Bijlage 2 Beleidsplan OVL 2019-2023
Tekst van het document
Beleidsplan OVL
25
Voor het scenario zijn de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: Voor het areaal van de gemeente geldt dat iedere investering van € 100k (in armaturen) gemiddeld een reductie van 0,98% op het energieverbruik geeft en een reductie van gemiddeld 1,55% op de (specifieke) exploitatiekosten. De kostenramingen geven een indicatie van de kosten en zijn een momentopname; Voor implementatie van de wettelijke verplichting (installatieverantwoordelijkheid) zijn geen kosten in deze begroting opgenomen. Voor het scenario zijn de gevolgen aangegeven en gewogen op basis van de doelstellingen van het beleidsplan. (Veilig, duurzaam, economisch verantwoord en kwaliteit) Het basisbeleid gaat uit van beeldkwaliteit B en betekent instandhouding van het areaal, met toepassing van dimbare LED-verlichting bij vervanging. Er is extra budget gereserveerd voor maatregelen om gericht energiebesparing te realiseren, waarmee in 2020 en in 2030 aan het landelijk energieakkoord wordt voldaan. Als aanvulling is de extra investering geraamd om de SmartCity/ SmartLighting faciliteit te onderzoeken en middels pilots te realiseren bij het vervangen van de armatuur. In het onderzoek en de pilots zal onder andere geëxperimenteerd worden met slimme verlichting, waarbij onder andere lichtkleur en intensiteit geregeld kan worden. Met deze dynamische vorm kan gemiddeld 73% op energieverbruik bespaard worden.
In de pilot zullen 780 armaturen gebruikt worden, dat is 6,2% van het areaal. Met dit deel van het areaal is (73% - 48%) * 6,2% = 1,6% extra energieverbruik te besparen, waardoor de maximaal te behalen energiereductie uitkomt op 50%. In onderstaande tabel is het effect van het scenario op de doelstelling weergegeven: Doelstelling
Effect scenario 4
Veilig
++
Duurzaam
++
Economisch
+
Kwaliteit
++
Veilig: Huidige situatie wordt significant verbeterd door extra maatregelen. Vervanging op basis van technische kwaliteit en energiebesparing volgens gebiedsgerichte aanpak. Duurzaam: dimbare LED-verlichting wordt toegepast bij voortijdige vervanging van alle verlichting, nieuwe projecten en renovaties. In 2020 en 2030 wordt aan het energieakkoord voldaan. Extra investering voor apparatuur SmartCity/ SmartLighting om nog beter op maat te kunnen sturen; Economisch verantwoord: gemiddeld zal de investering zich terugverdienen door het reduceren van exploitatiekosten. Kwaliteit: de algemene verlichtingskwaliteit en de beeldkwaliteit gaat tot en met 2030 vooruit door de extra investering voor het bereiken van het energieakkoord. In de onderstaande tabellen is het financiële effect van scenario 4 weergegeven op de exploitatiekosten voor de beleidsperiode met een doorkijk naar 2030:
Beleidsplan OVL
26
Energieakkoord 2020 en 2030, onderzoek en pilot Smart Lighting beleidsperiode
2019
2020
2021
2022
2023
Exploitatielasten
Jaar
€ 733.939
€ 625.539
€ 630.630
€ 635.877
€ 642.769
Diverse lasten
€ 121.080
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
Onderhoud
€ 116.445
€ 98.396
€ 93.342
€ 88.289
€ 81.430
Energie
€ 273.691
€ 246.869
€ 239.359
€ 231.849
€ 221.657
Kapitaallasten
€ 97.851
€ 96.742
€ 95.693
€ 94.522
€ 93.413
€0
€ 65.706
€ 84.410
€ 103.391
€ 128.444
Nieuwe kapitaallasten (vervanging) Mutaties voorzieningen
€ 124.872
€0
€0
€0
€0
%Reductie exploitatiekosten door investering (excl. Kapitaallasten)
0%
16%
20%
24%
30%
%Reductie energieverbruik door investering - energieakkoord
10%
20%
23%
25%
29%
Reductie onderhoudskosten door investering
€0
€ 18.049
€ 23.103
€ 28.156
€ 35.015
Reductie energiekosten door investering
€0
€ 26.822
€ 34.332
€ 41.842
€ 52.034
meting- en inspectiekosten technische kwaliteit Taak Beheerder Openbare Verlichting (0,6 FTE) Onderzoek / pilots Smart Lighting /evaluatie** Totaal
€ 12.410 € 42.000 € 25.000 € 813.349
€ 8.565 € 42.000 € 25.000 € 701.104
€ 9.365 € 42.000 € 100.000 € 781.995
€ 6.485 € 42.000 € 100.000 € 784.362
€ 1.575 € 42.000 € 25.000 € 711.344
Vervanging masten en armaturen*
€ 992.640
€ 267.600
€ 199.530
€ 288.820
€ 286.130
- masten vervangen technische kwaliteit
€ 17.640
€ 12.600
€ 19.530
€ 8.820
€ 6.130
- armaturen (tegelijk vervangen met masten)
€ 12.600
€ 9.000
€ 13.950
€ 6.300
€ 4.379
€ 962.400
€ 246.000
€ 166.050
€ 273.700
€ 275.622
- investering armaturen vervangen tbv energieakkoord
* investering noodzakelijk budget armaturen tbv energieakkoord 2020 en 2030, masten op basis van technische kwaliteit ** raming gebaseerd op (verkennend) onderzoek, realisatie van pilot(s) voor ca. 350 armaturen en projectevaluatie
Energieakkoord 2020 en 2030, onderzoek en pilot Smart Lighting doorkijk 2030
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Exploitatielasten
Jaar
€ 648.716
€ 654.748
€ 660.084
€ 665.585
€ 671.184
€ 676.494
€ 681.765
Diverse lasten
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
€ 117.826
Onderhoud
€ 75.925
€ 70.871
€ 65.818
€ 60.764
€ 55.710
€ 50.656
€ 45.603
Energie
€ 214.147
€ 206.637
€ 199.127
€ 191.617
€ 184.106
€ 176.596
€ 169.086
Kapitaallasten* (aanname €1109 per jaar)
€ 92.304
€ 91.195
€ 90.086
€ 88.977
€ 87.868
€ 86.759
€ 85.650
Nieuwe kapitaallasten (vervanging)
€ 148.514
€ 168.219
€ 187.228
€ 206.401
€ 225.673
€ 244.656
€ 263.600
Mutaties voorzieningen
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
%Reductie exploitatiekosten door investering (excl. Kapitaallasten)
35%
39%
43%
48%
52%
56%
61%
%Reductie energieverbruik door investering - energieakkoord Reductie onderhoudskosten door investering Reductie energiekosten door investering
32%
35%
37%
40%
43%
45%
48%
€ 40.520
€ 45.574
€ 50.627
€ 55.681
€ 60.735
€ 65.789
€ 70.842
€ 59.544
€ 67.054
€ 74.564
€ 82.074
€ 89.585
€ 97.095
€ 104.605
meting- en inspectiekosten technische kwaliteit Taak Beheerder Openbare Verlichting (0,6 FTE)
€ 20.800 € 42.000
€ 13.455 € 42.000
€ 10.425 € 42.000
€ 16.685 € 42.000
€ 8.376 € 42.000
€ 3.640 € 42.000
€ 19.420 € 42.000
Totaal
€ 711.516
€ 710.203
€ 712.509
€ 724.270
€ 721.560
€ 722.134
€ 743.185
Vervanging masten en armaturen*
€ 317.630
€ 300.223
€ 304.337
€ 306.788
€ 299.580
€ 298.603
€ 311.086
- masten vervangen technische kwaliteit
€ 37.630
€ 20.223
€ 24.337
€ 26.788
€ 19.580
€ 18.603
€ 31.086
- armaturen (tegelijk vervangen met masten)
€ 26.879
€ 14.445
€ 17.384
€ 19.134
€ 13.986
€ 13.288
€ 22.204
€ 253.122
€ 265.555
€ 262.617
€ 260.866
€ 266.014
€ 266.712
€ 257.796
- investering armaturen vervangen tbv energieakkoord
Beleidsplan OVL
27
7 7.1
Bijlagen Wet- en regelgeving Aansprakelijkheid wegbeheerder De gemeente is eigenaar van het publieke domein. En kan als eigenaar verantwoordelijk worden gesteld voor geleden schade als de openbare ruimte, inclusief de openbare verlichting, niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen (art. 6:162 BW en art. 6:174 BW). Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting of onjuiste verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad, waaruit schadeplichtigheid kan ontstaan. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke wijze de gemeente haar aansprakelijkheid heeft beperkt. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door: De gemeente dit als volgt geregeld: Het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud.
Een systeem van rationeel beheer (meerjaren vervangingsplan, beleidsplan). Een goed werkend klachtensysteem
Snel handelen bij het verhelpen van schades en storingen.
Het onderhoud van de openbare verlichting wordt verzorgd door de onderhoudsaannemer. Controle en inspecties vinden plaats door een onafhankelijk bureau met de rol van regisseur. De gemeente heeft in de afgelopen jaren een vervangingsplan uitgevoerd. Meldingen van burgers worden telefonisch of via de website aangenomen. Deze meldingen worden geregistreerd in het beheersysteem waarna de onderhoudsaannemer de storing verder afhandelt. In het onderhoudsbestek zijn termijnen opgenomen waarbinnen storingen door de aannemer moeten worden opgelost.
Installatieverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010 juli 2015 en NEN3140+A1:2015 van kracht, en op sommige installaties de hoogspanningsnormen NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522. In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures.
Beleidsplan OVL
28
Indien er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen en vastgelegd, dan valt die taak automatisch toe aan de hoogste functionaris. Hij of zij is persoonlijk aansprakelijk indien de installatie resulteert in een onveilige situatie op straat of als werkzaamheden onveilig worden uitgevoerd. Voor fouten bij werkzaamheden en voor gebruik in het algemeen is dan de gemeentesecretaris verantwoordelijk (het bovengrondse deel van de installatie). Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij de (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend. Ook een rechtspersoon (een bedrijf) kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Gezien de eisen die gesteld worden aan de installatieverantwoordelijke en de middelen waar deze over moet beschikken, is het aan te bevelen om voor de installatieverantwoordelijkheid een rechtspersoon aan te wijzen. Zodoende is ook de permanente beschikbaarheid en de continuïteit geborgd. Organisatie De gemeente dient installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze te organiseren.
Zij kan dit doen door: Een inventarisatie uit te voeren; Werkprocedures en veiligheidsmaatregelen vast te leggen; Instructies te verzorgen en te controleren op naleving; Een onderhoudssysteem op te zetten; Inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen. De implementatie van genoemde zaken kan worden verzorgd door derden. Tevens kan de installatieverantwoordelijkheid worden verwerkt in het onderhoudsbestek of als EMVI-criterium in de aanbestedingsleidraad.
Elektriciteitswet Netbeheerders onderhouden het netwerk van stroomkabels, ze transporteren elektriciteit en ze lossen storingen op. Hoe de netbeheerders dat moeten doen staat in zogeheten codes. Codes zijn uitwerkingen van de Elektriciteitswet en bevatten allerlei regels over hoe de netbeheerders zich moeten gedragen. Er staat ook in welke verantwoordelijkheid klanten van netbeheerders hebben. De procedure voor de totstandkoming van wijzigingen van de codes staat in de artikelen 31-39 van de Elektriciteitswet 1998. Sinds juli 2004 is de Interventiewet van kracht. Deze wet wil bijdragen aan verscherpt toezicht op de netbeheerders en bescherming van de consument. Een concrete wijziging van de elektriciteitswet als gevolg van de Interventiewet richt zich onder andere op de openbare verlichting. Het geeft de wegbeheerder de mogelijkheid om zelf een gecertificeerd bedrijf in te huren om aansluitingen te realiseren of delen van het beheer uit te voeren.
Beleidsplan OVL
29
Servicenorm netbeheerder Met betrekking tot het verhelpen van een storing in de ondergrondse infrastructuur voor aansluitingen ten behoeve van Openbare Verlichting op het (geschakelde) LS-net van Enexis geldt het volgende: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Een OVL-storing is een door gemeente (of in haar opdracht door derden) geconstateerd feit dat er geen voedingsspanning op het aansluitkastje (= mastzekering) van betreffende lichtmast staat. Een OVL-storing is alleen ontvankelijk als deze voorzien is van voldoende locatiegegevens. Meldingen door burgers van het niet-branden van een individuele lichtmast via het landelijke storingsnummer 0800-9009 worden doorverwezen naar de betreffende gemeente, tenzij met deze gemeente hierover nadere contractuele afspraken zijn vastgelegd. Meldingen door burgers van het niet-branden van meerdere lichtmasten via het landelijke storingsnummer 0800-9009 worden als een OVL-storing beschouwd als uit de gemelde gegevens overduidelijk blijkt dat de storing gelegen is in het OVL-net van Enexis. Na melding van een OVL-storing via het landelijke storingsnummer 0800-9009 of direct bij de Centrale Meldpost Storingen van Enexis of op de aan de gemeente beschikbaar gestelde website ‘OVL-storingen’ zal binnen 2 uur een onderzoek gestart worden. Dit onderzoek is in eerste aanleg een bureauonderzoek, zo nodig gevolgd door een onderzoek op locatie. Bij een OVL-storing, die leidt tot een direct gevaarlijke situatie, zal Enexis binnen 2 uur na tijdstip van melding met haar werkzaamheden starten om de gevaarlijke situatie te elimineren en de storing (eventueel provisorisch) op te lossen.
Onder direct gevaarlijke situaties wordt verstaan: a. een situatie waarbij elektrocutie voor derden ontstaan, doordat spanning voerende delen van de installatie van Enexis niet meer (voldoende) beschermd zijn. b. een - op aangeven van de lokale politie of de gemeente- gevaarlijke verkeerssituatie als gevolg van uitval van Openbare Verlichting op kruispunten of grote gedeelten in hoofdwegen. c. een –op aangeven van de gemeente- situatie ontstaat, waarbij de sociale veiligheid van de burgers in gevaar is. d. een uitval van een of meerdere zogenaamde ‘ontstekingspunten’ van het OVLnet van Enexis Bij een OVL-storing, die niet leidt tot een direct gevaarlijke situatie en waarbij 5 of meer lichtmasten betrokken zijn, is maximaal tien werkdagen na melding de energievoorziening hersteld, tenzij de gemeente akkoord is gegaan met een nadere planning inzake betreffende storing. Bij een OVL-storing, die niet leidt tot direct gevaarlijke situaties en waarbij slechts 4 of minder lichtmasten betrokken zijn, is maximaal vijftien werkdagen na melding de energievoorziening hersteld, tenzij de gemeente akkoord is gegaan met een nadere planning inzake betreffende storing. Er wordt een specifieke website ‘OVL-storingen’ aan elke gemeente beschikbaar gesteld, waarin alle gemelde en opgeloste OVL-storingen, inclusief uiterlijke hersteldatum, van betreffende gemeente geregistreerd staan.
Beleidsplan OVL
30
Omgevingsbescherming De flora- en fauna wet beschermt de leefgebieden van diverse dieren- en plantensoorten. Als de verlichting verstoord kan er besloten worden verlichting aan te passen of te verwijderen. De Natuurbeschermingswet 2005 regelt de bescherming van de Nederlandse beschermde natuurmonumenten. Per 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De uitvoering van deze nieuwe wet komt grotendeels in handen van de provincies.
Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CE-markering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. Het is verstandig dat gemeenten alleen producten voorzien van een CE-markering toepassen. Vanuit Europa is er ook een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden.
Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) Agentschap Telecom houdt toezicht op de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). De wet wordt ook wel grondroerdersregeling genoemd. Er kunnen sancties (bijvoorbeeld boetes) volgen op overtredingen van de WION. Het doel van de wet is het voorkomen van leveringsonderbrekingen van essentiële diensten in de maatschappij (gas, water, elektriciteit, telecommunicatie en datacommunicatie) door minimalisatie van het aantal graafschades. De WION verplicht om bij mechanisch graafwerk in Nederland tijdig een graafmelding te doen bij het Kadaster. Tijdig betekent: ten hoogste twintig werkdagen voor aanvang van het werk. Het Kadaster verstrekt binnen twee werkdagen na de melding de gegevens over ondergrondse kabels en leidingen. Starten met het werk mag niet voor er een melding gedaan is. Het is verplicht om het kaartmateriaal dat het Kadaster verstrekt, op de graaflocatie aanwezig te hebben. Netbeheerders hebben de plicht van al hun ondergrondse leidingen en kabels gegevens bij te houden.
Werken in vervuilde grond - CROW 400 Vanaf 1 januari 2018 heeft er een overgang plaatsgevonden van de CROW132 naar de CROW400, dit betreft een aanpassing in de regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond. De opdrachtgever heeft een ongewijzigde verplichting om bij opdrachtverstrekking te kunnen verklaren dat de grond waarin gewerkt wordt “schoon” is of anderzijds aan te leveren wat de vervuilingsklasse is en dit te onderbouwen in een actueel rapport. De opdrachtnemer is verplicht zich te houden aan alle wet- en regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond. Zonder BRL700 certificering mag niet in verontreinigde grond worden gewerkt. Indien het voor de gemeente niet mogelijk is om op voorhand zelf een scan of rapport mee te sturen met betrekking tot bodemkwaliteit kan de opdrachtnemer een eerste scan of check uitvoeren middels een CROW307-quickscan. Aan dit onderzoek zijn kosten verbonden en omvatten de verplichte kosten voor de quick-scan en de benodigde tijd van de opdrachtnemer. Alle informatie met betrekking tot de overgang naar de CROW400 is terug te vinden op de website van de CROW www.crow.nl.
Beleidsplan OVL
31
Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) bevat de gedetailleerde grootschalige basiskaart van Nederland. De GBKN (Grootschalige Basiskaart Nederland) is de voorloper van de BGT. Aangezien verschillende organisaties allerlei verschillende kaarten gebruikten was er vaak verwarring over wat de werkelijkheid precies is en wie er gelijk heeft. De BGT maakt hier een einde aan. Op een eenduidige manier geeft het de ligging weer van alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en (landbouw)terreinen. Gemeenten gebruiken de BGT als ondergrond voor hun bestemmingsplan. Net zoals de andere basisregistraties, wordt de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) wettelijk geregeld. Op 1 januari 2016 is de wet in werking getreden voor bronhouders en de Landelijke Voorziening (LV BGT). De digitale kaart wordt nog opgebouwd. Vanaf het moment dat de BGT in een gebied gereed is, vervangt de BGT de basiskaarten die tot dat moment gebruikt worden. Iedereen kan de informatie uit de BGT vrij gebruiken. Voor overheden en andere wettelijke gebruikers wordt het gebruik verplicht. Om meer (beheer) objecten te kunnen registreren dan de BGT voorschrijft, wordt het IMGeo gebruikt. Dit is een uitbreiding van de BGT. In het IMGeo kunnen lichtobjecten als puntsymbool worden geregistreerd.
7.2
Richtlijnen en aanbevelingen NSVV-richtlijnen De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft samen met het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) in 2002 de Nederlandse Praktijkrichtlijnen voor Openbare Verlichting (NPR 13201-1) opgesteld. Deze richtlijn - gebaseerd op Europese normen - is sindsdien in veel gemeenten als leidraad voor de OVL gehanteerd. In 2011 heeft de NSVV op verzoek van de Taskforce Verlichting ondersteund door Agentschap NL de bestaande NPR 13201-1 herschreven en een nieuwe aanbeveling de Richtlijn voor Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) uitgegeven. Belangrijk verschil met de vorige richtlijn is dat het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt is verlaten. Dit onderdeel is nieuw ten opzichte van de NPR 13201-1.
In 2016 is de nieuwe NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting (NPR) is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering. In veel situaties kan, om verschillende redenen, gekozen worden voor alternatieve verlichtingsvormen of zelfs niet verlichten. Als uit de afweging de keuze 'verlichten' gemaakt wordt, dan wordt vervolgens aanbevolen de in deze richtlijn beschreven systematiek te hanteren
Beleidsplan OVL
32
om te komen tot een verlichtingsinstallatie, die voldoet aan de gevonden lichttechnische kwaliteitscriteria. Met de nieuwe NPR, zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar gekomen om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De NPR bevat bijlagen met stroomdiagrammen waarmee kan worden bepaald of er in een bepaalde situatie wel of geen openbare verlichting gewenst is. De beleidskeuzes zijn te downloaden via de website www.nsvv.nl.
Politiekeurmerk Veilig Wonen In 1999 is het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) als landelijke richtlijn geïntroduceerd. Dit keurmerk is een veiligheidskeurmerk dat kan worden afgegeven wanneer een ruimte of gebied voldoet aan alle vastgestelde voorwaarden voor sociale veiligheid. Dit varieert van sloten in de woning tot fysieke inrichting, zoals o.a. het groen van de openbare ruimte. Het PKVW conformeert zich, in grote lijnen, voor de voorgeschreven verlichtingsniveaus, aan de richtlijnen van de NPR. Het is raadzaam alleen de PKVW te hanteren, wanneer aan gehele scala eisen voldaan kan worden. Indien in een woonwijk niet aan alle eisen voldaan kan worden, verdiend het de voorkeur om, voor de openbare verlichting, de NPR te hanteren. De gemeente heeft het standpunt ingenomen om de nieuwe verlichtingsplannen te laten voldoen aan het gestelde in de NPR, tenzij nadrukkelijk de aanvullende eis PKVW gesteld wordt voor nieuw in te richten woonwijken.
Functie van openbare verlichting De functie van openbare verlichting is het bevorderen van sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De functies van de openbare ruimte bepalen de kwaliteitscriteria en de verlichtingsniveaus. De sociale veiligheid hangt samen met de mate waarin weggebruikers de omgeving overzichtelijk vinden. Dit betekent dat personen op een bepaalde afstand te herkennen zijn en dat objecten goed waarneembaar zijn. Als er verlichting is geplaatst, dan betekent dit niet automatisch dat dit gebied ook veilig is, hier zijn meer factoren bepalend. Denk aan sociale controle en het niveau van onderhoud. De gemeente kan er ook bewust voor kiezen om niet te verlichten om zo te ontmoedigen dat men zich begeeft op een bepaalde plek. Het is dan wel belangrijk dat er een alternatieve route voor handen is. De lichttechnische richtlijnen zijn standaard gebaseerd op een persoon van circa 40 jaar. Bij een hogere leeftijd neemt het benodigde lichtniveau sterk toe. Uit onderzoek blijkt dat met wit licht eerder gezichten worden herkend. Het eerder herkennen van gezichten vergroot het gevoel van sociale veiligheid. Tevens is aangetoond dat mensen zich veiliger voelen bij wit licht. Verlichting kan ook de verkeersveiligheid bevorderen. Verkeersdeelnemers kunnen elkaar beter zien en de weg is vaak ook overzichtelijker.
Leefbaarheid en sfeer van de openbare ruimte is bepalend voor hoe men zich voelt in de openbare ruimte. OVL vervult daarbij een belangrijke rol. Niet alleen het type armaturen en masten, het lichtniveau maar ook het niveau van onderhoud dragen bij aan de sfeer die het gebied uitstraalt.
Beleidsplan OVL
33
In de onderstaande tabel staan de mate van veiligheid per openbare ruimte type weergegeven:
Functie openbaar gebied Buiten bebouwde kom Hoofdwegen Landwegen / buitengebied Binnen bebouwde kom Verkeer Hoofdwegen Gebiedverbindingswegen Wijkontsluitingswegen
Functie van de verlichting Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Leefbaarheid ++ +
+ -
-
+++ ++
+ ++
+
++
++
+
Wijkverzamelwegen ++ ++ Industriegebieden ++ + Verblijf Binnenstad / winkelcentra ++ +++ Bushaltes ++ +++ Parkeerterreinen ++ +++ Woonstraten / Woonerven ++ +++ Voetpaden +++ Fietsverkeer Fietspaden + +++ - relatie nihil, + enigszins gerelateerd, ++ relatie aanwezig, +++ sterk gerelateerd
+ +++ + ++ + -
Verlichtingsklasse op basis van het GVVP De duurzaam Veilige wegencategorisering is gebaseerd op een duurzame inrichting van gebieden. Deze wegcategorisering staat aan de basis van de vormgeving van de weginrichting en is het uitgangspunt voor de gewenste verlichtingsklasse op een bepaald weggedeelte of gebied.
Maatschappelijk verantwoord inkopen In februari 2010 is in opdracht van VROM door Agentschap NL (SenterNovem) de nota Criteria voor duurzaam inkopen voor inkopen van OVL gepubliceerd. Deze criteria worden periodiek bijgesteld en kenbaar gemaakt aan de gemeenten via PIANOo1 Expertisecentrum voor aanbesteden (www.pianoo.nl). De nota biedt de mogelijkheid een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. De ambitie van de rijksoverheid is om vanaf 2015 bij al haar inkopen 100% duurzaamheid als criterium mee te nemen. Om de doelstelling te bereiken zijn duurzaamheidscriteria ontwikkeld.
1
PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij alle overheden te professionaliseren. Met oog voor rechtmatigheid én doelmatigheid. Professionele inkoop draagt bij aan het beleid van de organisatie en biedt value for tax payers' money.
Beleidsplan OVL
34
Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimumeis voor de energieprestatie van de OVL-installatie aan label D van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; Bij nieuwbouw van een OVL-installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, moet de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting. Eén van de belangrijke onderdelen van de Duurzaam Inkopen criteria voor openbare verlichting is de invoering van het energielabel. Een energielabel is een maatstaf voor de afnemer van het product om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. De ‘Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting’ in 2010, uitgegeven door NSVV en Agentschap NL, is bedoeld om een energielabel voor een nieuwe openbare verlichtingsinstallatie vast te kunnen stellen. Deze handleiding ondersteunt het project Duurzaam Inkopen van het Ministerie van VROM. De minimumeis volgens de Criteria voor duurzaam inkopen is energielabel D.
Om duurzaam in te kopen bij een OVL-installatie kan de gemeente dus in samenwerking met de beheerder of lichtontwerper een label opgeven. Als het hierbij blijft zal de meest energiezuinige installatie geleverd worden. De gemeente kan dan voorbijgaan aan additionele eisen ten aanzien van prijs, gemeentelijk verlichtingsbeleid ten aanzien van lichthinder, lichtkleuren, kleurherkenning, etc. Het is daarom belangrijk om extra eisen te vermelden. De volgende uitgangspunten dienen bij het gewenste label vermeld te worden: De installatie moet voldoen aan de NPR; Een opgave van de gewenste verlichtingsklasse; Een opgave van de gewenste kleurherkenning en lichtkleur; Een beschrijving van de gewenste afscherming in relatie tot lichthinder; Eventueel een opgave van de gewenste semi cilindrische verlichtingssterkte of verticale verlichtingssterkte. Een betere kleurherkenning betekent dat geen gebruik gemaakt kan worden van de lagedruk natriumlampen. Sommige installaties met lagedruk natriumlampen krijgen bij de berekening een Alabel. Dit komt door de efficiëntie van de lagedruk natriumlamp. Dit zou pleiten voor het veelvuldig gebruik van lagedruk natrium armaturen in woongebieden. Doordat met lagedruk natrium geen kleurherkenning mogelijk is worden deze lampen in de praktijk bij nieuwbouw niet meer in woongebieden gebruikt.
Macro-energielabel In vervolg op de Energielabeling voor nieuwe installaties is in 2011 door Agentschap NL in opdracht van Taskforce verlichting een handleiding uitgegeven voor het berekenen van een zogenaamd Macro-energielabel Openbare Verlichting. Doel van deze tool is het op eenvoudige wijze bepalen van het energielabel van een grote groep armaturen, zoals de installatie van een hele gemeente. De tool geeft weer welke delen van die openbare verlichtingsinstallatie efficiënt of minder efficiënt zijn.
Beleidsplan OVL
35
De uitkomst van de tool is een indicatie van de werkelijkheid. Het is echter niet de bedoeling van de tool om gemeenten 1 op 1 met elkaar te gaan benchmarken. Dit laatste dient te gebeuren aan de hand van kengetallen. Verschillen in beleid zorgen voor verschillende keuzes in de toegepaste materialen in de openbare verlichting van een gemeente. Hogere eisen aan de kwaliteit van verlichting zorgt voor een hoger energieverbruik wat niet direct betekent dat een gemeente minder efficiënt is. Het macrolabel is een globaal systeem. Het geeft een impressie van de energiekwaliteit en kan worden gezien als een “nulmeting”.
Energieakkoord Vanuit de Sociaal Economische Raad (verder genoemd SER) is het ‘Energieakkoord voor Duurzame Groei’ gepresenteerd aan de gemeenten. In dit akkoord is een aanname gedaan in de haalbaarheid van 20% energiebesparing voor o.a. de openbare verlichting in 2020, ten opzichte van het energieverbruik in 2013.
In het SER-Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020.
Referenties beeldkwaliteit
Beleidsplan OVL
36
Beleidsplan OVL
37
Beleidsplan OVL
38