Bijlage 2 MER Omgevingsvisie gemeente Ww
Tekst van het document
Omgevingsvisie gemeente Waalwijk MER 2025
0
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ........................................................................................................................... 1 0.
SAMENVATTING ..................................................................................................................... 2
1.
DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE (MER) .................................................................................. 13
2.
DE OMGEVINGSVISIE ............................................................................................................ 14
3.
OMGEVINGSVISIE EN MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ............................................................... 19
4.
DE EFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVE ONTWIKKELRICHTINGEN ............................................ 27
5.
EFFECTENBEOORDELING ONTWERP OMGEVINGSVISIE ......................................................... 41
6.
SYNERGIËN EN STRIJDIGHEDEN ............................................................................................ 55
7.
DOELBEREIK .......................................................................................................................... 57
8.
PASSENDE BEOORDELING ..................................................................................................... 66
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................ 76
10. LEEMTEN IN KENNIS, EVALUATIE EN MONITORING VAN BELEID ........................................... 82 BIJLAGEN 1.
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING.............................................................................................. 84
2.
EFFECTENBEOORDELING VAN DE ALTERNATIEVEN ............................................................. 164
3.
VERDIEPING VAN AMBITIES BIODIVERSITEIT ...................................................................... 195
4.
ECOLOGISCHE TOETSING ..................................................................................................... 206
1
0. Samenvatting 0.1 Aanleiding en doel
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is elke gemeente in Nederland verplicht een omgevingsvisie op te stellen. Hierin bepaalt de gemeente de langetermijnkoers voor de fysieke leefomgeving op basis van ambities, doelen en actuele opgaven. Maar grote ambities zorgen voor grote veranderingen in de fysieke leefomgeving en kunnen het milieu daardoor beïnvloeden. Om een duidelijk beeld te hebben wat deze mogelijke effecten zijn, zijn gemeentes verplicht om een milieueffectrapportage (mer) te doen. Het milieueffectrapport (MER, het product) brengt in beeld wat de milieueffecten zijn van het plan en van mogelijke alternatieven, en vergelijkt deze met de verwachte autonome ontwikkeling zonder nieuw beleid. Dit helpt bestuurders om weloverwogen keuzes te maken. In het MER wordt integraal aandacht besteed aan ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke thema’s zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid.
0.2 Waalwijk en de omgevingsvisie
De gemeente Waalwijk, gelegen in Noord-Brabant en bestaande uit buitengebied en de kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik, combineert stedelijke en dorpse kenmerken en heeft een rijke geschiedenis in de leer- en schoenenindustrie die nog zichtbaar is in het straatbeeld. De bevolking is divers met toenemende vergrijzing en meer kleinere huishoudens. De ligging tussen steden als Tilburg, ’s-Hertogenbosch en Breda maakt Waalwijk goed bereikbaar. De gemeente is omgeven door natuur, waaronder Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Ook in de gemeente liggen natuurgebieden. De gemeente staat voor grote opgaven zoals klimaatadaptatie, waterbeheer, woningbouw, mobiliteit en energietransitie, mede door de kwetsbaarheid voor wateroverlast en druk op watersystemen. Vergrijzing en eenzaamheid vragen om respectievelijk passende woningen en sociale cohesie, terwijl mobiliteit, energieopwekking en veiligheid vragen om slimme ruimtelijke keuzes. Nationaal en provinciaal beleid legt de nadruk op duurzaamheid, klimaatbestendigheid en natuurherstel, met Waalwijk als belangrijke uitvoerder. In de omgevingsvisie streeft de gemeente naar een toekomstbestendig Waalwijk waarin ecologie, economie en sociale inclusie samenkomen. De omgevingsvisie van de gemeente vertaalt deze doelen in thematische en gebiedsgerichte uitwerkingen.
Er wordt ingezet op een krachtig ecosysteem met ruimte voor water, biodiversiteit en duurzame energie. De woonopgave richt zich op duurzame en levensloopbestendige woningen binnen bestaande kernen, met maatwerk per wijk. Mobiliteit wordt duurzamer met meer ruimte voor fietsen en OV. Economische groei richt zich op circulariteit en verbinding met onderwijs, terwijl centra worden versterkt als sociale en economische knooppunten met aandacht voor leefbaarheid en groen. Historische linten worden behouden en beperkt ontwikkeld. Bedrijventerreinen krijgen een circulair en toekomstgericht karakter met een duidelijke functieverdeling. Sport- en recreatiegebieden worden verbonden en uitgebreid met ruimte voor ontmoeting en beweging. In het agrarisch buitengebied werkt de gemeente met boeren aan een duurzame landbouwtransitie met behoud van landschap en biodiversiteit. Natuurherstel, hogere waterstanden en ecologische verbindingen staan centraal in de natuurgebieden. De visie
2
0.3 De omgevingsvisie en milieueffectrapportage Proces van de Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie voor de gemeente Waalwijk is gefaseerd ontwikkeld. In fase 1 (2024) worden voorbereidende documenten opgesteld, namelijk: • De Atlas van Waalwijk: een inventarisatie en analyse van de huidige situatie. • De Alternatievennotitie: waarin meerdere ontwikkelrichtingen voor de gemeente worden afgewogen. • Het vaststellen van de Koers: waarbij de gemeenteraad een voorkeursrichting kiest op basis van de alternatieven. Deze documenten brengen de kernkwaliteiten en hoofdopgaven van Waalwijk in beeld en helpen om belangen af te wegen en keuzes bewust te maken. In fase 2 (2025) wordt de gekozen koers uitgewerkt in een ontwerp-Omgevingsvisie, gevolgd door een inspraakprocedure. Uiteindelijk leidt dit tot de vaststelling van de definitieve Omgevingsvisie, waarin thematische en gebiedsgerichte beleidslijnen worden beschreven.
MER-plicht
De Omgevingsvisie is plan-MER-plichtig volgens de Omgevingswet (artikel 16.34 en 16.36), omdat: • De visie het kader vormt voor MER-plichtige projecten, zoals stedelijke ontwikkelingen (categorie J11 van het Omgevingsbesluit). • De gemeente in of nabij Natura 2000-gebieden ligt (zoals de Loonse en Drunense Duinen en de Westelijke Langstraat), waardoor een passende beoordeling verplicht is wanneer significante negatieve effecten op deze gebieden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Hierdoor is het noodzakelijk dat de milieueffectrapportage wordt gevolgd waarin de milieueffecten van de visie in kaart worden gebracht via een milieueffectrapport (MER), om te beoordelen of de visie duurzaam en verantwoord is.
Uitgangspunten MER Beoordelingssystematiek Het MER toetst de visie aan de hand van indicatoren binnen verschillende thema’s, zoals te zien is in de onderstaande tabel. Thema
Bodem, water en klimaatadaptatie
Duurzaamheid en klimaatbestendigheid
Natuur, groen en biodiversiteit Energie Wonen Milieu en gezondheidsbescherming
Onderwerp
Bodemkwaliteit Bodemdaling Waterveiligheid Kwaliteit van water Kwantiteit van water Wateroverlast Hitte Droogte Gebruik ondergrond Natura 2000- en NNN-gebieden Gemeentelijke groenstructuren Biodiversiteit en ecologie Energiegebruik Energieopwekking Kwantitatieve woningvoorraad Kwalitatieve woningvoorraad Geluid Geur luchtkwaliteit Lichthinder
3
Landschap, archeologie en cultuurhistorie Gezondheidsbevordering en sociale factoren
Mobiliteit en bereikbaarheid Economie en werkgelegenheid
Tabel S1: Indicatoren in het MER
Externe veiligheid Endotoxinen en zoönose Landschappelijke waarden Cultuurhistorische en archeologische waarden Gezondheidsbevordering Maatschappelijke voorzieningen Sociale cohesie Sociale veiligheid Bereikbaarheid Verkeersveiligheid Vervoerswijze Werkgelegenheid Economische voorzieningen Landbouw Recreatie en toerisme Bedrijvigheid
De beoordeling gebeurt kwalitatief, per thema en indicator, en maakt gebruik van een vijfpuntsschaal. Hierbij wordt steeds gekeken naar de referentiesituatie (de huidige situatie zonder nieuw beleid), die is vastgelegd in de foto van de leefomgeving. De beoordeling gebeurt in samenspraak met experts en in overleg met de gemeente. Proces en stappen MER De MER en omgevingsvisie zijn parallel ontwikkeld. Zie onderstaande figuur
Basisverkenning
Opstellen alternatieven
Foto van de leefomgeving
Alternatieven
Effectenbeoord eling I
Ontwerp omgevingsvisie
•een gedetailleerd overzicht van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van de gemeente Waalwijk, inclusief de fysieke, sociale en economische kenmerken, en vormt de basis voor het opstellen van de Omgevingsvisie.
•Varianten van de omgevingsvisie worden opgesteld om aan de hand van een beoordelingskader algemeen te worden beoordeeld
•Een voorkeursalternatief wordt opgesteld, een passende beoordeling wordt bepaald en het voorkeursalternatief wordt voorlopig beoordeeld
•Het voorkeursalternatief wordt verwerkt tot het ontwerp van de omgevingsvisie en deze wordt beoordeeld op de milieueffecten en de strijdigheden tussen de Effectenbeoord ambities worden in beeld gebracht eling II
Omgevingsvisie
Ter inzage legging en monitoring
•De MER wordt ter inzage geleg bij de commissie MER en een eerste opzet voor latere monitoring wordt gemaakt
Figuur S1: De processen van de omgevingsvisie en het MER naast elkaar Belangrijke stappen in het MER-proces zijn: Foto van de leefomgeving Deze ‘foto’ is een uitgebreide beschrijving van de huidige toestand van de gemeente, gebaseerd op data van onder andere het RIVM, CBS, Klimaateffectatlas en de Atlas Leefomgeving. Per indicator wordt: De
4
huidige situatie beschreven; de autonome ontwikkeling geschetst (wat gebeurt er zonder nieuw beleid?) en een gezamenlijke beoordeling gemaakt van de toestand en trends. Deze foto kan teruggevonden worden in bijlage 1. Effectbeoordeling van alternatieven De verschillende alternatieven uit de koersfase zijn beoordeeld op hun milieueffecten. Hierbij is gekeken naar impact op onder andere natuur, luchtkwaliteit, water, geluid, enzovoort. Het doel was inzicht te krijgen in welke alternatieven de minste negatieve effecten hebben gegeven of juist milieuwinst hebben opgeleverd. Hierdoor is een weloverwogen keuze gemaakt bij het opstellen van het voorkeursalternatief. Effectbeoordeling van de Omgevingsvisie Deze effectenbeoordeling bestaat uit twee delen. Eerst is het voorkeursalternatief, oftewel het conceptontwerp, beoordeeld op milieueffecten. Deze beoordeling is uitgebreider dan die van de andere alternatieven, zodat eventuele aanbevelingen nog kunnen worden verwerkt in het eindontwerp. De beoordeling is gedaan met dezelfde vijfpuntsschaal als bij de alternatieven. Wanneer het ontwerp van de omgevingsvisie is opgesteld, is deze ook beoordeeld. Daarbij zijn synergiën en strijdigheden tussen ambities en het doelbereik in kaart gebracht, wat kan leiden tot een nieuwe versie van de visie of ander nieuw beleid.
0.4 De alternatieven De opzet van de alternatieven
Op basis van analyse en gesprekken met betrokkenen zijn vier alternatieven, de ontwikkelrichtingen, opgesteld. De vier ontwikkelrichtingen zijn: • 1A: Geplande groei met bestaand beleid • 1B: Geplande groei met vernieuwend beleid • 2A: Schaalsprong met bestaand beleid • 2B: Schaalsprong met vernieuwend beleid Deze alternatieven zijn uitgewerkt aan de hand van vier thema’s: 1. Economie: Variërend van uitbreiding van de logistiek tot transitie naar een circulaire, kennisintensieve economie. 2. Klimaat en duurzaamheid: Van basismaatregelen tot natuurinclusief en energiezuinig bouwen, met actieve rol voor inwoners. 3. Samenleving: Van behoud van voorzieningen tot integrale zorg en inclusieve, leefbare wijken. 4. Wonen en mobiliteit: Van autogerichte groei aan de randen tot verdichte, duurzame woonvormen nabij OV-knooppunten.
De beoordeling
In de onderstaande tabel is de beoordeling weergeven.
Bodem, water en klimaatadaptatie Impact op bodemkwaliteit Impact op bodemdaling Impact op waterveiligheid Impact op oppervlaktewater Impact op grondwater
Huidige situatie
Huidige autonome ontwikkelingen
Ontwikkelrichting 1A
Ontwikkelrichting 1B
Ontwikkelrichting 2A
Ontwikkelrichting 2B
0 0 -
+ + +
+ + +
+ ++ + 0
0 0
+ ++ + 0
-
-
-
++
+
++
5
Mate van wateroverlast Mate van optreden van het hitte-eilandeffect Mate van droogtestress Impact op gebruik van de ondergrond Natuur, groen en biodiversiteit Impact op Natura 2000gebieden Impact op NNN-gebieden Impact op gemeentelijke groenstructuren Impact op wettelijke beschermde soorten Energie Potentie voor energiebesparing Potentie voor energieopwekking Impact op potentiële opweklocaties: zon Impact op potentiële opweklocaties: wind Wonen Voorzien in eigen woningbehoefte Diversiteit in type woningen Milieu en gezondheidsbescherming Impact op luchtkwaliteit Impact op geluidhinder Impact op geurhinder Impact op lichthinder Impact op endotoxinen en zoönosen Impact op externe veiligheid Landschap, archeologie en cultuurhistorie Aantasting van landschappelijke waarden Aantasting van archeologische en cultuurhistorische waarden Sociaal domein Impact op maatschappelijke voorzieningen Mate van gezondheidsbevordering en cohesie
0 -
0
0
++ ++
--
++ +
+ 0
+ 0
+ 0
+
-
+
0
+
+
++
-
0
0 0
+ +
+ +
++ ++
-
++ ++
0
+
+
++
-
+
-
+
+
+
0
+
-
0
0
+
--
0
0
0
0
0
+
0
0
0
0
0
-
-
-
+
+
+
0
+
-
+
+
+
0
+
0 0
+ + 0
+ + 0
++ ++ + +
-0 -
+ + + -+
-
0
0
-
0
-
+
+
+
+
-
+
+
-
-
+
0
+
+
-
-
++
0
++
-
+
+
++
+
++
6
Impact op de sociale 0 veiligheid Mobiliteit en bereikbaarheid Bereikbaarheid van + wegverkeer Bereikbaarheid van openbaar vervoer Bereikbaarheid van fietsers en voetgangers Verkeersveiligheid 0 Mate verduurzaming van mobiliteit Impact op de modal shift Economie en werkgelegenheid Aandeel werkgelegenheid + Impact op bedrijvigheid + Aandeel typologie 0 voorzieningen Aandeel landbouwareaal 0 Aandeel recreatie en + toerisme Tabel S2: Beoordeling van de alternatieven
-
-
+
0
+
+
+
+
-
0
+
+
++
0
++
+
+
+
0
+
+
+
0 ++
0 -
0 +
+
+
+
0
++
0 +
0 +
+ ++ 0
+ ++
+ ++ ++
0 +
0 +
++ +
0
++ ++
De huidige leefomgeving van gemeente Waalwijk kenmerkt zich door een gematigde milieubelasting, beperkte woningbouw, bescheiden groene structuren en een infrastructureel netwerk dat vooral gericht is op autoverkeer. In de huidige situatie zijn er enkele knelpunten zichtbaar op het gebied van waterkwaliteit, droogtestress en hittestress. Ook de luchtkwaliteit en geluidsbelasting staan onder druk, mede door mobiliteit en bedrijvigheid. De autonome ontwikkelingen (dus basis van het bestaande harde beleid en zonder deze ontwerpomgevingsvisie) zorgen voor lichte verbeteringen op enkele vlakken zoals energiebesparing, biodiversiteit en bereikbaarheid, maar lossen structurele problemen op het gebied van klimaatadaptatie en sociale voorzieningen onvoldoende op. Bij het vergelijken van de verschillende ontwikkelrichtingen komt vooral richting 1B als het meest positief naar voren. Deze variant draagt sterk bij aan klimaatadaptatie met verbeteringen in waterveiligheid, grondwaterbeheer en het beperken van hittestress en wateroverlast. Ook scoort deze richting goed op natuurwaarden, met positieve effecten op Natura 2000-gebieden, NNN-structuren en gemeentelijk groen. Richting 1B voorziet in de lokale woningbehoefte en draagt bij aan woondiversiteit, terwijl tegelijkertijd luchtkwaliteit, geluidshinder en gezondheidsbevordering verbeteren.
Daarnaast wordt de bereikbaarheid voor alle modaliteiten (auto, fiets, OV) versterkt en zijn er positieve effecten op werkgelegenheid, recreatie en bedrijvigheid. Ook ontwikkelrichting 2B laat vergelijkbare positieve resultaten zien, vooral op het gebied van klimaatadaptatie, natuur, mobiliteit en sociaal domein. Richtingen 1A en 2A scoren over het algemeen minder goed. Zo laat 2A negatieve effecten zien op luchtkwaliteit, natuurwaarden en bereikbaarheid, terwijl ook de bijdrage aan woningbouw en werkgelegenheid beperkt blijft. Omdat ontwikkelrichting 1B het beste uit de effectenbeoordeling is gekomen, heeft de gemeente Waalwijk besloten om deze uit te werken tot een ontwerp omgevingsvisie. Voor bepaalde aspecten heeft de gemeente gekozen om de uitwerking van ontwikkelrichting 2B erin te verwerken.
7
0.5 Effectenbeoordeling ontwerp omgevingsvisie Criterium
Huidige situatie
Bodemkwaliteit 0 Bodemdaling 0 Waterveiligheid Kwaliteit van water Kwantiteit van water Wateroverlast 0 Gebruik ondergrond 0 Natura 2000- en NNN0 gebieden Gemeentelijke 0 groenstructuren Biodiversiteit en ecologie 0 Energiegebruik Energieopwekking Hitte Droogte + Gezondheidsbevordering Sociale cohesie Sociale veiligheid 0 Geluid Geur 0 Luchtkwaliteit Lichthinder Omgevingsveiligheid Endotoxinen en zoönose 0 Woningvoorraad Bereikbaarheid Verkeersveiligheid 0 Vervoerswijze Maatschappelijke + voorzieningen Economische 0 voorzieningen Werkgelegenheid + Bedrijvigheid 0 Landbouw 0 Landschappelijke waarden + Cultuurhistorische en + archeologische waarden Recreatie en toerisme + Tabel S3: Effectenbeoordeling ontwerp
Autonome ontwikkeling + + + 0 +
Omgevingsvisie
+
+
+ + 0 0 + + 0 + + 0 0 0 + + + -
0 + + 0 + + + + 0 0 0 ++ + + + +
+
+
0 0 + -
+ + + 0 +
+
+
+ 0 + + + + -+
De meest opvallende onderwerpen zijn de volgende: Water en bodem als basis De waterhuishouding wordt uitgebreid aangepakt. Dit is indirect ook de manier hoe bodemproblemen worden aangepakt, waardoor bepaalde effecten onzeker zijn. Zo is de huidige situatie qua bodemdaling niet duidelijk. Er is wel een verwachting voor de aankomende 25 jaar, waaruit blijkt dat de bodemdaling
8
vooral in het buitengebied zal plaatsvinden. Er worden geen specifieke maatregelen genomen, maar er wordt binnenstedelijk gebouwd. De bodemdaling zal dus geen invloed hebben op bebouwing. Verder zal er sprake zijn van natuur-inclusieve landbouw waardoor het risico op inklinking wordt verlaagd. Ook het gebruik van de ondergrond is onbekend. Er zal veel gegraven worden maar hoeveel er in de grond zal liggen en wat voor risico’s dit met zich meebrengt, is onbekend. Samen zijn we gezond Door de groeiende bevolking en economie wordt de gezondheid van de bevolking sterk beïnvloed. Er ontstaat meer geluid, meer geur en meer vervuiling. De omgevingsvisie noemt deze onderwerpen, maar geeft een beperkte hoeveelheid maatregelen om dit aan te pakken. Zeker omdat de huidige situatie al niet goed is, moet goed onderzocht worden hoe dit verder aangepakt kan worden en hoe haalbaar de doelen zijn die zijn gesteld. Passend woonaanbod voor vitale kernen Op dit moment is er een onvoldoende aanbod in passende woningen Dit onderwerp is sterk uitgewerkt in de omgevingsvisie. Er is goed nagedacht over zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningvoorraad. Duurzaam en klimaatrobuust In de omgevingsvisie staan ambitieuze doelen voor energieopwekking en energieverbruik. De manier hoe deze doelen bereikt worden, is duidelijk.
Droogte wordt ook duidelijk aangepakt met maatregelen gericht op de waterhuishouding. Hitte wordt genoemd, maar het is bekend dat meer bebouwing hittestress sterk verhoogt. Het is niet zeker of de beschreven maatregelen genoeg effect zullen hebben om dit probleem te mitigeren.
0.6 Synergiën en strijdigheden
Uit de Omgevingsvisie gemeente Waalwijk kunnen verschillende, deels samenhangende conclusies worden getrokken. De visie laat zien dat de gemeente sterk inzet op duurzaamheid in de ruimtelijke ontwikkeling, met aandacht voor de overgang naar een circulaire economie, landbouw die rekening houdt met de natuur, en het centraal stellen van water en bodem bij beslissingen. Deze brede aanpak biedt kansen voor synergieën: verschillende doelen kunnen elkaar versterken. Als plannen goed op elkaar worden afgestemd, zorgen ze samen voor een beter milieu, meer natuur en een klimaatbestendige omgeving. Tegelijkertijd zijn er ook strijdigheden: spanningen tussen doelen die elkaar juist in de weg kunnen zitten. Zo kunnen milieudoelen botsen met andere wensen in de samenleving, zoals het bouwen van huizen, economische groei en recreatie. Verdichting van steden kan bijvoorbeeld goed zijn voor de leefbaarheid en bereikbaarheid, maar ook zorgen voor meer druk op het milieu en een minder prettige leefomgeving. Daarom is het belangrijk om zorgvuldig met de ruimte om te gaan. Herontwikkeling binnen bestaande bebouwing en het terugdringen van ruimte voor de auto, bijvoorbeeld door duurzame mobiliteit te stimuleren, zijn daarbij belangrijk. Ook het behouden van cultureel erfgoed en het toevoegen van groen in de stad dragen bij aan een gevoel van identiteit, betrokkenheid en een prettige leefomgeving.
0.7 Doelbereik
Waalwijk heeft, zoals gezegd, een duidelijke en ambitieuze koers ingezet richting een duurzame, klimaatbestendige en sociaal sterke gemeente. Daarbij is niet alleen van belang wat de gemeente wil bereiken, maar ook of en hoe deze doelen worden gehaald, het zogenoemde doelbereik. Dat vraagt om duidelijke, meetbare en uitvoerbare stappen in de praktijk. De uitgangspunten van de visie zijn sterk: water en bodem als sturend principe, een klimaatbestendige inrichting, ruimte voor natuur en biodiversiteit, een inclusieve mobiliteitstransitie en versterking van
9
erfgoed en economische veerkracht. De doelen sluiten goed aan bij landelijke en provinciale ambities en lijken haalbaar. Toch blijft de vertaling van visie naar uitvoering op punten te vaag of onvolledig. Vooral bij water en bodem zijn de uitgangspunten helder, maar ontbreken concrete doelen en duidelijke richtlijnen. Zonder sturing en opvolging kunnen deze thema’s in de praktijk naar de achtergrond verdwijnen, zeker onder druk van woningbouw. Ook bij klimaatadaptatie en vergroening wordt het doelbereik beperkt zolang ruimtelijke keuzes uitblijven en belangen botsen. De keuze voor binnenstedelijke verdichting helpt de open ruimte te beschermen, maar de beschikbare ruimte is schaars. Verdichting kan leiden tot knelpunten in leefbaarheid, infrastructuur en sociale samenhang, zeker bij hoge bouwdichtheid of verlies van groen. Bouwen buiten bestaande kernen blijft een optie, maar vraagt zorgvuldige afweging om het buitengebied te beschermen. Het mobiliteitsbeleid richt zich op betere bereikbaarheid en het stimuleren van wandelen en fietsen. Maatregelen als veilige routes en een voetgangersvriendelijk centrum zijn positief. Tegelijk blijft het openbaar vervoer, vooral richting Waspik en Sprang-Capelle, een zwakke schakel. Zonder volwaardig openbaar vervoer blijft de auto dominant.
De visie op een gezonde leefomgeving is sterk, maar knelpunten in zorg, vergrijzing en leefstijlproblemen vragen om gerichte samenwerking en een samenhangende aanpak. Multifunctionele voorzieningen voor cultuur, sport en onderwijs kunnen bijdragen aan vitale wijken, maar vragen ook om goed ontwerp, beheer en betrokkenheid van bewoners. Op het gebied van economie en erfgoed kiest Waalwijk voor innovatie, circulaire bedrijvigheid en versterking van de historische identiteit. Koppeling met onderwijs, ruimte voor kennisintensieve sectoren en herbestemming van erfgoed zijn sterke punten. Tegelijk vraagt dit om lef, duidelijke keuzes en langdurige samenwerking. Culturele en toeristische projecten zijn waardevol, maar kwetsbaar bij botsende belangen zoals natuurbehoud en recreatiedruk. In het onderstaande figuur is vormgegeven in hoeverre de doelen worden verwacht behaald te worden. Binnen die verwachting is er ook sprake van een onzekerheidsfactor. Daarom zijn er twee lijnen in het figuur te zien: het minimale doelbereik en het maximale doelbereik. Het doelbereik is weergeven op een procentuele schaal verdeeld in 10 punten. Hoe verder van het middelpunt, hoe groter de kans dat het doel behaald zal worden.
Figuur S2: Visuele weergave van het doelbereik
10
0.8 Passende beoordeling
Bij de uitvoering van omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk zijn enkele aandachtspunten relevant met betrekking tot Natura 2000-gebieden, zoals stikstofdepositie, verblijfplaatsen van doelsoorten en mogelijke verstoring. Vooralsnog worden geen onoverkomelijke of significant negatieve effecten verwacht, mits zorgvuldig wordt gehandeld. Stikstofdepositie is het meest kritieke aandachtspunt, vooral bij ontwikkelingen dicht bij kwetsbare natuur, zoals het Natura 2000-gebied Westelijke Langstraat die binnen de gemeente Waalwijk valt. Toch wordt op gemeentelijk niveau een netto afname verwacht door maatregelen als natuurinclusieve landbouw, verduurzaming van mobiliteit en gebouwen, en het ontmoedigen van autogebruik. Bij woningbouw nabij gebieden als de Langstraat kan via intern salderen zelfs stikstofwinst worden geboekt. Alleen bij structurele toename van stikstof bij natuurgrenzen, zoals de Biesbosch, kunnen knelpunten ontstaan. Voor verder weg gelegen gebieden (>10 km) is het risico kleiner, al moet dit wel juridisch worden onderbouwd via de AERIUS Calculator. Duidelijkheid over salderingsregels maakt vergunningverlening beter mogelijk. Ook buiten de natuurgrenzen is aandacht nodig voor soorten als de meervleermuis, die ver buiten Natura 2000 verblijft. Renovaties kunnen verblijfplaatsen aantasten; natuurinclusief bouwen biedt kansen voor herstel en versterking.
Voor ganzen die landbouwgronden gebruiken als foerageergebied, is het effect van woningbouw gering, gezien de kleine schaal en alternatieve gebieden. Verstoring door licht, geluid of trillingen is vooral relevant tot 1,5 km afstand. Dit geldt met name voor de Westelijke Langstraat en de Loonse en Drunense Duinen. Mogelijke bronnen zijn bouwactiviteiten, recreatie en infrastructuur, zoals de BRT-lijn. Met tijdige afstemming en mitigerende maatregelen zijn deze effecten goed beheersbaar.
0.9 Aanbevelingen
De gemeente Waalwijk heeft grote ambities op het gebied van klimaat, gezondheid, wonen en economie, maar veel van deze plannen zijn nog te algemeen en niet goed meetbaar. Er ontbreken duidelijke doelen, bijvoorbeeld op het gebied van groen, biodiversiteit en klimaatmaatregelen. Zonder zulke heldere doelen is het lastig om te weten of de plannen goed werken. Een voorbeeld van een duidelijk doel zou zijn: 10% meer gemeentelijk groen of 5% meer biodiversiteit in 2030. Ook zijn er belangrijke onderwerpen die te weinig aandacht krijgen. Denk aan bescherming tegen geluid, geur, luchtvervuiling en hitte. Dat zijn juist zaken die nu al problemen geven. Er is extra beleid nodig om de gezondheid van inwoners beter te beschermen. Daarnaast is er nog geen goed plan voor hoe de ondergrond gebruikt wordt, terwijl er steeds meer gebouwd en gegraven wordt. Dat kan risico’s geven als dit niet goed geregeld is. De gemeente doet al goede dingen voor gezondheid, zoals het programma voor jongeren met gezonde voeding en beweging. Maar ook voor ouderen en zorgmedewerkers moet meer gebeuren. Er zijn nieuwe woonvormen nodig voor ouderen, en huisartsen en zorgprofessionals hebben extra ondersteuning nodig vanwege de toenemende zorgvraag. Op het gebied van woningbouw wil Waalwijk vooral bouwen binnen de stad, op bestaande bebouwing. Maar dat lukt misschien niet altijd.
Als er toch gebouwd wordt buiten de stad, moet beter gekeken worden naar de gevolgen voor natuur en klimaat. Ook moet duidelijk worden wat precies een “zwaarwegend maatschappelijk belang” is, zodat dat geen vrijbrief wordt om overal te mogen bouwen. In het mobiliteitsbeleid krijgen de dorpen zoals Waspik en Sprang-Capelle te weinig aandacht. Daar blijft de auto voor veel mensen de enige optie. Ook in Waalwijk zelf wordt de auto niet genoeg teruggedrongen. Dat zorgt voor geluidsoverlast en vervuiling, vooral bij groei van de bevolking. De
11
gemeente moet het STOMP-principe (eerst lopen, dan fietsen, dan OV en pas als laatste de auto) beter toepassen. Waalwijk wil ook minder afhankelijk zijn van de logistieke sector en meer inzetten op kennis en duurzaamheid. Dat vraagt om aanpassing van bedrijventerreinen en slimme keuzes, want logistiek blijft belangrijk. Alleen vervangen door andere vervuilende industrieën lost weinig op. Het plan om recreatie in de natuur te stimuleren is goed voor gezondheid en economie, maar kan ook nadelen hebben. Als er te veel mensen komen, kan de natuur schade oplopen. Er moeten daarom duidelijke grenzen komen waar toerisme wel en niet mag, en er moet toezicht zijn op hoe bezoekers zich gedragen. Een probleem blijft de stikstofuitstoot. Bij specifieke plannen, zoals bouwen of recreatie bij natuurgebieden, moeten er vergunningen aangevraagd worden naar aanleiding van de mogelijke vervuiling. Hiervoor is het beleid nog niet bekend voor. Zodra de regels voor interne en externe saldering duidelijk zijn vanuit landelijk beleid, kunnen vergunningen op verschillende manieren toch worden verleend. Deze aanbevelingen kunnen worden verwerkt in de op de omgevingsvisie volgende omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en de 2.0-versie van de omgevingsvisie.
0.10 Leemten in kennis, evaluatie en monitoring
Bij het opstellen van het plan-MER zijn verschillende informatiebronnen gebruikt, maar voor sommige milieuthema’s, zoals bodemkwaliteit, bodemdaling, ondergrondgebruik, geluid, geur, hitte en luchtvervuiling, ontbreekt nog voldoende informatie. Hierdoor kunnen de effecten van plannen nu nog niet goed worden beoordeeld. Verdere uitwerking is nodig in volgende stappen. De gemeente wil de voortgang van de omgevingsvisie goed volgen via jaarlijkse evaluatie en monitoring met meetbare gegevens. Zo kan tijdig worden bijgestuurd. De visie wordt gezien als een levend document dat zich stap voor stap ontwikkelt naar een volledig en samenhangend beleidskader (Omgevingsvisie 2.0). Nieuwe inzichten en programma’s worden hierin steeds verwerkt, zodat de visie actueel blijft en goed aansluit op de praktijk. De indicatoren uit dit MER kunnen helpen om te monitoren of de gemeente de doelen uit de omgevingsvisie haalt.
12
1. De milieueffectrapportage (mer) 1.1 Aanleiding en doel
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) is elke gemeente in Nederland verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Bij het maken van een omgevingsvisie bepaalt de gemeente op basis van doelen en ambities een koers voor de fysieke leefomgeving voor de hele gemeente. Dat kan een nieuwe koers zijn of de huidige koers handhaven, dit is afhankelijk van de blik op de horizon en de samenhang met andere beleidsdoelen. Omdat er sprake is van een grote woningbouwopgaven en er een passende beoordeling uitgevoerd zal worden, is de gemeente Waalwijk verplicht een milieueffectrapportage (mer; proces) te volgen. Een milieueffectrapport (MER; product) beschrijft de verwachte effecten op het milieu op bestaande plannen. Er worden ook alternatieve oplossingen beschreven om verschillende effecten te illustreren. Een milieueffectrapport beschrijft ook de verwachte effecten op het milieu en beschrijft een autonome ontwikkeling van de huidige staat van de leefomgeving. Er worden ook alternatieve oplossingen beschreven om verschillende effecten te illustreren. Zo kan het rapport door de overheid worden gebruikt bij het nemen van beslissingen over een plan of project. Dit document biedt een integrale analyse van de ruimtelijke en milieukundige aspecten van de gemeente, waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de thema's veiligheid, gezondheid en duurzaamheid.
1.2 Leeswijzer
Het MER bestaat uit de volgende onderdelen en hoofdstukken: • Hoofdstuk 2 geeft een introductie in de gemeente Waalwijk en een samenvatting van de omgevingsvisie • Hoofdstuk 3 gaat in op het proces en de opzet van de omgevingsvisie en het MER. • Hoofdstuk 4 is een uitleg van de alternatieven en de conclusies van de effectenbeoordeling van de alternatieven • Hoofdstuk 5 is de effectenbeoordeling van het ontwerp • Hoofdstuk 6 zijn de synergiën en strijdigheden • Hoofdstuk 7 is het doelbereik van het ontwerp • Hoofdstuk 8 is de passende beoordeling • Hoofdstuk 9 is de conclusies en aanbevelingen Daarnaast zijn er verschillende bijlagen voor meer gedetailleerde informatie. Deze zijn: 1. De foto van de leefomgeving. Een beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen 2. De volledige effectenbeoordeling van de alternatieven. Hierop is hoofdstuk 4 gebaseerd 3. Een verdieping in het onderwerp biodiversiteit binnen de omgevingsvisie 4. Een ecologische toetsing van het ontwerp. Onderdeel hiervan is de passende beoordeling waarvan een korte versie in hoofdstuk 6 wordt gegeven
13
2. De omgevingsvisie 2.1 De gemeente Waalwijk in het kort
De gemeente Waalwijk ligt centraal in Noord-Brabant en bestaat uit de kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik. Met ruim 50.000 inwoners is het een middelgrote gemeente met zowel stedelijke als dorpse kenmerken. Waalwijk kent een lange geschiedenis, onder andere als centrum van de leer- en schoenenindustrie. Deze industriële achtergrond is nog steeds zichtbaar in het straatbeeld en het cultureel erfgoed.
Figuur 1: Kaart van de gemeente Waalwijk Qua bevolkingssamenstelling is de gemeente Waalwijk divers. De gemeente kent een toenemende vergrijzing, maar ook een groei van kleinere huishoudens, zoals alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens. De spreiding van voorzieningen, woningen en voorzieningen verschilt per kern, wat zorgt voor uiteenlopende woon- en leefomgevingen binnen de gemeente.
14
De ligging van Waalwijk tussen grotere steden als Tilburg, ’s-Hertogenbosch en Breda maakt het een goed bereikbare gemeente. Daarnaast ligt er direct buiten de bebouwde kom veel open en groene ruimte, waaronder het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Deze combinatie van ligging, schaal en variatie maakt Waalwijk een herkenbare en veelzijdige gemeente binnen de regio.
Figuur 2: Waalwijk in de regio
2.2 De opgaven in de gemeente Waalwijk
Voordat een omgevingsvisie opgesteld kan worden, moet er wel duidelijk zijn wat de ambities en de opgaven zijn voor de toekomst van Waalwijk. De gemeente Waalwijk staat voor diverse grote opgaven die nauw verbonden zijn met de toekomst van de gemeente, zoals klimaatadaptatie, waterbeheer, vergrijzing, woningbouw, mobiliteit en economische groei. Door de ligging aan de Bergsche Maas is de gemeente extra kwetsbaar voor wateroverlast. Verharding, beperkte biodiversiteit en eenzijdig groen versterken deze kwetsbaarheid. Het landelijke beleid “Water en Bodem sturend” legt de nadruk op een natuurinclusieve aanpak met minder verharding, meer waterberging en groene gebieden met hoge biodiversiteit. Tegelijkertijd staan bodemen watersystemen onder druk door bodemdaling, watertekorten en afnemende waterkwaliteit. De beschikbaarheid van water, vooral in het buitengebied, vormt een groeiende uitdaging. Op sociaal en economisch vlak vraagt de vergrijzing, met een toenemend aantal eenpersoonshuishoudens, om levensloopbestendige woningen en toegankelijke openbare ruimte. Tegelijkertijd staan sociale cohesie en veiligheid onder druk door eenzaamheid, hittestress, verkeersveiligheid en geluids- en lichthinder. De vraag naar mobiliteit groeit, met knelpunten op de A59 en N261, en de energietransitie vereist ruimte voor grootschalige opwekking en oplossingen voor netcongestie.
De uitdaging is om deze ruimtelijke eisen af te stemmen met andere belangen zoals natuur, wonen en waterveiligheid. Nationaal en provinciaal beleid, zoals het Deltaprogramma en de Regionale Energiestrategie (RES), benadrukt klimaatbestendigheid, energieneutraliteit en natuurherstel. De provincie Noord-Brabant stelt eisen voor stikstofreductie en bescherming van Natura 2000-gebieden, zoals de Westelijke Langstraat. De gemeente Waalwijk speelt een sleutelrol in de uitvoering van deze opgaven, waarbij fysieke ruimte en samenwerking essentieel zijn voor het behalen van nationale doelen.
15
De omgevingsvisie van gemeente Waalwijk moet al deze opgaven in samenhang adresseren. De groeiende vraag naar woningen, de transitie naar een duurzame economie en maatschappelijke vraagstukken zoals eenzaamheid en zorg, vragen om een nieuwe benadering van de ruimtelijke inrichting. Klimaatverandering en de afname van biodiversiteit vragen bovendien om een herziening van hoe de gemeente Waalwijk zich ecologisch en ruimtelijk ontwikkelt. De omgevingsvisie biedt de kans om een toekomstbestendig Waalwijk te creëren, waar ecologie, economie en sociale inclusie elkaar versterken.
2.3 Samenvatting van de omgevingsvisie 2.3.1 Inleiding De gemeente Waalwijk heeft de genoemde opgaven uitgewerkt in de omgevingsvisie. Deze is eerst op een thematische manier uitgewerkt. Daarna zijn de ambities die voortkwamen uit de thematische uitwerking op een praktische wijze uitgewerkt in de gebiedsgerichte uitwerking. Deze ambities zijn te zien in het onderstaande figuur.
Figuur 3: De strategische kernambities, drie hoofdambities
2.3.2 Thematische uitwerking Een gelaagd landschap met een krachtig ecosysteem De gemeente Waalwijk zet het natuurlijke systeem van water en bodem centraal bij ruimtelijke keuzes. Door betere infiltratie, vervanging van verouderde riolen en vergroening door bewoners wordt de gemeente voorbereid op extreme weersomstandigheden. Biodiversiteit krijgt meer ruimte met ecologische verbindingen en groene wijken, terwijl beschermde natuurgebieden worden versterkt. De ambitie is om in 2050 klimaatneutraal te zijn, met maatregelen als energiebesparing, duurzame opwekking, versterking van het stroomnet en ondersteuning van duurzame landbouw.
16
Samen leven, samen bewegen De gemeente speelt in op de groei van één- en tweepersoonshuishoudens met meer passende, betaalbare en duurzame woningen binnen de bestaande dorpen en stad. Gezondheid en sociaal contact worden bevorderd met veilige wijken, buurtvoorzieningen, groene buitenruimtes en toegankelijke zorg. Mobiliteit krijgt een duurzame impuls met prioriteit voor wandelen, fietsen en openbaar vervoer, waaronder nieuwe snelle OV-verbindingen en mobiliteitshubs. Welvaart en welzijn samen verbreden De gemeente Waalwijk investeert in een brede spreiding van voorzieningen in alle kernen, met multifunctionele ontmoetingsplekken en sterke centra als sociale huiskamers. De economie richt zich op circulariteit, duurzaamheid en verbinding met onderwijs en jongeren. Erfgoed en cultuur worden behouden en versterkt, recreatie wordt ontwikkeld met aandacht voor natuur en identiteit van de gemeente.
2.3.3 Gebiedsgerichte uitwerking Woongebieden De gemeente Waalwijk wil de woningvoorraad beter laten aansluiten op de bevolkingssamenstelling. De focus ligt op kwaliteit, levensloopbestendigheid en duurzaamheid. Per wijk wordt maatwerk geleverd, met aandacht voor vergroening, waterberging en ruimte voor ontmoeting en beweging. In Waalwijkcentrum wordt verdicht zonder in te leveren op leefbaarheid; in Sprang-Capelle en Waspik blijft het dorpse karakter behouden, aangevuld met passende woonvormen voor jongeren en senioren. Om jongeren en gezinnen te behouden, worden aantrekkelijke woonomgevingen gecreëerd in de woonwijken met nabijheid van sport en spel. Duurzaamheid staat centraal met circulair bouwen en stimulering van vergroening in bestaande wijken. Centrumgebieden Het centrum van Waalwijk is het economische, culturele en sociale hart van de gemeente en directe omgeving. We investeren in hoogwaardige openbare ruimten en een herkenbare entree, waarmee het centrum als groene huiskamer uitnodigend en toekomstbestendig wordt. Met groene wandelroutes worden de karaktervolle binnengebieden zoals het Wandelpark, De Els en het Unnaplein, in de toekomst met elkaar verbonden. Met stedelijke verdichting – inclusief betaalbare woningen voor jongeren, starters en senioren én luxere appartementen – versterken we de levendigheid.
In Sprang-Capelle en Waspik zetten we in op het vergroten van de leefbaarheid door verdichting in de centra en de verblijfskwaliteit te versterken. Meer groen, water en ontmoetingsplekken dragen bij aan aantrekkelijke dorpsharten waar wonen, werken, winkelen en recreëren samenkomen. Leegstand wordt benut voor woningen of maatschappelijke functies. Alle centra zetten in op langzaam verkeer, met veilige fiets- en wandelroutes en meer ruimte voor fietsen. Waalwijk verschuift de focus van autoverkeer naar langzaam verkeer en verbetert de bereikbaarheid via openbaar vervoer. Linten De lintstructuren in de gemeente zijn belangrijk vanuit historisch en landschappelijk perspectief. We zetten in op het behoud en herstel van deze (cultuur-)historische structuren, in combinatie met het behouden en versterken van het groene karakter van de linten. Nieuwe ontwikkelingen moeten deze waarden versterken. Woningbouw staan we beperkt toe, zoals met splitsing of herbestemming. Kenmerkend voor de linten is de mix van wonen en bedrijvigheid. Wonen en lichte bedrijvigheid blijven gemengd mogelijk, maar grotere bedrijven worden gestimuleerd te verplaatsen. Langs de N261 ontwikkelt Waalwijk een leisure-zone als zichtbaar en hoogwaardig visitekaartje van de gemeente, waarbij ruimtelijke kwaliteit en groenbehoud centraal staan.
Bedrijventerreinen We zetten in op brede circulaire bedrijventerreinen die duurzaam bijdragen aan Brede Welvaart. We stimuleren hergebruik van grondstoffen, samenwerking in energieoplossingen en circulaire productie. De gemeente maakt per bedrijventerrein een afweging in functie, locatie en ruimtelijke samenhang.
17
Voor grootschalige logistiek is alleen bedrijventerrein Haven geschikt. Maasoever-Scharlo is bestemd voor havengebonden bedrijvigheid. Zanddonk wordt ontwikkeld tot een gemengd stedelijk gebied met functies als leisure, maatschappelijke voorzieningen en perifere detailhandel. Op andere bedrijventerreinen zien we kansen voor woonfuncties en vergroening. De bedrijventerreinen met zichtlocaties langs A59 en N261 krijgen hoge ruimtelijke en architectonische kwaliteit. Bereikbaarheid wordt versterkt via betere infrastructuur, een mobiliteitshub en veilige fietsroutes. Sport- en recreatiegebieden Het Halvezolenpad wordt ontwikkeld tot een langgerekt stadspark dat de kernen van de gemeente Waalwijk verbindt en een centrale drager is voor sport-, speel- en ontmoetingsplekken. Sportparken De Gaard en Olympia krijgen een multifunctioneel karakter, en ook Waspik sluit hierbij aan met een nieuwe sporthal en beachvolleybalvelden bij het Halvezolenpad. Natuur en recreatie worden gecombineerd in het Hoefsvengebied. De gemeente wil de unieke ligging aan het water beter benutten voor recreatie. De Overdiepse Polder wordt recreatief versterkt en de jachthaven bij Capelle uitgebreid. Een fijnmazig fietsen wandelroutenetwerk verbindt deze gebieden en versterkt de recreatieve kwaliteit. Agrarische buitengebied Het buitengebied staat voor grote opgaven rond natuur, stikstof, water en landbouw.
Beleidsontwikkelingen op Rijks- en provinciaal niveau, zoals de Aanpak Landelijk Gebied (ALG), de Brabantse stikstofaanpak (BOS) en de Kaderrichtlijn Water, zullen de koers mede bepalen. De gemeente Waalwijk werkt actief samen met agrariërs aan een duurzame landbouwtransitie. We streven naar vormen van landbouw die passen bij de draagkracht van de bodem en bij de omgeving. Natuurinclusieve landbouw en bufferzones rondom natuurgebieden versterken landschap en biodiversiteit. Kleinschalige recreatie biedt nieuwe verdienmodellen en verhoogt de landschapsbeleving. Het groene karakter van het buitengebied is waardevol en moet behouden blijven. Nieuwbouw blijft beperkt en nieuwvestiging van veehouderijen is onwenselijk om verdere verstening tegen te gaan. Natuurgebieden De gemeente werkt met partners aan natuurherstel, met hogere waterstanden in de Westelijke Langstraat en vernatting van de Loonse en Drunense Duinen. Samen met de provincie werken we aan een robuust groenblauw netwerk wat natuurgebieden met elkaar verbindt. In De Vest en De Zandput staat natuurbehoud centraal, met focus op biodiversiteit en ecologische verbindingen.
18
3. Omgevingsvisie en milieueffectrapportage 3.1 Proces van de omgevingsvisie
De omgevingsvisie is gefaseerd opgesteld: eerst een Koers in 2024 (fase 1) en daarna de daadwerkelijke omgevingsvisie in 2025 (fase 2). Dat resulteert in de volgende producten in Fase 1: • De Atlas van Waalwijk (inventarisatie & analyse); • Het opstellen van een Alternatievennotitie (afwegen) en • Het vaststellen van de Koers (kiezen). Uit de Atlas volgen de kernkwaliteiten en hoofdopgaven. Uit de Alternatievennotitie volgen verschillende alternatieven (ontwikkelingsrichtingen) voor de hoofdopgaven. Door het werken met alternatieven komt het totale speelveld van belangen in beeld. Zo geven we een stem aan die verschillende belangen. Hierdoor kan de raad een bewuste keuze maken voor een koers als voorkeursalternatief. Fase 2 bestaat uit het uitwerken van de gekozen koers in thematische en gebiedsgerichte hoofdlijnen van beleid. Eerst in een ontwerp-omgevingsvisie en na de wettelijke inspraak in een definitieve omgevingsvisie.
Figuur 4: Het proces van de omgevingsvisie
3.2 Milieueffectrapportage bij de omgevingsvisie
De wettelijke grondslag voor de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Ow. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen milieueffectrapportage voor plannen en programma’s (planmer) en voor projecten (project-mer). Een omgevingsvisie is aangemerkt als ‘plan of programma’, en daardoor mogelijk plan-mer-plichtig (Ow artikel 16.34). Dat is het geval als de omgevingsvisie het kader vormt voor mer-(beoordelings-)plichtige projecten, die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Ook geldt een mer-plicht als ontwikkelingen opgenomen in de omgevingsvisie mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt (Ow artikel 16.36). In die gevallen moet dus een plan-MER worden gemaakt.
19
Voor de Omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk zijn beide gevallen niet op voorhand uit te sluiten. Naar verwachting zal de omgevingsvisie het kader vormen voor mer-(beoordelings-)plichtige projecten. Het gaat bijvoorbeeld om ontwikkelingen die kunnen worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit). Verder liggen er ook Natura2000 gebieden in en naast de gemeente Waalwijk, waar een passende beoordeling voor nodig is.
3.3 Uitgangspunten mer 3.3.1 Reikwijdte en detailniveau Reikwijdte Deze milieueffectrapportage beschouwt de verschillende milieuthema’s, maar ook de ‘klassieke’ thema’s van de ruimtelijke ordening (zoals wonen, economie en mobiliteit) en andere thema’s die onder de fysieke leefomgeving vallen. Dat zijn bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, energie, veiligheid en gezondheid. Dat sluit aan bij de brede benadering van de fysieke leefomgeving die de Omgevingswet hanteert, en waar de omgevingsvisie over gaat. Met deze aanpak brengt de mer niet alleen de milieueffecten in beeld, maar worden de effecten van de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving integraal beschouwd. De planhorizon van de omgevingsvisie is 2040 uitlopend naar 2050; de mer sluit daarbij aan. Detailniveau De omgevingsvisie beschrijft het integrale strategische beleid voor de fysieke leefomgeving van de hele gemeente, voor de lange termijn. De mer sluit aan bij het abstractie-/ detailniveau van de omgevingsvisie. Dat betekent ook dat de beoordeling van de referentiesituatie en effecten hoofdzakelijk kwalitatief van aard is. De referentiesituatie en effecten zullen vooral kwalitatief en op basis van ‘expert judgement’ worden beoordeeld, waar mogelijk ondersteund met beschikbare (kwantitatieve) data.
Toetsende of ontwerpende mer Naast de toetsende rol van de mer, wordt het instrument hier ook ingezet als een ‘ontwerpende mer’. Dat houdt in dat niet alleen achteraf de definitieve (ontwerp-) omgevingsvisie wordt beoordeeld, maar ook al daarvoor de effecten van verschillende alternatieven in beeld worden gebracht. De effectbeoordeling bestaat daardoor uit twee delen. Deel I beoordeelt de effecten van de alternatieven die in het proces van de omgevingsvisie zijn ontwikkeld. De uitkomsten daarvan zijn gebruikt om keuzes te maken en een voorkeursalternatief te formuleren, dat wordt uitgewerkt tot de kern van de visie. In deel II van het MER vindt vervolgens een beoordeling van de effecten van de uitgewerkte omgevingsvisie plaats. Op deze manier ontstaat een wisselwerking tussen het MER en omgevingsvisie, en draagt het mer-traject bij aan het vormgeven en aanscherpen van de ambities in de omgevingsvisie. Passende beoordeling Binnen en net buiten de gemeente Waalwijk liggen twee belangrijke Natura 2000-gebieden: de Loonse en Drunense Duinen en de Westelijke Langstraat. Deze gebieden zijn ecologisch kwetsbaar en van Europees belang, en daarom strikt beschermd onder de Vogel- en Habitatrichtlijnen.
De Omgevingswet (artikel 16.53c) verplicht tot het beschermen van deze gebieden en stelt dat vooraf beoordeeld moet worden of een plan, zoals een omgevingsvisie, significante negatieve effecten kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een omgevingsvisie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente op de lange termijn. Omdat het een strategisch plan betreft, zijn de precieze gevolgen voor natuurgebieden niet altijd concreet of direct te voorspellen. Hierdoor kan niet zonder meer worden uitgesloten dat onderdelen van de visie, zoals woningbouw, economische ontwikkeling of mobiliteitsmaatregelen, op termijn negatieve effecten hebben op beschermde natuur. Denk hierbij aan stikstofdepositie, verdroging, toegenomen recreatiedruk of verstoring van leefgebieden.
20
Omdat deze onzekerheid bestaat, is een zogeheten passende beoordeling noodzakelijk. Dit is een verplicht onderdeel wanneer op voorhand niet met zekerheid kan worden uitgesloten dat een plan significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. De beoordeling moet plaatsvinden op hetzelfde detailniveau als het milieueffectrapport (MER) en de omgevingsvisie. Pas als uit deze beoordeling blijkt dat de instandhoudingsdoelen van de betrokken natuurgebieden niet in het gedrang komen, mag het plan worden vastgesteld.
3.3.2 Beoordelingskader
In het MER kunnen verschillende onderwerpen opgenomen worden waarop getoetst wordt. Deze indicatoren zijn opgedeeld in thema’s. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd waarom de indicatoren zijn gekozen en onder welke thema’s zij worden gehangen. Deze indicatoren en thema’s zijn ook te vinden in de tabel hieronder. Thema
Bodem, water en klimaatadaptatie
Duurzaamheid en klimaatbestendigheid
Natuur, groen en biodiversiteit Energie Wonen Milieu en gezondheidsbescherming
Landschap, archeologie en cultuurhistorie Gezondheidsbevordering en sociale factoren
Mobiliteit en bereikbaarheid Economie en werkgelegenheid
Tabel 1: Indicatoren in het MER
Onderwerp
Bodemkwaliteit Bodemdaling Waterveiligheid Kwaliteit van water Kwantiteit van water Wateroverlast Hitte Droogte Gebruik ondergrond Natura 2000- en NNN-gebieden Gemeentelijke groenstructuren Biodiversiteit en ecologie Energiegebruik Energieopwekking Kwantitatieve woningvoorraad Kwalitatieve woningvoorraad Geluid Geur luchtkwaliteit Lichthinder Externe veiligheid Endotoxinen en zoönose Landschappelijke waarden Cultuurhistorische en archeologische waarden Gezondheidsbevordering Maatschappelijke voorzieningen Sociale cohesie Sociale veiligheid Bereikbaarheid Verkeersveiligheid Vervoerswijze Werkgelegenheid Economische voorzieningen Landbouw Recreatie en toerisme Bedrijvigheid
Bodem, water en klimaatadaptatie De impact van ruimtelijke ontwikkelingen op bodemkwaliteit is een belangrijk aandachtspunt binnen de gemeente Waalwijk. Als bevoegd gezag voor activiteiten in de bodem draagt de gemeente de verantwoordelijkheid voor het beheer en de bescherming van de bodem tegen verontreiniging en andere schadelijke invloeden. Dit omvat onder andere saneringsmaatregelen en het bevorderen van duurzaam bodemgebruik om de bodemkwaliteit op lange termijn te waarborgen. Daarnaast is bodemdaling een cruciaal thema, waarbij de risico's en gevolgen voor infrastructuur, bebouwing en
21
landbouwgronden worden geëvalueerd. Het doel is om maatregelen te identificeren die bodemdaling kunnen beperken of de schade daarvan kunnen minimaliseren. Waterveiligheid speelt eveneens een centrale rol, waarbij de beoordeling zich richt op het beheersen van overstromingsrisico's. Dit omvat dijkversterkingen, waterbergingsprojecten en andere preventieve maatregelen om de veiligheid van bewoners en infrastructuur te garanderen. Bovendien wordt de kwaliteit en kwantiteit van oppervlaktewater beoordeeld volgens rijksomgevingswaarden en, indien van toepassing, provinciale omgevingswaarden. Dit betreft onder andere de waterkwaliteit in sloten, rivieren en andere waterlichamen die niet onder beheer van het Rijk vallen. Ook het door relevante waterschappen gevoerde beleid wordt hierbij meegenomen. De impact op de kwantiteit van grondwater wordt in samenwerking met de provincie beoordeeld, aangezien zij verantwoordelijk is voor het beheer van het grondwater. De Waterwet en Europese Waterrichtlijnen vormen hierbij het kader om de kwaliteit en beschikbaarheid van grondwater te waarborgen. Verder wordt het risico en de frequentie van wateroverlast beoordeeld om te bepalen welke maatregelen effectief zijn om overstromingen door regenval en hoogwater te verminderen. Dit draagt bij aan een beter waterbeheer en bescherming van stedelijke en landelijke gebieden.
In stedelijke gebieden wordt ook het hitte-eilandeffect onderzocht. Dit fenomeen, waarbij stedelijke gebieden warmer worden dan hun landelijke omgeving, vraagt om maatregelen die temperatuurstijgingen beperken en het leefklimaat verbeteren. Tot slot wordt droogtestress geëvalueerd, waarbij de gevolgen van droogte voor landbouw, natuur en stedelijk gebied worden onderzocht. Maatregelen zoals efficiënt watergebruik en wateropslag zijn hierbij essentieel om waterbeschikbaarheid tijdens droge periodes te waarborgen. Natuur, groen en biodiversiteit De impact van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden wordt nauwgezet beoordeeld om de instandhoudingsdoelstellingen van deze beschermde natuurgebieden te waarborgen. Deze evaluatie richt zich op het behoud van biodiversiteit en de bescherming van kwetsbare habitats. Daarnaast vallen NNN-gebieden, onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, onder de verantwoordelijkheid van provincies. De effecten van ruimtelijke plannen op deze gebieden, die belangrijke ecologische verbindingen en habitats bevatten, worden grondig onderzocht om de biodiversiteit en ecologische functies te behouden. Gemeentelijke groenstructuren, zoals parken en recreatiegebieden, zijn essentieel voor de leefbaarheid en biodiversiteit binnen de gemeente.
De impact van ruimtelijke ontwikkelingen op deze groengebieden wordt beoordeeld om de kwaliteit en toegankelijkheid van groenvoorzieningen te waarborgen. Bovendien worden beschermde soorten, zowel op nationaal als Europees niveau, geëvalueerd om te voorkomen dat ruimtelijke plannen negatieve effecten hebben op flora en fauna. Dit omvat de bescherming van soorten onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Ten slotte wordt de bredere impact op biodiversiteit onderzocht, waarbij de gevolgen voor soortenrijkdom en ecosysteemdiensten worden beoordeeld. Dit helpt bij het identificeren van maatregelen om biodiversiteit te bevorderen en ecologische waarde te behouden. Landschap, archeologie en cultuurhistorie De landschappelijke waarden van de gemeente Waalwijk worden geëvalueerd om de visuele en ecologische kwaliteit van het landschap te beschermen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen significante visuele veranderingen teweegbrengen, en het is cruciaal om de impact hiervan te minimaliseren. Archeologische waarden worden beoordeeld om ervoor te zorgen dat belangrijke archeologische sites en vondsten worden beschermd tegen beschadiging door ruimtelijke ontwikkelingen. Dit omvat het behoud en de integratie van archeologisch erfgoed in nieuwe plannen.
22
Daarnaast worden cultuurhistorische waarden, zoals historische gebouwen, monumenten en karakteristieke landschappen, geëvalueerd om hun integriteit en erfgoedwaarde te behouden. Ruimtelijke plannen dienen rekening te houden met het behoud van dit erfgoed en de versterking van de cultuurhistorische identiteit van de gemeente. Energie De potentiële energiebesparing binnen de gemeente Waalwijk wordt beoordeeld om te identificeren waar en hoe energie-efficiëntie kan worden verbeterd. Dit omvat maatregelen zoals het verduurzamen van gebouwen en infrastructuur. Bovendien worden de mogelijkheden voor lokale energieopwekking onderzocht, met name de capaciteit voor zonne- en windenergie. Dit helpt bij het bevorderen van duurzame energiebronnen en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. De impact van potentiële zonne-energieprojecten wordt geëvalueerd om te bepalen hoe deze kunnen bijdragen aan de energiedoelstellingen zonder nadelige effecten op het milieu en de leefomgeving. Ook de impact van windenergieprojecten wordt beoordeeld, waarbij aandacht wordt besteed aan de effecten op het landschap, de natuur en de leefbaarheid voor omwonenden. Wonen De woningbehoefte binnen de gemeente wordt geanalyseerd om te bepalen of het huidige en geplande woningaanbod aansluit bij de lokale vraag. Dit omvat zowel de beschikbaarheid van woningen als de betaalbaarheid ervan.
Bovendien is diversiteit in type woningen een belangrijk thema, waarbij wordt beoordeeld of het aanbod voldoende variëteit biedt om aan de behoeften van verschillende doelgroepen te voldoen. Dit draagt bij aan een inclusieve en evenwichtige woonomgeving. Gezondheidsbevordering en sociale factoren De impact op een beweegvriendelijke omgeving wordt geëvalueerd om te bevorderen dat infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen de mogelijkheid tot bewegen, zoals wandelen en fietsen, ondersteunen. Dit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van inwoners. Daarnaast wordt de invloed van ruimtelijke plannen op de leefstijl van bewoners beoordeeld om te stimuleren dat mensen gezonde keuzes maken. Dit omvat het bevorderen van groene ruimten, sportfaciliteiten en andere voorzieningen die een gezonde leefstijl ondersteunen. De impact van ruimtelijke plannen op sociale inclusiviteit wordt geëvalueerd om te waarborgen dat maatschappelijke voorzieningen toegankelijk zijn voor alle inwoners. Dit bevordert gelijke kansen en een inclusieve samenleving. Sociale betrokkenheid en cohesie worden onderzocht om te bepalen hoe ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van sociale netwerken en gemeenschapszin. Dit omvat het bevorderen van interactie en samenwerking tussen bewoners.
De sociale veiligheid wordt beoordeeld om de invloed van ruimtelijke plannen op de veiligheid en leefbaarheid in wijken te waarborgen. Dit omvat maatregelen om criminaliteit te voorkomen en de perceptie van veiligheid te verbeteren. Milieu- en gezondheidsbescherming De impact op luchtkwaliteit wordt uitgebreid geëvalueerd, waarbij verontreinigende stoffen zoals stikstofdioxide, fijnstof en benzeen worden gemeten en vergeleken met nationale en Europese normen. Dit helpt bij het identificeren van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de gezondheid van bewoners te beschermen. Geluidhinder van verschillende bronnen, zoals wegverkeer, industrie, openbaar vervoer en windturbines, wordt geanalyseerd. Dit omvat ook een beoordeling van cumulatieve geluidseffecten om een rustige en gezonde leefomgeving te waarborgen. Daarnaast wordt geurhinder beoordeeld om te bepalen of lokale regulering nodig is om een aanvaardbaar niveau van geurhinder te handhaven. Dit draagt bij aan een aangename leefomgeving. Lichthinder, met name van kunstlicht, wordt geëvalueerd om de effecten op de omgeving te beperken. Dit omvat richtlijnen voor verschillende gebieden, zoals natuurgebieden en stedelijke gebieden, om de negatieve impact van lichtvervuiling te minimaliseren.
23
De impact van endotoxinen en zoönosen wordt beoordeeld, hoewel er momenteel geen specifieke normen zijn. Dit helpt bij het identificeren van potentiële gezondheidsrisico's en de ontwikkeling van passende maatregelen. Bedrijvigheid wordt geanalyseerd op basis van andere milieunormen, zoals geur en geluid, om te waarborgen dat bedrijfsactiviteiten geen nadelige effecten hebben op de leefomgeving. De externe veiligheid wordt beoordeeld aan de hand van regels en afstandsnormen voor risicovolle activiteiten. Dit omvat de identificatie van aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken, en het waarborgen van veiligheid voor kwetsbare gebouwen en locaties. Mobiliteit en bereikbaarheid De bereikbaarheid van wegverkeer wordt geanalyseerd om te waarborgen dat de verkeersdoorstroming efficiënt blijft en dat alle gebieden goed bereikbaar zijn per auto. Dit omvat ook het verminderen van congestie en het verbeteren van de infrastructuur. Openbaar vervoer wordt beoordeeld op toegankelijkheid en frequentie om te verzekeren dat inwoners betrouwbare en efficiënte vervoersopties hebben. Dit draagt bij aan een duurzamere mobiliteit en vermindering van verkeersdrukte. De infrastructuur voor fietsers en voetgangers wordt geëvalueerd om de veiligheid en toegankelijkheid te waarborgen. Dit omvat het verbeteren van fietspaden en voetgangersgebieden om actieve mobiliteit te bevorderen.