Bijlage 3 Nota beantw. zienswijzen en ambtshalve wijz.
Tekst van het document
Na wat simpel onderzoek op internet, leest
Bouwen op kortere afstand van de snelweg is
indiener dat wordt geadviseerd
regelmatig mogelijk, mits er voldaan kan worden
/aanbevolen wordt om minimaal op een
aan regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van
afstand van 150 m vanaf de snelweg woningen
geluidsbelasting en luchtkwaliteit, al dan niet in
te bouwen.
combinatie met het nemen van specifieke
Hoe wordt dit beoordeeld in de gemeente
maatregelen.
Waalwijk? Op meerdere plaatsen zijn er recent nieuwbouwwoningen gerealiseerd op na schatting 50 m vanaf A59. Meest recente voorbeeld is de vergunning voor het nieuwbouwplan LOEFF aan de Loeffstraat nabij de oude toren. Daar worden komend jaar 37 appartementen gerealiseerd op slechts 45 m afstand van de A59.
36 van 92
N.v.t.
14. Provincie Noord-Brabant Nr.
Zienswijze, samenvatting
Beantwoording / reactie
Gevolgen omgevingsvisie / MER
14a1.
Verstedelijking en regionale context
In de omgevingsvisie wordt het belang van de
Paragraaf 2.6.3 Ontwerp Nota Ruimte is
Indiener is van mening dat de
schaalsprong in stedelijkheid voor Waalwijk
aangepast. Hier wordt ingegaan op die
verstedelijkingsambitie voor het stedelijk
benoemd in hoofdstuk 2.3 en 2.4. De visie
vier integrale thema’s, waaronder wonen,
gebied van Waalwijk sterker benoemd kan
beschrijft dat Waalwijk, als middelgrote stad
werken en bereikbaarheid.
worden. Het belang van de schaalsprong in
met regionale voorzieningen en economische
De volgende tekst ten aanzien van
stedelijkheid, zoals die ook in het ruimtelijk
functies, een belangrijke rol speelt in de
wonen is toegevoegd waarin de
voorstel wordt beschreven, komt nog wat te
verstedelijkingsopgave van Noord-Brabant.
verstedelijkingsopgave voor Waalwijk
voorzichtig uit de verf en zou sterker aangezet
Daarnaast wordt de samenwerking binnen
wordt uitgelicht:
kunnen worden.
Midstad genoemd als instrument om
De bevolkings- en economische groei zijn
gezamenlijk met andere middelgrote steden in
de drijvende kracht achter de
Brabant invulling te geven aan deze stedelijke
ontwikkeling van Nederland. Deze groei
schaalsprong. Hiermee wordt het strategisch
blijft niet beperkt tot de grote steden
belang van Waalwijk binnen de regionale
Amsterdam, Rotterdam-Den Haag,
stedelijke structuur bevestigd. In hoofdstuk
Utrecht en Eindhoven, maar biedt ook
4.3.4 wordt ingegaan op de
kansen voor nabijgelegen stedelijke
woningbouwopgave na 2030 in relatie tot
regio’s, zoals de Brabantse stedenrij.
verstedelijking. Paragraaf 2.6.3 Ontwerp Nota
Het Rijk werkt in de ontwerp Nota Ruimte
Ruimte is aangepast. Hier wordt ingegaan op
met een strategie VISTA: versterken,
die vier integrale thema’s, waaronder wonen,
initiëren, stimuleren, transformeren en
werken en bereikbaarheid. Hier is de
accommoderen (zie figuur 8). De
verstedelijkingsopgave voor Waalwijk
strategie ‘stimuleren’ is van toepassing
uitgelicht.
op de gemeente Waalwijk, wat duidt op
Kansen voor duurzame verstedelijking ziet de
een verstedelijkingsopgave en
gemeente dichtbij openbaar vervoer en
schaalsprong. Waalwijk Centrum
voorzieningen. Met de aanleg van een
Driessen is opgenomen als één van de
mobiliteitshub in Waalwijk stad en de
127 regionaal grootschalige
37 van 92
aanwezigheid van voorzieningen ziet de
woningbouwlocaties. Daarnaast is de
gemeente hier de meeste kansen voor
gemeente Waalwijk onderdeel van de ‘L-
verstedelijking. Op de omgevingsvisiekaart is
centrumstadsregio’. In deze regio zijn
daarom een contour om het centrum
economische dynamiek en concentratie
opgenomen voor stedelijk verdichten in
van (regionale) voorzieningen verdeeld
centrum en schil. Daarnaast zijn op de
over één of meerdere middelgrote
omgevingsvisiekaart iconen opgenomen voor
steden. OV-knooppunten vormen
stedelijk verdichten. Hiermee is de gemeente
belangrijke schakels: hier is de regio
van mening dat de verstedelijkingsambitie
aanhaakt op het (inter)nationale netwerk
voldoende is benoemd.
en vormt hiermee de logische plek voor nieuwe publiekstrekkende regionale voorzieningen en ruimte-intensief werken. In het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant werken de Rijksoverheid, de provincie Noord-Brabant en de regio samen aan het opvangen van groei in de Brabantse Stedenrij en Brainportregio, het ontwikkelen van ov-knooppunten en het vernieuwen van de naoorlogse woonwijken. Waalwijk maakt onderdeel uit van de Brabantse Stedenrij. In deze aanpak wordt uitgegaan van regiokernen. Stad Waalwijk vormt samen met Sprang, Driessen en Kaatsheuvel één regiokern, terwijl Waspik, Capelle en Nieuwe Vaart daarbuiten vallen. Dit heeft consequenties voor de schaal van
38 van 92
woningbouw: grootschalige projecten versus kleinschalige uitbreidingen. Deze positie vraagt om een expliciete reflectie op de rol die Waalwijk voor zich ziet in de verstedelijkingsopgave. Als middelgrote stad biedt Waalwijk kansen voor groei die niet alleen bijdragen aan het woningaanbod, maar ook een impuls geven aan de ruimtelijke kwaliteit, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid per openbaar vervoer; een essentiële bouwsteen voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Ook in Sprang liggen kansen voor ruimtelijke ontwikkeling, mede dankzij de strategische ligging aan de route richting Tilburg en nabijheid van voorzieningen in Waalwijk en Kaatsheuvel. Deze positie biedt mogelijkheden voor het versterken van de regionale verbindingen en het verbeteren van het openbaar vervoer, wat essentieel is voor duurzame groei. Voor de overige kernen binnen de gemeente is het van belang dat zij goed verbonden blijven met Waalwijk en Sprang-Capelle, waar de regionale OVverbindingen, voorzieningen en het merendeel van de werkgelegenheid 39 van 92
geconcentreerd zijn. Een sterke interne samenhang draagt bij aan de leefbaarheid en bereikbaarheid van de hele gemeente. De verstedelijkingsopgave moet bijdragen aan Brede Welvaart, niet alleen binnen de stedelijke kernen, maar ook in het omliggende buitengebied. Daarbij is het essentieel dat natuurlijke systemen, zoals natuurgebieden en ruimte voor water, worden beschermd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen de leefbaarheid te versterken en vergroening te borgen. De balans tussen Waalwijk als logistieke topregio en de verstedelijkingsopgave vraagt om een zorgvuldige afweging, die in samenwerking met de Provincie NoordBrabant en regionale partners gemaakt moet worden. 14a2.
Indiener geeft aan dat ook het
In de omgevingsvisie komt dit
ontwikkelprincipe ‘landschap en natuur groeien
ontwikkelprincipe op verschillende
mee met verstedelijking’ sterker ingevuld kan
schaalniveau's aan bod. In zijn algemeenheid
worden.
doordat we in de visie grote ambities hebben als het gaat om een biodiverse en beleefbare natuur en groen. Op regionaal niveau door bij te dragen in de ontwikkeling van 40 van 92
N.v.t.
natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Op gemeentelijk niveau door te streven naar een verhoging van kwantiteit en kwaliteit van groen, bv. gebieden geschikter maken om te recreëren (zie ook reactie bij 14a3). Op projectniveau komt dit aan bod middels een kwaliteitsverbetering landschap en groennorm per project. 14a3.
Indiener vraagt daarbij ook om meer
In paragraaf 4.2.3 erkennen we dat de
duidelijkheid te geven over waar Waalwijk
natuurwaarden in de Westelijke Langstraat en
uitloopgebied wil creëren of versterken. Dit
Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen
met het oog op de kwetsbaarheid van het
onder druk staan van toenemende recreatie.
Natura-2000 gebied de Westelijke Langstraat
We willen deze gebieden ontzien. Daarbij is in
en het recreatief al erg drukke Natura 2000
dezelfde paragraaf ook aangegeven dat we dat
gebied Loonse- en Drunense Duinen. Dat kan
doen door andere gebieden aantrekkelijk en
volgens indiener niet alleen bij het Hoefsven.
geschikter te maken om te recreëren, zoals de Overdiepse Polder en de zandgronden in het zuidelijke deel van de gemeente. Hier liggen kansen voor kleinschalige recreatie als verbreding van de landbouw. Ook het stedelijk gebied en de woonwijken zelf gaan we meer geschikt maken om de functie van groene verblijfsruimte te vervullen. Hierdoor wordt het dichter bij huis mogelijk om te recreëren en tot rust te komen in een groene omgeving.
41 van 92
N.v.t.
14a4.
Gezien de context van Waalwijk vraagt
Bij overleg over de omgevingsvisie en de
De tekst over de strategische
indiener om afstemming en het gezamenlijk
uitwerking daarvan wordt daar waar mogelijk
positionering, zoals opgenomen in de
optrekken in subregionaal verband, waarbij
zo veel mogelijk gezamenlijk opgetrokken in
strategische visie, wordt ook opgenomen
bijvoorbeeld gedacht kan worden aan het
(sub)regionaal verband.
onder aan paragraaf 2.3.
Loons Hoekje met Loon op Zand of de
De volgende tekst is toegevoegd:
Baardwijkse Overlaat met Heusden. In de visie
Positie Waalwijk in regionale context:
In de strategische visie van de gemeente
wordt wel duidelijk ingegaan op de huidige
In de strategische visie van Waalwijk ‘brug
Waalwijk ‘Brug naar de Toekomst’ staan
positie van Waalwijk in de regio, maar is niet
naar de toekomst’ is expliciet stil gestaan bij
we stil bij de rol van de gemeente ‘in de
duidelijk welke positie Waalwijk voor zichzelf
de rol van Waalwijk ‘in de regio’. Waalwijk
regio’ en in regionale samenwerking.
ziet in deze regionale context.
werkt vanuit een zelfbewuste positie in de
Waalwijk werkt vanuit een zelfbewuste
regio aan lokale en (sub)regionale opgaven.
positie in de regio aan lokale en
Hierin wordt ook ingegaan op de (sleutel)rol
(sub)regionale opgaven. Juist vanwege
die Waalwijk kan en wil spelen bij
onze geografische ligging kan de
(sub)regionale samenwerking. Deze positie zal
gemeente toewerken naar een
nadrukkelijker worden geduid onder paragraaf
sleutelpositie als partner in de regio. We
2.3 van de omgevingsvisie.
zetten in op Waalwijk als centrumgemeente voor De Langstraat dat in het Brabants mozaïek als middelgrote stad de verbinding vormt tussen de grotere steden Tilburg, ‘sHertogenbosch en omliggende gemeenten. Vanuit daar kijken we scherp naar wat onze doelstellingen zijn en welke samenwerkingen daar logischerwijs het meest aan bijdragen. Voorbeelden van thema’s waarbij het opzoeken van samenwerking voor de hand liggend én noodzakelijk is:
42 van 92
mobiliteit, een sterke economie, de energietransitie en onderwijs. Op deze onderwerpen is samen optrekken met omliggende gemeenten en de stedelijke regio's de route om stappen te zetten. Samenwerking is geen doel op zich en moet functioneel zijn. We constateren echter dat steeds meer vraagstukken wel vragen om samenwerking over (gemeente)grenzen heen. We kijken per vraagstuk wat de juiste schaal om opgave(n) op te pakken. Dat kan (sub)regionaal zijn, als het vraagstukken betreft die net de lokale grenzen overschrijden, zoals in een gebiedsgerichte aanpak (GGA). Dat doen we ook in grotere samenwerkingsverbanden. Op dit moment is Waalwijk primair gefocust op de regio Hart van Brabant, waar we samenwerken op onder andere het gebied van (jeugd)zorg, economie, klimaat- en energie. We zien dat de SRBT in toenemende mate het juiste schaalniveau blijkt om strategische opgaven, in de fysieke leefomgeving op te pakken, zoals woningbouw, mobiliteit en (ruimtelijke) economie. Daarom 43 van 92
investeren we de komende jaren extra op de versterking deze samenwerking. In regionale samenwerking neemt Waalwijk – op diverse schaalniveaus – een proactieve rol. 14b.
Visiekaart en ontwikkelingen
Deze opmerking wordt ter kennisgeving
Indiener geeft aan het wenselijk te vinden
aangenomen. Het verzoek wordt opgepakt via
verder door de praten over de ambities en
de reguliere overlegmomenten met de
gewenste ontwikkelingen zoals opgenomen op
indiener.
N.v.t.
de visiekaart in paragraaf 5.4. Dit om gezamenlijk duidelijkheid hierover te hebben en richting te bepalen. 14c1.
Wonen
Paragraaf 5.2.2. gaat specifiek over de
Indiener vraagt waarin wordt vastgelegd wat
herstructurering van bestaande
in paragraaf 5.2.2. Gebiedsgerichte koers staat
(woon)gebieden. Anders dan voor de
vermeld over de duurzaamheidsambities voor
bestaande gebouwen, gelden voor de in een
nieuw te ontwikkelen gebieden.
herstructureringsgebied nieuw te bouwen gebouwen andere eisen. Hiervoor gelden sowieso de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Als gemeente willen we echter aanvullend daaraan ook eisen stellen aan de gebruikte materialen, de integratie van energiesystemen in de gebouwen en het slim gebruiken van beschikbare energie door, bijvoorbeeld, zongericht verkavelen. Hiervoor wordt o.a. een Leidraad duurzame ruimtelijke 44 van 92
N.v.t.
ontwikkeling opgesteld en zullen regels worden opgenomen in het omgevingsplan.
14c2.
Onder 5.4 Linten en subparagraaf 5.4.3.
De vorm waarin zal mede afhankelijk zijn van
worden Westeinde en Hoogeinde genoemd.
het animo van de betreffende grondeigenaren
Voor beide wordt vermeld dat het in een
in dit gebied. Gelet op de grote afstand tussen
samenhangend plan vervat moet worden.
de locaties is de verwachting dat hier twee
Indiener vraagt of beide ontwikkelingen in één
afzonderlijke plannen voor worden gemaakt
plan worden opgenomen of dat er twee
indien het tot een ontwikkeling komt.
N.v.t.
afzonderlijke plannen worden gemaakt. 14d.
Bedrijven
Het klopt dat tot nu toe geen concrete invulling
Vanuit het thema ‘werklocaties’ worden de
is gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit van het
relevante onderwerpen benoemd, zoals de
te ontwikkelen gebied. Het gebied is nog niet in
opgave om ruimtelijke vraagstukken in te
ontwikkeling genomen. Wanneer tot
passen vanuit onder andere het perspectief
ontwikkeling wordt overgegaan gaat dit
van ‘Brede Welvaart’ en hierin een keuze te
vanzelfsprekend gepaard met oog voor
maken. Als afsluiting van paragraaf 4.4.3. is
ecologische waarde en ruimtelijke kwaliteit
op p. 78 een samenvatting opgenomen van
zoals aangegeven in het bestemmingsplan dat
speerpunten, waaronder het volgende
is opgegaan in het omgevingsplan van
speerpunt:
rechtswege.
We zorgen ervoor dat uitbreiding van bedrijventerreinen zorgvuldig wordt afgewogen, met oog voor ecologische waarde en ruimtelijke kwaliteit. In dit verband vraagt indiener opnieuw aandacht voor de kwaliteitsverbetering van Haven t/m Haven 8 Oost-Afronding (22-645 van 92
N.v.t.
2023) zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, waar tot dusver nog geen concrete invulling aan is gegeven. Indiener heeft behoefte aan verduidelijking over de invulling. 14e.
Mobiliteit en infrastructuur
Deze zienswijze wordt ter kennisgeving
Indiener geeft aan dat Waalwijk met deze
aangenomen.
N.v.t.
omgevingsvisie een duidelijk standpunt inneemt op de relatie tussen ‘Brede Welvaart’, mobiliteit en toepassing van het STOMP principe. Dit geeft een goede basis voor de uitwerking. De ambitie van de gemeente op het gebied van OV komt grotendeels overeen met de afspraken die over de BRT zijn gemaakt in de regio. 14f1.
Energie, Algemeen
Het onderwerp energie valt o.b.v. figuur 7
Indiener noemt een paar positieve punten en
onder de centrale hoofdopgave ‘werken aan
geeft aan dat de ambities op een aantal
een duurzame en klimaat adaptieve gemeente’.
punten nog wel kunnen worden aangescherpt.
In de toelichting in 2.5.2 wordt ingegaan op de
In zijn algemeenheid vraagt indiener om het
omslag naar duurzame energie. Duurzaamheid
onderwerp energie als centrale hoofdopgave
gaat breder dan alleen energie en behelst
zoals in figuur 7 onder paragraaf 2.5.5. mee te
onder andere de opgaven die voortkomen uit
nemen.
de energietransitie. Daarom vindt de gemeente het van belang om in figuur 7 gebruik te maken van een overkoepelende term waarin de
46 van 92
N.v.t.
noodzaak tot verduurzaming op meerdere facetten gevat wordt. 14f2.
Indiener merkt op dat er al veel ervaring is
In de omgevingsvisie wordt niet specifiek
met de energietransitie. De ontwikkeling op
ingegaan op het energiesysteem van de
Haven 8, waar de plannen zijn om de nieuwe
toekomst van gemeente Waalwijk en de daarin
insteekhaven energieneutraal en zero emissie
voorziene energiebronnen en –dragers, zoals
te ontwikkelen en exploiteren, dient als een
waterstof. Hiervoor wordt afzonderlijk een
voorbeeld voor andere gemeenten.
energiesysteemvisie opgesteld. Deze zal meer
Tegelijkertijd wordt in de visie niets gezegd
in detail ingaan op een visie op het
over de inzet van waterstof als energiedrager,
toekomstige energiesysteem en dit ook
aldus indiener. Gezien de aanwezige logistieke
vertalen naar een energieprogramma,
bedrijventerreinen en de ambitie van
waaronder een warmteprogramma.
gemeente Tilburg zou indiener dit wel
Het is voorstelbaar dat na het afronden van de
verwachten.
energiesysteemvisie de omgevingsvisie hierop
N.v.t.
geactualiseerd wordt. 14f3.
Indiener stelt dat het is aan te bevelen
Een plan voor het energiesysteem van de
plannen rondom waterstof op te nemen en ook
toekomst voor gemeente Waalwijk wordt
een visie met betrekking tot (kleine) SMR’s
uitgewerkt in een energiesysteemvisie. Hierin
(kernenergie). Dit zijn onderdelen van de
zal ook gekeken worden naar de
energiemix waar nu nog niets over gezegd
mogelijkheden van waterstof en SMR's (Small
wordt. Indiener mist daarnaast nog meetbare
Modular Reactor).
tussenstappen en indicatoren.
Planvorming voor dat toekomstige energiesysteem zal deels in de visie terecht komen en deels in het daaraan verbonden energieprogramma. Het programma zal meetbare tussenstappen 47 van 92
N.v.t.
benoemen en indicatoren geven om de voortgang te kunnen monitoren. Tot die tijd houden we vast aan de voortgangsmonitoring zoals die gebeurt vanuit het programma Duurzaamheid, waar energietransitie onderdeel van is. 14f4.
Indiener ziet dat er nog winst te behalen valt
In paragraaf 4.2.4. (p.58) wordt verwezen
met het benoemen van kansen om
naar het combineren van grootschalige opwek
energieprojecten te combineren met
en klimaatadaptieve maatregelen en
landschapsverbetering en biodiversiteit.
biodiversiteit.
Indiener vindt het jammer dat de aanpak
Grote Oogst is een tijdelijk programma, tot
‘Grote Oogst’ niet wordt genoemd.
eind 2026, waar gemeente Waalwijk nu aan
N.v.t.
deelneemt. Verduurzaming van bedrijventerreinen én bedrijven blijft onze aandacht houden. Ook na afloop van Grote Oogst. 14f5.
Indiener geeft tot slot als verbeterpunt aan dat
De nog op te stellen energiesysteemvisie zal
het voor ontwikkelingen op gebied van
verder ingaan op de ruimtelijke inpassing van
energie-infra in zijn algemeenheid belangrijk is
het toekomstige energiesysteem voor
dat er niet alleen onderzocht wordt hoe ze
gemeente Waalwijk. Daarbij hoort uiteraard
ingepast kunnen worden, maar dat er ook een
een brede afweging, in lijn met de
goede ruimtelijke locatieafweging plaatsvindt,
uitgangspunten van 'Brede Welvaart', zoals ook
waarbij rekening wordt gehouden met
voor de omgevingsvisie is aangehouden.
cultuurhistorische en natuurwaarden.
Het is daarom ook voorstelbaar dat, na vaststelling van de energiesysteemvisie, de omgevingsvisie hierop geactualiseerd wordt. 48 van 92
N.v.t.
14g.
Energieneutraal
De meest actuele Europese Richtlijn voor
De samenvatting (bijlage IV) wordt
Onder de thematische uitwerking ‘Duurzaam
energieprestatie van gebouwen (EPBD IV)
aangepast. Niet ‘nieuwbouw’ maar
en klimaatrobuust’ in paragraaf 4.2.4 wordt
bepaalt, onder andere, dat de gebouwde
gemeentelijke gebouwen hebben in 2030
ingegaan op de ambities omtrent
omgeving in 2050 uitstootvrij moet zijn. Alle
minimaal energielabel C.
energieneutraal. Indiener vraagt zich af of de
nieuwe gebouwen moeten per 2030 uitstootvrij
gemeente ook de ambitie heeft om volledig
zijn en nieuwe overheidsgebouwen zelfs al in
energieneutrale gebouwen / zero emission
2028.
buildings (ZEB) (norm 2050) na te streven. In
De doelstellingen van de EPBD IV moeten door
de visie op pagina 49 wordt tot dusver
de Europese lidstaten en dus ook het Rijk
gewezen op streven naar verduurzaming door
verwerkt worden in het landelijk beleid en de
middel van energiezuinige gebouwen. Op p.
landelijke wet- en regelgeving. Als gemeente
178 staat (in de samenvatting) “en nieuwbouw
volgen we deze ontwikkelingen en proberen
voldoet minimaal aan energielabel C”. Hoewel
we, waar we kunnen, hierop te anticiperen.
feitelijk juist, wordt hier vermoedelijk verwezen naar de doelstelling om alle
De zin in de samenvatting over ‘...energielabel
gemeentelijke gebouwen te verduurzamen
C’ wordt aangepast.
naar minimaal label C in 2030 (zoals ook benoemd op pagina 48). 14h1.
Netcongestie Waterstof en kernenergie
De Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame
(energie-mix)
Energie (GODE) en de Beleidsvisie
Indiener geeft aan het fijn te vinden dat de
Grootschalige Opwek Duurzame Energie
gemeente haar ‘faciliterende rol’ bij
(GODE) blijven (voorlopig) naast de
netcongestie benoemt. Indiener geeft aan dat
omgevingsvisie nog van kracht. Hierin worden
er ook nog kansen zijn om binnen de eigen
ook de punten zoals door indiener genoemd al
activiteiten meer bij te dragen aan het
meegenomen voor zonnevelden.
verminderen van netcongestie. Als voorbeeld 49 van 92
N.v.t.
wordt gegeven dat een zonnepark niet meer
Daarnaast wordt er een energiesysteemvisie
even wenselijk is als voorheen. Indiener
opgesteld voor het toekomstige
adviseert rekening te houden met een oost-
energiesysteem voor gemeente Waalwijk.
west oriëntatie om de spreiding van opwek te
Hierin is het tegengaan van netcongestie een
optimaliseren en zo geen extra congestie te
belangrijk uitgangspunt. Daarin zien we vooral
veroorzaken. Indiener geeft aan dat ook
kansen voor decentrale/lokale oplossingen.
gedacht kan worden aan geluidsmuren of
Ook waterstof en de toepassing ervan zal in de
andere verticale oriëntaties van zonnepanelen.
energiesysteemvisie worden meegenomen.
Daarnaast zou met een dergelijk groot opgesteld vermogen aan opwek, ook aan waterstof als energieopslag gedacht kunnen worden. Dat werkt niet alleen mee in de optimalisatie van het netgebruik maar kan ook ingezet worden bij de industrie en of de mobiliteits- en clean energy hub. Er wordt ook naar het kopje Algemeen verwezen (opgenomen in zienswijze 13a hierboven). 14h2.
De herontwikkeling van de ‘Linten’ (pagina
Het tegengaan van netcongestie is een
105) biedt ook kansen om netcongestie tegen
belangrijk uitgangspunt voor de nog op te
te gaan, aldus indiener. De herverdeling van
stellen energiesysteemvisie. Deze visie gaat
de beschikbare netcapaciteit kan een
dieper in op het toekomstige energiesysteem
interessant gesprek met Enexis opleveren.
van gemeente Waalwijk, waaronder ook de
Indiener vraagt om dit mee te nemen in de
Linten.
N.v.t.
plannen. 14i.
Wind en zon
De huidige passage in de omgevingsvisie lijkt
In paragraaf 2.6.4 Provinciale
Uitsluitend voor wind-opwek direct aansluitend
inderdaad te suggereren dat er onder
omgevingsvisie wordt bij de tekst
aan hoofdinfrastructuur in het NNB wordt een
voorwaarden ruimte is voor energieopwekking.
Werken aan de Brabantse
50 van 92
14j.
uitzondering gemaakt onder daar vermelde
De werkelijke bedoeling is echter anders.
energietransitie de regel ‘Wil alleen onder
specifieke voorwaarden (artikel 5.52
Energieopwekking in het Natuurnetwerk
voorwaarden energieopwekking in het
Omgevingswet). Dit wordt aangehaald omdat
Brabant is in principe uitgesloten. Voor wind-
Natuurnetwerk Brabant', aangepast naar
indiener aan geeft dat de passage in paragraaf
opwek direct aansluitend aan
‘Sluit energieopwekking in het
2.6.4 ‘Wil alleen onder voorwaarden
hoofdinfrastructuur in het NNB kan onder
Natuurnetwerk Brabant in principe uit.’
energieopwekking in het Natuurnetwerk
strikte voorwaarden een uitzondering worden
Brabant (pagina 28) te algemeen is
gemaakt. De tekst in de omgevingsvisie wordt
geformuleerd.
hierop aangepast.
Mobiliteit en laadinfrastructuur
De gemeente gaat een energiesysteemvisie
Indiener adviseert gemotiveerd om het
opstellen voor het duurzame energiesysteem
realiseren van voldoende laadinfrastructuur
van de toekomst. Hierin wordt elektrificatie van
expliciet als doel op te nemen.
vervoer (goederen en personen) meegenomen
Indiener geeft in het volgende onderdeel aan
als integraal onderdeel van de energievraag en
dat de vraag waar de ruimteclaims voor
het daarbij passende energiesysteem. Dit zal
circulaire economie in Waalwijk moeten
mede bepalen hoe de toekomstige
landen, welke eventuele knelpunten er spelen
laadinfrastructuur eruit kan gaan zien. De
en of de gemeente in staat is om hier
realisatie daarvan kan dan weer in een plan
perspectief of een doorzicht op te geven ook
worden uitgewerkt.
N.v.t.
geldt voor de laadinfrastructuur. 14k1.
Duurzaamheid
Circulaire economie kent vele facetten
Indiener vraagt zich af hoe het zit met
variërend van het verminderen van het
toekomstige ruimteclaims op het gebied van
restafval tot het circulair maken van
circulaire economie, waar die in Waalwijk
bedrijfsprocessen en het ruimte bieden aan het
moeten landen, welke eventuele knelpunten er
circulair verwerken van bouw- en reststoffen.
spelen en of de gemeente in staat is om hier
Vooral dat laatste vraagt (milieu)ruimte. Wij
perspectief of een doorzicht op te geven.
verkennen de mogelijkheden naar strategische 51 van 92
N.v.t.
(milieu)ruimte voor circulaire economie met een hoge milieucategorie in Waalwijk. Eventuele ruimtelijke consequenties worden meegenomen bij de actualisatie van de omgevingsvisie. 14k2.
Indiener adviseert om op pagina 51 explicieter
De gemeente is voornemens om onderzoek te
te benoemen wat het uitgangspunt is voor
doen naar de mogelijkheden tot hergebruik van
circulair en biobased bouwen bij eigen
materialen en het inzetten van biobased
vastgoed van de gemeente.
materialen in de renovatie en
N.v.t.
nieuwbouwprojecten. De voorwaarde hiervoor is het beschikbaar stellen van aanvullende middelen om deze projecten uit te breiden. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen bij de actualisatie van de omgevingsvisie. 14k3.
Naast in het vorige onderdeel genoemde
We zullen een toevoeging doen m.b.t. biobased
Aan de paragraaf 4.4.3 is bij de tekst
adviseert indiener om op pagina 78 en 178 het
gewassen. Niet bij ‘samenvatting speerpunten’
Agrarische sector na de zin
uitgangspunt “stimuleren van duurzame
en de samenvatting in bijlage IV, want
‘Natuurinclusieve landbouw is daar een
landbouw en het telen van biobased
daarvoor is biobased gewassen te specifiek,
voorbeeld van.’ de volgende zin
gewassen” explicieter te maken. Indiener geeft
maar wel elders in paragraaf 4.4.3
toegevoegd ‘Daarnaast zien we het telen
aan dat dit is een kansrijk wenkend perspectief
van biobased gewassen als een
is als nieuw verdienmodel voor agrarische
Duurzame landbouw staat in de genoemde
voorbeeld van een duurzame
bedrijven.
onderdelen al expliciet genoemd.
ontwikkeling (mits duurzaam geteeld) die toekomstbestendig is en economisch kansrijk.’
52 van 92
14l.
Gezondheid
Vanuit infrastructuur bezien wordt er ingezet
Indiener vraagt na het noemen van dingen die
op het STOMP-principe, waarbij gezonde
goed zijn meegenomen in de visie nog extra
vervoerswijzen als lopen en fietsen de hoogste
aandacht voor het thema gezondheid in relatie
prioriteit krijgen.
N.v.t.
tot de aanwezige infrastructuur en bedrijvigheid.
Indien uit de monitoring van de luchtkwaliteit en verkeersgeluid blijkt dat er een overschrijding is gaan we kijken of er acties moeten plaatsvinden. Bij eerst de selectie en straks de uitgifte van Bedrijventerrein Haven 8 Oost(afronding) geldt Brede Welvaart als afwegingskader voor selectie van geïnteresseerde partijen. Naast andere thema’s maakt ook een gezonde leefen werkomgeving onderdeel uit van dit afwegingskader.
14m.
Landbouw
In Waalwijk zijn twee geitenhouderijen
Indiener geeft aan dat er in Waalwijk voor
aanwezig, één in Sprang Capelle en één in
zover bekend geen geitenhouderijen zijn. Zij
Waspik. De gemeente ziet het advies met
wijst op een advies van de Gezondheidsraad
belangstelling tegemoet.
N.v.t.
dat eind dit jaar verwacht wordt. 14n1.
Water en bodem
De passage heeft niet specifiek betrekking op
Indiener geeft aan dat onder hoofdstuk 4
de geplande uitbreiding van Landgoed
‘Thematische uitwerking’ op pagina 39 de
Driessen, maar geldt in het algemeen. We
volgende passage opvalt:
beogen dat water en bodem in eerste instantie 53 van 92
N.v.t.
‘Wanneer vanwege een zwaarwegend
sturend zijn voor waar we ontwikkelen, maar
maatschappelijk belang een ontwikkeling op
ook voor hoe we ontwikkelen. Daarmee kunnen
een locatie nodig is die niet optimaal is vanuit
namelijk de zogenaamde meekoppelkansen
het perspectief van het water- en/of
daadwerkelijk benut worden.
bodemsysteem, dan zijn water en bodem sturend voor de wijze waarop we een
Voor de uitbreidingsgebieden die in de
ontwikkeling vervolgens inpassen. Er kunnen
omgevingsvisie opgenomen zijn en die niet
met de wijze van inpassen namelijk ook juist
overgenomen zijn uit de Structuurvisie (2015),
kansen benut worden, die ten gunste komen
geldt dat zowel de locatie als de beoogde wijze
aan de kwaliteit van het water, de bodem,
van ontwikkelen gekozen zijn op basis van het
ecologie en de landschappelijke inrichting.’
principe ‘water en bodem sturend’. Deze
Indiener vraagt zich af of dit een relatie heeft
locaties bieden kansen om via een
met de beoogde ontwikkeling van Landgoed
transformatie ruimtelijke en sociale
Driessen en vraagt dit nader te duiden.
verbeteringen te bereiken. Naast de weloverwogen keuzes in de opgenomen ontwikkel- en (toekomstige) onderzoekslocaties, kunnen er onvoorziene ontwikkelingen optreden die vanwege een zwaarwegend maatschappelijk belang een ruimteclaim tot gevolg hebben. Of er in zo'n geval effectief sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang dient zorgvuldig beoordeeld te worden. Mocht dit tot ontwikkeling van een gebied leiden, dan dient de wijze van inpassen ten gunste te komen aan de kwaliteit van het water, de bodem, ecologie en de landschappelijke inrichting. 54 van 92
14n2.
Indiener verwijst naar een passage op pagina
Nee, hierin volgen we het provinciaal beleid.
40.
Het gebruik van de bodem en grond wordt
‘Bodemverstoring beperken: we voeren zo min
t.z.t. goed vertaald in het omgevingsplan.
N.v.t.
mogelijk grondbewerking uit en dekken de bodem zo min mogelijk af met kunstmatige materialen’. Indiener vraagt zich af of het beleid van de gemeente ten aanzien van deze sector en teeltondersteunde voorzieningen verder gaat dan het provinciaal beleid. Indiener vraagt ook om het gebruik van de bodem en grond goed planologisch te vertalen in het omgevingsplan. 14n3.
In de verdere uitwerking van de biodiversiteit
We zullen ondergrondse
In paragraaf 5.6 ‘Verdieping biodiversiteit
gaat het over de bovengrondse en
biodiversiteit/bodemleven explicieter opnemen
– bebouwde gebieden: woongebieden,
biodiversiteit. De vitale bodem komt niet
in het onderdeel verdieping biodiversiteit.
centrumgebieden, linten en
terug. Indiener vraagt hier aandacht voor.
bedrijventerreinen’ is het volgende aangepast: Aan het einde van de eerste alinea over de inrichting van de openbare ruimte is de volgende zin toegevoegd: Het terugdringen van verharding en het toevoegen van groenstructuren is niet alleen goed voor dieren en planten die
55 van 92
boven de grond leven, maar ook voor de biodiversiteit in de bodem. Aan het einde van de tekst over beheer van de openbare ruimte is de laatste zin aangepast: Vanzelfsprekend is het voor de biodiversiteit essentieel dat geen chemische onkruidverdelgers worden gebruikt in het beheer en dat verontreiniging wordt voorkomen. Al deze maatregelen zijn ook goed voor de biodiversiteit in de bodem. Aan het einde van de tekst over
Openbare ruimte: voorlichting aan bewoners en ondernemers is de laatste zin aangepast: Voorlichting helpt om mensen enthousiast te krijgen voor meer natuurlijke bermen, met een grotere variatie aan (bloeiende) kruiden die bijdragen aan de biodiversiteit, zowel boven de grond als in de bodem.
In de eerste alinea over inrichting van private tuinen en terreinen is de eerste zin aangepast:
56 van 92
Ook voor tuinen en andere private terreinen geldt dat een zoveel mogelijk groene inrichting, met weinig verharding en gebiedseigen (onbespoten) planten met bloemen, zaden, bessen/fruit en/of noten en het niet gebruiken van chemische onkruidverdelgers bijdraagt aan de biodiversiteit boven en in de grond. In paragraaf 5.7.5 ‘Verdieping biodiversiteit – Sport- en recreatiegebieden’ is het volgende aangepast: Aan de tekst ‘Recreatiegebied’ is aan de tweede alinea de laatste zin aangepast: Maatregelen om de biodiversiteit boven de grond en/of in de bodem te verhogen kunnen bestaan uit: Aan het einde van de tekst ‘Recreatiegebied’ is de volgende tekst opgenomen: Voor het beheer van het recreatiegebied gelden dezelfde maatregelen om de biodiversiteit in en boven de grond te verhogen als de maatregelen die staan
57 van 92
beschreven in paragraaf 5.6 onder het kopje ‘Beheer van de openbare ruimte’. Aan het einde van de tekst ‘Sportgebieden’ is de volgende tekst opgenomen: Ook voor het beheer van de sportgebieden gelden dezelfde maatregelen om de biodiversiteit in en boven de grond te verhogen als de maatregelen die staan beschreven in paragraaf 5.6 onder het kopje ‘Beheer van de openbare ruimte’. 14o.
Grondwaterbescherming
Deze zienswijze wordt ter kennisgeving
Indiener geeft aan een goede vertaling te zien
aangenomen.
N.v.t.
van het grondwaterbeschermingsgebied Waalwijk op de kaart (pagina 52). 14p.
Aardkundige waarden
In paragraaf 5.8.1. wordt de bijzondere
De zienswijze geeft aanleiding om in
Indiener geeft aan dat de binnenpolder Capelle
aardkundige waarden van binnenpolder Capelle
paragraaf 5.8.1 meer aandacht te
het enige aardkundig waardevol gebied is in de
wel benoemd, maar de omschrijving is zeer
besteden aan het aardkundig waardevol
gemeente. Er wordt in de visie geen specifieke
summier.
gebied ‘Binnenpolder Capelle’.
aandacht gegeven voor dit gebied en de te
De bescherming van het aardkundig waardevol
beschermen waarden. Het is van belang deze
gebied met het bijzondere bodemprofiel vinden
5.8.1: onder de tweede alinea P130 in de
waarden een goede vertaling en planologische
wij belangrijk. We gaan ophalen wat de visie
PDF, als nieuwe alinea, toevoegen: ‘Een
bescherming te geven in het omgevingsplan
op deze gebieden is, zodat dit bij de
deel van de binnenpolder van Capelle
waarbij door de indiener nog een aantal eisen
actualisatie in de omgevingsvisie kan worden
heeft een bijzonder bodemprofiel waaruit
58 van 92
worden meegegeven voor in het
opgenomen. De opmerking van de indiener
de landschappelijke ontwikkeling van het
omgevingsplan.
over de eisen die in het omgevingsplan moeten
gebied leesbaar is, het zogenoemde klei -
worden meegenomen worden ter kennisgeving
op veen – op zand-profiel. Dit
aangenomen. Deze eisen worden meegenomen
bodemprofiel is als aardkundige
in het omgevingsplan.
waardevol gebied aangewezen en beschermd.
14q1.
Cultuurhistorie
Deze opmerking wordt aan de visie
Paragraaf 5.8.1 op pagina 130 van de
Indiener geeft aan dat de man-made
toegevoegd.
PDF: toevoegen historische geografie aan
historische cultuurlandschappen wat hun
de 2e bullet:
betreft nadrukkelijker onder de aandacht
Erfgoedwaarden waaronder we verstaan:
mogen worden gebracht.
- cultuurhistorische waarden, - historisch geografische waarden en - archeologische verwachtingswaarden.
14q2.
Ook het bijzondere en haast unieke
Deze opmerking wordt aan de visie
Paragraaf 5.8.1: in de derde alinea,
slagenlandschap in de gemeente Waalwijk mag
toegevoegd.
tweede zin: ‘Hier is het slagenlandschap
volgens indiener nadrukkelijker onder de
met strokenpercelering nog goed
aandacht worden gebracht.
zichtbaar’. Aanpassen naar: Hier is het bijzondere, haast unieke en door de mens ingerichte slagenlandschap met strokenpercelering nog goed zichtbaar, zoals in De Langstraat.
14q3.
In de paragraaf koers voor de toekomst van de
De bescherming van de cultuurhistorisch
Paragraaf 4.4.4, onder beleefbaar
gemeente Waalwijk is het van belang dat de
waardevolle gebieden en complexen en
erfgoed dat verbindt, op pagina 80
kenmerkende historische cultuurlandschappen
daarmee het historische landschap rondom de 59 van 92
behouden en hersteld worden. Indiener geeft
gemeente Waalwijk vinden wij belangrijk. We
tussen de tweede en derde alinea
aan dat niet echt concreet wordt gemaakt
gaan ophalen wat de visie op deze gebieden is
onderstaande passage toevoegen:
waar de gemeente nu effectief aan de slag
zodat dit in de actualisatie van de
gaat met het historisch cultuurlandschap.
omgevingsvisie kan worden opgenomen.
Indiener verzoekt dan ook om hieraan veel
‘De historie van Waalwijk is ook in de verschillende landschappen rondom
meer en concreet aandacht te besteden en
Een potentieel product waarmee de inzet op
Waalwijk te lezen. Deze gebieden zijn
gaat er minstens vanuit dat de op de
het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling
door de provincie Noord-Brabant
provinciale CHW-kaart aangeduide
van cultuurhistorie en het historisch landschap
aangewezen als cultuurhistorische
cultuurhistorische gebieden worden
geborgd zou kunnen worden, is een
waardevolle gebieden en complexen die
opgenomen in de omgevingsvisie:
landschappelijk transitiekader.
te zien zijn op Figuur 21a in paragraaf
•
Bergssche Maas
4.4.4, onder het kopje Beleefbaar
•
De Dellen
Door de voorgestelde aanpassing op pagina 80
erfgoed dat verbindt. Het gaat om de
•
Binnenpolder van Capelle – Westelijk deel
(paragraaf 4.4.4) kan een koppeling gemaakt
Bergsche Maas en de Baardwijkse
•
Binnenpolder van Capelle – Oostelijk deel
worden met de gebieden van de provincie.
Overlaat waar de historische
•
Binnenpolder van Sprang en Labbegat
waterstaatkundige ontwikkelingen nog
•
Baardwijkse Overlaat (deels)
zichtbaar zijn. Het
•
Loonse en Drunense Duiden (klein deel)
veenontginningslandschap is bewaard
•
Landgoed Zuijdewijn (*)
gebleven in De Dellen, De Binnenpolder
•
Landgoed Plantloon (klein deel)(*)
van Capelle (westelijk en oostelijk deel)
•
De met (*) aangeduide cultuurhistorische
en de binnenpolder van Sprang en
waardevolle gebieden zijn ook aangeduid
Labbegat. In dit veenlandschap ligt het
als complex van cultuurhistorisch belang.
cultuurhistorische waardevolle complex,
Het provinciaal beleid is in deze gebieden
landgoed Zuijdewijn.
gericht op behoud, herstel en duurzame
Het zuiden van Waalwijk ligt voor een
ontwikkeling van cultuurhistorische
klein gedeelte in het zandlandschap van
waarden.
de Loonse en Drunense Duinen met daarin het cultuurhistorisch waardevolle complex Landgoed Plantloon. Middels het 60 van 92
gemeentelijke omgevingsplan zetten we in op behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken in deze bijzondere gebieden. 14q4.
Indiener geeft aan dat naast behoud van het
Hier zijn we zeker mee eens. Met name in de
erfgoed, er ook geïnvesteerd dient te worden
gebieden waar het historisch landschap nog
in het versterken van het historisch
goed bewaard is gebleven is versterking van
landschappelijke erfgoed. In combinatie met
verschillende waarden in een landschap een
natuurontwikkeling en of water kan het mes
uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen.
aan meerde kanten snijden. Zeker in de
In paragraaf 4.2.2 wordt uitgebreid ingegaan
context van Waalwijk met haar unieke
op het historisch landschappelijk erfgoed. In
landschap zou cultuurhistorie en natuur elkaar
paragraaf 2.5.2 staat herstel van historische
moeten versterken, aldus indiener.
groenstructuren en landschapselementen
N.v.t.
vermeld. In paragraaf 3.2 zijn landschap, natuur en erfgoed als kwaliteit genoemd. In 4.3.4 staat het belang van een goede relatie met landschap en erfgoed. In 5.8.2 staat versterking van de band met het landschap en vergroting van de waardering voor ons erfgoed. Verdere duiding van historisch landschappelijk erfgoed is niet nodig. 14q5.
In de paragraaf Beleefbaar erfgoed wordt ook
Het klopt dat er geen rijksbeschermde stads-
De zin uit op Pagina 80 in de eerste
gesproken over de Rijksbeschermde stads- en
of dorpsgezichten in Waalwijk zijn. Wel zijn er
paragraaf ‘In het gemeentelijke
dorpsgezichten. Indiener vraagt of hier de
monumenten in de gemeente Waalwijk
omgevingsplan beschermen we de
historisch beschermde buitenplaats Zuidewijn
waarvan de omgeving rondom de monumenten
rijksbeschermde stads- en
61 van 92
(complexnr 529525) wordt bedoeld, deze
eveneens als waardevol wordt gezien. De tekst
dorpsgezichten’. Dit veranderen in: ‘In
buitenplaats wordt niet genoemd in de
op pagina 80 (paragraaf 4.4.4) hierover wordt
het gemeentelijke omgevingsplan
omgevingsvisie.
aangepast.
beschermen we onze monumenten.’
Deze zin heeft geen overigens betrekking op Landgoed Zuijdenwijn. Dit landgoed wordt naar aanleiding van de aanpassing n.a.v. het zienswijze-onderdeel hierboven (14qa Ruimten als cultuurhistorisch complex genoemd bij par 4.4.4 in de aangepaste tekst van de omgevingsvisie. 14r.
Natuur, algemeen
Deze zienswijze wordt ter kennisgeving
De omgevingsvisie stemt de indiener vanuit
aangenomen.
N.v.t.
natuur tevreden. De Westelijke Langstraat komt duidelijk naar voren als een belangrijk en uniek natuurgebied, maar ook de Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen krijgen aandacht. Al met al zien we dat er veel aandacht is besteed aan natuur en ook met diepgang. 14s.
Natuur, MER
De ontvangen aandachtspunten worden in de
Ter aanvulling op de ambities, zijn er volgens
vervolgstappen meegenomen.
indiener in de MER-toetsing een viertal aandachtspunten in relatie tot ecologie/natuur, waar, in vervolgstappen, over nagedacht moet worden. Indiener geeft aan het begrijpelijk te vinden dat dat nu nog niet zo concreet is 62 van 92
N.v.t.
uitgewerkt maar geeft aan dat het wel aandacht verdient: •
De mate van detaillering van ecologische effecten is nog onvoldoende op deelprojectniveau, waardoor het lastig is om te beoordelen of de netto-effecten positief of neutraal zijn.
•
De impact van stikstofdepositie en cumulatieve effecten is een aandachtspunt in de onderbouwing, en de effectiviteit van de voorgestelde milieumaatregelen is niet gegarandeerd.
•
De planningen uitvoering bieden ruimte voor verdere verduidelijking: welke maatregelen precies plaatsvinden, wie verantwoordelijk is, en hoe monitoring en bijsturing geregeld zijn.
•
De vertaling van ambities naar concrete projecten en concrete ecologische winst moet nog plaatsvinden.
14t.
GGA
Deze zienswijze wordt ter kennisgeving
Het stemt indiener tevreden dat Waalwijk zich
aangenomen.
N.v.t.
ook committeert aan het herstellen en versterken van randzones rondom N2000. 14u1.
Landelijk gebied, linten, en VAB-
Deze opmerking wordt ter kennisgeving
ontwikkelingen; In de visie is naast agrarisch
aangenomen. 63 van 92
N.v.t.
buitengebied een paragraaf over linten opgenomen. Indiener gaat nader in op de betreffende paragrafen binnen deze gebieden. 14u2.
Ontwikkelrichting
De omgevingsvisie geeft het gemeentelijke
Indiener vraagt de uitgangspunten voor
beleid op hoofdlijnen weer. Een verdere
ontwikkeling van landelijke linten verder uit te
uitwerking daarvan pakt de gemeente op in de
werken en daarbij rekening te houden met de
aanloop naar het wijzigen van het
Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit.
omgevingsplan. Bij het uitwerken van beleid en
N.v.t.
het beoordelen van plannen houden we rekening met provinciale regelgeving zoals de genoemde beleidsregel. 14v1.
Niet-agrarische bedrijven
De omgevingsvisie geeft summier de
De zienswijze geeft aanleiding om
Indiener geeft aan dat het beleid ten aanzien
mogelijkheden aan voor niet- agrarische
paragraaf 5.8.2. aan te vullen in lijn met
van de ontwikkeling van niet-agrarische
bedrijven. De zienswijze geeft aanleiding om
de provinciale omgevingsverordening.
bedrijven is gericht om uitbreiding te beperken
de omgevingsvisie meer in lijn te brengen met
en nieuwvestiging te voorkomen (pagina 78).
de mogelijkheden die de provinciale
Indiener geeft aan dat niet duidelijk is wat er
omgevingsverordening biedt. Een verdere
precies mee wordt bedoeld.
uitwerking daarvan voor het toestaan van niet-
Nieuwvestiging is volgens de
agrarische functies pakt de gemeente op in de
Omgevingsverordening niet toegestaan. Het
aanloop naar het wijzigen van het
provinciaal beleid biedt ruimte om binnen een
omgevingsplan. Bij het uitwerken van beleid en
bestaand bouwperceel (VAB-locatie) een niet-
het beoordelen van plannen houden we
agrarisch (neven) functie te vestigen. Dat
rekening met provinciale regelgeving.
noemt indiener vestiging en geen nieuwvestiging.
64 van 92
14v2.
Indiener geeft aan dat als agrariërs hun
De omgevingsvisie geeft het gemeentelijke
De zienswijze leidt tot een aanpassing in
bedrijfsvoering meer natuur-inclusief moeten
beleid op hoofdlijnen weer. Een verdere
de omgevingsvisie in paragraaf 5.8.2.
inrichten en er behoefte is aan aanvullende
uitwerking daarvan pakt de gemeente op in de
‘economische dragers’ het van belang is dat
aanloop naar het wijzigen van het
duidelijk is welk type niet-agrarische
omgevingsplan. Bij het uitwerken van beleid en
(neven)functies aanvaardbaar is én in welk
het beoordelen van plannen houden we
deelgebied van het agrarische gebied van
rekening met provinciale regelgeving.
Waalwijk bepaalde niet-agrarische
Bestaande agrarische bedrijven en niet-
(neven)functies meer of minder wenselijk zijn.
agrarische bedrijven zijn toegestaan en kunnen
Indiener vraagt de gemeente hierover na te
binnen de bestaande mogelijkheden
denken en beleid te ontwikkelen voor de
ontwikkelen (uitbreiden, omschakelen of
ontwikkelingsrichting van de meer dynamische
vestigen (vestigen betekent verplaatsen naar
linten en of bebouwingsconcentraties. Er wordt
een andere bestaande bedrijfslocatie). De
ook verwezen naar de passages over
bestaande mogelijkheden op basis van het
‘ontwikkelrichting’(13u).
omgevingsplan houden bijvoorbeeld rekening met ontwikkelmogelijkheden voor verbetering van dierenwelzijn. Daarbij houden we met het oog op de gewenste ontwikkeling naar een duurzame landbouw rekening met de beperkingen en ontwikkelingsmogelijkheden op basis van de provinciale omgevingsverordening. Dit passen we aan in de tekst.
14v3.
Indiener verwijst ook naar pagina 107, waarin
Voor de linten is bij de gebiedsgerichte koers
is aangegeven dat indien bedrijven gelegen
opgenomen dat we inzetten op behoud en
aan de landelijke linten te groot worden, deze
versterking van cultuurhistorisch waardevolle
dan verplaatst moeten worden.
ruimtelijke structuren en beeldkwaliteit. Dat 65 van 92
N.v.t.
Indiener geeft aan de volgende afweging te
geldt in zijn algemeenheid en dus ook voor
missen: In feite is enkel de mogelijkheid om
vertreklocaties.
een bedrijf te verplaatsen aan de orde wanneer er wederom een uitbreidingsverzoek kom, om dan vervolgens door de gemeente naar een bedrijventerrein te worden verwezen. Uitgangspunt bij een dergelijke verplaatsing is dan, aldus indiener, om te bezien hoe je het karakter van het lint en de omgevingskwaliteit op de vertrekplek weer terug krijgt. Dit uiteraard rekening houdend met de functies die er blijven en de ontwikkelingsrichting van het lint/ gebied. 14w1.
Beleidsregel omgevingskwaliteit
Het toevoegen van woningen in landelijk
De zienswijze leidt tot een aanpassing in
Woningen onder voorwaarden toevoegen in
gebied koppelen we aan een
de omgevingsvisie in paragraaf 4.3.4 (7e
landelijk gebied mag volgens indiener op een
bebouwingsconcentratie. Waarbij we conform
alinea), waarin de koppeling aan een
passende locatie en moet gekoppeld zijn aan
verordening in het landelijk gebied zonder
bebouwingsgebied is toegevoegd. In
een bebouwingsconcentratie. Indiener vraagt
koppeling aan een bebouwingsconcentratie
paragraaf 5.8.2 is dit tevens aangevuld
dit op te nemen in de visie op p. 132 en 68.
woningsplitsing wel denkbaar vinden bij
en is de mogelijkheid voor
cultuurhistorisch waardevolle bebouwing met
woningsplitsing buiten een
het oog op behoud van deze panden. Dit punt
bebouwingscluster toegevoegd.
passen we aan in de omgevingsvisie, zie de kolom hiernaast. 14w2.
Indiener geeft aan dat het nu niet duidelijk is
De landelijke linten ziet de gemeente als
De zienswijze leidt tot een aanpassing
of in landelijke linten het nu wel of niet de
bebouwingsconcentraties. De passage over
van de omgevingsvisie in paragraaf
bedoeling is om hier middels onze Beleidsregel
woningen in het landelijk gebied op pagina 132
5.4.2, waar de achtste bullet is
66 van 92
maatwerk voor omgevingskwaliteit woningen
is ook van toepassing in het deelgebied linten
aangevuld met een duidelijkere
toe te voegen (pagina 107).
voor de landelijke linten. We vullen dit aan in
beschrijving van de
de omgevingsvisie, zie de kolom hiernaast.
woningbouwmogelijkheden in het landelijke lint en mede het versterken van de omgevingskwaliteit benoemd wordt.
14w3.
14w4.
Indiener vraagt aandacht voor terugdringen
In paragraaf 5.8 over het agrarisch gebied is
van verstening in landelijk gebied als
op diverse plekken het terugdringen van
provinciale ambitie.
verstening opgenomen als uitgangspunt.
Indiener geeft aan dat het niet voor de hand
Deze zienswijze wordt gedeeld en zal per geval
ligt om tweedelijns woningen mogelijk te
een afweging en planvorming vereisen op basis
maken in landelijke linten, tenzij daar een
van o.a. de aanwezige stedenbouwkundige,
historische aanleiding voor is (pagina 107). Als
landschappelijke en cultuurhistorische
daar geen aanleiding voor is, ligt het voor de
waarden. De gehanteerde formuleringen in de
hand om een geschikte locatie elders voor te
omgevingsvisie beogen dit ook.
N.v.t.
N.v.t.
stellen om de ontwikkeling vlot te trekken, aldus indiener. 14w5.
Voor de leefbaarheid en de verkeersveiligheid
We hanteren een risicogestuurde aanpak bij
van landelijke linten waar wonen de boventoon
het borgen van de leefbaarheid en de
voert is het een gedachte, om daarvoor een
verkeersveiligheid van de linten. Dit kan
restrictief verkeersregime in te stellen, aldus
inderdaad betekenen dat een herinrichting van
indiener. Al zal dit volgens indiener
de weg nodig is.
waarschijnlijk ook gepaard moeten gaan met een herinrichting van de weg (pagina 107).
67 van 92
N.v.t.
14w6.
Indiener verzoekt om duiding van 'verstaffelde
Een verstaffelde verkaveling refereert naar de
verkaveling'.
steeds verspringende positie van de bebouwing
N.v.t.
in de linten. Hierdoor treedt een zaagtand patroon op in de gevellijn. Deze situatie is ontstaan, doordat het tracé van het lint schuin door het verkavelingspatroon van het slagenlandschap loopt. 14x1.
Landelijk gebied, linten, en VAB-
Naast de bestaande uitbreidingsmogelijkheden
ontwikkelingen;
op basis van het omgevingsplan en andere
Agrarische functies
regelgeving bieden we inderdaad geen andere
Indiener verzoekt om duiding van de tekst
uitbreidingsmogelijkheden.
N.v.t.
over uitbreiding van IV-bedrijven en vraagt of het klopt dat er geen uitbreidingen van bouwvlakken van (intensieve) veehouderijen meer toegestaan worden. . 14x2.
Indiener merkt op dat mestverwerking niet
De zienswijze geeft aanleiding om dit
De voorgestelde aanpassing nemen we
juist is geformuleerd. Verwerking is geen
onderdeel aan te scherpen in de
over in paragraaf 5.8.2.
begrip. Indiener geeft aan dat het om
omgevingsvisie.
Mestbehandeling, mestvergisting en
mestbehandeling, mestvergisting en
mestbewerking ten behoeve van ter
mestbewerking ten behoeve van ter plaatse
plaatse geproduceerde mest wordt
geproduceerde mest gaat.
toegestaan. Mest van andere locaties dan het eigen bedrijf behandelen, vergisten of bewerken is niet wenselijk.
68 van 92
14x3.
Indiener verzoekt om in te gaan op
Problematiek ten aanzien van drift en pesticide
problematiek ten aanzien van drift en
en de aanpak daarvan is nog erg in
pesticide.
ontwikkeling. Wij wachten de landelijke en
N.v.t.
provinciale regelgeving hierover af, alvorens we hier de omgevingsvisie op actualiseren. 14y1.
Landelijk gebied, linten, en VAB-
De betekenis van een zwaardere categorie dan
ontwikkelingen; overige vragen
A/B-bedrijf volgt uit de VNG-systematiek voor
Wat is een zwaardere categorie dan A/B-
milieuzonering voor gemengde gebieden.
N.v.t.
bedrijf (pagina 109)? 14y2.
Is er inzicht in welke (potentiële)
Binnen het kader van deze visie op hoofdlijnen
inbreidingslocaties er zijn voor de
zijn de specifieke inbreidingslocaties niet
gemeente binnen de linten, en hoe zijn deze
verder uitgewerkt.
N.v.t.
locaties inzetbaar (korte, middellange en lange termijn) (pagina 109)? 14y3.
Qua mantelzorg gaat een en ander veranderen
Deze opmerking wordt ter kennisgeving
vanwege de aanpassing op de Wet versterking
aangenomen.
N.v.t.
regie Volkshuisvesting, daarmee wordt het mogelijk om familiewoningen mogelijk te maken (als variant op de mantelzorgwoning). 14z.
Glastuingebied
Deze opmerking wordt ter kennisgeving
Indiener geeft beargumenteerd aan dat het
aangenomen.
het onderzoeken waard is of het gebied aan de Wendelnesseweg nog wel toekomst heeft.
69 van 92
N.v.t.
14aa1.
Ontwikkellocaties in relatie tot
We beogen dat water en bodem in eerste
bovengenoemde thema’s; Aandacht voor
instantie sturend zijn voor waar we
water en bodem sturend
ontwikkelen, maar ook voor hoe we
Indiener vraagt om opgaven in breder verband
ontwikkelen. Daarmee kunnen namelijk de
te blijven zien en het systeem van het gebied
zogenaamde meekoppelkansen daadwerkelijk
als geheel te benaderen voor de
benut worden.
ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft. Het aspect water en bodem en daarmee
Voor de uitbreidingsgebieden die in de
het principe ‘water en bodem sturend’ lijkt nog
omgevingsvisie opgenomen zijn en die niet
onderbelicht.
overgenomen zijn uit de Structuurvisie (2015), geldt dat zowel de locatie als de beoogde wijze van ontwikkelen gekozen zijn op basis van het principe ‘water en bodem sturend’. Deze locaties bieden kansen om via een transformatie ruimtelijke en sociale verbeteringen te bereiken. Naast de weloverwogen keuzes in de opgenomen ontwikkel- en (toekomstige) onderzoekslocaties, kunnen er onvoorziene ontwikkelingen optreden die vanwege een zwaarwegend maatschappelijk belang een ruimteclaim tot gevolg hebben. Of er in zo'n geval effectief sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang dient zorgvuldig beoordeeld te worden. Mocht dit tot ontwikkeling van een gebied leiden, dan dient de wijze van inpassen ten gunste te komen aan 70 van 92
N.v.t.
de kwaliteit van het water, de bodem, ecologie en de landschappelijke inrichting. 14aa2.
Indiener geeft aan dat daarnaast of aanvullend
Per afzonderlijke locatie wordt hieronder een
geldt, dat voor alle ontwikkellocaties op basis
reactie gegeven.
N.v.t.
van de lagenbenadering onderbouwd moet worden waarom dat dit goede ontwikkellocaties zijn. Op hoofdlijnen vindt indiener de meeste locaties voorstelbaar. 14ab.
Linten (paragraaf 5.4)
In bestaand stedelijk gebied is ten aanzien van
Ten aanzien van herontwikkeling in de linten is
water/bodem sturend vooral het infiltreren van
het ook van belang om bij herontwikkeling in
hemelwater en het voorbereiden op
bebouwd gebied, water en bodem sturend in
klimaatextremen van belang. Dit is uitgewerkt
acht te nemen.
in het Integraal Waterplan Waalwijk waar op
N.v.t.
diverse plekken in de omgevingsvisie naar verwezen wordt. 14ab1.
Leisure boulevard
De aanduiding als ‘leisureboulevard’ is een
De vraag is of dit hele gebied gebruikt moet
continuering van de Structuurvisie (2015). In
worden voor bebouwing of dat het juist
de huidige situatie is de zone welke is
wenselijk is, ook nog een groene buffer te
aangeduid als ‘Leisure boulevard’ aan de
creëren tussen Sprang-Capelle en Waalwijk
zuidkant reeds sprake van een bestaande hotelfunctie. Aan de noordzijde van de aanduiding is een hotel functioneel in bestemd, maar nog niet gerealiseerd. Daar tussenin liggen afwisselend bedrijfs- en
71 van 92
N.v.t.
maatschappelijke functies en enkele woonfuncties. Een eventuele groene buffer tussen de kernen Sprang-Capelle en Waalwijk wordt in het onderzoeksgebied van de ‘leisure boulevard’ niet beoogd. Zoals in de omgevingsvisie beschreven, is het uitgangspunt wel om de aanwezige groene karakteristieken te behouden en te gebruiken als ruimtelijke kwaliteit voor mogelijke ontwikkelingen. Mede gelet op de ligging aan de N261 en de continuering van beleid, wordt dit gebied geschikt geacht voor nieuwe leisure-functies en de uitplaatsing van bestaande leisure-functies. 14ab2.
Zidewinde Sprang Capelle
Het is nog niet bekend of de onderzoekslocatie
De zienswijze geeft aanleiding om de
Het is indiener nog niet duidelijk of dit ook
ook voorziet in de uitbreiding van
ingetekende onderzoekslocatie beter aan
voorziet in uitbreiding van voorzieningen.
voorzieningen. Uitgangspunt is dat dit
te laten sluiten bij de feitelijke situatie
Aandachtspunt is dat dit gebied is gelegen in
plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag. De
aan bestaand ruimtebeslag. Dit is
gebied met aanduiding ‘cultuurhistorische
aanduiding als onderzoekslocatie dient hierop
aangepast op de omgevingsvisiekaart en
waarden en groenblauwe waarden’ op grond
aangescherpt te worden.
de deelkaarten (waarop onderdelen van
van de Omgevingsverordening. 14ac.
de omgevingsvisiekaart te zien zijn).
Bedrijven (paragraaf 5.5)
De planvorming om te komen tot de beoogde
De beoogde ontwikkelingen (gedeeltelijk)
ontwikkelingen die hier beschreven worden is
herstructurering en transformaties) voor
nog niet gestart. De gestelde vragen zijn
bedrijventerreinen zijn gelegen binnen
logische en komen aan de orde op het moment
stedelijk gebied. Indiener vraagt zich af:
dat de planvorming opgepakt wordt. 72 van 92
N.v.t.
•
Of transformatie dan wenselijk is of liever revitalisatie, hoe is dit benaderd in relatie tot elkaar?
•
Of er ruimte is voor uit te plaatsen milieuhinderlinke bedrijven (Eerste Zeine)
14ad.
Sport- en recreatiegebieden (paragraaf 5.7)
Deze zienswijze wordt ter kennisgeving
Sportpark de lindenheuvel
aangenomen.
N.v.t.
De sportvelden zijn gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. We zijn al geruime tijd in ambtelijk overleg over de uitbreiding/uitplaatsing van de sportvoorzieningen in Waspik en denken hierover graag mee. De verdere ontwikkeling van sportvoorzieningen in dit gebied is voorstelbaar met aandacht voor de groenblauwe waarden. 14ae1.
Agrarisch buitengebied (paragraaf 5.8)
Allereerst moet opgemerkt worden dat beide
De zienswijze geeft aanleiding om in
Kerkvaartse haven (ten oosten van de
locaties per abuis zijn omgewisseld in
paragraaf 5.8.3
Maasoever), Waspik
kleurarcering. De (visie)kaart(en) dienen
We kunnen volgen dat de ligging aan de weg
hierop aangepast te worden.
van Maasoever aan te passen
en het water dit een geschikte locatie maken
Hierna volgt een uitleg zoals het hoort te staan
naar onderzoekslocatie (paars
(…). Maar er is óók een onderzoek locatie aan
in de definitieve visie.
wordt roze).
de westzijde van Maasoever-Scharlo
Beide locaties, zowel ten oosten als ten westen
aangewezen. Hoe verhouden deze
van Maasoever-Scharlo zijn een continuering
van Maasoever/Scharlo aan te
ontwikkelingen zich tot elkaar?
van de Structuurvisie (2015). Voor de locatie
passen naar ontwikkellocatie
aan de westzijde is op 1 december 2023 een
(roze wordt paars).
73 van 92
•
•
de ontwikkellocatie ten oosten
De onderzoekslocatie ten westen
ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
•
Dit plan is nog niet vastgesteld. Om die reden
op basis van bovenstaande
is de locatie in de ontwerp-omgevingsvisie
wijzigingen.
aangemerkt als ‘ontwikkellocatie’. De oostkant is deels aangemerkt als ‘onderzoeklocatie’ met potentie voor watergebonden activiteiten op termijn. Dit is mede afhankelijk van de verbreding van de haven. 14ae2.
Sprang-Zuid, Sprang-Capelle
De locatie Sprang-Zuid is een continuering van
Indiener vraagt de gemeente om goed na te
de Structuurvisie (2015) waarin dit gebied is
denken wat de waarde is van deze bestaande
aangeduid als ‘nader in te vullen’. In de
open agrarische gebieden tussen de
omgevingsvisie wordt nog bewust geen
verschillende kernen die al behoorlijk aan
specifieke functie toegekend aan dit gebied
elkaar gegroeid zijn. Indiener kan zich
omdat het inderdaad voor meerdere opgaven
voorstellen dat dit gebied zich leent om
geschikt kan zijn.
N.v.t.
invulling te geven aan water- en klimaatopgaven, landschappelijke ontwikkeling, o.i.d., mede afhankelijk van afstemming met de gemeente Loon op Zand. 14ae3.
Tevens wordt de tekst verplaatst
Capelsche Haven, Sprang-Capelle
De door indiener meegegeven
Indiener geeft aan dat het van belang is om
aandachtspunten worden meegenomen in de
rekening te houden met de groenblauwe
uitwerking en indiener wordt tijdig betrokken
waarden in dit gebied en de nabijheid van De
bij de uitwerking van de plannen.
Langstraat. Indiener vraagt aandacht voor kleinschaligheid en het karakter van het 74 van 92
N.v.t.
gebied. Indiener wordt graag tijdig betrokken bij de uitwerking van de plannen. 14ae4.
Willem van Genstvaart-Poolsestraat & Glas-
De zienswijze wordt voor kennisgeving
Nat, Sprang-Capelle
aangenomen.
N.v.t.
Indiener geeft aan niet te weten hoe groot de beoogde woningbouwontwikkeling is ten opzichte van de ligging bestaand stedelijk gebied. Er zal aandacht moeten zijn voor groenblauwe waarden en attentiezone waterhuishouding. 14ae5.
Marijkelaan/Benedenkerkstraat, Waspik
De zienswijze wordt voor kennisgeving
De locatie ten zuiden van bestaand stedelijk
aangenomen.
N.v.t.
gebied van Waspik is een voorstelbare uitbreidingsrichting. 14ae6.
Kerkvaartse haven (ten oosten van Scharlo),
De zienswijze wordt voor kennisgeving