CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering 11 april 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ongewijzigde Vaststelling bestemmingsplan Winterdijk 11 Sprang-Capelle21.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip NIBM is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstofdioxide en fijnstof. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 51

Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3

Toekomstige situatie De regeling NIBM geldt onder andere voor woningbouwlocaties die in het geval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. De realisatie van een extra woning draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen betekent dat nader onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Daarbij worden de bedrijfsactiviteiten van het rundveebedrijf beëindigd. Hierdoor neemt het aantal verkeersbewegingen (met zwaar verkeer) naar het voormalig rundveebedrijf af, waardoor de luchtkwaliteit ter plaatse zal verbeteren. Daarnaast is de achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NOX) dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden van de GCN-kaarten van het RIVM. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied bedraagt 18-20 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied bedraagt 14-16 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. Hieruit is te concluderen dat ter plaatse van het plangebied een aanvaardbare luchtkwaliteit aanwezig is.

Bron atlas leefomgeving fijnstof

52

Bron atlas leefomgeving stikstofoxide Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

5.4. Bedrijven en Milieuzonering De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

53

Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Onderzoek De bedrijfswoning aan de Winterdijk 11 wordt omgezet van bedrijfswoning naar reguliere burgerwoning en er wordt een extra woning mogelijk gemaakt. Ten aanzien van de voormalige bedrijfswoning hoeft niet getoetst te worden aan het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’, aangezien dit een reeds bestaande woning betreffen. Er is geen sprake van de toevoeging van nieuwe milieugevoelige objecten. Het wijzigen van de bestemming naar burgerwoning maakt dit niet anders. De (bedrijfs)woning Winterdijk 11 wordt gesloopt en wordt iets zuidelijker teruggebouwd. Ten aanzien van de extra woning dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de bedrijvigheid in de nabije omgeving wel in beeld gebracht te worden, aangezien het hier om de toevoeging van een milieugevoelig object gaat. De afstand tussen de woning en omliggende bedrijven dient te voldoen aan de vereiste richtafstanden. Het plangebied is onderdeel van de lintbebouwing langs de Winterdijk. Langs dit lint komen verschillende agrarische bedrijven en andere vormen van bedrijvigheid voor. Voor het gebied wordt daarom aangesloten op de richtafstanden ten opzichte van een gemengd gebied. Gemeten is vanaf de grens van de bedrijfsbestemming (of andere milieubelastende functies) tot op de rand van de beoogde extra woning. Deze afstand is opgenomen in de kolom ‘minimale afstand tot nieuwe woning’ Locatie

Soort bedrijf

Cat.

Richtafstand Minimale afstand tot nieuwe woning

Winterdijk 10

Kantoor aan huis

2

10 meter

35 meter

Winterdijk 18

transportbedrijf

3.1

30 meter

340 meter

Winterdijk 19

Transportbedrijf/loonwerkersb 3.2 edrijf

50 meter

330 meter

Winterdijk 4

Veehouderij

3.2

50

400 meter

Horecavoorziening

2

10 meter

700 meter

Bouwbedrijf

3.1

30 meter

400 meter

Winterdijk 1 Hoge Vaart 125

54

Gelet op de richtafstanden behorende bij de bedrijven in de omgeving van het plangebied, kan geconcludeerd worden dat de extra woning op voldoende afstand van deze bedrijven is gelegen. In onderhavige situatie is sprake van een bestaande woonomgeving waar al diverse woningen op kortere afstand van de (agrarische) bedrijven aanwezig zijn dan de beoogde ruimte-voor-ruimte woning. De dichterbij gelegen woningen zijn daardoor bepalend voor de mogelijkheden van de bedrijven. De beoogde woning komt op een grotere afstand te liggen en vormt derhalve geen belemmering voor de mogelijkheden van de omliggende bedrijven. Gesteld kan worden dat ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van bedrijven en milieuzonering. Andersom vormt het plan geen belemmering voor de bedrijfsactiviteiten van de omliggende bedrijven. Het onderdeel agrarische geur, ten aanzien van de nabijgelegen veehouderijen en de eventuele bijbehorende geurhinder, is nader beoordeeld in paragraaf 5.5. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat, omdat voldaan wordt aan de richtafstanden, het leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning aanvaardbaar is en de omliggende bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.

5.5. Geur In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het plan leidt tot een belemmering van vergunde rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. Locatie geurgevoelig object Ten hoogste toegestane geurbelasting Concentratiegebied, binnen bebouwde kom 3,0 OUe/m3 Concentratiegebied, buiten bebouwde kom 14,0 OUe/m3 Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde kom 2,0 OUe/m3 Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom 8,0 OUe/m3 De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimumafstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen, dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn.

Onderzoek Belemmering omliggende bedrijven De bedrijfswoning Winterdijk 11 wordt omgezet van bedrijfswoning naar reguliere burgerwoning en er wordt een extra woning mogelijk gemaakt. Om te bepalen of omliggende agrarisch bedrijven in hun bedrijfsvoering worden belemmerd hoeft enkel de agrarische bedrijvigheid in de nabije omgeving van de nieuwe woning in beeld te worden gebracht. Enkel deze woning wordt gezien als nieuwe geurgevoelig object. De voormalige (bedrijfs)woning Winterdijk 11 betreft een bestaand geurgevoelig object. Het wijzigen van de bestemming naar burgerwoning maakt dit niet anders. 55

Voor de inventarisatie van de veehouderijen is gebruik gemaakt van de kaart ‘veehouderijbedrijf’ van de provincie Noord-Brabant.

Uitsnede kaart veehouderijbedrijf (bron ruimtelijke plannen.nl)

In de directe omgeving zijn agrarische gronden en maar geen veehouderijen aanwezig. De bebouwing heeft een landelijk karakter en er is veel natuur c.q. groen aanwezig. Daarnaast zijn tussen de woningen langs het lint nog enkele open plekken aanwezig, waardoor er geen sprake is van aaneengesloten bebouwing. Gezien het voorstaande, kan het gesteld worden dat sprake is van een gebied ‘buiten de bebouwde kom’. De nieuwe extra woningen wordt conform de wetgeving gezien als nieuwe woning, waarvoor de reguliere normen geldt van een geuremissie van 8 oue/m3 (buiten een concentratiegebied en buiten de bebouwde kom) en/of een afstand van 50 meter voor geurhinder voor dieren zonder emissiefactoren (zie artikel 4 lid b Wgv). De dichtstbijzijnde veehouderij Winterdijk 4 ligt op 400 meter van de nieuw te bouwen woning. Uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden wordt voldaan aan de minimale geurafstanden. Er liggen dichterbij al bestaande burgerwoningen. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering door de komst van de extra woning. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Om te bepalen of ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt gebruik gemaakt van de kaart ‘Achtergrondbelasting Geur’.

Op deze kaart is de achtergrondbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter. De achtergrondbelasting is berekend als de sommatie van alle individuele bijdragen van de afzonderlijke veehouderijen op een punt. Deze punten zijn regelmatig verdeelt over de regio met een onderlinge afstand van 100 meter geplaatst. Het plangebied is gelegen in ‘Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom’. Ter plaatse geldt een maximum toegestane geurbelasting van 8,0 OUe/m3. De norm voor niet-concentratie, buiten 56

bebouwde kom van 8 OUe/m3, wordt niet overschreden. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen.

kaart ‘Achtergrondbelasting Geur’

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

5.6. Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 57

personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Inrichtingen Binnen of direct grenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen, met uitzondering van de toxische scenario’s.

Transport over wegen De locatie ligt niet in het invloedsgebied van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen, met uitzondering van de toxische scenario’s. Transport over water In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding 58

Op grond van de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen kunnen transportroutes op meer dan 200 meter van het plangebied buiten beschouwing blijven. Binnen een afstand van 200 meter van de planlocatie vindt geen transport van gevaarlijke stoffen per buis plaats.

Uitsnede risico kaart (bron: Risicokaart viewer/app/Risicokaart openbaar 7 januari 2019)

Zowel het transport van gevaarlijke stoffen over de A59, lpg-inrichtingen en het transport van gevaarlijke stoffen door de hogedruk transportleiding leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Zij liggen op grote afstand. Dit bestemmingsplan voegt een kwetsbaar object aan het plangebied toe. Maar deze is gelegen buiten de invloedssfeer van de genoemde bronnen. Toxische scenario’s Het plangebied ligt vanwege de toxische scenario’s binnen het invloedsgebied van zowel Stahl Europe B.V. als DSM NeoResins BV en de Rijksweg A59 (4 kilometerzone) Om die reden is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Er dient getoetst te worden aan artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid kan gebruik worden gemaakt van de standaard verantwoording en het standaard advies. Verantwoording groepsrisico Voor het groepsrisico moet worden beschouwd welke populatie wordt getroffen door een ongeval met gevaarlijke stoffen. De gevolgen van het onderhavige plan voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de verantwoording groepsrisico.

Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen. De Veiligheidsregio heeft ervoor gekozen om in vooraf bepaalde situaties een standaardadvies af te geven. Het onderhavige plan komt hiervoor in aanmerking, gelet op de ligging en/of aard van het plan. In het standaardadvies wordt in het kader van de verantwoording aandacht besteed aan de volgende aan de volgende aspecten: 59

- Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid; - Mogelijkheden voor de rampenbestrijding; - Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen. Dit standaard advies is betrokken in onderstaande verantwoording. 1. De zelfredzaamheid van de toekomstige bewoners is goed. 2. Bij gebruik van mechanische ventilatie in nieuwe bouwwerken: een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Bij het vrijkomen van toxische stoffen bij Stahl zullen deze door de mechanische ventilatie de gebouwen ingezogen worden. Om binnen afgeschermd te zijn van toxische stoffen moet de ventilatie of centraal of met een noodknop uit te zetten zijn. Reactie: De woning is voorzien van mechanische ventilatie die centraal is uit te zetten. 3. Extra aandacht te besteden aan de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd, zodat natuurlijke ventilatie als gevolg van tocht niet kan plaatsvinden. Dit vraag om strikte controle van de detaillering bij de omgevingsvergunning, deelzaak bouwen en controle hierop tijdens de uitvoering. Reactie: De woning wordt conform het Bouwbesluit gebouwd en hierop gecontroleerd. De gestelde randvoorwaarden zijn hierin opgenomen. 4. Tot slot adviseren wij u om, eventueel samen met de afdeling communicatie van de Veiligheidsregio, actief te communiceren over de risico's en de te nemen maatregelen.

Bewoners moeten op de hoogte zijn van wat men moet doen in geval van een ongeval. Dit zal de zelfredzaamheid van uw burgers verbeteren. Reactie Risicocommunicatie is een wettelijke taak van de regionale brandweer. Waar nodig en mogelijk zal de gemeente Waalwijk de regionale brandweer hierin ondersteunen. 5. M.b.t. de bestrijdbaarheid van een ongeval geldt het volgende. De Veiligheidsregio Middenen West-Brabant is voldoende ingericht om binnen het eerste uur materieel te kunnen leveren en de ramp te bestrijden. De opkomsttijd is minder dan 12 minuten en voldoet daarmee aan de norm voor woningen voorzien van rookmelders, zoals beschreven in het Dekkings- en spreidingsplan van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Verder is de bereikbaarheid van het plangebied voor de hulpdiensten voldoende. Tot slot is het plangebied gelegen binnen de dekkingscirkel van de Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie. Om een brand in het plangebied te kunnen bestrijden is het noodzakelijk dat er voldoende primair en secundair bluswater aanwezig is. Er is voldoende bluswater aanwezig. Geconstateerd is dat het plangebied is gelegen binnen het invloedgebied van het toxische scenario. De gemeente Waalwijk heeft een Beleidsvisie Externe Veiligheid waarin staat verwerkt dat kleine plangebieden binnen de kern van Waalwijk gerealiseerd kunnen worden met een bepekte verantwoording van het groepsrisico.

Dit initiatief past hierbinnen en er kan derhalve worden volstaan met een Standaard Verantwoording van het groepsrisico van de gemeente Waalwijk. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

60

6. Juridische aspecten 6.1. Inleiding De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).

6.2. Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.

6.3. Algemene toelichting planregels De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere de maximale bebouwingshoogte bepaald. 3. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. 4. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

6.4. Toelichting bestemmingen Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden - natuurwaarden De voor ‘Agrarisch met waarden - natuurwaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige 61

voorzieningen, extensief dagrecreatief medegebruik en het behoud, herstel en ontwikkeling van landschap-, natuur- en cultuurhistorische waarden in het algemeen. Artikel 4 Natuur – N Een deel van het plangebied is eerder verkocht aan de provincie in het kader van de ontwikkeling van het natuurgebied Westelijke Langstraat. Dit deel krijgt de bestemming Natuur. De zuidelijke 2400 m² van de percelen die in eigendom blijven van de initiatiefnemers krijgt, in het kader van de tegenprestatie op basis van de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant ook de bestemming Natuur. De bestemmingsregeling komt overeen met de bestemming Natuur uit dit provinciaal inpassingsplan. Artikel 5 Wonen – AG De voor ‘Wonen – AG’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, beroepsmatige activiteiten in het hoofdgebouw, één grondgebonden woning per bouwperceel, tuinen en erven, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Het gebruiken of laten gebruiken van de gronden met de bestemming 'Wonen AG' is uitsluitend toegestaan indien binnen 2 jaar na ingebruikname van de woningen de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en de landschappelijke inpassing heeft plaats gevonden. Voor het bouwen van woningen geldt dat per bouwvlak maximaal één vrijstaand hoofdgebouw is toegestaan.

De inhoud van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 750 m3. De goothoogte bedraagt maximaal 4 meter en de bouwhoogte maximaal 8,5 meter. Daarnaast zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak bijgebouwen toegestaan. Binnen het bouwvlak gelden de maximale contouren zoals aangegeven bij de bouwregels voor woningen. Buiten het bouwvlak mag de totale oppervlakte van bijgebouwen voor het bouwperceel van de ruimte-voor-ruimte woning maximaal 200 m2 bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,1 en 5 meter. Voor het bouwperceel van de voormalige bedrijfswoning mag de totale oppervlakte van bijgebouwen, vanwege het aanwezig zijn van statische opslag, 340 m² bedragen. Artikel 6 en 7 Waarde – Archeologie De voor 'Waarde – Archeologie 4' en ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Het perceel heeft op grond van de Archeologische beleidskaart van de gemeente Waalwijk de verwachtingswaarde Categorie 3, 4 en 5. Categorie 3 betekent een hoge verwachting, ingrepen in deze gebieden zijn onderzoeksplichtig bij bodemingrepen groter dan 500m2 en waar de verstoring dieper gaat dan 50 cm.

Categorie 4 betekent een gematigde verwachting, ingrepen in deze gebieden zijn onderzoeksplichtig bij bodemingrepen groter dan 5000m2 en waar de verstoring dieper gaat dan 50 cm. Categorie 5 wordt op basis van de Erfgoedverordening niet opgenomen in het bestemmingsplan omdat dit een lage archeologische verwachting betreft. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbelteregel n dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Op basis van dit artikel kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat een bouwvlak, aanduidingsvlak en/of bestemmingsvlak wordt overschreden, als een meetverschil daartoe aanleiding geeft. Artikel 10 Parkeerregelgeving 62

In dit artikel zijn de regels opgenomen die voorkomen dat een gebruiksverandering en/of verleende omgevingsvergunning leidt tot onvoldoende ruimte voor het parkeren en/of laden en lossen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan als de afwijking hierdoor wordt verkleind Artikel 12 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

63

7. Economische Uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen te worden aangetoond. De herontwikkeling betreft een particulier initiatief. De ambtelijke kosten voor de procedure worden gedekt uit de te betalen leges. Voor dit plan behoeft geen aanpassing van het openbaar gebied plaats te vinden. Er is een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van mogelijke planschade. Hiermee wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld. Gelet op bovenstaande is het onderhavige plan economisch uitvoerbaar.

64

8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid .

8.1. Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft zijn directe buren (winterdijk 8 tot en met 14) uitgenodigd voor informatieavond op 26 september 2022. Op deze avond zijn de plannen toegelicht zowel het bestemmingsplan als de bouwplannen. Er zijn vragen gesteld en opmerkingen gemaakt door de omwonenden. De omwonenden staan positief tegenover de plannen en zijn blij dat er 2 jonge gezinnen in de buurt komen wonen. Het verslag van de avond is ter controle aan de aanwezigen gezonden.

8.2. Vooroverleg Het concept-ontwerpbestemmingsplan is verzonden naar de in artikel 3.1.1 Bro genoemde overleginstanties die de gemeente op vrijwillige basis de mogelijkheid wenste te geven op het concept te reageren. Het Waterschap de Dommel heeft bij brief van 17 januari 2023 onder voorbehoud een positief wateradvies afgegeven. De opmerkingen in de brief hebben geleid tot aanpassing van de waterparagraaf. De provincie Noord-Brabant heeft bij brief van 9 februari 2023 opmerkingen op het voorontwerp plan gemaakt. Naar aanleiding van de opmerkingen van de provincie is de bestemming Natuur aan het zuidelijke deel van het plangebied toegevoegd, zijn de regels van de bestemming Agrarisch met natuurwaarden aangepast aan de regels van het bestemminsplan Westelijke Langstraat, is in de regels explicieter opgenomen dat het totaal aan bijgebouwen resp. 340 m² en 200 m² mag zijn. Met betrekking tot water is het zo dat initiatiefnemers waarschijnlijk afzien van de aanleg van een kelder. Zekerheidshalve is in de regels opgenomen dat er geen openingen onder 0.70 NAP mogen komen. Inmiddels is er een Ruimte-voor-Ruimte resttitel op basis van de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant aangekocht.

8.3. Zienswijzen Dit ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 16 november 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad om zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

65

Bijlagen 1. Ecologische Quick scan van Brabant Eco Rapportnummer: 2022-BE-0247 d.d. 24 februari 2022; 2. Stikstofdepositie onderbouwing Winterswijk 11, Sprang-Capelle van RenS advies d.d. 25 februari 2022, met bijlagen; 3. Akoestisch onderzoek Winterdijk 11 te Sprang-Capelle d.d. 12 december 2022; 4. Standaard verantwoording groepsrisico; 5. Nader onderzoek huismussen van BrabantEco d.d. 23 mei 2023 nr. 2023-BE-0247; 6. Milieuhygiënisch vooronderzoek; 7. Voorstel kwaliteitsverbetering landschap; 8. Toevoeging ecologische quickscan, Brabant Eco Rapportnummer: 2023-BE-0247 d.d. 21 augustus 2023; 9. Rekenmodule en overeenkomst aankoop resttitel Ruimte voor Ruimte.

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13781758/1