Bijlage 1a Bijlagen Toelichting
Tekst van het document
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Bouwhistorisch onderzoek
7
Bijlage 2
Memo parkeren Clemensstaete
61
Bijlage 3
Bezonningsstudie
93
Bijlage 4
Boom Effect Analyse 2020
97
Bijlage 5
Boom Effect Analyse 2022
127
Bijlage 6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
159
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
195
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
265
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
353
Bijlage 10
Aerius memo 22012022
417
Bijlage 11
Stikstofberekening gebruiksfase
423
Bijlage 12
Quickscan flora en fauna
431
Bijlage 13
Nota inspraak en vooroverleg
469
Bijlage 14
Nota van zienswijzen
487
3/519
4/519
Bijlage 1
7/519
Bouwhistorisch onderzoek
St. Clemenskerk Loeffstraat 50, Waalwijk
Bouwhistorische beschrijving en interne waardestelling
auteur: ir. L. Zaaijer Zeist, juli 2020 definitief 1
Bouwhistorische beschrijving en interne waardestelling St. Clemenskerk Loeffstraat 50, Waalwijk
opgesteld in opdracht van gemeente Waalwijk uitgevoerd door Lotte Zaaijer
2
Colofon
Opdrachtgever gemeente Waalwijk Contactpersoon Saskia de Kock Opdrachtnemer Bureau Lotte Zaaijer Auteur: ir. L. Zaaijer Scheeperslaan 11 3707 XN Zeist Opdracht Bouwhistorische beschrijving en interne waardestelling St. Clemenskerk te Waalwijk Datum Zeist, juli 2020 Versie definitief
3
Objectgegevens
Objectgegevens Adres Loeffstraat 50, Waalwijk Gemeente Waalwijk Provincie Noord-Brabant Kadastraal bekend Waalwijk, sectie F perceel 3325, 3326 Status Rijksmonument Monumentnummer 38198 Inschrijving register 3 augustus 1976 Oorspronkelijk functie Kerk Datering 1896-1897 Architect N.J.H. van Groenendael
Luchtfoto, de onderzoekslocatie is gemarkeerd
Kadastrale kaart van de huidige situatie. Het onderzoeksobject is aangeduid (bron: monumentenregister.nl)
4
Redengevende omschrijving Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (waardering): "Sint Clemens. 1896-1897 door N.J.H. van Groenendael. Driebeukige neogotische kruisbasiliek met polygonaal gesloten transeptarmen en toren met achtkantige bovenbouw. Mechanisch torenuurwerk, Fa. Korfhagen, 1893, in de kerk geplaatst, later voorzien van elektrische opwinding."
Inhoudsopgave
Colofon 3 Objectgegevens4 Inhoudsopgave 5 1. Inleiding 6 2. Bouwhistorische beschrijving 7 3. Waardestelling 22 4. Verantwoording 25 Bijlage 1: Bouw- en gebruiksgeschiedenis, contextueel onderzoek 26 Bijlage 2: redengevende omschrijving 27
5
1. Inleiding
Op 16 juni 2020 heeft het college van Waalwijk besloten om het voorontwerp-bestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk” in procedure te brengen en hierop inspraak te verlenen. Met dit plan wordt de herontwikkeling van de kerk en aangrenzend terrein mogelijk gemaakt. Het voorontwerp-bestemmingsplan ligt sinds 25 juni jl. ter inzage. Het college is voornemens medewerking te verlenen aan het tot stand komen van dit bestemmingsplan voor het realiseren van zorgappartementen, 1e-lijn zorg, apotheek en een grand café (restaurant) in de bestaande kerk, het realiseren van zorgappartementen en kantoor in de bestaande pastorie en de nieuwbouw van (zorg)appartementen in de tuin van de kerk en ter plaatse van het Clemenspad. In het kader van bovenstaande plannen is in september 2019 door Arcadis een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd naar de St. Clemenskerk in Waalwijk. Het voorliggende rapport vormt een aanvulling daarop; er wordt nader ingegaan op de analyse en waardering van de aanwezige bouwelementen. De bouwhistorische beschrijving brengt in kaart welke oorspronkelijke elementen nu nog aanwezig zijn. De interne waardestelling geeft aan welke onderdelen oorspronkelijk zijn en de oorspronkelijke functie het beste illustreren.
De interne waardestelling beoogt het relatieve belang te bepalen van de monumentale waarden van de verschillende onderdelen en aspecten binnen de context van het bouwwerk. Het veldwerk is uitgevoerd door Lotte Zaaijer op 19 juni 2020. Er is geen destructief onderzoek verricht. Voor het historisch onderzoek is gebruik gemaakt van het onderzoek van Arcadis (bijlage 1) en in aanvulling daarop zijn enkele nieuwe bronnen (archief-/ literatuur-) geraadpleegd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in dit rapport. Het eerste hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van de kerk (exterieur, de constructie en het interieur), waarbij de onderdelen zo veel mogelijk gedateerd zijn. De interne waardestelling geeft vervolgens voor elk gebouwonderdeel aan hoe groot de bouwhistorische waarde is. Een overzicht van de relevante literatuur en de geraadpleegde archieven is achterin het rapport opgenomen.
6
SINT CLEMENSKERK TE WAALWIJK
Cultuurhistorisch onderzoek, waardestelling en advies C05022.214106 | CONCEPT | VERSIE A | AUGUSTUS 2019
Hoofdstuk 2 en 4 (bouw- en gebruiksgeschiedenis en het contextueel onderzoek) is als bijlage opgenomen in deze rapportage.
2. Bouwhistorische beschrijving
pastorie
kerkplein
St. Clemenskerk
kerkhof
Situering
De kerk is gesitueerd aan de Loeffstraat en is terugliggend geplaatst ten opzichte van deze doorgaande straat, de open ruimte is ingericht als parkeerterrein. De hoofdingang en zij-ingang zijn georiënteerd op de parkeerplaats.
St. Clemenskerk aan de Loeffstraat
Kadasterkaart, huidige situatie
De architect N.J.H. van Groenendael moet deze stedenbouwkundige opzet bij de planvorming al voor ogen hebben gehad, maar het plan is gefaseerd uitgevoerd. Dat blijkt uit de presentatietekeningen (zie volgende pagina). De kerk dateert uit 1896, maar het parkeerterrein en de pastorie links van de kerk dateren uit de jaren 60 van de twintigste eeuw. Tijdens de bouw in 1896-1897 stonden er ter plaatse van het parkeerterrein twee woningen. In 1916 is de rechter woning gesloopt en ontstond het kerkplein. In 1962 is de oude pastorie gesloopt en werd de open ruimte ingericht als parkeerplaats. In 1969 werd de nieuwe pastorie gebouwd. Opmerkelijk is dat bij de waterstaatskerk het priesterkoor op het noorden (pastorie) was gesitueerd, bij de huidige kerk is de entree op het noorden (plein) georiënteerd. De kerk is dus 180 graden gedraaid.
Luchtfoto 1924 (bron: SALHA)
sloop 1916
sloop 1962
De kerk is op een rechthoekig perceel geplaatst, oorspronkelijk was dit een langgerekt perceel. Aan de achterzijde van de kerk bevindt zich een tuin. Links daarvan loopt het Clemenspad over de wetering naar het kerkhof 1924 uit 1886 van de Clemensparochie. Het kerkhof lag oorspronkelijk in het midden van het langgerekte perceel, nu als groen eiland in het midden van De St. Clemenskerk van architect N.J.H. van Groenendael aan de Loeffstraat in Baa een woonwijk.
vanuit het noordwesten. Opvallend aan deze kerk is de hoge ranke toren van ruim nieuwbouw
Tegen de straatgevel staat het H. Hartbeeld, in 1925 vervaardigd door J. Custers (1867-1942). Het heeft naar verluid in het plantsoentje van het kerkplein gestaan en is afkomstig van het zusterklooster op de hoek van de Loeffstraat en de Hoefsteeg.
7
Hulpkaart 1897 Hulpkaart 1899 bron: Kadaster Archiefviewer
Hulpkaart 1969
1897 (entree waterstaatskerk 1897 aan achterzijde) (entree waterstaatskerk 1899aan (kerk achterzijde) verplaatst)
1899 (kerk verplaatst)
Vermoedelijk de presentatietekening van de St. Clemenskerk, vervaardigd door de architect N.J.H. van Groenendael. Op de bovenste tekening staan de woningen voor de kerk getekend, op de onderste het uiteindelijke plan. Het was blijkbaar de bedoeling om het plan gefaseerd uit te voeren. (bron: SALHA) 8
Huidige situatie St. Clemenskerk. De pastorie (links) is pas in 1969 gerealiseerd, in gewijzigde vorm (bron: reliwiki.nl)
Bouwmassa
Het gebouw betreft een driebeukige kruiskerk met driezijdig gesloten transepten en een bijna 70 meter hoge toren. De toren telt 4 verdiepingen. De onderste twee verdiepingen (zangkoor, luidruimte) hebben een vierkante doorsnede en zijn aan de bovenzijde voorzien van vier hoekpinakels en een omgang. Daarboven is een achthoekige klokkenverdieping met een omgang en daarop staat een achtzijdige torenspits met een omgang onder de top. Het front van de kerk is asymmetrisch, het gedeelte daarachter is symmetrisch. Boven het middenschip bevindt zich een zadeldak, boven de driezijdige transepten zijn driezijdige dakschilden en boven het vijfzijdige priesterkoor een vijfzijdig dakschild. Op het kruispunt staat een dakruiter. Boven de zijbeuken zijn lessenaarsdaken aangebracht. Aan de linker zijde heeft de zijbeuk een driezijdige gevel beëindiging met daarboven een achtzijdig tentdak, aan de rechter zijde is een vlakke kopgevel. Boven de eenlaagse sacristie, bijsacristie en iets lagere entreepartij zijn schilddaken aangebracht. Achter de sacristie staat een later gebouwde aanbouw met plat dak (technische ruimte).
Exterieur
De gevels zijn opgetrokken in bakstenen, volgens het bestek van De Rooij en Weyers in Udenhout, en hebben de afmetingen van een Waalformaat steen (210x100x50mm). De gevels zijn gemetseld in kruisverband met basterd tras en het trasraam in sterke tras, zoals gebruikelijk in die tijd. De buitenmuren waren oorspronkelijk ‘strak en glad’ gevoegd met schelpkalk, cement en zand (zonder de huidige knipvoeg). De schakering van de muren, bogen en banden zijn gemetseld in ‘gele Friesche’ steen zoals in bestek staat omschreven. Tijdens de restauratie in 1983-1985 is incidenteel een gele verblendsteen gebruikt voor inboetwerk van de speklaag. Voor de basementen, dorpels, treden, raamdorpels en afdekkingen van de conterforten is hardsteen gebruikt (Granit de l’Ourthe). Alle vensters zijn binnen de venster tracering met glas-in-lood ramen uitgevoerd. Het betreft deels mat broeiglas (met zachtgroene kleur, tbv zonweDe kerk is vormgegeven in een eclectische stijl (combinatie neo-gotiek en neo-renaissance) 9
oorspronkelijke ramen met gekleurd randje
ring) in lood. Het lood is in een ruitpatroon aangebracht, het glas heeft een gekleurd randje en volgt de venstertracering. Het glas met gekleurd randje wordt in het bestek genoemd, daarbij wordt aangegeven dat het zeer eenvoudig glas betreft, en zal dus oorspronkelijk zijn. De vensters ter plaatse van het priesterkoor, de zijaltaren en in het midden van de transepten zijn uitgevoerd in figuratief gebrandschilderd glas. Dit glas wordt niet genoemd in het bestek en is vermoedelijk later (mogelijk ter ere van een jubileum) aangebracht. Achter het priesterkoor zijn drie voorstellingen (geboorte van Christus, Calvarie, Hemelvaart) die dateren uit omstreeks 1900, de maker is onbekend. Tijdens de restauratie uit 1999-2001 zijn alle glas-in-loodramen gerestaureerd en zijn er mogelijk ook ruiten vervangen. De kerk is uitgevoerd in een eclectische bouwstijl, waarbij de neo-gotische en neo-renaissance stijl gecombineerd zijn. Kenmerkend voor de neo-gotiek zijn het spitsboogportaal en de spitsboogvensters met tracering. Kenmerkend voor de neo-renaissance zijn de accenten in gele steen, zoals de spekbanden.
vermoedelijk later aangebrachte ramen
Voorgevel, kerktoren
De voorgevel is asymmetrisch van opzet. In het midden bevindt zich de toren met daaronder de hoofdentree, links daarvan de traptoren en de driezijdige beëindiging van de zijbeuk en rechts een teruggeplaatste zij-ingang in de vlakke kopgevel van de zijbeuk. De hoofdentree is aangebracht in een spitsboogvormige entreepartij met profielstenen en venstertraceringen in hardsteen. De dubbele deuren zijn uitgevoerd met zware gesmede gehengen en deurtrekkers, dit is kenmerkend voor de bouwtijd. Boven de hoofdingang is het beeld van de parochiepatroon H. Clemens onder een baldakijn. De zij-ingang is ook in een spitsboogvormige opening gesitueerd, de gehengen van de dubbele deur is minder uitbundig versierd als die van de hoofdentree. Het venster boven de entree is identiek aan die in de zijgevel van de zijbeuk. In de indeling van de kerktoren zijn de verdiepingen afleesbaar. In het vierkante deel van de toren is ter plaatse van iedere verdieping een rondboogfries aangebracht. Onder de balustrade van het achtzijdige deel van de toren is een rand met muizentanden. Op de hoeken van beide delen van 10
de toren zijn steunberen die naar boven toe verjongen.
Linker zijgevel
Ingang naar de sacristie
De linker zijgevel bestaat uit een hoge lichtbeuk met daaronder de gevels van de zijbeuken. De zijbeuk wordt onderbroken door het transept. Het geveldeel tussen de doopkapel en transept is vijf traveeën breed. Het geveldeel links van het transept is een travee breed. Links daarvan is het veelzijdige priesterkoor en aan weerszijde daarvan de sacristie. In de lichtbeuk en gevels van de zijbeuken zijn spitsboogvormige vensters. Tussen de vensters zijn steunberen die verjongen naar boven en zijn voorzien van versnijdingen. Onder de dakrand zijn twee rijen met bloktanden aangebracht. Ter plaatse van het transept zijn hoge spitsboogvormige vensters, ook hier zijn steunberen en bloktanden onder de dakrand aangebracht. De laatste travee van de lichtbeuk en zijbeuk zijn hetzelfde vormgegeven als het geveldeel rechts van het transept. Ter plaatse van het priesterkoor zijn hoge en smalle spitsboogvormige vensters, met daartussen steunberen en bloktanden onder de dakrand. Ter plaatse van de sacristie zijn getoogde vensters met diefijzers voor de ramen. In het entreeportaal voor de sacristie bevinden zich twee kleine getoogde vensters in de zijgevel en een deur met getoogd boogveld in de gevel daar haaks op.
Achtergevel
De achtergevel is symmetrisch van opzet. In het midden is het veelzijdige priesterkoor, aan weerszijde daarvan zijn de eenlaagse sacristieën met kelder. In de gevel van het priesterkoor bevinden zich hoge smalle spitsboogvormige vensters. De achtergevel van de sacristieen zijn blind, in de plint bevinden zich doorgangen naar de kelders. Die aan de zijde van de sacristie (rechts) is dichtgemetseld.
Rechter zijgevel
De rechter zijgevel is identiek aan de linker zijgevel, met uitzondering van het entreeportaal naar de sacristie. Die is aan deze zijde niet aanwezig.
Dak, dakruiter
De daken van het middenschip, transepten, doopkapel, de torenspits, traptoren en dakruiter zijn gedekt met leien in maasdekking, deze zijn Torenspitsen van de kerktoren en dakruiter. 11
tijdens de restauratie van 1999-2001 vervangen. In de gesloten dakvlakken bevinden zich oorspronkelijke dakkapellen. Boven het priesterkoor, op de dakruiter en kerktoren zijn windvaantjes en op de kerktoren een vergulde haan aangebracht.
Constructie Kapconstructie
De kapconstructie van de zadeldaken boven de middenbeuk en transepten bestaan uit een reeks houten spanten. De houten spanten (vuren- of dennenhout) betreffen schaarspanten met twee dubbele hanenbalken en schoren tussen de spantbenen en middenstijl. De spantbenen staan op de muurplaat, ter hoogte van de zuilen zijn onder het spantbeen schoren aangebracht die hun krachten afdragen op de zuilen. Tussen deze schoren en makelaar zijn trekstangen aangebracht. De constructieonderdelen worden verbonden door middel van bouten (middenbalk) en toognagels (schoren), dit is gangbaar in de bouwtijd. Op de spantbenen liggen gordingen en op de gordingen liggen sporen, dakbeschot en leien. De krachten van het dak worden via de spanten, zijmuren en zuilen afgedragen op de fundering. Ter plaatse van het priesterkoor is een gemetselde muur aanwezig. Op het kruispunt van het middenschip en transepten bevindt zich een recent vernieuwde houtconstructie onder de dakruiter. Op enkele spanten zijn telmerken aangebracht (gehakte streepjes, halve maantjes).
Spanten van de kapconstructie
Het spantbeen staat op de muurplaat, de schoor op een zuil.
De toren is geconstrueerd in hout en gerestaureerd in de periode 19831985, de constructie is toen versterkt met een forse ingebrachte staalconstructie. Volgens correspondentie van de restauratie heeft de gehele bovenbouw van de toren los gestaan.
Draagconstructie
Het driebeukige schip is acht traveeën lang vanaf de toren tot aan de absis. Boven de traveeën in het middenschip, zijbeuken en transepten zijn gestucadoorde gemetselde kruisribgewelven aangebracht. Volgens het bestek zijn ze gemetseld in boeren grauwe ijselsesteentjes met een dikte van een halve steen. De gewelfribben dragen de krachten via de muren (halfzuilen) Gemetselde muur tussen het schip en priesterkoor. 12
en ronde zuilen af op de fundering. Ook boven de hoofdentree en zijingang zijn gestucadoorde gemetselde kruisribgewelven. Boven de transepten, priesterkoor en doopkapel zijn straalgewelven. De opgaande muren en kolommen zijn gemetseld, gepleisterd en geschilderd. Volgens het bestek betreffen de muren spouwmuren.
Kruisribgewelven boven de zijbeuk
In het schip zijn zuilen met daarboven halfzuilen aanwezig, in het transept en priesterkoor reiken de halfzuilen tot aan de grond (accent op de verticale lijn). De zuilen en halfzuilen zijn voorzien van kapitelen. Volgens het bestek zijn de zuilen uitgevoerd in Dillinger zandsteen en de kapitelen in Morley steen (Franse kalksteen). De zuilen staan op hardsteen basementen. De kapitelen van de halfzuilen in de middenbeuk en zijbeuken zijn in Savonnière steen (Franse kalksteen) uitgevoerd. De gewelfribben, halfzuilen en zuilen zijn in een kleur geschilderd (natuursteen imitatie) waardoor het verloop van de krachtafdracht accentueerd wordt. De randen van de spitsboogvormige muuropeningen zijn in een natuursteen imitatie geschilderd. De begane grondvloer betreft over het algemeen een oorspronkelijke hardsteen tegelvloer op zand. In de sacristieen, zangkoor en luidruimte zijn houten vloeren aangebracht.
Kelder
Onder sacristie en bijsacristie bevindt zich respectievelijk een verwarmingskelder en berging. Deze waren niet toegankelijk tijdens de bezichtiging.
Kruisribgewelven boven de middenbeuk. Boven het priesterkoor is een straalgewelf. 13
aanbouw
traptoren
hoofdingang
zij-ingang
14
doopkapel
sacristie
biechtstoel
kelder (doorgang dichtgemetseld)
preekstoel portaal
zijportaal
schip
biechtstoel
priesterkoor
bijsacristie
kelder
Interieur Hieronder wordt de interieurindeling en vervolgens per ruimte het interieur beschreven (interieurafwerking, interieurelementen). De losse kerkinventaris (o.a. beelden) wordt buiten beschouwing gelaten.
Interieurindeling
De kerk heeft een gebruikelijke indeling die oorspronkelijk is. Aan de voorzijde zijn een portaal, zijportaal en een doopkapel. Vanuit de portalen is het schip toegankelijk. Een middenpad en twee zijpaden leiden naar het priesterkoor, dit is het religieuze hoogtepunt van de kerk. Aan weerszijde van het priesterkoor zijn sacristieën aanwezig. Aan de zijde van de pastorie bevindt zich de entree naar de sacristie.
Portaal
Het gewelf en de wanden van het ingangsportaal onder de toren zijn als enige in het hele interieur uitgevoerd in schoon metselwerk (IJsel ondersteen) met gele spekbanden en natuursteen ribben. De binnenmuren van het portaal zijn zoals origineel ‘strak en glad’ gevoegd met schelpkalk, cement en zand. In de linker zijmuur is een oorspronkelijke doorgang naar de traptoren, in de rechter naar het zijportaal. Links van de deur naar de traptoren is een steen aangebracht met ‘toren restauratie 1983-1985’. Boven de doorgang naar het schip is een voor de gotiek gebruikelijk spitsboogvenster met traceerwerk (maaswerk) en glas in lood geplaatst. De vloer bestaat uit hardsteen tegels (volgens het bestek blauwe gebakken plavuizen).
Portaal
Deur naar zijportaal
Pui tussen schip en zijportaal
Zijportaal, deur naar portaal
Zijportaal (nu Gedachteniskapel)
Het tochtportaal van de zij-ingang maakt onderdeel uit van de zijbeuk, boven deze ruimte zijn dan ook dezelfde kruisribgewelven als boven het overige deel van de zijbeuken. Tussen deze ruimte en het schip is een dubbele deur met daarboven glas-in-lood met een gekleurde rand aangebracht. De pui wordt in het bestek beschreven en is dus oorspronkelijk.
15
Traptoren
De traptoren is toegankelijk via het portaal. De wanden van de traptoren zijn gestuukt, de vloer bestaat uit natuursteen tegels. In de toren is een houten spiltrap aanwezig die van het portaal naar de luidruimte leidt.
Zangkoor
Boven het portaal bevindt zich het zangkoor met orgel. Het balkon is voorzien van een oorspronkelijk houten balkonhek. Op het balkon staat een orgel opgesteld uit 1957 van de firma Gebroeders Vermeulen te Weert. Het is niet bekend of deze een vervanger is van een voorganger en dus of er vanaf de bouw een (hergebruikt) orgel aanwezig was.
Luidruimte, klokkenverdieping
In de daarboven gelegen luidruimte is een houten vloer aanwezig, de wanden zijn gestuukt en voorzien van ingekraste namen en jaartallen. Waarschijnlijk zijn dit namen van klokkenluiders. De houten trap naar de klokkenverdieping is toegevoegd in 2008. De klokken dateren uit 1949 en zijn gemaakt door Petit en Fritsen uit Aarle Rixtel, de oorspronkelijke klokken zullen gevorderd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het mechanisch torenuurwerk dateert uit 1893 en is gemaakt door Fa. Korfhagen en is later voorzien van elektrische opwinding. Deze bevindt zich in een houten omtimmering in de luidruimte met een sticker van de torenuurwerkfirma Kerkhof & Zonen uit Aarle Rixtel.
Deur naar traptoren
Zangkoor met orgel
Luidruimte
Deur met ingekraste namen
Doopkapel (nu Mariakapel)
De doopkapel is voorzien van gestuukte wanden met twee deuren, naar een inbouwkast (links) en naar de traptoren/ portaal (rechts). De vloer bestaat uit hardsteen tegels. Tussen de doopkapel en schip is op een hardstenen drempel een hekwerk aangebracht. Vermoedelijk is het hek oorspronkelijk, hoewel het niet wordt genoemd in het bestek.
Schip
Het schip is toegankelijk via het portaal en zijportaal. Aan weerszijde van de hoofdentree zijn hardstenen wijwaterbakjes. In het schip liggen hardsteen tegels. Alle muren aan de binnenzijde van de kerk, kolommen en gewelven zijn gepleisterd in kalkmortel en geschilderd op enkele natuurste16
nen ornamenten na (o.a. kolomvoet). Het huidige kleurrijke schilderwerk is recent, tijdens de restauratie uit 1999-2001, aangebracht. Oorspronkelijk was het interieur kleurrijk, vanaf ca. 1950 werd de kerk geheel wit geschilderd om de kerk te versoberen. Deze ontwikkeling is gangbaar in de katholieke kerk. De huidige kleurstelling is gebaseerd op kleurhistorisch onderzoek (Verbracken 2019), de kleurstelling in het schip (ossenbloedrood/ steenrood, blauw, geel) komt terug in de tegelvloer in het priesterkoor. In het schip zijn de volgende interieurelementen. •
•
•
•
Preekstoel. De preekstoel is vervaardigd door Hendrik van der Geld (1834-1914) en dateert uit 1909. Het is een geschenk van de parochiegemeenschap. Het bestaat uit Caensteen (Belgisch zandsteen) met eikenhouten klankbord. Er staan vier taferelen op de zijwanden. Biechtstoelen. De biechtstoelen dateren uit XIXb (één is in 1845 gekocht), bestaan uit eikenhout en in neo-barokstijl vormgegeven. In de bekroning is een relief van Petrus en Maria Magdalena. De biechtstoelen zijn meegenomen uit de afgebroken waterstaatskerk. Bankenplan, kerkbanken. Het bankenplan bestaat uit vier rijen banken, waarvan twee in het middenschip en twee in de zijbeuken. Dit is de oorspronkelijke opzet. De kerkbanken dateren uit 1954 en staan op vlonders van vurenhout. De kerkbanken zijn volgens correspondentie uitgevoerd in Japans eiken. Onder de vlonders ligt geen hardsteen, maar vermoedelijk een boeren grauwe Waalsteen. In de beide zijbeuken is een geschilderde kruiswegstatie te zien, scènes die lijdensweg van Jezus en zijn stervensproces uitbeelden. Ze zijn geschonken bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van pastoor Van Haaren. Ze zijn in 1913 vervaardigd door A. van der Wielen uit Breda. Het beschilderde doek is bevestigd op koper.
Doopkapel
Priesterkoor
Het priesterkoor is verhoogd ten opzichte van het schip. In het middenschip staat het hoogaltaar en in de zijbeuken staan de zijaltaren. Oorspronkelijk was het priesterkoor door middel van een communiebank afgescheiden van het schip, maar deze is in 1966-1968 verwijderd. De communiebank was een geschenk van wethouder Loeff. De communiebank is verwerkt in het huidige volksaltaar. Schip met kerkbanken 17
Preekstoel
Wijwaterbakje 18
Biechtstoelen
Kruiswegstatie, heiligenbeeld, biechtstoel
Kerkbanken (1954)
In het priesterkoor liggen gebakken tegels met motieven en natuursteen banden van gepolijst of gezoet hardsteen. De vloervelden van het hoogaltaar en zijaltaren zijn verhoogd ten opzichte van het priesterkoor. Ter plaatse van de oorspronkelijke plaats van de communiebanken is de vloer verlaagd, dit is afleesbaar in het afwijkende tegelformaat. In de schilderingen op de tegels zijn iconen en symbolen verwerkt. Zo is op de vloer in het hoogkoor het hert afgebeeld, symbool van het verlangen: ‘Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar u, o God’ (Psalm 42). Verder zijn de pauw te zien (onsterfelijkheid en opstanding), de lelie (onschuld), de eenhoorn (puurheid en kracht), vissen (doop in het water en wonderbare visvangst) (Verstijnen en Hoogbergen, 2008). Bij de ingang van de sacristie is een rooster in de vloer (luchtbehandeling, 1959) aangebracht. De wanden zijn gestuukt en geschilderd, de kleurstelling op de wanden lijken niet gebaseerd te zijn op kleurhistorisch onderzoek. Oorspronkelijk was een donkere kleur toegepast waar het hoogaltaar tegen afstak. In de zijmuren zijn doorgangen naar de sacristieën. Bij de linker doorgang (sacristie) hangt een sacristiebel voor de doorgang. Bij de rechter doorgang (bijsacristie) is een eerste steen aanwezig met de tekst: P.L.P. Rdus Ddus G. van Haaren pastor 16-6-1896 aedituis A. de Kort et A. Klerx.
In het priesterkoor zijn de volgende interieurelementen: • Het hoogaltaar is vervaardigd door Hendrik van der Geld (1834-1914) en dateert uit 1899. Het altaar is uitgevoerd in Caensteen (Belgisch zandsteen) met marmeren colonnetten. Aan de voorzijde van de tombe is afgebeeld: Christus in het graf en Maria, die in knielende houding van Christus afscheid neemt. Aan beide zijden boven de altaartafel komen twee groepen voor: de bruiloft van Canaan en de vermenigvuldiging der broden. In de midden- en zijtorens zijn heiligenbeelden geplaatst. • Het St. Jozefsaltaar (rechter zijaltaar) is vervaardigd door Hendrik van der Geld (1834-1914) en dateert uit 1899. Het altaar is uitgevoerd in Caensteen (Belgisch zandsteen) met marmeren colonnetten. Het altaar bevat een beeld van St. Jozef en twee taferelen aan weerszijden daarvan: het huisgezin te Nazareth en het sterven van St. Jozef. • Op het Maria-altaar (linker zijaltaar) staat in tegenstelling tot het
Voormalige positie communiebanken
Priesterkoor, met in de tegelvloer een spoor van de voormalige positie van de communiebank.
Tegelvloer 19
Sacristiebel
Eerste steen 20
Zijaltaar
Hoogaltaar, vervaardigd door H. van der Geld
• Communiebank (voor 1966)
hoogaltaar en Jozef-altaar niet de naam van de beeldhouwer en jaartal 1899, maar is waarschijnlijk ook afkomstig van het atelier van Hendrik van der Geld. Het altaar is uitgevoerd in Caensteen. Op het altaar staat de afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand centraal. Aan weerszijden zijn afbeeldingen: Maria met het dode lichaam van Jesus op haar schoot en Maria als Koningin van de Hemel. Het volksaltaar bestaat uit delen van de afgebroken communiebank. Het volksaltaar is tijdens de restauratie uit 1999-2001 vervaardigd. Het bestaat uit Caensteen en groen/ zwart marmeren colonnetten.
Sacristie
Huidig volksaltaar. De afgebroken communiebank is hierin verwerkt, met een afbeelding van het Laatste Avondmaal.
De sacristie is toegankelijk via de aanbouw met entree en portaal aan de zijde van de pastorie. In de sacristie is tegenover de doorgang naar het portaal een doorgang naar het priesterkoor. De scheidingsmuur tussen sacristie en priesterkoor klinkt deels hol, vermoedelijk hebben hier aanpassingen plaatsgevonden. In de doorgangen zijn oorspronkelijke kozijnen en binnendeuren (6 delige paneeldeuren) aanwezig, voorzien van een natuursteen drempel en neut. De houten vloer is afgewerkt met tapijt. Het plafond is verlaagd en niet oorspronkelijk. In de sacristie zijn de volgende interieurelementen: • Credenskast, deze dateert vermoedelijk uit de bouwtijd. • Een later aangebrachte inbouwkast. • In de sacristie is geen kluis aangetroffen, hoewel dit een gebruikelijk interieurelement is. • In de sacristie is geen rookkanaal in een zuil geintegreerd, zoals in de bijsacristie. Mogelijk is deze verwijderd, toen de verwarmingsinstallatie werd aangebracht.
Credenskast in de sacristie
Rookkanaal in een kolom
Bijsacristie
De bijsacristie is toegankelijk via het priesterkoor. In de spitsboogvormige doorgang is eenzelfde kozijn en deur als naar de sacristie. De houten vloer is voorzien van laminaat. Het plafond is verlaagd en niet oorspronkelijk. In de bijsacristie zijn de volgende interieurelementen: • Inbouwkasten en losse hoge kasten, de inbouwkasten zijn mogelijk oorspronkelijk. • In de kolom is een schoorsteen geintegreerd, dit is oorspronkelijk. Kasten in de bijsacristie 21
3. Waardestelling
3.1 Inleiding
3.2 Interne waardestelling
Op basis van voorgaande hoofdstukken is inzicht verworven in de aanwezige bouwelementen in de St. Clemenskerk in Waalwijk. Op basis hiervan wordt hierna een interne waardestellling geformuleerd, een externe waardestelling is reeds door Arcadis opgesteld en valt buiten dit onderzoek. Deze waardering is opgesteld aan de hand van de in 2009 opgestelde richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek.
Kernwaarde
Bij de interne bouwhistorische waardestelling wordt het relatieve belang van de onderzochte onderdelen en aspecten van een bouwwerk of structuur bepaald. De onderdelen worden vergeleken binnen de context van het object van onderzoek (het kerkgebouw). De waardestelling wordt weergegeven in een waardestellingsrepresentatietekening. Deze kan niet los van de tekst worden gelezen.
Exterieur
De waarden worden als volgt benoemd: • Categorie 1: Hoge monumentwaarde (blauw), deze elementen zijn van cruciaal belang voor de structuur en/ of betekenis van het object. • Categorie 2: Positieve monumentwaarde (groen), deze elementen zijn van belang voor de structuur en/ of betekenis van het object. • Categorie 3: Indifferente monumentwaarde (geel), deze elementen zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/ of betekenis van het object.
Kernwaarde van de St. Clemenskerk is dat het exterieur en interieur vrijwel geheel gaaf is; het geeft een goed beeld van de architectuur van een kerkgebouw aan het eind van de negentiende eeuw. Voor het interieur is dit vrij zeldzaam, want in veel rooms katholieke kerken hebben in de tweede helft van de twintigste eeuw aanpassingen plaatsgevonden.
Gevels De gevels van de kerk (metselwerk, accenten in gele steen, gevelindeling) hebben een hoge monumentwaarde, omdat deze van essentieel belang zijn voor de oorspronkelijke architectuur. Het metselwerk en de gevelindeling met spitsboog vensters zijn kenmerkend voor de neogotische bouwstijl. Kenmerkend voor deze kerk is dat de gevels relatief gesloten van karakter zijn en dat zowel de hoofdentree en zij-ingang aan het plein zijn gesitueerd. In de achtergevel heeft de dichtgemetselde deur naar de kelder onder de sacristie een indifferente monumentwaarde. De later gerealiseerde aanbouw (gevels, plat dak) heeft een indifferente monumentwaarde. De buitendeuren (kozijnen, deuren, gehengen) zijn kenmerkend voor de architectuur in de bouwtijd en hebben een hoge monumentwaarde. Ook de spitsboogvensters met oorspronkelijk tracering en glas-in-loodramen hebben een hoge monumentwaarde, omdat deze van essentieel belang zijn voor de neogotische bouwstijl. De eenvoudige oorspronkelijke glas-in-loodramen zijn van essentieel belang omdat zij oorspronkelijk zijn, de later aangebrachte gebrandschilderde ramen zijn rond 1900, vermoedelijk tijdens een bijzondere gelegenheid, aangebracht. De maker is onbekend. Het dak (dakvorm, dakbedekking, gesloten karakter, dakkapellen) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor de herkenbaarheid van de oorspronkelijke structuur.
22
Constructie • De kapconstructie heeft een hoge monumentwaarde, omdat deze van cruciaal belang is voor de oorspronkelijke structuur en dakvorm. • De gemetselde kruisribgewelven boven de middenbeuk, zijbeuken en transepten vormen een samenhangend architectonisch beeld met de pilasters tegen de wanden en kolommen eronder. Dit geheel heeft daarom een hoge monumentwaarde. Kenmerkend is de vormgeving van de pijlers: ter plaatse van het schip bevinden zich kolommen met daarboven pilasters en ter plaatse van de transepten en het priesterkoor bevinden zich pilasters over de volledige hoogte (accent op verticale lijn). • De kelders onder de sacristieën hebben een hoge monumentwaarde, omdat deze van essentieel belang zijn voor de oorspronkelijke structuur. Interieur • Het interieur van het portaal (schoon metselwerk, kozijnen en deuren in de doorgangen, tegelvloer) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. • Het interieur van het zijportaal (scheidingswand met dubbele deur en glas, tegelvloer, wandafwerking) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. • De traptoren (trap, sobere wandafwerking, doorgangen aan de traptoren) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur.
• Het interieur van het zangkoor (balkonhek, houten vloer) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. Het later aangebrachte orgel heeft een positieve monumentwaarde, omdat de positie van het orgel oorspronkelijk is maar het orgel zelf niet. • Het interieur van de luidruimte (deur met namen, mechanisch torenuurwerk, sobere wandafwerking, houten vloer) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. De recent aangebracht trap heeft een indifferente monumentwaarde. Op de klokkenverdieping hebben de klokken (1949) een hoge monumentwaarde. 23
• •
•
•
•
Het interieur van de doopkapel (twee deuren, tegelvloer, hek, wandafwerking) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. In het schip hebben de wandafwerking, het kleurgebruik waarbij kleuren op basis van kleurhistorisch onderzoek zijn gekozen, de tegelvloer en wijwaterbakjes aan weerszijde van de entree een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. De preekstoel (1909) heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit een geschenk is van de parochianen en is vervaardigd door H. van der Geld. De biechtstoelen (XIXb) hebben een hoge monumentwaarde, omdat zij afkomstig zijn uit de afgebroken waterstaatskerk. De kerkbanken hebben een positieve monumentwaarde, omdat het bankenplan oorspronkelijk is maar de kerkbanken niet. In het priesterkoor hebben de kleurrijke tegelvloer en eerste steen naast de deur naar de bijsacristie een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur en kleurgebruik. De sacristiebel naast de deur naar de sacristie heeft een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor de katholieke eredienst. Het hoogaltaar en de zijaltaren hebben een hoge monumentwaarde, omdat zij van essentieel belang zijn voor het oorspronkelijke interieur, voor de katholieke eredienst en beide in 1899 vervaardigd zijn door H.
van der Geld (ze vormen een ensemble). Het volksaltaar heeft een hoge monumentwaarde, omdat deze bestaat uit onderdelen van de voormalige communiebank. Het kleurgebruik op de wanden heeft een positieve monumentwaarde, omdat dit vermoedelijk niet de oorspronkelijke kleuren zijn maar het kleurenpakket op de wanden vermoedelijk wel compleet is. In de sacristie hebben de houten vloer en sobere wandafwerking een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. De credenskast heeft een hoge monumentwaarde, de later aangebrachte inbouwkast heeft een indifferente monumentwaarde. In de bijsacristie hebben de houten vloer en sobere wandafwerking een hoge monumentwaarde, omdat dit van essentieel belang is voor het oorspronkelijke interieur. Het rookkanaal heeft een hoge monumentwaarde, de (inbouw) kasten hebben een positieve monumentwaarde.
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
BIJLAGE 2 WAARDESTELLING IN BEELD
credenskast hek
biechtstoel zijaltaar
preekstoel
volksaltaar
hoofdaltaar kerkbanken
rookkanaal biechtstoel
zijaltaar
inbouwkasten
hoge monumentale waarde hoge monumentwaarde positieve monumentwaarde
monumentwaarde positieveindifferente monumentale waarde plafondafwerking vloerafwerking plafond kozijn binnendeur/ raam in het kozijn bovenliggende zichtbare vloer- kapconstructie
ruimte 24
62
4. Verantwoording
Rapport • Arcadis, Bouwhistorische verkenning St. Clemenskerk, september 2019 Literatuur (aanvulling op bronnenlijst Arcadis) • Verbracken (pastoor), J., St. Clemenskerk Baardwijk (Waalwijk), 18972019, Waalwijk september 2019 Archieven (aanvulling op bronnenlijst Arcadis) • Streekarchief Langstraat Heusden Altena (SALHA). » 1170 R.K. parochie St.-Clemens, Baardwijk, (ca. 1500)16902000(2008). » 283 Aantekeningen betreffende de geschiedenis, het interieur en exterieur van de St.-Clemenskerk, (ca. 1980). » 284 Het interieur van de St.-Clemenskerk, brochure met een beschrijving van het interieur van de kerk, 1991. Websites • Kadaster Archiefviewer • beeldbank Streekarchief Langstraat Heusden Altena (SALHA) • www.topotijdreis.nl • www.reliwiki.nl Beeldverantwoording. De foto's zijn gemaakt door Lotte Zaaijer, tenzij anders vermeld. De tekeningen van de bestaande situatie zijn afkomstig uit het rapport van Arcadis.
25
Bijlage 1: Bouw- en gebruiksgeschiedenis, contextueel onderzoek
Hoofdstukken 2 en 4 uit de rapportage van ARCADIS Auteurs: Eline Amsing, Jitse de Hoogh September 2019
SINT CLEMENSKERK TE WAALWIJK
Cultuurhistorisch onderzoek, waardestelling en advies C05022.214106 | CONCEPT | VERSIE A | AUGUSTUS 2019
26
BOUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS
Bouw St. Clemenskerk 1896 bron GAW, fotonr.83111
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
Waalwijk, voormalig Baardwijk met de Clemenskerk als stedebouwkundig baken in de omgeving, 2019 bron reliplan
10
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
2
BOUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS
“In deze gemeente, waar zich sinds langen tijd de behoefte aan een ruimer kerkgebouw deed gevoelen, is op den eersten zondag van Augustus de sierlijke nieuwe kerk voor den H. Dienst in gebruik genomen. Was het afscheid van het eenvoudige, oude kerkje voor de Baardwijksche Katholieken niet zonder aandoening, het betrekken van den nieuwen frisschen, luchtigen tempel was en voor herder en voor parochianen een gebeurtenis, die hun hart met rechtmatige dankbaarheid en vreugde en trots mag vervullen. - Tilburgse Courant (Baardwijk, 12 augustus 1897)
2.1
Oorspronkelijke bouw
Dit krantenartikel verscheen kort na de inzegening en ingebruikname van de Sint Clemenskerk aan de Loeffstraat in het voormalige Baardwijk, nu Waalwijk, in de zomer van 1897. De kerk is gebouwd door architect N.J.H. (Jacques) van Groenendael samen met zijn jongere broer J.H.H. (Hubert) van Groenendael. De Sint Clemenskerk is gebouwd naast de toenmalige waterstaatskerk. Voor de bouw van de nieuwe kerk viel het oog van pastoor G. van Haaren in 1895 op een perceel dat pal ten westen van deze in 1836 ingezegende parochiekerk lag. Eigenaar van deze grond en bewoner van het huis dat er nog op stond was Ant. de Kort, de secretaris van het kerkbestuur. Na de bisschoppelijke goedkeuring voor de bouwplannen in 1895 was ontvangen (Archiefnr. 1170 135) werd het kerkbestuur een paar maanden later in februari 1896 eigenaar van de kavel. De Kort en zijn echtgenote mochten tot aan hun overlijden in het huis blijven wonen en gebruikmaken van de grond die niet nodig was voor de bouw van de kerk.
Haaren te zijn geweest die de gemeenschap heeft verenigd en initieerde tot flinke daadkracht. Met hulp van een familie van ervaren bouwmeesters hebben zij een symbolisch grote kerk neergezet. Zonder dat een zo’n grote omvang van de kerk noodzakelijk leek voor de katholieke gemeenschap van het kleine Baardwijk. Het bisdom gaf toestemming voor de bouw van de kerk, maar de verdere invloed van de parochie en het bisdom op het ontwerp is onduidelijk. In februari 1896 vond de openbare aanbesteding plaats. Toen bleek dat de 16 inschrijvers de kerk niet binnen de begroting konden bouwen, was N.J.H. van Groenendael bereid zelf het werk voor dat bedrag uit te voeren. De familie van Groenendael waren tenslotte een architecten en aannemers. Hij tekende voor het ontwerp en de bijbehorende begroting van f. 69.837,-. Op 12 maart 1896 werd het aannemingscontract getekend en op 26 maart 1896 ging de bouw van start. Vanwege het gunstige weer verliep de bouw voorspoedig: in juni 1896 werd de eerste steen gelegd en een jaar later in juni 1897 was de bouw voltooid om een maand later voorlopig ingezegend te worden door de pastoor. Ruim twee jaar moesten de Baardwijkers vervolgens wachten op de plechtige inzegening: die vond plaats op maandag 25 september 1899 door Monseigneur Van de Ven, bisschop van ’s-Hertogenbosch. Sinds 1976 is de Sint Clemenskerk rijksmonument. De uitvoerder van het werk, dhr.
Dekkers, hier een uitvoerig verslag bij van de bouw ten aanzien van de pastoor (Archiefnr. 1170 135). Enkele fragmenten uit zijn verslag:
Fragmenten bouwverslag: 26 Maart 1896 Begonnen de gehele oppervlakte der kerk te ontgraven tot op het wit zand, en de noodige sleuven voor fundering, hieraan begonnen met 10 arbeiders die 13 centen per uur verdienen en 11 uren per dag werken. 16 juni 1896 Heden heeft de eerste steenlegging plaatsgehad. 24 juli 1986 Begonnen met het mestelen van de overgangsbogen en gordelbogen den zijbeuken aan de rechter zijde den kerk. 20 October 1896 Heden zijn de leidekkers begonnen te dekken, het timmerwerk der kap is nagenoeg klaar. 11 november 1896 Heden is de spits op de toren gericht. 22 Januari 1897 De leidekkers zijn klaar met den toren. 28 Februari 1897 Heden zijn de gewelven gemetseld, behalve het gewelf onder den toren.
In de tijd van de Katholieke herleving lijkt het Pastoor Van 11
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
Overgebleven romaanse kerktoren
Middeleeuwse voorganger Clemenskerk aan de Winterdijk, ca 1800 BAA004
ingebrachte staalconstructie 1983 voor inwendige versterking
12
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
2.2
Restauratie Sint Clemenskerk
Vanaf 1977 werden pogingen in het werk gesteld om fondsen te werven voor een inmiddels noodzakelijk gebleken restauratie van de kerktoren. In 1982 bleek de toren nagenoeg los te staan van de romp en werd daarom uit veiligheidsoverwegingen in de steigers gezet. In 1983 werd in Baardwijk ‘het jaar van de toren’ uitgeroepen en onder het motto ‘Red de Clemenstoren’ werden door de parochianen diverse acties op touw gezet om geld in te zamelen voor de restauratie. Met behulp van een restauratiesubsidie kon tussen 1984 en 1986 de toren worden gerestaureerd. Nog voor de eeuwwisseling kwamen subsidiegelden vrij die het mogelijk maakten de rest van het gebouw te restaureren. Hiervoor is in 1988 een inspectierapport opgesteld met foto’s van de gebreken die corresponderen met tekeningen waarop de locatie van gebreken zijn aangegeven (Archiefnr. 1170 148). Mede met voldoende steun van de parochianen is het mogelijk geworden het gebouw in zijn oude glorie te herstellen.
2.3
Voorgangers van de Sint Clemenskerk
De Sint Clemenskerk is gebouwd ter vervanging van een zogenaamde waterstaatskerk uit 1836, die direct naast de Sint Clemenskerk stond en vrij snel na de voltooiing van de huidige kerk is afgebroken. De waterstaatskerk, zo genoemd omdat het ontwerp van het departement van Waterstaat was, is gebouwd volgens het bestek dat dateert uit 1835 (archiefnr. 1170 132). In 1832 is onder Koninklijk Besluit een rijkssubsidie van fl. 6000,- toegekend voor de bouw van de kerk. Uit archiefstukken blijkt dat dit niet voldoende was om de bouw te verwezenlijken: parochianen uit Baardwijk hebben een financiële bijdrage gedaan en toenmalig pastoor J. Van Handel heeft een brief geschreven aan de vrouwe van Baardwijk weduwe d’Overschie voor een gunst (archiefnr. 1170 129 – 131). Voor de bouw van de waterstaatskerk hadden de katholieken van Baardwijk toevlucht moeten nemen in een schuur- of schuilkerk. Als gevolg van de Reformatie is in 1610 in Baardwijk-Elshout een gereformeerde gemeente gesticht en een predikant aangesteld, ds. Johannes van Andel. De middeleeuwse kerk aan de Winterdijk met een romaanse toren uit de 14e eeuw en een schip uit de 15e eeuw, bleef sindsdien protestant. In 1912 werd het schip van deze kerk afgebroken. Nu resteert nog enkel de oude toren. De katholieken van Baardwijk konden dankzij de katholieke Heer van Baardwijk hun geloof blijven uitoefenen.
Zij konden vanaf 1692 terecht in het achterhuis van een boerderij. In 1832 was de schuurkerk te klein en bouwvallig geworden. Daarom nam pastoor J. van Handel samen met de kerkmeesters het initiatief om een kerk te bouwen, wat de waterstaatskerk werd. De woning die bij de schuurkerk stond is in die jaren verbouwd tot pastorie, die nog dienstdeed tot 1961 (bron: entoen.nu; Kring van Archivarissen in Noord Brabant, 1980; Reliwiki; waalwijkwiki.nl). 13
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
St. Clemenskerk op een aanzichtkaart ACWWK107
St. Clemenskerk met rond 1914 aangelegde kerkplein (GAW, fotonr.50126)
14
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
2.4
R.K. parochie St.-Clemens Baardwijk
De eerste schriftelijke bewijzen voor het bestaan van een parochie in Baardwijk dateren uit de 13e eeuw. In officiële overeenkomsten van 1242 en 1243 droeg de abdij van SintTruiden de financiële zorg voor het onderhoud van een priester en een kapel over aan de edelman Theodoricus (Dirk) Loeff van Berendonk. In 1272 richtte Theodoricus een parochiekerk op, waarvan de toren aan de Winterdijk nog overeind staat. Sint Clemens is de patroonheilige van de parochie. Op 23 november wordt deze paus Clemens I en martelaar herdacht. De feestdag van Clemens geldt als eerste winterdag. De dag is de laatste in het kerkelijk jaar en de laatste feestdag voor de advent. Clemens is onder andere patroon van zeelieden en kinderen en tegen watersnood, storm en onweer. In een gebied dat geteisterd werd door watersnoodrampen lijkt dit een passende patroonheilige.
Haaren te benoemen tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. Baardwijk viel oorspronkelijk onder het bisdom Luik totdat in 1559 het bisdom 's-Hertogenbosch werd opgericht. De belangrijkste wijziging aan de parochiegrenzen kwam door de oprichting van de Bernadetteparochie in 1964, tussen de St. Jansparochie in Waalwijk en de St. Clemensparochie in het voormalige Baardwijk. Medio 2010 werd de parochie van St. Clemens en de H. Bernadette samengevoegd tot de parochie St. Jan en St. Clemens. Door teruglopend kerkbezoek is de Sint Clemenskerk in 2016 gesloten en in 2019 volledig uit de eredienst onttrokken (bron: archiefnr. 1170 1.1).
In de 15e en 16e eeuw is Baardwijk waarschijnlijk een welvarende parochie geweest. In de 19e en 20e eeuw bleven de eigendommen relatief beperkt: naast de kerk, het kerkhof en de pastorie bezat de parochie het oud-manhuis, een patronaatsgebouw, parochiehuis, verkennergebouw, schoolgebouwen, een woning en enkele landerijen. Bijna alles lag aan de Loeffstraat. Gerardus van Haaren (1838 - 1914) was pastoor van de St. Clemensparochie van 1884 tot aan zijn overlijden in 1914. Tot zijn grote werken in Baardwijk behoren de aanleg van een kerkhof voor de katholieken en de bouw van de St. Clemenskerk waarvoor hij in 1896 de eerste steen legde. Drie grote feesten vierde men in Baardwijk rondom pastoor Van Haaren. Op 31 mei 1888 zijn zilveren priesterjubileum, op 7 juli 1909 was hij 25 jaar pastoor van de parochie en op 31 mei 1913 werd zijn gouden priesterfeest herdacht. Bij deze laatste gelegenheid mocht voormalig minister Loeff hem namens de koningin berichten dat het haar behaagd had pastoor Van 15
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
Restaruatie of onderhoud van de toren 1969
Houten kapspanten boven de metselwerk gewelven van het schip
16
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
2.5
Overzicht bouwgeschiedenis
1835 Bouw van de waterstaatskerk volgens ‘Bestek en voorwaarden voor de aanbesteding van de waterstaats-kerk’. Volgens ontwerp van H. Essens. 1895 29 oktober Bisschoppelijke goedkeuring voor de bouw van de Sint Clemenskerk naast de waterstaatskerk 1896 21 februari Aankoop perceel Ant. de Kort. 1869 23 februari Openbare aanbesteding. 1896 12 maart Tekening aannemingscontract door N.J.H. van Groenendael. 1896-1897 Bouw van de Sint Clemenskerk volgens ‘Bestek en voorwaarden wanneer zal worden aanbesteed het bouwen van een R.K. kerk met toren, sacristië enz., voor de Parochie van den H. Clemens te Baardwijk, Bisdom ’s-Hertogenbosch. Volgens ontwerp en detail-tekeningen opgemaakt door N.J.H. van Groenendael’. (Archiefnr. 1170 135) 1896 26 maart Start graafwerkzaamheden. 1896 16 juni Eerste steen gelegd door pastoor G. van Haaren. 1897 juni Oplevering Sint Clemenskerk. 1897 juli Voorlopige inzegening door de pastoor. 1897 1 augustus Ingebruikname Sint Clemenskerk. 1899 25 september Plechtige inzegening tot basiliek / geconsacreerd door de bisschop van ’s-Hertogenbosch Mgr. W. van der Ven. 1e helft 20e eeuw Schildering interieur 1914 Overlijden mevr. De Kort en sloop woning voor de Sint Clemenskerk aan de Loeffstraat en inrichting kerkplein. 2e helft 20e eeuw Overschildering interieur in wit 1954 Aankoop nieuwe kerkbanken (Archiefnr.
1170 139) 1957 Plaatsing nieuwe verlichting (Archiefnr. 1170 140) 1959 Plaatsing hete lucht verwarmingsinstallatie (Archiefnr. 1170 143) 1961 Sloop oude pastorie ten oosten van de Sint Clemens-kerk en de woning ten westen van de kerk. 1962 Herinrichting kerkplein (Archiefnr. 1170 145) 1976 10 februari Sint Clemenskerk geplaatst op de ‘rijkslijst voor be-schermde monumenten’ 1984 29 juni tot Restauratie kerktoren 1986 1 mei jaren 90 20e eeuw Restauratie kerk, waarschijnlijk met overschildering in kleur 2001 2 december Sint Clemenskerk opnieuw gewijd door bisschop Hurkmans 2016 1 januari Sint Clemenskerk gesloten, nog wel kapelfunctie. Gebouw staat te koop 2019 De kapel is aan de eredienst onttrokken 2019 De Sint Clemenskerk is aangekocht door Walther en Marianne Coppens
17
CONTEXTUEEL ONDERZOEK
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
Transformatie directe omgeving met in rood gestippeld de gebouwen die ruimte moesten maken voor het plein.
34
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
4
CONTEXTUEEL ONDERZOEK
4.1
Landschappelijke context
“ Reeds op verren afstand van dit nijvere Langstraatsche dorpje trekt de rijzige kerk met den slanken toren de aandacht”. – Nieuwe Tilburgse Courant (12 augustus 1897).
Baardwijk lag de Baardwijkse Overlaat. De huizen werden door de Winterdijk beschermd tegen het Maaswater. De Winterdijk is medio 15e eeuw ontstaan als versterking van de oude veendijk, die door de watersnoodramp van 1421 was aangetast.
Waar nu Baardwijk ligt heeft zich tot circa 1000 jaar geleden een uitgestrekt veengebied ontwikkeld tussen de Maas en de hoger gelegen Brabantse zandgronden. Door het gebied liep een veenstroompje, de voorloper van de Loint. Het moerassige landschap maakt dit gebied niet geschikt voor bewoning.
Het gebied ten noorden van de Winterdijk heet de Buitenpolder van Baardwijk. Het gebied ten zuiden van de Winterdijk, waar nu de Sint Clemenskerk staat, heet de Binnenpolder van Baardwijk. Dit gebied wordt nu De Hoef genoemd, vernoemd naar een voormalige boerderij.
Baardwijk heeft zich net als Waalwijk ontwikkeld langs de Langstraat die van oost naar west door het moerassig landschap liep. De Langstraat is van oorsprong een dijk of achterkade op een hogere rug (oeverwal) in het landschap. Baardwijk (Bardovich) is het eerst vermelde gehucht in 1136 op de oeverwal. Vanaf deze hogere rug werd vanaf de 11e eeuw het gebied vanaf de Maas verder ontgonnen richting het zuiden.
4.2
De ontginning gebeurde door het graven van afwateringssloten haaks op de ontginningsbasis. Hierdoor ontstonden lange ontginningskavels van maximaal 1250 meter lang, enkele tientallen meters breed en noord-zuid georiënteerd. Het ontginningsblok werd afgesloten met een dijk of achterkade haaks op de gegraven sloten. Deze methodiek van ontginning resulteerde in een systematisch ingericht landschap van lange smalle en evenwijdige kavels die loodrecht op de dijk stonden, zo genoemde slagen. Dit landschapstype wordt een slagenlandschap genoemd (de Bont, 2009; de Jongh & Amsing, 2017). Langs de acherkade ontstond een lint van boerderijen, ook wel lintbebouwing of lineaire bebouwing genoemd. Baardwijk bestaat ook uit lintbebouwing langs de doorgaande weg naar Waalwijk en Waspik in het Westen. Ten oosten van
Archeologische context
In de omgeving van de Sint Clemenskerk kunnen sporen van prehistorische bewoning, zoals archeologische resten van rondtrekkende de jagers-verzamelaars voorkomen op dekzandkoppen, hoewel de hogere zandgronden ten zuiden van Baardwijk betere bewoningskansen boden. Toch kunnen hier vuursteenvindplaatsen uit de periode Vroege, Midden en Nieuwe Steentijd worden aangetroffen, met bewerkt vuursteen en sporen van tijdelijke jachtkampjes. Ten zuiden van de Sint Clemenskerk, in de voormalige Binnenpolder van Baardwijk, zijn hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig. Deze gronden (ook wel essen genoemd) hebben mogelijk een goede conserverende werking gehad op deze dieperliggende archeologische sporen die in de top van het dekzand kunnen worden aangetroffen (de Jongh & Amsing, 2017; Weerheijm et. al., 2013) Dit gebied is daarna lange tijd niet aantrekkelijk geweest voor bewoning omdat het te nat was. Pas na de ontginning van het gebied vanaf de 11e eeuw wordt het gebied weer bewoonbaar. Het historisch bewoningslint van Baardwijk is dan ook een zone met een hoge archeologische verwachting op sporen van bewoning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Het is zelfs aangewezen als archeologisch monument van hoge archeologisch waarde (AMK-terrein, nummer 1681). 35
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
Ontwerpschetsen 1965 gedateerd echter vanwege de inhoud is het vermoeden dat deze schetsten uit de oorsprong dateren en hoogstwaarschijnlijk van de ontwerpers zijn. Links (uitvergroot) de situatie net na oplevering, rechts de situatie zoals in een uiteindelijk scenario gerealiseerd zou moeten worden.
36
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
4.3
Stedenbouwkundige context en transformatie
Voormalig dorp Baardwijk
Het Hollandse Baardwijk was tot 1922 een zelfstandige gemeente. In 1870 waren van de 1479 inwoners slechts 92 protestanten, het overige deel was katholiek. Baardwijk lag in de Langstraat, ingeklemd tussen de Brabantse heerlijkheden Waalwijk in het westen en Drunen in het oosten. Loon op Zand begrensde Baardwijk ten zuiden. In het noorden lagen de Hollandse gebieden Drongelen en Oud-Heusden. De Baardwijkse grenzen werden grotendeels bepaald door het water: in het noorden het Oude Maasje en in het oosten het Loopken. De zuidelijke grens werd bepaald door de Meerdijk die het water uit het hoger gelegen zuiden moest tegenhouden. Bewoning concentreerde zich eind 19e eeuw enkel langs de hoofdweg die van oorsprong een achterkade was, het Hoogeind in het oosten tot het Laageind in het westen. Dit is de huidige Loeffstraat en nog altijd de hoofdstraat van Baardwijk. Loodrecht op de hoofdstraat lagen de stegen die de noord-zuid verbindingen vormden en waarvan aan de zuidzijde van de Winterdijk de Hoefsteeg en Akkersteeg (Baardwijkse straat) nog bestaan. De ‘Zeinen’ verbonden deze stegen en ontsloten de akkers. De Drunenseweg is de voormalige Eerste Zeine. De kerken langs de lintbebouwing van Baardwijk en Waalwijk geven een samenhangend beeld. Op nagenoeg een rechte lijn staan de middeleeuwse kerktoren aan de Winterdijk, de hervormde kerk van Baardwijk (Loeffstraat 50), St.
Jan de Doper en Kerk aan de Haven in Waalwijk en de hervormde kerk en (herbestemde) Maria Onbevlekt Ontvangen in Besoyen. De voormalige streektramlijn Drunen - Besoyen doorsnijdt sinds het einde van de 19e eeuw de Binnenpolder van Baardwijk. De tramlijn is in 1897 tussen Drunen en Baardwijk
geopend en in 1902 tussen Baardwijk en Besoyen. Al vanaf 1926 namen busdiensten de dienstregeling gaandeweg over. Op de kruising met de Baardwijkse straat stond de halte Baardwijk.
Sint Clemenskerk en omgeving
De Sint Clemenskerk staat aan de Loeffstraat (voormalige Hoogeinde), tussen de Hoefsteeg in het oosten en de Baardwijkse straat (voormalige Akkersteeg) in het westen in. Op de luchtfoto uit 1924 is de kerk in haar oorspronkelijke context te zien: de kerk staat op een slag, een langwerpig perceel haaks op de Loeffstraat uit de periode van de ontginning. De kerk is zodanig ontworpen dat deze past binnen het langgerekte perceel dat ten opzichte van de Loeffstraat iets naar achteren is gelegen. Aan de achter- en zijkanten van de kerk lagen tuinen en boomgaarden en ten zuiden daarvan lagen de weilanden van de Binnenpolder van Baardwijk. Het was vooral het groene karakter dat overheerste. De kerktoren en toentertijd ook het schip van de kerk waren vanaf verre vanuit de polder zichtbaar. In de huidige situatie is het schip en het groene karakter rondom de kerk alleen nog op lokale schaal zichtbaar en herkenbaar. De kerktoren is daarentegen nog steeds een baken in het landschap en te zien vanaf de hoofdstraat van Baardwijk, de voormalige Buitenpolder van Baardwijk ten noorden van de A59 en de Baardwijkse Overlaat ten oosten van het Zuiderafwateringskanaal. Aan de oostzijde van de kerk loopt een pad afgescheiden met hoge heggen richting het in 1886 aangelegde kerkhof van de Clemensparochie.
De gebruikte soort haag van het kerkhofpad en het kerkhof is de taxus (groene beukenhaag), dat eeuwig leven uitdrukt. Het tot circa 1 meter boven het maaiveld opgehoogde kerkhof ligt in het verlengde van de Sint Clemenskerk op een langgerekt perceel (oorspronkelijke slag). De oudste graven dateren van circa 1900, voor de centraal gelegen calvarieberg die begroeid is met gras (Brabants Historisch Informatie Centrum,2009) 37
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
38
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK SINT CLEMENSKER TE WAALWIJK
In eerste instantie was de kerk volledig van de straat afgescheiden: ten opzichte van de weg is de kerk naar achteren op het perceel geplaatst, omdat tot 1914 de woning van Ant. De kort op hetzelfde perceel direct aan de Loeffstraat stond. De woning is na het overlijden van mevrouw De Kort in 1914 gesloopt (Ant. de Kort was in 1904 al overleden). De waterstaatskerk, de oude kerk van de Clemensparochie waar de Sint Clemenkerk direct naast is gebouwd, was al snel na de voltooiing van de nieuwe kerk gesloopt. Zo ontstond er een bescheiden en aan drie zeiden omsloten kerkplein zoals te zien op de luchtfoto. “Sinds mijn vorig bezoek aan Baardwijk is daar eene nieuwe Roomsche kerk gebouwd; ik ging die met B. en W. bekijken. De kerk staat nu nog tusschen andere huizen; tusschen den weg en de kerk staat de woning van den aannemer De Kort; dat huis werd door de kerk gekocht, en zal geamoveerd worden, na het overlijden van de echtelieden De Kort. Dan zal de kerk een sieraad zijn van de gemeente. Wethouder Loeff had pas eene nieuwe communiebank gegeven. Loeff is ongehuwd en heeft wat geld.”– Commissaris van de Koning, 18 mei 1900 (Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 2015). In de archieven zijn, wat het lijkt, ontwerpschetsen gevonden die door het archief zijn gedateerd in 1965 (SALHA, nr. BAAA005).
Echter is vanwege de inhoud het vermoeden dat deze schetsten uit de oorsprong dateren en hoogstwaarschijnlijk van de ontwerpers zijn. Op de ontwerpschets is een plein te zien dat aan zuidzijde door de kerk en een aaneengesloten neogotische pastorie wordt begrensd. Er zijn geen bewijzen gevonden dat deze neogotische pastorie daadwerkelijk is verwezenlijkt. Dit zal met de tot dan toe nog bestaande bebouwing te maken hebben gehad die ook in de ontwerpschets is weergegeven. Duidelijk was er een groeiscenario voor ogen.