CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, Mr. van Coothstraat 6”19.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’

Plan ROS Adviesbureau voor ruimtelijke plannen Torenallee 20 (Strijp-S) 5617 BC Eindhoven www.planros.nl

Bestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’ Toelichting

Gemeente Waalwijk Vastgesteld 21 september 2023 NL.IMRO.0867.bpWWmrvancoothstr6-VA01

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.

Inleiding ....................................................................................................7

1.1.

Aanleiding .......................................................................................................... 7

1.2.

Ligging en plangrenzen ...................................................................................... 7

1.3.

Geldende bestemmingsplannen ....................................................................... 8

1.4.

Leeswijzer .......................................................................................................... 9

Hoofdstuk 2.

Gebieds- en projectprofiel ........................................................................ 11

2.1.

Projectgebied .................................................................................................. 11

2.2.

Projectprofiel................................................................................................... 12

Hoofdstuk 3.

Beleidskader ............................................................................................ 17

3.1.

Rijksbeleid ....................................................................................................... 17

3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 20

3.3.

Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 24

Hoofdstuk 4.

Planologische aspecten ............................................................................ 33

4.1.

Archeologie en cultuurhistorie........................................................................ 33

4.2.

Water............................................................................................................... 36

4.3.

Flora en fauna.................................................................................................. 37

4.4.

Verkeer en parkeren ....................................................................................... 39

4.5.

Kabels, leidingen en hoogspanningsverbindingen .......................................... 41

4.6.

Bezonning ........................................................................................................ 41

Hoofdstuk 5.

Milieuaspecten ........................................................................................ 43

5.1.

Bodem- en grondwaterkwaliteit ..................................................................... 43

5.2.

Geluid .............................................................................................................. 45

5.3.

Luchtkwaliteit .................................................................................................. 46

5.4.

Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 49

5.5.

Externe veiligheid ............................................................................................ 56

5.6.

Milieueffectrapportage ................................................................................... 59

5

Hoofdstuk 6.

Uitvoerbaarheid ...................................................................................... 61

6.1.

Economische uitvoerbaarheid......................................................................... 61

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 62

Hoofdstuk 7.

Juridische planbeschrijving ....................................................................... 65

7.1.

Onderdelen bestemmingsplan ........................................................................ 65

7.2.

Toelichting op de verbeelding ......................................................................... 65

7.3.

Toelichting op de regels .................................................................................. 65

Bijlagen

............................................................................................................... 69

6

Hoofdstuk 1.

Inleiding

1.1. Aanleiding Aan de Mr. van Coothstraat in Waalwijk ligt tussen huisnummer 6 en 8 een terrein met diverse opstallen en beplanting. Initiatiefnemer wil dit terrein herontwikkelen tot een aantrekkelijk woongebied met drie woongebouwen waarin appartementen zijn voorzien en parkeervoorzieningen in de kelder. Het gebied moet ruimte gaan bieden aan in totaal 28 appartementen. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan “Gemengd gebied” (vastgesteld d.d. 07 juni 2018, onherroepelijk d.d. 24 februari 2021). Het plan bevat geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheid om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Daarom is het nodig om voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Dit plan met de titel "Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6" voorziet in een nieuw bestemmingsplan voor de gelijknamige locatie.

Luchtfoto met het plangebied blauw omcirkeld. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)

1.2. Ligging en plangrenzen Het plangebied ligt in het centrum van Waalwijk, in het gebied tussen de Mr. van Coothstraat (oosten), de Grotestraat (noorden) en het wandelpark aan de Burgemeester Moonenlaan (zuiden). Ten westen van het plangebied liggen een begraafplaats en jeu-de-boulesbanen, beiden deel van het wandelpark. In het bijzonder gaat het om het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Waalwijk, sectie D, nummers 4222). De kadastrale grootte bedraagt 6.327 m².

7

Actuele luchtfoto en kadastrale situatie. Het plangebied is met blauw omlijnd. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)

1.3. Geldende bestemmingsplannen Het plangebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan “Gemengd gebied” dat op 07 juni 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. De gronden hebben binnen dat bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Gemengd’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ voor de locatie en bevat een deel van het plangebied de functieaanduidingen ‘Bedrijf’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – aanvullende bedrijfsactiviteit’. Verder zijn binnen het plangebied de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en gebiedsaanduiding ‘overige zone – stedelijk lint’ aan de orde. Op een klein deel van het plangebied is de beheersverordening “Woonwijken (incl. kamerbewoning)” (vastgesteld door de gemeenteraad van Waalwijk op 4 juli 2019) van toepassing. Het gaat om een hoekje in het zuiden van het plangebied, dat volgens de beheersverordening deel uitmaakt van deelgebied 4.2 en waar de woonbestemming beheerd moet worden. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, omdat dat bestemmingsplan toevoeging van nieuwe woningen op die locatie niet toestaat. Bovendien past het bouwplan niet binnen de bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Het plan bevat geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheid om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Daarom is het nodig om voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

Dit plan met de titel "Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6" voorziet in een nieuw bestemmingsplan voor de gelijknamige locatie.

8

Uitsnede bestemmingsplan (het plangebied is globaal blauw omlijnd) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Uitsnede beheersverordening (het plangebied is globaal blauw omlijnd) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

1.4. Leeswijzer Het bestemmingsplan ‘Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

9

Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de planontwikkeling nauwkeurig beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante planologische aspecten. Hoofdstuk 5 bevat alle relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid en luchtkwaliteit. In hoofdstuk 6 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij ingegaan wordt op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 7 beschrijft het juridische plan waarbij ook een korte beschrijving van de bestemmingsregels wordt gegeven.

10

Hoofdstuk 2.

Gebieds- en projectprofiel

2.1. Projectgebied Het projectgebied heeft betrekking op een besloten perceel dat bereikbaar is vanaf de Mr. van Coothstraat (tussen huisnummer 6 en 8). Aan de oostkant grenst het perceel aan de achterzijde van het achterterrein met bergingen van het vierlaagse woongebouw De Elspoort (Mr. van Coothstraat 2A t/m 4P) en de achtertuinen van de grondgebonden woningen Mr. van Coothstraat 6, 8 en 10. Het plangebied grenst aan de zuidzijde over een breedte van ongeveer 30 meter aan het Wandelpark. Aan de westzijde grenst het plangebied over een lengte van ongeveer 40 meter aan de Protestantse begraafplaats en over een lengte van ongeveer 70 meter aan een aantal jeu-de-boulesbanen. Aan de noordzijde grenst het plangebied over een breedte van ongeveer 45 meter aan de achterterreinen van de panden Grotestraat 160 tot en met 166A. Het plangebied is onlangs kadastraal samengesteld uit een aantal kleinere percelen, waaronder een voormalig bedrijfsperceel met bedrijfsopstallen en delen van de tuinen van Mr. van Coothstraat 6 (bestaande uit tuin en erfverharding) en Mr. van Coothstraat 8 (tuin met waterpartij). De initiatiefnemer heeft deze gronden aangekocht om in te zetten voor de bouw van 28 appartementen in drie hoofdmassa’s. De bestaande opstallen binnen het plangebied zullen dan ook worden gesloopt. In onderstaande afbeelding is de voormalige kadastrale situatie weergegeven.

In paragraaf 1.2 is een afbeelding met de huidige kadastrale situatie weergegeven. Beide afbeeldingen in samenhang met elkaar bezien geven een goed beeld van de kadastrale totstandkoming en huidige toestand van het plangebied.

Luchtfoto met voormalige kadastrale situatie. Het plangebied is met de rode stippellijn aangeduid. Bron: Architectenbureau Van Reeven

11

Hieronder staan een aantal foto’s van het plangebied in de huidige situatie.

2.2. Projectprofiel 2.2.1. Beoogde ontwikkeling In het plangebied worden in totaal 28 koopappartementen gerealiseerd die verdeeld worden over drie gebouwen. De inrit naar het woongebied ligt in de nieuwe situatie tussen de adressen Mr van Coothstraat 6 en 8 in. Het plangebied is kwalitatief hoogwaardig te noemen. Het ligt in het centrum van Waalwijk, ietwat verscholen achter bestaande bebouwing, heeft een groot oppervlak en grenst aan het Wandelpark van Waalwijk. Woonconcept Een bijzondere plek verdient een bijzondere woonambitie. De koopappartementen krijgen bijvoorbeeld drie slaapkamers of meer. De woonkamer en leefkeuken zijn ook ruim opgezet. Daar hoort natuurlijk ook een royaal balkon bij. De toekomstige bewoners beschikken over een gezamenlijke wellness- en fitnessruimte die gerealiseerd wordt in één van de gebouwen. Met dit woonconcept wordt aangesloten op de woonwensen van meerdere doelgroepen: de 50plusser maar ook op de (kleine) gezinnen. Flora en fauna De flora en fauna in het plangebied zijn zeer belangrijke speerpunten voor het project. In samenwerking met experts is gezocht naar een optimale inpassing van de gebouwen in het groenrijke gebied. Er is kritisch gekeken naar een goede synergie van de flora met de fauna in het gebied. Deze moeten wel bij elkaar passen.

12

Een voorbeeld van de optimale inpassing zijn de drie losse woongebouwen in plaats van één gebouw. De gebouwen worden op deze manier omringd door bestaande- en nieuwe bomen, struiken en ander groen. Een ander resultaat van de optimale inpassing zijn realisatie van parkeerkelders onder gebouwen. Minder parkeerplekken in het plangebied geeft meer ruimte voor groen. De ruimte tussen de gebouwen wordt benut om een verbinding met het Wandelpark te realiseren en daarmee het gebruik van het Wandelpark te vergroten. Met een dergelijke verbinding kan tevens de woonwijk aan de westzijde van het plangebied met het centrum van Waalwijk worden verbonden.

Schetsontwerp Wandelparkhof Waalwijk. Bron: Architectenbureau Van Reeven

Parkeren Het aantal parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers is bepaald aan de hand van de parkeernormen van gemeente Waalwijk. Dit project is zelfvoorzienend omdat alle parkeerplaatsen op eigen terrein gemaakt kunnen worden. Zoals aangegeven worden er parkeerkelders onder gebouwen gerealiseerd waar bewoners hun auto’s kunnen parkeren. De intentie is om de parkeerkelders groter te maken om daarmee zoveel mogelijk parkeerplaatsen voor bezoekers onder de gebouwen te realiseren. Dit geeft meer ruimte voor groen. 2.2.2. Relatie met omliggende percelen Schaduwwerking en privacy Om de schaduwwerking van het bouwplan ten aanzien van omliggende panden in beeld te brengen is een schaduwstudie uitgevoerd. Bij het ontbreken van wettelijke normen is getoetst

13

aan de algemeen gehanteerde TNO-richtlijnen. Uit de studie kan worden geconcludeerd dat ruimschoots aan deze richtlijnen wordt voldaan. In paragraaf 4.6 van deze toelichting wordt dieper op de schaduwstudie ingegaan. De studie zelf is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Ook voor wat betreft privacy moet worden opgemerkt dat hiervoor geen wettelijke normen bestaan, behalve de norm uit het Burgerlijk Wetboek dat dat binnen 2 meter van de erfgrens geen direct zicht mag zijn op naastgelegen terreinen. Naar aanleiding van de inspraakreacties tijdens de voorontwerpfase zijn de bouwvlakken op de verbeelding dusdanig gepositioneerd dat hieraan wordt voldaan. Bovendien moet worden opgemerkt dat er sprake is van een ontwikkeling in/direct tegen het centrum van Waalwijk, gelegen in stedelijk gebied. In een dergelijke stedelijke omgeving is het niet ongebruikelijk dat de afstand tussen het in het plan voorziene bouwvlak en de omliggende woningen relatief kort is. Enig verlies van privacy van omwonenden en anderen ten gevolge van het plan is daarbij niet volledig uit te sluiten. Conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is enige inkijk inherent aan het wonen in een stedelijke omgeving. De inkijk is in dit geval niet zodanig dat sprake is van een onaanvaardbare aantasting van privacy ten gevolge van het bouwplan.

De bouwhoogte van de met het plan toegestane bebouwing sluit aan bij de bebouwing in de omgeving. Het geldende bestemmingsplan laat de volgende bouwhoogten toe bij bebouwing in de omgeving: • het appartementencomplex van Plantlust mag maximaal 17 meter hoog zijn; • appartementencomplex De Elspoort mag een hoogte hebben van maximaal 18 meter; • de woning op perceel Mr. Van Coothstraat 6 mag een hoogte hebben van maximaal 13 meter; • de woningen op percelen Mr. Van Coothstraat 8 t/m 18 mogen een hoogte hebben van 11 meter. De twee hoogste woongebouwen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan zijn op ruime afstand (meer dan 30 meter) van omliggende woningen gelegen. De tuinen van de woningen Mr. van Coothstraat 8 en 10 liggen op minimaal 15 meter van de woongebouwen en hier speelt aanwezige begroeiing bovendien een rol voor wat betreft het waarborgen van de privacy. Het laagste woongebouw (het dichtst tegen de bebouwing aan de Mr. van Coothstraat) staat minimaal 10 meter van omliggende bebouwing. Voor wat betreft de ligging ten opzichte van de tuin van Mr. van Coothstraat 6 moet worden opgemerkt dat ook hier de aanwezige begroeiing een rol speelt in het waarborgen van de privacy. Sfeerimpressies Op de volgende pagina zijn een aantal sfeerimpressies weergegeven van de nieuwe situatie.

Deze geven vooral de sfeer van het gebied weer en de bouwmassa’s die in het plangebied zullen komen. Tegelijk met de bestemmingsplanprocedure wordt de exacte vormgeving van de woningen verder uitgewerkt gelet op esthetica, woongenot, bouwtechniek of wet- en

14

regelgeving. Het beeld gaat dus nog wijzigen en zal pas bij de aanvraag omgevingsvergunning (bouwvergunning) definitief vaststaan.

Sfeerimpressies Wandelparkhof Waalwijk. Bron: Architectenbureau Van Reeven

15

16

Hoofdstuk 3.

Beleidskader

3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen.

Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Beoordeling plan Voor het plangebied geldt dat sprake is van een lokale ontwikkeling van geringe aard en omvang. Bij het plan zijn geen nationale belangen in het geding en het doet geen afbreuk aan de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het plan voldoet daarmee aan het rijksbeleid zoals dit is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang 13 uit de SVIR vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De

17

nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ander stedelijke voorzieningen.” Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 28 woningen. Deze toename is groter dan de drempelwaarde van 12 woningen, waardoor de voorgenomen ontwikkeling gezien moet worden als een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Behoefte Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er een kwantitatieve behoefte is aan het planvoornemen is het “Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2020 t/m 2029) behoefte is aan 21.595 woningen voor de regio Midden-Brabant. In de regionale programmering is voorzien dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. De bouw van ten hoogste 28 woningen past binnen de benodigde capaciteit voor de regio Midden-Brabant en de gemeente Waalwijk.

Tabel pagina 10 uit Perspectief op Wonen

In de periode 2020 tot en met 2029 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.122 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de toevoeging van 28 woningen past binnen de kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Het project voorziet in koopappartementen van 125 m² tot 275 m² gebruiksoppervlakte. Specifiek richt het project zich op 50+’ers. Het project is uniek vanwege de ligging in het centrum

18

van Waalwijk en direct aan het wandelpark, maar ook vanwege de gedeelde inpandige sport- en wellnessfaciliteiten waarvan de toekomstige bewoners gebruik kunnen maken. Vanwege deze specifieke eigenschappen concurreert het project niet met andere actuele of recente projecten binnen Waalwijk. Bovendien sluit het project aan bij enkele hoofdlijnen van de Woonvisie 2020 van gemeente Waalwijk. In de Woonvisie is benoemd dat men het aanbod aan middeldure en dure woningen wil vergroten, om zo de doorstroming op de woningmarkt te vergroten. Daarnaast is benoemd dat bij alle nieuwbouwontwikkelingen de mogelijkheid wordt bekeken om levensloopgeschikte woningen voor senioren te ontwikkelen. De realisatie van 28 koopappartementen in het hogere segment voor de doelgroep 50+ geeft invulling aan deze hoofdlijnen uit de Woonvisie. In paragraaf 3.3.3 wordt verder ingegaan op de Woonvisie. Onlangs is door de Stec-groep onderzoek gedaan naar schaarste op de woningmarkt in de gemeente Waalwijk. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat de woningvoorraad voor hoge inkomens in de gemeente Waalwijk krap is. Daarmee is de toevoeging van appartementen in dit segment aannemelijk.

Nu het project invulling geeft aan enkele hoofdlijnen uit de Woonvisie, vanwege de bijzondere eigenschappen niet met andere projecten concurreert en uit het onderzoek van Stec-groep blijkt dat de woningvoorraad voor hoge inkomens in de gemeente Waalwijk krap is, kan worden gesteld dat er ook kwalitatief voldoende behoefte bestaat aan dit project en dat dit project niet zal leiden tot onaanvaardbare leegstand(seffecten) elders. Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” De voorliggende locatie is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. De locatie ligt op loopafstand van het centrum van Waalwijk met al haar voorzieningen. Het plan maakt gebruik van een bestaand bouwperceel, waarbij ook delen van omliggende percelen worden betrokken. De bestaande opstallen worden daarbij gesloopt en maken plaats voor de 28 woningen verdeeld over drie bouwvolumes. Er is dan ook sprake van een inbreidings- / herstructureringslocatie.

Beoordeling plan Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee van duurzame verstedelijking. 3.1.3. Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

19

(Rarro) opgesteld. De regels van het Barro en Rarro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. Beoordeling plan Uit het Barro en de Rarro vloeien geen bepalingen voort die rechtstreeks doorwerken in dit bestemmingsplan. Wel blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied voor windturbines van militair radarstation Herwijnen. In de Rarro is binnen dit gebied een maximumbouwhoogte van 90 meter ten opzichte van NAP opgenomen voor het bouwen van windturbines. Aangezien dit plan geen windturbine of andere bouwwerken van een dergelijke hoogte mogelijk maakt, levert dit artikel in de Rarro geen belemmeringen op voor dit plan.

3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ met bijbehorende planMER vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant. Deze ‘Brabantse Omgevingsvisie’ is opgesteld met het oog op de naderende invoering van de Omgevingswet, waarin onder andere het instrument structuurvisie wordt vervangen door het instrument omgevingsvisie. De achterliggende doelen van de Omgevingswet komen dan ook terug in de Brabantse Omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie wordt de ambitie voor de Brabantse leefomgeving tot 2050 geformuleerd. Daarbij worden ook tussendoelen gesteld voor wat de provincie in 2030 voor elkaar wil hebben om de ambitie voor 2050 te kunnen verwezenlijken. Tot slot geeft de omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Draagvlak en draagkracht zijn daarbij belangrijke begrippen. In de omgevingsvisie worden één basisopgave en vier hoofdopgaven uitgewerkt in een langetermijnvisie (2050) en middellangetermijndoelstellingen (2030): • Basisopgave: Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; • Hoofdopgaven: o Werken aan de Brabantse energietransitie; o Werken aan een klimaatproof Brabant; o Werken aan de slimme netwerkstad; o Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Het beleid uit de Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in programma’s en de Omgevingsverordening. De programma’s bevatten vooral concrete maatregelen die zelfbindend zijn voor de provincie. De omgevingsverordening bevat vooral bindende regels voor lagere overheden en burgers. Verderop in dit hoofdstuk wordt ingegaan op de Interim omgevingsverordening. 3.2.2. Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking.

20

Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn de Groenblauwe structuur, het Landelijk gebied, de Stedelijke structuur, en Infrastructuur. Beoordeling plan Onderhavig plangebied bevindt zich in binnen het ‘Stedelijke concentratiegebied’. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking.

De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma. Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van provincie Noord-Brabant, mits voldaan wordt aan de regionale woningbouwafspraken en de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.1.2 is al ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.2.4 wordt ingegaan op de Brabantse Agenda Wonen, waarin de meest actuele afspraken voor woningbouw per gemeente en regio zijn weergegeven. Gelet op het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant. 3.2.3. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld.

De Interim omgevingsverordening (hierna: Iov) vervangt een aantal provinciale verordeningen: • Provinciale milieuverordening • Verordening natuurbescherming • Verordening ontgrondingen • Verordening ruimte • Verordening water • Verordening wegen Om straks als de Omgevingswet in werking treedt echt klaar te zijn, maakt de provincie eerst een Interim omgevingsverordening. Deze Iov voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is nagenoeg beleidsneutraal. Alleen

21

aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. Doordat de Omgevingswet volgens huidige planning pas in 2022 in werking treedt, kan er nog geen invulling worden gegeven aan deze wet. De Iov is opgebouwd volgens een doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is. Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen de doelgroepen ‘Burgers en bedrijven’ (hoofdstuk 2, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten), gemeenten (hoofdstuk 3, instructieregels), waterschappen (hoofdstuk 4, instructieregels), gedeputeerde staten (hoofdstuk 5, instructieregels), en faunabeheer en beheer waterwegen (hoofdstuk 7). Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de bepalingen uit hoofdstuk 3 van belang.

Uitsnede Interim omgevingsverordening kaart 3 ’Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’. De ligging van het plangebied is met de rode marker aangeduid. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’

Instructieregels voor gemeenten: Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Met dit bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. In de Iov is bepaald dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen, binnen ‘Stedelijk gebied’ dient te liggen. Dat is volgens de kaart ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ het geval, aangezien het gebied binnen ‘Concentratiegebied’ ligt. In het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet verder onderbouwd worden dat het om een duurzame stedelijke ontwikkeling gaat en dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. In paragraaf 3.1.2 is dit al gemotiveerd. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de regels van de Iov zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies. In de verordening is bepaald dat een bepaalde bestemming pas aan gronden mag worden toegekend als sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig

22

ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake. De ontwikkeling maakt gebruikt van een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van een inbreidings-/herstructureringslocatie. Zoals in paragraaf 3.1.2 van deze toelichting te zien is, is daarbij toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema’s aan de orde: • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. • de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Al deze aspecten komen terug in deze toelichting bij het bestemmingsplan. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het plan voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende structuren in de omgeving (lintbebouwing Mr. van Coothstraat en wandelpark) en overige thema’s binnen de lagen (zie planologische en milieuaspecten).

Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen voor dit plan zijn en dat het plan voorziet in een veilig en goed woon- en leefklimaat. Overige rechtstreekswerkende regels of instructieregels Overige rechtstreekswerkende- of instructieregels zijn voor dit plan niet relevant. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de Interim omgevingsverordening 3.2.4. Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Daarin nodigt de provincie alle subregio’s uit om, samen met relevante partijen op de woningmarkt en de provincie, een regionaal perspectief op wonen te ontwikkelen. Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. In deze agenda geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. In de Brabantse Agenda Wonen wordt genoemd dat ruim baan moet worden gegeven voor goede plannen. “Een beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik biedt ruim baan voor ‘goede plannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen.

Ruim baan dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen.”

23

Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim omgevingsverordening is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen, die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van 28 woningen aan de woningvoorraad. De woningen worden opgericht op een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van een inbreidings-/herstructureringslocatie. Zoals in de Brabantse Agenda Wonen is aangegeven biedt het beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik ‘ruim baan voor goede plannen binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen’, waaronder een inbreidings-/herstructureringslocatie als deze. Uit de meest recente ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose’ van provincie Noord-Brabant blijkt dat de totale harde plancapaciteit van zowel gemeente Waalwijk als van subregio MiddenBrabant, waartoe Waalwijk behoort, niet toereikend is om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien.

Met 1.120 harde plannen in de gemeente Waalwijk kan niet worden voorzien in de behoefte van 2.045 woningen tot 2030. Hetzelfde geldt voor subregio Midden-Brabant: met 6.845 harde plannen kan niet worden voorzien in de behoefte van 21.595 woningen tot 2030. Dit betekent dat er zowel in de gemeente als in de regio nog ruimte is voor het toevoegen van extra woningen. Het huidige initiatief om maximaal 28 woningen te realiseren voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. Gelet op het voorgaande past dit woningbouwinitiatief zowel kwalitatief als kwantitatief binnen de Brabantse Agenda Wonen.

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie Waalwijk 2025 Op 4 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Waalwijk de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat het de ambitie van de gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt te zijn dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van Midden Brabant. Het plangebied ligt in het centrum van Waalwijk met een veelheid aan functies direct naast elkaar. Het doel voor gemengd gebied is de herkenbaarheid van de lintenstructuur te behouden en waar mogelijk te versterken. Belangrijk uitgangspunt hierbij is de bestaande situatie. Specifiek voor de linten geeft de structuurvisie aan dat de oude bebouwingslinten vanuit de historische gemengde functie geschikt zijn als kweekkasfunctie voor kleinschalige bedrijven (aan huis). Dit is goed voor de lokale economie. De schaal, aard en omvang van een kleinschalig bedrijf (aan huis) dient wel steeds in de (woon)omgeving te passen. Een bedrijventerrein is vaak

24

niet geschikt voor kleinschalige en/of startende bedrijfjes. Het beleid voor de oude bebouwingslinten is verder uitgewerkt in de Beleidsnotitie Gemengd Gebied. Voor het projectgebied zijn navolgende beleidsuitgangspunten uit de structuurvisie van belang. • Ondergrond: zorgen voor een veilig bodem- en watersysteem; Beschermen van waarden en ruimte reserveren o.a.: gebiedsgericht grondwaterbeheer, behoud drinkwaterwinning zuiden kern Waalwijk. • Wonen: speerpunten zijn het vraaggericht herstructureren van bestaande woongebieden en vraaggericht ontwikkelen van (overige) woningbouwlocaties, beiden volgens de duurzaamheidsladder en thematisering van bestaande woongebieden. Daarbij moeten kansen worden benut, zoals inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied. • Duurzaamheid: de gemeente pakt dit begrip breed op en hieronder vallen de volgende thema's: - Duurzaamheid algemeen: zorgvuldig ruimtegebruik en behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Hieronder vallen ook de principes van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' - Energie: het stimuleren van een afname in energiegebruik is van belang. - Milieu: behouden en versterken van de milieukwaliteit. Waar mogelijk milieuproblemen aanpakken bij de bron.

- Erfgoed: hergebruik wordt gestimuleerd door een flexibele functionele invulling van gebieden, objecten en gebouwen met voldoende behoud van de cultuurhistorische waarden. - Gezondheid: geschikt wonen aanbieden voor alle levensfasen al dan niet met een zorgbehoefte en aanpassingen in de woningvoorraad als gevolg van scheiden wonen zorg. Gezondheid van het begin af aan expliciet meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen, met name als het gaat om geluid, luchtkwaliteit en groen. Beoordeling plan Dit plan voorziet in een inbreidingslocatie. In de structuurvisie wordt dit genoemd als het benutten van een kans. De Structuurvisie Waalwijk 2025 biedt binnen de beleidsuitgangspunten ruimte voor inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied, mits voldaan wordt aan de duurzaamheidsladder. De duurzaamheidsladder is in hoofdstuk 6 van deel B van de Structuurvisie uiteengezet en gaat verder dan de wettelijke ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. In de gemeentelijke duurzaamheidsladder komt duurzaamheid in het algemeen aan bod, waaronder energie, milieu, erfgoed en sociale aspecten. Door te voldoen aan de eisen voor nieuwbouw voor wat betreft de energieprestatie, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan duurzaam energieverbruik. In hoofdstuk 5 van deze toelichting is gemotiveerd dat het plan aanvaardbaar is gelet op het milieu.

In hoofdstuk 4 bevat eenzelfde motivering voor de natuur, erfgoed en waterhuishouding. Kortheidshalve volstaat op deze plaats de conclusie dat er, gelet op deze onderdelen, sprake is van een duurzame ontwikkeling. Ten aanzien van ‘sociale aspecten’ kan hieraan worden toegevoegd dat een groene wijk bijdraagt aan een beter gezondheid (meer bewegen en ontmoeting, minder stress). De ruime opzet van het plan met veel groen tussen de gebouwen en een verbinding met het wandelpark, leveren een positieve bijdrage aan het sociale aspect. Ook met de inpandige sport- en

25

wellnessfaciliteiten (zwembad, sauna en fitnessruimte) wordt de bewoners de mogelijkheid geboden elkaar te ontmoeten en te bewegen. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Waalwijk 2025. Deel C, uitvoeringsprogramma Structuurvisie Waalwijk De raad van Waalwijk heeft in het uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie van de gemeente Waalwijk opgenomen dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied een bijdrage moet worden betaald aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. Deze bijdrage kan worden gedaan aan de verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap en/of cultuurhistorie alsmede aan andere kwaliteitsverbeteringen in de fysieke leefomgeving. Er is geen bijdrage nodig indien het plan op zichzelf voorziet in een evenredige maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld het opheffen van een milieuhygiënisch knelpunt en/of realisatie van sociale woningbouw. De hoogte van de bijdrage wordt berekend aan de hand van de toename van de bestemmingswaarde van het object, waarover een percentage van 20% zal moeten worden geïnvesteerd. Dit kan plaatsvinden in het plan zelf of door middel van een fondsbijdrage. Voor dit plan zijn gemeente Waalwijk en initiatiefnemer een fondsbijdrage overeengekomen.

Het verschuldigde bedrag is vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Op die manier voldoet het plan aan de verplichting uit Deel C van de Structuurvisie dat het bestemmingsplan in voldoende mate moet bijdragen aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. 3.3.2. Beleidsnotitie Gemengd Gebied Het beleid voor de oude bebouwingslinten is verder uitgewerkt in de Beleidsnotitie Gemengd Gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van een stedelijk lint. In de beleidsnotities worden enkele algemene beleidskeuzes uiteengezet, maar worden ook keuzes voor specifieke onderwerpen beschreven. Voor dit plan is het onderwerp ‘Inbreidingslocaties’ van belang. Met een inbreidingslocatie wordt bedoeld het toevoegen van één of enkele woningen op plaatsen waar nog geen woning aanwezig is in bestaand stedelijk gebied. Dit kan ook het geval zijn op plaatsen waar sloop van bedrijfsbebouwing plaats vindt of gaat vinden. De grotere nieuwe ontwikkelingen blijven buiten beschouwing. Op basis van de gemeentelijke structuurvisie is het toevoegen van woningen mogelijk mits vraaggericht, volgens de duurzaamheidsladder en binnen de aangegeven thematisering. Voor Gemengd Gebied betekent dat het karakter en de herkenbaarheid van het lint behouden moet worden.

Bovendien moeten plekken met een landschappelijke en cultuurhistorische waarde tegen inbreiding beschermd worden wanneer dit afbreuk zou doen aan die waarden. In dit geval is duidelijk sprake van een inbreidingslocatie, waar diverse (delen van) privé-tuinen van omliggende woningen worden samengevoegd en bestaande opstallen worden gesaneerd om plaats te maken voor nieuwe woningen. De toegang tot het plangebied is gelegen aan de Mr. van Coothstraat, waar als het ware sprake is van een gat in de bebouwingswand met

26

particulier groen (tuinen). Aan de Mr. van Cootstraat komen meerdere monumenten voor, waaronder de aangrenzende panden Mr. van Coothstraat 6 en 8. In het ontwerp is ervoor gekozen de nieuwe bouwmassa’s niet aan het lint te plaatsen. Op die manier blijft het gat in de bebouwingswand behouden, met ruimte voor een groene aankleding van de perceelsontsluiting. Bovendien krijgen de bouwmassa’s een eigentijds karakter en door ze achter op het terrein te plaatsen doen ze geen afbreuk aan de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle panden/straatwand. Zodoende blijft het lint herkenbaar.

Kaart typering deelgebieden Gemengd gebied (plangebied blauw omcirkeld)

3.3.3. Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk Op 17 september 2020 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2020 van de gemeente Waalwijk vastgesteld. Drie hoofdthema’s vormen het hart van de Woonvisie 2020, te weten ‘Betaalbaarheid’, ‘Wonen en zorg’ en ‘Leefbaarheid en duurzaamheid’. Daarnaast worden in de woonvisie een aantal specifieke doelgroepen op de woningmarkt uitgelicht: starters, stop the brain drainers, urgenten en spoedzoekers, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. De doelstellingen per thema zijn als volgt: • Betaalbaarheid: o Voldoende woningen bouwen, zodat het woningtekort terugloopt o Stimuleren van doorstroming op de woningmarkt o Betalingsproblemen tegengaan • Wonen en zorg: o Streven naar voldoende geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen die een zorgvraag hebben o (Her)ontwikkeling van een locatie moet gedaan worden met een bredere kijk op de omgeving

27

•

Leefbaarheid en duurzaamheid o Aandacht geven aan buurten waar de leefbaarheid onder druk staat o Zorgen voor diversiteit in woonmilieus binnen de gemeente o Zorgen voor een klimaatbestendige woningmarkt

SRBT Woondeal Op 9 maart 2023 is de SRBT Woondeal getekend door rijk, provincie, de gemeenten in de stedelijke regio Breda – Tilburg en de woningcorporaties die in dit gebied werkzaam zijn. In de woondeal zijn afspraken opgenomen over de regionale woningbouwopgave, het versnellen de woningbouw, de betaalbaarheid van woningen en de kwalitatieve opgaven bijvoorbeeld voor een aantal bijzondere doelgroepen. Ook gaat de woondeal in op herstructurering, transformatie en verduurzaming. Tot slot staan er afspraken in over de samenwerking in de regio, monitoring van de afspraken, kritische succesfactoren en ondersteuning. De gemeenten in de stedelijke regio Breda – Tilburg hebben afgesproken om tot en met 2030 minimaal 39.000 woningen toe te voegen in de regio. Voor Waalwijk betekent dit dat de focus de komende jaren (2022 tot en met 2026) ligt op het toevoegen van minimaal 1.180 woningen aan de woningvoorraad. Betaalbaarheid is belangrijk bij het toevoegen van woningen. Daarom is er afgesproken dat er bij nieuwe plannen een verdeling aangehouden wordt van 30% sociale huur, 40% middeldure huur of betaalbare koop en 30% vrije sector. De kwalitatieve opgaven in de regio werken we de komende periode verder uit, onder andere in de woonzorgvisies die in Hart van Brabant en de regio Breda opgesteld worden.

De Woondeal is niet van toepassing op plannen die reeds voor 9 maart 2023 in procedure zijn gebracht. Beoordeling plan Zoals in paragraaf 3.1.2 en 3.2.4 al is aangegeven bestaat er in lokaal en regionaal verband voldoende behoefte aan de 28 woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt. Het project voorziet in koopappartementen van 125 m² tot 275 m² gebruiksoppervlakte. Specifiek richt het project zich op 50+’ers. Het project is bijzonder vanwege de ligging in het centrum van Waalwijk en direct aan het wandelpark, maar ook vanwege de gedeelde inpandige sport- en wellnessfaciliteiten waarvan de toekomstige bewoners gebruik kunnen maken. Vanwege deze specifieke eigenschappen concurreert het project niet met andere actuele of recente projecten binnen Waalwijk. Het project sluit aan bij enkele hoofdlijnen van de invulling van de woonvisie voor het thema “betaalbaarheid”. In de Woonvisie is benoemd dat men het aanbod aan middeldure en dure woningen wil vergroten, om zo de doorstroming op de woningmarkt te vergroten. Dit bevordert de kansen voor onder andere starters op de woningmarkt. Daarnaast is benoemd dat bij alle nieuwbouwontwikkelingen de mogelijkheid wordt bekeken om levensloopgeschikte woningen voor senioren te ontwikkelen. Ook is benoemd dat initiatieven waarbij een woonproduct wordt

28

aangeboden dat nog niet of nauwelijks aanwezig is op de Waalwijkse woningmarkt, maar waar wel aantoonbaar vraag naar is, de voorkeur krijgen. Innovatieve en creatieve woonvormen die passen bij de behoeften van starters, mensen met middeninkomens, senioren en/of spoedzoekers worden gestimuleerd. De realisatie van 28 koopappartementen in het hogere segment voor de doelgroep 50+, dichtbij het centrum en het wandelpark en met gemeenschappelijke sport- en wellnessfaciliteiten voor eigen gebruik, geeft invulling aan deze hoofdlijnen uit de Woonvisie. Het stimuleren van kansrijke en kwalitatieve pilot met nieuwe woonvormen op het gebied van wonen en zorg en het ontwikkelingen van meer levensloopgeschikte woningen voor senioren behoren ook tot de hoofdlijnen van beleid vanuit het thema ‘Wonen en zorg’. Zodoende wordt ook aan dit thema een bijdrage geleverd. Bovendien voldoet het project aan de ambitie dat woningbouwplannen een kwaliteitsverbetering voor de omgeving van de betreffende locatie met zich moeten meebrengen. Het project biedt kansen voor een nieuwe route naar het wandelpark vanuit het centrum. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden het aspect toegankelijkheid. Ten aanzien van het thema ‘Leefbaarheid en duurzaamheid’ kan worden opgemerkt dat dit plan betrekking heeft op een inbreidingslocatie nabij het centrum.

Daarbij is een binnen de omgeving een passende herbestemming gevonden voor een bedrijfskavel en delen van achterterreinen, waarmee verrommeling van deze terreinen kan worden voorkomen. Daarmee draagt dit plan bij aan het verhogen van de woon- en leefkwaliteit ter plaatse van het projectgebied. Er is gekozen voor een project dat voor wat betreft de woningtype, doelgroep en prijsklasse past bij deze specifieke locatie. Bij de uitwerking van het daadwerkelijke plan wordt invulling gegeven aan de in het beleid vastgelegde klimaatambities, zoals waterberging en gasloos bouwen. Gelet op het voorgaande past dit project binnen de uitgangspunten van de woonvisie. 3.3.4. Groenbeleidsvisie Groen Leeft! De groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft!’ is op 14 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de groenbeleidsvisie wordt ingegaan op de thema’s biodiversiteit, toekomstbestendigheid, beleving en participatie. Het beleidsstuk bevat een langetermijnvisie voor het groen. Het vormt de basis voor al het andere beleid en regels over het groen in de gemeente Waalwijk. In het beleid is een groennorm opgenomen. Deze schrijft voor dat in nieuwe woonwijken, dorpen en bedrijventerreinen de openbare ruimte tenminste voor 10% uit groen moet bestaan.

En daarbovenop moet in de woonwijken minimaal 5% groen worden gerealiseerd dat wordt gecombineerd met andere functies zoals parkeren, spelen en het opvangen van water. Bij bestaande woongebieden en bedrijventerreinen dient bij reconstructies of herontwikkeling 10% méér openbaar groen dan dat er voor de ontwikkeling aanwezig was te worden aangelegd. Naast de hoeveelheid aan groen, wordt er ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van het openbare groen. De groennorm vormt een vertrekpunt voor het ontwerpen van de openbare ruimte. Met als doel te zorgen voor een gezonde, klimaat- en toekomstbestendige leefomgeving.

29

Uitsnede ambitiekaart Groenbeleidsvisie gemeente Waalwijk. De blauwe ster duidt de ligging van het plangebied aan.

Beoordeling plan Het plangebied is gelegen binnen het gebiedstype ‘Woonwijk’ tegen het gebiedstype ‘Centrum’ aan. Het wandelpark ten zuiden van het plangebied maakt onderdeel uit van de ‘Groene hoofdstructuur’, evenals de wandelpaden naar dit wandelpark toe. De ambities voor de omgeving van het plangebied zijn vooral gericht op het voorkomen van hittestress en wateroverlast door de aanleg van groen. Bovendien wil gemeente Waalwijk dit groen beleefbaar maken en is er ruimte voor bewoners om dit groen te ‘adopteren’ en naar eigen wens aan te leggen of in te richten. Tot slot hoopt gemeente Waalwijk met de aanleg van groen het aantal soorten te vergroten en daarmee een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. In het stedenbouwkundig ontwerp is gekozen voor een ruime opzet met woningen verspreid over drie bouwmassa’s. Hierdoor is er veel ruimte voor groen rondom de diverse hoofdmassa’s, waarmee in ieder geval tegemoet wordt gekomen aan de klimaatambities (tegengaan hittestress en wateroverlast). Ook wordt de ruimte tussen de gebouwen benut om een verbinding met het Wandelpark te realiseren en daarmee het gebruik van het Wandelpark te vergroten, maar ook om de verbinding tussen de woonwijk ten westen van het plangebied en het centrum van Waalwijk te optimaliseren. Op die manier wordt het groen binnen het plangebied beleefbaar gemaakt. Het plangebied is in totaal 6.384 m² groot.

Op de verbeelding is de groenbestemming toegekend aan de gebieden die ook daadwerkelijk als groen gaan fungeren en tevens mogen worden gebruikt voor waterhuishoudkundige- en speelvoorzieningen. De groenbestemming beslaat in totaal 1.187 m². Dat komt neer op ongeveer 18,6 % van het plangebied. Het groen in het schetsontwerp (paragraaf 2.2) bedraagt 2.618 m² (41%). Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de in de Groenbeleidsvisie gestelde normen voor ‘nieuwe woonwijken’. 3.3.5. Bomenbeleid Bomen laten Waalwijk leven! Het doel van het bomenbeleidsplan ‘Bomen laten Waalwijk leven!’ is het zorgen voor een toekomstbestendig bomenbestand. Dit betekent aan de ene kant dat de bomen gezond oud

30

kunnen worden waardoor ze jarenlang bijdragen aan een kwalitatieve woon- en werkomgeving, biodiversiteit en klimaatdoelstellingen. Aan de andere kant houdt dit in dat ervoor bomen die gekapt worden, nieuwe bomen worden geplant. Te kappen bomen worden vervangen door één of meerdere nieuwe bomen. Hoeveel nieuwe bomen dat zijn, hangt af van de waarden van de boom die wordt gekapt, zoals de hoeveelheid CO2 die een boom jaarlijks uit de lucht haalt. De waarden worden berekend volgens een speciaal voor bomen ontwikkeld rekenmodel. Ook biedt het bomenbeleid handvatten voor de keuzes die met betrekking tot bomen gemaakt worden bij de inrichting van de openbare ruimte aan de hand van de thema’s klimaatadaptatie, cultuurhistorie en ecologie. En door het toepassen van duidelijke richtlijnen voor het werken rondom bomen, het aanplanten van bomen en het maken van goede groeiplaatsen voor bomen. Beoordeling plan Het plangebied ligt direct tegen het wandelpark van Waalwijk aan. Dit gebied is aangeduid als cultuurhistorisch groen. Volgens de kaart met waardevolle bomen komen binnen het plangebied geen waardevolle bomen voor. Net buiten de grenzen van het plangebied staan wel drie waardevolle bomen, waaronder de monumentale boom op het perceel Mr. Coothstraat 8. Binnen het plangebied komen volgens het beleid ‘deregulering kap’ diverse waardevolle bomen voor.

Door in de stedenbouwkundige opzet uit te gaan van drie bouwmassa’s gespreid over het gebied met voldoende ruimten tussen de bouwmassa’s, kunnen veel van deze bomen behouden blijven en wordt tevens rekening gehouden met de ruimte die de monumentale boom op het naastgelegen perceel nodig heeft.

Uitsnede kaart met waardevolle bomen gemeente Waalwijk (plangebied is blauw omlijnd)

In het kader van het voorgaande is een boom effect analyse uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn gerapporteerd en als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Hierna volgen de

31

belangrijkste bevindingen van het onderzoek. De nummers in onderstaande opsomming corresponderen met de nummer in bovenstaande afbeelding. • Duurzaam te behouden: Boom 3 is in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden (duurzaam) te behouden. De effecten van de geplande werkzaamheden op deze boom is (zeer) beperkt en hebben geen negatieve invloed op de toekomstverwachting van deze boom. Met inachtneming van de algemene beschermingsmaatregelen kan schade aan de boom worden voorkomen. • Duurzaam te behouden (onder voorwaarden): Boom 1, 2, 4, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 23 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden (duurzaam) te behouden indien aan de aangegeven randvoorwaarden zoals genoemd in de Bomeneffectanalyse (zie bijlage) wordt voldaan. Bij boom 12 is een rotting in de stam aangetroffen, daardoor is de toekomstverwachting van de boom geschat op 5 tot 10 jaar. Met nader onderzoek kan de toekomstverwachting van deze boom nog worden bijgesteld. • Niet duurzaam te behouden: Boom 5 t/m 11 en 20, 24 t/m 43 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De positie van de bomen is conflicterend met de footprint van de appartementen, ontsluitingsweg en overige verhardingen. Daarnaast staan verschillende bomen binnen de 5,0 meter obstakelvrije zone rondom de footprint van de appartementen.

Boom 17 is reeds afgestorven en daarom niet duurzaam te behouden.

Conclusie boom effect analyse

De te behouden bomen zijn overgenomen in het groenplan dat is opgenomen als bijlage bij de regels. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels is juridisch geborgd dat de uitvoering van het bouwplan alleen mag plaatsvinden als nadien ook het groenplan tot uitvoering wordt gebracht en nadien als zodanig in stand wordt gehouden. Op die manier worden de te behouden bomen beschermd.

32

Hoofdstuk 4.

Planologische aspecten

4.1. Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1. Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen dienen op te nemen op de verbeelding en deze moeten beschermen middel regels. De zorg voor het bodemarchief is door deze wet bij gemeenten komen te liggen. Daarom heeft Vestigia Archeologie en Cultuurhistorie voor gemeente Waalwijk een archeologische beleidskaart opgesteld. Op 3 februari 2011 heeft de raad van de gemeente Waalwijk deze archeologische beleidskaart vastgesteld. Volgens de archeologische beleidskaart ligt het plangebied binnen een gebied met gematigde archeologische verwachting (categorie 4.) Volgens de toelichting op de archeologische beleidskaart geldt binnen gebieden van deze categorie geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper 50 cm onder het maaiveld.

Uitsnede gemeentelijke Archeologische beleidskaart. Plangebied is rood omlijnd.

De archeologische beleidskaart is vervolgens vertaald in bestemmingsplannen, waarbij aan de hand van dubbelbestemmingen en bijbehorende bepalingen regels worden gesteld aan activiteiten die de bodem kunnen verstoren. In het geldende bestemmingsplan is conform de Archeologische beleidskaart de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen. De

33

regels uit het gemeentelijk archeologiebeleid zijn in dit bestemmingsplan bevestigd. De regels binnen deze dubbelbestemming verplichten namelijk eveneens archeologisch onderzoek bij bouwwerken of grondbewerkingen met een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld. Beoordeling plan In dit geval wordt minder dan 5.000 m² aan bouwwerken opgericht en vinden ook geen grondbewerkingen van een dergelijke omvang plaats. Archeologisch onderzoek kan dan ook achterwege blijven. Om ook voor de toekomst mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden te beschermen, wordt de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen voor het hele perceel. De omgevingsvergunning voor de daadwerkelijke realisatie van het plan wordt hieraan getoetst. Daarnaast geldt dat wanneer in dit gebied tijdens toekomstige grondwerkzaamheden (waaronder ook bodemonderzoeken) toch archeologische vondsten en/of structuren worden aangetroffen, dit op basis van de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10 en 5.11) zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Waalwijk gemeld dient te worden. Op deze manier zijn ook toevalsvondsten tijdens de bouw op een goede manier verzekerd. 4.1.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12972185/1