Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle vastgesteld
bestemmingsplan Toelichting
Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle vastgesteld
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Proces en leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur 2.3 Toekomstige situatie
11 11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 18
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Cultuurhistorie en archeologie 4.3 Water 4.4 Natuur 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geluid 4.8 Milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Technische infrastructuur 4.11 Duurzaambouwen en energie 4.12 Beoordeling noodzaak (vormvrije) m.e.r.(-beoordeling)
21 21 21 23 26 28 29 29 29 30 31 31 32
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Algemene toelichting verbeelding 5.3 Algemene toelichting regels 5.4 Bestemmingen
33 33 33 33 34
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41 41 41
3
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
4
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Toelichting
5
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
6
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Dit bestemmingsplan bestaat uit twee percelen waar ontwikkelingen plaatsvinden. Het betreft de percelen Winterdijk 2 en 3 in Sprang-Capelle. Hieronder is per perceel het voornemen uitgewerkt. Winterdijk 2 Ter plaatse van het perceel Winterdijk 2 was tot voor kort een paardenhouderij gevestigd. De gemeente Waalwijk heeft dit perceel met bijhorende bebouwing opgekocht en de paardenhouderij ter plaatse beëindigd. Hiervoor in de plaats wordt op dit perceel een burgerwoning gerealiseerd. Winterdijk 3 Het perceel Winterdijk 3 is een voormalig woonperceel. Het perceel is door de gemeente Waalwijk opgekocht en de woning ter plaatse is verwijderd. De gemeente heeft het voornemen om het perceel in te richten als pleisterplaats van waaruit bezoekers/recreanten het naastgelegen wandelpad van het natuurgebied Westelijke Langstraat kunnen bereiken. De pleisterplaats wordt zodanig ingericht dat hier een beperkt aantal auto's kan parkeren, bezoekers hun fiets kunnen stallen en er wordt een bord geplaatst met de wandelroute. Op basis van de ter plaatse geldende beheersverordening 'Natte natuurparel, Eerste Zeine' zijn de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken is een herziening van de beheersverordening plaatse noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in deze noodzakelijke herziening.
1.2
Plangebied
Het plangebied omvat de percelen Winterdijk 2 en Winterdijk 3 in Sprang-Capelle. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de afrit Waalwijk langs de rijksweg A59. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door het natuurgebied Westelijke Langstraat.
7
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Luchtfoto met ligging van het plangebied (rood omlijnd)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle gelden de volgende ruimtelijke plannen: Beheersverordening 'Natte natuurparel, Eerste Zeine (incl. kamerbewoning)', vastgesteld op 4 juli 2019. Winterdijk 2 In de beheersverordening valt het perceel Winterdijk 2 in deelgebied 2.4. Dit deelgebied omvat het voormalig geldende bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 1991' van de voormalige gemeente Sprang-Capelle. Hierin is het plangebied Winterdijk 2 als 'Agrarisch gebied met landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden' bestemd. Er is een aanduiding opgenomen voor een agrarisch bouwperceel. Op de onderstaande afbeelding is de beheersverordening met daarop het plangebied weergegeven.
Kaart van de vigerende beheersverordening inclusief het plangebied
Winterdijk 3 In de beheersverordening valt het perceel Winterdijk 3 in deelgebied 2.7. Dit deelgebied omvat het voormalig geldende bestemmingsplan 'Landgoed Driessen'. Het perceel heeft de bestemming 'Woondoeleinden' met de nadere aanduiding 'erf'. het zuidelijke deel van het perceel valt in de bestemming 'Natuurgebied' met de nadere aanduiding voor een kade en een voetpad. Op de onderstaande afbeelding is de kaart uit de beheersverordening weergegeven.
8
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Kaart van de vigerende beheersverordening - Winterdijk 3. Plangebied rood omlijnd
1.4
Proces en leeswijzer
Het bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle wordt opgesteld, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Daarbij zijn de procedurele aspecten in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Het bestemmingsplan bestaat uit een geometrische plaatsbepaling, regels en voorliggende toelichting. De bestemmingen van de gronden zijn opgenomen in de geometrische plaatsbepaling. De verbeelding geeft een visualisatie van deze geometrische plaatsbepaling. Door middel van kleuren, arceringen en coderingen zijn daarbij de bestemmingen aangegeven. De materiële inhoud van de bestemmingen is opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de achtergronden van het plan. De toelichting geeft een beschrijving van het plan en gaat in op het verrichtte onderzoek. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en toekomstige situatie. Er wordt eerst aandacht geschonken aan de ruimtelijke en functionele structuur, waarna vervolgens de toekomstige situatie wordt beschreven. Hoofdstuk 3 behandelt het relevante beleid van de hogere overheden en gemeente, inclusief de beleidsuitgangspunten die voortvloeien uit het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de diverse omgevingsaspecten, zoals natuur, geluid, externe veiligheid, e.d. In Hoofdstuk 5 wordt een juridische
9
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast is verslag gedaan van inspraak en overleg en de zienswijzeprocedure in Hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk is ook de economische uitvoerbaarheid beschreven.
10
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande en toekomstige situatie
Ruimtelijke structuur
Het plangebied ligt in een agrarisch gebied dat wordt gekenmerkt door noord-zuid gerichte verkaveling. Het ligt in een gebied met kleigronden. De percelen zijn grootschalig met nauwelijks perceels- en laanbeplanting. De omgeving aan de zuidzijde van het plangebied zijn in gebruik als natuurgebied (Westelijke Langstraat). Het natuurgebied kent eenzelfde soort verkaveling als de noordelijk gelegen agrarische percelen, en is onder andere toegankelijk via de Winterdijk.
2.2
Functionele structuur
In deze paragraaf is per perceel de huidige functionele structuur uitgewerkt. Winterdijk 2 Het perceel Winterdijk 2 is tot voor kort in gebruik geweest als agrarisch bedrijf waar een paardenhouderij was gevestigd. Op het perceel is een bedrijfswoning aanwezig met daarbij verschillende opstallen ten behoeve van de paardenhouderij. Het perceel wordt aan de noordzijde afgebakend door enkele agrarische percelen. Ten noorden van deze percelen, op circa 250 meter afstand van het perceel bevindt zich de rijksweg A59. De zuidzijde van het perceel wordt afgebakend door de Winterdijk met daaraan een bomenrij, en ten zuiden van de Winterdijk het natuurgebied Westelijke Langstraat. Op onderstaande afbeelding is een impressie van het plangebied weergegeven.
Plangebied Winterdijk 2 (Bron Google maps)
Winterdijk 3 Het perceel Winterdijk 3 ligt momenteel braak. Op het perceel was eerder een burgerwoning aanwezig, deze woning is inmiddels van het perceel verwijderd. Het perceel wordt aan de noordzijde afgebakend door de Winterdijk met daarlangs een bomenrij, en ten zuiden het natuurgebied Westelijke Langstraat. Op onderstaande afbeelding is een impressie van het plangebied weergegeven.
11
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Plangebied Winterdijk 3 (bron Google maps)
2.3
Toekomstige situatie
In deze paragraaf is per perceel de toekomstige situatie uitgewerkt. Winterdijk 2 De paardenhouderij ter plaatse van Winterdijk 2 is recentelijk gestaakt. In de plaats hiervoor wordt de huidige bedrijfswoning als burgerwoning bestemd. De fysieke situatie ter plaatse wijzigt als gevolg van deze ontwikkeling nauwelijks. Wel wordt de overtollige bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiermee wordt een verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse gerealiseerd. Winterdijk 3 Het perceel Winterdijk 3 wordt getransformeerd naar een natuurlijke maar sober en doelmatig ingerichte pleisterplaats als ingang van het natuurgebied Westelijke Langstraat. Hierdoor wordt invulling gegeven aan de in de beleidsvisie 'Verhaal van de Westelijke Langstraat' geformuleerde ambitie om de aanwezige waarden beleefbaar te maken. Een van de ambities van het Verhaal van de Westelijke Langstraat is om de aanwezige waarden beleefbaar te maken door recreatieve wandel- en fietsroutes langs de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Het braakliggende perceel grond ligt, gezien de nabijheid van wandel- en fietspaden, op een uitstekende locatie voor een pleisterplaats met parkeervoorzieningen voor mensen van buiten Waalwijk. Op deze pleisterplaats kunnen mensen op een verkeersveilige manier de auto parkeren om van daaruit het gebied wandelend en fietsend te verkennen.
Daarnaast kunnen mensen hier, in de directe nabijheid van wandel- en fietspaden, pauzeren en rustig van de aanwezige natuurlijke en cultuurhistorische waarden (Meerdijk, slagenlandschap, Wielen etc.) genieten. Hiermee wordt, op een verkeersveilige manier, een bijdrage geleverd aan het beleefbaar maken van het natuurgebied Westelijke Langstraat.
12
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Hoofdstuk 3
Beleid
Dit hoofdstuk omvat de beschrijving van relevante ruimtelijke beleidsdocumenten van hogere overheden, de regio en de gemeente. Per document zijn de hoofdlijnen opgenomen voor zover van belang voor dit bedrijventerrein. Tevens bevat dit hoofdstuk een beschrijving van de relevante gemeentelijke ruimtelijke beleidsdocumenten en de gemeentelijke beleidskeuzes ten aanzien van het bedrijventerrein. Het sectorale beleid is beschreven in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020)
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk.
Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Situatie plangebied De NOVI doet geen uitspraken over het plangebied of over dit initiatief. De NOVI staat dit initiatief daarmee niet in de weg.
13
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
3.1.2
Duurzaamheidsladder (artikel 3.1.6 lid 2 Bro)
Ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen (juli 2017): De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het gaat hier met name om 'een goede ruimtelijke ordening' (zie ook 201608869/1/R3, 28 juni 2017). De elementen "actuele" en "regionale behoefte" zijn komen te vervallen sinds 1 juli 2017. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze verplichte toetsing is verder vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Ladder houdt in dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en een multimodale ontsluiting. Per 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden.
De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als er sprake is van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Als een ruimtelijk besluit, zoals een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning met een goede ruimtelijke onderbouwing, voorziet in nieuwe planologische bouwmogelijkheden, dan kwalificeren deze bouwmogelijkheden in beginsel als een "stedelijke ontwikkeling" als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het moet wel gaan om bouwmogelijkheden van enige omvang. Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen "sec" die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een woning en een pleisterplaats. Woningen zijn als een stedelijke functie aangemerkt. Om deze reden dient een toetsing aan de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' plaats te vinden. 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? In de eerste plaats dient onderzocht te worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Realisatie van woningen wordt primair gezien als een stedelijke ontwikkeling.
Op basis van jurisprudentie is vastgelegd dat er pas sprake is van een stedelijke ontwikkeling vanaf 12 woningen of meer. In dit geval is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De huidige bedrijfswoning wordt herbestemd als burgerwoning. Een pleisterplaats is niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. in het kader van de ladder. Een verdere toetsing aan de ladder is niet noodzakelijk.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
De Brabantse Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant'
De Brabantse Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' is met ingang van 14 december 2018 in werking getreden. De omgevingsvisie formuleert de ambitie: hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? En daarbij stellen stelt de omgevingsvisie mobiliserende tussendoelen: wat wil de provincie in 2030 voor elkaar hebben om die ambitie te verwezenlijken? Om Noord-Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaat-proof te laten zijn, onderscheidt de provincie vier hoofdopgaven die nauw met elkaar samenhangen en die op elkaar inwerken:
14
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Situatie plangebied Dit initiatief voorziet in de herbestemming van een woning en realisatie van een pleisterplaats bij een natuurgebied. Het initiatief draagt niet expliciet bij aan een van de hoofdopgaven uit de omgevingsvisie. Hierbij geldt echter ook dat het initiatief niet strijdig is met de opgaven uit de omgevingsvisie. De provinciale omgevingsvisie vormt daarmee geen verdere belemmering voor dit initiatief. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Deze is sinds deze vaststelling enkele keren geactualiseerd waarvan de laatste actualisatie op 15 april 2022 heeft plaatsgevonden. Dit is een eerste stap om te komen tot een definitieve omgevingsverordening. In deze Interim omgevingsverordening worden bestaande regels uit een aantal verschillende verordeningen samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening staan zowel regels voor burgers en bedrijven – de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten – als voor bestuursorganen van de overheid – de instructieregels. Situatie plangebied Hierna wordt ingegaan op deze regels en in hoeverre die van toepassing zijn op het bestemmingsplangebied. Vervolgens wordt beoordeeld in hoeverre voorliggend plan hierop aansluit. Woningen in het landelijke gebied In de omgevingsverordening is het volgende opgenomen over woningen in het landelijke gebied: Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel , als is verzekerd dat: 1.
de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1. een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden. c. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing . d. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.
15
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Afweging Winterdijk 2 Ter plaatse van het perceel Winterdijk 2 was tot voor kort een paardenhouderij gevestigd. De paardenhouderij ter plaatse van Winterdijk 2 was bestemd als 'Agrarisch gebied met landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden' met een agrarisch bouwvlak. De gemeente Waalwijk heeft dit perceel met bijhorende bebouwing opgekocht en de paardenhouderij ter plaatse beëindigd. Hiervoor in de plaats wordt op dit perceel een burgerwoning gerealiseerd. Dit is passend binnen de omgevingsverording, op basis van artikel 3.69 onder a. Landelijk gebied en kwaliteitsverbetering Het gebied is in de provinciale verordening als landelijk gebied aangemerkt. Op basis van artikel 3.9 van de verordening dient er een verbetering van de landschappelijke kwaliteiten ter plaatse gerealiseerd te worden. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. b.
dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.
Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. b. c. d. e. f. g.
de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Winterdijk 2 De overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Hiermee wordt een verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse gerealiseerd. Dit is geborgd in het bestemmingsplan door de bedrijfsbebouwing niet te bestemmen in dit bestemmingsplan. Winterdijk 3 Voor het perceel Winterdijk 3 is/wordt hier invulling aan gegeven door de aanwezige woning te slopen en de erfverharding te verwijderen. Het perceel Winterdijk 3 had de bestemming 'wonen', maar ligt momenteel braak. Op het perceel was eerder een burgerwoning aanwezig, deze woning is inmiddels gesloopt,
16
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
vooruitlopend op dit bestemmingsplan. In de plaats daarvan zal een sobere pleisterplaats worden gecreëerd,als ingang van het natuurgebied Westelijke Langstraat, Hierdoor wordt invulling gegeven aan de in de beleidsvisie 'Verhaal van de Westelijke Langstraat' geformuleerde ambitie om de aanwezige waarden beleefbaar te maken. Een van de ambities van het Verhaal van de Westelijke Langstraat is om de aanwezige waarden beleefbaar te maken door recreatieve wandel- en fietsroutes langs de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Het braakliggende perceel grond ligt, gezien de nabijheid van wandel- en fietspaden, op een uitstekende locatie voor een pleisterplaats met parkeervoorzieningen voor mensen van buiten Waalwijk. Op deze pleisterplaats kunnen mensen op een verkeersveilige manier de auto parkeren om van daaruit het gebied wandelend en fietsend te verkennen. Daarnaast kunnen mensen hier, in de directe nabijheid van wandel- en fietspaden, pauzeren en rustig van de aanwezige natuurlijke en cultuurhistorische waarden (Meerdijk, slagenlandschap, Wielen etc.) genieten. Hiermee wordt, op een verkeersveilige manier, een bijdrage geleverd aan het beleefbaar maken van het natuurgebied Westelijke Langstraat. Hiervoor is een inrichtingsschets gemaakt (zie Bijlage 1).
De pleisterplaats, die gedeeltelijk zal worden omzoomd met beplanting, zal worden voorzien van halfopen verharding. Hiermee sluit het perceel aan op het belendende natuurgebied en draagt het bij aan de verbetering van het landschap en het terugdringen van de verstening op het grensvlak met het natuurgebied. De geldende woonfunctie zal in het kader van het voorliggende bestemmingsplan worden gewijzigd in gedeeltelijk de bestemming Verkeer en gedeeltelijk een bestemming Groen. Daarmee is de woonfunctie verwijderd en is de landschappelijke inpassing geborgd. Met het staken van de paardenhouderij en het herbestemmen van het perceel Winterdijk 2 zal de stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied afnemen. Door de herbestemming als burgerwoning zal ook de overtollige bedrijfsbebouwing worden afgebroken. Met betrekking tot het toepassen van de werkafspraken ruimtelijke kwaliteit kan worden geconcludeerd dat daaraan ruimschoots wordt voldaan bij deze voorgestane ontwikkelingen. Op basis van de werkafspraken valt de ontwikkeling aan de Winterdijk 2 te Sprang Capelle onder categorie 3 (Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist)).
Dit gaat om ontwikkelingen waarbij de inspanning die moet worden verricht ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap relatief eenvoudig kwantitatief kan worden genormeerd, omdat het mogelijk is deze ontwikkeling te koppelen aan waardevermeerdering van de grond of van het object ("de bestemmingswinst"). Dit betreft veelal ontwikkelingen die een beduidende invloed hebben op de omgeving en waarbij vergroting van de geldende bouwmassa/-oppervlakte, vergroting van het geldende bestemmingsvlak en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Een percentage van 20% van het verschil tussen de nieuwe en de oude bestemmingswaarde moet worden geïnvesteerd in een kwaliteitsverbetering in de fysieke leefomgeving. In dit geval komt dat uit op een bijdrage van € 37.500,--. Met de ontwikkeling van het perceel Winterdijk 3 wordt ruimschoots voldaan aan deze investering. De sloop van de woning Winterdijk 3 bedroeg €25.000,-. De uitvoeringskosten van de herinrichting van het perceel Winterdijk 3 worden geraamd op ruim €38.000,-. In totaal ruim € 63.000,- aan kosten. Door deze ruime overschrijding is de waardedaling van het perceel door het herbestemmen van Wonen naar Verkeer en Groen buiten beschouwing gelaten. Natuurnetwerk Brabant In de verordening is opgenomen dat een ontwikkeling niet voor negatieve effecten mag zorgen in aangewezen gebieden voor Natuurnetwerk Brabant.
Wanneer dit wel het geval is moeten de negatieve
17
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
effecten gecompenseerd worden. Dit initiatief voorziet niet in negatieve effecten op het Natuurnetwerk Brabant. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.4. Maatregelen zijn niet noodzakelijk. Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Brabant.
3.2.3
Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant
Het is vast provinciaal beleid om terughoudend om te gaan met het toevoegen van woningen in het buitengebied. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) kent echter incidentele mogelijkheden hiervoor. Daarbij is bepaald dat via maatwerk de toevoeging van een woning mogelijk is met als doel het versterken van omgevingskwaliteit. Daarvoor moet een fysieke tegenprestatie worden geleverd. Met de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant wordt uitgewerkt waarom en hoe de omvang hiervan wordt behaald. Conclusie Er wordt geen nieuwe woning toegevoegd, er is/wordt namelijk een woning gesloopt op Winterdijk 3 en een huidige woning behouden aan de Winterdijk 2. Het plan hoeft daarom geen rekening te houden met de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Waalwijk 2025
Op 4 februari 2016 heeft de raad van Waalwijk de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke Ordening. Doel van de structuurvisie Waalwijk 2025 is een samenhangend ruimtelijk beleid formuleren op hoofdlijnen dat de ambities weergeeft voor 2035 en een visie uitwerkt voor 2025. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de structuurvisiekaart weergegeven met daarop het plangebied rood omlijnd.
18
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Uitsnede Totaalkaart Visie 2025, Structuurvisie Waalwijk 2025. plangebied rood omlijnd
Het plangebied Winterdijk 3 is op de structuurvisiekaart aangemerkt als bestaande bebouwing. De omliggende gronden zijn aangeduid als 'Natuurgebied' en 'Agrarisch natuurbeheer'. Met de ontwikkeling van een pleisterplaats op dit perceel wordt er invulling gegeven aan de verdere ontwikkeling van dit natuurgebied, zoals ook beschreven in paragraaf 2.3. Verder ligt er ook een aanduiding voor de regionale waterkering. Bij dit initiatief wordt deze waterkering niet aangetast. Het plangebied Winterdijk 2 is op de structuurvisie kaart als bestaande bebouwing. Ook hier ligt een aanduiding voor de regionale waterkering. Bij het initiatief wordt deze waterkering niet aangetast. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in verwijdering van bebouwing ter plaatse. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan de verbetering van het landschap. Bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen Op basis van het provinciale beleid is voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een bijdrage nodig voor kwaliteitsverbetering van het landschap. In regionaal verband zijn hierover afspraken gemaakt middels de zogenaamde ‘Werkafspraken Kwaliteitsverbetering Landschap’. Indien een bijdrage volgens de zogenaamde grondwaardemethodiek nodig is, hanteert de gemeente een percentage van 20% over de toename van de (getaxeerde) grondwaarde.
De bijdrage wordt zo mogelijk besteed aan landschappelijke kwaliteitsverbetering op het perceel zelf, in de direct omgeving of elders. Indien dat niet meteen mogelijk is, kan een fondsbijdrage gedaan worden. Er is geen bijdrage nodig indien het plan op zichzelf voorziet in een evenredige maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving. In subparagraaf 3.2.2 is onder het kopje 'Landelijk gebied en kwaliteitsverbetering' gemotiveerd dat hieraan voldaan wordt. Conclusie Het initiatief is in lijn met de structuurvisie Waalwijk.
19
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
20
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Hoofdstuk 4 4.1
Bodem
4.1.1
Bodemkwaliteit
Omgevingsaspecten
In een bestemmingsplan dient te worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Daarbij moet ook beschreven worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de voorgenomen functie ter plaatse. Afweging Ter plaatse van Winterdijk 2 wordt bebouwing verwijderd en wordt de bestaande woning van een andere bestemming voorzien. De functie ter plaatse wijzigt in die zin niet, het blijft een woning. In dit kader is de conclusie dan ook dat de bodem ter plaatse geschikt is voor de voorgenomen functie ter plaatse. Nader onderzoek ter plaatse is niet noodzakelijk. Ter plaatse van Winterdijk 3 wordt de bestaande woonfunctie gewijzigd naar een pleisterplaats/ groenfunctie. Deze nieuwe functie is minder gevoelig dan een woonfunctie. In dit kader is nader onderzoek ter plaatse niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt geen verdere belemmering voor het initiatief.
4.1.2
Aardkundige waarden
Op de ‘Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ is de Binnenpolder Capelle aangewezen als aardkundig waardevol, omdat het gebied een voor Noord-Brabant uniek overblijfsel is van een Middeleeuws landschap ten tijde van de grote veenontginning. Het is een grotendeels intact bewaard gebleven en relatief goed toegankelijk Middeleeuws veenontginningslandschap met duidelijk zichtbaar typisch perceleringspatroon, gelegen op de overgang van veen- en kleigebied naar het dekzandlandschap, waarop het veen uitwigt. Dit initiatief voorziet in een bijdrage aan de ontwikkeling van dit gebied door middel van de realisatie van de pleisterplaats. Bij Winterdijk 3 is de bestaande woonbebouwing verwijderd, waarmee dit bestemmingsplan voorziet in een landschappelijke verbetering. De inrichtingsschets voor de ontwikkeling is opgenomen in Bijlage 1. Het perceleringspatroon blijft in tact en de aardkundige waarden worden ter plaatse niet aangetast, sterker nog, de woonbebouwing is juist verwijderd. Conclusie De aardkundige waarden worden niet verder aangetast door dit initiatief.
4.2
Cultuurhistorie en archeologie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ).
21
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.2.1
Archeologie
De op 3 februari 2011 vastgestelde erfgoedkaart van de gemeente geeft middels de beleidskaart aan waar en op welke manier onderzoek noodzakelijk is in het ruimtelijk proces. De archeologische beleidskaart – bestaande uit de archeologische verwachtingenkaart en de archeologische maatregelenkaart – moet primair een helder en hanteerbaar beleidsinstrument vormen, en is het resultaat van de inventarisatie en analyse van de op dit moment beschikbare gegevens over het bodemarchief van de gemeente Waalwijk en een gemeentelijke belangenafweging waarbij archeologische kennisvermeerdering en conservering van erfgoed plaats krijgen in een bredere maatschappelijke context. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Erfgoedkaart opgenomen.
Op de maatregelenkaart is het gemeentelijk grondgebied onderverdeeld in zes archeologische beleidscategorieën die zijn doorvertaald in planregels: Categorie 1 - Wettelijk beschermd archeologisch monument; Categorie 2 - Gebied van archeologische waarde (archeologisch waardevolle terreinen; mede gebaseerd op cultuurhistorie); Categorie 3 - Gebied met een hoge archeologische verwachting (mede gebaseerd op cultuurhistorie); Categorie 4 - Gebied met een gematigde archeologische verwachting (uitsluitend gebaseerd op reconstructie van het archeologisch landschap); Categorie 5 - Gebied met een lage archeologische verwachting; Categorie 6 - Gebied met zonder archeologische verwachting.
Het plangebied valt binnen categorie 3 (Gebied met een hoge archeologische verwachting) en categorie 5 (Gebied met een lage archeologische verwachting). Het initiatief voorziet enkel in de verwijdering van gebouwen. In het kader van het initiatief worden geen nieuwe gronden geroerd of bouwwerken gebouwd. Archeologische waarden ter plaatse worden niet aangetast in het kader van dit initiatief. Nader onderzoek kan achterwege blijven.
22
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
4.2.2
Cultuurhistorie
Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is in het plangebied aangegeven als van provinciaal cultuurhistorisch belang. De strategie is planologische bescherming van de waarden/kenmerken De Binnenpolder van Sprang en Labbegat is een gebied waar het veenontginningslandschap van de Langstraat gaaf bewaard is gebleven en waarin zich tal van waterstaatkundige elementen bevinden die de geschiedenis van het gebied illustreren. Het gebied is een relatief gaaf deel van een veenontginningslandschap ('slagenlandschap') bij Sprang, Besoijen en Labbegat. De percelering bestaat uit noord-zuid gerichte en deels oost-west gerichte zeer smalle stroken land, gescheiden door smalle sloten. Veen percelen hebben een randbegroeiing bestaande uit houtsingels van zwarte elzen en wilgen. De ontginning van dit gebied begint rond 1200 vanaf de toenmalige stroomrug van de Maas. Dat gebeurde in het voor laagveenontginningen kenmerkende percelering met lange smalle percelen loodrecht op de ontginningsas en sloten die het veen ontwaterden. Het gebied maakte vanaf 1700 als inundatiegebied deel uit van de Zuiderwaterlinie. Dit initiatief voorziet in een bijdrage aan de ontwikkeling van dit gebied door middel van de realisatie van de pleisterplaats. Bij Winterdijk 3 is de bestaande woonbebouwing verwijderd, waarmee dit bestemmingsplan voorziet in een landschappelijke verbetering.
De inrichtingsschets voor de ontwikkeling is opgenomen in Bijlage 1. De cultuurhistorische waarden worden ter plaatse versterkt. Het initiatief is in lijn met het cultuurhistorische beleid. 4.2.3
Conclusie
De aspecten archeologie bestemmingsplan.
4.3
en cultuurhistorie
leveren geen belemmering
op voor
voorliggend
Water
Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang in een ruimtelijk plan is, door middel van de Watertoets, per 1 juli 2008 verankerd in art. 3.1.6 lid 1 sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De watertoets is een overlegverplichting tussen initiatiefnemer en waterbeheerder(s) en geldt onder andere voor het vaststellen van een bestemmingsplan, of een wijzigingsen uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub a en b Wro. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op even wichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied valt volledig binnen het beheersgebied van Waterschap Brabantse Delta. 4.3.1
Beleid en wetgeving
Waterwet In de Waterwet (2009) zijn acht oude waterwetten samengebracht. De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen krijgen een nieuwe bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude- en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 /jaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Waterplan
23
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.
Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het Waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de ruimtelijke regelgeving zoals Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en is hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het bestaande nationale, provinciale en gemeentelijke beleid met betrekking tot de waterhuishouding dient altijd als uitgangspunt.
Voorliggend bestemmingsplan mag geen slechtere waterhuishoudkundige situatie creëren dan in dat beleid is vastgelegd. Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2016-2021, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het plan zijn waterkwaliteitsverbetering, vermindering van de kans op wateroverlast en verdrogingsbestrijding. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO "De ruimte blauw geordend" aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is.
Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de
24
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
'beleidsregel hydraulische randvoorwaarden 2009'. Op grond hiervan moeten bestaande sloten die bij de planontwikkeling verloren gaan gecompenseerd worden. Ook de toename van het verhard oppervlak moet gecompenseerd worden. Daarbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: 1. 2. 3. 4.
Infiltreren. Retentie aanleggen binnen het plangebied. Retentie aanleggen buiten het plangebied. Berging zoeken in bestaand watersysteem.
Een retentievoorziening maakt theoretisch geen deel uit van het watersysteem maar is daarvan geschieden door een knijpvoorziening die de afvoer begrenst. Het water dat gebufferd wordt is niet afkomstig uit het watersysteem, maar van het aangesloten verhard oppervlak. In de hydraulische randvoorwaarden is verwoord dat het in de praktijk echter ook voorkomt dat de retentie niet als een 'echte' aparte voorziening wordt aangelegd, maar als een inhoudsreservering in een bestaande voorziening of waterpartij. Als voorbeeld wordt onder andere genoemd het combineren van retentie met een sierwater in het stedelijk gebied. Het waterschap werkt aan het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die programmaperiode uitvoert. Het is een belangrijk document waarmee het waterschap haar koers bepaalt. Er staan doelstellingen en ambities in. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Het bestuur van het waterschap stelt het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 in het najaar van 2021 vast. Dan start de uitvoering. Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024 Het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021-2024 is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 en omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel.
Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, behoort het oppervlaktewater ook bij dit beleidsplan. In hoofdlijnen wordt het beleid voortgezet, waarbij samenwerking met interne en externe partijen van belang is om de wateropgaven goed te kunnen uitvoeren. Klimaatadaptatie is daarbij een actueel thema. daarnaast blijft een deugdelijke afvoer van vuilwater cruciaal voor een gezonde samenleving. Samen met een sterke structuur van oppervlaktewater zijn dit dragers van de leefkwaliteit in de gemeente Waalwijk. De helft van het afwaterend oppervlak is in particulier eigendom. De opgave die gepaard gaat met klimaatadaptatie kan de gemeente Waalwijk niet uitvoeren zonder hulp van bewoners en bedrijven. Conform de wetgeving stelt dit IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m2) berging te maken over de verharding. Bewustwording en goede voorlichting zorgen dat bewoners, bedrijven en gemeente samen bouwen aan een robuust watersysteem dat zowel wateroverlast als droogte het hoofd biedt. 4.3.2
Planontwikkeling
Retentie Winterdijk 2 Er ligt geen retentieopgave. Het plangebied is nu namelijk grotendeels verhard. Het aandeel verharding zal afnemen in de toekomstige situatie. Winterdijk 3 Er ligt geen retentieopgave. Het plangebied is nu namelijk deels verhard en deels onverhard. Het aandeel verharding zal afnemen in de toekomstige situatie. De ontwikkeling van de pleisterplaats voorziet niet in een toename van verharding. Gebruik bouwmaterialen en afvalwater Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater zal bij de bouw afgezien worden van het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC (bouwen conform het Bouwstoffenbesluit), en dient voldaan te worden aan de milieuhygiënische randvoorwaarden. Het initiatief
25
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
wordt van een gescheiden stelsel voorzien. Het afvalwater dient via een nieuwe DWA-riolering aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Waterkering De Winterdijk is aangemerkt als waterkering. De waterkering is voorzien van een beschermingszone waarin niet elke ontwikkeling zomaar kan plaatsvinden. Deze ontwikkeling voorziet niet in een aantasting van de waterkering. Er worden geen gronden geroerd of andere werkzaamheden uitgevoerd waardoor de waterkering kan worden aangetast. Wel is het noodzakelijk op basis van artikel 3.4 van de keur om een vergunning aan te vragen bij het waterschap voor de werkzaamheden op het perceel Winterdijk 2. De beschermingszone van de waterkering ligt deels binnen het plangebied. Bij werkzaamheden aan bebouwing is in dat kader een vergunning noodzakelijk. Deze wordt te zijner tijd gelijktijdig met de bouwvergunning aangevraagd. Advies waterschap Het plan is voorgelegd aan het waterschap. Naar aanleiding hiervan heeft het waterschap een advies gegeven over het plan. Dit advies is opgenomen in Bijlage 2. Naar aanleiding van het advies is de waterparagraaf op enkele plaatsen aangepast. 4.3.3
Conclusie
Het aspect water vormt geen verdere belemmering voor het initiatief. Het plan is in het kader van vooroverleg aan het waterschap voorgelegd. De reactie en het advies van het waterschap zijn opgenomen in Bijlage 2.
4.4
Natuur
4.4.1
Toetsingskader
Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000 -gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
26
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming in de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. 4.4.2
Beschermde soorten
Voor het perceel Winterdijk 3 is het, gelet op de recente sloop van de woning en het agrarische gebruik, niet aannemelijk dat zich beschermde soorten bevinden in het plangebied van de pleisterplaats. Er worden geen sloten gedempt of bomen gekapt en werkzaamheden zullen buiten het broedseizoen plaatsvinden. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn dan ook redelijkerwijs uitgesloten. In het kader van dit initiatief zal voorafgaande aan de aanleg van de pleisterplaats een quickscan worden uitgevoerd. Zo nodig, zullen dan voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen c.q. zullen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Voor Winterdijk 2 geldt dat dit perceel tot voor kort in gebruik was als paardenhouderij. Het perceel was nagenoeg volledig verhard. Vooralsnog wordt in feitelijke werkzaamheden voorzien in het slopen van de overtollige bedrijfsgebouwen. Ook daar worden geen negatieve effecten op beschermde soorten verwacht. Ook hier geldt overigens dat voorafgaand aan de sloop een quickscan wordt uitgevoerd en dat er zo nodig mitigerende maatregelen zullen worden getroffen.
27
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
4.4.3
Beschermde gebieden
De pleisterplaats is gelegen buiten het nabijgelegen Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Brabant. Ter plaatse heeft de gemeente een woning opgekocht en gesaneerd. Het dagelijks aantal verkeersbewegingen ten behoeve van de pleisterplaats zal het aantal verkeersbewegingen ten behoeve van een woning naar verwachting niet overtreffen. De betreffende nieuwe functie en de daarmee gepaard gaande verkeersaantrekkende werking van motorvoertuigen zullen naar verwachting een verkeersgeneratie hebben die gelijk is aan die van een burgerwoning (kental 7,8 op basis van het ASVV van het CROW), waardoor het bestemmingsplan per saldo geen invloed zal hebben op het NNB. Immers is sprake van een relatief kleine locatie waarop maximaal drie parkeerplaatsen worden aangelegd. Met het amoveren van de woning komt daarmee tevens het stoken van fossiele brandstof ter plekke te vervallen. Het perceel Winterdijk 2 zal qua verkeersaantrekkende werking afnemen. Immers de verkeersaantrekkende werking van de woning zal gelijk blijven, terwijl de verkeersbewegingen vanwege de aanwezigheid van de paardenhouderij geheel komen te vervallen. 4.4.4
Conclusie
Negatieve effecten op het nabijgelegen Natura-2000 gebied worden vooralsnog uitgesloten. Eventuele mitigerende maatregelen in verband met flora en fauna zullen voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden worden getroffen.
4.5
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Winterdijk. De ontwikkelingen ter plaatse zullen niet voorzien in een extra verkeersgeneratie. Op het moment zijn ter plaatse een agrarisch bedrijf en een bedrijfswoning toegestaan. In de nieuwe situatie komt er enkel een burgerwoning. Een burgerwoning en een bedrijfswoning voorzien op basis van Publicatie 381 van het CROW in een gelijke verkeersgeneratie. Ter plaatse is op het moment ook een agrarisch bedrijf aanwezig. Publicatie 381 heeft geen kengetal voor agrarische bedrijven. Om deze reden is een vuistregel gebruikt. . Deze vuistregel maakt gebruik van de verkeersgeneratie van bedrijven (geen kantoren) zijnde uit deze CROW-publicatie. Deze bedrijven genereren ongeveer 4,5 ritten/etm per arbeidsplaats. Voor agrarische bedrijven wordt aangenomen dat deze 1 arbeidsplaats per 1.000 m² bvo hebben. Het bedrijf ter plaatse heeft een oppervlak van 1.000 m2 . Het bedrijf ter plaatse voorziet daarmee in een verkeersgeneratie van 4,5 motorvoertuigen per etmaal, welke samen met het bedrijf verdwijnen. Het nieuwe initiatief voorziet in 4,5 minder voertuigbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie. Bij de pleisterplaats zullen wel enkele extra voertuigen parkeren. De betreffende verkeersbewegingen zijn niet zodanig dat dit niet past bij de capaciteit van de Winterdijk.
Parkeren In de planregels is geborgd dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen perceel dient te worden gerealiseerd conform de beleidsregels die hieromtrent zijn opgenomen in de gemeentelijke parkeernormennota. Ter plaatse van de pleisterplaats worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd. Conclusie Er zijn geen aanpassingen nodig voor doorstroming van het verkeer en parkeergelegenheid dient op eigen perceel te worden gerealiseerd. Dit wordt geborgd in de planregels. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor onderhavig plan.
28
bestemmingsplan Winterdijk 2 en 3 Sprang-Capelle
4.6
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer is opgenomen dat bij bepaalde overheidsbesluiten de gevolgen van dit besluit op de luchtkwaliteit beoordeeld dienen te worden. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het vaststellen van een bestemmingsplan, het verlenen van een milieuvergunning en het nemen van een wegaanpassingsbesluit. Concreet kan een project doorgang vinden wanneer: voldaan wordt aan de grenswaarden voor vervuilende stoffen, zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer, of de verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van het besluit 'niet in betekenende mate' is; er is sprake van een 'niet in betekenende mate' wanneer er een toename van een stof genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer is van minder dan 3% ten opzichte van de grenswaarde, of als het plan is opgenomen in het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is bij Kabinetsbesluit vastgesteld op 1 augustus 2009 en sindsdien van kracht. Dit initiatief voorziet niet in extra verkeersbewegingen of overige activiteiten die bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Nader onderzoek of maatregelen zijn niet noodzakelijk. Conclusie Het effect van de voorgenomen ontwikkeling is vanuit het aspect van luchtkwaliteit wettelijk inpasbaar.
4.7
Geluid
Beleidskader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een plan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. In de Wet geluidhinder (Wgh) is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Afweging en conclusie Het initiatief ligt op circa 300 meter afstand van de rijksweg A59Ter plaatse van Winterdijk 3 wordt geen gevoelige functie in het kader van geluidhinder gerealiseerd. Een nadere beoordeling is in dat kader niet noodzakelijk. Ter plaatse van Winterdijk 2 wordt de bedrijfswoning herbestemd tot burgerwoning. De bestaande bedrijfswoning is reeds een gevoelige functie in het kader van geluidhinder. Met de voorliggende herbestemming wordt er geen gevoeligere functie mogelijk gemaakt dan wat in de huidige situatie aan de orde is. Nader onderzoek in het kader van geluidhinder van wegen of spoorlijnen is niet noodzakelijk. Het initiatief voorziet niet in de realisatie van nieuwe gevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor dit initiatief.