CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Haven 8 West 202313.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Haven 8 West 2023 vastgesteld

bestemmingsplan Toelichting

Haven 8 West 2023 vastgesteld

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Proces en leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur 2.3 Wat het bestemmingsplan regelt

9 9 9 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

11 11 12 17 18

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Cultuurhistorie en archeologie 4.3 Water 4.4 Natuur 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geluid 4.8 Milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Technische infrastructuur 4.11 Duurzaam bouwen en energie 4.12 M.e.r.-plicht 4.13 Conclusie omgevingsaspecten

23 23 23 24 29 30 30 31 32 33 33 33 34 35

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Algemene toelichting verbeelding 5.3 Algemene toelichting regels 5.4 Bestemmingen

37 37 37 37 38

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41

3

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

4

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Toelichting

5

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

6

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De afgelopen jaren is invulling gegeven aan het bedrijventerrein Haven 8 West. Dit bedrijventerrein is vraaggericht ontwikkeld op basis van de bedrijventerreinafspraken voor de regio Hart van Brabant. Een deel is gerealiseerd binnen de bestemmingsplan Afbouw Haven I t/m VI en voor het overige zijn omgevingsvergunningen verleend voor verschillende logistieke bedrijven. In dit ontwerp bestemmingsplan zijn alle recente, verleende (uitgebreide) omgevingsvergunningen opgenomen. Naast Haven 8 West is ook het perceel aan de zuidoost zijde binnen het plangebied is opgenomen, dat eveneens vraaggericht middels een omgevingsvergunning is ontwikkeld. Daarnaast is het gehele bedrijfsperceel van Bol.com opgenomen, zodat dit binnen één bestemmingsplan valt. Momenteel valt dat bedrijf onder drie verschillende planologische regimes. In de Structuurvisie Waalwijk 2025 is verwoord dat Waalwijk een toekomstbestendig regionaal werkgelegenheidscentrum wil zijn en een lokaal krachtige economische functie wil vervullen. Waalwijk heeft een expliciet herkenbare positie in de regio op het gebied van werkgelegenheid en economische groei en wil deze positie behouden en vergroten. Met name de belangstelling van zeer grote bovenregionale logistieke bedrijvigheid (oppervlakte/bouwperceel van 5 ha of meer ) is voor Waalwijk aantrekkelijk.

Voorliggend bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische kader voor het bedrijventerrein Haven 8 West. Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Gansoyensesteeg aan de oostzijde van het plangebied. Deze heeft aan de zuidzijde van het plangebied een nieuwe aansluiting op de Kloosterheulweg. Doordat de weg aan de noordzijde van het plangebied ook wordt doorgetrokken naar het bestaande Bedrijventerrein Haven, functioneert de weg tevens als nieuwe ontsluiting van het bestaande Bedrijventerrein Haven. Tot slot wordt de strook in de noordwesthoek van het plangebied omgezet naar een recreatieve bestemming ten behoeve van de bestaande gilde en handboogvereniging om oneigenlijk gebruik van het bedrijventerrein te voorkomen. Het bestemmingsplan Haven 8 West 2023 is daarmee een conserverend bestemmingsplan dat een uniform juridisch-planologisch kader vastlegt voor het bestaande bedrijventerrein Haven 8 West.

1.2

Plangebied

Het plangebied heeft betrekking op het gebied, zoals opgenomen in onderstaande afbeelding. Het plangebied wordt aan de noordelijke zijde begrensd door het terrein van de rioolwaterzuivering en aan de westzijde door het bedrijventerrein Afbouw Haven. Aan de zuidelijke van het plangebied liggen agrarische gronden. Ten zuiden van het plangebied ligt Rijksweg A59. Aan de oostzijde komt het nieuwe bedrijventerrein Haven 8 Oost. Hiervoor is het bestemmingsplan Haven 8 Oost vastgesteld.

7

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Uitsnede plangebied

1.3

Geldende bestemmingsplannen

De hierna volgende bestemmingsplannen vallen gedeeltelijk in het plangebied Haven 8 West 2023. Bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld 09-12-2010, in werking getreden 13 mei 2011, onherroepelijk d.d. 3 mei 2012. Facetbestemmingsplan Geluidtoedeling Bedrijventerrein Haven, vastgesteld 20-06-20130. Bestemmingsplan Haven 8, fase 1, vastgesteld 1 juli 2017. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Haven, vastgesteld 20 juli 2013. Bestemmingsplan Afbouw Haven I t/m VI, vastgesteld 30 januari 2014.

1.4

Proces en leeswijzer

Het bestemmingsplan Haven 8 West 2023 wordt opgesteld, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Daarbij zijn de procedurele aspecten in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Het bestemmingsplan bestaat uit een geometrische plaatsbepaling en regels en wordt vergezeld van voorliggende toelichting. De bestemmingen van de gronden zijn opgenomen in de geometrische plaatsbepaling. De plankaart geeft een verbeelding van deze geometrische plaatsbepaling. Door middel van kleuren, arceringen en coderingen zijn daarbij de bestemmingen aangegeven. De materiële inhoud van de bestemmingen is opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. In voorliggende toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de achtergronden van het plan. Er wordt een beschrijving van het plan gegeven en er wordt ingegaan op het verrichtte onderzoek. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en toekomstige situatie. Er wordt eerst aandacht geschonken aan de ruimtelijke en functionele structuur, waarna vervolgens de toekomstige situatie wordt beschreven. Hoofdstuk 3 behandelt het relevante beleid van de hogere overheden en gemeente, inclusief de beleidsuitgangspunten die voortvloeien uit het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de diverse omgevingsaspecten, zoals natuur, geluid, externe veiligheid, e.d.

In Hoofdstuk 5 wordt een juridische toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan. Tevens is verslag gedaan van inspraak en overleg en de zienswijzeprocedure in Hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk is ook de economische uitvoerbaarheid beschreven.

8

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is een bedrijventerrein dat wordt gekenmerkt door de noord-zuid gerichte verkaveling, wat gebaseerd is op het oorspronkelijke, agrarische slagenlandschap. De omgeving van het plangebied bestaat aan de westzijde uit het bedrijventerrein Haven en aan de noordzijde uit het havengebied en een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Aan de oostzijde wordt het bedrijventerrein Haven 8 oost ontwikkeld. Ten zuiden van het plangebied ligt de A59 die het industrieterrein en de kern Waalwijk van elkaar scheidt.

2.2

Functionele structuur

Het plangebied bestaat uit grootschalige logistieke bedrijven. Aan de Industrieweg 94 is een gilde- en handboogvereniging gevestigd. Door het plangebied loopt een gasleiding en een hoogspanningsverbinding. Direct ten noorden van de A59 is vanaf de jaren 60 op de kleigrond, tussen de Bergsche Maas en de Langstraat, het bedrijventerrein Haven ontstaan, door de nabijheid van insteekhavens vanaf de Bergsche Maas en de ligging aan de A59. Het Haventerrein is goed ontsloten door de directe ligging aan de A59 en in de directe nabijheid van de N261. Mede door deze goede ligging en ontsluiting is dit bedrijventerrein uitgegroeid tot een werkgebied met een regionale functie. Functies die mogelijk worden gemaakt variëren van lichte tot zwaardere bedrijvigheid, met een nadruk op logistiek. Functiemenging met lichte bedrijvigheid en kwetsbare functies zoals woningen op deze terreinen, is dan ook geen gewenste ontwikkeling en zal worden geweerd. Verschillende functies zouden elkaar op de Haventerreinen juist belemmeren in plaats van versterken. Menging van logistieke en niet-logistieke bedrijvigheid is goed mogelijk, mits het bedrijven betreft in de milieucategorieën waarvoor het terrein bedoeld is. De Haventerreinen bieden namelijk, als enige locatie binnen de gemeente, de mogelijkheid tot vestiging van bedrijven in maximaal milieucategorie 5.

Dit bestemmingsplan is een planologisch kader voor het bestaande bedrijventerrein ter plaatse.

2.3

Wat het bestemmingsplan regelt

Dit bestemmingsplan voorziet niet in de regeling van nieuwe planologische activiteiten. Dit betreft een consoliderend bestemmingsplan waarin de bestaande situatie planologisch wordt geregeld. In het plangebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de aanwezige bedrijven: zeer grootschalige logistieke bedrijven uit ten hoogste categorie 3.1 van de in Bijlage 2 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten worden toegelaten. Voor zover sprake is van bestaand - bestemd dan wel vergund - ander gebruik is dit in dit bestemmingsplan overgenomen. Zo zijn de bedrijfsgronden in het plangebied met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - milieucategorie 3 tot en met 5' mede bestemd voor bedrijven uit milieucategorieën 3 tot en met 5, in aansluiting op het bedrijventerrein Haven; geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn nog niet toegestaan; de gronden van het plangebied worden aan de oostzijde begrensd door de weilanden naast de Kroonweg en de Gansoyensesteeg. Voor een optimale ontsluiting van het plangebied worden de gronden aan de noord- en zuidzijde van het plangebied in het plan opgenomen door het toekennen van de bestemming 'Verkeer'; De gilde en handboogvereniging zijn gevestigd tussen het bedrijventerrein Haven en de toekomstige insteekhaven. Deze gronden worden omgezet naar een een bestemming 'Recreatie'.

9

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

10

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Hoofdstuk 3

Beleid

Dit hoofdstuk omvat de beschrijving van relevante ruimtelijke beleidsdocumenten van hogere overheden, de regio en de gemeente. Per document zijn de hoofdlijnen opgenomen voor zover van belang voor dit bedrijventerrein. Tevens bevat dit hoofdstuk een beschrijving van de relevante gemeentelijke ruimtelijke beleidsdocumenten en de gemeentelijke beleidskeuzes ten aanzien van het bedrijventerrein. Het sectorale beleid is beschreven in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie. Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Bij prioriteit 3 word beschreven dat er wordt ingezet op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden.

De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio's staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed. Conclusie Dit bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor een bestaand bedrijventerrein in de

11

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

gemeente Waalwijk. Deze ontwikkeling past binnen de nationale belangen in de NOVI en sluit aan bij prioriteit 2. 3.1.2

Ladder Duurzame verstedelijking

Kader Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bevat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De begrippen 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' zijn als volgt gedefinieerd (artikel 1.1.1 Bro): Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In de praktijk wordt dit de ladder voor duurzame verstedelijking genoemd. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.

Onderzoek In de eerste instantie moet de vraag beantwoord worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Primair zijn de nieuw vestiging van bedrijven/ bedrijventerreinen aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De stedelijke ontwikkelingen zijn op basis van jurisprudentie aan te merken als nieuw wanneer zijn een nieuw ruimtebeslag hebben van 500 m2 of meer. Dit bestemmingsplan betreft een consoliderend plan en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Er is daarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk. De behoefte aan het bedrijventerrein Haven 8 is uitgewerkt in paragraaf 3.3. Conclusie Het initiatief voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het bedrijventerrein is gerealiseerd op basis van regionale afspraken waarin de behoefte aan het terrein is uitgewerkt.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De Omgevingsvisie Noord-Brabant is op 14-12-2018 in werking getreden. Een van de doelen van deze omgevingsvisie is duurzame verstedelijking. De omgevingsvisie formuleert de ambitie: hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? En daarbij stellen stelt de omgevingsvisie mobiliserende tussendoelen: wat wil de provincie in 2030 voor elkaar hebben om die ambitie te verwezenlijken? Om Noord-Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaat-proof te laten zijn, onderscheidt de provincie vier hoofdopgaven die nauw met elkaar samenhangen en die op elkaar inwerken: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Voor voorliggend plan zijn alle hoofdopgaven relevant, maar 'werken aan een concurrerende, duurzame economie is het meest van toepassing op de te ontwikkelen bedrijvigheid. Een aantrekkelijk

12

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

vestigingsklimaat vraagt om voldoende ruimte en een geschikte omgeving voor de vestiging van nieuwe bedrijven en voor de ontwikkeling van bestaande bedrijven. De Brabantse Omgevingsvisie zet in op het toekomstbestendig maken van de werklocaties in Brabant. Het (kwalitatief) 'up to date' houden van de bestaande werklocaties is van vitaal belang voor een concurrerende economie, innovatie, werkgelegenheid, zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van vergroenings- en duurzaamheidsambities. Op bedrijventerreinen liggen grote opgaven en kansen in het kader van klimaatadaptatie, energietransitie en slimme mobiliteit. Een toetsing aan het aspect duurzame verstedelijking heeft reeds plaatsgevonden in paragraaf 3.1.2. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord Brabant

Op 25 november 2019 is de Interim omgevingsvergunning in werking getreden. De Interim omgevingsverordening voegt bestaande regels uit zes verordeningen samen. In de Interim omgevingsvergunning zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. Er zijn beperkt wijzigingen doorgevoerd, onder andere vanwege de vastgestelde omgevingsvisie. In de interim omgevingsverordening staan instructieregels voor gemeenten. De volgende regels zijn van toepassing op het plangebied. Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan dient bij de evenwichtige toedeling van functies invulling te geven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met: 1.

2.

3.

Zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan. b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Toepassing van de lagenbenadering, namelijk beoordeling van de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Meerwaardecreatie.

Dit is een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; c. de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Afweging bestemmingsplan Zorgvuldig ruimtegebruik: Het bedrijventerrein betreft een bestaand bedrijventerrein. Het terrein is gerealiseerd op basis van regionale afspraken. De motivering voor de duurzaamheidsladder is opgenomen in paragraaf 3.1.2.

13

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Lagenbenadering: De toets aan de aspecten die van belang zijn voor de lagenbenadering zijn opgenomen in Hoofdstuk 4. De landschappelijke inpassing is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van het bestemmingsplan Haven 8 Oost Afronding. Meerwaardecreatie: Bij dit bedrijventerrein is een combinatie gemaakt met waterberging in het plangebied en landschappelijke inpassing/ ontwikkeling van natuurwaarden. Deze inpassing is opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan Haven 8 Oost - Afronding welke voorziet in de realisatie van deze natuurwaarden. Dit vormt de afronding van het bedrijventerrein Haven. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Het plangebied is aangemerkt als 'landelijk gebied' maar ook als 'verstedelijking afweegbaar'. Voor gebieden aangemerkt als 'landelijk gebied' geldt artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap. Dat betekent dat een ruimtelijke ontwikkeling zoals de ontwikkeling van het bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Daarbij geldt het volgende op basis van artikel 3.9 van de verordening: Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Hierbij geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Afweging bestemmingsplan Het bestemmingsplan regelt de planologische situatie voor een reeds ontwikkeld bedrijventerrein.

De benodigde reservering van middelen voor kwaliteitsverbetering conform regionale afspraken is verantwoord in de afzonderlijke plantoelichtingen en ruimtelijke onderbouwingen die de daadwerkelijke ontwikkelingen mogelijk maakten. De kwaliteitsverbetering zelf maakt deel uit van het bestemmingsplan Haven 8 Oost-afronding. Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar Het plangebied is daarnaast aangemerkt met de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar'. Dit houdt in dat er onder voorwaarden toch ontwikkelingen in het niet-stedelijk gebied plaats kunnen vinden: a. b. c. d.

binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

14

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Afweging bestemmingsplan Hieronder zijn de voorwaarden uitgewerkt. a. b. c. d.

Het plangebied bestaat uit bestaande bedrijven. De bedrijven zijn gerealiseerd op basis van reeds geldende bestemmingslannen en verleende (uitgebreide) omgevingsvergunnignen. Transformatie behoort niet tot de mogelijkheden voor ontwikkeling, maar ook hiervoor geldt dat het een bestaand bedrijventerrein betreft. Het bedrijventerrein past binnen de regionale afspraken. De afspraken zijn beschreven in paragraaf 3.3. Een landschappelijke inpassing voorziet in het behoud en versterking van de omgevingskwaliteit, zie paragraaf 2.3 van het bestemmingsplan Haven 8 Oost - Afronding. Langs het Drongelens kanaal wordt een brede strook natuur aangelegd. Binnen het plangebied wordt bovendien voorzien in een aantal landschappelijke elementen waaronder de robuuste groene oost-west zone aan de noordzijde van het plangebied die de ecologische structuur langs de Gansoyensesteeg verbindt met de nieuw aan te leggen brede strook natuur langs het Drongelens kanaal.

Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, lid 2 en 3 Een duurzame stedelijke ontwikkeling: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Afweging bestemmingsplan Omgevingskwaliteit en leefomgeving: Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik toepassing van de lagenbenadering meerwaardecreatie De goede omgevingskwaliteit en de veilige en gezonde leefomgeving is nader onderbouwd in Hoofdstuk 4.

Zorgvuldig ruimtegebruik: De verordening geeft aan dat het bestemmingsplan regels dient te bevatten over: een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. De minimale kavelomvang is opgenomen in de definitie van value added logistics:. Ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken zijn niet toegelaten. Productie en gebruik duurzame energie: met het plan is energieneutraliteit op bedrijfsniveau het uitgangspunt, hierbij worden bijvoorbeeld zonnepanelen in combinatie met groene daken bedoeld. Het dakoppervlak van bedrijfsgebouwen wordt, waar mogelijk, beschikbaar gesteld voor de opwek van energie.

15

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Dit betreft geen bestemmingsplan verbrede reikwijdte, waardoor geen energienormen zijn opgenomen in de planregels. Klimaatverandering: er moet ruimte zijn voor klimaatadaptatie. Voor wat betreft klimaatverandering wordt voldaan aan de vereisten van waterberging die daaraan gesteld worden door het waterschap. Daarnaast zal het landschappelijke raamwerk tevens een bijdrage kunnen leveren aan de verschillende klimaatdoelen zoals het tegengaan van hittestress. Om deze doelen te behalen is een aantal voorwaardelijke verplichtingen in het bestemmingsplan opgenomen voor waterberging en duurzame maatregelen. Mobiliteit: het bedrijventerrein ligt in de nabijheid van de Waalwijkse haven. Bij de selectiecriteria voor bedrijven wordt gekeken of bedrijven gebruik kunnen maken van de haven voor goederentransport. Deze bedrijven krijgen een vestigingsvoorkeur. Naast de bestaande haven wordt op voorzien in de realisatie van een nieuwe containerterminal met een open waterverbinding, waardoor de bereikbaarheid via het water wordt geoptimaliseerd. Het terrein is per auto goed bereikbaar. De verkeersontsluiting wordt geregeld via de Weteringweg, waarbij met de ontwikkeling van het plan ook rekening gehouden wordt met langzaamverkeerroutes. Duurzame concurrerende economie: de logistieke sector opereert op regionale, nationale en internationale schaal.

Waalwijk wordt vooral vanwege sociaal-geografische factoren als vestigingsgebied gekozen. Voor deze sector geldt dat er een tekort aan ruimte en dat deze niet kan worden opgevangen binnen het bestaande aanbod. Het tekort doet zich bij logistieke bedrijfskavels vooral voelen omdat deze vanwege de grootschaligheid moeilijk inpasbaar zijn op bestaande bedrijventerreinen in bestaand stedelijk gebied en deze een groot ruimtebeslag nodig hebben en afhankelijk zijn van de ontsluitingsmogelijkheden. Er is extra aanbod noodzakelijk. Behoud van dit plangebied is in dat opzicht noodzakelijk. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Overige aanduidingen Voor het overige gelden ter plaatse regels voor het grondwater en voor agrarische bedrijven. Deze zijn niet van toepassing op dit plan. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de provinciale verordening weergegeven. Het plangebied is hierop globaal rood omlijnd.

Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Plangebied aangemerkt door rode lijn.

16

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Conclusie Het bestemmingsplan is in lijn met de Interim omgevingsverordening. 3.2.3

Omgevingsverordening, 2022

De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. De Interim omgevingsverordening geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt en is hierboven beschreven. De nieuw opgestelde Omgevingsverordening treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking, per 1 januari 2024. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Dit ontwerp heeft vanaf 9 april 2021 tot en met 20 mei 2021 ter inzage gelegen voor het indienen van reacties. Gedeputeerde Staten hebben deze Brabantse Omgevingsverordening, inclusief de Nota van inspraak, op 15 november 2021 vastgesteld en ter vaststelling aangeboden aan Provinciale Staten. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. Daarom worden die regels in deze paragraaf niet herhaald. Aanvullend geldt in de omgevingsverordening nog het volgende: In de omgevingsverordening zijn voorwaarden gesteld aan duurzame stedelijke ontwikkeling. De voorwaarden zijn gelijk aan de voorwaarden in de Interim omgevingsverordening, zoals in het voorgaande beschreven. Wel is bepaald dat nieuwe gebruiksactiviteiten in Landelijk gebied passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied (artikel 4.13).

In een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande gebruiksactiviteit of dat een nieuwe gebruiksactiviteit toelaat in Landelijk gebied, wordt onderbouwd dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. b. c. d.

een gebiedsgerichte benadering van welke activiteiten en functies passen in de omgeving; welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder de te beschermen waarden, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Kwaliteitsverbetering landschap; en op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd, mede gericht op de toepassing van Artikel 4.12 Bouw-sloop regeling.

Afweging Op basis van de IOV ligt een klein deel van het plangebied nog in 'Landelijke gebied' met aanduiding verstedelijking afweegbaar. Het gehele plangebied is echter reeds in gebruik als bedrijventerrein. Een onderbouwing of de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied is daarom niet meer aan de orde. Dit blijkt ook uit de 'Wijziging Interim omgevingsverordening - regelwijziging 5', waarin het gehele plangebied van dit bestemmingsplan is uitgezonderd van de beperking grootschalige logistiek. De kwaliteitsverbetering is beschreven onder paragraaf 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. Conclusie Het bestemmingsplan is in lijn en niet strijdig met de omgevingsverordening 2022.

3.3

Regionaal beleid

Regionaal planningsoverleg In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is in artikel 5.16 bepaald, dat er regionale ruimtelijk overleggen dienen plaats te vinden. Dit is een platform voor een gestructureerd overleg over de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijke beleid van de provincie en de regio. Het overleg heeft tot doel om afspraken te maken over de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Provinciale prognoses van de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen zijn daarbij richtinggevend.

17

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

In Noord-Brabant vindt het regionaal overleg plaats in vier regio's: West-, Midden-, Noordoost- en Zuidoost-Brabant. Waalwijk ligt in de regio Midden-Brabant. Het regionaal ruimtelijk overleg (RRO) voor deze regio sluit aan op de gebiedsindeling van samenwerkende gemeenten in de Regio Hart van Brabant. De acht gemeenten van deze regio (Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk), de waterschappen De Dommel en Brabantse Delta, en de provincie nemen deel aan dit overleg. Het waterschap Aa en Maas is agendalid. In het RRO Hart van Brabant is vastgesteld dat er een omslag moet worden gemaakt van aanbodgericht naar vraaggericht ontwikkelen van bedrijventerreinen. Op 22 september 2016 zijn hiertoe de RRO-afspraken bedrijventerreinen HvB 2016-2025 vastgesteld, waarin is vastgesteld dat er een forse uitbreidingsvraag is van de logistieke sector, in het bijzonder de vraag naar (zeer) grootschalige kavels (>5ha). Voor de opvang van deze uitbreidingsvraag was onder meer bedrijventerrein Haven 8 aangewezen. Dit betekent dat bedrijventerrein Haven 8 de afgelopen jaren vraaggericht is ontwikkeld op basis van een concrete marktvraag voor grootschalige logistiek.

Het deel van het bedrijventerrein Haven 8 dat is opgenomen in dit bestemmingsplan is inmiddels geheel ontwikkeld conform de gemaakte afspraken die gemaakt zijn voor de periode 2016 - 2025. Dit bestemmingsplan is een consoliderend plan en voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen.

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Waalwijk 2025 Op 4 februari 2016 heeft de raad van Waalwijk de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke Ordening. Doel van de structuurvisie Waalwijk 2025 is een samenhangend ruimtelijk beleid formuleren op hoofdlijnen dat de ambities weergeeft voor 2035 en een visie uitwerkt voor 2025. Regionaal gezien heeft de logistieke sector de komende jaren de meeste groeipotentie. Gezien de gunstige ligging van Waalwijk aan de hoofdinfrastructuur kan Waalwijk de logistieke sector alle kansen bieden, vooral op Bedrijventerrein Haven. De kansen worden versterkt door de gecombineerde aanpak van bedrijventerrein, havenfaciliteiten en wegennet. Indien de economische ontwikkeling aantrekt en er in regionaal verband behoefte is aan nieuwe bedrijventerreinen komen voor Waalwijk als eerst uitbreiding ten oosten van Haven (Haven Acht) en ten oosten en westen van Maasoever-Scharlo in beeld. Deze locaties zijn als mogelijke toekomstige uitbreidingslocaties op basis van de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant aangewezen. Voor het plangebied is op de totaalkaart voor 2025 de aanduiding 'Ruimtelijke reservering uitbreiding bedrijventerrein/ industriegebied/havengebied' neergelegd.

18

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Uitsnede Totaalkaart Visie 2025, Structuurvisie Waalwijk 2025

3.4.1

Overig gemeentelijk beleid

Strategische visie Waalwijk 2025 Op 21 september 2017 is de Strategische Visie Waalwijk 2025 'Samen werken aan de toekomst' vastgesteld. Het gemeentebestuur ambieert dat Waalwijk een duurzaam regionaal werkgelegenheidscentrum is met een gezonde balans tussen woon- en leefklimaat van de gemeente ten zuiden van de A59, en de economische ontwikkelingen op de bedrijventerreinen Havens aan de noordkant. Dat betekent dat bij elke ontwikkeling van de bedrijventerreinen een afgewogen en bewuste keuze wordt gemaakt en daar waar nodig compensatiemaatregelen worden genomen om het woon- en leefklimaat van de stad en de omliggende groene omgeving te waarborgen.

19

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Mobiliteitsvisie en mobilieitsplan Waalwijk 2030 Mobiliteitsvisie Op 10 juni 2021 is de Mobiliteitsvisie vastgesteld. De Mobiliteitsvisie is een doorvertaling van de visie en ambities uit de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit en Regionale Mobiliteitsagenda naar de Waalwijkse situatie. Mobiliteit is geen doel op zich maar een middel om bij te dragen aan het behalen van de Waalwijkse doelen en ambities zoals CO2-neutaal, groener Waalwijk, groei van het aantal inwoners en de uitbreiding bedrijventerrein Haven. Op basis van deze ambities en het hierboven beschreven uitgangspunt van Waalwijk is het streefbeeld voor de mobiliteit van 2030 in Waalwijk: iedereen in de gemeente kan op een gezonde, veilige en prettige manier leven, werken en ondernemen. Dat kan in een duurzame en waardevolle leef- en werkomgeving; het mobiliteitssysteem is geen belemmering in de ontwikkeling van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de gemeente; alle bewoners en werknemers hebben de beschikking over passende mobiliteit. Daarbij kijken we naar de gehele verplaatsingsketen van deur-tot-deur; door slimmer en efficiënter te verplaatsen is het aantal gereisde kilometers lager dan in 2019 (in verband met de Corona-epidemie).

Hierdoor neemt de druk op het mobiliteitssysteem af, neemt de betrouwbaarheid van het mobiliteitssysteem toe en wordt de hinder voor de omgeving verminderd; het systeem bevordert de gezondheid van mens en omgeving. Dat maakt van de openbare ruimte (weer) een fijne plek om met elkaar te zijn. De mobiliteitsvisie is vertaald in een mobiliteitsplan. Mobiliteitsplan Op 9 maart 2023 is het Mobiliteitsplan vastgesteld. Eén van de doelen van dit plan is om het bedrijventerrein Haven op een goede manier te verbinden. Het bedrijventerrein Haven ligt ten noorden van de A59. Door de gunstige ligging ten opzichte van de Randstad, de Vlaamse Ruit en het Rijn-Ruhrgebied is dit een belangrijke hub in het mondiale goederenvervoer: tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en als poort naar het Europese en Chinese achterland. De A59 is een belangrijke goederencorridor door de regio. Dit is een congestiegevoelige route. De doelgroepen zijn de werkgevers, (buitenlandse) werknemers, klanten van de ondernemers, vrachtverkeer (onder andere laden en lossen) openbaar vervoer, vrevoer over water en hulpdiensten. Voor het bedrijventerrein Haven is het doel om het terrein op een duurzame manier bereikbaar te maken met openbaar vervoer, fietsgebruik, wandelen en deelmobliliteit. Op het bedrijventerrein is voldoende rekening gehouden met fiets- en loopinfrastructuur.

Het plan is daarmee in lijn met de mobiliteitsvisie en het mobiliteitsplan. Duurzaamheid en Klimaatbeleid Op 6 februari 2020 is tevens de visie Duurzaam Waalwijk 2030 vastgesteld. Waalwijk heeft de ambitie om in 2043 klimaatneutraal te zijn. Om dit te realiseren is het noodzakelijk om met name de energie duurzaam op te wekken. Waalwijk is hier onder andere met de regio over in gesprek om de nationale klimaatdoelen van 2030 te halen. Deze zijn dan een opmaat naar de lokale doelen voor 2043. Om substantieel duurzame energie op te wekken is het, naast het inzetten van het bestaande stedelijke gebied, ook noodzakelijk om grootschalige opwek in het buitengebied te realiseren. Dit zal hoofdzakelijk kunnen plaatsvinden door middel van windenergie. Echter ook zonneparken kunnen een bijdrage leveren aan de duurzame opwek. Het plangebied is bestaand stedelijk gebied, waardoor met name daken kansen bieden voor opwek van zonneenergie. Hiervoor zijn voorwaardelijke verplichtingen met betrekking tot waterberging en duurzame matregelen opgenomen in dit bestemmingsplan. Groenbeleidsvisie 'Groen Leeft'

20

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Op 14 november 2019 is door de gemeenteraad de Groenbeleidsvisie 'Groen Leeft' vastgesteld. Op basis van deze visie heeft het college op 12 oktober 2021 de groenbeleidsvisie uitgewerkt in de "Richtlijn groenbeleidsvisie". Uitvloeisel uit beide documenten is op nieuwe bedrijventerreinen het openbaar gebied tenminste voor 10 procent uit grondgebonden openbaar groen moet bestaan. De bedrijfspercelen binnen plangebied zijn reeds uitgegeven en ontwikkeld. De groenopave van bedrijventerrein Haven wordt gerealiseerd bij het bestemmingsplan Haven 8 Oost - afronding. Ecologie Waalwijk streeft er onder meer naar om door middel van ecologische verbindingen deze ecologisch waardevolle gebieden te verbinden om een robuust netwerk te creëren waarin uitwisseling van ecologische waarden kan plaatsvinden. Recreatie en toerisme Op dit moment is er nog geen beleid voor recreatie en toerisme. Momenteel wordt er gewerkt aan een beleidsdocument waarvan het nog niet duidelijk is wat de formele status wordt. De kernwaarden die in het concept plan genoemd worden zijn voor alsnog schoen en leer, natuur, wandelen, fietsen en (cultuur)historie. Grondbeleid Waalwijk Waalwijk heeft een flexibel grondbeleid. Dat betekent dat afhankelijk van het financiële én maatschappelijke rendement van een ontwikkeling Waalwijk haar grondbeleid bepaalt en op basis daarvan het meest geschikte instrumentarium inzet.

De gronden in het plangebied zijn allemaal uitgegeven. Inzet van een instrumentarium is daarmee niet meer noodzakelijk.

21

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

22

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bodem

In een bestemmingsplan dient te worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Is er sprake van een bestemmingswijziging dan wordt de bodemkwaliteit beschreven met behulp van een verkennend bodemonderzoek conform de NVN 5725 en NEN 5740. Afweging Er is onderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit, voordat de ontwikkeling van Haven 8 West plaatsvond. De onderzoeken zijn opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2. Inmiddels is het plangebied ontwikkeld en zijn zo nodig maatregelen uitgevoerd, daar waar sterk verhoogde gehalten gevonden zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden verder niet voorzien. Een bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het plangebied betreft een bestaand bedrijventerrein. Nieuwe ontwikkelingen worden niet voorzien. Een bodemonderzoek is niet noodzakelijk.

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.2.1

Archeologie

De op 3 februari 2011 vastgestelde erfgoedkaart van de gemeente geeft middels de beleidskaart aan waar en op welke manier onderzoek noodzakelijk is in het ruimtelijk proces. De archeologische beleidskaart – bestaande uit de archeologische verwachtingenkaart en de archeologische maatregelenkaart – moet primair een helder en hanteerbaar beleidsinstrument vormen, en is het resultaat van de inventarisatie en analyse van de op dit moment beschikbare gegevens over het bodemarchief van de gemeente Waalwijk en een gemeentelijke belangenafweging waarbij archeologische kennisvermeerdering en conservering van erfgoed plaats krijgen in een bredere maatschappelijke context. Het plangebied is op de erfgoedkaart van Waalwijk aangemerkt als gebied met een gematigde en lage archeologische verwachtingswaarde. Haven 8 West is een bestaand bedrijventerrein. Voorafgaand aan de ontwikkeling van het bedrijventerrein zijn waar nodig archeologisch onderzoeken uitgevoerd. Het gebied Haven 8 West is op basis daarvan vrijgegeven voor archeologie (Deselectiebesluit, maart 2018). Nader onderzoek of het opnemen van een dubbelbestemming Waarde - Archeologie is daarom niet nodig.

23

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

4.2.2

Cultuurhistorie

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant zijn in het plangebied geen bijzonderheden ten aanzien van cultuurhistorie geïnventariseerd. De regio is van cultuurhistorisch belang vanwege het unieke slagenlandschap. Het natuurgebied de Langstraat is aangewezen als Belvederegebied. De ontwikkelingsstrategie betreft behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. 4.2.3

Conclusie

De aspecten archeologie en cultuurhistorie leveren geen belemmering op voor dit bestemmingsplan.

4.3

Water

Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang in een ruimtelijk plan is, door middel van de Watertoets, per 1 juli 2008 verankerd in art. 3.1.6 lid 1 sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De watertoets is een overlegverplichting tussen initiatiefnemer en waterbeheerder(s) en geldt onder andere voor het vaststellen van een bestemmingsplan, of een wijzigingsen uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub a en b Wro. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op even wichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied valt volledig binnen het beheersgebied van Waterschap Brabantse Delta. 4.3.1

Beleid en wetgeving

Waterwet De Waterwet (2009) regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben de bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude- en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Water Programma Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere zes jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP.

In het programma zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het Waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het

24

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de ruimtelijke regelgeving zoals Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en is hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het bestaande nationale, provinciale en gemeentelijke beleid met betrekking tot de waterhuishouding dient altijd als uitgangspunt. Voorliggend bestemmingsplan mag geen slechtere waterhuishoudkundige situatie creëren dan in dat beleid is vastgelegd. Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het plan zijn een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling. Water is een belangrijke medebepalende factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Duurzaam betekent rekening houden met het lokale bodem- en watersysteem. Op die manier wordt bijvoorbeeld beter water vastgehouden om verdroging tegen te gaan. Maar dat is ook belangrijk voor de andere taken van het waterschap.

Zoals voor de bescherming tegen overstromingen, de zorg voor een goede waterkwaliteit en het versterken van de natuur. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO "De ruimte blauw geordend" aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het Waterbeheerprogramma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of rondom oppervlaktewaterlichamen of waterkeringen en voor het onttrekken/infiltreren van grondwater, gebods- of verbodsbepalingen kunnen ook regels gelden op basis van de Keur. Veelal is voor dergelijke werkzaamheden als zij consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer een vergunning van het waterschap benodigd.

In sommige gevallen kan een werkzaamheid onder een Algemene regel vallen, waardoor er onder voorwaarden sprake kan zijn van een vrijstelling van de vergunningplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Op grond hiervan moeten bestaande sloten die bij de planontwikkeling verloren gaan gecompenseerd worden. Ook de toename van het verhard oppervlak moet gecompenseerd worden. Daarbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: 1. 2. 3.

Infiltreren Retentie aanleggen binnen het plangebied Retentie aanleggen buiten het plangebied

25

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

4.

Berging zoeken in bestaand watersysteem

Een retentievoorziening maakt theoretisch geen deel uit van het watersysteem maar is daarvan gescheiden door een knijpvoorziening die de afvoer begrenst. Het water dat gebufferd wordt is niet afkomstig uit het watersysteem, maar van het aangesloten verhard oppervlak. In de hydraulische randvoorwaarden is verwoord dat het in de praktijk echter ook voorkomt dat de retentie niet als een 'echte' aparte voorziening wordt aangelegd, maar als een inhoudsreservering in een bestaande voorziening of waterpartij. Als voorbeeld wordt onder andere genoemd het combineren van retentie met een sierwater in het stedelijk gebied. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en Omgevingsverordening Noord-Brabant In de provinciale omgevingsverordening is een norm voor wateroverlast in Stedelijk gebied opgenomen. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen. Integraal Waterplan Waalwijk 2021 - 2024 Het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021 - 2024 is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016 - 2020 en omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel.

Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, behoort het oppervlaktewater ook bij dit beleidsplan. In hoofdlijnen wordt het beleid voortgezet, waarbij samenwerking met interne en externe partijen van belang is om de wateropgaven goed te kunnen uitvoeren. Klimaatadaptatie is daarbij een actueel thema. daarnaast blijft een deugdelijke afvoer van vuilwater cruciaal voor een gezonde samenleving. Samen met een sterke structuur van oppervlaktewater zijn dit dragers van de leefkwaliteit in de gemeente Waalwijk. De helft van het afwaterend oppervlak is in particulier eigendom. De opgave die gepaard gaat met klimaatadaptatie kan de gemeente Waalwijk niet uitvoeren zonder hulp van bewoners en bedrijven. Conform de wetgeving stelt dit IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (zes liter/m²) berging te maken over de extra verharding. Bewustwording en goede voorlichting zorgen dat bewoners, bedrijven en gemeente samen bouwen aan een robuust watersysteem dat zowel wateroverlast als droogte het hoofd biedt. 4.3.2

Planontwikkeling

Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. In dit kader wordt door waterschap en gemeente vooroverleg gevoerd. Ter voorbereiding van ontwikkeling van het plangebied is in 2017 - 2018 onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn neergelegd in de notitie 'Waterhuishouding en riolering Haven 8 (Arcadis, 7 februari 2018). Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 3. Compensatie Voor aanleg van het bedrijventerrein Haven 8 West gold een compensatieopgave. Voor ontwikkeling van het plangebied lagen er diverse noord-zuid georiënteerde watergangen in Haven 8 west. Deze watergangen voerden via oost-west georiënteerde watergangen naar het hoofdafvoerstelsel. De oppervlakten van de watergangen zijn per fase weergegeven in tabel 3. Deze watergangen zijn gesaneerd ten behoeve van de ontwikkeling. In het gebied zijn een aantal waterpartijen en een nieuwe hoofd afvoerende watergang

26

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

aangelegd. In totaal is voldaan aan de compensatie eis. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 3. Retentie Het plangebied is in fasen ontwikkeld. De retentieopgave is berekend per fase.

Afbeelding fasering deelgebieden

Bij T=100 diende er 600 m³/ha geborgen worden voor de retentieopgave. In onderstaande tabel is de totale retentieopgave per fase weergegeven:

27

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

De retentieopgave past binnen de aangelegde waterpartijen. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 3. Grondwater De verwachte GHG bevindt zich op NAP +0,50 m. Deze wordt vooral beïnvloed door de waterstanden in de Bergsche Maas. Bij de nieuwe maaiveldhoogte van NAP +1,50 m betekent dit een ontwateringsdiepte van 1,00 m. Dit leidt naar verwachting niet tot grondwaterproblemen. Er is drainage aangelegd ter plaatse van de nieuwe wegen, zodat eventuele hoge grondwaterpieken kunnen worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 3. Riolering Verhard oppervlak van openbaar en uitgeefbaar terrein stroomt direct af op de omringende sloten en watergangen, waardoor een RWA-stelsel niet nodig is voor Haven 8. Het afvalwater, de droogweerafvoer (DWA), wordt ingezameld door een DWA-stelsel. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 3. Afvalwaterpersleiding In het plangebied ligt een afvalwaterpersleiding van Waterschap Brabantse Delta. Deze waterleiding is beschermd door middel van een dubbelbestemming.

28

bestemmingsplan Haven 8 West 2023

4.3.3

Conclusie

Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor watercompensatie en retentie behouden. De ontwikkelingen hebben niet tot grondwaterproblemen geleid. De afvalwaterpersleiding is voorzien van een dubbelbestemming 'Leiding'. Het plangebied is ontwikkeld in overeenstemming met de geldende regels rondom water.

4.4

Natuur

Er is onderzoek uitgevoerd naar de natuurwaarden in het plangebied, voordat het plangebied ontwikkeld werd. In deze paragraaf zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in beschermde soorten en beschermde gebieden. 4.4.1

Beschermde soorten

In juli 2018 is door Movares een ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied, zie Bijlage 4. In het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: Aanvullend onderzoek Er is geen nader onderzoek naar beschermde soorten in het plangebied noodzakelijk. Ontheffing Wet natuurbescherming Er is ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd indien het project resulteert in handelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen. Dit geldt voor alle soorten die als beschermd zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en waarvoor geen vrijstelling is opgenomen in de betreffende provincie. Voor alle soortgroepen geldt dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is. Bij de realisatie van het initiatief is rekening gehouden met onderstaande maatregelen. Maatregelen Om effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen zijnde volgende maatregelen toegepast: Om effecten op broedende vogels te voorkomen zijn werkzaamheden waarbij bomen, struiken en nestkasten worden verwijderd, buiten het broedseizoen uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14001925/1