Bijlage 1 Waalwijk - Kasteellaan Toelichting ontwerp
Tekst van het document
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
25
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Algemeen
Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; c. het plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Niet in betekenende mate Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate' en de 'Regeling niet in betekenende mate'. Als regel geldt dat projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor NO2, PM10 en PM2,5 (zie onderstaande tabel) bijdragen als 'niet in betekenende mate' kunnen worden aangemerkt.
Voor deze projecten kan een toetsing aan de grenswaarden dus achterwege blijven. In de Regeling zijn categorieen van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt. Voor woningbouwlocaties geldt dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen als sprake is van minder dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of minder dan 3.000 woningen bij twee gelijkwaardige ontsluitingswegen.
Tabel grenswaarden 4.4.2
Onderzoek en conclusie
Dit bestemmingsplan maakt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk die vele malen kleiner is dan 1.500 woningen met één ontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Luchtkwaliteit in de gemeente Waalwijk Het RIVM publiceert jaarlijks zogenaamde grootschalige concentratie- en depositiekaarten. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelbewerkingen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland. Volgens de kaarten van het RIVM is nabij het plangebied de concentratie fijnstof PM2,5 in 2020 (gegevens 2018) tussen de 10 en 12 microgram/m³, de concentratie fijnstof PM10 tussen de 18 en 20 microgram/m³ en de concentratie stikstofdioxide NO2 tussen de 10 en 15 microgram/m³. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de norm van 40 microgram/m3, die voor zowel NO2 als PM2,5 en PM10 geldt. Binnen het plangebied is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat uit het oogpunt van luchtkwaliteit.
26
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Algemeen
Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.
Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Gemeentelijk beleid De gemeente Waalwijk heeft in 2012 een Beleidsvisie externe veiligheid opgesteld waarin is aangegeven welke risico's de gemeente acceptabel vindt en op welke manier deze risico's worden beheerst. In 2017 is de beleidsvisie geactualiseerd, waarbij het bestaande beleid wordt voortgezet en op specifieke onderdelen herijkt. Door de brandweer c.q.
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is het standaardadvies 2019 opgesteld voor de verantwoording van het groepsrisico bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het deel van de gemeente dat is gelegen binnen het invloedsgebied van één of meer Brzo bedrijven en/of een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Indien een ruimtelijk plan een ontwikkeling mogelijk maakt waarbij meer dan 50 personen aanwezig zijn op een afstand tussen de 200 meter en 750 meter van een risicobron dan is een standaardverantwoording van het groepsrisico aan de orde. Indien kwetsbare objecten dichter dan 200 meter bij een risicobron worden gerealiseerd, is maatwerk vereist. Dit advies van de brandweer is verwerkt in een standaard verantwoording groepsrisico dat als bijlage is opgenomen bij de rapportage van de hoogte van het groepsrisico in Bijlage 8. 4.5.2
Onderzoek en conclusie
In april 2020 is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico's. De rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 7. Uit de verrichte inventarisatie blijkt dat het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een waterweg of spoorweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt ook niet binnen de plaatsgebonden risicocontour PR 106 of een plasbrandaandachtsgebied van een nabijgelegen weg. Wel is het plangebied binnen het invloedsgebied van de rijksweg A59 gelegen. Hiervoor is een beperkte verantwoording van het groepsrisico nodig. bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
27
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan In de omgeving van het plangebied zijn enkele leidingen aanwezig. Het plangebied ligt buiten de 1% letaliteitsafstand van deze leidingen. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Ten slotte ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van enkele risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied. De risico's hiervan dienen te worden meegenomen in een uitgebreide verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Verantwoording hoogte groepsrisico In vervolg op de resultaten van de hiervoor genoemde inventarisatie is door Kragten de hoogte van het groepsrisico bepaald. De rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 8. Voor een groot aantal situaties is de standaard verantwoording groepsrisico van toepassing. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vallen onder deze verantwoording. De hoogte van het groepsrisico in relatie tot de aanwezige risicovolle inrichtingen dient te worden verantwoord aan de hand van de relevante onderdelen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13. De personendichtheid neemt als gevolg van het beoogde bouwplan beperkt toe.
Gelet op de afstand tot de bedrijven (Stahl Europe B.V., DSM NeoResins en Regionaal Overslag Centrum Waalwijk B.V.) en de beperkte toename van het aantal personen, is het niet aannemelijk dat de ontwikkeling zal leiden tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde van de drie bedrijven. De bereikbaarheid van de bedrijven verandert niet. Bij een calamiteit kunnen toxische stoffen vrijkomen. De woningen dienen voldoende luchtdicht te zijn. Op grond van de geldende bouwregelgeving is hier voldoende aandacht voor. Door de brandweer c.q. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is bevestigd dat voor het aspect externe veiligheid gebruik kan worden gemaakt van de standaard verantwoording.
4.6
Bedrijven en milieuzonering
4.6.1
Algemeen
De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst zijn de bedrijfsactiviteiten ingedeeld in categorieën en is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waar gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening mee kunnen houden. Hierbij wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding, waarbij afstanden moeten worden aangehouden tussen milieugevoelige en milieubelastende functies. In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden: 'rustige woonwijk'/'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die - in nieuwe situaties - gelden tussen de grens van een bedrijfsperceel en de gevel van een woning in een 'rustige woonwijk'. Voor woningen in een 'gemengd gebied' mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd. De (indicatieve) afstanden tussen een bedrijfsperceel en een woning in een 'rustige woonwijk' variëren van 10 meter voor milieucategorie 1 tot 1.500 meter voor milieucategorie 6.
De systematiek van de VNG-brochure is met name toepasbaar in nieuwe situaties. Voor bestaande situaties is veelal de milieuwetgeving leidend en kan sprake zijn van kleinere afstanden tussen bedrijven en gevoelige functies.
28
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan 4.6.2
Onderzoek en conclusie
Voor het plangebied is het omgevingstype 'rustige woonwijk' van toepassing. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig. Ten zuidwesten van het plangebied staat het Elisabeth Twee Steden Ziekenhuis. Direct ten zuiden van het plangebied staan alleen gebouwen, die onderdeel zijn van het ziekenhuis maar waarin alleen ondersteunende functies zijn gevestigd. Een ziekenhuis is een functie in milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand tot gevoelige functies van 30 geldt. De afstand tussen de bouwvlakken voor de nieuwe appartementengebouwen en de bouwmogelijkheden binnen de bestemming Maatschappelijk is circa 50 meter. De lage bebouwing als onderdeel van het GGD-gebouw op de hoek aan de overzijde van de Kasteellaan staat op een afstand van zo'n 33 meter. De nieuwe woningen vormen derhalve geen belemmering voor de toegelaten functies binnen deze maatschappelijke bestemming. Ook zijn er in de directe omgeving geen andere bedrijven aanwezig die een belemmering vormen voor de bouw van nieuwe woningen op de hoek Burgemeester Verwielstraat - Kasteellaan. Direct ten noorden van het plangebied ligt de begraafplaats. Een begraafplaats is een functie in milieucategorie 1, waarvoor een richtafstand tot gevoelige functies van 10 geldt. De afstand van de begraafplaats tot het dichtstbijzijnde nieuwe appartementengebouw is minimaal ruim 18 meter.
Op grotere afstand zijn drie bedrijven aanwezig waarvan het invloedgebied tot aan het plangebied reikt: Stahl Europe BV op circa 800 meter, DSM NeoResins BV en het Regionaal Overslag Centrum Waalwijk, beide op circa 1000 meter. In de vorige paragraaf is reeds ingegaan op de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van deze risicovolle inrichtingen.
4.7
Water
4.7.1
Algemeen
Sinds november 2003 is de watertoets wettelijk van toepassing, een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over het planvoornemen. De watertoets is erop gericht dat ruimtelijke ontwikkelingen in elk geval niet leiden tot nadelige effecten op het watersysteem. Nieuwe ontwikkelingen die leiden tot extra verharding dienen te worden gecompenseerd. Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. 4.7.2
Onderzoek en conclusie
Huidige situatie Waterkwantiteit Het plangebied bestaat uit kadastraal perceel WWK00, sectie D, perceelnummer 3512. Op dit perceel is momenteel een schoolgebouw gesitueerd, wat gesloopt wordt. Het plangebied is voor ongeveer 3.145 m² verhard en voor 1.246 m² onverhard. Oppervlaktewater Er is geen oppervlaktewater in of nabij het plangebied gelegen (Waterschap Brabantse Delta, sd). Hemelwater In de huidige situatie wordt de afvoer van neerslag, afkomstig van de huidige daken en verharding, geloosd op het rioolstelsel. Afvalwater Het afvalwater van het bestaande schoolgebouw is aangesloten op het gemengde, gemeentelijke rioolstelsel.
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
29
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft de sloop van het schoolgebouw en de nieuwbouw van twee gebouwen met in totaal 75 (zorg)woningen. Waterkwantiteit In onderstaande tabel is de huidige en toekomstige situatie van de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt. Oppervlakte
bestaand (m²)
toekomstig (m²)
dakoppervlak
1.093
1.207
(half)verharding
2.052
1.910
groen
1.054
1.082
Totaal
4.199
4.199
Er is sprake van een kleine afname van het verhard oppervlak binnen het plangebied. Conform de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor het afvoeren van hemelwater, is er geen compensatieplicht bij een toename in verhard oppervlak kleiner dan 500 m² (Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen, 2019). Met een verhardingsafname wordt hier aan voldaan. Vanuit het waterschap geldt dan ook geen compensatieplicht. Het gemeentelijke uitgangspunt voor de inzameling van het hemelwater is dat in nieuwe situatie de particulier afstromend hemelwater op eigen terrein inzamelt en verwerkt en hiervoor op eigen kosten voorzieningen aanbrengt. De eis is dat er 60 mm waterkolom geborgen moet worden (Gemeente Waalwijk, 2020). Dat komt overeen met (3.117 m² x 60 mm =) 187 m3. Dit volume moet binnen het plangebied worden opgevangen. Hemelwater In onderhavig planvoornemen is gekozen voor een waterbuffer in de vorm van groene daken en een bergingsvoorziening in de vorm van kratten. De groene daken kunnen 40 van de genoemde 60 mm bergen. Van het hemelwater op het dakoppervlak dient dan nog voor 20 mm te worden voorzien in een waterbergende voorziening. Hiermee komt de resterende wateropgave op ruim 138 m3. De kratten worden enkellaags aangebracht en kunnen per m² 0,579 m3 water bergen.
In totaal wordt een oppervlakte van 246 m² aan kratten aangebracht, waarmee ruim 142 m3 bergingsmogelijkheid wordt geboden. Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging. Afvalwater Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners (Stichting RIONED, 2005) en een gemiddelde vuilwaterproductie van 120 liter per persoon per dag (Stichting RIONED, 2005), met een piek van 12 liter per persoon per uur (Stichting RIONED, 2005), dient er vanuit het plangebied dagelijks (75 x 2,5 x 120 l/dag =) 22,50 m3 vuilwater te worden afgevoerd naar het rioolstelsel. De piekbelasting bedraagt (75 x 2,5 x 12 l/uur =) 2,25 m3/uur. Het vuilwater vanuit het plangebied dient te worden aangesloten op een gemeentelijk rioolstelsel. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in samenspraak met de gemeente Waalwijk. Materiaalkeuze Voor de nog op te richten bebouwing is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen. Zink, lood, koper en PAK-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating.
30
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan
4.8
Flora en fauna
4.8.1
Algemeen
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming ziet zowel op de bescherming van waardevolle gebieden (waaronder de Natura 2000-gebieden) als op de bescherming van planten- en diersoorten. Voor gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de ecologische hoofdstructuur) is daarnaast sprake van planologische bescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of beschermde planten- en diersoorten. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. 4.8.2
Onderzoek en conclusie
Soortbescherming Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is in april 2020 door Jansen&Jansen Groenadviesbureau een quickscan uitgevoerd (zie Bijlage 9). Uit de quicskcan is gebleken dat overtreding van de Wet natuurbescherming niet op voorhand kan worden uitgesloten. Mogelijk zijn er jaarrond beschermde verblijfplaatsen van gierzwaluwen en vleermuizen aanwezig in de te slopen bebouwing. Het verwijderen van verblijfplaatsen van gierzwaluwen en vleermuizen, zonder een ontheffing van het bevoegd gezag, is niet toegestaan. Naast mogelijke effecten op verblijfplaatsen van gierzwaluwen en vleermuizen kunnen negatieve effecten op andere vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels, zoogdieren, beschermde standplaatsen van planten of andere door de Wet natuurbescherming beschermde waarden worden uitgesloten. Wel moet er rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels in de te slopen bebouwing en in de tuin van het plangebied. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming. De sloopwerkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen, tenzij het zeker is dat er binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen actieve nesten van vogels aanwezig zijn. Vervolgonderzoek Negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen en gierzwaluwen zijn niet uitgesloten.
Om te onderzoeken of de voorgenomen ingreep negatieve invloed heeft op deze beschermde waarden, is een vervolgonderzoek uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde vervolgonderzoek (zie Bijlage 10) kan worden geconcludeerd dat door het uitvoeren van de voorgenomen ingreep een zomerverblijfplaats en een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis onbruikbaar zal worden. Het ongeschikt maken van een dergelijke verblijfplaats is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Om deze reden is een ontheffing aangevraagd bij het bevoegd gezag, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben bij besluit van 19 oktober 2020 de maatwerkvoorzieningen, zoals opgenomen in het ecologisch werkprotocol, goedgekeurd. Gebiedsbescherming Ten westen van Waalwijk bevindt zich het Natura 2000-gebied Langstraat en Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen ligt ten zuidoosten van Waalwijk. Door Volantis is de stikstofdepositiebijdrage in deze Natura 2000-gebieden berekend. Hieruit blijkt dat het projecteffect in de gebruiksfase maximaal 0,00 mol/ha/jaar is (zie Bijlage 11). Hiermee wordt voldaan aan het wettelijk kader en er is geen melding of vergunning noodzakelijk. In de aanlegfase is een stikstofdepositie berekend van 0,03 mol/ha/jaar. Hiermee wordt aan de redeneerlijn voldaan, die op Rijksniveau is vastgesteld en door de provincie Noord-Brabant wordt gevolgd.
Aangetoond is dat als gevolg van het project geen sprake is van significante gevolgen voor beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. De instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden worden gerespecteerd en de natuurlijke kenmerken worden niet aangetast.
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
31
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan
4.9
Archeologie
4.9.1
Archeologie
De omgang met het archeologisch erfgoed is geregeld in de Erfgoedwet (2016). Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, zijn verplicht rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische resten, indien een bestemmingsplan dat voorschrijft. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Waalwijk zijn de verschillende archeologische verwachtingswaarden weergegeven. In artikel 18 van de Erfgoedverordening Waalwijk 2016 wordt aangeven op welke wijze de afzonderlijke archeologische verwachtingswaarden moeten worden beschermd. 4.9.2
Onderzoek en conclusie
In het kader van het vigerende bestemmingsplan 'Herontwikkeling Besoyen' is in april 2009 door BAAC een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Vanwege de nabijheid van kasteelresten op 70 tot 140 meter afstand is evenwel niet helemaal uit te sluiten dat een deel van het plangebied deel uitmaakte van een kasteelterrein uit de middeleeuwen-nieuwe tijd, en dan met name van de voorburcht. Uit het booronderzoek bleek dat de bodem in het plangebied verstoord is door veenontginning en deels ook door de bebouwing uit de tweede helft van de twintigste eeuw. In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, maar gezien de mogelijke aanwezigheid van sporen van het kasteel van Besoyen (muurresten, grachten) binnen de grenzen van het plangebied is aanbevolen om een aantal proefsleuven te trekken binnen het plangebied. Proefsleuven In het vooronderzoek is geadviseerd om in het plangebied een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren. Dit advies is in de gemeentelijke selectiebesluiten deels overgenomen; voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is de onderzoeksplicht komen te vervallen. Dat wil zeggen dat hier geen nader onderzoek werd voorgeschreven. Dit selectieadvies is nog steeds van kracht.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Verkeer Binnen de bebouwde kom resteren slechts gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Deze worden zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. De gebiedsontsluitingswegen zijn hoofdwegen voor het autoverkeer. Ze zijn bedoeld om de verblijfsgebieden te ontsluiten, dat wil zeggen “veilig en goed bereikbaar te houden”. De huidige verkeersstructuur in de directe omgeving van het plangebied blijft behouden. Aanpassingen aan de Loondonk zijn gerealiseerd, waardoor de ontsluiting van de woonpercelen ten westen van deze weg gescheiden van de toegang tot onder andere het nieuwe woonzorgcomplex plaatsvindt. In de directe omgeving van het plangebied vormen de Burgemeester Verwielstraat en de Kasteellaan twee belangrijke verkeersroutes. Beide wegen hebben een duidelijke (gebieds)ontsluitende functie. De Loondonk is te classificeren als erftoegansweg en dient uitsluitend ter ontsluiting van aangrenzende percelen waaronder ook het plangebied. Bij de herinrichting van de Loondonk is al rekening gehouden met de bouw van appartementen op de voormalige schoollocatie. Er worden ten opzichte van de oude planologische situatie slechts 8 extra woningen toegevoegd. Door de nabijheid van twee gebiedsontsluitingswegen levert de afwikkeling van het verkeer als gevolg van de ontwikkeling geen problemen op.
32
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan 4.10.2 Parkeren Door Ordito is een parkeeronderzoek uitgevoerd voor de ontwikkeling van de appartementen binnen het plangebied (zie Bijlage 12). In dit parkeeronderzoek wordt onderzocht hoeveel parkeerplaatsen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn en wat de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied is. Met de beoogde herontwikkeling binnen het plangebied verandert de parkeerbehoefte. In de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015 valt de locatie binnen de zone ‘rest bebouwde kom’. Ter plaatse moet worden voldaan aan een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per appartement (huur, etage, sociale huur). Uit parkeertellingen op vier momenten in de avond kan worden geconcludeerd dat op alle onderzoeksmomenten binnen onderzoeksgebied nog voldoende beschikbare parkeerplaatsen resteren en de parkeerdruk ruim onder de 85%-norm blijft. Op de formele parkeervakken aan de Kasteellaan en de Burgemeester Verwielstraat wordt relatief weinig geparkeerd. Uit het onderzoek blijkt dat deze locaties relatief veel vrije parkeerplaatsen hebben. Uitgaande van de grootste bezetting (dinsdag 28 januari en 4 februari), kunnen 26 parkeerplaatsen toebedeeld worden aan de ontwikkeling. Op basis van de parkeernorm leidt de ontwikkeling van 75 appartementen tot een parkeerbehoefte van 105 parkeerplaatsen.
Op eigen terrein zijn 75 parkeerplaatsen voorzien. Daarnaast wordt de parkeersituatie in het openbaar gebied van Loondonk aangepast. In plaats van de huidige 8 informele langsparkeerplaatsen aan de zijde van het plangebied worden er in de centrale groenzone 16 nieuwe formele haakse parkeerplaatsen aangelegd. Hierdoor neemt de parkeercapaciteit aan de Loondonk toe met 8 parkeerplaatsen. Samen met de 26 parkeerplaatsen die in een straal van 100 meter rond het plangebied kunnen worden toebedeeld aan de ontwikkeling, wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm.
4.11
Kabels en Leidingen
In het plangebied bevinden zich geen planologisch te beschermen kabels en leidingen.
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
33
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Het juridische plan
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bouw van twee appartementengebouwen op de hoek Kasteellaan - Burgemeester Verwielstraat in Waalwijk. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
5.2
Opzet van de regels
Overeenkomstig de SVBP 2012 zijn de regels van dit bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemming, zoals die is aangegeven op de verbeelding. In de bestemmingsomschrijving zijn de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. Daarnaast bevat de bestemming specifieke gebruiksregels. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de opgenomen woonbestemming. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat een aantal algemene regels: Anti-dubbeltelregel: dit artikel regelt dat grond die is meegerekend bij het toestaan van een bouwplan, niet nogmaals kan worden meegerekend bij de beoordeling van een later bouwplan.
Algemene gebruiksregels: in dit artikel is een parkeerregeling opgenomen, die bepaalt dat bij een gebruiksverandering of het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden voorzien in voldoende parkeerruimte. Algemene afwijkingsregels: dit artikel geeft een algemene regeling voor het afwijken van de bouwregels. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
5.3
Beschrijving van de bestemming
In dit bestemmingsplan komt alleen de bestemming 'Wonen' voor. De op de verbeelding voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, waarbij het aantal (zorg)woningen niet meer mag bedragen dan 75. Binnen het plangebied zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan, met de daarbij behorende bouwwerken, tuinen en erven, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking. 34
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan Hoofdmassa's zijn uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering. Balkons mogen zowel binnen als buiten de bouwvlakken worden gebouwd. Buiten de bouwvlakken zijn verder alleen vergunningvrije bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)
35
bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In artikel 6.12 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld doordat de gemeente hierover overeenkomsten heeft gesloten met de eigenaren van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden. De kosten voor de planvorming en de uitvoering van de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is hiervoor een anterieure overeenkomst afgesloten, zodat een exploitatieplan niet nodig is. De gemeente ondervindt derhalve geen negatieve financiële gevolgen ten aanzien van deze ontwikkeling en loopt geen financieel risico. Naast een anterieure overeenkomst is er ook een planschadeovereenkomst afgesloten.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Inspraak en vooroverleg
Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Waalwijk - Kasteellaan’ heeft op grond van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegen en is overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betrokken instanties. Op 17 maart 2021 zijn de bouwplannen in een digitale bijeenkomst aan omwonenden gepresenteerd. De vragen die tijdens dit digitale vragenuurtje zijn gesteld, zijn met antwoord opgenomen in het verslag dat is opgenomen als Bijlage 13. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn 5 inspraakreacties ingediend. De inspraak- en vooroverlegreacties zijn samengevat en beantwoord in een nota van inspraak en vooroverleg (zie Bijlage 14). 6.2.2
Verdere procedure
Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. Na afloop van de tervisielegging worden de zienswijzen beoordeeld en wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.
36
bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp)