CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Armoedemonitor 2024 - gemeente Ww - versie 1.0

Raadsvergadering 9 oktober 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Beleidsnota Bestaanszekerheid 2026 -202913.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

10. Energielabels & woningtype Het Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) bevat de beschikbare gegevens van adressen en gebouwen in Nederland. Voor de gemeente Waalwijk is deze ook geanalyseerd en gekoppeld aan de gepseudonimiseerde BRP. De resultaten van de energielabels en verdeling naar woningtype worden in dit hoofdstuk weergegeven.

10.1. Energielabels totaal Van alle woningen in de gemeente Waalwijk heeft op dit moment 67 procent een energielabel. In onderstaande figuur staan de afgegeven labels voor de gemeente Waalwijk als geheel weergegeven. Het grootste deel van de bekende energie labels is label A of hoger. Tabel 10.1.1 Energie labels in de gehele gemeente Waalwijk, aantal en aandeel Woningtype Energielabel A of hoger Energielabel B Energielabel C Energielabel D Energielabel E/F/G Onbekend Totaal

Aantal 5.533 2.565 3.771 1.334 1.527 7.408 22.138

Aandeel 25% 12% 17% 6% 7% 33% 100%

Figuur 10.1.1. Energielabels in de gehele gemeente Waalwijk

Energielabel totaal Energielabel A of hoger

25%

Energielabel B

12%

Energielabel C Energielabel D

Energielabel E/F/G

17% 6% 7%

Onbekend

33%

10.2. Energielabels minima Het aandeel woningen met een energielabel ligt onder minima in de gemeente Waalwijk hoger dan in de gehele gemeente, namelijk op 989procent. In onderstaande figuur en tabel staan de afgegeven labels voor de minima in de gemeente Waalwijk weergegeven. Het grootste deel van de bekende energie labels is label A of hoger. Tabel 10.2.1 Energielabels in de gemeente Waalwijk onder minima, aantal en aandeel Energielabel Energielabel A of hoger Energielabel B Energielabel C Energielabel D Energielabel E/F/G Onbekend Totaal

Aantal 575 327 416 143 57 180 1.698

32

Aandeel 34% 19% 24% 8% 3% 11% 100%

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Figuur 10.2.1. Energielabels in de gemeente Waalwijk onder minima

Energielabel minima Energielabel A of hoger

34%

Energielabel B

19%

Energielabel C

24%

Energielabel D Energielabel E/F/G Onbekend

8% 3% 11%

10.3. Woningtype Het grootste aandeel woningen in de gemeente Waalwijk bestaat uit rijwoningen (38 procent van alle woningen). De twee grootste categorieën daarnaast zijn flatwoningen (17 procent) en vrijstaande woningen (8 procent). De categorie ‘overig’ is een combinatie van appartementen, twee-onder-een-kapwoningen, maisonettes, logieswoningen en onbekende woningtypen. Tabel 10.3.1 Woningtype in de gemeente Waalwijk, totaal Woningtype Flatwoning Rijwoning Vrijstaand Overig Totaal

Aantal 3.925 8.626 1.865 8.490 22.906

Aandeel 17% 38% 8% 37% 100%

Van de 1.698 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont de helft in een rijwoning (49 procent). Daarnaast woont 39 procent in een flatwoning en een minimaal aandeel in een vrijstaande woning (1 procent). Tabel 10.3.2 Woningtype in de gemeente Waalwijk, minimahuishouden Woningtype Flatwoning Rijwoning Vrijstaand Overig Totaal

Aantal 657 813 12 216 1.698

33

Aandeel 39% 49% 1% 13% 100%

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

11. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk geven we een korte samenvatting van de twee deelonderzoeken: de Armoedemonitor en de Inkomenseffect Rapportage. Vervolgens worden aan de hand van de resultaten uit deze deelonderzoeken aanbevelingen voor het toekomstige beleid geformuleerd.

11.1. Inkomenseffect rapportage Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen In de Inkomenseffect Rapportage wordt het effect van het landelijke en lokale beleid op de bestedingsruimte van zes verschillende huishoudtypen berekent. Uit de resultaten blijkt dat de gemeentelijke regelingen zowel in 2024 als 2025 (extra) financiële bestedingsruimte bieden voor alle huishoudens bij de laagste inkomens. Vier van de zes voorbeeldhuishoudens zijn op bijstandsniveau afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om rond te komen in 2024. Dit zijn: • • • •

Alleenstaanden zonder kinderen Paren zonder kinderen Paren met kinderen Paren met de AOW-gerechtigde leeftijd (kunnen in 2025 wel rondkomen zonder gemeentelijke regelingen)

De andere huishoudens kunnen maandelijks rondkomen, met en zonder het gebruik van de gemeentelijke regelingen. Financiële effecten bij werkaanvaarding Alle huishoudens gaan erop vooruit wanneer zij gaan werken vanuit de bijstand. Ze krijgen namelijk te maken met een maandbudget dat in de plus uitkomt of ruimer wordt bij een inkomensstijging ten opzichte van de bijstand Dit geldt zowel voor de huishoudens die van geen gemeentelijke regelingen gebruik maken als voor de huishoudens die gebruik maken van alle regelingen van de gemeente, behalve voor paren zonder kinderen. Voor paren zonder kinderen geldt in 2024 dat zij bij een inkomen tot 110 procent Wsm nog onvoldoende budget hebben als zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. In 2025 hebben zij wel voldoende budget. Het wegvallen van gemeentelijke regelingen (al dan niet in combinatie met afnemende toeslagen) kan bij extra werkaanvaarding zorgen voor een terugval in het maandbudget. Dit komt voor bij zowel paren zonder als met kinderen, die gebruik maken van alle regelingen, wanneer het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt in 2024 of wanneer het inkomen van 130 naar 140 procent Wsm stijgt in 2025. Als huishoudens geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen, dan komt dit niet voor.

Werkaanvaarding vanuit langdurige minimasituatie Alleenstaanden en alleenstaande ouders krijgen minder bestedingsruimte als zij vanuit een situatie van een langdurig minimuminkomen gaan werken tegen een inkomen van 110 procent Wsm. Het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag zorgt voor een lager maandbudget op 110 procent Wsm dan op bijstandsniveau, zowel in 2024 als in 2025. Wanneer deze huishoudens vanuit een langdurig inkomen op 100 procent Wsm gaan werken tegen een inkomen op 120 procent Wsm of hoger gaan zij erop vooruit: hun bestedingsruimte wordt groter. Voor paren (met en zonder kinderen) geldt dat zij meer bestedingsruimte krijgen als ze gaan werken vanuit een langdurige bijstandssituatie.

34

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

11.2. Armoedemonitor Minimahuishoudens In totaal heeft de gemeente 1.698 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld, zij vormen 7,4 procent van alle huishoudens in de gemeente. Wij schatten aan de hand van de Armoede Index dat het totaal aantal huishoudens met een inkomen op 2.042 huishoudens ligt (8,8 procent). Dit ligt in lijn met wat we gemiddeld bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien (tussen de 7 en 9 procent). De volgende zaken vallen op bij de minimahuishoudens: • Het aandeel huishoudens met een inkomen vanuit de Participatiewet ligt lager in de gemeente Waalwijk (40 procent) in vergelijking met andere gemeenten (tussen 45 en 55 procent). Het aandeel huishoudens met een overig inkomen (vanuit werk of een WWuitkering) ligt daarentegen hoger. • Qua huishoudsamenstelling ligt het aandeel alleenstaande huishoudens in de gemeente Waalwijk hoger dan gemiddeld. • Het aandeel huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond ligt in verhouding wat lager in de gemeente Waalwijk. • Het grootste aandeel minimahuishoudens woont in de wijk Laageinde (14 procent). 13 procent woont in de wijk Centrum • In verhouding hebben eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een minimum inkomen dan andere huishoudtypen.

Minimakinderen In totaal heeft de gemeente Waalwijk 795 kinderen (8,8 procent) in beeld die opgroeien in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Daarvan wonen er 547 (6,1 procent) in een huishouden met een inkomen van maximaal 100 procent Wsm. De volgende punten zijn opvallend bij de minimakinderen: • Het aandeel minimakinderen wordt geschat op 11,4 procent (1.021 kinderen). Dit ligt hoger dan wat we gemiddeld bij andere gemeenten zien (tussen de 9 à 10 procent). • In verhouding wijken de kenmerken van de minimakinderen niet af van het gangbare gemiddelde. Zo komt de verdeling in huishoudsamenstelling overeen met het gemiddelde van andere gemeenten (ongeveer de helft eenoudergezinnen en de helft tweeoudergezinnen). De verdeling in inkomensbron van het huishouden komt ook overeen met het gemiddelde. • Het grootste aandeel (19 procent) van de minimakinderen groeit op in de wijk Zanddonk. • Ook hier zien we, net als bij de minimahuishoudens, dat sommige kinderen meer kans hebben om op te groeien in een huishouden met een minimuminkomen dan anderen. Zo groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een gezin met een laag inkomen dan kinderen uit een tweeoudergezin. Hetzelfde geldt voor kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond.

Minimaregelingen Als we kijken naar het bereik van de gemeentelijke minimaregelingen, valt het volgende op: • Het bereik van de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en het Jeugdfonds Sport & Cultuur komt overeen met het gangbare gemiddelde van andere (vergelijkbare) gemeenten. Het bereik van de collectieve zorgverzekering is hoger dan gemiddeld. • Het bereik van de kwijtschelding, de PasWijzer voor volwassenen en de PasWijzer voor kinderen ligt lager dan het bereik dat we gemiddeld bij deze regelingen zien. • Er is niet veel sprake van stapeling van de regelingen: het grootste aandeel van de minimahuishoudens (45 procent) maakt gebruik van één van de regelingen. Een vierde maakt gebruik van twee regelingen, een enkeling (3 procent) maakt gebruik van 5 of meer regelingen.

35

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

11.3. Aanbevelingen In deze paragraaf worden aanbevelingen geformuleerd aan de hand van twee thema’s: (niet) gebruik van de regelingen en de inzet op specifieke doelgroepen. Gebruik van de regelingen Het minimabeleid van de gemeente Waalwijk is breed opgezet: er zijn regelingen voor diverse doelgroepen en kostensoorten. Zo is ondersteuning beschikbaar voor inwoners met een zorgvraag, gezinnen, inwoners met een langdurig minimuminkomen en voor participatie (zowel voor volwassenen als kinderen). Binnen de regelingen zijn verschillende keuzeopties beschikbaar; zo kunnen inwoners kiezen tussen verschillende pakketten binnen de collectieve zorgverzekering en zijn er meerdere vergoedingen voor participatie beschikbaar. Deze verschillende opties worden door de minimapopulatie ook allemaal gebruikt. Als we kijken naar de uitkomsten van de twee onderzoeken vallen een aantal dingen op. Allereerst blijkt uit de resultaten van de Inkomenseffect Rapportage dat voor sommige huishoudtypen de regelingen het verschil maken tussen wel of niet rond kunnen komen. In de berekeningen zijn twee situaties in beeld gebracht: de bestedingsruimte van huishoudens die geen gebruikmaken van regelingen én de bestedingsruimte van huishoudens die gebruikmaken van alle regelingen 27.

Als we kijken naar de resultaten van de Armoedemonitor blijkt echter dat huishoudens over het algemeen van één of twee regelingen gebruikmaken. Er is dus niet vaak sprake van een stapeling van de regelingen. Oftewel: minimahuishoudens maken geen gebruik van het volledige aanbod aan regelingen en ontvangen daarmee niet de volledige beschikbare financiële ondersteuning. Het niet-gebruik van regelingen onder de doelgroep kan verschillende oorzaken hebben. Het kan allereerst te relateren zijn aan de aanvraagprocedure. Als deze ingewikkeld is of veel inspanning vereist, kan dit inwoners er van afschrikken om een aanvraag te doen. Ook kan het zijn dat inwoners bang zijn om fouten te maken hierin en het bedrag terug moeten betalen. De eerste aanbeveling luidt daarom als volgt:

Aanbeveling 1 Neem de aanvraagprocedure van de minimaregelingen onder de loep en onderzoek of deze versimpeld kan worden. • Kijk bijvoorbeeld of het mogelijk is om meerdere regelingen aan te vragen binnen één aanvraag, zodat inwoners informatie slechts één keer hoeven aan te leveren. • Verken de mogelijkheden om regelingen bij één loket aan te vragen, en bied daarbij laagdrempelige hulp en advies via consulenten of maatschappelijke organisaties. • Andere aandachtspunten zijn het taalgebruik in de aanvraagformulieren en de mogelijkheid om zowel een digitale als een fysieke aanvraag te doen. Een andere mogelijke verklaring ligt bij de informatievoorziening: wellicht zijn inwoners niet op de hoogte van de gemeentelijke regelingen of weten zij niet waar zij recht op hebben. De tweede aanbeveling is daarom als volgt:

• • •

Aanbeveling 2 Besteed aandacht aan de informatievoorziening van de regelingen: Neem bijvoorbeeld de informatie over de regelingen op de website onder de loep: is deze actueel? Is deze makkelijk te begrijpen? Informeer potentiële doelgroepen actief, bijvoorbeeld via lokale media en maatschappelijke organisaties en samenwerkingspartners in de gemeente. Zet hiervoor ook in op samenwerking met maatschappelijke organisaties. Zet daarnaast in op een combinatie van informatiekanalen, bijvoorbeeld in de vorm van een sociale kaart of een voorzieningenwijzer.

27 Op deze manier wordt de maximale impact van het gemeentelijke beleid inzichtelijk gemaakt.

36

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Doelgroepen Uit de resultaten van beide deelonderzoeken komen een paar groepen naar voren die verhoudingsgewijs vaker moeten rondkomen van een minimuminkomen. Zo blijkt uit de Armoedemonitor dat eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een minimuminkomen hebben dan huishoudens met een andere samenstelling of achtergrond. Ook bestaat het merendeel van de minimahuishoudens (65 procent) uit langdurige minima, die al drie jaar of langer van een minimuminkomen moeten rondkomen. Voor deze groep is het lastiger om uit te stromen uit de minimapopulatie. Uit de Inkomenseffect Rapportage blijkt daarnaast dat sommige huishoudens afhankelijk zijn van de gemeentelijke regelingen om maandelijks rond te kunnen komen. Dit geldt op bijstandsniveau voor alleenstaanden zonder kinderen, paren met en zonder kinderen en paren met de AOWgerechtigde leeftijd. Voor hen is het dus essentieel dat zij gebruikmaken van de regelingen waar zij recht op hebben. Uit de Armoedemonitor komt daarnaast naar voren dat er in verhouding meer alleenstaande minimahuishoudens zijn in de gemeente Waalwijk dan we gemiddeld bij andere gemeenten zien. Het is van belang om bovengenoemde doelgroepen in het zicht te houden en voldoende ondersteuning te blijven aanbieden. Uit deze conclusies volgen twee aanbevelingen:

Aanbeveling 3 Schenk in het gemeentelijke beleid aandacht aan financieel kwetsbare groepen (zoals alleenstaanden en eenoudergezinnen) die vaker dan gemiddeld moeten rondkomen van een minimuminkomen en hoe deze bereikt kunnen worden. Besteed ook aandacht aan doelgroepen op bijstandsniveau zoals alleenstaanden zonder kinderen, paren met en zonder kinderen en paren met AOW; voor hen kunnen de gemeentelijke regelingen namelijk het verschil maken tussen wel of niet rond kunnen komen. Vroegsignalering speelt hierin een belangrijke rol, maar ook de samenwerking met partners zoals woningcorporaties, scholen en zorginstellingen. Aanbeveling 4 Inwoners met een langdurig minimuminkomen hebben minder kans op inkomensvooruitgang. Voor hen is het van belang dat voldoende ondersteuning mogelijk is, ook op het gebied van participatie. Investeer daarom in contact met deze doelgroep om de specifieke situatie en behoeften van inwoners in beeld te krijgen en houden, en daar adequaat op in te kunnen spelen.

37

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via pseudonimisering versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 6 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (en eventueel meerderjarige kinderen), eenoudergezinnen met meerderjarige kinderen, meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen (en eventueel meerderjarige kinderen), meerpersoonshuishoudens met meerderjarige kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan.

Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden. Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven.

Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: • indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; • personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; • indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; • indien er meer meerderjarige op een adres wonen waarbij één meerderjarige ouder is en er een ouder-kindrelatie bestaat met de andere meerderjarige (en/of minderjarige) tellen we een eenoudergezin; • als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; • indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden. Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. • als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd.

Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden).

38

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘overig’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste. De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend.

Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOW-uitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum.

39

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 2. Systematiek Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, waarbij we inzicht verschaffen in de omvang en samenstelling van de armoededoelgroep (naar huishoudens en inkomenscategorieën) en het bereik van de minimaregelingen. De Armoede Index is samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Belangrijke toevoeging is dat we rekening houden met de vermogens en derhalve op deze wijze alleen inzoomen op de doelgroep die in aanmerking komt voor de minimaregelingen (oftewel de groep met een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet). Het aantal minimahuishoudens is bepaald op peildatum 31-12-2024. We inventariseren op basis van de door ons bewerkte CBS-informatie het aantal huishoudens in de gemeente met een inkomen tot 100%, 110% en 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), met geen of een laag eigen vermogen. Een van de ‘controles’ op de cijfers die we doen is kijken naar het aandeel dat bijstandsgerechtigden vormen binnen de totale minimapopulatie. Het aantal bijstandsgerechtigden is immers een feit en een openbaar cijfer en dus een goede manier om de schatting te controleren.

Vanuit onze ervaring met data-onderzoek binnen het armoedebeleid weten we binnen welke bandbreedte de verhouding bijstandsgerechtigden/ nietbijstandsgerechtigden moet liggen. Ook kijken we naar het totaal aantal huishoudens met de AOW-leeftijd in de gemeente. Is dit dusdanig hoog of laag waardoor te verwachten is dat dit invloed heeft op de minimahuishoudens met een dergelijke leeftijd? Voor de vermogenstoets gebruiken we door KWIZ opgevraagde cijfers van het CBS over de verdeling van hoog en laag vermogen onder huishoudens (AOW en geen AOW) met een laag inkomen in de gemeente.

40

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 3. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie op de peildatum van 31 december 2024. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B3.1 Aantal huishoudens en inwoners Waalwijk28 Categorie 2024 Aantal huishoudens 22.906 Aantal personen 51.224 Gemiddelde huishoudgrootte 2,24 Kenmerken Tabel B3.2 Kenmerken alle huishoudens Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal

Aantal

%

7.915 922 661 7.359

34% 4% 3% 32%

4.266 1.783 22.906

18% 8% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

756 6.094 8.934 7.122 22.906

3% 26% 38% 31% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

17.941 2.815 2.150 22.906

785 12% 9% 100%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk Waspik Totaal

4.177 16.446 2.283 22.906

18% 71% 10% 100%

Wijken Antoniusparochie Baardwijk Besoyen Bloemenoord Capelle / Nieuwe Vaart Centrum

1.184 1.022 1.920 1.411 1.230 2.728

5% 4% 8% 6% 5% 12%

28 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij

anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.

41

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

De Hoef Laageinde Landgoed Driessen Meerdijk Sprang Vrijhoeve Waspik beneden Waspik boven Zanddonk Onbekend Totaal

939 1.729 1.866 1.276 1.157 1.792 1.702 531 2.081 338 22.906

42

4% 8% 8% 6% 5% 8% 7% 2% 9% 1% 100%

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 4. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Waalwijk op de peildatum van 31 december 2024. Kenmerken Tabel B4.1 Kenmerken alle kinderen 2024 Categorie Huishoudtype Eenoudergezin Tweeoudergezin Totaal

Aantal

%

1.401 7.542 8.943

15% 84% 100%

Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

1.854 3.933 3.156 8.943

21% 44% 35% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

6.837 964 1.142 8.943

76% 11% 13% 100%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk Waspik Totaal

1.759 6.310 874 8.943

20% 71% 10% 100%

Wijken Antoniusparochie Baardwijk Besoyen Bloemenoord Capelle / Nieuwe Vaart Centrum De Hoef Laageinde Landgoed Driessen Meerdijk Sprang Vrijhoeve Waspik beneden Waspik boven Zanddonk Onbekend Totaal

449 369 717 469 500 507 326 660 1.120 563 546 726 595 258 1.057 81 8.943

5% 4% 8% 5% 6% 6% 4% 7% 13% 6% 6% 8% 7% 3% 12% 1% 100%

43

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 5. Kenmerken minima tot 100% Wsm, 2019 en 2024 In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B5.1 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2019 en 2024 2019 Aantal

Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal

%

2024 Aantal

%

547 114 199 860

64% 13% 23% 100%

670 161 206 1.037

65% 15% 20% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezinnen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal

469 121 149 121 860

55% 14% 17% 14% 100%

592 222 125 98 1.037

57% 21% 12% 9% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

48 252 446 114 860

6% 29% 52% 13% 100%

81 270 520 166 1.037

8% 26% 50% 16% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

433 104 323 860

50% 12% 38% 100%

487 119 431 1.037

47% 11% 42% 100%

44

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 6. Vergelijking gebruik regelingen 2019 – 2024 In 2019 is een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd voor de gemeente Waalwijk. Voor de volledigheid staan de gebruikscijfers van de minimaregelingen van 2019 en 2024 weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel B6.1 Vergelijking gebruikers regelingen 2019 en 2024 Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Paswijzer29 - volwassenen - kinderen Maatwerkfonds Jeugdfonds Sport & Cultuur Volwassenenfonds Sport & Cultuur Studietoeslag

Aantal gebruikers 2019 576 huishoudens 448 huishoudens 244 huishoudens

Inkomensgrens 100% Wsm 110% Wsm 105% Wsm, 5 jaar

Aantal gebruikers 2024 721 huishoudens 500 huishoudens 352 huishoudens

Inkomensgrens 100% Wsm 110% Wsm 105% Wsm, 5 jaar

150 huishoudens

120% Wsm

968 huishoudens

120% Wsm

928 huishoudens -

110% Wsm -

358 huishoudens 358 volwassenen 167 kinderen 32 huishoudens

110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm -

-

-

234 kinderen

120% Wsm

-

-

81 volwassenen

120% Wsm

10 personen

-

29 Er zit een groot verschil in het gebruikersaantal tussen 2019 en 2024. Dit kan te maken hebben met een

wijziging in de registratie: vanaf 2023 is met een nieuwe applicatie gewerkt.

45

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 7. Gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers Een aantal gebruikers van de regelingen kunnen niet gekoppeld worden aan het BRP, bijvoorbeeld omdat ze in de tussentijd zijn verhuisd zijn. In de onderstaande tabel staat het aantal gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers per regeling weergegeven. In de laatste kolom staat het verschil tussen deze aantallen. Het aantal in het rapport gaat over het aantal gekoppelde gebruikers aan de BRP; van deze gebruikers weten we immers in hoeveel huishoudens zij wonen en welke kenmerken zij hebben. Tabel B7.1 Aantal gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers per regeling

Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Paswijzer • volwassenen • kinderen Jeugdfonds Sport & Cultuur Volwassenenfonds Sport & Cultuur Studietoeslag Wmo Jeugdwet Energietoeslag 2022 Energietoeslag 2023 Schuldhulpverlening Voedselbank Maatwerkfonds

Totaal aantal gebruikers 759 559 375 1.218 372 371 170 234

Gebruikers gekoppeld aan BRP 726 524 371 1.162 368 367 167 190

Verschil 33 35 4 56 4 4 3 44

81

71

10

11 2.990 1.361 2.504 2.532 280 142 35

10 2.789 1.294 2.215 2.382 257 133 32

1 201 67 289 150 23 9 3

46

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Bijlage 8. Kenmerken geschatte doelgroep In deze bijlage staan de geschatte aantallen minimahuishoudens op 1 januari 2025 in de gemeente Waalwijk. Het betreft huishoudens met een inkomen tot maximaal 150 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), met of zonder vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Het aandeel huishoudens op deze inkomensgrens is ten opzichte van alle 23.093 huishoudens in Waalwijk. Tabel B8.1 Aantal en kenmerken minimahuishoudens en personen op 1 januari 2025, laag tot geen vermogen 100% Wsm 1.253 5,4%

110% Wsm 1.568 6,8%

120% Wsm 2.042 8,8%

130% Wsm 2.510 10,9%

140% Wsm 2.910 12,6%

150% Wsm 3.313 14,3%

Aantal personen - Volwassenen - Kinderen

2.250 1.604 646

2.846 2.002 843

3.619 2.598 1.021

4.362 3.197 1.165

4.983 3.726 1.257

5.598 4.231 1.366

Huishoudtype - Alleenstaanden - Eenoudergezinnen - Meerpersoonshuishoudens met kinderen - Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen Totaal

58% 14% 15% 13% 100%

58% 14% 14% 13% 100%

59% 14% 15% 12% 100%

60% 13% 17% 11% 100%

60% 12% 18% 10% 100%

61% 11% 17% 10% 100%

Inkomensbron - P-wet - Pensioen - Loon - Ondernemerschap - WW / WIA /WAJONG Totaal

53% 22% 5% 7% 12% 100%

43% 28% 10% 6% 14% 100%

33% 35% 11% 6% 16% 100%

27% 41% 12% 6% 14% 100%

23% 42% 15% 6% 14% 100%

20% 43% 17% 6% 14% 100%

Woningen - Eigen woningbezit - Sociale huurwoning - Huurwoning zonder sociale huur Totaal

11% 66% 23% 100%

8% 67% 26% 100%

6% 67% 28% 100%

8% 64% 28% 100%

10% 63% 27% 100%

14% 60% 26% 100%

Aantal huishoudens Aandeel in gemeente

47

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Tabel B8.2 Aantal minimahuishoudens en personen, ongeacht hoog of laag vermogen Aantal huishoudens Aandeel in gemeente Aantal personen

100% Wsm 1.667 7,2%

110% Wsm 1.970 8,5%

120% Wsm 2.686 11,6%

130% Wsm 3.343 14,5%

140% Wsm 3.814 16,5%

150% Wsm 4.297 18,6%

2.653

3.223

4.322

5.384

6.170

6.853

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15924846/1