Bijlage 5 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen bestemmingsplan ‘Waalwijk, Sint Clemenskerk’ DEEL 1: INLEIDING Op 16 juni 2020 heeft het college van Waalwijk besloten in te stemmen met het voorontwerp-bestemmingsplan bestemmingsplan ‘Waalwijk, Sint Clemenskerk’ en hierop inspraak te verlenen conform het bepaalde in artikel 4 van de Algemene inspraak- en participatieverordening. De raad van Waalwijk is gelijktijdig van dat besluit in kennis gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan bestemmingsplan ‘Waalwijk, Sint Clemenskerk’ heeft in het kader van de inspraak met ingang van 25 juni 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld een reactie op het voorontwerp–bestemmingsplan in te dienen. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn verschillende inspraakreacties ingediend bij het college. Daarnaast hebben de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta in het kader van het wettelijk vooroverleg op het voorontwerpbestemmingsplan gereageerd. Daarop is een antwoord gegeven op de inspraak- en adviesreacties en zijn aanpassingen gedaan. Vervolgens heeft in de periode van 14 januari 2021 tot en met 24 februari 2021 het eerste ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Tijdens deze periode hebben inwoners, organisaties en instellingen kennis kunnen nemen van het project binnen het plangebied.
Tevens heeft men kennis kunnen nemen van de wijze waarop initiatiefnemer de inspraakreacties heeft verwerkt. Het moment van de terinzagelegging is bekendgemaakt op de gemeentepagina in Weekblad Waalwijk, in het elektronisch gemeenteblad, de Staatscourant en via www.waalwijk.nl. Het bestemmingsplan inclusief alle bijlagen en achterliggende stukken is digitaal in te zien geweest via www.waalwijk.nl/ruimtelijkeplannen en www.ruimtelijkeplannen.nl. Een analoge versie lag tevens ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis. Tijdens die inzage termijn zijn 7 zienswijzen ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan dat in 2021 ter inzage heeft gelegen voorzag in een programma dat bestond uit 82 (zorg)woningen, praktijkruimten, een apotheek en een grand-café. Uit nadien door initiatiefnemer uitgevoerde marktverkenningen bleek er op deze bijzondere locatie onvoldoende marktruimte te zijn voor de langdurige exploitatie van de beoogde praktijkruimten, apotheek en grand-café. Het plan is daarop aangepast. Het thans voorziene - gewijzigde - programma is voor de gemeente Waalwijk aanleiding geweest om een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Dat bestemmingsplan heeft vanaf 16 juni 2022 gedurende 6 weken (t/m 27 juli 2022) ter inzage gelegen.
Tijdens deze periode hebben inwoners, organisaties en instellingen wederom kennis kunnen nemen van het (gewijzigde) project binnen het plangebied. Tevens heeft men kennis kunnen nemen van de wijze waarop de in de eerdere fase ingekomen inspraakreacties en zienswijzen zijn verwerkt. Het moment van de terinzagelegging is bekendgemaakt op de gemeentepagina in Weekblad Waalwijk, in het elektronisch gemeenteblad, de Staatscourant en via www.waalwijk.nl. Het bestemmingsplan inclusief alle bijlagen en achterliggende stukken is digitaal in te zien via www.waalwijk.nl/ruimtelijkeplannen en www.ruimtelijkeplannen.nl. Een analoge versie ligt tevens ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis.
Gedurende de inzagetermijn zijn 16 zienswijzen ingediend. In deze nota zijn deze zienswijzen samengevat en naar (hoofd)onderwerp weergegeven en worden deze van gemeentewege beantwoord. Dit betekent niet dat de onderdelen die niet expliciet zijn genoemd, niet bij de beoordeling zijn betrokken. De reactie is in zijn geheel beoordeeld. Indien een zienswijze aanleiding heeft gegeven tot het aanpassen van het bestemmingsplan is dit in de conclusies expliciet aangegeven. Vervolg procedure Binnen 12 weken na het einde van de terinzagelegging dient de gemeenteraad een beslissing te nemen over (eventueel gewijzigde) vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan, waarbij hij gemotiveerd ingaat op de zienswijzen. Belanghebbenden kunnen binnen 6 weken na de bekendmaking van de vaststelling bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in beroep gaan tegen het vaststellingsbesluit, al dan niet in combinatie met een verzoek om voorlopige voorziening gericht aan de voorzieningenrechter van de Afdeling. Dit wordt aangekondigd op de gemeentepagina in Weekblad Waalwijk, in het elektronisch gemeenteblad, de Staatscourant en via www.waalwijk.nl. Het bestemmingsplan inclusief bijlagen en achterliggende stukken is digitaal in te zien via www.waalwijk.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. De analoge versie ligt tevens ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis.
Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Wordt er gedurende deze termijn beroep ingesteld, dan treedt het plan wel in werking, maar is het pas onherroepelijk nadat er uitspraak is gedaan in het beroep. Wordt er tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan, dan treedt het plan pas in werking nadat over dit verzoek is geoordeeld. DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN Het woningbouwprogramma van de ontwikkeling is gewijzigd. Het aantal woningen is naar beneden bijgesteld (van 89 naar 83 woningen) en de noordelijke bouwgrens van bouwdeel A is verkort. De verbeelding is hierop aangepast. Ook heeft ontwikkelaar definitief bepaald dat er maximaal 37 reguliere woningen en 46 zorgwoningen zullen worden gerealiseerd. De bestemming is hierop aangepast wat betreft deze aantallen en verdeling, en de flexibiliteitsbepaling is geschrapt Met deze wijzigingen wordt de kwaliteit van het project verhoogd en wordt tegemoet gekomen aan de zienswijzen van eigenaren en gebruikers van omliggende percelen die in hun zienswijzen zorgen hadden uitgesproken over de parkeerbehoefte en eventuele schaduwwerking.
Naar aanleiding van deze wijzigingen is ook de parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling herzien. Daartoe heeft ontwikkelaar de “Memo parkeren Clemensstaete’’ d.d. 11 oktober 2022 laten opstellen. Deze memo, inclusief de bijlagen, is inhoudelijk verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en daarin als bijlage opgenomen. De voor de nieuwe parkeersituatie voorziene parkeerplaatsen (en waaronder de te verplaatsen 14 openbare parkeerplaatsen op het kerkplein) zullen worden gerealiseerd op eigen terrein en in het bestaande openbare gebied, dat reeds is bestemd tot verkeer- en verblijf, buiten het bereik van dit bestemmingsplan. Verwezen wordt naar bijlagen A en B bij het memo. Ingevolge de planregels kan de omgevingsvergunning voor de nieuwe woningen alleen verleend worden indien ook de parkeerplaatsen als gevolg van de ontwikkeling zijn gerealiseerd. Doordat die parkeerbehoefte deels is voorzien op het kerkplein en wij aan ons op aanvraag van ontwikkelaar te nemen besluit waarmee de onttrekking aan de openbaarheid van die 14 parkeerplaatsen de voorwaarde wordt verbonden dat ontwikkelaar zorgdraagt voor verplaatsing daarvan zoals in dit memo is aangegeven, impliceert dit dat ontwikkelaar zowel de bestaande openbare parkeerplaatsen als de nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd moet hebben alvorens de woningen in gebruik kunnen worden genomen.
Een en ander is ook (nader) afgehecht met ontwikkelaar in de anterieure overeenkomst.
DEEL 3: SAMENVATTING EN BEANTWOORDING
Basisreactie
Samenvatting 1. Er is onduidelijkheid over het aantal appartementen dat gerealiseerd gaat worden. Er is een verschil tussen het aantal dat genoemd is op de informatie avond, het aantal dat genoemd is door de ontwikkelaar en het aantal dat genoemd is in het bestemmingsplan.
Antwoord 1. Het aantal appartementen dat met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is in het kader van de vaststelling van dit bestemmingsplan leidend. Bij de totstandkoming van het huidige plan is het programma ten opzichte van het eerdere ontwerpbestemmingsplan aangepast. Na de terinzagelegging van het tweede ontwerpbestemmingsplan is het totaal maximale aantal woon(zorg)eenheden naar beneden bijgesteld (van 89 naar 83). De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt aangepast en verduidelijkt. De verbeelding en artikel 3.1 van het bestemmingsplan zijn eveneens hierop aangepast.
2. Reclamanten ondersteunen het idee om de combinatie van de neogotische Sint Clemenskerk met het kerkplein inclusief de bomen te behouden.
2. In de huidige situatie is sprake van leegstand van de Sint-Clemenskerk. Ook het plein heeft zijn functie als ontvangst- en parkeervoorziening voor kerkgangers verloren. De op het plein aanwezige bomen hebben geen beschermde status. Initiatiefnemer onderkent wel dat deze bomen van toegevoegde waarde zijn voor bewoners en passanten van de Loeffstraat en de Pastoor Van der Zijlestraat. Van belang is een herontwikkeling waarmee de Sint-Clemenskerk passend in de wijk wordt herontwikkeld. Voorzien is in woningbouw in het kerkgebouw en realisatie van nieuwbouw ten behoeve van (zorg)woningen met parkeervoorzieningen op het plein en de direct omgeving. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de binnen het plangebied aanwezige bomen ingemeten en is een tekening gemaakt waarop te zien is welke bomen beschermd zijn (of niet), welke bomen gekapt/verplaatst moeten worden en waar er bomen zullen worden aangeplant. Voor deze tekening zie bijlage C van de Memo parkeren Clemensstaete d.d. 11 oktober 2022, zoals opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. In de uitvoeringsfase betekent dit dat 8 (niet beschermde) bomen zullen verplaatst worden, 14 (niet beschermde)
bomen zullen gekapt worden en 5 (niet beschermde) bomen zullen óf worden verplaatst, óf worden gekapt. Er zullen in totaal 25 bomen worden aangeplant. Daarnaast moet worden opgemerkt dat, in tegenstelling tot de eerdere inventarisatie, slechts 1 van de 5 beschermde bomen in het plangebied, zijnde een van de 5 eikenbomen in de kloostertuin, in de uitvoeringsfase gekapt zal gaan worden. De toelichting is op basis hiervan aangepast. De uitvoering van deze inrichting heeft de gemeente verzekerd door de anterieure overeenkomst. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Ten aanzien van het kerkplein merken reclamanten op dat dit weliswaar overgaat naar de ontwikkelaar, maar dat het een openbaar parkeerterrein blijft. Dit is door verjaring openbaar geworden en de ontwikkelaar heeft te dulden dat dit een openbaar parkeerterrein blijft.
3. Het kerkgebouw en het plein, met de thans daarop gesitueerde 14 parkeerplaatsen, heeft ontwikkelaar in 2019 van het kerkbestuur in eigendom verkregen. Het plein is derhalve bij ontwikkelaar reeds thans in eigendom. Het is juist dat (de 14 parkeerplaatsen van) het plein door verjaring ingevolge artikel 4 Wegenwet een openbaar karakter hebben. In het kader van het behoud en de herontwikkeling van de Sint-Clemenskerk is die situatie voor de toekomst niet langer wenselijk en ook niet houdbaar. Direct aangrenzend aan het plangebied (aan de Pastoor Van der Zijlestraat) heeft de gemeente Waalwijk gronden in eigendom die in gebruik zijn als openbaar plantsoen annex verkeers- en verblijfsgebied. Een deel daarvan, ter grootte van 14 parkeerplaatsen, zal worden heringericht ter compensatie van de 14 bestaande openbare parkeerplaatsen die als gevolg van de herontwikkeling komen te vervallen. Met initiatiefnemer is de onttrekking aan de openbaarheid van (de 14 parkeerplaatsen van) het plein in combinatie met de aanleg en instandhouding van deze 14 nieuwe openbare parkeerplaatsen overeengekomen in de anterieure overeenkomst. Daarin is ook vastgelegd dat de kosten van de aanleg en instandhouding door initiatiefnemer bekostigd moeten worden.
Initiatiefnemer zal in samenhang met de aanvra(a)g(en) omgevingsvergunning voor de vergunningplichtige activiteiten ook de gemeente verzoeken om het voormalige parkeerterrein aan de openbaarheid te onttrekken. De gemeente(raad) is voornemens om daarop positief te beslissen omdat op passende wijze in gelijkwaardige alternatieve parkeerplaatsen door initiatiefnemer wordt voorzien.
Verwezen wordt naar DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN. Anders dan hetgeen benoemd in DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN, leidt deze zienswijzen niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. In het bestemmingsplan staat aangegeven dat de bomen op het kerkplein niet waardevol zijn. De bomen zullen worden gekapt om aan voldoende parkeerplaatsen te komen.
4. Zie antwoord onder 2.
5. De kerk is een Rijksmonument. Reclamanten gaan er van uit dat de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed betrokken zal worden bij de ontwikkeling. Voorts vragen reclamanten zich af wat er gaat gebeurden met de klok van de kerk. Op die verdieping komen ook appartementen. Hiervoor zal het uurwerk moeten verdwijnen. Daarnaast vragen reclamanten zich af wat er gaat gebeuren met de werkende wijzerplaten en de klokken.
5. De Sint Clemenskerk is inderdaad een Rijksmonument. Het planvoornemen voorziet in een functionele en ruimtelijke ontwikkeling met inachtneming van deze beschermde status met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) als adviserend orgaan. De RCE is bij de herontwikkeling in het kader van de nog aan te vragen en te verlenen vergunningen betrokken. Opgemerkt wordt dat op dit moment nog niet bekend is wat met diverse afzonderlijke aspecten die aan de aanwijzing tot Rijksmonument van de kerk ten grondslag liggen, mogelijk is. Initiatiefnemer heeft haar eerste plannen hiervoor informeel aan de RCE voorgelegd. Het bestemmingsplan ziet niet op deze aspecten. Deze aspecten worden afgewogen bij de nog door initiatiefnemer aan te vragen omgevingsvergunning(en) voor de activiteiten bouwen en handelingen met gevolgen voor een beschermd monument, en eventueel verder benodigde toestemmingen (sloop, sanering, etc). Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
6. Reclamanten zijn van mening dat de parkeerbehoefte en het aantal aanwezige parkeerplaatsen onjuist is berekend. Er is uitgegaan van onjuiste normen.
6. Voor de parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen de Nota parkeernormen van de gemeente Waalwijk 2015 bepalend. Op basis van die normen en de aantallen en oppervlakten van de nieuwe functies, het bestaande aantal (openbare) parkeerplaatsen en de mogelijkheden voor dubbelgebruik, is de parkeerbehoefte berekend. N.a.v. van het gewijzigde programma met een aangepast totaal maximum aantal appartementen is de parkeerbalans opnieuw gemaakt. De nieuwe parkeerbalans maakt onderdeel uit van de “Memo parkeren Clemensstaete” die, inclusief bijlagen, als bijlage bij de toelichting is opgenomen. De nieuwe parkeerbalans is opgenomen als Bijlage D van de Memo. Geconstateerd wordt dat kan worden voldaan aan de Nota
parkeernormen Waalwijk 2015 en er voldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Anders dan hetgeen benoemd in DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN, leidt deze zienswijzen niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 7. Naar de opvatting van de reclamanten heeft de Loeffstraat de maximale verkeerscapaciteit reeds bereikt. De voorgenomen planontwikkeling zal ertoe leiden dat de verkeersstroom in deze straat verder zal toenemen. Dat kan de Loeffstraat, en ook de Pastoor Van Zijlenstraat (zeker na de herinrichting ivm de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen) niet aan.
7. De Loeffstraat kent op basis van het BBMA verkeersmodel in 2030 een intensiteit van 1.900 motorvoertuigen per etmaal. Erftoegangswegen, zoals de Loeffstraat, zouden tot maximaal 6.000 mvt/etm moeten kunnen verwerken. Het planvoornemen voorziet in een toename van de verkeersintensiteit met (worst-case) 319 mvt/etm. De intensiteit zou in 2030 dan 2.219 mvt/etm bedragen. Daarmee wordt geconcludeerd dat er nog voldoende restcapaciteit overblijft om de doorstroming en verkeersveiligheid te garanderen. Ook de Pastoor van Zijlestraat (met een intensiteit van minder dan 500 mvt/etm in 2030) is een erftoegangsweg (met een capaciteit van maximaal 6.000 mvt/etm). Gezien de huidige intensiteit heeft deze weg dus nog meer restcapaciteit. Tevens zal de voorgenomen wijziging van afslagen van de snelweg A59 (GOL-project) volgens het inpassingsplan Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat West een minder intensief gebruik van de Loeffstraat tot gevolg hebben (zie ook figuur 1 hieronder). De uitvoering hiervan is voorzien in 2030. Met deze wijziging van afslagen is in voorgaande verkeersberekeningen geen rekening gehouden. In het GOL-project worden andere intensiteiten benoemd dan op basis van het BBMA is opgenomen.
Deze (hogere) intensiteiten hebben echter geen invloed op de conclusie dat de Loeffstraat als erftoegangsweg met een capaciteit van maximaal 6.000 mvt/etmaal, voldoende capaciteit heeft om de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling veilig te kunnen verwerken.
Figuur 1: Verkeersintensiteitenkaart GOL
(bron: bijlage 27 inpassingsplan Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat West) Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Aanvulling 1 scouting
8. Het creëren van parkeerplaatsen en het offeren van groen lijkt haaks te staan op de trend juist meer groen in de stad te brengen.
8. Zie antwoord onder 2. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het planvoornemen getoetst aan de Groenbeleidsvisie en het Bomenbeleid van de gemeente. Dit is nu nader uitgewerkt. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan is nog niet bekend op welke manier er voldaan zal worden aan de regels van de groenbeleidsvisie. Daarvoor dient het inrichtingsplan verder uitgewerkt te worden. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal hier expliciet aan worden getoetst. Mocht het noodzakelijk zijn, is initiatiefnemer bereid om groencompensatie (indien dit blijkt uit het definitieve inrichtingsplan) elders te realiseren of te financieren. In dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is verankerd dat voldaan moet worden aan de groenbeleidsvisie (zie artikel 3.5.4).
A1.1 De bouwmassa van het oostelijke bouwdeel zal meebrengen dat het geluid van spelende kinderen op het terrein van Scouting AZG zal galmen tegen de oostelijke gevel van dat bouwdeel. Dit brengt geluidsoverlast met zich mee. Aan de hand van een akoestisch onderzoek omgevingslawaai blijkt dat alleen voldaan wordt aan de geldende normen ten aanzien van omgevingslawaai wanneer enkele ‘dove’ gevels worden toegepast. Dit onderzoek heeft echter alleen betrekking op geluidsoverlast voor de toekomstige bewoners van het plangebied. De overlast als gevolg van weerkaatsing van geluid blijft daarmee intact. Scouting AZG behoudt zich verder het recht voor tezijnertijd een verzoek om planschadevergoeding in te dienen.
A1.1 Het speelterrein van de scouting bevindt zich in de bestaande situatie ook al op korte afstand tot bestaande woningen (aan onder andere de Pastoor van der Zijlestraat 81 t/m 119. Die functies bestaan momenteel zonder problemen naast elkaar. Desalniettemin is toch een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dat onderzoek dienen maatregelen getroffen te worden die voorwaardelijk verplicht worden gesteld in de regels van het bestemmingsplan. Het is echter ook mogelijk dat uit aanvullend akoestisch onderzoek blijkt dat er geen of andere maatregelen getroffen moeten worden om het woon- en leefklimaat in de woningen te garanderen. Dit zal nader worden onderzocht in de procedure om te komen tot een omgevingsvergunning voor het bouwen. Voor nu blijkt op basis van dit onderzoek dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. De noordelijke bouwgrens van bouwdeel A is overigens ruim 6 meter in zuidelijke richting ingekort naar aanleiding van deze zienswijze. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan deze zienswijze. Dit heeft ook een positief effect op o.a. schaduwwerking op het perceel van de scouting. Het staat reclamant vrij om een planschadeprocedure op te starten.
De voorwaardelijke verplichting voor de toepassing van dove gevels was al en wordt ook in het vast te stelen bestemmingsplan, zoals in de zienswijze wordt opgemerkt, verankerd in de regels van het bestemmingsplan (zie art. 3.2.6). Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. A1.2 Reclamant is bevreesd voor inkijk en direct zicht van de toekomstige bewoners van de nieuwbouw op het naastgelegen gebouw met speelplaats van Scouting AZG. Reclamant stelt dat dit moet worden voorkomen, en stelt voor dat de gevels van het geplande bouwdeel blind of geblindeerd wordt en dat er binnen dit deel van het plangebied een zo hoog mogelijke ondoorzichtige erfscheiding geplaatst wordt.
A1.2 De situering van de beoogde nieuwbouw is in de loop van deze procedure op basis van voortschrijdende stedenbouwkundige inzichten ter plaatse aangepast. Daarbij is ook gekeken naar het door reclamant aangesneden aspect privacy ter plaatse van Scouting AZG. Er zijn verbeteringen aangebracht om het uitzicht, de privacy en het woongenot te verbeteren. Opgemerkt wordt dat initiatiefnemer zich uiteraard ook dient te houden aan regels m.b.t. het burenrecht. Met de thans voorziene bebouwing (massa, situering en hoogte) is, mede gelet op de aard van het gebruik van het terrein van Scouting AZG, geen sprake van concrete en directe inkijk. In ieder geval niet meer dan in de bestaande situatie reeds het geval is ter hoogte van de woningen aan de Pastoor van der Zijlestraat 81 t/m 119. De door reclamant genoemde maatregelen om het zicht op het aangrenzende perceel volledig te beperken kunnen niet in het bestemmingsplan worden geregeld. Mogelijk kan er een overeenkomst worden gesloten tussen de initiatiefnemer en reclamanten. Privacy is een planschade-aspect. Het staat reclamant vrij om een planschadeprocedure op te starten. In lijn met het antwoord onder A1.2 leidt deze zienswijze tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A1.3 Door de totale hoogte van de bouwmassa zal er minder licht en lucht de speelweide van Scouting AZG bereiken. Hierdoor zal de speelweide verzanden en daarmee onaantrekkelijk worden. Dit zal beperkingen meenemen voor de speelmogelijkheden. Door de hoogte en het volume van de bouwmassa zal de noodzakelijke lichtinval tot een minieme hoeveelheid worden teruggebracht. Dit is voor Scouting AZG onaanvaardbaar. Voor Mikz Kinderopvang BV betekent dit dat de ruimte niet meer te gebruiken is en zij zal weg gaan, wat betekent dat een deel van de huuropbrengst wordt misgelopen.
A1.3 Zie ook DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN en het antwoord onder 1. Voor het bestemmingsplan en het bouwplan is een bezonningsstudie uitgevoerd (zie paragraaf 2.4 van de Toelichting en bijlage 2 bij de toelichting). Op basis van deze bezonningsstudie kan worden geconcludeerd dat het pand waarin het kinderdagverblijf/scouting is gevestigd extra schaduwwerking door de realisatie van de nieuwe bebouwing ondergaat. Omdat dit pand op het zuiden is gericht, is hier sprake van (veel) meer dan 3 mogelijke bezonningsuren in de periode van 21 januari - 22 november. Wij zijn, rekening houdend met de TNO-
normen voor bezonning, van oordeel dat geen sprake is van een onaanvaardbare situatie voor het pand als gevolg van de nieuwe bebouwing. Voor gronden als zodanig en voor verzanding hiervan zijn geen wettelijke normen en regels. Scouting AZC kan in voorkomend geval een te verzanden deel van haar terrein ook op een andere wijze inrichten (verharding, houtvlonders, etc.). Gegeven dat de gebruiksmogelijkheid en kwaliteit daarvan als zodanig niet onevenredig worden aangetast achten wij de nieuwe bebouwing ook om deze reden ruimtelijk aanvaardbaar. Overigens is de bezonningsstudie aangepast n.a.v. de nieuwe bouwmassa en aangevuld met de resultaten van 22 december. De nieuwe bezonningsstudie is opgenomen als bijlage bij de toelichting. De door reclamant aangevoerde privaatrechtelijke belangen spelen in het kader van de planprocedure geen rol. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. A1.4 Ook 22 december, de dag met de laagste zonnestand, moet ook in de bezonningsstudie betrokken worden. Wat blijkt, is dat de bezonning op het speelterrein van Scouting AZG in de middag afneemt naar nagenoeg nul. Ook zal door de verminderde lichtinval de boom die zich tegen de plangrens en op het terrein van Scouting AZG bevindt, zodanig beknot worden dat deze het waarschijnlijk niet zal overleven.
Ook ten aanzien van de bezonning behoudt Scouting AZG zich het recht voor tezijnertijd een verzoek om planschadevergoeding in te dienen.
A1.4 De bezonningsstudie is aangepast n.a.v. de nieuwe bouwmassa en aangevuld met de resultaten van 22 december. Zie voorts onder A1.3. Uit de BEA van november 2020 is gebleken dat de betreffende, beschermde, boom onvoldoende boomkwaliteit heeft door de hoge leeftijd van de betreffende soort, de verminderde blad/knopbezetting en de aanwezigheid van zwammen. De vraag is of het bouwplan van invloed is op de levensduur van de betreffende boom of dat deze boom toch al aan het einde van zijn levensjaren zit. Aangezien de eerder uitgevoerde BEA bij de vaststelling van het bestemmingsplan ruim 2 jaar oud is, is een nieuwe BEA uitgevoerd. Het nieuwe onderzoek is als bijlage aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. De boom waar de reclamant over spreekt is in deze BEA opgenomen als boomnummer 1. De conditie van de betreffende boom lijkt, ten opzichte van de eerdere BEA, verbeterd. Aangezien de nieuwbouw binnen de kroonprojectie wordt gerealiseerd, wordt alsnog geadviseerd deze boom te kappen. In de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente is vastgelegd dat de gemeente zal zorgdragen voor de kap van deze berkenboom. Zie verder ook de beantwoording onder 2. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A1.5 De parkeerdruk dient rekening te houden met haal- en brengtijden van de scouting en de kinderopvang. Als gevolg van het afsluiten van het kerkplein is er geen mogelijkheid meer om te parkeren ten behoeve van het halen en brengen van de kinderen, al dan niet via een zogeheten kiss-and-ride-zone.
A1.5 Zie ook het antwoord onder 3. De ontwikkeling borgt dat de 14 openbare parkeerplaatsen binnen het exploitatiegebied worden teruggebracht, zie DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN. De nieuwe locatie is nabij de huidige parkeerplaatsen, en daarmee op loopafstand voor omwonenden en anderen die thans gebruik maken van openbare parkeerplaatsen op het plein en andere openbare parkeerplaatsen nabij het plangebied. Uit een recent parkeerdrukonderzoek blijkt bovendien dat er op het drukste moment van de week een restcapaciteit van minimaal 3 parkeerplaatsen in de omgeving aanwezig is waar gebruik van gemaakt kan worden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A1.6 In verband met de ontsluiting voor, met name voetgangers, dient het bouwvlak tenminste gelijk te blijven aan dat zoals het nu is gevisualiseerd.
A1.6 In het bestemmingsplan is en wordt een bouwvlak vastgelegd. Zowel de hoofdmassa als de bijbehorende bouwwerken dienen, conform de regels, binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. Indien daarvan wordt afgeweken, zal een afzonderlijke procedure moeten worden doorlopen. Gezien de aanpassing zoals benoemd in DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN, wordt het bouwvlak, ten gunste van reclamant, aangepast. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A1.7 De ontsluiting dient privaatrechtelijk vastgelegd te worden door middel van een erfdienstbaarheid.
A1.7 Een erfdienstbaarheid kan niet in een bestemmingsplan worden geregeld. Dit kan ook geen voorwaarde zijn om het bestemmingsplan al dan niet vast te stellen. Het is een zaak tussen reclamant en initiatiefnemer om hierover, indien door beiden gewenst, afspraken over te maken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A1.8 Door de projectontwikkelaar is toegezegd dat de noordgrens van het bouwdeel A verder zuidelijk zal komen te liggen.
A1.8 Zie DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN en de antwoorden 1 en A1.2 en A1.6. Het bouwvlak ter plaatse is na afloop van de terinzagelegging door initiatiefnemer aangepast (verkleind). Het aangepaste bouwvlak vormt de maximale positionering van de bebouwing. In het vast te stellen BP wordt het gewijzigde bouwvlak ter plaatse vastgelegd, onder andere naar aanleiding van deze zienswijze. In lijn met het antwoord onder A1.2 leidt deze zienswijze tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Aanvulling 2
A2.1 Reclamant is van mening dat de plannen in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening.
A2.1 Reclamant maakt met deze zienswijze niet concreet welke omgevingsrechtelijke aspecten niet, dan wel niet juist, zijn onderzocht dan wel in de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief niet juist zijn afgewogen. Vanwege het algemene karakter van deze zienswijze wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan. Daar is onderbouwd dat, alle aspecten overwegend, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.2 Reclamant vreest dat het plan voor geluidsoverlast zorgt. Het plan zorgt namelijk voor een toename van het aantal bewoners en het aantal verkeersbewegingen.
A2.2 De Loeffstraat heeft een maximale capaciteit van 6.000 mvt/etm. De intensiteit in 2030 zal volgens prognoses exclusief de voorgestane ontwikkeling 1.900 mvt/etm bedragen. Naar aanleiding van het aangepaste programma is de verkeersgeneratie opnieuw berekend en verwerkt in de toelichting van het bestemmingplan. Het planvoornemen voorziet in een toename van de verkeersintensiteit met (worst-case) 319 mvt/etm. De intensiteit zal daarmee inclusief het planvoornemen in 2030 2.219 mvt/etm bedragen. De berekende worst-case verkeerstoename van 319 mvt/etm (excl. saldering met de huidige religieuze functie) bedraagt circa 6% van de maximale capaciteit en circa 17% van de huidige intensiteit. Bij ontwikkelingen die voor een toename van meer dan 40% van de verkeergeneratie zorgen dient een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voor de omliggende woningen te worden uitgevoerd. Dit percentage wordt niet gehaald waardoor de noodzaak voor het uitvoeren van onderzoek komt te vervallen en wij van oordeel zijn dat ook met het planvoornemen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De toename van het aantal voertuigen (van 1900 motorvoertuigen naar 2219 motorvoertuigen) zal een toename van maximaal 0,7 dB tot gevolg hebben (zonder verdere consequenties van bijvoorbeeld afscherming nieuwe gebouw of reflectie van nieuwe gebouw).
Dit wordt gezien als een niet significante toename van geluid aangezien dit beperkte aantal extra dB voor het menselijke gehoor niet waarneembaar is (tot 1,5 dB wordt over het algemeen gezien als niet significante toename). Dit hoeft niet verder onderzocht te worden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.3 Vanaf de balkons van de appartementen kan op de percelen van de belanghebbende gekeken worden. Aanpassing van het plan is nodig om de privacy te beschermen.
A2.3 Het perceel van reclamant bevindt zich ten westen van het plangebied, op een afstand van ca. 20 meter. Ter plaatse is de maximum bouwhoogte 12,5 meter. Gezien de afstand tot het perceel en de omvang van het betreffende perceel geeft deze zienswijze geen aanleiding om het plan aan te passen. Uiteraard staat het reclamant te zijner tijd vrij een verzoek tot tegemoetkoming in planschade in te dienen.
A2.4 Er wordt opgemerkt dat het complex slecht bereikbaar zal zijn voor hulpdiensten. Er is maar één toegang tot het complex. Belanghebbende vreest voor gevaarlijke situaties, ook voor de omgeving, als hulpdiensten het complex slecht kunnen bereiken.
A2.4 Het planvoornemen is beoordeeld door de brandweer en de veiligheidsregio. Daarbij is de bereikbaarheid van het complex voor hulpdiensten ook beoordeeld. Door de betreffende instanties zijn hier geen opmerkingen over gemaakt. Er heeft afstemming met de hulpdiensten plaatsgevonden. De aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen zal hier ook nog op worden beoordeeld. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.5 met de plannen wordt het gebruik van de uitrit van belanghebbende onmogelijk, omdat de weg die in het verlengde ligt van zijn uitrit wordt afgesloten.
A2.5 Zie ook het antwoord onder 2. De Pastoor van der Zijlestraat zal niet afgesloten worden. Deze weg wordt slechts opnieuw ingericht als zijnde een eenrichtingsweg. Daardoor blijft het voor reclamant mogelijk om deze inrit ook in de toekomst te gebruiken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.6 het plan zoals dat nu voorligt tast op onaanvaardbare wijze het openbaar groen in de omgeving aan. In dit plan worden vele bomen gekapt. Verder wijst belanghebbende er op dat de bomen op het kerkplein op een openbaar plein staan en aldus openbaar groen betreffen.
A2.6 Zie ook de beantwoording onder 2 en 8. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.7 De plannen zorgen voor een forse toename van het aantal verkeersbewegingen en daarmee de verkeersdruk. Er is echter geen verkeersonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de plannen zoals die voorliggen, althans deze is niet bijgevoegd bij de plannen.
A2.7 Zie het antwoord onder 2, 7 en A2.2. Naar aanleiding van de zienswijzen is er wel een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage E van de Memo parkeren Clemensstaete zoals verwerkt in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. De gevolgen van het planvoornemen op het gebied van Verkeer en Parkeren zijn in paragraaf 2.3 van de toelichting uitvoerig behandeld. Daaruit blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd en dat de ontsluiting op een goede en verkeerskundig verantwoorde en veilige manier kan worden opgelost. De capaciteit van de omliggende wegen is ruim voldoende om de extra
verkeersbewegingen te kunnen opvangen. Nader verkeerskundig onderzoek is op basis van deze beantwoording en de conclusies uit paragraaf 2.3 niet nodig of zinvol. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. A2.8 Uit de cijfers behorende bij de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat-West (GOL-West) blijkt dat de Loeffstraat in 2010 een verkeersintensiteit kende van 4400 motorvoertuigen/etmaal. De bedoeling was dat met het project GOL-West dit zou worden teruggebracht naar 2800 mvt/etm in 2026. Deze plannen voor de Clemenskerk doorkruisen echter de plannen van GOL-West en bij realisering van de voorliggende plannen wordt het streefgetal voor de verkeersintensiteit niet gehaald. De verkeersintensiteit zal juist toenemen. Gelet op de strijd met het plan GOL-West kan dan ook geen medewerking worden verleend aan de nu voorliggende plannen voor de St. Clemenskerk.
A2.8 Zie ook de beantwoording onder 7. De capaciteit van de Loeffstraat is ruim voldoende om de extra verkeersgeneratie als gevolg van het planvoornemen goed en veilig te kunnen verwerken. Zie daarnaast ook de beantwoording onder A2.2. Op basis van prognoses heeft de Loeffstraat in 2030, exclusief het planvoornemen een intensiteit van 1.900 mvt/etmaal. Na realisatie van het planvoornemen zal die intensiteit in 2030 naar verwachting 2.219 mvt/etmaal bedragen. Daarmee blijft de toekomstige intensiteit ruim onder de 2.400 (in plaats van 2.800) mvt/etmaal zoals geambieerd in de plannen voor GOL-West. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.9 Er wordt opgemerkt dat dit plan een onaanvaardbare verkeersbelasting zal leggen op de omliggende straten. De verkeersstroom van en naar het centrum van Baardwijk zal door de planontwikkeling groter worden. Dit kunnen de Loeffstraat en onder andere de Pastoor van der Zijlestraat niet aan.
A2.9 Zie beantwoording onder 7, A2.2, A2.7 en A2.8. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.10 Volgens de CROW-normen levert het A2.10 Voor de parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen is de appartementencomplex een parkeerbehoefte op van 167 Nota parkeernormen van de gemeente Waalwijk 2015 bepalend. De parkeerplaatsen. De plannen voorzien niet aan de parkeernorm. parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen is naar aanleiding van de zienswijze van onder meer reclamant maar ook het gewijzigde bouwprogramma inmiddels aangepast. Zie ook DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN. Op basis van deze nieuwe berekening met bijbehorende herziene inrichting van de bestaande en toekomstige openbare ruimte, kunnen alle voor het planinitiatief benodigde parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan A2.11 Er wordt opgemerkt dat in de oude situatie er een openbaar parkeerterrein bestond voor de St. Clemenskerk.
A2.11 De 14 ter plaatse van het plein thans aanwezige, maar aangrenzend aan het plangebied te herinrichten openbare
Aanvulling 3
Deze parkeerplaatsen staan niet ter beschikking aan de projectontwikkelaar, maar het betreft parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
parkeerplaatsen waren abusievelijk onderdeel gemaakt van de parkeerbalans zoals aangegeven in paragraaf 2.3.1 van de toelichting. In de thans opgestelde parkeerberekening en parkeerbalans is dit gecorrigeerd. Zie ook de antwoorden onder 3, 6 en 2.10. Deze 14 parkeerplaatsen zullen op de aangewezen locatie worden gerealiseerd bovenop de normatieve parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen zelf én zullen wederom openbaar toegankelijk zijn. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A2.12 bij de voorstelling van de parkeersituatie zijn tekeningen gevoegd waarop parkeerplaatsen staan ingetekend die buiten het plangebied liggen.
A2.12 Zie ook de antwoorden onder 3 en 6. Er worden inderdaad parkeerplaatsen gerealiseerd buiten het plangebied van het bestemmingsplan. Ter plaatse van die beoogde parkeerplaatsen geldt de bestemming 'Verkeer en Verblijf'. Binnen die bestemming zijn parkeerplaatsen reeds toegestaan. Het staat de gemeente vrij om binnen die bestemming de weg- en parkeerstructuur aan te passen. Over deze verplaatsing en de bekostiging daarvan heeft de gemeente afspraken gemaakt met initiatiefnemer. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. A3.1 Bij de totstandkoming van het huidige plan zijn op enkele momenten de aantallen woningen gewijzigd, het gehele programma is, ten opzichte van het eerdere ontwerpbestemmingsplan, herzien. Ook na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is het programma aangepast en is het totaal maximum aantal woon(zorg)eenheden naar beneden bijgesteld. Het totaal maximum aantal woon(zorg)eenheden dat door middel van het ontwerpbestemmingsplan wordt vastgelegd is 83. Het voorliggende bestemmingsplan onderbouwt hoe en waarom 83 woningen ter plaatse aanvaardbaar wordt geacht. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.1 Door initiatiefnemer is aangegeven dat het plan 78 maar ook minder appartementen zou kunnen omvatten. Er worden in het plan meer appartementen geprojecteerd.
A3.2 Andere voorzieningen, zoals een apotheek, zijn komen te vervallen. Het nationale beleid is, dat er geen uitbreiding van capaciteit van intramurale verpleeghuiszorg meer komt en dat er alleen nog wordt gebouwd onder de noemer van scheiding van wonen en zorg.
A3.2 Niet duidelijk is welk beleid omtrent “geen uitbreiding capaciteit intramurele verpleeghuiszorg” wordt bedoeld. Dit beleid is ons niet bekend. In de toelichting van het bestemmingsplan is geconcludeerd dat het planvoornemen past binnen het geldende beleid van de verschillende overheidsinstanties. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.3 Het totaal aantal nieuw te bouwen appartementen is te groot in verhouding met het volume van de kerk.
A3.3 Zie ook DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN.
De huidige stedenbouwkundige opzet is in nauw overleg met de gemeente, de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed en de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie tot stand gekomen. Daarbij is door alle partijen geoordeeld dat het planvoornemen stedenbouwkundig en ruimtelijk inpasbaar is. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. A3.4 Het is onduidelijk wat er gaat gebeuren met de bomen op het plein. Er wordt geen enkele mogelijkheid gezien om bomen te verplanten binnen het plangebied en reclamant is van mening dat alle bomen moeten blijven staan.
A3.4 Zie het antwoord onder 2. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.5 Handhaving van de gedenksteen en de plek is voor de families van deze jubilarissen en veel omwonenden van groot belang.
A3.5 Initiatiefnemer is zich bewust van het belang van de gedenksteen. Om in de toekomstige situatie ook op een respectvolle manier te kunnen gedenken wordt de gedenksteen verplaatst. Op de meest actuele tekeningen is de nieuwe locatie van de gedenksteen aangegeven. Deze locatie is afgestemd met de direct betrokkenen. De locatie van de gedenksteen heeft echter geen invloed op de regeling van het bestemmingsplan. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.6 Er wordt gepleit voor behoud van alle bestaande ramen in de gevels, het glas in lood en de nieuwe ramen en balkons qua vorm en afmeting goed af te stemmen op de bestaande ramen. Op de 1e, 2e en 3e verdieping staan appartementen gepland in het torentje. Echter bevinden zich in de toren het uurwerk en de luidklokken. Deze dienen gewaarborgd te worden. Ook functioneert er nu een angelusklokje in de toren, ook deze dient in de toekomst gewaarborgd te worden.
A3.6 Zie het antwoord onder 5. Voor de realisatie van het planvoornemen dient door het college bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ter zake het kerkgebouw, tevens vergunning te verlenen voor de activiteit handelingen aan een rijksmonument. Deze activiteiten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De RCE brengt over een dergelijke vergunningaanvraag een zwaarwegend advies uit aan het college. Het planvoornemen kan in de praktijk alleen vergund worden indien de RCE haar goedkeuring over het in het kader van die planuitvoering aangevraagde bouwplan geeft. Ontwikkelaar voert daartoe ook overleg met de RCE. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.7 Door de voorgenomen planontwikkeling van het centrum van Baardwijk, zal de stroom auto’s groter worden. Dit kunnen de Loeffstraat en de Pastoor van der Zijlensraat niet verwerken. Door de hoogstwaarschijnlijke invoering van een
A3.7 De capaciteit van de Loeffstraat is voldoende om het extra verkeer als gevolg van het planvoornemen goed en verkeersveilig te kunnen verwerken. Zie ook antwoord onder 7 en A2.2. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
eenrichtingsweg bij de Pastoor van der Zijlestraat, zal de ontsluiting onmogelijk worden. Ook de bereikbaarheid voor hulpdiensten en bevoorrading is onder de maat. Alleen de geplande inrit aan de zuidwestzijde van de kerk kan als toegang dienen. A3.8 Het plan draagt minder dan 1,2 ug/m3 bij aan de luchtkwaliteit. Er is dus verslechtering van de luchtkwaliteit, die al slecht is.
A3.8 Volgens de NSL-monitoringstool is de luchtkwaliteit ter plaatse in de bestaande situatie niet slecht. Ook na de ontwikkeling wordt ver onder de grenswaarden gebleven. Het planvoornemen zorgt dan ook niet voor een slechte luchtkwaliteit. Naar aanleiding van het aangepaste programma is de NIBM-tool opnieuw ingevuld. De conclusie wijzigt hierdoor niet en de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.9 Het is onduidelijk of hier sprake is van intramurale zorg, dan wel scheiding van wonen en zorg. Bij scheiding van wonen en zorg, zeker bij zorgindicatie VV4 kunnen partners samen een appartement gebruiken, waarbij een van de partners zorg en begeleiding ontvangt. Aangegeven is dat dementerende mensen geen auto meer rijden. Echter hun partners kunnen nog wel auto rijden, hetgeen uiteraard gevolgen heeft voor de parkeerbehoefte.
A3.9 De parkeerbalans is aangepast naar aanleiding van het aangepaste programma (zie ook DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN). Daarbij is rekening gehouden met maximaal 37 reguliere appartementen en 46 woonzorgeenheden. Voor 8 van die 46 woonzorgeenheden geldt dat een eventuele partner (die mogelijk nog wel auto rijdt) bij de zorgbehoevende mag wonen. Daar is in de nieuwe parkeerbalans rekening mee gehouden. Voor de overige 38 woonzorgeenheden geldt dat niet. De woonzorgeenheden zijn uitsluitend bedoeld voor mensen met een intensieve zorgvraag met een minimale zorgindicatie van 4 VV: “Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging”. Deze mensen zijn niet in staat auto te rijden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.10 Het kerkplein is een openbaar gebied. De eigenaar van het parkeerterrein bij de Clemenskerk dient te dulden dat hij niet vrij over zijn eigendom kan beschikken - aldus een gemeentelijke jurist. We zijn het oneens met de opheffing van de openbaarheid van het kerkplein c.a. Het plein moet openbaar blijven.
A3.10 Zie het antwoord onder 3. Anders dan hetgeen benoemd in DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN, leidt deze zienswijzen niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.11 Op het moment zijn er in de Loeffstraat 114 parkeerplaatsen beschikbaar voor 78 huisnummers. Per woning is er beschikking over 1,44 parkeerplaatsen. Deze zijn va. 85% bezet.
A3.11 Naar aanleiding van onder andere deze zienswijze is een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage E bij de “memo parkeren Clemensstaete” die als bijlage bij deze Nota is opgenomen. Op basis van het onderzoek blijkt dat er in de directe
Er is door de gemeente geen parkeeronderzoek uitgevoerd, hetgeen naar onze mening wel noodzakelijk is.
omgeving van het plangebied een restcapaciteit aanwezig is van minimaal 3 parkeerplaatsen. Zie verder ook antwoord onder A1.5. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.12 In het plan wordt opgenomen dat de te maken parkeerplaatsen dubbel gebruikt kunnen worden. Dit is niet juist, deze zijn alleen voor de koopappartementen bestemd. Van dubbel parkeren is hier geen sprake.
A3.12 Zie het antwoord onder A1.5. Voor de openbare parkeerplaatsen is het, conform de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015) toegestaan om dubbelgebruik door te berekenen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.13 In het plan worden de toekomstige geplande parkeerplaatsen voor een gedeelte gesitueerd op een compleet ‘leeg geveegd’ kerkplein. Het is niet duidelijk wat de status van de te realiseren parkeerplaatsen is, aangezien deze buiten het plangebied gepland staan. Door de initiatiefnemer is de anterieure overeenkomst wel ondertekend. Er worden feitelijk maar drie parkeerplaatsen op eigen grond gesitueerd. Er wordt dan ook bezwaar gemaakt tegen de gehele voorgestelde wijze van parkeren zoals opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan.
A3.13 Zie het antwoord onder 3 en A1.5. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.14 Bij de berekening van de parkeerbehoefte zijn een aantal afwijkingen geconstateerd. Op basis hiervan is een nieuwe berekening gemaakt van het benodigde aantal parkeerplaatsen voor het totale project. Uit deze berekening komt 133 parkeerplaatsen. Vanwege het verdwijnen van 14 parkeerplaatsen op het kerkplein worden dit er 133 + 14 = 147.
A3.14 Zie het antwoord onder 3 en A1.5. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.15 in vooroverleg met de wethouder op 2 maart 2022 is aangegeven dat er (nog) geen anterieure overeenkomst is ondertekend omtrent de te maken parkeerplaatsen c.a. op openbaar terrein buiten het ontwerp bestemmingsplan.
A3.15 Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, is een anterieure overeenkomst ondertekend door initiatiefnemer en gemeente. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.16 Er worden feitelijk maar 3 parkeerplaatsen op eigen (niet openbare) grond gesitueerd. Alle overige parkeerplaatsen komen op openbare grond. Terwijl de op het openbare kerkplein ca. geprojecteerde parkeerplaatsen met slagbomen worden afgesloten.
A3.16 Voor de parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen is de Nota parkeernormen van de gemeente Waalwijk 2015 bepalend. De Nota schrijft inderdaad voor dat alle parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden opgelost, en dat moet worden aangetoond dat er voldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. De noodzakelijke parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd met inachtneming van de herinrichting van de, gedeeltelijk buiten het plangebied, gelegen
openbare ruimte waarover met initiatiefnemer afspraken zijn gemaakt in de anterieure overeenkomst. In de toelichting (en de eerder genoemde memo met bijlagen d.d. 11 oktober 2022) is aangetoond dat er voldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Tussen initiatiefnemer en de gemeente zijn in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt m.b.t. de aanleg van deze parkeerplaatsen en de daarbij behorende kosten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. A3.17 Bomen zijn hier van groot belang, daarom is het raar dat in dit plan een grote aanslag wordt gedaan op het aanwezige groen. Onduidelijk is hoe binnen het plangebied de te verplanten bomen een goede plek kunnen krijgen
A3.17 Er zullen bomen worden verplant en worden gecompenseerd. Het is niet verplicht dit binnen het plangebied te doen. Hierover zijn in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt met de gemeente. Zie ook het antwoord onder 2. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A3.18 Het idee om bomen te rooien staat in schril contrast tot het voornemen van de gemeente. Er wordt bezwaar gemaakt tegen het rooien van bomen zonder dat hiervoor binnen het plangebied gelijkwaardige bomen in de plaats komen.
A3.18 Zie het antwoord onder 2. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Aanvullinge n 4 en 5
A4 + A5 De onder aanvulling 4 en 5 ingediende zienswijzen zijn reeds eerder in deze nota samengevat en van een beantwoording voorzien.
Aanvulling 6
A6.1 De eenrichtingsweg in de Pastoor Zijlenstraat zal het parkeren in de Loeffstraat niet ten goede komen.
A6.1 De mogelijkheid om de Pastoor Zijlenstraat aan te passen naar een eenrichtingsweg is verkeerskundig onderzocht en acceptabel beoordeeld. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A6.2 Er verdwijnen veel groenvoorzieningen in het openbaar gebied om meer openbare parkeergelegenheid voor dit bouwplan te realiseren.
A6.2 Zie antwoorden onder 2 en 8. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A6.3 Er verdwijnt veel “open gebied” door het grote bebouwingspercentage van de rond de kerk liggende gronden
A6.3 Zie antwoord onder 3.3. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
die bij het bouwplan horen en binnen dit nieuwe bestemmingsplan vallen.
Aanvulling 7
A6.4 Het karakter van de oude kern van Baardwijk verdwijnt door de veranderde aanblik van een prominent gebouw met een vrij liggend openbaar plein en groene omranding.
A6.4 Zie antwoord onder 3.3. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A6.5 Door de grote toevoeging van wooneenheden zal er een parkeerprobleem ontstaan in de straten rondom het gebied. Er is probleem omtrent de parkeergelegenheid in en rondom het plangebied. Door grootgebruikers als de scouting, activiteiten of feesten in de Oude Toren etc. is er veel verkeersdrukte en veel behoefte aan parkeren. Dit zijn echter wel activiteiten met piekmomenten. Er is geen parkeergelegenheid op eigen grond en met het plan om nog eens 5 appartementen te realiseren wordt de parkeerdruk alleen maar groter.
A6.5 Het aspect verkeer en parkeren is uitvoerig onderzocht en beschreven in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Zie ook het antwoord onder A1.5. Er kunnen voldoende parkeerplaatsen in en nabij het plangebied worden gerealiseerd op basis van een worst-case scenario. Doordat voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen zal er geen parkeerprobleem ontstaan in de beoogde situatie. Reeds aanwezige parkeerproblematiek hoeft niet door initiatiefnemer te worden opgelost. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A6.6 De projectontwikkelaar heeft ons als buurtbewoners regelmatig geïnformeerd over zijn plannen. Aanpassingen zijn er nauwelijks gedaan.
A6.6 Gesteld wordt dat er nauwelijks aanpassingen zijn gedaan. Dit wordt bestreden. Het programma is, ten opzichte van het eerdere ontwerpbestemmingsplan, aangepast. Daarnaast is de situering van de beoogde bebouwing aangepast, is de parkeersituatie aangepast, is extra groen op het plein ingetekend en is toegang via het plangebied voor de scouting en het kinderdagverblijf mogelijk gemaakt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. A7.1 Zie antwoord onder 3.3. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A7.1 Het ontwikkelingsrisico ligt bij de omwonenden, niet bij de ontwikkelaar. In die zin wordt er nadrukkelijk een appèl gedaan op de raad om het belang van de omwonenden te laten prevaleren boven dat van de ontwikkelende partij. Is in het kader van de planologische (on)mogelijkheden relevant of wordt voldaan aan het criterium van de goede ruimtelijke ordening. Hier zijn grote vraagtekens. Voor hen geldt dat op relatief korte afstand een complex komt van circa 80m lang en een maximale bouwhoogte van 12,5m. Dit is een stevige inbreuk op de omgeving. Er wordt gedacht dat omdat de haalbaarheid bepalend wordt, de omgeving niet dan wel in hoge mate onvoldoende is afgewogen.
A7.2 Het plan is en blijft in hoge mate gebaseerd op de realisatie van zorgappartementen. De zorgvoorzieningen zijn inmiddels grotendeels verleden tijd. Naar mening van de schrijver is er al een soortgelijk gebouw als het plan, genaamd BaLaDe. Dit gebouw zou voor verbintenis van de buurt zorgen. Hiermee zou er eerder concurrentie ontstaan.
A7.2 Initiatiefnemer heeft op basis van marktonderzoek aangetoond dat binnen het stedelijk gebied van Waalwijk behoefte is aan zorgwoningen in het beoogde segment. De aantallen in het programma van ontwikkelaar passen binnen de behoeftemonitor en de Woonvisie 2020 van de gemeente Waalwijk. De behoefte aan zowel reguliere als zorgwoningen is in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd. Hetgeen reclamant aanvoert is van algemene aard, en leidt niet tot de conclusie dat deze onderbouwing niet juist of onvolledig is. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A7.3 Er kan binnen het gebouw een functiewisseling worden doorgevoerd zonder enige vorm van beoordeling daarvan door uw gemeente. Dit kan doordat er sprake is van flexibiliteit. Oorspronkelijk zijn er 23 reguliere woningen en 66 zorgwoningen. Van deze 66 zorgwoningen kunnen er maximaal 14 worden omgezet in reguliere woningen.
A7.3 De bedoelde functiewisseling is inmiddels uit de regeling van het bestemmingsplan gehaald. Zie ook DEEL 2: WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN EN GEWIJZIGDE INZICHTEN en het antwoord onder A7.2. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A7.4 Het verschil in peil ter plaatse van de putdeksel en het oostelijk beoogde gebouw is dermate dat sprake kan zijn van diepte aanleg. Wat betekent dit voor de waterhuishouding? Dit lijkt kenmerkend voor de onzorgvuldigheid waarmee dit plan tot stand is gekomen en kennelijk ook door het college is beoordeeld.
A7.4 Aangezien binnen het plangebied sprake is van hoogteverschillen is het noodzakelijk om een vastliggend punt te gebruiken als Peil. In het ontwerpbestemmingsplan is er, in verband met de uniformiteit in de bestemmingsplannen binnen Waalwijk, voor gekozen als Peil de hoogte van het afgewerkt terrein te hanteren. In de toelichting is aangegeven dat de hoogte van de benoemde put in dit geval moet worden gezien als het afgewerkte terrein. De maximale bouwhoogten zijn afgestemd op dit peil en zijn door alle partijen stedenbouwkundig en ruimtelijk inpasbaar beoordeeld (zie ook het antwoord onder A7.2). Er zijn een jaar lang grondwaterpeilingen uitgevoerd middels twee peilbuizen. Daaruit is gebleken dat het gemiddelde grondwater niveau ter plaatse van de beoogde infiltratiekratten op 60 cm onder maaiveld is gelegen. In de toelichting is beschreven dat, rekening houdende met de grondwaterstand, er voldoende extra waterbergingscapaciteit kan worden gerealiseerd en dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse. In de regels van het bestemmingsplan is d.m.v. een voorwaardelijke verplichting ook verankerd dat er een waterbergingsvoorziening met voldoende capaciteit wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. In de WABO-aanvraag zal aangegeven worden welke maatregelen en worden getroffen indien nodig.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A7.5 het is discutabel of de ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid. De beschreven toetsing aan de strategische visie van de gemeente kan niet of nauwelijks worden aangemerkt als een feitelijke toetsing. De stelling dat er een optimale stedenbouwkundig en ruimtelijke invulling is, is niet rechtvaardig en steekhoudend. De bouwmassa is namelijk alles behalve passend in de omgeving. Bij de plantoelichting wordt eerder naar het wensbeeld toegeschreven dan dat feitelijk op basis van behoeftegegevens wordt onderbouwd waar het programma op gebaseerd is en op grond van welke ruimtelijke afwegingen deze locatie een geschikte is. De woningen zullen energieneutraal ontwikkeld worden. De maatregelen worden in overleg afgestemd tussen ontwikkelaar en bewoners. Dit past niet binnen het door de gemeente geformuleerde beleid dat vóór de ruimtelijke ontwikkeling geconcretiseerd dient te zijn welke duurzame maatregelen worden genomen.
A7.5 In de toelichting is onderbouwd dat het planvoornemen voldoet aan het gemeentelijke beleid. Benadrukt wordt dat het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Algemeen beleid is dat stedelijke ontwikkelingen in een dergelijke stedelijke omgeving moeten worden ingepast. Onderbouwd is op welke manier de betreffende ontwikkeling ruimtelijk-, stedenbouwkundig maar ook milieuhygiënisch en beleidsmatig acceptabel is en waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aanvullend wordt verwezen naar het antwoord onder A3.3 en A7.2
A7.6 Voor de stedelijke ontwikkelingsprojecten is een vormvrije mer-beoordelingsnotitie opgesteld. Deze bevat echter in hoge mate dezelfde inhoud als de plantoelichting. Dit wordt kenmerkend voor de onzorgvuldigheid van dit proces geacht.
A7.6 Er is inderdaad een vormvrije mer-beoordelingnotitie opgesteld. Zoals uit die titel blijkt, is dit document vormvrij. Op basis van dit document dient het college een mer-besluit te nemen. Dit besluit is genomen voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Het is correct dat de inhoud van de notitie nagenoeg gelijk is aan hoofdstuk 4 van de toelichting. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
A7.7 In het kader van het voorliggende initiatief is een cultuurhistorisch onderzoek van de Sint-Clemenskerk uitgevoerd. Behoud van de verschijningsvorm van het kerkgebouw staat boven alle andere waarden. Een duurzame en op de monumentale waarde afgestemde herbestemming moeten de historische context behouden en laten herleven voor komende generaties. Aangezien in dit geval een
A7.7 Zie het antwoord onder 5 en A3.3. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Anterieur is met initiatiefnemer afgesproken op welke manier duurzame maatregelen worden genomen. De woningen moeten op grond van het Bouwbesluit 2012 energieneutraal worden gerealiseerd. Het uiteindelijke bouwplan zal daar ook aan worden getoetst. De nieuwbouw krijgt een BENG-label. Het hergebruik van de kerk is zeer duurzaam te noemen aangezien de gasgestookte c.v.-ketels worden verwijderd en gebruik zal worden gemaakt van warmtepompen. Het energielabel zal daardoor A+ zijn. Daarnaast voorziet het planvoornemen in het duurzame behoud van het monumentale karakter. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.