Bijlage 1 Uitgangspunten LD fase II september 2024
Tekst van het document
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II
September 2024
II
I
1.
Inleiding ......................................................................................................... 3
2.
Samenvatting uitgangspunten ........................................................................... 6
3.
Natuur en landschap ........................................................................................ 9
4.
Water............................................................................................................13
5.
Groen ...........................................................................................................17
6.
Wonen ..........................................................................................................19
7.
Verkeer en mobiliteit .......................................................................................23
8.
Voorzieningen ................................................................................................28
9.
Duurzaamheid................................................................................................32
10. Milieuaspecten ...............................................................................................40 11. Stedenbouw en architectuur ............................................................................45 12. Grondbeleid en ontwikkelstrategie .....................................................................52
Bijlagen: 1. Natuurcompensatie Landgoed Driessen
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
2
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding
De basis voor de ontwikkeling van uitbreidingswijk Landgoed Driessen is gelegd in het Ontwikkelingsplan Landgoed Driessen (vastgesteld 1998). Dit voorzag in de realisatie van in totaal 2.500 tot 3.000 woningen in het gebied tussen De N261 en de kernen Sprang en Vrijhoeve.
Links: ligging plangebied. Rechts: globaal stedenbouwkundige plan (bron: Ontwikkelingsplan 1998)
Begin 2024 zijn er in het gebied ten oosten van de Sprangse Sloot (fase I) zo’n 1.900 woningen gerealiseerd (groen). Dit zal de komende jaren groeien tot circa 2.300 woningen (oranje).
Gerealiseerde en nog te realiseren woningen in fase I
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
3
Het Ontwikkelplan voorziet ook ten westen van de Sprangse Sloot in woningbouw (fase II, rood). In dit document worden de (hoog over) uitgangspunten voor deze verdere ontwikkeling geschetst. Daarbij vormt het Ontwikkelingsplan het vertrekpunt. Maar in de ruim 25 jaar die verstreken zijn sinds het vaststellen van het Ontwikkelingsplan heeft de wereld niet stilgestaan. De situatie in de wereld, de maatschappij en de woningmarkt zijn veranderd. Er zijn nieuwe ambities geformuleerd, besluiten genomen en er is nieuw beleid vastgesteld. Dit alles maakt dat het goed is om de destijds vastgelegde uitgangspunten tegen het licht te houden. Wat nemen we mee naar fase II? En wat zou anders kunnen of moeten?
1.2.
Participatie
Een eerste conceptversie van dit document is op 20 februari 2024 door het college van burgemeester en wethouders vrijgegeven voor participatie. In april en mei 2024 is deze versie besproken met inwoners, marktpartijen met grondeigendom in het gebied, particuliere grondeigenaren en de gemeenteraad. Waar inwoners en raadsleden vooral inhoudelijke opmerkingen maakten, vroegen marktpartijen tijdens het participatieproces meer in het algemeen aandacht voor het feit dat stapeling van ambities op gespannen voet staat met haalbaarheid, betaalbaarheid en snelheid. Tijdens een groot deel van de ontwikkeling van Driessen ging het de gemeente en ontwikkelaars voor de wind. Anno 2024 ziet de wereld er echter anders uit en is het financieel perspectief voor alle betrokkenen anders. Dit komt deels door zaken waar zowel de lokale overheid als ontwikkelende partijen weinig of geen grip op hebben, zoals gestegen prijzen voor bouwmateriaal en arbeid of gewijzigde wet- en regelgeving. Maar ook op lokaal niveau geformuleerde ambities en bepaald beleid werkt door in de ontwikkelmogelijkheden. Bij het opstellen van deze tweede versie van de uitgangspunten voor Landgoed Driessen fase II is juist naar die lokale ambities nog eens kritisch gekeken.
Waar ontstaan spanningsvelden en waar kan eventueel meer ruimte geboden worden zonder de intenties achter het beleid en de ambities uit het oog te verliezen? Net voor de zomer van 2024 is fase II ook besproken in de afwegingstafel van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT). Daarbij is onder andere gebruik gemaakt van een in 2023 in opdracht van de gemeente opgestelde propositie. In het hier op volgende ambtelijk advies vroeg de afwegingstafel aandacht voor onder andere intensivering van het woningbouwprogramma, stroomlijnen van het waterbergingssysteem en de relatie met natuurgebied de Westelijke Langstraat. Op 13 september 2024 heeft het bestuurlijk overleg SRBT deze aandachtspunten overgenomen. In deze tweede versie van de uitgangspunten wordt hier op verschillende plaatsen aandacht aan besteed.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
4
Afbeelding uit propositie Landgoed Driessen fase II (2023)
1.3.
Opzet van dit document
Bij het opstellen van de concept uitgangspunten is ervoor gekozen om per thema telkens drie vragen te beantwoorden: • Wat stond er in het Ontwikkelingsplan? • Wat is er sindsdien gebeurd? • Wat is het uitgangspunt voor fase II? In deze tweede versie is deze opzet gehandhaafd. Wel zijn thema’s anders gerangschikt om beter aan te sluiten bij de ontwikkelprincipes van de SRBT.
1.4.
Disclaimer
Het formuleren van uitgangspunten is een hulpmiddel bij het maken van ruimtelijke plannen en maken van (financiële) afwegingen. Uitgangspunten zijn een vertrekpunt oor planvorming. Het zet de tijd echter niet stil. Beleid en ambities kunnen veranderen in de tijd. Tenzij expliciet anders wordt beschreven, dienen ontwikkelingen te allen tijde te voldoen aan op dat moment geldend beleid van gemeente, provincie, rijk of andere overheden.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
5
2. Samenvatting uitgangspunten Natuur en landschap • Stedelijke ontwikkeling en robuuste natuur hand in hand. • Groene Vensters laten het landschap diep doordingen in de wijk. • Overgangszone aan de noordzijde van de wijk. • Behoud en herkenbaarheid van het slagenlandschap. • Bijdragen aan de doelen van de Gebiedsgerichte Aanpak van de Westelijke Langstraat. • Efficiënt benutten van beschikbare ontwikkelingsruimte. • Aansluiting zoeken bij de bestaande gebouwde omgeving. Water: • Ophogen van het gebied ter plaatse van wonen. Groenzones liggen lager. • Infiltratie op eigen terrein. • Retentie in wadi’s. • Doortrekken Lage Water. • Optimaliseren watersysteem. • Aanleg van groene (halfopen) parkeerplaatsen afhankelijk van beleid (in ontwikkeling). Groen: • Hoeveelheid en kwaliteit groen volgens actueel groenbeleid. • Groene Venster dringt diep door in de wijk. • Groene oost-west verbinding.. • Creëren van een aantrekkelijke en klimaatadaptieve woonomgeving. • Een goede mix van mooi, functioneel en biodivers groen. • Toegankelijkheid van groen voor mindervaliden. • Waar mogelijk hoogteverschillen aanbrengen in wadi’s en beplanting. Wonen: • Realisatie van 800 - 1.000 woningen. • Kleinschalige mix van woningtypen en prijsklassen. • Aansluiten op de afspraken in de SRBT Woondeal en het gemeentelijk woonbeleid: 30% Goedkope woningen en 40% middeldure woningen.
• Aandacht voor specifieke doelgroepen zoals ouderen, zorgbehoevenden en woonwagenbewoners. • Meer aandacht voor kleinere huishoudens. • Tenminste 40% van woningen levensloopbestendig, verspreid over alle prijsklasse in zowel koop als huur. • Onderzoeken van de mogelijkheden van flexibel bouwen.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
6
Verkeer en mobiliteit: • Goede en veilige verbindingen voor fiets en voetganger. • Realisatie van een openbaar vervoer hub bij De Gaard • Stimuleren van deelmobiliteit. • Inrichten van wegen volgens de principes van Duurzaam Veilig. • Beperken van aantal aansluitingen op Noorder Allee. • Niet realiseren van doorsteken naar het lint voor autoverkeer. • Beperken van de hoeveelheid ‘blik op straat´. Voorzieningen: • Beweegvriendelijke en inclusieve buitenruimte • Verspreide speelplekken voor kleinere kinderen. • Geen supermarkt, eventueel wel kleinschalige detailhandel. • Gezamenlijke nieuwbouw van RKBS Vrijhoeve, PC De Koningsschool en kinderopvang De Groene Wereld. • Afhankelijk van behoefte faciliteren van extra voorzieningen zoals huisartsenpraktijk en honden uitlaatveldjes. Duurzaamheid: • Rekening houden met Bouwsteen gezonde fysieke leefomgeving. • In acht nemen aanbevelingen omgevingsadvies GGD. • Kleinschalige mix van woningtypen en prijsklassen. • Indien woning niet NOM, dan extra inspanning op een ander duurzaamheidsaspect (bovenop standaard eisen op basis van geldende beleid). • Indien haalbaar en betaalbaar aanleggen van een collectief warmtenet. • Ruimte geven aan beschermde diersoorten. • Hydrologisch en wat stikstof betreft neutraal ten opzichte van de Westelijke Langstraat. • Reserveren ruimte voor (op termijn) ondergrondse containers.
• Onderling verbinden van verschillende vormen van mobiliteit. • Woningen en openbare ruimte voorbereid op opladen elektrische auto’s. • Voldoende ruimte voor het ondergrondse en bovengrondse energienetwerk. Milieuaspecten: • Vormvrije m.e.r.-beoordeling. • Geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties binnen brandaandachtsgebieden. • Ligging Groene Venster afstemmen op ligging hoge drukgasleiding. • Akoestisch onderzoek voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen. • Aandacht voor groepen die hooggevoelig zijn voor luchtkwaliteit. • Geen negatief effect op Natura 2000 gebieden.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
7
Stedenbouw en architectuur • Ruimte voor andere invulling van de beeldspraak Landgoed Driessen, mits gerefereerd blijft worden naar de typische elementen van een landgoed. • Driesser Velden West: o Bebouwing eigen richting, objectmatig in het groen en aan het water. o Appartementengebouwen kijken uit over het landschap o Goede plek voor toepassing houtbouw. • Orangerie: o Aansluiting zoeken bij bestaande bebouwing aan met name de oost- en zuidzijde. o Plaatselijk hoger bouwen. o Plek voor woningen/woongebouw met een gemeenschappelijk karakter. • Afspraken over beeldkwaliteit vooraf vastleggen. Grondbeleid en ontwikkelstrategie: • Realisatie van 800 à 1.000 woningen. • Precieze aantal woningen is afhankelijk van onder andere woningbouwprogramma en beleid en ambities op het gebied van groen, water en parkeren. • In overleg met grondbezitters zoeken naar vorm van samenwerking. • Naar rato van profijt verhalen van kosten voor natuurcompensatie en verbetering van ontsluiting. • Winst voor gemeente geen doel op zich. Maar verlies niet acceptabel.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
8
3. Natuur en landschap 3.1.
Wat stond er in het Ontwikkelingsplan?
De naam Landgoed Driessen verwijst niet naar een oud landgoed dat ooit in het gebied gelegen heeft, maar is een beeldspraak. Een ‘dries’, of ‘driest’, is een akker of veld dat niet voor akkerbouw, maar als weide gebruikt wordt. Voor de ruilverkaveling liep er in dit gebied een oude weg, genaamd Meerdijkse Driessen. Landgoed verwijst naar de verweving van stad en land. De namen van de plandelen in Landgoed Driessen verwijzen naar elementen die men aan zou kunnen treffen op een landgoed (De Gaard, Het Koetshuis, De Bibliotheek, De Villa, De Velden, Lommerrijk.). Veel straatnamen sluiten hier weer bij aan (bijv. Villa …., letterkundigen en Brabantse Landgoederen).
Plandelen Landgoed Driessen (met rood gestippeld de Sprangse Sloot, grens tussen fase I en II)
De beoogde verbondenheid tussen stad en land is in het Ontwikkelingsplan terug te zien in de volgende uitgangspunten:
Natuur
Stedelijke ontwikkeling in het zuiden gaat gelijk op met natuurontwikkeling/behoud/beheer in het noorden. Stad
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
9
Behoud en herkenbaarheid van het slagenlandschap. Het bestaand landschap als drager van het ontwerp.
Overgangszone rond het Halve Zolenpad.
3.2.
Wat is er sindsdien gebeurd?
Westelijke Langstraat Op de plek waar ooit de spoorlijn van Den Bosch naar Lage Zwaluwe lag (het Halve Zolenlijntje) ligt nu een fietspad (het Halve Zolenpad). In het Ontwikkelingsplan (1998) en (eerste) bestemmingsplan Landgoed Driessen (1998) behoorden de gronden ten noorden van deze lijn ook onderdeel van het plangebied (zie de afbeelding in de inleiding van dit document) De ontwikkeling van stad en natuur moesten immers gelijk op gaan. In 2013 werd de Westelijke Langstraat aangewezen als Natura2000-gebied. Daarmee lag het voor de hand om de natuurontwikkeling op een andere manier planologisch te borgen. In het tweede bestemmingsplan Driessen (2013) is er daarom voor gekozen om het natuurgebied geen onderdeel meer uit te laten maken van plangebied Landgoed Driessen. Uiteindelijk duurde het tot 2020 voordat dat provincie daadwerkelijk een inpassingsplan voor de Langstraat vaststelde (2020). Tot op heden wordt binnen het Natura 2000-gebied nog steeds gewerkt aan het nemen van maatregelen op het gebied van het verbeteren van het watersysteem, peilbeheer, natuurontwikkeling, natuurbeheer en landbouw. In 2023 is de volgende fase gestart in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak (GGA) Westelijke Langstraat.
Het GGA-proces richt zich nadrukkelijk op het gebied rondom het Natura 2000 gebied en kijkt daarbij naast de wettelijke opgaven voor natuur en water ook naar gebiedsdoelen die in de schil rondom Natura 2000 gebieden van belang zijn zoals landbouw, energietransitie en woningbouw.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
10
Bestemmingsplan Driessen, 2023 (met rood gestippeld de Sprangse Sloot, grens tussen fase I en II)
Stad en natuur gelijk op De natuurcompensatie voor Landgoed Driessen is geregeld in het natuurcompensatieplan dat tegelijkertijd met het bestemmingsplan Landgoed Driessen door de raad is vastgesteld (september 1999). Ongeveer een half jaar later is een aanvullend raadsbesluit genomen (april 2000). De aldus vastgelegde natuurcompensatie is kort daarna geaccordeerd bij besluit van Gedeputeerde staten (mei 2000) en heeft betrekking op het heel Landgoed Driessen, dus zowel fase I als II. In totaal moest 28 ha. aan actuele natuurwaarden gecompenseerd worden. Daarbij betreft het deels het behoud van in het gebied al aanwezige natuurwaarden en deels ook de realisatie van nieuwe natuur buiten het plangebied. Afspraak is dat dit laatste zou gebeuren in 20 jaar, gelijk oplopend met de gefaseerde planrealisering voor het stedelijk gebied. In fase I zijn onder andere het Groene Venster, het Lage Water, het Sprangse Duin en een groenzone langs de Sprangse Sloot ter hoogte van plandeel Lommerrijk gerealiseerd. Deze elementen dragen bij aan de verbinding van stad en land. Het oude slagenlandschap uit het natuurgebied loopt in de vorm van het Groene Venster door tot diep in de wijk.
En in het meest noordelijke plandeel, de Driesser Velden, zijn bouwprojecten gerealiseerd (Het Fort, De Terpen, Het Kanteel) en voorzien (Het Amphitheater) die sterk verbonden zijn met het groen en het water en doorzichten geven op het natuurgebied ten noorden van de wijk. Buiten Landgoed Driessen is nieuwe natuur gecreëerd in De Vest (Waspik-Boven). En in Haven 8 Oost Afronding is buiten het Natuurnetwerk Brabant de zone waterstaat grond bestemd als natuur. Ook is een ecologische verbindingszone gerealiseerd westelijk van bedrijventerrein Haven 7. Onderdeel van de gemaakte afspraken was ook om de Koesteeg af te sluiten voor autoverkeer. (Zie ook het hoofdstuk “verkeer en mobiliteit”). In 2022 heeft GS ingestemd met een alternatieve invulling van deze afspraak.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
11
Met dit alles is voorzien in natuurcompensatie voor Landgoed Driessen, dus ook voor fase I. Met het ontwikkelen van fase II zal met name in Landgoed Driessen uiteindelijk zelfs meer natuur behouden en gerealiseerd worden dan overeengekomen. Een volledig en meer gedetailleerd overzicht van de natuurcompensatie is opgenomen in bijlage 1. In het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 (2023) worden vijf ontwikkelprincipes voor de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) geschetst. Het tweede principe luidt: Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat Landgoed Driessen hier in past.
3.3.
Wat is het uitgangspunt voor fase II?
Landgoed Driessen ligt in de schil rond Natura2000-gebied Westelijke Langstraat. De Groene Vensters vormen ecologische stepping stones tussen dit gebied en de Loonse en Drunense Duinen. Bovendien blijft in de Vensters het oorspronkelijke slagenlandschap zichtbaar in de gebouwde omgeving. Daarmee dragen ze bij aan de doelen van de Gebiedsgerichte Aanpak van de Westelijke Langstraat. Er is dus geen reden om de eind vorige eeuw bepaalde indeling en ruimtelijke hoofdopzet bij de ontwikkeling van fase II los te laten. De positie van het tweede Groene Venster zal worden afgestemd op de ligging van de hoge drukgasleiding (zie ook het hoofdstuk “milieuaspecten”). Ook elders in fase II kan het onderliggende slagenlandschap op meerdere manieren herkenbaar blijven, bijvoorbeeld door aanwezige elzenzingels te behouden. Behouden van de voor het slagenlandschap kenmerkende sloten is hydrologisch niet wenselijk. Zie hoofdstuk “Water”. De afwegingstafel SRBT sluit aan bij de ontwikkelprincipes door te adviseren om voldoende te investeren in het natuurgebied de Westelijke Langstraat aansluitend bij de normen, ambities en opgaven van nu. Op basis van het overzicht in bijlage 1 kan echter ook geconcludeerd worden dat op dit moment al voorzien is in de volledige natuurcompensatie voor heel landgoed Driessen.
Daarmee voldoet Landgoed Driessen fase II wellicht niet precies aan huidige provinciale werkwijze voor natuurcompensatie en kwaliteitsverbetering landschap, maar is met maatwerk wel gehandeld in de geest van die werkwijze, op basis van een in het verleden door GS genomen besluit.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
12
4. Water 4.1.
Wat stond er in het Ontwikkelingsplan?
Watersysteem In de aanloop naar het opstellen van het Ontwikkelingsplan is door Royal Haskoning de Facetnota Water opgesteld Hierin wordt uitgebreid ingegaan op het hydrologisch systeem van Landgoed Driessen. Dit is ingegeven door de specifieke ligging van Landgoed Driessen, op de grens van zand en klei, een overgangsgebied van infiltratie naar kwel. De grens wordt daarbij grofweg gevormd door de Oudestraat.
Plangebied op de grens van zand en klei (Bron: Ontwikkelingsplan)
Ten noorden daarvan ligt het kenmerkende slagenlandschap, met het kenmerkende dichte patroon van parallelle sloten. Deze sloten voeren neerslag en kwelwater snel af, waardoor de grondwaterstand kunstmatig laag blijft.
Hydrologisch principe slagenlandschap (bron: Ontwikkelingsplan)
Vanuit oogpunt van natuur is een verhoging van de grondwaterstand en toename van de hoeveelheid kwelwater gewenst. Ophogen van het terrein en dempen van sloten creëert een mogelijkheid om grotere hoeveelheid regenwater in de ondergrond te bergen. De natuurlijke afstroming van dit water zorgt vervolgens voor een waterbron voor de meer naar het noorden gelegen water. Ophoging voorkomt een te hoge grondwaterstand onder wegen en bebouwing.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
13
Bovenstaand principe werkt alleen als regenwater vastgehouden wordt in het gebied. In het Ontwikkelingsplan is daarom de keuze gemaakte om geen hemelwaterriool aan te leggen en in te zetten op integraal waterbeheer (infiltratie – retentie – afvoer). Hemelwater van gebouwen, erven en bestrating in de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk ter plekke geïnfiltreerd. Wat niet infiltreert wordt afgevoerd naar wadi’s. Wat daar niet alsnog wegzakt stroomt via de niet opgehoogde Groene Vensters naar een schoonwaterbuffer aan de noordzijde van de wijk: het Lage Water. De Groene Vensters zijn dus niet alleen natuurlijk en landschappelijk interessant (zie hoofdstuk “Landschap”), maar ook hydrologisch.
Ophogen, infiltreren en afvoeren via de Groene Vensters (bron: Ontwikkelingsplan)
In de droge periode kan water vanuit hieruit via het grondwater en kwel afvloeien naar het noordelijk van het Halve Zolenpad en lagergelegen natuurgebied. Het Lage Water ook gevoed kan worden door bemalingswater vanuit Elzenerve. Inlaten van Maaswater is daardoor niet meer/minder nodig, wat de waterkwaliteit ten goede komt. Sprangse Sloot Onderdeel van de plannen was ook om de Sprangse Sloot van het watersysteem in Landgoed Driessen te isoleren en te voorzien van een nieuwe slootbodem (kleilaag) zodat er geen gebiedsvreemd water kan infiltreren in de bodem. Daarbij kan de sloot ook vergraven worden in oostelijke richting zodat deze centraler zou komen te liggen tussen de beide Groene Vensters. Bovendien zou op die manier een zichtlijn gecreëerd worden op kerk van Kaatsheuvel (zie hoofdstuk “Stedenbouw en architectuur”). Autowasplaatsen Om te voorkomen dat schoonmaakmiddelen infiltreren in de bodem, is in het Ontwikkelingsplan opgenomen dat verspreid over het plan autowasplaatsen ingericht zullen worden.
4.2.
Wat is er sindsdien gebeurd?
Watersysteem Het watersysteem is vrijwel geheel aangelegd zoals beoogd in het Ontwikkelingsplan; gronden zijn opgehoogd voordat deze bebouwd zijn en er is geen rioolstelsel voor hemelwater aangelegd. Dit water wordt op eigen terrein geïnfiltreerd 1. Ook de wadi’s zijn aangelegd. Bij extreme regenval mag hierop afgevoerd worden vanaf particulier terrein. De wadi’s zijn via de Groene Vensters verbonden met het Lage Water aan de noordzijde van de Wijk.
1
In 2020 is dit basisprincipe overgenomen in het Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024 en bedraagt de vereiste bergingscapaciteit 60 mm. Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
14
In 2011 is de Facetnota Water (1998) geactualiseerd. Daarbij lag de focus op de benodigde waterberging en de waterkwaliteit. In 2023 heeft Royal HaskoningDHV een aanvullende memo geschreven over de wateropgave voor de afronding van Landgoed Driessen fase I. Daarin wordt geconstateerd dat de bergingscapaciteit van het Lage Water voldoende is om woningbouw in Driesser Velden Midden, De Villa deel B en De Muzenkamer mogelijk te maken. In de kamerbrief van eind 2022 geven de minister en staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat aan dat het kabinet water en bodem sturend wil laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dit uitgangspunt is ook terug te vinden in de ontwikkelprincipes van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 (2023) voor de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT). In de basis sluit het watersysteem in Landgoed Driessen hier goed bij aan. Uit een recente analyse (2024) blijkt wel dat het door ingrepen in de omgeving nog niet optimaal functioneert. Zo is bij de reconstructie van de N261 een duiker onder de N261 lag weggehaald en niet meer opnieuw aangebracht. Voorts zijn er bij de uitbreiding van het Lage Water (2014) twee stuwen geplaatst. Eén bij de Sprangse Sloot en één ter hoogte van de N261 in de watergang richting Besoyen. Door toedoen van het waterschap functioneren deze stuwen echter niet.
De Sprangse Sloot en het Lage Water zijn hierdoor direct met elkaar verbonden. Omdat de kwaliteit van het water in de Sprangse Sloot minder is dan die in het Lage Water, is nog geen voorziening getroffen om overtollig water vanuit het lage onder het Halve Zolenpad door af te voeren naar de Westelijke Langstraat. Ook loost het gemaal van de wijk Elzenerve niet, zoals voorzien in de facetnota Water, op het Lage Water, maar op de waterloop langs de Koesteeg, die in verbinding staat met de Sprangse Sloot. Gebiedsgerichte Aanpak Westelijke Langstraat In 2023 is de voorbereidende fase van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) Westelijke Langstraat gestart. Doelstellingen van de GGA betreffen niet alleen natuur en landschap (zie vorige hoofdstuk), maar ook het optimaliseren van de waterhuishouding en natuurlijke kwelstromen, verbetering van de waterkwaliteit en het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water. Sprangse Sloot In de aanloop naar de vaststelling van het bestemmingsplan Driessen (2013) is ervoor gekozen om de Sprangse sloot niet te verleggenen de bodem niet te voorzien van een kleilaag. In plaats van door het plangebied te lopen, vormt de Sprangse sloot nu een natuurlijke begrenzing van Lommerrijk. Dit maakte een andere, meer dorpse, opzet mogelijk. Autowasplaatsen In 2022 is besloten om het aantal autowasplaatsen in Landgoed Driessen af te bouwen van 4 naar 2.
Ervaring leerde dat inwoners hun auto in toenemende mate wassen bij wasstraten/wasboxen.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
15
4.3.
Wat is het uitgangspunt voor fase II?
Bodem en water zijn al vanaf het begin sturend geweest in de plannen voor Landgoed Driessen. De bodem in fase I is opgehoogd, het grondwaterpeil niet. En het systeem van infiltreren op eigen terrein en vertraagd afvoeren van regenwater via wadi’s en de Groene Vensters werkt goed. Op dit moment is er dan ook geen aanleiding om voor fase II wezenlijk andere keuzes te maken. Het ligt dan ook voor de hand om het Lage Water in fase II door te trekken. Dit zal worden meegenomen in een onderzoek dat de gemeente Waalwijk en het waterschap Brabantse Delta gezamenlijk laten doen naar hoe de geconstateerde onvolkomenheden in het systeem (en dan met name de verbinding hiervan met water in de omgeving) geoptimaliseerd kan worden. Dit onderzoek past binnen de doelstelling van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) Westelijke Langstraat om de waterhuishouding te optimaliseren, de waterkwaliteit te verbeteren en de doelen uit de Kaderrichtlijn Water te behalen. Ook de opmerking van de afwegingstafel SRBT om het waterbergingssysteem te stroomlijnen in relatie tot de recente ontwikkelingen die we zien op het gebied van klimaat (langdurige regenval en hoge grondwaterstanden) wordt daarbij meegenomen. Mogelijk leidt dit alles tot aanvullende uitgangspunten voor fase II. Los van het bovenstaande draagt de aanleg van groene (halfopen) parkeerplaatsen bij aan het zoveel mogelijk infiltreren van regenwater.
Lokaal beleid hieromtrent is in voorbereiding.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
16
5. Groen 5.1.
Wat stond er in het Ontwikkelingsplan?
Onder “Landschap” is al gesproken over de relatie van Landgoed Driessen met het kenmerkende slagenlandschap in de omgeving. Aan de noordzijde van de wijk wordt een overgangszone gecreëerd en de twee Groene Vensters dringen door tot diep in de wijk. In de overgangszone tussen De Noorder Allee en het Halve Zolenpad blijven de bestaande kavelrichting en elzensingels zichtbaar. Ten zuiden van de Noorder Allee verdwijnen deze, mede door ophoging en dempen van sloten (zie ook het hoofdstuk “Water”). In het Ontwikkelingsplan staat dat de Groene Vensters hier ingericht worden met speelplekken, wandel- en fietsroutes. In de Orangerie gebeurt dit op de manier waarop een Engels landschapspark wordt vormgegeven; een orthogonale ruimte-indeling met landschappelijk vormgegeven objecten. Ten westen van de N261 wordt een gevarieerd tuinlandschap gecreëerd (Sprangse Duin) dat als stapsteen functioneert tussen de Drunense Duinen en het Maasdal. De Noorder Allee wordt vormgegeven als een bomen-alleé, zodat deze drukke weg zowel vanuit de gebruiker als vanuit het wonen een prettige beleving geeft en een herkenbaar element is. Elders in de wijk worden verspreid staande elzensingels als relikwieën in de wijk opgenomen, met een minimale breedte van 10 meter. Het Lommerrijk is een zone waarin het privé groen van met hagen omzoomde kavels het beeld bepaalt.
Een grote hoeveelheid bomen moet dit gebied een beschut en intiem karakter geven.
5.2.
Wat is er sindsdien gebeurd?
Het oostelijke Groene Venster is gerealiseerd en duidelijk herkenbaar in de wijk. Datzelfde geldt voor het Sprangse Duin tussen het sportpark en de N261. In Lommerrijk is wel afgeweken van het Ontwikkelingsplan; met het besluit om de Sprangse Sloot niet te verleggen (2013) is de opzet van dit plandeel duidelijk anders geworden dan voorzien in het Ontwikkelingsplan. De grote hoeveelheid bomen is gebleven. Maar de hoofdontsluiting loopt niet langer midden door de buurt, maar aan de zijkant (Burg. De Geusstraat). En langs de Sprangse Sloot is een 15 meter brede groenzone (met fietspad) gerealiseerd. Groennorm en natuur inclusief bouwen De groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft! (2019) bevat een langetermijnvisie voor het groen. Het vormt de basis voor al het andere beleid en regels over het groen in de gemeente Waalwijk. Achterliggende doelen zijn het vergroten van klimaatbestendigheid en voorkomen van hittestress en wateroverlast. In de groenbeleidsvisie is een groennorm opgenomen. Deze schrijft voor dat in nieuwe woonwijken de openbare ruimte tenminste voor 10% uit groen moet bestaan. Daar bovenop moet in de woonwijken minimaal 5% groen worden gerealiseerd dat wordt gecombineerd met andere functies zoals parkeren, spelen en het opvangen van water. In de ‘Richtlijn Groenbeleidsvisie 2022’ is de groennorm nader uitgewerkt.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
17
In 2020 is Landgoed Driessen gestart met een pilot voor Natuur inclusief bouwen. Daarvoor is een puntensysteem opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat ontwikkelende partijen zelf kunnen kiezen met welke maatregelen zij een voor een project benodigde score halen. Naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad, is het puntensysteem in 2023 geactualiseerd. In 2024 is gestart met het samenvoegen van de Richtlijn Groenbeleidsvisie en het puntensysteem Natuur inclusief bouwen in één document. Onderlinge strijdigheden worden hiermee vermeden. Bovendien is het overzichtelijker als alle eisen ten aanzien van groen in één document staan. In het samengevoegde document komt naar verwachting meer aandacht voor de kwaliteit van het groen. Ook wordt een betere duiding gegeven van wat onder combinatiegroen verstaan mag worden. Mogelijk ook dat bij uitbreidingsprojecten een hogere groennorm gehanteerd gaat worden. Doelstelling vanuit de groenbeleidsvisie is tenslotte om te vergroenen. En daarbij kiest de gemeente Waalwijk liever voor een duurzame vergroening van het openbaar gebied, dan voor een lastig afdwingbare en handhaafbare vergroening van private grond. Groen in plaats van busbaan In 2022 is besloten om de oorspronkelijk voorziene vrij liggende busbaan (zie ook het hoofdstuk “Verkeer en mobiliteit”) niet aan te leggen.
Bij dat besluit is een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen om “bij het ontwerp van Landgoed Driessen fase 2 een zo groot mogelijk deel van de door het niet aanleggen van de busbaan vrijgekomen ruimte ten gunste te laten komen aan de groene kwaliteit in deze wijk. Waarbij dit groen een aanvulling moet zijn aan het initieel in het plan opgenomen groen en daar niet voor in de plaats dient te komen” en “Bij het ontwerp van Landgoed Driessen fase 2 als opdracht mee te geven dat er een groene oost-west verbinding gerealiseerd dient te worden”.
5.3.
Wat is het uitgangspunt voor fase 2?
Bij het opstellen en uitwerken van plannen voor Landgoed Driessen fase II zal uitvoering gegeven moeten worden aan het op dat moment geldende groenbeleid (groennorm, natuur inclusief bouwen) en de motie ‘fietspad in plaats van busbaan’ (2022). Dit beleid en deze motie zijn er op gericht bij ruimtelijke plannen meer groen te realiseren. Tijdens het participatietraject hebben verschillende inwoners hier ook op aangedrongen. Kanttekening is wel dat alleen op basis van een (vlekken)plan en (globale) berekening van alle kosten (bijv. ten gevolge van duurzaamheidseisen) en mogelijke opbrengsten beoordeeld kan worden of dit ruimtelijke en financieel haalbaar en wenselijk is. Door de beschikbare ontwikkelingsruimte efficiënt te benutten kan voldoende en kwalitatief goed (structuur)groen gerealiseerd worden. Dit draagt ook bij aan het creëren van een aantrekkelijke en klimaat adaptieve woonomgeving. Ten aanzien van de kwaliteit van groen dient bij het maken en uitwerken van plannen gezocht te worden naar een goede mix van mooi, functioneel (spelen en recreatie) en biodivers groen. Zo is tijdens de participatie de wens geuit om meer verschil aan te brengen in de diepte van wadi’s en de hoogte van het groen. Dit wordt te zijner tijd als aandachtspunt meegenomen bij de uitwerking van plannen. Datzelfde geldt voor de toegankelijkheid van groen (en groene parkeervakken) voor mindervaliden.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
18
6. Wonen 6.1.
Wat stond er in het Ontwikkelingsplan?
Het Ontwikkelingsplan (1998) gaat voor heel Landgoed Driessen uit van de realisatie van 2.500 tot 3.000 woningen. Daarbij wordt gestreefd naar een prettige woonomgeving door middel van een grote verscheidenheid aan woonmilieus. Deze variatie wordt eveneens aangebracht om een inspirerend en flexibel kader voor de toekomst te bieden en kan inspelen op nieuwe maatschappelijke tendensen. Een ruimtelijke variatie komt tot stand door een verschil in dichtheid, woningtype en typologie, stapelingspercentage of bouwhoogte en het karakter van de openbare ruimte. Een programmatische variatie komt tot stand door binnen hetzelfde woonmilieu verschillende financieringscategorieën, huishoudens, leeftijdscategorieën en andere functies dan woonfuncties te introduceren. Het exacte programma zal per ontwikkelingsfase worden vastgesteld op basis van het volkshuisvestingsprogramma van de gemeente en in overleg met de woningbouwverenigingen en de marktpartijen. Binnen de gegeven structuur van het ontwikkelingsplan wordt dit telkens uitgewerkt.
6.2.
Wat is er sindsdien gebeurd?
Aantal woningen Begin 2024 stonden er in Landgoed Driessen ongeveer 1.900 woningen. Als fase I is afgerond, is dit aantal gegroeid tot ongeveer 2.400 woningen. Variatie De in het Ontwikkelingsplan genoemde ruimtelijke en programmatische variatie is in fase I op projectniveau vormgegeven. Binnen bouwprojecten is telkens een mix van woningtypen en prijsklassen gerealiseerd. En naast reguliere woningen (vrijstaand, tweeonder-een-kap, rijwoningen, appartementen) zijn verspreid over de wijk ook wat minder gangbare woningen gerealiseerd, zoals de wadi-woningen, drive-in woningen en het Poortgebouw. Ook is een project gerealiseerd in collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Deze diversiteit op projectniveau draagt bij aan de leefbaarheid en sociale weerbaarheid van de wijk. Dit sluit ook aan bij het perspectief van de Koers Sociaal Domein (2022). (community building, omkijken naar elkaar). Ook in het coalitieakkoord 2022-2026 wordt diversiteit indirect benoemd (“Deze periode gaan we minimaal 1.200 extra woningen bouwen voor alle doelgroepen”). Bewoners in het reeds gerealiseerde deel van Landgoed Driessen geven regelmatig aan de variantie als positief te ervaren. Levensloopbestendig wonen Inwoners van Nederland en Waalwijk worden gemiddeld steeds ouder en wonen steeds vaker alleen. Er is een grote vraag naar gelijkvloers wonen.
Een van de adviezen naar aanleiding van het Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek (2018) was dan ook om het Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
19
aanbod levensloopbestendige woningen te vergroten. Dit voorziet niet alleen in een vraag, maar vergroot ook de doorstroming op de woningmarkt, iets waar ook jongere inwoners van profiteren. Bij het aanbieden van bouwlocaties in plandeel Lommerrijk is als uitgangspunt gehanteerd dat tenminste 40% van de woningen levensloopbestendig dient te zijn. Dit percentage is ook gehaald, ook in een project sociale huurwoningen. In de Nota van Uitgangspunten voor de afronding van Landgoed Driessen fase I (2023) is dit uitgangspunt dan ook overgenomen. Wonen en zorg In de regionale woonzorgvisie wordt aandacht gevraagd voor de veranderingen in de zorgsector. Zo wordt het aantal verpleeghuisplekken niet uitgebreid. Hierdoor zijn er grote opgaven voor de woningmarkt op het gebied van wonen en zorg. Zorg zal veel vaker aan huis geleverd moeten worden. Daarbij gaat het niet enkel om zorg voor senioren, maar ook om meer specifieke zorg bij bepaalde doelgroepen (waaronder ook psychische ondersteuning). Betaalbaarheid Mede naar aanleiding van de uitkomsten van het Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek (2018) is betaalbaarheid een van de centrale begrippen geworden in de meest recente Woonvisie (2020). Dit is vertaald in een minimaal percentage goedkope huurwoningen, afhankelijk van de omvang van een project. Deze woningen zouden bij voorkeur door een toegalaten instelling gerealiseerd moeten worden.
In februari 2022 besloot de gemeenteraad dat slechts 100 woningen door niet-toegelaten instellingen gerealiseerd mogen worden. Betaalbaarheid is de laatste jaren ook landelijk een steeds groter aandachtspunt geworden. In de Woondeal SRBT (2023) hebben het Rijk, de provincie Noord-Brabant, gemeenten en corporaties afgesproken dat tenminste 70% van de te bouwen woningen betaalbaar moet zijn. Dit is onderverdeeld in 30% goedkoop (huurwoningen onder de liberalisatiegrens) en 40% middelduur (huur vanaf de liberalisatiegrens tot een maximum van € 1.000 per maand of (voor 2024) koop tot € 390.000). Ook in het advies van de SRBT komt meer sociale woningbouw terug. Stijgende bouwprijzen en toegenomen ambities maken echter dat de betaalbaarheid van woningen echter onder druk staat. Voor toegelaten instellingen komt daar bovenop dat zij ook nog een flinke opgave hebben als het gaat om de verduurzaming van hun bestaande woningvoorraad. Hierdoor is het steeds lastiger om de ambities uit de Woondeal te verwezenlijken. Niet uitgesloten kan dus worden dat ook voor woningen in het goedkoopste segment een beroep gedaan zal moeten worden op commerciële marktpartijen. Door veel gemeenten wordt daarom met belangstelling uitgekeken naar de Wet versterking regie volkshuisvesting. Deze wet geeft het Rijk, provincies en gemeenten meer instrumenten om samen regie te voeren op de volkshuisvesting.
Het wetsvoorstel ligt sinds maart 2024 Op dit moment ligt de wet ter behandeling bij de Tweede Kamer. Woonwagens In plandeel De Villa is één woonwagenlocatie met vijf standplaatsen gerealiseerd. Naar aanleiding van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
20
landelijke beleidskader over woonwagenstandplaatsen, heeft het college in 2023 uitgesproken dat er een uitbreiding van het aantal standplaatsen moet komen in de gemeente Waalwijk. Momenteel wordt onderzocht waar dit mogelijk is. Daarbij wordt in naar heel de gemeente gekeken, inclusief Landgoed Driessen fase I en II. Woningbouwprognose De provinciale bevolkings- en woningbouwprognoses worden eens per drie jaar geactualiseerd. Door de jaren heen laat de prognose telkens een grotere behoefte aan woningen zien (mede veroorzaakt door een algehele te lage woningbouwproductie). Daarnaast zien we een groeiende groep van 65+’ers en 1- of 2-persoons huishoudens. Niet verwonderlijk dus dat de SRBT in haar advies aandacht vraagt voor deze doelgroep. De laatste herziening van de woningbouwprognose dateert van november 2023. Gelet op de agrarische bestemming is Landgoed Driessen fase II niet meegenomen in de laatste prognose.
6.3.
Wat is het uitgangspunt voor fase II?
Vanuit de SRBT is aangedrongen op intensivering van het woningbouwprogramma, waarbij zowel aandacht is voor de hoeveelheid als het type woningen. Zo zou er meer en in een hogere dichtheid gebouwd mogen worden. Schaarse uitbreidingsruimte moet immers goed benut worden. En extra woningen vergroten de levensvatbaarheid van bestaande voorzieningen. Daarnaast moeten de juiste woningen op de juiste plek gebouwd worden. Meer bouwen voor 1- en 2-persoonshuishoudens en meer sociale woningbouw vergroot de doorstroming en sluit aan bij de opdracht vanuit de provincie om ervoor te zorgen dat kwalitatieve woningbouwprogrammering (sub) regionaal aansluit op de afspraken in de SRBT Woondeal. Aantal woningen Gelet op het bovenstaande wordt ingezet op de realisatie van meer woningen dan waar eerder vanuit gegaan is. Bij een aantal van 800 tot 1.000 woningen bedraagt de dichtheid 20 tot 25 woningen per hectare. Tijdens de planvorming zal dit concreet gemaakt moeten worden (woningtypen) en vertaald moeten worden naar een verkavelingsopzet. Op die manier wordt inzichtelijk hoe een groter aantal woningen zich verhoudt tot bijvoorbeeld de parkeerbehoefte en ambities op het gebied van bijvoorbeeld groen. Variatie Het woningbouwprogramma in Landgoed Driessen fase II dient in overeenstemming te zijn met het gemeentelijk Woonbeleid en de afspraken uit de Woondeal SRBT.
Concreet betekent dit dat minimaal 70% van het programma dient te bestaan uit betaalbare woningen, onder te verdelen in 30% goedkoop en 40% middelduur. Niet onbelangrijk is dat voor de goedkope woningen wordt uitgegaan van realisatie door (of ten behoeve van) een toegelaten instelling. De overige 30% kan bestaan uit duurdere koop- of huurwoningen. Gelet op de vraag is een beperkt aantal particuliere bouwkavels daarbij voorstelbaar.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
21
Daarnaast is het belangrijk om de woningbouw in alle prijssegmenten meer te richten op 1- en 2-persoonshuishoudens. Ook dient meer dan in het verleden aandacht te worden besteed aan specifieke doelgroepen zoals ouderen, zorgbehoevenden en woonwagenbewoners. Om doorstroming te stimuleren bestaat 40% van het programma in alle prijssegmenten en financieringscategorieën uit levensloopbestendige woningen. De ontwikkeling van Lommerrijk heeft laten zien dat dit haalbaar is. Flexibel Bouwen Ontwikkelaars worden opgeroepen om de mogelijkheden van flexibel bouwen te onderzoeken. Kan in het ontwerp en de constructieopzet van woongebouwen nu al rekening gehouden worden met een eventuele splitsing of ‘optopping’ in de toekomst bijvoorbeeld? Door nu slimme keuzes te maken kan de wijk gemakkelijker meegroeien met toekomstige demografische ontwikkelingen.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
22
7. Verkeer en mobiliteit 7.1.
Wat stond er in het Ontwikkelingsplan?
De Noorder Allee vormt de hoofdontsluiting van Landgoed Driessen, zowel voor verkeer in zuidelijke (N261) als noordelijke richting (A59). Ook de aansluiting richting Waalwijk zou verbeteren als de aansluiting op termijn ongelijkvloers zou worden. Aanleg van de Noorder Allee moest er ook voor zorgen dat een toename van verkeer op de Oudestraat en in het lint (Kerkstraat, Van der Duinstraat) en daarmee een afname van de leefbaarheid beperkt werd. Ook het niet realiseren van doorsteken voor autoverkeer tussen Landgoed Driessen en het lint zou hieraan bij moeten dragen. Alleen de zuidzijde van plandeel de Bibliotheek werd vanaf de Van der Duinstraat ontsloten. Maar ten noorden daarvan werd in het Ontwikkelingsplan een knip gelegd, net als tussen het oostelijk en westelijk deel van de Bibliotheek en tussen Landgoed Driessen en Sprang Om de kwaliteit van de natuur te vergroten zette het Ontwikkelingsplan in op het minimaliseren van gemotoriseerd verkeer door en langs natuurgebieden (Koesteeg, Meidoornweg, Hoge Vaart, Winterdijk). In het Ontwikkelingsplan werd daarom voorzien om de Koesteeg af te sluiten voor autoverkeer (zie ook hoofdstuk “Landschap”). En ter hoogte van het Halve Zolenpad werd een tweede onderdoorgang richting Waalwijk voorzien.
Deze moest voorkomen dat autoverkeer in westelijke richting een weg zoekt naar de oprit naar de A59 bij Capelle (of zuidwaarts via Sprang naar Kaatsheuvel).
Links: Hoofdontsluiting autoverkeer. Zuidelijk deel De Bibliotheek ontsloten vanaf Van der Duinstraat Rechts: fietspaden (bron: Ontwikkelingsplan)
Voor de wijk zelf ging het Ontwikkelingsplan uit van een Duurzaam Veilig verkeerssysteem, gericht op het beperken van confrontaties tussen langzaam en snel verkeer en daarmee het voorkomen van ongevallen. Autoverkeer wordt geconcentreerd op de Noorder Allee. Een maximale snelheid van 50 km/h en beperkte aantal aansluitingen moet de doorstroming waarborgen. De overige staten worden ingericht als verblijfsgebied met een maximale snelheid van 30 km/h. Om het gebruik van de fiets te stimuleren werd in het Ontwikkelingsplan ingezet op een fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers, met vrij liggende fietspaden langs de hoofdroutes. Ook langs het westelijke Groene Venster zou een fietspad moeten komen.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
23
Het gebruik van het openbaar vervoer zou gestimuleerd moeten worden. Het Ontwikkelingsplan voorzag daarom in de aanleg van een vrij liggende busbaan, met een halte in De Muzenkamer. Het parkeerbeleid is gericht op het ontmoedigen van autogebruik.
7.2.
Wat is er sindsdien gebeurd?
In de Mobiliteitsvisie (2021) en het Mobiliteitsplan (2023) wordt ingezet terugdringen van het autogebruik en stimuleren van het gebruik van duurzame modaliteiten, waaronder de fiets en openbaar vervoer. In verkeerskundige kringen wordt hiervoor veelal het STOMPprincipe gebruikt: Stappen > Trappen > 0penbaar vervoer > Mobilty as a service > Privéauto.
Het STOMP-principe
Stappen en Trappen Waar er voor autoverkeer geen doorsteken zijn tussen Landgoed Driessen en het lint van Sprang-Capelle, zijn deze voor fietsers en voetgangers bewust wel gerealiseerd. Ook zijn langs Sportpark De Gaard en dwars door Driesser Velden, de Villa en de Bibliotheek en langs de Sprangse Sloot vrij liggende fietspaden aangelegd. Samen met het Halve Zolenpad, het fietspad langs de Noorder Allee en de Oudestraat maken deze paden dat inwoners zich veilig en snel met de fiets kunnen verplaatsen binnen de wijk en van en naar locaties daarbuiten. Daarmee past Landgoed Driessen in de ambities vanuit het Mobiliteitsplan (2023) om de mobiliteitstransitie verder te brengen door (onder andere) de fiets nadrukkelijk in te passen. Openbaar vervoer Wat het openbaar vervoer betreft is de gemeente afhankelijk van de provincie. De focus daar ligt bij belangrijke lijnen en haltes langs de rand van de wijk, dus minder bij OV in de wijk zelf. Verleggen van de route verandert de dekking in de wijk, maar verbetert deze niet wezenlijk. Tegelijkertijd zijn de kosten van het doortrekken van de busbaan fors en heeft dit mogelijk negatieve effecten op de leefbaarheid en de veiligheid in de wijk. Eind 2022 is daarom besloten om de oorspronkelijk voorziene busbaan niet aan te leggen.
Links: dekking bij huidige routering. / Rechts: dekking bij aanleg vrije busbaan
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
24
In 2024 is onder regie van de provincie en regio gestart met het onderzoeken van de kansen voor een snellere vorm van busvervoer genaamd Bus Rapid Transit (BRT) op de verbinding Tilburg – Waalwijk – Den Bosch. Ook vanuit het SRBT is geadviseerd om in te zetten op de mobiliteitstransitie door de lijn Tilburg, Waalwijk Den Bosch extra te ondersteunen. Langs deze lijn zouden meerdere mobiliteitshubs moeten komen, waarvan één bij sportpark De Gaard. De huidige bushalte aan de Noorder Allee is en blijft naar verwachting namelijk een locatie waar alle buslijnen die Waalwijk aandoen samenkomen. Essentieel daarbij is wel dat de bus de N261 op een snelle en veilige manier kruist. Daarbij wordt zowel gekeken naar de ambitie voor de middellange termijn als naar wat realistisch is op de korte termijn. Dit alles sluit aan bij de ambities van de gemeente uit het Mobiliteitsplan 2030 (2023) en het coalitieakkoord 2022-2026 om het gebruik van duurzame modaliteiten, waaronder de fiets en openbaar vervoer, te stimuleren. Mobility as a service (Parkeer)voorzieningen voor deelmobiliteit, zoals beschreven in het coalitieakkoord 20222026, zijn in Landgoed Driessen nog niet gerealiseerd. In de Parkeervisie Waalwijk (2024) is vastgelegd dat er in de nieuw vast te stellen Nota Parkeernormen de mogelijkheid voor het realiseren van deelmobiliteit als maatwerkoplossing wordt opgenomen.
Privé-auto Bij het opstellen van een Nota van Uitgangspunten voor de Bibliotheek (2008) is er voor gekozen om ook het zuidelijke deel van dit plandeel niet vanaf de Van der Duinstraat te ontsluiten. Door het oostelijk en het westelijk deel van de Bibliotheek met elkaar te verbinden ontstond een lus. Op die manier zijn er in geval van een eventuele calamiteit twee vluchtroutes.
Links: autoverkeer 2024. Lus door plandeel de Bibliotheek / Rechts: fietsverkeer 2024.
Het uitgangspunt om geen doorsteken voor autoverkeer te realiseren tussen Landgoed Driessen en het lint is in de loop der tijd meerdere malen ter discussie gesteld. Belangrijk argument om dit niet te doen is dat het realiseren van doorsteken leidt tot een toename van verkeer op het lint. Dit heeft een negatief effect op de doorstroming en de verkeersveiligheid. Met het oog op dit laatste is recent besloten om de maximale snelheid bij de reconstructie van het lint te verlagen naar 30 km/h. Daarnaast past het realiseren
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
25
van doorsteken voor autoverkeer niet in het STOMP-principe, waarbij de auto op de laatste plaats komt. Om te voorkomen dat afsluiten van de Koesteeg zou leiden tot een toename van de verkeersdruk op de Hogevaart, is er vanuit de gemeente Waalwijk met succes op ingezet om de Koesteeg in het provinciaal inpassingsplan Westelijke Langstraat (2020) weer een verkeersbestemming te geven. Ruim een jaar later (2022) stemde de provincie definitief in met het openhouden van deze weg. Voorwaarden waren onder andere wel dat de maximale snelheid verlaagd werd naar 60 km/h en faunapassages en snelheid remmende maatregelen aangelegd werden. Deze maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd. De Noorder Allee is volledig aangelegd. Een tweede ontsluiting richting Waalwijk vooralsnog niet. Bij de aanleg van de Driesserweg (langs Het Fort) is hier fysiek wel rekening mee gehouden. En in het bestemmingsplan Driessen (2013) werd planologisch ook ruimte gereserveerd voor een rotonde ter hoogte van het Halve Zolenpad. Dit laatste is met het vaststellen van het provinciaal inpassingsplan Westelijke Langstraat (2020) echter weer tenietgedaan. In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat “met de uitbreiding van Landgoed Driessen een extra ontsluitingsweg nodig is”. Ook tijdens de participatiebijeenkomsten met inwoners en de raad is deze wens meerdere malen geuit.
In 2023 en 2024 is in opdracht van de gemeenteonderzoek gedaan naar het nut en de noodzaak van een extra ontsluiting. Daarbij is voor drie scenario’s gekeken naar de haalbaarheid en consequenties van een eventuele extra ontsluiting, rekening houdend met verkeers-, planologische-, civiel technische- en kostenaspecten.
Links: ter hoogte van Halve Zolenpad/ Midden: richting Winterdijk/ rechts: ter hoogte van Dick Flemmingstraat (bron: onderzoek Antea)
De belangrijkste conclusie is dat de wachttijd bij de rotonde Noorder Allee – N261 oploopt naarmate Landgoed Driessen verder ontwikkeld wordt. Het oplossend vermogen van alle drie de scenario’s is onvoldoende om dit volledig op te lossen. Bovendien is de ruimtelijke impact groot. Voor alle onderzochte scenario’s moet bestaande infrastructuur aangepast worden, nieuwe infrastructuur aangelegd worden en/of grond of vastgoed verworven worden. Mede hierdoor zijn de kosten fors (€ 5 tot € 13 mln.). En twee van de drie routes lopen pal langs de Westelijke Langstraat af. Het is geenszins zeker of dat milieu planologisch haalbaar is (stikstof, geluid, …). De derde route leidt tot extra verkeer op het lint van Sprang-Capelle. Gelet op deze conclusies is nader onderzoek nodig. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met een vlotte doorgang voor hoogfrequent openbaar busvervoer van en naar een beoogde mobiliteitshub aan de Noorder Allee. Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
26
Circa de helft van de parkeerplaatsen in Landgoed Driessen is gelegen in parkeerkoffers. Dit draagt bij aan het beperken van ‘blik’ in de openbare ruimte. Maar de bijdrage aan de ambitie om het autogebruik te ontmoedigen lijkt tot op heden beperkt. In 2024 heeft het kennisinstituut voor verkeer, het CROW, nieuwe kencijfers voor parkeren gepubliceerd. In de nieuwe kencijfers zit meer bandbreedte dan in de tot nog toe in Waalwijk gehanteerde normen. Dit wordt meegenomen bij de op dit moment lopende actualisatie van de Beleidsregel parkeernormen Waalwijk.
7.3.
Wat is het uitgangspunt voor fase II?
Veel van de uitgangspunten uit het Ontwikkelingsplan blijven relevant voor Fase II. Denk aan de aanleg van een fijnmazig netwerk van fiets- en wandelpaden, het beperken van het aantal aansluitingen op de Noorder Allee om de doorstroming te waarborgen, het inrichten van wegen volgens de principes van Duurzaam Veilig, het niet realiseren van doorsteken voor autoverkeer en het beperken van de hoeveelheid ‘blik op straat’. Conform het gemeentelijke Mobiliteitsplan 2030 (2023) en STOMP principe wordt allereerst ingezet op aanleg van een goed en fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers dat aansluit op het bestaande netwerk in fase I (o.a. richting OV-hub) en dat in kern Vrijhoeve (o.a. richting het buurtwinkelcentrum aan het Raadhuisplein). Ook de realisatie van één of meer nieuwe doorsteken voor fietsers naar het lint van SprangCapelle past hierin. Daarnaast zet de gemeente samen met regiogemeenten en de provincie sterk in op hoogwaardig openbaar vervoer, met een OV-hub bij sportpark De Gaard. Ook zal deelmobiliteit gestimuleerd en gefaciliteerd worden. Privé autobezit komt in STOMP-principe op de laatste plaats. Het onderzoek naar een eventuele extra ontsluiting maakt duidelijk dat de realisatie van een extra ontsluiting voor autoverkeer niet gemakkelijk, niet goedkoop en wellicht zelfs onhaalbaar is.
Nader onderzoek moet uitwijzen of het bovenstaande ook geldt voor het verbeteren van de bestaande hoofdaansluiting op de N261. Nu voor fase II uitgegaan wordt van een groter aantal woningen (zie hoofdstuk “Wonen”) zal een deel van de eerdere analyse daarbij opnieuw gedaan moeten worden. Dit onderzoek kan plaatsvinden parallel aan de planvorming voor fase II. Uiteindelijk zal in het kader van de planologische procedure verantwoord moeten worden dat mobiliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van fase II. Plannen zullen moeten voldoen aan op dat moment geldend beleid, waaronder het parkeerbeleid. Op dit moment wordt de gemeentelijke parkeernormennota (2015) geactualiseerd. Op de uitkomst hiervan kan niet vooruit worden gelopen.
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
27
8. Voorzieningen 8.1.
Wat stond er in het Ontwikkelingsplan?
Onderwijs In het ontwikkelingsplan is geconstateerd dat de behoefte aan basisonderwijs en kinderopvang afhankelijk is van het woningbouwprogramma en bouwtempo. Sport De geluid belaste zone lange de N261 wordt benut voor het onderbrengen van twee voetbalverenigingen RWB en NEO’25 inclusief bijbehorende voorzieningen. Het Willem van Oranjecollege wordt voorzien van een verhard sportterrein, een verspring- en kogelstootveld, inclusief bijbehorende voorzieningen. Daarnaast is er ruimte gereserveerd voor een sporthal inclusief de bijbehorende parkeerplaatsen. Spelen en bewegen Door Landgoed Driessen loopt een stelsel van wandel- en fietspaden, de ‘Groene vensters’ vormen optimale wandelomgevingen. Ten Noorden van het Halve Zolenpad gaan er paden het natuurgebied in. Wadi’s kunnen gecombineerd worden met speelmogelijkheden. Verspreid over het plan zijn er kleinere speelplekken dicht bij woningen in autoluwe straten Detailhandel Bewoners van Landgoed Driessen kunnen voor hun dagelijkse levensbehoefte terecht in het centrum Sprang-Vrijhoeve. Voor overige zaken zijn er de (winkel)voorzieningen in Waalwijk. Op Langere termijn is de vestiging van kleinschalige detailhandel centraal in plan (Muzenplein) voorstelbaar. Overige voorzieningen Het Muzenplein is een ruimtereservering voor diverse sociaal-culturele en maatschappelijke voorzieningen waaronder ook kerkelijke.
Hier zal ook een bushalte gerealiseerd worden. Door de afwijkende bouwvorm en de combinatie van wonen en voorzieningen moet het Muzenplein een interessant beeld worden.
8.2.
Wat is er sindsdien gebeurd?
Onderwijs In fase I zijn twee scholen voor voortgezet onderwijs gerealiseerd: het Willem van Oranjecollege in De Gaard en de MET Praktijkschool in het Koetshuis. Daarnaast zijn er twee scholen voor basisonderwijs: Villa Vlinderhof en PC De Koningsschool. In 2021 heeft het college een locatie aan de rand van fase II (in De Orangerie) aangewezen voor Kindcentrum Landgoed Driessen. Hierin moet naast PC De Koningsschool als RKBS Vrijhoeve ook kinderdagverblijf De Groene Wereld een plek krijgen. In 2024 is besloten om in het pand ook een gymzaal en ontmoetingsruimte voor de buurt onder te brengen. Sport Sportvoorzieningen zijn geconcentreerd op sportpark De Gaard. Zoals voorzien in het Ontwikkelingsplan zijn hier accommodaties gerealiseerd voor voetbalverenigingen RWB
Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024
28
en NEO’25. Ook de door de gemeente geëxploiteerde sporthal De Slagen en een commerciële sportschool (tegenwoordig BasicFit) hebben hier een plek gevonden. Spelen en bewegen Verspreid over fase I zijn tal van kleine speelaanleidingen/-voorzieningen voor kleinere kinderen gerealiseerd. Deze zijn goed bereikbaar via de verschillende fiets- en wandelpaden in de wijk. Voor grotere kinderen is er weinig tot geen aanbod. In de Nota van Uitgangspunten voor De Driesser Velden, De Villa deel B en De Muzenkamer (2023) is opgenomen dat deze openbare ruimte de centrale plek in de wijk moet worden waar inwoners kunnen spelen en ontmoeten, waar natuur en cultuur samenkomen. Om een beeld te krijgen van welke functies (niet zijnde bebouwing) inwoners graag een plek zouden zien krijgen in de Muzenkamer is in 2023 een breed opgezet participatietraject doorlopen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de ambitie uit het Coalitieakkoord 2022-2026 om een multifunctioneel ontmoetingsplein in Landgoed Driessen te realiseren. De uitkomsten van het participatietraject zijn begin 2024 gedeeld met inwoners en de raad. Eind 2024 wordt gestart met het vertalen van de opgehaald ideeën in een concreet ontwerp. De wens om een speel-/hangplek te hebben wordt daarin meegenomen.
De scholen in de wijk zouden graag zien dat de Muzenkamer zo ingericht wordt dat zij hier ook terecht kunnen voor beweegonderwijs/spelend bewegen. Detailhandel In het bestemmingsplan Driessen (2013) is een mogelijkheid voor college opgenomen om medewerking te verlenen aan maximaal 2.500 m2 aan detailhandel en maximaal 500 m2 horeca. Detailhandelsvestigingen mogen niet groter zijn dan 250 m2, met uitzondering van een supermarkt. Deze mag maximaal 1.500 m2 groot zijn. Horecavestigingen mogen ieder niet groter zijn dan 250 m2. Om van deze mogelijkheid gebruik van te maken moet wel onderzoek gedaan worden naar de gewenste situering van deze voorzieningen, waarbij mede gelet wordt op de bestaande voorzieningenstructuur in Sprang/Vrijhoeve en de verkeersaspecten. Dit onderzoek is gedaan in de vorm van de Notitie Boodschappenstructuur (2014) en Detailhandelsvisie (2017). Hierin zijn scherpe keuzes gemaakt om de winkelstructuur sterk te houden. Geconstateerd werd dat inwonersaantallen ook in de toekomst te klein zijn voor een gezonde exploitatie van een supermarkt in Landgoed Driessen. Bovendien zou door hier een supermarkt te realiseren het draagvlak voor zowel de winkelvoorzieningen in Sprang-Capelle als de kern Waalwijk afnemen.
In haar advies kiest de SRBT een vergelijkbare lijn door (omgekeerd) te stellen dat nieuw te bouwen woningen gebruikt kunnen worden als hefboom voor het versterken van de voorzieningen in de bestaande gebieden (kern Sprang Capelle). Consequentie van dit beleid is wel dat de animo van andere detaillisten om zich te vestigen in Landgoed Driessen klein is; zonder de aanwezigheid van een supermarkt hebben (vers)speciaalzaken weinig kans van slagen. Ook in het Leefbaarheidsonderzoek Landgoed Driesen (2019) wordt over een supermarkt gesproken wordt. Niet persé vanwege de praktische voordelen, maar eerder vanuit sociaal oogpunt. “Een buurtwinkeltje (al dan niet gerund door vrijwilligers) past misschien beter bij Landgoed Driessen”. Uitgangspunten Landgoed Driessen fase II, september 2024