Bijlage 15 Archeologie
Tekst van het document
Blad 27 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
maar een misvatting. Een thema is een onderwerp dat iets over het concept zegt. In deze situatie geeft het thema Erfgoed inzicht in de projecten, maar zegt verder niets over toekomstige contexten. Het hebben van een visie is waar een concept om draait en zich van een idee of thema onderscheidt. Na het Strategische Visieplan 2025 van de gemeente Waalwijk te hebben gelezen, kan gezegd worden dat erfgoed (lokale geschiedenis) en/of toerisme & recreatie niet tot nauwelijks benoemd worden. In dit erfgoedvisie is er geen duurzame identiteit aanwezig en dus geen breed draagvlak. Ondanks alle de inzet is het niet gelukt om de projecten bij elkaar te brengen, terwijl hier dringend behoefte naar is. Rustend op deze informatie kan geconstateerd worden dat de gemeente zoekende is naar een kapstok voor het creëren van een platform voor erfgoedverhalen en lopende projecten, om een sterke positie in de toeristische sector in de te nemen. Imagineering Voor het creëren van deze kapstok is het nodig om nieuwe en bestaande projecten een reden te geven om te blijven bestaan. Dit uit zich in een visie en missie die voortkomen uit een (belevings)concept. Een concept is de ‘wijze waarop’ invulling geven kan worden aan de imagineeringsbenadering. Imagineering betreft waardecreatie en waarde-innovatie vanuit het belevingsperspectief.
Het wordt opgevat als het creëren en regisseren van interactie en betekenisvolle beleving bij de mensen om vooraf bepaalde doelstellingen te behalen (Imagineering, 2002). Deze techniek houdt zich bezig met de beleving van producten/diensten en de toegevoegde waarde hiervan. Iets waar wij mensen tegenwoordig veel mee bezig zijn. Dit komt onder andere door het snel veranderende en innoverende tijdperk waarin we leven en de druk die wij om ons heen ervaren. Om daarbij de recentelijke gebeurtenis van februari 2020 niet vergeten, waarin het Covid-19 virus een radicale mentale en fysieke verandering teweegbracht. De dingen die we eerst deden, mogen nu niet meer. We zijn nu nog minder verbonden met anderen en onszelf. Tegenwoordig kan een beleving helpen om een fijn gevoel op te roepen. Tijdens deze beleving voelen we ons erkend, gelukkig en verbonden met onszelf en anderen. Dit onherroepelijke gevoel is ontstaan doordat imagineering gebruikt wordt om een beleving te creëren. Imagineering focust zich op waardecreatie. Dit houdt in dat slimme producten, merken of diensten zich op de emotionele waarden richten waar wij mensen aan kunnen identificeren. Zo speel je op mensen in en kun je ze behouden door te werken aan een toekomstige klantrelatie. Dit is tactisch, want iedereen vindt het prettig om gehoord te voelen en persoonlijke aandacht te ontvangen. Daarbij verkoopt het.
Je kunt zeggen dat imagineering bijdraagt aan het bouwen van een echt, oprechte connectie. Want betekenisgeving geeft houvast en inzicht in deze innoverende tijd. Het benaderen en uitdragen van waarden kan door de inzet van Storytelling gedaan worden. Storytelling gaat over het toepassen van technieken om een verhaal over te brengen. ‘Een verhaal is een serie van (chrono)logisch verbonden gebeurtenissen die veroorzaakt of beleefd worden door karakters’ (Hover gebaseerd op Bal, 2012). Goed geladen verhalen kunnen een grote rol spelen in het zoeken van toenadering van verbondenheid met onszelf. Tegenwoordig kunnen we de wereld op vele manieren verkennen en worden we bedolven onder inspirerende plaatsen. En momenteel in die mate dat we de chaos willen ruilen voor rust. Door psychologische aanpakken weten we inmiddels dat we dit dichtbij onszelf kunnen zoeken. Zo zijn de trends ontstaan zoals het verlangen naar traditionele en/of lokale middelen, terug naar de basis (waar kom ik vandaan) en staat persoonlijke ontwikkeling centraal bij jongeren. Juist deze doelgroep ervaart een druk bestaan en zoekt door de inzet van authentieke content naar zichzelf (Frankwatching, 2021). Anderzijds willen de 65+ genieten van de omgeving door actief te fietsen of wandelen. Hun interesses is vergelijkbaar met die van jongeren, alleen slaan een zijweg in als
Blad 28 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
het gaat om authentieke content. Nederlandse geschiedenis en natuur zijn bij deze doelgroep de raakvlakken. Al met al kan er gezegd worden dat de behoefte naar erkenning en zelfontplooiing immens is en daardoor er een dringende drang is naar het beleven van een beleving.
Blad 29 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Mogelijkheden Stap 1: Imagineeringsplan Zoals eerder werd aangegeven kan een concept harmonie scheppen en richting geven. In dit geval zorgt een belevingsconcept ervoor dat gemeente Waalwijk een positie binnen de toeristische, economische en sociaal-culturele sector inneemt. En kan de grondlegger zijn van de herontwikkeling van het centrum. Om tot een concept te komen moet er onderzoek gedaan worden naar de situatie. Dit is een belangrijke fase want als dit niet goed uitgevoerd wordt dan heeft het concept geen geldige reden van bestaan. Dan zal het niet aanslaan bij de doelgroep en dus een flop zijn. In de eerste (Analyse)fase wordt er gekeken naar de vraag- en Afbeelding 13. ABC Model aanbodkant. Middels drie invalshoeken wordt de situatie beschreven: 1) binnen de organisatie, 2) buiten de organisatie en 3) op nationaal niveau. Alle verzamelde informatie wordt ontleed en getrechterd met behulp van handige modellen. Overgebleven informatie zijn de goudmijntjes die de input zijn voor het ontwerpen van een uniek concept. Op elke wijze is er afgestemd met de locatie en/of situatie en heeft het concept een grote kans van slagen. Door het uitvoeren van een grondige analyse heeft een concept een goed kans van slagen. Bij het ontwerpen van een concept dient een integrale benadering, visie en missie als leidraad. Dit concept is geen idee meer als het wordt ervaren.
Concrete producten helpen bij de conceptuele overdracht. Deze fase wordt gezien als ‘het regisseren van de beleving van de consument’. Deelontwerpen zoals communicatie, personeel en fysieke omgeving zijn belangrijke bouwstenen bij deze transitie. Zie afbeelding 2 de voor visuele uitleg.
Afbeelding 14. Conceptontwikkelingsproces.
Als er geen fysieke producten aanwezig zijn, kan het concept niet beleefd worden. Om tot deze fysieke producten te komen moet de Conceptfase worden afgerond. In de Designfase wordt gekeken welke producten aansluiten bij het vertellen van het concept. Oftewel, hoe worden de missie en visie uitgedragen?
Blad 30 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Stap 2: Storytelling in vijf stappen Als je creatief bent kun je aanzienlijk veel producten ontwikkelen die helpen om het concept verder uit te dragen. Deze kunnen verschillen van festivals en evenementen tot aan het opstellen van een camping of het uitvoeren van een wandeling. Dan zijn we er nog niet, want een wandeling op zich hoeft niet heel uitdagend te zijn. Hiervoor zijn er tal technieken voor ontwikkeld om de beleving van consumenten te verrijken. Storytelling is hier een instrument van. Voorafgaand werd aangeduid dat Storytelling een techniek is dat ingezet kan worden bij het werven en behouden van consumenten/klanten. Je kunt waardecreatie op geen betere manier voelen dan door het participeren van verhalen. Je kunt verhalen beheersen door het vorm te geven aan de hand van het ‘Vijf fasen model’. Dit is een tijdloos en universeel model. Onbewust volgen mensen vaak deze stappen als ze een verhaal vertellen. Daarnaast zijn verhalen die volgens deze vijf stappen worden verteld vaak beter te volgen, te onthouden en door te vertellen. Vandaar dat dit model wordt aangereikt.
Afbeelding 15. De opbouw van een verhaal door middel van vijf fasen.
Volgens de theorie heeft een verhaal altijd vijf fasen dat één of meerdere karakters ervaren. In de Set-up wordt er aandacht gegeven aan de situatie waarin het karakter zich bevindt. Karaktereigenschappen, uiterlijk en het doel dat het karakter heeft worden aan het begint de zoektocht vertelt. Dan zet iets het verhaal in beweging; er ontstaat een probleem of vraag. De hoofdpersoon moet in actie komen. Het verhaal neemt een wending en is er sprake van een dilemma of keuzemoment. Belangen nemen toe en gebeurtenissen volgen elkaar sneller op. Het hoogte- of dieptepunt van het probleem wordt gezet in de Climax. Dit is het spannende moment waarmee het probleem wordt opgelost of vraag beantwoord. In de laatste fase wikkelt het verhaal zich af en is er sprake van een inzicht of moraal. Deze vijf fasen zien we vaak terug in Disneyfilms, theaterstukken en zelfs in Hollywood films. Het model is eenvoudig en daarom zinvol om in deze situatie te gebruiken. Voor het kunnen schrijven van het unieke verhaal van gemeente Waalwijk, is het verstandig om onderzoek te doen alle aangrijpende verhalen die de gemeente en dorpen heeft doorgemaakt. Aan de hand van de vier verhaallijnen van de provincie Noord-Brabant kan er op voorhand een selectie gemaakt worden.
Blad 31 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Stap 3: Vier verhaallijnen Provincie Noord-Brabant heeft de ambitie om over pakweg 50 jaar nog steeds de geschiedenis van Brabant aan nieuwe generaties te kunnen doorgeven, aan de hand van het Brabants erfgoed. Een tweede reden om erfgoed te behouden is dat het gemeenschappen bij elkaar te brengt. Erfgoed inspireert, werft en bindt vele Brabanders. Dit kan één van de redenen zijn waarom Waalwijk het verhaal van de stedelijke nederzetting verder wil ontwikkelen. Provincie Noord-Brabant heeft een duidelijke visie over welke verhalen kans maken op subsidie en welke niet. • Zo moet het verhaal onder één van de vier verhaallijnen vallen; • Dient het verhaal verbinding te maken met de samenleving, de economie, leefbaarheid, natuur en onderwijs- en kennisinstellingen. • Is het noodzakelijk dat het verhaal bijdraagt aan de samenleving. • Is het noodzakelijk dat er draagvlak aanwezig is, • Is het wenselijk dat er een toeristisch beleid aanwezig is, want de provincie wil a.d.h.v. het verhaal deze marketingkracht vergroten. Bijvoorbeeld door het creëren van toeristische producten en routes. De inhoud van het verhaal kan er sturing geven naar welke verhaallijn het meest interessant is voor het verkrijgen van subsidie. Aan de hand van een zeer korte analyse zijn de uitkomsten in de tabel beschreven.
Om zeker te zijn van een juiste uitkomt, zal de analyse vanuit meer perspectieven worden onderzocht. Verhaallijnen Innovatief Brabant Religieus Brabant
Bevochten Brabant
Kansen Waalwijk staat bekend om de eeuwenoude agrarische producten zoals textiel en leer. Nu Bol.com. De kerk aan de gedempte haven. Wellicht dat archeologische vondsten richting kunnen geven.
De Verloren veldslag in de Langestraat zou het verhaal kunnen zijn dat Waalwijk omarmt. Het straalt kracht, identiteit en karakter uit. Maar ook iets eigens wat binnen de huidige provincie alleen met het Hollandse Geertruidenberg wordt gedeeld. Waalwijk als fiere stad en Brabants bastion aan de vooravond van de
Blad 32 van 47
Valkuilen De uitwerking van dit verhaal kan worden voortgebouwd op bestaande infrastructuur. Dit is er niet meer. Focust op heden ten dage op refugiekloosters. Zal uitgezocht moeten worden of de kerkgemeente aan de haven dit ook is. Eventueel kan worden opgeschakeld naar het klooster Nazareth maar ook de uiteindelijk cohesie die gevonden werd gedurende de tachtigjarige oorlog tussen deverschillende christelijke geloofsgemeenschappen. Daarbij is deze verhaallijn interessanter voor huidige situatie, vanwege de culturele mix: Joden en Polen. De Provincie geeft aan dat de verhaallijn beleidsmatig al ver is uitgewerkt (in vooral Zuiderwaterlinie en Nieuwe Hollandse Waterlinie). Dit zijn de focuspunten/USP en heeft daarom een matige kans van slagen. Wel adviseren we om dit verhaal alsnog met elan naar voren te brengen omdat het voor veel Brabanders een vergeten stukje geschiedenis is dat zowel voor de
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Vlaams-Zeeuwse oorlog van 1303 en 1304.
Bestuurlijk Brabant
Eeuwen geleden heeft er een hertog/graaf in Waalwijk geleefd die de grote veldslag heeft meegemaakt. Vanuit zijn perspectief kan het verhaal verteld worden.
Langstraatregio als West-Brabant juist daardoor nieuwe ontdekkingen voor toerisme en fietstochten kan betekenen. Hier is het gras zeker nog niet platgetrapt! Er dient een Landmark (kasteel, paleis of landgoed) aanwezig te zijn waarnaar gerefereerd kan worden. De kastelen/hofstedes van Waalwijk en Besoyen zijn gekend maar deze bestaan naar verwachting alleen nog archeologisch. Juist hier moet het ensemble van de Waalwijkse haven en het vijftiende eeuwse (herbouw vanaf de late zestiende eeuw) kerkgebouw dat boven het havengebied uitrijst benadrukt worden en in beeld gebracht worden. Zowel en woord als in beeld.
De definitieve keuze van de verhaallijn wordt verder uitgewerkt middels Storytelling en voegt toe aan het concept dat uit het Imagineeringsplan komt. Dit is nodig omdat uit het Imagineeringsplan zal komen wie de doelgroepen zijn en is cruciaal bij het opstellen van een verhaal. Subsidie ontvang je pas als je duidelijk maakt wat de toegevoegde waarde ervan zou kunnen zijn. In dit geval moet er beschreven worden hoe het concept en verhaal ingebed kunnen worden in de samenleving van Waalwijk. Positieve effecten die op langer termijn plaatsvinden zullen als doelstellingen leiden en plaats maken voor realistische producten. Bij het opstellen van een projectvoorstel kan het GIFKOT model houvast brengen. De vijf beheersaspecten binnen dit model zijn geld, informatie, faciliteiten, kwaliteit, organisatie en tijd en onderbouwen allen wanneer het project komt, wat het project inhoud, hoeveel het gaat kosten, wie er iets vanaf moet weten en hoe het georganiseerd wordt. Het wordt aanbevolen om niet alleen het verhaal mee te nemen, maar ook de uitkomsten van het Imagineeringsplan. Deze zullen de verhaallijn binnen Waalwijk namelijk ondersteunen en het concept insluiten.
Blad 33 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Afbeelding 16. Beheersaspecten GIKOT van een project.
*Stap 4: Erfgoedplan schrijven In een cultureel erfgoedvisie staat beschreven hoe om er wordt omgegaan met roerend, immaterieel (o.a. verhalen) en materieel erfgoed. De bedoeling van een goed werkende erfgoedvisie is dat het helpt bij de integrale afweging van belangen die plaatsvinden ten behoeve van het goed functioneren van een ruimte/locatie. Doordat er duidelijke missie, visie, imago (Unique Selling Points) en identiteit aanwezig zijn, kan er rekening worden gehouden met het opstellen van ruimtelijke plannen en andere ontwikkelingsprocessen. Een erfgoedvisie kan richting geven aan de herontwikkeling waar gemeente Waalwijk momenteel mee bezig is. In het Imagineeringsplan kan er focus liggen op het ontwikkelen van een identiteit, maar het wordt aangeraden om hier een los onderzoek voor op te stellen. Het Identiteitsmodel van Birkigt en Stadler geeft steun bij het invullen van een erfgoedplan. Het deels marketinggerichte model zorgt ervoor dat er een sterke identiteit (wie ben ik?) wordt opgesteld, die in verhouding is met het imago (hoe word ik gezien?). Deze identiteit gaat pas leven als er een stem uitkomt. Hier kunnen drie pijlers bij helpen. Symboliek gaat over het visueel maken van de identiteit. Dit kan door middel van een logo, kleur of huisstijl. Dit heeft meer impact dan mensen in eerste instantie verwachten.
De tweede pijler Gedrag gaat over alle handelingen die een organisatie uitvoert. Dit zegt iets over de normen en waarden die de organisatie hanteert. Dit zijn de indirecte acties van het volgen van een eigen visie. Als laatste mag Communicatie niet ontbreken. Directe (tekst) en indirecte (logo’s) communicatie helpen bij het neerzetten van een standpunt, doel of visie. Het helpt enorm bij het uitdragen van de kernwaarden (USP’s) en een corporate story (belevingsconcept met Storytelling).
Blad 34 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Figuur 16. Het identiteitsmodel van Birkigt en Stadler.
Doelstellingen Ten aanzien van de locatie en de huidige situatie, heeft Waalwijk veel mogelijkheden om deze plek toeristisch interessant te maken. Afhankelijk van het concept en het erfgoedvisieplan kunnen onderstaande doelstellingen bijdragen aan het verkrijgen van de gewenste situatie in Waalwijk.
Economische doelstellingen Sociaal-culturele doelstellingen
Toeristische doelstellingen Erfgoed doelstellingen
Voorbeelden van strategische doelstellingen Economische impact van toerisme in Waalwijk verhogen; Meer werkgelegenheid creëren; Draagvlak creëren bij ondernemers en partners; Kennisgeving (naar volwassenen en kinderen); Het bevorderen van het begrip van de gemeenschappelijke waarde van erfgoed bij verschillende gemeenschappen. Een positie in de toeristische sector innemen; Reputatie van Waalwijk verder uitbouwen; Het verhaal en dus de geschiedenis van Waalwijk vertellen; Duurzaam en veilig erfgoed; Gedragsverandering; Krachtige kennisoverdracht; Een herontwikkelingsplan dat rust op een werkzaam erfgoedvisie.
Conclusie en advies voor een concreet erfgoedvervolg Om tot een goed lopend verhaal te komen dat Waalwijk omvat, zullen verschillende onderzoeken uitgevoerd moeten worden. De figuren 17 en 18 presenteren twee processen van het uitvoeren van onderzoek. Afbeelding 17 laat zien dat tijdens het opstellen van een Imagineeringsplan er ook onderzoek gedaan mag worden naar het opstellen van een Erfgoedvisieplan. In tegenstelling tot de tweede workflow wordt eerst het Erfgoedvisieplan samengesteld. Het hebben van een erfgoedvisie is een essentieel onderdeel is dit proces, want het kan invloed hebben op de resultaten van het Imagineeringsplan. Beiden opties zijn mogelijk, maar het wordt aangeraden om door te gaan met optie 2.
Blad 35 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Figuur 17: proces optie 1 m.b.t. onderzoek in gemeente Waalwijk
Figuur 18: proces optie 2 m.b.t. onderzoek in gemeente Waalwijk
Blad 36 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
4
Booronderzoek
4.1
Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodemopbouw, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Het booronderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: • • • • • •
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan?
Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, dat er kennisgeving aan bevoegde overheid is voorgelegd. 40
4.2
Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering
7 februari 2021
Veldteam Weersomstandigheden
Gerjan Sophie (senior KNA-prospector), Karlijn van Huet (veld assistent) Half bewolkt, circa 9°C
Boortype
Edelman, Ø 7cm.
Methode conform Leidraad SIKB41 Motivatie boormethode
Niet van toepassing Omdat er een middelhoge tot hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Group om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren.
40 Van Looveren en Sophie, 2021 41 Tol e.a. 2012
Blad 37 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Aantal boringen Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleolandschap Wijze inmeten boringen
n.v.t. (verkennende booronderzoek)
Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische indicatoren Bemonstering
n.v.t.
Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA
Slecht: verharding en bosschages
Doelen en wensen opdrachtgever Randvoorwaarden
4.3
De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. 10
Topcon (fixed GPS)
NNEN 5104 / ASB Breken en brokkelen van de opgeboorde grond, waarneming op het oog n.v.t.
Niet uitgevoerd. De verschillende bedrijfspercelen in het plangebied bleken deels omheind te zijn. Daardoor zijn de boringen 2 en 4 komen te vervallen: de hekwerken waren met een slot afgesloten. Boring 3 bleek gepland ter plaatse van een stelconplaat. Deze boring is iets verzet. Opdrachtgever wil voorafgaand aan de uitwerking van de plannen een inzicht hebben in de archeologische risico’s van het plangebied. Niet van toepassing
Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage.
Blad 38 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Afbeelding 17. Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links vanaf boorpunt 6, blik naar het zuiden op de kerk aan de haven; rechts bij boorpunt 3, blik naar het westen. (foto’s: Antea Group).
Afbeelding 18. Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links vanaf boorpunt 7, blik naar het zuiden; rechts bij boorpunt 1, blik naar het westen. (foto’s: Antea Group).
4.3.1
Bodemopbouw Boringen 1, 5 en 9 kennen een vergelijkbare bodemopbouw, bestaande uit een bouwvoor (Ahorizont) met daaronder een gemengde AC-horizont en daaronder beigegeel zand. 42 Dat is beschouwd als uitgangsmateriaal. Boring 8 kent een vergelijkbare opbouw, maar daar leek het alsof in de AC-horizont brokjes van een B- of BC-horizont aanwezig waren. 42
Zie de kaartbijlage voor de ligging van de boorpunten.
Blad 39 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Gezien de opvallend hogere ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving kan ook sprake zijn van een ‘leeflaag’ op cunetzand. Het is waarschijnlijk dat dit deel van het plangebied is gebied opgehoogd voordat de bestaande bedrijfspanden zijn gebouwd. Boringen 3, 6 en 10 zijn vanwege ondoordringbaarheid op verschillende diepte gestaakt. Boringen 3 en 6 lijken vooral in opgebrachte grond te zijn uitgevoerd, boring 10 is nabij bebouwing uitgevoerd. Boring 7 is aan de uiterste oostkant van het plangebied uitgevoerd en ligt beduidend lager. Hier is vanaf 1,10 m -mv zand met brokken klei aanwezig, mogelijk het bovenste gedeelte van het twintigste eeuwse dempingspakket van de havenbak.
4.3.2
Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats.
Blad 40 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
5
Conclusies en advies
5.1
Conclusies In paragraaf 4.1 is een aantal onderzoeksvragen gesteld. Hier wordt voor zover mogelijk en relevant kort op de beantwoording ingegaan. • Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Boringen 1, 5, 8 en 9 kennen een A- AC-C- bodemopbouw, maar het betreft mogelijk opgebrachte grond met een humeuze ’leeflaag’. Boringen 3, 6 en 10 zijn op verschillende diepte gestaakt en zijn dus alleen in geroerde grond uitgevoerd. Boring 7 is mogelijk in het bovenste dempingspakketvan de haven gezet. • Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Nee, er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. • In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Binnen de geboorde diepte is de kans op archeologische vindplaatsen uitermate gering. Nadrukkelijk geldt dat daar waar de boringen stuiten een redelijke verdenking op archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn. • Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Niet van toepassing.
• In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek? In het bureauonderzoek is een verwachting uitgesproken die vooral samenhangt met de laatmiddeleeuwse en latere haven. Bij boring 7 is mogelijk de demping van de havenbak opgeboord, de overige boringen zijn waarschijnlijk in opgehoogde grond uitgevoerd. Onder deze ophogingspaketten kunnen nog bodemlagen aanwezig zijn met daarin archeologische resten of (delen van een potentieel behoudenswaardige) archeologische vindplaats. • Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie paragraaf 4.2.
5.2
(Selectie)advies Het uitgevoerde onderzoek heeft vooral plaatsgevonden in opgehoogde grond. Een deel van de boringen is gestaakt en in een ander deel lijkt een C-horizont aangetroffen, maar dat zou dus ook cunetzand met een humeuze ‘leeflaag’ kunnen zijn. Westelijk van de voormalige havenbak is dus sprake van een circa 1,5 m dik geroerd ophoogpakket. Dit komt (zeer) goed overeen met de AHN (zie afbeelding 19). Op basis van deze gegevens is het advies van Antea Group tweeledig: Het gebied westelijk van de voormalige havenbak kan worden vrijgegeven tot een diepte van 1,3 m – mv. Er wordt een bufferzone van 0,2 m gehanteerd, omdat deze laag niet overal even dik is. Mochten er bodemingrepen plaatsvinden die dieper gaan dan deze 1,3 m – mv is eventueel nader onderzoek noodzakelijk
Blad 41 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
-
Het gebied van de voormalige havenbak en het gebied ten oosten daarvan houden een onverminderd hoge archeologische verwachting houden. Nader archeologisch onderzoek is hier noodzakelijk indien de bodemingrepen dieper gaan dan 0,3 m – mv (conform vigerend gemeentelijk beleid). Het onderzoek dient hier te bestaan uit een archeologisch proefsleuvenonderzoek (eventueel gevolgd voor een archeologisch opgraving) waar dit mogelijk is, of uit een archeologische begeleiding waar dit moet (bijvoorbeeld vanwege aanwezige verontreinigingen en saneringen e.d.).
Op afbeelding 20 zijn de twee advieszones weergegeven.
Afbeelding 19. AHN van het plangebied, met in oranje de hoge (opgehoogde) delen en in groen de lagere delen (voormalige havenbak).
Blad 42 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Afbeelding 20. Advieskaart voor het plangebied.
Het lijkt daarnaast ook nog aanbevelenswaardig om na te gaan of er in gemeentelijke of regionale archieven nog gegevens (vergunningen etc.) te vinden zijn over de werkwijze die gebruikt is bij het dempen van de oude haven en /of het ophogen van het gebied. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
Antea Group Oosterhout, april 2021
Blad 43 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Bont, C. de, 2009: Schoone cleijlanden bewassen met gras; een schets van de ontginnings-, bewonings- en waterstaatsgeschiedenis van de Langstraat. In: Wikaart, V., Engen, H. van, Leenders, K.A.H.W., Bont, C.H.M. de, Martens, P.J.M., Zonneveld, I.S. en Werther, H.: De onderzoekscommissie naar de aanwassen in de Verdronken Waard (1521-1523) ‘Nijet dan water ende wolcken’. Tilburg. Feest, N. van der, en Koopmanschap, H., 2005: Bureauonderzoek en karterend booronderzoek Isco-terrein, Waalwijk. Oranjewoud Archeologisch Rapport 2005/24. Oranjewoud, Heereveen. Huisman, M. en Verbeek, C., 2008: Waalwijk, Grotestraat – De Els. Archeologisch bureauonderzoek. Bilan rapport 2008/127, Bilan, Tilburg. Hulst, R.A., 2001: Waalwijk, Grotestraat 101-103. Archeologisch onderzoek. BAAC-rapport 01.005. BAAC, ’s Hertogenbosch – Deventer Koekkelkoren, A.M.H.C., 2015: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Taxandriaweg 3, Waalwijk, Gemeente Waalwijk. IDDS Archeologie rapport 1823. IDDS Archeologie, Noordwijk.
Koopmanschap, H.J.L.C., 2011: Archeologisch bureauonderzoek naar de loop van de Loint in Waalwijk. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2011/126. Oranjewoud, Heereveen. Koopmanschap, H., 2015: Grensgebied tussen zand en veen. Een archeologisch perspectief op de middeleeuwse ontginnings- en bewoningsgeschiedenis van de Langstraat en het aangrenzende zandlandschap van Noord-Brabant. Tilburg. Koopmanschap, H.J.L.C., Colijn, J.E. en Teekens, P.C., 2016: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Gedempte Haven te Waalwijk. Antea Group Archeologie 2016/54. Antea Group, Oosterhout. Krekelbergh, N.J., 2009: Waalwijk, plangebied plangebied Besoyen. Archeologisch vooronderzoek (verkennende fase). BAAC-rapport V-09.0001. BAAC, ’s Hertogenbosch – Deventer. Looveren, V. Van, en Koopmanschap, H.J.L.C., 2019: Bureauonderzoek. Rioleringen kern Waalwijk. Antea Group Archeologie 2019/140. Antea Group, Oosterhout. Looveren, V. Van, en G. Sophie, 2020. Plan van Aanpak inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen; Gedempte Haven 2021 te Waalwijk. Antea Group, Oosterhout. Miedema, F.R.P.M. en Schorn, E.A., 2008: Gemeente Waalwijk, Kerkstraat 7 te Waalwijk. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC-rapport V-07.0455. BAAC, ’s Hertogenbosch – Deventer.
Blad 44 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. TNO, Utrecht. Nuenen, F. van, 2006: Waalwijk Taxandriaweg. Archeologische begeleiding verlegging stamriool. BAAC-rapport 05.246. BAAC, ’s Hertogenbosch. Nuenen, F. van, 2007: Waalwijk Grotestraat. Archeologische begeleiding nabij de Nederlands Hervormde Kerk. BAAC rapport 07.0085. BAAC, ’s Hertogenbosch. Tump, M., 2009: Waalwijk, Kerkstraat 7. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. BAAC rapport A-08.0184. BAAC, ’s Hertogenbosch. Vercauteren, F., 1997: Verkeer en vervoer in de Midden-Langstraat voor circa 1880. Een balans. In: Groot, T. de, Rosendaal J. en Vercauteren F. (eds), Tijdschrift voor de Heemkundekring “De Erstelinghe” 21. Vos, P. en Vries, S. de, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.aardeopdekaart.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.atlasleefomgeving.nl • www.pdok.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl
Blad 45 van 47
Antea Group Archeologie 2021/33 Het Erfgoed van de Haven Waalwijk nader bekeken projectnummer 464630 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Waalwijk
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. .............................1 Afbeelding 2. Uitsnede van de topografische kaart met hierop het plangebied in het rood en het onderzoeksgebied in het blauw (bron: ESRI Nederland). ..................................................................7 Afbeelding 3. Luchtfoto van het plangebied met in het rood het plangebied (Bron: ESRI Nederland).........................................................................................................................................8 Afbeelding 4. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in het rood het plangebied (bron: pdok). ..............................................................................................................................................10 Afbeelding 5. Uitsnede van het AHN met in het rood het plangebied (bron: www.ahn.nl) (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog)). ................................................................................................11 Afbeelding 6. Uitsnede van de bodemkaart met in het rood het plangebied (bron: pdok/STIBOKA). ...............................................................................................................................12 Afbeelding 7a.
Uitsnede van de kaart van Sluyter uit 1562 met de globale ligging van het plangebied in het rood (bron: kaartencollectie van het nationaal archief). ...................................15 Afbeelding 8b. Uitsnede van de kadatrale minuut zoals gepubliceerd in 1832. Duidelijk zichtbaar is het rechte verloop van de haven, het liggende deel van de latere laars ontbreekt hier nog (beeldbank RCE). .............................................................................................................................15 Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1850 (bron: www.topotijdreis.nl). .............16 Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis). ...............17 Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis). ...............17 Afbeelding 12. Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart met in het rood het plangebied (bron: gemeente Waalwijk). ...................................................................................24 Afbeelding 13. ABC Model ...............................................................................................................30 Afbeelding 14. Conceptontwikkelingsproces. .................................................................................30 Afbeelding 15. De opbouw van een verhaal door middel van vijf fasen.
........................................31 Afbeelding 16. Beheersaspecten GIKOT van een project. ...............................................................34 Afbeelding 17. Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links vanaf boorpunt 6, blik naar het zuiden op de kerk aan de haven; rechts bij boorpunt 3, blik naar het westen. (foto’s: Antea Group). ..................................................................................................................................39 Afbeelding 18. Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links vanaf boorpunt 7, blik naar het zuiden; rechts bij boorpunt 1, blik naar het westen. (foto’s: Antea Group). ....................39 Afbeelding 19. AHN van het plangebied, met in oranje de hoge (opgehoogde) delen en in groen de lagere delen (voormalige havenbak). .........................................................................................42 Afbeelding 20. Advieskaart voor het plangebied. ...........................................................................43 Bijlagen Archeologische perioden Beschrijving van de archeologische perioden AMZ-cyclus Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Boorbeschrijvingen Beschrijving en weergave van de boorprofielen Kaartbijlagen 464630-ARCHIS 464630-S1
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten Boorpuntenkaart met gezette boringen
Blad 46 van 47
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Bijlage 3: Boorprofielen
Projectnaam: Waalwijk Haven Projectnr. 464630.100
Boring:
1
Boring:
3
Datum:
17-2-2021
Datum:
17-2-2021
Boormeester:
Gerjan Sophie
Boormeester:
Gerjan Sophie
X-coördinaat:
132169,79
X-coördinaat:
132223,68
Y-coördinaat:
411420,96
Y-coördinaat:
411409,60
Maaiveldhoogte: NAP 2,678
m
Maaiveldhoogte: NAP 2,791 0 (30)
250 30 (30) 60
200 (40)
100
m
groenstrook
(05 ) 5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor
(30)
Edelmanboor 250
35 (15) 50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Veel gevlekt geelbeige, AC-horizont Zand, matig grof, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor, Weinig gevlekt bruingrijs, C-horizont, moedermateriaal
(50)
200 100 (20)
Boring:
5
Boring:
6
Datum:
17-2-2021
Datum:
17-2-2021
Boormeester:
Gerjan Sophie
Boormeester:
Gerjan Sophie
X-coördinaat:
132158,91
X-coördinaat:
132242,27
Y-coördinaat:
411374,05
Y-coördinaat:
411382,31
Maaiveldhoogte: NAP 2,836 0
0
(30) 30
(45)
-50
(45)
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, bruinbeige, Edelmanboor, Opgebracht, Veel gevlekt
120
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor, Gestaakt, C-horizont
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor
(0 55 )
klinker Edelmanboor
(40)
250 45 (550) (20) 70
75
-100
Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor, Opgebracht, opgebrachte grond
m
groenstrook
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Veel gevlekt geelbeige, AC-horizont
klinker
Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor, Opgebracht, opgebrachte grond Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt, Veel gevlekt grijsbeige
Zand, matig grof, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor, Weinig gevlekt bruingrijs, C-horizont, moedermateriaal
120
Boring:
7
Boring:
8
Datum:
17-2-2021
Datum:
17-2-2021
Boormeester:
Gerjan Sophie
Boormeester:
Gerjan Sophie
X-coördinaat:
132315,36
X-coördinaat:
132166,02
Y-coördinaat:
411382,89
Y-coördinaat:
411330,15
Maaiveldhoogte: NAP 1,645
150
m
Maaiveldhoogte: NAP 2,551 0
berm
(35)
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor
0
250
(70)
35
100
(75)
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, sporen plastic, grijsbruin, Edelmanboor, Veel gevlekt grijsbeige
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten plastic, sporen puin, donker grijsbruin, Edelmanboor, Weinig gevlekt geelbeige, A-horizont, bouwvoor
70
Zand, uiterst fijn, zwak siltig, sporen baksteen, brokken klei, donker, Edelmanboor (90)
groenstrook
200
150
110
50
m
(70)
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor, Brokjes BC??, Veel gevlekt geelbeige, Weinig gevlekt beigeoranje, AC-horizont, omgewerkte grond
140
100
(30) 170
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten klei, bruingrijs, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal
200
Schaal: 1: 40
getekend volgens NEN 5104
Projectnaam: Waalwijk Haven Projectnr. 464630.100
Boring:
9
Boring:
10
Datum:
17-2-2021
Datum:
17-2-2021
Boormeester:
Gerjan Sophie
Boormeester:
Gerjan Sophie
X-coördinaat:
132201,64
X-coördinaat:
132239,93
Y-coördinaat:
411333,63
Y-coördinaat:
411315,59
Maaiveldhoogte: NAP 2,576
m
Maaiveldhoogte: NAP 2,436 0
250
(30) 30 (20) 50
200 (60)
150
Schaal: 1: 40
m
groenstrook
0
groenstrook
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor
(35)
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Veel gevlekt geelbeige, AC-horizont
35
200
(35)
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen klei, sterk baksteenhoudend, Edelmanboor, Gestaakt
70
Zand, matig grof, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal
110
getekend volgens NEN 5104
Legenda (NEN 5104 en ASB)
laaggrens (wordt bepaald voor de ondergrens van de beschreven laag)
< 0,3 cm D 0,3 - < 3 cm E > 3 cm
scherpe overgang overgang geleidelijk diffuse overgang
amorfiteit veen (veraardheid)
? zwak amorf A matig amorf @ sterk amorf
niet tot zwak veraarde resten structuur nog zichtbaar sterk veraard, structuurloos
gezeefd traject
Kaartbijlagen
131500
132000
132500
133000
,000000
,000000
412000
412000
,000000
,000000
,000000
,000000
4576511100 4570477100 4018842100
4582798100
2103507100
3975273100
! ( 2450447100
! (
2105419100
! ( 1057291
! (
2197663100
! ( 2147620100
2199242100
2351870100 2178782100
2154968100
! (
! (
Vondstlocaties
! (
Vondstmeldingen
2178628100
2416338100
! ( 2389617100
( 2231041100 ! (!
2406553100
4732322100
Onderzoeksmeldingen
0 25 50
Monumenten WAARDE
4042567100 4042575100
Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde
! (
D0
1089373
NR
DATUM
Definitief
1073238
N. Hendrikx PROJECTLEIDER
J. Colijn
Archeologisch bureauonderzoek Gedempte Haven te Waalwijk
,000000
132500
,000000
FORMAAT
A3
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
Definitief
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten 2123977100
SCHAAL
1:5.000
DATUM
8-2-2021
KAARTTITEL
132000
GET.
GIS SPECIALIST
PROJECTOMSCHRIJVING
% NH
WIJZIGING
Gemeente Waalwijk
Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd ,000000
8-2-2021
100 150 200 Meters
OPDRACHTGEVER
! ( 2086377100 ! ( 1073239
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
131500
! ( 2196083100
4574698100
2199923100
2067244100
! (
3259962100 2081881100
Legenda Plangebied
! ( 2204888100 ! ( 1087106
1071440 2967333100
1 van 1
D0
www.anteagroup.nl
! ( KAARTNUMMER 2099734100 ! ( 0464630.100-ARCHIS Esri Nederland, Community Map Contributors 1082757
133000
C:\Users\d10288\OneDrive - Antea Group\Projecten\0464630.100\0464630.100-ARCHIS.mxd
,000000
,000000
! ( 2023058100
1070396 2105427100
2792713100 4574340100 ! (
2217686100
411000
! (
411500
411500
! ( 2048103100 ! ( 1089329 4827499100
3993700100
,000000
1089745
2127710100
2106172100
411000
! (
,000000
,000000
2398721100
411400.000
411300.000
Boorpunt voorgaand onderzoek boorpunten
132300.000
132200.000
132200.000
132300.000
plangebied
ycoord
1
132167.62767919764 411423.19532781845
2
132297.12906496716 411439.48663781746
3
132222.37624927127 411415.05225228355
4
132284.50214853112 411402.1299426825
5
132158.9115024455
6
132243.75567383406 411382.30990912387
7
132315.65036735055 411382.4158481868
OPDRACHTGEVER
gemeente Waalwijk
Colijn Jori, J.E. PROJECTOMSCHRIJVING
Waalwijk Haven
132164.57408621506 411328.99240969296
9
132205.67978487577 411332.4907670258
10
132241.0350175069
Boorpuntenplan incl boorpunten vorig onderzoek
KAARTNUMMER
411315.8553592061
DATUM
02-02-2021 STATUS
KAARTTITEL
xxxx
SCHAAL
Looveren Valerie, V. van PROJECTLEIDER
411374.04717509315
8
GIS SPECIALIST
concept
FORMAAT
A4 BLAD IN BLADEN
1 van 1 WIJZ.NR
D0
www.anteagroup.nl
www.anteagrou R:\00460000\00464630\Waalwijk Haven.qgz
411400.000
132100.000
132100.000
boorpuntnr xcoord
411300.000
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al bijna 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. (0162) 48 70 00 E. jori.colijn@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl