CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Realiseren van 15 appartementen ter plaatse van Stationsstraat 46-50 Waalwijk14.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING STATIONSSTRAAT 46-50, WAALWIJK Motivering goede ruimtelijke ordening artikel 2.12 lid 1a sub 3 Wabo 31 mei 2023

1/45

2/45

DATUM KENMERK

31 mei 2023 22658/46023/

Stationsstraat 48-50 Waalwijk BP PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER 22658

AUTEUR

3/45

Frank van Gompel

4/45

INHOUD Hoofdstuk 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding

7

Aanleiding Ligging en plangrenzen Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

7 7 8 9

Hoofdstuk 2. 2.1. 2.2.

Huidige situatie Beoogde situatie

Hoofdstuk 3. 3.1. 3.2. 3.3.

15 15 17 20

Archeologie en cultuurhistorie Water Flora en fauna Verkeer en parkeren Kabels, leidingen en hoogspanningsverbindingen Bezonning

27 29 30 32 33 33

Milieuaspecten

Bodem- en grondwaterkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Milieueffectrapportage

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6.

5/45

11 12

27

Hoofdstuk 6. 6.1. 6.2.

11

Planologische aspecten

Hoofdstuk 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Projectbeschrijving

35 35 35 36 37 39 41

43 43 44

45 Ecologische quickscan, Averti Ecologisch advies; Ecologisch nader onderzoek, Averti Ecologisch advies; Schaduwstudie zware norm TNO, OTENTIQ Vastgoed Ontwikkeling; Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019, Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant, gemeente Waalwijk, juli 2019; Standaard advies 2023, OMWB; Stikstofdepositieberekening, Tritium Advies.

6/45

HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1. Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens het pand Stationsstraat 46-50 te slopen en een woongebouw te realiseren met vijftien appartementen. Aan de achterzijde van het pand zal worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte, met ontsluiting aan de Julianastraat. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Centrumgebied” biedt geen rechtstreekse mogelijkheden voor de realisatie van vijftien woningen op de betreffende locatie. Ook bevat het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheid om het bouwplan mogelijk te maken. Wel is het mogelijk de gewenste bebouwing en het gebruik ervan te vergunnen met een zogenaamd projectafwijkingsbesluit (omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)). De wet schrijft voor dat zulk verzoek vergezeld moet gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing. In dit document wordt het project beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij zijn de relevante aspecten op een zorgvuldige wijze afgewogen en wordt aangetoond dat het project niet in strijd is met een goed woon- en leefklimaat ter plaatse. Dit document voorziet dan ook in een goede ruimtelijke onderbouwing.

Luchtfoto met het projectgebied blauw omcirkeld. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)

1.2. Ligging en plangrenzen In het bijzonder heeft dit bouwplan betrekking op de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Waalwijk, sectie D, nummers 2055, 3351 en 3352. Het projectgebied is kadastraal 1.965 m² groot. Het projectgebied ligt in het centrum van Waalwijk. Er is dan ook sprake van een gebied met een hoge mate van functiemenging, met detailhandel, lichte horeca, dienstverlening en wonen naast of boven elkaar. Het projectgebied wordt dan ook vrijwel geheel omsloten door winkelpanden. Aan de oostzijde grenst het projectgebied aan de Stationsstraat. Aan de noordzijde grenst het projectgebied voor een deel aan het parkeerterrein van De Els. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied aan de Julianastraat en aan tuinen van woningen aan die straat. Daar vindt ook de ontsluiting voor autoverkeer plaats.

7/45

Luchtfoto en kadastrale situatie. Het projectgebied is blauw omlijnd. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)

1.3. Geldende bestemmingsplannen Het projectgebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk” dat op 11 september 2008 door de gemeenteraad van Waalwijk is vastgesteld. De gronden hebben binnen dat bestemmingsplan hoofdzakelijk de enkelbestemming “Centrumdoeleinden II”. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan en het bestemmingsplan bevat geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheid om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

Uitsnede van het bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk” met het projectgebied blauw omlijnd.

8/45

Verder zijn de volgende paraplu- en facetbestemmingsplannen voor deze locatie van belang: • Parapluherziening parkeren Waalwijk (vastgesteld d.d. 21 juni 2018): Dit plan is van toepassing op het gehele projectgebied en bevat bepalingen over parkeernormen, laden en lossen; • Parapluherziening kamerbewoning Waalwijk (vastgesteld d.d. 31 oktober 2019): Dit plan is van toepassing op het gehele projectgebied en bevat bepalingen over kamerbewoning; Bij dit project wordt rekening gehouden met de bepalingen uit dit paraplubestemmingsplan. Vanwege de strijdigheid met het geldende bestemmingsplan “Centrumgebied” wordt met voorliggend projectafwijkingsbesluit op een aantal onderdelen afgeweken van dat bestemmingsplan. Het gaat om een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.4. Leeswijzer Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is de planontwikkeling beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders die van belang zijn voor dit project. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante planologische aspecten. Hoofdstuk 5 bevat alle relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid en luchtkwaliteit. In hoofdstuk 6 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project.

9/45

10/45

HOOFDSTUK 2. PROJECTBESCHRIJVING 2.1. Huidige situatie Projectgebied Het projectgebied heeft betrekking op drie winkelpanden op de locatie Stationsstraat 46 tot en met 50 in Waalwijk. Concreet gaat het volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen om de volgende kenmerken: - Stationsstraat 46: Winkelfunctie, 298 m²; - Stationsstraat 48: Winkelfunctie, 1.848 m²; - Stationsstraat 50/50a: Winkelfunctie, 402 + 300 m²; In totaal gaat het in de huidige situatie dan ook om 2.848 m² aan winkelruimte.

Linksboven: aanzicht bestaande situatie projectgebied vanuit het noorden (parkeertterrein De Els). Overigen: aanzicht bestaande situatie projectgebied vanuit het oosten (Stationsstraat). (Bron: Architectenbureau Van Reeven)

Gebiedsbeschrijving omgeving Het centrumgebied heeft een stenig karakter en aaneengesloten straatwanden met individuele forse panden, hier en daar met een duidelijk historisch en statig karakter. Het gebied heeft een stedelijk karakter, waarbij de Stationsstraat en een deel van de Grotestraat in Waalwijk een stedelijk winkelgebied vormen. Functiemenging komt ook in de rest van het centrumgebied voor. De bebouwing staat in een rooilijn direct aan de weg zonder voortuinen. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft slechts kleine verspringingen. Bebouwing is georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel herhaling voorkomt. Er komen woningen, kantoren en winkels voor. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. De bebouwing is met de gevel gericht op de openbare weg, zijgevels zijn gesloten. Bijgebouwen aan de achterzijde zijn niet zichtbaar. Verschillend eigendom is vaak afleesbaar in de gevel door gevarieerd materiaalgebruik. Verticale geleding van de gevel door staande ramen. Er is sprake van redelijk gesloten gevels, gevelopeningen zijn ondergeschikt aan het gesloten

11/45

gevelbeeld. Gevels hebben meestal een traditionele opbouw van plint – middendeel – kroonlijst. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het gebied heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering van sober tot rijk. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. De begane grondlaag van bedrijven en winkels is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren of reclame.

2.2. Beoogde situatie Het plan voorziet in de sloop en vervangende nieuwbouw van de bestaande panden naar een woongebouw met een 15 appartementen. Het voorliggende plan voorziet in een gebouw dat bestaat uit vier bouwlagen en een bouwhoogte van afgerond ongeveer 12 meter (excl. ondergeschikte bouwdelen). Hierbij is rekening gehouden dat de bouwmassa zich qua maat en schaal voegt naar omliggende bebouwing, in die zin dat er meerdere gebouwen met een dergelijke bouwhoogte in de Stationsstraat voorkomen en de vierde bouwlaag aan de zijde van de Stationsstraat enigszins terugligt uit de voorgevelrooilijn. Ook de diepte van het pand (ongeveer 27 meter) sluit aan bij aangrenzende panden. Inpandig wordt op de begane grond voorzien in bergingen ten behoeve van de woningen. De hoofdentree van het pand bevindt zich op de begane grond aan de Stationsstraat, terwijl de bewoners het pand veelal via de entree op de begane grond zullen betreden (hetzij via de centrale entree, hetzij via de bergingen). Aan de achterzijde van het pand worden een ontsluiting voor autoverkeer en minimaal 24 parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden half-verhard uitgevoerd ten bate van hemelwaterberging. De overige benodigde hemelwaterberging wordt bereikt met infiltratiekratten onder erfverharding op het achterterrein.

In tegenstelling tot de huidige situatie waarin het plangebied nagenoeg volledig verhard is, wordt in de beoogde situatie voorzien in particulier groen met een totale oppervlakte van ongeveer 450 m². Er gaan geen relevante bomen of groenvoorzieningen verloren. Hierna volgen enkele ontwerptekeningen en sfeerbeelden van de beoogde situatie. Voor de exacte maatvoering wordt verwezen naar de overige bij deze vergunningaanvraag behorende stukken.

Plattegrond totale projectgebied in de beoogde situatie (Bron: Architectenbureau Van Reeven)

12/45

3D-sfeerimpressie woongebouw beoogde situatie vanuit noordwestzijde (Bron: Architectenbureau Van Reeven)

3D-impressie woongebouw beoogde situatie vanuit noordoosten (Stationsstraat) (Bron: Architectenbureau Van Reeven)

13/45

3D-impressie woongebouw beoogde situatie vanuit zuidoosten (Stationsstraat) (Bron: Architectenbureau Van Reeven)

14/45

HOOFDSTUK 3. BELEIDSKADER 3.1. Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie Op 09 september 2020 is de NOVI vastgesteld. Met de NOVI geeft wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Beoordeling project De vier ambities uit de NOVI zijn verder uitgewerkt in 26 beleidskeuzes. In de toelichting van de NOVI zijn deze beleidskeuzes vertaald naar 21 Nationale belangen.

Voor dit project zijn vooral de volgende nationale belangen relevant: • (1) Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • (2) Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; • (5) Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften; Dit project voorziet in de herontwikkeling in het centrum van Waalwijk. De herontwikkeling voorziet in het saneren van drie incourante winkelpanden tot een woongebouw met vijftien appartementen. In paragraaf 3.1.2 wordt aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd dat er bij dit plan sprake is van een duurzame ontwikkeling (nationaal belang 1). In paragrafen 0 en 0 wordt aan de hand van respectievelijk het provinciale en lokale woonbeleid gemotiveerd dat er zowel kwalitatief als kwantitatief voldoende behoefte bestaat aan de woningen die met dit plan worden mogelijk gemaakt (nationaal belang 5). Ten aanzien van nationaal belang 2 kan worden opgemerkt dat in hoofdstuk 4 en 5 van deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de ontwikkeling geen nadelige effecten oplevert ten aanzien van de waterhuishouding, natuur, milieu en omliggende bedrijven. Er is dan ook sprake van een goede omgevingskwaliteit.

Overige nationale belangen zijn minder relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een ander onderwerp betrekking hebben. Het project past binnen de beleidskaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Met name nationale belangen 1, 2 en 5 uit de toelichting bij de NOVI vragen om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd.

15/45

Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ander stedelijke voorzieningen.” Op basis van de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Beoordeling project De projectlocatie is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. De locatie is onderdeel van het centrum van Waalwijk met al haar voorzieningen. Het project maakt gebruik van enkele bestaande bouwpercelen. De bestaande opstallen worden daarbij gesloopt en maken plaats voor een nieuwbouw pand met vijftien appartementen. Er is dan ook sprake van een inbreidings- / herstructureringslocatie. Concreet worden met deze ontwikkeling drie incourante winkelpanden gesaneerd om plaats te maken voor 15 appartementen. Dit aantal is groter dan de drempelwaarde van 12 woningen, waardoor de voorgenomen ontwikkeling gezien moet worden als een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er een kwantitatieve behoefte is aan het planvoornemen is het “Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant 2022” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen. Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar. Er is dus nog ruim voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. De beoogde ontwikkeling past binnen de benodigde capaciteit voor de regio Midden-Brabant en de gemeente Waalwijk. In de periode 2021 tot en met 2030 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.048 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de beoogde ontwikkeling past binnen de kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Het project voorziet in koopappartementen van ongeveer 100 m² tot 120 m² gebruiksvloeroppervlak en één appartement van ongeveer 85 m².

Het gaat om woningen die levensloopbestendig worden uitgevoerd, waarmee het project zich voornamelijk op senioren (50+) richt. Volgens de Woonvisie van gemeente Waalwijk is de behoefte aan woningen groot binnen deze doelgroep. Daarnaast draagt het project bij aan andere doelstellingen uit de Woonvisie, zoals toegankelijke en levensloopgeschikte woningen, kwaliteitsverbetering voor de omgeving door herstructurering / inbreiding en daarmee een bijdrage aan de aantrekkelijkheid en (be)leefbaarheid van het (centrum)gebied. Voor een volledige beschouwing van het project in het licht van de Woonvisie wordt verwezen naar paragraaf 0. Nu het project invulling geeft aan enkele hoofdlijnen uit de Woonvisie en zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende behoefte bestaat aan de beoogde typen woningen, mag worden aangenomen dat dit project niet zal leiden tot onaanvaardbare leegstand(seffecten) elders. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee van duurzame verstedelijking.

16/45

3.1.3 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) opgesteld. De regels van het Barro en Rarro moeten in acht worden genomen bij het onder andere het nemen van een projectafwijkingsbesluit. Beoordeling project Uit het Barro en de Rarro vloeien geen bepalingen voort die rechtstreeks van belang zijn voor dit project. Wel blijkt dat het projectgebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied voor windturbines van militair radarstation Herwijnen. In de Rarro is binnen dit gebied een maximumbouwhoogte van 90 meter ten opzichte van NAP opgenomen voor het bouwen van windturbines. Aangezien dit plan geen windturbines of andere bouwwerken van een dergelijke hoogte mogelijk maakt, levert dit artikel in de Rarro geen belemmeringen op voor dit plan.

3.2. Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ met bijbehorende planMER vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant. Deze ‘Brabantse Omgevingsvisie’ is opgesteld met het oog op de naderende invoering van de Omgevingswet, waarin onder andere het instrument structuurvisie wordt vervangen door het instrument omgevingsvisie. De achterliggende doelen van de Omgevingswet komen dan ook terug in de Brabantse Omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie wordt de ambitie voor de Brabantse leefomgeving tot 2050 geformuleerd. Daarbij worden ook tussendoelen gesteld voor wat de provincie in 2030 voor elkaar wil hebben om de ambitie voor 2050 te kunnen verwezenlijken. Tot slot geeft de omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Draagvlak en draagkracht zijn daarbij belangrijke begrippen. In de omgevingsvisie worden één basisopgave en vier hoofdopgaven uitgewerkt in een langetermijnvisie (2050) en middellangetermijndoelstellingen (2030): • Basisopgave: Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; • Hoofdopgaven: o Werken aan de Brabantse energietransitie; o Werken aan een klimaatproof Brabant; o Werken aan de slimme netwerkstad; o Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Het beleid uit de Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in programma’s en de Omgevingsverordening. De programma’s bevatten vooral concrete maatregelen die zelfbindend zijn voor de provincie. De omgevingsverordening bevat vooral bindende regels voor lagere overheden en burgers. In paragraaf 0 wordt ingegaan op de Interim omgevingsverordening. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld. De Interim omgevingsverordening (hierna: Iov) vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en Verordening wegen. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt echt klaar te zijn, maakt de provincie eerst een Interim omgevingsverordening. Deze Iov voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is nagenoeg beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid,

17/45

zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. Doordat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, kan er nog geen invulling worden gegeven aan deze wet. De Iov is opgebouwd volgens een doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is. Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen de doelgroepen ‘Burgers en bedrijven’ (hoofdstuk 2, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten), gemeenten (hoofdstuk 3, instructieregels), waterschappen (hoofdstuk 4, instructieregels), gedeputeerde staten (hoofdstuk 5, instructieregels), en faunabeheer en beheer waterwegen (hoofdstuk 7). Voor dit project zijn vooral de bepalingen uit hoofdstuk 3 van belang.

Uitsnede Interim omgevingsverordening kaart 3 ’Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’. De ligging van het projectgebied is met de rode marker aangeduid. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’

Instructieregels voor gemeenten: Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Met dit project wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. In de Iov is bepaald dat een project dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen, binnen ‘Stedelijk gebied’ dient te liggen. Dat is volgens de kaart ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ het geval, aangezien het gebied binnen ‘Concentratiegebied’ ligt. In het besluit dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet verder onderbouwd worden dat het om een duurzame stedelijke ontwikkeling gaat en dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Voor deze onderbouwing wordt verwezen naar de paragrafen 3.1.2 (duurzame verstedelijking) en 0 (regionale afspraken). Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de regels van de Iov zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies. In de verordening is bepaald dat een bepaalde bestemming pas aan gronden mag worden toegekend als sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake.

De ontwikkeling maakt gebruik van bestaande bouwpercelen binnen bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van een inbreidings-/herstructureringslocatie waar drie incourante

18/45

winkelpanden worden gesloopt om plaats te maken voor woningen waar aantoonbaar behoefte aan bestaat. In paragraaf 3.1.2 van deze ruimtelijke onderbouwing is dit onderbouwd in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema’s aan de orde: • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. • de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Al deze aspecten komen terug in deze ruimtelijke onderbouwing. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het plan voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende structuren in de omgeving (vooral lintbebouwing Stationsstraat en daarbij aansluitende korrelgrootte) en overige thema’s binnen de lagen (zie planologische en milieuaspecten in hoofdstuk 4 en 5). Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn voor dit project en dat het project voorziet in een veilig en goed woon- en leefklimaat.

Overige rechtstreekswerkende regels of instructieregels Overige rechtstreekswerkende- of instructieregels zijn voor dit project niet relevant. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de Interim omgevingsverordening. 3.2.3 Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Daarin nodigt de provincie alle subregio’s uit om, samen met relevante partijen op de woningmarkt en de provincie, een regionaal perspectief op wonen te ontwikkelen. Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. In deze agenda geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. In de Brabantse Agenda Wonen wordt genoemd dat ruim baan moet worden gegeven voor goede plannen. “Een beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik biedt ruim baan voor ‘goede plannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen.

Ruim baan dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen.” Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim omgevingsverordening is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Projecten die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Beoordeling project Dit project voorziet in de realisatie van in totaal vijftien appartementen. De woningen worden opgericht op bestaande bouwpercelen binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van een inbreidings-/herstructureringslocatie. Zoals in de Brabantse Agenda Wonen is aangegeven biedt het beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik ‘ruim baan voor goede plannen binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen’, waaronder een inbreidings-/herstructureringslocatie als deze.

19/45

Uit de meest recente ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose’ van provincie Noord-Brabant blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen. Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar. Er is dus nog ruim voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. In de periode 2021 tot en met 2030 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.048 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de beoogde ontwikkeling past binnen de kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Dit betekent dat er zowel in de gemeente als in de regio nog ruimte is voor het toevoegen van extra woningen. Het huidige initiatief om maximaal vijftien woningen toe te voegen voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. Gelet op het voorgaande past dit woningbouwinitiatief kwalitatief en kwantitatief binnen de Brabantse Agenda Wonen.

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Waalwijk 2025 Op 4 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Waalwijk de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat het de ambitie van de gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt te zijn dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van Midden Brabant. Het projectgebied ligt in het centrum van Waalwijk. In de Structuurvisie is ‘Centrumontwikkeling kern Waalwijk’ aangewezen als een van de sleutelprojecten. Het speerpunt van beleid is hier de regionale voorzieningenfunctie van het centrum te versterken. Daarbij dienen functies te worden geclusterd, bijvoorbeeld in een horeca- en winkelconcentratiegebied. In de Structuurvisie heeft gemeente Waalwijk een actieve rol voor zichzelf weggelegd door in te zetten op het ontwikkelen van een programmatische aanpak en Binnenstadsvisie voor het centrum van Waalwijk, met daarin in ieder geval de onderwerpen leegstand en de functie van het museum/Raadhuisplein/Markt als hart van de stad. Dit heeft geresulteerd in de Centrumvisie Waalwijk 2017, die in paragraaf 3.3.3 van deze ruimtelijke onderbouwing aan de orde komt. Voor het projectgebied zijn verder navolgende beleidsuitgangspunten uit de structuurvisie van belang.

• Ondergrond: zorgen voor een veilig bodem- en watersysteem; Beschermen van waarden en ruimte reserveren o.a.: gebiedsgericht grondwaterbeheer, behoud drinkwaterwinning zuiden kern Waalwijk. • Wonen: speerpunten zijn het vraaggericht herstructureren van bestaande woongebieden en vraaggericht ontwikkelen van (overige) woningbouwlocaties, beiden volgens de duurzaamheidsladder en thematisering van bestaande woongebieden. Daarbij moeten kansen worden benut, zoals inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied. • Duurzaamheid: de gemeente pakt dit begrip breed op en hieronder vallen de volgende thema's: - Duurzaamheid algemeen: zorgvuldig ruimtegebruik en behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Hieronder vallen ook de principes van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' - Energie: het stimuleren van een afname in energiegebruik is van belang. - Milieu: behouden en versterken van de milieukwaliteit. Waar mogelijk milieuproblemen aanpakken bij de bron. - Erfgoed: hergebruik wordt gestimuleerd door een flexibele functionele invulling van gebieden, objecten en gebouwen met voldoende behoud van de cultuurhistorische waarden.

20/45

-

Gezondheid: geschikt wonen aanbieden voor alle levensfasen al dan niet met een zorgbehoefte en aanpassingen in de woningvoorraad als gevolg van scheiden wonen - zorg. Gezondheid van het begin af aan expliciet meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen, met name als het gaat om geluid, luchtkwaliteit en groen.

Beoordeling project Dit project voorziet in een inbreidingslocatie. In de structuurvisie wordt dit genoemd als het benutten van een kans. De Structuurvisie Waalwijk 2025 biedt binnen de beleidsuitgangspunten ruimte voor inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied, mits voldaan wordt aan de duurzaamheidsladder. De duurzaamheidsladder is in hoofdstuk 6 van deel B van de Structuurvisie uiteengezet en gaat verder dan de wettelijke ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. In de gemeentelijke duurzaamheidsladder komt duurzaamheid in het algemeen aan bod, waaronder energie, milieu, erfgoed en sociale aspecten. Door te voldoen aan de eisen voor nieuwbouw voor wat betreft de energieprestatie, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan duurzaam energieverbruik. In hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat het project aanvaardbaar is gelet op het milieu. Hoofdstuk 4 bevat eenzelfde motivering voor de natuur, erfgoed en waterhuishouding. Kortheidshalve volstaat op deze plaats de conclusie dat er, gelet op deze onderdelen, sprake is van een duurzame ontwikkeling. Vanwege het belang van een gezonde leefomgeving zijn in structuurvisie waar mogelijk verbanden gelegd tussen fysieke omgeving, sociale omgeving en de effecten op gezondheid.

Een aantal van deze verbanden komt in dit project terug: • Drie incourante leegstaande panden worden gesloopt en maken plaats voor een nieuw pand dat zorgvuldig in het lint wordt ingepast. Hierbij moet aan de hedendaagse bouw- en duurzaamheidseisen worden voldaan. Dit heeft een gunstig effect op de gezondheid van de bewoners en gebruikers; • In het kader van dit project is de milieugezondheidskwaliteit (met name luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, externe veiligheid en geluid) onderzocht en aanvaardbaar geacht voor beoogde functies. Bovendien voorziet het project in een toename van 450 m² (particulier) groen, wat een positief effect heeft op welzijn en gezondheid; • Het project omvat vijftien appartementen die levensloopbestendig worden uitgevoerd en daarmee geschikt zijn voor meerdere doelgroepen waaronder senioren en mindervaliden. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het levensloopgeschikt maken van de woonvoorraad. Een toets aan de Centrumvisie Waalwijk 2017 komt in paragraaf 3.3.3 van deze ruimtelijke onderbouwing aan de orde. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen en volstaat op deze plaats de conclusie dat het project past binnen de kaders van die visie. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het project past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Waalwijk 2025.

Deel C, uitvoeringsprogramma Structuurvisie Waalwijk De raad van Waalwijk heeft in het uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie van de gemeente Waalwijk opgenomen dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied een bijdrage moet worden betaald aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. Deze bijdrage kan worden gedaan aan de verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap en/of cultuurhistorie alsmede aan andere kwaliteitsverbeteringen in de fysieke leefomgeving. Er is geen bijdrage nodig indien het project op zichzelf voorziet in een evenredige maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld het opheffen van een milieuhygiënisch knelpunt en/of realisatie van sociale woningbouw. De hoogte van de bijdrage wordt berekend aan de hand van de toename van de bestemmingswaarde van het object, waarover een percentage van 20% zal moeten worden geïnvesteerd. Dit kan plaatsvinden in het project zelf of door middel van een fondsbijdrage.

21/45

Voor dit project zijn gemeente Waalwijk en initiatiefnemer een fondsbijdrage overeengekomen. Het verschuldigde bedrag is vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Op die manier voldoet het project aan de verplichting uit Deel C van de Structuurvisie dat het project in voldoende mate moet bijdragen aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. 3.3.2 Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk Op 17 september 2020 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2020 van de gemeente Waalwijk vastgesteld. Drie hoofdthema’s vormen het hart van de Woonvisie 2020, te weten ‘Betaalbaarheid’, ‘Wonen en zorg’ en ‘Leefbaarheid en duurzaamheid’. Daarnaast worden in de woonvisie een aantal specifieke doelgroepen op de woningmarkt uitgelicht: starters, stop the brain drainers, urgenten en spoedzoekers, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners.

De doelstellingen per thema zijn als volgt: • Betaalbaarheid: o Voldoende woningen bouwen, zodat het woningtekort terugloopt o Stimuleren van doorstroming op de woningmarkt o Betalingsproblemen tegengaan • Wonen en zorg: o Streven naar voldoende geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen die een zorgvraag hebben o (Her)ontwikkeling van een locatie moet gedaan worden met een bredere kijk op de omgeving • Leefbaarheid en duurzaamheid o Aandacht geven aan buurten waar de leefbaarheid onder druk staat o Zorgen voor diversiteit in woonmilieus binnen de gemeente o Zorgen voor een klimaatbestendige woningmarkt Beoordeling project Binnen het projectgebied zijn op dit moment drie winkelpanden aanwezig. Het project voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van een nieuw woongebouw met daarin veertien appartementen van ongeveer 100 tot 120 m² gebruiksoppervlak en één appartement van ongeveer 85 m². Het gaat om appartementen die levensloopbestendig worden uitgevoerd en daardoor geschikt zijn voor meerdere doelgroepen doorheen de hele levensloop, waaronder ook ouderen en mindervaliden. Zoals in paragraaf 0 al is aangegeven bestaat er in lokaal en regionaal verband voldoende behoefte aan vijftien woningen (of toevoeging van per saldo vier woningen) die met dit plan mogelijk worden gemaakt.

In de Woonvisie is ten aanzien van het thema ‘Betaalbaarheid’ de ambitie benoemd om de doorstroming op de woningmarkt te stimuleren en voldoende woningen te bouwen zodat het woningtekort terugloopt. In het uitvoeringsprogramma is aangegeven dat plannen onder andere worden getoetst aan de actuele behoefte en behoefte op de lange termijn en dat de voorkeur uitgaat naar levensloopgeschikte woningen en het transformeren of herstructureren van leegstaand of leegkomend vastgoed. Met de grootte van de appartementen richt het plan zich op kopers in het dure segment. Gezien de locatie en het feit dat de woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd, zijn de woningen uitermate geschikt voor senioren (vanaf 50+). Dit draagt bij aan doorstroming op de woningmarkt en het vergroten van het aanbod. Bovendien is er sprake van herstructurering van incourant winkelaanbod. Daarmee sluit het project op meerdere fronten aan bij enkele hoofdlijnen van de invulling van de woonvisie voor het thema ‘Betaalbaarheid’. In de Woonvisie is onder het thema ‘Wonen en zorg’ benoemd dat er een grote vraag naar gelijkvloers wonen is en het wordt dan ook aangemoedigd om woningen levensloopgeschikte te bouwen. De appartementen voldoen aan deze wens en zijn vanwege de ligging in het centrum van Waalwijk met name interessant voor senioren.

Daarnaast is benoemd dat woningbouwplannen een kwaliteitsverbetering voor de omgeving van de betreffende locatie met zich moeten meebrengen. Dit plan levert een duidelijk kwaliteitsverbetering voor de omgeving op, doordat drie incourante leegstaande winkelpanden worden gesloopt en plaatsmaken voor een nieuw woongebouw dat zorgvuldig in het lint Stationsstraat wordt ingepast.

22/45

Ten aanzien van het thema ‘Leefbaarheid en duurzaamheid’ kan eveneens worden opgemerkt dat dit plan betrekking heeft op een inbreidingslocatie in het centrum van Waalwijk. Het nieuwe pand is zorgvuldig vormgegeven en past zodoende goed in het straatbeeld. Er is gekozen voor een plan dat voor wat betreft de woningtypen, doelgroep en prijsklasse past bij deze specifieke locatie, maar ook bijdraagt aan de diversiteit in woonmilieus in dit deel van de Waalwijk. Bij de uitwerking van het daadwerkelijke plan wordt invulling gegeven aan de in het beleid vastgelegde klimaatambities, zoals waterberging en gasloos bouwen. Daarmee wordt aan bijdrage geleverd aan een klimaatbestendige woningmarkt. Gelet op het voorgaande past dit project binnen de uitgangspunten van de woonvisie. 3.3.3 Centrumvisie Waalwijk 2017 De Centrumvisie Waalwijk 2017 is vastgesteld om het centrum op korte en lange termijn structureel te verbeteren.

De Centrumvisie bestaat uit drie onderdelen: • Functie, positie en haalbaar programma: hierin wordt de ambitie geformuleerd voor de toekomstige functie en positie van het centrum en zal een inschatting worden gemaakt van het toekomstig haalbare programma aan detailhandel en functies zoals cultuur, horeca, bedrijvigheid en wonen; • Ruimtelijk-functionele structuur: hierin wordt het toekomstig haalbare programma vertaald naar een toekomstige ruimtelijke hoofdstructuur voor het centrum. Belangrijk onderdeel daarin is de afbakening van het kernwinkelgebied; • Uitvoeringsagenda: Het haalbare programma en de gewenste hoofdstructuur vormen de basis voor het opstellen van een uitvoeringsagenda. Op basis daarvan wordt per deelgebied een toekomstig functieprofiel bepaald. Gemeente Waalwijk zet in op een compact kernwinkelcircuit bestaande uit het rondje De Els-Grotestraat-Markt en het noordelijke deel van de Stationsstraat tot aan de Julianastraat. Gemengde Centrummilieus functioneren als uitloper van het kernwinkelgebied. Hier wordt ingezet op een divers functieprofiel bestaande uit zowel winkels als diensten, ambachten, bedrijven, horeca en woningen. In deze uitloopgebied wordt onderscheid gemaakt tussen een deel waarin de nadruk ligt op publieksgerichte functies en een deel waar de nadruk ligt op centrumstedelijk wonen.

De publieksgerichte functies zijn meer wenselijk dicht tegen het kernwinkelgebied aan, terwijl de woonfuncties meer wenselijk zijn in de randzones van het centrum nabij de reguliere woonwijken.

Uitsnede Centrumvisie Waalwijk 2020: Ruimtelijk-functionele visie Waalwijk-Centrum.

23/45

Beoordeling project In de Centrumvisie Waalwijk 2017 en het addendum op de Centrumvisie uit 2020 is het projectgebied gelegen in een gebied dat is aangeduid als ‘gemengd centrummilieu’. Een functiewijziging van winkels naar wonen is in dit deel van het centrum planologisch voorstelbaar. Door hier winkels aan de markt te onttrekken wordt het kernwinkelgebied compacter gemaakt. De woningen die gerealiseerd worden zijn nultreden en spelen daarmee in op zowel een korte- als lange termijnbehoefte. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling in de Centrumvisie Waalwijk 2017 en het addendum op de Centrumvisie uit 2020. 3.3.4 Groenbeleidsvisie Groen Leeft! De groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft!’ is op 14 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de groenbeleidsvisie wordt ingegaan op de thema’s biodiversiteit, toekomstbestendigheid, beleving en participatie. Het beleidsstuk bevat een langetermijnvisie voor het groen. Het vormt de basis voor al het andere beleid en regels over het groen in de gemeente Waalwijk. In het beleid is een groennorm opgenomen. Deze schrijft voor dat in nieuwe woonwijken, dorpen en bedrijventerreinen de openbare ruimte tenminste voor 10% uit groen moet bestaan. En daarbovenop moet in de woonwijken minimaal 5% groen worden gerealiseerd dat wordt gecombineerd met andere functies zoals parkeren, spelen en het opvangen van water.

Bij bestaande woongebieden en bedrijventerreinen dient bij reconstructies of herontwikkeling 10% méér openbaar groen dan dat er voor de ontwikkeling aanwezig was te worden aangelegd. Ook particulier groen wordt hierbij gestimuleerd. Naast de hoeveelheid aan groen, wordt er ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van het openbare groen. De groennorm vormt een vertrekpunt voor het ontwerpen van de openbare ruimte. Met als doel te zorgen voor een gezonde, klimaat- en toekomstbestendige leefomgeving. De groennorm is niet van toepassing op gebieden die tot het centrum van Waalwijk behoren. Voor wat betreft nieuwbouw in het centrum is in de Groenbeleidsvisie het volgende opgenomen: “Voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het centrum is groen van wezenlijk belang. In het centrum liggen veel ruimteclaims, waaronder parkeren, maar ook groen. Door groen vroegtijdig mee te laten wegen en de voordelen van groen in een vroeg stadium inzichtelijk te maken (tegengaan hittestress, verkoeling, wateropvang, aantrekkelijk en participatie), kan de oppervlakte groen in het centrum toenemen. De norm is dat de oppervlakte groen bij nieuwbouw toeneemt of in ieder geval niet mag afnemen.” Beoordeling project Het projectgebied is gelegen binnen het gebiedstype ‘Centrum’ aan.

De ambities voor de omgeving van het projectgebied zijn vooral gericht op het voorkomen van hittestress en wateroverlast door de aanleg van groen. Bovendien wil gemeente Waalwijk dit groen beleefbaar maken en is er ruimte voor bewoners om dit groen te ‘adopteren’ en naar eigen wens aan te leggen of in te richten. Tot slot hoopt gemeente Waalwijk met de aanleg van groen het aantal soorten te vergroten en daarmee een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. Binnen het projectgebied wordt een bestaand bouwperceel geherstructureerd. Het projectgebied is kadastraal 1.965 m² groot en omvat volledig particulier terrein dat grotendeels volledig verhard is. In de beoogde situatie voorziet het project in particulier groen aan de achterzijde van de hoofdmassa. Het gaat om groenvoorzieningen met een totale oppervlakte van ongeveer 450 m². Dit betreft ongeveer 23 % van de totale oppervlakte. Daarmee voldoet het project aan de norm voor nieuwbouw in het centrum dat de oppervlakte groen moet toenemen of in ieder geval niet mag afnemen. Bovendien komt de toename van particulier groen procentueel overeen met de ambities voor nieuwe woonwijken (>15%). Het project komt daarmee tegemoet aan de ambities uit de Groenbeleidsvisie.

24/45

Uitsnede ambitiekaart Groenbeleidsvisie gemeente Waalwijk. Het projectgebied is blauw omcirkeld.

3.3.5 Bomenbeleid Bomen laten Waalwijk leven! Het doel van het bomenbeleidsplan ‘Bomen laten Waalwijk leven!’ is het zorgen voor een toekomstbestendig bomenbestand. Dit betekent aan de ene kant dat de bomen gezond oud kunnen worden waardoor ze jarenlang bijdragen aan een kwalitatieve woon- en werkomgeving, biodiversiteit en klimaatdoelstellingen. Aan de andere kant houdt dit in dat ervoor bomen die gekapt worden, nieuwe bomen worden geplant. Te kappen bomen worden vervangen door één of meerdere nieuwe bomen. Hoeveel nieuwe bomen dat zijn, hangt af van de waarden van de boom die wordt gekapt, zoals de hoeveelheid CO2 die een boom jaarlijks uit de lucht haalt. De waarden worden berekend volgens een speciaal voor bomen ontwikkeld rekenmodel. Ook biedt het bomenbeleid handvatten voor de keuzes die met betrekking tot bomen gemaakt worden bij de inrichting van de openbare ruimte aan de hand van de thema’s klimaatadaptatie, cultuurhistorie en ecologie. En door het toepassen van duidelijke richtlijnen voor het werken rondom bomen, het aanplanten van bomen en het maken van goede groeiplaatsen voor bomen. Beoordeling project Volgens de kaart met waardevolle bomen staan er binnen het projectgebied geen waardevolle bomen en ligt het projectgebied ook niet binnen een waardevol gebied. In de huidige situatie is het projectgebied nagenoeg verhard.

Er komen dan ook geen waardevolle of beschermenswaardige bomen voor. 3.1.4 Welstandsnota 2016 Volgens artikel 2.10 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt een vergunningaanvraag (niet zijnde een wegtunnel) getoetst aan: a. het Bouwbesluit; b. de Bouwverordening; c. het bestemmingsplan; d. redelijke eisen van welstand.

25/45

Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om aan te tonen dat, ondanks het feit dat de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan, met deze ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Naast deze toets aan een goede ruimtelijke ordening wordt de vergunningaanvraag afzonderlijk aan de bouwtechnische eisen getoetst (Bouwbesluit) en aan redelijke eisen van welstand (welstandnota). De Bouwverordening is vervallen. Volgens de Interactieve welstandskaart van gemeente Waalwijk zijn er in dit geval redelijke eisen van welstand aan de orde. Concreet is er sprake van het welstandstype ‘Centrum’. Zodoende wordt de vergunningaanvraag getoetst aan de bij dit welstandstype behorende welstandscriteria. Voor de toets aan de Welstandsnota en het Bouwbesluit wordt kortheidshalve verwezen naar de overige stukken die bij de vergunning (waartoe ook deze ruimtelijke onderbouwing behoort) horen.

26/45

HOOFDSTUK 4. PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1. Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1 Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen dienen op te nemen op de verbeelding en deze moeten beschermen middels regels. De zorg voor het bodemarchief is door deze wet bij gemeenten komen te liggen. Daarom heeft Vestigia Archeologie en Cultuurhistorie voor gemeente Waalwijk een archeologische beleidskaart opgesteld. Op 3 februari 2011 heeft de raad van de gemeente Waalwijk deze archeologische beleidskaart vastgesteld. De archeologische beleidskaart is vervolgens vertaald in bestemmingsplannen, waarbij aan de hand van dubbelbestemmingen en bijbehorende bepalingen regels worden gesteld aan activiteiten die de bodem kunnen verstoren.

Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Waalwijk (projectgebied blauw omcirkeld)

Beoordeling project Hierboven is een uitsnede van de archeologische beleidskaart opgenomen. Uit de archeologische beleidskaart blijkt dat het projectgebied deels is gelegen binnen een ‘Gebied van archeologische waarde’ (categorie 2) en deels binnen een ‘Gebied met een hoge archeologische verwachting’ (categorie 3). Aangezien het geldende bestemmingsplan “Centrumgebied” ouder is dan de archeologische beleidskaart, is het archeologiebeleid nog niet als zodanig in dat bestemmingsplan vertaald. Conform het archeologiebeleid mogen bodemverstorende activiteiten (bijvoorbeeld nieuwbouw of aanleg retentievoorzieningen) alleen plaatsvinden als vooraf onderzoek heeft plaatsgevonden naar de archeologische waarden in het gebied. Voor categorie 2-gebieden geldt dit alleen voor bouwwerken of het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder maaiveld. Binnen een categorie 3-gebied geldt dit alleen voor bouwwerken of het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld.

27/45

In de huidige situatie is het projectgebied voor een groot deel bebouwd. Binnen het gebied dat is aanwezen als categorie 3 zijn geen bouw- of aanlegwerkzaamheden groter dan 5.000 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld voorzien. De nieuwe hoofdmassa wordt opgericht binnen het categorie 2-gebied en bedraagt meer dan 100 m². De bebouwing zal echter op dezelfde plaats worden opgericht als waar de huidige bebouwing staat. Vanwege de huidige bebouwing mag worden aangenomen dat de bodem hier reeds verstoord is. Vanwege het huidige actieve gebruik van het pand is verkennend of karterend (boor)onderzoek niet mogelijk. Daarom zullen de sloop- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden onder begeleiding van een archeologisch deskundige. Ten slotte geldt dat wanneer in dit gebied tijdens toekomstige grondwerkzaamheden archeologische vondsten en/of structuren worden aangetroffen, dit op basis van de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10 en 5.11) zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Waalwijk gemeld dient te worden. Op deze manier zijn ook toevalsvondsten tijdens de daadwerkelijke realisatie van het plan op een goede manier verzekerd. 4.1.2 Cultuurhistorie Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied.

Op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart (CHW) van provincie Noord-Brabant en de Erfgoedkaart van gemeente Waalwijk is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de nabijheid van het projectgebied aanwezig zijn. Op de CHW is te zien dat het projectgebied in de nabijheid van meerdere cultuurhistorisch waardevolle elementen ligt. Zo maakt de Stationsstraat deel uit van stedenbouw van redelijk hoge cultuurhistorische waarde, vanwege de lintbouwing. Het huidige Waalwijk is ontstaan aan een opvallend langgerekte oost-west georiënteerde lintbebouwing langs de as Hoogeinde, Loefstraat, Laageinde, Hoekeinde/Nieuwstraat, Grotestraat en Westeinde inclusief het restant van de Winterdijk. Deze as vormde de verbinding tussen de drie voormalige dorpen Besoijen, Waalwijk en Baardwijk, waaruit de stad Waalwijk later ontstaan is. De relatief dicht aaneengesloten gevelwanden aan weerszijden van de straten worden met enige regelmaat onderbroken door een smalle doorgang naar de achtererven. Het huidige bebouwingsbeeld dateert van de periode 1850-1940. Na de aanleg van de langstraatspoorlijn aan het eind van de 19e eeuw ontstond er een bebouwingslint vanaf de dijk naar het zuidelijker gelegen station.

Pas na 1940 begon een daadwerkelijke uitbreiding in de breedte, vooral naar het zuiden, waardoor omvangrijke delen van de landbouwgronden werden ingevuld met woonhuizen en de lintbebouwing aan de zuidzijde steeds meer werd omsloten door woonwijken.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart van provincie Noord-Brabant. Het projectgebied is blauw omcirkeld.

28/45

De Stationsstraat, Julianastraat en Bernhardstraat zijn historisch geografische lijnen met een redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Uit de toelichting van de Erfgoedkaart van gemeente Waalwijk volgt dat de Stationsstraat voorheen een verbinding vormde tussen de langstraatspoorlijn en het oude bebouwingslint tegen de Winterdijk. Omstreeks 1930 was er een grote behoefte aan duurdere woonhuizen voor onder andere de fabriekseigenaren. Tussen de Stationsstraat en de Mr. van Coothstraat wordt de Julianastraat aangelegd. Dit gebied wordt vervolgens bebouwd met ruime vrijstaande villa’s. Hier zijn dan ook meerdere beeldbepalende panden aanwezig die op de Cultuurhistorische waardenkaart zijn aangewezen als ‘overige bouwkunst’ van cultuurhistorische waarde en enkele panden zijn rijksmonument. In de Erfgoedkaart van gemeente Waalwijk zijn deze panden aangewezen als gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. Beoordeling project Het projectgebied is gelegen binnen een gebied dat historisch stedenbouwkundig van cultuurhistorische betekenis is. De bebouwing is gevarieerd waarbij dichte straatwanden worden afgewisseld met panden en percelen die zorgen voor wat meer lucht en ruimte. Het hoofdgebouw aan de Stationsstraat is zorgvuldig vormgegeven zodat deze in de bebouwingswand past.

Aan de zuidzijde wordt het perceel ontsloten via de Julianastraat, te midden van meerdere beeldbepalende panden waaronder Julianastraat 17 (beeldbepalend) en Julianastraat 22-24 (gemeentelijk monument). Ten opzichte van de huidige situatie wordt de entree verfraaid en biedt deze meer ruimte en groen, wat een positieve uitstraling heeft naar de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen in de omgeving.

4.2. Water In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat een ruimtelijke onderbouwing bij een projectafwijkingsbesluit een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Met deze waterparagraaf wordt daarin voorzien. Waterbeleid De voerende waterschappen in Nederland richten zich op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde duurzame watersystemen. Nagestreefd wordt het vergroten van de belevingswaarde van stedelijk water, natuurvriendelijke inrichtingen en de duurzaamheid van watersystemen. De waterbeheerders werken daarom samen met gemeenten, die de regie hebben over de ruimtelijke ordening en het beheer van de openbare ruimte, om deze doelstellingen uit te halen. Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor de waterkwantiteit en kwaliteit in het onderhavige gebied. De bestaande riolering in de omgeving van het projectgebied is in beheer en eigendom van de gemeente Waalwijk. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht. De waterparagraaf moet worden opgesteld conform het beleid Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024’ (IWW). Dit is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 en omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel.

Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van dit beleidsplan. In hoofdlijnen wordt het beleid voortgezet, waarbij samenwerking met interne en externe partijen van belang is om de wateropgaven goed te kunnen uitvoeren. Klimaatadaptatie is daarbij een actueel thema. Daarnaast blijft een deugdelijke afvoer van vuilwater cruciaal voor een gezonde samenleving. Samen met een sterke structuur van oppervlaktewater zijn dit dragers van de leefkwaliteit in de gemeente Waalwijk. De helft van het afwaterend oppervlak is in particulier eigendom. De opgave die gepaard gaat met klimaatadaptatie kan de gemeente niet uitvoeren zonder hulp van bewoners en bedrijven. Conform de wetgeving stelt dit IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m²) berging te maken over de totale verharding. Bewustwording

29/45

en goede voorlichting zorgen dat bewoners, bedrijven en gemeente samen bouwen aan een robuust watersysteem dat zowel wateroverlast als droogte het hoofd biedt. Beoordeling project In dit project wordt het afvalwater (DWA) gescheiden van het hemelwater (HWA) op de erfgrens aangeboden een aangesloten op de bestaande riolering in de Stationsstraat. Het hemelwater dat op het verhard oppervlak binnen het projectgebied terechtkomt wordt binnen het projectgebied opgevangen en vastgehouden. Het projectgebied is ongeveer 1.965 m² groot. Aan de achterzijde wordt voorzien in groenvoorzieningen met een totale oppervlakte van 453 m². Dit betreft ongeveer 23 % van de totale oppervlakte. In totaal wordt voorzien in 767 m² aan bebouwing. De inrit en overige erfverharding omvatten ongeveer 410 m². De parkeerplaatsen omvatten gezamenlijk 335 m² en worden halfverhard uitgevoerd, waardoor de verharding voor de waterbergingseis slechts voor de helft meegerekend hoeft te worden. Uitgaande van de waterbergingseis van gemeente Waalwijk zijn voorzieningen nodig met een capaciteit van (1.344 x 0,06 =) 80,67 m³. Om hieraan te voldoen zullen op het achterterrein onder de inrit infiltratiekratten in de bodem worden aangelegd.

Daarbij wordt rekening gehouden met de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 1,0 m +NAP en de voorschriften uit de Verordening afvoer hemelwater Waalwijk, waaronder de bepaling dat de waterbergingsvoorziening binnen 48 uur weer leeg is. Tekeningen hiervan zijn bijgevoegd bij / maken deel uit van de aanvraag om omgevingsvergunning. Het aspect water vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.3. Flora en fauna Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Met ingang van 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wnb staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurweten regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. 4.3.1 Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet in een natuurgebied dat in het kader van de Wnb is aangewezen (Natura2000-gebied). De dichtstbijzijnde natuur die onderdeel uitmaakt van het Natura2000-netwerk is het gebied “Langstraat”, dat is gelegen op ongeveer 1,7 kilometer ten westen van het projectgebied. Ook ligt op ongeveer 2 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied het Natura2000-gebied “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13019014/1