Bijlage 1n bij toelichting Nota van inspraak en vooroverleg
Tekst van het document
Nota van inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. van Coothstraat 6’ DEEL 1: INLEIDING Op 8 juni 2021 heeft het college van Waalwijk besloten in te stemmen met het voorontwerpbestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’ en hierop inspraak te verlenen conform het bepaalde in artikel 4 van de Algemene inspraak- en participatieverordening. De raad van Waalwijk is gelijktijdig van dat besluit in kennis gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’ heeft in het kader van de inspraak met ingang van 10 juni 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld een reactie op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Tevens is op zaterdag 22 mei 2021 door de initiatiefnemer een informatiebijeenkomst georganiseerd op de beoogde projectlocatie. Direct omwonenden zijn hiervan in kennis gesteld middels een rechtstreeks schrijven. Tijdens deze bijeenkomst is de gelegenheid geboden kennis te nemen van het plan en hierover vragen te stellen. Hierbij zijn vooral omwonenden aanwezig geweest. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn er 8 reacties (namens meerdere mensen) binnengekomen bij de gemeente. In deze nota zijn de inspraakreacties samengevat en naar (hoofd)onderwerp weergegeven en worden deze van gemeentewege beantwoord.
Dit betekent niet dat de onderdelen die niet expliciet zijn benoemd, niet bij de beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld. Indien een inspraakreactie aanleiding heeft gegeven tot het aanpassen van het voorontwerpbestemmingsplan is dit in de conclusie expliciet aangegeven. De voorliggende inspraaknota wordt na vaststelling door het college toegezonden aan de indieners van de inspraakreacties. Vooroverleg In het kader artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (vooroverleg) is het voorontwerpbestemmingsplan naar het waterschap en naar de provincie verzonden. Op 9 juni 2021 hebben we een positief wateradvies ontvangen van het waterschap. Dit advies is als bijlage opgenomen bij het ontwerpbestemmingplan. Van de provincie hebben wij een ontvangstbevestiging ontvangen. Daarin staat dat je enkel bericht krijgt als je er specifiek om hebt gevraagd of als blijkt dat de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met de provinciale belangen. De gemeente heeft geen nader bericht meer ontvangen. Vervolg procedure Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens op grond van de Wet ruimtelijke ordening zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kunnen inwoners, organisaties en instellingen kennisnemen van wat er precies gaat gebeuren met een bepaald gebied. Tevens kan men kennisnemen van de wijze waarop de meningen van de inspraak zijn verwerkt.
Het moment van de terinzagelegging wordt bekendgemaakt op de gemeentepagina in Weekblad Waalwijk, in het elektronisch gemeenteblad en via www.waalwijk.nl/ruimtelijkeplannen. Het bestemmingsplan inclusief alle bijlagen en achterliggende stukken is digitaal in te zien via www.waalwijk.nl/ruimtelijkeplannen en www.ruimtelijkeplannen.nl. Een analoge versie ligt tevens ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis. Iedereen die het niet eens is met het plan of anderszins opmerkingen heeft, kan binnen deze periode een schriftelijke of mondelinge zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Als dat niet in deze periode wordt gedaan, kan daar later niet meer op worden teruggekomen.
Binnen 12 weken na het einde van de terinzagelegging dient de gemeenteraad een beslissing te nemen over (eventueel gewijzigde) vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan, waarbij hij gemotiveerd ingaat op de zienswijzen. Belanghebbenden kunnen binnen 6 weken na de bekendmaking van de vaststelling bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in beroep gaan tegen het vaststellingsbesluit, al dan niet in combinatie met een verzoek om voorlopige voorziening gericht aan de voorzieningenrechter van de Afdeling. Dit wordt aangekondigd op de gemeentepagina in Weekblad Waalwijk, in het elektronisch gemeenteblad en via www.waalwijk.nl. Het bestemmingsplan inclusief bijlagen en achterliggende stukken is digitaal in te zien via www.waalwijk.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. De analoge versie ligt tevens ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis. Hierbij geldt dat slechts beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, tenzij het niet indienen van een zienswijze de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten of het beroep zich richt tegen onderdelen van het bestemmingsplan die gewijzigd zijn vastgesteld. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag na de dag waarop de beroepstermijn afloopt.
Wordt er gedurende deze termijn beroep ingesteld, dan treedt het plan wel in werking, maar is het pas onherroepelijk nadat er uitspraak is gedaan in het beroep. Wordt er tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan, dan treedt het plan pas in werking nadat over dit verzoek is geoordeeld.
DEEL 2: OVERZICHT INSPRAAKREACTIES Vanwege de privacy is deze lijst niet openbaar. Wie 1. 2. 3. 4. 5. 6a. 6b. 7. 8.
Adres
ontvangen 6 juli 2021 7 juli 2021 21 juli 20 juli 2021 21 juli 2021 21 juli 2021 19 november 2021 21 juli 2021 22 juli 2021
Ontvankelijk Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja
DEEL 3: SAMENVATTING EN BEANTWOORDING Inspreker 1 Reactie 1.1 Insprekers geven aan dat hun recht op privacy wordt geschonden doordat een van de appartementenblokken op korte afstand van hun huis is gesitueerd. Ze vrezen voor inkijk in hun keuken en tuin en in het algemeen worden zij in hun woongenot aangetast en zal er sprake zijn van een toename van overlast. Dit punt wordt specifiek herhaald ten aanzien van het balkon van appartementengebouw 2 en de hoogte van dit gebouw.
Antwoord Wij begrijpen de vrees die wordt geuit en het is overduidelijk dat in de omgeving van inspreker het nodige verandert dat een impact kan hebben op de beleving van de privacy en het woongenot, het wordt tenslotte drukker en er komen woningen bij. In het kader van de afweging van belangen dienen wij de belangen van omwonenden af te wegen tegen het project dat door de wijziging van het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Worden er bewoners/gebruikers etc. onevenredig in hun belangen aangetast? De vrees die inspreker uitspreekt komt als afweging ter sprake bij de ruimtelijke inpassing en stedenbouwkundige afwegingen/inpasbaarheid van het plan in het gebied. Een straatprofiel heeft gemiddeld een breedte van ongeveer 20 meter. Dat is de afstand van de ene voorgevel tot aan de andere voorgevel. Dit is een gangbare maat in de stedenbouw. De afstand vanaf de erker in uw zijgevel tot aan de rand van het balkon van de nieuwbouw bedraagt circa 35 meter. Gelet hierop is het niet aannemelijk te concluderen dat de afstand tussen beide gebouwen zal leiden tot een (onaanvaardbare) aantasting van de privacy. Verder is enkel de intensivering van het gebied niet vreemd en is voor ons door inspreker niet aannemelijk gemaakt dat er door de planontwikkeling sprake zal zijn van overlast.
Met betrekking tot de balkons aan de westzijde van blok 2 kan nog worden opgemerkt, dat er per bouwlaag 1 balkon minder aan de westzijde wordt gesitueerd. Deze balkons worden verplaatst naar de noordzijde. Ondanks dat het de intentie niet is geweest van initiatiefnemer, maakte het voorontwerpbestemmingsplan het mogelijk om tot op de perceelsgrens te bouwen. Dit is echter niet de bedoeling en vanuit de gemeente ook niet gewenst. Zodoende wordt het bestemmingsplan aangepast en blijven alle bouwblokken op een minimale afstand van 2 meter tot de perceelsgrens. Ook de eventueel op te richten balkons hebben een minimale afstand van 2 meter tot de perceelsgrens.
1.2
Het plan zorgt voor waardevermindering van de woning van insprekers.
1.3
Insprekers maken bezwaar tegen de kap van meerdere bomen en op welke gronden deze bomen gekapt mogen worden. Ze willen verder een garantie dat twee specifieke bomen op het kerkhof behouden blijven.
Mochten insprekers van mening zijn dat er sprake is van waardevermindering dan zijn naar onze mening de rechten van de insprekers voldoende in de wet gewaarborgd. De Wet ruimtelijke ordening biedt in hoofdstuk 6 mogelijkheden om, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een aanvraag te doen voor tegemoetkoming in planschade. Het verlenen van de kapvergunning, dus het feitelijk besluit om wel of niet te kappen maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Wel dienen wij de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de planontwikkeling te onderzoeken. Als je bijv. al zeker weet dat er een boom op het perceel staat waarvoor nooit een kapvergunning kan worden afgegeven en de planontwikkeling is daardoor niet mogelijk dan dien je ook geen nieuw bestemmingsplan vast te stellen. In het kader van het bestemmingsplan heeft de gemeente een “voortoets” uitgevoerd. Er is getoetst volgens het vastgestelde beleid “Werkwijze bomen”. Vooraf is de waarde van de bomen in een gemiddelde vastgesteld. De volgens het plan te kappen bomen zijn beoordeeld waarvan 1 boom een hogere waarde heeft dan 70 punten. Dit betekent voor deze specifieke boom dat behoud uitgangspunt is bij de ruimtelijke ontwikkeling.
De overige bomen hebben een waarde tussen 35 t/m 70 punten, behoud is wenselijk, maar hiervoor kan op basis van de juiste gegronde onderbouwing (reden tot kap) bij herontwikkeling van de locatie een vergunning verleend worden. Ook verplantbaarheid is een te onderzoeken factor. Er is ruimtelijk gezien geen noodzaak om de boom die een hogere waarde heeft dan 70 punten te kappen. Deze boom levert geen belemmering op voor de uitvoering van het plan. Er zijn bij ons dan ook geen redenen bekend die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Daarnaast hebben we er voor gekozen om de boom die een hogere waarde heeft dan 70 punten “extra” te beschermen in het bestemmingsplan. Deze boom heeft een specifieke aanduiding gekregen (artikel 8 van de planregels), namelijk ‘overige zone – waardevolle boom’. Deze regels geven extra bescherming ten aanzien van de instandhouding van de boom.
Bomen op het kerkhof vallen buiten de grenzen van dit plangebied. Toezeggingen over het behouden van de bedoelde bomen wordt in het kader van deze planontwikkeling niet gedaan. 1.4 Het vermoeden bestaat dat het De opmerking over het wettelijk toegestane bebouwde perceel meer is dan percentage aan bebouwing op het perceel wettelijk is toegestaan. kunnen wij niet plaatsen. De wettelijke basis voor hetgeen er maximaal bebouwd mag worden is het bestemmingsplan en de planontwikkelaar dient de aanvraag omgevingsvergunning hier te zijner tijd op af te stemmen. Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op meerdere punten aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.
Inspreker 2 Reactie 2.1 Inspreker maakt een opmerking over de naam van het bestemmingsplan. 2.2 Inspreker vreest voor de langdurige bemaling die noodzakelijk zal zijn in verband met de aan te leggen parkeerkelders.
Antwoord Opmerking is voor kennisgeving aangenomen.
Het formele antwoord is dat de exacte wijze van uitvoering van het bouwplan geen onderdeel uitmaakt van deze bestemmingsplanprocedure. Dit formele antwoord maakt echter niet dat wij uw vrees niet begrijpen. Daarom het volgende. Indien voor de bouw bronbemaling nodig is, er zijn namelijk meerdere manieren om een kelder te realiseren, zal initiatiefnemer op basis van de gegevens die bij de gemeente bekend zijn bij het waterschap een vergunning moeten aanvragen. De verwachting is dat in deze situatie de bemaling niet zal vallen onder een algemene vrijstelling. Bij het indienen van die vergunningsaanvraag dient de aanvrager een uitvoerige omgevingsscan te voegen. In deze scan gaat men in op de gevolgen voor de directe omgeving ten gevolge van de bemaling. Het waterschap kijkt hier uitvoerig naar en betrekt deze in de beoordeling van de aanvraag. Via deze procedure zijn de belangen van inspreker voldoende gewaarborgd. Tot slot nog het volgende. De situatie, waar inspreker naar verwijst ten aanzien van relatief recente bemaling in de omgeving, is ook bekend bij het waterschap. Zij zullen indien nodig, met de gemeente schakelen indien zij nog vragen zouden hebben over de omgeving van het project.
2.3
2.4
2.5
In het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de gemeente hoopt met de aanleg van groen het aantal soorten te vergroten en een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. Dit wordt als een vreemde opmerking beschouwd, aangezien de gemeente eerst een groot aantal soorten opoffert.
Er wordt aangeven dat het een misvatting is dat er binnen het plangebied geen waardevolle bomen voorkomen, aangezien het plangebied ooit deel uitmaakte van het terrein van fam. Raming (nu deels wandelpark). Er wordt verzocht om meer bestaande bomen te behouden.
Wij begrijpen dat de opmerking van inspreker en de discrepantie die wordt geduid. Wat wij eigenlijk hadden willen zeggen is het volgende. Gemeente Waalwijk heeft o.a. ambities op het vlak van het vergroten van het woningaanbod en de biodiversiteit. Omdat tussen beide ambities een spanningsveld heerst, tracht de gemeente altijd te zoeken naar de best passende oplossing, waarbij aandacht naar beide ambities uitgaat. In het geval dat groen plaats maakt voor bebouwing, wordt de buitenruimte rondom de bebouwing biodivers ingericht en wordt eventueel natuurinclusief bouwen toegepast. Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt een ontwerp gemaakt door een landschapsarchitect. Dit ontwerp wordt getoetst door de gemeente op de vastgelegde uitgangspunten. Volgens het beleid ‘deregulering kap’ zijn er wel degelijk waardevolle bomen aanwezig. In de toelichting van het bestemmingsplan onder 3.3.4, waarnaar door inspreker wordt verwezen, wordt dat ook niet ontkend.
In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan is met name gekeken of het gewenste plan ruimtelijk inpasbaar is en past binnen de wettelijke kaders en het beleid. Is er bij realisering sprake van een “goede ruimtelijke ordening”? Ten aanzien van het kappen van bomen wordt de “Werkwijze bomen” gehanteerd. Deze toets vindt plaats bij de aanvraag kapvergunning. De bomen worden aan de hand van een vast model gescoord. De hoogte van de score bepaalt of een boom wel of niet gekapt mag worden. De te kappen bomen zijn voorlopig getoetst. Uit de voorlopige toetsing is gekomen dat er één boom > 70 punten heeft en op basis van beleid behouden dient te blijven en dat er nadere aandacht moet zijn voor een aantal andere bomen. Bij de aanvraag kapvergunning dient hier rekening mee gehouden te worden evenals bij de nadere uitwerking van het plan. De “Werkwijze bomen” gaat ook in op de verplantbaarheid. Boomsoorten worden getoetst op hun verplantbaarheid. Hieruit kan een verplantingsonderzoek volgen. Wij begrijpen de wens van inspreker om meer bomen te behouden, maar doen hierover verder geen toezeggingen.
2.6
Er wordt geopperd om de weelderige stinzen florte (veld blue bells) te behouden, door het af te graven en elders te herplanten.
Uit de uitgevoerde ecologische QuickScan blijkt dat nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten noodzakelijk is. Dit onderzoek is recent afgerond en zal worden gevoegd als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan. Uit het onderzoek volgt (voor het aspect flora) het volgende: In het projectgebied zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen tijdens het veldonderzoek. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is uitgesloten. Er zijn geen gevolgen voor het vervolg van het project ten aanzien van beschermde plantensoorten. Aangezien de inspraakreactie specifiek een vraag stelt over de ‘blue bells’ (waarschijnlijk wordt wilde hyacint bedoeld) willen we hier graag het volgende over opmerken. De wilde hyacint is een veelvoorkomende soort. Het onderzoeken en uitvoeren van afgraven is niet alleen zeer kostbaar, maar in dit geval naar verwachting ook overbodig. Eenzelfde begroeiing zou indien wenselijk vrij gemakkelijk terug gebracht kunnen worden middels inzaaien. 2.7 Inspreker benadrukt verder dat De gemeente onderschrijft de opmerking van goede voorzorgsmaatregelen ten inspreker. Bij verdere uitwerking hanteren wij aanzien bestaande boomspiegels dan ook de beschermingseisen conform essentieel zijn. Handboek bomen van Norminstituut bomen.
Daarnaast is er voor de boom die > 70 punten heeft een aparte regeling opgenomen in het bestemmingsplan, zodat instandhouding van deze boom “extra” is geregeld. Deze bepaling is opgenomen in artikel 8 van de planregels. Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op een punt aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.
Inspreker 3 Reactie 3.1 Er wordt aangeven dat de beschreven situering van de planlocatie in het bestemmingsplan onvoldoende is. De Elspoort en de panden aan de Mr. Van Coothstraat nummer 2 en na nummer 10 zullen wel degelijk hinder ondervinden van het plan. Er wordt aangegeven dat de gemeente deze bewust buiten beschouwing heeft gelaten.
Antwoord Van iets bewust buiten beschouwing laten is in zijn geheel geen sprake. Uit het bestemmingsplan in zijn geheel valt naar onze mening voldoende op te maken waar de planlocatie zich bevindt en hoe de omgeving er uitziet. Om tegemoet te komen aan de opmerking van inspreker is de afbeelding (en dus het plangebied) onder de tekst van paragraaf 1.2. beter geduid. Tevens is er in het bestemmingsplan een paragraaf toegevoegd (2.2) die specifieker ingaat op privacy, hinder, lichtinval ten aanzien van de omgeving van het plangebied.
3.2
De huidige situatie wordt verkeerd in beeld gebracht o.a. door geen recente foto’s te gebruiken.
3.3
Het plan mist een berekening ten aanzien van de harde plancapaciteit. Gelet op ook andere (geplande) bouwplannen is er volgens inspreker geen ruimte voor dit aantal woningen. Tevens is er geen onderzoek uitgevoerd of er behoefte is naar dit type woningen en staat deze ontwikkeling haaks op de Woonvisie 2020, die realisatie van sociale woningbouw bij elk ontwikkelproject verplicht stelt. Vanuit de woonvisie is er geen onderbouwing voor dit plan.
3.4
Er wordt aangeven dat de opmerking/zin “De toegang tot het plangebied bevat veel groen en ligt in een lint met diverse monumenten, waaronder Mr. van Coothstraat 6 en 8. In het ontwerp is ervoor gekozen de nieuwe bouwmassa’s niet aan het lint te plaatsen.” niet juist is.
Wij zijn van mening dat de verschillende foto’s die in het bestemmingsplan zijn gebruikt een goed en voldoende recent beeld geven van de situatie. Wij kunnen ons dan ook niet vinden in de opmerking van inspreker. Voor de toetsing aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking is gekeken naar de meest recente regionale afspraken over woningbouw, zoals vastgelegd in het Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021 (november 2020 vastgesteld). Daaruit blijkt een behoefte voor de gemeente Waalwijk van 2.045 woningen voor de periode 2020 – 2030. Zoals in het bestemmingsplan aangegeven, zijn er reeds 1.122 woningen opgenomen in harde plancapaciteit. Daarmee is er nog ruimte om 923 woningen vast te leggen in harde plannen. Voor een aantal van de genoemde projecten in de inspraakreactie (Lungomare, Wijnruitstraat, Kasteellaan en Residentie Moller) is reeds in het (recente) verleden een bestemmingsplan vastgesteld. Deze projecten behoren dus tot de 1.122 woningen die al tot de harde plancapaciteit gerekend worden en gaan daarmee niet ten kosten van de mogelijkheden voor het onderhavige plan. Onlangs is door de Stec-groep onderzoek gedaan naar schaarste op de woningmarkt in de gemeente Waalwijk. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat de woningvoorraad voor hoge inkomens in de gemeente Waalwijk krap is.
Daarmee is de toevoeging van appartementen in dit segment aannemelijk. De Woonvisie van de gemeente Waalwijk stelt een percentage sociale huur voor voor woningbouwprojecten vanaf 35 woningen. Nu er in dit plan 28 appartementen gerealiseerd worden, is er dus geen verplichting om sociale huur in het plan op te nemen. De tekst onder paragraaf 3.3.2 van de plantoelichting is aangepast.
3.5
3.6
3.7
3.8
Ook wordt er opgemerkt dat het onjuist is om te schrijven dat het project vanwege de specifieke eigenschappen (ligging en inpandige sport- en wellnessfaciliteiten) uniek is. Residentie Moller ligt vlakbij en biedt hetzelfde. De zin “Daarmee draagt dit plan bij aan het verhogen van de woon- en leefkwaliteit ter plaatse van het projectgebied” is een eenzijdige benadering vanuit de nieuwe bewoners. Voor de directe omwonenden is er enkel sprake van achteruitgang. In het plan wordt gesproken over het herstellen van de oorspronkelijke verbinding met het wandelpark. Dit is onjuist, aangezien er nooit een verbinding is geweest tussen het wandelpark en de Mr. Van Coothstraat. Ook het beleefbaar houden van het groen door die verbinding wordt in twijfel gebracht. Dit ook mede gelet op de eigendomssituatie van die verbinding. De genoemde m2 ten aanzien van het aanwezige groen worden niet onderbouwd. Daarbij is er geen sprake van echt groen, omdat er veelal parkeerplaatsen etc. worden gerealiseerd. In het verlengde hiervan wordt er niet voldaan aan de Groenbeleidsvisie Groen Leeft!.
Met de aanwezigheid van een zwembad, verschillen de faciliteiten iets van die van Residentie Moller. Desalniettemin kan er in plaats van de term ‘uniek’ ook gekozen worden voor de term ‘bijzonder’. De tekst in de toelichting is hierop aangepast. Hetgeen zoals vermeld in de tekst, dat wij van mening zijn dat het plangebied bijdraagt aan het verhogen van de woonen leefklimaat ter plaatse van het projectgebied, delen wij nog steeds. Wij begrijpen echter ook dat sommige omwonenden zich niet kunnen vinden in het plan, maar dat maakt ons standpunt zoals opgenomen in de toelichting waaraan gerefereerd wordt niet anders. De opmerking over de oorspronkelijke verbinding in paragraaf 3.3.4 wordt aangepast, aangezien deze niet correct is. Het maken van een verbinding met het wandelpark vanuit de projectlocatie maakt wel onderdeel uit van de planvorming. Het wandelpark is een prachtig stukje Waalwijk en wij hopen dat, door een extra ontsluiting te creëren, er meer mensen gebruik zullen maken van het park. Niet alleen bewoners, maar ook bijv. winkelpersoneel dat in hun pauze een rondje wil wandelen. De Groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft!’ is een langetermijnvisie voor het groen. Het is het uitganspunt voor toekomstig ander beleid en bevat richtlijnen waaraan zoveel als mogelijk gehouden dient te worden.
Voor deze specifieke ontwikkeling geldt dat in het plangebied minimaal 10% grondgebonden openbaar groen aanwezig moet zijn dan en er tevens minimaal 5% als combinatiegroen moet worden gerealiseerd. Binnen de huidige bestemmingen is dat geen probleem. Het bestemmingsplan maakt mogelijk dat hieraan wordt voldaan. Ter volledigheid het volgende. Het plangebied is in totaal 6.384 m² groot. Op de verbeelding is de groenbestemming toegekend aan de gebieden die ook daadwerkelijk als groen gaan fungeren en tevens mogen worden gebruikt voor waterhuishoudkundige- en speelvoorzieningen. De groenbestemming beslaat in totaal 1.254 m². Dat komt neer op ongeveer 19,7 % van het plangebied. Het groen in het schetsontwerp
3.9/3.10
De onderbouwing is onvolledig en onjuist wat betreft het aantal waardevolle bomen nabij het plangebied. Een boom staat bijna zelfs op de erfgrens van het plangebied. Bronbemaling kan deze bomen ernstige schade toebrengen. Daarnaast wordt er het verzoek gedaan om, i.v.m. de privacy van de Plantlustbewoners, ook bepaalde niet waardevolle bomen te behouden.
(paragraaf 2.2) bedraagt 2.618 m² (41%). Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de in de Groenbeleidsvisie gestelde normen. In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan is met name gekeken of het gewenste plan ruimtelijk inpasbaar is en past binnen de wettelijke kaders en het beleid. Is er bij realisering sprake van een “goede ruimtelijke ordening”? Ten aanzien van het kappen van bomen wordt de “Werkwijze bomen” gehanteerd. Deze toets vindt plaats bij de aanvraag kapvergunning. De bomen worden aan de hand van een vast model gescoord. De hoogte van de score bepaalt of een boom wel of niet gekapt mag worden. De te kappen bomen zijn voorlopig getoetst. Uit de voorlopige toetsing is gekomen dat er één boom > 70 punten heeft en op basis van beleid behouden dient te blijven en dat er nadere aandacht moet zijn voor een aantal andere bomen. Bij de aanvraag kapvergunning dient hier rekening mee gehouden te worden evenals bij de nadere uitwerking van het plan. De “Werkwijze bomen” gaat ook in op de verplantbaarheid. Boomsoorten worden getoetst op hun verplantbaarheid. Hieruit kan een verplantingsonderzoek volgen. Daarnaast hebben we er voor gekozen om de boom die een hogere waarde heeft dan 70 punten “extra” te beschermen in het bestemmingsplan. Deze boom heeft een specifieke aanduiding gekregen (artikel 8 van de planregels), namelijk ‘overige zone – waardevolle boom’.
Deze regels geven extra bescherming ten aanzien van de instandhouding van de boom. Over de bemaling in relatie tot de bomen kan het volgende worden opgemerkt. Formeel maakt de uitvoering van het bouwplan geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure. Dat maakt niet dat wij de vrees van inspreker niet begrijpen. Daarom ter informatie het volgende. Indien voor de bouw bronbemaling nodig is, zal initiatiefnemer op basis van de gegevens die bij de gemeente bekend zijn bij het waterschap een vergunning moeten aanvragen. De verwachting is dat in deze situatie de bemaling niet zal vallen onder een algemene vrijstelling.
Bij het aanvragen van die vergunning dient de aanvrager een uitvoerige omgevingsscan te voegen. In deze scan gaat men in op de gevolgen voor de directe omgeving ten gevolge van de bemaling. Ook het aspect wat de onttrekking van water doet voor de bomen in of nabij de projectlocatie is hier een onderdeel van. Het waterschap kijkt hier uitvoerig naar en betrekt deze in de beoordeling van de aanvraag. Via deze procedure zijn de belangen van inspreker voldoende gewaarborgd.
3.11
3.12
Er wordt aangeven dat de gedane Quick scan flora en fauna onvoldoende is. Tevens dient er onderzocht te worden of de feitelijke bouw geen hinder oplevert voor de wel aanwezige beschermde soorten.
Het bodemonderzoek is niet juist en volledig uitgevoerd. Gelet op de geschiedenis van het plangebied is het essentieel dat er over het hele terrein uitgebreider bodemonderzoek wordt gedaan en dat er ook op
Tot slot nog het volgende. Wij begrijpen de wens van inspreker om meer bomen te behouden, maar doen hierover verder geen toezeggingen. Hetgeen inspreker aangeeft ten aanzien van de onderzoeken naar flora en fauna is juist. In de rapportage van de ecologisch Quick Scan staat ook benoemd dat nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is en bijlage 5 geeft hier de locatie voor. Op basis van de uitkomsten daarvan zullen aanvullende mitigerende maatregelen genomen worden of ontheffing(en) aangevraagd worden. Daarbij zullen er, in geval van in gebruik zijnde nest(en), geen werkzaamheden plaatsvinden in het broedseizoen die het broeden verstoren. Onlangs is het aanvullende onderzoek afgerond. Het onderzoek treft u als bijlage bij het bestemmingsplan aan en de toelichting zal worden aangevuld met de bevindingen uit het onderzoek. Daarmee is er sprake van een zorgvuldige toetsing. Ter volledigheid wordt nog opgemerkt dat er altijd een zorgplicht geldt. Globaal houdt deze in dat een ieder, die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen of deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het verkennend bodemonderzoek is conform de protocollen in de NEN 5740 uitgevoerd.
Volgens gevolgde protocol VED-HE moeten er 17 boringen tot een halve meter worden gedaan, 4 boringen tot maximaal 2 meter en 2 peilbuizen.
meer plaatsen dieper dan 0,50 meter wordt onderzocht.
3.13
Er wordt aangegeven dat het gehele perceel wordt geroerd en dat er zodoende behoorlijk archeologisch onderzoek moet worden verricht. Zodoende is het voorontwerp op dit aspect onvoldoende.
3.14
Insprekers geven aan dat, gelet op hetgeen wordt mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan, er grootschalige diepe ontgravingen moeten plaatsvinden wat gevolg schade kan opleveren voor de (monumentale) huizen in de directe omgeving. Het is niet duidelijk hoe deze bouwwerkzaamheden plaats gaan vinden en er zijn ook geen specifieke maatregelen opgenomen ter voorkoming van schade. Insprekers gaan
Waar de Loint heeft gelopen is tot 3 meter diep geboord. De boringen tot 2 meter zijn verspreid over de locatie gezet en de resultaten zijn daarmee representatief voor de gehele locatie. Doordat er sterk verhoogde concentraties zijn gevonden in het verkennend bodemonderzoek moet nog een nader onderzoek gedaan worden. Dit nader onderzoek moet volgens de protocollen in de NTA 5755 uitgevoerd worden. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet duidelijk zijn of op de locatie een geval van ernstige bodemverontreiniging is en hoe daar mee zal worden omgegaan. In paragraaf 4 van de toelichting wordt inderdaad niet volledig ingegaan op het beleid vanuit de gemeente inzake archeologie, echter de conclusie zoals deze is opgenomen is wel juist. In de Erfgoedverordening 2016 van de gemeente Waalwijk is de locatie aangeduid als cat. 4. Aangezien er niet meer dan 5000m2 aan grond wordt geroerd (én de grond dieper dan 50 cm wordt verstoord) is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De zorgplicht, zoals deze is benoemd in de toelichting, blijft wel in stand. Ter volledigheid merken wij op dat wij aan initiatiefnemer hebben meegegeven dat in dit soort projecten het handig kan zijn om een archeoloog bij de nog uit te voeren bodemonderzoeken mee te laten lopen, zodat er snel geschakeld kan worden. Dit is echter een keuze die de initiatiefnemer kan maken.
Het is geen verplichting vanuit ons. De feitelijke uitvoering van het bouwplan maakt geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure. Dit formele antwoord maakt echter niet dat wij uw vrees niet begrijpen. Daarom het volgende. Indien voor de bouw bronbemaling nodig is, zal initiatiefnemer op basis van de gegevens die bij de gemeente bekend zijn bij het waterschap een vergunning moeten aanvragen. De verwachting is dat in deze situatie de bemaling niet zal vallen onder een algemene vrijstelling.
ervan uit dat de gemeente de volle verantwoordelijkheid op zich neemt.
3.15
Er wordt gesteld dat de Mr. Van Coothstraat in zijn geheel niet geschikt is om dit bouwplan te ontsluiten. Daarnaast zijn de gebruikte gegevens, gelet op de coronacrisis, niet juist en representatief.
3.16
De uitweg die noodzakelijk is om het gebied te ontsluiten kan niet voldoen aan de eisen omtrent toegankelijkheid en veiligheid. Dit te meer er maar één auto tegelijk kan rijden.
Bij het indienen van die vergunningsaanvraag dient de aanvrager een uitvoerige omgevingsscan te voegen. In deze scan gaat men in op de gevolgen voor de directe omgeving ten gevolge van de bemaling. Het waterschap kijkt hier uitvoerig naar en betrekt deze in de beoordeling van de aanvraag. Dat geldt dus ook voor het gevolg van bronbemaling voor de omliggende percelen cq. woningen. Via deze procedure zijn de belangen van inspreker voldoende gewaarborgd. Mocht er in de toekomst onverhoopt sprake zijn van schade dan zal deze worden afgewikkeld op de gebruikelijke wijze zoals in de wet geregeld. Gezegd hebbende dat het voorkomen van schade voor zowel de ontwikkelaar als de gemeente uiteraard uitgangspunt is. De verkeersgegevens die gebruikt moeten worden bij bouwplannen, komen uit het verkeersmodel BBMA (Brabants Brede ModelAanpak). Uit dit verkeersmodel blijkt dat in de Mr. van Coothstraat op het noordelijk deel een verkeersintensiteit voor 2030 wordt verwacht van 2.900 motorvoertuigen per etmaal en op het zuidelijk deel een verkeersintensiteit van 4.600 motorvoertuigen per etmaal. De Mr. van Coothstraat is ingericht als een 30 km per uur weg en heeft een ontsluitende functie voor aanliggende percelen en de parkeerterreinen rondom het centrum. In het Mobiliteitsplan Waalwijk zoals vastgesteld door de gemeenteraad in 2015, is deze weg benoemd als zijnde een wijkverzamelstraat.
Een weg met een dergelijke functie heeft volgens het mobiliteitsplan een acceptabele verkeersintensiteit tussen de 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal en bij de aansluitingen op de hoofdwegen van maximaal 8.000 motorvoertuigen per etmaal. Gelet op hetgeen wij zojuist hebben uiteengezet, worden er door toevoeging van dit planvoornemen geen problemen verwacht. In het schetsontwerp van het bouwplan is een verkeersruimte opgenomen van 5.00 meter breed. Dit voldoet aan de richtlijnen van het CROW voor tweerichtingsverkeer. Uiteraard wordt met het definitief maken van het ontwerp
3.17
Door het aanleggen van de uitweg vervalt er één parkeerplaats, deze is niet in de tellingen meegenomen.
3.18
De opmerking over de ontsluiting in de zuidelijke richting is feitelijke onjuist.
3.19
Door de situering van de bouwblokken veelal dicht bij de erfgrenzen als de hoogte van de bouwmassa’s zullen omwonenden onevenredig in hun privacy worden aangetast. Tevens is er sprake van onrechtmatige hinder. Men verliest onder meer zonlicht/daglicht, permanent verlies van uitzicht op groen, belemmering van toestroom van frisse lucht, rumoer (onder meer door de verslechterde akoestieke situatie). Tot slot is er een gemis aan doorkijk.
openbare ruimte rekening gehouden met de verkeersveiligheid en de afwikkeling van het verkeer. Het bestemmingsplan maakt in ieder geval mogelijk dat deze ruimte er is. Zodoende kunnen wij ons niet vinden in hetgeen inspreker aangeeft. Het klopt wat inspreker stelt. De parkeerplaats die komt te vervallen dient te worden gecompenseerd in het bouwplan. De parkeerbalans van het bouwplan kent een overschot aan parkeerplaatsen ten opzichte van de minimale parkeereis. Dit overschot is voldoende om deze parkeerplaats als gecompenseerd te benoemen. De tekst in het bestemmingsplan is hierop aangepast. De zuidelijke ontsluiting gaat via de Burg. Van der Klokkenlaan en Floris V-laan en niet via de Noorder Parallelweg. Hetgeen inspreker stelt is dus juist. De tekst in het bestemmingsplan is hierop aangepast. Inspreker geeft niet aan waarom er sprake is van onrechtmatige hinder. Het feit dat er gebouwen dichtbij andere woningen worden geplaatst, maakt niet dat er sprake is van onrechtmatigheid. privacy Om in een stedelijke omgeving de privacy te waarborgen, schrijft het Burgerlijk Wetboek voor dat binnen twee meter van de erfgrens geen direct zicht mag zijn op de naastgelegen terreinen. Ondanks dat het de intentie niet is geweest van initiatiefnemer, maakte het voorontwerpbestemmingsplan het mogelijk om tot op de perceelsgrens te bouwen.
Dit is echter niet de bedoeling en vanuit de gemeente ook niet gewenst. Zodoende wordt het bestemmingsplan aangepast en blijven alle bouwblokken op een minimale afstand van 2 meter tot de perceelsgrens. Ook eventueel op te richten balkons hebben een minimale afstand van 2 meter. Als bijlage bij deze nota treft u aan een voorlopig ontwerp van de feitelijke situering van de bouwblokken met de afstanden. De afstand tussen de zijdelingse perceelsgrenzen en de bebouwing van blok 1 is aan de noordzijde en oostzijde ruim 3,5 meter.
Mede door de aanwezige begroeiing is het niet aannemelijk te concluderen dat de omwonenden onevenredig in hun privacy worden aangetast. Voor de overige benoemde aspecten wordt ook niet aangegeven waarom er sprake is van onrechtmatige hinder. Het is niet duidelijk waarom bijv. wordt gesteld dat er sprake is van belemmering van toestroom van frisse lucht, of dat eventueel extra omgevingsgeluid de grenzen overschrijdt en daarmee onrechtmatig is. Dit geldt ook voor het benoemde verlies van zonlicht/daglicht. Het recht op vrij uitzicht (of doorkijk) is er niet, en levert ook geen onrechtmatigheid op. Wij begrijpen overigens de vrees hiervoor heel goed. Er gaat zeker wat veranderen voor de direct omwonenden. Echter vinden wij deze veranderingen acceptabel, dit te meer nu er nabij het centrum wordt gewoond en bijv. niet in het buitengebied.
3.20
Er is sprake van waardevermindering van de woningen.
3.20a
De gemeente dient de rechten van burgers boven het belang van een commerciële partij te stellen.
3.21
Op de hoogste verdieping van de appartementen komen nog luchtbehandelingskanalen en airco’s waardoor het gebouw
Kortom: voor ons is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake zal zijn van onrechtmatigheid. Mochten insprekers van mening zijn dat er sprake is van waardevermindering dan zijn naar onze mening de rechten van de inspreker voldoende in de wet gewaarborgd. De Wet ruimtelijke ordening biedt in hoofdstuk 6 mogelijkheden om, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een aanvraag te doen voor tegemoetkoming in planschade. Wij beoordelen planinitiatieven op basis van wet- en regelgeving. In dit geval dient een ontwikkelaar, ongeacht welke partij, aan te tonen dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening en dus ook of het past binnen het beleid van de gemeente Waalwijk en andere wet- en regelgeving. In die afweging wordt er ook gekeken naar de mogelijke gevolgen voor omwonenden etc. en in dat kader wordt er ook een algemene belangenafweging gemaakt. Wij vinden de impact van dit plan voor de omgeving acceptabel. Zowel de verbeelding, planregels als de toelichting incl. alle bijlagen zijn onderdeel van het bestemmingsplan. Ze dienen dan ook in samenspraak met
nog hoger wordt. Dit wordt in het bestemmingsplan anders voorgespiegeld. Daarnaast verstoren ze in extreme mate de beschermde gevelwand.
3.22
Blok 3 komt letterlijk tegen de erfgrens van de jeu-de-boules baan te liggen.
3.23
Er wordt gevreesd voor de graven op de begraafplaats, nu onttrekking van grondwater, blijvende schade kan veroorzaken aan de graven.
elkaar te worden gelezen. In de planregels is in artikel 2 iets opgenomen over de wijze van meten in relatie tot onder meer ventilatiekanalen en dergelijke. Deze zijn over het algemeen ondergeschikt aan de bouwhoogte en komen er dus inderdaad nog “bovenop”. Als inspreker bedoeld dat wij op de plaatjes in de toelichting op de gebouwen geen luchtbehandelingskanalen, airco’s en dergelijke hebben hebben ingetekend dan is dat correct. Gelet op hetgeen wat we met de afbeeldingen willen bereiken en hetgeen uitgewerkt is, kunnen we deze nu ook niet meenemen. Dat zou namelijk ook verkeerde verwachtingen kunnen scheppen en gaat dan voorbij aan het doel van het plaatje in de toelichting. Gelet op de afstand van de bebouwing tot de beschermde gevelwand is het voor ons niet aannemelijk dat deze ondergeschikte bouwdelen inbreuk maken op de beschermde gevelwand. Het voorontwerpbestemmingsplan maakt het inderdaad mogelijk dat er tot op de perceelsgrens kan worden gebouwd. Dit is echter nooit de intentie geweest van de initiatiefnemer. De afstand van de hoofdbouwmassa van blok 3 tot aan de perceelsgrens is nu gepland op 4,70 meter. De balkons hangen over, dus deze komen dichterbij, maar blijven minimaal 2 meter van de perceelsgrens af. De verbeelding en de regels van het bestemmingsplan worden aangepast zodat er te allen tijde minimaal 2 meter van de perceelsgrens wordt afgebleven.
Het formele antwoord is dat de exacte wijze van uitvoering van het bouwplan geen onderdeel uitmaakt van deze bestemmingsplanprocedure. Dit formele antwoord maakt echter niet dat wij uw vrees niet begrijpen. Daarom het volgende. Indien voor de bouw bronbemaling nodig is, zal initiatiefnemer op basis van de gegevens die bij de gemeente bekend zijn bij het waterschap een vergunning moeten aanvragen. De verwachting is dat in deze situatie de bemaling niet zal vallen onder een algemene vrijstelling. Bij het indienen van die vergunningsaanvraag dient de aanvrager een uitvoerige omgevingsscan te voegen. In deze scan gaat men in op de gevolgen
3.24
Er wordt gesteld dat er sprake is van evidente privaatrechtelijke belemmeringen, aangezien niet wordt voldaan aan de eisen vanuit het burenrecht. De gemeente dient zodoende de bezwaren betreffende privacy gegrond te verklaren. Daarnaast heeft de gemeente de belangen van betrokkenen niet afgewogen.
voor de directe omgeving ten gevolge van de bemaling. Ook de begraafplaats dient hierbij in beeld te worden gebracht. Het waterschap kijkt hier uitvoerig naar en betrekt deze in de beoordeling van de aanvraag. Via deze procedure zijn de belangen van insprekers voldoende gewaarborgd. Het is correct dat de verbeelding gelezen in combinatie met de planregels het toelieten dat er tot op de perceelsgrens gebouwd kon worden. Hierdoor zou het mogelijk zijn dat er strijd zou kunnen ontstaan met het burenrecht. Bouwen tot aan de perceelsgrens is echter nooit de bedoeling geweest van de ontwikkelaar. Dit blijkt mede uit het schetsontwerp op pagina 12 van de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan. Om echter dit te verduidelijken en zekerheid te stellen voor de omwonenden zijn de verbeelding en planregels aangepast en is het niet meer mogelijk om het hoofdgebouw te situeren binnen 4 meter (blok 2 en 3) en 3 meter (blok 1) van de perceelsgrenzen. Overigens ook daar waar balkons worden gesitueerd, wordt aan de minimale afstand van 2 meter van de perceelsgrens voldaan. Met de opmerking dat de belangen van omwonenden ten aanzien van het aspect privacy onevenredig worden getroffen zijn wij het niet eens. Als bijlage bij deze nota treft u aan een voorlopig ontwerp van de feitelijke situering van de bouwblokken met de afstanden.
Op deze tekening staan tevens de afmetingen vermeld van gebouwen/percelen in de omgeving. Zoals u kunt zien zijn deze afstanden behoorlijk tot fors te noemen. Deze afstanden zijn in een overwegende woonomgeving zeer zeker acceptabel. Daarbij merken wij op dat de maximale bouwhoogte van blok 2 en 3 het toestaat dat er maximaal 4 woonlagen worden gebouw, voor blok 1 is dit 3 woonlagen. Deze maximale hoogte is niet vreemd in een woonwijk, zeker niet in relatie tot de hiervoor benoemde afstanden. Ook dient nog opgemerkt te worden dat hierbij nog geen rekening is gehouden met de groene omgeving waarin de gebouwen komen te staan en die ook sommige zichtlijnen zullen doorbreken.
3.25
Opgemerkt wordt dat oude plannen, om moverende reden, geen doorgang hebben gevonden. Deze stukken zijn opgevraagd met een WOBverzoek. Hierop wordt later teruggekomen.
3.26
De wijze waarop de Mr. Van Coothstraat betreffende de cultuurhistorische waarden wordt geduid is totaal niet correct en veel te laag. Er wordt verwezen naar de manier waarop de Mr. van Coothstraat in het bestemmingsplan “Centrumgebied 2008” wordt geduid, namelijk als waardevolle straatwand. Daarnaast doet de situering van blok 1 afbreuk aan de monumentale status van het pand aan de Mr. van Coothstraat 6 en ook aan alle andere woningen die deel uitmaken van de waardevolle gevelwand. De Elspoort is in het bestemmingsplan “Centrumgebied 2008” als beeld verstorend bestempeld. Met dit project komt er nog zo’n plan bij en zodoende zijn de appartementen in strijd met de beleidsnotitie en de cultuurhistorische waardenkaart.
3.27
De te doorlopen procedure laat tot op heden veel te wensen over. Sommige omwonenden zijn in zijn geheel niet geïnformeerd of uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. Eveneens is de hervormde kerk, als eigenaar van de begraafplaats, niet geïnformeerd. Er is geen sprake geweest van een
Van een onaanvaardbare inbreuk op de privacy is ons inziens, gelet op bovenstaande, geen sprake. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
Het klopt dat in de plantoelichting van het nog geldende bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk”, de Mr. Van Coothstraat is aangemerkt als cultuur historische waardevolle straatwand. Echter in de planregels of op de verbeelding zijn hier geen regels aan verbonden. En daarbij valt een deel van de Mr. van Coothstraat buiten de plangrenzen van het bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk”. Uiteraard hebben wij wel beoordeeld of de situering en hoogte van hetgeen het onderhavige bestemmingsplan mogelijk maakt, afbreuk doet aan de Mr. van Coothstraat en de daarin aanwezige panden. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat dit, mede gelet op de afstanden van de nieuwe gebouwen tot aan de straatwand van de Mr. van Coothstraat niet het geval is. Dat er strijd is met beleid op dit punt zijn wij het dan ook niet eens. De beeldkwaliteit van de toekomstige gebouwen is overigens geen onderdeel van het bestemmingsplanproces. Desondanks willen wij toch graag het volgende opmerken. Moderne bouw of het niet in de bouwstijl bouwen van omliggende panden doet in zijn algemeenheid niet per definitie afbreuk aan andere (monumentale) gebouwen (aan de Mr. Van Coothstraat) in de omgeving.
Als eerste willen wij graag opmerken dat we het vervelend vinden om te horen dat omwonenden zich niet gehoord voelen en/of niet zijn uitgenodigd in het traject voorafgaande aan de terinzagelegging van het voorontwerpbestemminsplan. Dat is niet hetgeen waarvoor de gemeente Waalwijk staat. Afgelopen periode is namens de ontwikkelaar iedereen die een inspraakreactie heeft ingediend (of zijn/haar vertegenwoordiger) benaderd.
omgevingsdialoog, aangezien belanghebbenden niet het gevoel hebben gehad serieus genomen te zijn. In de verslaglegging van de gesprekken zijn woorden verdraaid of anders weergegeven. Nu de gemeente geen richtlijnen heeft voor het voeren van een omgevingsdialoog en de zeer gebrekkige uitvoering van hetgeen een omgevingsdialoog moet heten, wordt gesteld dat het voorontwerpbestemmingsplan nooit ter inzage had mogen gaan.
Met als doel uitleg te geven over het plan waar nodig en/of om te kijken of de ontwikkelaar het plan op kleine of grote punten kan aanpassen. Daarnaast zijn alle inspraakreacties beoordeeld en heeft dit op sommige punten geleid tot aanpassing van het plan of het maken van nadere afspraken.
Met betrekking tot de opmerking over de omgevingsdialoog en de opmerking dat de gemeente geen richtlijnen heeft het volgende. Er is bij ons geen wet bekend die dit verplicht. Zelfs het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan is wettelijk gezien geen verplichting, maar vinden wij als gemeente vaak wel wenselijk, om zo op tijd de opmerkingen van de omwonenden/belanghebbenden mee te kunnen nemen. De belangen van omwonenden/belanghebbenden om iets te vinden van het plan en op te komen voor hun belangen (indien wenselijk) zijn naar onze mening met het voortraject, het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan en het nog komende ontwerpbestemmingsplan, voldoende gewaarborgd. Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op meerdere punten aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.
Inspreker 4 Reactie 4.1 Inspreker geeft aan dat het wandelpark zich in het voortbestaan voelt bedreigt. Daarnaast is uitbreiding van het wandelpark in de toekomst niet meer mogelijk.
Antwoord Wij vinden het vervelend om te horen dat inspreker vreest voor voortbestaan van het wandelpark. Deze vrees wordt door de gemeente zeker niet gedeeld, omdat juist de locatie van deze woningbouwplannen nabij het wandelpark het plan zo bijzonder maken. Onderdeel van de planontwikkeling is dat het wandelpark ook via deze planontwikkeling wordt ontsloten. Dit is ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Daarnaast hebben wij mede naar aanleiding van uw vrees besloten om in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting op te nemen in de planregels (artikel 5.4.2). Hierin staat dat binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingplan er een doorsteek gerealiseerd moet zijn, anders is het gebruik van de woningen in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente kan hierop handhaven.
4.2
4.3
De economische uitvoerbaarheid van het plan wordt in twijfel getrokken. Volgens inspreker ligt er geen deugdelijke motivering en onderbouwing onder het plan. Het college is niet verplicht om medewerking te verlenen, zeker niet nu er geen sprake is van ‘de beste planologische invulling’ voor dit gebied. Is er wel voldoende vraag naar dit type appartementen? Is naar het laatste wel deugdelijk onderzoek gedaan?
4.4
Te veel natuur moet wijken voor het plan.
4.5
Inspreker bekritiseert het verloop van de procedure tot nu toe. Waarom een plan ter inzage leggen zonder dat alle onderzoeken gedaan zijn? Heeft de ontwikkelaar haast?
Het is correct dat door op de planlocatie woningbouw te realiseren, uitbreiding van het wandelpark niet meer mogelijk is. Echter, is uitbreiding van het park ook geen onderdeel geweest van planvorming afgelopen jaren. Daarbij dient ook nog opgemerkt te worden, dat de grond binnen het plangebied niet van de gemeente Waalwijk is. Bij ons zijn er geen redenen bekend waarom wij de economische uitvoerbaarheid in twijfel zouden moeten trekken. Onlangs is door de Stec-groep onderzoek gedaan naar schaarste op de woningmarkt in de gemeente Waalwijk. Uit dit onderzoek blijkt dat de woningvoorraad voor hoge inkomens in de gemeente Waalwijk krap is. Daarmee is de toevoeging van appartementen in dit segment aannemelijk. Dit betreffende onderzoek is als bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan. Daarnaast hoeft de gemeente niet aan te tonen dat het voorgenomen plan de beste planologische invulling is, maar dienen wij te motiveren dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het plan ziet u terug in het opgestelde bestemmingsplan en dan name de toelichting van het plan. Het is correct dat binnen de grenzen van het plangebied bomen moeten worden gekapt en dat er natuur verdwijnt. Ruimtelijke ordening impliceert het maken van afwegingen. Realiseer je het één dan gaat dat ten koste van het andere.
Wij zijn echter van mening dat het onderhavige plan recht doet aan het gebied en de omgeving, dit mede gelet op de wijze waarop er invulling wordt gegeven aan het groen. Zie ook het concept-inrichtingsplan dat is bijgevoegd als bijlage. In mei 2021 is er namens de initiatiefnemer een uitvoerige brief gestuurd naar een grote groep omwonenden en heeft men per mail zich kunnen aanmelden voor een afspraak. Sommige omwonenden hebben hier ook gebruik van gemaakt. Het is bijzonder vervelend dat er wordt aangegeven dat men zich niet kan vinden in de verslaglegging hiervan. Hier kunnen wij als gemeente verder niets aan doen, behalve dat wij het hebben besproken met initiatiefnemer. In het voorontwerpbestemmingsplan heeft iedereen formeel de gelegenheid gekregen om te reageren op het plan en hopelijk voelt een ieder zich nu wel gehoord. Tot slot merken wij nog op dat de afgelopen periode, nadat de termijn van het voorontwerpbestemmingsplan afliep, de
ontwikkelaar iedereen (of zijn/haar vertegenwoordiger) die een inspraakreactie heeft ingediend heeft benaderd. Met als doel, indien dat was gewenst, uitleg te geven over het plan waar nodig en/of om te kijken of de ontwikkelaar het plan op kleine of grote punten kan aanpassen. Daarnaast zijn alle inspraakreacties beoordeeld en heeft dit op sommige punten geleid tot aanpassing van het plan of het maken van nadere afspraken. Het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan is door de wetgever niet verplicht gesteld. Toch hechten wij hier als gemeente waarde aan toe, ook als het bestemmingsplan nog niet geheel compleet is. Een ieder kan dan formeel kennismaken met het plan en zijn of haar bevindingen formeel laten vastleggen. Uiteraard is het streven om een zo’n volledig mogelijk bestemmingsplan ter inzage te leggen. Echter, wensen we ook een bepaalde voortgang en maken we een afweging of hetgeen dat nog niet is uitgevoerd een grote belemmering is. Uiteindelijk dient het ontwerpbestemmingsplan compleet te zijn en heeft iedereen alsnog de mogelijkheid om ook iets te vinden van de eerdere ontbrekende stukken. 4.6 Het ontbreekt aan een Bestemmingsplan “Gemengd Gebied” betreft planologische visie voor het een actualisatie van diverse voorgaande gebied in breder perspectief. plannen.
Bij zo’n actualisatie wordt een Daarnaast in het huidige bestemmingsplan zo veel mogelijk aangepast bestemmingsplan onlangs aan de huidige situatie en wordt deze vastgesteld, waarom nu al aangepast aan de tegenwoordige tijd. afwijken? Voorbeeld hiervan is het integreren van de regels voor vergunningsvrij bouwen. Bij een actualisatie kan geen rekening worden gehouden met plannen die mogelijk in de toekomst gaan spelen. 4.7 De gebruikte parkeernorm wordt De gebruikte parkeernormen zijn door de in twijfel getrokken gelet op het gemeente vastgelegd in de segment van de woningen. Deze Parkeernormennota Waalwijk 2015. Een mensen hebben vaak meer dan badmeester of personal trainer vallen onder 2 auto’s. Daarnaast is er geen bezoek en parkeerplaatsen voor bezoek zijn in rekening gehouden met de auto de parkeernormen opgenomen. van de badmeester, personal Geconcludeerd kan worden dat er wordt trainer etc. voldaan aan de benodigde parkeerplaatsen. 4.8 Volgens inspreker is er Voor de fase waarin we zitten, onvoldoende onderzoek gedaan bestemmingsplanfase, is er voldoende naar de bodem en het onderzoek verricht. In de bouwplanfase grondwater. dienen er nog aanvullende bodemonderzoeken te worden gedaan. Conclusie: Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het voorontwerpbestemmingsplan.
Inspreker 5 Reactie 5.1 Er wordt aangegeven dat het woon- en leefklimaat van inspreker onaanvaardbaar en onevenredig wordt aangetast, nu er op 0 meter van de perceelsgrens met inspreker een appartementengebouw van 14,5 meter mag worden opgericht (4 woonlagen)
5.2
De waarde van het betreffende eigendom zal door onderliggende plannen sterk dalen.
5.3
Er is sprake van een enorme aantasting van de privacy. Dit te meer omdat er aan de kant van de tuin van inspreker ook balkons worden gesitueerd. Daarnaast is het plaatje zoals opgenomen in de plantoelichting niet juist, althans het suggereert dat het zicht zou worden belemmerd door een drietal grote bomen, maar deze zijn helemaal niet aanwezig.
Antwoord Daar waar beide percelen elkaar raken, is de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens circa 6 meter. Het uitkragende balkon is gelegen op circa 3,3 meter vanaf de perceelsgrens. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het gebouw niet ter hoogte van het perceel van inspreker is gesitueerd, maar daar ten zuiden van ligt. Het is correct dat de verbeelding, gelezen in combinatie met de planregels, het toeliet dat er tot op de perceelsgrens gebouwd kon worden. Hierdoor zou het mogelijk zijn dat er strijd zou kunnen ontstaan met het burenrecht. Bouwen tot aan de perceelsgrens is echter nooit de bedoeling geweest van de ontwikkelaar. Dit blijkt mede uit het schetsontwerp op pagina 12 van de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan. Om echter dit te verduidelijken en zekerheid te stellen voor de omwonenden zijn de verbeelding en planregels aangepast en is het niet meer mogelijk om het hoofdgebouw te situeren binnen 4 meter (blok 2 en 3) en 3 meter (blok 1) van de perceelsgrenzen. Overigens ook daar waar balkons worden gesitueerd, wordt aan de minimale afstand van 2 meter van de perceelsgrens voldaan. Mocht inspreker van mening zijn dat er sprake is van waardevermindering dan zijn naar onze mening de rechten van de inspreker voldoende in de wet gewaarborgd.
De Wet ruimtelijke ordening biedt in hoofdstuk 6 mogelijkheden om, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een aanvraag te doen voor tegemoetkoming in planschade. Daar waar beide percelen elkaar raken, is de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens circa 6 meter. Het uitkragende balkon is gelegen op circa 3,3 meter vanaf de perceelsgrens. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het gebouw niet ter hoogte van het perceel van inspreker is gesitueerd, maar daar ten zuiden van ligt. Gelet op de situering van de percelen ten opzichte van elkaar en gelet op de afstanden die worden aangehouden, zijn wij van mening dat er geen sprake is van onrechtmatige aantasting.
5.4
Vanwege de hoogte en situering ten opzichte van het perceel van inspreker zal de nieuwe bebouwing ertoe leiden dat de lichtinval en de bezonning onevenredig worden verminderd.
5.5
Het aanleggen van de parkeerkelders zal van invloed zijn op de grondwaterstand in de directe omgeving. Dit heeft dus ook invloed op het rijksmonument van inspreker (oa. fundering) en zal tot aantasting leiden. Ook zal het invloed hebben op de natuurwaarden in de directe omgeving.
5.6
Aangezien in de plantoelichting niet wordt ingegaan op de gevolgen van het plan voor de woon- en leefsituatie van inspreker is het plan op dit punt geheel ontoereikend en niet deugdelijk.
De ontwikkelaar heeft een schaduwstudie laten uitvoeren, deze is als bijlage bij deze nota gevoegd. Hieruit blijkt dat de nieuwe bebouwing met betrekking tot lichtinval/bezonning nauwelijks van invloed is op het perceel van inspreker. Er is zeker geen sprake van onevenredige aantasting op dit punt. In het bestemmingplan is een paragraaf opgenomen waarin de resultaten van de schaduwstudie op hoofdlijnen worden beschreven. Het formele antwoord is dat de exacte wijze van uitvoering van het bouwplan geen onderdeel uitmaakt van deze bestemmingsplanprocedure. Dit formele antwoord maakt echter niet dat wij uw vrees niet begrijpen. Daarom het volgende. Indien voor de bouw bronbemaling nodig is, zal initiatiefnemer op basis van de gegevens die bij de gemeente bekend zijn bij het waterschap een vergunning moeten aanvragen. De verwachting is dat in deze situatie de bemaling niet zal vallen onder een algemene vrijstelling. Bij het indienen van die vergunningsaanvraag dient de aanvrager een uitvoerige omgevingsscan te voegen. In deze scan gaat men in op de gevolgen voor de directe omgeving ten gevolge van de bemaling. Dus ook op de (monumentale) panden in de directe omgeving en op de bomen op of nabij de planlocatie. Het waterschap kijkt hier uitvoerig na en betrekt deze in de beoordeling van de aanvraag. Via deze procedure zijn de belangen van inspreker voldoende gewaarborgd.
In een bestemmingsplan dien je aan te tonen dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Dit hoeft niet persé op perceelsniveau. Wij zijn het echter wel met inspreker eens, dat er in het bestemmingsplan duidelijker mag worden omschreven hoe sommige onderwerpen (zoals bezonning) zich verhouden tot omgeving. In het kader van de bezonning wordt verwezen naar de bijlage zoals benoemd onder punt 4. Deze bijlage zal worden gevoegd bij het bestemmingsplan. Tevens is er in het bestemmingplan een paragraaf gevoegd die meer inzicht geeft in de relatie van het bouwplan tot omliggende percelen. Tevens verwijzen wij naar de beantwoording gegeven onder punt 5.1.
Conclusie: Het voorontwerpbestemmingsplan wordt n.a.v. deze inspraakreactie op meerdere punten aangepast zoals weergegeven in de beantwoording van de inspraakreactie.
Inspreker 6a Reactie 6a.1 De bouw van de kolossale en hoge appartementen op korte afstand van de woning van inspreker is onacceptabel. Er is sprake van inbreuk op privacy, onrechtmatige inkijk, permanent verlies van uitzicht op groen, geluidsoverlast door de bewoners en bezoekers van de appartementen en verminderding van de economische waarde van de woning.
Antwoord Wij begrijpen de vrees die wordt geuit en het is overduidelijk dat in de omgeving van inspreker het nodige verandert dat een impact kan hebben op de beleving van de privacy en het woongenot, het wordt tenslotte drukker en er komen woningen bij. In het kader van de afweging van belangen dienen wij de belangen van omwonenden af te wegen tegen het project dat door de wijziging van het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Worden er bewoners/gebruikers etc. onevenredig in hun belangen aangetast? De afstand tussen het balkon dat het dichtst bij het perceel van inspreker is gelegen en de noord-westhoek van het perceel van inspreker bedraagt ongeveer 20 meter. Om in een stedelijke omgeving de privacy te waarborgen, schrijft het Burgerlijk Wetboek voor dat binnen twee meter van de erfgrens geen direct zicht mag zijn op de naastgelegen terreinen. Door de afstand, het aanwezige groen in het wandelpark en de te behouden bomen op de planlocatie is het niet aannemelijk te concluderen dat onevenredige afbreuk zal ontstaan op de privacy van inspreker. Daarbij wordt opgemerkt dat het recht op uitzicht op groen niet bestaat. Met betrekking tot de opmerking over geluidsoverlast merken wij op dat het plan er voor zou kunnen zorgen dat inspreker zijn omgeving als “drukker” of “minder rustig” ervaart. Dit hangt onder meer samen met de extra verkeersbewegingen die het plan genereert.