CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Zienswijze

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (Gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk”11.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente

Waalwijk

Ingekomen

Raad van de gemeente Waalwijk

26 JULI 2022

Postbus 10150

5140 GB

Waalwijk

Waalwijk 26 juli 2022

Geachte Raad,

Als bijlagen doe ik u toekomen:

-Zienswijze op ontwerpbestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk” dd 25-07-2022 Zienswijze op ontwerpbestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk” dd 22-02-2021 en -Inspraakreactie op voorontwerp-bestemmingsplan “Waalwijk Sint-Clemenskerk” dd 03-08-2020

Met vriendelijke groet,

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Waalwijk, 25 juli 2022

Aan de raad van de gemeente Waalwijk, Postbus

10150,

5140 GB

Waalwijk.

Onderwerp: zienswijze op ontwerpbestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk”

Geachte raad,

Met ingang van 16 juni j.l. hebt u het ontwerpbestemmingsplan “Waalwijk, Sint(geanonimiseerd) Clemenskerk” met bijbehorende documenten ter inzage gelegd. Ondergetekenden, mn

en (geanonimiseerd) HEN (geanonimiseerd) BN onence te (geanonimiseerd) HN (geanonimiseerd) MN en gebruik maken van de mogelijkheid een zienswijze hierop te geven. 1.

Algemeen

Op voorhand willen wij benadrukken dat, voor zo ver er geen sprake is van aanpassingen ten opzichte van de eerder ter inzage gelegde ontwerpversie, onze eerdere zienswijze d.d. 22 februari 2021 (bijgevoegd als bijlage) als hier ingelast dient te worden beschouwd. Waar wij dat nodig achten zullen wij die onderstaand nog expliciet benoemen doch het ontslaat u wat ons betreft niet van de verplichting tot becommentariëring van onze eerder

ingediende zienswijzen. Het valt niet ons te verwijten dat telkens weer sprake is van aanpassingen in de planopzet. Sterker nog, wat ons betreft is het kenmerkend voor de wispelturigheid in zowel de invulling van het plan als het proces ervan.

Voor ons als inwoner van deze gemeente is niet te bevatten het gemak waarmee aan deze aanpassingen en wijzigingen medewerking wordt verleend zonder oog en oor te hebben voor geluiden uit de directe omgeving.

Ditzelfde geldt voor de eerder ingediende inspraakreactie. In onze vorige zienswijze gaven wij al aan dat de wijze waarop daar door het college van burgemeester en wethouders op is gereageerd in de nota van inspraak en vooroverleg in hoge mate onduidelijk en bovendien verre van volledig is.

Het bevat, althans zeker voor ons, veel algemene reacties op de verschillende onderdelen, die door meerdere personen zijn ingebracht. Daarmee wordt voorbij gegaan op specifiekere opmerkingen op die punten, zoals wij die hebben benoemd, terwijl voorts blijkt dat op andere onderdelen in het geheel niet wordt ingegaan.

Wij zijn daar in onze eerdere zienswijze op terug gekomen, maar wij vragen ons wel af wat dan de waarde van inspraak nog is als niet op alle punten gereageerd of ingegaan wordt. In

elk geval vertrouwen wij er op dat de eerder door uw raad gehouden forumdiscussie hierover leidt tot een serieuze beoordeling van alle eerder en nu ingebrachte zienswijzen.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) en M's (geanonimiseerd) GEEN Namens

eveneens een zienswijze opgesteld. Wij dragen

daarvan kennis. Afgezien van onderstaande conformeren wij ons gelijktijdig aan (andere onderdelen van) die zienswijzen die derhalve als hier ingelast dienen te worden beschouwd. 1.1

Project

Het project voorziet er in om de Sint-Clemenskerk en de bijbehorende percelen aan de Loeffstraat te Waalwijk te transformeren naar een gebied met de volgende ontwikkelingen en/of functies:

=

in het kerkgebouw 17 (middeldure) koopappartementen;

« *

in de pastorie 6 (middeldure) koopappartementen; in de openbare ruimte 66 zorgwoningen waarvan er direct maximaal 14 zorgwoningen kunnen en mogen worden omgezet naar reguliere woningen.

Van enige ondersteunende en maatschappelijke functies is al geen sprake meer. In één van onze eerdere reacties op dit plan hebben wij gewezen op de onrealistische opzet van een plan met veel zorgappartementen. Vooral ook de onlogische locatie op de plek van de Clemenskerk is een aandachts- en zorgpunt van ons uit in uw richting geweest. Kennelijk is ons signaal gaandeweg het verstrijken van de tijd meer en meer juist gebleken. Het was, althans voor ons, toen al voorspelbaar, net zo voorspelbaar als nu al is dat een

dergelijk aantal zorgappartementen op deze locatie evenmin realistisch is. Voor ons is het niet meer of minder dan vanuit een sociaal motief en/of sociale doelstelling toewerken naar een ruimhartig aantal reguliere appartementen. Wij ‘voorzien’ dat dit namelijk het eindresultaat van het voorliggende project gaat zijn. Ook hier blijft voor ons onbegrijpelijk het gemak waarmee het gemeentebestuur hieraan kennelijk medewerking wil verlenen. Vanuit de beperking dat er direct enkel 14 woningen kunnen worden omgezet blijven wij vraagtekens zetten of er uiteindelijk niet alsnog meerdere appartementen worden omgezet naar reguliere in plaats van zorgappartementen. Ons gelijk in de inmiddels al doorgevoerde verschuivingen van het aantal zorg- naar

reguliere appartementen / woningen is een duidelijk signaal waarvan wij enkel maar kunnen hopen dat uw raad dit ook gaat inzien en onderkennen.

Van de basis op grond waarvan de ontwikkelende partij in het verleden de inschrijving heeft gewonnen is niet bepaald veel meer over. Indien blijkt -wat ons betreft wijst alles daar op— dat wij het gelijk aan onze kant hebben, dan kan achteraf enkel worden geconcludeerd dat het ontwikkelingsrisico niet bij de ontwikkelaar ligt, maar bij de omwonenden. In die zin doen wij nadrukkelijk een appèl op uw raad om het belang van de

omwonenden te laten prevaleren boven dat van de ontwikkelende partij. Hoe dan ook, het programma is dan weliswaar gewijzigd, maar de impact op de omgeving zeker niet. De omgeving van de huidige Clemenskerk zal ingrijpend veranderen. In algemene zin waren wij er al van overtuigd dat het vraagstuk rond de financiële haalbaarheid van het plan bepalend is voor de omvang van het programma. Met de aanpassingen in het programma minder — zorg- en meer reguliere appartementen bevestigt

dit onze overtuiging dat deze scheefgroei ten opzichte van het primaire plan enkel zal toenemen. Zoals gesteld sluiten wij allesbehalve uit dat het project uiteindelijk alleen maar

gaat voorzien in reguliere koop- en/of huurappartementen.

Zoals wij eerder al hebben aangegeven is in het kader van de planologische (on)mogelijkheden relevant of wordt voldaan aan het criterium van de goede ruimtelijke ordening. Wij hebben hierbij grote vraagtekens nu aan de oost- en zuidzijde wordt gekomen tot een enorme bouwmassa

en fors bouwvolume

Meer specifiek voor ons geldt dat op relatief korte afstand een complex komt van maar liefst circa 80m lang en een maximale bouwhoogte van 12,5m

Evident is dat dit een stevige inbreuk op de omgeving betekent, onze privacy behoorlijk zal aantasten en het (uit)zicht in negatieve zin fundamenteel zal veranderen. In alle oprechtheid vragen wij ons af of u een complex met een lengte van 80m en een hoogte van 12,5m kort op uw eigen achtertuin acceptabel zou vinden. Het ontneemt ons in elk geval het uitzicht op en de beleving van de monumentale kerk.

Afgezien daarvan is en blijft de maatvoering op dit onderdeel in hoge mate misleidend. Onderstaand komen wij daar nog op terug.

Nu bouwmassa en bouwvolume naar onze stellige overtuiging vanwege de haalbaarheid bepalend wordt hebben wij het gevoel dat de aantasting van de omgeving niet dan wel in hoge mate onvoldoende is afgewogen. De tekst in de toelichting dat hiermee wordt aangesloten op de in de omgeving aanwezige

bebouwing is naar onze mening apert onjuist. Wij zijn dan ook benieuwd in hoeverre uw raad deze stelling onderschrijft. Dat kan toch niet waar zijn lijkt ons! 1.2

_ Voorzieningen

Het plan is en blijft in hoge mate gebaseerd op de realisatie van zorgappartementen. De zorgvoorzieningen zijn inmiddels grotendeels verleden tijd. In zorgappartementen met

afgeleide voorzieningen echter is in de wijk Baardwijk al ruimschoots voorzien. Nog afgezien van verpleeghuis Eikendonk is specifieker het multifunctionele gebouw BalaDe relevant. Het gebouw is nota bene vernoemd naar de beginletters van de wijk Baardwijk / Laageinde / De Hoef in Waalwijk en daarom zo passend voor een plek die bewoners van de wijk, bewoners van het gebouw en dienstenaanbieders aan zich verbindt, zodat ze elkaar in vrijheid kunnen ontmoeten. Er vinden kruisbestuivingen tussen wonen, welzijn, zorg, onderwijs en kinderopvang plaats. Het gebouw is een ontmoetingsplek voor (wijkbewoners onderling, bewoners en organisaties.

Daarmee lijkt eerder sprake van een concurrerende ontwikkeling dan van een aanvullende die kan worden

onderbouwd

vanuit behoefte.

1.3 Regels en verbeelding versus toelichting In de plantoelichting is aangegeven dat het project in totaal voorziet in 23 (reguliere) koopappartementen en in 66 zorgwoningen waarvan er direct maximaal 14 zorgwoningen kunnen en mogen worden omgezet naar reguliere woningen.

In totaal gaat het dus om 89 appartementen met een verhouding van 23 regulier en 66 zorg, waarbij een verschuiving mogelijk is van 37 regulier en 52 zorg. Deze flexibiliteit echter is in de voorschriften rechtstreeks geregeld. Het effect hiervan is dat de ontwikkelaar autonoom kan bepalen of hij hiervan gebruik maakt zonder dat uw

gemeente hier iets van kan vinden. Dat rijmt wat ons betreft niet met het beginsel van de rechtszekerheid. Op deze wijze kan er binnen het gebouw langs onze tuin een

functiewisseling worden doorgevoerd zonder enige vorm van beoordeling daarvan door uw gemeente.

Meer zorg echter hebben wij over de opgenomen maatvoering in samenhang met de omschrijving van het begrip ‘peil’. In de fase van het voorontwerp voorzag het plan met betrekking tot de beoogde nieuwbouw aan de oostzijde ervan, parallel aan ons perceel, in een oplopende bouwhoogte van 12 tot 16m.

Blijkens de toelichting wordt de eerste bouwlaag van dat gebouw verdiept aangelegd en wordt voor wat betreft het peil uitgegaan thans uitgegaan van een putdeksel in de

Loeffstraat. Hoe bizar kan het zijn. Belangrijker nog, hoe verhoudt deze benadering zich tot de definitie van het begrip peil onder 1.68 van de begripsomschrijvingen. Als burger moet ik nu kennelijk aannemen dat aan de gehanteerde begripsomschrijving dezelfde betekenis moet worden toegekend als de toepassing ervan door de putdeksel in de Loeffstraat. Wij ervaren dit als een gekunstelde constructie om de feitelijke bouwhoogte zogezegd te ‘beïnvloeden’.

Duidelijk mag zijn dat wij op inhoud echter onze vraagtekens zetten. Het verschil in peil ter plaatse van de putdeksel en het oostelijk beoogde gebouw is dermate dat sprake kan zijn van verdiepte aanleg. Wat betekent dit dan voor de waterhuishouding? In het

bestemmingsplan wordt nog geteerd op een wateradvies van 6 juli 2020. Toen echter was geen sprake van verdiepte aanleg. Blijkens de toelichting is op geen enkele wijze onderzocht wat de effecten van de verdiepte realisatie heeft voor de waterhuishouding in het algemeen en het grondwater in het bijzonder.

Voor onszelf kunnen wij niet anders constateren dan dat dit kenmerkend lijkt voor de onzorgvuldigheid waarmee dit plan tot stand is gekomen en kennelijk ook door het college is beoordeeld. In elk geval vragen wij ons af hoe zich dit verhoudt tot het zorgvuldigheids- en

rechtszekerheidsbeginsel van ons als omwonende. 2.

Gemeentelijk beleid

2.1 Ruimtelijke ordening Voor ons is en blijft uiterst discutabel of de ontwikkeling wel past binnen het gemeentelijk beleid. Vanuit de centrale thema's is relevant de karakteristieke kernen en hun omgeving.

Zo kan de beschreven toetsing aan de strategische visie van uw gemeente toch niet of nauwelijks worden aangemerkt als een feitelijke toetsing. Voor ons is het niet meer of minder dan een korte beschrijving van de gewenste situatie.

|

ke

De beschreven stelling dat daarmee de invulling optimaal stedenbouwkundig en ruimtelijk wordt ingepast ervaren wij zeker niet als rechtvaardig en steekhoudend. De bouwmassa en het bouwvolume is allesbehalve passend in de omgeving en bovendien wordt daarmee het

zicht op een rijksmonument drastisch beperkt en op onderdelen zelfs in het geheel weg genomen. Om daar van te beweren dat sprake is van een optimale inpassing vinden wij

ongepast en apert in strijd met het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Met verwijzing naar het gestelde onder het aspect ‘geluid’ in onze zienswijze willen wij benadrukken wij dat wij het heel bijzonder vinden dat een omvangrijke ontwikkeling als deze wordt aangemerkt als het invullen van een open plek. In onze perceptie gaat het dan meer over (kleinschaligere) open ruimtes tussen bestaande bebouwing. Met dit initiatief echter wordt een verbindingspad tussen kerk en kerkhof dichtgezet met grootschalige appartementencomplexen! Bedenkelijk wat ons betreft. Ook in onze inspraakreactie hebben wij al aangegeven dat voor wat betreft de structuurvisie de benadering in de plantoelichting een merkwaardige is. Het is opnieuw eerder het

toeschrijven naar het wensbeeld dan dat feitelijk en op basis van behoeftegegevens wordt onderbouwd waar het programma op gebaseerd is en op grond van welke ruimtelijke afwegingen dan juist deze locatie een geschikte is. Geconstateerd

moet worden dat niet is beoordeeld

of aan de in de structuurvisie

gepresenteerde duurzaamheidsladder kan worden voldaan.

De principes van deze

duurzaamheidsladder houden onder meer in dat vóór de aanvang van ruimtelijke

ontwikkelingen bij woningbouwprojecten geconcretiseerd dient te zijn welke duurzame maatregelen worden genomen (waar mogelijk via de methode van de zogenaamde Gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR).

In de toelichting is aangegeven dat de woningen bij onderhavig ontwikkelingsplan energieneutraal worden ontwikkeld. De exacte maatregelen worden in goed overleg afgestemd tussen ontwikkelaar en bewoners en voor de aanvang van de bouw van de woningen zijn de concrete maatregelen uitgewerkt.

Dit past niet binnen het door de gemeente geformuleerde beleid dat vóór de

ruimtelijke ontwikkeling geconcretiseerd dient te zijn welke duurzame maatregelen

worden genomen.

De opmerking dat dit eerst geconcretiseerd wordt vóór aanvang van de bouw strookt niet met uw eigen beleid.

Het plan voorziet er in dat er onder voorwaarden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan. Dit staat vrijwel haaks op recent planologisch beleid van uw gemeente, zoals verankerd in het bestemmingsplan Gemengd gebied. De reden waarom dit thans weer wel mogelijk wordt gemaakt en de effecten daarvan op met

name de aspecten verkeer en parkeren blijft, althans voor ons, onvoldoende duidelijk. Wij kunnen niet anders dan concluderen dat binnen verschillende beleidsvelden nog altijd sprake is van strijdigheid met dan wel onvoldoende toetsing aan vastgesteld en geldend beleid van de gemeente.

Hoewel wellicht vanuit de planologie minder relevant, maar toch vragen wij ons af in

hoeverre wordt geborgd dat ook naar de toekomst aan het gemeentelijke beleid wordt voldaan, met andere woorden hoe wordt geborgd dat de goedkope woningen ook in de toekomst goedkoop blijven. 2.2

Verkeer / parkeren

In onze inspraakreactie hebben wij benoemd dat voor wat betreft de verkeersafwikkeling er van uitgegaan wordt dat de spreiding plaatsvindt op basis van 50% naar de oostkant en 50% naar de westzijde. Wij constateren dat op dit punt nog altijd enkel sprake is van een

aanname, die niet is gebaseerd op feiten. Waarom is hiervoor geen objectief onderzoek uitgevoerd?

Gelijktijdig achten wij van belang de bereikbaarheid van de nieuwbouwwoningen. Het complex wordt slechts aan één zijde ontsloten. Dit heeft dan nogal wat impact op de omgeving van de oostelijk van het plangebied gelegen percelen / woningen (waaronder dus onze woning)

Ten aanzien van het parkeren is de algemene tendens dat het aantal parkeerplaatsen min of meer bepalend is en tenminste een belangrijk toetsingskader behoort te zijn voor de haalbaarheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit geldt zeker ook binnen de gemeente Waalwijk die hiervoor een separaat bestemmingsplan parkeren voor heeft vastgesteld. In de context van parkeren geldt het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren Waalwijk. In artikel 5 van dat plan is bepaald dat bij een gebruiksverandering of de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen, indien de omvang of de bestemming van een

gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel, waarbij voor de

bepaling van het aantal parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen voor auto's 'in voldoende mate' betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in een gemeentelijke parkeernota.

In datzelfde bestemmingsplan is bepaald dat onder een bouwperceel moet worden verstaan een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

De conclusie kan dan ook niet anders zijn dan dat de plandelen in het voorliggende

bestemmingsplan met de bestemming ‘Verkeer— verblijf’ niet daaronder begrepen kunnen worden (tenslotte is hierop geen bebouwing toegestaan).

Dit klemt temeer nu het kerkplein al sinds mensenheugenis behoort tot de openbare ruimte. Enige jaren geleden heeft de gemeente nota bene zelf aangegeven dat het

plein/parkeerterrein door verjaring openbaar is geworden. Hoe kan het dan zijn dat dit gebied thans weer wordt aangemerkt als privaat gebied. Niet enkel is dit juridisch niet mogelijk (verjaard = verjaard), maar het wordt in het onderhavige plan naar onze overtuiging ten onrechte ingezet om daarmee te legitimeren dat parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd.

In werkelijkheid echter gaat het hier nadrukkelijk om bestaand openbaar gebied. Zoals

in de zienswijze van (geanonimiseerd) BNN (geanonimiseerd) MN is aangegeven is dit door uw gemeente zelf bevestigd.

De nota parkeernormen van uw gemeente schrijft voor dat, om de parkeerdruk in de directe omgeving te bepalen, (in opdracht en voor rekening van de aanvrager) een parkeeronderzoek moet uitgevoerd worden.

De gemeente bepaalt vooraf de onderzoeksvoorwaarden. Voor het bepalen van de

onderzoekstijdstippen wordt als vertrekpunt de tabel ‘aanwezigheidspercentages’ uit bijlage 3 van de parkeernormennota genomen. 4.6 bepalen het onderzoeksgebied.

De loopafstanden opgenomen in paragraaf 4.5 en

De reden waarom in de context van het nu voorliggende plan geen parkeeronderzoek is gevraagd noch uitgevoerd is ons niet bekend. Hoe dan ook, naar onze overtuiging wordt met het ontbreken van een parkeeronderzoek afgeweken van het bepaalde in de nota parkeernormen.

Uit onderzoek is ons gebleken dat uw gemeente bij een initiatief voor enkele woningen expliciet om een dergelijk onderzoek heeft gevraagd. Wat maakt dan dat dit voor 89 woningen niet wordt gedaan. In elk geval zien wij in de bijlagen van de stukken geen parkeeronderzoek. Voor het belang hiervan willen wij u nog attenderen op een uitspraak van de Rechtbank Zeeland West-Brabant d.d.

2 februari 2021, zaaknummers

BRE 19/5447 WABOA

en

BRE19/5448 WABOA met betrekking tot een casus op een steenworp afstand. Die uitspraak laat naar onze overtuiging aan duidelijkheid niets te wensen over. De in de plantoelichting genoemde parkeernormen roept bij ons eveneens vraagtekens op daar waar het gaat om de juistheid ervan.

Specifiek voor de 24 zorgwoningen wordt uitgegaan van een gemiddelde norm van 0,4 (bezoekers). In bijlage 2 van de parkeernormennota is een dergelijke aanname enkel terug te vinden bij kamerverhuur aan studenten. Een betere aansluiting zou eerder uitkomen bij een serviceflat (1,0) of een verpleeghuis (0,7). Van een correct uitgangspunt voor de toe te passen norm op dit punt is in onze beleving geen sprake. Voor een reguliere woning geldt een norm >2. Ook deze wordt in de opzet niet gevolgd.

Breder bezien zetten wij vraagtekens bij de wijze van berekening. Alsje binnen de gemeente Waalwijk een woning bouwt, dan bedraagt de uiteindelijke norm het afgeronde getal naar boven. Voorbeeldstellend betekent de norm van 2,9 dat drie parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Uitgaande van deze benadering zou het gaan om meer parkeerplaatsen dan waarin het plan voorziet.

Afgezien van het aantal parkeerplaatsen kunnen wij enkel concluderen dat alle

parkeervoorzieningen in bestaand openbaar gebied worden aangelegd, dat niet is gebleken dat oplossingen in, op of onder de bebouwing niet mogelijk zijn, dat geen parkeeronderzoek is uitgevoerd en meer algemeen, dat fundamenteel wordt afgeweken van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren Waalwijk’ in combinatie met de nota Parkeernormen Waalwijk.

Voor ons blijft dan ook aan de orde de vraag hoe kan het dan zijn dat de gemeente thans bereid is medewerking te verlenen aan dit plan terwijl vast staat dat niet kan worden voldaan aan het vereiste aantal parkeerplaatsen.

Daarbij wordt zelfs verondersteld dat kennelijk

sprake gaat zijn van meervoudig gebruik van parkeervoorzieningen. Voorheen werd

gesproken over drievoudig gebruik. Door het toevoegen van extra parkeerplaatsen wordt dit nu kennelijk ondervangen.

Feitelijk echter wordt enkel onderkend dat sprake is van een te hoge parkeerbelasting. Dat dit dan vervolgens zonder onderzoek wordt toegestaan in een bestaande woonomgeving is voor ons niet enkel onbegrijpelijk, doch brengt grote onzekerheid en/of risico's met zich dat er in de (directe) omgeving niet sprake gaat zijn van onevenredige parkeeroverlast.

U zult begrijpen dat wij grote zorgen hebben daar waar het gaat om de verkeersafwikkeling en de parkeerdruk. Sterker nog, vanwege de gesignaleerde afwijkingen en aannames achten wij het volstrekt niet kunnen dat een en ander zonder nader onderzoek wordt toegestaan. Voor ons is het zeer de vraag of dit voor de Loeffstraat als woonstraat c.q. woonerf überhaupt wel toelaatbaar is.

Tot slot voegen wij hieraan toe dat het toevoegen van extra parkeerplaatsen ten koste gaat van groen en wellicht ook de speelvoorziening aan de Pastoor van der Zijlestraat. 3.

Omgevingsaspecten 3.1

_ Milieu-effectrapportage

In de toelichting is opgenomen dat voor stedelijke ontwikkelingsprojecten als hier aan de orde een vormvrije mer-beoordelingsnotitie is opgesteld, die als bijlage bij het plan is gevoegd. Deze notitie echter bevat in hoge mate dezelfde inhoud als de plantoelichting. Dit is niet de doelstelling van een mer-beoordeling. Deze hoort voorafgaand aan het plan te zijn opgesteld om op basis daarvan te kunnen concluderen wat de effecten van het voorgenomen initiatief zijn. Op deze wijze lijkt het document een soort van farce. Ook dit achten wij kenmerkend voor de onzorgvuldigheid van dit proces. 32

Geluid

Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoeksrapport blijkt dat op verschillende punten de maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden. Tevens is aangegeven dat een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde in principe niet wordt toegestaan door de

Wgh. Om toch woningbouw te kunnen realiseren is het mogelijk de geveldelen ter plaatse van deze toetspunten als "dove gevel" conform de Wgh uit te voeren.

Een "dove gevel" is namelijk geen gevel volgens de Wgh. Dit betekent derhalve dat er geen te openen delen (ramen en deuren) in deze gevels zijn toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.

Blijkens de toelichting zijn draaiende delen echter voor de vereiste spuiventilatie noodzakelijk. Wat met de opmerking bedoeld wordt dat hier in de plattegrond rekening mee

dient te worden gehouden is ons niet duidelijk. Ook bij het gedeeltelijk “doof” uitvoeren van een gevel is kennelijk nader overleg met de gemeente vereist.

Dit kan daarentegen geen oplossing vormen die voldoet aan de Wgh. Of de gevel is doof of die is dat niet. Zolang het resultaat van het overleg met de gemeente niet tot een standpunt

heeft geleid kan geen ontwerp van een bestemmingsplan ter visie worden gelegd. Nu in dit geval meteen de ontwerp-beschikking hogere grenswaarde ter inzage is gelegd is

daartegen een zienswijze bij het college van burgemeester en wethouders ingediend. Om u als raad hierin mee te nemen is van belang dat voor de betreffende toetspunten geldt dat

het mogelijk is om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de aanvullende eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Conform uw beleid kan pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wgh en aan minimaal één van de in het beleidsstuk genoemde subcriteria.

De onderbouwing om in te stemmen met een hogere waarde dan maximaal toelaatbaar is wordt gevonden in het volgende: * ten aanzien van de appartementen in de kerk wordt een geluidluwe gevel gecreëerd en meer dan één geluidluwe gevels geaccepteerd; het argument wordt gevonden in de transformatie van de kerk! Er is echter maar een conclusie: die appartementen beschikken slechts over één of twee buitengevels (tenslotte worden ze inpandig gerealiseerd); het kan toch niet zijn dat die appartementen enkel aan de binnenzijde

ramen open kunnen doen, maar dit is wel waarmee wordt ingestemd! *__voor de appartementen, die in de omgeving van de kerk worden beoogd, is sprake van het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing. Daarmee voldoen naar de opvatting van het college alle appartementen aan één van de gestelde subcriteria uit het gemeentelijk geluidbeleid. Voor ons is deze benadering onaanvaardbaar.

Voor wat betreft de appartementen in de kerk verwijzen wij naar bovenstaande.

Daar waar het gaat om de uitleg dat hier sprake is van het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing maken wij ernstig bezwaar.

Enerzijds is hier sprake van een

pad dat de kerk verbindt met het achtergelegen kerkhof met een strook grond, dat is gelegen achter bestaande bebouwing, en niet zozeer van een open plek. Anderzijds is dit eerder

bouwen op een achterterrein (wat de gemeente Waalwijk onder de werking van het plan Gemengd gebied als volstrekt ongewenst heeft uitgesloten). De bebouwing vindt plaats ter hoogte van de achterpercelen van zowel de Loeffstraat, de Hofstad en de Pastoor van der

Zijlestraat. Dat is invulling van achterterreinen en niet van een open plek.

Wij constateren op basis van het geldende beleid dat niet kan worden gekomen tot een ontheffing hogere waarde als hier aan de orde. Dit klemt temeer omdat juist door de bouwmassa en het bouwvolume onze omgeving ingrijpend gaat veranderen.

Ook op dit punt sterkt het ons in onze overtuiging dat de ontwikkeling qua massa en volume meer is gebaseerd op de financiële haalbaarheid van het project dan dat de omgevingsaspecten van doorslaggevende betekenis zijn! Tot slot is er —-aanvullend ten opzichte van het voorontwerpplan— een akoestisch onderzoek

omgevingslawaai uitgevoerd, dit vanwege de aanwezigheid van de scouting en een kinderdagverblijf c.q. buitenschoolse opvang.

De conclusie is dat er sprake is van een zodanige geluidsbelasting op de gevels dat drie

gevels doof moeten worden uitgevoerd. In zichzelf ervaren wij het als bijzonder vreemd dat de gemeente medewerking verleend aan een appartementencomplex dat aan drie zijden doof moet worden uitgevoerd. Zou dan eigenlijk niet de conclusie moeten zijn, dat het initiatief als gevolg van de geluidseffecten niet of niet in deze vorm en opzet gerealiseerd kan worden.

Afgezien van onze opvatting op dit punt vinden wij het gelijktijdig merkwaardig dat in het onderzoek omgevingslawaai geen aandacht is geschonken aan de effecten van het weerkaatsen van het te hoge geluidsniveau terug van het te realiseren gebouw naar ons perceel. In hoeverre leidt dit dan tot een extra geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie? Het niet onderzoeken ervan achten wij in strijd met de vereiste zorgvuldige voorbereiding. 3.3

Monument / cultuurhistorie

In het kader van het voorliggende initiatief is een cultuurhistorisch onderzoek van de SintClemenskerk uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit een bouwhistorisch opname gericht op het object en een onderzoek gericht op het object in haar context en de zeldzaamheid van dit gebouwtype. Het uitgevoerde bouwhistorisch onderzoek vormt een aanvulling daarop. De bouwhistorische opname en cultuurhistorische waardenstelling vormen gezamenlijk een kader voor de omgang met het rijksmonument.

Behoud van de verschijningsvorm van het kerkgebouw staat boven alle andere waarden. De verschijningsvorm is belangrijk vanwege o.a. de stedenbouwkundige waarden, inpassing van het gebouw op het kavel, de grootte van de kerk en de identiteit van Baardwijk. Een duurzame en op de monumentale waarde afgestemde herbestemming moeten de historische context behouden en laten herleven voor komende generaties. Een monument

zonder functie is een monument zonder toekomst. Aanpassingen zijn zeker niet onmogelijk.

Aangezien in dit geval een Rijksmonument wordt getransformeerd, zal in dat kader een afzonderlijke omgevingsvergunning moeten worden verleend.

Een mooie conclusie gebaseerd op de onderzoeken. Echter, die gaan enkel over het kerkgebouw en geven geen antwoord op de vraag wat de impact op de waarde van de verschijningsvorm van het kerkgebouw is met het omringen van hetzelfde kerkgebouw met grootschalige appartementencomplexen. 10

Dat kan toch niet worden aangemerkt als het zorgvuldig omgaan met monumentale waarden. Een herbestemming van het kerkgebouw prima, maar het ontnemen van het uitzicht op dat kerkgebouw aan twee van de vier zijden kan toch geen bijdrage zijn aan het behoud van de verschijningsvorm ervan! 34

Groen

Op ons perceel zijn (geanonimiseerd) BN waardevolle bomen aanwezig. Niet duidelijk is wat het effect gaat zijn van ingrepen die van invloed zijn op het grondwater en daarmee wellicht ook op onze bomen.

Gezien de boomeffectanalyse en meer specifiek de verschillende adviezen blijft voor ons ongewis of en zo ja, welke impact de ontwikkeling op de in onze achtertuin aanwezige waardevolle

bomen

heeft.

Op ons perceel staan (geanonimiseerd) B waardevolle rode beuken (Fagus sylv. ‘Purpurea'). Momenteel (geanonimiseerd) bomen in goede conditie, maar volgens boomverzorgingsbedrijf Van der Steen zijn BN zullen deze gevoelig en kwetsbaar zijn/worden bij wijziging van de waterhuishouding en/of de grondwaterstand. Nu hieraan geen aandacht is gegeven in de boomeffectanalyse is naar onze mening sprake

van een onvolledige onderzoeksrapportage en daarmee een onzorgvuldige voorbereiding.

Resumerend:

« __ hebben wij grote bezwaren tegen de gepresenteerde herontwikkeling van en rond de Clemenskerk te Baardwijk; * constateren wij dat op diverse onderdelen niet wordt voldaan aan het (gemeentelijk) beleid;

* _ zetten wij vraagtekens bij de uitwerking van de verschillende omgevingsaspecten; *_ verwachten wij grote schade, overlast e.d. te ondervinden van deze ontwikkeling; »_ verzoeken wij u nadrukkelijk het plan te heroverwegen en vooral ook te beperken tot een herontwikkeling en herinvulling van de kerkfunctie

Met klem verzoeken wij u onze zienswijze gegrond te verklaren en niet over te gaan tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk”.

(geanonimiseerd) (geanonimise rd) Met vriendelijke groet,

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

11

Waalwijk, 22 februari 2021

Aan de raad van de gemeente Waalwijk, Postbus 10150,

5140 GB

Waalwijk.

Onderwerp: zienswijze op ontwerpbestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk”

Geachte raad,

Met ingang van 14 januari j.l. hebt u het ontwerpbestemmingsplan “Waalwijk, Sint(geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Clemenskerk” ter inzage gelegd. Ondergetekenden, GE wonende te Waalwijk, Loeffstraat 62, willen gebruik maken van de mogelijkheid een zienswijze hierop te geven. 1.

Algemeen

1.1

Project

Het project voorziet er in om de Sint-Clemenskerk en de bijbehorende percelen aan de Loeffstraat te Waalwijk te transformeren naar een gebied met de volgende ontwikkelingen en/of functies:

*

«

*

in het kerkgebouw: >

realiseren van 12 zorgappartementen;

> >

huisvesting van een apotheek en praktijkruimten; realiseren van een grand-café/restaurant;

in de pastorie: >

4 zorgappartementen;

>

kantoorruimte;

in de openbare ruimte:

>

realiseren van in totaal 52 woonzorgappartementen;

>

realiseren van maximaal 14 huur- en/of koopappartementen met de mogelijkheid om die eventueel om te zetten naar zorgwoningen.

Voormeld programma heeft tot gevolg dat de omgeving van de huidige Clemenskerk ingrijpend zal veranderen. Op detailniveau zal hierop onderstaand worden ingegaan.

In algemene zin echter zijn wij er van overtuigd dat het vraagstuk rond de financiële haalbaarheid van het plan bepalend is voor de omvang van het programma. Echter, in het kader van de planologische (on)mogelijkheden is relevant of wordt voldaan aan het criterium van de goede ruimtelijke ordening. Wij hebben hierbij grote vraagtekens nu aan de oost- en zuidzijde wordt gekomen tot een enorme bouwmassa en fors bouwvolume.

Meer specifiek voor ons geldt dat op relatief korte afstand een complex komt van maar liefst circa 80m lang en een maximale bouwhoogte van 11,5m.

Evident is dat dit een stevige inbreuk op de omgeving betekent, onze privacy behoorlijk zal aantasten en het (uit)zicht in negatieve zin fundamenteel zal veranderen.

Afgezien daarvan is de maatvoering op dit onderdeel in hoge mate misleidend. Onderstaand komen wij daar nog op terug.

Nu bouwmassa en bouwvolume naar onze stellige overtuiging vanwege de haalbaarheid bepalend wordt hebben wij het gevoel dat de aantasting van de omgeving niet dan wel in hoge mate onvoldoende is afgewogen.

De tekst in de toelichting dat hiermee wordt aangesloten op de in de omgeving aanwezige bebouwing is naar onze mening apert onjuist. Wij zijn dan ook benieuwd in hoeverre uw raad deze stelling onderschrijft.

Dat kan toch niet waar zijn lijkt ons!

1.2 Algemeen In de eerdere fase hebben wij een inspraakreactie ingediend. Het moet ons van het hart dat de wijze waarop daar door het college van burgemeester en wethouders op is gereageerd in de nota van inspraak en vooroverleg in hoge mate onduidelijk en bovendien verre van volledig is. Het bevat, althans zeker voor ons, veel algemene reacties op de verschillende onderdelen, die door meerdere personen zijn ingebracht. Daarmee wordt voorbij gegaan op specifiekere opmerkingen op die punten, zoals wij die hebben benoemd, terwijl voorts blijkt dat op andere

onderdelen in het geheel niet wordt ingegaan. Wij komen daar onderstaand op terug, maar wij vragen ons wel af wat dan de waarde van

inspraak nog is als niet op alle punten gereageerd of ingegaan wordt. In elk geval vertrouwen wij er op dat de eerder door uw raad gehouden forumdiscussie hierover leidt tot een serieuze beoordeling van alle ingebrachte zienswijzen.

Vanuit (geanonimiseerd) BEEN (geanonimiseerd) BN en (geanonimiseerd) NN 's eveneens een zienswijze opgesteld. Afgezien van onderstaande conformeren wij

ons gelijktijdig aan (andere onderdelen van) die zienswijze

die derhalve als hier ingelast dient te worden beschouwd. 1.3

Voorzieningen

Het plan is in hoge mate gebaseerd op de realisatie van zorgappartementen en

zorgvoorzieningen. In dergelijke voorzieningen echter is de wijk Baardwijk al ruimschoots voorzien. Nog afgezien van verpleeghuis Eikendonk is specifieker het multifunctionele gebouw BalaDe relevant. Dit gebouw bevat vrijwel dezelfde functies als waarin het plan Clemenskerk voorziet, waaronder een gezondheidscentrum in brede zin, wonen, horeca en welzijnsactiviteiten en ontmoetingsplek voor wijkbewoners.

Het gebouw is nota bene vernoemd naar de beginletters van de wijk Baardwijk / Laageinde / De Hoef in Waalwijk en daarom zo passend voor een plek die bewoners van de wijk,

bewoners van het gebouw en dienstenaanbieders aan zich verbindt, zodat ze elkaar in vrijheid kunnen ontmoeten. Er vinden kruisbestuivingen tussen wonen, welzijn, zorg,

onderwijs en kinderopvang plaats. Het gebouw is een ontmoetingsplek voor (wijk)bewoners onderling, bewoners en organisaties.

Daarmee lijkt eerder sprake van een concurrerende ontwikkeling dan van een aanvullende die kan worden

1.4

onderbouwd

vanuit behoefte.

Regels en verbeelding versus toelichting

De plantoelichting is op het onderdeel van de zorgappartementen in de Clemenskerk erg onduidelijk. Er wordt kennelijk uitgegaan van een initiatief van 12 appartementen terwijl de bijbehorende figuur 2.3 onder paragraaf 2.2.2 van de plantoelichting (overigens erg

onduidelijk qua functionele indeling) er meer laat zien dan 12. Dat rijmt in elk geval niet met het beginsel van de rechtszekerheid dat duidelijk moet zijn om welke hoeveelheden het nu gaat en welke functies in welke omvang het plan voorziet daar waar het gaat om in dit geval de invulling van het voormalige kerkgebouw. In de toelichting wordt uitgegaan van een programma, zoals geduid onder 1.1. Op grond van regels en verbeelding mag het maximum aantal wooneenheden 82 bedragen. Dit aantal is eveneens benoemd in de nota van inspraak en vooroverleg. In de regels is onder de bestemming ‘Gemengd’ aangegeven dat is toegestaan wonen of zorgwonen in de hoofdmassa en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat:

1.

ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ het aantal (zorg)

2.

woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven, het aantal (reguliere) woningen maximaal 14 bedraagt.

Deze regeling kan naar onze mening op twee manieren worden geïnterpreteerd. Indien het daadwerkelijk om maximaal 82 wooneenheden gaat zou het vanuit rechtszekerheid

aanbeveling verdienen aan het gestelde onder 1 aan het eind toe te voegen ‘waarbij’ of ‘waarvan’. Dan is niet langer interpretabel.

Meer zorg echter hebben wij over de opgenomen maatvoering in samenhang met de omschrijving van het begrip ‘peil’. In de fase van het voorontwerp voorzag het plan met betrekking tot de beoogde nieuwbouw aan de oostzijde ervan, parallel aan ons perceel, in een oplopende bouwhoogte van 12 tot 16m.

Blijkens de toelichting wordt de eerste bouwlaag van dat gebouw verdiept aangelegd en wordt voor wat betreft het peil uitgegaan van de entree van de kerk. In de regels wordt het peil omschreven als 3,5m boven NAP.

Als burger moet ik dan kennelijk aannemen dat de entree van de kerk hetzelfde is als 3,5m boven NAP! Ik geef het u te doen.

Op inhoud echter zetten wij onze vraagtekens. Het verschil in peil ter plaatse van de entree van de kerk en het oostelijk beoogde gebouw is niet dermate groot dat sprake kan zijn van

verdiepte aanleg. Er komt dan vrijwel een hele bouwlaag onder de grond, zo lijkt het.

Wat betekent dit dan voor de waterhuishouding? In het bestemmingsplan wordt nog geteerd op een wateradvies van 6 juli 2020. Toen echter was geen sprake van verdiepte aanleg. Blijkens de toelichting is op geen enkele wijze onderzocht wat de effecten van de verdiepte realisatie heeft voor de waterhuishouding in het algemeen en het grondwater in het bijzonder.

In de waterparagraaf wordt onder de toekomstige situatie nog uitgegaan van herontwikkeling van kerk en pastorie (in het nu voorliggende ontwerp 16 wooneenheden) en daarnaast in

totaal 73 (zorg)appartementen. Dat zijn er in totaal 89 in plaats van 82. Voor onszelf kunnen wij niet anders constateren dan dat dit kenmerkend lijkt voor de

onzorgvuldigheid waarmee dit plan tot stand is gekomen en kennelijk ook door het college is beoordeeld. In elk geval vragen wij ons af hoe zich dit verhoudt tot het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel van ons als omwonende. 2.

Gemeentelijk beleid 2.1

Ruimtelijke ordening

Voor ons is en blijft uiterst discutabel of de ontwikkeling wel past binnen het gemeentelijk beleid. Vanuit de centrale thema's is relevant de karakteristieke kernen en hun omgeving.

Zo kan de beschreven toetsing aan de strategische visie van uw gemeente toch niet of nauwelijks worden aangemerkt als een feitelijke toetsing. Voor ons is het niet meer of minder dan een korte beschrijving van de gewenste situatie. De beschreven stelling dat daarmee de invulling optimaal stedenbouwkundig en ruimtelijk wordt ingepast ervaren wij zeker niet als rechtvaardig en steekhoudend. De bouwmassa en het bouwvolume is allesbehalve passend in de omgeving en bovendien wordt daarmee het zicht op een rijksmonument drastisch beperkt en op onderdelen zelfs in het geheel weg

genomen. Om daar van te beweren dat sprake is van een optimale inpassing vinden wij ongepast en apert in strijd met het criterium van een goede ruimtelijke ordening.

Met verwijzing naar het gestelde onder het aspect ‘geluid’ in onze zienswijze willen wij benadrukken wij dat wij het heel bijzonder vinden dat een omvangrijke ontwikkeling als deze wordt aangemerkt als het invullen van een open plek. In onze perceptie gaat het dan meer over (kleinschaligere) open ruimtes tussen bestaande bebouwing. Met dit initiatief echter wordt een verbindingspad tussen kerk en kerkhof dichtgezet met grootschalige appartementencomplexen! Bedenkelijk wat ons betreft.

Ook in onze inspraakreactie hebben wij al aangegeven dat voor wat betreft de structuurvisie de benadering in de plantoelichting een merkwaardige is. Het is opnieuw eerder het

toeschrijven naar het wensbeeld dan dat feitelijk en op basis van behoeftegegevens wordt onderbouwd waar het programma op gebaseerd is en op grond van welke ruimtelijke afwegingen dan juist deze locatie een geschikte is. Geconstateerd moet worden dat niet is beoordeeld of aan de in de structuurvisie

gepresenteerde duurzaamheidsladder kan worden voldaan. De principes van deze duurzaamheidsladder houden onder meer in dat vóór de aanvang van ruimtelijke

ontwikkelingen bij woningbouwprojecten geconcretiseerd dient te zijn welke duurzame maatregelen worden genomen (waar mogelijk via de methode van de zogenaamde Gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR).

In de toelichting is aangegeven dat de woningen bij onderhavig ontwikkelingsplan energieneutraal worden ontwikkeld. De exacte maatregelen worden in goed overleg afgestemd tussen ontwikkelaar en bewoners en voor de aanvang van de bouw van de woningen zijn de concrete maatregelen uitgewerkt. Dit past niet binnen het door de gemeente geformuleerde beleid dat vóór de ruimtelijke ontwikkeling geconcretiseerd dient te zijn welke duurzame maatregelen worden genomen.

De opmerking dat dit eerst geconcretiseerd wordt vóór aanvang van de bouw strookt niet met uw eigen beleid.

Het plan voorziet er in dat er onder voorwaarden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan. Dit staat vrijwel haaks op recent planologisch beleid van uw gemeente, zoals verankerd in het bestemmingsplan Gemengd gebied.

De reden waarom dit thans weer wel mogelijk wordt gemaakt en de effecten daarvan op met

name de aspecten verkeer en parkeren blijft, althans voor ons, onvoldoende duidelijk. Tot slot voorziet de ontwikkeling in het realiseren van een grand café en restaurant met terras,

Naar onze overtuiging verdraagt een dergelijke voorziening zich niet met het door uw gemeente vastgestelde horecabeleid. Bovendien wordt hiermee in combinatie met de aanwezigheid van ook de Oude Toren een soort van subcentrum aan horeca gecreëerd. Dit past, nogmaals gezegd, in elk geval niet met het door uzelf vastgestelde horecabeleid. Wij kunnen niet anders dan concluderen dat binnen verschillende beleidsvelden nog altijd sprake is van strijdigheid met dan wel onvoldoende toetsing aan vastgesteld en geldend beleid van de gemeente.

Hoewel wellicht vanuit de planologie minder relevant, maar toch vragen wij ons af in

hoeverre wordt geborgd dat ook naar de toekomst aan het gemeentelijke beleid wordt voldaan, met andere woorden hoe wordt geborgd dat de goedkope woningen ook in de toekomst goedkoop blijven. 2.2

_Verkeer/ parkeren

In onze inspraakreactie hebben wij benoemd dat voor wat betreft de verkeersafwikkeling er van uitgegaan wordt dat de spreiding plaatsvindt op basis van 50% naar de oostkant en 50% naar de westzijde. Wij constateren dat op dit punt nog altijd enkel sprake is van een aanname, die niet is gebaseerd op feiten. Waarom is hiervoor geen objectief onderzoek uitgevoerd?

Gelijktijdig achten wij van belang de bereikbaarheid van de nieuwbouwwoningen. Het complex wordt slechts aan één zijde ontsloten.

Dit heeft dan nogal wat impact op de

omgeving van de oostelijk van het plangebied gelegen percelen / woningen (waaronder dus onze woning).

Ten aanzien van het parkeren is de algemene tendens dat het aantal parkeerplaatsen min of meer bepalend is en tenminste een belangrijk toetsingskader behoort te zijn voor de haalbaarheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit geldt zeker ook binnen de gemeente

Waalwijk die hiervoor een separaat bestemmingsplan parkeren voor heeft vastgesteld In de context van parkeren geldt het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren Waalwijk. In artikel 5 van dat plan is bepaald dat bij een gebruiksverandering of de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel, waarbij voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen voor auto's 'in voldoende mate' betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in een gemeentelijke parkeernota.

In datzelfde bestemmingsplan is bepaald dat onder een bouwperceel moet worden verstaan een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

De conclusie kan dan ook niet anders zijn dan dat de plandelen in het voorliggende bestemmingsplan met de bestemming ‘Verkeer — verblijf niet daaronder begrepen kunnen worden (tenslotte is hierop geen bebouwing toegestaan).

Dit klemt temeer nu het kerkplein al sinds mensenheugenis behoort tot de openbare ruimte. Enige jaren geleden heeft de gemeente nota bene zelf aangegeven dat het plein/parkeerterrein door verjaring openbaar is geworden. Hoe kan het dan zijn dat dit

gebied thans weer wordt aangemerkt als privaat gebied. Niet enkel is dit juridisch niet

mogelijk (verjaard = verjaard), maar het wordt in het onderhavige plan naar onze overtuiging ten onrechte ingezet om daarmee te legitimeren dat parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. In werkelijkheid echter gaat het hier nadrukkelijk om bestaand openbaar gebied.

De nota parkeernormen van uw gemeente schrijft voor dat, om de parkeerdruk in de directe omgeving te bepalen, (in opdracht en voor rekening van de aanvrager) een parkeeronderzoek moet uitgevoerd worden.

De gemeente bepaalt vooraf de onderzoeksvoorwaarden. Voor het bepalen van de onderzoekstijdstippen wordt als vertrekpunt de tabel ‘aanwezigheidspercentages’ uit bijlage 3 van de parkeernormennota genomen. De loopafstanden opgenomen in paragraaf 4.5 en 4.6 bepalen het onderzoeksgebied.

De reden waarom in de context van het nu voorliggende plan geen parkeeronderzoek is

gevraagd noch uitgevoerd is ons niet bekend. Hoe dan ook, naar onze overtuiging wordt met het ontbreken van een parkeeronderzoek afgeweken van het bepaalde in de nota parkeernormen.

De in de plantoelichting genoemde parkeernormen roept bij ons eveneens vraagtekens op daar waar het gaat om de juistheid ervan.

Specifiek voor de 16 zorgwoningen voor bouwdeel C wordt uitgegaan van een gemiddelde

norm van 0,3. In bijlage 2 van de parkeernormennota is een dergelijke aanname enkel terug te vinden bij kamerverhuur aan studenten. Een betere aansluiting zou eerder uitkomen bij een serviceflat (1,0) of een verpleeghuis (0,7). Van een correct uitgangspunt voor de toe te passen norm op dit punt is in onze beleving geen sprake Breder bezien zetten wij vraagtekens bij de wijze van berekening. Alsje binnen de gemeente Waalwijk een woning bouwt, dan bedraagt de uiteindelijke norm het afgeronde getal naar boven. Voorbeeldstellend betekent de norm van 2,9 dat drie parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Uitgaande van deze benadering zou het niet gaan om 118, maar om 122 parkeerplaatsen.

Afgezien van het aantal parkeerplaatsen kunnen wij enkel concluderen dat alle

parkeervoorzieningen in bestaand openbaar gebied worden aangelegd, dat niet is gebleken dat oplossingen in, op of onder de bebouwing niet mogelijk zijn, dat geen parkeeronderzoek is uitgevoerd en meer algemeen, dat fundamenteel wordt afgeweken van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren Waalwijk’ in combinatie met de nota Parkeernormen Waalwijk.

Voor ons blijft dan ook aan de orde de vraag hoe kan het dan zijn dat de gemeente thans bereid is medewerking te verlenen aan dit plan terwijl vast staat dat niet kan worden voldaan aan het vereiste aantal parkeerplaatsen. Daarbij wordt zelfs verondersteld dat kennelijk

sprake gaat zijn van meervoudig gebruik van parkeervoorzieningen tot zelfs 3 keer toe. De nota parkeernormen biedt enkel gelegenheid tot dubbelgebruik en niet tot driedubbel gebruik.

Daarmee wordt feitelijk onderkend dat sprake is van een te hoge parkeerbelasting. Dat dit dan vervolgens zonder onderzoek wordt toegestaan in een bestaande woonomgeving is

voor ons niet enkel onbegrijpelijk, doch brengt grote onzekerheid en/of risico's met zich dat er in de (directe) omgeving niet sprake gaat zijn van onevenredige parkeeroverlast. U zult begrijpen dat wij grote zorgen hebben daar waar het gaat om de verkeersafwikkeling en de parkeerdruk. Sterker nog, vanwege de gesignaleerde afwijkingen en aannames

achten wij het volstrekt niet kunnen dat een en ander zonder nader onderzoek wordt toegestaan.

Voor ons is het zeer de vraag of dit voor de Loeffstraat als woonstraat c.q.

woonerf überhaupt wel toelaatbaar is.

3.

Omgevingsaspecten 3.1

Milieu-effectrapportage

In de toelichting is opgenomen dat voor stedelijke ontwikkelingsprojecten als hier aan de orde een vormvrije mer-beoordelingsnotitie is opgesteld, die als bijlage bij het plan zou zijn gevoegd. Deze notitie echter maakt geen deel uit van de bijgevoegde bijlages. Ook dit achten wij kenmerkend voor de onzorgvuldigheid van dit proces.

32

Geluid

Primair merken wij op dat de Wet geluidhinder voorschrijft dat met de berekeningen voor het

wegverkeerslawaai moet worden uitgegaan van geprognotiseerde cijfers over een periode van 10 jaar. Effect is dat de berekeningen moeten worden gebaseerd op de gegevens tot en met 2031.

Het rapport voldoet hier niet aan.

Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoeksrapport blijkt dat op verschillende punten de maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden. Tevens is aangegeven dat een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde in principe niet wordt toegestaan door de Wgh. Om toch woningbouw te kunnen realiseren is het mogelijk de geveldelen ter plaatse van deze toetspunten als "dove gevel" conform de Wgh uit te voeren.

Een "dove gevel" is namelijk geen gevel volgens de Wgh. Dit betekent derhalve dat er geen te openen delen (ramen en deuren) in deze gevels zijn toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.

Blijkens de toelichting zijn draaiende delen echter voor de vereiste spuiventilatie noodzakelijk. Wat met de opmerking bedoeld wordt dat hier in de plattegrond rekening mee dient te worden gehouden is ons niet duidelijk. Ook bij het gedeeltelijk "doof" uitvoeren van een gevel (bijvoorbeeld alleen de eerste en tweede verdieping) is kennelijk nader overleg met de gemeente vereist.

Dit kan daarentegen geen oplossing vormen die voldoet aan de Wgh. Of de gevel is doof of die is dat niet. Zolang het resultaat van het overleg met de gemeente niet tot een standpunt heeft geleid kan geen ontwerp van een bestemmingsplan ter visie worden gelegd Nu in dit geval meteen de ontwerp-beschikking hogere grenswaarde ter inzage is gelegd is daartegen een zienswijze bij het college van burgemeester en wethouders ingediend. Om u als raad hierin mee te nemen is van belang dat voor de betreffende toetspunten geldt dat

het mogelijk is om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de aanvullende eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Conform uw beleid kan pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wgh en aan minimaal één van de in het beleidsstuk genoemde subcriteria.

De onderbouwing om in te stemmen met een hogere waarde dan maximaal toelaatbaar is wordt gevonden in het volgende: « ten aanzien van de transformatie van de kerk is sprake van grondgebondenheid;

«voor de appartementen, die in de omgeving van de kerk worden beoogd, is sprake van het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing. Daarmee voldoen naar de opvatting van het college alle appartementen aan één van de gestelde subcriteria uit het gemeentelijk geluidbeleid. Voor ons is deze benadering onaanvaardbaar.

Daar waar het gaat om de kerk en de pastorie worden de zorgappartementen gerealiseerd respectievelijk in het souterrain en op de eerste verdieping. Dat lijkt ons toch niet te rijmen

met wat wordt genoemd de grondgebondenheid. Tenslotte zijn dat de geluidgevoelige ruimten waarvoor de ontheffing nodig is.

Tweedens hebben wij ernstig bezwaar tegen de uitleg dat hier sprake is van het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing. Enerzijds is hier sprake van een pad dat de kerk verbindt met het achtergelegen kerkhof met een strook grond, dat is gelegen achter bestaande bebouwing, en niet zozeer van een open plek. Anderzijds is dit eerder bouwen op een achterterrein (wat de gemeente Waalwijk onder de werking van het plan Gemengd

gebied als volstrekt ongewenst heeft uitgesloten). De bebouwing vindt plaats ter hoogte van de achterpercelen van zowel de Loeffstraat, de Hofstad en de Pastoor van der Zijlestraat. Dat is invulling van achterterreinen en niet van een open plek. Wij constateren op basis van het geldende beleid dat niet kan worden gekomen tot een

ontheffing hogere waarde als hier aan de orde. Dit klemt temeer omdat juist door de bouwmassa en het bouwvolume onze omgeving ingrijpend gaat veranderen.

Ook op dit punt sterkt het ons in onze overtuiging dat de ontwikkeling qua massa en volume meer is gebaseerd op de financiële haalbaarheid van het project dan dat de omgevingsaspecten van doorslaggevende betekenis zijn! Tot slot is er -aanvullend ten opzichte van het voorontwerpplan— een akoestisch onderzoek

omgevingslawaai uitgevoerd, dit vanwege de aanwezigheid van de scouting en een kinderdagverblijf c.q. buitenschoolse opvang.

De conclusie is dat er sprake is van een zodanige geluidsbelasting op de gevels dat drie

gevels doof moeten worden uitgevoerd. In zichzelf ervaren wij het als bijzonder vreemd dat de gemeente medewerking verleend aan een appartementencomplex dat aan drie zijden doof moet worden uitgevoerd. Zou dan eigenlijk niet de conclusie moeten zijn, dat het initiatief als gevolg van de geluidseffecten niet of niet in deze vorm en opzet gerealiseerd kan worden.

Afgezien van onze opvatting op dit punt vinden wij het gelijktijdig merkwaardig dat in het onderzoek omgevingslawaai geen aandacht is geschonken aan de effecten van het weerkaatsen van het te hoge geluidsniveau terug van het te realiseren gebouw naar ons perceel. In hoeverre leidt dit dan tot een extra geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie? Het niet onderzoeken ervan achten wij in strijd met de vereiste zorgvuldige voorbereiding. 3.3

Monument

/ cultuurhistorie

In het kader van het voorliggende initiatief is een cultuurhistorisch onderzoek van de SintClemenskerk uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit een bouwhistorisch opname gericht op het object en een onderzoek gericht op het object in haar context en de zeldzaamheid van dit gebouwtype. Het uitgevoerde bouwhistorisch onderzoek vormt een aanvulling daarop. De bouwhistorische opname en cultuurhistorische waardenstelling vormen gezamenlijk een kader voor de omgang met het rijksmonument.

Behoud van de verschijningsvorm van het kerkgebouw staat boven alle andere waarden. De

verschijningsvorm is belangrijk vanwege o.a. de stedenbouwkundige waarden, inpassing van het gebouw op het kavel, de grootte van de kerk en de identiteit van Baardwijk. Een duurzame en op de monumentale waarde afgestemde herbestemming moeten de historische context behouden en laten herleven voor komende generaties. Een monument

zonder functie is een monument zonder toekomst. Aanpassingen zijn zeker niet onmogelijk. Aangezien in dit geval een Rijksmonument wordt getransformeerd, zal in dat kader een

afzonderlijke omgevingsvergunning moeten worden verleend. Een mooie conclusie gebaseerd op de onderzoeken. Echter, die gaan enkel over het kerkgebouw en geven geen antwoord op de vraag wat de impact op de waarde van de verschijningsvorm van het kerkgebouw is met het omringen van hetzelfde kerkgebouw met grootschalige appartementencomplexen. Dat kan toch niet worden aangemerkt als het zorgvuldig omgaan met monumentale waarden.

Een herbestemming van het kerkgebouw prima, maar het ontnemen van het

uitzicht op dat kerkgebouw aan twee van de vier zijden kan toch geen bijdrage zijn aan het behoud van de verschijningsvorm ervan! 34

Groen

(geanonimiseerd) waardevolle bomen aanwezig. Niet duidelijk is wat het effect gaat Op ons perceel zijn (geanonimiseerd)

zijn van ingrepen die van invloed zijn op het grondwater en daarmee wellicht ook op onze bomen.

Gezien de boomeffectanalyse en meer specifiek de verschillende adviezen blijft voor ons ongewis of en zo ja, welke impact de ontwikkeling op de in onze achtertuin aanwezige waardevolle

bomen

heeft.

(geanonimiseerd) Op ons perceel staan Bjwaardevolle rode beuken (Fagus sylv. ‘Purpurea’). Momenteel zijn (geanonimiseerd) BNN omen in goede conditie, maar volgens boomverzorgingsbedrijf Van der Steen zullen deze gevoelig en kwetsbaar zijn/worden bij wijziging van de waterhuishouding en/of

de grondwaterstand. Nu hieraan geen aandacht is gegeven in de boomeffectanalyse is naar onze mening sprake van een onvolledige onderzoeksrapportage en daarmee een onzorgvuldige voorbereiding.

Resumerend:

«

hebben wij grote bezwaren tegen de gepresenteerde herontwikkeling van en rond de Clemenskerk te Baardwijk;

=

constateren wij dat op diverse onderdelen niet wordt voldaan aan het (gemeentelijk) beleid;

»_ zetten wij vraagtekens bij de uitwerking van de verschillende omgevingsaspecten; « verwachten wij grote schade, overlast e.d. te ondervinden van deze ontwikkeling; «verzoeken wij u nadrukkelijk het plan te heroverwegen en vooral ook te beperken tot een herontwikkeling en herinvulling van de kerkfunctie.

10

Met klem verzoeken wij u onze zienswijze gegrond te verklaren en niet over te gaan tot

vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk”

Met vriendelijke groet,

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

11

Waalwijk, 3 augustus 2020

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk, Postbus 10150,

5140 GB

Waalwijk.

Geacht college,

Met ingang van 25 juni j.l. hebt u het voorontwerp-bestemmingsplan “Waalwijk, Sint(geanonimiseerd) Clemenskerk” ter inzage gelegd. Ondergetekenden, en

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

wonende te (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) A villen gebruik maken van de mogelijkheid een inspraakreactie hierop te geven. 1.

Algemeen 1.1

_ Project

Het project voorziet er in om de Sint-Clemenskerk en de bijbehorende percelen aan de Loeffstraat te Waalwijk te transformeren naar een gebied met de volgende ontwikkelingen en/of functies:

=

in het kerkgebouw: > realiseren van 14 zorgappartementen;,

> >

huisvesting van een apotheek en praktijkruimten; realiseren van een grand-café/restaurant;

«in de pastorie: > 4 zorgappartementen; >

kantoorruimte;

«in de openbare ruimte:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12014840/1