CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 MER Omgevingsvisie gemeente Ww

Raadsvergadering 3 februari 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk34.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Verkeersveiligheid wordt beoordeeld om te zorgen dat ruimtelijke plannen bijdragen aan veilige wegen en kruispunten. Dit omvat maatregelen zoals verkeersbeheersing en verbeterde wegmarkeringen. De verduurzaming van mobiliteit wordt onderzocht om de overstap naar duurzamere vervoersmiddelen, zoals elektrische voertuigen en deelmobiliteit, te bevorderen. Dit helpt bij het verminderen van de ecologische voetafdruk en het bevorderen van een milieuvriendelijkere infrastructuur. Economie en werkgelegenheid De impact op de werkgelegenheid wordt geëvalueerd om te waarborgen dat de gemeente voldoende werk biedt bij de voorspelde bevolkingsontwikkeling en om de groei van bedrijven binnen de gemeente te faciliteren. Daarnaast wordt het type werkgelegenheid geëvalueerd, waarbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van verschillende economische sectoren en de invloed van maatschappelijke transities, zoals de omschakeling naar een circulaire economie. Ook de ontwikkeling van het type voorzieningen wordt beoordeeld. Hierbij wordt gekeken naar de inrichting van de winkelstructuur, het onderwijsaanbod, sportvoorzieningen en bovenwijkse voorzieningen. De ontwikkeling van het landbouwareaal wordt geëvalueerd aan de hand van de impact van de verstedelijking en de omslag naar een natuurinclusieve landbouwsector.

Toerisme wordt beoordeeld door het aandeel van recreatieve voorzieningen in de gemeente en de aantrekkelijkheid voor bezoekers te evalueren.

3.3.3 Beoordelingssystematiek

De beoordeling vindt plaats per thema van het beoordelingskader en aan de hand van de indicatoren. De effectenbeoordeling wordt kwalitatief gedaan: onderwerpen worden beoordeeld op of er een mogelijke positieve, een beperkte of een negatieve verandering zou kunnen ontstaan door gebruik van de omgevingsvisie. Hierbij wordt de foto van de leefomgeving als referentiepunt gebruikt. De beschrijving en beoordeling wordt gedaan met hulp van experts. Afhankelijk van het thema zal het abstractieniveau verschillen maar dit wordt afgestemd op het abstractieniveau van de te maken keuzes. De gemeente wordt meegenomen in het proces en zal er op toezien dat de beleidsanalyse secuur en juist gedaan wordt.

3.4 Proces en stappen mer

De milieueffectrapportage bestaat uit verschillende onderdelen. Het belangrijkste doel is het beoordelen van de effecten van de omgevingsvisie op het milieu, wat resulteert in het milieueffectrapport (MER). Voordat dit gedaan kan worden moet een aantal verschillende stappen worden doorlopen. Het onderstaande figuur geeft de stappen van het proces weer. Er naast zijn de stappen van de omgevingsvisie te zien. Deze twee processen vinden parallel plaats.

24

Basisverkenning

Opstellen alternatieven

Foto van de leefomgeving

Alternatieven

Effectenbeoord eling I Ontwerp omgevingsvisie

•een gedetailleerd overzicht van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van de gemeente Waalwijk, inclusief de fysieke, sociale en economische kenmerken, en vormt de basis voor het opstellen van de Omgevingsvisie.

•Varianten van de omgevingsvisie worden opgesteld om aan de hand van een beoordelingskader algemeen te worden beoordeeld

•Een voorkeursalternatief wordt opgesteld, een passende beoordeling wordt bepaald en het voorkeursalternatief wordt voorlopig beoordeeld

•Het voorkeursalternatief wordt verwerkt tot het ontwerp van de omgevingsvisie en deze wordt beoordeeld op de milieueffecten en de strijdigheden tussen de Effectenbeoord ambities worden in beeld gebracht eling II

Omgevingsvisie Ter inzage legging en monitoring

•De MER wordt ter inzage geleg bij de commissie MER en een eerste opzet voor latere monitoring wordt gemaakt

Figuur 5: De processen van de omgevingsvisie en het MER naast elkaar Nu volgt wat de belangrijkste onderdelen van de MER zijn en hoe deze geanalyseerd en beschreven zullen worden en wat het belang van deze onderdelen zijn.

3.4.1 Foto van de leefomgeving

De foto van de leefomgeving geeft een gedetailleerd overzicht van de huidige situatie in de gemeente, inclusief de bestaande infrastructuur, natuurgebieden, woon- en werkgebieden, en andere relevante kenmerken van het grondgebied. Het biedt een visuele weergave van de bestaande toestand en helpt om inzicht te krijgen in de autonome ontwikkelingen die zonder nieuw beleid te verwachten zijn. De foto van de leefomgeving vormt daarmee de basis voor het verdere proces van de omgevingsvisie en het MER. Het fungeert als de referentiesituatie waartegen de effecten van de omgevingsvisie worden afgezet. Dit omvangrijke document kan teruggevonden worden in bijlage 1. Bij het opstellen van dit document wordt gebruik gemaakt van een breed scala aan bestaande data. Belangrijke bronnen zijn onder andere de Atlas van de Leefomgeving, het RIVM, de Klimaateffectatlas, evenals diverse datasets van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Waalwijk zelf. Ook statistieken van het CBS zijn gebruikt om een gedetailleerd en actueel beeld te schetsen van de fysieke leefomgeving, sociaal domein en lokale economie. In de foto van de leefomgeving wordt iedere indicator waarop wordt beoordeeld op de volgende manier geanalyseerd: 1. De indicator wordt geïntroduceerd 2. De huidige situatie wordt beschreven 3. De autonome ontwikkelingen worden beschreven 4.

De huidige situatie en autonome ontwikkelingen worden gezamenlijk beoordeeld De autonome ontwikkeling verwijst naar de te verwachten veranderingen in de gemeente zonder de inwerkingtreding van nieuw beleid. Deze ontwikkeling wordt geanalyseerd op basis van bestaande

25

trends en verwachte ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei, verstedelijking, economische groei, en veranderingen in de infrastructuur. De autonome ontwikkeling helpt om een beeld te schetsen van hoe de situatie in de gemeente Waalwijk zich zal ontwikkelen in de komende jaren, zonder dat er specifiek nieuw beleid wordt geïntroduceerd.

3.4.2 Effectbeoordeling alternatieven

In een effectenbeoordeling worden keuzes uit de alternatieven zoals opgesteld voor de omgevingsvisie beoordeeld. Er wordt gekeken wat het effect is van de gemaakte keuzes. De effectenbeoordeling is een kwalitatieve beoordeling. De effecten zijn afgezet tegen de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt in de foto van de leefomgeving beschreven, geanalyseerd en beoordeeld. Er wordt dan beschreven wat de mogelijke effecten van de ontwikkelrichtingen op het milieu zijn. Dit zijn bijvoorbeeld effecten op de natuur, lucht- en waterkwaliteit, geluidsbelasting en klimaat. Het doel is om de alternatieven te identificeren die de minste negatieve impact hebben of juist de meeste milieuwinst opleveren. De alternatieven worden beoordeeld op een vijfpuntsschaal, zie hieronder. Icoon

++ + 0 --

Invloed Zeer goede invloed Goede invloed Neutrale invloed Negatieve invloed Zeer negatieve invloed

Tabel 2: Beoordelingssystematiek in het MER

3.4.3 Effectbeoordeling omgevingsvisie

Deze effectenbeoordeling bestaat uit twee delen. Eerst zal het voorkeursalternatief worden beoordeeld op de milieueffecten. Het voorkeursalternatief wordt uitgebreider beoordeeld dan de oorspronkelijke alternatieven. Het voorkeursalternatief is het concept-ontwerp. Dit is zodat aanbevelingen die uit de effectenbeoordeling komen mogelijk later verwerkt kunnen worden in het eind-ontwerp. Het conceptontwerp wordt met dezelfde vijfpuntsschaal als de alternatieven beoordeeld. Zodra er een ontwerp is opgesteld wordt deze ook beoordeeld en worden de synergiën en strijdigheden tussen de ambities en het doelbereik van de ambities in beeld gebracht. Deze kunnen nog tot aanbevelingen voor een nieuwe versie van de omgevingsvisie of ander nieuw beleid leiden.

26

4. De effecten van de alternatieve ontwikkelrichtingen 4.1 Inleiding

Uit de inventarisatie en analyse (Atlas) en gesprekken met raad, college en projectgroep blijkt dat de gemeente Waalwijk veel kwaliteiten heeft om trots op te zijn. Tegelijkertijd spelen trends, ontwikkelingen en opgaven die de kwaliteiten in gevaar kunnen brengen. Er is al veel beleid en op veel terreinen wijzen de neuzen dezelfde kant op. Tegelijkertijd zijn er ook grote verschillen in de overtuigingen van mensen hoe problemen moeten worden opgelost. In dat geval werkt het goed om verschillende ontwikkelrichtingen in beeld te brengen en te onderzoeken wat daarvan de gevolgen zijn voor de omgeving.

4.2 Het assenstelsel

Ontwikkelrichtingen komen optimaal tot hun recht als ze worden ingezet om de verschillen in de samenleving, in het bestuur, of tussen die twee, extra aan te zetten en zo de hoeken van het speelveld op te zoeken. Door die uitersten op een horizontale as en een verticale as op te spannen, ontstaan vier ontwikkelrichtingen. De ontwikkelrichtingen zijn in samenwerking met de projectgroep tot stand gekomen. Op basis hiervan gaan we het gesprek aan met de samenleving. De ontwikkelrichtingen zijn opgebouwd aan de hand van twee assen. Op de x-as is de mate van groei (schaalsprong) afgezet. Op de y-as staat de mate van vernieuwend beleid.

Figuur 6: Het assenstelsel van de alternatieven De volgende ontwikkelrichtingen kunnen uit het assenstelsel worden afgeleid: 1A. Geplande groei, bestaand beleid • We groeien volgens de prognose. Dat geldt voor alle sectoren, zowel inwoneraantal (+ 5.000 inwoners) als grootte van de economie, aanbod van voorzieningen en mobiliteit die past bij de grootte van de samenleving. • De huidige beleidslijn wordt doorgezet. We hanteren het principe van ‘scheiden van functies’. Opgaven vragen om ruimte. We breiden onze huidige bebouwde structuur uit om in deze ruimte te voorzien. 1B. Geplande groei, vernieuwender beleid

27

• •

We groeien volgens de prognose. Dat geldt voor alle sectoren, zowel inwoneraantal (+ 5.000 inwoners) als grootte van de economie, aanbod van voorzieningen en mobiliteit die past bij de grootte van de samenleving. We zetten in op vernieuwender beleid, wat soms vraagt om een controversiële aanpak. We willen slim omgaan met de opgaven. Dat betekent dat we functies moeten combineren. We breiden onze huidige bebouwde structuur zo min mogelijk uit om in deze ruimte te voorzien

2A. Schaalsprong, bestaand beleid • We zetten in op een schaalsprong. Dat betekent dat we opschalen op alle vlakken. Onze economie breidt uit, ons voorzieningenniveau stijgt, het mobiliteitssysteem groeit uit en ons inwonersaantal neemt toe (+ 25.000 inwoners) • De huidige beleidslijn wordt doorgezet. We hanteren het principe van ‘scheiden van functies’. Opgaven vragen om nog meer ruimte, omdat we op alle vlakken groeien. We breiden onze huidige bebouwde structuur uit om in deze ruimte te voorzien. 2B. Schaalsprong, vernieuwender beleid • We zetten in op een schaalsprong. Dat betekent dat we opschalen op alle vlakken. Onze economie transformeert, ons voorzieningenniveau stijgt, het mobiliteitssysteem groeit uit en ons inwonersaantal neemt toe (+ 25.000 inwoners). • We zetten in op vernieuwender beleid, wat soms vraagt om een controversiële aanpak. We willen slim omgaan met de opgaven. Dat betekent dat we functies moeten combineren. We breiden onze huidige bebouwde structuur zo min mogelijk uit om in deze ruimte te voorzien.

4.3 De principes 4.3.1 Inleiding

De alternatieven zijn gemaakt binnen vier onderwerpen die zich focussen op de principes waar de omgevingsvisie zich op moet richten. Dit zijn: • Economie • Klimaat en duurzaamheid • Samenleving • Wonen en mobiliteit

4.3.2 Economie 1A: Geplande groei, bestaand beleid De economische ontwikkeling in Waalwijk richt zich op het behoud en de uitbreiding van de logistieke sector, met nadruk op kwantitatieve werkgelegenheid. Bedrijventerreinen worden uitgebreid op landbouwgrond, wat leidt tot een groeiende vraag naar internationale arbeidskrachten. De circulaire economie wordt ondersteund binnen landelijke kaders, maar vraagt extra ruimte. Er worden afspraken gemaakt over de integratie, zorg en huisvesting van internationale medewerkers, maar de groei is vooral volumegericht, zonder sterke kwalitatieve transformatie. De toenemende aanwezigheid van internationale medewerkers verhoogt de druk op het zorgstelsel, terwijl de uitbreiding van zorgvoorzieningen en het aantrekken van zorgpersoneel beperkt blijft. Zo blijft de economie sterk afhankelijk van arbeidsintensieve sectoren, met een stijgende zorgvraag zonder passend aanbod. 1B: Geplande groei, vernieuwender beleid De focus verschuift naar sectoren die beter aansluiten bij de lokale beroepsbevolking, zoals ambachten en kennisintensieve maakindustrie, terwijl logistiek vanwege verkeersdruk en beperkte maatschappelijke waarde wordt teruggedrongen. Nieuwe bedrijventerreinen worden compacter, groener en multifunctioneel ingericht volgens het Brede Welvaart-principe.

28

Bestaande terreinen in kernen worden herbestemd voor wonen of maatschappelijke functies, met kleinschalige bedrijvigheid geïntegreerd in woonwijken. De circulaire economie speelt een centrale rol en draagt bij aan brede maatschappelijke doelen. De gemeente investeert actief in het aantrekken van zorgverleners en het uitbreiden van medische voorzieningen. Ook wordt van bedrijven verwacht dat zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld bij de integratie van internationale medewerkers. Gezondheid en zorg maken zo integraal deel uit van het economische ecosysteem. 2A: Schaalsprong, bestaand beleid Deze richting kiest voor maximale economische groei, gedreven door de logistieke sector. Bedrijventerreinen breiden uit op voormalige landbouwgrond en de infrastructuur wordt aangepast voor intensiever gebruik. Dit leidt tot snelle werkgelegenheidsgroei en een sterke toename van internationale medewerkers, wat extra investeringen in huisvesting en voorzieningen vraagt. Circulaire initiatieven krijgen aandacht, maar de focus blijft op schaal en volume. Hierdoor neemt de druk op ruimte, mobiliteit en voorzieningen flink toe. De economische groei verhoogt de zorgvraag, vooral door arbeidsmigratie en bevolkingsgroei. Hoewel de grotere werkende bevolking het zorgdraagvlak iets vergroot, blijft de samenwerking tussen economie en zorg beperkt.

De groei vergroot de druk op de zorg zonder fundamentele veranderingen in de relatie tussen economie en welzijn. 2B: Schaalsprong, vernieuwender beleid In deze ontwikkelrichting verschuift de economie naar kennisintensieve en circulaire sectoren, met focus op maatschappelijk rendement in plaats van alleen werkgelegenheid. Nieuwe bedrijventerreinen zijn duurzaam en multifunctioneel, terwijl de logistiek terugloopt, wat leidt tot minder verkeer en een hogere verblijfskwaliteit. Bedrijven in de binnenstad verhuizen, waardoor ruimte vrijkomt voor wonen, groen en voorzieningen. Rond het HOV-knooppunt ontstaat een nieuw woon-werkgebied met kantoren, horeca en ateliers. Deze transformatie trekt hoogopgeleide inwoners aan en versterkt de koppeling tussen wonen en mobiliteit. De economie ondersteunt maatschappelijke doelen zoals duurzaamheid, gezondheid en leefkwaliteit. De gemeente investeert sterk in zorgvoorzieningen, onder andere met een dependance van het ETZ Ziekenhuis, wat de vestigingskwaliteit vergroot. Bedrijven nemen verantwoordelijkheid voor gezondheid, welzijn en integratie van personeel, waardoor zorg een belangrijk onderdeel van de economie wordt.

29

Figuur 7: Principe economie in de alternatieven

4.3.3 Klimaat en duurzaamheid Ontwikkelrichting 1A – Geplande groei, bestaand beleid In deze richting wekt de gemeente Waalwijk de helft van de lokale elektriciteit op binnen de gemeente, vooral met zonnepanelen op daken en windturbines in aangewezen zones zoals Buitenpolders en Haven-Ecopark. Zonnevelden worden beperkt tot bedrijventerreinen. Voor de rest wordt gebruikgemaakt van duurzame bronnen zoals groen gas en elektriciteit van zee. Bij nieuwbouw en herontwikkeling is minimaal 10% van de openbare ruimte groen met 5% extra biodiversiteit. Waterberging wordt geïntegreerd waar mogelijk, maar door de hoge parkeerdruk en het niet ontmoedigen van autogebruik is het lastig voldoende groen en water vast te houden. De gemeente beheert het groen en ontzorgt zo inwoners. Landbouwgrond wordt gebruikt voor woning- en bedrijventerreinen. Agrarische bedrijven krijgen regionale steun voor stikstof- en biodiversiteitsmaatregelen. Water en bodem sturen hoe gebouwd wordt, maar bepalen niet waar. Waterberging en infiltratie gebeuren vaak achteraf. Drinkwaterbronnen worden beschermd, maar door meer verhard oppervlak neemt de kans op wateroverlast toe. Ontwikkelrichting 1B – Geplande groei, vernieuwender beleid Hier wordt de helft van de elektriciteit lokaal opgewekt, met extra nadruk op energiebesparing en innovaties.

Alle nieuwe gebouwen zijn energieneutraal en elke wijk krijgt een lokaal netwerk met opslag, zoals buurtbatterijen. Groen gasproductie wordt uitgebreid en inwoners zijn actief betrokken bij energiebesparing. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen is leidend, met een sterk groen-blauw netwerk dat aansluit op Natuur Netwerk Brabant en Westelijk Langstraat. Auto’s worden actief ontmoedigd om ruimte te

30

maken voor meer groen en waterberging, wat de biodiversiteit versterkt. Inwoners dragen mede verantwoordelijkheid voor het groenbeheer in hun straat. De landbouw maakt een duurzame transitie naar natuurinclusieve en verbrede vormen zoals permacultuur en voedselbossen. Water en bodem bepalen waar en hoe gebouwd wordt; elke druppel water blijft op de plek waar die valt. Klimaatadaptieve maatregelen verminderen wateroverlast, en drinkwaterbronnen worden goed beschermd. Ontwikkelrichting 2A – Schaalsprong, bestaand beleid Bij deze schaalsprong wordt nog steeds de helft van de elektriciteit lokaal opgewekt met wind- en zonneparken, maar de stijgende energiebehoefte leidt tot meer gebruik van landbouwgrond voor zonnevelden. Dit vergroot de druk op de ruimte en netcongestie wordt een groeiend probleem. Door de hoge parkeerdruk blijft vergroening beperkt, ondanks de norm van 10% groen en extra aandacht voor biodiversiteit. Waterberging is lastig te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het groenbeheer. Landbouwgrond wordt benut voor woningbouw en bedrijventerreinen. Water en bodem sturen de manier van bouwen, maar niet de locatie. Door toename van verharding ontstaan vaker knelpunten bij neerslag. De bescherming van drinkwaterbronnen blijft cruciaal door de groeiende watervraag.

Ontwikkelrichting 2B – Schaalsprong, vernieuwender beleid In deze variant wekt de gemeente Waalwijk de helft van haar elektriciteit lokaal op, met daarnaast sterke inzet op energiebesparing, energieneutrale nieuwbouw en wijkgebonden energieopslag. De productie van groen gas wordt uitgebreid en inwoners worden actief betrokken. Aansluiting op de Delta Rhine corridor voor duurzame energie wordt verkend. Auto’s worden ontmoedigd, waardoor ruimte ontstaat voor een robuust groenblauw netwerk dat aansluit op Natuur Netwerk Brabant. Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen is de norm. Inwoners beheren deels zelf het groen in hun omgeving. De landbouw maakt de omslag naar natuurinclusieve en verbrede vormen zoals agroforestry en voedselbossen. Water en bodem bepalen waar en hoe gebouwd wordt, met nadruk op lokale waterinfiltratie en -besparing. Dit beperkt knelpunten bij hevige neerslag. Drinkwaterbronnen blijven beschermd, ondanks de stijgende watervraag.

31

Figuur 8: Principe klimaat en duurzaamheid in de alternatieven

4.3.4 Samenleving 1A – Geplande groei, bestaand beleid De voorzieningenstructuur blijft grotendeels zoals die is. In het centrum van Waalwijk worden leegstaande winkelpanden omgevormd tot woningen, en onderwijs en sportvoorzieningen worden behouden en verduurzaamd. Door de instroom van internationale medewerkers groeit de behoefte aan NT2-onderwijs. De recreatiestructuur blijft ongewijzigd. Erfgoed wordt beschermd en benut, met steun voor burgerinitiatieven vanuit een faciliterende overheid. De zorg blijft gericht op zelfstandig wonen. Door vergrijzing en arbeidsmigratie neemt de druk op mantelzorg en instellingen toe. Preventieve gezondheidsmaatregelen zijn beperkt; alleen sportparken en speeltuinen worden rookvrij. Er is weinig aandacht voor cultuursensitieve zorg of integratie, ondanks een steeds diversere bevolking. 1B – Geplande groei, vernieuwender beleid In deze richting wordt ingezet op sterke, leefbare wijken waar wonen, werken en verblijven hand in hand gaan. Voorzieningen blijven behouden, maar functiemenging krijgt meer ruimte. Het onderwijs sluit beter aan op de lokale arbeidsmarkt, met een stevige inzet op NT2-onderwijs voor internationale medewerkers. Sport, onderwijs, BSO en verenigingen werken nauwer samen om beweging en cultuur actief te stimuleren.

Erfgoed krijgt een bredere betekenis: niet alleen historische gebouwen, maar ook natuur, landschap en sociale verbanden worden gekoesterd. Recreatie wordt uitgebreid langs het Halvezolenpad en bij OVknooppunten, altijd met respect voor de omgeving.

32

De samenleving wordt inclusiever en gezonder. Zorg wordt georganiseerd in woonvormen die ontmoeting en onderlinge steun bevorderen, zoals kleine zorggemeenschappen. Vitale senioren krijgen hierin een actieve rol. Er is veel aandacht voor cultuursensitief werken en ondersteuning van mensen met een migratieachtergrond, met als doel een hechte en verbonden gemeenschap. Openbare ruimtes worden rookvrij, en gezondheid wordt een belangrijke leidraad bij maatschappelijke keuzes. 2A – Schaalsprong, bestaand beleid Door de bevolkingsgroei groeit het centrum van Waalwijk licht en ontstaat meer draagvlak voor horeca, winkels en sportvoorzieningen. Het onderwijs breidt uit, met ruimte voor een mbo-instelling en extra NT2-onderwijs vanwege de toename van internationale medewerkers. Recreatiegebieden worden drukker, vooral door het aanhoudende autogebruik. Erfgoed wordt beschermd, maar het beleid blijft beperkt tot het ondersteunen van initiatieven van inwoners. De zorg blijft gericht op zelfstandig thuis wonen. Dankzij een grotere werkende bevolking neemt de druk op de zorg iets af, maar gerichte ondersteuning voor mantelzorgers of migranten blijft beperkt. Sport en beweging worden gestimuleerd, terwijl gezondheid vooral een ondersteunende rol speelt. Rookvrije maatregelen richten zich met name op kinderen.

2B – Schaalsprong, vernieuwender beleid De voorzieningenstructuur blijft behouden, maar wordt strategisch verbonden met belangrijke OVknooppunten. In Waalwijk ontstaat een sterke as tussen het historische centrum en het toekomstige lighrail-station. Het onderwijs groeit mee, sluit beter aan op de lokale maakindustrie en biedt ruimte aan een mbo-instelling met een gericht profiel. NT2-onderwijs blijft een belangrijke pijler. Sport, onderwijs en cultuur worden steeds meer met elkaar verweven. Recreatie ontwikkelt zich langs OV-routes, met oog voor landschap en leefkwaliteit. Erfgoedbeleid wordt verbreed en samen met inwoners vormgegeven. Gezondheid staat centraal. Er komt een breed zorgnetwerk, inclusief een ziekenhuisdependance en extra zorgverleners. Zorgzame gemeenschappen krijgen vorm rond wonen en ontmoeten, waarbij ook bedrijven bijdragen aan integratie. De leefomgeving wordt rookvrij, toegankelijk en veilig, en gezondheid wordt leidend in beleidskeuzes.

Figuur 9: Principe samenleving in de alternatieven

33

4.3.5 Wonen en mobiliteit 1A: Geplande groei, bestaand beleid Waalwijk groeit in deze richting geleidelijk, vooral door woningbouw aan de randen van kernen, vaak op landbouwgrond. Ook binnenstedelijke transformatie speelt een rol, maar uitbreiding is leidend. De nieuwe woningen zijn gericht op starters, senioren en eenpersoonshuishoudens. Door economische groei groeit ook de vraag naar huisvesting voor internationale medewerkers en statushouders. De auto blijft het dominante vervoermiddel. Hoewel het STOMP-principe wordt erkend, wordt autogebruik niet ontmoedigd, wat leidt tot meer verkeersdrukte en parkeerdruk. Een BRT-verbinding met Tilburg en ‘s-Hertogenbosch komt er via bestaande infrastructuur. Fiets en voetganger krijgen minder prioriteit. De bouw is deels natuurinclusief, maar door verharding blijft klimaatadaptatie lastig. Nieuwe woningen zijn levensloopbestendig, verspreid over de kernen. Beweegvriendelijke wijken worden nagestreefd, met open sportvelden en verbeterde fietspaden, maar de auto blijft bepalend voor de bereikbaarheid van voorzieningen. 1B: Geplande groei, vernieuwender beleid In deze richting bouwt Waalwijk binnen en aan de randen van kernen, met nadruk op duurzaamheid en sociale innovatie. De woningvoorraad sluit aan op de vraag, maar stimuleert ook gedeeld wonen en collectieve voorzieningen.

Er wordt natuurinclusief gebouwd om klimaatadaptatie te versterken. Door minder logistieke groei blijft de instroom van internationale medewerkers beperkt. Mobiliteit volgt het STOMP-principe: lopen, fietsen en openbaar vervoer staan voorop. De auto wordt actief ontmoedigd, wat zorgt voor meer groen, schonere lucht en een gezondere leefomgeving. De BRT krijgt een vrijliggende busbaan, ondersteund door mobiliteitshubs en deelmobiliteit. Wonen, werken en verblijven worden slim gecombineerd. Gezonde en zorgzame woonvormen, zoals kleinschalige zorggemeenschappen, krijgen ruim baan. Iedere wijk biedt ruimte voor ontmoeting en beweging. Gezondheid en leefkwaliteit staan centraal in deze woon- en mobiliteitsaanpak. 2A: Schaalsprong, bestaand beleid In deze richting groeit de gemeente Waalwijk sterk, met grootschalige woningbouw aan de randen van kernen, vooral op landbouwgrond. Ook binnenstedelijk wordt bijgebouwd. De woningvoorraad speelt in op de groei van werkenden, internationale medewerkers en statushouders. Door verharding en verdichting wordt klimaatadaptatie wel lastiger. De economie ontwikkelt zich vooral via logistiek, wat zorgt voor extra verkeersdruk en ruimtedruk. Mobiliteit blijft autogericht; de auto wordt niet ontmoedigd. Het BRT-systeem komt op bestaande wegen en krijgt weinig prioriteit naast het autoverkeer. Actieve mobiliteit blijft onderbelicht.

Nieuwe woonwijken liggen verder van voorzieningen. De focus ligt op levensloopbestendige woningen, met behoud van de lijn “zo lang mogelijk zelfstandig thuis”. Door het dominante autogebruik groeit de druk op de openbare ruimte, de zorg en de leefkwaliteit. Gezondheid en duurzaamheid zijn geen leidend uitgangspunt. 2B: Schaalsprong, vernieuwender beleid De gemeente Waalwijk groeit sterk met verdichting vooral rond het station en centrum. Andere kernen groeien alleen waar nodig. De woningvoorraad is flexibel en toekomstgericht, passend bij een duurzame economie. Natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie zijn belangrijk. Mobiliteit verandert sterk: de auto wordt actief ontmoedigd en er komt een netwerk van groene fietsen wandelroutes. De BRT krijgt eigen infrastructuur, met ruimte voor een toekomstige lightrail. Rond het HOV-knooppunt ontstaat een gemengd gebied voor wonen, werken en reizen. Zorg wordt geïntegreerd in kleine zorggemeenschappen binnen woonwijken. Gezonde mobiliteit en autoluwe centra stimuleren bewegen. Voorzieningen liggen dichtbij en de openbare ruimte is groen, uitnodigend en gericht op gezondheid en ontmoeting.

34

Figuur 10: Principe wonen in de alternatieven

4.4 De beoordeling 4.4.1 Inleiding

Paragraaf 3.4.2 beschreef het proces van de beoordeling van de ontwikkelrichtingen. In deze paragraaf wordt per principe uitgelegd wat de referentiesituatie is en wat meest opvallende bevindingen zijn in de beoordeling van de alternatieven. De referentiesituatie is uitgebreider te lezen in de foto van de leefomgeving (zie bijlage 1).

4.4.2 Economie Referentiesituatie De gemeente Waalwijk heeft een gevarieerde en relatief sterke lokale economie, met veel werkgelegenheid in sectoren als logistiek, productie, detailhandel en cultuur. Grote bedrijven zoals Bol.com en De Mandemakers Groep zijn belangrijke werkgevers. De werkloosheid is laag, maar ruim 19% van de inwoners heeft moeite om financieel rond te komen. De bedrijventerreinen zijn economisch waardevol, maar deels verouderd en vragen om herontwikkeling. Detailhandel en het centrum worden actief versterkt via beleid, zoals de Centrumvisie en Detailhandelsvisie. Recreatie, toerisme en cultuur dragen ook bij aan de economische vitaliteit. In de regio Midden-Noord-Brabant, waartoe de gemeente Waalwijk behoort, is in 2023 echter sprake van lichte economische krimp, ondanks provinciale groei, wat om toekomstgericht beleid vraagt. Ontwikkelrichtingen De ontwikkelrichtingen 1A, 1B, 2A en 2B laten grote verschillen zien in hun economische strategieën. Waar 1A en 2A vooral inzetten op uitbreiding van de logistieke sector en een duidelijke scheiding tussen

35

wonen en werken aanhouden, zorgt dat bij 2A voor een mismatch tussen beschikbare banen en de behoeften van de lokale bevolking. In contrast richten 1B en 2B zich op een bredere economische basis, met aandacht voor circulaire economie, kennisintensieve bedrijvigheid en zorg. Deze richtingen stimuleren ook kleinschalige bedrijven binnen woongebieden en houden landbouwgrond bewust in stand voor natuurinclusieve landbouw. Zo ontstaat een dynamischer en meer leefbaar economisch klimaat, dat beter aansluit bij de wensen van de inwoners.

4.4.3 Klimaat en duurzaamheid Referentiesituatie De gemeente Waalwijk werkt actief aan duurzaamheid en energietransitie. Het huidige beleid richt zich onder meer op het verminderen van energieverbruik, het isoleren van woningen en het stimuleren van hernieuwbare energie via de Woonvisie, het Energietransitieplan en diverse centrumplannen. Sinds 2020 is het gasverbruik met ruim 11% afgenomen. Wel neemt de elektriciteitsvraag bij bedrijven toe, wat druk zet op de bestaande energie-infrastructuur. Wat betreft klimaatadaptatie is de fysieke inrichting van Waalwijk deels kwetsbaar. In versteende wijken is beperkte ruimte voor waterberging en groen, wat de kans op hittestress en wateroverlast bij hevige neerslag vergroot. In het landelijk gebied speelt droogteproblematiek, met gevolgen voor landbouw en natuur. Er is momenteel beperkt gebiedsgericht beleid voor klimaatadaptatie, hoewel er binnen ruimtelijke visies aandacht is voor vergroening en duurzame inrichting. Autonome ontwikkelingen zoals klimaatverandering, verstedelijking en vergrijzing versterken bestaande risico’s: langere droogteperiodes, intensievere piekbuien en hogere temperaturen worden verwacht, wat vraagt om meer adaptief vermogen van zowel de fysieke ruimte als maatschappelijke structuren.

Zonder aanvullende maatregelen blijven de huidige inspanningen vooral gericht op energiebesparing en minder op brede klimaatbestendigheid van bodem, water en hitte. Ontwikkelrichtingen Op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid tonen 1B en 2B een veel ambitieuzere aanpak. Zij stimuleren natuurinclusieve landbouw, kiezen bewust voor bouwen binnenstedelijk op stabiele gronden en vermijden risicovolle gebieden zoals overstromingsgevoelige zones. Hierdoor verbeteren bodemkwaliteit en waterbeheer, en verminderen ze problemen als bodemdaling en hittestress. Daarnaast wordt ingezet op energiebesparing en vergroening, waardoor deze scenario’s het klimaatbestendigst zijn. Richtingen 1A en 2A volgen een meer behoudende koers met minder sturing op duurzame oplossingen. Vooral 2A kampt met negatieve effecten door grootschalige uitbreiding in kwetsbare gebieden, wat de klimaatambities onder druk zet.

4.4.4 Samenleving Referentiesituatie De leefomgeving in de gemeente Waalwijk kent op diverse punten knelpunten, vooral op het gebied van geluid, luchtkwaliteit en lichthinder, die in de huidige situatie als negatief worden beoordeeld. De nabijheid van wegen, bedrijventerreinen en andere infrastructuur veroorzaakt geluidshinder die naar verwachting ook in autonome ontwikkelingen aanhoudt. Luchtkwaliteit verbetert licht door lokale en regionale energietransities en mobiliteitsaanpassingen, maar blijft een aandachtspunt. Lichthinder wordt eveneens als negatief ervaren en zal zonder gerichte maatregelen blijven bestaan. Geurhinder is momenteel beperkt en locatiegebonden, maar de verwachting is dat deze hinder door autonome ontwikkelingen iets zal afnemen, bijvoorbeeld door verduurzaming en schonere processen in de regio. Externe veiligheid wordt als onvoldoende beoordeeld vanwege risico’s rond industriële locaties en transport, maar autonome ontwikkelingen hebben hier geen duidelijke verslechtering of verbetering in gebracht. Wat betreft endotoxinen en zoönosen is er op dit moment geen verhoogd risico vastgesteld, en autonome ontwikkelingen veranderen deze situatie niet significant.

36

Naast deze milieufactoren spelen ook maatschappelijke aspecten een belangrijke rol. Gezondheidsbevordering blijft een aandachtspunt, mede door lokale sociaaleconomische factoren. Sociale cohesie kent kwetsbaarheden ondanks de aanwezigheid van verenigingen en initiatieven die ontmoeting en ondersteuning bevorderen. Sociale veiligheid staat onder druk door veranderende samenlevingsdynamieken, waarbij preventieve maatregelen en buurtgerichte samenwerking essentieel zijn voor toekomstig herstel. Ontwikkelrichtingen De sociale impact verschilt eveneens sterk per scenario. Richting 1B springt eruit met een uitgebalanceerde aanpak gericht op gezondheid, geluidshinder en geurbelasting, gekoppeld aan het versterken van maatschappelijke voorzieningen zoals zorg en onderwijs. Ook bevordert deze aanpak sociale verbindingen via uitnodigende, beweegvriendelijke wijken en ontmoetingsplekken. Richting 2B legt ook nadruk op natuurinclusieve landbouw en kleinere veestapels, wat de leefomgeving gezonder maakt, maar de toenemende bevolkingsdruk legt meer beslag op voorzieningen en infrastructuur. Richtingen 1A en 2A missen actief beleid op dit vlak, waardoor leefkwaliteit en gezondheid onder druk kunnen komen te staan door bijvoorbeeld toegenomen verkeersgeluid en geurhinder.

4.4.5 Wonen en mobiliteit Referentiesituatie De gemeente Waalwijk beschikt over ruim 22.500 woningen, waarvan 61% koop en 30% sociale huur. De woningprijzen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen, wat de markt minder toegankelijk maakt voor starters en alleenstaanden. De huidige woonsituatie wordt dan ook als matig beoordeeld. De gemeente voorziet een blijvende bevolkingsgroei tot na 2040, met een groeiend aandeel ouderen en een toename van eenpersoonshuishoudens. Om hierop in te spelen, zet Waalwijk in op de bouw van minimaal 1.180 nieuwe woningen tot 2026, met aandacht voor levensloopgeschikte woningen en een gevarieerd woningaanbod dat doorstroming bevordert. Ook is er aandacht voor passende huisvesting van arbeidsmigranten. Op het gebied van mobiliteit zijn bereikbaarheid en duurzaam vervoer momenteel aandachtspunten, terwijl de verkeersveiligheid stabiel maar kwetsbaar blijft. Autonome ontwikkelingen, zoals verbeteringen in openbaar vervoer en stimulering van alternatieve vervoerswijzen, bieden kansen om de bereikbaarheid en milieuprestaties te verbeteren. Tegelijkertijd vraagt de verkeersveiligheid blijvende aandacht. Ontwikkelrichtingen De keuzes rond wonen en mobiliteit lopen sterk uiteen. Richting 1A ervaart meer verkeersdrukte door een groeiende bevolking en bedrijvigheid, zonder dat autogebruik wordt beperkt, wat leidt tot congestie en een hogere CO2-uitstoot.

Openbaar vervoer en fietsvoorzieningen blijven beperkt en bieden weinig stimulans. Richting 2A ziet vergelijkbare problemen, versterkt door sterke bevolkingsgroei. Daartegenover zet 1B stevig in op het terugdringen van autoverkeer, verbetering van openbaar vervoer met vrijliggende busbanen en het creëren van aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers. Dit resulteert in minder verkeersopstoppingen en een daling van de uitstoot. Richting 2B combineert bevolkingsgroei met slimme mobiliteitsoplossingen zoals lightrail en mobiliteitshubs, waardoor verkeersproblemen worden voorkomen en de overgang naar duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd. Qua woningbouw kiezen 1B en 2B voor binnenstedelijke verdichting en functiemenging, terwijl 1A en 2A vooral vasthouden aan een strikte scheiding tussen wonen en werken met uitbreiding van bedrijventerreinen.

4.4.6 Samenvatting

Hieronder wordt een samenvatting van de effectenbeoordeling van de ontwikkelrichtingen gegeven verdeeld over de verschillende indicatoren.

37

Bodem, water en klimaatadaptatie Impact op bodemkwaliteit Impact op bodemdaling Impact op waterveiligheid Impact op oppervlaktewater Impact op grondwater Mate van wateroverlast Mate van optreden van het hitte-eilandeffect Mate van droogtestress Impact op gebruik van de ondergrond Natuur, groen en biodiversiteit Impact op Natura 2000gebieden Impact op NNN-gebieden Impact op gemeentelijke groenstructuren Impact op wettelijke beschermde soorten Energie Potentie voor energiebesparing Potentie voor energieopwekking Impact op potentiële opweklocaties: zon Impact op potentiële opweklocaties: wind Wonen Voorzien in eigen woningbehoefte Diversiteit in type woningen Milieu en gezondheidsbescherming Impact op luchtkwaliteit Impact op geluidhinder Impact op geurhinder Impact op lichthinder Impact op endotoxinen en zoönosen Impact op externe veiligheid Landschap, archeologie en cultuurhistorie

Huidige situatie

Huidige autonome ontwikkelingen

Ontwikkelrichting 1A

Ontwikkelrichting 1B

Ontwikkelrichting 2A

Ontwikkelrichting 2B

0 0 -

+ + +

+ + +

+ ++ + 0

0 0

+ ++ + 0

0 -

0

0

++ ++ ++

+ --

++ ++ +

+ 0

+ 0

+ 0

+

-

+

0

+

+

++

-

0

0 0

+ +

+ +

++ ++

-

++ ++

0

+

+

++

-

+

-

+

+

+

0

+

-

0

0

+

--

0

0

0

0

0

+

0

0

0

0

0

-

-

-

+

+

+

0

+

-

+

+

+

0

+

0 0

+ + 0

+ + 0

++ ++ + +

-0 -

+ + + -+

-

0

0

-

0

-

38

Aantasting van + landschappelijke waarden Aantasting van + archeologische en cultuurhistorische waarden Sociaal domein Impact op + maatschappelijke voorzieningen Mate van gezondheidsbevordering en cohesie Impact op de sociale 0 veiligheid Mobiliteit en bereikbaarheid Bereikbaarheid van + wegverkeer Bereikbaarheid van openbaar vervoer Bereikbaarheid van fietsers en voetgangers Verkeersveiligheid 0 Mate verduurzaming van mobiliteit Impact op de modal shift Economie en werkgelegenheid Aandeel werkgelegenheid + Impact op bedrijvigheid + Aandeel typologie 0 voorzieningen Aandeel landbouwareaal 0 Aandeel recreatie en + toerisme Tabel 3: Beoordeling van de alternatieven

+

+

+

-

+

-

-

+

0

+

-

-

++

0

++

+

+

++

+

++

-

-

+

0

+

+

+

+

-

0

+

+

++

0

++

+

+

+

0

+

+

+

0 ++

0 -

0 +

+

+

+

0

++

0 +

0 +

+ ++ 0

+ ++

+ ++ ++

0 +

0 +

++ +

0

++ ++

4.4.7 Conclusie

De huidige leefomgeving van gemeente Waalwijk kenmerkt zich door een gematigde milieubelasting, beperkte woningbouw, bescheiden groene structuren en een infrastructureel netwerk dat vooral gericht is op autoverkeer. In de huidige situatie zijn er enkele knelpunten zichtbaar op het gebied van waterkwaliteit, droogtestress en hittestress. Ook de luchtkwaliteit en geluidsbelasting staan onder druk, mede door mobiliteit en bedrijvigheid. De autonome ontwikkelingen (dus zonder ingrijpen van beleid of nieuwe plannen) zorgen voor lichte verbeteringen op enkele vlakken zoals energiebesparing, biodiversiteit en bereikbaarheid, maar lossen structurele problemen op het gebied van klimaatadaptatie en sociale voorzieningen onvoldoende op. Bij het vergelijken van de verschillende ontwikkelrichtingen komt vooral richting 1B als het meest positief naar voren. Deze variant draagt sterk bij aan klimaatadaptatie met verbeteringen in waterveiligheid, grondwaterbeheer en het beperken van hittestress en wateroverlast. Ook scoort deze richting goed op natuurwaarden, met positieve effecten op Natura 2000-gebieden, NNN-structuren en gemeentelijk groen. Richting 1B voorziet in de lokale woningbehoefte en draagt bij aan woondiversiteit, terwijl tegelijkertijd luchtkwaliteit, geluidshinder en gezondheidsbevordering verbeteren. Daarnaast

39

wordt de bereikbaarheid voor alle modaliteiten (auto, fiets, OV) versterkt en zijn er positieve effecten op werkgelegenheid, recreatie en bedrijvigheid. Ook ontwikkelrichting 2B laat vergelijkbare positieve resultaten zien, vooral op het gebied van klimaatadaptatie, natuur, mobiliteit en sociaal domein. Richtingen 1A en 2A scoren over het algemeen minder goed. Zo laat 2A negatieve effecten zien op luchtkwaliteit, natuurwaarden en bereikbaarheid, terwijl ook de bijdrage aan woningbouw en werkgelegenheid beperkt blijft. Omdat ontwikkelrichting 1B het beste uit de effectenbeoordeling is gekomen, heeft de gemeente Waalwijk besloten om deze uit te werken tot een ontwerp omgevingsvisie. Voor bepaalde aspecten hebben zij gekozen om de uitwerking van ontwikkelrichting 2B er in te verwerken.

40

5. Effectenbeoordeling ontwerp omgevingsvisie 5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de effecten van het ontwerp van de omgevingsvisie beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, zoals beschreven in de Foto van de Leefomgeving (zie bijlage 1). De beoordeling is thematisch opgebouwd, aansluitend bij de hoofdthema’s van de omgevingsvisie (zie hoofdstuk 3). Per thema wordt per indicator eerst toegelicht welk beleid in de omgevingsvisie is opgenomen om daarna dit beleid kwalitatief te beoordelen op mogelijke effecten. Hierbij is gekozen om de thema’s van het ontwerp te volgen in plaats van de thema’s in plaats van de thema’s uit het eerder besproken beoordelingskader, zodat de beoordeling ( en mogelijke aanbevelingen) zo goed mogelijk aansluiten op de informatie uit het ontwerp. Aan het eind van elk thema wordt de beoordeling samengevat in een overzicht, waarin de belangrijkste effecten inzichtelijk zijn gemaakt.

5.2 Water en bodem als basis 5.2.1 Waterkwaliteit

In de omgevingsvisie staat dat de waterkwaliteit flink verbeterd wordt door het scheiden van vuil- en hemelwaterstromen bij rioolvervanging. Dit voorkomt dat vervuild water in het oppervlaktewater terechtkomt, wat positief is voor ecosystemen en de leefomgeving. Minder riooloverstorten zorgt ook voor minder vervuiling, wat goed is voor flora, fauna en recreatie. Het stimuleren van regenwaterinfiltratie helpt het grondwater aan te vullen en houdt schoon water langer vast, wat gunstig is voor droge periodes. In kwetsbare natuurgebieden zoals de Loonse en Drunense Duinen wordt actief gewerkt aan herstel door vernatting en schoner grondwater, wat de biodiversiteit bevordert. Drinkwaterbelangen worden meegewogen bij ruimtelijke plannen om watervoorraden te beschermen. Het verbod op nieuwe bodem- en waterverontreiniging voorkomt verslechtering, maar aangezien dit al standaard is, zal het beleid weinig verandering brengen. Een mogelijke beperking is dat het effect vooral afhankelijk is van de uitvoering en naleving.

5.2.2 Waterkwantiteit

De omgevingsvisie verplicht nieuwbouwprojecten om minimaal 60 mm waterberging te realiseren, wat helpt om wateroverlast te voorkomen en grondwater aan te vullen. Dit is gunstig voor de waterbalans en vermindert druk op het rioolstelsel. Ook bij herinrichtingen van de openbare ruimte wordt naar deze norm gestreefd, met een ondergrens van 20 mm, wat minder gunstig is, maar nog acceptabel. In enkele gevallen zal deze ondergrens niet gehaald kunnen worden, wat problematisch is maar wel de realiteit. Door hemelwater lokaal te verwerken, blijft het water dicht bij de plek waar het valt, wat wateroverlast beperkt en grondwater aanvult. Stedelijke vergroening draagt bij aan extra wateropvang en verbetert bovendien de leefomgeving. De Overdiepse Polder speelt een belangrijke rol als opvanggebied bij extreme waterstanden, wat de veiligheid vergroot. Wel moet bij ruimtelijke ontwikkelingen de minimale ontwateringsdiepte worden gerespecteerd, om schade aan gebouwen en infrastructuur te voorkomen. Een mogelijke uitdaging is dat in perioden van hevige regenval de bergingscapaciteit toch onvoldoende kan blijken.

5.2.3 Waterveiligheid

In de omgevingsvisie wordt waterveiligheid serieus genomen door samen te werken aan dijkverbetering en riviermanagement met 2050 als planhorizon. Dit verkleint het risico op overstromingen, wat essentieel is voor de veiligheid van bewoners en infrastructuur. De herinrichting van de Overdiepse Polder met dijken en terpen zorgt voor veilige woongebieden en voldoende wateropvang. Het

41

‘meerlaagsveiligheidsconcept’ gaat verder dan alleen dijken door ook ruimte voor waterberging in te richten, wat de robuustheid van de waterveiligheid vergroot. Risico’s worden vroegtijdig gesignaleerd en meegenomen in ruimtelijke plannen, zodat er tijdig maatregelen genomen kunnen worden. Een aandachtspunt blijft dat klimaatverandering en extreem weer nieuwe risico’s kunnen brengen die moeilijk volledig te beheersen zijn.

5.2.4 Wateroverlast

De visie streeft ernaar wateroverlast te voorkomen door een drooglegging van 70 cm onder bebouwing en wegen te hanteren, waardoor hoge grondwaterstanden geen problemen opleveren. Het afkoppelen van regenwater van het riool en het stimuleren van infiltratie zorgen voor een betere afvoer en vermindering van piekbelasting op het riool, wat overstromingen beperkt. Stedelijke vergroening vergroot de opvangcapaciteit, wat naast waterbeheer ook de leefomgeving verbetert. De eis dat minstens 60 mm regen lokaal verwerkt kan worden zonder schade is belangrijk om schade bij zware buien te voorkomen. Het Integraal Waterplan zorgt voor een structurele aanpak van waterstromen, wat leidt tot minder overbelasting van het rioolstelsel. Een nadeel is dat bij uitzonderlijke extreme neerslag de capaciteit mogelijk toch onvoldoende is, waardoor overlast kan optreden.

5.2.5 Bodemkwaliteit

In de omgevingsvisie is het verbeteren van bodemkwaliteit een prioriteit. Door het versterken van bodemleven en de sponswerking wordt water langer vastgehouden en blijft de bodem gezond, wat gunstig is voor landbouw en natuur. Het beperken van bodemverstoring en vermijden van kunstmatige afdichting voorkomt verslechtering van bodemfuncties. Het herstel van ecosysteemprocessen ondersteunt ook klimaatdoelstellingen, zoals CO₂-opslag. Het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging en stimuleren van hergebruik van grond zijn positief voor milieu en duurzaamheid. Door nieuwe gemeentelijke taken rond verontreinigde grond is aanvullend beleid noodzakelijk om problemen adequaat aan te pakken. Mogelijke beperkingen zijn dat effecten pas op lange termijn zichtbaar zijn en afhankelijk van strikte naleving.

5.2.6 Bodemdaling

Bodemdaling wordt binnen het beleid niet altijd expliciet genoemd, maar het tegengaan ervan gebeurt wel indirect door verbeterd bodembeleid en duurzaam landgebruik. Door het versterken van bodemkwaliteit en het voorkomen van bodemverstoring draagt het beleid bij aan het beperken van bodemdaling. Een aandachtspunt hierbij zijn installaties zoals riolerings- en filteringssystemen, die wanneer ze op zachte of veenachtige grond worden geplaatst, bodemdaling kunnen versterken. Dit komt doordat zware infrastructuur de ondergrond kan samendrukken of verstoren, wat het verzakkingsproces versnelt. In stedelijke kernen, vooral op zandgronden waar de ondergrond stabieler is, is bodemdaling relatief beperkt. Daarnaast zorgt de focus op binnenstedelijk bouwen doorgaans voor weinig extra bodemdaling, mits dit zorgvuldig gebeurt. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen die vooral gericht zijn op verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden, zoals gepland in de omgevingsvisie van Waalwijk, minder risico’s met zich meebrengen voor bodemdaling dan grootschalige uitbreidingen in veen- of kleigebieden. Een belangrijke factor in het verminderen van bodemdaling is de transitie naar natuurinclusieve landbouw.

Hierdoor wordt de bodem beter beschermd en herstelt de doem zich, onder andere doordat water langer in de bodem wordt vastgehouden en de natuurlijke bodemstructuur minder wordt verstoord. Dit leidt tot een stabielere bodem en vermindert de kans op inklinking en daling.

5.2.7 Gebruik ondergrond

De drukte in de ondergrond, bijvoorbeeld door kabels, leidingen en energie-infrastructuur, wordt afgestemd op klimaatdoelen. Functies in de ondergrond worden slim gecombineerd, zoals riolering, infiltratie en energievoorziening, om ruimte efficiënt te benutten. Voor het graven in gevoelige

42

gebieden, zoals voormalige stortplaatsen, is nieuw beleid noodzakelijk. Ondergrondse ruimte wordt gebruikt voor waterinfiltratie en gescheiden afvoer van hemel- en vuilwater. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar koolstofvastlegging in de bodem, bijvoorbeeld via drasland of biochar, wat gestimuleerd wordt. De drukte in de ondergrond zal toenemen door nieuwe riolerings- en filteringssystemen. Deze toegenomen drukte kan voor problemen zorgen. Ook het gewicht van gebouwen zal toenemen door verdichting wat voor mogelijke problemen kan zorgen. Omdat er geen duidelijk beleid wordt gemaakt voor dit onderwerp kan verwacht worden dat die problemen erg groot kunnen worden.

5.2.8 Beoordeling Criterium Huidige situatie Autonome ontwikkeling Bodemkwaliteit 0 + Bodemdaling 0 Waterveiligheid + Kwaliteit van water 0 Kwantiteit van water Wateroverlast 0 Gebruik ondergrond 0 0 Tabel 4: beoordeling van thema water en bodem als basis

Omgevingsvisie + + + 0 + + --

5.3 Biodiverse en beleefbare natuur en groen 5.3.1 Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland

In de gemeente Waalwijk bevinden zich diverse beschermde natuurgebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland, waarvan een aantal ook Natura 2000-gebied zijn. Voorbeelden zijn De Langstraat (grotendeels Natura 2000), de Bergsche Maas, Gansooiensche Uiterwaard, het Oude Maasje, Lange Wiel, Het Hoefsven, De Veste en Het Eendennest. Daarnaast grenst Waalwijk aan het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen. Om deze gebieden beter met elkaar te verbinden, werkt de gemeente aan ecologische verbindingszones, zoals langs het Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch–Drongelen. Deze verbindingen zijn belangrijk voor het versterken van het regionale groenblauwe netwerk en het vergroten van de leefruimte voor dieren en planten. Dieren die buiten een duidelijke leefruimte komen, zoals vleermuizen kunnen wel in de problemen komen bij de uitbreiding van de gemeente. De gemeente zet zich dus sterk in voor de verbetering van de natuurgebieden in en rondom de gemeentegrenzen. Het is alleen niet allemaal positief. Er is namelijk nog steeds een landelijk probleem qua stikstofdepositie, wat grote effecten heeft op de natuur. Ook met verstoring door licht of geluid zal rekening mee gehouden moeten worden als de bevolking zal toenemen. Dit wordt niet geadresseerd in de omgevingsvisie. Over het algemeen wordt het onderwerp wel goed benaderd door de gemeente Waalwijk.

Meer informatie kan men vinden in de passende beoordeling (hoofdstuk 8) en de ecologische toetsing (bijlage 5).

5.3.2 Gemeentelijke groenstructuren

Binnen de bebouwde omgeving zet de gemeente Waalwijk in op een goed verbonden en natuurvriendelijke inrichting van de openbare ruimte. Hierbij wordt gekeken of verharding echt noodzakelijk is, of dat gekozen kan worden voor groene of halfverharde oplossingen. Groenstroken, bomenlanen, kruidenrijke graslanden, wadi’s, groensingels en natuurvriendelijke oevers vormen de basis van een robuuste gemeentelijke groenstructuur.

43

Het doel is om deze structuren te laten aansluiten op omliggende natuurgebieden en ze zoveel mogelijk aaneengesloten te houden. Ook op bedrijventerreinen, zoals Haven 8 Oost, worden groene zones ingericht die aansluiten op het Natuurnetwerk Brabant. Daarbij worden specifieke boom- en struiksoorten toegepast, zoals zomereik, zwarte els, meidoorn en vlier, passend bij het omliggende landschap.

5.3.3 Biodiversiteit en ecologie

De omgevingsvisie stimuleert biodiversiteit door het toepassen van inheemse planten met bloemen, zaden, bessen en noten, die insecten en vogels aantrekken. Er wordt gewerkt aan variatie in vegetatie (zoals graslanden, struweel, ruigtes en bomen) en voorzieningen als nestkasten voor vogels en vleermuizen, insectenhotels en amfibieënvoorzieningen. Het beheer van de openbare ruimte is ecologisch: er wordt minder en gefaseerd gemaaid, blad blijft op sommige plekken liggen voor schuilgelegenheid, en er worden geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Ook bewoners en ondernemers worden betrokken, met voorlichting en projecten zoals het ‘Tuinrangers-programma’. Zij worden aangemoedigd om hun tuinen en erven groen en diervriendelijk in te richten, met hagen, vijvers zonder vissen, en ruimte voor rommelhoekjes. Zelfs in centrumgebieden is vergroening mogelijk, bijvoorbeeld via groene gevels en daktuinen. Zoals eerder besproken wordt er alleen nog niet genoeg rekening gehouden met dieren die geen duidelijke begrensd leefgebied hebben en de verstoring van dieren door licht of geluid.

5.3.4 Beoordeling Criterium

Huidige situatie

Autonome ontwikkelingen +

Natura 2000- en NNN0 gebieden Gemeentelijke 0 + groenstructuren Biodiversiteit en ecologie 0 + Tabel 5: beoordeling van thema biodiverse en beleefbare natuur en groen

Omgevingsvisie + + 0

5.4 Duurzaam en klimaatrobuust 5.4.1 Energieopwekking

De gemeente Waalwijk heeft in haar omgevingsvisie een ambitieuze koers uitgezet op het gebied van duurzame energie. De gemeente streeft ernaar om in 2030 de helft van het elektriciteitsverbruik lokaal en duurzaam op te wekken. Dit moet bijdragen aan het verminderen van de CO₂-uitstoot en het vergroten van de energieonafhankelijkheid. Windenergie wordt geconcentreerd op twee aangewezen locaties, waarmee overlast en aantasting van natuur en leefomgeving zoveel mogelijk worden beperkt. Voor zonneparken geldt een maximum van 15 hectare per locatie, om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te behouden. Daarnaast zijn zonnepanelen verplicht bij nieuw bedrijfsvastgoed op gemeentelijke gronden, wat bijdraagt aan verduurzaming van de lokale economie. Hoewel deze maatregelen richting geven aan een evenwichtige energietransitie, zijn de verwachte effecten van de omgevingsvisie op energieopwekking niet zonder risico’s. Een van de grootste uitdagingen is de toenemende netcongestie in de regio. De bestaande elektriciteitsinfrastructuur is onvoldoende toegerust om de groeiende hoeveelheid duurzame opwek op piekmomenten te transporteren. Zonder snelle uitbreiding van het netwerk dreigen veel projecten te worden vertraagd of

44

zelfs stilgelegd. De omgevingsvisie erkent dit knelpunt, maar blijft op dit punt vrij algemeen en mist een duidelijke uitvoeringsstrategie in samenwerking met de netbeheerder. Daarnaast kunnen de gekozen ruimtelijke begrenzingen, zoals de maximale omvang van zonneparken, op termijn de totale opwekcapaciteit beperken. Terwijl de gemeente Waalwijk inzet op een toekomstbestendige en groene energievoorziening, is het nog de vraag of binnen de gestelde kaders voldoende ruimte beschikbaar blijft om de opwekdoelstellingen daadwerkelijk te realiseren. De inzet op energyhubs biedt hier potentieel, maar vraagt een actieve regierol van de gemeente om van de grond te komen. Positief is dat minimaal 50% van nieuwe energieprojecten in lokaal eigendom moet zijn. Dit vergroot niet alleen het maatschappelijk draagvlak, maar zorgt er ook voor dat opbrengsten lokaal kunnen worden geïnvesteerd. Tegelijkertijd kunnen deze eigendomseisen leiden tot extra complexiteit in de uitvoering, bijvoorbeeld bij financiering of organisatie van burgercollectieven.

5.4.2 Energiegebruik

De gemeente Waalwijk streeft naar een klimaatneutrale en klimaatbestendige omgeving in 2050, met een tussentijdse doelstelling van 49% CO₂-reductie in 2030. Dit ambitieuze doel wordt bereikt via samenwerking binnen de Regionale Energie- en Klimaatstrategie van Hart van Brabant, wat zorgt voor een samenhangende aanpak op regionale schaal. Gemeentelijke gebouwen worden uiterlijk in 2030 minimaal energielabel C, wat het goede voorbeeld geeft en het eigen vastgoed verduurzaamt. Verduurzaming van particuliere woningen en bedrijfsgebouwen wordt actief ondersteund, omdat deze sectoren een groot aandeel hebben in het energiegebruik. Prioriteit ligt bij betere isolatie van woningen, wat directe energiebesparing oplevert, terwijl het aardgasvrij maken van wijken op langere termijn gefaseerd wordt uitgerold. Deze strategie zorgt voor een haalbare en rechtvaardige overgang naar een duurzame energievoorziening.

5.4.3 Hitte

De gemeente Waalwijk past haar leefomgeving aan om beter om te gaan met de stijgende temperaturen en toenemende hittestress door klimaatverandering. Vergroening en vernatuurlijking zijn belangrijke middelen om verkoeling te bieden, vooral in dichtbebouwde gebieden waar hitte langer kan blijven hangen. Door de combinatie van groen en water – bijvoorbeeld bomen die schaduw geven in combinatie met waterberging – ontstaat een natuurlijke koeling. Bij nieuwbouw en inbreidingslocaties wordt voldoende open ruimte behouden om hittestress te beperken en de leefbaarheid te waarborgen. Open ruimtes krijgen een groenblauwe inrichting die ook de windstroming en koelte bevordert. Multifunctioneel gebruik van dakoppervlakken, zoals beplanting of wateropvang, draagt eveneens bij aan de verkoeling. Bomen krijgen waar mogelijk voldoende ruimte, ook in relatie tot ondergrondse infrastructuur. Door deze integrale aanpak wordt het hitte-eilandeffect tegengegaan en wordt de leefomgeving aangenamer en gezonder.

5.4.4 Droogte

De aanpak van droogte richt zich in de gemeente Waalwijk op het vasthouden van water waar het valt, om verdroging tegen te gaan en de waterbalans te verbeteren. Water wordt lokaal verwerkt via infiltratie in de bodem of door vertraagde afvoer naar oppervlaktewater, wat voorkomt dat water te snel wegstroomt en het grondwaterpeil daalt. Een belangrijk doel is dat in 2050 60% van het verhard oppervlak is afgekoppeld van het riool, een flinke groei ten opzichte van het huidige circa 10%. Hiermee wordt wateroverlast beperkt en watergebruik efficiënter gemaakt. Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein, wat zorgt voor een gedecentraliseerde en veerkrachtige aanpak. Bij bestaande verharding stimuleert de gemeente afkoppeling en vervanging van tegels door groen, al is dit in privéruimte beperkt mogelijk. Een groeiend aantal woningen kan echter leiden tot meer verharding, wat extra aandacht vraagt. Combinaties van waterbeheer met energieopwekking, zoals zonnevelden met wateropvang, bieden kansen om beide thema’s te versterken en multifunctioneel gebruik van ruimte te bevorderen. Deze strategie draagt bij aan een robuuste waterhuishouding en klimaatadaptatie.

45

5.4.5 Beoordeling Criterium

Huidige situatie

Autonome ontwikkelingen Energiegebruik + Energieopwekking 0 Hitte 0 Droogte + + Tabel 6: beoordeling van thema duurzaam en klimaatrobuust

Omgevingsvisie + + + +

5.5 Samen zijn we gezond 5.5.1 Gezondheidsbevordering

De Omgevingsvisie gemeente Waalwijk benadrukt het belang van een fysieke en sociale leefomgeving die gezond gedrag actief stimuleert. Campagnes zoals ‘Go Healthy’ bieden praktische handvatten om positieve gezondheid te bevorderen. De buitenruimte wordt zo ingericht dat bewegen en ontmoeten wordt vergemakkelijkt, wat bijdraagt aan de vitaliteit van inwoners. Door gezondheid structureel mee te nemen in ruimtelijke projecten, worden gezonde keuzes – zoals lopen en fietsen – vanzelfsprekend gemaakt. Rookvrije zones, gezonde voeding en mentale ontspanning krijgen extra aandacht. Dit beleid sluit aan op de veranderende bevolkingssamenstelling, zodat het ook in de toekomst effectief blijft.

5.5.2 Sociale cohesie

De gemeente Waalwijk zet sterk in op het versterken van sociale cohesie door het stimuleren van ontmoetingsplekken zoals gemeenschapstuinen en parken. Kwetsbare wijken krijgen prioriteit om leefbaarheid en verbinding te verbeteren. De omgevingsvisie borgt gezondheid als leidend principe in ruimtelijke ontwikkelingen, onder meer door in elke 1000 meter een ontmoetings- en beweegvoorziening te realiseren die voor alle leeftijden en achtergronden toegankelijk is. Seniorenwoningen worden geconcentreerd rond zorgclusters om nabijheid van voorzieningen en informele ondersteuning te bevorderen. Functiemenging in bestaande voorzieningen wordt ingezet om de sociale binding te versterken. Daarnaast worden inwoners actief betrokken bij het groenbeheer, wat de sociale betrokkenheid en betaalbaarheid van beheer verhoogt.

5.5.3 Sociale veiligheid

De gemeente zorgt voor een veilige inrichting van de openbare ruimte door goede verlichting en overzichtelijkheid te waarborgen. Sociale controle wordt gestimuleerd via ontmoetingsplekken, wat helpt bij het voorkomen van overlastgedrag. Daarnaast worden jeugdvoorzieningen uitgebreid om jeugdoverlast te beperken. De nabijheid en toegankelijkheid van zorg en voorzieningen dragen verder bij aan het welzijn en de veiligheid van inwoners. Deze integrale aanpak zorgt voor een leefomgeving waarin bewoners zich veilig en geborgen voelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16396262/3