CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Armoedemonitor 2024 - gemeente Ww - versie 1.0

Raadsvergadering 9 oktober 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Beleidsnota Bestaanszekerheid 2026 -202913.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Armoedemonitor 2024 Gemeente Waalwijk

Opdrachtgever Gemeente Waalwijk Datum Augustus 2025 Auteurs Jitske Kooistra Marijke Bos Maaike Bonnema Databewerking Johan Knol KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................. 1 Inleiding ............................................................................................................................................ 2 Samenvatting……………………………………………………………………………………………… 4 1. Minimahuishoudens ..................................................................................................................... 7 2. Minimakinderen tot 18 jaar ......................................................................................................... 15 3. Minimaregelingen ....................................................................................................................... 18 4. Energietoeslag ........................................................................................................................... 23 5. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ............................................................................ 25 6. Jeugdwet .................................................................................................................................... 27 7. Schulden..................................................................................................................................... 28 8.

Voedselbank ............................................................................................................................... 30 9. ZZP ............................................................................................................................................. 31 10. Energielabels & woningtype ..................................................................................................... 32 11. Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................. 34 Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................... 38 Bijlage 2. Systematiek Armoede Index .......................................................................................... 40 Bijlage 3. Bevolkingskarakteristieken ............................................................................................. 41 Bijlage 4. Kenmerken kinderen ...................................................................................................... 43 Bijlage 5. Kenmerken minima tot 100% Wsm, 2019 en 2024 ........................................................ 44 Bijlage 6. Vergelijking gebruik regelingen 2019 – 2024 ................................................................. 45 Bijlage 7.

Gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers .................................................................. 46 Bijlage 8. Kenmerken geschatte doelgroep ................................................................................... 47

1

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Inleiding Ter voorbereiding op de nieuwe beleidsnota voor armoede en schuldhulpverlening wil de gemeente Waalwijk een getalsmatige evaluatie uitvoeren op het beleid van de afgelopen jaren. De huidige situatie in de gemeente Waalwijk wordt in beeld gebracht aan de hand van twee onderzoeksmethodieken: • Armoedemonitor De Armoedemonitor geeft inzicht in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van diverse minimaregelingen. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op 31 december 2024 (de peildatum van het onderzoek), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). In 2019 heeft KWIZ tevens een Armoedemonitor voor de gemeente Waalwijk opgesteld; waar mogelijk vergelijken we de resultaten om de ontwikkelingen te duiden. • Inkomenseffectrapport De resultaten geven zicht op de inkomsten en uitgaven – en daarmee op de bestedingsruimte - van zes verschillende voorbeeldhuishoudens. Hierbij kijken we naar de invloed van het landelijke en gemeentelijke beleid op de bestedingsruimte. Als input voor de beleidsnota is zowel de situatie van 2024 als de situatie van 2025 in beeld gebracht 1. Dit rapport is opgeleverd in juni 2025 (definitieve versie). Voorliggend rapport bespreekt de resultaten uit de Armoedemonitor.

Methodiek Armoedemonitor2 De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO), bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke heffingen, Paswijzer, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Studietoeslag. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het gebruik van voorzieningen. Daarnaast zijn bestanden van de schuldhulpverlening, Wmo, Jeugdwet, ZZP, Voedselbank, Maatwerkfonds en de energietoeslag gekoppeld om inzicht te geven in het gebruik van deze regelingen en de overlap met de minimapopulatie. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling naar inkomensbronnen is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofdinkomensbron van het huishouden.

De gebruikers van regelingen zijn diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd. Doelgroep in beeld & schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die niet in de registratiebestanden voorkomt omdat zij geen gebruikmaken van de minimaregelingen. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de beschreven onderzoeksmethode.

1

Per 1 januari 2025 zijn namelijk beleidswijzigingen doorgevoerd, waaronder het verruimen van de inkomensgrens van de Paswijzer (volwassenen en kinderen), Jeugdfonds & Volwassenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. 2 In bijlage 1 wordt de onderzoeksmethodiek nader beschreven.

2

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index 3, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft. Zodoende kunnen we een inschatting maken van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Leeswijzer doelgroep in beeld & schatting totale doelgroep: in deze Armoedemonitor worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn). Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS. Opzet rapport In de samenvatting worden de belangrijkste bevindingen gerapporteerd over de omvang en kenmerken van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. De daaropvolgende hoofdstukken gaan verder in op de analyses en resultaten. Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de groep minimahuishoudens. In het tweede hoofdstuk volgen de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen. In hoofdstuk 3 komt het gebruik en bereik van de minimaregelingen aan bod.

Daarna volgen hoofdstukken (4 tot en met 9) over de energietoeslag en de overlap met schuldhulpverlening, Wmo, de Jeugdwet, de Voedselbank en de ZZP’ers binnen de gemeente. Tot slot geeft hoofdstuk 10 inzicht in de verdeling naar energielabels binnen de gemeente. Het rapport wordt afgesloten met een zevental bijlagen met aanvullende informatie en achtergrondinformatie. In de hoofdstukken zijn verwijzingen naar de bijlagen opgenomen.

3 In bijlage 2 wordt de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index nader beschreven.

3

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

4

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

5

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

6

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

7

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

1. Minimahuishoudens De gemeente Waalwijk hanteerde tot 2024 een bovengrens van 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) voor het minimabeleid. Aangezien deze Armoedemonitor evaluerend is en we terugkijken tot een peildatum van 31 december 2024 4, rapporteren we op de inkomensgrens van 120 procent Wsm. In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en kenmerken van de minimapopulatie.

1.1. Aantal minimahuishoudens In beeld. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde gegevens heeft de gemeente Waalwijk op 31 december 2024 1.698 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit is 7,4 procent van alle 23.093 huishoudens in de gemeente Waalwijk. Deze huishoudens zijn in beeld omdat ze gebruikmaken van een minimaregeling en/of omdat ze een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen. Ontwikkeling minimapopulatie in beeld 2019 – 2024. Tussen 2019 en 2024 zijn enkele nieuwe regelingen geïntroduceerd. Om die reden hebben verschuivingen plaatsgevonden in de minimadoelgroep die in beeld is. Daarnaast is het totale aantal huishoudens in de gemeente gestegen tussen 2019 en 2024. • Bijstandsniveau Het aantal en aandeel minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm – bijstandsniveau – dat bij de gemeente Waalwijk in beeld is, is gestegen tussen 2019 en 2024. Deze huishoudens komen bij de gemeente in beeld door het gebruik van een uitkering, kwijtschelding of individuele inkomenstoeslag. • Inkomen tot 110 procent Wsm In 2019 had de gemeente 1.344 huishoudens in beeld met een inkomen tot 110 procent Wsm. Een groot deel van deze huishoudens (860 huishoudens) was al in beeld door kwijtschelding, IIT of een uitkering. De overige huishoudens kwamen in beeld door het gebruik van de PasWijzer.

Tussen 2019 en 2024 is de groep huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm – en bij de gemeente Waalwijk in beeld is – licht gedaald van 1.344 huishoudens naar 1.124 huishoudens. Ook in 2024 kwamen deze huishoudens in beeld door het gebruik van de PasWijzer. • Inkomen tot 120 procent Wsm In 2019 werd alleen de collectieve zorgverzekering aangeboden tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm; destijds waren 1.640 huishoudens bij de gemeente in beeld met een inkomen tot 120 procent Wsm. In 2024 worden – naast de collectieve zorgverzekering – ook het Jeugdfonds5 en Volwassenenfonds Sport & Cultuur verstrekt tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm6. De gemeente Waalwijk heeft meer huishoudens in beeld gekregen; het gaat nu om 1.698 huishoudens. Tabel 1.1.1 Huishoudens naar inkomen in Waalwijk (cumulatief) Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Overig Totaal

In beeld 2019

In beeld 2024

Schatting 2024

860 1.344 1.640 20.631 21.975

1.037 1.124 1.698 21.395 23.093

1.253 1.568 2.042 21.051 23.093

3,9% 6,1% 7,5% 93,9% 100%

4,5% 4,9% 7,4% 92,7% 100%

5,4% 6,8% 8,8% 91,2% 100%

4 Per 1 januari 2025 is de inkomensgrens van de participatieregelingen verhoogd. 5

Het Jeugdfonds Sport & Cultuur was ook in 2019 actief in Waalwijk, maar destijds is dit bestand niet beschikbaar gekomen voor analyse in de Armoedemonitor. In 2024 hebben we dit bestand wel kunnen meenemen. 6 Daarnaast is Stichting Leergeld actief, eveneens met een inkomensgrens tot 120 procent Wsm. Dit registratiebestand is niet beschikbaar gekomen voor analyse. Wel is bekend dat (vrijwel) alle kinderen die ondersteuning krijgen via Stichting Leergeld ook in beeld zijn bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Vermoedelijk zijn de minimakinderen dus goed in beeld in deze Armoedemonitor.

8

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Schatting totale doelgroep. Niet alle huishoudens die in aanmerking komen voor gemeentelijke ondersteuning maken hier ook daadwerkelijk gebruik van. Daarom zijn niet alle huishoudens met een minimuminkomen in beeld bij de gemeente; ze maken immers geen gebruik van een bijstandsuitkering en/of minimaregeling. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet geschat op 2.042 huishoudens (8,8 procent van alle huishoudens) op 31 december 2024. Bij vergelijkbare gemeenten ligt dit aandeel gemiddeld rond de 7 à 9 procent; het percentage minimahuishoudens in de gemeente Waalwijk ligt dus in lijn met het gemiddelde. In bijlage 8 staat ook de schatting van de totale doelgroep tot 150 procent Wsm weergegeven.

1.2. Kenmerken minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld Verdeling naar inkomensbronnen Inkomensbron. Vier op de tien huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm krijgt een uitkering vanuit de Participatiewet. Verder ontvangt 25 procent aan AOW-uitkering. Inwoners met een AIO-aanvulling vallen onder deze categorie. Van de 429 minimahuishoudens met aan AOWuitkering ontvangen 81 een AIO-aanvulling. De overige 35 procent krijgt een inkomen vanuit een overige inkomensbron, zoals een WW-uitkering of werk. Bij andere gemeenten zien we dat het aandeel minima met een uitkering vanuit de Participatiewet gemiddeld tussen de 45 en 55 procent ligt. De gemeente Waalwijk zit hier dus iets onder. Daarnaast heeft gemiddeld 20 tot 30 procent een AOW-uitkering, afhankelijk van het aantal ouderen in de gemeente. Dit aandeel is in Waalwijk vergelijkbaar met andere gemeenten. Vergelijking met 2019. Het aandeel minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm en een inkomen vanuit de Participatiewet is ten opzichte van 2019 gestegen. In 2019 had 41 procent een bijstandsuitkering en in 2024 is dit gestegen naar 60 procent. Het aandeel huishoudens met AOW-uitkering is stabiel gebleven en het aandeel met een overig inkomen is gedaald. Tabel 1.2.1 Inkomensbron minima in beeld, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

2019 110% Wsm 547 41% 212 16% 585 43% 1.344 100%

2024 110% Wsm 670 60% 169 15% 285 25% 1.124 100%

2024 120% Wsm 670 40% 429 25% 599 35% 1.698 100%

Qua inkomensbron schatten wij op basis van de Armoede Index dat 33 procent van de doelgroep een uitkering vanuit de Participatiewet heeft. Dit percentage ligt lager vergeleken met wat de gemeente in beeld heeft (40 procent). Het aandeel AOW-gerechtigden schatten wij daarentegen hoger: namelijk op 35 procent (tegenover 25 procent die de gemeente in beeld heeft). Tabel 1.2.2 Inkomensbron geschatte doelgroep tot 120 procent Wsm7 Inkomensbron Participatiewet 670 33% AOW 709 35% Ander inkomen 663 32% Totaal 2.042 100% Verdeling naar overige kenmerken In tabel 1.2.3 staan de kenmerken van de huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm weergegeven. Het gaat hier om de huishoudens die in 2024 in beeld zijn. We vergelijken de minimapopulatie met alle huishoudens in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minima te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle huish.).

7 Een totaaloverzicht van de kenmerken van de geschatte doelgroep is weergegeven in bijlage 8.

9

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Huishoudtype. Het grootste aandeel minimahuishoudens is alleenstaand (978 huishoudens, 58 procent). Bij de meeste gemeenten ligt het aandeel alleenstaanden gemiddeld rond de 50 procent, gemeente Waalwijk zit hier dus wat boven. Als we kijken naar de huishoudverdeling van de gemeente Waalwijk in bijlage 3, dan is te zien dat in verhouding het aandeel alleenstaanden in de gemeente Waalwijk wat hoger ligt (namelijk op 34 procent). Dit kan het grotere aandeel alleenstaande minima wellicht verklaren. Bijna een kwart (22 procent) van de minimahuishoudens bestaat uit huishoudens met kinderen. Herkomst. Ruim de helft (56 procent) van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond. Een derde heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat dit aandeel wat hoger ligt: tussen de 40 en 45 procent. De verhoudingen in de gemeente Waalwijk wijken dus af van het gemiddelde. Woonplaats. De overgrote meerderheid van de minimahuishoudens woont in Waalwijk (1.347 huishoudens, 79 procent). Dit is tevens de grootste woonplaats in de gemeente, het is daarom logisch dat het aantal en het aandeel minimahuishoudens hier zowel in absolute aantallen als verhoudingsgewijs hoger ligt. Het aandeel minima in de woonplaats Waalwijk is ook het hoogst, met 8 procent. Wijken. Van de minimahuishoudens woont 14 procent in Laageinde en 13 procent in Centrum.

De wijken met het hoogst aandeel minima zijn Laageinde (14 procent) en De Hoef (12 procent). Tabel 1.2.3 Kenmerken minima in beeld, inkomen tot 120% Wsm Aandeel minima t.o.v. Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin8 Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal

Aantal

Aandeel

alle huish.

978 217 94 192 159

58% 13% 6% 11% 9%

12% 24% 14% 3% 4%

58

3%

3%

1.698

100%

7%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

125 428 711 434 1.698

7% 25% 42% 26% 100%

17% 7% 8% 6% 7%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

943 179 576 1.698

56% 11% 34% 100%

5% 6% 27% 7%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk Waspik Totaal

252 1.347 99 1.698

15% 79% 6% 100%

6% 8% 4% 7%

8 Wanneer gesproken wordt van ‘eenoudergezinnen’ gaat het om eenoudergezinnen waar (in ieder geval)

minderjarige kinderen wonen, tenzij anders aangegeven.

10

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Wijken Antoniusparochie Baardwijk Besoyen Bloemenoord Capelle / Nieuwe Vaart Centrum De Hoef Laageinde Landgoed Driessen Meerdijk Sprang Vrijhoeve Waspik beneden Waspik boven Zanddonk Onbekend Totaal

79 110 131 115 54 221 111 242 70 45 57 141 82 17 210 13 1.698

5% 6% 8% 7% 3% 13% 7% 14% 4% 3% 3% 8% 5% 1% 12% 1% 100%

7% 11% 7% 8% 4% 8% 12% 14% 4% 4% 5% 8% 5% 3% 10% 4% 7%

* Leeswijzer: van de 1.698 minimahuishoudens is 58 procent (978 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 12 procent daarvan een minimuminkomen heeft.

Kenmerken geschatte doelgroep De verdeling in huishoudtypen van de geschatte doelgroep uit de Armoede Index komt overeen met wat de gemeente in beeld heeft. Zo schatten wij het aantal alleenstaanden op 59 procent, tegenover de 58 procent dat de gemeente in beeld heeft. Het aantal eenoudergezinnen schatten wij op 14 procent. Tabel 1.2.4 Huishoudtype geschatte doelgroep tot 120 procent Wsm9 Huishoudtype Alleenstaanden Eenoudergezinnen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal

1.204 281

59% 14%

314

15%

243

12%

2.042

100%

Minimahuishoudens ten opzichte van alle huishoudens: wat valt op? Kans op armoede. Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, te weten 24 procent van alle eenoudergezinnen, tegenover het gemeentelijk gemiddelde van 7 procent. Het aandeel minimahuishoudens ligt bij tweeoudergezinnen lager, namelijk op 4 procent.

9

Zie bijlage 8 voor een overzicht van de kenmerken van de geschatte doelgroep op de overige inkomensgrenzen tussen 100 en 150 procent Wsm.

11

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Figuur 1.2.1. Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens

Eenouder gezinnen

van de 7.359 meerpersoonshuishoudens zonder kinderen

24%

van de 4.266 meerpersoonshuishoudens met kinderen

Meerpersoons met kinderen 4%

Sommige huishoudens moeten vaker rondkomen van een minimuminkomen dan anderen. Hoewel er qua aantallen meer minimahuishoudens zijn met een Nederlandse achtergrond, hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond verhoudingsgewijs vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft 27 procent een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.2.2. Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens

van de 17.941 huishoudens met een Nederlandse achtergrond

Nederlandse achtergrond 5%

Westerse migratieachtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond

van de 2.815 huishoudens met een westerse migratieachtergrond

6%

van de 2.150 huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond

27%

1.3. Langdurige minima Het grootste deel van de huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente Waalwijk in beeld heeft (1.037 huishoudens), leeft al 3 jaar of langer van een minimuminkomen, namelijk 71 procent. In andere gemeenten ligt het aandeel langdurige minima op bijstandsniveau hoger, gemiddeld rond de 80 procent10. Bij de huishoudens met een inkomen tot 110 procent en 120 procent Wsm ligt dit aandeel wat lager dan op bijstandsniveau, namelijk respectievelijk op 68 procent (766 huishoudens) en 65 procent (1.098 huishoudens). Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat het aandeel tussen de 65 en 75 procent ligt. Het aandeel in de gemeente Waalwijk zit dus aan de onderkant van het gemiddelde. Tabel 1.3.1 Langdurige minima op 100%, 110% en 120% Wsm Duur op Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm minimuminkomen 0 tot 1 jaar 98 9% 121 11% 1 tot 3 jaar 203 20% 237 21% 3 jaar en langer 736 71% 766 68% Totaal 1.037 100% 1.124 100% 10

Tot 120% Wsm 270 330 1.098 1.698

16% 19% 65% 100%

In de Armoedemonitor van 2019 is geen informatie over de langdurige minima opgenomen omdat onvoldoende bestandshistorie beschikbaar was. Daarom maken we hier geen vergelijking tussen de situatie tussen 2019 en 2024.

12

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Kenmerken langdurige minima tot 120 procent Wsm Als we kijken naar de kenmerken van de 1.098 huishoudens met een langdurig inkomen tot 120 procent Wsm, dan zien we dat de grootste groep (44 procent) een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt. Daarnaast bestaat de langdurige minimapopulatie voor 60 procent uit alleenstaanden en voor 11 procent uit eenoudergezinnen. 39 procent heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en een derde heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Ten opzichte van alle minimahuishoudens hebben de huishoudens met een AOW-uitkering in verhouding het vaakst – vrijwel altijd - langdurig een inkomen tot 120 procent Wsm (98 procent). Dit is ook terug te zien in de leeftijdsverdeling: de groep minimahuishoudens van AOW-leeftijd of ouder leeft vaker langdurig van een minimuminkomen dan andere leeftijdsgroepen (98 procent). Over het algemeen hebben zij ook geen zicht meer op een inkomensverbetering. Dit houdt in dat wanneer inwoners met een minimuminkomen de AOW-leeftijd bereiken, dit naar alle waarschijnlijkheid niet meer zal veranderen. Verder moeten paren zonder kinderen (72 procent) en alleenstaanden (67 procent) in verhouding vaker langdurig rondkomen van een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Tabel 1.3.2 Kenmerken langdurige minima (3 jaar of langer), inkomen tot 120% Wsm Aandeel langdurige minima t.o.v.

alle Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

minima 484 422 192 1.098

44% 39% 4% 100%

72% 98% 32% 65%

656 118

60% 11%

67% 54%

62

6%

66%

139

13%

72%

89

8%

56%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal

34

3%

59%

1.098

100%

65%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

38 207 427 426 1.098

3% 19% 39% 39% 100%

30% 48% 60% 98% 65%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

615 119 364 1.098

56% 11% 33% 100%

65% 66% 63% 65%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk Waspik Totaal

161 868 69 1.098

14% 79% 7% 100%

64% 64% 70% 65%

13

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Aandeel langdurige minima t.o.v. alle Categorie

minima

Wijken Antoniusparochie Baardwijk Besoyen Bloemenoord Capelle / Nieuwe Vaart Centrum De Hoef Laageinde Landgoed Driessen Meerdijk Sprang Vrijhoeve Waspik beneden Waspik boven Zanddonk Onbekend Totaal

45 70 77 76 28 147 74 167 39 28 39 93 58 11 135 45 1.098

4% 6% 7% 7% 3% 13% 7% 15% 4% 3% 4% 8% 5% 1% 12% 1% 100%

57% 64% 59% 66% 52% 67% 67% 69% 56% 62% 68% 66% 71% 65% 64% 85% 65%

* Leeswijzer: van de 1.098 huishoudens met een langdurig laag inkomen heeft 44 procent (484 huishoudens) een bijstandsuitkering. Afgezet tegen alle huishoudens met een bijstandsuitkering laat de laatste kolom zien dat 72 procent daarvan al drie jaar of langer een minimuminkomen heeft. Onder huishoudens met een AOWuitkering is dat zelfs 98 procent.

14

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

2. Minimakinderen tot 18 jaar In dit hoofdstuk komt het aantal kinderen tussen 0 en 18 jaar aan bod dat opgroeit in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm.

2.1. De gemeente heeft 795 minimakinderen tot 18 jaar in beeld In beeld. Op 31 december 2024 heeft de gemeente Waalwijk 795 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 8,9 procent van alle kinderen in de gemeente Waalwijk. Van de 795 kinderen die opgroeien in een minimahuishouden, groeien 547 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm. Dit is 6,1 procent van alle kinderen. Vergelijking 2019 – 2024. In 2019 waren er 462 kinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm (5,1 procent). Tussen 2019 en 2024 is zowel het aantal als het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen op bijstandsniveau – en bij de gemeente in beeld is - gestegen. Het aantal en aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm is gedaald. Het aantal en aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm is daarentegen toegenomen11. Schatting. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Waalwijk niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index schatten we het totale aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 1.021 kinderen (11,4 procent van alle kinderen).

In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het aandeel kinderen op circa 9 à 10 procent. Het aandeel minimakinderen in de gemeente Waalwijk ligt dus hoger dan gemiddeld. In bijlage 8 staat ook de schatting van de doelgroep kinderen tot 150 procent Wsm weergegeven. Tabel 2.1.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens (cumulatief) Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Overig Totaal

In beeld 2019

In beeld 2024

Schatting 2024

462 747 776 8.260 9.036

547 646 795 8.148 8.943

646 843 1.021 7.719 8.943

5,1% 8,3% 8,6% 91,4% 100%

6,1% 7,2% 8,9% 91,1% 100%

7,2% 9,4% 11,4% 88,6% 100%

2.2. Kenmerken minimakinderen in beeld In dit hoofdstuk geven we de kenmerken weer van de 795 minimakinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Verdeling naar inkomensbronnen Inkomensbron. Vier op de tien minimakinderen (43 procent) groeit op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet. 10 procent groeit op in een huishouden met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron en de overige 47 procent groeit op in een huishouden met een andersoortig inkomen (zoals een WW-uitkering of werk). Dit aandeel komt overeen met wat we bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien, namelijk tussen de 40 en 45 procent. Tabel 2.2.1 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens in beeld, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

2019 110% Wsm 351 47% 11 2% 385 51% 747 100%

2024 110% Wsm 340 53% 73 11% 233 36% 646 100%

2024 120% Wsm 340 43% 78 10% 377 47% 795 100%

11 Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het Jeugdfonds in 2024 ook beschikbaar was voor analyse.

15

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Verdeling naar overige kenmerken In de volgende tabel staat een aantal kenmerken van kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. We vergelijken de minimakinderen met alle kinderen in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minimakinderen te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle kinderen’). Overige kenmerken. Ruim de helft (52 procent) van de kinderen woont in een tweeoudergezin. De andere helft woont in een eenoudergezin. Dit is een gangbare verdeling, ook in vergelijkbare gemeenten. Verder zien we dat het grootste aandeel in Waalwijk woont. Qua wijken woont het grootste deel van de minimakinderen in Zanddonk (19 procent) of Laageinde (12 procent). Tabel 2.2.2 Kenmerken minimakinderen, inkomen tot 120% Wsm Aandeel minima Categorie Huishoudtype Eenoudergezin12 Tweeoudergezin Totaal

t.o.v. alle kinderen 380 415 795

48% 52% 100%

27% 5% 9%

Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

118 360 317 795

15% 45% 40% 100%

6% 9% 10% 9%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

291 118 386 795

37% 15% 49% 100%

4% 12% 34% 9%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk Waspik Totaal

185 558 52 795

23% 70% 7% 100%

10% 9% 6% 9%

Wijk Antoniusparochie Baardwijk Besoyen Bloemenoord Capelle / Nieuwe Vaart Centrum De Hoef Laageinde Landgoed Driessen Sprang Vrijhoeve Waspik beneden13 Zanddonk14 Totaal

49 56 60 26 26 51 42 97 18 79 81 52 158 795

6% 7% 7% 3% 3% 6% 5% 12% 2% 9% 10% 5% 19% 100%

11% 15% 8% 6% 5% 10% 13% 15% 2% 14% 11% 6% 10% 9%

12 Kinderen in een alleenstaand huishouden zijn wegens privacy redenen bij deze categorie opgeteld. 13 Huishoudens uit Waspik-Boven zijn hierbij opgeteld wegens privacy redenen. 14 Huishoudens uit Meerdijk zijn wegens privacy redenen hierbij opgeteld.

16

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Kans op armoede. Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Waalwijk groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in armoede dan kinderen uit een tweeoudergezin (27 procent tegenover 5 procent). Landelijk zien we ook dat kinderen in een eenoudergezin vaker in een minimahuishouden opgroeien dan kinderen in een tweeoudergezin, al verschillen de precieze verhoudingen per gemeente. Figuur 2.2.1. Aandeel huishoudens minimakinderen t.o.v alle kinderen

Minimakinderen in eenoudergezin

van de 1.377 kinderen in eenoudergezinnen

27%

van de 7.536 kinderen in tweeoudergezinnen

Minimakinderen in tweeoudergezin 5%

Daarnaast zien we hier, net zoals bij de minimahuishoudens, dat kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond verhoudingsgewijs vaker opgroeien in armoede dan kinderen met een westerse migratieachtergrond of een Nederlandse achtergrond. Van alle kinderen met een nietwesterse migratieachtergrond in de gemeente Waalwijk groeit 34 procent op in een gezin met een minimuminkomen (in vergelijking tot 4 procent van de kinderen met een Nederlandse achtergrond).

van de 6.837 kinderen met een Nederlandse achtergrond

Minimakinderen met een Nederlandse achtergrond 4%

Minimakinderen met een westerse migratieachtergrond

van de 964 kinderen met een westerse migratieachtergrond

12%

Minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond

34%

17

van de 1.142 kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

3. Minimaregelingen In dit hoofdstuk geven we het gebruik en bereik weer van de verschillende minimaregelingen in Waalwijk. Het gebruik is gemeten over de analyseperiode van het onderzoek: kalenderjaar 2024 (1 januari tot 31 december 2024). Tot slot brengt dit hoofdstuk ook de kenmerken van de gebruikers van de regelingen in beeld.

3.1. Gebruik en bereik van de minimaregelingen15 Het gebruik en bereik van de regelingen wordt weergegeven in tabellen 3.1.1 en 3.1.2. Het bereik van de regelingen is afgezet tegen de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten (met een inwonertal van 50.000 tot 100.000). In bijlage 6 staat per regeling een vergelijking van het aantal gebruikers in 2019 en 2024. In bijlage 7 staat ook een vergelijking tussen de gebruikers die aan het BRP gekoppeld kunnen worden en het totale aantal gebruikers. Regelingen voor volwassenen • Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen van 58 procent ligt onder het gangbare bereik van 70 tot 75 procent. In de zuidelijke provincies (Brabant en Limburg) ligt het bereik van de kwijtschelding veelal lager dan in de rest van Nederland. • Het bereik van de bijzondere bijstand is 24 procent, dat ligt in lijn met een bereik van 20 tot 30 procent dat in de meeste gemeenten gangbaar is. • Het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt met 48 procent in de gemeente Waalwijk hoger dan het gemiddelde. Het gangbare bereik van deze regeling ligt tussen de 45 en 50 procent. • Het bereik van de collectieve zorgverzekering (47 procent) ligt boven het gemiddelde bereik van 35 tot 40 procent.

• Via het de PasWijzer voor volwassenen kunnen zowel volwassenen ondersteuning krijgen in de vorm van participatie. In totaal maken 358 huishoudens hiervan gebruik; een bereik van 23 procent. • Kinderen kunnen in de gemeente Waalwijk via de PasWijzer kindpakket een vergoeding krijgen voor participatie. In totaal maken 167 huishoudens van deze regeling gebruik. Hiermee bereikt de gemeente 39 procent van de doelgroep. • 234 kinderen hebben gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het bereik van deze regeling ligt in lijn met het gemiddelde bereik van 20 tot 30 procent. • 81 volwassenen maakten in de analyseperiode gebruik van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur: een bereik van 3 procent. Het Volwassenenfonds is ook pas sinds 2024 actief in Waalwijk; naar verwachting zal het Volwassenenfonds bekender worden en zullen meer inwoners de regeling gaan gebruiken. • 32 huishoudens hebben gebruikgemaakt van het Maatwerkfonds. Deze regeling heeft geen specifieke doelgroep, waardoor er ook geen bereik kan worden berekent.

15 De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld

kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. In bijlage 7 staat weergegeven hoeveel gebruikers niet gekoppeld konden worden aan de BRP. Het Jeugdfonds en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur zijn hier uitzonderingen op, daar rapporteren we wél op het totaal aantal gebruikers uit het bronbestand (vóór de BRP-koppeling). De reden hiervoor is dat het Jeugdfonds en Volwassenenfonds niet op BSN-nummer registreren. Dit betekent dat de koppeling met de BRP op adresgegevens gaat en er daardoor verhoudingsgewijs iets meer gebruikers niet gekoppeld kunnen worden dan als er gekoppeld wordt op BSN. Om de gebruikersaantallen zuiver te rapporteren kijken we naar de totale gebruikersaantallen voor de BRPkoppeling. De kenmerken van de gebruikers gaan over de gebruikers ná de BRP-koppeling (zonder BRP kunnen we geen kenmerken weergeven).

18

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Tabel 3.1.1 Gebruik en bereik regelingen 2024 Regeling Kwijtschelding Doelgroep Gebruik Bereik

2024 1.321 huishoudens 721 huishoudens 58%

Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Bereik

2.042 huishoudens 500 huishoudens 24%

Individuele inkomenstoeslag Doelgroep Gebruik Bereik

763 huishoudens 353 huishoudens 48%

Collectieve zorgverzekering16 Doelgroep Gebruik totaal Bereik

2.077 huishoudens 968 huishoudens 47%

PasWijzer Doelgroep Gebruik volwassenen Gebruik kinderen Gebruik totaal Bereik volwassenenpakket Bereik kindpakket

1.633 huishoudens 358 huishoudens 167 huishoudens 358 huishoudens 23% 39%

Maatwerkfonds Doelgroep Gebruik Bereik

Niet te bepalen 32 huishoudens Niet te bepalen

Jeugdfonds Sport & Cultuur Doelgroep Gebruik • Sport • Cultuur Bereik

982 kinderen 234 kinderen 190 kinderen 49 kinderen 23%

Volwassenenfonds Sport & Cultuur Doelgroep Gebruik • Sport • Cultuur Bereik

2.539 volwassenen 81 volwassenen 67 volwassenen 14 volwassenen 3%

Studietoeslag Doelgroep Gebruik Bereik

Niet te bepalen 10 personen Niet te bepalen

16 De verdeling van gebruikers naar pakketopties staat in de volgende paragraaf weergegeven.

19

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Aantal regelingen per huishouden De gemeente kent zes regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Naast de regelingen waar iedereen (mits ze voldoen aan de inkomenseisen) gebruik van kan maken zijn er twee regelingen die specifiek is gericht op kinderen: namelijk het Jeugdfonds Sport & Cultuur en de Paswijzer voor kinderen. In tabel 3.1.2 staat de verdeling van het aantal regelingen per huishouden weergegeven. Een klein deel van de huishoudens – 6 procent - maakt van geen van de regelingen gebruik. Deze huishoudens krijgen een uitkering vanuit de Participatiewet, en zijn op die manier in beeld bij de gemeente, maar maken geen gebruik van de minimaregelingen. Het grootste aandeel (45 procent) maakt van één van de regelingen gebruik. Een vijfde van de huishoudens (22 procent) maakt van twee regelingen gebruik. Slechts een kleine groep van 3 procent maakt van 5 of 6 regelingen gebruik. Tabel 3.1.2 Verdeling aantal regelingen per huishouden, alle regelingen Aantal regelingen 0 1 2 3 4 5 of hoger Totaal

108 766 367 266 139 52 1.698

6% 45% 22% 16% 8% 3% 100%

Als we kijken naar het aantal kindregelingen per huishouden dan zien we dat het grootste aandeel gezinnen van geen van de regelingen gebruikmaakt (45 procent). Dit aandeel bestaat uit minimakinderen die de gemeente in beeld heeft omdat hun ouders een uitkering vanuit de Participatiewet krijgen en/of gebruikmaken van een minimaregeling. Een derde maakt van één regeling gebruik. 21 procent maakt gebruik van twee regelingen. Tabel 3.1.3 Verdeling aantal kindregelingen per huishouden Aantal regelingen 0 1 2 Totaal

169 129 78 376

45% 34% 21% 100%

3.2. Kenmerken gebruikers per regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Inwoners van de gemeente Waalwijk met een inkomen tot 100 procent Wsm kunnen een kwijtschelding ontvangen voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. • In 2024 hebben 721 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm gebruik gemaakt van de kwijtschelding; • Gebruikers van de kwijtschelding hebben veelal een inkomen vanuit de Participatiewet (57 procent); • Meer dan de helft van de huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de kwijtschelding is alleenstaand (55 procent), 18 procent van de gebruikers bestaat uit eenoudergezinnen. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Waalwijk is erop gericht om inwoners die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. • 500 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm hebben in de analyseperiode bijzondere bijstand ontvangen;

20

Gemeente Waalwijk

• • •

Versie 1.0

De meerderheid (54 procent) van de huishoudens die bijzondere bijstand ontvangt heeft een uitkering vanuit de Participatiewet en 38 procent heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (werk of een WW-uitkering); Zes op de tien huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand zijn alleenstaand (63 procent); De meeste verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand zijn gedaan voor bewindvoering.

Verstrekkingen bijzondere bijstand 17 Bewindvoering Rechtsbijstand Inrichtingskosten Overig

2024 294 huishoudens 89 huishoudens 118 huishoudens 268 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Waalwijk behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende vijf jaar een inkomen heeft tot 105 procent Wsm, tot de doelgroep. • In de analyseperiode hebben 352 huishoudens met een langdurig inkomen tot 105 procent de individuele inkomenstoeslag ontvangen; • De meerderheid (87 procent) van de gebruikers van de individuele inkomenstoeslag heeft een uitkering vanuit de Participatiewet; • De meeste gebruikers zijn tussen de 45 en 67 jaar (69 procent). • 62 procent van de gebruikers is alleenstaand. Collectieve zorgverzekering In samenwerking met CZ en VGZ biedt de gemeente Waalwijk verschillende pakketopties voor de collectieve zorgverzekering aan. Inwoners met een inkomen tot 120 procent Wsm kunnen hieraan deelnemen.

• 968 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm hebben in 2024 gebruik gemaakt van de collectieve zorgverzekering; • Het grootste deel van de gebruikers (38 procent) van de collectieve zorgverzekering hebben een uitkering vanuit de Participatiewet; • De meeste gebruikers van de collectieve zorgverzekering zijn alleenstaand (56 procent); • De meeste huishoudens maken gebruik van de meest uitgebreide pakketten: VGZ Compleet + eigen risico en CZ Extra Uitgebreid + eigen risico. Pakketverdeling collectieve zorgverzekering VGZ • Compact • Compleet • Compleet + eigen risico CZ • Start • Extra • Extra Uitgebreid + eigen risico

2024 65 huishoudens 76 huishoudens 458 huishoudens 39 huishoudens 126 huishoudens 177 huishoudens

PasWijzer Inwoners met een laag inkomen kunnen door middel van de PasWijzer een bedrag krijgen om uit te geven aan participatie, zoals een bibliotheekabonnement of een dagje uit. Er worden twee pakketten aangeboden: het Volwassenenpakket (vanaf 18 jaar) en het Kinderpakket (0 t/m 17 jaar). De inkomensgrens voor beide pakketten ligt in 2024 op 110 procent Wsm.

17 De uitsplitsing telt niet op tot het totale aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt van de bijzondere

bijstand (500 huishoudens) omdat huishoudens van meer dan één type bijzondere bijstand gebruik kunnen maken.

21

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Volwassenen • 358 volwassenen in huishoudens met een inkomen tot 110 procent hebben tijdens de analyseperiode gebruik gemaakt van de PasWijzer; • 59 procent van de gebruikers heeft een inkomen vanuit de Participatiewet, 35 procent heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (werk of WW-uitkering) en 5 procent is AOW; • Het grootste deel van de gebruikers is alleenstaand (39 procent). Kinderen • 167 gezinnen met een inkomen tot 110 procent hebben tijdens de analyseperiode gebruik gemaakt van de Paswijzer; • 59 procent van de gebruikers heeft een inkomen vanuit de Participatiewet en 41 procent heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (werk of WW-uitkering); • Het grootste deel van de gebruikers woont in een eenoudergezin (57 procent). Maatwerkfonds Inwoners die geldproblemen hebben vanwege hoge uitgaven, zoals een hoge energierekening of boodschappen, kunnen aanspraak maken op het maatwerkfonds. De bijdrage vanuit dit fonds wordt per situatie bepaald, evenals de inkomensgrens. Het budget voor het Maatwerkfonds is in 2024 volledig uitgenut. • 32 huishoudens hebben gebruik gemaakt van het maatwerkfonds; • De meeste gebruikers hiervan hebben een inkomen vanuit de ‘overige’ categorie, zoals werk of een WW-uitkering; • Het grootste aandeel (45 procent) is langdurig minima (3 jaar of langer).

Jeugdfonds Sport & Cultuur Kinderen kunnen vanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur een bijdrage krijgen voor sportieve of culturele activiteiten. De bijdrage bedraagt € 275 voor sport en € 450 voor cultuur. De inkomensgrens van deze regeling ligt op 120 procent Wsm. • In 2024 hebben 234 kinderen gebruik gemaakt van het Jeugdfonds Sport & Cultuur; • Eenoudergezinnen maken iets vaker gebruik van het Jeugdfonds dan tweeoudergezinnen. Volwassenenfonds Sport & Cultuur Volwassenen met een minimuminkomen kunnen vanuit het Volwassenenfonds een bijdrage van € 275 voor sport of € 450 voor cultuur krijgen. Daarnaast kunnen zij een bijdrage van maximaal € 100 krijgen uit het resterende bedrag dat zij uit kunnen geven aan attributen. De inkomensgrens is 120 procent Wsm in 2024. • In 2024 hebben 81 personen gebruik gemaakt van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur; • De huishoudens die gebruikmaken van het Volwassenenfonds zijn veelal alleenstaand (60 procent). 66 procent heeft een inkomen op bijstandsniveau. Studietoeslag Met de studietoeslag kunnen inwoners die vanwege diverse redenen niet naast hun studie kunnen bijverdienen, een bijdrage krijgen. Hiervoor geldt geen inkomensgrens: er wordt per situatie gekeken of de inwoner hier recht op heeft. • 10 personen hebben in de analyseperiode de studietoeslag ontvangen.

22

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

4. Energietoeslag Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; gemeenten hebben deze regeling uitgevoerd. Dit hoofdstuk brengt de gebruikersaantallen en de kenmerken van de gebruikers in beeld van de Energietoeslag. In de gemeente Waalwijk konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag als hun inkomen niet hoger was dan 120 procent Wsm. Er werd geen vermogenstoets gedaan; ook huishoudens met een vermogen hoger dan is toegestaan in de Participatiewet konden gebruikmaken van deze regeling. De doelgroep voor de energietoeslag wijkt daarmee af van de andere regelingen; de doelgroep hiervoor is dus groter geweest dan voor de ‘reguliere’ minimaregelingen. Energietoeslag 2022 In 2022 hebben 2.207 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag. Het gaat hierbij om huishoudens die in 2022 gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag én om huishoudens die een nabetaling van de energietoeslag 2022 hebben ontvangen 18. Dit is 9,6 procent van alle huishoudens in de gemeente Waalwijk. Van deze 2.207 huishoudens zijn 1.268 huishoudens ook in beeld als minimahuishouden bij de gemeente; van hen is bekend dat ze een inkomen hebben tot 120 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet.

De overige 43 procent van de huishoudens heeft ook een inkomen tot 120 procent Wsm, maar het vermogen van deze huishoudens is onbekend. Mogelijk ligt dit boven de grenzen van de Participatiewet. In ieder geval is het zo dat deze 930 huishoudens geen gebruikmaken van een uitkering of minimaregeling en hierdoor niet (eerder) in beeld zijn gekomen als minimahuishouden. Door de energietoeslag zijn dus meer huishoudens met een inkomen op 120 procent bij de gemeente in beeld gekomen. Energietoeslag 2023 In 2023 kon de energietoeslag opnieuw aangevraagd worden. In totaal hebben 2.370 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag. Dit aantal is inclusief de huishoudens die een nabetaling van de energietoeslag 2023 hebben gekregen. Van deze 2.370 huishoudens zijn 1.456 huishoudens ook als minimahuishouden in beeld bij de gemeente Waalwijk (61 procent). De overige 914 huishouden zijn niet bij de gemeente in beeld als minimahuishouden door het gebruik van een uitkering of minimaregeling. Tabel 4.1.1 Inkomensverdeling gebruikers energietoeslag 2022 en 2023 (cumulatief) Inkomen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm Overige huishoudens Totaal

2022 Aantal 802 862 1.268 930 2.207

% 36% 39% 57% 43% 100%

2023 Aantal 935 1.013 1.456 914 2.370

% 39% 43% 61% 39% 100%

Minimahuishoudens met energietoeslag De meeste minimahuishoudens die al bij de gemeente in beeld zijn via een uitkering of minimaregeling én gebruikmaken van de energietoeslag (2022: 1.268 huishoudens en 2023: 1.456 huishouden), hebben een uitkering vanuit de Participatiewet. Daarnaast zijn de gebruikers veelal alleenstaand en tussen de 46 en 67 jaar oud. De kenmerken van de minimahuishoudens met energietoeslag worden op de volgende pagina weergegeven.

18 Hoewel deze nabetalingen in 2023 zijn verstrekt, tellen we deze verstrekkingen voor de volledigheid mee

bij de energietoeslag 2022 omdat ze daarbij horen.

23

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Tabel 4.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met energietoeslag Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal

2022

2023

497 384 387 1.268

39% 30% 31% 100%

592 395 469 1.456

41% 27% 32% 100%

720 142

57% 12%

835 185

57% 13%

287

22%

303

21%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal

119

9%

133

9%

1.268

100%

1.456

100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 67 jaar 67 jaar en ouder Totaal

37 272 571 388 1.268

3% 21% 45% 31% 100%

71 352 635 398 1.456

5% 24% 44% 27% 100%

24

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

5. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) In dit hoofdstuk komt het gebruik van Wmo-voorzieningen en de overlap met de minimadoelgroep aan bod. Het gebruik van de voorzieningen is gemeten op huishoudniveau over de analyseperiode van het onderzoek: 1 januari tot 31 december 2024. In de analyseperiode van het onderzoek ontvingen 2.673 huishoudens een vorm van ondersteuning op grond van de Wmo. Dit is 12 procent van alle 22.906 huishoudens in de gemeente Waalwijk. Gemiddeld ligt dit aandeel bij vergelijkbare gemeenten tussen de 10 en 13 procent, het aandeel in de gemeente Waalwijk kom hier dus mee overeen. Van de 2.673 huishoudens met een Wmo-voorziening in de gemeente, zijn 605 (23 procent) in beeld als minimahuishouden. Bij vergelijkbare gemeenten ligt dit aandeel gemiddeld tussen de 18 en 20 procent, de gemeente Waalwijk zit hier dus boven. Tabel 5.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers (cumulatief) Inkomensgrens 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm

Aantal 345 376 605

% 13% 14% 23%

Overige huishoudens Totaal

2.068 2.673

77% 100%

Vergelijking met 2019 Het totale aantal huishoudens met een Wmo-voorziening is toegenomen tussen 2019 en 2024 (2019: 2.501 huishoudens, 2024: 2.673 huishoudens). In de Armoedemonitor van 2019 hadden 429 van de 2.501 huishoudens een minimuminkomen tot 110 procent Wsm (17 procent). In 2024 is dit aantal en aandeel gedaald (376 huishoudens en 14 procent). Het totale aandeel minimahuishoudens met een Wmo-voorziening is toegenomen tot 23 procent; aangezien in de huidige meting ook de groep huishoudens op 120 procent Wsm in beeld is gebracht. Kenmerken minimahuishoudens met Wmo-voorziening In tabel 5.1.2 staan de kenmerken van de Wmo-gebruikers weergegeven. Van de 605 huishoudens die in beeld zijn als minimahuishouden én gebruikmaken van een Wmo-voorziening, ontvangt 35 procent een uitkering vanuit de Participatiewet. Daarnaast is de meerderheid alleenstaand (65 procent) en is het grootste aandeel (37 procent) tussen de 45 en 67 jaar oud. Tabel 5.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met een Wmo-voorziening Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal 25

208 210 187 605

35% 35% 30% 100%

392 74

65% 12%

27

4%

63

10%

28

5%

21

3%

605

100%

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

42 125 227 211 605

7% 21% 37% 35% 100%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk Waspik Totaal

97 475 33 605

16% 78% 5% 100%

26

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

6. Jeugdwet In dit hoofdstuk komt het gebruik voorzieningen vanuit de Jeugdwet19 onder minimahuishoudens aan bod. Het gebruik van de voorzieningen is gemeten op huishoudniveau over de analyseperiode van het onderzoek: 1 januari tot 31 december 2024. In de analyseperiode van het onderzoek hebben 1.114 huishoudens een vorm van ondersteuning op grond van de Jeugdwet ontvangen. Dit is 5 procent van alle huishoudens in de gemeente Waalwijk. Gemiddeld zien we dat dit aandeel bij vergelijkbare gemeenten tussen de 12 en 15 procent ligt. Het aandeel in de gemeente Waalwijk ligt dus onder het gemiddelde. Tabel 6.1.1 Inkomensverdeling Jeugdwet-gebruikers (cumulatief) Inkomensgrens Aantal % 100% Wsm 87 8% 110% Wsm 104 9% 120% Wsm 141 13% Overige huishoudens Totaal

973 1.114

87% 100%

Kenmerken minimahuishoudens met een Jeugdwetvoorziening Van de huishoudens Jeugdwetvoorziening en een inkomen tot 120 procent Wsm, woont de meerderheid (60 procent) in een huishouden met een overig inkomen, zoals een WW-uitkering of inkomen uit arbeid. Driekwart van de huishoudens bestaat uit eenoudergezinnen en de meerderheid (78 procent) woont in de woonplaats Waalwijk. Tabel 6.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met een Jeugdwet-voorziening Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig20 Totaal

56 85 141

40% 60% 100%

Huishoudtype Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden Totaal

104 37 141

74% 26% 100%

Woonplaats Sprang-Capelle Waalwijk21 Totaal

31 110 141

22% 78% 100%

19 In 2019 is geen koppeling gemaakt met het Jeugdwetbestand. Daarom is in dit hoofdstuk geen vergelijking

opgenomen tussen 2019 en 2024. 20 Huishoudens met een AOW-uitkering zijn voor privacy redenen bij deze categorie opgeteld. 21 Huishoudens uit de woonplaats Waspik zijn wegens privacy redenen bij deze categorie opgeteld.

27

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

7. Schulden In dit hoofdstuk komt de omvang van schuldenproblematiek, meldingen van Vroegsignalering en het gebruik van schuldhulpverlening onder minimahuishoudens aan bod. Het gebruik van de voorzieningen is gemeten op huishoudniveau over de analyseperiode van het onderzoek: 1 januari tot 31 december 2024.

7.1. Schuldenproblematiek In de gemeente Waalwijk heeft 3,2 procent van de inwoners te maken met problematische schulden22.

7.2. Vroegsignalering In 2024 zijn 1.105 unieke inwoners met RIS-melding bekend23. De meeste meldingen worden gedaan voor een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar of energiekosten.

7.3. Schuldhulpverlening In de analyseperiode ontvingen 250 huishoudens (een vorm van) schuldhulpverlening. Van deze 250 huishoudens is 66 procent (164 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden. De 250 huishoudens die de gemeente Waalwijk in beeld heeft vormen 10 procent van de totale 1.698 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm die de gemeente al kent. De overige 90 procent van de minimadoelgroep heeft dus geen gebruik gemaakt van (een vorm van) schuldhulpverlening. De meeste gebruikers ontvangen schuldhulpverlening van de Kredietbank (125 huishoudens). Een kleiner deel ontvangt schuldhulpverlening van de PLANgroep (78 huishoudens). Verder kunnen ondernemers in Waalwijk gebruikmaken van schuldhulpverlening via Zuidweg & Partners. Tabel 7.3.1 Inkomensverdeling SHV-gebruikers Inkomen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm

Aantal 97 118 164

% 39% 47% 66%

Overige huishoudens Totaal

86 250

34% 100%

Tabel 7.3.2 Verdeling naar SHV-organisatie Organisatie Kredietbank: • Budgetbeheer • SHV PLANgroep Zuidweg & Partners Totaal

Aantal 96 125 78 12 311

% 31% 40% 25% 4% 100%

Vergelijking met 2019 In 2019 hadden 55 huishoudens een schuldhulpverleningstraject bij de PLANgroep, waarvan 29 huishoudens in beeld waren als minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. In 2024 zijn meer huishoudens in beeld met schuldhulpverlening omdat we meer bestanden hebben kunnen verwerken: nu zijn ook bestanden van de Kredietbank en Zuidweg & Partners meegenomen. 22 Meest recente cijfers: CBS 2023. Weergegeven in Monitor Sociaal Domein van de gemeente Waalwijk. 23 Momenteel is onvoldoende informatie beschikbaar om de registratie over vroegsignalering te koppelen

aan de BRP. Deze cijfers zijn afkomstig uit de Monitor Sociaal Domein van de gemeente Waalwijk.

28

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

Kenmerken minimahuishoudens met SHV Van de 164 huishoudens die gebruikmaken van schuldhulpverlening én in beeld zijn bij de gemeente als minimahuishouden heeft ruim de helft (56 procent) een overig inkomen (uit werk of een WW-uitkering). Verder is ruim de helft alleenstaand (54 procent). Als we kijken naar de leeftijdsverdeling dan is te zien dat het grootste aandeel 45 jaar of ouder is. Tabel 7.3.3 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met SHV Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig24 Totaal

72 92 164

44% 56% 100%

88 41

54% 25%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden met of zonder kinderen Totaal

35 164

100%

Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal

71 93 164

43% 57% 100%

21%

24 Huishoudens met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron zijn wegens privacy redenen

opgeteld bij de huishoudens met een overig inkomen.

29

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

8. Voedselbank In dit hoofdstuk wordt het gebruik van de Voedselbank weergegeven. Hierbij geldt dezelfde analyseperiode als de vorige hoofdstukken, namelijk van 1 januari tot 31 december 2024. In 2024 hebben 132 huishoudens gebruikgemaakt van de Voedselbank. Van deze 132 huishoudens is 75 procent (99 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden. Tabel 8.1.1 Inkomensverdeling gebruikers Voedselbank (cumulatief) Inkomensgrens 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm

Aantal 78 87 99

% 59% 68% 75%

Overige huishoudens Totaal

33 132

25% 100%

Van de 99 huishoudens die gebruikmaken van de Voedselbank en bij de gemeente in beeld zijn als minimahuishouden, ontvangt de meerderheid een uitkering vanuit de Participatiewet (59 procent). Daarnaast is het grootste aandeel (39 procent) alleenstaand. Tabel 8.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120 procent Wsm met Voedselbank Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig25 Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezinnen Meerpersoonshuishouden met of zonder kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal

58 41 99

59% 41% 100%

39 24

39% 24% 36%

36 99

100%

47 52 99

47% 53% 100%

25 Huishoudens met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron zijn wegens privacy redenen

opgeteld bij de huishoudens met een overig inkomen.

30

Gemeente Waalwijk

Versie 1.0

9. ZZP In dit hoofdstuk is het aantal personen dat ingeschreven staat bij de Kamer van koophandel weergegeven. We kijken naar de overlap met minimahuishoudens en naar de kenmerken van deze huishoudens. In 2024 stonden 4.024 personen als zzp’er ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Van de 4.024 zzp’ers in Waalwijk, heeft de gemeente 84 zzp’ers met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld; dit is 2 procent van alle zzp’ers. Deze groep van 84 zzp’ers met een minimuminkomen is in beeld, omdat zij gebruik hebben gemaakt van een aanvullende uitkering of één of meerdere gemeentelijke minimaregelingen. De meeste zzp’ers die in een huishouden met een minimuminkomen wonen, hebben een inkomen tot 100 procent Wsm (47 van de 84 huishoudens). De 84 huishoudens die de gemeente Waalwijk in beeld heeft als minima én zzp’er, vormen 18 procent van 1.530 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm die de gemeente al kent. De overige 82 procent van de minimadoelgroep met een inkomen tot 120 procent Wsm staat in 2024 niet ingeschreven als zzp’er. Tabel 9.1.1 Inkomensverdeling ZZP’ers (cumulatief) 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm

Aantal 47 56 84

% 1% 1% 2%

Overige huishoudens Totaal

3.940 4.024

98% 100%

Kenmerken De meeste huishoudens die in beeld zijn als minima én zzp’er, hebben een aanvullende uitkering (66 procent) – oftewel een overig inkomen. Daarnaast is bijna de helft een meerpersoonshuishouden met of zonder kinderen (46 procent) en de meerderheid tussen de 45 jaar en AOW-leeftijd. Tabel 9.1.2 Kenmerken van Zzp’ers in minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig26 Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden met of zonder kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd Totaal

29 55 84

34% 66% 100%

21 24

25% 29%

39 84

46% 100%

37 47 84

44% 56% 100%

26 Huishoudens met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron zijn wegens privacy redenen opgeteld

bij de huishoudens met een overig inkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15924846/1