CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Heistr. te SC 2023 Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ongewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Herziening Gemengd gebied Heistraat naast nr. 198 Sprang-Capelle11.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023 vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Heistraat naast nr. 198 te SprangCapelle 2023 vastgesteld

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Bodemonderzoek

7

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

31

Bijlage 3

Natuurtoets

77

Bijlage 4

Stikstof berekening

87

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

109

Bijlage 6

Risicoanalyse

145

Bijlage 7

Brief brandweer

193

3

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

4

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

Bijlagen toelichting

5

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

6

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

Bijlage 1 Bodemonderzoek

7

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

30

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

31

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Heistraat te Sprang-Capelle

Opdrachtgever BRO Postbus 4, Bosscheweg 107 5280 AA Boxtel ISSN 2214-5656 Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM14151 Status rapport Concept

Autorisatie Opstellers rapport:

paraaf datum

31 juli 2014 Redactie:

paraaf datum 31 juli 2014

Vrijgave:

paraaf datum 31 juli 2014

Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Postbus 1015 6040 KA ROERMOND (t) 0475 – 320 000 (f) 0475 – 321 967 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

3

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

5

1. INLEIDING

7

2. WERKWIJZE 9 2.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 9 2.2 Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen ................................................................................... 9 3. BUREAUONDERZOEK 11 3.1 Landschappelijke situatie - geomorfologie..................................................................................... 11 3.2 Landschappelijke situatie - bodem ................................................................................................ 11 3.3 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .............................................................................. 12 3.4 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ..................................................................... 13 3.5 Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal ............................................................................. 13 4. VERWACHTINGSMODEL

15

5. VELDWERKZAAMHEDEN 17 5.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 17 5.2 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw ............................................................. 17 6. CONCLUSIE 19 6.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 19 6.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen ..................................................................................... 19 7. AANBEVELINGEN

21

LITERATUURLIJST

23

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische overzichtskaart Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Overzicht IKAW met aanwezige onderzoeken, monumenten en waarnemingen Overzicht gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Overzicht AHN Boorkernbeschrijvingen

Pagina 2 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

SAMENVATTING Op 7 juli 2014 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de locatie Heistraat te Sprang-Capelle. Dit bureauonderzoek heeft geresulteerd in een specifiek verwachtingsmodel voor deze locatie. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten en/of vervolgtraject worden opgesteld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en mesolithicum als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap hebben gekozen, bij voorkeur in de buurt van open water. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst. Nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit, wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Op basis van de gegevens op de geomorfologische kaart ligt het plangebied waarschijnlijk in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (bijlage 5, code 2M9). Het plangebied ligt net als haar directe omgeving relatief laag in het landschap. Voor jagers-verzamelaars zullen de hoger gelegen gronden, zoals de dekzandrug ten zuiden van het plangebied, aantrekkelijkere bewoningslocaties zijn geweest. In de omgeving zijn ook geen vondsten gedaan uit de periode laat-paleolithicum of het mesolithicum.

Het is echter mogelijk dat het plangebied (en delen van de Heistraat) op een dekzandrug ligt. Dit is nu niet gekarteerd. Uit de gegevens van een eerder uitgevoerd onderzoek op 150 meter afstand zouden delen van een dekzandrug zijn aangetroffen. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Vanaf het neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt en worden jagen en verzamelen steeds minder belangrijk. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Voor de watervoorziening worden waterputten gegraven en in en nabij de nederzetting worden afvalkuilen gegraven. In de periode vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Indien het plangebied in een lager gelegen verspoelde dekzandvlakte ligt, zal het gebied vanaf de bronstijd onderdeel hebben uitgemaakt van een uitgestrekt veengebied. Alleen de hooggelegen dekzandruggen zijn gunstige vestigingslocaties geweest. Het veenmoeras was te nat voor bewoning, maar de veenvlakten waren ten dele wel toegankelijk.

Mogelijk lag het plangebied iets hoger in het landschap en kan hier sprake zijn geweest van bewoning. Daarom wordt aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het is niet bekend in hoeverre eventueel aanwezige resten nog aanwezig zijn, aangezien grote delen van het veengebied ten behoeve van turfwinning is afgegraven. Het bewoningspatroon verandert geleidelijk vanaf de late middeleeuwen. In deze periode is een hoge ligging van het gebied niet meer bepalend voor het bewoningspatroon. Vanaf de late middeleeuwen concentreert de bewoning zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Het plangebied ligt aan de Heistraat. Dit was een van de hoofdwegen / ontginningsassen van het latere SprangCapelle, kort na de verplaatsing in zuidelijke richting vanuit het oorspronkelijke straatdorp langs de Oudestraat. Bij deze laatmiddeleeuwse verplaatsing zal de in de ondergrond aanwezige zandrug ter plaatse van de Nieuwstraat en de bestaande verkaveling leidend zijn geweest voor de positie van de nieuwe nederzetting. e

Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat in het begin van de 19 eeuw voornamelijk aan de oostelijke zijde van de Heistraat meer bebouwing aanwezig is geweest. Het plangebied is vanaf die periode onbebouwd, maar maakt dus onderdeel uit van de lintbebouwingsstructuur. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.

Pagina 3 van 24

Op basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek kan worden gesteld dat de boringen een verstoorde bodem weergeven. De verstoring reikt in ieder geval 45 tot 95 cm –mv. De verstoringen reiken tot in de Cste horizont. Deze resultaten wijzen uit dat het archeologische niveau is verstoord als gevolg van recente (20 eeuw) bodemingrepen. Deze verstoringen hebben als gevolg dat de mogelijk aanwezige archeologische resten niet meer in-situ aanwezig zullen zijn. Er word geadviseerd dat er geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Pagina 4 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten

Oppervlakte Huidig locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever Bevoegde overheid Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering

:AM14151 :62.723 :Verkennend booronderzoek :Heistraat (naast nr. 198) te Sprang-Capelle :Heistraat :Waalwijk :Noord Brabant :Capelle, sectie E, 2583 :centrum: 127.767; 410.990 NW: 127.759; 410.002 NO: 127.778; 410.000 ZO: 127.776; 410.976 ZW: 127.757; 410.982 :650 m² :Tuin :Nieuwbouw woning :BRO :Gemeente Waalwijk :Zuidhoven 9m te Roermond tot deponering bij provinciaal depot PDB te ‘s-Hertogenbosch :7 juli 2014

Pagina 5 van 24

Pagina 6 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie (bijlage 1): Adres onderzoekslocatie Gemeente Oppervlakte Huidig perceelsgebruik Toekomstig perceelsgebruik

: Heistraat (naast nr. 198) te Sprang-Capelle : Waalwijk 2 : 650 m : Tuin : nieuwbouw woning

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA 3.3. Het verkennend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd door een KNA-archeoloog onder leiding van een KNA-senior archeoloog. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Op de locatie zal een woning gerealiseerd worden. Het plangebied is op het moment een tuin. De concrete diepte van de toekomstige werkzaamheden is niet vastgelegd. Er is tijdens het onderzoek uitgegaan van een maximale verstoringsdiepte van 1,00 m –mv.

Figuur 1: Overzicht van het plangebied, rode lijn

Pagina 7 van 24

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is, het bepalen van een specifiek verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel. Specifiek voor de locatie Heistraat zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:   

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Plangebied Het plangebied (figuur 2) ligt ten westen van de bebouwde kom van Sprang-Capelle. Aan beide zijden van de Heistraat bevindt zich lintbebouwing met daarachter akkers en grasland. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door weiland, in het zuiden door de Heistraat en wordt aan zowel de oost- als westzijde begrensd door woonerven (respectievelijk huisnummers 198 en 202).

Figuur 2: plangebied gefotografeerd voor aanvang van de werkzaamheden vanaf de Heistraat in noordelijke richting.

Pagina 8 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese. Archeologische bronnen  Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)  Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)  Archeologische Monumentenkaart (AMK)  Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS II)  De archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de gemeente Waalwijk  Specifieke lokale informatie Bodem- en geomorfologische kaarten  Bodemkaart (Alterra, uit Archis2)  Geomorfologischekaart (Alterra, uit Archis2)  Actuele Hoogtekaart van Nederland (AHN) Historische kaarten  Historisch minutenplan (1800-1832)  Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)  Moderne topografische kaart (2005) De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst.

2.2

Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Om een regelmatige verdeling over het plangebied te kunnen garanderen is gebruik gemaakt van een grid met gelijkbenige driehoeken (voor zover het plangebied dit toelaat). Deze meetpunten worden met behulp van meetwiel en meetlint uitgezet. De boorpunten worden gerelateerd aan de AHN. De boringen zijn uitgevoerd met een edelman boor van 10 centimeter. De boringen worden tot minimaal 30 centimeter in de ‘schone’ (C-horizont) ondergrond doorgeboord. De boorkernen worden conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven. Voor het plangebied aan de Heistraat is uitgegaan van 5 boringen om een duidelijk beeld te kunnen schetsen. Dit komt neer op circa 77 boringen per hectare. Tijdens het veldwerk wordt voor zover mogelijk gekeken naar archeologische indicatoren aan het oppervlak.

Pagina 9 van 24

Pagina 10 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het plangebied ligt in het zogenaamde zuidelijk zandgebied. Dit is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs 1 bedekt is geweest. Het reliëf wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en - ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. In dit gebied ligt een laag dekzand op Pleistoceen rivierzand en 2 grind. Het dekzandreliëf dat hierbij in het landschap is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en kopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. De voornamelijk westzuidwestelijke windrichting in deze periode is mede bepalend geweest voor de oriëntatie van de dekzandruggen welke zich vormden op de in noordelijke richting afhellende zone van de centrale slenk. Deze ruggen dwongen de diverse waterstelsels in de regio in specifieke banen en had een sterke invloed op de aard van de ontwikkeling van beekdalen. Het dekzand behoort tot het laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) en is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm 3 aan grind. Daarbij werden de oudere rivierafzettingen van de Maas afgedekt.

Deze onderliggende rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. In het onderzoeksgebied liggen oude rivierafzettingen aan of dicht onder het maaiveld. Een groot deel van deze formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar BP) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar BP). Aan het begin van het Holoceen kon door opwarming weer nieuwe vegetatie ontstaan en kwam een einde aan de verstuivingen. Door het smelten van het landijs nam de zeespiegel toe en tevens het grondwaterpeil. Dit had voor de regio rond het plangebied tot gevolg dat hier een drassig gebied ontstond, waarin hoogveen kon ontstaan. Dit veen heeft tot in de nieuwe tijd het landschap bedekt, tot het werd afgegraven ten behoeve van turfwinning. Een dergelijke veenafgraving is waarschijnlijk ten zuiden van het plangebied aanwezig. Hier bevinden zich enkele zones van vlaktes ontstaan door afgraving of egalisatie (bijlage 5, code 2M48). Op de Geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd, omdat het zich in bebouwd gebied bevindt. Op basis van extrapolatie van aangrenzende eenheden ligt het plangebied waarschijnlijk in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (bijlage 5, code 2M9).

Op de Algemene Hoogtekaart van Nederland (bijlage 7) zijn nauwelijks hoogteverschillen te herkennen. Ook de afgravingszones zijn niet als zodanig te herkennen. Wel is de relatief hogere ligging van de Heistraat met de bebouwing te zien. 3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Op de Bodemkaart is het plangebied eveneens niet gekarteerd, omdat het zich in bebouwd gebied bevindt. Op basis van extrapolatie van aangrenzende eenheden komen in het plangebied waarschijnlijk meerveengronden op zand met humuspodzol, beginnend ondieper dan 120 cm voor (bijlage 6, legenda zVp). Meerveengronden komen veelvuldig voor tussen Waspik en Waalwijk op de overgang van de veengronden naar de zandgronden. Meerveengronden zijn veengronden met een circa 30 cm dik zanddek dat vaak leemarm met matig fijn zand en bontkleurig. Onder het zanddek bevindt zich een veenlaag tussen de 40 en 70 cm dikte, bestaande uit zeggeveen op een pleistocene zandondergrond. Bij gronden met zand ondieper dan 120 cm, begint het zand meestal vanaf 70 cm en ligt hier soms een humusrijke of moerige smeerlaag. In de 4 zandondergond treft men plaatselijk een humuspodzol aan (code zVp).

1 Berendsen 2005, 29. 2 Berendsen 2004, 190. 3 Berendsen 2004, 189. 4 Stiboka 1990, 68; De Bakker en Schelling 1989. Pagina 11 van 24

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

Sprang-Capelle is ontstaan als veenontginningsdorp. In het veengebied dat zich van de Maas tot aan de Loonse e en Drunense Duinen uitstrekte is op grote schaal turf gestoken. Deze ontwikkeling ving aan in de 12 eeuw in e het westelijke deel van het land. In de omgeving van het plangebied vonden de meeste ontginningen in de 12 e 5 en 14 eeuw plaats. In de late middeleeuwen zou het veen een belangrijke rol gaan spelen, toen op grote schaal turf werd gestoken en verhandeld. De afgravingen geschiedden vrijwel altijd in noord-zuidelijke richting, zodat in de loop der tijd zeer typische lange, noord-zuid georiënteerde percelen ontstonden. Sprang-Capelle komt voor het eerst voor in de geschreven bronnen als Spranc in 1331. De oorspronkelijke 6 betekenis was ‘waterader’. Het verwijst waarschijnlijk naar de ligging aan een rivierzijtak ofwel ‘sprenge’. De gronden werd door de eerste bewoners uitgedolven en er werden kleine dijken en staten aangelegd. Na deze zware werkzaamheden bleven 240 morgen over dat voor de landbouw werd benut. e Sprang(-Capelle) is ontstaan op de scheiding van zand- en veengronden, langs de 14 eeuwse ontginningsvaart tussen ‘s Gravenmoer en ‘s Hertogenbosch. Het dorp ontwikkelde zich als een zogenaamd straatdorp. Bij een straatdorp concentreert de bebouwing zich langs de hoofdwegen.

De bewoning concentreerde zich in eerste instantie langs de Oudestraat, ten noorden van het huidige dorp. Na 1396 werd een nieuwe hoofdvaart aangelegd die van Kaatsheuvel via Sprang-Capelle naar Den Bosch liep. Deze sloot aan op de al oudere Vossenbergse Vaart, die al een west-oostelijke oriëntatie had voor de aansluiting op de veenontginning vanaf ’s Gravenmoer. Na verloop van tijd ontstond in het gebied een daling van het maaiveld door inklinking van de bodem. Dit was het gevolg van de systematische veenafgravingen tot gemiddelde diepten van vaak 1 tot 1,5 meter. Als reactie daarop verplaatste het dorp zich in zuidelijke richting naar de huidige locatie (Kerkstraat – Raadhuisstraat – Heistraat). Ter plaatse van de Kerkstraat en Nieuwstraat bevindt zich een zandrug in de ondergrond die in eerste instantie bij de bouw van de kerk in 1325 was aangeboord. De verplaatsing van het dorp verliep heel e geleidelijk en duurde voort tot tenminste in de 17 eeuw. Tot die periode bevond ruim één derde van de 7 boerderijen zich nog aan de Oude Straat. Hoewel in de late middeleeuwen turfwinning één van de grootste inkomstenbronnen was, raakte deze grondstof e in de loop van de 17 eeuw uitgeput. Men stapte daarom over op veeteelt, landbouw en, met name buitendijks, hooibouw.

Omdat het hooi en andere producten grotendeels per schip werden getransporteerd, ontstonden in e deze tijd ook enkele scheepswerven. Aan het einde van de 17 eeuw ontwikkelde zich een nieuwe industrie, namelijk die in leer en schoenen. In 1923 ontstond de naam Sprang-Capelle uit de samenvoeging van de dorpen Capelle, Sprang en Vrijhoeve. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren van de Hervormde Kerk van Sprang-Capelle door een voltreffer verwoest. Verder werden volgens het Defensie- en oorlogsschade register tussen de 1 en de 50 woningen 8 vernield (Van Blankenstein 2006). Daarnaast stortten in de omgeving diverse geallieerde en Duitse toestellen neer. In 1940 stortte in Capelle een Duits toestel neer en in 1942 en 1943 twee in Waalwijk. In 1944 stortten in 9 Waalwijk één en in Sprang-Capelle drie geallieerde toestellen neer. In de meeste gevallen is echter niet de exacte crashlocatie bekend, zodat onduidelijk is wat de gevolgen hiervan zijn voor het plangebied. Ook explodeerden in de gemeente twee Duitse V-1 raketten. Een stortte neer op het raadhuis, terwijl de ander al in 10 de lucht afging. Sprang-Capelle werd uiteindelijk bevrijd door de Schotse 51st Highland Division.

5 De Bont 1993, 37. 6 Van Berkel en Samplonius 2006, 422. 7 De Bont 1993, 30. 8 Van Blankenstein 2006.; Auwerda en Grimm 2008 (Verliesregisters 1940 tot en met 1944). 9 Auwerda en Grimm 2008 (Verliesregisters 1940, 1942 tot en met 1944); Zwanenburg 1990. 10 Didden & Swarts 1979.

Pagina 12 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW) is het plangebied niet gekarteerd, omdat het zich binnen een bebouwde zone bevindt. Het plangebied is echter gelegen in een grotere zone waaraan een lage trefkans is toegekend. In de directe omgeving bevinden zich ook zones met een middelhoge trefkans (bijlage 3). Deze zijn gerelateerd aan de ligging van lage enkeerdgronden (bijlage 6, code EZg21w). Op de leidende archeologische verwachtingskaart van de gemeente Waalwijk geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting en op de leidende beleidskaart van de gemeente Waalwijk ligt het plangebied in een zone Categorie 2: Gebied van archeologische waarde (bijlage 4). Deze waarden zijn gerelateerd aan de ligging van de lintbebouwing aan de Heistraat, waartoe ook het plangebied behoort. In de directe omgeving (1000 meter) van het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan. Binnen een straal van ca. 1500 meter zijn twee waarnemingen gedaan. Eén waarneming betreft de ligging van mogelijk intacte middeleeuwse funderingsresten van het kasteel Zuidewijn (waarnemingsnummer 414.395). Een andere waarneming betreft de vondst van een bronzen beeld van onbekende ouderdom (op zijn vroegst Romeins). De exacte locatie van de vondst is niet duidelijk (waarnemingsnummer 39.851). Binnen een straal van 1000 meter zijn drie onderzoeksmeldingen bekend.

Op 150 meter ten zuidoosten van het plangebied werd in 2008 een booronderzoek uitgevoerd door Becker en Van de Graaf. Uit het booronderzoek bleek dat het plangebied op een afgegraven dekzandrug ligt. Er werd geen vervolgonderzoek geadviseerd (onderzoeksmelding 28.666). RAAP voerde in 2007 een bureauonderzoek uit voor een omvangrijk gebied vanaf 260 meter ten noorden van het plangebied. Uit de resultaten kwam naar voren dat voor enkele waterhuishoudelijke ingrepen rekening diende te worden gehouden met aanwezige historische structuren en patronen (onderzoeksmelding 25.501). Door Aeres Milieu werd in 2013 een booronderzoek uitgevoerd op een locatie op 815 meter ten zuidoosten van het plangebied. Op basis van het booronderzoek bleek dat de bodem verstoord tot in ieder geval 40 tot 90 cm beneden maaiveld. De verstoringen reiken tot in de C-horizont. Geconcludeerd werd dat het archeologische niveau is verstoord als gevolg van recente (30-40 jaar oude) bodemingrepen en geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is (onderzoeksmelding 59.335). Binnen een straal van 1500 meter ten opzichte van het plangebied zijn nog drie onderzoeken bekend. Bij twee onderzoeken, gelegen op 1,1 tot 1,4 kilometer ten zuidwesten van het plangebied, bleek de bodem verstoord en was geen nader onderzoek nodig (onderzoeksmeldingen 8196 en 24.366).

Op 1,4 kilometer ten zuidoosten van het plangebied werd op basis van een booronderzoek eveneens een lage archeologische verwachting voor het terrein toegekend (onderzoeksmelding 22.870). De hierboven beschreven locaties liggen ofwel in ongekarteerd gebied, ofwel binnen een verspoelde dekzandvlakte, danwel een vlakte ontstaan door afgraving of egalisatie (bijlage 5, respectievelijk code 2M9 en 2M48).

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal

Het plangebied ligt aan de Heistraat, een van de voornaamste ontginningsassen van het latere Sprang-Capelle e 11 (zie ook paragraaf 3.3). Op het minuutplan uit het begin van de 19 eeuw (figuur 3) is te zien dat het plangebied aan de bestaande Heistraat ligt, waaraan enige bebouwing aanwezig is. De parallel aan de Heistraat lopende ontginningsas Zuidhollandsedijk is ook bestaand, evenals het verbindingsstraatje de Korte Nieuwstraat. Ook is duidelijk de noord-zuidelijke oriëntatie van de perceleringen zichtbaar, haaks op de weg gelegen, die wijst op het voormalige steken van turf. Het plangebied is onbebouwd. In de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels 12 (OAT) staat aangegeven dat het plangebied als bouwland in gebruik is. De meeste percelen zijn als bouwland of weiland in gebruik.

Op de kaarten uit 1830-1850 en 1899 is een grotendeels gelijke situatie zichtbaar. Het plangebied blijft onbebouwd, hoewel bebouwing aanwezig is in het oostelijk aangrenzende perceel. De bebouwing concentreert zich voornamelijk aan de oostelijke zijde van de Heistraat en aan de Zuidhollandsedijk. 11 www.watwaswaar.nl Gemeente Capelle, sectie E, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 12 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina 13 van 24

Het plangebied is nu als weiland in gebruik. Direct ten noorden van het plangebied is op de kaart uit 1899 de nu niet meer bestaande spoorlijn te zien. De kaart uit 1959 laat zien dat de nu ook de Heistraat een nagenoeg aaneengesloten bebouwing kent. Het plangebied blijft echter onbebouwd en is in gebruik als weiland.

Figuur 3: Historisch kaartmateriaal uit 1811-1832, 1830-1850, 1899 en 1959. Het plangebied is aangegeven in rood.

Pagina 14 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

4. VERWACHTINGSMODEL Op basis van voorgaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van open water. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst, nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit, wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Op basis van de gegevens op de geomorfologische kaart ligt het plangebied waarschijnlijk in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (bijlage 5, code 2M9). Het plangebied ligt net als haar directe omgeving relatief laag in het landschap. Voor jagers-verzamelaars zullen de hoger gelegen gronden, zoals de dekzandrug ten zuiden van het plangebied, aantrekkelijkere bewoningslocaties zijn geweest. In de omgeving zijn ook geen vondsten gedaan uit de periode laat-paleolithicum of het mesolithicum. Het is echter mogelijk dat het plangebied en (delen van) de Heistraat op een dekzandrug ligt. Dit is nu niet gekarteerd. Uit de gegevens van een eerder uitgevoerd onderzoek op 150 meter afstand zouden delen van een dekzandrug zijn aangetroffen.

Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Vanaf het neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt en worden jagen en verzamelen steeds minder belangrijk. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Voor de watervoorziening worden waterputten gegraven en in en nabij de nederzetting worden afvalkuilen gegraven. In de periode vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Indien het plangebied in een lager gelegen verspoelde dekzandvlakte ligt, zal het gebied vanaf de bronstijd onderdeel hebben uitgemaakt van een uitgestrekt veengebied. Alleen de hooggelegen dekzandruggen zijn gunstige vestigingslocaties geweest. Het veenmoeras was te nat voor bewoning, maar de veenvlakten waren ten dele wel toegankelijk. Mogelijk lag het plangebied iets hoger in het landschap en kan hier sprake zijn geweest van bewoning. Daarom wordt aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.

Het is niet bekend in hoeverre eventueel aanwezige resten nog aanwezig zijn, aangezien grote delen van het veengebied ten behoeve van turfwinning is afgegraven. Het bewoningspatroon verandert geleidelijk vanaf de late middeleeuwen. In deze periode is een hoge ligging van het gebied niet meer bepalend voor het bewoningspatroon. Vanaf de late middeleeuwen concentreert de bewoning zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Het plangebied ligt aan de Heistraat. Dit was een van de hoofdwegen / ontginningsassen van het latere SprangCapelle, kort na de verplaatsing in zuidelijke richting vanuit het oorspronkelijke straatdorp langs de Oudestraat. Bij deze laatmiddeleeuwse verplaatsing zal de in de ondergrond aanwezige zandrug ter plaatse van de Nieuwstraat en de bestaande verkaveling leidend zijn geweest voor de positie van de nieuwe nederzetting. Uit e bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat in het begin van de 19 eeuw voornamelijk aan de oostelijke zijde van de Heistraat meer bebouwing aanwezig is geweest. Het plangebied is vanaf die periode onbebouwd, maar maakt dus onderdeel uit van de lintbebouwingsstructuur. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.

Pagina 15 van 24

Periode

Verwachting

Laat-paleolithicum – mesolithicum,

Middelhoog

Neolithicum – vroege middeleeuwen

Middelhoog

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Middelhoog

Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen funderingsresten, gebruiksvoorwerpen,

Diepeteligging sporen In de podzolbodem en/of onder een pakket veen

In de podzolbodem en/of onder een pakket veen

Vanaf het maaiveld

Tabel 1: Archeologische verwachting per periode.

Pagina 16 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1

Algemeen

Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting in het plangebied. Hiertoe zijn in het plangebied 5 verkennende boringen gezet tot een diepte van maximaal 150 cm – mv (bijlage 8). Het plangebied is ingericht als tuin. De boringen zijn gezet met een 10 centimeter diameter edelmanboor. Voor een verdeling van de boringen zie bijlage 2. 5.2

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw

Het plangebied heeft een vrij uniforme bodemopbouw. De bovengrond bestaat uit een zeer fijn, zwak tot matig siltig, matig humeus zand. Gelegen op een zeer fijn matig, siltig zand. De overgang tussen de twee lagen is over het algemeen als rommelig te beschrijven. De bovengrond bevat in enkele gevallen moderne aardewerkresten e (20 eeuw) en modern puin en baksteen. In boring 2 is de overgang tussen de twee lagen dusdanig rommelig dat deze afzonderlijk is beschreven in verband met de aanwezige brokken zand.

Figuur 4: boorkern van boring 3, één van de minder geroerde overgangen.

De bovengrond wordt geïnterpreteerd als een geroerd eerddek. Dit wijkt af van de verwachte meerveengronden. Het eerddek is recentelijk sterk geroerd. Dit valt onder andere te herleiden aan de aanwezigheid van moderne stukken aardewerk, puin en baksteen. Dit materiaal is aangetroffen tot op de overgang naar de onderliggende zandlaag. Deze onderliggende zandlaag wordt geïnterpreteerd als de C-horizont, of het ongeroerde moedermateriaal.

5.3

Vondsten

Hoewel het niet tot het bereik van het onderzoek behoort, is tijdens het veldwerk gelet op eventuele archeologische indicatoren. Er zijn, naast de moderne resten, geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Pagina 17 van 24

Pagina 18 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

6. CONCLUSIE 6.1

Algemeen

Alle boringen geven een beeld van een zogenaamd A-C-profiel. De bodem in het plangebied is zeer verstoord. Op basis van de bodemkundige kaart werden meerveengronden verwacht. Op basis van de aangetroffen profielen kan een vermoeden worden geschetst dat ter plaatse eerdgronden aanwezig waren. De belangrijkste oorzaak van de bodemverstoring kan gezocht worden in het gegeven dat het plangebied mogelijk als landbouwgrond regelmatig is omgezet. Zelfs in boring 3, de minst diepe ligging van de C-horizont, is geen sprake van enige bodemvorming. Derhalve kan worden aangenomen dat eventuele interessante horizonten op een hoger niveau hebben gelegen, waardoor de gemiddelde diepte van de overige overgangen, op circa 95 centimeter –mv, beschreven kunnen worden als zeer diep verstoord. Op basis van deze gegevens kunnen de verwachtingen zoals beschreven in het bureauonderzoek worden bijgesteld naar laag.

6.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen

 Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Nee. Mochten er onder het oorspronkelijke archeologische vlak archeologische sporen aanwezig zijn geweest, dan zijn deze resten volledig geroerd door de verstoring in het plangebied. Het geroerde topdek heeft een dikte circa 95 centimeter (boring 3 buiten beschouwing gelaten als uitschieter).  In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Er is geen oorspronkelijke bodem aangetroffen. Er is overal sprake van een A-C profiel.  Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Er worden geen archeologische resten verwacht. Derhalve vormt de ingreep geen bedreiging voor het bodemarchief.

Pagina 19 van 24

Pagina 20 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

7. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek kan worden gesteld dat de boringen een verstoorde bodem weergeven. De verstoring reikt in ieder geval 45 tot 95 cm – mv. De verstoringen reiken tot in de Cste horizont. Deze resultaten wijzen uit dat het archeologische niveau is verstoord als gevolg van recente (20 eeuw) bodemingrepen. Deze verstoringen hebben als gevolg dat de mogelijk aanwezige archeologische resten niet meer in-situ aanwezig zullen zijn. Er word geadviseerd dat er geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk krijgen van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet worden uitgesloten dat er (diepere) archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de monumentenwet van 1988, artikel 53, verplicht dat deze resten bij het Rijk worden gemeld.

Pagina 21 van 24

Pagina 22 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat te Sprang-Capelle / AM14151

LITERATUURLIJST

Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Berendsen, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 2008: Landschap in delen. Overzicht van de geofactoren, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Bont, de, C., 1993: ‘…Al het merkwaardige in bonte afwisseling…’: Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant, Waalre. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Didden, J.M./M. Swarts, 1979: Strijd tussen Maas en duinen; Een fotoverslag van de gebeurtenissen in de Laagstraat van september 1944 tot mei 1945, Waalwijk. Es, Van W.A../H. Sarfatij/ P.J.

Woltering (red.), 1988: Archeologie in Nederland, De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Sanders, J.G.M (red.), 1996: Noord Brabant tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden (1572-1795), Hilversum. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1990: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, toelichting bij de kaartbladen 44 Oost Oosterhout, Wageningen. Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Zwanenburg, G.J., 1990: En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog, deel 2: Luchtaanvallen op doelen in en om Nederland, Almere.

Pagina 23 van 24

Digitale bronnen: www.ahn.nl www.archis2.archis.nl www.waalwijk.nl www.watwaswaar.nl

Archeologische kaarten en databestanden: Alterra, 2009: Bodemkaart van Nederland, Blad 44 Oost, Wageningen. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem II (Archis2), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Geomorfologische kaart en bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), Wageningen, 1983. Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, 2e generatie, IKAW, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort, 2000. Nales, T., E.H. Boshoven en H.M.M. Geerts, 2007: Gemeente Waalwijk. Archeologische verwachtingskaart, ’s Hertogenbosch/Deventer (BAAC rapport 06.047). Vestigia, 2010: Actualisering erfgoedkaart gemeente Waalwijk, Kaart 2: Archeologische beleidskaart, Amersfoort (Vestigia rapport V795A).

Pagina 24 van 24

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart

Omgevingskaart

Klantreferentie: AM14151 HvdT

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object CAPELLE E 2583 Heistraat 198, 5161 GL SPRANG-CAPELLE CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: AM14151 HvdT 119

120

2585

2580

2583 2588 2584 2576

2586

2577

2587 2593

2578 2581

208

206

204

202

2582 197 199

traat

195

2007

198

Heis

2590

194

2591 192

2682 191

188

189

185

1

2

182

187

2681

183

193

1917

178

258

2674

9

3

181

2349

179

2635

2350

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 7 juli 2014 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

180

CAPELLE E 2583

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 2 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 3 Overzicht IKAW, aanwezige onderzoeken, monumenten en waarnemingen

Overzicht IKAW

30-07-2014

met aanwezige monumenten, onderzoeksmeldingen en waarnemingen

129028 / 410873

Legenda ONDERZOEKSMELDINGEN WAARNEMINGEN HUIZEN TOP10 ((c)TDN)

MONUMENTEN archeologische waarde hoge archeologische waarde zeer hoge archeologische waarde zeer hoge arch waarde, beschermd

IKAW zeer lage trefkans lage trefkans middelhoge trefkans hoge trefkans

62723

lage trefkans (water) middelhoge trefkans (water) hoge trefkans (water) water

28666

niet gekarteerd PROVINCIES

59335

0

500 m

N

126670 / 408947

Archis2

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 4 Overzicht gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 5 Overzicht geomorfologische kaart

Geomorfologische kaart

30-07-2014 129381 / 411162

Legenda

2M14

HUIZEN TOP10 ((c)TDN)

GEOMORFOLOGIE ((c)Alterra) Wanden Hoge heuvels en ruggen Terpen Hoge duinen Plateaus Terrassen Plateau-achtige vormen Waaiervormige glooiingen Niet-waaiervormige glooiingen

2M9

Lage ruggen en heuvels Welvingen Vlakten Laagten Ondiepe dalen Matig diepe dalen Diepe dalen Water

2M48

Bebouwing Overig (Dijken etc)

2M48

IKAW

2M48

zeer lage trefkans lage trefkans middelhoge trefkans

2M9

2M9

hoge trefkans lage trefkans (water) middelhoge trefkans (water)

3L5 2M14 3N4

0

500 m

N

126316 / 408658

Archis2

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 6 Overzicht bodemkaart

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 7 Overzicht AHN

Archeologisch onderzoek Heistraat 198 te Sprang-Capelle / AM14151

BIJLAGE 8 Boorkernbeschrijvingen

getekend volgens NEN 5104

Boring:

001

Boring: 1.66 0

0

002

NAP Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, bruingrijs, Edelmanboor, recent aardewerk

50

1.64

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor

50

60

80

100

110

Boring:

Zand, zeer fijn, siltig, neutraalbeige, Edelmanboor, geroerde overgang

90

100 120

003

Boring: 1.62

NAP

0

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, bruingrijs, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, matig siltig, sterk humeus, brokken zand, grijsbruin, Edelmanboor, recent aardewerk Zand, zeer fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor, C-horizont

004 1.62

0

NAP

0

0

NAP

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, brokken zand, grijsbruin, Edelmanboor

45

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor, rommelige overgang

95

100

100

50

100 125

Boring:

Zand, zeer fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor, C-horizont

005 1.64

0

NAP

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, sporen puin, grijsbruin, Edelmanboor, moderne baksteen

50

100 120

150

150

Zand, zeer fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor, C-horizont

Projectnaam: Heistraat 198, Sprang-Capelle Projectcode: AM14151-ARCH

Opdrachtgever: BRO

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

zand

Klei, sterk zandig

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

bestemmingsplan Heistraat naast nr. 198 te Sprang-Capelle 2023

Bijlage 3 Natuurtoets

77

Notitie

: Natuurtoets Heistraat 198 te SprangCapelle (gemeente Waalwijk)

Locatie Datum Projectnummer Opgesteld door

: Heistraat 198 te Sprang-Capelle : 24 juni 2014 : 211x07170 :

Voorliggend verslag is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Heistraat naast 198 te Sprang-Capelle’, opgesteld door BRO met projectnummer 211x07170.

Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek is een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Natuurbescherming in Nederland De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in respectievelijk de Natuurbeschermingswet (NB-wet) en de Flora- en faunawet (FF-wet). Deze wetten vormen een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau in de Verordening Ruimte (Noord-Brabant) is vastgelegd. Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet heeft betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden.

Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied (of Beschermd Natuurmonument) zijn vergunningsplichtig. Provinciaal beleid De provinciale groenstructuur, bestaande uit Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Groenblauwe Mantel, is ruimtelijk vastgelegd in de Verordening Ruimte. De EHS is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Ook de beheergebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot de EHS. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

ADVIES / Natuurtoets Heistraat 198 te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk)

1

Flora- en faunawet De Flora- en faunawet heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten (uit de groepen kevers, mieren, schelp- en schaaldieren) en op een honderdtal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 2 Flora- en faunawet). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met de juridisch zwaarder beschermde soorten uit ‘tabel 2’, de bijlage 1 soorten van het besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, de soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn (tezamen tabel 3) en met alle vogels.

Van deze laatste groep is een lijst opgesteld met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn en een lijst met vogels waarbij inventarisatie gewenst is. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op dan dient er gekeken te worden of er passende maatregelen getroffen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen. Werkwijze natuurtoets In de natuurtoets zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en planologisch beschermde natuurwaarden. Deze werkwijze vloeit voort uit de ‘Wijziging beoordeling ontheffing Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van LNV van september 2009. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 12 juni 2014 door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied. Mogelijke verblijfplaatsen en sporen van dieren zijn onderzocht. Naast een veldbezoek is er een bronnenonderzoek gedaan.

Voor dit bronnenonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare gegevens, zoals algemene verspreidingsatlassen en internetsites (www.waarneming.nl en www.telmee.nl) en de checklist Inschatting Vooronderzoek Vleermuizen (www.vleermuis.net). Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek is vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EL&I genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

ADVIES / Natuurtoets Heistraat 198 te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk)

2

Beschrijving van het plangebied Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Sprang-Capelle in de gemeente Waalwijk. De Amersfoortcoördinaten van het midden van de locatie zijn 127,7-410,02. De ligging van het plangebied is te zien in afbeelding 1 en 2.

Afbeelding 1 en 2: Respectievelijk globale ligging (rode ster) en begrenzing (rood omlijnd) van het plangebied.

Huidige situatie Het plangebied is gesitueerd in het zuidwestelijke gedeelte van de tuin van de woning aan Heistraat 198 (zie ook afbeelding 3). Dit deel van de tuin bestaat uit een gedeelte met opgaande vegetatie (struiken en enkele bomen), welke de tuin omzoomd langs de zuidzijde (straatkant) en de westzijde. De rest van dit deel van de tuin bestaat uit gazon en enige verharding in de vorm van een oude stenen waterput. Een hoog opgaande, oude kersenboom ligt net buiten het bouwvlak van de te realiseren woning. Het overig deel van het plangebied, buiten het bouwvlak voor de te realiseren woning, bestaat uit verharding (bestrating langs de huidige bebouwing) en een naar het noorden toe doorlopende tuin. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Voor een impressie van het plangebied zie foto’s 1 t/m 5. Toekomstige (geplande) situatie De gewenste ontwikkeling betreft de realisatie van een woning ten westen van de bestaande woning op het perceel, in het zuidelijke deel van de tuin. De ligging van het bouwvlak en de situering en inpassing van de woning binnen het plangebied is weergegeven in een verkavelingsschets, zie afbeelding 3. Ten behoeve van de ontwikkeling blijft de tuin buiten het bouwvlak voor de woning grotendeels gehandhaafd. De oude kersenboom (zie foto 1) net ten noorden van het bouwvlak blijft behouden.

Mogelijk wordt een deel van de opgaande vegetatie (foto 3 en 4) langs de rand van het bouwvlak verwijderd. Voor de ontwikkeling zal geen nieuwe toegangsweg gerealiseerd worden. 2

De getallen staan respectievelijk voor de x-coördinaat en de y-coördinaat van de linkerbenedenhoek van het betreffende kilometervak.

ADVIES / Natuurtoets Heistraat 198 te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk)

3

Foto 1: Zuidelijke deel tuin (bouwvlak), bezien vanuit NO.

Foto 2: Middendeel tuin buiten bouwvlak, bezien vanuit O.

Foto 3 en 4: Hoog opgaande vegetatie zuidelijk deel tuin.

Foto 5: Noordelijke rand van tuin, bezien vanuit N.

Afbeelding 3: Uitsnede verkavelingsschets.

ADVIES / Natuurtoets Heistraat 198 te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk)

4

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de invloedssfeer van door de Natuurbeschermingswet beschermde gebieden. Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Langstraat, ligt ruim 100 meter ten noorden van het plangebied. Het plangebied wordt fysiek afgeschermd van het Natura 2000-gebied door het overige hoog opgaande deel van de tuin, het hoger gelegen Halve Zolenpad en de daar langs gelegen houtsingels. De watergang ten noorden van de tuin is eveneens gescheiden van de watergangen in het Natura 2000-gebied. Effecten van verstoring (door trilling, geluid en mechanische effecten alsook optische verstoring), verdroging en verontreiniging worden met de bouw van de woning op voorhand uitgesloten. In het plan hoeft geen rekening gehouden te worden met wettelijke gebiedsbescherming. Planologische gebiedsbescherming Het plangebied ligt geheel buiten de EHS of Groenblauwe Mantel zoals deze is vastgesteld op de kaart van de Verordening Ruimte. Door de ontwikkeling zullen geen wezenlijke kenmerken van de provinciale groenstructuur worden aangetast. In de planvorming voor het gebied hoeft geen rekening gehouden te worden met planologische bescherming van natuurwaarden. Toetsing Flora- en faunawet Vaatplanten Er zijn tijdens het veldbezoek in het plangebied geen beschermde vaatplanten aangetroffen.

Het gaat hier om een tuin waar zich gazon en enkele met name groenblijvende struiken bevinden op en nabij het bouwvlak voor de te realiseren woning. In het nabijgelegen Natura 2000-gebied Langstraat zijn diverse zeldzame en beschermde soorten planten aanwezig, waaronder Spaanse ruiter (tabel 2). Geschikte groeiplaatsen voor deze soorten zijn niet binnen het plangebied aanwezig en het voorkomen van beschermde soorten planten binnen het plangebied wordt uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Enkele algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren van tabel 1 (mol, egel, konijn, etc.) kunnen van het plangebied gebruik maken. Het voorkomen van eekhoorn (tabel 2) is bekend uit de (wijdere) omgeving (www.telmee.nl). Het plangebied vormt echter geen geschikt habitat voor deze soort. Negatieve effecten voor strenger beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten. Effectenbeoordeling Voor de genoemde soorten van tabel 1 geldt een algemene vrijstelling van de Flora- en Faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het kader van de algemene zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig.

ADVIES / Natuurtoets Heistraat 198 te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk)

5

Vleermuizen Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen (allen tabel 3). De omgeving van het plangebied leent zich voor vleermuizen. Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van diverse soorten vleermuizen (www.telmee.nl). In de directe omgeving en binnen het plangebied zijn dikke bomen aanwezig (>3 dm). Deze kunnen door boombewonende vleermuizen (zoals ruige dwergvleermuis en watervleermuis) gebruikt worden als vaste verblijfplaats. Vanwege het ontbreken van bebouwing binnen het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (zoals gewone dwergvleermuis) uitgesloten. De direct langs het plangebied gelegen bebouwing is echter wel geschikt voor vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. In de mogelijk te verwijderen bomen en struiken (foto 3 en 4) zijn geen voor vleermuizen geschikte holten of openingen aanwezig. Tevens vormt deze vegetatie geen onderdeel van een doorgaande vegetatiestructuur die dienst kan doen als vliegroute van vleermuizen. Het plangebied zal wel onderdeel zijn van foerageergebied voor vleermuizen. Effectenbeoordeling Het plangebied vormt onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen.

Met het verwijderen van een enkele boom en een paar struiken ten behoeve van de toekomstige ontwikkeling is een negatief effect op het foerageergebied van vleermuizen verwaarloosbaar. Er is daarbij ook geen sprake van verlies van voor vleermuizen essentieel foerageergebied. Een negatief effect op eventueel aanwezige verblijfplaatsen in naastgelegen bebouwing door eventueel gebruik van nachtelijke verlichting tijdens werkzaamheden, kan voorkomen worden door uitstraling van licht te beperken tot enkel het plangebied. Negatieve effecten voor vleermuizen zijn dan uitgesloten. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied enkele vogels waargenomen waaronder spreeuw, en huismus. Verwacht wordt dat enkele struweelbroedende vogelsoorten binnen het plangebied tot broeden kunnen komen, zoals merel, vink en houtduif. Effectenbeoordeling Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten is het nest, inclusief de functionele leefomgeving, jaarrond beschermd. Dit zijn een aantal roofvogels, koloniebroeders en gebouwbewonende vogelsoorten waaronder huismus.

Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het plangebied maakt onderdeel uit van het leefgebied van huismus (als foerageergebied). Gezien het zeer beperkte oppervlak aan verlies van foerageergebied worden geen negatieve effecten verwacht voor huismus. In de toekomstige inrichting blijft voldoende geschikt foerageergebied over. Negatieve effecten op vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13603667/1