CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beleidsplan OVL 2019-2023

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Beleidsplan openbare verlichting13.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

........

.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2019-2023

Colofon Beleidsplan Openbare Verlichting

Gemeente Waalwijk Ger Versteeg gversteeg@waalwijk.nl

Nobralux Edwin Boomsluiter edwin.boomsluiter@nobralux.nl

Projectnummer: WWK-17-01 Versie: V1_0 Status: definitief Datum: januari 2020

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................................................1 Leeswijzer ..........................................................................................................................................1 1

Samenvatting en Advies ............................................................................................................2

2

Inleiding .....................................................................................................................................5

3

Kaders beleidsuitgangspunten ..................................................................................................6 3.1 Doel openbare verlichting................................................................................................... 6 3.2 Missie en Visie .................................................................................................................... 8 3.3 Ontwikkelingen ................................................................................................................... 8

4

Huidige situatie .......................................................................................................................15 4.1 Evaluatie beleid tot nu toe ................................................................................................ 15 4.2 Interne organisatie OVL .................................................................................................... 15 4.3 Resultaat in kengetallen, kwantiteit en kwaliteit areaal ................................................... 15 4.4 Huidige kosten OVL ........................................................................................................... 19

5

Visie en beleidskaders .............................................................................................................20 5.1 Veiligheid .......................................................................................................................... 20 5.2 Lichtkwaliteit per gebied................................................................................................... 21 5.3 Duurzaamheid, energiebesparing en investering ............................................................. 21 5.4 Beheer en onderhoud ....................................................................................................... 22 5.5 Preventief onderhoud ....................................................................................................... 23

6

Kwaliteitskeuze .......................................................................................................................25 6.1 Basisbeleid ........................................................................................................................ 25 6.2 Scenario energieakkoord en pilot Smart Lighting ............................................................. 25

7

Bijlagen ....................................................................................................................................28 7.1 Wet- en regelgeving .......................................................................................................... 28 7.2 Richtlijnen en aanbevelingen ............................................................................................ 32

Leeswijzer In dit beleidsplan openbare verlichting wordt het beleid op het gebied van openbare verlichting (OVL) in de gemeente Waalwijk voor de periode 2019 tot en met 2023 beschreven. In dit beleidsplan komen alle relevante onderwerpen aan de orde die van invloed zijn op het beleid, beheer en onderhoud van de OVL. Het proces om te komen tot dit plan is gestart met een keuzenotitie met betrekking tot de visie en ambitie op het gebied van openbare verlichting. Dit beleidsplan bestaat uit vijf delen en geeft antwoord op de volgende vragen: Dit beleidsplan omvat zeven hoofdstukken: Hoofdstuk 1: samenvatting van het beleidsplan. Hoofdstuk 2: inleiding van het beleidsplan. Hoofdstuk 3: huidige ontwikkeling en beschrijving van de kaders en uitgangspunten. Wat is wettelijk vastgesteld en waar kunnen keuzes worden gemaakt. Hoofdstuk 4: beschrijving van de huidige situatie in kwantiteit en kwaliteit met aandachtspunten en knelpunten. Hoofdstuk 5: beschrijving van de gewenste situatie met de (beleids-) aandachtspunten. Hoofdstuk 6: beschrijving van de mogelijkheden (scenario’s), keuzes en financiën. Hoofdstuk 7: de bijlagen waarin de achterliggende wettelijke en juridische kaders, richtlijnen, aanbevelingen en (technische) achtergrondinformatie is opgenomen.

Beleidsplan OVL

1

1

Samenvatting en Advies Voor u ligt het beleidsplan openbare verlichting (OVL) voor een periode van vijf jaar (2019 tot en met 2023). Dit beleidsplan en volgt het huidige document “Beleidsplan Openbare Verlichting voor de jaren 2007 – 2017” op. Het realiseren van een duurzame installatie, waarbij een goed evenwicht tussen veiligheid en leefbaarheid, milieubewustheid en kostenbeheersing ontstaat, is het belangrijkste thema van het beleid van de gemeente. Het terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2-emmissie is een gevolg van duurzaam investeren. Vanuit dit thema is een missie en visie geformuleerd:

Missie openbare verlichting: Het realiseren en in stand houden van een duurzame en betrouwbare openbare verlichting, waarbij de burger zich veilig voelt in het openbaar gebied.

Visie openbare verlichting: Blijven investeren en meewerken aan de ontwikkeling en toepassing van een duurzame, betrouwbare openbare verlichting, op tijdstippen, dat het nodig is. Hierbij wordt de benodigde verlichtingskwaliteit gerealiseerd tegen economisch en maatschappelijk verantwoorden kosten. Met deze missie en visie zijn de doelstellingen van het beleidsplan (veilig, duurzaam, kostenefficiënt en kwaliteit) bepaald. De gemeente conformeert zich dan ook aan de doelstellingen van het landelijk Energieakkoord om in het jaar 2020 minimaal 20% besparing op het energieverbruik te realiseren ten opzichte van het jaar 2013 en 50% energieverbruik in 2030. Om deze doelstelling te kunnen realiseren is een keuzenotitie gemaakt waarin met een viertal scenario’s het effect van de investering op deze doelstelling is weergegeven. Hieruit is voor het vierde scenario gekozen; Scenario energieakkoord en pilot Smart Lighting. In zijn algemeenheid wordt het areaal vervangen aan het einde van de afschrijvingstermijn van 40 jaar voor masten en 20 jaar voor armaturen. Praktisch wordt het financieel afgeschreven materiaal niet vervangen op basis van afschrijvingstermijn maar op basis van technische kwaliteit. De mast is hierbij het risicodragende element.

Lichtmasten die ouder zijn dan 40 jaar zullen elke 6 jaar middels stabiliteitsmetingen geïnspecteerd worden en vervangen worden indien de restlevensduur niet langer dan 6 jaar gegarandeerd kan worden. Wanneer armaturen worden vervangen wordt de keuze voor de armatuur en de lichtbron afgestemd op de functie van de weg in relatie tot geldende regelgeving. Deze uitgangspunten vormen het basisbeleid. Scenario energieakkoord en pilot Smart Lighting Het basisbeleid gaat uit van beeldkwaliteit B en betekent instandhouding van het areaal, met toepassing van dimbare LED-verlichting bij vervanging. Er is extra budget gereserveerd voor maatregelen om gericht energiebesparing te realiseren, waarmee in 2020 en in 2030 aan het landelijk energieakkoord wordt voldaan. Als aanvulling is de extra investering geraamd om de SmartCity/ SmartLighting faciliteit te onderzoeken en middels pilots te realiseren bij het vervangen van de armatuur. Beleidsplan OVL

2

In onderstaande tabel is het effect van het scenario op de doelstellingen weergegeven: Doelstelling

Effect scenario 4

Veilig

++

Duurzaam

++

Economisch

+

Kwaliteit

++

In onderstaande tabellen is het financiële effect van scenario 4 weergegeven op de huidige begroting: Energieakkoord 2020 en 2030, onderzoek en pilot Smart Lighting beleidsperiode

2019

2020

2021

2022

2023

Exploitatielasten

Jaar

€ 733.939

€ 625.539

€ 630.630

€ 635.877

€ 642.769

Diverse lasten

€ 121.080

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

Onderhoud

€ 116.445

€ 98.396

€ 93.342

€ 88.289

€ 81.430

Energie

€ 273.691

€ 246.869

€ 239.359

€ 231.849

€ 221.657

Kapitaallasten

€ 97.851

€ 96.742

€ 95.693

€ 94.522

€ 93.413

€0

€ 65.706

€ 84.410

€ 103.391

€ 128.444

Nieuwe kapitaallasten (vervanging) Mutaties voorzieningen

€ 124.872

€0

€0

€0

€0

%Reductie exploitatiekosten door investering (excl. Kapitaallasten)

0%

16%

20%

24%

30%

%Reductie energieverbruik door investering - energieakkoord

10%

20%

23%

25%

29%

Reductie onderhoudskosten door investering

€0

€ 18.049

€ 23.103

€ 28.156

€ 35.015

Reductie energiekosten door investering

€0

€ 26.822

€ 34.332

€ 41.842

€ 52.034

meting- en inspectiekosten technische kwaliteit Taak Beheerder Openbare Verlichting (0,6 FTE) Onderzoek / pilots Smart Lighting /evaluatie** Totaal

€ 12.410 € 42.000 € 25.000 € 813.349

€ 8.565 € 42.000 € 25.000 € 701.104

€ 9.365 € 42.000 € 100.000 € 781.995

€ 6.485 € 42.000 € 100.000 € 784.362

€ 1.575 € 42.000 € 25.000 € 711.344

Vervanging masten en armaturen*

€ 992.640

€ 267.600

€ 199.530

€ 288.820

€ 286.130

- masten vervangen technische kwaliteit

€ 17.640

€ 12.600

€ 19.530

€ 8.820

€ 6.130

- armaturen (tegelijk vervangen met masten)

€ 12.600

€ 9.000

€ 13.950

€ 6.300

€ 4.379

€ 962.400

€ 246.000

€ 166.050

€ 273.700

€ 275.622

- investering armaturen vervangen tbv energieakkoord

* investering noodzakelijk budget armaturen tbv energieakkoord 2020 en 2030, masten op basis van technische kwaliteit ** raming gebaseerd op (verkennend) onderzoek, realisatie van pilot(s) voor ca. 350 armaturen en projectevaluatie

Beleidsplan OVL

3

doorkijk 2030

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Exploitatielasten

Jaar

€ 648.716

€ 654.748

€ 660.084

€ 665.585

€ 671.184

€ 676.494

€ 681.765

Diverse lasten

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

€ 117.826

Onderhoud

€ 75.925

€ 70.871

€ 65.818

€ 60.764

€ 55.710

€ 50.656

€ 45.603

Energie

€ 214.147

€ 206.637

€ 199.127

€ 191.617

€ 184.106

€ 176.596

€ 169.086

Kapitaallasten* (aanname €1109 per jaar)

€ 92.304

€ 91.195

€ 90.086

€ 88.977

€ 87.868

€ 86.759

€ 85.650

Nieuwe kapitaallasten (vervanging)

€ 148.514

€ 168.219

€ 187.228

€ 206.401

€ 225.673

€ 244.656

€ 263.600

Mutaties voorzieningen

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

%Reductie exploitatiekosten door investering (excl. Kapitaallasten)

35%

39%

43%

48%

52%

56%

61%

%Reductie energieverbruik door investering - energieakkoord Reductie onderhoudskosten door investering Reductie energiekosten door investering

32%

35%

37%

40%

43%

45%

48%

€ 40.520

€ 45.574

€ 50.627

€ 55.681

€ 60.735

€ 65.789

€ 70.842

€ 59.544

€ 67.054

€ 74.564

€ 82.074

€ 89.585

€ 97.095

€ 104.605

meting- en inspectiekosten technische kwaliteit Taak Beheerder Openbare Verlichting (0,6 FTE)

€ 20.800 € 42.000

€ 13.455 € 42.000

€ 10.425 € 42.000

€ 16.685 € 42.000

€ 8.376 € 42.000

€ 3.640 € 42.000

€ 19.420 € 42.000

Totaal

€ 711.516

€ 710.203

€ 712.509

€ 724.270

€ 721.560

€ 722.134

€ 743.185

Vervanging masten en armaturen*

€ 317.630

€ 300.223

€ 304.337

€ 306.788

€ 299.580

€ 298.603

€ 311.086

- masten vervangen technische kwaliteit

€ 37.630

€ 20.223

€ 24.337

€ 26.788

€ 19.580

€ 18.603

€ 31.086

- armaturen (tegelijk vervangen met masten)

€ 26.879

€ 14.445

€ 17.384

€ 19.134

€ 13.986

€ 13.288

€ 22.204

€ 253.122

€ 265.555

€ 262.617

€ 260.866

€ 266.014

€ 266.712

€ 257.796

- investering armaturen vervangen tbv energieakkoord

Dit Scenario sluit het beste aan op de doelstelling voor openbare verlichting in de gemeente Waalwijk. Door gericht te investeren en te vervangen op basis van energieverbruik en technische levensduur realiseert de gemeente op korte- en lange termijn een duurzame installatie. Met de uitvoering van dit scenario en onderzoek /toepassing van nieuwe techniek wordt recht gedaan aan het coalitieprogramma Waalwijk “Samen Duurzaam Vooruit” 2018-2022 en bereiken we in 2020 en 2030 de doelstelling van het Energieakkoord.

Beleidsplan OVL

4

2

Inleiding Voor u ligt het nieuwe beleidsplan openbare verlichting (OVL) voor een periode van vijf jaar (2019 tot en met 2023). Dit document vormt de basis voor het nieuwe beleidsplan en volgt het huidige document “Beleidsplan Openbare Verlichting voor de jaren 2007 – 2017” op. Met dit document draagt de gemeente Waalwijk haar visie uit voor een verantwoorde en duurzame OVL. In de afgelopen jaren zijn er veel innovaties geweest op het gebied van openbare verlichting. Iedereen is zich ondertussen bewust van het belang van duurzaamheid. De LED-techniek is een continu verlopend innovatief proces dat al op grote schaal kan worden toegepast. Deze ontwikkelingen leiden samen met het verlopen van het huidige beleidsplan OVL, tot een nieuw plan voor de jaren 2019 tot en met 2023.

Beleidsplan OVL

5

3

Kaders beleidsuitgangspunten In dit beleidsplan komen alle relevante onderwerpen aan de orde die van invloed zijn op het beleid, beheer en onderhoud van de openbare verlichting (OVL). Nadat het doel en de doelstellingen (missie en visie) van de OVL voor de gemeente zijn geformuleerd, komen de externe factoren aan de orde, die direct van invloed zijn op het beleid van de OVL. Hierbij dient gedacht te worden aan richtlijnen en regelgeving en nieuwe (technische) ontwikkelingen. Om de juiste keuze voor de toekomst te kunnen maken, is het belangrijk om te weten wat tot op heden is gerealiseerd en wat huidige kwantiteit en kwaliteit van het OVL-areaal is. Het beleidsplan geeft antwoord op de volgende vragen: Waar moet een gemeente aan voldoen? – wettelijke kaders en richtlijnen; Wat heeft de gemeente en wat is er in de afgelopen periode gerealiseerd? – kengetallen en evaluatie; Welke ambitie heeft de gemeente op het gebied van: Duurzaamheid (energiebesparing en materiaalgebruik); Kwaliteit (materiaalgebruik, beheerniveau ’s openbare ruimte); Beleving (waarde van de ruimte, veilig, toegankelijkheid en sfeer). Welke kosten brengen de keuzes met zich mee? De financiële impact van een keuze is medebepalend voor het ambitieniveau van de gemeente ten aanzien van de thema’s duurzaamheid, kwaliteit en beleving van de openbare ruimte.

In de bijlagen zijn de achterliggende wettelijke en juridische kaders, richtlijnen, aanbevelingen en (technische) achtergrondinformatie opgenomen.

3.1

Doel openbare verlichting Openbare verlichting is het geheel aan masten, armaturen, lampen, kabels en regelapparatuur om openbaar toegankelijk gebied te verlichten. De gemeente is eigenaar van het bovengrondse gedeelte van de OVL.

Deze afbeelding geeft de samenhang van de onderdelen grafisch weer:

Beleidsplan OVL

6

De openbare verlichting (OVL) heeft tot doel om het leven in de openbare ruimte bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren. De openbare verlichting ondersteunt de veiligheid, mits de kwaliteit en de betrouwbaarheid gewaarborgd blijven en de OVL voldoet aan de geldende richtlijnen. Deze richtlijnen zijn, per doelgroep, geënt op verkeersveiligheid, sociale veiligheid en/of leefbaarheid, of een combinatie van factoren. Leefbaarheid: het prettig voelen in de openbare ruimte en er qua sfeer (gecreëerd door de OVL) een behoefte bestaat om in deze ruimte te willen zijn. Onderstaand figuur geeft de bijdrage weer van openbare verlichting in de openbare ruimte:

Sociale veiligheid: Het veilig begeven van personen in de openbare ruimte, waarbij tijdig bedreigingen kunnen worden ingeschat. Ook de mogelijkheid om tijdig en correct te kunnen helpen, wanneer dat nodig is. Verkeersveiligheid: weggebruikers kunnen zich, met de toegestane maximumsnelheid, veilig verplaatsen over de weg van A naar B, waarbij medeweggebruikers, obstakels op, en oneffenheden in het wegdek en het verloop van de weg goed kunnen worden waargenomen.

Doel van de openbare verlichting

Sociale veiligheid

Veilig gevoel

Leefbaarheid/esthetica

Verkeersveiligheid -

-

Vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer Lage risicoaansprakelijkheid

-

Sfeer Identiteit Oriëntatie Samenhang

Kwaliteit van de openbare verlichting

Beleidsplan OVL

7

3.2

Missie en Visie De doelstellingen voor de openbare verlichting zijn vertaald naar een missie en visie:

Missie openbare verlichting Het realiseren en in stand houden van een duurzame en betrouwbare openbare verlichting, waarbij de burger zich veilig voelt in het openbaar gebied.

Visie openbare verlichting Blijven investeren en meewerken aan de ontwikkeling en toepassing van een duurzame, betrouwbare openbare verlichting, op tijdstippen, dat het nodig is. Hierbij wordt de benodigde verlichtingskwaliteit gerealiseerd tegen economisch en maatschappelijk verantwoorden kosten.

3.3

Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen Wet- en regelgeving De gemeente is als eigenaar verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimten die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente. Hierin is een hoofdtaak weggelegd. De gemeente kan in het kader van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk gesteld worden voor het niet naar behoren functioneren van de openbare verlichting. De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Relevant zijn de elektriciteitswet, de Wet natuurbescherming (waaronder Natura 2000), aansprakelijkheid (o.a. installatie-verantwoordelijkheid), de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en Europese regelgeving aangaande te gebruiken producten. In de bijlagen zijn de wettelijke kaders opgenomen. Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid van de gemeente dienen. Deze kaders zijn in hoofdstuk 5 opgenomen. Er zijn geen kosten voor uitvoering van de wettelijke verplichtingen in dit beleidsplan opgenomen.

Richtlijn voor Openbare Verlichting Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid dienen. In het bijzonder de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt. De opvatting van een tiental jaren geleden dat op nagenoeg alle plaatsen openbare verlichting aanwezig moet zijn is gewijzigd in: “Donker waar het kan, verlichting waar het moet”.

De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting (NPR) is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de

Beleidsplan OVL

8

toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering.

Donkertebescherming en lichtvervuiling Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door overmatig gebruik van kunstlicht. Lichthinder is de overlast die mensen en dieren hiervan ondervinden. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde heeft in 2015 een nieuwe richtlijn uitgebracht om lichthinder te voorkomen. Deze richtlijn wordt in de praktijk toegepast bij het voorkomen van lichthinder. Zo worden er grenswaarden gesteld aan de lichtsterkte van de betreffende lichtbronnen. De mate van lichthinder bij omwonenden is onder andere afhankelijk van het aanwezige lichtniveau in de omgeving van de inrichting. Zo kan het lichtniveau in een landelijke omgeving heel anders zijn dan in een stedelijke omgeving. De afgelopen jaren is er vanuit de Overheid en Milieugroeperingen steeds meer aandacht voor het onnodig plaatsen van OVL en het voorkomen van lichtvervuiling. In de NPR is het uitgangspunt ‘het standaard verlichten van een situatie’ zelfs verlaten. De algemene trend is dat er steeds meer 'licht op maat' wordt gevraagd. In de diverse bestemmingsplannen van buitengebieden zijn geen bindende regels over donkertegebieden opgenomen. Over het algemeen zijn deze wegen al onverlicht.

Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) Het PKVW beschrijft tal van maatregelen waaraan voldaan moet worden om het keurmerk te behalen. De (Openbare) verlichting is hier slechts één onderdeel van. Aan het keurmerk kan worden voldaan wanneer voor 100% aan de NPR wordt voldaan. Voor openbare verlichting (met uitzondering van de achterpaden in eigendom van de gemeente) wordt voldaan aan het PKVW.

Energieakkoord Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen (Energieakkoord) overeengekomen die ook impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVLinstallatie. Rijkswaterstaat monitort de voortgang van de Energieakkoorddoelstellingen. De ambitie is om in het jaar 2020, minimaal 20% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013 en 50% energiebesparing in 2030. Rijkswaterstaat stelt een Monitoring OVLVRI-lijst ter beschikking, waarin de gegevens m.b.t. lamptypen, lampvermogen, schakeltijden en dimregime worden opgenomen. De gemeente Waalwijk heeft zich geconformeerd aan het Energieakkoord en vult jaarlijks de monitoringslijst van de Energieakkoord-doelstellingen voor openbare verlichting (OVL) in. Belangrijk om te weten: Deze doelstellingen gelden voor heel Nederland, alle openbare verlichting en verkeersregelinstallaties van gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat tezamen. Dus niet iedere gemeenten hoeft 20% resp. 50% energiebesparing te halen; Het referentiejaar is 2013. Gemeenten die echter al veel energie bespaard hebben in de periode tot 2013 dragen ook bij aan de doelstellingen en kunnen bovendien tot voorbeeld dienen voor andere gemeenten en deze helpen. Beleidsplan OVL

9

Maatschappelijk verantwoord inkopen Duurzaamheid is door de jaren heen een containerbegrip geworden. Alles wat te maken heeft met maatschappelijk verantwoord leven, milieu, ecologie en toekomstgericht denken wordt tegenwoordig onder duurzaamheid geschaard. In een tijd van energiebesparing, het terugdringen van uitstoot en het beperken van de lichtvervuiling, is het een enorme uitdaging om het beleid af te stemmen op de slogan ‘People, Planet, Profit’: een goed evenwicht tussen veiligheid en leefbaarheid, milieubewustheid en kostenbeheersing.

Naast het feit dat we geld willen verdienen en van de welvaart willen genieten is het ook onze taak om goed voor de mensen en het milieu te zorgen. Wat houdt de term duurzaamheid precies in? De volgende definitie is geformuleerd door de World Commission on environment and Development van de Verenigde Naties: “Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen” Voor gemeente Waalwijk is het realiseren van een duurzame installatie, waarbij een goed evenwicht tussen veiligheid en leefbaarheid, milieubewustheid en kostenbeheersing ontstaat, het belangrijkste thema van het beleid.

In februari 2010 is in opdracht van VROM door Agentschap NL (SenterNovem) de nota Criteria voor duurzaam inkopen voor inkopen van OVL gepubliceerd. Deze criteria worden periodiek bijgesteld en kenbaar gemaakt aan de gemeenten via PIANOo, Expertisecentrum voor aanbesteden (www.pianoo.nl). De nota biedt de mogelijkheid een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. De gemeente neemt voor de openbare verlichting de Criteria voor duurzaam inkopen en neemt bij al haar inkopen 100% duurzaamheid als criterium mee. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimumeis voor de energieprestatie van de nieuwe OVL-installatie aan energielabel D (bijlage) van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; Bij nieuwbouw van een OVL-installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken.

Beleidsplan OVL

10

Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting. De voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame heeft de aandacht en wordt nader onderzocht.

Kwaliteitscatalogus CROW De kwaliteitscatalogus 2013 van de CROW is een standaard handboek waarmee de gewenste beeldkwaliteit per gebied wordt gekozen. Per onderdeel kunnen vijf kwaliteitsniveaus, variërend van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D) worden gekozen. Algemeen geldt dat met betrekking tot de definitie van “schoon, heel en veilig” voor beeldkwaliteit B is gekozen. In bijlage 7.2.8 zijn de referenties voor de beeldkwaliteit opgenomen.

SmartCity / SmartLighting Nieuwe technologie maakt het voor steden mogelijk om openbare gebieden aantrekkelijk(er), duurzamer en veiliger te maken voor haar gebruikers. Denk hierbij aan dynamische informatievoorziening, oplaadpunten voor auto en fiets, dynamische verkeersstromen en verkeerslichten. Maar ook openbare verlichting welke naar behoefte aan te passen is in kleur en intensiteit. Om een SmartCity te realiseren zijn systemen nodig. De openbare verlichting zoals we die nu kennen, is straks een belangrijk object voor een geïntegreerd technisch systeem dat onderdeel uitmaakt van het grotere geheel (ecosysteem). Lichtmasten zullen uitgerust worden met oplaadpunten, camera’s, sensoren (bijvoorbeeld aanwezigheidssensoren, luchtkwaliteit etc.) en communicatieapparatuur. Veel verlichting zal slim zijn: detectieverlichting, lichtroutes en beïnvloeding van sfeer met lichtkleuren. Om voorbereid te zijn, is het belangrijk vooraf de ambitie te bepalen, de mogelijkheden af te wegen en een keuze te maken bij uitbreiding en grootschalige vervanging van OVL. Om de installatietechnisch voor te bereiden op de toekomst is extra investering noodzakelijk. De investering betreft hoofdzakelijk de draadloze infrastructuur voor het communicatienetwerk/ platform met bijbehorende software en de technische voorbereiding voor de verschillende camera’s en sensoren.

In het coalitieprogramma Waalwijk “Samen Duurzaam Vooruit” 2018-2022 is aangegeven dat een verkennend onderzoek naar SmartCity mogelijkheden wordt gestart en dat pilots worden uitgevoerd. In hoofdstuk 6 is scenario 4 opgenomen waarin globaal deze extra investering is meegenomen.

Gemeentelijke ontwikkelingen Gemeente Waalwijk heeft circa voor 25% een eigen infrastructuur voor OVL aangelegd, voornamelijk in de nieuwbouwwijk “landgoed Driessen” ligt een eigen net. Bij uitbreiding van infrastructuur wordt in de toekomst niet meer gekozen voor een eigen net, omdat de gemeente hier voor het beheer en onderhoud niet op is ingericht. Besloten is om de eigen infrastructuur in landgoed Driessen over te dragen aan de netbeheerder Enexis.

Energiebesparing Het terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2emissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. De gemeente conformeert zich aan de doelstellingen van het SER-Energieakkoord. In dit Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. Beleidsplan OVL

11

De gemeente heeft als koploper-gemeente geïnvesteerd in slim energiemanagement. In ieder OVLverdeelstation zijn “slimme” meters geplaatst waarbij met behulp van speciale software het energieverbruik (in real-time) gemonitord kan worden. Dit systeem is vanaf oktober 2015 operationeel. Verder zijn er energiebesparende maatregelen uitgevoerd door o.a. het toepassen van dimbare LED-verlichting en het toepassen van dimmers in de bestaande situatie (PLL). Hierbij zijn conventionele armaturen projectmatig vervangen door energiezuinige LED-systemen.

LED Voor het toepassen van LED-verlichting binnen de OVL zijn er geen belemmeringen meer als het gaat om licht- en elektrotechnische aspecten. Er zijn nagenoeg geen hogere investeringskosten dan bij toepassing van conventionele systemen, terwijl de exploitatiekosten (energie- en onderhoudskosten) lager zijn. Het gaat dus niet over OF er LED-verlichting wordt toegepast, maar wanneer. Per situatie wordt afgewogen of bestaande armaturen bij einde levensduur worden vervangen of voortijdig projectmatig door LED-verlichting worden vervangen. Toepassing van conventionele materialen is in deze tijd geen keuze meer. De meeste moderne led armaturen zijn standaard voorzien van statische dimmogelijkheid (vast tijdstip) en worden af fabriek met een standaard dimprotocol geleverd. Gemeente Waalwijk heeft gekozen voor het standaard dimregime 3A*. Door het dimmen van verlichting wordt energiebesparing bereikt. Bij het standaard dimregime wordt gemiddeld ca. 25% - 40% aan energie op het totaalverbruik bespaard (afhankelijk van het toegepaste lamptype). Dimmen kan ook dynamisch worden uitgevoerd. Kleinschalig voert de gemeente wel proeven uit met dynamisch dimmen van fietspaden. Met telemanagementsystemen kan het dimmen ook op afstand aangestuurd worden. Dit heeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op externe factoren zoals calamiteiten, weersomstandigheden en verkeersintensiteiten.

Een nadeel is de (nog) hoge investeringskosten voor het systeem, waardoor het economisch gezien niet rendabel is om het toe te passen. Het wordt daarom niet verder benoemd als maatregel binnen een scenario voor deze beleidsperiode, maar wél als onderdeel van het onderzoek en pilots in het kader van SmartCity/ SmartLighting (scenario 4). *Dimregime 3A:

Saneren van verlichting Binnen de NPR is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor reflecterende markering of schrikhekken. Saneren van openbare verlichting zorgt voor energiebesparing maar vergt ook eenmalige investering. Dergelijke situaties doen zich voor in het buitengebied. Er wordt voorgesteld om deze maatregel als afzonderlijk actiepunt op te nemen in het uitvoeringsprogramma en dan doelgericht te onderzoeken waar lichtmasten verwijderd kunnen worden. Op basis van de NPR wordt dan de nut en noodzaak van de verlichting per situatie beoordeeld. Het wordt daarom niet verder benoemd als maatregel binnen een scenario.

Ombouwen van verlichting Wanneer het armatuur nog niet aan vervanging toe is, kan worden gekozen voor een tussentijdse oplossing, waarbij de conventionele lamp wordt vervangen voor een LED-lamp (retrofit). Dit betekent dat het huidige armatuur niet vervangen hoeft te om over te stappen naar LED. Hiermee wordt het ombouwen van bestaande armaturen met conventionele lampen naar LED-

Beleidsplan OVL

12

oplossingen binnen de gemeente toegepast als (aanvullende) mogelijkheid om energie te besparen. Bij toepassing van retrofit zal altijd achteraf en per situatie het resultaat met een lichtmeting moeten worden vastgesteld, omdat de resultaten vooraf niet te berekenen zijn. Per situatie wordt de retrofit-toepassing lichttechnisch maar ook economisch afgewogen. Op dit moment wordt een pilot uitgevoerd met een 20-tal nostalgische armaturen.

Alternatieven voor OVL Wanneer het plaatsen van openbare verlichting in strijd is met milieu uitgangspunten en/ of kostenaspecten wordt gekeken naar alternatieven voor de openbare verlichting. Dergelijke situaties doen zich voornamelijk voor in gebieden waar flora en fauna hinder van het licht ondervinden of waar de ondergrondse infrastructuur niet standaard aanwezig is. Een voorbeeld voor een alternatief is het accentueren van het verloop van de weg of het markeren van obstakels door middel van oriëntatie/ geleidingsverlichting of reflectie. Actieve markering is te realiseren door het toepassen van LED-units die verkrijgbaar zijn als solitair functionerende units of units die worden aangesloten op een externe voeding (net). Door het geringe energieverbruik van LED is het mogelijk om de benodigde energie te leveren door een geïntegreerde zonnecel. Een voordeel van deze solitaire LED-units is de lage exploitatiekosten door niet te hoeven investeren in infrastructuur en de eigen levering van benodigde energie. Een nadeel van deze solitaire units is dat het functioneren afhankelijk is van de hoeveelheid door de zonnecel opgewekte energie, waardoor de bedrijfszekerheid afneemt. Reflectie De hoeveelheid licht die vanaf een wegdek in de richting van de weggebruiker gereflecteerd wordt, noemt men de luminantie van het wegdek.

De luminantie wordt bepaald door een combinatie van de reflecterende eigenschappen van het wegdek en de hoeveelheid licht die erop valt. Door de reflecterende eigenschappen van een wegdek te verbeteren, hoeft vanuit verkeerskundig oogpunt minder verlichting toegepast te worden om hetzelfde effect te bereiken. Het voordeel is de besparing in aanleg- en exploitatiekosten van de openbare verlichting. Nadelen zijn de aanlegkosten van het asfalt, de reflectie van het licht naar de omgeving (lichtvervuiling) en het reduceren van de stroefheid van het wegdek. Gemeente Waalwijk is voornemens een proefvak te maken om ervaring op te kunnen doen.

Bron: productblad Luxovit

Beleidsplan OVL

13

Verbetering van de reflectie van het wegdek heeft een positief effect op de verkeersveiligheid, doordat obstakels beter zichtbaar worden.

Bron: AVVIATO praktijkgids

Op de afbeelding is de gelijkmatigheid bij toepassing van een traditionele slijtlaag (boven) en een slijtlaag met witte steenslag (onder) te zien. Door toepassing van een lichter wegdek verbetert de luminantie, waardoor minder verlichting toegepast hoeft te worden. Hierdoor kunnen de investerings- en exploitatiekosten van de OVL-installatie verlaagd worden.

Beleidsplan OVL

14

4

Huidige situatie Dit hoofdstuk beschrijft een evaluatie van het gevoerde beleid, de huidige situatie en de kwaliteit en kwantiteit van de aanwezige openbare verlichting. Op basis van wat er is bereikt kan het huidige beleid worden bijgestuurd.

4.1

Evaluatie beleid tot nu toe De uitgangspunten uit het beleidsplan van 2007 zijn in de afgelopen periode de leidraad voor de aanleg, het beheer en onderhoud geweest. Onderstaand zijn - in beknopte vorm – de huidige toegepaste beleidsuitgangspunten opgesomd: Veilig: o Verlichten conform de richtlijnen openbare verlichting; o Ombouwen van lagedruk natriumverlichting naar wit-licht. Duurzaam en innovatief: o Realiseren energiebesparing, conform energieakkoord; o Uitvoeren van donkertebeleid; o Duurzaam inkopen; o Uitvoering pilots nieuwe technologieën; Kwaliteit en beleving o Doelmatig verlichten o Veilige OVL-installatie, energiezuinig en innovatief.

4.2

Interne organisatie OVL De gemeente is eigenaar van de OVL-installatie. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud is ondergebracht bij het Team Beheer Openbare Ruimte en Vastgoed (TORV) van de gemeente. Om de OVL-installatie in een goede staat te houden, wordt deze onderhouden. Dit betreft vervangen van verouderde materialen en oplossen van storingen. De gemeente Waalwijk is op het gebied van OVL een regiegemeente en heeft de aanleg en het onderhoud ondergebracht bij derden op basis van hiertoe gesloten contracten en /of bestekken. Het beheer wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. Het Team Beheer Openbare Ruimte en Vastgoed heeft een coördinerende rol voor de organisatie van de OVL. Dit geldt zowel op het gebied van beheer en onderhoud evenals de aanleg van nieuwe installaties. Het dagelijkse administratieve beheer is intern georganiseerd.

4.3

Resultaat in kengetallen, kwantiteit en kwaliteit areaal Met een selectie vanuit het areaalbestand (peildatum maart 2018) is de omvang aan verlichtingsmiddelen binnen de gemeente als volgt samengesteld: Aantal lichtmasten: 12.266 stuks Aantal armaturen: 12.541 stuks Aantal lampen: 13.100 stuks Genoemde aantallen betreffen de verlichtingsobjecten in het beheer van de gemeente Waalwijk en zijn een momentopname.

Beleidsplan OVL

15

Vanuit het areaalbestand is een selectie gemaakt met de leeftijdsopbouw van masten en armaturen. In onderstaande grafieken is de leeftijdsopbouw van het mast- en armaturenareaal te zien:

Grafiek 1: leeftijdsopbouw mastareaal

Grafiek 2: leeftijdsopbouw armatuurareaal

Theoretische vervangingstermijn Vanuit de areaalgegevens (met peildatum maart 2018) blijkt dat bij afschrijvingstermijnen van 40 jaar voor een mast en 20 jaar voor een armatuur op dit moment ca. 18% van de masten (2.165 st) en ca. 29% van de armaturen (3.610 st) de afschrijvingstermijn heeft bereikt. Binnen deze groep van armaturen bevinden zich ca. 30 st nostalgische armaturen die behouden moeten blijven. In de komende beleidsperiode, van 2019 tot en met 2023, zal nog ca. 5% van de masten (571 st) en ca. 10% van de armaturen (1.240 st) de afschrijvingstermijn bereiken. Deze areaalanalyse is slechts een momentopname vanuit de beheergegevens. Circa 10% van het areaal staat op de nominatie om vervangen te worden of is reeds vervangen. Van de uitgevoerde projecten zijn nog niet alle gegevens gemuteerd. De vervangingswaarde van de gehele OVL-installatie in de gemeente bedraagt ca. € 11 miljoen*, inclusief de uitvoeringskosten voor vervanging. *(uitgaande van de gemiddelde tarieven van €525 voor een mast en €375 voor een armatuur, incl. arbeid, leveranties en kosten netbeheerder)

Praktische vervangingstermijn De bovenstaande theoretisch vervangingstermijn wordt vaak gehanteerd om de budgetten te kunnen bepalen. Praktisch wordt het financieel afgeschreven materiaal niet vervangen op basis van afschrijvingstermijn maar op basis van technische kwaliteit. De lichtmast is hierin het risicodragend element en heeft daarmee prioriteit boven het vervangen van de armatuur. De technische kwaliteit wordt door middel van periodieke stabiliteitsmeting gemonitord. In voorgaande jaren is deze praktische vervangingstermijn al ingevoerd en deze wordt de komende beleidsperiode verder voortgezet. De afgeschreven masten (>40 jaar en vanaf een lichtpunthoogte van 6m) worden gemeten en de afgekeurde masten worden vervangen. De aluminium masten worden vanaf de leeftijd van 30 jaar al gemeten. Masten met een lagere lichtpunthoogte worden door middel van een visuele inspectie op technische kwaliteit beoordeeld. Het meetbedrijf geeft een garantie af van zes jaar voor een goedgekeurde mast. Visuele inspectie vindt eens per vijf jaar plaats voor de goedgekeurde masten. Tijdens de beleidsperiode worden jaarlijkse stabiliteitsmetingen en visuele inspecties uitgevoerd van de afgeschreven masten op dat moment. Uit de praktijk blijkt dat gemiddeld ca. 10% van het mastareaal die de afschrijvingstermijn heeft bereikt wordt afgekeurd na meting en 7% wordt afgekeurd na inspectie.

Bij vervanging van de afgekeurde mast wordt meestal ook direct de

Beleidsplan OVL

16

armatuur vervangen. In onderstaande tabel zijn de geraamde jaarlijkse kosten zichtbaar gemaakt: Meting van: afgeschreven masten beleidsperiode waarvan lichtpunthoogte >6m tbv meting mastafkeur meting (10%) kosten meting vervangingskosten masten (+20% straatniveau) vervangingskosten armaturen (+20% straatniveau) kosten per jaar:

2019 277 245 25 € 12.250 € 15.750 € 11.250 € 39.250

2020 201 168 17 € 8.400 € 10.710 € 7.650 € 26.760

2021 361 168 17 € 8.400 € 10.710 € 7.650 € 26.760

2022 136 129 13 € 6.450 € 8.190 € 5.850 € 20.490

2023 69 23 3 € 1.150 € 1.890 € 1.350 € 4.390

Inspectie van: reeds afgeschreven masten (> 40jaar)

0

0

0

0

0

afgeschreven masten beleidsperiode

277

201

361

136

69

waarvan lichtpunthoogte <6m tbv visuele inspectie

32

33

193

7

46

mastafkeur inspectie (7%)

3

3

14

1

4

€ 160

€ 165

€ 965

€ 35

€ 425

vervangingskosten masten (+20% straatniveau)

€ 1.890

€ 1.890

€ 8.820

€ 630

€ 4.240

vervangingskosten armaturen (+20% straatniveau)

€ 1.350

€ 1.350

€ 6.300

€ 450

€ 3.029

kosten per jaar:

€ 3.400

€ 3.405

€ 16.085

€ 1.115

€ 7.693

Totale kosten per jaar:

€ 42.650

€ 30.165

€ 42.845

€ 21.605

€ 12.083

inspectiekosten

eenheidstarief masten

€ 525

eenheidstarief armaturen

€ 375

eenheidstarief meting

€ 50

eenheidstarief inspectie

€5

Tabel 1: jaarlijkse kosten praktische vervanging

In de geraamde kosten is rekening gehouden met de armatuurvervangingen gelijktijdig met de vervanging van de mast. De vervangingen vinden zoveel als mogelijk plaats voor de gehele straat, waarbij dan direct de verlichtingskwaliteit aan de NPR wordt getoetst. Indien nodig wordt dit aangepast aan de NPR. Dit is afhankelijk van de situatie en de hoeveelheid afgekeurd materiaal binnen de straat. Hiermee houden we rekening door jaarlijks een extra investering van 20% op te nemen. Bovenstaande maatregelen en geraamde kosten zijn de minimale inspanning om de OVL technisch veilig en heel te houden. De genoemde geraamde kosten geven een indicatie van de te verwachten jaarlijkse investering en zijn geraamd met het huidige prijspeil. In de praktijk kunnen de geraamde kosten afwijken door prijswijzigingen van materialen en marktwerking. In hoofdstuk 6 zijn de financiële consequenties uitgewerkt.

Energieverbruik en energieakkoord Omdat de gemeente zich conformeert aan het energieakkoord, is een van de ambities om in het jaar 2020, minimaal 20% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013. Vanaf 2007 zijn extra middelen ingezet om oude energie onzuinige lampen te vervangen door moderne lampen zoals PLL en toen led beschikbaar was, door led. Een deel van het mogelijke besparingspotentieel was dus al voor het peiljaar 2013 benut. Het verloop van de inspanningen vanaf 2013 (peildatum 1-1-2013) is in onderstaande tabel zichtbaar gemaakt van het energieverbruik ten opzichte van het aantal lampen. Element Energieverbruik Aantal lampen

2012 (kWh) 2.701.914 11.398

2017 (kWh) 2.444.116 12.425

Verschil t.o.v. 2013 -10% +9%

Tabel 2: Verloop energieverbruik en aantal lampen

Beleidsplan OVL

17

Vanaf oktober 2015 wordt het energieverbruik van de OVL-verdeelstations door middel van “slimme” meters gemonitord en heeft de gemeente een goed inzicht in het werkelijke verbruik. Vanuit de monitoring is gebleken dat in het verleden het verbruik van meerdere OVLverdeelstations (20 stuks) veel te laag is ingeschat en in rekening is gebracht. Sinds begin 2016 wordt als pilotproject ongeveer de helft van de OVL middels zogenaamde Daliboxen geschakeld. Het in- en uitschakelmoment in deze stations wordt via een computerprogramma geregeld. De momenten van in- en uitschakelen vallen echter niet samen met de overige stations in de gemeente. Dit zorgt ervoor dat ongeveer de helft van de openbare verlichting dagelijks ca. een half uur langer brandt dan voor het peiljaar 2013. Dit veroorzaakt extra energieverbruik buiten de schuld van de gemeente Waalwijk. De instellingen van de Daliboxen zijn pas medio 2019 door de netbeheerder te wijzigen. De kosten voor dit ongewilde extra energieverbruik worden door de netbeheerder betaald. De uitbreiding van het areaal van onder andere de nieuwbouwwijk landgoed Driessen en bedrijventerrein Haven, heeft ook gezorgd voor een toename van het energieverbruik. Desondanks is sprake van een afname van het energieverbruik met 10% in 2017 ten opzichte van 2013. Om de doelstelling in 2020 te bereiken is nog een besparing van 10% te realiseren.

Volgens de beheerdata is op dit moment ca. 18% van het areaal uitgevoerd in LED. In onderstaande grafiek is de verdeling van de toegepaste lampsoorten binnen de gemeente zichtbaar gemaakt.

Grafiek 3: lampsoorten areaal

Uit de grafiek blijkt dat in de voorgaande jaren al veel is geïnvesteerd in energiezuinige lampen. In wit (led en PL) zijn de meest energiezuinige lampen aangegeven, de overige kleuren geven het areaal weer wat uit energetisch oogpunt direct voor vervanging in aanmerking komt. Het gaat hierbij om de SOX, SON, TL en diverse overige lampen (CDM/CDO/CPO), op dit moment nog ca. 31% van het lampareaal. Vanuit de analyse van het areaal blijkt dat de totaal mogelijke energiebesparing, wanneer alles voor LED wordt vervangen, maximaal 48% is. De exploitatiekosten (onderhouds- en energiekosten) worden hierdoor met ca. 60% gereduceerd. Door de technische ontwikkeling is het echter aannemelijk dat de doelstelling van 50% energiebesparing in 2030 ruimschoots wordt bereikt. Op dit moment is een energiebesparing van 10% gerealiseerd. Wanneer alles voor LED wordt vervangen komt dit uit op een totale investering van ca. € 3.860.000, bij een gemiddelde kostprijs van € 375 per armatuur. Met deze investering is nog een energiebesparing van 38% te realiseren en 60% aan exploitatiekosten. Dit geeft dit voor het areaal van de gemeente Waalwijk de kengetallen van ca. 0,98% voor de gemiddelde energiebesparing voor iedere € 100.000 aan

Beleidsplan OVL

18

investering in armatuurvervanging en gemiddeld ca. 1,55% aan de reductie van (specifieke) exploitatiekosten*. In hoofdstuk 6.2 is dit in tabelvorm verder uitgewerkt. Medio 2019 stopt de productie van lagedruk natriumlampen. In het uitvoeringsplan wordt aan dit lamptype een hogere vervangingsprioriteit gegeven. *lampenremplace, storingen en energiekosten.

4.4

Huidige kosten OVL In het onderstaande overzicht is de begroting voor 2018 weergegeven (peildatum mei 2018). Deze begroting is mede de basis voor de berekening van het financiële verloop van de scenario’s in hoofdstuk 6. Begroting 2019 Kostenplaats: 6204010 Openbare verlichting Kostensoort / Kostenplaats

Begroot

411075 17 Doorbel. salarissen

40.982

411076 17 Doorbel. uren producten

37.650

421002 17 Betaalde belastingen

207

435175 17 Doorbelastingen inhuur

291

438007 17 Onderhoud en reparaties

116.445

438029 17 Extern advies en ondersteuning

11.258

438061 17 Elektriciteit

273.691

438075 17 Doorbel.ov.goederen en diensten 472001 17 Mutaties voorzieningen* 472075 17 Doorbel. st. voorzieningen 473001 17 Afschrijvingen

1.747 124.872 294 81.650

473075 17 Doorbel. afschrijving

672

474001 17 Toegerekende rente

26.106

474075 17 Doorbel. Rente

547

438075 17 Doorbel.ov.goederen en diensten

6.729

473075 17 Doorbel. afschrijving

1.893

474075 17 Doorbel. Rente 6204015 IBOR Saldo

142 8.763 733.939

* Mutaties voorzieningen is in 2019 vervallen.

Beleidsplan OVL

19

5

Visie en beleidskaders Het doel van openbare verlichting is het bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid in de openbare ruimte, gedurende de duisternis, waarbij het energieverbruik zo laag mogelijk moet zijn tegen economisch verantwoorde kosten. Er wordt gestreefd naar duurzame oplossingen. De functie van de openbare ruimte bepaalt hierbij de kwaliteitscriteria van de verlichting. Om aan deze visie inhoud te geven zijn in dit hoofdstuk enkele beleidsthema’s en aandachtsgebieden opgenomen met de mogelijke knelpunten en keuzemogelijkheden. Als algemeen uitgangspunt met betrekking tot ontwikkelingen geldt de onderstaande beleidskeuze: De gemeente Waalwijk hanteert bewezen technieken en volgt de ontwikkelingen. Deze worden toegepast wanneer dit economisch verantwoord is; wanneer de toepassing zich binnen de levensduur terugverdient door reductie in de exploitatiekosten of esthetisch een toegevoegde waarde heeft. Het doel van het vaststellen van beleid is om een kader te scheppen waarbinnen de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en milieubewust in stand wordt gehouden. Dit alles binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen. De gemeente hanteert de volgende visie en beleidsuitgangspunten.

5.1

Veiligheid Wettelijke verplichting: Elektrotechnisch veiligheidsbeleid De openbare ruimte is een dynamische omgeving die voortdurend aan veranderingen onderhevig is. Niet alleen de fysieke inrichting met groen en grijs maar ook de toepassing van een steeds groter wordende diversiteit aan installaties maakt een zorgvuldig beheer noodzakelijk. De eigenaar heeft een primaire zorg voor het schoonhouden, het technisch en functioneel onderhouden en de algemene veiligheid. De noodzaak om beheerprocessen af te stemmen op wet- en regelgeving vindt zijn oorsprong in het Bouwbesluit en de Arbowet. Deze kaderwetten zijn uitgewerkt in de regeling Bouwbesluit en het Arbo-besluit met de Arbo beleidsregels. Mogelijke instrumenten voor de koppeling van beheerprocessen op deze wet- en regelgeving worden voor elektrische installaties gevonden in de normen NEN 1010 en NEN 3140 van het Nederlands Normalisatie-instituut. De gemeente als eigenaar en onderhoudsplichtige, verantwoordelijk voor opstallen zoals openbare verlichting (OVL), riolering, gebouwen, etc. dient onder andere de elektrotechnische veiligheid van installaties te waarborgen zodat gebruikers (burgers, personeel en opdrachtnemers) er op een verantwoorde manier gebruik van kunnen maken. Het beleggen van verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt in een mandaatregister geregeld en door het College vastgesteld.

In dit register wordt vastgelegd welke functionaris in de gemeente het (onder)mandaat heeft voor het dragen van bepaalde verantwoordelijkheden en het uitoefenen van bevoegdheden. Als de verantwoordelijkheden niet (onder)gemandateerd zijn berust de verantwoordelijkheid van de IV-organisatie bij de mandant of lastgever, in dit geval de gemeentesecretaris.

Beleidsplan OVL

20

Het kwaliteitshandboek en de implementatie van het “IV-schap” maakt de keten van bevoegdheden en verantwoordelijkheden in het kader van elektrotechnische veiligheid helder en transparant. Door het volgen van processen ontstaat er een betrouwbaar beeld van de mate van elektrotechnische veiligheid van diverse arealen. In de loop van 2019 wordt het handboek opgeleverd en wordt de installatieverantwoordelijkheid in de organisatie geïmplementeerd. Visie en Keuze: In 2019 wordt voor alle disciplines binnen de gemeente de implementatie van Installatieverantwoordelijkheid in de organisatie afgerond.

5.2

Lichtkwaliteit per gebied De richtlijn openbare verlichting (NPR) is een in Nederland algemeen toegepaste richtlijn waarin de verlichtingsklasse is aangegeven voor de openbare ruimte. Deze richtlijn is nadrukkelijk richtinggevend, maar geen wetgeving. Afwijken van de NPR is niet wenselijk maar wel legitiem en voorbehouden aan de (weg)beherende instantie. De NPR kent een determinatietabel waarmee de verlichtingsklasse wordt bepaald aan de hand van de verkeersbewegingen (gemotoriseerd verkeer, conflict verkeer, voetgangers). De verlichtingsklasse geeft vervolgens aan wat de verlichtingsintensiteit moet zijn conform de richtlijn. Visie en keuze: De gemeente past de richtlijnen van de NPR toe bij alle nieuwe verlichtingsplannen en renovaties. Hierin past ook de keuze om verlichting tijdens nachtelijke uren te dimmen. Waar mogelijk wordt bij nieuw in te richten woonwijken ook aan het PKVW voldaan voor openbare verlichting. De toe te passen verlichtingsklasse is gekoppeld aan de wegcategorisering van de gemeente Waalwijk. De gemeente Waalwijk wil in het buitengebied terughoudend met verlichting omgaan, hier geldt het principe “geen verlichting, tenzij”. Wanneer vanuit verkeers- en/of sociale veiligheid toch verlichting noodzakelijk is, wordt gebruik gemaakt van de NPR.

5.3

Duurzaamheid, energiebesparing en investering Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2emmissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Inkoop van duurzame energie; Verminderen van het verbruik. Het eerste heeft de gemeente al in gang gezet door uitsluitend groene stroom in te kopen. Energie besparen kan worden bereikt op verschillende manieren: Toepassing van zuinige LED-lampen, met behoud van verlichtingskwaliteit. Dimmen; Saneren van verlichting. In de nieuwe NPR is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van verlichting ook worden gekozen voor reflecterende markering of schrikhekken. Saneren van openbare verlichting zorgt voor energiebesparing maar vergt ook een investering. Toepassing van nieuwe technieken leidt ook tot energiebesparing. Continuering van de

Beleidsplan OVL

21

ingezette beleidslijn om dimbare led-armaturen te plaatsen, leidt tot de meest optimale energiereductie. Visie en keuze: De ingezette beleidslijn om led-armaturen te plaatsen in combinatie met een dimregime, wordt gecontinueerd. In het inkoopbeleid is aangegeven dat de gemeente voor 100% duurzaam inkoopt. Om de doelstelling te bereiken zijn duurzaamheidscriteria ontwikkeld. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimumeis voor de energieprestatie van de OVL-installatie aan label D van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; Bij nieuwbouw van een OVL-installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Visie en keuze: Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken en/of diensten voor de openbare verlichting.

5.4

Beheer en onderhoud Om de OVL-installatie in een goede staat te houden, wordt deze onderhouden. Daartoe is een plan tot vervanging van verouderde materialen en worden gebrekkige componenten vervangen en storingen opgelost. Het onderhoud van de OVL wordt door derden uitgevoerd, zoals contractueel is vastgelegd. Periodiek worden beheerrapportages overlegd, waarmee de gemeente inzicht heeft in de voortgang van het gevoerde beleid en instrumenten heeft om bij te sturen. De openbare verlichting heeft een theoretische levensduur. De masten worden financieel afgeschreven in maximaal 40 jaar, de armaturen in maximaal 20 jaar. Het werkelijke vervangingsmoment wordt bepaald door het resultaat van de visuele en kwalitatieve inspectie van de mast. De technische levensduur is mede afhankelijk van de locatie van de lichtmast en de bodemgesteldheid.

Strategisch beheer Het strategisch beheer heeft betrekking op beleidsvorming en budgetbeheer met betrekking tot openbare verlichting. De taken en producten in het kader van beleidsvorming zijn o.a. het opstellen van beleidsplannen, regelgeving kwaliteit (o.a. in beheerplannen), programmering en monitoren. Als opdrachtgever is de gemeente verantwoordelijk voor het budget en worden overeenkomsten gesloten met derden voor projecten en onderhoud van openbare verlichting. Daarnaast is de gemeente het kenniscentrum voor strategisch beheer en verzorgt ambtelijke en bestuurlijke communicatie. Het operationele beheer wordt door de gemeente zelf uitgevoerd.

Onderhoud als waarborg voor licht Onderhoud van verlichting omvat alle werkzaamheden die verricht moeten worden om de openbare verlichting in stand te houden. Het onderhoud is onder te verdelen in preventief onderhoud, correctief onderhoud en investeringen. Voor het preventief onderhoud is het Team Beheer Openbare Ruimte en Vastgoed (TORV) verantwoordelijk. De werkzaamheden voor correctief onderhoud omvatten het herstel van defecte onderdelen van het lichtpunt, inclusief schade en molest. Investeringen zijn projectmatige werkzaamheden, gezien over een langere termijn, zoals renovatie, vervanging en reconstructies, die uitgevoerd dienen te worden als de Beleidsplan OVL

22

bestaande installatie economisch of technisch niet meer aan de gestelde randvoorwaarden voldoet. Bij het onderhouden van een installatie wordt rekening gehouden met de duurzaamheidscriteria ten aanzien van energieverbruik en belasting van het milieu: Het zo veel als mogelijk gecombineerd uitvoeren van werkzaamheden met overige disciplines (bv het gebruik maken van wegafzettingen); Het, op basis van kosten, baten en kwaliteit, planmatig en groepsgewijs vervangen van verlichtingsmiddelen op het meest economische moment; Het toepassen van milieuvriendelijk geproduceerde materialen; Het kiezen voor kwalitatief duurzame masten, armaturen en materialen; Het toepassen van milieuvriendelijke oppervlaktebescherming en/of oppervlaktebehandeling van de masten en de armaturen; Het schilderen van de masten en de armaturen met milieuvriendelijke materialen; Het zo veel als mogelijk hergebruiken van de vrijkomende materialen; Het afvoeren van defecte lampen naar een erkende verwerker.

5.5

Preventief onderhoud De werkzaamheden die voor preventief onderhoud worden uitgevoerd zijn: Lichtmast en armatuur vervanging; Lamp remplace; Schoonmaakronde armaturen/lichtmasten; Schilderen van stalen masten.

Groepsremplace Remplace draagt bij aan de continuïteit van de kwaliteit van de verlichting. Door veroudering van de lamp wordt de lichtopbrengst gedurende de levensduur van de lamp minder en neemt de kans op incidentele storingen ten gevolge van lampdefecten toe. Het groepsgewijs vervangen van lampen (groepsremplace) heeft als voordeel dat incidentele storingen ten gevolge lampdefecten afnemen en dat de oorspronkelijke lichtopbrengst van de installatie naar de beginwaarde wordt gebracht. Remplace wordt uitgevoerd op het moment dat de servicelevensduur van de lamp is bereikt. Elke leverancier geeft aan hoeveel branduren een lamp heeft. Op basis van het brandschema kan de datum/periode bepaald worden waarin de lamp vervangen moet worden. LED-verlichting kent een veel langere levensduur, waardoor remplace praktisch niet meer nodig is. Naast de energiebesparing is dit een belangrijk tweede voordeel van led waardoor exploitatiekosten lager worden. De gemeente schouwt zelf 4x per jaar doorgaande wegen en het buitengebied. Woonwijken en bedrijfsterreinen worden niet geschouwd, omdat door de sociale binding hier de defecten door de bewoners worden gemeld. Tijdens de schouw wordt het lichtpunt op diverse onderdelen visueel geïnspecteerd.

Beleidsplan OVL

23

Schilderen Het schilderen van thermisch verzinkte en stalen masten gebeurt volgens het conserveringscontract. Vanuit bestandsbeheer wordt door de gemeente een lijst gegenereerd van de te schilderen masten. Er wordt nagegaan of er geen projectmatige werkzaamheden plaatsvinden waar de schilderwerkzaamheden gepland zijn.

Beleidsplan OVL

24

6 6.1

Kwaliteitskeuze Basisbeleid Aan de hand van de evaluatie van het huidige beleid en de beschreven gewenste situatie, visie en keuze is een basisbeleid geformuleerd. Het basisbeleid betekent in hoofdzaak voortzetting van het huidige beleid en kent de volgende hoofduitgangspunten: Verlichten in overeenstemming met de NPR, gekoppeld aan de gemeentelijke gebiedsindeling als basis voor de verlichtingsklasse; Toepassing van dimbare LED-verlichting in witte lichtkleur wordt projectmatig (straatgewijs) toegepast; Vanwege de productiestop van lagedruk natriumlampen (SOX), worden armaturen met dit lamptype in de komende drie jaar vervangen; Terughoudend beleid ten aanzien van uitbreiding van verlichting buiten de bebouwde kom; (niet verlichten, tenzij...) Saneren van verlichting buiten bebouwde kom en (indien nodig) vervangen door alternatieven zoals markeringen en/of retro flecterende materialen; Nieuwe aanleg en vervanging voldoen aan de duurzaamheidcriteria; De financiële afschrijvingstermijn voor lichtmasten is 40 jaar, voor armaturen is 20 jaar; Versneld vervangen van lagedruk natriumverlichting (oranjekleurige verlichting) voor wit licht.

In verband met de productiestop door de fabrikant, het energieverbruik en de kwaliteit (kleurherkenning) van de verlichting; Belangrijke utilitaire fietsroutes in het buitengebied voorzien van (dynamisch) dimbare openbare verlichting; Openbaar gebied met een recreatief karakter wordt in principe niet verlicht. De taak van Beheerder Openbare Verlichting wordt momenteel middels interne detachering ingevuld. In 2019 wordt deze detachering beëindigd en moet invulling gezocht worden voor continuering van de beheerders taak. Deze (deeltijd) taak wordt vanaf 2019 in de begroting opgenomen.

6.2

Scenario energieakkoord en pilot Smart Lighting Een scenario is een uiteenzetting van ontwikkelingen en wordt gebruikt om een indruk te krijgen van hoe het beleid zal reageren op mogelijke toekomstige situaties. Het richt zich op de ontwikkelingen die van invloed zijn op het OVL-beleid, voornamelijk de effectiviteit en de financiën. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de kosten voor het in standhouden van de kwaliteit van de OVL evenals de kosten die gemaakt moeten worden om de kwaliteit van de installatie op het gewenste niveau te krijgen. Het geeft inzicht in de investering, de reductie van energieverbruik en exploitatiekosten ten gevolge van de investering. Overige (beheer) kosten zijn hierin niet meegenomen. Hoe de gemeente de openbare verlichting de komende beleidsperiode kan onderhouden, beheren en verbeteren is weergegeven in een scenario. Het uitgangspunt hierbij is, dat het onderhoudsniveau hetzelfde blijft en dat de voorgestelde maatregelen binnen de beleidsperiode van 5 jaar (2019 tot en met 2023) worden gerealiseerd. Onder de exploitatiekosten vallen de energie- en onderhoudskosten van de OVL.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16548702/1