Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
58
Transportroute over spoor- en vaarwegen Binnen of in de omgeving van het plangebied komen geen spoor- of vaarwegen voor die in het kader van vervoer van gevaarlijke stoffen belangrijk zijn om te beschouwen. Buisleidingen Buisleiding Leidingen Vermilion Oil & Gas Netherlands B.V (VE-5801-WWS-10-S) Deze buisleiding ligt op ongeveer 310 meter ten noorden van het plangebied. Het betreft een gasleiding met een uitwendige diameter van 273 mm en een maximale werkdruk van 0,43 bar. De aardgasleiding heeft geen vastgestelde risicocontour (PR 10-6 per jaar). Het invloedsgebied bedraagt 170 meter. Het plangebied ligt zodoende buiten het invloedsgebied van de aardgasleiding. Deze buisleiding vormt dan ook geen belemmering voor dit plan. Buisleiding Gasunie (Z-517-08) Het betreft een gasleiding met een uitwendige diameter van 168 mm en een maximale werkdruk van 40 bar. De aardgasleiding heeft geen vastgestelde risicocontour (PR 10-6 per jaar). Deze buisleiding ligt op ongeveer 400 meter ten oosten van het plangebied. Gelet op de afstand ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van de aardgasleiding. Deze buisleiding vormt dan ook geen belemmering voor dit plan. Verantwoording groepsrisico Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen (zie kopje ‘Inrichtingen’) en Rijksweg A59. Zodoende is een verantwoording van het groepsrisico benodigd.
Omdat het plangebied op ruime afstand van de betreffende Bevi-inrichtingen en op meer dan 200 meter van de A59 is gelegen, kan het Standaard Advies Veiligheidsregio 2023 worden toegepast. Het Standaard Advies Veiligheidsregio 2023 is opgenomen als bijlage.
5.6. Milieueffectrapportage Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekking in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht bij een bestemmingsplan: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het bestemmingplan is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het bestemmingplan is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit
59
of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Beoordeling plan Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro niet van toepassing. Bij het beoordelen of iets wel of geen stedelijk ontwikkelingstraject is, moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het plan. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. In dit geval gaat het woningbouw (28 appartementen) op een inbreidings- / herstructureringslocatie (bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied). Het planvoornemen valt ver beneden de drempelwaarde van 2.000 woningen en de oppervlakte van het plangebied blijft ver beneden de 100 ha. Echter, gezien de lokale impact van dit plan is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. In de aanmeldnotitie is geconcludeerd dat het project geen belangrijke nadelige gevolgen heeft op het milieu. Op basis van de aanmeldnotitie is geen milieueffectrapportage noodzakelijk. De aanmeldnotitie is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
60
Hoofdstuk 6.
Uitvoerbaarheid
6.1. Economische uitvoerbaarheid 6.1.1. Exploitatieplan Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente is hiertoe verplicht wanneer er sprake is van een bouwplan in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De gemeente kan hiervan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: • het kostenverhaal anderszins is verzekerd; • het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en • het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Beoordeling plan De bouw van een of meerdere woningen is een bouwplan in de zin van het Bro. De gemeente Waalwijk zal een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.24 van de Wro aangaan met de ontwikkelende partij. In deze anterieure overeenkomst zijn onder andere afspraken opgenomen over (het verhaal van) te maken kosten. Hierdoor is het kostenverhaal verzekerd en het stellen van locatie-eisen middels een exploitatieplan niet nodig. Door de beperkte omvang van het plan is het bepalen van een tijdvak of fasering niet nodig.
Gelet op het voorgaande kan in het kader van het bestemmingsplan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. 6.1.2. Planschade Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning kan ertoe leiden dat een belanghebbende zogenaamde planschade ondervindt. Daarbij kan het gaan om waardevermindering van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning) of inkomensderving. Een deel van deze schade valt wettelijk gezien echter binnen het normaal maatschappelijk risico en is dus niet te verhalen. Voor de overige schade kan een tegemoetkoming worden aangevraagd bij het college van burgemeesters en wethouders. Indien het bestemmingsplan niet wordt geïnitieerd door de gemeente, dan zal de gemeente de schade verhalen op de initiatiefnemer van het plan. Beoordeling plan In vorige paragraaf is aangegeven dat gemeente Waalwijk met de initiatiefnemer een overeenkomst zal aangegaan. In deze overeenkomst is ook de eventuele planschade afgewenteld op de initiatiefnemer. Daarmee is zekergesteld dat initiatiefnemer volledig verantwoordelijk is voor de tegemoetkoming in schade, die ontstaan is als gevolg van dit plan.
61
6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1. Omgevingsdialoog Voor dit project heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Met een raadsinformatiebrief is de gemeenteraad van Waalwijk op de hoogte gesteld van de procesaanpak van de omgevingsdialoog. Vanwege de toenmalige COVID-situatie was het niet mogelijk een fysieke bijeenkomst te organiseren. Daarom is een informatiebrief (circa 95 stuks) verstuurd aan omwonenden in de omgeving van het plangebied. De bewoners die direct aan het plangebied grenzen hebben de brief persoonlijk overhandigd gekregen, waarop in sommige gevallen al een korte toelichting op het plan kon worden gegeven. Buurtbewoners hebben per e-mail of telefonisch vragen kunnen stellen en/of suggesties kunnen aandragen. Slechts vijf omwonenden hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Met een aantal omwonenden en organisaties zijn afspraken gemaakt om vervolginformatie te delen of samen verder te praten over het plan. Om die reden is ervoor gekozen de omgevingsdialoog een continu proces te laten zijn waarbij initiatiefnemer gedurende de (ruimtelijke) procedure in gesprek blijkt met de betreffende omwonenden en organisaties. Initiatiefnemer doet hiervan regelmatig aan gemeente Waalwijk en waar nodig wordt het plan aangepast of nader toegelicht / onderbouwd.
Gemeente Waalwijk is bekend met de verslaglegging en zal deze bij de besluitvorming over dit bestemmingsplan betrekken. 6.2.2. Inspraakprocedure Een voorontwerp van dit bestemmingsplan heeft van 10 juni 2021 tot en met 21 juli 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een inspraakreactie bij het college van B&W naar voren te brengen. Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) zijn Waterschap Brabantse Delta en provincie Noord-Brabant expliciet in de gelegenheid gesteld om tijdens deze inspraaktermijn op het voorontwerp van het bestemmingsplan te reageren. Op 9 juni 2021 is van waterschap Brabantse Delta een positief wateradvies ontvangen. Dit advies is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Van provincie Noord-Brabant is een ontvangstbevestiging ontvangen, waarin staat de provincie alleen reageert als de gemeente daar specifiek om heeft gevraagd of als blijkt dat de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met de provinciale belangen. Provincie Noord-Brabant heeft nadien niet meer op het plan gereageerd. 6.2.3. Zienswijzenprocedure Het opgestelde ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd, na voorafgaande publicatie op gemeentepagina en in het Gemeenteblad.
Gedurende de periode van terinzagelegging is het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar geweest op de websites www.ruimtelijkeplannen.nl en analoog raadpleegbaar bij Publiekszaken in het stadhuis.
62
Tijdens de termijn van terinzagelegging zijn zeven zienwijzen binnengekomen. Eén zienswijze is begin 2023 ingetrokken. Buiten de termijn van terinzagelegging zijn er ook nog twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat in de bij deze toelichting gevoegde Nota van Zienswijzen en van antwoord voorzien. Tevens is in de nota aangegeven op welke punten het bestemmingsplan moet worden aangepast ten opzichte van het ontwerp.
63
64
Hoofdstuk 7.
Juridische planbeschrijving
7.1. Onderdelen bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’ is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. Onderhavig document vormt de toelichting bij het bestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’. Dit bestemmingsplan heeft een uniek en eigen identificatienummer, namelijk NL.IMRO.0867.bpWWmrvancoothstr6VA01.
7.2. Toelichting op de verbeelding In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
7.3. Toelichting op de regels 7.3.1. Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. 7.3.2. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Bij de totstandkoming van de bestemmingsregels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Gemengd gebied’. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen De op de verbeelding voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, ondergeschikte verhardingen, langzaam verkeer, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen,
65
nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Verkeer – Verblijf De voor ‘Verkeer –Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en pleinen, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking, met de daarbij behorende groenvoorzieningen, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven en verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, het houden van kortdurende incidentele evenementen en standplaatsen voor ambulante handel of dienstverlening. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is primair bedoeld voor woningen, waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ alleen gestapelde hoofdmassa’s zijn toegestaan. Daarnaast zijn beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een woning toegestaan tot een maximum van 50 m² per woning, inclusief bij de woning behorende berging. Bij de woningen zijn ook bijbehorende voorzieningen zoals bergingen, parkeervoorzieningen en sport- en welnessvoorzieningen toegestaan. Verder is de woonbestemming bedoeld voor tuinen, erven en verhardingen, ontsluitingswegen en -paden, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 Deze dubbelbestemming bedekt enkelbestemmingen en zorgt ervoor dat specifieke waarden worden beschermd. De dubbelbestemmingen ten behoeve van archeologie is afgestemd op het archeologiebeleid van de gemeente. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Waalwijk zijn de verschillende archeologische verwachtingswaarden weergegeven. In artikel 29 van de Erfgoedverordening 2011 wordt aangeven op welke wijze de afzonderlijke archeologische verwachtingswaarden beschermd moeten worden. In het plangebied komt alleen categorie 4 (gematigde verwachting) voor. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ is hierop van toepassing. In de archeologische dubbelbestemming is geregeld bij welke bodemingrepen er nader onderzoek verricht moet worden. In dit geval gaat zijn ingrepen onderzoeksplichtig bij bodemingrepen groter dan 5.000 m² en waar de verstoring dieper gaat dan 50 cm. 7.3.3. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelbepaling en parkeerregels. 7.3.4. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan.
66
In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. Er is een standaard overgangsrechtregeling opgenomen voor bouwwerken en voor gebruik. Het strijdige bouwwerk of het strijdige gebruik van grond en bouwwerken ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mag worden voortgezet, tenzij het reeds viel onder het overgangsrecht van het voorgaande bestemmingsplan. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.
67
68
Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9. Bijlage 10. Bijlage 11. Bijlage 12. Bijlage 13. Bijlage 14. Bijlage 15.
Schaarsteonderzoek gemeente Waalwijk, Stec Groep; Boom effect analyse, Econsultancy; Watertoets, Econsultancy; Onderzoek stikstofdepositie, Econsultancy; Ecologische quickscan, Averti Ecologisch advies; Ecologisch nader onderzoek, Averti Ecologisch advies; Activiteitenplan ecologie, Averti Ecologisch advies; Schaduwstudie, &Ponjé bouw- en vastgoedzaken / Architectenbureau Van Reeven; Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin, Econsultancy; Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Econsultancy; Standaard Advies Veiligheidsregio 2023, Brandweer Midden-en West-Brabant; Vooroverlegreactie, waterschap Brabantse Delta; Aanmeldnotitie m.e.r. Mr. van Coothstraat 6, Waalwijk; Nota van inspraak, gemeente Waalwijk; Nota van zienswijzen, gemeente Waalwijk.
69