CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Financial Due Diligence

Raadsvergadering 12 september 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Statutenwijziging Stichting Bravoo in verband met besturenfusie met Stichting Leerrijk14.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Strictly Private & Confidential Unaudited

Stichting Leerrijk / Stichting Bravoo Financial Due Diligence 8 februari 2024

Accountancy | Tax | Advisory | Technology

Crowe Foederer Corporate Finance B.V. Beukenlaan 60, 5651 CD Eindhoven Postbus 519, 5600 AM Eindhoven www.foederer.nl

Aan de Raad van Toezicht en het College van Bestuur van Stichting Leerrijk en Stichting Bravoo Dodenauweg 2 5171 NG Kaatsheuvel

Doel van het onderzoek

Verspreiding van het rapport

In verband met de mogelijke verdergaande samenwerking tussen Stichting Leerrijk en Stichting Bravoo heeft u ons opdracht gegeven om een beknopt financieel gericht boekenonderzoek (financial due diligence onderzoek) (hierna: het onderzoek) uit te voeren. Het doel van het onderzoek is om de financiële positie van Stichting Leerrijk en Stichting Bravoo in kaart te brengen en te onderzoeken of er materiële (financiële) risico’s in het kader van de voorgenomen verdergaande samenwerking aanwezig zijn.

Deze rapportage is primair opgesteld voor Leerrijk en Bravoo met als doel de bestuurders, Raad van Toezicht, de (G)MR van beide onderwijsstichtingen alsmede consultancybureau Leeuwendaal te informeren over specifieke onderdelen ten behoeven van de voorgenomen verdergaande samenwerking tussen beide stichtingen. Het document is in principe dan ook niet bedoeld om openbaar gemaakt te worden. Daarnaast is het ook niet bedoeld om in brede kring te worden verspreid. Verspreiding of openbaarmaking door het document is dan ook niet toegestaan zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming.

Verrichte werkzaamheden De afbakening (scope) van ons onderzoek is weergegeven in bijlage 1. Onze werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens richtlijn NV COS 5500N Transactiegerelateerde Adviesdiensten, uitgegeven door de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. Dit houdt in dat aan onze rapportage geen zekerheid kan worden ontleend omtrent de getrouwheid van het opgenomen cijfermateriaal en toelichtingen daarop. Een substantieel gedeelte van de informatie in dit rapport is aangeleverd door het college van bestuur dan wel de financial controllers van de betreffende stichtingen, waarvan wij de nauwkeurigheid of volledigheid niet hebben geverifieerd.

Met vriendelijke groet,

Jaap Schrover Partner Corporate Finance T: +31 (0)40 264 96 10 E: j.schrover@crowefoederer.nl

Het is de bedoeling dat u zelf een oordeel vormt over de in dit rapport weergegeven bevindingen en op basis daarvan uw eigen conclusie trekt. Wij wijzen u erop dat indien wij aanvullende werkzaamheden zouden hebben verricht of een controle- of beoordelingsopdracht zouden hebben uitgevoerd, wellicht andere bevindingen zouden zijn geconstateerd die voor rapportering in aanmerking zouden zijn gekomen.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 2

Inhoudsopgave Hoofdstukken

Bijlagen

1

Verklarende woordenlijst

4

2

Managementsamenvatting

5

3

Financiële positie

8

4

Risico’s

42

5

Vaktechnische aspecten

50

1

Scope

51

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 3

1. Verklarende woordenlijst Juridische namen

Algemene termen

Afkorting

Naam

Afkorting

Beschrijving

Crowe

Crowe Foederer Corporate Finance B.V.

CvB

College van Bestuur

Leerrijk

Stichting Leerrijk

RvT

Raad van Toezicht

Bravoo

Stichting Bravoo

DD

Due Diligence

FTE

Full Time Equivalent

CAO

Collectieve arbeidsoverkomst

MJOP

Meerjaren onderhoudsplan

ICT

Informatie- en Communicatietechnologie

DUO

Dienst Uitvoering Onderwijs

IvhO

Inspectie van het Onderwijs

NPO

Nationaal Programma Onderwijs

Rapportage periodes Afkorting

Beschrijving

2022

Boekjaar eindigend op 31 december 2022

dec-22

31 december 2022

FY22

Volledig boekjaar 2022 (1 januari 2022 t/m 31 december 2022)

Q1, Q2, Q3, Q4

Eerste, tweede, derde, of vierde kwartaal van een kalenderjaar

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 4

2. Managementsamenvatting Wij hebben een beknopt financieel gericht boekenonderzoek uitgevoerd om u te informeren over aandachtspunten en mogelijke (financiële) risico’s in het kader van de mogelijke verdergaande samenwerking tussen Leerrijk en Bravoo. Conform de opdrachtbevestiging zijn wij in ons onderzoek ingegaan op de volgende vier onderzoeksvragen. Middels deze managementsamenvatting geven wij inzicht in onze bevindingen inzake de onderzoeksvragen. Onderzoeksvragen 1. 2.

3.

4.

Wat is de financiële gezondheid van de organisaties, nu en op langere termijn (check op meerjarenbegrotingen). Ook in relatie tot leerling- en financieringsontwikkelingen. Welke toekomstige risico's worden door/voor de organisaties voorzien? a) Sluiten de beheersingsmaatregelen hier effectief op aan? b) Wat is de staat van het vastgoed, en welke mogelijke financiële risico's volgen hieruit? c) Zijn de continuïteitsparagrafen in de jaarverslagen betrouwbaar? d) Sluit vermogensopbouw hierop aan? Wat is de balanspositie van de organisaties? a) Hoe verhouden de waarderingsgrondslagen van de organisaties zich tot elkaar? b) Is er privaat vermogen, zo ja, hoeveel en hoe kan hier bij de verdergaande samenwerking mee worden omgegaan? Is sprake van bijzondere afspraken of risico's (uitstaande claims, 'lijken in de kast’)?

Vraag 1 Om vraag 1 te kunnen beantwoorden hebben wij de financiële positie van beide stichtingen, alsmede de gezamenlijke positie in kaart gebracht. Hierbij hebben wij tevens een analyse uitgevoerd op de meerjarenbegroting welke is gerelateerd aan de leerling- en financieringsprognoses. Uit onze analyses concluderen wij dat de financiële positie van zowel Leerrijk als Bravoo zeer goed is. De financiële kengetallen van beide stichtingen liggen ruimschoots boven de signaleringswaarden van de Inspectie van het Onderwijs. Hoewel de kengetallen een dalende trend laten zien, zijn er genoeg financiële reserves beschikbaar binnen beide stichtingen. Daarnaast hebben we de interne leerlingenprognoses van beide stichtingen gerelateerd aan de werkelijke leerlingenaantallen over de afgelopen jaren alsmede de externe prognose van DUO. Uit deze analyse blijkt dat beide stichtingen goed in staat zijn de leerlingaantallen te voorspellen. Wanneer wij de ontwikkeling van de leerlingenaantallen naast de meerjarenbegroting leggen, concluderen wij dat er geen bijzonderheden uit de meerjarenbegroting blijken. Er zijn geen (grote) financiële (investerings)verplichtingen geïdentificeerd tijdens ons onderzoek. Als uitgangspunt hebben wij de gecontroleerde jaarrekening van de afgelopen 3 jaar genomen, gecombineerd met de prognose over boekjaar 2023 en de begroting over boekjaar 2024-2026.

Vraag 2 Om in kaart te brengen welke toekomstige risico’s door en voor de organisaties worden voorzien, hebben wij diverse gesprekken gevoerd met de bestuurders en andere functionarissen van beide organisaties. Uit deze interviews blijken geen grote financiële risico’s. Wel zijn er een aantal aandachtspunten die wij graag willen benadrukken. Ten eerste zal er vanaf boekjaar 2024 een keuze gemaakt moeten worden inzake de verwerking van uitgaven voor groot onderhoud. Daar waar Leerrijk reeds een standpunt in heeft genomen en over gaat tot activeren en afschrijven (componentenbenadering), heeft Bravoo deze keuze nog niet gemaakt. Het is van belang dat hier een gezamenlijk standpunt over ingenomen wordt in het geval van een verdergaande samenwerking. Ten tweede geven de bestuurders van beide organisaties aan dat de staat van het vastgoed over het algemeen goed is. Wel merken wij op dat Bravoo afhankelijk is van vier gemeenten, waar Leerrijk slechts met twee gemeenten te maken heeft. In het geval van nieuwbouw kan dit mogelijk tot vertraging of onduidelijkheid over de planning leiden. Een mogelijk gevolg is hierbij dat er onderhoudskosten gemaakt moeten worden die niet meer voorzien waren.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 5

2. Managementsamenvatting Daarnaast willen we graag de aandacht vestigen op de interne risicoanalyses. Zowel Leerrijk als Bravoo voert periodiek een risicoanalyse uit. Dit gebeurt tenminste bij het opstellen van het jaarverslag en de (meerjaren)begroting. Binnen Leerrijk wordt de risicoanalyse gebaseerd op een extern opgestelde analyse door Wijs accountants, daterend uit 2020. Deze risicoanalyse wordt momenteel geüpdatet door Crowe Foederer (voorheen: Wijs accountants). Bravoo maakt gebruik van een risicoanalyse tool die ca. 10 jaar geleden is opgesteld door Deloitte. De huidige accountant van Bravoo heeft reeds geadviseerd deze risicoanalyse tool te updaten. Wij delen deze zienswijze. Uit de gevoerde gesprekken met de bestuurders en functionarissen van beide onderwijsstichtingen blijkt voor ons wel dat beide stichtingen haar risico’s goed in beeld hebben. De continuïteitsparagrafen in de jaarverslagen worden door ons dan ook als betrouwbaar ingeschat. Als laatste hebben wij reeds geconcludeerd dat de financiële positie van beide stichtingen gezond is en dat er voldoende financiële reserves beschikbaar zijn om eventuele tegenslagen op te vangen. Vraag 3 Als onderdeel van onze analyse op de financiële positie ten behoeve van vraag 1, hebben wij ook de balans van beide stichtingen geanalyseerd.

Daarnaast zijn de waarderingsgrondslagen van beide stichtingen naast elkaar gelegd om te onderzoeken hoe deze zich ten opzichte van elkaar verhouden. Uit deze analyses blijken een tweetal aandachtspunten die wij graag onder de aandacht brengen. Het eerste aandachtspunt ziet toe op het feit dat Leerrijk gebruik maakt van schatkistbankieren en Bravoo niet. In plaats daarvan houdt Bravoo een obligatieportefeuille aan. Uit de gevoerde gesprekken met diverse functionarissen binnen beide organisaties is gebleken dat het bij een verdergaande samenwerking niet is toegestaan om gelijktijdig een obligatieportefeuille aan te houden en gebruik te maken van schatkistbankieren. In de situatie van een verdergaande samenwerking zal dus een keuze tussen beide gemaakt moeten worden. Indien gekozen wordt voor schatkistbankieren, zal de obligatieportefeuille van Bravoo afgebouwd moeten worden.

Het tweede aandachtspunt ziet toe op de verwerking van groot onderhoud in de jaarrekening. Zoals hierboven reeds aangegeven zal vanaf boekjaar 2024 de verwerking van groot onderhoud anders plaatsvinden dan beide organisaties tot en met 2023 deden. Leerrijk heeft hierbij reeds een standpunt ingenomen, en heeft besloten te gaan activeren en afschrijven (componentenbenadering). Bravoo heeft hier momenteel nog geen standpunt over ingenomen. Wij willen uw aandacht graag vestigen op het feit dat er bij een verdergaande samenwerking een gezamenlijk standpunt over ingenomen dient te worden. Vraag 4 Uit de gevoerde interviews met de bestuurders van beide organisaties blijkt dat er momenteel geen claims of lopende procedures spelen waarbij een van de organisaties een (groot) financieel risico loopt. Beide organisaties maken gebruik van de zelfde huisjurist en zijn verzekerd voor de uitkomsten van mogelijke claims en procedures.

Middels bovenstaande samenvatting hopen wij u een goed beeld gegeven te hebben van de onderzoeksvragen die bij u spelen. Het vervolg van ons rapport hanteert de volgende indeling: •

Hoofdstuk 3: financiële positie

•

Hoofdstuk 4: risico’s

•

Hoofdstuk 5: vaktechnische aspecten

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 6

2. Managementsamenvatting In het vervolg van ons rapport zullen de hierboven beschreven aandachtspunten, alsmede de aandachtspunten met een minder urgent karakter nogmaals worden beschreven. Om u te helpen met het interpreteren van deze aandachtpunten, hanteren wij de volgende symbolen.

Betreft een risico met een lage kans

Betreft een risico met een lage impact

Betreft een risico met een gemiddelde kans

Betreft een risico met een gemiddelde impact

Betreft een risico met een hoge kans

Betreft een risico met een hoge impact

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 7

3. Financiële positie De financiële positie van zowel Leerrijk als Bravoo kwalificeren we als zeer goed.

Voor de beoordeling van de financiële positie hebben we waar mogelijk een periode van acht jaar meegenomen. De meest recent gecontroleerde boekjaren (2020 t/m 2022) en de komende 5 jaren (2023 t/m 2027). Gezien de timing van ons onderzoek is boekjaar 2023 momenteel administratief nog niet volledig afgerond en zijn de cijfers nog niet gecontroleerd. Waar mogelijk hebben wij aansluiting gezocht met de meest recent beschikbare financiële prognoses over dit boekjaar. Voor Leerrijk zijn deze ontleend aan de interne managementrapportage over de periode januari 2023 t/m augustus 2023. Voor Bravoo zijn deze ontleend aan de interne managementrapportage over de periode januari 2023 t/m september 2023. Uitgangspunt voor de periodes 2024 t/m 2027 betreft de begroting 2024 die voor beide stichtingen eind 2023 is vastgesteld. Om de financiële positie van beide stichtingen te onderzoeken, hebben wij de volgende analyses verricht: Om te beginnen is de staat van baten en lasten geanalyseerd. Hierbij is gekeken naar de laatste twee gecontroleerde boekjaren (2021 en 2022), de prognose over 2023 en de begroting over 2024. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt hoe de totale baten verdeeld zijn naar de verschillende categorieën.

Vervolgens zijn een viertal kengetallen vergeleken met de signaleringswaarde behorende bij deze kengetallen van de Inspectie van het Onderwijs (IvhO). Met de invoering van het Onderzoeksjaar 2021 worden alleen de volgende 3 kengetallen gebruikt door de inspectie voor het identificeren van besturen met een mogelijk financieel risico: •

Liquiditeit

•

Solvabiliteit

•

Absolute omvang van de liquide middelen

Daarnaast hanteert de inspectie vanaf 2020 een signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen. Bovenstaande analyses voeren wij eerst per stichting uit, waarna we vervolgens de gezamenlijke situatie in kaart brengen waarbij we ervanuit gaan dat beide stichtingen gefuseerd zijn. Bij deze gezamenlijke situatie hebben wij de cijfers van beide stichtingen bij elkaar opgeteld. Eventuele onderlinge transacties zijn hierbij niet geëlimineerd.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 8

3. Financiële positie Staat van Baten en Lasten inclusief meerjarenbegroting

3.1 Financiële positie van Leerrijk Staat van Baten en Lasten (x € 1) Leerrijk

Toelichting: 2021

2022

B2023

B2024

Rijksbijdragen Overige Overheidsbijdragen Overige Baten Totale Baten

22.114.121 240.904 570.012 22.925.037

24.168.418 235.707 601.013 25.005.138

25.223.627 275.258 560.610 26.059.495

25.341.757 274.326 571.350 26.187.433

Personeelslasten Personeelslasten

17.949.185 17.949.185

20.662.601 20.662.601

22.137.415 22.137.415

24.331.291 24.331.291

Huisvestingslasten Huisvestingslasten

2.004.150 2.004.150

1.944.275 1.944.275

2.290.920 2.290.920

1.802.275 1.802.275

Overige Lasten Overige Lasten

1.406.150 1.406.150

1.705.071 1.705.071

2.165.708 2.165.708

2.093.700 2.093.700

Afschrijvingslasten Totale Lasten

498.686 21.858.171

417.089 24.729.036

456.640 27.050.683

514.498 28.741.764

Financiële Baten en Lasten Resultaat

(36.825) 1.030.041

11.283 287.385

270.904 (720.284)

292.875 (2.261.456)

Totale Baten De totale baten bestaan hoofdzakelijk uit Rijksbijdragen. Wij zullen de verdeling tussen de verschillende type baten nader toelichting op de volgende pagina. Personeelslasten De personeelslasten bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en pensioenlasten. Daarnaast is er in 2022 voor een bedrag van ca. €2.300.000 aan externe inhuur geweest. Over boekjaren 2021 en 2022 wordt gemiddeld ca. €675.000 uitgegeven aan de premies voor het vervangingsfonds. Per 1 januari 2023 is Leerrijk hierin eigen risicodrager. De premies voor het participatiefonds lagen in deze jaren gemiddeld op ca. €250.000, waarbij 2022 significant lager is dan 2021. De afname in 2022 t.o.v. 2021 is te verklaren door het feit dat de premie voor het participatiefonds per 1 augustus 2022 is komen te vervallen. De personele lasten stijgen in 2023 en 2024 met name vanwege CAO verhogingen alsmede verwachte doorstroom van leerkrachtondersteuners naar leerkracht. Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan uit huur, klein onderhoud, energie en water, schoonmaakkosten en groot onderhoud. De grootste component betreft de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening (2022: €660k; 2021: €718k). Deze dotatie zal vanaf 2024 komen te vervallen omdat Leerrijk overgaat tot het activeren en afschrijven van onderhoud.

Overige lasten De overige lasten bestaan met name uit uitgaven aan inventaris, apparatuur en leermiddelen die onder de activeringsgrens liggen (€500) alsmede de lasten voor administratie en beheer.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 9

3. Financiële positie Totale baten Baten (x € 1) Leerrijk De tabel hiernaast laat de verdeling van de totale baten zien voor Leerrijk. Deze Rijksbijdragen cijfers zijn ontleend aan de gewaarmerkte jaarrekening 2021 en 2022. De 2023 en Gemeentelijke bijdragen 2024 cijfers zijn ontleend aan de meest recente prognose over 2023 en de Overige baten begroting 2024. De tabel laat een constante verdeling zien tussen de rijksbijdragen en de overige categorieën. Hierdoor hebben de totale baten van Leerrijk een hoog voorspelbaar karakter. De rijksbijdragen bestaan uit een combinatie van een vaste vergoeding per leerling en een vaste vergoeding per school. Daarnaast worden er diverse vergoedingen ontvangen voor o.a. ondersteuningsmiddelen en onderwijsachterstandsmiddelen. Wij merken op dat er over 2021 (€977k) en 2022 (€2.154k) NPO gelden zijn ontvangen met een eenmalig karakter. Deze baten komen voor de komende jaren te vervallen. Toelichting:

2021 % 22.114.121 97% 240.904 1% 570.012 2%

2022 % 24.168.418 97% 235.707 1% 601.012 2%

2023B % 25.223.627 97% 275.258 1% 560.610 2%

2024B % 25.341.757 97% 274.326 1% 571.350 2%

De gemeentelijke bijdragen zien toe op ontvangen subsidiegelden vanuit de verschillende gemeentes inzake taalimpuls, verkeeronderwijs en de huur van de gymzaal. De overige baten betreffen verhuur inkomsten, detachering van personeel, ouderbijdrage en overige.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 10

3. Financiële positie Analyse meerjarenbegroting Meerjarenbegroting (x € 1) Leerrijk

B2023

B2024

B2025

B2026

Rijksbijdragen Overige Overheidsbijdragen Overige Baten Totale Baten

25.223.627 275.258 560.610 26.059.495

25.341.757 274.326 571.350 26.187.433

24.764.680 274.366 566.850 25.605.896

24.993.518 274.366 571.350 25.839.234

Personeelslasten Personeelslasten

22.137.415 22.137.415

24.331.291 24.331.291

22.895.839 22.895.839

21.775.920 21.775.920

Huisvestingslasten Huisvestingslasten

2.290.920 2.290.920

1.802.275 1.802.275

1.798.975 1.798.975

1.750.375 1.750.375

Overige Lasten Overige Lasten

2.165.708 2.165.708

2.093.700 2.093.700

2.032.100 2.032.100

2.043.600 2.043.600

Afschrijvingslasten Totale Lasten

456.640 27.050.683

514.498 28.741.764

633.843 27.360.757

696.055 26.265.950

270.904 (720.284)

292.875 (2.261.456)

292.875 (1.461.986)

292.875 (133.841)

Financiële Baten en Lasten Resultaat

Analyse: De cijfers hiernaast zijn ontleend aan de meerjaren begroting van Leerrijk. Wij hebben de meerjarenbegroting besproken met de financial controller van Leerrijk. Hieruit is gebleken dat er een gedegen basis ten grondslag ligt aan de begrote bedragen. Wanneer wij de bedragen relateren aan de ontwikkeling van het geprognotiseerde leerlingenaantal, concluderen wij dat de ontwikkelingen in de begroting aannemelijk zijn. Daarnaast merken wij op dat de rijksbijdragen licht afnemen als gevolg van het wegvallen van de NPO gelden. Dit leidt er verder toe dat de personele lasten op den duur ook af zullen nemen. De afname in het personeelsbestand zal veelal op natuurlijke wijze plaatsvinden, zonder gedwongen ontslagen. Onze analyse van de meerjarenbegroting geeft geen aanleiding te veronderstellen dat deze een onbetrouwbaar beeld geeft.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 11

3. Financiële positie Balans

Balans Leerrijk Balans (x € 1) Leerrijk

Toelichting: Dec-21

Dec-22

Dec-23B

Materiële Vaste Activa Financiële Vaste Activa Vaste activa

2.309.615 96.653 2.406.269

2.433.169 82.090 2.515.259

2.744.011 82.090 2.826.101

Vorderingen Vlottende activa

1.631.034 1.631.034

704.069 704.069

610.682 610.682

Liquide Middelen

7.440.538

9.523.032

8.668.242

Totaal activa

11.477.841

12.742.361

12.105.025

Eigen vermogen

6.421.723

6.709.106

5.988.822

Voorzieningen

2.835.279

2.738.953

2.907.451

Overlopende Passiva Schulden terzake van Pensioenen Crediteuren Belastingen en Premies Sociale Verzekeringen Te betalen netto salarissen Kortlopende schulden

942.904 235.492 336.295 689.661 16.486 2.220.839

1.559.602 243.913 629.679 850.106 11.002 3.294.302

3.208.752

Totaal passiva

11.477.841

12.742.361

12.105.025

Materiële vaste activa De materiële vaste activa van Leerrijk bestaan met name uit inventaris, meubilair en apparatuur op de schoollocaties. Deze worden variërend over een periode van 5, 8, 10 of 20 jaar afgeschreven Vorderingen De vorderingen bestaan met name uit vooruitbetaalde lasten en nog te ontvangen bedragen van OCW, Gemeenten en overige partijen. De mutatie 2022 t.o.v. 2021 wordt met name veroorzaakt door het feit dat er eind 2021 een relatief grote vordering op OCW bestond inzake het betaalritmeverschil. Door de vereenvoudiging van de bekostiging is er geen sprake meer van een betaalritmeverschil in 2022. Reserves De reserves zien grotendeels toe op de algemene reserve. Daarnaast is er ultimo 2022 sprake van een bestemmingsreserve van €1.803.232 inzake NPO gelden (€1.732.241) en BAPO (€70.991). Voorzieningen De voorzieningen zien toe op personeelsvoorzieningen en de onderhoudsvoorziening. Ultimo 2022 was er €284.648 voorzien voor personeel en €2.454.304 voor onderhoud. Overlopende passiva De overlopende passiva bestaan met name uit reguliere reserveringen inzake vakantiegeld en overige vooruit ontvangen bedragen. De toename in 2022 t.o.v. 2021 wordt met name veroorzaakt door toename van nog te besteden subsidies. De begroting 2023 geeft geen gedetailleerd inzicht in de verschillende categorieën.

Belastingen en Premies sociale verzekeringen De belastingen en premies sociale verzekeringen ziet volledig toe op de te betalen loonheffing en premies sociale verzekeringen.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 12

3. Financiële positie Liquiditeit Analyse financiële kengetallen In de volgende slides zullen wij de financiële kengetallen van Leerrijk analyseren. Hierbij wordt steeds naar een periode van acht jaar gekeken. Middels deze analyse vergelijken wij de financiële kengetallen met de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs. Uit deze analyses blijkt dat de financiële positie van Leerrijk zeer goed is. Liquiditeit Het kengetal voor liquiditeit bij Leerrijk is zeer goed. Dit is per 31-12-2022 3,10 en zou minimaal 0,75 moeten zijn (voor grote besturen). Het kengetal liquiditeit wordt uitgedrukt middels de current ratio. Deze ratio wordt berekend door de vlottende activa te delen door de kortlopende schulden en er wordt hierbij rekening gehouden met de grootte van de instelling op basis van de omvang van de baten. In de hiernaast opgenomen grafiek en tabel is dit weergegeven.

Analyse De grafiek laat zien dat de werkelijke liquiditeit in de afgelopen jaren constant boven de signaleringswaarde is geweest. Ook voor de toekomst wordt verwacht dat deze boven de signaleringswaarde blijft. Wel is vanaf 2023 een dalende trend waar te nemen, waarbij het kengetal richting de signaleringswaarde beweegt. Deze dalende trend wordt met name veroorzaakt door negatief begrote resultaten als gevolg van de besteding van de resterende NPO gelden. Een nadere analyse van de meerjarenbegroting is verderop in dit rapport opgenomen.

Liquiditeit 5,00 4,00 3,00 2,00 1,00 0,00 2020

2021

2022

Current Ratio

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Signaleringswaarde

Landelijk gemiddelde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Current Ratio

3,71

4,08

3,10

2,89

1,81

1,17

1,00

1,08

Signaleringswaarde

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

Landelijk gemiddelde

3,81

3,83

3,49

De liquiditeit ligt bij Leerrijk rond het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 13

3. Financiële positie Solvabiliteit Solvabiliteit Het kengetal solvabiliteit bij Leerrijk is zeer goed. Per 31-12-2022 is dit 0,74 en zou dit minimaal 0,30 moeten zijn. Het kengetal solvabiliteit wordt uitgedrukt middels de zogenaamde Solvabiliteit II ratio. Deze ratio wordt berekend door de som van het eigen vermogen en de voorzieningen te delen door de totale passiva (balanstotaal). In onderstaande tabel en grafiek hebben we dit kengetal weergegeven. Analyse De grafiek laat zien dat de werkelijke solvabiliteit in de afgelopen jaren constant boven de signaleringswaarde is geweest. De verwachting voor de toekomst is dat het kengetal ook boven de signaleringswaarde zal blijven. De Solvabiliteit II ligt bij Leerrijk net iets boven het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

Solvabiliteit 1,00 0,80 0,60 0,40 0,20 0,00 2020

2021

2022

Solvabiliteit

2023B

2024B

2025B

2026B

Signaleringswaarde

Landelijk gemiddelde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Solvabiliteit

0,79

0,81

0,74

0,73

0,68

0,62

0,62

0,61

Signaleringswaarde

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

Landelijk gemiddelde

0,74

0,76

0,73

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 14

3. Financiële positie Liquide middelen Absolute omvang liquide middelen De absolute waarde van de liquide middelen van Leerrijk is zeer goed. De meest recente jaarrekening (2022) laat een saldo van ruim €9.5 miljoen zien. Dit ligt ruim boven de signaleringswaarde funderend onderwijs van €100.000. Ook in de komende jaren is de verwachting dat het kengetal ruimschoots boven de signaleringswaarde blijft.

10.000.000

De absolute waarde liquide middelen van Leerrijk ligt boven het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

6.000.000

Absolute omvang Liquide Middelen 8.000.000

4.000.000 2.000.000 2020

2021

2022

Liquide Middelen

2023B

2024B

Signaleringswaarde

2025B

2026B

2027B

Landelijk gemiddelde

(x 1.000)

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Liquide middelen

6.110

7.441

9.523

8.668

5.205

3.132

2.582

2.854

Signaleringswaarde

100

100

100

100

100

100

100

100

Landelijk gemiddelde

2.955

3.578

4.793

-

-

-

-

-

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 15

3. Financiële positie Mogelijk bovenmatig eigen vermogen Mogelijk bovenmatig eigen vermogen De grafiek hiernaast laat zien dat het kengetal voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen van Leerrijk boven de signaleringswaarde ligt. Dit kengetal geeft een indicatie hoeveel eigen vermogen een onderwijsinstelling redelijkerwijs maximaal nodig heeft voor een gezonde bedrijfsvoering. De grafiek hiernaast laat tevens een dalende trend van het kengetal zien. Deze trend kan tweeledig verklaard worden. Enerzijds wordt voor de komende jaren een negatief resultaat begroot, wat leidt tot een daling van het eigen vermogen. Anderzijds houdt de begroting rekening met de stelselwijziging in het kader van de verwerking groot onderhoud. Hierin heeft Leerrijk momenteel een standpunt ingenomen te gaan activeren en afschrijven, wat in de begrote cijfers leidt tot een toename van de materiële vaste activa. De materiële vaste activa is een van de inputvariabele in de berekening van het normatief eigen vermogen. Dit leidt er toe dat het normatief eigen vermogen toeneemt, waardoor de ratio tussen het eigen vermogen / het normatief eigen vermogen daalt.

Mogelijk bovenmatig Eigen Vermogen 2,00 1,50 1,00 0,50 0,00 2020

2021

2022

2023

2024B

Ratio publiek Eigen Vermogen

2025B

2026B

2027B

Signaleringswaarde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Ratio publiek Eigen Vermogen

1,64

1,86

1,82

1,48

1,20

0,83

0,75

0,77

Signaleringswaarde

1

1

1

1

1

1

1

1

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 16

3. Financiële positie Kwaliteit meerjarenbegroting Kwaliteit meerjarenbegroting Wij hebben de realisatie van de drie meest recent afgeronde boekjaren vergeleken met de begroting van die boekjaren. Op deze manier maken we de verschillen in realisatie en begroting inzichtelijk. Op de linker as staan de bedragen van de baten en lasten, waarbij de staafgrafiek aangeeft wat de begroting en realisatie per jaar zijn geweest. Op de rechter as staat het bedrag van het exploitatieresultaat, waarbij de lijngrafiek aangeeft of het resultaat beter dan wel slechter is dan begroot. In de grafiek is zichtbaar dat in 2020 eenmalig sprake was van een resultaat dat lager was dan begroot en dat in de overige jaren het resultaat telkens hoger was dan begroot. De afwijking in 2020 werd met name gedreven door niet begrote lasten als gevolg van de COVID-19 maatregelen. In 2021 zijn de gerealiseerde baten hoger dan begroot als gevolg van het effect van de aanvullende bekostiging in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit heeft geleid tot extra baten en slechts gedeeltelijk ook voor extra lasten. De extra baten zijn deels nog uit te geven, waarvoor een bestemmingsreserve NPO gevormd is.

Begrotingskwaliteit 30.000.000

2.000.000

25.000.000

1.500.000

20.000.000

1.000.000

15.000.000 500.000

10.000.000

-

5.000.000 -

(500.000) 2020

De grafiek geeft geen indicaties voor bijzonderheden ten aanzien van de toekomstverwachting van de begroting en realisatie.

2021

2022

Begrote baten

Gerealiseerde baten

Begrote lasten

Gerealiseerde lasten

Afwijking resultaat t.o.v begroting

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 17

3. Financiële positie Staat van Baten en Lasten inclusief meerjarenbegroting

3.2 Financiële positie van Bravoo Staat van Baten en Lasten (x € 1) Bravoo

Toelichting: 2021

2022

B2023

B2024

Rijksbijdragen Overige Overheidsbijdrage Overige Baten Totale Baten

14.840.380 137.019 185.623 15.163.022

16.161.982 118.322 264.627 16.544.931

16.096.593 64.829 118.350 16.279.772

17.437.658 58.625 306.480 17.802.763

Personeelslasten Personeelslasten

11.440.884 11.440.884

12.658.728 12.658.728

13.251.333 13.251.333

14.780.952 14.780.952

Huisvestingslasten Huisvestingslasten

1.257.205 1.257.205

2.124.289 2.124.289

1.459.474 1.459.474

1.590.150 1.590.150

Overige Lasten Overige Lasten

1.556.217 1.556.217

1.579.296 1.579.296

1.578.432 1.578.432

1.493.978 1.493.978

Afschrijvingslasten Totale Lasten

270.810 14.525.115

289.511 16.651.824

308.282 16.597.521

317.563 18.182.643

(28.283) 609.624

(149.266) (256.160)

1.500 (316.249)

1.500 (378.380)

Financiële Baten en Lasten Resultaat

Totale Baten De totale baten bestaan hoofdzakelijk uit Rijksbijdragen. Wij zullen de verdeling tussen de verschillende type baten nader toelichting op de volgende pagina. Personeelslasten De personeelslasten bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en pensioenlasten. De bijdrage aan het vervangingsfonds zijn zeer beperkt bij Bravoo. Bravoo is eigenrisicodrager voor ziekte en dient de salarislasten van vervangers zelf te dragen. Vervangingen worden veelal intern opgevangen, waardoor beperkt sprake is van vervangers. De premies voor het participatiefonds lagen in deze jaren gemiddeld op ca. €150.000, waarbij 2022 significant lager is dan 2021. De afname in 2022 t.o.v. 2021 is te verklaren door het feit dat de premie voor het participatiefonds per 1 augustus 2022 is komen te vervallen. De personele lasten stijgen in 2023 en 2024 met name vanwege CAO verhogingen alsmede door ontwikkelingen in de formatie. Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan uit huur, klein onderhoud, energie en water, schoonmaakkosten en groot onderhoud. De grootste component betreft de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening (2022: €1.165k; 2021: €370k). Deze dotatie is in 2022 eenmalig met €522.000 verhoogt voor locatie De Hoef (zie verdere toelichting in paragraaf 3.5 – Investeringen).

Overige lasten De overige lasten bestaan met name uit uitgaven aan inventaris, apparatuur en leermiddelen alsmede de lasten voor administratie en beheer.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 18

3. Financiële positie Totale baten Toelichting: De tabel hiernaast laat de verdeling van de totale baten zien voor Bravoo. Deze cijfers zijn ontleend aan de gewaarmerkte jaarrekening 2021 en 2022. De 2023 en 2024 cijfers zijn ontleend aan de meest recente prognose over 2023 en de begroting over 2024. De tabel laat een constante verdeling zien tussen de rijksbijdragen en de overige categorieën. Hierdoor hebben de totale baten van Bravoo een hoog voorspelbaar karakter. De rijksbijdragen bestaan uit een combinatie van een vaste vergoeding per leerling en een vaste vergoeding per school. Daarnaast worden er diverse vergoedingen ontvangen voor o.a. ondersteuningsmiddelen en onderwijsachterstandsmiddelen. Wij merken op dat er over 2021 (€735k) en 2022 (€1.649k) NPO gelden zijn ontvangen met een eenmalig karakter. Deze baten komen voor de komende jaren te vervallen.

Baten (x € 1) Bravoo Rijksbijdragen Gemeentelijke bijdragen Overige baten

2021 % 14.840.380 98% 137.019 1% 185.622 1%

2022 % 16.161.983 98% 118.322 1% 264.627 2%

2023B % 16.096.593 99% 64.829 0% 118.350 1%

2024B % 17.378.214 98% 58.625 0% 306.480 2%

De gemeentelijke bijdragen zien toe op ontvangen subsidiegelden vanuit de verschillende gemeentes. De overige baten betreffen verhuur inkomsten, detachering van personeel, ouderbijdrage en overige.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 19

3. Financiële positie Analyse meerjarenbegroting Meerjarenbegroting (x € 1) Bravoo

B2023

B2024

B2025

B2026

Rijksbijdragen Overige Overheidsbijdragen Overige Baten Totale Baten

16.096.593 64.829 118.350 16.279.772

17.437.658 58.625 306.480 17.802.763

17.378.214 53.625 306.480 17.738.319

17.195.103 53.625 306.480 17.555.208

Personeelslasten Personeelslasten

13.251.333 13.251.333

14.780.952 14.780.952

14.501.079 14.501.079

14.327.272 14.327.272

Huisvestingslasten Huisvestingslasten

1.459.474 1.459.474

1.590.150 1.590.150

1.585.150 1.585.150

1.580.150 1.580.150

Overige Lasten Overige Lasten

1.578.432 1.578.432

1.493.978 1.493.978

1.468.081 1.468.081

1.430.180 1.430.180

Afschrijvingslasten Totale Lasten

308.282 16.597.521

317.563 18.182.643

349.082 17.903.392

329.861 17.667.463

1.500 (316.249)

1.500 (378.380)

1.500 (163.573)

1.500 (110.755)

Financiële Baten en Lasten Resultaat

Analyse: De cijfers hiernaast zijn ontleend aan de kaderbrief begroting 2024 van Bravoo. Wij hebben deze besproken met de financial controller van Bravoo. Hieruit is gebleken dat er een gedegen basis ten grondslag ligt aan de begrote bedragen. Wanneer wij de bedragen relateren aan de ontwikkeling van het geprognotiseerde leerlingenaantal, concluderen wij dat de ontwikkelingen in de begroting aannemelijk zijn. Wij merken op dat de totale baten relatief constant begroot worden door Bravoo, ondanks het wegvallen van de NPO gelden. Deze beweging is echter zeer beperkt en is in lijn met de leerlingenprognose. Het wegvallen van de NPO gelden leidt er op den duur wel toe dat de personeelslasten afnemen als gevolg van het inkrimpen van het personeelsbestand. De afname in het personeelsbestand zal veelal op natuurlijke wijze plaatsvinden, zonder gedwongen ontslagen. Onze analyse van de meerjarenbegroting geeft geen aanleiding te veronderstellen dat deze een onbetrouwbaar beeld geeft.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 20

3. Financiële positie Balans

Balans Bravoo Balans (x € 1) Bravoo

Toelichting: Dec-21

Dec-22

Dec-23B

Materiële Vaste Activa Financiële Vaste Activa Vaste activa

1.479.446 929.442 2.408.888

1.436.105 793.189 2.229.294

1.437.000 825.000 2.262.000

Vorderingen Vlottende activa

1.053.421 1.053.421

419.785 419.785

450.000 450.000

Liquide Middelen

2.469.248

3.667.215

3.209.000

Totaal activa

5.931.557

6.316.294

5.921.000

Eigen vermogen

3.642.937

3.386.778

3.071.000

Voorzieningen

612.462

1.208.982

1.150.000

Overlopende Passiva Schulden ter zake van Pensioenen Crediteuren Belastingen en Premies Sociale Verzekeringen Te betalen netto salarissen Kortlopende schulden

754.793 150.543 314.197 454.474 2.151 1.676.158

670.033 164.475 300.926 576.435 8.666 1.720.535

1.700.000

Voorzieningen De voorzieningen zien toe op personeelsvoorzieningen en de onderhoudsvoorziening. Ultimo 2022 was er €367.563 voorzien voor personeel en €841.420 voor onderhoud.

Totaal passiva

5.931.557

6.316.294

5.921.000

Belastingen en Premies sociale verzekeringen De belastingen en premies sociale verzekeringen ziet volledig toe op de te betalen loonheffing en premies sociale verzekeringen.

Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan met name uit inventaris, meubilair en apparatuur op de schoollocaties. Deze worden variërend over een periode van 5, 8, 10 of 20 jaar afgeschreven. Financiële vaste activa De financiële vaste activa bestaan grotendeels uit de obligatieportefeuille. Vorderingen De vorderingen bestaan met name uit vooruitbetaalde lasten en nog te ontvangen bedragen van OCW, Gemeenten en overige partijen. De mutatie 2022 t.o.v. 2021 wordt met name veroorzaakt door het feit dat er eind 2021 een relatief grote vordering op OCW bestond inzake het betaalritmeverschil. Door de vereenvoudiging van de bekostiging is er geen sprake meer van een betaalritmeverschil in 2022. Eigen vermogen Het eigen vermogen ziet grotendeels toe op de algemene reserve. Daarnaast is er ultimo 2022 sprake van een publiek bestemmingsreserve NPO van €905.133 en een privaat bestemmingsreserve van €13.545.

Overlopende passiva De overlopende passiva bestaan met name uit reguliere reserveringen inzake vakantiegeld en overige vooruit ontvangen bedragen.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 21

3. Financiële positie Liquiditeit Analyse financiële kengetallen In de volgende slides zullen wij de financiële kengetallen van Bravoo analyseren. Hierbij wordt steeds naar een periode van acht jaar gekeken. Middels deze analyse vergelijken wij de financiële kengetallen met de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs. Uit deze analyses blijkt dat de financiële positie van Bravoo zeer goed is. Liquiditeit Het kengetal voor liquiditeit bij Bravoo is goed. Dit is per 31-12-2022 1,92 en zou minimaal 0,75 moeten zijn (voor grote besturen). Het kengetal liquiditeit wordt uitgedrukt middels de current ratio. Deze ratio wordt berekend door de vlottende activa te delen door de kortlopende schulden en er wordt hierbij rekening gehouden met de grootte van de instelling op basis van de omvang van de baten. In de hiernaast opgenomen grafiek en tabel is dit weergegeven.

Analyse De grafiek laat zien dat de werkelijke liquiditeit in de afgelopen jaren constant boven de signaleringswaarde is geweest. Ook voor de toekomst wordt verwacht dat deze boven de signaleringswaarde blijft. Wel is vanaf 2023 een dalende trend waar te nemen, waarbij het kengetal toch ruimschoots boven de signaleringswaarde blijft. Deze dalende trend wordt met name veroorzaakt door negatief begrote resultaten als gevolg van de besteding van de resterende NPO gelden. Een nadere analyse van de meerjarenbegroting is verderop in dit rapport opgenomen.

Liquiditeit 5,00 4,00

3,00 2,00 1,00 2020

2021

2022

Current Ratio

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Signaleringswaarde

Landelijk gemiddelde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Current Ratio

1,92

2,10

2,38

2,15

1,52

1,43

1,54

1,81

Signaleringswaarde

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

Landelijk gemiddelde

3,67

3,80

3,46

De liquiditeit ligt bij Bravoo onder het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 22

3. Financiële positie Solvabiliteit Solvabiliteit Het kengetal solvabiliteit bij Bravoo is zeer goed. Per 31-12-2022 is dit 0,73 en zou dit minimaal 0,30 moeten zijn. Het kengetal solvabiliteit wordt uitgedrukt middels de zogenaamde Solvabiliteit II ratio. Deze ratio wordt berekend door de som van het eigen vermogen en de voorzieningen te delen door de totale passiva (balanstotaal). In onderstaande tabel en grafiek hebben we dit kengetal weergegeven. Analyse De grafiek laat zien dat de werkelijke solvabiliteit in de afgelopen jaren constant boven de signaleringswaarde is geweest. De verwachting voor de toekomst is dat het kengetal ook boven de signaleringswaarde zal blijven. De Solvabiliteit II ligt bij Bravoo rond het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

Solvabiliteit 1,00 0,80 0,60 0,40 0,20 2020

2021 Solvabiliteit

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

Signaleringswaarde

Landelijk gemiddelde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Solvabiliteit

0,70

0,72

0,73

0,71

0,66

0,65

0,64

0,66

Signaleringswaarde

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

Landelijk gemiddelde

0,74

0,76

0,73

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 23

3. Financiële positie Liquide middelen Absolute omvang liquide middelen De absolute waarde van de liquide middelen van Bravoo is zeer goed. De meest recente jaarrekening (2022) laat een saldo van ruim €3.7 miljoen zien. Dit ligt ruim boven de signaleringswaarde funderend onderwijs van €100.000. Ook in de komende jaren is de verwachting dat het kengetal ruimschoots boven de signaleringswaarde blijft. De absolute waarde liquide middelen van Bravoo ligt onder het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

Absolute omvang Liquide Middelen 6.000.000

5.000.000 4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000 2020

2021

2022

Liquide Middelen

2023

2024B

Signaleringswaarde

2025B

2026B

2027B

Landelijk gemiddelde

(x 1.000)

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Liquide middelen

2.097

2.469

3.667

3.209

2.142

1.986

2.175

2.624

Signaleringswaarde

100

100

100

100

100

100

100

100

Landelijk gemiddelde

2.955

3.578

4.793

-

-

-

-

-

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 24

3. Financiële positie Mogelijk bovenmatig eigen vermogen Mogelijk bovenmatig eigen vermogen De grafiek hiernaast laat zien dat het kengetal voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen van Bravoo boven de signaleringswaarde ligt. Dit kengetal geeft een indicatie hoeveel eigen vermogen een onderwijsinstelling redelijkerwijs maximaal nodig heeft voor een gezonde bedrijfsvoering. De grafiek hiernaast laat tevens een dalende trend van het kengetal zien. De dalende trend wordt binnen Bravoo met name veroorzaakt door de afname van het eigen vermogen als gevolg van negatief begrote resultaten in de komende jaren. De begrote resultaten worden verderop in de rapport nader toegelicht en worden met name veroorzaakt door de nog te bestede NPO gelden. Bravoo heeft momenteel nog geen rekening gehouden met een stelselwijziging in het kader van de verwerking van groot onderhoud. Het besluit hierover wordt naar verwachting in maart 2024 genomen.

Mogelijk bovenmatig Eigen Vermogen 2,00 1,50 1,00 0,50

0,00 2020

2021

2022

2023

2024B

Ratio publiek Eigen Vermogen

2025B

2026B

2027B

Signaleringswaarde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Ratio publiek Eigen Vermogen

1,50

1,64

1,51

1,37

1,12

1,06

1,10

1,35

Signaleringswaarde

1

1

1

1

1

1

1

1

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 25

3. Financiële positie Kwaliteit meerjarenbegroting Kwaliteit meerjarenbegroting Wij hebben de realisatie van de drie meest recent afgeronde boekjaren vergeleken met de begroting van die boekjaren. Op deze manier maken we de verschillen in realisatie en begroting inzichtelijk. Op de linker as staan de bedragen van de baten en lasten, waarbij de staafgrafiek aangeeft wat de begroting en realisatie per jaar zijn geweest. Op de rechter as staat het bedrag van het exploitatieresultaat, waarbij de lijngrafiek aangeeft of het resultaat beter dan wel slechter is dan begroot. In de grafiek is zichtbaar dat in 2020 sprake was van een resultaat dat lager was dan begroot en dat in de overige jaren het resultaat telkens hoger was dan begroot. De afwijking in 2020 werd met name gedreven door niet begrote lasten als gevolg van de COVID-19 maatregelen. In 2021 zijn de gerealiseerde baten hoger dan begroot als gevolg van het effect van de aanvullende bekostiging in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit heeft geleid tot extra baten en slechts gedeeltelijk ook voor extra lasten. De extra baten zijn deels nog uit te geven, waarvoor een bestemmingsreserve NPO gevormd is. In 2022 zien we wederom een lichte negatieve afwijking tussen het gerealiseerde resultaat en de begroting.

Dit wordt met name veroorzaakt door CAO verhogingen en extra dotaties aan de voorziening groot onderhoud. Daarnaast is er in 2022 een negatief financieel resultaat gerealiseerd op de obligatieportefeuille, als gevolg van de sterke rentestijgingen in de markt. Bravoo kiest er bewust voor ongerealiseerde koersresultaten niet in de begroting op te nemen, om zo geen onnodige financiële risico’s te lopen.

Begrotingskwaliteit 18.000.000 16.000.000 14.000.000 12.000.000 10.000.000 8.000.000 6.000.000 4.000.000 2.000.000 -

1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 (200.000) (400.000) (600.000) (800.000) 2020

2021

2022

Begrote baten

Gerealiseerde baten

Begrote lasten

Gerealiseerde lasten

Afwijking resultaat t.o.v begroting

De grafiek geeft geen indicaties voor bijzonderheden ten aanzien van de toekomstverwachting van de begroting en realisatie.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 26

3. Financiële positie Staat van Baten en Lasten inclusief meerjarenbegroting

3.3 Financiële positie van Leerrijk en Bravoo gezamenlijk Staat van Baten en Lasten (x € 1) Leerrijk + Bravoo

Toelichting: 2021

2022

B2023

B2024

Rijksbijdragen Overige Overheidsbijdrage Overige Baten Totale Baten

36.954.501 377.923 755.635 38.088.059

40.330.400 354.029 865.639 41.550.068

41.320.220 340.087 678.960 42.339.267

42.779.415 332.951 877.830 43.990.196

Personeelslasten Personeelslasten

29.390.068 29.390.068

33.321.329 33.321.329

35.388.748 35.388.748

39.112.243 39.112.243

Huisvestingslasten Huisvestingslasten

3.261.355 3.261.355

4.068.564 4.068.564

3.750.394 3.750.394

3.392.425 3.392.425

Overige Lasten Overige Lasten

2.962.367 2.962.367

3.284.367 3.284.367

3.744.140 3.744.140

3.587.678 3.587.678

Afschrijvingslasten Totale Lasten

769.496 36.383.286

706.600 41.380.860

764.922 43.648.204

832.061 46.924.407

Financiële Baten en Lasten Resultaat

(65.108) 1.639.664

(137.983) 31.225

272.404 (1.036.533)

294.375 (2.639.836)

De cijfers hiernaast geven een beeld van de gezamenlijke situatie waarbij de onderwijsstichtingen samen verder gaan. Wij hebben deze gezamenlijke situatie in kaart gebracht door de staat van baten en lasten van beide stichtingen bij elkaar op te tellen. Eventuele transacties tussen beide stichtingen zijn hierbij niet geëlimineerd. Dit overzicht geeft dus enkel een indicatie van hoe de gezamenlijke situatie er uit zou zien. De toelichting van de inhoud van de verschillende onderdelen van de staat van baten en lasten is reeds per stichting beschreven in bovenstaande pagina’s. Zodoende hebben wij dit niet nogmaals gedaan voor de gezamenlijke situatie. Wel hebben wij op de volgende pagina de verdeling tussen de verschillende type baten nader toegelicht.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 27

3. Financiële positie Totale baten Toelichting: De tabel hiernaast laat de verdeling van de totale baten zien voor de gezamenlijke situatie waarbij Leerrijk en Bravoo samen zouden gaan. Deze cijfers zijn ontleend aan de gewaarmerkte jaarrekening 2021 en 2022. De 2023 en 2024 cijfers zijn ontleend aan de meest recente prognose over 2023 en de begroting over 2024. De tabel laat een constante verdeling zien tussen de rijksbijdragen en de overige categorieën. Hierdoor hebben de totale baten van beide stichtingen een hoog voorspelbaar karakter. De Rijksbijdragen bestaan uit een combinatie van een vaste vergoeding per leerling en een vaste vergoeding per school. Daarnaast worden er diverse vergoedingen ontvangen voor o.a. ondersteuningsmiddelen en onderwijsachterstandsmiddelen. Wij merken op dat er over 2021 en 2022 NPO gelden zijn ontvangen met een eenmalig karakter. Deze baten komen voor de komende jaren te vervallen.

Baten (x € 1) Leerrijk + Bravoo Rijksbijdragen Gemeentelijke bijdragen Overige baten

2021 % 36.954.501 97% 377.923 1% 755.635 2%

2022 % 40.330.400 97% 354.029 1% 865.639 2%

2023B % 41.320.220 98% 340.087 1% 678.960 2%

2024B % 42.779.415 97% 332.951 1% 877.830 2%

De gemeentelijke bijdragen zien toe op ontvangen subsidiegelden vanuit de verschillende gemeentes. De overige baten betreffen verhuur inkomsten, detachering van personeel, ouderbijdrage en overige.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 28

3. Financiële positie Liquiditeit Analyse financiële kengetallen In de volgende slides zullen wij de financiële kengetallen van de gezamenlijke situatie analyseren. Hierbij wordt steeds naar een periode van acht jaar gekeken. Middels deze analyse vergelijken wij de financiële kengetallen met de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs. Uit deze analyses blijkt dat de financiële positie van de gezamenlijke situatie zeer goed is. Liquiditeit Het kengetal voor liquiditeit in de gezamenlijke situatie is goed. De grafiek laat zien dat het kengetal structureer boven de signaleringswaarde blijft. Het kengetal ligt gezamenlijk wel lager dan het landelijk gemiddelde.

5,00

Analyse

4,00

De nieuwe situatie leidt er echter toe dat het gezamenlijke schoolbestuur in de categorie “grootste besturen” valt (baten >25M) waardoor ook de signaleringswaarde afneemt van 0,75 naar 0,5. Het is daarom ook begrijpelijk dat de gezamenlijke stichting onder het landelijk gemiddelde zit.

Liquiditeit

3,00 2,00 1,00 2020

2021

2022

Current Ratio

2023B

2024B

2025B

Dec-26B

Dec-27B

Signaleringswaarde

Landelijk gemiddelde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Current Ratio

2,92

2,10

2,38

2,15

1,52

1,43

1,54

1,81

Signaleringswaarde

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

Landelijk gemiddelde

3,67

3,80

3,46

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 29

3. Financiële positie Solvabiliteit Solvabiliteit Het kengetal solvabiliteit bij de gezamenlijke stichting is zeer goed. Per 3112-2022 is dit 0,74 en zou dit minimaal 0,30 moeten zijn. Het kengetal solvabiliteit wordt uitgedrukt middels de zogenaamde Solvabiliteit II ratio. Deze ratio wordt berekend door de som van het eigen vermogen en de voorzieningen te delen door de totale passiva (balanstotaal). In onderstaande tabel en grafiek hebben we dit kengetal weergegeven.

1,00

Analyse De grafiek laat zien dat de gezamenlijke solvabiliteit in de afgelopen jaren structureel boven de signaleringswaarde is geweest. De verwachting voor de toekomst is dat het kengetal ook boven de signaleringswaarde zal blijven.

0,40

De Solvabiliteit II ligt bij in de gezamenlijke situatie rond het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

Solvabiliteit 0,80 0,60

0,20 2020

2021 Solvabiliteit

2022

2023B 2024B Signaleringswaarde

2025B Dec-26B Dec-27B Landelijk gemiddelde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Solvabiliteit

0,76

0,78

0,74

0,73

0,67

0,63

0,63

0,63

Signaleringswaarde

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

Landelijk gemiddelde

0,74

0,76

0,73

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 30

3. Financiële positie Liquide middelen Absolute waarde liquide middelen De absolute waarde van de liquide middelen van de gezamenlijke stichting is zeer goed. Op basis van de meest recente jaarrekening zien we een gezamenlijk saldo van ruim €13 miljoen. Dit ligt ruim boven de signaleringswaarde funderend onderwijs van €100.000. Ook in de komende jaren is de verwachting dat het kengetal ruimschoots boven de signaleringswaarde blijft.

14.000.000

De absolute waarde liquide middelen van de gezamenlijke stichting ligt boven het landelijk gemiddelde in het basisonderwijs.

6.000.000

Absolute Omvang Liquide Middelen 12.000.000 10.000.000

8.000.000 4.000.000 2.000.000 -

2020

2021

2022

Liquide Middelen

2023B

2024B

Signaleringswaarde

2025B

Dec-26B

Dec-27B

Landelijk gemiddelde

(x 1.000)

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Liquide middelen

8.207

9.910

13.190

11.877

7.347

5.118

4.757

5.478

Signaleringswaarde

100

100

100

100

100

100

100

100

Landelijk gemiddelde

2.955

3.578

4.793

-

-

-

-

-

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 31

3. Financiële positie Mogelijk bovenmatig eigen vermogen Mogelijk bovenmatig eigen vermogen De grafiek hiernaast laat zien dat het kengetal voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen van de gezamenlijke stichting boven de signaleringswaarde ligt. Dit kengetal geeft een indicatie hoeveel eigen vermogen een onderwijsinstelling redelijkerwijs maximaal nodig heeft voor een gezonde bedrijfsvoering.

2,00

De grafiek hiernaast laat tevens een dalende trend van het kengetal zien, waarbij het kengetal in 2025 en 2026 onder de signaleringswaarde begroot wordt. Deze trend kan tweeledig verklaard worden.

1,00

Enerzijds wordt voor de komende jaren een negatief resultaat begroot, wat leidt tot een daling van het eigen vermogen. Anderzijds houdt de begroting van Leerrijk rekening met de stelselwijziging in het kader van de verwerking groot onderhoud. Hierin heeft Leerrijk momenteel een standpunt ingenomen te willen gaan activeren en afschrijven, wat in de begrote cijfers leidt tot een toename van de materiële vaste activa. De materiële vaste activa is een van de inputvariabele in de berekening van het normatief eigen vermogen. Dit leidt er toe dat het normatief eigen vermogen toeneemt, waardoor de ratio tussen het eigen vermogen / het normatief eigen vermogen daalt. Bravoo heeft dit standpunt momenteel nog niet ingenomen. Dit verschil in waarderingsgrondslagen zal verderop in dit rapport nader toegelicht worden.

Mogelijk Bovenmatig Eigen Vermogen 1,50

0,50 0,00 2020

2021

2022

2023B

2024B

Ratio publiek Eigen Vermogen

2025B

Dec-26B

Dec-27B

Signaleringswaarde

2020

2021

2022

2023B

2024B

2025B

2026B

2027B

Ratio publiek Eigen Vermogen

1,59

1,77

1,70

1,44

1,18

0,90

0,86

0,94

Signaleringswaarde

1

1

1

1

1

1

1

1

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 32

3. Financiële positie Conclusie gezamenlijke financiële positie Gezamenlijke financiële positie De financiële positie van de gezamenlijke onderwijsstichtingen is gezond. Daarbij is als uitgangspunt de gecontroleerde jaarrekening van de afgelopen 3 jaar genomen, gecombineerd met de prognose over boekjaar 2023 en de begroting over boekjaar 2024-2027. De prognose 2023 en begroting over boekjaar 2024-2027 is ontleend aan de meerjarenbegroting zoals vastgesteld door het College van Bestuur. Daarnaast hebben wij diverse gesprekken gevoerd met de bestuurders van beide onderwijsstichtingen, waaruit blijkt dat de verwachting is dat de gezonde financiële positie kan worden gehandhaafd. Wel dient opgemerkt te worden dat beide onderwijsstichtingen een negatief resultaat begroten voor 2024, 2025 en 2026. Deze negatieve begroting zorgt ervoor dat er wordt ingeteerd op het eigen vermogen. Gezien de huidige beschikbare reserves voorzien wij op dit punt een laag risico met een lage impact.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 33

3. Financiële positie Leerlingprognoses

3.4 Leerlingprognoses en inspectierapporten In de volgende grafieken hebben we in een meerjarenperspectief een vergelijking gemaakt tussen de eigen inschattingen van leerlingprognoses en de huidige prognoses van DUO. Wij dienen hierbij echter wel op te merken dat de meest actuele prognose van DUO nog een peildatum van 1 oktober hanteert. De onderwijsstichtingen zelf hanteren vanaf 2022 veelal een prognose met een peildatum van 1 februari (gelijk aan de bekostigingsmethodiek). Hierdoor is de prognose van DUO minder goed vergelijkbaar met de leerlingprognose van de onderwijsstichting zelf.

Leerrijk Hiernaast is de grafiek opgenomen waarin de leerlingenaantallen van Leerrijk geanalyseerd worden. Middels deze grafiek wordt inzicht gegeven in de werkelijke leerlingaantallen, de eigen inschatting van de onderwijsstichting zelf en de prognose van DUO. Deze grafiek laat zien dat de werkelijke aantallen in lijn liggen met de eigen inschatting van Leerrijk, zoals opgenomen in het bestuursverslag in het jaar voorafgaand aan de meeting. De interne prognose ligt tevens in lijn met de prognose van DUO, waarbij een minimale afwijking (<5%) wordt waargenomen. Deze afwijking wordt tevens grotendeels veroorzaakt door het verschil in meetmoment, zoals bovenstaand reeds toegelicht. Op basis van de grafiek concluderen wij dat de interne leerlingenprognoses in het verleden een betrouwbaar beeld hebben geschetst. Daarnaast liggen de toekomstige prognoses in lijn met de prognoses van DUO. Om deze redenen hebben wij geen indicatie dat de leerlingenprognose een onbetrouwbaar beeld schetst. Wij zouden u wel adviseren de leerlingenprognoses nogmaals te vergelijken met de prognose van DUO zodra de prognose van DUO geactualiseerd is op peildatum 1 februari 2023.

Leerlingenprognose 4000 3750 3500 3250 3000 2750 2500 2250 2000 Oct-20

Oct-21

Feb-22

Eigen inschatting bestuursverslag

Feb-23

Feb-24

Feb-25

Leerlingenaantal werkelijk

Feb-26 Prognose Duo

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 34

3. Financiële positie Leerlingprognoses Bravoo Hiernaast is de grafiek opgenomen waarin de leerlingenaantallen van Bravoo geanalyseerd worden. Middels deze grafiek wordt inzicht gegeven in de werkelijke leerlingaantallen, de eigen inschatting van de onderwijsstichting zelf en de prognose van DUO.

Leerlingenprognose 3500

Deze grafiek laat zien dat de werkelijke aantallen in lijn liggen met de eigen inschatting van Bravoo, zoals opgenomen in het bestuursverslag in het jaar voorafgaand aan de meeting. De interne prognose ligt tevens in lijn met de prognose van DUO, waarbij een minimale afwijking (<5%) wordt waargenomen. Deze afwijking wordt tevens grotendeels veroorzaakt door het verschil in meetmoment, zoals bovenstaand reeds toegelicht.

3250

Op basis van de grafiek concluderen wij dat de interne leerlingenprognoses in het verleden een betrouwbaar beeld hebben geschetst. Daarnaast liggen de toekomstige prognoses in lijn met de prognoses van DUO. Om deze redenen hebben wij geen indicatie dat de leerlingenprognose een onbetrouwbaar beeld schetst.

2500

Wij zouden u wel adviseren de leerlingenprognoses nogmaals te vergelijken met de prognose van DUO zodra de prognose van DUO geactualiseerd is op peildatum 1 februari 2023.

2000

3000 2750

2250

1750 1500 Oct-20

Oct-21

Feb-22

Leerlingenaantal begroot

Feb-23

Feb-24

Leerlingenaantal werkelijk

Feb-25

Feb-26

Prognose Duo

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. LEERRIJK / BRAVOO

Pagina 35

3. Financiële positie Leerlingprognoses Leerrijk + Bravoo gezamenlijk Hiernaast is de grafiek opgenomen waarin de leerlingenaantallen van de gezamenlijke onderwijsstichting geanalyseerd worden. Middels deze grafiek wordt inzicht gegeven in de werkelijke leerlingaantallen, de eigen inschatting van de onderwijsstichting zelf en de prognose van DUO. Deze grafiek laat zien dat de werkelijke aantallen in lijn liggen met de eigen inschatting van de onderwijsstichtingen gezamenlijk, zoals opgenomen in het bestuursverslag in het jaar voorafgaand aan de meeting. De interne prognose ligt tevens in lijn met de prognose van DUO, waarbij een minimale afwijking (<5%) wordt waargenomen. Deze afwijking wordt tevens grotendeels veroorzaakt door het verschil in meetmoment, zoals bovenstaand reeds toegelicht. Op basis van de grafiek concluderen wij dat de interne leerlingenprognoses in het verleden een betrouwbaar beeld hebben geschetst. Daarnaast liggen de toekomstige prognoses in lijn met de prognoses van DUO. Om deze redenen hebben wij geen indicatie dat de leerlingenprognose een onbetrouwbaar beeld schetst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14417757/1