CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1n bij toelichting Nota van inspraak en vooroverleg

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, Mr. van Coothstraat 6”14.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Echter, is dit naar onze mening niet onevenredig. Mocht inspreker van mening zijn dat er sprake is van waardevermindering dan zijn naar onze mening de rechten van de inspreker voldoende in de wet gewaarborgd. De Wet ruimtelijke ordening biedt in hoofdstuk 6 mogelijkheden om, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een aanvraag te doen voor tegemoetkoming in planschade.

6a.2

De sfeerimpressies die in het voorontwerp worden gebruikt zijn niet realistisch. Er worden bomen etc. ingetekend die er in werkelijkheid niet zijn.

6a.3

In tegenstelling tot wat in het voorontwerp wordt beweerd, is de toegang van de Mr. van Coothstraat niet groen. Daarnaast is er in zijn geheel geen rekening gehouden met de waardevolle straatwand van de Mr. van Coothstraat. De grote gebouwen zijn vanuit deze straat wel degelijk te zien. Er is sprake van strijd met de beleidsvisie en de cultuurhistorische waardenkaart.

6a.4

In de toelichting wordt gesproken over dat het plan bijdraagt aan het verhogen van de woon- en leefkwaliteit ter plaatse van het projectgebied. Dit is zeer eenzijdig benaderd, enkel en alleen vanuit het perspectief van de nieuwe bewoners.

Het bestemmingsplan maakt juridisch een bouwplan mogelijk en omschrijft wat maximaal mogelijk is op de betreffende locatie. Het gaat dan om bouwhoogtes, situering van de gebouwen etc. Een bestemmingsplan is wat dat betreft eigenlijk redelijk abstract. In de toelichting behorende bij het bestemmingsplan staat in de onderbouwing dat er sprake is van “een goede ruimtelijke ordening’. Omdat zo’n abstract plan slecht tot de verbeelding spreekt, is het gebruikelijk om plaatjes toe te voegen om een zo’n goed mogelijk beeld te geven of een sfeer te duiden. Ondanks dat de plaatjes zo goed mogelijk aansluiten bij hetgeen nu bekend is, zijn ze niet meer of minder dan een impressie en dienen in dat licht ook beoordeeld te worden. De opmerking van inspreker over de groene toegang tot het plangebied wordt aangepast in de toelichting. Het klopt dat in de plantoelichting van het nog geldende bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk” de Mr. van Coothstraat is aangemerkt als cultuur historische waardevolle straatwand. Echter, in de planregels of op de verbeelding zijn hier geen regels aan verbonden. En daarbij valt een deel van de Mr. van Coothstraat buiten de plangrenzen van het bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk”. Uiteraard hebben wij wel beoordeeld of de situering en hoogte van hetgeen het onderhavige bestemmingsplan mogelijk maakt, afbreuk doen aan de Mr.

van Coothstraat en de daarin aanwezige panden. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat dit, mede gelet op de afstanden van de nieuwe gebouwen tot aan de straatwand van de Mr. Van Coothstraat niet het geval is. Dat er strijd is met beleid op dit punt zijn wij het dan ook niet eens. Wij begrijpen dat inspreker dit wellicht zo ervaart. Wij zijn echter wel degelijk van mening dat de planologische invulling van het perceel, zoals opgenomen in het bestemmingsplan, bijdraagt aan het verhogen van de woon- en leefklimaat van de omgeving. Op dit moment hebben de percelen binnen het plangebied een geheel andere functie en is het feitelijke “gebruik”

6a.5

Geluid, luchtkwaliteit en groen worden niet meegewogen in het plan. Het plan dient hierop aangepast te worden.

6a.6

Het plan voldoet niet aan de groenbeleidsvisie ‘Groen leeft!’, omdat er geen méér openbaar groen wordt aangelegd dan voor de planontwikkeling aanwezig was.

6a.7

De Mr. Van Coothstraat is niet geschikt om nog een extra uitweg mogelijk te maken voor het afwikkelingen van verkeersstromen voor dit plan. Er zijn nu al regelmatig verkeersopstoppingen en er zijn recent nog andere ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op de doorstroming van het verkeer (appartementen voormalig ING kantoor en gezondheidscentrum).

een afgesloten perceel met wilde natuur, dat misschien wel zorgt voor uitkijk op mooie bomen, maar deze kunnen (deels) ook gekapt worden. De vraag is wat er dan overblijft. Geluid wordt besproken in paragraaf 5.2, luchtkwaliteit in paragraaf 5.3 en groen in paragraaf 4.3. Alle drie de aspecten voldoen aan wet- en regelgeving en zijn dus van begin af aan meegewogen in de planontwikkeling. Naar onze mening voldoen wij aan de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot benoemde punten en is er sprake van een gezonde woon- en leefomgeving. Inspreker maakt verder niet expliciet duidelijk waarom dit mogelijk niet het geval is. De Groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft!’ is een langetermijnvisie voor het groen. Het is het uitganspunt voor toekomstig ander beleid en bevat richtlijnen waaraan zoveel als mogelijk gehouden dient te worden. Voor deze specifieke ontwikkeling geldt dat in het plangebied minimaal 10% grondgebonden openbaar groen aanwezig moet zijn dan en er tevens minimaal 5% als combinatiegroen moet worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan maakt mogelijk dat hieraan wordt voldaan. Ter volledigheid het volgende. Het plangebied is in totaal 6.384 m² groot. Op de verbeelding is de groenbestemming toegekend aan de gebieden die ook daadwerkelijk als groen gaan fungeren en tevens mogen worden gebruikt voor waterhuishoudkundige- en speelvoorzieningen.

De groenbestemming beslaat in totaal 1.254 m². Dat komt neer op ongeveer 19,7 % van het plangebied. Het groen in het schetsontwerp (paragraaf 2.2) bedraagt 2.618 m² (41%). Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de in de Groenbeleidsvisie gestelde normen. De Mr. van Coothstraat is ingericht als een 30 km per uur weg en heeft een ontsluitende functie voor aanliggende percelen en de parkeerterreinen rondom het centrum. In het Mobiliteitsplan Waalwijk zoals vastgesteld door de gemeenteraad in 2015, is deze weg benoemd als zijnde een wijkverzamelstraat. Een weg met een dergelijke functie heeft volgens het mobiliteitsplan een acceptabele verkeersintensiteit tussen de 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal en bij

6a.8

De te doorlopen procedure laat tot op heden veel te wensen over. Er is geen sprake geweest van een omgevingsdialoog, aangezien belanghebbende niet het gevoel hebben gehad serieus genomen te zijn. In de verslaglegging van de gesprekken zijn woorden verdraaid of anders weergegeven. Nu de gemeente geen richtlijnen heeft voor het voeren van een omgevingsdialoog en de zeer gebrekkige uitvoering van hetgeen een omgevingsdialoog moet heten wordt gesteld dat het voorontwerpbestemmingsplan nooit ter inzage had mogen gaan.

de aansluitingen op de hoofdwegen van maximaal 8.000 motorvoertuigen per etmaal. Uit het verkeersmodel BBMA blijkt dat op de Mr. van Coothstraat op het noordelijk deel een verkeersintensiteit voor 2030 wordt verwacht van 2.900 motorvoertuigen per etmaal en op het zuidelijk deel een verkeersintensiteit van 4.600 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersproductie van dit bouwplan zal tussen de 28 woningen maal 6,4 (minimale verkeersproductie koopappartementen duur) en 7,2 (maximale verkeersproductie koopappartementen duur) is 179 – 201 motorvoertuigen per etmaal zijn. (bron CROW-publicatie 381) Als eerste willen wij graag opmerken dat we het vervelend vinden om te horen dat omwonenden zich niet gehoord voelen en/of niet zijn uitgenodigd in het traject voorafgaande aan de terinzagelegging van het voorontwerpbestemminsplan. Dat is niet hetgeen waarvoor de gemeente Waalwijk staat. Maar dit is ook niet hetgeen waar de initiatiefnemer voor staat. In mei 2021 is er namens de initiatiefnemer een uitvoerige brief gestuurd naar een grote groep omwonenden en heeft men per mail zich kunnen aanmelden voor een afspraak. Sommige omwonenden hebben hier ook gebruik van gemaakt. Het is bijzonder vervelend dat er wordt aangegeven dat men zich niet kan vinden in de verslaglegging hiervan. Hier kunnen wij als gemeente verder niets aan doen, behalve dat wij het hebben besproken met initiatiefnemer.

In het voorontwerpbestemmingsplan heeft iedereen formeel de gelegenheid gekregen om te reageren op het plan en hopelijk voelt een ieder zich nu wel gehoord. Tot slot merken wij nog op dat de afgelopen periode, nadat de termijn van het voorontwerpbestemmingsplan afliep, de ontwikkelaar iedereen (of zijn/haar vertegenwoordiger) die een inspraakreactie heeft ingediend heeft benaderd. Met als doel, indien dat was gewenst, uitleg te geven over het plan waar nodig en/of om te kijken of de ontwikkelaar het plan op kleine of grote punten kan aanpassen. Daarnaast zijn alle inspraakreacties beoordeeld en heeft dit op sommige punten geleid tot aanpassing van het plan of het maken van nadere afspraken.

Met betrekking tot de opmerking over de omgevingsdialoog en de opmerking dat de gemeente geen richtlijnen heeft het volgende. Met het ter inzage leggen van het voortontwerpbestemmingsplan voldoen wij aan het nu geldende beleid dat de gemeente hanteert in het kader van inspraak en participatie.

6a.9

Inspreker doet een voorstel voor een alternatief plan waarin de huidige bomen blijven staan, er een harmonieuze overgang is richting het wandelpark, geen gebouw tegen de begraafplaats wordt gesitueerd, er geen hoogbouw komt en hetgeen er komt in stijl is met de historische panden in de omgeving.

6a.10

Inpassing van hoogbouw is op de onderhavige locatie planologisch en esthetisch niet gepast.

De belangen van omwonenden/belanghebbenden om iets te vinden van het plan en op te komen voor hun belangen (indien wenselijk) zijn naar onze mening met het voortraject, het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan en het nog komende ontwerpbestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Initiatiefnemer heeft een plan ingediend dat de gemeente dient de beoordelen. Is het ingediende plan planologisch wenselijk en kan het worden uitgevoerd binnen de kaders van een ‘goede ruimtelijke ordening’? Dat er planologisch gezien meer mogelijkheden zijn die wij ook zouden kunnen omarmen is evident, maar dat is niet hetgeen dat is aangevraagd. Aangezien er ook geen ander concrete initiatieven voorliggen hoeft de gemeente deze ook niet mee te nemen in de eventueel mogelijke opties. De gemeente heeft in dat opzicht beleidsvrijheid, mits er sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”. De bouwhoogte aan de westzijde van het plan bedraagt maximaal 14,5 meter en aan de oostzijde maximaal 11,5 meter. Met deze bouwhoogten wordt aangesloten op de bestaande omliggende bebouwing. Het voorontwerpbestemmingsplan laat de volgende bouwhoogten toe: - het appartementencomplex van Plantlust mag maximaal 17 meter hoog zijn; - appartementencomplex De Elspoort mag een hoogte hebben van maximaal 18 meter; - de woning op perceel Mr.

Van Coothstraat 6 mag een hoogte hebben van maximaal 13 meter; - de woningen op percelen Mr. Van Coothstraat 8 t/m 18 mogen een hoogte hebben van 11 meter. Mede gelet op het bovenstaande zijn wij dus een andere mening toegedaan als inspreker.

In samenspraak met de ontwikkelaar is nog wel gekeken of de opgenomen maximale hoogte op de verbeelding wel persé noodzakelijk is gelet op de ontwerpen van de gebouwen die er liggen. Gebleken is dat de gebouwen naar verwachting minder hoog worden dan op de verbeelding was aangegeven. Zodoende is er voor gekozen om de bouwhoogtes op de verbeelding naar beneden bij te stellen. 14,5 meter wordt 13,5 meter en 11 meter wordt 10,5 meter. Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op meerdere punten aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.

Inspreker 6b Deze reactie is ruimschoots na de termijn van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Brief is gericht aan gemeenteraad en is op 25 november aangeboden bij het Waalwijks podium. Deze is geplaatst op de lijst ingekomen stukken van Besluit (A) van 20 januari 2022 met als afdoening ‘College verzoeken brief te betrekken bij het opstellen van het bestemmingsplan Mr. Van Coothstraat 6’. Omdat de beantwoording van de inspraakreacties nog niet was afgerond kan deze meegenomen worden in deze Nota van inspraak. Reactie Antwoord 6b.1 Inspreker geeft aan dat het plan De opmerking wordt voor kennisgeving bij direct omwonenden op aangenomen. weerstand stuit, maar dat hij persoonlijk niet tegen een ontwikkeling van dit gebied is, maar het moet wel passend zijn in de omgeving. Het plan dat er nu ligt is enkel voor financieel gewin van de ontwikkelaar ingestoken, zonder rekening te houden met mens en natuur en dat woningnood niet de troefkaart mag zijn om dit plan mogelijk te maken. 6b.2 Het plan, hoge en logge Er wordt verwezen naar de beantwoording bouwmassa, dat nu voorligt past onder 6a.3 en 6a.10. niet in het gebied en past ook niet in het straatbeeld vanuit de Mr. Van Coothstraat. 6b.3 Er verdwijnt te veel groen en het Er wordt verwezen naar de beantwoording plan sluit niet aan bij de onder 6a.6. groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft’.

6b.4 Inspreker stelt dat de locatie van Er wordt verwezen naar de beantwoording de ontsluiting niet de juiste keuze onder 6a.7. Omdat wij van mening zijn dat is, omdat onvoldoende is het plangebied prima ontsloten kan worden onderbouwd dat de weg beschikt zoals deze nu is gepland, achten wij een over voldoende capaciteit en nader onderzoek naar een andere plek van profiel om de extra de ontsluiting niet noodzakelijk en verkeersbewegingen op te wenselijk. vangen. Dit mede gelet op de recente (bouw)ontwikkelingen

aan de Mr. Van Coothstraat. Inspreker pleit voor een onderzoek naar andere locatie voor de ontsluiting. 6b.5 Inspreker schets hoe de Er wordt verwezen naar de beantwoording omgevingsdialoog tot op heden is onder 6a.8. gegaan en dat er eigenlijk geen sprake is geweest van een “echte” dialoog. Gelet op de zeer gebrekkige uitvoering van de dialoog en het ontbreken van gemeentelijke richtlijnen voor de dialoog stelt inspreker dat dit proces eerst juist en volledig moet worden uitgevoerd, alvorens er verder wordt gegaan met het proces. Conclusie: Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het voorontwerpbestemmingsplan.

Inspreker 7 Reactie 7.1 Op meerdere plekken in de inspraakreactie komt terug dat er geen sprake is van een zorgvuldige inpassing van het plan in het gebied nu er geen rekening is gehouden met de historische begraafplaats. Een van de appartementencomplexen wordt zeer dicht (te dicht) op de erfgrens gerealiseerd en er is rechtstreeks uitzicht op de begraafplaats. Dit te meer er 10 hoog opgaande bomen moeten worden gekapt.

Antwoord Een wettelijk aan te houden piëteitszone bij begraafplaatsen bestaat niet. Bebouwing in de directe nabijheid van begraafplaatsen, zeker in binnenstedelijke situaties, zoals in dit geval, wordt niet bij voorbaat uitgesloten. Dit doet er niet aan af dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden bezien of de bouw en gebruiksmogelijkheden voor gronden in de directe nabijheid van een begraafplaats met de aanwezigheid van die begraafplaats verenigbaar zijn. Het gebruik dient elkaar met name vanuit een oogpunt van geluid en zicht zo weinig mogelijk negatief te beïnvloeden. In tegenstelling tot hetgeen in het voorontwerpbestemmingsplan mogelijk is gemaakt, is het niet de bedoeling van ontwikkelaar om te bouwen op de perceelsgrenzen. Het ontwerpbestemmingsplan is op dit punt ook aangepast. Alle bouwblokken blijven minimaal 2 meter van de perceelsgrenzen, dit geldt ook voor eventuele balkons. Wij zijn van mening dat het binnen een stedelijke omgeving aanvaardbaar is om op deze locatie in te breiden met appartementen. Ook nu in de directe nabijheid een begraafplaats is. Er zijn bij ons geen wetten of regels bekend die het realiseren van woongebouwen dichtbij een begraafplaats belemmeren. Ook in dit geval zijn wij van

mening dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 7.2

Het laatste onder punt 1 is ook een verslechtering van de flora en fauna.

Het huidige terrein is vooral wilde/woekerende natuur. Als je de huidige situatie vergelijkt met de toekomstige situatie, dan verdwijnt er inderdaad natuur. De eigenaar van de gronden had theoretisch ook zonder dit plan het plangebied kunnen ontdoen van het nodige groen en had ook dan niet voor alle bomen een kapvergunning nodig gehad. Afhankelijk van hoe je “verslechtering van natuur” definieert kan inspreker gelijk hebben. Wat is er aanwezig en wat kan er gecompenseerd worden? Een verslechtering is als er beschermde soorten verdwijnen. Zijn het algemeen voorkomende soorten dan kan dit een vermindering zijn.

7.3

De vraag wordt gesteld, aangezien deze in de toelichting niet wordt beantwoord, welke invloed de plannen hebben op de grondwaterstand.

Wanneer uit het aanvullend onderzoek blijkt dat er beschermde soorten zijn, dan zullen mitigerende maatregelen genomen moeten worden. Deze worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol waar initiatiefnemer van de ontwikkeling zich aan dient te houden. De feitelijke uitvoering van het plan en de hiermee gepaarde keuze van “hoe te bouwen” maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Hoe de uitvoering van het plan zich verhoudt tot de grondwaterstand is dus afhankelijk van nog te maken keuzes. Indien voor de bouw bronbemaling nodig is, zal initiatiefnemer op basis van de gegevens die bij de gemeente bekend zijn bij het waterschap een vergunning moeten aanvragen. De verwachting is dat in deze situatie de bemaling niet zal vallen onder een algemene vrijstelling. Bij het indienen van die vergunningsaanvraag dient de aanvrager een uitvoerige omgevingsscan te voegen. In deze scan gaat men in op de gevolgen voor de directe omgeving ten gevolge van de bemaling. Het waterschap kijkt hier uitvoerig naar en betrekt deze in de beoordeling van de aanvraag. Via deze procedure zijn de belangen van inspreker voldoende gewaarborgd.

7.4

Zorgvuldig herbestemmen is niet alleen kijken vanuit het

In de toelichting van het bestemmingsplan zal in algemene zin een tekst worden dat aansluit bij het bovenstaande. Wij zijn het met de opmerking van inspreker eens dat je moet kijken of de gewenste

plangebied, maar past het plan ook in de rest van de omgeving. Moet je willen wonen op de grens met een begraafplaats?

7.5

Ook de punten milieu, erfgoed en sociale aspecten zijn in de toelichting alleen maar benaderd vanuit de planlocatie, ook hier is wederom geen rekening gehouden met de begraafplaats.

ruimtelijke ontwikkeling past binnen de omgeving. Wij zijn van mening dat dat in dit geval zo is. Of je moet willen wonen op de grens van een begraafplaats is een vraag die wij niet voor anderen kunnen beantwoorden. Wel kunnen we opmerken dat het op zeer korte afstand realiseren van woningen bij een begraafplaats niet ongebruikelijk is (en er ook mensen willen wonen). Het is niet correct dat er geen rekening is gehouden met de begraafplaats. Er is wel degelijk gekeken of het plan past in de omgeving. Zie bijvoorbeeld paragraaf 5.4 van de plantoelichting. Het plan is getoetst aan wet- en regelgeving in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’, dit heeft ten aanzien van de begraafplaats niet tot strijdigheden geleid. In de toelichting behorende bij het bestemmingsplan staat onder meer het volgende te lezen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen.

Deze aanpak is ook in de jurisprudentie aanvaard. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. Een richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van een inrichting (het terrein of perceel van een functie met een richtafstand) tot aan de gevel van een gevoelig of kwetsbaar object. Voor alle aspecten is de richtafstand 0 meter. Overigens is het goed om te benadrukken dat wij begrijpen dat het realiseren van appartementen op deze afstand van een begraafplaats gevoelig kan liggen. Dat enkel en alleen de opmerking “wij voldoen aan weten regelgeving’ niet voor iedereen voldoende is om het gevoel van aantasting weg te nemen.

7.6

In de toelichting wordt gezegd dat er veel ruimte is voor groen rondom diverse hoofdmassa’s, maar door blok 2 vrijwel op de erfgrens te bouwen is dit niet meer mogelijk.

7.7

Er wordt opgemerkt dat meerdere goede bomen moeten verdwijnen voor het plan. De afstand, ofwel het gebrek aan afstand, van de bebouwing tot aan de begraafplaats wordt ter discussie gesteld. Er dient een zorgvuldige inpassing te zijn rekening houdende met geluidsaspecten en privacy. De situering van de gebouwen getuigt van weinig realiteitszin. Inspreker geeft een oplossingsrichting mee, namelijk het niet mogelijk maken van bouwblok 2 en deze woningen in twee andere blokken te realiseren.

7.8

7.9

Van de ontwikkelaar hebben wij begrepen dat deze meermaals met inspreker om tafel heeft gezeten om samen te bekijken of het mogelijk was om bijv. inzake het aspect privacy tot een oplossing te komen. Bijv. het planten van extra bomen. Tot op heden zijn hier geen concrete afspraken over gemaakt. Om in een stedelijke omgeving de privacy te waarborgen, schrijft het Burgerlijk Wetboek voor dat binnen twee meter van de erfgrens geen direct zicht mag zijn op de naastgelegen terreinen. Ondanks dat het de intentie niet is geweest van initiatiefnemer, maakte het voorontwerpbestemmingsplan het mogelijk om tot op de perceelsgrens te bouwen. Dit is echter nooit de bedoeling geweest van de ontwikkelaar. Daarnaast vinden wij het als gemeente ook geen wenselijke situatie. Zodoende wordt het bestemmingsplan aangepast en blijven alle bouwblokken op een minimale afstand van 2 meter tot de perceelsgrens. Ook eventueel op te richten balkons hebben een minimale afstand van 2 meter. Dit is inderdaad correct.

Voor de beantwoording van dit punt verwijzen wij naar hetgeen ook onder 7.2 vermeld.

De initiatiefnemer heeft een plan ingediend dat de gemeente dient de beoordelen. Is het ingediende plan planologisch wenselijk en kan het worden uitgevoerd binnen de kaders van een ‘goede ruimtelijke ordening’? Wij zijn van mening dat het ingediende plan passend is in de omgeving. Het laten vervallen van bouwblok 2 en de betreffende 10 appartementen in twee andere bouwmassa’s onder te brengen brengt ook met zich mee dat twee bouwmassa’s meer ruimte vragen dat bijv. ten koste gaat van een goede inpassing in het gebied of dat er groen verloren gaat. De situering van de huidige bouwblokken resulteert naar onze mening in een situatie weer geen enkele partij onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op meerdere punten aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.

Inspreker 8 Reactie 8.1 De omvang en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke impact past niet in de omgeving. Er wordt verzocht om te onderzoeken of de ondergrondse parkeervoorziening dieper kan komen te liggen, waardoor de hoogte kan worden beperkt.

8.2

Een van de bouwvlakken ligt veel te dicht op de bebouwing aan de Mr. Van Coothstraat waardoor het woon- en leefklimaat wordt aangetast (verlies van uitzicht, bezonning, toename van geluidsoverlast, verlies van privacy).

8.3

Uit de plantoelichting blijkt onvoldoende dat het college

Antwoord De halfverdiepte parkeerkelder steekt maximaal 1,20 meter uit boven maaiveld. Op een bouwhoogte van 11,5 meter is dit circa 10%. De door inspreker omschreven ruimtelijke impact zal daardoor niet drastisch veranderen en de bouwhoogte zal slechts in geringe mate worden beperkt. De bouwhoogten die onderhavig bestemmingsplan toelaat, sluiten aan bij de bouwhoogten van omliggende panden. Opvallend is dat deze inspraakreactie niet wordt gekoppeld aan de adressen van indieners, maar naar de bebouwing aan de Mr. van Coothstraat in zijn algemeen. Het is overduidelijk dat in de omgeving van omwonenden het nodige verandert dat een impact kan hebben op de beleving van de privacy en het woongenot, het wordt tenslotte drukker en er komen woningen bij. In het kader van de afweging van belangen dienen wij de belangen van omwonenden af te wegen tegen het project dat door de wijziging van het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Worden er bewoners/gebruikers etc. onevenredig in hun belangen aangetast? De opmerking die inspreker maakt komt als afweging ter sprake bij de ruimtelijke inpassing en stedenbouwkundige afwegingen/inpasbaarheid van het plan in het gebied. De afstand tussen de nieuwbouw (blok 1) en het dichtstbijzijnde betreffende perceel bedraagt 3,8 meter. De afstand tussen de bebouwing van blok 1 en het hoofdgebouw van het betreffende perceel is vele malen groter.

Gelet hierop is het niet aannemelijk te concluderen dat de afstand tussen beide gebouwen zal leiden tot een (onaanvaardbare) aantasting van de privacy. Verder is enkel de intensivering van het gebied niet vreemd en is voor ons door inspreker niet aannemelijk gemaakt dat er door de planontwikkeling sprake zal zijn van overlast. Ter volledigheid wordt opgemerkt dat het recht op vrij uitzicht niet bestaat. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is een

zich voldoende heeft verzekerd dat de ontwikkeling geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat van omwonenden.

8.4

In de toelichting is vermeld dat flora en fauna zeer belangrijke speerpunten zijn, echter deze speerpunten zijn op geen enkele wijze vastgelegd in juridisch bindende regels (bijv. voorwaardelijke verplichting).

8.5

De gekozen locatie van de ontsluiting van het plangebied, recht tegenover de parkeerplaatsen, is zeer ongelukkig en zorgt mogelijk voor verkeersopstoppingen en verkeersonveiligheid. Daarnaast is er geen onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen van deze ontwikkeling voor de verkeersafwikkeling. Het standpunt wat het college inneemt komt dan ook uit de lucht vallen en is niet onderbouwd. Parkeren op eigen terrein is onvoldoende in de planregels gewaarborgd. Doordat er nog onzekerheden zijn met betrekking tot de invulling van parkeren en het een en ander zich niet voldoende heeft vertaald in de planregels, kan het plan op deze wijze niet worden vastgelegd. In de plantoelichting wordt de keuze om de bouwmassa niet

8.6

8.7

paragraaf gevoegd (paragraaf 2.2.) die ingaat op de relatie met de buurpercelen. Daarnaast was het mogelijk in het voorontwerpbestemmingsplan om tot op de perceelsgrens te bouwen. Ondanks dat dit nooit de insteek van initiatiefnemer is geweest, worden de planregels en verbeelding zo aangepast dat er altijd een minimale afstand van 2 meter (tussen perceelsgrens en bebouwing hoofdbouwmassa) in acht zal worden genomen. In de plantoelichting staat onder meer aangegeven dat er gezocht is naar een optimale inpassing van de gebouwen in het groenrijke gebied. Er is gekeken naar een goede synergie in het gebied. De locatie van de bouwvlakken zijn opgenomen op de verbeelding, dus in dat opzicht is er sprake van juridisch bindende regels. Het is wel correct, mocht inspreker dat ook bedoelen, dat er geen voorwaardelijke verplichting voor een erfinrichtingsplan in het voorontwerpbestemmingsplan is opgenomen. Deze regeling is wel toegevoegd in het ontwerpbestemmingsplan. De extra verkeersgeneratie als gevolg van dit bouwplan betreft een toename van maximaal 200 motorvoertuigen per etmaal. De Mr. van Coothstraat is ingericht om dit verkeer te verwerken. In de huidige situatie levert de toegang tot het parkeerterrein De Els op de drukke momenten van de week enige vertraging in de verkeersafwikkeling op. Het bouwplan heeft hier een beperkt effect op. Zodoende is nader onderzoek niet nodig.

De toelichting behorende bij het bestemmingsplan zal worden aangevuld met bovenstaande. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan is er een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van parkeren en de parkeergarage opgenomen. De opmerking van inspreker is op deze wijze ondervangen.

De keuze om het plan op deze wijze te situeren hangt samen met meerdere

aan de straat te plaatsen, maar verder van de straat verwijderd, verklaard aan de hand van de aanwezige monumenten aan de Mr. Van Coothstraat. Deze motivering kan de keuzen voor de situering echter niet dragen, omdat andere bewoners juist extra hinder etc. ervaren. Bovendien zijn er meerdere monumenten in de omgeving.

factoren. Hierin is de gehele omgeving beschouwd, zowel de planlocatie zelf als de relatie met de omgeving. Keuze voor het één impliceert altijd een keuze voor iets anders niet. Desalniettemin zijn wij van mening dat met de keuze om het plan op deze wijze uit te voeren er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en dat er niemand onevenredig in zijn of haar belangen wordt geschaad. Wij begrijpen overigens heel goed dat dit door omwonenden/belanghebbenden anders kan worden ervaren.

De tekst waaraan inspreker refereert is genuanceerd/aangepast in het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op meerdere punten aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.

Bijlagen behorende bij deze nota van inspraak en vooroverleg: - Afstanden met buurpercelen; - Schaduwstudie; - Concept inrichtingsplan.

Staat van wijzigingen Bestemmingsplan Mr. van Coothstraat 6 Mede naar aanleiding van de inspraakreacties is het bestemmingsplan op onderdelen gewijzigd. Hieronder treft u inhoudelijke wijzigingen aan. Dit houdt in dat vernummering van paragrafen, artikelen, etc., naamswijzigingen of kleine tekstuele aanpassingen van ondergeschikte aard niet zijn benoemd in deze staat van wijzigingen. Toelichting Paragraaf 1.2. Paragraaf 2.1. Paragraaf 2.2. Paragraaf 3.1.2. Paragraaf 3.3.1. Paragraaf 3.3.2. Paragraaf 3.3. Paragraaf 3.3.3. Paragraaf 3.3.4 Paragraaf 3.3.5. Paragraaf 4.1. Paragraaf 4.3.2. Paragraaf 4.3.4. Paragraaf 4.4. Paragraaf 4.6. Paragraaf 5.1. Paragraaf 5.4. Paragraaf 5.6. Paragraaf 6.2.

Tekst aangepast + foto verduidelijkt. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast. Tekst aangepast.

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 10 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14

Onderzoek Stecgroep is toegevoegd. Nader ecologisch onderzoek is toegevoegd. Activiteitenplan ecologie is toegevoegd. Schaduwstudie is toegevoegd. Akoestisch onderzoek is aangepast. Positief wateradvies waterschap is toegevoegd. Aanmeldnotitie mer is toegevoegd. Nota van inspraak en vooroverleg is toegevoegd.

Verbeelding bouwvlak bouwhoogtes Gebiedsaanduiding Specifieke bouwaanduidingen

Bouwvlakken binnen de bestemming wonen zijn gewijzigd. De bouwhoogtes zijn aangepast, naar beneden bijgesteld. Aanduiding ‘overige zone – waardevolle boom’ toegevoegd. ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ en ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ zijn toegevoegd.

Regels Artikel 5.2.4 Artikel 5.2.5. Artikel 5.4.2 Artikel 8.

Toegevoegd voorwaardelijke verplichting parkeergelegenheid incl. 2 specifieke bouwaanduidingen. Regels over balkons opgenomen. Toegevoegd voorwaardelijke verplichting doorgang wandelpark. Toegevoegd algemene aanduidingsregels met betrekking tot de aanduiding ‘overige zone – waardevolle boom’.

23,99 m

23,44 m

18,79 m

43,1 m

MEMO Betreft

Schaduwstudie

Projectomschrijving

28 nieuwbouwappartementen te Waalwijk

Projectnummer

21002

Opsteller

FP

Datum

19 september 2021

Bijlagen

Document ‘2044_SCHADUWSTUDIE_AI’

Doel memo Deze memo geeft de resultaten weer van een schaduwstudie, ook wel bezonningsstudie genoemd, voor het onderhavige nieuwbouwproject. Uit de studie blijkt of de nabijgelegen bestaande bebouwing schaduwhinder ondervindt door realisatie van het nieuwbouwproject. Ook blijkt hoe hevig deze schaduwhinder dan is. De beelden van de schaduwstudie zijn gemaakt op 4 tijdstippen op de dag en 4 dagen verspreid over het jaar, rekening houdend met zonsopkomst en -ondergang. Het beleid/richtlijn van TNO, waar gemeente Waalwijk mee werkt, stelt minimaal 2 uur zon op de vensterbank per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober. De beelden zijn gebruikt om nauwkeurige conclusies te kunnen verbinden aan deze studie. Aanleiding Aanleiding voor deze schaduwstudie is dat de nieuwbouw hoger is dan de bestaande bebouwing. Hierdoor kan toename van schaduw ontstaan.

Conclusie Uit de beelden blijkt dat er alleen schaduw ontstaat voor appartementencomplex Elspoort en woonhuis Mr van Coothstraat 6. Echter ontstaat deze schaduw pas in augustus einde van de dag (Elspoort) en in oktober einde dag (Elspoort en Mr van Coothstraat 6). De verwachting is alleen de begane grond (waarschijnlijk) de 1ste verdieping van het gebouw De Elspoort schaduw krijgt van de nieuwbouw Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de TNO-eis aangaande bezonning van woningen.

Bevindingen schaduwstudie Onderstaand zijn de bevindingen van de 8 momenten uitgewerkt, zijnde 19 februari en 21 oktober. Appartementencomplex De Elspoort delen we op in 3 blokken: noord-midden-zuid. Zuid is direct naar woonhuis Mr van Coothstraat 6, noord is naar het Gezondheidscentrum. Waar niet alle verdiepingen schaduw krijgen wordt de term ‘gedeeltelijk’ gebruikt. Februari Datum 19 februari, tijdstip 9.00u: - Geen schaduw op panden omgeving Datum 19 februari, tijdstip 12.00u:

1

-

Geen schaduw op panden omgeving

Datum 19 februari, tijdstip 16.00u: - Elspoort: schaduw zuid-blok, gedeeltelijk - Mr van Coothstraat 6: schaduw op het bijgebouw Datum 19 februari, tijdstip 18.00u: - Geen schaduw op panden omgeving Oktober Datum 21 oktober, tijdstip 9.00u: - Geen schaduw op panden omgeving Datum 21 oktober, tijdstip 12.00u: - Geen schaduw op panden omgeving Datum 21 oktober, tijdstip 16.00u: - Elspoort: schaduw noord-blok, gedeeltelijk - Elspoort: schaduw zuid-blok, gedeeltelijk - Mr van Coothstraat 6: schaduw op het bijgebouw Datum 21 oktober, tijdstip 18.00u: - Geen schaduw op panden omgeving

2

19 Februari - 09.00 uur

20.09.2021

VOORONTWERP WANDELPARKHOF WAALWIJK

19 Februari - 16.00 uur

P.1

19 Februari - 12.00 uur

19 Februari - 18.00 uur

schaduwstudie - februari

19 Mei - 09.00 uur

20.09.2021

VOORONTWERP WANDELPARKHOF WAALWIJK

19 Mei - 16.00 uur

P.2

19 Mei - 12.00 uur

19 Mei - 18.00 uur

schaduwstudie - mei

21 augustus - 09.00 uur

20.09.2021

VOORONTWERP WANDELPARKHOF WAALWIJK

21 augustus - 16.00 uur

P.3

21 augustus - 12.00 uur

21 augustus - 18.00 uur

schaduwstudie - augustus

21 oktober - 09.00 uur

20.09.2021

VOORONTWERP WANDELPARKHOF WAALWIJK

21 oktober - 16.00 uur

P.4

21 oktober - 12.00 uur

21 oktober - 18.00 uur

schaduwstudie - oktober

DEFINITIEF ONTWERP (CONCEPT)

BIJLAGE: A0 1:200

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12972208/1