CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Evaluatie inburgering Waalwijk - Heusden - 2025

Raadsvergadering 9 oktober 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen beleidsplan inburgering 2026-202911.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

11.1 Begeleiding Baanbrekers Statushouders kunnen altijd met vragen bij Baanbrekers terecht, zij voeren de regie op de inburgering. Er is geen vaste frequentie binnen de begeleiding. Wel is er minimaal wekelijks contact met werkmakelaars voor statushouders die kunnen gaan werken en geeft Baanbrekers aan dat de trajectbegeleiders altijd beschikbaar zijn voor vragen vanuit statushouders. Tevens geeft Baanbrekers aan dat er vaak vragen bij hen terecht komen die bij de taken van andere partners horen. Iedere trajectbegeleider begeleidt ongeveer zestig statushouders. Iedere statushouder heeft één vaste trajectbegeleider. Dit geeft vertrouwen en duidelijkheid voor de statushouders. Wanneer er signalen zijn dat er iets speelt rondom het inburgeringstraject, worden die een-op-een besproken, zowel fysiek als telefonisch.

11.2 Voortgang monitoren taallessen De voortgang van de deelnemers bij de taallessen wordt gemonitord aan de hand van een kleurcodering: o Groen: Traject verloopt volgens plan. o Oranje: Aandachtspunten, extra begeleiding nodig. o Rood: Achterstand, intensieve begeleiding of bijstelling nodig. De evaluatie van de voortgangscijfers in onderstaande grafieken laat zien dat in zowel de B1-route als de Z-route het aantal deelnemers in de rode fase is toegenomen. Oorzaak: verzuim. Door verzuim loopt de voortgang richting het einde van het traject vast en komen statushouders in de rode fase terecht. Vanaf 2024 hebben de taalschool EchtNederlands, Baanbrekers (die belast is met de handhaving) en gemeenten intensief met elkaar om tafel gezeten om het verzuim terug te dringen.

Z-route

B1-route 100

100

80

80

60

60

40

40

20

20 0

0 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1

Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1

2022

2022

2023

Status/fase Groen Status/fase Rood

24

2024 Status/fase Oranje

2025

2023

Status/fase Groen Status/fase Rood

2024 Status/fase Oranje

2025

11.3 Verzuimprotocol Zoals eerder aangegeven is een van de meest voorkomende oorzaken van een ‘rode status’ een hoog verzuimpercentage. Bij de taalschool houden we al rekening met 10% verzuim bij de inkoop van de trajecten. We zien dat een groep statushouders dat percentage overschrijd. Zoals eerder beschreven is het interveniëren bij een achterblijvende voortgang een van de onderdelen van de monitoring. Bijvoorbeeld als er sprake is van verzuim binnen de taallessen of MAP-trainingen. Tot het najaar 2024 is het direct ingrijpen bij verzuim achter gebleven, hierdoor is het verzuim bij een groep statushouders snel opgelopen. Het hoog verzuimpercentage is niet enkel in Heusden en Waalwijk een probleem, we zien dit ook bij andere gemeenten in Nederland terug. Om het verzuim zoveel mogelijk terug te dringen, hebben de gemeenten, EchtNederlands en Baanbrekers een verzuimprotocol opgesteld waarin de definities rondom verzuim, ieders verantwoordelijkheid en te nemen acties en sancties (opnieuw) helder zijn gemaakt. De nadruk in dit protocol ligt op preventief handhaven en een deel van de verantwoordelijkheid bij de statushouder leggen.

Het verzuimbeleid in een notendop: o Ongeoorloofd verzuim accepteren we niet, statushouder betaald zelf de kosten o Bij ongeoorloofd verzuim of frequent verzuim gaat Baanbrekers in gesprek o Bij problemen in de (gezins)situatie, zetten we het traject op onhold om langdurig verzuim te voorkomen o Geoorloofd verzuim wordt door de gemeenten betaald (wettelijk verplicht) De feitelijke uitvoering hiervan begon in juli 2024. Baanbrekers is vanaf de invoering van de WI21 verantwoordelijk voor de handhaving, ook op verzuim. We zien in de praktijk dat we meer grip krijgen op verzuim. Ook de optie ‘onhold’ is bij negen statushouders ingezet. Echter moeten we proactief aan de slag blijven met dit thema, samen met de partners. Verzuim is en blijft een punt van aandacht.

25

12. Samenwerking Om statushouders binnen drie jaar hun traject succesvol te laten afronden, is er samenwerking nodig tussen de betrokken partijen. Niet alleen tussen de gemeenten en partijen, maar ook tussen partijen onderling. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op deze samenwerkingen.

12.1 Samenwerking met gemeenten De samenwerking tussen de gemeenten en de verschillende samenwerkingspartijen verloopt over het algemeen goed. Er is ruimte om successen en knelpunten te delen. De afspraken rondom verzuim hebben veel tijd van de partijen en de gemeente gevraagd, hierdoor is er minder tijd geweest voor de regulieren beleidsoverleggen. Vanaf 2025 is hier meer aandacht voor en zijn er structurele voortgang overleggen weer ingepland. Als verbeterpunten richting de gemeenten wordt aangegeven dat zij vaker hun waardering kunnen uitspreken naar de uitvoerende partners. Ook kunnen onderlinge afspraken beter vastgelegd worden om te voorkomen dat er informatie verloren gaat bij een wisseling van een collega. Dit geld zowel voor de gemeenten als voor de partijen. Tot slot wordt er benoemd dat de uitvoeringsafdelingen (TWijZ/Bijeen) binnen de gemeenten hulpvragen van statushouders grondiger onderzoeken. Ook als de statushouder deze zelf (nog niet) helemaal concreet kan formuleren. Zij hebben namelijk moeite om dit te doen.

12.2 Samenwerking tussen partijen Wat betreft de samenwerking van de partijen onderling, ook deze verloopt in het algemeen goed. Partijen werken samen aan de integratie van de statushouders en de partners zijn betrokken bij het traject. Echter concluderen we op basis van de evaluatiegesprekken dat hier nog wel verbetering op noodzakelijk is. Voorbeelden van concrete verbeterpunten zijn: o Op tijd doorgeven aan elkaar van signalen als er twijfel ontstaat of de gekozen leerroute passend is; o Meer betrekken van Vluchtelingenwerk bij het inburgeringstraject; o Een uitgebreidere onderbouwing indien er van route wordt gewisseld; o Een uitgebreidere advisering rondom het taalniveau van de statushouder; o Het op tijd schakelen bij last minute wijzigen van de tijden en datums van taallessen; o Meer gezamenlijk oppakken van casussen en problematieken die spelen bij statushouders. Ook beide gemeenten hebben er behoefte aan om de onderlinge samenwerking tussen de partijen te verstevigen. Dit is noodzakelijk om de verschillende onderdelen van de inburgering goed op elkaar aan te sluiten. Zo zorgen we voor een goede integratie van de statushouders in onze gemeenten. In 2025 zijn hier al enkele stappen in gezet, hier moet verder op doorgepakt worden.

26

13. Financiën Waalwijk Voor het grootste deel van de bekostiging van de inburgering zijn we afhankelijk van de middelen die we van het Rijk ontvangen. Daarnaast bestaat een deel van de bekostiging uit eigen middelen. We zoomen in dit hoofdstuk in op de financiën en aantallen voor Waalwijk.

13.1 Verhoogde instroo Vanaf medio 2022 zien we dat, door de toegenomen instroom van asielzoekers, het aantal statushouders is gestegen. Van 33 statushouders in 2020, naar 66 in 2022 en 101 in 2024. Sinds 2023 ligt het aantal statushouders rond de 100, we verwachten dat dit de komende periode zo blijft.

13.2 Inkomsten van het Rijk dalen We zien door de stijgende kosten van de inburgering en de dalende inkomsten vanuit het Rijk een tekort ontstaan op de inburgering. In onderstaande grafiek zijn de inkomsten weergegeven. Deze bestaan uit vaste inkomsten die niet afhankelijk zijn van de instroom (integratie uitkering Rijk en eigen middelen) en variabele inkomsten die we in de vorm van een Specifieke Uitkering (SPUK) ontvangen van het Rijk per statushouder.

€ 2.014.318 € 812.000

€ 406.003

€ 515.373

€ 496.600

2021

2022

2023

Vast

€ 804.568

€ 361.323

€ 258.908

2024

2025

Variabel

Zoals te zien is in de grafiek hierboven ontvangen we vanaf 2021 een integratie uitkering van het Rijk en stellen we zelf middelen beschikbaar. Samen vormt dit de vaste inkomstenbron voor het inburgeringsbeleid. Doordat de invoering van de Wet in 2021 is uitgesteld naar 2022 en de instroom van statushouders in 2022 maar langzaam op gang kwam zijn er middelen overgeheveld. Dat verklaard de hoge bedragen in 2021, 2022 en 2023. Omdat de instroom vanaf 2022 is toegenomen hebben we van het Rijk daarnaast een aanvullende integratie-uitkering ontvangen om de extra kosten te compenseren. Gemiddeld ging het hier om ruim €100.000 per jaar. Het huidige kabinet heeft besloten om deze regeling vanaf 2025 niet meer te verlengen. We zien daarom in 2025 een verlaging van ruim €100.000 in de vaste inkomsten. Dit is een van de oorzaken van het tekort naast de kosten die zijn gestegen.

27

13.3 Kosten uitvoering stijgen In onderstaande grafiek zijn de kosten van de inburgering de afgelopen jaren weergegeven. Doordat de instroom van statushouders onder de WI21 maar langzaam op gang kwam in 2022, zien we de grootste stijging van kosten pas in 2023 terug. Daarna stijgen de kosten ieder jaar. De stijging in 2025 hebben we kunnen beperken door in gesprek te gaan met onze uitvoeringspartners om samen de kosten te verlagen. Desondanks stijgen de kosten wel ieder jaar. Kijkend naar de afgelopen jaren en de offertes voor 2026 zien we dat de totale kosten gemiddeld met €100.000 per jaar stijgen.

€977.791

€1.095.359

€1.160.005

2024

2025

€420.011 €248.584 2021

2022

2023

Kosten

13.4 Inburgeringsmiddelen niet meer toereikend Als we de inkomsten en uitgaven naast elkaar leggen, lijkt er op het eerste gezicht geen tekort maar een overschot te zijn. Dit is echter niet waar. Het grootste gedeelte van de inkomsten zijn afkomstig van de SPUK die we per statushouder ontvangen in drie verschillende termijnen. Het bedrag in jaar één is het hoogst en bouwt af over de andere twee jaren. Een SPUK ontvangen we vooruit. Voor een statushouder die in de maand november wordt gehuisvest ontvangen we de volledige eerste termijn, dit terwijl de kosten in de laatste twee maanden maar heel beperkt zijn. Deze middelen mogen daarom overgeheveld worden. Hierdoor lijkt het beschikbare budget hoog, maar de kosten volgen later. In de jaren 2021 tot en met 2024 waren de inburgeringsmiddelen voldoende toereikend om de inburgering uit te voeren. Door de stijgende kosten en de dalende inkomsten vanuit het Rijk zien we dat er een structureel tekort ontstaat. In 2025 hebben we in het voorjaarsbericht aan de gemeenteraad van Waalwijk een tekort van €125.000 gemeld. Voor de komende jaren zien we de kosten verder stijgen. Bij gelijkblijvend beleid stijgt het tekort in 2026 naar €380.000 voor de gemeente Waalwijk. De inburgeringsmiddelen zijn niet meer toereikend om de Wet inburgering uit te kunnen voeren.

28

14. Conclusies Deze evaluatie heeft waardevolle inzichten opgeleverd om te komen tot een nieuw beleidsplan. We zijn op de goede weg, maar er is nog ruimte voor verbetering. Hieronder de conclusies op basis van de uitgevoerde evaluatie, deze conclusies leveren input voor het nieuwe beleidsplan 2026-2029.

14.1 Verbeteren kwaliteit We zien op basis van de evaluatie dat veel dingen goed gaan. Zo wordt de invulling van de Z-route door de statushouders als erg positief ervaren, een groot deel van de statushouders in de Z-route is maatschappelijk actief door activiteiten of vrijwilligerswerk. De intake en leerbaarheidstoets zorgen er in veruit de meeste situaties voor dat statushouders in de juiste route kunnen starten. De inzet van het ‘startpunt’ van Baanbrekers sluit goed aan op de behoefte van statushouders in de B1-route. En tot slot zijn statushouders erg tevreden over de maatschappelijke spreekuren van Vluchtelingenwerk waar veel gebruik van gemaakt wordt. Maar er is zeker ook ruimte om zaken te verbeteren en kosten te verlagen. We hebben een aantal conclusies getrokken op basis van de evaluatie die als basis fungeren voor dit beleidsplan.

14.2 Lesmethode taallessen sluit onvoldoende aan bij de statushouders 97 procent van de huidige taallesmethode bestaat uit theorie. Een groot deel van de statushouders hebben nooit onderwijs gehad of zijn het Nederlandse schoolsysteem niet gewend. De hoeveelheid theorie in de huidige taallessen sluiten dan onvoldoende aan op de mogelijkheden van de statushouders. Dit horen we terug van de statushouders. Zij hebben baat bij het praktisch oefenen met taal zodat zij zich snel kunnen redden in dagelijkse situaties in onze maatschappij. Naast het praktisch oefenen, geven zij aan dat er te weinig lessen worden aangeboden om hun taal goed en snel te ontwikkelingen. Zij zien graag een verhoging van 3 dagdelen les per week naar 4 dagdelen per week. Tot slot, merken statushouders verschil in de lesmethode van verschillende docenten. Naast een persoonlijke voorkeur, speelt het ervaringsniveau van de docent hierin een rol.

14.3 83% van de statushouders in de Z-route doet mee De participatieplaatsen voor statushouders in Waalwijk zijn schaars. Dit komt omdat veel organisaties hoge eisen stellen aan deelnemers of vrijwilligers. Bijvoorbeeld het goed spreken van de Nederlandse taal, het liefst vloeiend. Mede door deze eisen is het in de praktijk vaak lastig om statushouders op een duurzame plek te kunnen plaatsen waardoor zij mee kunnen doen in de samenleving. Ondanks deze uitdagingen, heeft 83% van de statushouders in de Z-route een actieve participatieplaats bij een lokale organisatie zoals de Kazerne, ContourdeTwern en het Kunstencentrum. In de meeste gevallen gaat het om deelname aan activiteiten of vrijwilligerswerk. Deze statushouders liggen op koers om hun wettelijke participatie-uren te behalen en doen actief mee in Waalwijk. De resultaten zijn te danken aan de proactieve inzet van de coaches maatschappelijke activering.

14.4 Uitstroom naar werk vergt impuls Het ultieme doel is en blijft: wie kan werken, gaat werken. Dat geldt ook voor statushouders. Uit de evaluatie blijkt dat van de 8 statushouders die hun inburgering heeft afgerond, 50% betaald werk heeft bij uitstroom. Hiervan is één statushouder niet meer bijstandsafhankelijk. Alhoewel deze verhouding hoger ligt dan het landelijke gemiddelde van 36%, kan de uitstroom naar werk een impuls gebruiken. We concluderen dat, net zoals bij de participatieplekken voor Z-route statushouders, het vinden van passende werkplekken een uitdaging is. Potentiële werkplekken hanteren (te) strenge werkeisen en zijn terughoudend in het aannemen van een statushouder. Vanuit de andere kant, zorgen

de verplichtingen vanuit de inburgering ervoor dat statushouders onvoldoende tijd hebben om te voldoen aan de aangeboden werkuren.

14.5 Minder uit handen, meer zelf Wanneer er zaken voor je uit handen worden genomen, word je op den duur minder zelfredzaam. We zien dit terug bij statushouders die soms wel wekelijks met dezelfde hulpvragen terugkomen bij hun trajectbegeleiders van Baanbrekers, coaches Z-route of maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk. Voor een groep speelt hun lage leerbaarheid hier een grote rol in. Voor een andere groep is het “gemak” leidend. Vooral bij de laatste groep, kan er meer gestuurd worden op het zelf leren doen. Dit vraagt een andere manier van ondersteunen en meer samenwerking met andere ketenpartners in de gemeenten. Onze ketenpartners hebben hierin de eerste stappen al gezet.

14.6 Timing en inhoud van de trainingen moet anders Tijdens de inburgering ontvangen statushouders verschillende trainingen gericht op bijvoorbeeld de Nederlandse arbeidsmarkt, participatieverklaringstraject (PVT), het omgaan met geld en het participeren in Nederland. Alle trainingen worden in het eerste jaar van de inburgering gevolgd. In datzelfde jaar willen we dat zij zo snel mogelijk hun taal ontwikkelen, aan de slag gaan met hun participatie- of werkuren, hun netwerk uitbreiden en hun gezinsverplichtingen nakomen. Kortom: er wordt erg veel gevraagd. Door de intensiviteit van de gehele inburgering en omdat statushouders in het eerste jaar vaak de taal nog onvoldoende beheersen, is het niet wenselijk om alle trainingen in het eerste jaar te verzorgen. Naast de hoeveelheid, geldt net zoals bij de taallessen, dat de methode waarop de training wordt gegeven praktischer kan en moet.

14.7 Jongeren vragen om een ander traject Statushouders van 27 jaar en jonger zien we het liefst in de O-route. Daarmee vergroten we de mogelijkheden van deze jonge statushouders op de Nederlandse arbeidsmarkt. Desondanks lukt het een deel van de jonge statushouders niet om de O-route te volgen. Een lage leerbaarheid, onbekendheid met het onderwijssysteem en trauma’s spelen hierbij vaak een rol. Zij hebben verschillende uitdagingen. Jonge statushouders die de O-route niet kunnen volgen, gaan “gedwongen” de B1-route of Z-route volgen. We zien dat ze hierdoor de connectie met (Nederlandse) leeftijdsgenoten en een schoolse omgeving vrijwel geheel verliezen. We zien de effecten hiervan op hun dalende motivatie met veel verzuim als gevolg. Deze jongeren hebben behoefte aan een op hun aangepast traject.

14.8 Inburgeringsmiddelen onvoldoende toereikend Door stijgende kosten en dalende inkomsten vanuit het Rijk, ontstaat er een tekort. Hierdoor kunnen de (wettelijke) taken van de inburgering niet meer binnen het beschikbare budget worden uitgevoerd. Extra middelen zijn noodzakelijk om de inburgering te blijven uitvoeren en statushouders te laten integreren in de gemeenten. Met een inhoudelijke verbetering van het inburgeringsbeleid, kan ook een verlaging van de kosten worden gerealiseerd. Echter kan hiermee het tekort niet in zijn geheel worden weggenomen. Het verhogen van de gemeentelijke bijdrage is noodzakelijk om de wettelijke taken uit te kunnen blijven voeren.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15922419/1