CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagenboek RO woning Wendelnesseweg West

Raadsvergadering 26 oktober 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Realiseren woning ter plaatse van Wendelnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle19.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woning Wendelnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle Ruimtelijke onderbouwing, Bijlagenboek <Status>

colofon

titel rapport Woning Wendelnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle datum 28 augustus 2023 projectnummer P05109 opdrachtgever particulier BRO Projectleider TSc bron Kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave BIJLAGEN Bijlage 1: Quickscan flora en fauna Bijlage 2: Stikstofonderzoek Bijlage 3: Rapportage inspectie bodem vooronderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Akoestisch onderzoek geluidwerende voorzieningen Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Standaard verantwoording groepsrisico

maandag 28 augustus 2023

2

Bijlage 1 Quickscan flora en fauna

Quickscan flora en fauna WendelnessewegWest 49-57 te Sprang-Capelle Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle datum 14 februari 2022 projectnummer P05109 opdrachtgever De heer G. Hoefnagel BRO projectleider TS opgesteld door NL interne controle RdM bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 9 10 10 10 10 10

5

Conclusie Aanbevelingen

11 11

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

12 13

maandag 14 februari 2022

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van één vrijstaande woning, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 3 februari 2022 tussen 13.00 – 14.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 8°C, geheel bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie NoordBrabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

maandag 14 februari 2022

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen in Sprang-Capelle, ten noorden van buurtschap Nieuwe-Vaart. Het betreft het perceel aan de Wendelnesseweg-West, tussen nummer 49 en 57. In de omgeving van het plangebied zijn met name boerenerven. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een grasland. Op de westgrens van het plangebied is een afwatersloot aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om een vrijstaande woning te realiseren in het oosten van het plangebied. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

maandag 14 februari 2022

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

Figuur 5: Plangebied gezien vanaf noordelijke grens

Figuur 6: Westelijke grens plangebied met nieuw gegraven watergang

Figuur 4: Plangebied gezien vanaf Wendelnesseweg-West

Figuur 7: Plangebied gezien vanaf Wendelnesseweg-West

maandag 14 februari 2022

Figuur 8: Zuidelijke grens plangebied gezien vanaf westelijke grens

Figuur 9: Westelijke grens plangebied met nieuw gegraven watergang 5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het betreft het Natura 2000-gebied “Langstraat” (zie figuur 10). Net als de naastgelegen percelen zal enkel de tuin in het Natura 2000-gebied liggen. Dit gedeelte van het Natura 2000-gebied is niet aangewezen als een habitattype en heeft geen instandhoudingsdoel. Met de realisatie van de woning buiten het Natura 2000-gebied en het in gebruik nemen van het gedeelte binnen het Natura 200-gebied als tuin, zullen er geen negatieve effecten aan de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied zijn.

Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven.

maandag 14 februari 2022

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een vrijstaande woning betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ).

Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Figuur 10: Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Net als de naastgelegen percelen zal enkel de tuin in het NNB liggen. Dit gedeelte is nu tevens nog aangemerkt als “N00.01 Nog om te vormen naar natuur” met als ambitie “N10.02 Vochtig hooiland”. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven en vergelijkbaar zijn met de omliggende percelen, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn binnen het plangebied is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

maandag 14 februari 2022

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

maandag 14 februari 2022

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Gezien het ontbreken van opgaand groen binnen het plangebied kan de aanwezigheid van een “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif binnen het plangebied redelijkerwijs uitgesloten worden. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status of niet jaarrond beschermde status verloren. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

Vogels

Vleermuizen

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.

maandag 14 februari 2022

Gezien het ontbreken van gebouwen of bomen, bevat het plangebied geen geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot

vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als ree, veldmuis en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, steenmarter, waterspitsmuis, eekhoorn en das voor. Gezien de beperkte omvang en het kale habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen.

Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten of de steenmarter. Gezien het ontbreken van geschikt habitat zijn soorten als waterspitsmuis, eekhoorn en das niet binnen het plangebied te verwachten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

bied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Reptielen

Vissen

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen soorten. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Vanwege het ontbreken van geschikt oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker, heikikker en vuursalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen geschikt oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plange-

maandag 14 februari 2022

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als knolspirea, schubzegge en stijve wolfsmelk. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, gevlekte witsnuitlibel en teunisbloempijlstaart. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied

10

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Aanbevelingen Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nesten verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort. Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

maandag 14 februari 2022

11

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Gelegen binnen Natura 2000-gebied

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Gelegen binnen NNB

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Nee

Nee

-

-

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

-

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

maandag 14 februari 2022

12

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

maandag 14 februari 2022

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Wendelnesseweg-West 49-57 te Sprang-Capelle

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

maandag 14 februari 2022

T +31 (0)77 373 06 01

14

Bijlage 2 Stikstofonderzoek

Notitie

AERIUS-berekening woning Wendelnesseweg-West te Sprang-Capelle project AERIUS-berekening woning Wendelnesseweg-West te Sprang-Capelle datum 15 februari 2023 opdrachtgever particulier projectnummer P05109

1. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om projecten of andere hande-

lingen te realiseren of te verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Verder geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming).

opgesteld door TSc

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Figuur 1: Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000

1

Notitie

AERIUS-berekening woning Wendelnesseweg-West te Sprang-Capelle

Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

2. AERIUS-berekening gebruiksfase

Resultaat en conclusie

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening voor de gebruiksfase uitgevoerd. Hieronder zijn de invoergegevens en resultaten beschreven.

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol / ha / jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.

Planvoornemen

3. AERIUS-berekening bouwfase

Het voornemen is om een vrijstaande woning te realiseren op het onbebouwde perceel aan de Wendelnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle. In dit geval wordt ervan uit gegaan dat het gebouw in de toekomstige situatie gasloos verwarmd wordt. De emissies uit de gebruiksfase hebben dus slechts betrekking op de verkeersgeneratie.

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening voor de bouwfase uitgevoerd. Hieronder zijn de invoergegevens en resultaten beschreven. De bouw zal in 2023 plaatsvinden. Mobiele werktuigen

Doorwerking plangebied De nieuwe woning komt niet te liggen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Een deel van het perceel is hier wel binnen gelegen. Het gaat om Natura 2000-gebied “Langstraat”. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype is echter gelegen op circa 600 meter van de nieuwe woning. In figuur 1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het gebied te zien. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Vanwege de realisatie van één vrijstaande woning zijn eventuele effecten vanwege stikstof niet uit te sluiten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. De resultaten van de berekeningen, uitgevoerd door BRO, zijn verwerkt in deze rapportage. Zie ook Aerius-berekening in de bijlage (BRO, 24 november 2022).

woensdag 15 februari 2023

Verkeersgeneratie Met dit plan wordt één vrijstaande woning gerealiseerd. Volgens de meest recente CROW kengetallen zorgt een dergelijke woning (in de zone ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk gebied’) voor maximaal 8,6 mvt/etmaal (heen en weer bewegingen inclusief bezoekers). Aangezien het plangebied op dit moment onbebouwd is, zorgt dit plan voor een toename van 8,6 mvt/etmaal. Invoergegevens De totale verkeersgeneratie van het plan in de toekomstige situatie is ingevoerd in de AERIUS calculator. Er zijn in totaal 2 lijnbronnen ingevoerd (verkeer over twee verschillende routes), waarover de gehele verkeersgeneratie van 9 mvt/etmaal is ingevoerd. Het gaat om een over de WendelnessewegOost richting het noorden en een route over dezelfde wegen richting het zuiden. Dit zal een overschatting zijn van de daadwerkelijke verkeersgeneratie van de woning, aangezien het totale verkeer in de feitelijke situatie verspreid zal zijn over deze routes. Bij de kruispunten is het verkeer opgegaan in het heersend verkeerbeeld.

In de tabel op de volgende pagina zijn de mobiele werktuigen te zien die gebruikt zullen worden. De mobiele werktuigen zullen in het projectgebied zelf aanwezig zijn en hier draaien. In de draaiuren zitten ook de stationaire uren inbegrepen. Er is een inschatting gemaakt van het aantal draaiuren en het verbruik aan liter diesel per jaar. De zwaardere mobiele werktuigen, zoals een graafmachine, dumper of laadschop, zullen slechts voor korte tijd op de locatie aanwezig zijn. Zodra het funderingswerk is verricht kan de bouw beginnen. Hierbij wordt een kraan gebruikt en handmachines. Tijdens deze fase zal daarnaast voornamelijk verkeer plaatsvinden van bouwvakkers (licht/middelzwaar) en voor het aanleveren van materialen (middelzwaar/zwaar). In dit geval zal de kraan die gebruikt wordt elektrisch moeten zijn. Dit kan als voorwaarde in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Verkeersgeneratie Daarnaast is ook bouwverkeer ingevoerd. Dit is relatief ruim ingeschat. Voor het bouwverkeer zijn dezelfde lijnbronnen als bij de gebruiksfase gehanteerd.

2

Notitie

AERIUS-berekening woning Wendelnesseweg-West te Sprang-Capelle

Conclusie Het rekenresultaat met de ingevoerde gegevens is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

3. Resultaat en conclusie Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol / ha / jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden bij de gebruiksfase en de aanlegfase. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.

woensdag 15 februari 2023

3

Bijlage 1

Berekening Gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RwokeghqE7cc (15 februari 2023)

BRO Wendelnesseweg-West, - Sprang-Capelle Woning Wendnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle Berekening gebruiksfase woning Wendnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle RwokeghqE7cc 15 februari 2023, 12:49 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

77,4 g/j

1,2 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RwokeghqE7cc (15 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

77,4 g/j

1,2 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RwokeghqE7cc (15 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RwokeghqE7cc (15 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer richting noorden X:127128,7 Y:411210,23 649,58 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Van A naar B 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer richting zuiden X:127116,65 Y:410528,92 781,89 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Van A naar B 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 35,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

9 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 42,3 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

9 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RwokeghqE7cc (15 februari 2023)

6/6

Bijlage 2

Berekening Bouwfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Bouwfase - Beoogd

Resultaten

Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RXNA7H6DRrs9 (15 februari 2023)

BRO Wendelnesseweg-West, - Sprang-Capelle Woning Wendnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle Berekening bouwfase woning Wendnesseweg-West ong. te Sprang-Capelle RXNA7H6DRrs9 15 februari 2023, 12:47 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,1 kg/j

3,5 kg/j

2/7

Projectberekening

Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RXNA7H6DRrs9 (15 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,1 kg/j 6,2 g/j

3,3 kg/j 0,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RXNA7H6DRrs9 (15 februari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RXNA7H6DRrs9 (15 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Bouwfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer richting noorden X:127128,7 Y:411210,23 649,58 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Van A naar B 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer richting zuiden X:127116,65 Y:410528,92 781,89 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Van A naar B 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 26,0 g/j Hoogte - NH₃ 2,8 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

100 p/jaar 20 p/jaar 20 p/jaar 0 p/jaar

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 31,3 g/j Hoogte - NH₃ 3,4 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

100 p/jaar 20 p/jaar 20 p/jaar 0 p/jaar

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:127092,91 Y:410903,87 0,06 ha

Stageklasse

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Dumper Laadschop

RXNA7H6DRrs9 (15 februari 2023)

NOₓ NH₃

3,3 kg/j 0,1 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

152 l/j

8 u/j

9 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

153 l/j

10 u/j

9 l/j

NOₓ NH₃

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 146 l/j ja

8 u/j

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 118 l/j ja

8 u/j

9 l/j

NOₓ NH₃

7 l/j

NOₓ NH₃

0,9 kg/j 36,5 g/j 1,0 kg/j 36,7 g/j 0,7 kg/j 35,0 g/j 0,7 kg/j 28,3 g/j 6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RXNA7H6DRrs9 (15 februari 2023)

7/7

Bijlage 3 Rapportage inspectie bodem vooronderzoek

*OMWB911819* Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 – 206 01 00 info@omwb.nl http://www.omwb.nl

Inspectie van de bodem - vooronderzoek perceel sectie O nummer 1198 (ontstaan uit O 316) gelegen aan de Wendelnesseweg-West te SprangCapelle. Vooronderzoek op basis van NEN 5725:2017

Opdrachtgever provincie Noord-Brabant Zaaknummer 20030656 Zaakverantwoordelijke de heer D. Klaassen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum 1 april 2020

Verantwoording Projectmedewerkers D. Klaassen

Instelling(en) waaraan een deel van het onderzoek is uitbesteed: n.v.t. Datum publicatie Tilburg, 1 april 2020 Ondertekening

Goedgekeurd door

de heer D. Klaassen Zaakverantwoordelijke Telefoon: 06 52 85 74 04

J.W. van Zon Specialist bodem

E-mail: d.klaassen@omwb.nl

Zaaknummer: 20030656

pagina 1 van 9

Samenvatting Voor perceel O 1198 (ontstaan uit O 316), gelegen aan de Wendelnesseweg-West ongenummerd te Sprang-Capelle is een vooronderzoek verricht conform NEN 5725:2017. Tevens is een vooronderzoek asbest uitgevoerd conform bijlage A uit de NEN 5725:2017. Het vooronderzoek beoogt een adequate invulling te geven aan het nog uit te voeren veld- en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het vooronderzoek dragen bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek worden de volgende conclusies getrokken: Het perceel is sinds ca. 1850 in gebruik als landbouwgrond. Er is geen bebouwing aanwezig (geweest). Ter plaatse van de toegangsdam en het overige terreindeel van het onderzoeksgebied zijn op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdachte materialen en/of overige relevante bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Voor zover bekend hebben op het perceel in het verleden geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Zaaknummer: 20030656

pagina 2 van 9

Inhoudsopgave Samenvatting

2

1

Inleiding en onderzoeksopzet vooronderzoek

4

2

Afbakening locatie vooronderzoek

5

3

Geraadpleegde bronnen

6

4

Resultaten

7

4.1

Historie tot op heden

7

4.2

Toekomstige situatie

7

4.3

Relevante bodemonderzoeken

7

4.4

Terreinverkenning

7

4.5

Financieel/juridische situatie

7

4.6

Bodemopbouw en Geohydrologie

8

4.7

Vooronderzoek asbest

8

5

Conclusies

9

6

Referenties

9

Bijlage A.

Topografische ligging

Bijlage B.

Onderzoekslocatie vooronderzoek

Bijlage C.

Foto’s onderzoekslocatie

Zaaknummer: 20030656

pagina 3 van 9

1

Inleiding en onderzoeksopzet vooronderzoek

Op verzoek van Provincie Noord-Brabant heeft het team Metingen en Onderzoek van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant een vooronderzoek verricht conform NEN 5725 voor de locatie O 1198 (ontstaan uit O 316) te Sprang-Capelle. Het vooronderzoek gaat vooraf aan het feitelijk onderzoeken van de bodem en is gericht op het verzamelen van informatie voor een adequate invulling van veld- en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het vooronderzoek dragen bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. De eerste stap in het vooronderzoek is de vaststelling van de aanleiding voor het vooronderzoek. Vervolgens vindt een afbakening van de onderzoekslocatie plaats (het geografische gebied) en worden de locatiegegevens zoals de ligging (herleidbare tekening met schaalverdeling) vastgesteld.

In de NEN 5725 zijn de volgende aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd: A) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek, volgens paragraaf 6.2.1 uit de NEN 5725; B) opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek (Omgevingsvergunning milieu of Activiteitenbesluit, volgens paragraaf 6.2.2 uit de NEN 5725; C) opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie (het Besluit bodemkwaliteit, volgens paragraaf 6.2.3 uit de NEN 5725; D) opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring, volgens paragraaf 6.2.4 uit de NEN 5725; E) opstellen of actualiseren bodemkwaliteitskaart (het Besluit bodemkwaliteit, volgens paragraaf 6.2.5 uit de NEN 5725; F) toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen grond (het Besluit bodemkwaliteit, volgens paragraaf 6.2.6 uit de NEN 5725; G) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijk uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s, volgens paragraaf 6.2.7 uit de NEN 5725.

Wanneer er sprake is van een combinatie van verschillende aanleidingen voor een vooronderzoek, moeten voor elke afzonderlijke aanleiding de bijbehorende onderzoeksvragen worden beantwoord. Onderstaande tabel geeft per genoemde aanleiding de onderzoeksaspecten weer.

Zaaknummer: 20030656

pagina 4 van 9

Tabel 1. Onderzoeksaspecten bij milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1.

Locatiegegevens

2.

Bodemopbouw en geohydrologie

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

Bodemopbouw

X

X

Antropogene lagen in de

X

X

Geohydrologie

X

X

Geval van ernstige

X

Eigendomssituatie

C

D

Hoogteligging

E

F

G

X X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

bodem 3.

Verwachting t.a.v. bodemkwaliteit

bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK

X

O

X

X

X

Kwaliteit o.b.v.

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

uitgevoerde bodemonderzoeken 4.

Gebruik en beïnvloeding van de

Voormalig

X

O

locatie, verdachte situaties,

Huidig

X

X

activiteiten, ongewoon voorval

Toekomst Asbestverdacht?

5.

Terreinverkenning

X X X

X

X X

O X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X: Verplicht onderzoeksaspect. Als dit onderzoeksaspect niet van toepassing is dan moet dit in de rapportage worden vermeld en gemotiveerd. O: Optioneel

De aanleiding voor dit onderzoek is aanleiding ‘A’ (Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek). Tevens is een vooronderzoek asbest uitgevoerd conform bijlage A uit de NEN 5725: 2017. De veldwerkzaamheden (terreinverkenning) zijn verricht op 19 maart 2020 door de heer D. Klaassen werkzaam bij team Metingen en Onderzoek van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.

2

Afbakening locatie vooronderzoek

Bij het vooronderzoek is tevens een relevant deel van de percelen grenzend aan de onderzoekslocatie meegenomen. Bij het opstellen van een meetprogramma is het namelijk ook van belang te weten of op de aangrenzende terreindelen bodemverontreiniging aanwezig is die invloed kan hebben (gehad) voor de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie. De topografische ligging van de locatie is weergegeven in bijlage A. De onderzoekslocatie voor het vooronderzoek vindt u in bijlage B en in bijlage C zijn overzichtsfoto’s van het perceel opgenomen. In tabel 2 worden de kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2. Topografische en kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie.

Adres

Wendelnesseweg-West, ongenummerd te Sprang-Capelle

Kadastrale aanduiding en

Gemeente Waalwijk, sectie O, nummer 1198 (ontstaan uit O 316),

oppervlakte

1817 m2

Coördinaten

X = 127071, Y = 410903

Zaaknummer: 20030656

pagina 5 van 9

3

Geraadpleegde bronnen

Tabel 3. Geraadpleegde bronnen per onderdeel Onderdeel

Geraadpleegde bron(nen) huidige eigenaar/gebruiker

Historie tot op heden Onderzoek asbest

literatuur m.b.t. bedrijfsactiviteiten www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl www.cyclomedia.nl (streetview en luchtfoto’s) huidige eigenaar/gebruiker literatuur m.b.t. bedrijfsactiviteiten

Huidige situatie

terreinverkenning

Onderzoek asbest

www.cyclomedia.nl (streetview en luchtfoto’s) https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank www.risicokaart.nl

Toekomstige situatie

huidige eigenaar huidige eigenaar/gebruiker

Relevante bodemonderzoeken

www.bodemloket.nl https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/ Verificatie van zinkassen in wegen De Kempen (Witteveen i.o.v. ABDK)

Financieel/juridische informatie

Kadaster www.grondwatertools.nl

Bodemopbouw en geohydrologie

www.dinoloket.nl www.pdok.nl https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank

Zaaknummer: 20030656

pagina 6 van 9

4

Resultaten

4.1 Historie tot op heden Uit de geraadpleegde bronnen is de volgende informatie verkregen: • Sinds ca. 1850 in gebruik als landbouwgrond; • Er is geen bebouwing aanwezig (geweest). 4.2 Toekomstige situatie Uit de geraadpleegde bronnen is de volgende informatie verkregen: • De huidige eigenaren verkopen het perceel aan een particulier. 4.3 Relevante bodemonderzoeken Bij de gemeente Waalwijk zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. In de directe omgeving zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: • Wendelnesseweg-West 49, (NB086703180-AA086700244), Uitvoeren HO, glastuinbouw, 1969 t/m onbekend; • Wendelnesseweg-West 57, (NB086701140-AA086701381), Voldoende onderzocht, hbo-tank en dieseltank (ondergronds), onbekend t/m 1993. Uit de bovengenoemde onderzoeken komt naar voren dat er geen ernstige bodemverontreinigingen op de aangrenzende percelen hebben plaatsgevonden die invloed hebben (gehad) op de onderzoekslocatie.

4.4 Terreinverkenning Tijdens de terreinverkenning zijn verder de volgende bevindingen gedaan: • Het perceel is momenteel in gebruik als grasland; • Op het perceel is een toegangsdam aanwezig, deze bevat geen bodemvreemde bijmengingen; • Op het overige terreindeel zijn op het maaiveld en in de bodem verder geen relevante bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. 4.5 Financieel/juridische situatie Uit de geraadpleegde bronnen is de volgende informatie verkregen: De locatie is in eigendom van de volgende 4 personen: • Mevrouw Johanna Adriana Anna de Visser (1/4 aandeel); • De heer Johannes Pieter Maarten van Oosterhout (1/4 aandeel); • Mevrouw Petronella Anna de Visser (1/4 aandeel); • De heer Rudolf Arnout van Oosterhout (1/4 aandeel). Het perceel staat bekend als terrein akkerbouw. Op het perceel geldt een publiekrechtelijke beperking in de basisregistratie Kadaster. Besluit op basis van artikel 9.1 Wet Natuurbescherming, betrokken bestuursorgaan is De Staat (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Op het perceel zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB.

Zaaknummer: 20030656

pagina 7 van 9

4.6 Bodemopbouw en Geohydrologie In tabel 4 is de globale geohydrologische opbouw van de bodem weergegeven. Tabel 4: Geohydrologsische opbouw Diepte (m-mv)

geologische benaming

Kenmerken

0 - 0,75

Holocene afzettingen

Zand, zeer fijn tot zeer grof.

0,75 – 3,50

Formatie van Boxtel

Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal klei en grind.

3,50 - 16

Formatie van Kreftenheye

16 - 37

Formatie van Sterksel

37 - 48

Formatie van Stramproy

48- 100

Formatie van Peize en Waalre

Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal klei, grind en humeus. Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig. Zand, uiterst fijn tot zeer grof, lokaal humeus; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus. Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig.

De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op een diepte van ca. 1 m-mv. De horizontale stromingsrichting van het freatische grondwater is noordwestelijk gericht en er is meestal sprake van kwel. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterontrekkingsgebied of in een boringvrije zone. Op de locatie is geen grondwateronttrekkingsput aanwezig. 4.7 Vooronderzoek asbest Het vooronderzoek asbest bestaat uit het verzamelen van gegevens over een mogelijke asbestverontreiniging. Tijdens de terreinverkenning zijn de volgende criteria met betrekking tot de aanwezigheid van asbest gecontroleerd: • de aanwezigheid van een puinverharding; • de aanwezigheid van puinhoudend materiaal; • de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal; • de aanwezigheid van asbest op aangrenzende locaties. Uit het vooronderzoek asbest worden de volgende conclusies getrokken: Op het maaiveld en in diverse indicatieve ondiepe boringen zijn geen materialen aangetroffen waarvan het vermoeden bestaat dat deze asbesthoudend zijn. Vanwege de begroeiing op het perceel heeft de visuele inspectie van het maaiveld indicatief plaatsgevonden. Ondanks dat op het perceel geen volledige visuele inspectie van het maaiveld heeft plaatsgevonden, wordt geen verontreiniging met asbest verwacht.

Zaaknummer: 20030656

pagina 8 van 9

5

Conclusies

Het vooronderzoek leidt tot de volgende conclusies: Het perceel is sinds ca. 1850 in gebruik als landbouwgrond. Er is geen bebouwing aanwezig (geweest). Ter plaatse van de toegangsdam en het overige terreindeel van het onderzoeksgebied zijn op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdachte materialen en/of overige relevante bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Voor zover bekend hebben op het perceel in het verleden geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13130377/1