CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering 11 april 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ongewijzigde Vaststelling bestemmingsplan Winterdijk 11 Sprang-Capelle21.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Winterdijk 11, Sprang Capelle

Vaststelling April 2024

Opgesteld door: Leon van Grinsven Advies

1

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1.

Aanleiding planherziening .................................................................................................... 4

1.2.

Plangebied ............................................................................................................................... 4

1.3.

Geldende bestemmingsplannen ............................................................................................. 5

1.4.

Bestaande situatie ................................................................................................................... 5

Planbeschrijving............................................................................................................................... 8 2.1.

3.

4.

5.

6.

Uitgangspunten ....................................................................................................................... 8

Beleidskaders................................................................................................................................. 13 3.1.

Rijksbeleid.............................................................................................................................. 13

3.2.

Provincie ................................................................................................................................ 15

3.3.

Gemeente .............................................................................................................................. 24

3.3.1.

Strategische visie Waalwijk 2025 – Samen werken aan de toekomst .............................. 24

3.3.2.

Structuurvisie Waalwijk 2025 – onderscheidend meer verleiden .................................... 24

3.3.3.

Erfgoedverordening Waalwijk 2016 .................................................................................. 27

3.3.4.

Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk ............................................................................... 28

3.3.5.

Groenstructuurplan 2017 .................................................................................................. 28

3.3.6.

Groenbeleidsvisie ‘GroenLeeft’ ......................................................................................... 31

Planologische aspecten ................................................................................................................. 32 4.1.

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 32

4.2.

Cultuurhistorie en Archeologie ............................................................................................. 33

4.3.

Water ..................................................................................................................................... 37

4.4.

Natuur en Landschap............................................................................................................. 43

4.5.

Welstand ............................................................................................................................... 47

Milieu............................................................................................................................................. 50 5.1.

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 50

5.2.

Relatie Wet geluidhinder....................................................................................................... 50

5.3.

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 51

5.4.

Bedrijven en Milieuzonering ................................................................................................. 53

5.5.

Geur ....................................................................................................................................... 55

5.6.

Externe veiligheid .................................................................................................................. 57

Juridische aspecten ....................................................................................................................... 61 6.1.

Inleiding ................................................................................................................................. 61

6.2.

Algemene toelichting verbeelding ........................................................................................ 61 2

6.3.

Algemene toelichting planregels ........................................................................................... 61

6.4.

Toelichting bestemmingen .................................................................................................... 61

7.

Economische Uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 64

8.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................... 65 8.1.

Omgevingsdialoog ................................................................................................................. 65

8.2.

Vooroverleg ........................................................................................................................... 65

8.3.

Zienswijzen ............................................................................................................................ 65

Bijlagen .................................................................................................................................................. 66

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding planherziening De aanleiding voor deze planherziening is het voornemen om het rundveebedrijf aan de Winterdijk 11 te Sprang-Capelle in de gemeente Waalwijk te saneren en ter compensatie 2 woonkavels te realiseren (1 voormalige bedrijfswoning en 1 nieuwe woning) in combinatie met landschappelijke inpassing. Voor dit plan is in juli 2020 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Waalwijk. Dit heeft geleid tot een principeakkoord van de gemeente. Voor het perceel vigeert de beheersverordening Natte natuurparel, Eerste Zeine (incl. kamerbewoning), vastgesteld op 4 juli 2019. Op grond van deze beheersverordening kennen alle gronden binnen het plangebied de bestemming agrarisch gebied met landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarden en de aanduiding agrarisch bouwblok. De realisatie van 2 woonkavels is niet mogelijk binnen de kaders van de geldende beheersverordening. Door dit bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2. Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Waalwijk aan de Winterdijk in het dorp Sprang-Capelle. Het totale perceel beslaat een oppervlakte van 19.656 m². Een groot deel van dit perceel wordt overgedragen aan de Provincie in het kader van de ontwikkeling van het natuurgebied Westelijke Langstraat. Het plangebied bestaat uit het huidige rundveebedrijf aan de Winterdijk 11 en de bijbehorende agrarische gronden.

Kadastrale kaart Winterdijk 11, Sprang-Capelle (bron kadaster bewerkt)

4

Het gebied tussen de rode stippellijn is het plangebied, een deel van het perceel is verkocht aan provincie voor natuurontwikkeling als onderdeel van de natuurontwikkeling Westelijke Langstraat.

1.3. Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied vigeert de beheersverordening Natte natuurparel, Eerste Zeine (incl. kamerbewoning) van de gemeente Waalwijk. De gemeenteraad heeft deze beheersverordening op 4 juli 2019 vastgesteld. Daarnaast vigeren ter plaatse de bestemmingsplannen “Parapluherziening parkeren Waalwijk” (vastgesteld op 21 juni 2018) en de “Parapluherziening kamerbewoning Waalwijk” (vastgesteld op 31 oktober 2019). In het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeren Waalwijk” zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen. Het plan geldt voor de gehele gemeente. Op 24 september 2019 zijn de 'Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunning houdende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk - 4e wijziging' vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd dat het niet wenselijk is om grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen in woongebieden te laten plaatsvinden. Dit heeft tot gevolg dat woningsplitsing en kamerverhuur niet zondermeer is toegestaan in de gemeenten Waalwijk. De “Parapluherziening kamerbewoning Waalwijk” geldt ook voor de gehele gemeente.

Op grond van de beheersverordening kennen de gronden binnen het plangebied de bestemming agrarisch gebied met landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarden en de aanduiding agrarisch bouwblok.

1.4. Bestaande situatie Het perceel Winterdijk 11 in Sprang-Capelle, is kadastraal bekend als gemeente Capelle, sectie C perceelnummers 544 en kent een totale oppervlakte van 19.656 m². Op de locatie Winterdijk 11 en bijbehorende agrarische gronden exploiteert de initiatiefnemer een rundveehouderijbedrijf. In totaal is er circa 1.050 m² aan agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig, verdeeld over 2 gebouwen. Daarnaast zijn er diverse agrarische aanhorigheden aanwezig, Ten behoeve van het rundveebedrijf is ter plaatse één bedrijfswoning aanwezig, Winterdijk 11. De woning bestaat uit één bouwlaag met kap.

5

Bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen (bron ruimtelijke plannen bewerkt)

Op de locatie bevindt zich een vrijstaande woning aan de voet van de dijk, tegen de woning op het naast gelegen perceel aangebouwd. De woning is 80m² met twee bijgebouwen/aanbouw van 16 m² en 40m². De woning kent een woonoppervlakte van circa 140 m².

Aanzicht woonhuis en agrarische bebouwing vanaf de Winterdijkdijk (bron bureaumarco)

De bebouwing is onderdeel van een cluster van bebouwing aan de Winterdijk dat zich uitstrekt van de Koesteeg tot aan de Julianalaan.

6

Aanzicht van de agrarische bebouwing en het bebouwingscluster vanuit slagenlandschap. (bron bureaumarco)

Het perceel loopt van de Winterdijk tot aan het afwateringskanaal. Het perceel wordt begrensd door groensingels bestaande uit een sloot en een houtwal van elzen, zoals op veel plaatsen in het slagenlandschap voorkomt. Op het perceel is eenzelfde element aanwezig van een kleinere schaal.

Beeld van het afwateringkanaal en de houtwallen en het zuidelijk gelegen slagenlandschap (bron bureaumarco)

Ten zuiden van het perceel loopt het afwateringskanaal en ten zuiden daarvan ligt het slagenlandschap van de Westelijke Langstraat.

7

2. Planbeschrijving 2.1. Uitgangspunten Het plan betreft het saneren van het rundveebedrijf aan de Winterdijk 11, waarna ter compensatie twee woonkavels worden gerealiseerd (1 voormalige bedrijfswoning en 1 ruimte-voor-ruimtewoning) en landschappelijke inpassing plaatsvindt. Van de 1.080 m² aan agrarische opstallen, wordt 740 m² gesloopt en resteert 340 m². Van de aanhorige agrarische elementen zoals verharding en voerderkuilen wordt in totaal 1887 m² verwijderd.

Beeld van de te slopen agrarische bebouwing (bron ruimtelijkeplannen.nl bewerkt)

8

Verbeelding van de verkaveling (bron ruimtelijkeplannen.nl bewerkt)

De bedrijfswoning Winterdijk 11 wordt omgezet van agrarische bedrijfswoning naar reguliere burgerwoning, waarbij sprake is van sloop-nieuwbouw (vervangende nieuwbouw). De woning wordt vervangen door nieuwbouw om de woning duurzaam te maken, om de woning uit de voet van de dijk te plaatsen en om zodoende vocht/wateroverlast vanuit de dijk te voorkomen. Naast het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning, wordt er één woning gerealiseerd naast Winterdijk 11 (zie bovenstaande afbeelding). Door de realisatie van de twee woningen ontstaat er een aaneengesloten rij van woonbebouwing van de Koesteeg tot aan de Julianlaan (met een onderbreking bij het wiel). Hiermee wordt de omgeving steeds meer een omgeving waar sprake is van een overwegend woon-of verblijfsfunctie. De woningen worden op enige afstand van de voet van de dijk gepositioneerd, ongeveer in de rooilijn van woningen onder aan de dijk met eenzelfde oprit naar de dijk (de woningen op de nrs. 8 en 9). De positionering van de woningen is zo gekozen dat er ruimte overblijft voor de ontsluiting via de oprit naar de dijk, het behoud van de (fruit)bomen en voldoende ruimte voor het overbruggen van de aanwezige hoogteverschillen. De meest westelijke woning wordt zodanig geplaatst dat deze niet achter de bebouwing van Winterdijk 12 gelegen is, maar er gedeeltelijk naast, zodat er geen privacy conflict ontstaat.

Door een knik in het pad naar de weilanden achter de woning ontstaat er een goede verdeling van de percelen, gekoppeld aan de maximale maat van 1250m2 per kavel. Voor de bouwmogelijkheden is aangesloten bij de mogelijkheden die het bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Waalwijk biedt. Dit betekent dat de inhoud van een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 600m3. Deze norm is beleidsmatig verruimd naar 750m3 binnenwerkse maten t.b.v. duurzaamheidsmaatregelen. Met de hoogtes wordt aangesloten aan de recent

9

gerealiseerd woningen aan de Winterdijk 9 en 10. De toegestane goothoogte bedraagt 4 meter en de toegestane bouwhoogte 8,5 meter.

Suggestie van de architectuur van de woningen, oostelijk op de locatie en westelijk op de locatie (bron KG Architecture)

Het bestemmingsplan kent in de wijzigingsbevoegdheid naar wonen een aantal instrumenten en omschrijvingen. Per onderdeel beoordeeld voldoet het plan hier niet aan. De totale ontwikkeling draagt echter in grote mate bij aan een afname van verstening en een afname van minder in het gebied passende bebouwing welke als statische opslag wordt gebruikt. In dit geval wordt een combinatie van de bepalingen daarom planologisch en stedenbouwkundig aanvaardbaar geacht. Dit houdt in dat: - maximaal 50% van het oppervlak aan overtollige te slopen oppervlak aan bestaande gebouwen mag worden teruggebouwd en /of in stand worden gelaten tot een totaal aan bijgebouwen van maximaal 200 m2; - de aanduiding 'statische opslag' wordt opgenomen onder de volgende voorwaarden: o uitsluitend wordt medewerking verleend aan statische opslag indien sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen). Uitgesloten is statische opslag ten dienste van een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; o maximaal 1/3 van het oppervlak aan voormalige bedrijfsbebouwing mag als bijgebouwen worden gebruikt of nieuw worden gebouwd voor de statische opslag.

o het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdwoongebouw en/of de bijgebouwen uitvoert, tevens de gebruiker van de bedrijfswoning is; o detailhandel is alleen toegestaan als niet-zelfstandige en ondergeschikte nevenactiviteit rechtstreeks voortvloeiend uit de vervolgactiviteit; o het betreft niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke ontsluitingssituatie; o voorzien wordt in parkeren op eigen terrein. Het plan voldoet aan al deze voorwaarden. Landschappelijke inpassing

10

Door het stoppen van het rundveebedrijf, het extensiveren van het landgebruik en het afbreken van een groot deel van de stallen en de verharding treedt er al een verbetering van de natuur- en landschapswaarden op. Verder worden de nieuwe percelen/functies landschappelijk ingepast. Daarbij wordt de impact van de bebouwing op het landschap verkleind door het gedeeltelijk afplanten met opgaande beplanting en wordt aangesloten bij de landschappelijk kenmerken van het gebied de Westelijke Langstraat. De Westelijke Langstraat Tussen Waalwijk en Waspik ligt een bijzonder natuurgebied: de Westelijke Langstraat. Dit is een beschermd Natura-2000 gebied, een waardevol landschap met veel natuur en cultuurhistorie. Zijn ontstaansgeschiedenis in de turfwinning en de ligging met verschillende bodemlagen maken de Westelijke Langstraat tot een uniek nat natuurgebied. De provincie Noord-Brabant heeft het initiatief genomen om samen met waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer en de gemeente Waalwijk de aantasting van de natuur door de verdroging en vervuiling door stikstof tegen te gaan. Deze achteruitgang gaan deze partijen stoppen door de komende jaren nieuwe natuur te ontwikkelen en bestaande natuur en landschap te behouden en te herstellen. Eén van de maatregelen is een hogere en stabiele waterstand, waardoor er meer schoon kwelwater in het gebied blijft.

Naast de bestaande natuurgebieden komt er natuur bij. In totaal krijgt ongeveer 650 ha op den duur de bestemming natuur. Om de bestaande natuur te behouden en nieuwe natuur te ontwikkelen zijn o.a. aanpassingen aan de waterhuishouding en herstelmaatregelen in het gebied nodig. Naast de natuurdoelstellingen is er voldoende ruimte en aandacht voor wonen, werken en recreëren. Ook is er oog voor bijzondere cultuurhistorie in het gebied, zoals het slagenlandschap. De Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing bestaat uit het herstellen van het talud van de Winterdijk met een meer natuurlijke beplanting, bloemrijke berm met een bijenmix met inheemse (meerjarige) soorten.

11

Schets van het landschappelijk inpassingsplan (bron ruimtelijkeplannen.nl bewerkt)

De zuidwesthoeken van de beide percelen worden afgeplant met hagen of struweel om de impact van de bebouwing op het landschap te beperken. Een deel van de achtergrens van het perceel blijft open (zoals ook bij de buren) om de (oorspronkelijke) relatie tussen de woning, de tuin en het slagenlandschap te behouden. Op de zuidgrenzen van het perceel tussen de tuinen en het weilandje) ligt een greppel als onderdeel van de waterberging van het perceel en als overgang naar het landschap. Op de zuidwesthoek van de percelen worden enkele clusters met bomen geplant, met bomen die passen bij het aanwezige landschap, denk hierbij wilgen of populieren en tegen de zuidwand van de deels te handhaven schuur een haag, om de schaal van de bebouwing te breken. Ter plaatse van het weiland ten zuiden van de tuinen wordt op de smalle strook van overgebleven agrarische grond het extensief gebruik als weide hersteld, de sloten worden hersteld en er worden elzenhagen aangeplant en hersteld. Op deze wijze worden de slagen van het slagenlandschap benadrukt en komt de oorspronkelijke schaal van het landschap weer terug.

Het is belangrijk om uiteindelijk voor soorten te kiezen die passen bij de grondsoort en het landschap om zo tussen de natte natuurparel en het bebouwingslint van de winterdijk een bufferzone aan te leggen zodat niet alleen het landschap wordt verbeterd, maar ook de ecologische waarde in deze zone stijgt.

12

3. Beleidskaders 3.1. Rijksbeleid Hieronder is kort het rijksbeleid weergegeven. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig plan zijn geen nationale belangen in het geding Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro heeft geen consequenties voor het plan. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De in de toelichting van een ruimtelijk plan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 13

Toetsing plangebied Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Het plan betreft het saneren van een rundveebedrijf, waarna ter compensatie twee woonkavels gerealiseerd worden (1 voormalige bedrijfswoning en 1 nieuwe woning) in combinatie met de landschappelijke inpassing. Het plan voorziet daarmee in de feitelijke toevoeging van slechts één woning. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet van toepassing op het plan. Wel wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht besteed aan de behoefte aan de te bouwen woningen Kwantitatieve behoefte Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Bij het bepalen van de kwantitatieve behoefte is het “Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat op korte termijn (2019-2028) behoefte is aan 13.945 woningen voor de regio Midden-Brabant. In de regionale programmering is aangegeven dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in maximaal 1.210 woningen.

Regionale woningvoorraad Regio Hart van Brabant per gemeente (2019 t/m 2028)

In de periode 2019-2028 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk voorzien in 1.085 woningen. Onderhavig locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt nog ruimte voor 125 woningen. Gesteld kan worden dat de toevoeging van één nieuwe woning past binnen de woningbehoefte van de gemeente Waalwijk. Kwalitatieve behoefte Het plan voorziet in de sanering van een rundveebedrijf. Van de circa 1080 m² aan agrarische opstallen, wordt circa 740 m² gesloopt. Daarnaast worden de diverse agrarische aanhorigheden behorende bij de rundveehouderij gesloopt. Daar tegenover staat dat een nieuwe burgerwoning (ruimte-voor-ruimte woning) wordt toegevoegd, een bedrijfswoning worden omgezet naar burgerwoning en nieuwe natuur als onderdeel van de landschappelijke inpassing wordt aangelegd. Door het saneren van het agrarisch bedrijf verbetert het woon- en leefklimaat ter plaatse. Daarnaast is met het stoppen van het agrarische bedrijf en de sloop 14

van agrarische bebouwing en de aanleg van nieuwe natuur sprake van een fysieke verbetering van de (landschappelijke) kwaliteit ter plaatse. Gesteld kan worden dat het plan de aanwezige ruimte beter benut. Zodoende zal het plan op kwalitatief gebied van toegevoegde waarde zijn voor de nabije omgeving. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat er zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte aan de extra woning is.

3.2. Provincie Omgevingsvisie Noord-Brabant en Interim Omgevingsverordening De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2024 in werking. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgaven. Het gaat om de volgende hoofdopgaven: · Werken aan de Brabantse energietransitie; · Werken aan een klimaatproof Brabant; · Werken aan de slimme netwerkstad; · Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De beleidsmatige uitganspunten van de Omgevingsvisie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 15 april 2022 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening binnen de onderstaande gebieden.

15

Groen:

Natuur Netwerk Brabant

Gearceerd: Groenblauwe mantel

Cultuurhistorisch waardevol gebied

gearceerd: aangewezen gebied voor peilbesluit

Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Cultuurhistorische waarden (artikel 3.29) Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied is mede gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische waardenkaart en stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. In paragraaf 4.2. wordt het aspect cultuurhistorie nader onderbouwd.

16

Landelijk gebied De locatie valt in landelijk gebied. Uitgangspunt van beleid is dat woningen in beginsel thuishoren binnen stedelijk gebied waar ook de voorzieningen aanwezig zijn, zoals winkels, theaters, sportfaciliteiten, medische faciliteiten, zorgvoorzieningen. Het Landelijk gebied voorziet in aanvulling daarop ook in een woonbehoefte. In het landelijk gebied zijn alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toegestaan. Bij dit plan wordt één bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en wordt één burgerwoning toegevoegd namelijk een ruimte-voor-ruimte woning (burgerwoning) met toepassing van de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit. Artikel 3.79 van de verordening biedt de mogelijkheid om nieuwe woningen in landelijk gebied te ontwikkelen door middel van ruimte-voor-ruimte. “Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel Lid 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit, derde Lid; en c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77.

Lid 2 Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Lid 3 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste Lid, onder a. De extra woning voldoet aan de eisen voor de ruimte-voor-ruimte regeling. Voor de toepassing van de kwalitatieve invulling van de fysieke tegenprestatie in artikel 3.78 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant hebben Gedeputeerde Staten de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant vastgesteld. Hieronder zal aangetoond worden dat in dit plan aan de beleidsregels maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant wordt voldaan. In het kopje reactie op de relevante artikelen uit de beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt. wordt. Artikel 3 1. Het toevoegen van een woning kan alleen op een aanvaardbare locatie als bedoeld in artikel 3.78, derde lid van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Reactie In artikel 3.78 lid 3 is aangegeven dat een aanvaardbare locatie is als er sprake is van een bebouwingsconcentratie. De Winterdijk op deze plaats is aan te merken als een bebouwingslint te

17

weten een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten Stedelijk gebied; 2. Gedeputeerde Staten hanteren voor het realiseren van een voldoende fysieke tegenprestatie in het versterken van omgevingskwaliteit, in de hierna opgenomen situaties, de volgende regels: a. bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf en omzetting naar woning wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1°. als basisinspanning voor de omzetting van de bedrijfswoning naar woning geldt de sloop van ten minste 250 m2 bedrijfsgebouw; 2°. voor het toevoegen van een woning geldt als drempelwaarde voor de fysieke tegen- prestatie dat ten minste 750 m2 bedrijfsgebouw moet worden gesloopt; 3°. de afname van de bestemmingswaarde ter plaatse van een te slopen bedrijfsgebouw telt mee als tegenprestatie, waarbij per m2 sloop bedrijfsgebouw een totaalbedrag van € 42 geldt; 4°. de afname van de bestemmingswaarde ter plaatse van een aanwezige voorziening, niet zijnde een gebouw of teeltondersteunende voorziening, telt gedeeltelijk mee als tegenprestatie, waarbij per m2 te verwijderen voorziening een totaalbedrag van € 8,50 geldt; 5°. als tegenprestatie worden fysieke maatregelen ingezet als bedoeld in artikel 7; 6°. het is niet mogelijk om de sloop van restanten van bebouwing elders in te zetten; 7°.

bij realisatie van één woning is de fysieke tegenprestatie qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimte kavel; 8°. de beëindiging van het agrarisch bedrijf en het treffen van maatregelen is feitelijk en juridisch geborgd. Reactie Ad 1. Van de 1.080 m² aan agrarische opstallen, wordt 740 m² gesloopt, dus aan de basisinspanning om minimaal 250 m² te slopen wordt voldaan. Ad 2. Omdat de drempelwaarde voor de fysieke tegenprestatie (750 m² overtollige bedrijfsgebouwen slopen) niet wordt gehaald is er, op advies van de provincie Noord-Brabant, geen bedrag opgenomen in de in de bijlage bijgevoegde Rekenmodule beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit NoordBrabant; Ad 3. Omdat de drempelwaarde voor de fysieke tegenprestatie (750 m² overtollige bedrijfsgebouwen slopen) niet wordt gehaald is er, op advies van de provincie Noord-Brabant, geen bedrag opgenomen in de Rekenmodule beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant; Ad 4. Er wordt 1.887 m² aan voorzieningen gesloopt. Omdat de drempelwaarde voor de fysieke tegenprestatie (750 m² overtollige bedrijfsgebouwen slopen) niet wordt gehaald is er, op advies van de provincie Noord-Brabant, geen bedrag opgenomen in de Rekenmodule beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant; Ad 5. Zie hierna de reactie op artikel 7; Ad 6. Dat gebeurt niet; Ad 7.

Er is een resttitel aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte. Het contract is in de bijlage 10 toegevoegd. Ad 8. Door dit bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming gewijzigd in Wonen AG en Natuur. Hiermee is juridisch het niet meer mogelijk op dit perceel een agrarisch bedrijf te exploiteren. Door de sloop van de bijgebouwen en de bedrijfswoning is het ook feitelijk niet mogelijk op dit perceel nog een agrarisch bedrijf te exploiteren. Artikel 4. Maatwerk omgevingskwaliteit saneren milieubelastende activiteit Gedeputeerde Staten hanteren, voor het realiseren van een voldoende fysieke tegenprestatie tot versterken van omgevingskwaliteit, de volgende regels bij beëindiging van een milieubelastende activiteit: a. bij de vaststelling van het plan wordt bewijs geleverd dat alle op de locatie rustende rechten en toestemmingen zijn ingetrokken;

18

b. de beëindiging van de milieubelastende activiteit op de locatie is juridisch geborgd waarbij het oprichten van nieuwe bedrijfsbebouwing wordt uitgesloten; c. de waarde van ammoniakrechten op de te beëindigen locatie kan worden betrokken bij de fysieke tegenprestatie tot versterken van omgevingskwaliteit; d. de waarde van fosfaatrechten kan niet worden ingebracht als fysieke tegenprestatie voor versterking van de omgevingskwaliteit; reactie Ad a. bij brief van 16 juni 2023, ontvangen door de gemeente op 19 juni 2023, is verzocht om gedeeltelijke intrekking van de vergunning van 26 maart 2015. Dit betreft een totale stikstof emissie van 303,6 kg. Hierover is ook een overeenkomst met de gemeente Waalwijk gesloten. Op het perceel blijft een deel van de vergunning aanwezig (10,6 kg NH3) aanwezig om de bouw van de 2 woningen op het perceel mogelijk te maken. Ad b. Dit is geborgd in dit bestemmingsplan, zie ook de reactie op artikel 3 onder 7; Ad c. dat gebeurt niet; Ad d. Dat gebeurt niet. Artikel 6 Omvang tegenprestatie in omgevingskwaliteit per woningtype Gedeputeerde Staten hanteren voor het realiseren van een voldoende fysieke tegenprestatie tot versterken van omgevingskwaliteit bij de hierna opgenomen woningtypen de volgende regels: a.

voor vrijstaande woningen en twee-onder-één kapwoningen geldt dat: 1° voor de bijdrage in het versterken van de omgevingskwaliteiten een minimale inspanning ter hoogte van € 125.000 per wooneenheid geldt; 2° de woningen worden opgericht binnen een bij de omgeving passende bebouwing, met een daarbij passende inhoudsmaat; 3°. er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling; 4°. als tegenprestatie fysieke maatregelen worden ingezet als bedoeld in artikel 7. Reactie Ad a.1 uit de in de bijlage 10 bijgevoegde Rekenmodule beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant blijkt dat hieraan wordt voldaan. Ad a.2 De situering en inhoud en hoogtematen van de woning zijn afgestemd met de gemeente Waalwijk en passen in de omgeving en voldoen aan de eisen die de gemeente Waalwijk hanteert voor nieuwe woningen in het buitengebied. (de maximale inhoud bedraagt 750 m3. De toegestane goothoogte bedraagt 4 meter en de toegestane bouwhoogte 8,5 meter). Zie hiervoor ook paragraaf 2.1. van deze toelichting. Ad a.3. Er is geen sprake van aanzet tot stedelijke ontwikkeling. Het betreft hier een bebouwingslint langs de Winterdijk. Het bebouwingsIint wordt omringd door het natuurgebied Westelijke Langstraat. Stedelijke ontwikkeling is hier niet mogelijk.

19

Ad a.4 zie reactie op artikel 7. Artikel 7 Waardering Fysieke tegenprestatie Gedeputeerde Staten hanteren voor het realiseren van een voldoende fysieke tegenprestatie tot versterken van omgevingskwaliteit de volgende regels: a. in het geval dat voor het bouwen van woningen geen fysieke tegenprestatie voor de omgevingskwaliteit kan worden geleverd, kan de tegenprestatie worden geleverd door: 1°. de aankoop van een ruimte voor ruimte titel, uitgegeven door de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte als bedoeld in artikel 6, onder a; b. in het geval dat voor het bouwen van woningen een onvoldoende fysieke tegenprestatie voor de omgevingskwaliteit kan worden geleverd, kan een aanvullende tegenprestatie worden behaald met een certificaat, uitgegeven door de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte, waarbij een minimumbedrag geldt van € 20.000. c. Voor het afwaarderen van gronden ten behoeve van natuur geldt dat: 1°. als natuur wordt ontwikkeld op gronden aansluitend aan bestaande natuurgebieden waardoor de ecologische structuur van het NatuurNetwerk Brabant wordt versterkt en als die gronden worden bestemd als natuur, dan kan de afwaardering van die gronden worden betrokken bij de tegenprestatie; 2°.

als voor de inrichting van natuur subsidie is verstrekt, kan voor dat subsidiedeel de afwaardering niet worden betrokken bij de tegenprestatie gekoppeld aan de bouw van een woning; 3°. de afwaardering van de gronden naar natuur maximaal € 7 p/m2 bedraagt; 4°. als grond door een initiatiefnemer wordt ingezet voor natuurontwikkeling in samenwerking met het waterschap of een terrein beherende instantie de kosten van die ontwikkeling, zoals opgenomen in het inrichtingsplan, bepalend zijn voor de tegenprestatie aan omgevingskwaliteit. d. de boekwaarde of vervangingswaarde kan niet worden ingezet als fysieke bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit. e. plankosten, leges en advieskosten kunnen niet worden ingezet als fysieke bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit. f. bij het toevoegen van een woning geldt dat: 1°. wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, waarbij de kosten daarvan in redelijkheid onderdeel kunnen zijn van de bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit; 2°. gemeenten de kosten voor een goede landschappelijke inpassing ook buiten de berekening kunnen houden als extra inspanning; 3°. het ruimtelijk plan inzicht biedt in de kosten van de landschappelijke inrichting en de inpassing juridisch wordt geborgd met een voorwaardelijke gebruiksbepaling; 4°.

afwaardering van grond voor landschappelijke inrichting geen fysieke tegenprestatie betreft en niet kan worden ingebracht. g. bij sloop gelden de volgende uitgangspunten: 1°. alle sloop van bebouwing en voorzieningen boven de basisinspanning voor het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan worden ingezet als inspanning voor versterking van omgevingskwaliteit; 2°. voor de sloop van gebouwen geldt dat € 25 p/m2 kan worden ingebracht als tegenprestatie; 3°. voor het verwijderen van verhardingen en voorzieningen geldt dat € 5 p/m2 kan worden ingebracht als tegenprestatie; 6°. in geval van vervangende nieuwbouw van een bedrijfswoning kan de sloop van de oude bedrijfswoning niet worden ingezet als tegenprestatie; 7°. sloop kan alleen worden ingezet als dit aantoonbaar plaatsvindt met het oog op de toevoeging van een woning in het landelijk gebied; 8°. de kosten voor de aanvoer van zand kan worden betrokken bij de tegenprestatie aan het versterken van de omgevingskwaliteit.

20

h. als bij de sloop van opstallen asbest is betrokken waardoor de sloopkosten hoger zijn dan € 25 p/ m2, kan dit onderbouwd worden meegenomen in de sloopkosten als de meerkosten daarvoor zijn aangetoond. i. als een ontwikkeling is gericht op het behoud van cultuurhistorische waarden, waaronder het terugbrengen van oude landschappelijke cultuurhistorische elementen, of behoud van aantoonbare cultuurhistorisch waardevolle bebouwing geldt dat de aantoonbaar gemaakte kosten daarvoor kunnen worden ingezet als tegenprestatie voor omgevingskwaliteit. j. de reële kosten van onderhoud en beheer van aan te leggen beplantingen en ontwikkeling van natuur kunnen voor een periode van maximaal 6 jaar worden meegenomen in het kader van de tegenprestatie. k. het afzien van het oprichten van vergunde bebouwing kan niet worden ingezet als fysieke bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit. l. in het geval dat bebouwing niet positief is bestemd of onder het overgangsrecht is gebracht, kan alleen legaal opgerichte bebouwing worden ingebracht als fysieke bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit. m. deelnemers aan de Regeling sanering veehouderij kunnen de sloop van opstallen alleen inzetten als tegenprestatie voor de ontwikkeling van een woning als de kosten voor die sloop niet zijn in- begrepen in de verkregen subsidie. n.

deelnemers aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijen (Lbv) en de tweede tranche van de Maatregel Gerichte Opkoop (MGO) kunnen de sloop van gebouwen en het verwijderen van verharding niet inzetten als tegenprestatie voor een woning. o. sloop van gebouwen die zijn ingezet voor stalderen, kunnen niet worden ingezet als tegenprestatie voor een woning. p. de tegenprestatie in omgevingskwaliteit kan ook bestaan uit een afdracht in een gemeentelijk fonds dat is gericht op het realiseren van omgevingskwaliteit als: 1°. de gemeente die middelen inzet voor de fysieke maatregelen, bedoeld in artikel 7; 2°. de bijdrage aan het fonds in het plan wordt gerelateerd aan een concrete fysieke tegenprestatie en een realisatietermijn van vijf jaar. q. de aanleg van extensieve recreatieve voorzieningen kan bij de fysieke tegenprestatie voor omgevingskwaliteit worden betrokken als: 1°. de recreatieve voorzieningen passend zijn in het landschap; 2°. de kosten hiervoor aantoonbaar worden onderbouwd en overgelegd. Reactie Ad a. en b. Er wordt wel een fysieke tegenprestatie geleverd. Uit de in de bijlage bijgevoegde Rekenmodule beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant blijkt de berekening van het de resttitel; Ad c. het zuidelijk deel van het perceel grenst aan het natuurgebied Westelijke Langstraat.

Dit deel dat eigendom blijft van de initiatiefnemers en grenst aan het natuurgebied krijgt in dit bestemmingsplan de bestemming Natuur. Er is voor de inrichting van dit perceelsdeel geen subsidie ontvangen. Dit betreft een oppervlakte van 2400 m². In de rekenmodule is hiervoor € 16.800,-- euro opgenomen. Er vindt geen samenwerking met waterschap of andere terrein beherende instantie plaats. Ad d. en e. Dat gebeurt niet. Ad f. Bij dit plan is een landschappelijk inpassingsplan/kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. (zie bijlage 2 bij de regels). Dit plan geeft inzicht in de kosten (bijlage 8 bij de toelichting). In de regels (artikel 5.4.4.) is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Er vindt een afwaardering van de grond plaats waar de kwaliteitsverbetering landschap plaatsvindt. Ad g. voor de sloop van de gebouwen is 740 M2 – 250 M2 dus 490 m2 maal 25 euro opgenomen is € 12.250,-- en voor sloop verharding 1880 m² maal € 5 = € 9.400,-- opgenomen bij “overig in overleg”; Ad. h. Uit een offerte nr. 220264, Saneren & Sloop van 19 april 2023 van Wouters Projecten blijkt dat de sloopkosten 26,50 per m² bedragen, in totaal € 17.375,50. 21

Ad i. is niet aan de orde Ad j. beheerskosten zijn meegenomen Ad k tot en met q: in dit geval niet aan de orde.

Uitsnede kaart 6 IOV: Basiskaart Landelijk gebied (plangebied rood omlijnd) (bron provincie Brabant bewerkt)

Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plan. Naast de bovengenoemde artikelen dient het ruimtelijke plan te voldoen aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a) zorgvuldig ruimtegebruik; b) de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c) meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Het plan voorziet in de sanering van een rundveebedrijf. Van de circa 1080 m² aan agrarische opstallen, wordt circa 740 m² gesloopt. Daarnaast worden de diverse agrarische aanhorigheden behorende bij de rundveehouderij gesloopt. Daar tegenover staat dat een bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning en een nieuwe burgerwoning wordt toegevoegd. Iedere woning kent een bouwvlak van 120 m². Bij de voormalige bedrijfswoning Winterdijk 11 zal maximaal 1/3 van het oppervlak van de voormalige bedrijfsgebouwen in stand worden gelaten. De regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Waalwijk (artikel 3.8.8. en 5.8.8.) is voor deze locatie toegepast.

Bij de extra woning komt een bijgebouw van 200 m². 22

Van de 1.080 m² aan agrarische opstallen blijft 340 m² behouden als bijgebouw bij de woning Winterdijk 11. Gesteld kan worden dat er sprake is van een afname van het ruimtebeslag, dus van zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: · De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; · De netwerk laag, zoals infrastructuur, NatuurNetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; · De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. · Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze ruimtelijke onderbouwing. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: · De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; · De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In de beoogde situatie wordt invulling gegeven aan de meerwaardecreatie door middel van het saneren van het rundveebedrijf, het terugdringen van de stikstof uitstoot en het slopen van bebouwing en verharding. Daarnaast worden de percelen landschappelijk ingepast en het resterende perceel extensief gebruikt. Er is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse. Kwaliteitsverbetering landschap (artikel 3.9) Voor het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning is gekeken of de kwaliteitsverbetering landschap van toepassing op basis van de Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant actualisering 2015 (versie 26 november 2015). In het document zijn de categorieën beschreven waaraan en in welke vorm kwaliteitsverbetering landschap moet voldoen.

Het beëindigen van het agrarische bedrijf aan de Winterdijk en het slopen van het grootste deel van de stallen en het verkopen van de agrarische gronden aan de provincie voor natuur, valt onder categorie 2 en maakt dat er geen kwaliteitsverbetering nodig is maar landschappelijke inpassing. Het plan voorziet hierin. Definitie van categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). Categorie 2 is van toepassing omdat het voldoet aan citaat:

23

Wijziging bestemming Agrarisch-Agrarisch Bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of Bedrijf in bestemming Wonen of andere bestemming, zoals Horeca, Maatschappelijk of Recreatie, mits het bestemmingsvlak met tenminste 60 % wordt verkleind, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m² voormalige agrarische bedrijfsbebouwing resteert; De bestemming wordt Wonen en het bestemmingsvlak wordt verder dan 60% verkleind en overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Er resteert 340 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Doordat deze ontwikkeling tevens onderdeel is van de grondruil m.b.t tot de ontwikkeling van het natuurgebied de Westelijke Langstraat is er ook wat dat betreft sprake van een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap en cultuurhistorie. Conclusie Het plan voldoet aan het provinciaal beleid en de Interim omgevingsverordening.

3.3. Gemeente 3.3.1.Strategische visie Waalwijk 2025 – Samen werken aan de toekomst De gemeente Waalwijk heeft, met een bijdrage van de provincie Noord-Brabant, de strategische visie Waalwijk 2025 opgesteld. Het bevat de strategische hoofdlijnen voor besluitvorming, beleid en projecten tot 2025 en is het handelingskader voor de gemeente Waalwijk. In de visie staat de volgende missie centraal: “De gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van de Langstraat en Midden-Brabant”. De gemeente zet in op een bescheiden groei van de woningvoorraad gericht op de opvang van de eigen behoefte en vergroting van de verscheidenheid in het woningaanbod. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. De realisatie van 2 woonkavels (1 voormalige bedrijfswoning en 1 nieuwe woning) leidt tot een beperkte kwantitatieve groei van de bestaande woningvoorraad. De herontwikkeling voorziet daarnaast in een kwaliteitsimpuls van het gebied door de sanering van het rundveebedrijf, terugdringen van de stikstof uitstoot, het slopen van bebouwing en verharding en de aanleg van landschapselementen.

3.3.2.Structuurvisie Waalwijk 2025 – onderscheidend meer verleiden Op 4 februari 2016 is de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld. Het doel van deze structuurvisie is een samenhangend beleid formuleren op hoofdlijnen dat de ambities weergeeft voor 2035 en een visie uitgewerkt voor 2025. Om de juiste keuzes voor 2025 te maken zijn in de structuurvisie een aantal leidende principes geformuleerd: • Waarden ondergrond behouden en versterken. Bij behoud is het zaak bedreigingen te voorkomen door bescherming van waarden en het reserveren van ruimte. Voor versterking kiest de gemeente ervoor deze alleen bij belangrijke projecten actief (mee) te ontwikkelen en in andere gevallen kansen vanuit de samenleving te benutten. • Bereikbaarheid netwerk optimaliseren. In veel gevallen gaat de gemeenteprojecten op dit vlak actief (mee) ontwikkelen. Bij overige projecten om het netwerk te verbeteren heeft de gemeente een voorkeur voor het benutten van kansen. 24

•

Vraaggericht functies versterken met kwaliteit. Bij bestaande ontwikkelingen maakt de gemeente Waalwijk het gekozen proces af maar wel (markt)vraaggericht. Als het gaat om nieuwe ontwikkelingen kiest de gemeente belangrijke (sleutel)projecten die ze actief (mee) ontwikkelt. Als thema loopt duurzaamheid als een ‘ladder’ door alle ambities heen en is daarom apart uitgewerkt in de structuurvisie. Aan deze ‘duurzaamheidsladder’ zijn ook een aantal specifieke onderwerpen gekoppeld: milieu, energie, erfgoed en sociaal. Duurzaamheid is voor de gemeente een algemeen leidend principe. De gemeente beschouwt het als haar plicht om de ontwikkeling van de huidige generatie te bevorderen, maar daarbij de ontwikkeling van de generaties hierna niet te belemmeren door de impact van onze huidige activiteiten en keuzes. Daarbij heeft de gemeente onder andere de ambitie om op de lange termijn (2043) klimaatneutraal te zijn. Klimaatneutraliteit is een zeer ambitieuze doelstelling die pas op de heel lange termijn kan worden gerealiseerd, ook als een maximale inspanning wordt geleverd. Om toe te werken naar deze doelstelling gebruikt de gemeente de ‘trias energetica’ (energievraag, duurzame bronnen en fossiele energiebronnen) als leidend principe.

Uitsnede kaart Typering Structuurvisie Waalwijk 2025 (Bron structuurvisie Waalwijk2025 bewerkt)

Het plangebied is op de visiekaart rood omlijnd en aangeduid als kleigronden en langs de Winterdijk als landschappelijke lijn. De visie voor het gebied is natuurontwikkeling.

25

Kaart visie wonen Structuurvisie Waalwijk 2025 (Bron structuurvisie Waalwijk2025 bewerkt)

Op de kaart is de locatie aangeduid als woonlocatie gelegen aan een landschappelijke lijn. Het streven is om de landschappelijke lijnen en vlakken te accentueren of te ontwikkelen vanwege het cultuurhistorisch belang of landschappelijke inpassing. Bijvoorbeeld met laanbeplanting en/of andere groenvoorzieningen. In het buitengebied zijn verschillende landschappelijke structuren aanwezig die een cultuurhistorische oorsprong hebben en doorlopen in de woonkernen van de gemeente Waalwijk. Een groot gedeelte van deze structuren zijn binnen de woonkernen beleefbaar en herkenbaar (denk aan de Winterdijk en het voormalige spoortracé ter plaatse van het Halvezolenpad). Hierdoor is een verweving ontstaan tussen landschap en woongebied. Het is van belang om deze landschappelijke structuren niet alleen buiten, maar ook binnen de woonkernen te behouden en waar mogelijk, op plekken waar ze minder goed beleefbaar zijn, te versterken. Op plekken waar uitbreidingen (woon- en werkgebieden) plaatsvinden is het van belang deze zorgvuldig landschappelijk in te passen. Door aan de randen robuuste groenstructuren te realiseren, ontstaat een buffer tussen uitbreiding en landschap of natuur. Hierdoor worden landschappelijke en ecologische waarden beschermd. Natuur, landschap en groen in de wijk en de nabije omgeving hebben daarnaast een gunstig effect op de leefbaarheid en gezondheid

26

Uitsnede uit de kaart visie wonen Structuurvisie Waalwijk 2025 (Bron structuurvisie Waalwijk2025 bewerkt)

De locatie is in de structuurvisie van Waalwijk aangeduid als natuurgebied, een Natte Natuurparel. De Natte Natuurparel ‘Westelijke Langstraat’ ligt geografisch gezien ingeklemd tussen Waalwijk en Waspik ten zuiden van de rijksweg A59 en ten noorden van het Halvezolenpad. Het gebied ligt in de Brabantse Naad waarin het grensvlak van zand-, naar veen- en kleigronden aanwezig is. Op de overgang van deze gronden komt er een grote hoeveelheid kwelwater van diverse ouderdom aan de oppervlakte met diverse subtiele overgangen of gradiënten. Dit levert omstandigheden op waarin bijzondere plant- en diersoorten kunnen voorkomen. Om deze redenen valt de Westelijke Langstraat binnen het NatuurNetwerk, is het gebied aangewezen als ‘natte natuurparel’ en maakt het deel uit het Europese netwerk aan natuurgebieden (Natura 2000-gebied Langstraat). Onder trekkerschap van de provincie worden de maatregelen onderzocht die nodig zijn voor behoud en versterking van de natuurwaarden en worden via een gebiedsproces ook alle andere waarden en belangen afgewogen, zoals landbouw, recreatie en cultuurhistorie. Conclusie Onderhavig plan voorziet in de sanering van een rundveebedrijf, waarna ter compensatie twee woonkavels gerealiseerd worden (1 voormalige bedrijfswoningen en 1 nieuwe ruimte-voorruimtewoning) in combinatie met landschappelijke inpassing.

Feitelijk wordt er slechts één nieuwe woning toegevoegd aan de woningmarkt. Als gevolg van de bouw van deze woning ontstaat doorstroming in de markt, waardoor mogelijk woonruimte vrijkomt voor starters op de koopmarkt. Daarnaast wordt door de sanering van het rundveebedrijf en de toevoeging van landschapselementen het woon- en leefklimaat ter plaatse verbeterd. Gesteld kan worden dat de herstructurering van het plangebied in lijn is met de Structuurvisie Waalwijk.

3.3.3.Erfgoedverordening Waalwijk 2016 De gemeenteraad van Waalwijk heeft op 15 december 2016 de Erfgoedverordening geactualiseerd. In de Erfgoedverordening staan voorschriften en regels met betrekking tot cultureel erfgoed, zowel 27

voor monumenten, archeologie als het cultuurlandschap. Eveneens zijn de wettelijke taken van de gemeente met betrekking tot Rijksmonumenten in een erfgoedverordening nader uitgewerkt. De regels over het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en archeologische verwachtingsgebieden, en weigeringsgronden voor het afgeven van een omgevingsvergunning zijn ook opgenomen in de Erfgoedverordening. In paragraaf 4.2. wordt nader ingegaan op het aspect cultuurhistorie.

3.3.4.Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Waalwijk de Woonvisie 2020 vastgesteld. Drie hoofdthema’s vormen het hart van de Woonvisie: betaalbaarheid, wonen en zorg en leefbaarheid en duurzaamheid. Eén en ander is hieronder samengevat: • Betaalbaarheid: van belang is dat iedereen kan wonen in een woning die qua woningtype en prijsklasse past bij zijn/haar huishouden en inkomen; • Wonen en zorg: voor alle inwoners is er een geschikte woning en woonomgeving, waar zorg geleverd kan worden en waar een sterkte sociale structuur is; • Leefbaarheid en duurzaamheid: alle inwoners wonen in aantrekkelijke en toekomstbestendige woonmilieus. Er is nog steeds sprake van een woningtekort, ook binnen de gemeente Waalwijk. Bij de invulling van het woonprogramma streeft de gemeente naar voldoende kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle bevolkingsgroepen. Er is vooral behoefte aan woningen voor starters. Om die reden wordt doorstroming gestimuleerd. Dat laatste kan door middeldure en dure woningen te bouwen. Onderhavig plan voorziet in de sanering van een rundveebedrijf, waarna ter compensatie twee woningen gerealiseerd worden (1 voormalige bedrijfswoning en 1 ruimte-voor-ruimte woning). Als gevolg van de bouw van deze woning ontstaat doorstroming in de markt, waardoor mogelijk woonruimte vrijkomt voor starters op de koopmarkt.

Gesteld kan worden dat het plan in voldoende mate aansluit bij de uitgangspunten van de Woonvisie 2020.

3.3.5.Groenstructuurplan 2017 In het Groenstructuurplan 2017 (vastgesteld d.d. 21 december 2017) heeft de gemeente Waalwijk de groene hoofdstructuur beschreven met de bijbehorende ambities om deze te versterken. De groene hoofdstructuur is het belangrijkste en meest waardevolle lokale gemeentelijk groen. Het zijn groenelementen die op dorps-, stads- of zelfs gemeentelijk niveau van belang zijn. Het groenstructuurplan wordt gebruikt bij de toetsing op het gebied van groen bij ruimtelijke ontwikkelingen, herinrichtingsplannen en bestemmingsplanwijzigingen. Ook wordt het gebruik in de afweging voor kapaanvragen van gemeentelijke bomen en het beoordelen van aanvragen voor de aankoop van snippergroen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13781758/1