minimaal 1,8 m +NAP. Hierdoor wordt bij het planvoornemen geen grondwateroverlast verwacht. In de huidige situatie is het afval- en hemelwater aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel.
Bij de planontwikkeling zal een gescheiden rioolstelsel aangelegd worden, waarbij het vuilwaterriool separaat wordt aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel noord- en zuidelijk op het perceel. Door de realisatie van de woningen zal de verwachte vuilwaterstroom toenemen ten opzichte van de bestaande situatie. De verwachte afvalwaterhoeveelheid bedraagt ca. 20-25 m3/uur. Gezien het huidige gebruik als zorginstelling en de afkoppeling van het hemelwater van het gemeentelijk rioolstelsel is naar verwachting geen uitbreiding van het bestaande rioolstelsel benodigd. Voor een wijziging aan de rioolaansluiting dient te zijner tijd bij de gemeente Waalwijk een aanvraag ingediend te worden. Momenteel is het plangebied grotendeels bebouwd en verhard en wordt hemelwater samen met het afvalwater verwerkt door het gemeentelijk rioolstelsel. Bij nieuwbouw wordt in eerste instantie geadviseerd om de aanleg van gesloten verharding zoveel mogelijk te beperken. Conform het beleid van de gemeente Waalwijk dient gecompenseerd te worden voor nieuwe verharding, ongeacht de huidige situatie. Parkeren wordt toekomstig noord- en oostelijk op maaiveld en binnen de toekomstige bebouwing ingepast. Op basis van de concepttekeningen (zie afbeelding 2 en bijlage 2) is het verwacht toekomstig verhard oppervlak vastgesteld. Bij de ontwikkeling is groen op het dek en bijkomend groen op maaiveld gepland.
Tabel 4 geeft de resultaten weer. Bruto (verharde) oppervlakten
Toekomstige situatie [m2]
Daken, circa
8.644
Wegen en parkeerplekken en loopstroken, circa
4.519
groen
12.892
Totaal verhard, circa
13.163
Tabel 4: Overzicht toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied
Uit de tabel is af te leiden dat bij de realisatie van het planvoornemen het totaal verhard oppervlak 13.163 m2 zal bedragen. Uit het infiltratieonderzoek wordt geconcludeerd dat infiltratie ter plaatse niet toepasbaar is. Derhalve dient ingestoken te worden op waterberging op eigen terrein.
Pagina | 16
AM23084
Vanuit de geldend beleid dient deze verharding gecompenseerd te worden voor een bui van 60 mm. Dit komt uit op een totale compensatie uit op circa 790 m3. Bij de nieuwe planinvulling zijn er meerdere mogelijkheden toepasbaar voor de toekomstige hemelwaterberging. Het voornemen is om bij de herontwikkeling veel groen te voorzien. Naast een groene corridor tussen de panden is het voornomen om op het parkeerdek (inpandig) een groen dek aan te brengen. Dit oppervlak is ca. 3575 m2 groot en afhankelijk van het type en de constructie opbouw kan hierin beperkt (25 mm) tot veel water (60-100 mm) water geborgen worden. Rondom de bebouwing is ca. 8592 m2 groen op maaiveldniveau gepland. Het streven is voor de resterende hemelwaterretentie zo veel mogelijk gebruik te maken van waterdoorlatende verhardingen. In overleg met de gemeente en het Waterschap wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn voor klimaatadaptatie in het groene hart. Hierbij wordt gedacht aan water deels over openbaar gebied te laten afvloeien of te werken met infiltratiekratten. Gezien de beperkte infiltratiesnelheid dient vanuit de wateropvang een vertraagde leegloop naar het zuidelijk gelegen oppervlaktewater aangelegd te worden. Aanvullende mogelijkheden welke ter plaatse toepasbaar zijn: •
vasthouden water voor hergebruik (besproeiing openbaar groen of toiletspoeling)
•
groendak op de panden (indien toepasbaar naast de benodigde installaties)
•
toepassing van een waterbergende funderingslaag onder de toekomstige bestrating
•
aanleg wadi, bijkomend oppervlaktewater of een natuurvriendelijke oever
De waterberging dient boven de verwachte GHG (1 m +NAP) ingepast te worden. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water onder vrij verval kan afstromen van de bebouwing weg naar het voorziene groen, de HWAvoorziening of openbaar gebied. Voor de ligging naar en aanleg van een leegloopvoorziening naar het gemeentelijk water dient te zijner tijd nader overleg met de gemeente plaats te vinden (eigenaar/beheerder stedelijk water). Bij de ontwikkeling dient voorts rekening gehouden te worden met de diverse kabels en leidingen die door het plangebied lopen (warmtekoppeling, gas, elektra,…), zie KLIC-overzicht in bijlage 2. Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de verhardingsafname, de beschikbare groene ruimte op de kavel voor de vereiste waterberging van 60 mm ten aanzien van klimaatbestendig ontwikkelen, de aanleg van de vertraagde afvoer naar het nabijgelegen oppervlaktewater en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt klimaatbestendig ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling. Voor de bestemmingsplanfase zijn de relevante aandachtspunten toegelicht en hieraan kan bij het definitieve bouwplan nader invulling gegeven worden met een concrete afval- en hemelwaterplan in relatie met de voorgenomen planontwikkeling.
Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden middels bijvoorbeeld het Omgevingsloket.
Pagina | 17
AM23084
5. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.
Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 18
AM23084
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
AM23084
AM23084
Bijlage 2: Situatietekening fotostandplaatsen
AM23084
met
boor-
en
Legenda Plangebied Foto's
Boorpuntenkaart (A3) AM23084 Waalwijk Kasteellaan Schaal
peilbuis infiltratieboring Achtergrond: Luchtfoto Actueel Ortho HR
N v1.0_5-6-2023_LK
EffectieveBoringen boring tot 2,0 m-mv
datatransport KL1010 datatransport KL1011 datatransport KL1049 datatransport KL1051 datatransport KL1089 datatransport KL1960 gas hoge druk KL1031 gas lage druk KL1031 laagspanning KL1031 middenspanning KL1031 riool vrijverval GM0867 water KL1001
KLIC-nummer: 23O0046331 - 1 pagina: 2 van 14 Verzamelkaart geselecteerde thema's
0 30 60 meter
schaal: 1:1500
linksonder: X: 131.714,3 Y: 410.753,5 rechtsboven: X: 132.111,8 Y: 410.939,5
traat
28-72
7a-9r
Legenda
24-102
9
22-92
17
7
9
6
10
Plangebied
11 19
4
14
16
18
23
24
22
20
3
GD
Gemengd
G
Groen
W
Wonen
23a
1
Loondonk
van Assendelftstraa
21
12
Enkelbestemmingen
2a
5
2
3
van Duvenvoordestraat 25
5
27
1
t
7
9 11
Functieaanduidingen
13
11-63 14
15
1
7
5
3
9
Kasteellaan
17
Kasteellaan
(h)
horeca
(m)
maatschappelijk
(os)
ontsluiting
16
Kasteellaan
6
1-3a
(m)
30 (h)
(h)
25
24
21
19
26 28
G
W
Bouwvlakken
21
GD
bouwvlak
2b
7
30
7
32
Bouwaanduidingen
[gs]
34
27 19
36
1
21
[gs]
gestapeld
[tae]
twee-aaneen
3
25
38
40
Maylaan
(os)
42
13
44 46
13
W
W
[tae]
4
[tae]
Maatvoeringen
2 6
50
52
27
maximum bouwhoogte (m)
8
nstraat
t
54
van der Hamme
van Assendelftstraa
48
3
10
56
Wittenhorstlaan
58
2 60
6
12
4
Bestemmingsplan:
14
62
Herontwikkeling ETZ-terrein Waalwijk
Burgemeester Ver
64
66 68
70
1
80
4
Formaat:
Schaal:
A3
1:1500
NL.IMRO.0867.BPETZterrein-VO01
Gemeente Waalwijk eustraat Burgemeester Dall
74
7
29-06-2023
Tekeningnummer:
leghstraat
72
78
Datum:
WDK
5
8-8a
76
Get.:
2
3 7
1
5
Status: voorontwerp
Noordpijl
BESTAANDE SITUATIE Perceel Bebouwing Verharding Groen
NIEUWE SITUATIE Perceel Bebouwing Verharding Groen
2
26.055 m 2 8.597 m 2 9.827 m 2 7.630 m
2
26.055 m 2 8.644 m 2 4.519 m 2 12.892 m
100% 33,0% 37,7% 29,3%
100% 33,2% 17,3% 49,5%
Privé groen
3.917 m
2
Toegankelijk groen
3.713 m
2
Privé groen Toegankelijk groen
725 m 2 12.167 m
2
15,0%
2
Groen in patio's Groen achter hek
1.171 m 2 2.747 m
Groen op dek Groen op maaiveld
3.575 m 2 8.592 m
4,5% 10,5%
14,3%
2,8% 46,7%
2
13,7% 33,0%
Bijlage 3: Foto’s plangebied
AM23084
AM23084
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM23084
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM23084
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM23084
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
AM23084
Foto 25
Foto 27
Foto 26
Bijlage 4: Boorprofielen
AM23084
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0
gras
02 0
0
Zand matig fijn matig siltig zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Spoor neutraalgrijs fijn zand 50
50
groenstrook Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak grijsbeige fijn zand
50 Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
100
100
120
100 110
100 Zand matig fijn sterk siltig sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
150
200
200
Zand matig fijn zwak siltig, beigegrijs, Zuigerboor handmatig 250
300
350
390
Boring: 0
03
Boring: 0
groenstrook
0
04 0
Zand matig fijn zwak siltig, , sporen roest, beigegrijs, Edelmanboor 50
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor 50
50
70
100
110
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
95
100
Zand matig fijn matig siltig, bruinbeige, Edelmanboor 150
gras
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
130
Zand matig fijn zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor
150 180
Zand matig fijn zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor handmatig
200
250
200
200 210
250
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, beigegrijs, Zuigerboor handmatig
280
300 320
Projectnaam: Kasteellaan waalwijk Projectcode: AM23084
Opdrachtgever: BRO
getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
Boring: 0
0
groenstrook
07 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50
50
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Spoor lichtgrijs fijn zand
50
50
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor 100
140
150
150
Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
180
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
200
200
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
250
300
300
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig 350
350
Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig 400
400
Boring: 0
08
Boring: 0
gras
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50
50
80
100 120
09 0 20
50 Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
70
100
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
100
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
130
Zand matig fijn zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor
150
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor 190
Zand matig fijn matig siltig, donker zwartbruin, Zuigerboor handmatig
200
250
300
310
Zand matig fijn zwak siltig, donker bruinbeige, Zuigerboor handmatig 350
390
Projectnaam: Kasteellaan waalwijk Projectcode: AM23084
Opdrachtgever: BRO
getekend volgens NEN 5104
Boring:
10
Boring: 0
0
gras
0
11 0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50
50
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , sporen wortels, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
50
60 75
Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100
150
200
200
225
250
300
260
300
Zand matig fijn zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor Zand matig fijn sterk siltig matig humeus, , sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, beigegrijs, Zuigerboor handmatig
350
350
390
Boring: 0
Zand matig fijn zwak siltig, , zwak houthoudend, beigegrijs, Zuigerboor handmatig
12 0 20
45
50
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, , zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100 120
Projectnaam: Kasteellaan waalwijk Projectcode: AM23084
Opdrachtgever: BRO
Bijlage 5: Meetresultaten
AM23084
Projectnummer:
AM 23084
Waalwijk
Meetgegevens Open End 90 80
Drukhoogte (cm)
70 60 50 40 30
20 10 0
0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
10
12
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0008 0,05
0,0001 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,0079 36,6 6,0E-07 0,05
0,00785 80,2 5,2E-08 0,00
m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM 23084
Waalwijk
Meetgegevens Porchettest 100
Drukhoogte (cm)
80
60 40 20 0 0
200
400
600
800
1000
1200
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
2 5
5
5
cm
k-waarde eerste deel:
1,5E-04 0,13
8,0E-04 0,69
2,8E-03 2,38
m/s m/dag
k-waarde tweede deel:
8,5E-05 0,07
4,8E-04 0,42
2,1E-03 1,79
m/s m/dag
5
8
Projectnummer:
AM 23084
Waalwijk
Meetgegevens Porchettest 100
Drukhoogte (cm)
80 60 40
20 0 0
200
400
600
800
1000
1200
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
10 5
5
cm
k-waarde eerste deel:
7,1E-04 0,61
4,3E-05 0,04
m/s m/dag
k-waarde tweede deel:
1,7E-04 0,14
4,7E-05 0,04
m/s m/dag
12
Projectnummer:
AM 23084
Waalwijk
Meetgegevens Open End 140
Drukhoogte (cm)
120 100 80
60 40 20 0
0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
2
5
8
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0051 0,05
0,0026 0,05
0,0141 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,0079 123,6 1,2E-06 0,10
0,00785 62,8 1,2E-06 0,10
0,00785 83,3 4,8E-06 0,42
m2 cm m/s m/dag
Bijlage 6: Literatuur Wet- en regelgeving • Integraal waterplan 2021-2024, Gemeente Waalwijk; • Waterbeheerprogramma 2022-2027, Waterschap Brabantse Delta; • Keur, Waterschap Brabantse Delta; • Omgevingsvisie, provincie Noord-Brabant; • Interim omgevingsverordening, Noord-Brabant; • Landelijke Handreiking Watertoets; • Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw; • Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008; • Waterwet; • Het Nationaal Waterplan; • Kader Richtlijn Water; • Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening. Overige literatuur • Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten; • Ruimtelijke plannen Nederland; • Bodematlas provincie Noord-Brabant. Internet • www.dewatertoets.nl • www.waalwijk.nl • www.brabantsedelta.nl • www.brabant.nl • www.dinoloket.nl • www.ahn.nl • www.pdok.nl
AM23084
Bijlage 2 Quickscan flora en fauna
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
49
Quickscan Flora en Fauna ElisabethTweeStedenziekenhuis, Waalwijk Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna ElisabethTweeStedenziekenhuis, Waalwijk datum 3 augustus 2023 projectnummer P06433 opdrachtgever WPNL-VI B.V. BRO projectleider CVe opgesteld door RBo interne controle RBo bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
6
Conclusie
13
6.1
Vervolgtraject en advies
14
6.1.1 AERIUS-berekening 6.1.2 Soortgericht onderzoek
14 14
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
7
Samenvatting
15
Toetsing gebiedsbescherming
7
8
Geraadpleegde bronnen
16
3.1 3.2
7 7
Huidige situatie Toekomstige situatie
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstanden
5
Toetsing soortenbescherming
9
5.1
10
5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Vogels
8
5.1.1 Toetsing
10
Vleermuizen
10
5.2.1 Toetsing
11
Grondgebonden zoogdieren
11
5.3.1 Toetsing
11
Reptielen
11
5.4.1 Toetsing
11
Amfibieën
11
5.5.1 Toetsing
11
Vissen
11
5.6.1 Toetsing
12
Ongewervelde diersoorten
12
5.7.1 Toetsing
12
Vaatplanten
12
5.8.1 Toetsing
12
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de sloop van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) te Waalwijk, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 13 april 2023 tussen 12.00 – 14.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 14°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Kasteellaan 2, ten noordwesten van de kern van Waalwijk. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit bebouwing bestaand uit meerdere lagen waarin een ziekenhuis is gevestigd. In het noorden van het plangebied is een verharde parkeerplaats gelegen met verspreid over de parkeerplaats een aantal bomen. In het zuiden van het plangebied zijn meer verharde parkeerplaatsen aanwezig met aan de rand van het plangebied een groene grens bestaand uit gras, bomen en struweel. In het westen van het plangebied is een verharde bestrating aanwezig verder in het westen aan de rand van het plangebied is groen aanwezig in de vorm van een
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
grasveld en een bomenrij. Aan de zuidelijke en westelijke grens buiten het plangebied is een waterlichaam aanwezig die tegen het plangebied aangrenst. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt de huidige bebouwing in twee fases gesloopt. Allereerst de bebouwing in het oosten gevolgd door de bebouwing in het zuiden. In de toekomstige situatie zal hier een nieuw regionaal medisch centrum en nieuwe woningen worden gerealiseerd met bijbehorende wegen, straatverlichting en groen. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie. Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
5
Figuur 4: Hoofdingang bebouwing gelegen in het westen
Figuur 5: Noordzijde van de bebouwing, met verharde parkeerplaatsen
Figuur 6: Zuidzijde van de bebouwing
Figuur 7: Groen gelegen in het zuiden van het plangebied met aangrenzend water
Figuur 8: Zuidzijde bebouwing met openstootvoeren
Figuur 9: Verharde weg met groen in het westen van het plangebied
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
6
3.2
3
Toetsing gebiedsbescherming
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-
aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,
richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd
voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-
als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische
jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-
begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het
den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-
traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Bin-
jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op
nen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk
de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.
Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met
2000-gebied, “Langstraat”, bevindt zich op circa 690 meter afstand ten
het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebie-
westen van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van
den zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de
een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als
wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegenge-
toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand
gaan met mitigerende maatregelen.
tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 690 meter ten westen van
Daar de voorgenomen ontwikkeling de sloop van een ziekenhuis en de
het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de
komst van neuwe bebouwing betreft, is een toename aan stikstofuitstoot
omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke
te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-ge-
kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgon-
bied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-
derzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
7
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
Figuur 10:
Ligging NNN (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Elisabeth-TweeStedenziekenhuis, Waalwijk
8
5
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,
Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen
nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met
bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt
een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegen-
de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht
stelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel,
houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade
hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de