Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Om effecten op vrijgestelde soorten kleine grondgebonden zoogdieren zoveel mogelijk te beperken zijn de werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant uit uitgevoerd zodat aanwezige dieren de kans krijgen te vluchten. Dit valt onder de zorgplicht. Mogelijk indirecte effecten als verstoring door licht zijn voorkomen door gebruik te maken van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op beplanting, bomen, en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring van vleermuizen te voorkomen. Dit geldt ook voor de eindsituatie. 4.4.2
Beschermde gebieden
Natura 2000-gebieden Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is gelegen op circa 2 km (Langstraat). Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De bedrijven binnen dit bestemmingsplan zijn allemaal reeds gerealiseerd. Er wordt daarmee niet voorzien in een nieuwe stikstofemissie ten opzichte van de bestaande situatie. Nader onderzoek in het kader van stikstof en gebiedsbescherming is in dat kader niet noodzakelijk. 4.4.3
Conclusie
Er is in het verleden onderzoek uitgevoerd, voordat het terrein ontwikkeld werd. Het betreft een bestaand, reeds ontwikkeld bedrijventerrein. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Bij ontwikkelingen wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming.
29
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
4.5
Verkeer en parkeren
Verkeer Het bestemmingsplan Haven 8 West 2023 is een conserverend bestemmingsplan. De verkeersafwikkeling van de bedrijven die hierin zijn opgenomen, is in het kader van de afzonderlijke omgevingsvergunningen reeds passend bevonden binnen de bestaande ontsluitingsstructuur. Het plangebied is ontsloten vanaf de Kroonweg aan de oostzijde van het plangebied. Deze heeft aan de zuidzijde van het plangebied een aansluiting op de Kloosterheulweg. Doordat de weg aan de noordzijde van het plangebied ook is doorgetrokken via de Industrieweg naar het bestaande Bedrijventerrein Haven, functioneert de weg ook als nieuwe ontsluiting van het bestaande bedrijventerrein haven. In de toekomst zal het plangebied via de randweg/Gansoyensesteeg worden ontsloten op de nieuwe noordelijke parallelstructuur die in het kader van de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL) wordt aangelegd. In het verkeersmodel van de GOL is rekening gehouden met de ontwikkeling van 92 ha grootschalige logistiek in het gebied Haven 8, dus onder meer het verkeer van Haven 8 West (circa 25 ha) kan via de nieuwe verkeersstructuur van het GOL ruim voldoende worden afgewikkeld.
Mochten de verkeersmaatregelen van het GOL of van een vergelijkbaar alternatief geen doorgang vinden, zal een intensivering van gebruik binnen het plangebied slechts mogelijk zijn als is aangetoond dat eventuele extra verkeersgeneratie kan worden afgewikkeld. Parkeren In de planregels is geborgd dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen perceel moet zijn conform de beleidsregels die hieromtrent zijn opgenomen in de gemeentelijke parkeernormennota. Conclusie Het bedrijventerrein is reeds gerealiseerd en op de ontsluitende wegen is sprake van een goede verkeersafwikkeling en doorstroming. Parkeergelegenheid is op eigen perceel gerealiseerd. Dit is geborgd in de planregels.
4.6
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer is opgenomen dat bij bepaalde overheidsbesluiten de gevolgen van dit besluit op de luchtkwaliteit beoordeeld dienen te worden. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het vaststellen van een bestemmingsplan, het verlenen van een milieuvergunning en het nemen van een wegaanpassingsbesluit. Concreet kan een project doorgang vinden wanneer: voldaan wordt aan de grenswaarden voor vervuilende stoffen, zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer, of de verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van het besluit 'niet in betekenende mate' is; er is sprake van een 'niet in betekenende mate' wanneer er een toename van een stof genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer is van minder dan 3% ten opzichte van de grenswaarde, of als het plan is opgenomen in het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is bij Kabinetsbesluit vastgesteld op 1 augustus 2009 en sindsdien van kracht. De ruimtelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, is opgenomen in het NSL (IB-nr. 538). Daarom hoeft er geen afzonderlijke toets meer plaats te vinden met betrekking tot normen voor luchtkwaliteit en kan een beroep gedaan worden op artikel 5.16 eerste lid, onder d van de Wet milieubeheer.
Concreet betekent dit dat als een ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in het NSL, de ruimtelijke ontwikkeling voor het aspect luchtkwaliteit doorgang kan vinden. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening wordt onderzoek gedaan naar de invloed van de uitbreiding van het bedrijventerrein Haven 8 op de luchtkwaliteit. Voor het bestemmingsplan 'Afbouw Haven I t/m VI' onderzoek gedaan naar de invloed van ontwikkeling van het bedrijventerrein Afbouw Haven I t/m VI op de luchtkwaliteit. Daarbij is zowel gekeken naar de invloed
30
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
van industriële bronnen (puntbronnen) als van het wegverkeer (lijnbronnen). Met betrekking tot industriële bronnen is gebleken dat de invloed van de nog te vestigen bedrijvigheid op het industrieterrein op de lokale luchtkwaliteit gering is. Voor onderhavig bestemmingsplan zal dit niet anders zijn. Met betrekking tot het wegverkeer blijkt uit de scenarioberekeningen dat: voor stikstofdioxide in 2011 en 2020 (zowel in- als exclusief de voorgenomen uitbreiding) de grenswaarden of plan- en alarmdrempels voor de jaargemiddelde concentratie en de uurgemiddelde concentratie niet worden overschreden; voor fijn stof in 2011 en 2020 (zowel in- als exclusief de voorgenomen uitbreiding) de grenswaarden voor de jaargemiddelde concentratie en de 24 uursgemiddelde concentratie niet worden overschreden; uit de berekeningen die zijn uitgevoerd voor Afbouw Haven I t/m VI blijkt dat de concentraties NO2 en PM10 ruim onder de grenswaarden blijven. Dit bestemmingsplan is een consoliderend plan wat geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. De normen zoals die in de Wet milieubeheer zijn weergegeven, worden niet overschreden. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De normen zoals die in de Wet milieubeheer zijn weergegeven, worden dus niet overschreden.
4.7
Geluid
Beleidskader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een plan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. In de Wet geluidhinder (Wgh) is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Aangezien het plangebied niet gelegen is binnen de zone van een spoorweg, is hieraan geen aandacht besteed. Het plangebied ligt evenwel in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein en de snelweg A59. Wegverkeerslawaai In het plangebied zijn geen geluidgevoelige functies gerealiseerd. Bovendien is de snelweg A59 op een grotere afstand dan 200 m gelegen vanaf de meest zuidelijke punt van het plangebied. Wegverkeerslawaai wordt om die reden buiten beschouwing gelaten. Aan- en afvoer van goederen en verkeersbewegingen van werknemers hebben invloed op de verkeersintensiteit ter plaatse, maar ook hiervoor geldt dat de locatie ver van woningen is gelegen, waardoor dit geen invloed heeft op het geluidniveau op woningen. Industrielawaai Het plangebied ligt binnen de geluidzone van het industrieterrein Haven I t/m VI.
Over het plangebied ligt op basis van het bestemmingsplan Geluidtoedeling de aanduiding 'geluidzone - industrie'. Hierbinnen mogen alleen geluidsgevoelige objecten worden opgericht waarvoor een hogere waarde als bedoeld in artikel 45 van de Wet Geluidhinder is vastgesteld. Het onderhavige bedrijventerrein maakt geen onderdeel uit van het industrieterrein Haven. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen worden dan ook niet toegestaan. Geluidgevoelige objecten worden overigens binnen het plangebied eveneens niet toegestaan. Aan de zuidwestzijde van het plangebied zijn woonwagens gelegen. Deze liggen op een afstand van meer dan 100 m. De bedrijfsmatige activiteiten binnen het plangebied dienen te voldoen aan de vastgestelde geluidnormen ter plaatse van geluidgevoelige objecten. Hieraan wordt voldaan. Ook wordt voldaan aan de richtafstanden voor wat betreft geluid tot de bedrijven. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is namelijk bestemd voor logistieke bedrijvigheid, waarvoor een richtafstand van 50 m geldt. Hieraan wordt voldaan.
31
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
Conclusie Op basis van de aanwezige niet geluidgevoelige functies, de ligging van de weg, en de zone van het industrieterrein Haven, kan akoestisch onderzoek achterwege blijven. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen evenals geluidsgevoelige objecten zijn niet toegestaan in het bestemmingsplan.
4.8
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden en functies, zoals woonbebouwing. Milieuzonering dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijk spoor voorkómen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Om het begrip milieuzonering voor de praktijk te concretiseren wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uitgegeven 'Bedrijven en milieuzonering' met daarin opgenomen de Richtafstandenlijsten voor milieubelastende activiteiten. Hierin wordt per bedrijfssoort aangegeven wat de uitstraling is in milieuhygiënisch opzicht. Deze uitstraling wordt bepaald aan de hand van een aantal aspecten. Het gaat hierbij om de aspecten geur, stof, geluid en gevaar, met daarnaast aandacht voor de indices verkeer, visueel, bodem en lucht.
De mate van uitstraling wordt vastgelegd in een zestal milieucategorieën, oplopende van bedrijvigheid met een lichte (categorie 1) naar bedrijvigheid met een zware milieuhygiënische uitstraling (categorie 6). Iedere categorie correspondeert met een bepaalde wenselijke afstand tot milieugevoelige functies. Andersom geldt ook dat binnen een milieucirkel nieuwbouw van milieugevoelige objecten, zoals woningen, niet zonder meer is toegestaan. Dit enerzijds om de mogelijkheden van het bedrijf niet (verder) te beperken en anderzijds om de milieugevoelige functie te beschermen. Binnen het plangebied worden logistieke bedrijven toegestaan. Hiervoor geldt op basis van de uitgave 'Handreiking Bedrijven en milieuzonering' een milieucategorie 3.1, met een bijbehorende richtafstand van 50 m.
Daarnaast worden bedrijven van milieucategorie 3.1 tot en met 5.3 toegestaan in de noordelijke helft van het plangebied. Voor deze functies geldt een richtafstand van 50 tot 1000 m en voor een gemengd gebied 30 m tot 700 m. Gevoelige functies nabij het plangebied betreffen de bedrijfswoningen/woonwagens op het bedrijventerrein Haven. Voor de milieutechnische beoordeling wordt dit getypeerd als gemengd gebied. Deze functies liggen op 130 m van het plangebied. Op dit zuidelijke deel van het plangebied zijn (distributie)bedrijven tot categorie 3.1 mogelijk. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 m. De daadwerkelijke afstand tot de bedrijfswoningen/woonwagens is 130 m, waardoor deze afstand voldoende is. Meer noordelijk in het plangebied geldt dat ook bedrijven tot categorie 5.3 zijn toegestaan, want daar geldt een aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijven - milieucategorie 3 tot en met 5'. Het gebied met deze aanduiding ligt op circa 800 m. Voor bedrijven van categorie 5.3 geldt een afstand van
32
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
1000 m. Bij een gemengd gebied, niet zijnde een rustige woonwijk, kan één afstandsstap terug gedaan worden, wat betekent dat hier een afstand van 700 m aangehouden kan worden. De afstand van 700 m wordt gehaald, aangezien de bedrijfswoningen/woonwagens op ruim 800 m afstand liggen. Aangezien deze functies op ruim meer dan 800 m afstand liggen van het gebied waar categorie 5.3 bedrijven zijn toegelaten, en het bestaande bedrijventerrein Haven en Afbouw Haven op een kortere afstand ligt van deze functies, is geen sprake van nieuwe belemmeringen en resulteert onderhavig bestemmingsplan niet in een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van de betreffende functies, zoals blijkt uit dit hoofdstuk.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Voor het plangebied is het thema 'Externe veiligheid' nader beoordeeld. De beoordeling daarvan staat in Bijlage 5. Op basis van deze beoordeling acht de gemeente de situatie ter plaatse acceptabel. Nader onderzoek of maatregelen in het kader van externe veiligheid zijn niet noodzakelijk.
4.10 Technische infrastructuur Dit aspect betreft de boven- en ondergrondse technische infrastructuur. Binnen het plangebied ligt een bovengrondse hoogspanningsleiding. Hoogspanningsleidingen zijn belast met een zakelijk recht. Ter bescherming van de veiligheid rondom bovengrondse hoogspanningsleidingen wordt ter weerszijde van de lijn een vrije strookbreedte gehanteerd. In deze strook wordt een aantal belemmeringen opgelegd ten aanzien van onder andere bebouwingen en opstallen, hoogopgroeiende beplanting en werkzaamheden. De benodigde belemmeringenstrook is afhankelijk van het spanningsniveau van de verbinding en de uitvoering van de hoogspanningsleiding. Voor de Hoogspanningslijn Geertruidenberg-'s-Hertogenbosch (150 kV) die door het plangebied loopt, geldt een belemmeringenstrook van 25 meter aan weerszijde van de hartlijn van de leiding. Binnen het plangebied is ook een gasleiding gelegen. Langs deze leiding wordt een belemmerende strook van 5 m aan weerszijde van de leiding gehanteerd. Conclusie Op de verbeelding van het bestemmingsplan is een belemmeringenstrook van 25 m aan weerszijde van de hartlijn van de hoogspanningsleiding opgenomen. Ook wordt een belemmerende strook van 5 m aan weerszijde van de gasleiding gehanteerd.
4.11 Duurzaam bouwen en energie Beleid gemeente In het voorjaar van 2009 heeft de Raad van de gemeente Waalwijk uitgesproken dat Waalwijk op de lange termijn (2043) klimaatneutraal moet zijn. Dit is een zeer ambitieuze doelstelling, die vraagt om acties op ieder denkbaar terrein. Het gaat daarbij om adaptatie en mitigatie. Adaptatiemaatregelen zijn er op gericht de samenleving zodanig in te richten dat de gevolgen van klimaatverandering die gaat optreden, kunnen worden opgevangen. Een voorbeeld van een adaptatiemaatregel is de aanpassing van het rioolstelsel, zodat hevige regenbuien kunnen worden verwerkt. Met mitigatiemaatregelen wordt geprobeerd de klimaatverandering beperkt te houden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan beperking van de CO2-uitstoot. Bij mitigatie moet vooral worden gedacht aan verduurzaming van de energiehuishouding. Het belangrijkste daarbij is energiebesparing. Daarna komt de
33
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
productie van zoveel mogelijk duurzame energie. De gebouwde omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Adaptatie- en mitigatiemaatregelen vormen samen het klimaatbeleid. De gemeente Waalwijk heeft in 2005 beleid met betrekking tot duurzaam bouwen (Dubo) vastgesteld. Bij DuBo zet de gemeente de Gemeentelijke Praktijkrichtlijn (GPR) als instrument in. De GPR kent vijf modules of aandachtsvelden, te weten 'energie', 'milieu', 'gezondheid', 'gebruikskwaliteit' en 'toekomstwaarde'. In aansluiting op de klimaatambitie kiest de gemeente bij DuBo voor 'energie' als speerpunt. Waar mogelijk moet energie worden bespaard (bijvoorbeeld door goede isolatie), en moet duurzame energie worden geproduceerd (bijvoorbeeld met zonnepanelen op daken). In principe wordt bij alle ontwerpactiviteiten geprobeerd om Dubo te stimuleren. Dit betekent zowel bij woningbouw als bij utiliteitsbouw en zowel bij nieuwbouw als bij renovatie. Zelfs stedenbouwkundige ontwerpactiviteiten kunnen worden meegenomen. In het Bouwbesluit worden wettelijke eisen gesteld aan de kwaliteit van gebouwen. Daarmee zijn ook eisen opgenomen met betrekking tot Dubo. De gemeente mag geen extra maatregelen bovenop deze eisen uit het Bouwbesluit voorschrijven. Wel mag de gemeente met de bouwpartijen op vrijwillige basis afspraken maken over een hoger ambitieniveau. De enige weg waarlangs dit kan gebeuren is via overleg.
Dat is precies wat het Dubobeleid van de gemeente inhoudt. In goed overleg met de bouwpartijen en met toepassing van de GPR om objectieve kwaliteitsafspraken te maken, wordt geprobeerd om verder te komen dan de eisen die in het Bouwbesluit zijn vastgelegd. Waar het Bouwbesluit op rijksniveau steeds wordt aangescherpt, denk bijvoorbeeld aan de EPC voorschriften, probeert de gemeente deze aanscherpingen steeds voor te blijven. Steeds wordt geprobeerd iets extra's te doen. De ambities van de gemeente blijven hierbij wel realistisch. Samengevat zet de gemeente in de gebouwde omgeving in het kader van het klimaat- en DuBo-beleid met name in op energiebesparing en op de productie van Duurzame Energie.
4.12 M.e.r.-plicht M.e.r.-plicht De vraag of sprake is van een m.e.r.-plicht omvat twee subvragen: 1.
2.
Is het plan kaderstellend voor toekomstige m.e.r.(beoordelings)plichtige-activiteiten? a. De uitbreiding van het bedrijventerrein Haven 8 betreft een activiteit uit de D-lijst van het Besluit mer (D 11.3 de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein), maar blijft met circa 28 ha bruto onder de drempelwaarde: gevallen waarin de ontwikkeling betrekking heeft op een oppervlakte van meer dan 75 ha. Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden; b. De verbetering van de Gansoyensesteeg en de nieuwe aansluitingen op de Kloosterheulweg en bedrijventerrein Haven, betreft geen activiteit uit de D-lijst van het Besluit mer (D 1.2 De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg, In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 km of meer). Kan het plan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van een nabijgelegen Natura 2000-gebied? Wanneer dit niet op voorhand kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en geldt daarmee ook een m.e.r.-plicht. Deze vraag staat los van de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In onderstaand schema is het bovenstaande nogmaals schematisch weergegeven.
34
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Dit bestemmingsplan betreft een consoliderend plan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waarmee er geen sprake is van een m.e.r. (beoordelings)plicht. Conclusie Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, (beoordelings)plicht.
waardoor gen sprake
is van een m.e.r.
4.13 Conclusie omgevingsaspecten Op basis van de voorgaande paragrafen, kan de volgende conclusies worden getrokken voor de omgevingsaspecten: Aspect
Invloed functieverandering
Water
In het plangebied is voldoende ruimte voor watercompensatie en retentie.
Bodem
Het plan betreft een consoliderend plan. Eerder ontdekte verontreinigingen zijn zo nodig gesaneerd.
Archeologie
Het gebied heeft een gematigde en lage verwachtingswaarde, het gebied is zo nodig onderzocht en er zijn geen negatieve effecten op de archeologische waarden.
Geluid
De rijksweg A59 ligt op voldoende afstand. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen evenals geluidsgevoelige objecten worden niet toegestaan in het bestemmingsplan. Woningen liggen op voldoende afstand. Er zijn geen geluideffecten te verwachten.
Verkeer
Een aanpassing van de rotonde Midden-brabantweg - Biesbosweg in combinatie met de noordelijk randweg zorgt voor een goede verkeersafwikkeling en doorstroming. Parkeergelegenheid dient op eigen perceel te worden gerealiseerd. Dit wordt geborgd in de planregels. Kortom, er zijn geen negatieve effecten te verwachten.
Luchtkwaliteit
Het bestemmingsplan betreft een consoliderend plan. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten.
Externe veiligheid
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten. consoliderend bestemmingsplan.
35
Het betreft een
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
Natuur - Flora en fauna
Natuurgebieden
Er is geen nader onderzoek naar beschermde soorten in het plangebied noodzakelijk. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten. Het betreft een consoliderend bestemmingsplan.
beschermde Ten behoeve van stikstofdepositie is geen nader onderzoek noodzakelijk. Het betreft een consoliderend bestemmingsplan.
De conclusie is dat de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en dat ruimschoots wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving.
36
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Inleiding
De planmethodiek is afgestemd op de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Binnen deze systematiek is omwille van uniformiteit en overzichtelijkheid gezocht naar een wijze van bestemmen die aansluit op de regeling voor de bestemmingsplannen Bedrijventerreinen van de gemeente.
5.2
Algemene toelichting verbeelding
Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.
5.3
Algemene toelichting regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel 'wijze van meten' opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van Hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel In dit artikel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bouwregels voor ondergronds bouwen vastgelegd.
Algemene aanduidingsregels In het artikel 'Algemene aanduidingsregels' zijn de bepalingen met betrekking tot de gebiedsaanduidingen opgenomen. In dit artikel zijn de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie' en veiligheidszone - bevi' opgenomen. De aandudiding 'geluidzone - industrie' regelt de geluidzone van het bedrijventerrein Haven. De aanduiding 'veiligheidszone - bevi' beschermt (beperkt) kwetsbare objecten door het oprichtingsverbod
37
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
ter plaatse van de veiligheidszone. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bevi Bevi-inrichtingen zijn alleen toegestaan als een perceel de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bevi' heeft. De bevi-activiteiten die zijn toegestaan, zijn omschreven in de regels. De PR 10-6 contour moet binnen het bouwperceel blijven en overschrijdt dit niet. Er geldt een afwijkingsbevoegdheid voor het aanpassen van de activiteiten, onder voorwaarde dat de PR 10-6 contour is gelegen binnen het bouwperceel. Er gelden wijzigingsbevoegdheden voor het verwijderen van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bevi' als de Bevi-inrichting er niet meer is. bevi-inrichtingen binnen de bestemming Bedrijventerrein worden toegelaten, onder voorwaarden. ook hiervoor geldt dat de PR 10-6 contour is gelegen binnen het bouwperceel. Het groepsrisico in het invloedsgebied van de inrichting dient vooraf verantwoord te zijn. Parkeren Dit artikel bevat algemene regels ten aanzien van parkeren die van toepassing zijn bij een gebruiksverandering of de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen.
Afstemmingsbepaling Met deze regel is bepaald dat naast dit bestemmingsplan ook de regels uit het bestemmingsplan Geluidtoedeling Bedrijventerrein Haven van kracht blijft. Op deze manier is het mogelijk om, wanneer voldoende geluidruimte is ontstaan binnen de geluidzone, geluidruimte toe te kennen aan de bedrijven op Afbouw Haven I t/m VI. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
5.4
Bestemmingen
5.4.1
Bestemming Bedrijventerrein
Het grootste gedeelte van het plangebied is bestemd met de bestemming 'Bedrijventerrein'. Op de gronden bestemd als 'Bedrijventerrein' is zeer grootschalige logistiek toegestaan uit ten hoogste milieucategorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Daarnaast zijn ook andere bedrijven toegestaan, namelijk de op de verbeelding toegestane bedrijven in milieucategorie 3.1 tot en met 5.3. Deze zijn aangegeven door middel van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - milieucategorie 3 tot en met 5' De bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen de bouwvlakken. Bedrijfswoningen worden niet mogelijk gemaakt, net als geluidzoneringsplichtige inrichtingen en bevi-inrichtingen. In het bestemmingsplan zijn bestemmingsvlakken opgenomen en afstanden tot de openbare weg en zijdelingse perceelsgrens. Ook is er een minimale perceelsbreedte opgenomen. De maatvoering van de bebouwing is vastgelegd op de verbeelding en in regels. De bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen is
38
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
vastgelegd op de verbeelding, dit betreft 16 m. De overige maatvoeringen zijn vastgelegd in de regels, zoals de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er gelden voorwaardelijke verplichtingen voor waterberging met een minimale capaciteit van 60 liter per m² bebouwing en 60 liter per m² verharding. Daarnaast gelden voorwaardelijke verplichtingen voor duurzaamheidsmaatregelen, namelijk: Het dak van bedrijfsgebouwen moet worden gebruikt om energie/warmte/koude op te wekken, tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert. Het dak van bedrijfsgebouw moet tenminste constructief geschikt zijn om duurzame maatregel te kunnen realiseren. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van (een) gebouw(en) of bouwwerk(en), dient te worden aangetoond dat de betreffende gebouwen of bouwwerken niet worden aangesloten op het aardgasnet en niet worden verwarmd met aardgas. 5.4.2
Overige enkelbestemmingen
Door het opnemen van de bestemming 'Bedrijventerrein' is een groot gedeelte van het plangebied voorzien van een bestemming. Naast deze bestemmingen zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Recreatie Verkeer - Verblijf Recreatie De gilde- en handboogvereniging met vrije buitenbanen en schietbomen is binnen de bestemming 'Recreatie' mogelijk gemaakt. Verkeer - Verblijf In de bestemming 'Verkeer - Verblijf' zijn de omliggende wegen opgenomen. Ook verblijfsvoorzieningen, zoals het parkeren, maken onderdeel uit van deze bestemming. 5.4.3
Dubbelbestemmingen
Leiding In het plangebied zijn verschillende leidingen aanwezig. Deze leidingen zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding' en een aanduiding: 1. 2. 3. 4. 5.
aardgasleiding: de aanduiding 'hartlijn leiding - gas'; bovengrondse hoogspanningsleiding: de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanning'; riool: de aanduiding 'hartlijn leiding - riool'; persleiding waterschap: de aanduiding 'hartlijn leiding - persleiding waterschap'; hoofdtransportleiding water: de aanduiding 'hartlijn leiding - water'.
De gronden zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van deze leidingen. Onder deze bestemming valt de zakelijkrecht zone van de aardgasleiding en de hoogspanningsleiding. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. Opslag van goederen is niet toegestaan binnen deze dubbelbestemming. Daarnaast is er een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden, zoals het aanleggen van verhardingen en beplanting of het verlagen van de bodem. Voor de aardgasleiding is de aanduiding 'hartlijn leiding - gas' opgenomen. Hier geldt dat uitsluitend overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximale bouwhoogte van 3 m worden gebouwd ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de ondergrondse leiding. Voor de bovengrondse hoogspanningsleiding is de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanning' opgenomen. Hier geldt dat uitsluitend overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximale bouwhoogte van 60 m worden gebouwd ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de bovengrondse hoogspanningsleiding. De indicatieve zone van de hoogspanningsleiding is op basis van de netkaart van het RIVM 2x 85 m, deze zone valt niet onder de dubbelbestemming. Binnen de enkelbestemmingen zijn geen
39
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
nieuwe situaties te creëren waarbij kinderen langdurig hoogspanningsleiding van 0,4 microtesla (µT) zijn.
binnen de magneetveldzone van de
Waterstaat - Waterkering De gronden gelegen ten zuiden van de insteekhaven Waalwijk zijn mede bestemd voor voorzieningen voor de directe en indirecte kering van het water. De instandhouding en/of bescherming van de waterkering staat centraal binnen de bestemming. Verder zijn verhardingen en groenvoorzieningen toegelaten. Er zijn uitsluitend bouwwerken mogelijk die niet worden gefundeerd. Er geldt een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Dit geldt bijvoorbeeld voor diepploegen, diepwoelen, aanleg van leidingen, graven, herprofileren en dempen van waterlopen, heiwerken, het aanleggen van landschapselementen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.
40
bestemmingsplan Haven 8 West 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. Dit bestemmingsplan betreft een consoliderend plan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het wettelijk verplichte vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Haven 8 West reeds plaatsgevonden in het kader van de afzonderlijke deelbesluiten die ten behoeve van de vraaggerichte ontwikkeling van het terrein. De gebruikelijke overlegpartners in het vooroverleg zijn over dit conserverende bestemmingsplan geïnformeerd. Het ontwerpbestemmingsplan Haven 8 West 2023 heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen, gedurende welke periode door een ieder zienswijzen konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen gekomen op het plan. Wel zijn nog enkele ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. Het overzicht van deze wijzigingen is bijgevoegd in Bijlage 6.
41